Verslag raadsvergadering d.d. 6 en 7 juli 2021 - 1e deel
Tekst van het document
Daarom heeft hij even overwogen om dat in te trekken, maar omdat het slechts gaat om een conceptreactie van de regio denkt hij toch dat de raad er goed aan doet om een duidelijk signaal af te geven dat de gemeenteraad van Hilversum niet akkoord is met het verschralen van de dienstverlening van de GAD. Amendement A21-99 “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, ter behandeling van de Jaarstukken 2020 en Begroting 2022 regio Gooi en Vechtstreek; overwegende dat: • de regio een lijst bezuinigen heeft voorgesteld op verzoek van de gemeenten in de regio; • er ook een extra post van € 3,2 miljoen bijgekomen is; • de raad nu onverwachts in moet stemmen met de complete lijst zonder daar van te voren een besluit over te hebben kunnen nemen; • het college voornemens is om in de brief wensen en bedenkingen in te stemmen met de lijst met bezuinigen, op één punt na, HI20210706
19
opmerkende dat: • de regio al langer wist dat de grootste tegenvaller, de uitvoering en opbrengsten van VANG, zwaar tegenvallen; nuancerende dat: • de regio in principe slechts beleid uitvoert dat door de gemeenten is vastgesteld; van mening zijnde dat: • de raad wil bepalen wat het dienstverleningsniveau is dat wij onze inwoners bieden; • de raad het niet eens is met de (volledige) lijst bezuinigingen; besluit: de bij het conceptraadsbesluit gevoegde zienswijze aan te passen zoals hieronder weergegeven, waarna beslispunt 6 luidende ‘Bijgaande zienswijze vast te stellen en kenbaar te maken bij de regio Gooi en Vechtstreek’ in stand kan blijven: de alinea onder “Zienswijze ten aanzien van de Begroting 2022” wordt aangepast zodat deze luidt: ‘Wij gaan niet akkoord met de volgende maatregelen: 1. het stoppen met de inzet van verenigingen bij het ophalen van OPK; 2. het beperken van de openingstijden van de scheidingsstations; 3. het tariferen van puin en grof huishoudelijk afval; 4. het verhogen van de inzamelfrequentie van PMD en OPK; 5. het verlagen van de inzamelfrequentie van restafval; 6. het verlagen van de inzamelfrequentie van GFT; 7. het stopzetten van de regioconservator museale instellingen. De raad verwacht voor het afschalen van het dienstverleningsniveau minstens dezelfde besluitvorming als bij het uitbreiden ervan.
De raad verzoekt de regio om: a) een diepere analyse uit te voeren naar manieren om te bezuinigen op onderwerpen die niet het dienstverleningsniveau verlagen; b) de raad via het college op de gebruikelijke manier in staat te stellen zich te laten informeren over de voorgenomen bezuinigingen, opdat zij daar op eveneens gebruikelijke wijze een beeld en oordeel kan vormen, en er een besluit over kan nemen, en dit uiterlijk najaar 2021 aan te bieden aan de raden; c) het effectueren van de genoemde 7 bezuinigingsmaatregelen uit te stellen tot 2023; d) de met dit uitstel gepaard gaande kosten in de tussentijd te verhalen op de deelnemende gemeenten, die dit in hun begroting 2022 zullen moeten opnemen. Hilversum zal dit in de begroting moeten verwerken op een manier die niet leidt tot een verhoging van de totale woonlasten; e) de deelnemende gemeenten voor 1 september te laten weten welke kosten dat zullen zijn.’” (Amendement A 21-99 van de VVD, Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, de PvdA, het CDA, Hilversums Belangen de ChristenUnie) Hij sluit zich aan bij het betoog van de heer Streutker wat betreft het ophalen van oud papier door verenigingen. Amendement A 21-99 levert ook dekking voor dat standpunt. Hij is het e van harte mee eens dat het specifieke besluit niet mag leiden tot een verhoging van de woonlasten in Hilversum.
Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT merkt op dat de bezuinigingen op de GAD de dienstverlening aan de inwoners raken. Opbrengsten van oud papier zijn zeer belangrijk voor verenigingen en kerken en met het stopzetten daarvan haalt men ook een stukje saamhorigheid weg uit de samenleving. De regio is blijkbaar zo geschrokken van alle reacties dat die nu al met een verzachting is gekomen. Die is echter voor haar nog niet genoeg. De wethouder heeft daarom volgens haar nog heel wat zendingswerk te verrichten in de volgende vergadering, waarmee zij hem alvast sterkte wenst. Daarom heeft zij amendement A 21-99 mede ondertekend. Ook ondersteunt zij amendement A 21-109 van het CDA en de ChristenUnie over de weerstandsratio van harte. Zoals de tekst daarover nu is, betreft het geen consistent beleid. HI20210706
20
Mevrouw REMMERS is ook zeer ongelukkig met de bezuinigingsvoorstellen van de GAD, die leiden tot minder service en meer betalen. De regio heeft proactief gereageerd door alvast een conceptzienswijze naar de gemeente te sturen, die de discussie van vanavond nogal warrig maakt. Het liefst had zij het in de commissievergadering gehad over welke service de gemeente wil en welke kosten zij daarvoor wil betalen. Als er meer vuilnis op straat komt te staan is het haars inziens buitengewoon krom minder te handhaven. Zij steunt daarom amendement A 21-99. De vraag is vervolgens waarover het algemeen bestuur 8 juli a.s. nog zal vergaderen. Zij hoopt dat de wethouder goed luistert naar de oproep van de raad en dat de raad de tijd neemt voor een debat over wat is gewenst met betrekking tot vuilnis. Wat betreft amendement A 21-109 van het CDA en de ChristenUnie over de weerstandscapaciteit roept zij de indieners op samen met de wethouder daarover een discussie te voeren met de Audit- en rekeningcommissie. Zij verzoekt dat amendement tot dan aan te houden. Mevrouw VERWEIJ verleent graag steun aan de vele mooie moties en amendementen, niet in de laatste plaats aan amendement A 21-99 over afval. Het kan namelijk niet zo zijn dat de dienstverlening vermindert en de kosten stijgen.
Zij heeft in de begroting gelezen dat er ook nog bezuinigingsopdrachten zijn bij Veilig Thuis, dat nog niet bekend is dat er voldoende geld is voor bescherming en opvang en dat de raad nog gaat praten over kaderstellingen rondom een gezond financieel domein. Het lijkt haar goed om mensen die van zorg gebruik maken voor zover mogelijk uit te nodigen om met de raad te spreken over de gevolgen van de bezuinigingen in het sociaal domein. De Adviesraad Sociaal Domein is daarbij te betrekken. Toegezegd is daarover in het najaar te praten, voordat de regio bezuinigingen effectueert. Mensen horen heeft eerder op het thema participatie. heel veel inzichten opgeleverd. Zij stemt tegen de regiobegroting en wijst het college erop dat de beantwoordingstermijn van de artikel 41-vragen over dak- en thuislozen inmiddels is overschreden, waarop zij overigens nog graag antwoord wil hebben. Mevrouw KOOLOOS gaat ook niet akkoord met de regiobegroting en steunt alle amendementen van de diverse fracties. De heer STREUTKER geeft mevrouw Remmers helemaal gelijk dat het niet consequent is om de verlaging van de weerstandsratio voor een jaar toe te staan. De enige reden waarom het CDA daarin meegaat is vanwege de uitleg van wethouder Scheepers over de verwerking daarvan in de jaarrekening. Het zou natuurlijk veel beter zijn om te zeggen dat dat niet kan en om dat in de zienswijze op te nemen.
