CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering d.d. 6 en 7 juli 2021 - 1e deel

GEMEENTERAAD 15 september 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen verslagen raadsvergaderingen d.d. 6/7 juli en 13 juli 202125.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een van de antwoorden was goede, valideerbare en objectieve data te geven om te zorgen dat er geen discussie ontstaat over de aanleiding en waarom het gaat. Daartoe is ook de foto van de stad gebruikt. Toen die is geagendeerd waren er vanwege corona twee maanden geen raadsvergaderingen. Dat waren allemaal noodzakelijke stappen om uiteindelijk tot een goed besluit te komen. Geprobeerd een proces daartoe in te richten en om diverse redenen is het college daarin niet geslaagd. Hij geeft de heer Göbbels gelijk dat op het moment dat het Sleutelgebied in regionaal verband voor het eerst voorbij kwam hij en het college hebben onderschat hoe daarmee moest worden omgegaan. Het college zag het Sleutelgebied als een kans om hulp en subsidie voor bestaande plannen binnen te halen. Die bestaande plannen zijn in eerste instantie dan ook ingediend. Het lobbyen voor steun voor bestaande projecten is business as usual. Toen duidelijk werd dat dat onvoldoende steun zou krijgen en mogelijk iets anders moest worden gedaan is in minder dan tien dagen gewerkt aan een verhaal richting de raad. Een jaar ervoor begon het project al te lopen en dat hebben hij, het college en het politieke systeem onderschat. De heer BLOK is van mening dat het college tot de geheime vergadering van 13 november 2019 bewust de raad niet heeft geïnformeerd.

Het college gaat de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport overnemen, maar niet dat het tot 13 november 2019 bewust informatie heeft achtergehouden. Er moet volgens hem een erkenning komen dat het college dat bewust heeft gedaan, wat volgens de Rekenkamer een feit is. Mevrouw VAN DE LINDE merkt op dat het college ervoor heeft gekozen om de raad in een sessie te informeren. Het college heeft gewacht tot die sessie. Dat wil volgens haar niet zeggen dat het college dan een keuze maakt om informatie achter te houden. Je maakt namelijk een keuze om de raad op een bepaalde wijze te informeren, de dag na de aanmelding voor het Sleutelgebied. De heer Blok kan proberen dat te draaien naar iets onoirbaars, maar dat constateert de Rekenkamer volgens haar niet. De heer BLOK meent dat mevrouw Van de Linde zelf draait. Het rekenkamerrapport concludeert namelijk zijns inziens dat het college bewust tot 13 november 2019 informatie heeft achtergehouden over het Sleutelproject. Dat is volgens hem een feit. Het college zou kunnen zeggen dat te spijten. Daarvoor zou HI20210706

35

een motie van wantrouwen kunnen gelden, maar in overleg met andere fracties heeft hij besloten dat een berisping beter en eerlijker is. Mevrouw VERWEIJ leest in de bestuurlijke brief dat het college enthousiast en blij was en op de trein sprong. Het college was vergeten de raad te informeren, waarna de Rekenkamer adviezen moest geven. Als oplossing in de bestuurlijke brief staat een meer handelingsgerichte Regionale Samenwerkings Agenda. De patronen van handelen zijn er volgens het college niet per se, maar die herkent zij ook bij de GAD, de verduurzamingsstrategie en de MRA. Het gaat erom dat het college een modus vindt om de gemeenteraad eerder bij het onderwerp te betrekken. Zij vraagt of het college bereid is om de Hilversumse gemeenteraad beter in positie te brengen bij de MRA. De heer VOORINK (wethouder) verklaart zich daartoe gaarne bereid. Om een goed gesprek te voeren en het goede voor inwoners te doen is het van belang elkaar op te zoeken. Daarvoor is nodig dat het college onderwerpen zo goed en intelligent mogelijk bij de raad brengt. Het college kreeg op 4 november 2019 het bericht dat er nog een kans was om zich voor een Sleutelproject aan te melden. Het college heeft daarover op 5 of 6 november gesproken. De week daarna is een besluit genomen en dezelfde dag heeft het college de raad een brief gestuurd dat de dag daarop een mededeling zou worden gedaan.

Beter was het geweest de raad op 4 november kond te doen van het verzoek van de MRA en dat het college zou kijken of dat zou lukken. Zodra het college meer informatie had en een standpunt had ingenomen had een gesprek met de raad kunnen volgen. Zeer de vraag is of binnen zo’n korte tijd iets richting de MRA en de gemeenteraad kon worden meegedeeld. Hij heeft niet het gevoel bewust informatie te hebben achtergehouden, omdat er niet veel anders was te melden dan het MRA-verzoek. Mevrouw VERWEIJ vraagt of de wethouder bereid is te verkennen wanneer momenten zich voordoen om de raad proactief te informeren, zoals bij de regio, de MRA en de ROM. De heer VOORINK (wethouder) verklaart zich daartoe uiteraard bereid. Bij belangwekkende stukken waarover de raad niet eerder een kaderstellend standpunt heeft ingenomen moet het college met de raad daarover in gesprek. Mevrouw KALK vraagt de wethouder dan ook anders te kijken naar vanuit de raad gestelde vragen, zoals over de governance van de MRA, wat alles te maken heeft met de invulling van de informatieplicht. De wethouder kan meer gebruik maken met aangeboden hulpmiddelen, wat te maken heeft met politieke sensitiviteit. Zij wil weten hoe de wethouder die wil ontwikkelen. De heer VOORINK (wethouder) acht zichzelf best goed op het punt van politieke sensitiviteit, maar hij maakt ook soms fouten.

