Verslag raadsvergadering d.d. 3 april 2024
Tekst van het document
VERSLAG
Vergadering GEMEENTERAAD VAN HILVERSUM 3 APRIL 2024
INDEX RAAD 3 APRIL 2024 NR OMSCHRIJVING AGENDA
BLZ
1
Vaststellen agenda
3
2
Lijst ingekomen stukken
4
3
Vaststellen verslag raadsvergadering 6 maart 2024
4
4
Vaststellen verslagen commissievergadering 28 februari en 20 maart 2024
4
4.a.
Benoeming en beëdiging nieuw commissielid VVD
4
5
Conceptbegroting Gemeentelijk Gymnasium Hilversum 2024
4
6
Actualisatie lijst geheimhouding 2024
4
7
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorzieningschap Tomingroep 2024
4
8
Benoeming plaatsvervangend lid MRA raadtafel
4
9
Besluit algemeen belang Joodse Begraafplaats
5
10
Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (integraal Huisvestingsplan 20242039)
5
11
Raadsvoorstel motie 23-89 Gymzaal Villa Vrolik
23
12
Vaststelling bestemmingsplan ‘Kavel naast Mout’
30
13
Aanpassing GWP maatregel waterberging 1221 Minckelersstraat
32
14
Vaststelling Chw Paraplubestemmingsplan woningsplitsing en verkamering
35
15
Monitoring aanbevelingen Rekenkamer Hilversum 2023
5
16
Vragen aan het college
41
Verslag raadsvergadering 3 april 2024
2
GEMEENTE HILVERSUM RAADSVERGADERING VAN 3 APRIL 2024 (verslag) Voorzitter: G.M. van den Top, burgemeester.
Aanwezig zijn de leden: de dames A. van de Beek (Democraten Hilversum) en M. Boukhriss (Hart voor Hilversum), de heren J.J.A.N. Deen (D66), R.J.H. Docter, (Democraten Hilversum) en J. van Drogen (GroenLinks), mevrouw F. Durlacher (Belang van Nederland), de heren M.F. Eerenberg (Hart voor Hilversum) en G.J. Ekelmans (VVD), mevrouw J.F. van Exel-van Dijk (CDA), de heren H.H. Fennema (VVD), J.E.M.G. Göbbels (Democraten Hilversum), R.H. van Grieken (D66) en C.M. Groeneveld (Hart voor Hilversum), mevrouw B. van Hattum (D66), de heer S.J. Hexspoor (GroenLinks), mevrouw M.J. de Jong-Schrijvers (Hart voor Hilversum), de heer T. de Jong (CDA), mevrouw J. Kalk (PvdA), de heren H. Koç (Democraten Hilversum), J.P. Lahaise (PvdA) en R.J.C. Lancé (Hart voor Hilversum), mevrouw H.M.G.J. van de Linde (VVD), de heren H.J. Lindeboom (D66), B. Nanninga (ChristenUnie), J.T.M. van Nistelrooij (D66) en G.J. Postma (CDA), de dames R.W.C. Redmeijer (Hart voor Hilversum) en M.H.A. Remmers (GroenLinks), de heer D.E.O. Streutker (CDA), mevrouw B. Verweij (SP), de heren P.C.M. Vonk (SP) en J.A. van Waarden (GroenLinks), mevrouw V. Wesselink (D66), de heren T.R. Westerneng (VVD) en A Zaabat (D66) en mevrouw E.M. Zeeuw van der Laan (VVD). Griffier: mevrouw A.J. van Meerveld. Wethouders: de heer B. Heller, mevrouw K. van Hunnik en de heren A.R.C. Scheepers en N.G.T. van Voorden. Afwezig: de dames C.
Jansson (raadslid Democraten Hilversum) en K.J. Walters, wethouder.
1.
VASTSTELLEN AGENDA
De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet allen hartelijk welkom. Vandaag hebben de raadsleden een verklaring ontvangen van wethouder Walters, die heeft aangegeven haar wethouderschap met onmiddellijke ingang neer te leggen. Inmiddels is er ook op woensdag 10 april a.s. een extra raadsvergadering gepland om daarover te spreken en de daardoor ontstane politieke situatie te duiden. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Jansson van Democraten Hilversum. De heer Zaabat van D66 zal om 21.00 uur de vergadering bijwonen en de heer Ekelmans van de VVD komt later. Vervolgens vermeldt hij het ontvangen nieuws van het op 21 februari jl. overlijden van voormalig oud CDA-raads- en commissielid Wim Klaassen. Wim was woordvoerder in de commissies Stad, Economie en Verkeer en Buurt tussen 2002 en 2006 en tussen 2014 en 2018. Ter herdenking van oud CDA-raads- en commissielid Wim Klaassen wordt vervolgens gedurende een minuut stilte in acht genomen. De VOORZITTER deelt mee dat aan de agenda punt 4a is toegevoegd, het benoemen en beëdigen van een commissielid, dit naar aanleiding van een aanmelding van de VVD-fractie. Agendapunt 15, over monitoring aanbevelingen Rekenkamer Hilversum 2023, zal naar aanleiding van de bespreking in de vergadering van de commissie Bestuur en Economie op 27 maart zonder debat worden behandeld na agendapunt 9.