De heer VOORINK (wethouder) woont a.s. donderdag 8 juli namens de gemeente Hilversum de algemeen bestuursvergadering van de regio bij, waarin de regiobegroting vastgesteld moet worden. Die begroting moet de regio voor 15 juli bij de provincie inleveren en die moet voor 1 augustus geëffectueerd zijn. Dat geldt ook voor de GAD. Dienstverlening en verenigingen gaan de raad aan het hart en die zaken neemt hij mee. Als amendementen worden aangenomen kan hij niet anders dan op het punt van de GAD tegen de regiobegroting stemmen. De rest van de begroting kan hij dan wel ondersteunen. Er ligt echter momenteel een herzien plan voor. De gemeente Hilversum had eigenlijk voor 1 juli een zienswijze moeten indienen, maar dat is door logistieke stromen niet gelukt. Het is de regio echter te prijzen dat die op basis van zienswijzen van andere gemeenten, die veel overeenstemmen met hoe de Hilversumse raad ernaar kijkt, niet is stil gaan zitten, maar aan de slag is gegaan met een beter plan. Daarop kan de raad echter niet reageren en die moet een zienswijze indienen op het voorliggende plan. Hij neemt echter de overwegingen van de raad wel mee en zal die in de algemeen bestuursvergadering van 8 juli a.s. overbrengen. Amendement A 21-133, ‘Eerst praten, dan doen’, van D66 ontraadt hij. Het wordt namelijk lastig om voor de GAD geen begroting vast te stellen.
Wethouder Heller heeft al toegezegd de raad samen met de regio goed te informeren hoe de GAD het komend jaar vuilnis gaat ophalen. HI20210706
21
De heer JAARSMA ziet in amendement A 21-133 nergens staan dat het algemeen bestuur geen begroting kan vaststellen. Het amendement heeft hij nadrukkelijk zo geformuleerd dat dat wel kan. Hij geeft echter de ruimte om een andere begroting vast te stellen dan voorgelegd. Er moet namelijk iets gebeuren met de gevoelens van de raad over de afvalinzameling. De heer VOORINK (wethouder) weet niet hoe zijn collega-bestuurders daarover denken. Mogelijk wordt het sentiment breed gedeeld, maar het kan ook zijn dat er steun is voor het alternatieve plan, waarin het amendement volgens hem niet voorziet. Het amendement zegt eerst nog met elkaar te bespreken hoe wordt omgegaan met het vuilnis ophalen voordat een begroting wordt vastgesteld. Die ruimte is er volgens hem in het proces niet. Mevrouw VERWEIJ hoorde in de commissievergadering dat het algemeen bestuur in februari op en de wethouder en de portefeuillehouders in april, mei en juli op de hoogte waren van de verminderde dienstverlening en de hogere kosten. Zij vraagt hoe de wethouder verklaart waarom de raad nu pas wordt geïnformeerd. De heer VOORINK (wethouder) antwoordt dat de vrijgave van de stukkenstroom door het algemeen bestuur in april jl. plaatsvond. Dat besluit in april was te laat om 1 juli als datum voor het indienen van een zienswijze te halen.
Mevrouw VERWEIJ is benieuwd wanneer een wethouder overweegt om de gemeenteraad actief te informeren over een dergelijke kwestie waarover men kan vermoeden dat die gevoelig ligt. De heer VOORINK (wethouder) heeft aan het algemeen bestuur aangegeven dat veel mensen met het besluit een probleem zouden hebben. Het algemeen is ook niet de plek om politiek te bedrijven. De afweging is namelijk primair aan de raad. De opvatting was om raden zo snel mogelijk in positie te brengen om daarvan iets te vinden. Uiteindelijk verloopt het proces goed via zienswijzen. Wat betreft amendement A 21-97 van het CDA en de PvdA over oud papier geeft hij aan dat amendement A 21-99 van de VVD, Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, de PvdA, het CDA, Hilversums Belang, de ChristenUnie verstrekkender is. Overbodig is amendement A 21-97 echter niet, omdat daarmee wel een sterk signaal wordt afgegeven, dat iedereen en hijzelf delen. Met amendement A 21-109 van het CDA en de ChristenUnie over verminderde weerstand is het college het eens. Uitgangspunt is dat een verminderde weerstandsratio eenmalig is. Als de gemeente daarmee iets anders wil zou het goed zijn om daarover met de Audit- en rekeningcommissie het gesprek te starten. Amendement A21-99 van de VVD, Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, de PvdA, het CDA, Hilversums Belang, de ChristenUnie laat hij aan het oordeel raad over.
Hij zal een serieuze inspanning doen om zijn collega’s in de regio daarvan te overtuigen, maar geeft geen garanties over het resultaat. Wel gaat hij zijn best doen. Ook is het fijn dat de heer Fennema zei dat het tweede plan van de regio een stuk dichter aansluit bij wat allen willen. Als de raad het amendement aanneemt kan hij het nieuwe beleidsplan niet zonder meer steunen, omdat de raad iets anders wil. Hij zegt dank voor het rappel van mevrouw Verweij met betrekking tot de artikel 41-vragen over dak- en thuislozen. Dat antwoord is vorige week door het college geaccordeerd, zodat dat op 7 juli naar de raad zou kunnen moeten gaan. De heer JAARSMA informeert naar de mening van de wethouder over het dictaat in amendement A 21-99 dat hogere kosten van de regio niet mogen leiden tot hogere woonlasten in Hilversum. De heer VOORINK (wethouder) reageert dat er een forse opgave voor het college zal zijn om daarvoor dekking te vinden. Als het de mening van de raad is moet het college die echter nakomen. De heer HELLER (wethouder) beaamt dat de nieuwe voorgelegde voorstellen vanuit de regio inderdaad aanzienlijk beter tegemoet lijken te komen aan de wensen vanuit de raad. Wel tekent hij daarbij aan dat het college die nieuwe voorstellen nog niet tot in detail heeft kunnen bestuderen.
Hij meent dat amendement A 21-97 van het CDA en de PvdA, ‘Papier hier’, niet meer in stemming hoeft te komen. Gezien de steun aan amendement A 21-99 hoeft daar volgens hem niet al te veel tijd meer aan besteed te worden. Wat betreft amendement A 21-133 van D66, ‘Eerst praten, dan doen’, gaat hij in op de overweging dat het niet aan de regio zou zijn om beleid op dit punt te maken. Dat is echter niet correct, omdat het een HI20210706
22
overgedragen taak is. Dat geldt ook voor de grondstoffenvisie. Verder is in een overweging de werkgroep verbetering besluitvorming regio aangehaald. Het eerste onderwerp is conform de nieuwe afspraken verlopen, namelijk de grondstoffenvisie. De PMD-stroom is op verzoek van de raden expliciet bij de besluitvorming betrokken. Mevrouw WALTERS (wethouder) gaat in op de vraag van mevrouw Verweij over de gang naar een gezond financieel domein en de suggestie om een hoorzitting daarover te organiseren. Het college overlegt met gemeenten en zorgaanbieders over de voorstellen. Ook zij kijken daar heel goed naar, ook in het belang van inwoners. Ook zij willen namelijk de beste zorg. Een toezegging om met de Adviesraad Sociaal Domein in september in overleg te gaan staat nog. Er komt dus een heel gewogen voorstel naar de raad toe, waarna die een goed oordeel kan vormen. Tweede termijn De heer SLINGERLAND vraagt zich af hoe het kan dat de regio al een tussenstand geeft over de voornemens als in diverse gemeenten het politieke besluitvormingsproces nog loopt. Hij wil de wethouder in elk geval goed aan tafel krijgen in de algemeen bestuursvergadering, wat de wethouder ook goed zal oppakken. Het amendement van D66 over de governance en grip op samenwerking is een mee te nemen aspect.