Hij kan slechts beterschap beloven, bijvoorbeeld om bij het onderwerp ‘onderwerpen vanuit de regio’ in commissievergaderingen meer met de commissie/raad van gedachten te wisselen. Wellicht kan het komen tot een strategische agenda waarover het bij de ROM en de MRA het komende jaar zou moeten gaan, zodat zonder tijdsdruk op het goede moment het goede gesprek te voeren is. Mevrouw KOOLOOS herinnert eraan dat in het verleden diverse wethouders over te grote projecten en dossiers zijn gestruikeld, zoals het Philipsterrein. De raad wil serieus genomen worden en tijdig worden geïnformeerd. Zij zegt dank voor de houding van de wethouder in dezen. De heer VOORINK(wethouder) ontkent dat een wethouder over het Philipsterrein is gestruikeld, omdat hij zelf portefeuillehouder daarvan is en hij nog op zijn post zit. Hij erkent dat er manieren genoeg zijn om de raad indien nodig snel op te zoeken. Het doel is om het werk zo te organiseren dat men elkaar niet verrast en dat men tijdig ziet aankomen waarmee de politiek de komende tijd druk wordt. Tweede termijn Mevrouw VERWEIJ wil met de wethouder en het college nadenken hoe de raad beter te informeren is. De vraag die nog is blijven liggen gaat over erkenning van het door het college fout handelen, namelijk te laat informatie verstrekken en het niet geven van inlichtingen.

De hoe-vraag in het kader van beterschap is voor haar de kernvraag en is meer dan het maken van een handelingsgerichte Regionale Samenwerking Agenda. Misschien moet de gemeente beter in de MRA met meer zeggenschap worden HI20210706

36

gepositioneerd. Er was een MRA-publicatie buiten medeweten van de raad, waarvoor de wethouder sorry zou moeten zeggen, omdat het over groten belangen en veel geld gaat, evenals de Hilversumse inwoners. De heer BLOK blijkt het uit de collegeverslagen dat het college de aanmelding van het Sleutelproject een week voor 13 november 2019 schriftelijk heeft goedgekeurd. Het college heeft dus een week de tijd gehad om die aanmelding ook naar de raad te sturen. Hij handhaaft motie M 21-96 en hoopt dat allen die steunen. Mevrouw KALK betoogt dat zowel de politieke sensitiviteit als het respect voor de raad beter moeten om het patroon van de laatste jaren te kunnen doorbreken. De voltallige oppositie vindt overigens het voorstel niet rijp voor besluitvorming. Dat vindt zij niet de juiste manier van besturen en zij hoopt dat de wethouder dat met haar eens is. De heer GÖBBELS neemt het college de druk op het nemen van het besluit kwalijk. Het college zat in een tunnelvisie en was blind en doof voor signalen uit de samenleving. Pas toen er 37 buurt- en wijkverenigingen bij het raadhuis verschenen kwam het college rijkelijk laat tot inkeer. De heer VOORINK (wethouder) heeft de druk van de niet door het college bedachte tijdlijn ook altijd zo gevoeld. Dat maakte dat het college ook meende zo te moeten handelen. De druk was een van de ergste dingen aan het proces.

Veel liever had hij een omgevingsvisie als kader gehad, waaraan beslissingen te toetsen zouden zijn. Tijdsdruk heeft dus veel met het proces gedaan. Het collegebesluit om het Sleutelproject aan te melden is niet op 5 november 2019 genomen, maar op 12 november 2019. Op 5 november is besloten hard aan het werk te gaan om te kijken met iets te kunnen komen om bij de MRA in te dienen. Er zijn heel veel zinnige dingen gezegd en hij ziet uit naar de gesprekken na de zomer, ook over de vraag of de sensitiviteit te vergroten is. Daarin moeten allen elkaar helpen. De belangrijkste aanbeveling vanuit het rekenkamerrapport is met elkaar aan de slag gaan ter verbetering. Raad en college zijn het de inwoner verschuldigd om dergelijke projecten in de toekomst beter te organiseren. De VOORZITTER deelt mee dat de heer Koç de vergadering heeft verlaten. Mevrouw VERWEIJ herhaalt haar vraag of het college bereid is om af te treden. De heer VOORINK (wethouder) denkt dat dat niet zou helpen. Hij zou dat wel doen als hij betrapt zou zijn op het de raad met een kluitje in het riet sturen. Daarvan is echter geen sprake. Het college wil van de zaak leren en beter optreden. Het rekenkamerrapport geeft het college geen aanleiding om op te stappen. Het college kan in samenwerking met de raad stappen te zetten om hieruit te leren en het met elkaar beter te doen.