Er zijn geen moties vreemd aan de orde van de vergadering aangekondigd. De agenda wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld. Verslag raadsvergadering 3 april 2024
3
2.
LIJST INGEKOMEN STUKKEN
Voor de geagendeerde stukken wordt verwezen naar de bij de agenda overgelegde lijst van ingekomen stukken. Afgesproken is dat opmerkingen over de ingekomen stukken vooraf bij de griffie worden aangemeld. Zonder stemming wordt vervolgens conform de voorstellen van de voorzitter van de raad bij de ingekomen stukken besloten. 3.
VASTSTELLEN VERSLAG RAADSVERGADERING VAN 6 MAART 2024 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
VASTSTELLEN VERSLAGEN COMMISSIEVERGADERINGEN 28 FEBRUARI EN 20 MAART 2024 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
4A.
BENOEMING EN BEËDIGING NIEUW COMMISSIELID VVD Zonder stemming wordt conform het voorstel van de voorzitter en de griffier besloten om de heer M.M. de Haas te benoemen als commissielid voor de VVD-fractie.
In handen van de VOORZITTER legt de heer DE HAAS de bij de wet voorgeschreven verklaring en belofte af. 5.
CONCEPTBEGROTING GEMEENTELIJK GYMNASIUM HILVERSUM 2024 Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
6.
ACTUALISATIE LIJST GEHEIMHOUDING 2024
De VOORZITTER geeft aan dat het voorstel is om de geheimhouding rustend op de dossiers met zaaknummers 693398 en 1073601 op te heffen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7.
WIJZIGING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKVOORZIENINGSCHAP TOMINGROEP 2024
De VOORZITTER merkt op dat de gemeenteraad op 20 december 2023 een zienswijze heeft ingediend op een conceptwijziging van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Tomingroep. Naar aanleiding hiervan is een wijziging doorgevoerd in de nieuwe tekst van de gemeenschappelijke regeling. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 8.
BENOEMING PLAATSVERVANGEND LID MRA RAADTAFEL
De VOORZITTER merkt op dat na de verkiezingen in 2022 de heer Docter en mevrouw Jansson als lid en respectievelijk plaatsvervangend lid van de MRA raadtafel zijn benoemd. Mevrouw Jansson Verslag raadsvergadering 3 april 2024
4
heeft aangegeven als plaatsvervangend lid te willen stoppen. Het presidium heeft hierna de heer J. van Drogen voorgedragen om de vacature te vervullen. De raad wordt nu gevraagd de voordracht te formaliseren met een benoemingsbesluit. Zonder stemming wordt conform het voorstel van het presidium de heer J. van Drogen benoemd tot plaatsvervangend lid van de MRA raadtafel. 9.
BESLUIT ALGEMEEN BELANG JOODSE BEGRAAFPLAATS
De VOORZITTER geeft aan dat het voorstel is om de activiteiten ten behoeve van het onderhoud aan de Joodse begraafplaats en het Metaheerhuis vast te stellen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang. In de commissievergadering van 20 maart jl. waren alle woordvoerders positief over het voorstel. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 15.
MONITORING AANBEVELINGEN REKENKAMER HILVERSUM 2023
De VOORZITTER deelt mee dat de Wet versterking decentrale rekenkamers voorschrijft dat het college rapporteert over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer aan het college. Aanvullend is in het presidium de afspraak gemaakt dat de griffie rapporteert over de opvolging van de aanbevelingen aan de raad. In het Aanbevelingenregister rekenkamer Hilversum 2023 zijn die rapportages gebundeld. Zonder stemming wordt conform het voorstel van de griffier besloten. 10.
GEMEENTELIJK ONDERWIJSHUISVESTINGSBELEID (INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN 2024-2039
De VOORZITTER brengt naar voren dat de gemeenteraad in mei 2020 een besluit heeft genomen over het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) voor de periode 2020-2035. In lijn met wetgeving én de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hilversum 2022’ wordt het IHP elke vier jaar geactualiseerd. De commissie adviseerde unaniem om het onderwerp met debat in de raadsvergadering te behandelen. Er zijn diverse moties en amendementen aangekondigd. De heer EERENBERG wijst erop dat er naast het IHP ook een doorkijkje ligt voor de twaalf jaar erna. Het voorstel gaat onder meer om een extra krediet van € 32 miljoen. De raad is in het voortraject meegenomen in twee beeldvormende sessies, waarin de wethouder de raad heeft meegenomen in haar afwegings- en keuzetraject. Hij snapt een aantal door de wethouder gemaakte keuzen, zoals: - kiezen voor een focus op de komende vier jaar; -
het goed samenwerken met scholen, waarbij de rolvastheid in stand blijft; het schoolbestuur is bouwheer;
-
het zoeken naar terugverdienmogelijkheden voor de gemeente, waarbij de gemeente ook meedeelt in de opbrengsten van duurzaamheidsmaatregelen;
-
het integreren van andere activiteiten in schoolgebouwen om een beter rendement te behalen, bijvoorbeeld integrale kindcentra;
-
de keuze voor het gekozen kwaliteitsniveau.
