Verslag raadsvergadering d.d. 9 december 2020
Tekst van het document
MOTIE M 20-117 ‘HERSTEL MINIMAREGELINGEN 130%’ Motie M 20-117 ‘Herstel minimaregelingen 130%’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 9 december 2020, behandelende de motie vreemd aan de orde van de dag; constaterende dat: de gemeenteraad van Hilversum in juni 2019 heeft besloten de minimaregelingen uit te breiden naar de doelgroep inwoners met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum;
HI20201209
37
met deze uitbreiding de keuze werd beoogd de minimaregelingen ook toegankelijk te maken voor de ‘werkende armen’; voor de implementatie van deze maatregel in 2020 € 150.000,- was gereserveerd; voor de uitvoering van het nieuwe minimabeleid vanaf 2020 een uitbreiding van de formatie in de begroting van 2020 en verder is verwerkt; deze uitbreiding in 2020 5,5 fte was en vanaf 2021 3,5 fte structureel; overwegende dat: bij de Kadernota 2020 als zoekrichtingen voor bezuinigingen is voorgesteld de grens van 130% van het wettelijk sociaal minimum los te laten en daarvoor 120% te gaan hanteren; deze zoekrichting bij de Begroting 2021 is vastgesteld uitgezonderd de doelgroepen kinderen in armoede en chronisch zieken en gehandicapten; de besparing die hiermee gemoeid is (ongeveer € 150.000,-) op het totaal van de gemeentelijke begroting relatief gering is; de besparing voor de doelgroep wel een grote impact heeft, namelijk uitsluiting van de inwoners met een inkomen tussen de 120 % – 130% van het wettelijk sociaal minimum; voorts overwegende dat: de raad via het raadsdashboard sociaal domein met regelmaat wordt geïnformeerd over een aantal aspecten van de uitvoering; uit deze informatie blijkt dat het bereik onder de doelgroep werkende armen slechts 32% is; voor 2020 een onderbesteding wordt verwacht van € 450.000,-; de verwachting is uitgesproken dat de doelgroep
met een inkomen tussen de 110% – 130% van het wettelijk minimumloon door de effecten van de coronacrisis zal groeien; het totale bereik van de gemeentelijke minimaregelingen onder het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk minimumloon slechts 42% is, van oordeel dat: de verwachte onderbesteding van € 450.000,- beschikbaar hoort te blijven voor de doelgroep waarvoor deze middelen bedoeld waren; met het beschikbaar houden van deze middelen onderbesteding de noodzaak voor de bezuiniging op de omvang van de doelgroep zoals verwerkt in de begroting 2021 niet meer noodzakelijk is; verzoekt het college: de onderbesteding op de minimaregelingen 2020 te bestemmen voor het ongedaan maken van de bezuiniging op de minimaregeling 2021; deze regelingen weer open te stellen voor de doelgroep met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 20-117 van de PvdA) Mevrouw KALK licht de motie toe. De raad heeft in 2019 besloten om de norm om in aanmerking te komen voor minimaregelingen te verhogen van 120% van het wettelijk minimumloon tot 130% van het wettelijk minimumloon, zodat ook de groep werkende armen bereikt kon worden. Juist voor mensen met banen in de horeca, de schoonmaaksector of de zorg zijn het vaak welkome aanvullingen op inkomens, waarvan je maar net rond kunt komen en vaak ook net niet.
In de Begroting 2021 is deze norm weer gesneuveld vanwege een bezuiniging, wat blijkbaar kon op deze kwetsbare inkomensgroep. Die bezuiniging van € 150.000,- vond de PvdA al onnodig en niet in balans. De bezuiniging treft duizend huishoudens, welk aantal zal groeien door de coronacrisis, omdat de klappen vallen in de horeca, onder zzp’ers, mensen met nulurencontracten en mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Die bezuiniging wordt dubbel zuur nu er dit jaar € 450.000,- over lijkt te blijven, doordat de doelgroep niet wordt bereikt. Het bereik van de minimaregelingen is maar 42% en de meeste mensen kennen de regelingen niet. De vraag is gerechtvaardigd waarom de bezuiniging in 2021 nog steeds nodig zou zijn. Als het niet uitgegeven geld wordt meegenomen naar 2021 en bij reservering van het geld voor de doelgroep HI20201209
38
blijft er nog steeds geld over. Daarom heeft zij de motie ingediend. De dekking ligt in de onderbesteding van 2020. Hoe dat overhevelen moet met een begrotingswijziging of anderszins laat zij aan de vindingrijkheid van het college. Zij wil het goede doen voor de groep werkende armen, door de regeling in elk geval voor 2021 in stand te houden voor die groep die nu al zwaar wordt getroffen door de coronacrisis. Mevrouw WOLTHERS (wethouder) legt uit dat de raad bij de begroting keuzes heeft gemaakt om die meerjarig sluitend te krijgen, die op elke portefeuille zijn weerslag heeft gehad. Dat er dit jaar geld over is wil niet zeggen dat dat volgend jaar ook zal zijn, ook vanwege het proberen om het bereik onder de doelgroep te vergroten. Daarom ontraadt zij de motie, omdat de incidentele onderschrijding geen direct resultaat kan hebben in het structureel maken van dit soort regelingen. Mevrouw KALK vraagt voor 2021 op basis van het overblijvend budget in 2020 een herstelmaatregel te treffen. Deze groep wordt nu door de coronacrisis extra hard getroffen. De hardvochtigheid in beleid kan er dit jaar uitgehaald worden. In 2022 kan op basis van de verkiezingsuitslag bezien worden wat de verdere oplossing is. Keuzes bij de begroting zijn ingegeven door een verwachte noodzakelijkheid, die er niet blijkt te zijn. Daarom vraagt zij om daarmee anders om te gaan.