De VOORZITTER concludeert dat mevrouw Kalk de aangevraagde schorsing van de vergadering niet meer nodig vindt. Amendement A 21 -119 van Democraten Hilversum, ‘Aanscherping conclusies’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 11 tegen 23 stemmen verworpen, met de stemmen van Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks en de ChristenUnie tegen (de heer Koç is niet bij de stemming aanwezig). De heer KRUIJSWIJK JANSEN legt een stemverklaring over motie M 2-96 af. De berisping van het college zit al in de conclusies van het rekenkamerrapport. Met het bespreken daarvan is volgens hem die berispring voldoende waargemaakt. Het uitspreken dat het college artikel 169 van de Gemeentewet moet navolgen lijkt hem de basis van de democratie. Het CDA ondersteunt de motie dan ook niet.

HI20210706

37

Mevrouw VERWEIJ meent dat de berisping een motie van wantrouwen zou moeten zijn. Het college heeft echter beloofd na de zomer boter bij de vis te doen. De SP zal eventueel met andere fracties actief het initiatief nemen dat dat ook gebeurt. Dan verwacht zij volledige medewerking van het college. Zij stemt tegen motie M 21-96. Motie 21-96 van Hilversums Belang, ‘Berisping en verbetering’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 4 tegen 30 stemmen verworpen, met de stemmen van de PvdA, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor (de heer Koç is niet bij de stemming aanwezig). Het voorstel van de griffier over het rekenkameronderzoek en evaluatie aan- en afmeldproces van Hilversum als sleutelgebied bij de MRA wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 33 stemmen voor en 1 stem tegen aangenomen, met de stem van Democraten Hilversum tegen (de heer Koç is niet bij de stemming aanwezig). 19.

CONCEPT VERSTEDELIJKINGSSTRATEGIE MRA: WENSEN, OPVATTINGEN EN BEDENKINGEN

De VOORZITTER merkt op dat het gaat om ambities, beleid en projecten van de regio Gooi en Vechtstreek en Hilversum en hoe die in de verstedelijkingsstrategie zijn verwerkt. Er zijn wensen, opvattingen en bedenkingen geformuleerd. Op correctie van enkele kaartbeelden en toelichtingen is aangedrongen. Ook zijn er voorstellen voor het aanpassen van het proces. Uiteindelijk moet dat eind in 2022 tot finale besluitvorming komen. De heer SLINGERLAND onderschrijft de conclusies en aanbevelingen opgenomen in het rekenkamerrapport over de aan- en afmelding van het Sleutelgebied. Samen met Hilversums Belang dient hij daarom motie M 21-114 in, om de daad bij het woord te voegen.

Motie 21-114 ‘Scope investeringsvoorstellen MRA-verstedelijkingsstrategie “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 en 7 juli 2021, ter behandeling van het Verstedelijkingsconcept MRA (versie II), inzake wensen, opvattingen en bedenkingen; overwegende dat:  het van belang is dat de raad aan het begin van elk nieuw traject in de MRAverstedelijkingsstrategie duidelijke kaders meegeeft;  het de raad tot dusverre soms onduidelijk is gebleken in welke fase de verschillende onderdelen van de MRA -verstedelijkingsstrategie zich bevinden (potentie, idee, ambitie, plan, afspraak);  het college aangeeft dat de MRA-verstedelijkingsstrategie nu alleen gaat over de plannen, waar de Raad al kaders voor heeft gesteld;  er genoeg ruimte voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties moet zijn om in de Omgevingsvisie 2040 te komen tot aanvullende kaders; verzoekt het college:  bij de afspraken over de investeringsstrategie zich te beperken tot de plannen waar de raad al kaders voor heeft gesteld (Stationsgebied, Masterplan Arena Park 2.0, scenariokeuze Bruisend Hart, Gebiedsplan 1221) + tot investeringen die zien op een directe verbetering voor Hilversummers van de reistijden per trein;  om tijdig, dus ruim voorafgaand aan het overleg, waar een standpunt namens Hilversum wordt ingebracht, met de raad in overleg te gaan, mocht het college de wens voelen

om aanvullende investeringsafspraken te maken bij het BO-MIRT in november 2021; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-114 van Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) HI20210706