Verslag raadsvergadering 3 april 2024
5
Uit een bijdrage van een inspreker in de commissievergadering bleek dat deze keuzen voor de scholen duidelijk zijn en dat daarvoor draagvlak bestaat, maar dat er ook ruimte voor finetuning is. Hart voor Hilversum heeft ook wat aanvullingen op het IHP en hoort graag hoe de wethouder deze in de uitwerking gaat meenemen. Het college stelt voor om het aanbestedingstraject te clusteren met Amsterdam. Hij ziet daarvan de voordelen, maar vraagt ook lokale aannemers en onderhoudsbedrijven niet buiten te sluiten. Vaak kennen zij de schoolgebouwen namelijk goed en is hun expertise zeer waardevol. Bij clusteren wil hij een apart cluster voor monumentale oude panden, omdat deze een afwijkende categorie vormen. Extra aandacht heeft hij voor risicobeheersing in de uitwerking van het IHP. Hart voor Hilversum heeft zich de laatste zes jaar sterk gemaakt voor een goede risicobeheersing op grote bouwprojecten. Oudwethouder Voorink en wethouder Scheepers weten hier inmiddels alles van. De bouwbranche verandert. Macht verschuift van de opdrachtgever naar de aannemer. Hun extra rendement komt uit het financiële budget van de gemeente. Hij steunt de wethouder bij het opnemen van stelposten voor onvoorzien bij verschillende projecten en bij het indexeren van de bouwkosten met de betreffende indexeringsratio.
Wethouder Scheepers heeft in het verleden besloten op basis van een suggestie van Hart voor Hilversum een bedrijfsbureau op te starten voor de risicomonitoring van grote projecten van gebiedsontwikkelingen. Hij steunt het idee van onder meer de VVD om onderwijshuisvesting op het gebied van risicobeheersing te laten aanhaken bij dat bedrijfsbureau. Concreet betekent dit het projectteam onderwijshuisvesting versterken met risicomanagement. Ook de opname van het IHP in de meerjarige prognose gebiedsontwikkeling (MPG) ondersteunt hij. De suggestie van D66 en de inspreker in de commissievergadering voor meer afstemming over het lopende plan in de raad vindt hij een goede. Dus los van de jaarlijkse evaluatie in het IHP-MPG komt er dan een extra tussenrapportage, wat hem betreft binnen het bestaande format. Ook een risico is de ontwikkeling van de leerlingenaantallen, vooral in Oost, hetgeen de PvdA in de commissievergadering naar voren bracht. Hij is blij dat de wethouder met de schoolbesturen een werkgroep groei en krimp heeft opgezet. Hart voor Hilversum wil enerzijds goede schoolgebouwen en een goede leeromgeving, anderzijds is het vrijgeven van ruim € 32 miljoen uit de schaarse gemeentelijke middelen zuur. Voortbouwen op de fundamenten van het oude IHP, waarin tot zijn grote verbazing geen rekening werd gehouden met sloopen bouwrijpkosten, is geen optie.
Dus is een nieuwe start nodig, met daarbij het advies van overzichtelijkheid, behapbaarheid en de financiële vinger aan de pols. De heer DEEN constateert dat er plannen genoeg zijn, maar de uitvoering stokt. Het vorige IHP heeft de afgelopen jaren stof liggen vergaren. Van de uitvoering is bijna niets terechtgekomen, waaraan corona, personeelsgebrek en een verkeerde inschatting van de plannen voor het Arenapark onder meer debet zijn. Van de 24 projecten zijn er slechts acht uitgevoerd, het meest zijn kleine projecten uitgevoerd. Dat hij in de commissievergadering moest vragen hoe het met projecten staat zegt hem eigenlijk genoeg. De raad weet te weinig over de voortgang van de projecten en het programma als geheel. De raad kan dus indien nodig ook niet bijsturen. Het IHP is een echt programma, waar een degelijke rapportage bij hoort, met duidelijke info over planning, financiën, risico’s en voortgang. Daarom dient hij het volgende amendement in.
Amendement A 24-54 ‘Een groot programma heeft sturing nodig’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 4 april 2024, behandelend Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); overwegende dat: • het IHP een voor Hilversum groot programma is met meerdere projecten die deels onderling van elkaar afhankelijk zijn; • met de vierjarige IHP-cyclus de gemeenteraad de financiële kaders vaststelt voor de uitvoering; • de besluitvorming over de eenjarige Onderwijshuisvestingsprogramma’s (OHP) bij het college van burgemeester en wethouders ligt; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
6
•
een beslissing omtrent financiering van projecten altijd in een afzonderlijke beschikking landt die wordt afgegeven door het college van B&W binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders; • het IHP een grote impact heeft op de gemeentefinanciën en op de samenleving; • een goede informatievoorziening de gemeenteraad betere controle- en bijsturingsmogelijkheden geeft, • er bij andere overheden veel ervaring is opgedaan met het rapporteren over grote projecten (zie bijlage); constaterende dat: • van de 24 projecten er sinds 2020 slechts 8 zijn uitgevoerd, waarbij er concreet maar één nieuw gebouw is gerealiseerd (gymzaal Klimop); • de gemeenteraad op 21 december 2021 voor het laatst is geïnformeerd over de voortgang van het gehele IHP middels RIB 2021-107; • de nog niet gerealiseerde besluitvorming over internationaal onderwijs en ISK grote impact kan hebben op het huidige voorstel; spreekt uit dat: • de voortgang op het IHP in de afgelopen vier jaar teleurstellend is geweest; • de gemeenteraad onvoldoende inzicht heeft gehad in de voortgang van de lopende projecten, • het projectoverzicht met meerjarig investeringsschema uit het IHP onvoldoende informatie en comfort geeft om de kaderstellende en controlerende taak uit te voeren; besluit: een besluitpunt toe te voegen aan het raadsvoorstel: 9.
