Voorjaarsnota 2023 (incl A23-84) - Vastgesteld door raad 21 juni 2023
Tekst van het document
Deze visie geeft richting aan alle komende kadernota's op het gebied van het sociaal domein. De eerstvolgende kadernota’s Wmo, Jeugd en Minimabeleid- staan gepland voor het vierde kwartaal 2023. Ingezet gaat worden op het versterken van de sociale basis en preventie, verstevigen van onze toegang en inzetten van passende jeugdhulp. De bijbehorende financiële middelen zijn niet betrokken in deze voorjaarsnota, maar worden opgenomen in de startnotitie en een volgend planning en control product. Sport, buurten en wijken Op enkele sportparken spelen op dit moment meerdere vragen en wensen van clubs met betrekking tot de bespeling van deze sportaccommodaties. Om niet te kiezen voor snelle oplossingen is het van belang om het geheel in een breder perspectief te plaatsen. Hiermee krijgen we een juist beeld van mogelijkheden in combinatie met de maatschappelijke wensen. De gemeente formeert vervolgens een heldere visie hoe sportvoorzieningen een integraal onderdeel vormen van het sociaalmaatschappelijk terrein. Daarnaast zijn in de gemeente Hilversum al vele jaren buurtsportcoaches actief. Wij vinden het belangrijk om te investeren in de gezondheid van alle Hilversummers en beweging te stimuleren. In het coalitieakkoord 2022-2026 zijn om deze reden middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van 21
deze activiteiten. Voorgesteld wordt om deze middelen te verhogen met € 75.000 in 2024 en in de daaropvolgende jaren met € 25.000 zodat er jaarlijks € 100.000 beschikbaar wordt gesteld. Stedelijke ontwikkeling Met het project herontwikkeling Circusterrein wordt, conform het raadsbesluit d.d. 15 september 202 en het coalitieakkoord, opdracht gegeven om zo spoedig en zoveel mogelijk ruimte vrij te spelen op het Circusterrein voor tijdelijke en flexibele woonconcepten. Voor de herontwikkeling is in alle gevallen een verplaatsing/verwijdering van het merendeel van de huidige (tijdelijke) functies noodzakelijk. Om dit te kunnen realiseren is een bedrag van € 2 miljoen nodig voor de periode 2023 t/m 2025. Afhankelijk van de uitkomsten van de ruimtelijke onderzoeken is er kans dat de (gedeeltelijke) bodemsanering van het Circusterrein nog in 2023 kan starten. De verplaatsing van de grondbank is hierin cruciaal: bodemonderzoek en -sanering kan pas starten ná verplaatsing van de grondbank. Voor dit project is € 0,5 miljoen nodig in 2023 en 2024 en € 1 miljoen in 2025. Als de start van de sanering in 2023 niet lukt, schuift de planning voor de sanering logischerwijs door naar 2024. Vastgoed en (cultureel) erfgoed Wij stellen u voor om het budget voor restauratiesubsidies vanaf 2024 structureel te verhogen met € 114.000.
De subsidieregeling met betrekking tot restauraties krijgt veel positieve respons van monument eigenaren. De afgelopen drie jaar is een stijging van het aantal aanvragen te zien. Vanaf 2021 is het budget als gevolg van bezuiniging verlaagd naar € 136.000 voor de gemeentelijke monumenten en € 3.800 voor de Rijksmonumenten. In 2022 was het subsidieplafond eind augustus al bereikt en konden er geen nieuwe aanvragen worden ingediend. In de eerste maanden van 2023 zijn al acht nieuwe aanvragen ingediend. Met het beperkte budget van € 3.800 kunnen bijzondere restauraties van Rijksmonumenten niet of onvoldoende worden ondersteund. In het kader van beleidsontwikkeling ‘verduurzaming van monumenten’ onderzoeken wij daarnaast of speciale energiebesparende maatregelen subsidiabel kunnen worden. Te denken valt aan subsidie voor de meerkosten van speciaal restauratieglas. Wij werken het voorstel zal in de loop van 2023 verder uit. Hilversum is ook beroemd als dé stad van jonge monumenten. Wat betekent het om de stad van jonge monumenten te zijn? Wat betekent dit voor Hilversum in 2040? De antwoorden moeten worden vastgelegd, zodat met de identiteit omgegaan kan worden. Wat de Hilversumse identiteit is en wat de mogelijkheden zijn deze te benutten en de ontwikkelingen Hilversums te maken is nog onvoldoende breed vastgelegd.
Om dit te kunnen realiseren is een additioneel budget van € 40.000 in 2023 noodzakelijk. Daarnaast willen wij de Hilversumse identiteit, zoals verweven in de Omgevingsvisie, in stand houden. De periode tot de Tweede Wereldoorlog is redelijk in beeld, maar de periode na de oorlog is nog niet geanalyseerd. Om een totaalbeeld van Hilversum (per wijk) te hebben is het nodig om ook naoorlogs Hilversum te analyseren. Op die manier kunnen we vanuit de kwaliteiten van Hilversum bijdragen aan de versterking en ontwikkeling van de stad en ze benutten voor de toekomst. Door het wijkgericht aan te pakken wordt de betekenis van de kwaliteiten in het bindweefsel van het gebied duidelijk en kan er een breder gesprek worden gevoerd, ook met de inwoners en erfgoedorganisaties. Door de naoorlogse periode ruim te nemen, wordt ook de periode Post '65 meegenomen. Post '65 is mede actueel vanwege eerder gedane toezeggingen voor een inventarisatie naar aanleiding van de sloop van het GAK-gebouw en de vraag daarnaar van erfgoedorganisaties. Een en ander sluit aan bij de in het coalitieakkoord benoemde wens om met de huidige generatie en de generaties na ons van Hilversum te kunnen (blijven) genieten. De totale lasten bedragen € 130.000.
Tot slot willen wij in 2024 in Amsterdam en Hilversum een internationaal tuinsteden congres mogelijk maken waarbij aandacht wordt besteed aan betekenissen en oplossingen voor steden met deze specifieke identiteit. Dit congres vindt om het jaar in een andere stad in Europa plaats. Hilversum deed in 2022 mee in Helsinki. In 2023 participeert Hilversum in Barcelona. De focus ligt op 22
het adresseren van de opgaven wat betreft nieuwe woon- en werkvormen, gebruik openbare ruimte en mobiliteit, verduurzaming en groen. Ook onze gemeente heeft op deze onderdelen grote uitdagingen. We kunnen van elkaar leren en elkaar inspireren. De focus ligt op het vinden van nieuwe oplossingen en vormen voor de toekomst, gedreven door de crises en opgaven van nu en tegen de achtergrond van de kwaliteiten van de tuinstad van jonge monumenten. De totale lasten bedragen € 100.000. Overige Er is een groot aantal thema’s dat zich bevindt op het snijvlak van Zorg en Veiligheid. Denk bijvoorbeeld aan mensen met verward gedrag, nazorg ex-gedetineerden, het damoklesbeleid, huiselijk geweld en kindermishandeling, prostitutiebeleid en mensenhandel. Deze thema’s, en de mensen die dit raakt, hebben baat bij een integrale aanpak, vanuit het sociaal en het veiligheidsdomein. Voor sommige thema’s geldt dat ook een verbinding nodig is het met het fysiek domein. Op casus niveau komt vanuit urgentie de samenwerking over het algemeen goed van de grond. Op beleid, management en strategisch niveau is dit nog niet vanzelfsprekend. Dit is wel nodig om meer aan de voorkant te komen van de problematiek en om tot passende oplossingen te komen over casuïstiek heen, daar waar het gaat om trends.
Deze integraliteit creëren we met de inzet van een programmamanager Zorg en Veiligheid en leidt tot een structurele begrotingswijziging van €117.000. Ook wordt de City Deal ‘Dynamische Binnensteden’ als onderdeel van de Gebiedsagenda Centrum georganiseerd, vindt er een aanvullende bijdrage plaats aan de Utrecht Talent Alliantie en zetten we in op de ontwikkeling van het instituut gekoppeld aan de media campus. Daarnaast zien we dat discriminatie een probleem is in onze samenleving. Daarom gaan we in 2025 aan de slag met de actualisatie van ons antidiscriminatiebeleid. Het antidiscriminatiebeleid gaat over verschillende gronden van discriminatie en over verschillende terreinen. De gemeente Hilversum zal voor stageplaatsen voor zowel mbo, hbo als wo proactief gaan samenwerken werken met MBO-college Hilversum en de Hogeschool van Amsterdam om te kijken waar stages nodig zijn binnen de het gemeentelijk apparaat. We gaan vanaf 2024 de stagevergoedingen ophogen naar een marktconform bedrag van ten minste 500 euro bruto per maand op basis van een fulltime stageverband, ook voor stagiairs onder de 20 jaar. Vooraankondigingen Bij het samenstellen van deze voorjaarsnota zijn er op verschillende beleidsterreinen voorstellen voor nieuw en aangepast beleid in voorbereiding waarover in uw raad nog besluitvorming moet plaatsvinden.