38

De Rekenkamer concludeerde dat de raad het had toegelaten dat die niet tijdig en volledig werd geïnformeerd, waardoor raad en college niet in staat zijn geweest de regie te nemen. Dat had te maken met een informatieachterstand van de raad. Daardoor had de raad niet het idee grip te hebben op het bestuurlijke proces. De Rekenkamer beval aan om voor meer grip te zorgen op het bestuurlijke en ambtelijke proces binnen de MRA. Dat is niet alleen een taak van het college, maar ook van de raad. Het gaat niet alleen om tijdig en adequaat informeren van de raad, maar ook om niet meer in regionale of bovenregionale overleggen op bestuurlijk en impliciet ambtelijk niveau zaken in te brengen, waarvoor de raad nog geen kaders heeft gesteld en/of tenminste is geïnformeerd en daarover zijn zegje heeft kunnen doen. In dit specifieke geval gaat het om de aankomende tijdsperiode in aanloop naar het bestuurlijke overleg MIRT van november 2021, in het bijzonder om zaken rondom de investeringsstrategie. Hij roept zijn collega-raadsleden op de motie te steunen om zodoende werk te maken van de meer genoemde aanbeveling terzake die de Rekenkamer heeft meegegeven. Mevrouw KALK merkt op dat het de eerste keer is dat de raad over de verstedelijkingsstrategie van de MRA heeft kunnen spreken, terwijl al heel veel gedoe over is geweest.

Niet over de strategie als zodanig, maar wel over de wijze waarop de strategie tot stand is gekomen en met welk draagvlak dat is gebeurd. Dat heeft alles te maken met wat de MRA is, een diffuse bovenregionale organisatie die geen democratische legitimatie kent. Die organisatie is wel een gesprekspartner voor het Rijk als het gaat om de economische ontwikkeling van de regio, maar waarin Hilversum niet direct is vertegenwoordigd. Die vertegenwoordiging verloopt via de regio. De wethouder die de regio Gooi en Vechtstreek in de MRA vertegenwoordigt is niet de gesprekspartner van de Hilversumse raad. Daarom liggen er nu ook twee zienswijzen over de verstedelijkingsstrategie voor, een van de regio en een van de gemeente Hilversum. Het lijkt alsof de meest wezenlijke vraag niet is gesteld. Ondanks alle mooie woorden over sociaal, de menselijke maat en inclusiviteit gaat het vooral over economie en de vraag hoe de regio blijft groeien, waarbij economische groei als een vanzelfsprekend doel wordt gezien. Niet één keer is gevraagd of groei altijd goed is of er grenzen aan groei kunnen zitten. De MRA vindt dat de groei niet ten koste van leefbaarheid kan gaan. De PvdA is het daarmee eens, maar de vraag is wat onder leefbaarheid wordt verstaan. Wethouder Voorink kwam niet verder dan een summiere beschrijving op basis van zijn eigen gevoel. Dat vindt zij niet goed.

De gemeente zou aan de voorkant duidelijkheid over begrippen moeten hebben om aan de achterkant verwarring te voorkomen. De PvdA is van mening dat er meer huizen mogen zijn. Verstelijking door inbreiding is echter maar een deel van de oplossing. Alleen inbreiden in het stadshart en de wijken rond OV-locaties kan niet zonder gevolgen voor leefbaarheid in die wijken. De reflectie daarop mist zij. Meer geld, banen, auto’s, mensen, vervoerbewegingen en uitstoot, maar meer is niet altijd goed. En hoeveel meer kan en wil de gemeente dragen? Dit type bezinningsvragen mist zij in de strategie en zienswijzen. Gesteld is dat de MRA als één stad fungeert, alleen niet voor iedereen. Zij is niet onder de indruk van de vele dooddoeners in de strategie. Het gaat om de menselijke maat, de hoge leefkwaliteit, de internationale oriëntatie op de scholen en de veerkrachtige economie. Dat zegt niet zoveel als tegelijkertijd sprake is van een toenemende segregatie en een afnemende kansengelijkheid en als men niet eens in staat is om te zorgen voor voldoende leerkrachten voor de klas. Amsterdam Zuidoost en Hilversum-Oost komen misschien wat nader tot elkaar, maar de afstand tot de grachtengordel of de villaparken van Hilversum blijven voor beide onoverbrugbaar en daar helpt het polycentrische model niet bij. Het schuurt naar haar mening.

Wat haar betreft zet de gemeente een andere stap en wordt een aantal vanzelfsprekendheden uit de strategie geschrapt. Het amendement daarover van Democraten Hilversum dient zij graag mede in. Mevrouw DEN DAAS is blij met de aanscherping van de regionale zienswijze op de conceptverstedelijkingsstrategie. Tegelijkertijd blijft zij ingenomen met de ondersteuning uit de MRA. Niet alleen Hilversum en de regio, maar heel Nederland staat voor nogal wat opgaven als het gaat om klimaat, energietransitie, landschap en de woningnood. Zij vindt het prima dat de gemeente Hilversum vraagt om meer ruimte en tijd voor een zienswijzenprocedure als de investeringsstrategie en het faseringsplan gereed zijn. Doordat het vervolgens HI20210706