Het college de opdracht te geven om jaarlijks een IHP-voortgangsrapportage op te stellen waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de voortgang, planstatus en financiële aspecten van de lopende en aankomende projecten. Hiermee wordt inzicht gegeven in de voortgang van het gehele programma, de uitnutting van het budget alsook een actuele raming en prognose van de kosten van het programma en de onderliggende projecten. De voortgangsrapportage wordt voor de behandeling van de begroting aan de raad aangeboden, startend in 2024. De concept rapportage wordt vooraf nog ter advies voorgelegd aan de raad.” (Amendement A 24-54 van D66, de PvdA en de ChristenUnie) Het treintje van projecten is niet gaan lopen bij Sportpark Hilversum. De International Primary School op het Arenapark is er nog steeds niet, waarmee het plan dus nooit van de grond is gekomen. Alles hing daarvan af. Men kan pas een school verbouwen als de kinderen elders terecht kunnen. Het voorliggende plan is daarom interessant, maar ook een beetje mooi vormgegeven beleidspoëzie. Hij wil resultaten zien, zoals duurzame nieuwe schoolgebouwen, slimme verbouwingen en groene schoolpleinen, zodat de Hilversumse kinderen goed onderwijs kunnen volgen en Hilversumse leerkrachten met plezier en gezond kunnen werken.
Hij ziet een onduidelijke prioritering van projecten, waarbij de belofte dat het goed komt voor hem niet goed genoeg is. Spreker noemt het een stuk vol wensdenken waarbij een dominosteen weghalen ervoor kan zorgen dat het programma stokt. Daarom wil hij zo snel mogelijk een goede onderbouwing van de staat van de gebouwen, om te kunnen vergelijken waarom de gemeente doet wat zij doet. Daarom dient hij motie M 24-55 in. Motie M 24-55 ‘Hoe staat het met de Hilversumse onderwijsgebouwen?’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 3 april 2024, bij de behandeling van het Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); overwegende dat: • een goede informatievoorziening de gemeenteraad betere controle- en bijsturingsmogelijkheden geeft; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
7
•
goed inzicht in de staat van de onderwijsgebouwen noodzakelijk is voor een goede onderbouwing en prioritering van het IHP; constaterende dat: • er op dit moment geen actueel beeld is van de staat van de schoolgebouwen in Hilversum; • de laatste nulmeting ruim 4 jaar oud is; • deze nulmeting niet voor alle gebouwen volledig is ingevuld;1 • de onderbouwing van de categorieën bij deze nulmeting onduidelijk is; • het vergelijken van onderwijsgebouwen op basis van deze meting niet goed mogelijk is; • er goede voorbeelden zijn uit andere gemeenten die laten zien dat een dergelijke vergelijking goed mogelijk is (zie bijlage). verzoekt het college om: • een actualisatie van de nulmeting door te voeren waarbij: o iedere school op dezelfde manier en op dezelfde punten is beoordeeld; o een totaaloverzicht gegeven wordt van de staat van alle gebouwen; o dit een onderbouwing is voor de prioritering van het IHP; • de raad over deze actualisatie te informeren in Q2 2025; • deze actualisatie periodiek te herhalen bij ieder nieuw IHP’; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 24-55 van D66 en de PvdA) 1
https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=hilversum&id=100345286
Een van de dominostenen lijkt qua normbedragen niet in het kader te passen. Hij vraagt zich af of de gemeente op integrale kindcentra (IKC’s) de regie moet nemen of die laat gebeuren. Andere fracties hebben daarop een initiatief genomen, dat D66 ondersteunt. Vervolgens informeert hij naar de status van de Internationale Schakel Klas (ISK) en vraagt hij hoe die qua financiën in het IHP is opgenomen. Om zo snel mogelijk duidelijkheid hierover te krijgen dient hij motie M 24-56 in. Motie M 24-56 ‘Een goede plek voor de Internationale Schakelklas’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 3 april 2024, bij de behandeling van het Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); overwegende dat: • de Internationale Schakelklas (ISK) eerste opvangonderwijs aanbied voor nieuwkomers in het voortgezet onderwijs.