Wij vinden het, in het kader van integrale afweging, wel belangrijk om u de onderwerpen alvast kenbaar te maken. De vooraankondigingen zijn niet financieel verwerkt in deze voorjaarsnota, maar de bijbehorende financiële effecten komen mogelijk tot uiting in een van de volgende planning en control producten. Het betreft met name ontwikkelingen in het sociaal domein en in de openbare ruimte. Wij houden u op de hoogte van de diverse ontwikkelingen. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende onderwerpen: ·
·
Beleid wet maatschappelijke ondersteuning, jeugd en minima U hebt op 5 april 2023 de Visie sociaal domein 'Wij zijn Hilversum' vastgesteld. Deze visie geeft richting aan alle komende kadernotities op het gebied van het sociaal domein. De eerstvolgende startnotities -Wmo, Jeugd en Minimabeleid- staan gepland voor de zomer 2023. Ingezet gaat worden op het versterken van de sociale basis en preventie, onze toegang verstevigen en passende jeugdhulp inzetten. Mobiliteitsvisie, inclusief het geactualiseerde parkeerbeleid Onze gemeente staat aan de vooravond van een enorme mobiliteitstransitie. De Mobiliteitsvisie Hilversum 2040 is in april 2021 door uw raad vastgesteld. Het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Duurzame Mobiliteit, met daarin een vertaling naar projecten, wordt u in 23
juli 2023 ter behandeling aangeboden. De opgave en ambitie die het uitvoeringsprogramma uitstraalt kan als omvangrijk worden betiteld. Het integrale parkeerbeleid wordt, als onderdeel van de Mobiliteitsvisie, eveneens voor de zomer aan u aangeboden. Het integraal parkeerbeleid sluit daarmee aan bij de Mobiliteitsvisie, waarin de ambitie staat om de stad beter bereikbaar te maken, met de beweging naar het verminderen van het aantal eigen auto’s en het verminderen van het aantal auto’s in de openbare ruimte. ·
Handhaving meervoudige bewoning ter voorkoming van overconcentratie Meervoudige bewoning is bewoning in een gebouw/pand door meer dan één huishouden. Onze gemeente reguleert de meervoudige bewoning en wil daarmee overconcentratie voorkomen. Het huidige parkeerbeleid is één van de instrumenten die ingezet wordt om de meervoudige bewoning te reguleren. Dit parkeerbeleid wordt medio 2023, als onderdeel van de mobiliteitsvisie, herzien. Kort erna dient er een nieuw beleidskader te worden vastgesteld, inclusief een nieuw toetsingskader voor woningsplitsing en kamerverhuur. U wordt hier separaat over geïnformeerd.
·
Actualisatie woonlasten De onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalen de gemeentelijke woonlasten voor een huishouden. De woonlasten herijken wij jaarlijks en stijgen niet met meer dan de inflatie. In 2024 stijgen de woonlasten met maximaal 4,4% (CPI-maart 2023). De tarieven voor de woonlasten 2024 worden, gelijktijdig met de programmabegroting, door u vastgesteld. Een stijging van de tarieven leidt tot extra inkomsten voor de gemeente.
·
Gedeeltelijke restauratie Raadhuis Afgelopen jaar is gebleken dat het stucwerk en de vloeren in het Raadhuis aan vervanging toe zijn en het wenselijk is het Raadhuis verder te verduurzamen. Komende periode onderzoeken wij op welke wijze we dit kunnen realiseren. Wij informeren u hier op een later moment over.
·
SBS-gladheidbestrijding De gladheidbestrijding wordt momenteel uitgevoerd door SBS/Tomingroep. Dit contract eindigt op 1 juli 2023. Vanaf dat moment dragen wij zorg voor de volledige gladheidbestrijding. Dit behelst zowel de coördinatie van de gladheidbestrijding, de regie op de zoutvoorraad en op het strooimaterieel. De eerste twee taken voeren wij al uit. Voor het in bezit krijgen en (tijdelijk) opslag van het strooimaterieel zijn gesprekken gaande met de SBS/Tomingroep. Aansluitend zullen de financiële consequenties aan de raad worden voorgelegd.
·
Mutaties t.a.v. de verbonden partijen als gevolg van de presentatie van de (ontwerp) begrotingen 2024 Nog niet alle verbonden partijen hebben de begroting 2024 opgesteld met daarin de financiële effecten voor de periode 2024-2027. De eventuele financiële effecten van onder andere samenwerkingspartners Tomin en het Goois Natuurreservaat nemen wij op in de begroting 2024. De financiële effecten ten aanzien van de samenwerkingspartner Veiligheidsregio en de Regio Gooi en Vechtstreek hebben wij al wel verwerkt in de voorliggende voorjaarsnota.
·
Doorontwikkeling programma Dienstverlening Vanuit het programma Dienstverlening vindt met de Informatiemanagement-keten (I-keten) een haalbaarheidsonderzoek plaats voor verdere digitalisering van de dienstverlening, waaronder een meldingenapplicatie openbare ruimte (MOR), een Mijn Omgeving en een Frontofficeapplicatie. Wanneer deze initiatieven haalbaar blijken, worden businesscases 24
opgesteld waarin duidelijk wordt welke investeringen benodigd zijn. De eventuele financiële effecten worden betrokken in de programmabegroting 2024.
2.3 Rente ontwikkelingen Rente langlopende leningen De rentetarieven voor zowel de kortlopende (<1 jaar) als langlopende (>1 jaar) financiering zijn vanaf februari 2022 gestegen en stijgen nog steeds. Deze stijgende rentetarieven vormen de aanleiding om de rentelasten zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2023 bij te stellen. Om de investeringsprojecten tot uitvoering te kunnen brengen moeten wij externe financiering aantrekken. Dit gaat gepaard met rentelasten. De rentelast is het product (= ‘p’ x ‘q’) van rente als de prijs van de financiering (‘p’) en de omvang van de benodigde financiering (‘q ‘). De hoogte en ontwikkeling van de rente (‘p’) is als exogene en niet beinvloedbare factor niet voorspelbaar, maar de rente is wel een last voor onze begroting. De q is wel voor een belangrijk deel beïnvloedbaar en is bepalend bij de ontwikkeling van de financieringsbehoefte en de daarmee samenhangende rentelasten. Het aantrekken van nieuwe financiering is volgend op besluitvorming over de omvang en fasering van investeringen etc. De rentelasten zijn in voorliggende voorjaarsnota geactualiseerd voor het jaar 2023 en voor de daarop volgende jaren. Daarbij is uitgegaan van een bestendige en prudente gedragslijn waarbij het uitgangspunt is dat de rentetarieven ieder jaar met 0,25% stijgen.
De grondgedachte die hierin centraal staat is anticipatie op negatief renterisico, ofwel de gevolgen van het stijgen van het inherent onzekere en niet beïnvloedbare renteniveau. Actualisatie rentelast langlopende financiering (> 1 jaar) Bij het aantrekken van langlopende financiering wordt ten alle tijden gekeken naar de meest gunstige (financiering) voorwaarden. De rentelast voor de langlopende financiering wordt berekend op basis van de 10 jaarrente met een forward rate van 1 jaar. Dit is het rentetarief voor een lening met een looptijd van 10 jaar die nu wordt afgesloten, maar pas over 1 jaar ter beschikking wordt gesteld. De forward rate is een instrument om de rente over toekomstige financiering op een bepaald moment te fixeren. De huidige 10 jaarsrente bedraagt op het moment van schrijven van deze voorjaarsnota afgerond 3,15%. Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting 2023 bedroeg de 10 jaarsrente nog 2,15%. Ondanks de stijgende rente vallen de rentelasten in 2023 lager uit dan vooraf begroot. Dit heeft twee oorzaken: In 2022 zijn er minder langlopende leningen aangetrokken dan geraamd bij de begroting 2022. Dit heeft tot gevolg dat de rentelasten voor 2022 en verder lager uitvallen. Op dit moment is € 12,5 miljoen van de geraamde € 27 miljoen al aangetrokken.