Misschien kan de wethouder ook de wijze van communiceren binnen de regio naar de algemeen bestuursvergadering meenemen. De heer JAARSMA merkt op dat de uitvoering van hoofdstuk 10, de Wet milieubeheer, aan de regio is opgedragen. Het lijkt hem echter volstrekt duidelijk dat de raad zich gepasseerd voelt, ook gezien de commotie. D66 kan zich niet vinden in amendement A 21-99 van de VVD, Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, de PvdA, het CDA, Hilversums Belang en de ChristenUnie. Daarin is namelijk dezelfde fout gemaakt als de regio doet: in detail voorschrijven wat wel en niet kan. Dat moet men naar zijn mening niet doen in een begroting. Het amendement geeft het college heel erg weinig ruimte om met de andere besturen tezamen voor de regio het bestuur uit te oefenen. Hij heeft zijn uiterste best gedaan om een amendement te maken dat wel bestuurlijk uit te voeren is. Ook is hij van opvatting dat in deze fase niet over de woonlasten van de burgers gesproken moet worden. Hij verwacht namelijk dat de afvalstoffenheffing wel degelijk omhoog moet vanwege het aanlopen tegen een fors tekort. De heer STREUTKER is blij met de steun van de wethouder voor de mede door het CDA ingediende amendementen A 21-97 van het CDA en de PvdA, ‘Papier hier’ en A 21-109 van het CDA en de ChristenUnie, ‘Verminderde weerstand’.
De essentie van amendement A 21-97 is dat het niet over geld gaat, maar de ermee gemoeide maatschappelijke waarde. Hij heeft er geen moeite mee om het amendement niet in stemming te brengen, zolang de strekking ervan maar wordt meegenomen in de zienswijze, zoals die ook in amendement A 2199 is verwoord. Hij handhaaft amendement A 21-97, dat na amendement A 21-99 in stemming kan komen. Mevrouw REMMERS stelt voor amendement A 21-109 ook aan te houden, omdat de ratio van 0,75 al in de begroting staat. De discussie kan dan met de Audit- en rekeningcommissie gevoerd worden. De heer STREUTKER is het ermee eens dat als woorden in de zienswijze terugkomen een amendement aannemen niet nodig is. Door het aannemen van het amendement wordt het echter wel makkelijker om de zienswijze aan te passen. Amendement A 21-99 van de VVD, Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, de PvdA, het CDA, Hilversums Belang en de ChristenUnie, ‘Zienswijze Begroting Gooi en Vechtstreek 2022-2025’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 28 tegen 6 stemmen aangenomen, met de stemmen van D66 tegen (het lid De Jong-Schrijvers van Hart voor Hilversum heeft niet aan de stemming deelgenomen).
HI20210706
23
Amendement A 21-97 van het CDA en de PvdA, ‘Papier hier’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 25 tegen 9 stemmen aangenomen, met de stemmen van Hart voor Hilversum, Hilversums Belang en de leden Jaarsma en De Jong van D66 tegen (het lid Den Daas van D66 heeft niet aan de stemming deelgenomen). Amendement A 21-109 van het CDA en de ChristenUnie, ‘Verminderde weerstand’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 32 tegen 2 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA tegen (het lid Pelsma van de ChristenUnie heeft niet aan de stemming deelgenomen). Amendement A 21-131 van D66, ‘Geen 3% bezuinigingen zonder beleidsmatige afweging’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 31 tegen 3 stemmen aangenomen, met de stemmen van Leefbaar Hilversum, het lid Vreugdenhil-de Blécourt van de ChristenUnie en het lid Koç van Hart voor Hilversum tegen (het lid Pelsma van de ChristenUnie heeft niet aan de stemming deelgenomen). Amendement A 21-133 van D66, ‘Eerst praten, dan doen’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 17 tegen 18 stemmen verworpen, met de stemmen van D66, het CDA, de PvdA, de SP, Leefbaar Hilversum, Hilversums Belang en het lid Vreugdenhil-de Blécourt van de ChristenUnie voor.
Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie instemming gebracht en met 29 tegen 3 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP en Leefbaar Hilversum tegen (de leden Slingerland van Hart voor Hilversum, Van Vliet van D66 en Pelsma van de ChristenUnie hebben niet aan de stemming deelgenomen). De VOORZITTER staat erbij stil dat vandaag bekend is geworden dat journalist Peter R. de Vries naar aanleiding van een aanslag in Amsterdam is overleden en spreekt zijn afschuw daarover uit. Vervolgens schorst hij de vergadering om 21.33 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 21.41 uur. 15.
ZIENSWIJZE RAAD INZAMELEN PMD
De VOORZITTER deelt mee dat de regio voor de afvalstroom PMD (plastic verpakkingen, blik en drinkpakken) een analyse heeft opgesteld op basis waarvan keuzes worden gemaakt voor de toekomst. Het gaat met name om de vraag of wordt verdergegaan met bronscheiding en daarmee samenhangend de huidige contracten restafval en PMD te verlengen, of dat de gemeente vanaf 2023 overgaat naar nascheiding en nieuwe contracten. Voorgesteld wordt vanuit kostenoverweging de huidige wijze van PMD-inzameling op dit moment niet te wijzigen, maar een nieuw keuzemoment voor de wijze van inzamelen van PMD te koppelen aan het eindigen van het huidige verwerkingscontract van het restafval in 2026. De raad kan nu een zienswijze kenbaar maken op het memo ‘Afweging PMD’ van de regio Gooien Vechtstreek. Het is de bedoeling die afweging te onderschrijven en PMD te blijven inzamelen via bronscheiding tot en met 2026. Dat bepaalt uiteindelijk de raad. Mevrouw VAN DROOGE is het eens de discussie die de heer Fennema over PMD heeft aangekondigd. De gemeentelijke taak van afvalverwerking had van oudsher het hoofddoel het verwijderen van het door inwoners geproduceerde afval en zodoende de stad schoon te houden. In de loop der jaren is daar het HI20210706
24
aanvullende doel van het stimuleren van de circulaire economie bijgekomen. De afvalverwerking wordt door dit dubbelde doel steeds meer een uitdaging, wat ook blijkt uit de zienswijze en de uitdagingen van PMD-inzameling. Van belang is de balans niet uit het oog te verliezen tussen het scheiden van bronmaterialen en dienstverlening van de inwoners. Bij invoering van het VANG-programma zijn ondergrondse containers in groten getale geïntroduceerd, waarbij het aantal klachten over zwerfafval helaas flink is toegenomen. De rotzooi die rondom ondergrondse containers opstapelt is veel Hilversummers een doorn in het oog. De GAD zou daarmee concreter aan de slag moeten gaan. In het K+V-rapport staan ook een aantal concrete adviezen daarover op pagina 13. De GAD neemt die plannen nog niet concreet over, zodat zij amendement A 21-124 indient.
Amendement A 21-124 ‘Aan de slag tegen vervuiling containers’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, behandelend het agendapunt ‘Zienswijze raad inzamelen PMD’; overwegende dat: • de afvalverwerking naast het streven naar een duurzame en circulaire economie ook een dienstverlening is voor onze inwoners, ten gunste van een schone en aantrekkelijke gemeente en ten behoeve van de volksgezondheid; • als onderdeel van het VANG-programma en het gescheiden inzamelen van PMD en ander afval, er veel ondergrondse containers in Hilversum zijn geplaatst; • er sinds de realisatie van de ondergrondse containers steeds meer klachten ontstaan van onze inwoners aangaande zwerfvuil op en rond deze containers; • wij als gemeenteraad ons verantwoordelijk voelen om deze signalen niet alleen op te pakken, maar om het GAD aan te sporen hier zo concreet en actief mogelijk mee aan de slag te gaan; • het rapport van KplusV concrete adviezen geeft, die echter nog niet als zodanig zijn genoemd door het GAD met de intentie om deze adviezen ter hand te nemen; besluit: het beslispunt uit het raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: 1.