Mevrouw VERWEIJ vraagt of de onderschrijding al in de Begroting 2021 is ingeboekt. Mevrouw WALTERS (wethouder) antwoordt dat dat nog niet is gebeurd. Bij de jaarrekening is eerst een besluit nodig of er een feitelijke onderschrijding is. In de Begroting 2021 is de bezuiniging wel ingeboekt. Mevrouw VERWEIJ ziet dat het geld nog vrij is en vindt het een kleine moeite om dat uit te geven aan mensen die dat hard nodig hebben. Mevrouw WALTERS (wethouder) legt uit dat over onderschrijdingen in totaliteit bij de jaarrekeningbehandeling wordt besloten. Mevrouw KALK vraagt daarop een uitzondering te maken. De motie wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 8 tegen 28 stemmen verworpen, met het lid Yorulmaz van het CDA, de PvdA, de SP, de ChristenUnie en Hilversums Belang voor. 18
MOTIE M 20-118 ‘ZORG OM ZORG’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op woensdag 9 december 2020; constaterende dat: • er afgelopen weken zorg om zorg (inkoop) is ontstaan; • verschillende zorgorganisaties rechtszaken tegen de regio (dus de gemeenten) hebben aangespannen; • verschillende zorgorganisaties zich niet meer hebben ingeschreven voor onder meer dagbesteding voor senioren en jongeren en daardoor de zorg die zij bieden, in de nabije toekomst, niet meer zullen aanbieden; • er schijnbaar een nieuw ‘product’ in de kinderopvang is (BSO+) wat soelaas moet gaan bieden voor jeugdigen die een zorgindicatie op basis van de jeugdwet hebben; • er over het beschikbare aanbod, eventuele -snel beschikbare- alternatieven, garantie op doorlopende zorg, de termijn wanneer die alternatieve zorg beschikbaar is, de tarieven en mogelijkheid om kwaliteitszorg te kunnen leveren, onrust en onvrede is bij zowel vele (ouders en partners) als meerder (grote) zorgaanbieders;
HI20201209
39
•
onduidelijk is welke alternatieven er (tijdig) beschikbaar zijn en of deze voldoen aan de vraag; • onduidelijk is of als er zorgaanbieders stoppen extra investeringen nodig zijn in bijvoorbeeld buurten en wijken, welzijn of anderszins. En wie dat gaat betalen. De regio of de gemeente Hilversum; • het college van Hilversum de gemeenteraad van Hilversum mager geïnformeerd en betrokken heeft, over en bij, de aard, ernst van problemen en oplossingsrichtingen van het Hilversums college (al dan niet met de Regio Gooi en Vechtstreek) met betrekking tot de zorginkoop; verzoekt het college: • te garanderen dat passende zorg (zoals geïndiceerd op basis van de Wmo en Jeugdwet) beschikbaar is en blijft voor de mensen die dit gebruiken; • de gemeenteraad zo snel als mogelijk doch uiterlijk vóór 1 januari 2021 actief en volledig schriftelijk te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de zorginkoop, problemen die spelen, oplossingen voor problemen en overige relevant en actuele zaken. En vóór de gemeenteraad van 3 maart 2021 een commissie te beleggen over specifiek de zorginkoop en stand van zaken met betrekking tot knelpunten en oplossingen; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 20-118 van de SP) Mevrouw VERWEIJ licht de motie toe. De wethouder heeft gezegd het gestelde in de motie te wensen.
Die opdracht wil zij daarom bekrachtigd zien, omdat het een gezamenlijke wens is. De wethouder heeft gezegd passende zorg te agenderen en zij wil de raad de kans laten pakken om in charge te zijn en het dossier goed te laten volgen. Mevrouw WALTERS (wethouder) heeft al genoeg over passende zorg gezegd en heeft al aangegeven een informatiebrief te sturen. De raad blijft dus goed op de hoogte en zij ontraadt de motie. Mevrouw VERWEIJ roept de raad op toch voor de motie te stemmen, omdat die nadrukkelijk grip moet krijgen op de situatie. Het onderwerp wil zij door de raad laten bespreken. De motie wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 9 tegen 26 stemmen verworpen, met de stemmen van het CDA, de PvdA, de SP en Democraten Hilversum voor. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.58 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2021, de griffier, de voorzitter,
P.M.H. van Ruitenbeek
HI20201209
P.I. Broertjes
40