Het later in het jaar aantrekken van een langlopende lening betekent voor 2023 lagere rentelasten. Wij gaan ervan uit dat wij voor de resterende € 14,5 miljoen (€27 minus € 12,5) voor eind 2023 nog als langlopende lening aan moeten trekken. Voor alle andere jaren betekent stijging van de rentetarieven dat de rentelasten wel hoger zullen zijn dan nu opgenomen in de meerjarenraming. Actualisatie rentelast kortlopende financiering (< 1 jaar) Naast langlopende financiering maken wij ook gebruik van kortlopende financiering. De referentie voor de inschatting van deze rentetarieven is het rentetarief op de financieringsovereenkomst met de BNG, zijnde de 1 maand Euribor rente met een opslag van 0,15%. 25
De rente bedraagt bij het opstellen van deze voorjaarsnota afgerond 3%. Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting 2023 bedroeg de rente op kortlopende financiering nog 0,2%. Op basis van de periodieke liquiditeitsprognoses maken wij een inschatting van de benodigde kortlopende financiering, deze bedraagt gemiddeld genomen € 12,5 miljoen. Een gemiddeld gebruik van € 12,5 miljoen van de kredietfaciliteit bij de BNG in combinatie met de herziene gestegen rentetarieven leidt tot een jaarlijkse extra rentelast op kortlopende financiering van ongeveer € 350.000 per jaar. Totaal effect stijging rentetarieven Het oplopen van de rentetarieven van zowel kortlopende als langlopende financiering betekent oplopende rentelasten in vergelijking met de in de meerjarenbegroting 2023 opgenomen rentelasten. De effecten zien er als volgt uit en zijn reeds opgenomen als autonome ontwikkeling (onderdeel rente en financiering) in deze voorjaarsnota: 2023
2024
2025
2026
2027
Langlopende financiering
-258
552
847
2.057
2.473
Kortlopende financiering
390
350
350
350
350
Rente-effect voorjaarsnota 2023
92
902
1.197
2.407
2.831
De rente-effecten worden wederom geactualiseerd bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2024.
2.4 Inzicht in investeringen Inleiding Gelet op het grote financiële belang van onze investeringsportefeuille presenteren wij in deze paragraaf de ontwikkelingen op het gebied van de investeringen en de financiële impact hiervan. Hierbij gaat het om de actualisatie van de geplande investeringen en de nieuwe investeringen. Conform de financiële verordening stelt u de voorjaarsnota vast inclusief de (geplande) investeringen. De wijzigingsvoorstellen hebben immers direct invloed op de kapitaallastenontwikkeling. De financiële impact (bijstelling kapitaallastenraming) hebben wij verwerkt in deze voorjaarsnota. In de begroting 2023 is het investeringsprogramma (IP) voor de periode 2023-2026 opgenomen waarbij de investeringen voor 2023 door u zijn vastgesteld. In deze voorjaarsnota stellen wij voor om het investeringsprogramma 2023-2026 te actualiseren. Het gaat om aanpassingen voor het lopende jaar en aanpassingen voor de periode 2024-2027. Dit laatste is ter voorbereiding op de begroting 2024.
Actualisatie investeringen 2023 De actualisatie van het lopende jaar betreft investeringen die al in het IP staan of waarover u al afzonderlijk bent geïnformeerd. Per saldo stellen wij voor het Investeringsprogramma met € 1,7 miljoen te verhogen.
26
Het gaat een verhoging van vier investeringskredieten voor in totaal € 2,0 miljoen; het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, de persleiding van het riool op de van Linschotenlaan, de fietsstraat op de Schuttersweg en de vervanging van de wifi-access points in de gemeentelijke panden. Daarnaast kan de geplande investering voor de vervanging van gesloten asfalt deklagen vervallen, omdat de bekostiging naar aanleiding van de actualisatie van de beheerplannen in de exploitatie is opgenomen. Dit geldt ook voor twee investeringen uit het IP van voorgaande jaren. Het gaat om investeringen betreffende de archivering van de B-schijf (2021) en de Wet modernisering elektronische bestuurlijk verkeer (2022). Deze investeringen staan niet in het overzicht actualisatie 2023-2027, maar zijn onderdeel van het saldo openstaande investeringen uit voorgaande jaren zoals opgenomen in de jaarstukken 2022. Actualisatie investeringsprogramma 2024-2027 De actualisatie van het investeringsprogramma voor 2024-2027 is omvangrijker. Voorgesteld wordt om het investeringsprogramma in 2024 te verhogen met afgerond € 1,6 miljoen. Dit is het gevolg van.
De actualisatie van de beheerplannen openbare ruimte leidt tot een verhoging van € 2,0 miljoen, de actualisatie van het Integraal Onderwijshuisvestingsplan tot een verhoging van € 2,3 miljoen en indexatie van de vervangingsinvesteringen in het riool tot een verhoging van € 0,5 miljoen. Bovengenoemde leidt tezamen tot een ophoging van afgerond € 4,8 miljoen. Daarnaast worden de investeringen in het rioolstelsel doorgeschoven van 2024 naar 2025. Dit leidt tot een verlaging van de investeringen in 2024 met € 3,2 miljoen. In 2025 worden de investeringen met afgerond € 8,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is het gevolg van het doorschuiven (verlaging) van € 15 miljoen van investeringen uit het IHP Onderwijs, een verhoging van € 4,8 miljoen, inclusief inflatiecorrectie als gevolg van het doorschuiven uit 2024 van investeringen in het rioolstelsel en de indexatie van de vervangingsinvesteringen uit het GWP en een verhoging € 1,9 miljoen van investeringen in de openbare ruimte vanwege de actualisatie van de beheerplannen. In 2026 nemen de geplande investeringsuitgaven met afgerond € 22,8 miljoen toe. Dit is grotendeels het gevolg van het doorschuiven van investeringen uit het IHP Onderwijs (€ 20,9 miljoen). Daarnaast leidt de actualisatie van de beheerplannen (€ 1,4 miljoen) en de indexatie van de vervangingsinvesteringen uit het GWP (€ 0,5 miljoen) tot een verhoging.
Tot slot is de jaarschijf 2027, van afgerond € 30,3 miljoen, aan het investeringsprogramma toegevoegd. Het gaat om investeringen waarmee invulling wordt gegeven aan al bestaand beleid; het IHP Onderwijs, vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte op basis van de beheerplannen en de vervangingsinvesteringen in rioolstelsel (GWP).