Bijgaande zienswijze op het memo afweging PMD regio Gooi en Vechtstreek vast te stellen en kenbaar te maken bij de regio Gooi en Vechtstreek, met dien verstande dat in de zienswijze voorafgaande aan de paragraaf die begint met “De gemeenteraad verneemt graag” de volgende passage wordt toegevoegd: We vragen u om te blijven inzetten op een goede service voor de inwoners in de vorm van een schone openbare ruimte en specifiek het tegengaan van de vervuiling rondom ondergrondse containers. We verzoeken u om deze vervuiling aan te pakken met de concrete adviezen uit het KplusV rapport en om de regiopartners op de hoogte te houden van de resultaten.” (Amendement A 21-124 van de PvdA) De heer FENNEMA dient mede namens Hart voor Hilversum en Hilversums Belang amendement A 21-110 in: Amendement PMD A 21-110 ‘Herberekening kosten, stoppen met voorscheiden PMD’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, behandelend het agendapunt ‘Zienswijze raad inzamelen PMD’; overwegende dat: • er twijfel is over de berekening van bureau KplusV, in 2020 gepresenteerd, die voor een belangrijk deel gebaseerd is op (opgevraagde) aannames o.a. over vergoedingen en afkeur die de laatste tijd in beweging zijn; • die twijfel niet is weggenomen door de beantwoording van de vragen van de raad van Gooise Meren over het KplusV rapport, van 16 oktober 2020; HI20210706
25
•
in het KplusV-rapport in 2020 (één jaar geleden) werd uitgegaan van een structureel tekort van € 1,8 miljoen. Echter, nu blijken we bij de regiobegroting totaal onverwachts een tekort van € 3,2 miljoen structureel te verwerken te hebben; • de GAD tegelijkertijd voor het komende jaar een onverwacht tekort heeft gepresenteerd van € 3.2 miljoen, grotendeels op de reguliere bedrijfsvoering; • onduidelijk is of dat tekort in de komende jaren nog verder gaat oplopen; • het niet ondenkbeeldig is dat het tekort op de reguliere operatie verband houdt met de kostbare inzameloperatie van PMD (vier keer duurder dan restafval per ton), terwijl de landelijke trend oplopende kosten laat zien bij afnemende kwaliteit; • bij de nieuwe ketenovereenkomst risico m.b.t.
de kwaliteit deels is verlegd naar gemeenten, in vergelijking tot de eerdere Raamovereenkomst Verpakkingen (2013-2022) en dat in de nieuwe overeenkomst de eisen ook oplopen; • met de invoering van statiegeld op blikjes en kleine PET flesjes de waarde van het PMD verder zal afnemen; • in de berekening van KplusV is uitgegaan van nieuwe contracten, terwijl mogelijk ook een combinatie mogelijk is waarbij de verwerking van nagescheiden restafval – zo nodig met extra transport – ook op basis van het huidige contract kan worden verwerkt; • er € 900.000,- aan desinvestering in de berekening staat, terwijl de regio eerder heeft aangegeven dat er geen sprake zal zijn van desinvesteringen omdat de netto hoeveelheid afval gelijk blijft; stelt vast dat: • er veel nieuwe ontwikkelingen zijn, en er enkele niet onderzochte alternatieven zijn waardoor de berekening van de kosten met het stoppen van voorscheiden van PMD heel anders uit zouden kunnen vallen; • er nog tijd is om een besluit over het al dan niet doorgaan met PMD uit te stellen; besluit: het beslispunt uit het conceptraadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: 1.
Bijgaande zienswijze op het memo afweging PMD regio Gooi en Vechtstreek vast te stellen en kenbaar te maken bij de regio Gooi en Vechtstreek, met dien verstande dat in de zienswijze de navolgende passage: ‘Doorslaggevend vinden we het financiële argument. Het is financieel onaantrekkelijk voor onze inwoners om de komende jaren een systeemwijziging voor PMD door gaan te voeren. De keuze voor de overstap op nascheiding heeft een financieel nadeel van € 6,3 miljoen in de regio Gooi en Vechtstreek, verdeeld over drie jaar na 2023. Dat is circa 6% van de begroting van de GAD. De inwoners zouden deze kostenstijging dit via de afvalstoffenheffing moeten gaan opbrengen. Dit zou een jaarlijkse stijging betekenen van indicatief ruim € 10,- voor een eenpersoonshuishouden, ruim € 15,- voor een tweepersoonshuishouden en circa € 20,-o voor een huishouden van drie of meer personen. Daar zijn wij op tegen en daarom onderschrijven wij de afweging om t/m 2026 bij bronscheiding van PMD te blijven.” wordt vervangen door: ‘We hebben redenen om aan te nemen dat het bedrag van € 6,3 miljoen anders kan uitvallen bij een herberekening. Zo zijn er bepaalde alternatieven (zoals het intact laten van het restafvalcontract) niet onderzocht en staan er desinvesteringen opgenomen waarvan eerder is aangegeven dat die er niet zouden zijn.
We zien graag dat de Regio deze berekening nogmaals doet, uit te voeren door een derde en onafhankelijke partij, zodat de raden goed geïnformeerd een besluit kunnen nemen. Tot die tijd stellen wij ons besluit over het al dan niet doorgaan met de voorgescheiden inzameling van PMD uit. Bij de genoemde herberekening verzoeken wij u minstens de volgende punten te betrekken: • de toenemende vervuiling van PMD en afnemende vergoeding; • de toenemende kosten i.v.m. de aparte inzameling van PMD; HI20210706
26
•
de strengere eisen (toenemend) aan de kwaliteit van PMD sinds de nieuwe ketenovereenkomst van eind 2019 (per maart 2020), waarbij het risico deels is verlegd naar gemeenten; • de gevolgen van de invoering van statiegeld op kleine plastic flesjes en blik; • verbeteringen die de laatste jaren zijn geboekt bij nascheiding; • combinaties van lopende (2026) contracten en nieuwe contracten voor een optimaal financieel resultaat.’” (Amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) Niet is onderzocht wat het betekent om aan het restafvalcontract vast te houden en onduidelijk is welke minderkosten het stoppen van het legen van de PMD-bakken gaat opleveren. Er is vermeld dat alle factoren zijn meegenomen, maar de onderbouwing daarvan kan hij niet vinden of narekenen. Het amendement vraagt om een herberekening van de kosten voor het eerder stoppen met de gescheiden inzameling van PMD. Het zou hem niet verbazen als bij een grondige herberekening blijkt dat het goedkoper zou kunnen zijn om in 2023 te stoppen met de PMD-bakken. Hij neemt liever later, niet overhaast en goed geïnformeerd een besluit. De heer VAN WAARDEN schrok enorm toen hij na de invoering van de PMD-bakken zag hoeveel plastic een huishouden gebruikt. Dat heeft beweging in de markt gebracht. Mensen zijn bewuster gaan kopen en keuzen gaan maken.
Ook producenten zijn aan het werk gegaan om hun verantwoordelijkheid te nemen en passen het ontwerp van hun verpakkingen aan. In die zin is bronscheiding van PMD de afgelopen jaren een succes. Tegelijkertijd begint nascheiding financieel en duurzaam door gebruik van nieuwe technieken een beter plaatje op te leveren. Hij kan zich daarom voorstellen in de toekomst een overstap te maken. Een versnelde overstap kost de inwoners € 6,3 miljoen euro. Dat zal misschien € 1 miljoen meer of minder zijn, maar hij gaat niet mee in amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang. De meerkosten zijn voor hem niet acceptabel en hij kan zich vinden in de voorliggende zienswijze. Amendement A 21-124 van PvdA ondersteunt hij. De heer JAARSMA merkt op dat door ontwikkeling van afvalverwerkingstechnieken de knip tussen afval inzamelen en verwerken niet zo helder meer is. Er is meer keuze met betrekking tot inzameling in relatie tot de verwerkingsmethode. Dat speelt bij PMD een enorm grote rol. Het is alleen nodig voor goed inzamelen stevige investeringen te doen, die zich niet zo makkelijk meer laten veranderen. Daarom stemt hij wel in met de door het college voorgestelde zienswijze, hoewel D66 op heel veel punten net zo veel kritiek heeft als de VVD. Er wordt nogal speculatief omgegaan met de oordelen over bijvoorbeeld inzamelprestaties.