Hieronder vallen kinderen van statushouders, arbeidsmigranten, asielvluchtelingen en ontheemde Oekraïners; • het van groot belang is voor Hilversum en onze regio dat dit op een goede manier gebeurt om deze kinderen een goede start te geven in Nederland; • de ISK-voorziening regionaal wordt opgepakt binnen de Gooi en Vechtstreek; • ISK Het Gooi een aanvraag heeft gedaan voor ‘het verplaatsen van de nevenvestiging over een hemelsbreed gemeten afstand van meer dan drie kilometer naar Arenapark 101 te Hilversum’; • hierover besloten is in het Regionale plan onderwijsvoorzieningen Gooi en Vechtstreek, gepubliceerd in de Staatscourant op 4 juni 2021; • Hilversum hierdoor per 1 augustus 2027 de zorgplicht heeft voor de huisvesting van de ISK met ongeveer 300 leerlingen in Hilversum; • de verwachting is dat structureel aanvullende financiering door de regiogemeenten nodig is om de ISK in onze regio tot stand te houden; • de exacte omvang van deze aanvullende kosten (nog) niet bekend zijn en er (nog) geen regionale besluitvorming heeft plaatsgevonden over de gezamenlijke financiering; constaterende dat: • er op 1 augustus 2027 geen ISK gebouwd zal zijn op Arenapark 101 in Hilversum; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
8
•
een ISK bij de planvorming van de invulling van het onderwijs op het Arenapark meegenomen kan worden; • de continuïteit van de ISK voor de leerlingen voorop moet staan; • een ISK ook in bestaande (onderwijs)gebouwen (zoals het STER-gebouw) kan worden ingevuld; • er snel duidelijke afspraken moeten komen over de invulling en financiering van deze voorziening in de regio; verzoekt het college om: • zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren hoe de zorgplicht voor ISK onderwijs in Hilversum of de regio ingevuld zal worden qua locatie en financiën; • de raad hierover z.s.m. te informeren, maar in ieder geval in Q2 2025; • dit te verwerken in het IHP; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 24-56 van D66) De raad is in de voorjaarsnota beloofd dat er duidelijkheid zou worden geboden in het IHP over het internationale onderwijs. Die duidelijkheid is er echter nog niet. Knopen doorhakken hier is nog nodig. Internationaal onderwijs is namelijk een belangrijke voorziening voor de stad Hilversum. De raad krijgt een procesvoorstel, maar hij wil geen gesprekken, maar concrete resultaten. Het college moet ook eerlijk zijn als het een deadline niet haalt. Het niet halen van de planning lijkt een continue factor te zijn in het traject tot nu toe. Hij vraagt daarom de wethouder te reflecteren op het punt van het nog steeds ontbreken van duidelijkheid.
De heer WESTERNENG herinnert aan de vaststelling van het vorige IHP op 6 mei 2020, in het begin van de coronapandemie. Alle partijen onderschrijven het belang van goede, frisse en beweegvriendelijke scholen. Hij spreekt zijn zorg uit over de uitvoerbaarheid van het IHP. De VVD wil de gemeente graag een betrouwbare partner van de schoolbesturen laten zijn, waarbij de overheid levert. Van het vorige IHP is fors minder gerealiseerd dan gepland. Oorzaken zijn corona en misschien ook het vertraagde Arenapark. Dat moet in de toekomst beter, zeker bij de grote ambitie van 22 projecten in vier jaar. Dat vraagt ook iets van de raad, zodat de VVD amendement A 20-24 van D66, de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een groot programma heeft sturing nodig’ steunt, dat ziet op een betere controle op de uitvoering. De VVD roept het college op om uiterst zorgvuldig om te gaan met schuif- en wissellocaties, omdat het impactvol voor ouders is als zij ineens in een periode hun kinderen naar een andere school op afstand moeten brengen. Als het college een keuze maakt waarbij wordt afgeweken van de verordening vraagt hij om de toezegging dat de raad daarover proactief wordt geïnformeerd. Zijn tweede zorg gaat over de betaalbaarheid. De impact van het IHP is fors en jaarlijks komen er meer dan € 1 miljoen aan extra lasten bij. Dat is weliswaar goed besteed geld, maar men kan elke euro maar één keer uitgeven.