27
Actualisatie investeringen 2023-2027 (Bedragen x € 1000) Programma/taakveld
2023
2024
2025
2026
2027
01 Wonen en leven
466
-561
6.627
1.897
12.473
-184
2.060
1.823
1.158
6.801
2.1 - Verkeer en vervoer 1. Asfalt deklagen - geluidsarm asfalt (vervallen)
-482
2. Asfalt deklagen - gesloten asfalt (vervallen)
-307
3. Fietsstraat Schuttersweg
123
4. Instandhouding bruggen
-307
-307
169
77
5. Instandhouding bruggen (oude reeks)
-307
-85
6. Instandhouding muren
60
7. Lichtmasten (vervallen)
-191
8. Openbare Verlichting - Vervanging armaturen
373
373
373
9. Openbare Verlichting - Vervanging armaturen (oude reeks)
-506
-506
-506
10. Vervangen afgeschreven bebording en bewegwijzering
373
159
159
159
159
11. Vervanging afgeschreven wegen
5.588
5.588
5.588
5.588
12. Vervanging afgeschreven wegen (oude reeks)
-3.476
-3.476
-3.476
13. Vervanging verkeersregelinstallaties
305
14. Wegwerkzaamheden i.c.m. rioleringen
376
5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
41
28
235
15. Aanpak kastanjebloedingsziekte 2022
1.501 218
16. instandhouding bomenbestand
275
275
298
17. instandhouding bomenbestand (oude reeks)
-209
-209
-209
18. Renovatie groenvoorziening
285
310
310
19. Renovatie groenvoorziening (oude reeks)
-230
-230
-230
20. Vervangen speelvoorzieningen
539
550
630
21. Vervangen speelvoorzieningen (oude reeks)
362 321 600
-619
-668
-564
-2.662
4.776
504
4.171
-1.026
1.125
-888
987
135
642
26. Splitsen hemelwater van vuilwater aansluitingen fase 2
-1.387
1.518
27. Vervangen afschreven riolering GWP 2021-2026
4.171
4.171
4.171
4.171
-3.667
7.2 - Riolering
650
22. Afkoppelen en infiltreren grote daken in postcodegebied 1221 fase 2 23. Optimalisatie hemelwaterafvoer openbare ruimte fase 2 24. Persleiding riolering van Linschotenlaan
650
25. Realisatie vuilwaterberging centrum/oost
28. Vervangen afschreven riolering GWP 2021-2026 (oude reeks) 02 Zorg 4.2 - Onderwijshuisvesting 29. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 04 Bestuur 0.4 - Overhead 30. Vervanging Wifi-Accespoints Totaal actualisatie IP 2023 - 2027
Nieuwe investeringen 28
-3.667
-3.667
1.175
2.260
-14.979 20.883
17.798
1.175
2.260
-14.979 20.883
17.798
1.175
2.260
-14.979 20.883
17.798
100
-100
100
-100
100
-100
1.740
1.599
-8.351 22.780
30.271
Tot slot stellen wij voor om een aantal nieuwe investeringen in het investeringsprogramma op te nemen. Voor 2023 gaat het om investeringen in servies en vaatwassers vanwege aangepaste wet- en regelgeving voor wegwerpbestek en voor laptops en telefonie vanwege de toename van de personele bezetting. Voor 2024 gaat het onder andere om het Gemeentedepot. Verder stellen wij voor om een bedrag op te nemen voor het schilderwerk Raadhuis en de audiovisuele apparatuur van de raadzaal. Deze laatste loopt door in 2025. Nieuwe investeringen 2023-2027 (Bedragen x € 1000) Programma/Taakveld
2023
2024
01 Wonen en leven
1.500
7.4 - Milieubeheer
1.500
31. Gemeentedepot
2025
2026
2027
1.500
04 Bestuur
255
425
225
255
425
225
32.Audiovisuele (AV) apparatuur voor de Raadzaal
225
225
33. Schilderwerk voor het Raadhuis
200
0.4 - Overhead
34. Servies en inhouw vaatwassers i.v.m. wet- en regelgeving 35. Uitbreiding Telefonie/Laptops a.g.v. toename personele bezetting
75 180
Totaal nieuwe voorstellen IP 2023 - 2027
255
1.925
225
Besluitvorming over het Inversteringsprogramma Wij stellen u voor om de aanpassingen voor 2023 vast te stellen. Het gaat om de bedragen in kolom 2023 in de tabellen actualisatie investeringen en nieuwe investeringen. Verder stellen wij voor in twee investeringen uit het IP van voor 2023 af te sluiten. De aanpassingen 2024-2027 verwerken wij na het vaststellen van de voorjaarsnota 2023 in het investeringsprogramma verwerkt. Het investeringsprogramma 2024-2027 is onderdeel van de begroting 2024. De autorisatie van de investeringen 2024 is onderdeel van uw besluitvorming over de begroting 2024. Na instemming met deze voorjaarsnota ziet de omvang van het investeringsprogramma er als volgt uit: (bedragen x € 1000) 2024
2025
2026
Begroting 2023 - Investeringsprogramma 2023-2026
61.785
63.794
43.463
25.451
Voorjaarsnota 2024 - Voorgestelde aanpassingen IP Totaal Investeringsprogramma 2023 - 2027
1.995
3.524
-8.126
22.780
30.271
165.748
67.381
35.337
48.231
30.271
Jaarrekening 2022 - openstaande investeringen uit voorgaande jaren
2023 102.218
2027
-150
36. Archivering B-schijf (2021) 37. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (2022)
-100
Toelichting mutaties investeringsprogramma In 2023 zijn de beheerplannen voor het beheer van de openbare ruimte geactualiseerd. Een beheerplan beschrijft welk kapitaalgoed het betreft, wat het doel is, wat de omvang is en bijvoorbeeld aan de hand van uitgevoerde inspecties wat de staat is van het kapitaalgoed. Aan de hand van deze gegevens is berekend welke middelen benodigd zijn om het kapitaalgoed de komende jaren te onderhouden.
29
Ook betreft het een middel om eventuele grote onderhoudspieken af te vlakken over meerdere jaren, waardoor dit begrotingstechnisch tot minder grote fluctuaties leidt en worden de opgelopen achterstanden ingelopen. In dit investeringsprogramma zijn de financiële gegevens uit de beheerplannen opgenomen voor: Wegen, Civiele kunstwerken, Groen (incl Bomen, Reiniging- & servicediensten), Spelen, Openbare verlichting en Bebording en bebakening. De actualisatie van de beheerplannen betreft een aantal aanpassingen in het investeringsprogramma die hieronder nader worden toegelicht. 1. Asfaltdeklagen - gesloten asfalt De asfaltdeklagen worden conform beheerplan niet meer geactiveerd vanaf 2023. 2. Asfaltdeklagen - geluidsarm asfalt Conform het wegenbeheerplan 2023 worden de geluidsarme asfaltdeklagen vanaf 2023 niet meer geactiveerd. De deklagen worden opgenomen in de exploitatiebegroting. 3. Fietsstraat Schuttersweg Op 22 april 2021 is een krediet beschikbaar gesteld voor de herinrichting van de Schuttersweg als een fietsstraat. De kosten zouden worden gedekt uit het budget van het IP 2019 voor vervanging afgeschreven wegen 2019 in combinatie met de door de Provincie Noord-Holland beschikbaar gestelde middelen. Door kostenstijging en aangepaste eisen ten aanzien van de inrichting zijn de kosten gestegen.
In de oorspronkelijke raming is uitgegaan van het aanbrengen van rood asfalt in plaats van zwart op de al aangebrachte onderlaag, het aanleggen van de middenstrook en de aanleg van een aantal parkeerplaatsen. Dit is gewijzigd in het versmallen en (deels) verplaatsen en dus verwijderen van de al aangebrachte onderlaag en het aanpassen van het profiel en as van de weg. Dit alles is nodig om er voor te zorgen dat de naast de fietsstraat aan te leggen parkeervakken niet in het bestaande groen, maar op de, door de versmalling ontstane, vrijgekomen verhardingsstrook kwamen te liggen. Het aanleggen van parkeervakken in het bestaande groen gaf namelijk veel weerstand onder de bewoners vanwege een eeuwigdurend servituut van het Goois Natuur Reservaat (GNR). Voor de hele Schuttersweg bedragen de kosten nu € 600.000 waarvan € 446.000 gedekt wordt uit subsidies van het Rijk en de provincie. Hiervan is reeds € 31.000 opgenomen in het investeringsprogramma. 4. Instandhouding bruggen De investering voor 2024 conform het beheerplan 2023 betreft de bruggen in de Hilversumse Meent. Voor 2025 betreft het metselwerk voor het vervangen van de Hondenbrug, het Insulindeviaduct en de Schutterswegtunnel. De investering voor vervanging van de wegdekreconstructie fietsbrug Hilversum kanaal vervalt. Deze is bij het opstellen van de beheerplannen aangemerkt als groot onderhoud (exploitatie). 5.
Instandhouding bruggen (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 6. Instandhouding muren De investering voor 2024 conform het beheerplan 2023 betreft een grondkerende muur aan de Gijsbrecht van Amstelstraat langs de Oude Haven/Gooise vaart. 7. Lichtmasten (vervallen) Conform het beheerplan 2023 is grootschalige vervanging van de lichtmasten in 2026 nog niet noodzakelijk.