Getallen ontbreken en veel inzicht is er niet om de afweging in de volle breedte goed te kunnen maken. Daarom is hij blij met de toezegging van de wethouder in de commissievergadering dat hiervan werk gemaakt zal worden. In de regio en lokaal is op dit gebied nog een forse klus te klaren. De heer VAN ROODEN sluit zich aan bij de heer Van Waarden. De heer GÖBBELS stelt dat de argumenten van destijds terugkeren: een waarschuwing voor een desinvestering bij stoppen met een inzamelmethode en de vlucht naar voren dat op termijn altijd nog kan worden besloten om het huidige contract op te zeggen. Inmiddels hebben grote steden ervaring met nascheiding opgedaan en zij klagen er niet over daarvan weer af te willen. Er komt ook een nieuwe categorie van statiegeld op plastic. Daarom raadt hij aan het huiswerk opnieuw te maken in termen van wat handig en verstandig is. In die zin is amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang een goede stap.
HI20210706
27
De heer PELSMA zijn veel woorden van de heer Van Waarden uit het hart gegrepen en hij herkent zich in het moeten nadenken over het gebruik van plastic. Het opgehaalde plastic is hoogwaardig en levert wel degelijk geld op. Daarom snapt hij niet dat de VVD denkt dat een herberekening positiever zal uitvallen. Hij steunt amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang niet, omdat hij van opvatting is dat daarover niet goed is nagedacht. Voor het overige denkt hij dat nascheiding in de toekomst wel degelijk een positief effect kan hebben. Voor nu en de toekomst denkt hij met de huidige zienswijze heel goed te kunnen leven. De heer VAN VOORDEN sluit zich graag aan bij amendement A 21-124 van de PvdA over aan de slag gaan tegen vervuiling rondom containers. Ook doet hij dat wat betreft A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang over herberekening van kosten van de PMD. De wethouder verzoekt hij diens licht laten schijnen op het vermeende hoge educatie karakter van bronscheiding. Hij is benieuwd hoe dat in andere gemeenten gaat, waar men nascheiding hanteert. De heer KOÇ heeft amendement A 21-110 mede ingediend, omdat hij voor de Hilversumse inwoners het beste wil, waarbij misschien een wijziging van de voorliggende zienswijze hoort. Hij vindt het goed om dat te onderzoeken.
Inwoners moeten zijns inziens als belastingbetalers ook gehoord worden. Bij toekomstige plannen hoopt hij daarom meer op te halen wat Hilversumse bewoners graag willen en die afwegingen mee te nemen in de keuzen. Mevrouw KOOLOOS was nooit een voorstander van het beschikbaar stellen van een extra kliko aan inwoners. Dat noemt zij ‘klikoverrommeling in de straten’. Die educatieve les vindt zij veel te duur. Bewustwording zou al bij het boodschappen doen moeten beginnen. Stoppen met PMD-inzameling betekent dat alle kliko’s daarvoor over zijn, zodat daarover goed nadenken nodig is. Zij is het eens met beide ingediende amendementen. De heer HELLER (wethouder) vindt het goed om op te merken dat de gemeente nog tijd heeft om een ander besluit te nemen, namelijk tot juli 2022. Besluitvorming in het eerdere traject is op verzoek van gemeenteraden, ook van Hilversum, juist vervroegd. Hij wil het in amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang gestelde over een herberekening van PMD-kosten wat nuanceren. De in beeld gebrachte meerkosten worden veroorzaakt door twee niet ter discussie staande aspecten. Ten eerste ontvangt de gemeente voor nagescheiden PMD een lagere vergoeding dan voor brongescheiden PMD. Ten tweede is het oude en te verlengen restafvalcontract gunstiger dan de huidige marktsituatie.
Uit die twee componenten bestaat het bedrag van € 6,3 miljoen. Het bedrag heeft KPMG berekend op basis van feitelijke cijfers van de GAD. Er is geen reden om aan te nemen dat een latere rekenexercitie tot een wezenlijk ander beeld zal leiden. Een aantal zaken in het amendement is met elkaar in verband gebracht wat niet juist is. Het amendement ontraadt hij. Amendement A 21-124 van de PvdA over aan de slag tegen vervuiling bij containers vindt hij sympathiek. Daartegen wordt nu ook al actie ondernomen. Bijplaatsingen en –stortingen rondom containers bezorgen de GAD handenvol werk en daarover komen veel meldingen binnen. Het betreft ook een gedragscomponent. Hij ondersteunt het amendement om er extra effort op te plegen. Daarover gaat hij met de GAD het gesprek aan. Wat betreft de toezegging om bij de commissie op het onderwerp terug te komen meent hij dat het daarbij gaat om een beeldvormende sessie dit najaar. Tweede termijn De heer FENNEMA hoort dat de wethouder de beëindiging van het restafvalcontract opvoert als een van de grootste kostenposten. Het restafvalcontract behoeft echter wellicht niet beëindigd te worden, wat een van de grootste redenen van zijn twijfel is. De wethouder beargumenteert dat het verkopen van nagescheiden PMD minder oplevert dan voorgescheiden PMD. Dat klopt. Voorgescheiden PMD levert € 250,- per ton op en nagescheiden PMD HI20210706
28
ruim € 8,- per ton. Gemiddeld kost het ophalen van voorgescheiden PMD echter ook circa € 250,- per ton. Dat gegeven kan hij in de berekening niet terugvinden. Daarnaar wil hij op zijn minst nog een keer laten kijken, waartoe het amendement oproept. Mevrouw KOOLOOS vraagt of er een recycleplan is in het geval PMD-kliko’s niet meer gebruikt zullen worden. Mevrouw VAN DROOGE vraagt verduidelijking over het al dan niet kunnen verlengen van het restafvalcontract. De heer HELLER (wethouder) laat weten dat de gemeente het restafvalcontract nog met drie jaar kan verlengen. Men zou kunnen stoppen met het bronscheiden van PMD en dat na te laten scheiden, waarbij het restafvalcontract wordt verlengd. De reststroom zou dan onder het huidige restafvalcontract verwerkt kunnen worden. Dat kan in de praktijk echter niet, omdat PMD-nascheiding en tegelijkertijd verbranden van restafval in één contract zit. Dat brengt grote extra kosten met zich mee en is geen optie. Daarom is het voorstel het restafvalcontract met drie jaar te verlengen. Parallel daaraan kan dan een uitspraak worden gedaan over bronscheiding. Kliko’s zijn eigendom van de GAD en kunnen onder zeer beperkte meerkosten worden teruggenomen.
Amendement A 21-110 van de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang over herberekening van kosten PMD wordt via d stemapplicatie in stemming gebracht en met 21 tegen 14 stemmen aangenomen, met de stemmen van D66, GroenLinks, de ChristenUnie en het lid Van Rooden van de SP tegen. Amendement A 21-124 van de PvdA, ‘Aan de slag tegen vervuiling containers’ wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. 11.
REKENKAMERONDERZOEK EVALUATIE AAN- EN AFMELDPROCES VAN HILVERSUM ALS SLEUTELGEBIED BIJ DE MRA
Mevrouw KALK deelt een aantal conclusies en observaties met de raad. Zij noemt het Sleutelproject het project van de gemiste kansen. Het college liep voor de troepen uit, de raad was niet in de positie om kaders te stellen en doemscenario’s zijn onder geheimhouding verteld. Ook was er sprake van onrust over de omgevingsvisie en de coronacrisis. De gemeente is daardoor met niets geëindigd, terwijl de woningnood steeds groter wordt. Zij betoogt dat dit geen incident is, maar onderdeel van een patroon, waarbij zij wijst op de Gebiedsagenda 1221, participatie en een eventuele sloop van een beeldbepalend gebouw als Silverpoint. De PvdA wil dat patroon doorbreken en neemt de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer over. De eerdere afspraken over de governance in de regio gaan de gemeente misschien helpen en wie weet geldt dat ook voor de nieuwe governance van de MRA. Dat zal echter niet genoeg zijn. Wil de raad in de toekomst voorkomen weer op afstand te worden gezet en dat de kaderstellende rol serieus wordt genomen, dan moet in Hilversum cultuurverandering plaatsvinden. Zij vindt dat het college zijn informatieplicht actiever en transparanter moet invullen. Alleen dan de raad zijn rol als kaderstellend orgaan aan de voorkant invulling geven. Bij het Sleutelproject is dat niet goed gegaan en ook op andere fronten wordt dat te weinig gedaan.