De financiële ratio’s opgenomen in het MPG zullen de komende tijd verslechteren, zodat keuzen nodig zijn over investeringen in Hilversum. Hij heeft zichzelf afgevraagd of men bij het voorliggende IHP al keuzen moet maken. Dat is lastig, omdat alle projecten nodig zijn. Het normbedrag is 9% hoger dan de budgetnorm van de VNG, maar er zijn ook ambities op het gebied van frisse scholen en duurzaamheid. Hij wil daarom niet beknibbelen op het normbedrag en hoopt dat de wethouder zoveel mogelijk binnen het kader zal opereren en dat zij verstandig omgaat met een eventuele afwijking, opdat een budgetoverschrijding op het totale plan wordt voorkomen. Wat betreft zijn zorgen over uitvoerbaarheid en betaalbaarheid dient hij twee amendementen en een motie in. Het gaat erom de financiële positie van het IHP te verbeteren. Amendement A 24-62 ‘IKC wel belangrijk, geen wettelijke taak, geen willekeur’ “De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 3 april, behandelende de Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); constaterende dat: Verslag raadsvergadering 3 april 2024
9
•
in ambitielijn 2 wordt gesproken over ‘ruimte geven aan het opgroeien van kinderen’, waarbij een Integraal Kindcentrum (IKC) een hulpmiddel kan zijn; • een IKC, waarin partijen samenwerken rondom de cognitieve ontwikkeling van het jonge kind, een goede voorziening kan zijn om kansengelijkheid te vergroten; • de gemeente in het IHP een bedrag van € 500.000,- reserveert voor de periode 2024-2027 om IKC-vorming te ondersteunen; • dit niet gaat om een investering in vastgoed, het gaat hier om kosten om projectmatig invulling te geven aan deze ambitie; overwegende dat: • IKC’s een hulpmiddel kunnen zijn in het bereiken van HEA-doelstellingen, het ontwikkelen van vastgoed om IKC’s te realiseren echter geen wettelijke gemeentelijke taak is; • het IHP zwaar drukt op de gemeentefinanciën door de grote hoeveelheid projecten en de oplopende kosten; • in de onlangs vastgestelde Hilversumse Educatieve Agenda een werkgroep wordt aangekondigd, die gevraagd wordt om ‘met een aantal concrete voorstellen te komen die bijdragen aan de ontwikkeling van IKC’s’; is van mening dat: • de gemeente zich primair moet toeleggen op haar wettelijke taak, zijnde onderwijshuisvestiging en zich daarnaast moet toeleggen op een regisserende rol bij de totstandkoming van IKC’s; • de werkgroep eerst advies moet uitbrengen, alvorens de gemeente een besluit neemt of en op welke manier hier financiële middelen
beschikbaar voor worden gesteld, zo wordt willekeur voor één specifieke locatie voorkomen; • de stelpost voor ICK-vorming van € 500.000,- nu geen onderdeel moet zijn van het vast te stellen IHP omdat het IKC-beleid nog niet gereed is én het geen investering in vastgoed betreft maar het gaat om projectkosten in het kader van de regierol van de gemeente; besluit: besluitpunt 1 en 2 aan te vullen met de zin, ‘met uitzondering van stelpost IKC-vorming zoals beschreven op pagina 37’” (Amendement A 24-62 van de VVD) Amendement A 24-63 ‘Stelpost is geen gesloten box’ “De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 3 april, behandelende de Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); constaterende dat: • er in het IHP voorgesteld wordt om een algeheel risicobedrag als stelpost in te richten voor de periode 2024-2027 ter hoogte van 2,5% van de uitgaven IHP 2024-2027; • dit een stelpost is om vertraging van werkzaamheden tegen te gaan en onvoorziene prijsverhogingen, voor zover niet in de jaarlijkse indexering opgenomen, op te kunnen vangen; • dit leidt tot een totaalbedrag van € 2.096.000 voor de periode 2024-2027; deze stelpost niet is verbijzonderd naar specifieke projecten maar inzetbaar is binnen de context van de opgave voor deze periode; overwegende dat: • het verstandig is om een gemaximeerde stelpost per project van 2,5% in te stellen zodat het
betreffende project doorgang kan vinden bij tegenvallende omstandigheden; • het onverstandig is om deze stelpost over het gehele projecten portfolio te hanteren, omdat daarmee een tegenvallend individueel project voor EUR 2 miljoen al overschreden zou kunnen worden en derhalve voor andere projecten daarna geen stelpost onvoorzien meer beschikbaar is; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
10
•
indien over de periode van het IHP geen volledig gebruik behoeft te worden gemaakt van de stelpost dan kan deze aan het einde van de periode komen te vervallen; is van mening dat: • de stelpost onvoorzien een verstandig voorstel is, echter toegepast en gemaximeerd per project en niet over het investeringsprogramma IHP 2024-2027 als geheel; • daarmee de afgeschafte gesloten box van voor het IHP 2020 in feite opnieuw ingesteld zou worden; besluit: een extra besluitpunt aan het raadsbesluit toe te voegen dat luidt: ‘De stelpost vertraging/onvoorziene prijsverhoging van 2,5% zoals beschreven op pagina 37 van het IHP, toe te passen per project en niet over IHP 2024-2027 als geheel’”.
(Amendement A 24-63 van de VVD en het CDA) Motie M 24-64 ‘Raad blijvend grip op IHP-investeringskredieten’ “De gemeenteraad, in vergadering bijeen op 3 april, behandelende de Gemeentelijk Onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2039); constaterend dat: • het college een verzoek doet om investeringskredieten voor de geplande projecten in de periode 2024-2027 vrij te geven; overwegende dat: • het door omstandigheden onverhoopt kan gebeuren dat niet alle 22 projecten afgerond zullen worden in de periode 2024-2027; is van mening dat: • bij de volgende herijking van het IHP opnieuw investeringskredieten aangevraagd moeten worden voor de volgende planningsperiode; • de raad grip moet houden op de verstrekte financiële ruimte voor onderwijshuisvesting; draagt het college op: • de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de uitnutting van de verstrekte investeringskredieten in het kader van IHP 2024-2027; • bij de volgende herijking van het IHP als besluit aan de gemeenteraad voor te leggen of niet uitgenutte investeringskredieten verlengd moeten worden dan wel vrij moeten vallen.” (Motie M 24-64 van de VVD) Het IHP is een heel technisch en financieel onderwerp met veel cijfers, maar uiteindelijk gaat het erom dat kinderen naar goede scholen gaan.