39

onduidelijk is wanneer die procedure plaatsvindt en zij het wel belangrijk vindt dat dit meegegeven wordt aan de MRA dient D66 een amendement in om deze periode aan de zienswijze toe te voegen. Amendement A 21-116 ‘Verstedelijkingsconcept MRA – wensen, opvattingen, bedenkingen’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, ter behandeling van het verstedelijkingsconcept MRA – wensen, opvattingen en bedenkingen; constaterende dat:  in de voorliggende zienswijze meer tijd en ruimte wordt gevraagd voor zorgvuldige afweging en besluitvorming door raden en staten;  ook om een zienswijzenprocedure voor raden en staten wordt gevraagd, voor de elementen fasering en investeringsstrategie;  deze tijd pas ingeruimd kan worden na het bestuurlijk overleg meerjarenprogramma infrastructuur, ruimte en transport (BO-MIRT) eind november 2021; overwegende dat:  een zienswijzenprocedure tijd kost en bij voorkeur zo snel mogelijk na besluitvorming door Rijk en MRA volgt;  de procedure liefst door dezelfde raden en staten wordt doorlopen, als de raden en staten die ook de huidige conceptplannen beoordelen;  het vierde kwartaal 2021/begin van het eerste kwartaal 2022, daarvoor een logische tijdspanne lijkt; besluit: beslispunt 2 als volgt aan te passen: 2.

De bijgevoegde brief (bijlage 5) te versturen aan de regio Gooi en Vechtstreek, met dien verstande dat de zienswijze bij punt 3 als volgt wordt gewijzigd: de zin: ‘dat een zienswijzenprocedure nodig is voor gemeenteraden en PS voor de fasering en investeringsstrategie’ aan te vullen met: ‘’ en deze zienswijzenprocedure voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 af te ronden.’” (Amendement A 21-116 van D66 en Hilversums Belang) De heer VAN WAARDEN noemt de term ‘verstedelijking’ ongelukkig gekozen, omdat die niet alleen over bakstenen en beton gaat, maar ook over groen, water, kwaliteit van de leefomgeving en groei. Soms denkt hij wel eens dat Hilversum voor sommigen een Gallisch dorpje is dat dapper weerstand biedt aan de MRA, om die buiten de poorten te houden. Hij vindt Hilversum een prachtige tuinstad, trots onderdeel van de MRA. Van belang is dat de raad goed op de hoogte blijft en betrokken wordt bij ontwikkelingen. De MRA biedt kansen bij gemeenschappelijke opgaven en uitdagingen, waar gemeenten, Rijk en regio voor staan: wonen, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, bodemdaling, ecologie, energie en economie. GroenLinks kan zich dan ook vinden in de zienswijze en de amendementen A 21-116 van D66 en Hilversums Belang en A 21-114 van Hart voor Hilversum en Hilversums Belang). De heer GÖBBELS merkt op dat het college en GroenLinks zeggen: wij zijn de MRA.

De gemeente is dus in de driehoek bestaande uit de regio Gooi en Vechtstreek, de MRA en de gemeente drie keer aanwezig. De regio Gooi en Vechtstreek is echter helemaal niet aangehaakt, ook toen de MRA recent een brief aan de informateur stuurde. Hij citeert daartoe uit het resumé van het portefeuillehoudersoverleg fysiek domein van 27 en 28 mei van 2021: “In opdracht van de MRA-agendacommissie is een brief richting de informateur opgesteld en eind mei verzonden. In deze brief biedt de MRA het Rijk een bondgenootschap aan gericht op meer woningen, meer banen en meer innovatie.” De regio Gooi en Vechtstreek is niet vertegenwoordigd in de Agendacommissie. De brief is in lijn met de verstedelijkingsstrategie waarin de regio wel inbreng levert. De gemeentelijke Rekenkamer meldt dat de MRA stelt dat die formeel niet werkt met de regio Gooi en Vechtstreek, maar alleen met afzonderlijke HI20210706

40

gemeenten. De MRA werkt dus met de gemeente Hilversum, hoewel de opdracht is meegegeven aan de MRA om te werken met de Gooi en Vechtstreek. De MRA heeft ook alvast besloten tot een polycentrische verstedelijkingsstrategie, zonder dat de gemeente daarover de samenwerking aan het woord heeft gelaten. De MRA gaat met het Rijk het BO MIRT-gesprek voeren over de invulling van de verstedelijkingsstrategie later dit jaar. De vereenzelviging met de MRA noemt hij een onhoudbaar beeld. Men moet dus opletten wat er wordt gecommuniceerd en wat waar namens wie wordt besproken. Hij dient amendement A 21-112 in: Amendement A 21-112 ‘MRA wensen opvattingen bedenkingen’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021 bij de bespreking van agendapunt Concept verstedelijkingsstrategie MRA: wensen, opvattingen en bedenkingen; overwegende dat: de MRA mede namens Hilversum deelneemt aan het BO MIRT overleg met het Rijk; de Tweede Kamer door het Rijk over dit overleg wordt geïnformeerd; het wenselijk is dat de MRA in de vorm van een gespreksverslag de gemeenteraad van Hilversum informeert; de polycentrische verstedelijkingsstrategie tijdens de discussie over het Sleutelgebied is aangehouden in afwachting van een uitspraak door de Hilversumse samenleving over de koersbepaling volgend uit de omgevingsvisie; de conceptzienswijze instemt met de polycentrische