30
8. Openbare Verlichting - Vervanging armaturen In 2012 is de vervanging van de openbare verlichting (OV) voor het inhalen van achterstanden afgerond, waardoor de OV op een normaal peil van onderhoud is. De armaturen hebben gemiddeld een levensduur van ca. 15-20 jaar. Vanaf 2013 worden de armaturen vervangen door energiezuinige armaturen met LED verlichting. Het doel is om in 15 jaar alle armaturen vervangen te hebben door LED verlichting. De vervangingsstrategie is er op gericht om de conventionele armaturen uiterlijk in 2027 te hebben vervangen door LED armaturen. In 2028 is de vervanging voltooid en zijn er geen middelen in het investeringsprogramma meer nodig voor de vervanging van de armaturen. 9. Openbare verlichting -Vervanging armaturen (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 10. Vervangen afgeschreven bebording en bewegwijzering Tot en met 2023 werd de bebording (indien noodzakelijk) vervangen via de exploitatie. In het beheerplan 2023 is de vervanging van de bebordingen en bewegwijzering planmatig opgenomen en wordt overgegaan tot een systematisch beheer van het areaal. 11. Vervanging afgeschreven wegen Uit de reguliere weginspecties blijkt dat het wegennet van onze gemeente te maken met een onderhoudsachterstand van 20%. Met het opstellen van een beheerplan is een onderbouwd overzicht ontstaan (uitvoering motie M22-100).
Niet alleen de onderhoudsbedragen, maar ook de benodigde investeringen zijn herijkt, hetgeen jarenlang niet is gebeurd. Het grootste deel van de afgeschreven wegen wordt gelijktijdig vervangen met de afgeschreven riolering. Jaarlijks wordt 6,5 km riool vervangen (GWP 2021-2026). Dit levert de hoogste kwaliteit en de inrichting kan integraal aangepast worden aan de tegenwoordige eisen voor klimaatadaptatie, energietransitie, groen, verkeer en welzijn. Ook vindt zo vervanging plaats tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. In het huidige investeringsprogramma is jaarlijks een bedrag opgenomen van € 3.476.000 (incl. VAT). Volgend uit het beheerplan wegen is aanvullend € 2.112.000 nodig. 12. Vervanging afgeschreven wegen (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 13. Vervanging verkeersregelinstallaties (VRI) De volgende VRI is in 2027 aan het einde van de economische levensduur: VRI 107 (OostereindArena) en VRI 406 (Jan van der Heijdenstraat-Eemnesserweg). 14. Wegwerkzaamheden i.c.m. rioleringen Bij het vervangen van het riool wordt ook de weg vervangen. Voor de wegwerkzaamheden boven de rioolsleuf wordt jaarlijks een bedrag opgenomen in het investeringsprogramma. Ten opzichte van het IP 2023-2026 wordt nu jaarschijf 2027 toegevoegd. 15.
Aanpak kastanjebloedingsziekte 2022 De kastanjebomen binnen ons gemeentelijk bomenbestand kampen al enige tijd met de kastanjebloedingsziekte. De ontwikkeling van deze ziekte is per boom verschillend van aard. Zo kan de ene boom nog enige jaren meegaan en een andere binnen een jaar dood zijn. Uit een uitgevoerde inventarisatie, onderverdeeld in mate van aantasting (ernst, matig en licht), blijkt dat 331 bomen zijn aangetast. Het voorstel is om de vervanging van betreffende bomen te realiseren over een periode van vijf jaar vanaf 2023. Op basis van een gemiddeld benodigd vervangingsbedrag van € 3.000 per boom is voor het totaal aantal van 331 ruim € 1 miljoen benodigd. Verdeeld over de uitvoeringsperiode van vijf jaar vanaf 2023 betekent dit € 200.000 per jaar t/m 2027.
31
16. Instandhouden bomenbestand Met betrekking tot ons bomenbestand is een achterstand in vervanging ontstaan. Hilversum is voor een belangrijk deel in de jaren 70-80-90 van de vorige eeuw ontwikkeld. De piek voor vervanging is nu actueel. Voor de komende vijf (tien) jaar zijn middelen nodig (met name in de wijken Noord en Zuid) om de bomen te vervangen. De vervanging is noodzakeliojk in het kadervan de veiligheid en het kwaliteitsbeeld van de groene stad Hilversum (beleidsuitgangspunten Hilversum Buiten). Bij uitstel verschuiven de kosten naar de exploitatie als gevolg van verhoogde snoeiwerkzaamheden. Het areaal betreft circa 33.000 bomen. De verwachte levensduur bedraagt 50 jaar. Daarna begint het aftakelingsproces, waarbij de veiligheid onder druk komt te staan. Ook door droogte en stikstof (eiken en beuken ondervinden hier hinder van). Effect bij oudere bomen is toename van snoeiwerkzaamheden en grotere schade bij onder andere stormen. Bij een verwachte levensduur van 50 jaar is de gemiddelde vervanging per jaar 660 bomen. De komende 2 decennia moet vanuit de leeftijdsopbouw meer worden geïnvesteerd, met een piek tussen 2030 en 2040. Vanaf 2040 gaat het benodigd bedrag dalen. 17. Instandhouden bomenbestand (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 18. Renovatie groenvoorziening Bij het onderdeel groen is in de afgelopen jaren een achterstand in vervanging ontstaan.
Hilversum is voor een belangrijk deel in de jaren 70-80-90 van de vorige eeuw ontwikkeld. De piek voor vervanging is nu actueel. Voor de komende vijf (tien) jaar zijn juist middelen nodig (met name in de wijken Noord en Zuid) om het groen te vervangen. De kwaliteit van het groen in deze wijken past niet bij het kwaliteitsbeeld van de groene stad Hilversum (beleidsuitgangspunten Hilversum Buiten). Dit vraagt om extra onderhoudsmaatregelen. Bij uitstel verschuiven de kosten naar de exploitatie als gevolg van verhoogde snoeiwerkzaamheden, verhoogde onkruidbestrijding in groen (kale plekken) en toplaagonderhoud (gras). Onze gemeente heeft circa 0,9 miljoen m2 plantsoenen en 1,3 miljoen m2 grasterreinen. Na de gemiddelde levensduur wordt het plantsoen kaler en hoger. Meer snoeiwerkzaamheden en onkruidbestrijding zijn noodzakelijk. Bij grasterreinen betreft het voornamelijk de toplaag, die in kwaliteit bij veroudering achter uitgaat. De investeringspiek loopt tot circa 2035; daarna loopt deze terug. De piek bevindt zich met name in de wijken Noord en Zuid. 19. Renovatie groenvoorziening (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 20. Vervangen speelvoorzieningen Dit betreft de vervanging van de speelvoorzieningen op basis van het beheerplan 2023. 21. Vervangen speelvoorzieningen (oude reeks) Zie toelichting voorgaande punt. 22.
Afkoppelen en infiltreren grote daken in postcodegebied 1221 fase 2 Bij het vaststellen van het GWP 2021-2026 in augustus 2020 hebt u besloten dit krediet beschikbaar te stellen. De investering is geindexeerd conform de GWW-index van het CBS voor riolering, zoals is vastgesteld in GWP 2021-2026. Zonder indexatie kan het GWP niet geheel worden gerealiseerd. Wij verwachten dat de uitvoering in 2025 kan starten. 23. Optimalisatie hemelwaterafvoer openbare ruimte fase 2 Zie toelichting voorgaande punt.
32
24. Persleiding riolering van Linschotenlaan Wij hebben in december 2022 besloten om vooruitlopend op de kredietverlening door uw raad uitgaven te doen voor de aanleg van een nieuwe persleiding. De kosten voor het herstel van de calamiteit aan de persleiding op de van Linschotenlaan zijn geschat op € 650.000. U bent hierover eerder geinformeerd middels een RIB. 25. Realisatie vuilwaterberging centrum/oost Zie de toelichting bij punt 22. Wij verwachten dat de uitvoering in 2024 kan starten. 26. Splitsen hemelwater van vuilwateraansluitingen fase 2 Zie de toelichting bij punt 22. Wij verwachten dat de uitvoering in 2024 kan starten. 27. Vervangen afgeschreven riolering GWP 2021-2026 Zie de toelichting bij punt 22. 28. Vervangen afgeschreven riolering GWP 2021-2026 (oude reeks) Zie de toelichting bij punt 22. 29. Integraal Huisvestingsplan Onderwijs De mutaties in 2023 en 2024 zijn grotendeels een gevolg van de indexatie van bestaande kredieten. De kredietmutaties in de jaren 2025-2027 worden veroorzaakt door planwijzigingen. Over een deel van de gewijzigde plannen dient nog bestuurlijke besluitvorming plaats te vinden. Daarnaast is in 2023 is rekening gehouden met de verbouwing van het Ster gebouw a € 250.000. 30. Wifi accesspoints De investering stond aanvankelijk gepland in 2024, maar wordt door omstandigheden vervroegd naar 2023. 31.