Zij vraagt hoe het college dat wil verbeteren. De heer SLINGERLAND onderschrijft de conclusie en aanbevelingen in het rekenkamerrapport. Niet alleen het college heeft een actieve informatieplicht, maar de raad moet tijdig zijn rol innemen, ofschoon de raad naar omstandigheden en bij de daartoe geboden gelegenheid in de raadsvergadering van HI20210706
29
eind januari 2020 al aan de bel trok. De opdracht van de raad aan de Rekenkamer was vooral bedoeld om lering te trekken uit de gang van zaken rondom het aanmelden, de verdere gang van zaken en de uiteindelijke afmelding van het Sleutelgebied. In de raadscommissievergadering van 24 juni jl. is hij al diepgaand op de hele kwestie ingegaan, zodat hij nu slechts vraagt wat het college van de gang van zaken heeft geleerd en hoe het de raad beter had kunnen informeren. Zodoende zijn lessen voor de toekomst te trekken, welke toekomst nu al is begonnen. De heer VEENENDAAL is blij met het rekenkamerrapport, de aanbevelingen en de conclusie daarin en betreurt het dat het college de raad niet voor 12 november 2019 heeft geïnformeerd, nu de Rekenkamer heeft vastgesteld dat dat wel degelijk mogelijk en wenselijk was geweest. Het is goed om dan van de wethouder in de commissievergadering te horen dat het achteraf gezien beter was geweest om de raad wel te informeren. Tegelijkertijd mag de raad zich aanrekenen dat de raad niet meteen heeft geëist dat de aanmelding werd ingetrokken en dat een raadsmeerderheid pas enkele maanden later tot zo’n afweging is gekomen. Zowel het college als de raad bevond zich op onbekend terrein en maakte fouten, waarvan is geleerd. GroenLinks is voor een ambitieus woningbouwprogramma met behoud van de woonkwaliteit van Hilversum.
In dat licht was ook GroenLinks verwachtingsvol en lange tijd opbouwend kritisch. Daarin stond de fractie niet alleen. Ook waren er juichende reacties van de VVD, Hilversums Belang, de ChristenUnie, het CDA, de PvdA en D66. GroenLinks stemt in met de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer. De vierde aanbeveling vermeldt de eerste drie aanbevelingen als raad en college samen op te pakken. Dat klinkt prachtig. In het nawoord stelt de Rekenkamer voor dat college en raad zo snel mogelijk met elkaar in gesprek gaan om goede procedureafspraken te maken voor als zich in de toekomst weer kansen voordoen, waarbij onder grote tijdsdruk grote besluiten genomen moeten worden. Het lijkt hem goed daarvan na het proces meteen werk te maken en dat op te pakken. De heer KRUIJSWIJK JANSEN merkt op dat het rekenkamerrapport een uitvloeisel is van de in december 2020 ingediende CDA-motie. Hij is blij met de evaluatie. Het college omarmt alle conclusies en aanbevelingen en wil lering trekken, wat goed en politiek handig is, omdat daarmee de angel uit de discussie wordt gehaald. De conclusies van het onderzoek zijn immers stevig. Met de conclusie dat het college de raad niet in positie heeft gebracht door de raad onnodig voor een onvoldongen feit te plaatsen zegt de Rekenkamer in feite dat de lokale democratie in dit proces niet gezond heeft gefunctioneerd.
Door toedoen van het college heeft het samenspel tussen raad en college, twee bestuursorganen die van elkaar afhankelijk zijn, maar waarbij de raad het college ook moet kunnen controleren, niet goed gewerkt. Dat kan en moet beter. Met het overnemen van deze conclusies schept het college terecht verwachtingen. Het onderzoek staat niet op zichzelf, er is sprake van een patroon. Het CDA zal het college houden aan de belofte van beterschap. Ook de voorzitter heeft in dezen een verantwoordelijkheid en hem roept hij op om het gezonde samenspel vanuit diens rol als voorzitter van beide organen te ondersteunen en ook te laten blijken. Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT heeft dankzij de Rekenkamer veel feiten op een rijtje kunnen zetten. De grote vraag wat er in de periode voor 5 november 2019 precies is gebeurd, gedaan en besproken blijft voor haar echter onduidelijk. Zij wil zich veel beter realiseren dat college, raad en ambtenaren geen gescheiden systemen moeten zijn voor een goede besluitvorming. Het college moet beter beseffen dat gezamenlijk optrekken met de raad in het besluitvormingsproces tot een breder draagvlak leidt en tot een veel betere kwaliteit van de besluitvorming. Het gebrek aan participatie en de manier waarop dat gebeurde speelde een grote rol in het proces.
Zij vindt het daarom nodig zich grondig te bezinnen op wat participatie van inwoners precies is en in hoeverre daarop een gezamenlijke visie bestaat. Wat is participatie anno 2021 in het kader van wetgeving? Waaruit bestaat de beeldvorming en de opvattingen daarover in de samenleving? Wat is de relatie tussen stemmen op een politieke partij en concrete tussentijdse invloed? Wat is het speelveld van participatie en HI20210706
30
wat zijn de spelregels? Wat de ChristenUnie betreft is het adequate samenspel tussen inwoners en gekozen volksvertegenwoordigers een van de grootste uitdagingen voor de komende periode. Raad en college hebben de juiste sleutel daarvoor nog niet gevonden. De aanbevelingen van de Rekenkamer onderschrijft zij volledig, hoewel zij de verhouding tussen college en raad niet helemaal evenwichtig benoemd vindt. Haar motto is dat je een ander kunt beïnvloeden door iets aan je eigen gedrag te veranderen. Ook in de politiek word je daar gelukkiger van. Mevrouw KOOLOOS vindt het rekenkamerrapport precies de spijker op zijn kop slaan. Ook zij ziet dat sprake was van een repeterend patroon. Zij zal bezien of raad en college ervan leren en is daarnaar erg benieuwd. De heer GÖBBELS is van opvatting dat het rekenkameronderzoek heeft blootgelegd dat het college de raad niet, niet tijdig en onvolledig heeft geïnformeerd, evenals dat sprake is van een ongewenste bestuurscultuur. Hij geeft hulde voor die helderheid. Het is ook een onderzoek dat raad en college ten onrechte op één hoop veegt, een miskenning van de gang van zaken die ook collega’s al eerder signaleerden. Het recht van amendement houdt in dat elk individueel raadslid het recht heeft om een wijzigingsvoorstel in te dienen voor besluiten en verordeningen die voor de raadsagenda zijn geagendeerd.