verstedelijkingsstrategie zon der dat hierover een uitspraak van de Hilversumse samenleving is gedaan; de conceptzienswijze ten onrechte stelt dat een keuze voor de polycentrische verstedelijkingsstrategie geen last of beperking is voor de Omgevingsvisie waarin de Hilversumse samenleving zich kan uitspreken over de gewenste strategische koers; concluderend dat: de Hilversumse samenleving nog geen uitspraak heeft gedaan in de omgevingsvisie over de gewenste koers voor Hilversum; besluit: de opsomming, genoemd onder beslispunt 1 van het conceptraadsbesluit (a t/m h), op de volgende onderdelen te wijzigen en aan te vullen: e. Dat er voldoende tijd moet worden ingeruimd in het besluitvormingsproces na het BO MIRT van 25 november 2021 voor regionale onderlinge afstemming op het niveau van gemeenteraden, voor een toets aan de opbrengst van fase 2 (denkrichtingen) van het proces van de omgevingsvisie en dat daarvoor naar onze inschatting een kwartaal extra voor nodig is. te wijzigen in: e.

Dat er een door de MRA verstrekt gespreksverslag beschikbaar is van het BO MIRT overleg en voldoende tijd moet worden ingeruimd in het besluitvormingsproces na het BO MIRT van 25 november 2021 voor regionale onderlinge afstemming op het niveau van gemeenteraden, voor een toets aan de opbrengst van fase 2 (denkrichtingen) van het proces van de omgevingsvisie en dat daarvoor naar onze inschatting een kwartaal extra voor nodig is. en toe te voegen: i. Schrapt: Het onderschrijven van het polycentrische model; het versterken van de identiteit van de verschillende gebieden in de metropool complementair aan elkaar helpt om samen de hele metropoolregio te versterken. j. Schrapt: 1.4 Het verstedelijkingsconcept belast of beperkt het gesprek met de Hilversumse samenleving over de Omgevingsvisie Hilversum 2040 niet. het bovenstaande te verwerken in de bij het onderwerp gevoegde brief (bijlage 5), die conform beslispunt 2 van het conceptraadsbesluit wordt gestuurd aan de regio Gooi en Vechtstreek.” HI20210706

41

(Amendement A 21-112 van Democraten Hilversum, de PvdA, Leefbaar Hilversum en Hilversums Belang) De heer YORULMAZ associeert verstedelijkingsstrategie met meer dan alleen stenen, maar ook met groen en natuur. Economie en leefbaarheid zijn ook belangrijk, evenals de balans daartussen. De twee ingediende amendementen en de motie ondersteunt het CDA van harte. De Hilversumse samenleving moet namelijk de mogelijkheid krijgen om uitspraken te doen over de omgevingsvisie en de gewenste koers van Hilversum. De te maken afwegingen, de besluitvorming en de tijd die daarvoor wordt genomen zijn ook heel erg belangrijk. Mevrouw VERWEIJ leest in alle documenten dat het Rijk zaken met de MRA wenst te doen. Dat betekent naar haar oordeel dat het Rijk geen zaken wenst te doen met individuele gemeenten. Het lijkt erop dat het Rijk afdwingt dat in de MRA woondeals worden gemaakt. Het antwoord van het college daarop is een regionale samenwerkingsagenda te maken waarna de regio op pad naar de MRA wordt gestuurd. Een vertegenwoordiger uit Wijdemeren vertegenwoordigt dan de regio bij de MRA. Er zijn volgens haar allerlei afgedwongen processen gaande waarop de gemeente onvoldoende zicht heeft. Ze worden onvoldoende in kaart gebracht en er zitten wellicht geen Hilversumse ambtenaren. Het Rijk zet gemeenten dus buitenspel en zij wil daarover laten nadenken.

Treurig vindt zij het dat het niet democratisch gelegitimeerde orgaan de gemeente Hilversum een besluitvormingsproces oplegt waarin de gemeente in het eerste kwartaal van 2022, als de nieuwe gemeenteraden net zijn gekozen, moet besluiten. Dat proces wil zij laten stopzetten en die besluitvorming wil zij verschuiven naar het vierde kwartaal van 2022. Besluitvorming zou gelijk moeten lopen met besluitvorming over de omgevingsvisie. Het college kan zeggen in positie gebracht te willen worden. Over de inhoud is nog niet gesproken en het hele sociaal domein sneeuwt onder, terwijl dat een grote economische factor is. Normen en waarden worden makkelijk losgelaten waarna er maar verdicht moet worden. In Amsterdam worden oude bewoners uit wijken gepest, waarna er dure woningen terugkomen. Als de gemeenteraad niet eens in de MRA kan meepraten kan de gemeente naar haar mening het ook niet waar maken tegen mensen in buurten te zeggen dat ze mogen meebeslissen over wat zij in hun buurt willen. Dat kan misschien wel als de raad tegen het college zegt nu een streep te trekken en het te doen zoals de raad het wil. Zij hoopt dat de wethouder tegen de regio en de MRA zal zeggen dat besluitvorming in het eerste kwartaal van 2022 niet kan. Eerst zou er een college in positie moeten komen en overleg met buurten en wijken plaatsvinden.