Gemeentedepot Een circulair gemeentedepot voor de opslag van materielen voor beheer en onderhoud kunnen wij naar verwachting niet eerder dan 2024 realiseren. Dit is in grote mate afhankelijk van enerzijds provinciale regelgeving voor het MOB-terrein en anderzijds eventuele alternatieven, ingeval het MOB-terrein niet mogelijk blijkt te zijn (uitkomsten ruimtelijke onderzoeken). De benodigde investering bedraagt € 1,5 miljoen. De van het Circusterrein te verplaatsen functies zijn noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van onze openbare ruimte. Tegelijkertijd wordt er op dit moment niet circulair gewerkt (voornamelijk vanwege ruimtegebrek). Het verplaatsen van de functies als gevolg van de herontwikkeling biedt kansen om de bedrijfsvoering voor openbaar beheer en onderhoud opnieuw in te richten en te optimaliseren. Dit levert, naast een financiële besparing, ook een aanzienlijke reductie in CO2-uitstoot op (minder vervoersbewegingen, minder materiaalverbruik). 32. Audio visuele (AV) apparatuur voor de raadzaal Deze investering betreft het aanpassen van de audiovisuele middelen in de raadzaal als gevolg van een onderzoek wat in opdracht van het presidium uitgevoerd wordt in 2023. Hiervoor is in 2023 en 2024 € 225.000 opgenomen. 33. Schilderwerk voor het Raadhuis Betreft een reguliere onderhoudsinvestering in het schilderwerk van het raadhuis. 34.
Servies en inbouw van vaatwassers i.v.m. aanpassing wet -en regelgeving rondom wegwerpbestek Vanaf 2024 is het niet meer toegestaan om gebruik te maken van wegwerpservies, zoals de wegwerp koffiebekers. Om deze reden moeten wij duurzaam servies inkopen, inclusief een aantal vaatwassers.
33
35. Investering laptops en telefonie door uitbreiding formatie Door de uitbreiding van onze formatie moeten wij extra laptops en telefoons aanschaffen. De totale investering van afgerond € 180.000 dient plaats te vinden in 2023 en wordt afgeschreven in 4 jaar. Daarbij rekenen wij met een rentepercentage van 1,4%. De jaarlijkse kapitaallast bedraagt afgerond € 48.000. De kapitaallasten komen tot uiting in de jaren 2024-2027. 36. Archivering B-schijf Deze in 2022 opgenomen investering van € 150.000 kan vervallen. Het budget wordt omgezet naar exploitatiebudget onder ICT en wordt ingezet voor externe ondersteuning voor de opschoning van het digitale archief. 37. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De Wmebv is een aanpassing van de Algemene wet bestuursrecht. De wetgever geeft burgers het recht om digitaal te communiceren met (semi) overheden. De wetswijziging schrijft overheidsorganisaties voor om producten en communicatielijnen te digitaliseren. Wij dienen een kanaal in te richten voor het ontvangen van formele berichten van burgers. Dit zijn berichten waaraan een rechtsgevolg is verbonden. Wij stellen voor het budget om te zetten naar exploitatiebudget, omdat er niets in eigendom wordt aangeschaft dat geactiveerd kan worden.
2.5 Inzicht in de reservepositie Inleiding Om een goede afweging te kunnen maken op het gebied van alle financiële ontwikkelingen is het noodzakelijk inzicht te hebben in de reserveontwikkelingen. In de bijsturingsvoorstellen doen wij voorstellen om toevoegingen en/of onttrekkingen aan reserves te doen. Onderstaand overzicht bevat de verwachte standen van de reserves, inclusief de resultaatbestemmingsvoorstellen zoals voorgesteld bij de jaarstukken 2022 en de voorstellen zoals opgenomen in deze voorjaarsnota. De opgenomen bijsturingsvoorstellen worden individueel toegelicht.
34
Ontwikkeling reserves - = onttrekking en += toevoeging
Bedragen x 1.000 2023
Ref Omschrijving reserve 1 2 3 4 5
saldo begin
2024
toevoe- onttrekging king
saldo einde
toevoe- onttrekging king
2025
2026
saldo einde
toevoe- onttrekging king
saldo einde
toevoe- onttrekging king
2027 saldo einde
toevoe- onttrekging king
saldo einde
Afvalstoffen (egalisatiereserve) Stedelijke ontwikkeling Mobiliteitsfonds Herplantfonds Regionaal mediacentrum Totaal programma 1 6 Opvang Oekrainers Totaal programma 3 7 Inzet HHT middelen 8 TOZO Totaal programma 3 9 Decentrale loonruimte Totaal programma 4 10 Algemene reserve 11 Covid-19 12 Corona herstelagenda Totaal programma 5
0 2.032 1.219 176 116 3.543 4.614 4.614 0 1.100 1.100 346 346 77.016 0 642 77.658
0 5.576 0 20 0 5.596 0 0 0 0 0 38 38 254 0 0 254
0 -1.198 -62 -74 0 -1.334 0 0 0 -350 -350 0 0 -8.549 0 -490 -9.039
0 6.410 1.157 122 116 7.805 4.614 4.614 0 750 750 384 384 68.721 0 152 68.873
0 1.300 0 20 0 1.320 0 0 0 0 0 38 38 2.541 0 0 2.541
0 -600 -12 0 -45 -657 0 0 0 -300 -300 0 0 -1.000 0 0 -1.000
0 7.110 1.145 142 71 8.469 4.614 4.614 0 450 450 422 422 70.262 0 152 70.414
0 1.300 0 20 0 1.320 0 0 0 0 0 38 38 13.110 0 0 13.110
0 0 -62 0 -71 -133 0 0 0 -300 -300 0 0 -1.500 0 0 -1.500
0 8.410 1.083 162 0 9.655 4.614 4.614 0 150 150 460 460 81.872 0 152 82.024
0 1.300 0 20 0 1.320 0 0 0 0 0 38 38 4.583 0 0 4.583
0 0 -62 0 0 -62 0 0 0 -150 -150 0 0 -1.500 0 0 -1.500
0 9.710 1.021 182 0 10.913 4.614 4.614 0 0 0 498 498 84.955 0 152 85.107
0 1.300 0 20 0 1.320 0 0 0 0 0 38 38 2.500 0 0 2.500
0 0 -62 0 0 -62 0 0 0 0 0 0 0 -1.500 0 0 -1.500
Totaal alle programma's
87.261
5.888 -10.723
82.426
3.899
-1.957
84.369
14.468
-1.933
96.903
5.941
-1.712 101.132
3.858
-1.562 103.428
35
0 11.010 959 202 0 12.171 4.614 4.614 0 0 0 536 536 85.955 0 152 86.107
Toelichting ontwikkelingen in de reservepositie Het overzicht van de in deze voorjaarsnota opgenomen voorstellen ziet er als volgt uit: (-/- onttrekking aan de reserve en een + is een toevoeging aan de reserve) Omschrijving 2023 Reserve Stedelijke ontwikkeling
-2.394
Reserve mobiliteitsfonds
160
Reserve herplantfonds
-74
Algemene reserve inzet behoedzaamheidsbuffer
2024
2025
Bedragen x 1.000 2026 2027
-600
-1.000
-1.500
Algemene reserve inzet ter dekking voorjaarsnota
-5.032
-8.375
-3.908
Totaal
-7.340
-9.975
-5.408
-1.500
1.000
-1.500
1.000
Onderstaand een toelichting op de bijstellingsvoorstellen zoals opgenomen in deze voorjaarsnota: Reserve Stedelijke ontwikkeling Het doel van deze reserve is het beschikbaar hebben van middelen voor projecten in de stad. Naast de toevoegingen uit de algemene middelen kunnen ook incidentele meeropbrengsten uit vastgoedverkopen aan deze reserve toegevoegd worden. Structureel wordt, conform de vastgestelde begroting, in 2023 en volgende jaren € 1,3 miljoen aan deze reserve toegevoegd met daarnaast in 2023 de meeropbrengsten van de verkopen van het niet-strategisch vastgoed (€ 3,9 miljoen) en het perceel voormalig zwembad Crailoo (€ 2 miljoen). Ter dekking voor het projectportfolio wordt € 0,5 miljoen onttrokken. Wij stellen voor om een additionele onttrekking te doen aan deze reserve in 2023 en 2024. De verkoper van het perceel aan de Naarderweg (voormalig zwembad Crailoo) heeft niet voldaan aan de voorwaarden uit de koopovereenkomst. Om deze reden is de verkoop ontbonden. Dit leidt tot een lagere verkoopopbrengst en het verlagen van de in de begroting geraamde toevoeging aan de reserve. Dit betreft de hoogte van het verkoopbedrag minus de nog te ontvangen boete en de schadevergoeding uit de koopovereenkomst. Daarnaast is een onttrekking geraamd voor het Stationsgebied van € 376.000 in 2023 resp. € 600.000 in 2024 en een onttrekking van € 322.000 in 2023 voor het Arenapark.