Zo is zijn voorstel tot stand komen om in een amendement de rollen en verantwoordelijkheden te ontvlechten en als raad een gewijzigd besluit te nemen. Vandaar dient hij amendement A 21-119 in. Amendement A 21-119 ‘Aanscherping conclusies’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, behandelende het rekenkameronderzoek evaluatie aan- en afmeldproces van Hilversum als sleutelgebied bij de MRA; constaterende dat: ─ de raad motie (M 20-06) 'Grip op visie en strategie' (jan. 2020) heeft geagendeerd; ─ onmiddellijk na de besloten presentatie over het Sleutelgebied het verzoek is gedaan voor scenario's van sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen; ─ deze scenario's door het college zijn toegezegd en niet zijn geleverd; ─ deze gevraagde scenario's niet gelijk zijn aan of te verwarren zijn met het plan van aanpak voor de omgevingsvisie; ─ de Rekenkamer in de conclusies de rol van het college verweeft met de rol van de raad, overwegende dat: ─ de aanmelding van ‘Mediacentrum Hilversum’ reeds had plaatsgevonden voordat de raad hierover werd geïnformeerd; ─ inherent aan een 'voldongen feit' is dat geen omkering van de volgorde in de tijd mogelijk is met als gevolg dat dit moment niet heeft plaatsgevonden; ─ de raad aantoonbaar actief probeerde bij te sturen voor wat betreft het Sleutelgebied alsmede in samenhang met de omgevingsvisie; ─ de Rekenkamer in haar
conclusies de rol van het college ten onrechte vervlecht met die van de raad; besluit: beslispunt 1 van het conceptraadsbesluit als volgt te wijzigen: oude tekst: I. De volgende conclusies van de rekenkamer over te nemen: 1. Met de aanmelding van ‘Mediacentrum Hilversum’ stelde het college van burgemeester en wethouders de raad onnodig voor een voldongen feit, en de raad stond dit ook toe. 2. Het college van burgemeester en wethouders had onvoldoende regie op het bestuurlijke proces, en de rollen en taken van de MRA, om te komen tot de aanmelding van een sleutelgebied. Tegelijkertijd heeft de raad dat toegelaten en HI20210706
31
3.
niet tussentijds bijgestuurd. Zowel raad als college zijn niet in staat geweest regie te pakken, omdat zij voornamelijk reactief stuurden in plaats van proactief. Met de aanmelding van ‘Mediacentrum Hilversum’ als sleutelgebied doorkruiste het college van burgemeester en wethouders het participatietraject dat op dat moment werd doorlopen met de lokale samenleving in het kader van de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Dit heeft geleid tot grote weerstand in de samenleving. Zowel de raad als het college van burgemeester en wethouders speelden hier niet proactief op in, maar waren ook hier voornamelijk reactief.
nieuwe tekst: I. De volgende conclusies te trekken: 1. Met de aanmelding van ‘Mediacentrum Hilversum’ stelde het college van burgemeester en wethouders de raad onnodig voor een voldongen feit. 2. Het college van burgemeester en wethouders had onvoldoende regie op het bestuurlijke proces, en de rollen en taken van de MRA, om te komen tot de aanmelding van een sleutelgebied. Het college is niet in staat geweest regie te pakken, omdat zij voornamelijk reactief stuurde in plaats van proactief. 3. Met de aanmelding van ‘Mediacentrum Hilversum’ als sleutelgebied doorkruiste het college van burgemeester en wethouders het participatietraject dat op dat moment werd doorlopen met de lokale samenleving in het kader van de ontwikkeling van de omgevingsvisie. Dit heeft geleid tot grote weerstand in de samenleving. Het college van burgemeester en wethouders speelde hier niet proactief op in, maar was ook hier voornamelijk reactief.” (Amendement A 21-119 van Democraten Hilversum) Mevrouw VERWEIJ onderschrijft een groot deel van de conclusies van het rekenkamerrapport. Het college reageert wellicht te enthousiast, maar welbewust op een rijdende trein te zijn gesprongen en ook dat de publicatie over sleutelgebieden het college verraste en in de samenleving tot onrust heeft geleid.
Het is wel wonderlijk als de raad onvolledig wordt geïnformeerd in een proces waarmee ambtenaren bezig zijn, waarvan het college zegt welbewust op een rijdende trein te zijn gesprongen en is verrast door hetgeen partners hebben gepubliceerd, terwijl men wel weet waarmee je bezig bent. Dat kan volgens haar niet waar zijn. Zij vraagt het college wat het heeft geleerd als het de raad onvolledig betrekt, onvolledig informeert, vervolgens zegt dat welbewust te doen en dan de Rekenkamer vraagt hoe het college dan zou moeten reageren. Wat de SP betreft laat het college dan te weinig lerend vermogen zien. Eigenlijk is het verkeerd informeren van een bestuursorgaan als de gemeenteraad een doodzonde. Daarom vraagt zij het college te overwegen terug te treden. Mevrouw VAN DE LINDE dankt de Rekenkamer voor het gedegen rapport. De aanbevelingen van de Rekenkamer om de bestuurlijke verhoudingen en processen ten opzichte van regionale en bovenregionale samenwerkingsverbanden te verbeteren zijn niet alleen met terugwerkende kracht, maar ook in het hier en nu zeer passend. Het gesprek over de bestuurscultuur wil zij niet vooruitschuiven, maar er meteen met elkaar mee aan de slag gegaan.
Het gaat om bestuurlijke cultuur en bestuurlijk bewustzijn, het soort overheid dat de gemeente wil zijn, hoe de raad zich verhoudt tot het college en hoe het Hilversumse openbare bestuur zich verhoudt tot de samenleving. Dat past ook bij de te maken keuzen in het kader van de Omgevingswet en sluit ook aan op enkele van de voorstellen die al door de raadswerkgroep vergaderen zijn gedaan om de werkwijzen te verbeteren. De Rekenkamer geeft aan dat de gemeente daarmee aan de slag moet gaan. Het past een zelfbewuste raad volgens haar om dat zelf op te pakken en daarbij suggereert zij dat de raadswerkgroep te laten doen, gehoord de opmerking van de heer Veenendaal. Misschien is dat aspect door het presidium te bespreken, de opdrachtgever van de raadswerkgroep. De heer BLOK beaamt dat een goed rapport voorligt. De collegetrein was al voor de besloten raadsvergadering van 13 november 2019 op volle snelheid. Op 12 november was de aanmelding voor het HI20210706
32
Sleutelgebied al gedaan, waarover de raad tot dan toe niet was geïnformeerd. Het college had de raad in het kader van zijn actieve informatieplicht moeten informeren, wat niet is gebeurd. De Rekenkamer stelt dat de raad bewust, onnodig en alleen maar achteraf werd geïnformeerd. Het verzaken van de actieve informatieplicht is een politiek ernstige zaak, vooral ook omdat de Rekenkamer dat zo zegt. Daarom dient hij motie M 21-96 in. Motie M 21-96 ‘Berisping en verbetering’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6 juli 2021, ter behandeling van het agendapunt ‘Rekenkameronderzoek Evaluatie aan- en afmeldproces van Hilversum als Sleutelgebied bij de MRA’; overwegende dat: er al langere tijd binnen de MRA over de ontwikkeling van sleutelgebieden wordt gesproken; er al in 2018 een inventarisatie met betrekking tot sleutelgebieden is gestart met ambtelijke opvolging ook vanuit Hilversum; er voor het college voldoende tijd was voor de aanmelding van het Hilversumse Sleutelgebied (12 november 2019), om de raad op enigerlei wijze te informeren; het college het Sleutelgebied bij de MRA heeft aangemeld zonder vooraf de raad te informeren; de raad daardoor bewust en onnodig enkel achteraf werd geïnformeerd, waardoor de raad haar kaderstellende rol niet tijdig kon vervullen; de raad door uitblijvende informatie, niet (eerder) haar kaderstellende rol kon oppakken; het
college volgens artikel 169 van de Gemeentewet alle informatie die de raad voor haar taak nodig heeft moet verstrekken; de beoordeling van wat en wanneer de raad dan aan informatie nodig heeft de eerste verantwoordelijkheid van het college is; constaterende dat: het college de raad over de aanmelding van het Sleutelgebied niet tijdig heeft geïnformeerd; de raad haar kaderstellende rol met betrekking tot de aanmelding daardoor niet vooraf heeft kunnen oppakken; het niet tijdig informeren van de raad in strijd is met de actieve informatieplicht van het college; het van belang is dat het college zich voortaan, met name met betrekking tot grotere projecten, aan artikel 169 Gemeentewet houdt; spreekt uit dat: het college een berisping verdient wegens het niet naleven van artikel 169 Gemeentewet; draagt het college op: de raad voortaan tijdig te informeren, onder andere met betrekking tot de ontwikkeling van grotere projecten; en gaat over tot de orde van de dag. (Motie M 21-95 van Hilversums Belang) Mevrouw VAN DE LINDE vindt de gebruikt grote woorden van de heer Blok lastig, omdat die in de krant van december 2019 liet optekenen dat het Sleutelgebied kansen biedt voor het versterken van woningbouw, werkgelegenheid en mobiliteit. Het moet haar van het hart dat zij de vingerwijziging naar het college niet gepast vindt.