Daarbij denkt hij terug aan zijn eigen schooltijd in de jaren ’90 op het Comenius College en aan de tijd dat hij sportte op de sportvelden. Dat gevoel gunt hij alle kinderen. Hij gaat er van uit dat het college aan de slag gaat met de 22 projecten, zodat alle kinderen kunnen rekenen op goede en betaalbare scholen. De heer POSTMA ziet dat komende jaren een groot aantal scholen een aanpak behoeven, in vier jaar tijd ruim 20% van het geheel. Die opgave is mede zo groot, omdat in de voorgaande periode veel minder is gerealiseerd dan voorzien. Daarnaast ziet hij een verschuiving in de prioriteitsstelling, waardoor in deze IHP-periode acht nieuwe projecten zijn opgevoerd. Deze prioriteitsstelling gebeurt samen met schoolbesturen, maar maakt het voor de raad erg lastig om enigszins te sturen op de omvang van de benodigde investeringen en de daaruit voortvloeiende extra kapitaallasten. De wethouder vraagt van de raad een aanvullend investeringsbudget van ruim € 32 miljoen bovenop de al eerder geraamde € 55 miljoen voor deze periode van vier jaar. Daar komt een extra geschat bedrag bij van € 50 miljoen voor de periode 2028-2039. Dat zijn forse, maar noodzakelijke uitgaven. Daarbij is het Hilversumse kwaliteitskader uitgangspunt, dat is vastgesteld op een wat lagere norm dan het landelijke kwaliteitskader van de VNG.
Het college ziet samen met scholen inverdienmogelijkheden, met name op energieverbruik en duurzaamheid, die dan gunstig uitpakken op de exploitatie van de scholen zelf. Men moet echter afwachten Verslag raadsvergadering 3 april 2024
11
of die inverdienmogelijkheden in hoog tempo te realiseren zijn, waarmee er sprake is van een financieel risico in de toekomst. Positief is volgens hem het stevig investeren in frisse scholen en het met behulp van een stelpost vormen en stimuleren van integrale kindcentra. Dat is een gezamenlijk initiatief van scholen en kinderopvangcentra, gestimuleerd door het college. De wethouder ziet ook risico’s binnen het IHP en stelt voor een algehele stelpost van ruim € 2 miljoen op te nemen voor onvoorziene prijsverhogingen. Deze stelpost is niet specifiek gealloceerd, wat een risico kan inhouden als bij de eerste complexe projecten al sprake zou zijn van overschrijdingen. Liever ziet hij meer inkadering, zodat het geen zaak wordt van wie het eerst komt, het eerst maalt. Een voorstel daartoe is terug te zien in amendement A 24-63 van de VVD en het CDA, ‘Stelpost is geen gesloten box’. De afgelopen periode is de terugkoppeling van de uitvoering van het IHP vanuit het college niet royaal geweest. De raad had wellicht daarop ook alerter kunnen zijn. De commissie heeft daarom gesproken over een jaarlijkse terugkoppeling aan de raad over de werkelijke stand van zaken, zodat de raad tijdig over de voortgang is geïnformeerd. Amendement A 24-54 van D66, de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een groot programma heeft sturing nodig’, beschrijft een dergelijke voortgangsrapportage, die het CDA steunt.
Wat hem betreft zou motie M 24-64 van de VVD, ‘Raad blijvend grip op IHPinvesteringskredieten’, daarin geïntegreerd kunnen worden. Mevrouw VERWEIJ vindt het na de mislukkingen van de afgelopen vier jaar nog meer dan ooit van belang om het voorliggende IHP te laten slagen. Elk klas- of gymlokaal dat later wordt gebouwd of gerenoveerd treft minimaal een klas vol kinderen, hun ouders en leerkrachten. Dat zou een gevoel van urgentie moeten geven, een innerlijke drang om het na het falen van de afgelopen jaren nu beter te doen en daarvoor alles uit de kast te halen. Dat is echter niet wat de wethouder met het IHP en haar antwoorden tijdens de commissiebehandeling uitstraalde. Het vrijgemaakte budget per vierkante meter is opnieuw ongeveer zo laag als dat het kan zijn. Dat noemt zij gevaarlijk, omdat een iets complexer project tegen budgetgrenzen oploopt, wat op zijn best tot vertraging leidt en op zijn slechtst tot uitstel of afstel. Omdat projecten vaak in volgorde moeten worden uitgevoerd betekent één vertraging in het project ook vertraging in projecten daarna. Uit de afgelopen vier jaar weet men dat vertraging een reëel risico is, ook gezien de inbreng van de grote scholengemeenschappen in de commissievergadering.