Het betreft kosten, die niet gedekt kunnen worden uit de bestaande budgetten en voldoen aan de hiervoor gestelde voorwaarden uit de nota Grond- en Vastgoedbeleid én motie A19-159. Reserve mobiliteitsfonds Aan deze reserve worden de van derden verkregen middelen voor het niet kunnen voldoen aan een bestaande parkeernorm toegevoegd. Deze reserve wordt ingezet voor het in brede zin accommoderen van de parkeersituatie en het vergroten van de bereikbaarheid van onze gemeente Hilversum. In de primaire begroting 2023 is een onttrekking van € 160.000 opgenomen voor de dekking van de kosten van de nachttrein. Omdat in 2023 nog geen nachttrein rijdt en dus geen kosten hiervoor gemaakt worden, kan deze onttrekking vervallen. Reserve herplantfonds Aan deze reserve worden de van derden verkregen middelen toegevoegd die ontvangen worden voor de afkoop van de herplant van bomen bij het verlenen van een kapvergunning. Gemiddeld wordt een bedrag van € 20.000 hiervoor ontvangen en toegevoegd aan de reserve. Dit is reeds verwerkt in de meerjarenbegroting.
36
Aanvullend daarop stellen wij in deze voorjaarsnota een onttrekking van € 74.000 voor aan de reserve herplantfonds. In 2023 worden in de Diamantstraat 10 en op het J.P. Thijsseplein 5 extra bomen geplant. De kosten voor de aanplanting en nazorg van de bomen wordt gedekt vanuit de reserve herplantfonds. Algemene reserve Het beginsaldo van de reserve bedraagt afgerond € 77 miljoen. In dit saldo en de mutaties 2023 is de resultaatbestemming van € 12,2 miljoen zoals voorgesteld bij de jaarrekening 2022 al betrokken. Een algemene reserve is bedoeld als buffer (weerstandscapaciteit) voor het opvangen van financiële tegenvallers. Als gemeente willen wij een buffer in stand houden en de algemene reserve versterken. Om deze reden wordt in 2027, net als in voorgaande jaren, een behoedzaamheidsbuffer gevormd à € 2,5 miljoen. De reserve kan in financieel mindere tijden worden aangewend. TOZO (mutatie 2023 reeds opgenomen in programmabegroting 2023) Het doel van deze reserve is middelen beschikbaar te houden voor de afrekening met de regiogemeenten en voor nog te maken toekomstige TOZO-lasten. Voor een drietal verschillende onderdelen is de organisatie de komende jaren nog mee bezig met de uitvoering: debiteurenbeheer TOZO-bedrijfskapitaal, Uitvoering beleid Misbruik & Oneigenlijk gebruik en Terugvorderen/ debiteurenbeheer verstrekte TOZO-uitkeringen levensonderhoud.
De komende jaren worden deze uitgaven gedekt vanuit de TOZO-reserve. De onttrekking van € 0,350 miljoen in 2023 is al verwerkt in de begroting 2023. Decentrale loonruimte (mutatie 2023 reeds opgenomen in programmabegroting 2023) Het doel van deze bestemmingsreserve is het voldoen aan de afspraken met het Lokaal overleg dat de niet in enig jaar bestede middelen voor de decentrale arbeidsvoorwaarden worden gereserveerd voor toekomstige uitgaven op dit terrein. In de begroting is een structureel bedrag van 0,1 % van de loonsom (= € 38.000) opgenomen voor het decentrale arbeidsvoorwaardenoverleg. Corona herstelagenda (separaat raadsvoorstel) Het doel van de reserve Corona herstelagenda is het dekken van de herstelmaatregelen na de coronacrisis die zijn opgenomen in de vastgestelde Corona herstelagenda.
2.6 Financieel Meerjarenperspectief 2023-2027 Onderstaande tabel toont het financiële beeld op basis van de ontwikkelingen in deze voorjaarsnota. (-/- begrotingsoverschot en een + is een begrotingstekort) Omschrijving
Beginstand Voorjaarsnota 2023
Bedragen x 1.000 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2027 2023 2024 2025 2026 -155
-670
-830
-830
-9.131
458
5.222
3.758
1.107
11.380
Actualisatie bestaand en nieuw beleid
4.730
6.824
5.981
4.475
4.544
Totaal ontwikkelingen
5.187
12.045
9.738
5.582
15.924
Ontwikkelingen Voorjaarsnota 2023 Autonome ontwikkelingen
37
Actuele stand na de voorjaarsnota 2023
5.032
11.375
8.908
4.752
6.793
Dekkingsplan Gelet op ons financieel meerjarenperspectief is het noodzakelijk keuzes te maken. In dit dekkingsplan doen wij voorstellen om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. (-/- begrotingsoverschot en een + is een begrotingstekort) Omschrijving Actuele stand na de voorjaarsnota 2023
Bedragen x 1.000 Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 5.032 11.375 8.908 4.752 6.793
Dekkingsplan - inzet stelposten autonome en nominale ontwikkelingen Dekkingsplan - inzet behoedzaamheidsbuffer
-2.000
-3.500
-3.500
-3.500
-1.000
-1.500
-1.500
-1.500
Dekkingsplan - Inzet algemene reserve
-5.032
-8.375
-3.908
Totaal dekkingsplan
-5.032
-11.375
-8.908
-5.000
-5.000
0
0
0
-248
1.793
Actuele stand voorjaarsnota 2023 na inzet dekkingsplan
Inzet stelposten autonome en nominale ontwikkelingen In de jaren 2024 - 2027 worden de stelposten ter compensatie van autonome en nominale ontwikkelingen aangewend. Daarbij maken wij de kanttekening dat de loon effecten, die gekoppeld zijn aan de nog af te sluiten gemeente CAO 2024, nog onbekend zijn. Om deze reden wordt uit voorzichtigheidsprincipe de stelpost autonome en nominale ontwikkelingen in 2024 slechts ten dele ingezet, namelijk voor € 2 miljoen. De resterende € 1,5 miljoen in 2024 kan eventueel op een later moment worden aangewend ten behoeve van een eventuele looncompensatie 2024 die nog niet in de begroting is opgenomen. In de jaren daaropvolgend wordt er jaarlijks € 3,5 miljoen ingezet ter compensatie van de autonome en nominale ontwikkelingen. Inzet behoedzaamheidsbuffer In de jaren 2024 en 2025 wordt de behoedzaamheidsbuffer volledig ingezet. In de jaren 2026 en 2027 wordt de behoedzaamheidsbuffer deels ingezet. Uit voorzichtigheidsprincipe wordt de buffer in 2026 en 2027 niet voor de volledige omvang aangewend. In 2026 resteert er nog een saldo van € 0,5 miljoen en in 2027 resteert er een saldo van € 1 miljoen. Inzet algemene middelen In 2023, 2024 en 2025 wordt een deel van de algemene middelen aangewend om het resterende begrotingstekort terug te brengen naar 0.
Bij de vaststelling van de programmabegroting is besloten afgerond € 33 miljoen toe te voegen aan de algemene reserve. Deze toevoeging vindt plaats in de jaren 2023 - 2026. In 2023, 2024 en 2025 wordt tegelijkertijd een deel van deze middelen ingezet ter dekking van het begrotingstekort. (-/- onttrekking aan de reserve en een + is een toevoeging aan de reserve) Omschrijving Begroting Begroting 2023 2024 Toevoeging algemene reserve zoals opgenomen in 5.286 9.916 de programmabegroting 2023 Inzet algemene reserve ter dekking van het -5.032 -8.375 begrotingssaldo in deze voorjaarsnota
38
Begroting 2025 15.518 -3.908
Bedragen x 1.000 Begroting Begroting 2026 2027 2.583 0
Toevoeging aan de algemene reserve in dit meerjarenbeeld in deze voorjaarsnota.