Als de heer Blok vindt dat hij had moeten ingrijpen had hij daartoe ampel te gelegenheid. De heer BLOK citeert alleen maar bijna letterlijk de Rekenkamer, die de basis is van zijn verhaal. Hij raadt ook mevrouw Van de Linde aan zijn motie te ondersteunen, zodat allen verder kunnen.
HI20210706
33
De heer VEENENDAAL stelt een vraag over amendement A 21-119 van Democraten Hilversum. De raad kan conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer overnemen of verwerpen, maar niet aanscherpen. De Rekenkamer is namelijk een onafhankelijk orgaan dat zelfstandig tot een oordeel komt, wat de raad heeft te respecteren. De heer GÖBBELS duidde dat elk raadslid kan gebruik maken van het recht van amendement. Hij heeft geprobeerd conclusies en aanbevelingen te ontvlechten via toepassing van het recht van amendement op het voorliggende raadsbesluit. Mevrouw VAN VLIET onderschrijft uiteraard het goede rapport, waarvan veel te leren is. De gemeente moet zorgen direct bij de MRA aan tafel te zitten en beter in de regio samenwerken. Allen moeten scherp zijn op wat er beter kan en dat gezamenlijk oppakken. Ondertussen gaat het erom mooie plannen voor Hilversum te maken en alle ter beschikking staande financiële bronnen te benutten en de nodige samenwerkingsverbanden daartoe aan te gaan. Mevrouw KOOLOOS gaat in op de bijdrage van mevrouw Van de Linde en vraagt of het project van de MRA onoverzichtelijk was, wat gevolgen had voor inwoners en de raad. Het duurde lang voordat zij de impact van het project doorhadden. Het gaat dan toch om het achterhouden van informatie voor de raad.
Mevrouw VAN DE LINDE gaat niet mee in het achterhouden van informatie en zij onderschrijft de conclusies van de Rekenkamer dat er werk aan de winkel is. Het past college en raad om daarnaar te kijken, bij zichzelf te rade te gaan en elkaar een spiegel voor te houden. De Rekenkamer en zijzelf concluderen niet dat bewust informatie is achtergehouden. De heer VOORINK (wethouder) zegt de Rekenkamer dank voor het uitvoerige onderzoek. Het Sleutelproject was vanaf de eerste dag een ontzettend ingewikkelde kluwen. Daarmee zijn allen vol enthousiasme, goede moed en met de beste intenties begonnen, maar men is elkaar en het doel behoorlijk kwijtgeraakt, wat ontzettend spijtig is. Dat moet niet nog een keer gebeuren. Dergelijke projecten komen ook niet dagelijks voorbij. Daarvan is al het nodige geleerd en dat moet ook nog gebeuren. Een van de geleerde lessen is volgens hem dat dergelijke projecten alleen kans van slagen hebben als men daarin tijdig en goed voorbereid aan de voorkant instapt. De organisatie, de wethouder, het college en misschien de raad hadden onvoldoende het spel van de MRA en de regio in de vingers. Daarbij past een kritische blik naar het college zelf en de organisatie. Van belang is agenda’s van overheidsorganisaties om de gemeente heen helder op de politieke agenda te zetten. Een andere les is dat dergelijke projecten vallen en staan met heel goede communicatie.
De gemeente is met de beste intenties op de trein gesprongen en het college heeft geprobeerd de raad zo snel mogelijk te informeren. In de week tussen instappen en de raadsvergadering had er meer kunnen worden gedaan. Tussen het moment van de raad meenemen en de goedkeuring van de MRA zat ook nog een heleboel weken. In die tijd had er nog een politiek gesprek gevoerd kunnen worden. Als het spannend is moet men een politiek gesprek niet schuwen, bijvoorbeeld in een extra commissie- of raadsvergadering. Bij instemming met het raadsvoorstel is het zaak met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Hij staat open voor een voorstel van allen. Tot de aanbeveling van Rekenkamer om dit punt in gezamenlijkheid op te pakken voelt hij zich zeer aangetrokken. Hij onderkent het recht en de plicht van het college om de raad goed te informeren. Dat heeft het college ook in dit dossier geprobeerd dat naar eer en weten te doen. Hij verwerpt de suggestie dat het college bewust informatie aan de raad heeft onthouden. Het is goed gelukt om de complexiteit met elkaar goed te doorgronden. Er waren geen kwade bedoelingen van het college. In die zin heeft het college dan ook moeite met motie M 21-96 van Hilversums Belang, ‘Berisping en verbetering’. Vooral moeite heeft hij met de suggestie dat het college de raad structureel slecht of te laat zou informeren.
Als dat zo is wil hij daarover graag met de raad in gesprek over verbetering. Van slechte intenties is echter geen sprake. Silverpoint betreft een vergunningaanvraag binnen de reguliere procedure. Als de raad wil dat het college daarover de raad actief informeert anders dan via publicaties van ontvangen vergunningaanvragen, HI20210706
34
dan wil hij het daarover hebben, maar een dergelijk besluit vereist geen raadsbesluit. Dan is het best ingewikkeld om te begrijpen welke informatie de raad nog meer wil hebben. Mevrouw KALK constateert dat de wethouder zich beroept op wat er al dan niet formeel kan. De wethouder zou een politieke antenne moeten hebben over wanneer hij de raad informeert. Elke keer loopt zij er tegenaan dat de wethouder de raad niet informeert. De wethouder heeft geen slechte intenties, maar hij ontwikkelt ook geen enkele vorm van politieke sensitiviteit. De reactie van de wethouder vindt zij verdedigend en van weinig reflectie getuigen, waardoor zij uitermate is teleurgesteld. Daarom verzoekt zij de voorzitter na de eerste termijn de vergadering te schorsen. De heer VOORINK (wethouder) spijt dat en wil niets liever dan mevrouw Kalk niet teleurstellen. De oproep neemt hij zich ter harte om de raad actief en meer dan nu nog te informeren. Met het voorbeeld van Silverpoint probeert hij te duiden dat dat af en toe lastig is. De heer GÖBBELS valt het op dat de wethouder steeds teruggaat naar de beperkte periode waarin het Sleutelgebied voor het eerst bij de raad werd aangemeld. Het project speelde echter al in 2018 en in juni 2019 kwam de eerste woningdeal bekendgemaakt.
Toen heeft hij een mail naar de wethouder Wonen gezonden en zijn verbazing kenbaar gemaakt op een groepsapp Ruimte, waarop er geen enkel signaal van het college kwam over dit soort activiteiten. In november 2019 is het college begonnen met naar de raad te communiceren, toen was het zogenaamd allemaal nieuw. Tot de uitbraak van de coronacrisis in maart 2020 heeft het college niets gedaan met de vraag om met scenario’s te komen. De informatie van de wethouder heeft hij vanaf de eerste dag onder het vergrootglas gelegd, omdat de aangeleverde data niet klopten met de hem bekende gegevens, bijvoorbeeld wat betreft inwoneraantallen. De wethouder vertelde een soort marketingverhaal dat ver af stond van andere data, die eveneens beschikbaar waren. Dat vindt hij onderdeel van de bestuurscultuur die hij nog steeds ziet. Er ontbreekt naar zijn mening objectieve informatie, met voor en nadelen en kansen en bedreigingen, op basis waarvan de raad een eigen afweging kan maken. De heer VOORINK (wethouder) heeft echt gepoogd objectieve informatie te geven. Er is een bibliotheek geopend waarin alle informatie te delen was. Gezegd is uiteindelijk toe te gaan naar scenario’s met voor- en nadelen. De gemeenteraad is gevraagd wat er nodig is om tot een goede afweging te komen.