Eerst moet het gaan over de eigen gemeentelijke plannen en de eigen omgevingsvisie. Zij is dus niet bijster enthousiast over de MRA-discussie en nodigt het college uit om heel snel bij de gemeenteraad aan tafel te komen en daarna naar de MRA terug te gaan. De MRA kan vervolgens worden overtuigd waarom het interessant is in Hilversum te investeren. Mevrouw KOOLOOS mist de inhoudelijke discussie over de toekomst in de gemeente. Het gaat om de balans en hoe meer er wordt gebouwd, hoe meer druk er is op de infrastructuur, het sociaal domein en het groen. Het lijkt haar heel interessant om over de stip op de horizon voor Hilversum te praten. Alleen door een inhoudelijke discussie met andere partijen te voeren kan men tot andere oplossingen komen. Mensen worden volgens haar blij van betaalbare woningen. Dat wil niet zeggen dat verstedelijking de oplossing is voor de woonproblematiek, omdat leefbaarheid het belangrijkst is. De heer BLOK vindt de stevige toon van de zienswijze gepast, gezien de gebeurtenissen die net aan de orde waren. Buitengewoon ontstemd is hij over het door de MRA niet verwerken van de politieke realiteit dat Hilversum niet meer meedoet aan het Sleutelgebied. Dat noemt hij schadelijk voor het vertrouwen in de bovenregionale samenwerking. De motie en de twee amendementen ondersteunt hij van harte.

HI20210706

42

Mevrouw VAN DE LINDE was al blij met de zienswijze van het college. Amendement A 21-116 van D66 en Hilversums Belang en motie M 21-114 van Hart voor Hilversum en Hilversums Belang ondersteunt zij van harte. De heer VOORINK (wethouder) stelt allen gerust dat het gesprek over de toekomst van Hilversum zal worden gevoerd. Dat gebeurt bij de omgevingsvisie. Uitkomsten daarvan zullen leidend zijn voor de ontwikkeling van Hilversum. Hilversum gaat over haar eigen ontwikkeling. De wereld daarbuiten is er echter ook en beweegt. Men kan kiezen of men daarin wil meebewegen. Belangrijk is in elk geval oog te hebben voor de te maken beweging. Die beweging is er een van het polycentrische model, waarover hij zich kan voorstellen dat dat bij sommigen wrevel en angst oproept. Het is een model dat zich afzet tegen het eerdere model, waarbij alle investeringen in mobiliteit, wonen etc. richting Amsterdam gingen en de regio’s er bekaaid vanaf kwamen. Dat biedt kansen voor Hilversum, maar Hilversum gaat ook zelf over al dan niet te benutten kansen. Voor het overige past nu enige bescheidenheid vanuit Hilversum. Tot die omgevingsvisie zijn de ambities beperkt tot hetgeen is afgesproken. Mevrouw VERWEIJ vraagt wat de wethouder precies gaat doen om de raad aan de voorkant te betrekken. Volgens haar legt de MRA de gemeente wel degelijk zaken op.

Zij kan zich namelijk een bijeenkomst in de regio herinneren, waarin de rijksplannen over verstedelijking werden uitgelegd. Er is dus wel degelijk druk vanuit het Rijk. De heer VOORINK (wethouder) antwoordt dat daarop de zienswijze toeziet. Op cruciale momenten wil hij zorgen dat de raad goed in positie komt om weloverwogen besluiten te nemen en daarvoor de tijd te nemen. De minister en de MRA kan hij er niet van overtuigen dat het beter is te wachten met besluiten totdat Hilversum haar omgevingsvisie af heeft. Hij wil lobbyen dat raden goed in positie zijn om keuzen te maken, waarop de zienswijze ook toeziet. Regiovertegenwoordiger Luiten woont in Gooise Meren Amendement A 21-112 van Democraten Hilversum ontraadt hij. Wat betreft bullet e wil hij zijn best doen om een gespreksverslag te verkrijgen. De gemeente is niet in de positie om iets af te dwingen, maar daarvoor zal hij zijn best doen. Op amendement A 21-116 van D66 en Hilversums Belang en motie M 21-114 van Hart voor Hilversums en Hilversums Belang adviseert hij positief. De motie interpreteert hij zoals de heer Slingerland heeft gezegd, dat het college vooral zijn best doet en praat over alles wat er op zijn pad komt. Als over een onderwerp nog geen kaders zijn gesteld en waarover de gemeente moet meepraten, moet de raad worden geraadpleegd.