254
1.541
11.610
2.583
0
3 - Uitgangspunten begroting 2024-2027 Inleiding In dit hoofdstuk presenteren wij de voorgestelde kaders en uitgangspunten voor de begroting 20242027. Algemeen De prijzen van goederen en diensten zijn aan inflatie onderhevig. Inflatie treedt op wanneer er sprake is van een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten (niet alleen van individuele producten). Dit heeft als resultaat dat je vandaag minder kunt kopen voor € 1 dan gisteren. Als gevolg van eventuele inflatie kan in de toekomst minder maatschappelijk effect gerealiseerd worden dan met hetzelfde geld nu. Om de maatschappelijke doelstellingen te kunnen blijven realiseren maken wij jaarlijks de overweging om budgetten (deels) te corrigeren voor de inflatie. Het is en blijft immers een politieke overweging om de extra kosten af te wegen tegenover het gewenste maatschappelijke effect. Hoofdlijnen In de onderstaande tabel presenteren wij de hoofdlijnen van de uitgangspunten: Omschrijving Onroerendzaakbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing
Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)
Uitgangspunt Consumentenprijsindex CPI-maart Kostendekkend/ Consumentenprijsindex CPI maart Kostendekkend/ CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen) Consumentenprijsindex CPI-maart
Lonen en pensioenpremie
CAO en/of maartraming, loonvoet sector overheid (CPB)
Investeringen onderwijshuisvesting Investeringen (en kosten) gemeentelijk watermanagement plan (rioleringen) Uitgaande subsidies Marktgelden Overige lokale leges, rechten en heffingen (Reken)rente
BDB-index (maart) CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen) Consumentenprijsindex CPI-maart Consumentenprijsindex CPI-maart Wettelijk vastgesteld tarief Berekende omslag
39
Begroten in onze gemeente Hilversum Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar is het prijspeil van het huidige begrotingsjaar. De begroting bestaat hierdoor meerjarig uit structurele (gelijke) budgetten, waarbij deze budgetten worden aangevuld met incidentele budgetten. Voorbeelden van deze incidentele budgetten zijn de verwachte lasten en baten voortkomend uit grondexploitaties, maar ook bijvoorbeeld incidentele budgetten vanuit het coalitieakkoord. Voor een aantal budgetten hanteren wij echter niet hetzelfde prijspeil. Bij deze budgetten houden wij meerjarig rekening met toekomstige ontwikkelingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de algemene uitkering, de onroerendzaakbelasting en de stelpost autonome en nominale ontwikkeling.
Categorie Algemene uitkering
Wijze van begroten Bij de algemene uitkering sluiten we aan bij de circulaires van het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds gaat uit van stijgende uitgaven en compenseert de gemeenten hiervoor. Dit gebeurt met het zogenaamde accres. De gemeente heeft hier in mindere mate invloed op.
Onroerendzaakbelasting
Meerjarig (de jaren volgend op het begrotingsjaar) gaan wij bij de onroerendzaakbelasting uit van een jaarlijks stijgende opbrengst. Hierbij hanteren wij het uitgangspunt dat de totale woonlasten niet meer stijgen dan de inflatie (CPI-raming maart) en een stijging van 350 woningen per jaar in de aantallen. In de programmabegroting wordt een stelpost autonome ontwikkelingen opgenomen. De stelpost kan worden ingezet ter compensatie van autonome ontwikkelingen. Deze betreft jaarlijks € 1.500.000 (hoogte is historisch bepaald).
Stelpost autonome ontwikkelingen
Stelpost nominale ontwikkelingen
Jaarlijks hogen wij de stelpost vanaf het laatste jaar structureel op met € 1.500.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2027. In de programmabegroting wordt een stelpost nominale ontwikkelingen opgenomen. Deze stelpost kan worden ingezet ter compensatie van de nominale ontwikkelingen. Deze betreft jaarlijks € 2.000.000 (hoogte is historisch bepaald). Jaarlijks dient de stelpost vanaf het jaar t+3 eveneens structureel opgehoogd te worden met € 2.000.000. In deze Voorjaarsnota hebben wij dit verwerkt voor het begrotingsjaar 2027.
40
Indiceren in onze gemeente De begroting bestaat uit meerdere kostensoorten, welke ieder anders op inflatie reageren. Per categorie hanteren wij een andere afweging/werkwijze om de begroting op te stellen naar het prijspeil van het begrotingsjaar. Wij onderscheiden de volgende categorieën.
Categorie Onroerendzaakbelasting (OZB)
Wijze van begroten Het OZB-tarief volgt uit de bij de begroting opgestelde woonlasten notitie. Bij de vaststelling van de totale woonlasten worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Stabiele meerjarige tarieven en Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage. Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de Nationale Consumentenprijsindex. Het inflatiepercentage voor het toekomstige jaar (begrotingsjaar) is gebaseerd op de CPI-raming peildatum maart van het huidige jaar.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie ‘woonlasten’).
Afvalstoffenheffing
Onze uitgangspunten bij het bepalen van de afvalstoffenheffing zijn:
Rioolheffing
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) De uitgangspunten bij het bepalen van de rioolheffing zijn:
Woonlasten als geheel (OZB, riool- en afvalstoffenheffing)
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage van maart.
99% Kostendekkend (De kosten mogen, op basis van wet- en regelgeving, maximaal 100% kostendekkend zijn). Stabiele meerjarige tarieven. Voor het begrotingsjaar een stijging van het tarief ten opzichte van voorgaand jaar met de CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen). Dit is in lijn met het vastgestelde GWP 2021-2026.
Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven (zie ook categorie “woonlasten”) Uitgangspunten voor de woonlasten zijn: Bij de gezamenlijke woonlasten beoordelen wij of voldaan wordt aan het coalitieakkoord. Hierin is het volgende opgenomen: “De gemiddelde woonlasten stijgen jaarlijks niet meer dan het 41
inflatiepercentage”.
(Reken)rente
Investeringen (afschrijvingen)
Dit betekent een stijging van de woonlasten ten opzichte van voorgaand jaar met het CPI-percentage, peildatum maart. Gezien de voorschriften ten aanzien van het minimaal kostendekkend zijn van de riool- en afvalstoffenheffing dienen hiervoor veelal de OZB-tarieven aangepast te worden. Jaarlijks wordt, bij het opstellen van de programmabegroting, de politieke afweging gemaakt of bovenstaande uitgangspunten gehandhaafd blijven. De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere macroeconomische ontwikkelingen. Voor de toerekening van de rentelasten wordt gebruik gemaakt van de rente-omslagmethode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen en verstrekte geldleningen. Deze rentelasten wordt vervolgens d.m.v. het rente omslagpercentage verdeeld over de programma's (onderdeel van de kapitaallasten op investeringen). Zodra de afwijking tussen de gehanteerde omslagrente en de werkelijke rentelast groter wordt dan 0,5% dient de gehanteerde omslagrente aangepast te worden.
Aanpassingen kunnen worden doorgevoerd via de voorjaarsnota en/of programmabegroting (Het rente omslagpercentage komt voor 2023 uit op 1,4% (2022: 1,4%) Investeringen zijn eveneens onderhevig aan de nominale ontwikkelingen en worden beïnvloed door loon –en prijsaanpassingen. De investeringen verschillen van elkaar in aard en omvang. Om deze reden worden investeringen niet standaard geïndexeerd. Investeringen worden beoordeeld en eventueel bijgesteld op individueel niveau.
Onderwijshuisvesting (investeringen)
In lijn met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden de investeringen onderwijshuisvesting jaarlijks geïndexeerd met de BDB-index (maart). Dit gebeurt jaarlijks bij de voorjaarsnota. Het ophogen van de investeringskredieten zorgt op termijn voor een toename van de rente en afschrijvingslasten, ofwel kapitaallasten.
Riolering (investeringen)
In lijn met het Gemeentelijk Watermanagement Plan (GWP) worden de investeringen jaarlijks geïndexeerd met het CBS-prijsindex voor de GWW-sector maart (deelgebied 4221, Werken voor vloeistoffen).