Tweede termijn De heer GÖBBELS is van opvatting dat de door de wethouder geschetste tegenstelling dat Hilversum stil staat en de wereld om haar heen beweegt een niet bestaande werkelijkheid is. Hilversum beweegt namelijk ook en het gaat om de balans, wat meerdere partijen hebben benoemd. Het college heeft de strategie amper twee jaar geleden omarmd en die aan de raad aanbevolen. Dat was het centralistische model. Nu slaat het college als een blad aan een boom om en kiest het voor het polycentrische model. Hart voor Hilversum zei dat het scenario voor Bruisend Hart al is aangenomen, maar zo is het niet benoemd. Hij vraagt of Hart voor Hilversum dat in haar motie M 21-114 wil aanpassen. Mevrouw KOOLOOS vraagt de wethouder te reageren op andere woonmogelijkheden die er ook genoeg te vinden zijn. Ook vraagt zij of de wethouder beseft dat om prettig te blijven wonen er vooral ruimte en groen moeten blijven en die niet volgebouwd moeten worden, ook gezien de lopende projecten. De heer VOORINK (wethouder) noemt de balans tussen economie en wonen versus ruimte, lucht en een kwalitatief goede leefomgeving precies het onderwerp waarover de omgevingsvisie zou moeten gaan. Het past hem niet om daarop vooruit te lopen, gezien de afspraak om een goed proces te volgen. Hij HI20210706

43

is benieuwd naar de uitkomst daarvan. Eerst komen bewoners aan het woord voordat hij daarover een standpunt inneemt. De heer SLINGERLAND heeft in zijn betoog al aangegeven te onderkennen dat de raad zich nu nog niet over de scenario’s van Bruisend Hart heeft uitgesproken. Hij acht het niet uitgesloten dat het wel afgerond zou kunnen zijn tegen de tijd van het BO-MIRT. Hij stelt voor ‘onder voorbehoud van kaderstelling’ achter ‘Bruisend Hart’ te zetten. Mevrouw VAN DE LINDE stelt het volgende dictum voor motie M 21-114 voor: verzoekt het college:  bij de afspraken over de investeringsstrategie zich te beperken tot de plannen waar de raad al kaders voor heeft gesteld of voor het BO MIRT nog gaat stellen (Stationsgebied, Masterplan Arena Park 2.0, scenariokeuze Bruisend Hart, Gebiedsplan 1221) + tot investeringen die zien op een directe verbetering voor Hilversummers van de reistijden per trein;  om tijdig, dus ruim voorafgaand aan het overleg, waar een standpunt namens Hilversum wordt ingebracht, met de raad in overleg te gaan, mocht het college de wens voelen om aanvullende investeringsafspraken te maken bij het BO-MIRT in november 2021. De heren SLINGERLAND en GÖBBELS gaan met die wijziging akkoord.

Amendement A 21-112 van Democraten Hilversum, de PvdA, Leefbaar Hilversum en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 11 tegen 23 stemmen verworpen, met de stemmen van het CDA, de PvdA, de SP, Leefbaar Hilversum, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor (de heer Koç is bij de stemming afwezig). Amendement A 21-116 van D66 en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 31 tegen 2 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA tegen (de heer Koç en Leefbaar Hilversum zijn bij de stemming afwezig. Mevrouw KALK stemt tegen motie M 21-114 omdat die inperkt en de accenten op een aantal dingen legt, terwijl de rest dreigt te worden vergeten. De PvdA wenst het brede gesprek over de MRA en de strategie daarvan te voeren. De gewijzigde motie M 21-114 van Hart voor Hilversum en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 31 tegen 3 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA en Leefbaar Hilversum tegen voor (de heer Koç is bij de stemming afwezig). Mevrouw VERWEIJ legt een stemverklaring over het collegevoorstel af. Zij zou graag voor de zienswijze stemmen, omdat daarin wel verbeteringen zitten. Omdat zij echter pertinent tegen het MRAvoorstel is stemt zij niet met het voorstel in. Wel heeft zij een warm hart voor de zienswijze.

Mevrouw KOOLOOS gaat ook niet akkoord met de zienswijze en is eigenlijk helemaal niet voor verstedelijking van Hilversum. Liever ziet zij behoud van veel groen en ruimte. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 28 tegen 6 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA, de SP, Leefbaar Hilversum en Democraten Hilversum tegen voor (de heer Koç is bij de stemming afwezig). . HI20210706

44

De VOORZITTER deelt mee dat twee moties vreemd aan de orde van de dag aan het einde van de vergadering worden behandeld en schorst de vergadering om 23.56 uur tot 7 juli 2021 om 20.00 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 september 2021, de griffier, de voorzitter,

P.M.H. van Ruitenbeek

HI20210706

P.I. Broertjes

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=062c0605-edb4-484a-b587-ff352c0e3cf6