Projecten kunnen net binnen het totale budget worden uitgevoerd, maar dan is er wel flexibiliteit binnen dat budget nodig, omdat kleinere complexe projecten niet voor het bedrag dat in de plannen staat kunnen worden uitgevoerd. Die inbreng van de ATscholen en STIP moeten een duidelijk waarschuwingssignaal voor de raad zijn. Zij hoorde goede pleidooien voor meer grip vanuit de raad. Elk jaar zou de voortgang besproken moeten worden, ook met de scholen. Daarnaast zijn een evaluatie, inventarisatie en rapportage van groot belang, evenals de regie nemen op integrale kindcentra. Voorstellen daarover zal de SP mede indienen. Ook bepleit zij fatsoenlijke sportvoorzieningen. De SP wil ook vooraf de kans op succes vergroten. Daartoe dient zij het volgende amendement in, dat niet vraagt om extra geld, maar wel om meer ruimte bij de aanwending van het geld. Daarom hebben de scholen in de commissievergadering gevraagd.
Amendement A 24-61 ‘Budgetflexibiliteit Integraal Huisvestingsplan’ “De raad in vergadering op 3 april 2024 behandelend het gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid (Integraal Huisvestingsplan 2024-2029); overweegt: • in de jaren 2020-2023 zijn de meeste plannen voor Hilversumse schoolgebouwen niet uitgevoerd; • volgens AT scholen en STIP, die samen op hun scholen ongeveer twee derde van alle leerlingen in Hilversum hebben zitten, is teveel vasthouden aan de maximumbedragen per m2 daarvoor een oorzaak: bij kleinere, complexere projecten kan de prijs per vierkante meter immers oplopen; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
12
•
•
•
• •
ieder project dat vertraging oploopt, levert een risico op vertraging van andere projecten op, omdat er een beperkt aantal uitwijklocaties is waar scholen waaraan gewerkt wordt tijdelijk terecht kunnen. Zoals het IHP nu is gepland moeten projecten in volgorde worden uitgevoerd en vertraging bij het eerste project werkt dan dus door in de latere; in de tijd tussen de commissievergadering en deze raadsvergadering zijn plannen voor een dependance van De Wilge stilgelegd vanwege de financiële kaders, wat illustreert dat dit een reëel probleem is; AT scholen en STIP hebben uitdrukkelijk gevraagd om in de komende vier jaar flexibeler om te gaan met de beschikbare budgetten ('budgetflexibiliteit'), waarmee zij bedoelen dat geld dat overblijft bij één onderwijshuisvestingsproject (omdat het goedkoper is of niet meer of niet meer volledig nodig wordt geacht) moet kunnen worden gebruikt om tegenvallers op te vangen bij een ander project zodat plannen minder snel worden vertraagd vanwege een financiële tegenvaller; de wethouder Onderwijs heeft laten weten geen voorstander te zijn van dergelijke flexibiliteit; in de jaren 2024-2027 wil en moet de gemeente meer plannen voor Hilversumse scholen gaan uitvoeren; budgetflexibiliteit zoals de scholen bedoelen kan daarbij helpen;
besluit: beslispunt 1 van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: Het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 vast te stellen, waarbij als uitgangspunt ‘budgetflexibiliteit’ geldt, wanneer dat ervoor kan zorgen dat in de komende periode meer IHPplannen tot uitvoering komen. Dit betekent dat het college bij de uitvoering van het IHP budgetflexibiliteit kan betrachten, in die zin dat gelden die overblijven bij IHP-projecten die goedkoper uitvallen of niet meer althans niet meer volledig nodig zijn kunnen worden gebruikt om IHP-projecten uit te voeren waarvoor de financiële kaders te knellend blijken. Een en ander binnen het nu vrijgemaakte totaalbudget voor uitvoering van het IHP.” (Amendement A 24-61 van de SP) Een krap budget doet de vraag rijzen wat er mogelijk is voor kinderen met een speciale behoefte. Het zou zonde zijn als zij het kind van de rekening worden, te midden van krappe budgetten. Over ventilatie en frisse scholen is veel uitgelegd over wat er niet kan en waarom die niet lukken. Eenieder weet dat kinderen en leerkrachten beter functioneren in gezonde en goed geventileerde klaslokalen. Het college zou samen met de scholen kunnen kijken wat er kan en wat er voor scholen gedaan kan worden in plaats van uit te leggen waarom het niet kan, het heel moeilijk is en iets iemands anders verantwoordelijkheid is.
Zij wil ervoor zorgen dat elk kind in Hilversum in een gezond en goed geventileerd klaslokaal zit. Het slagen van het IHP is van zeer groot belang voor de Hilversumse kinderen, hun ouders en iedereen die op en voor scholen werkt. Het is de vraag of dit IHP succesvol zal zijn. Zij hoopt dat de raad haar pogingen om de kans op succes te vergroten zal ondersteunen. Bij het keuzes maken kiest de SP voor onderwijs voor kinderen, dat wat haar betreft geld mag kosten, ook als dat meer is dan verwacht. Als dat nodig is hoort zij dat graag zo snel mogelijk en uiterlijk bij de evaluatie volgend jaar. Het Wilgeproject staat al on hold en daarover wil zij graag een stemverklaring afleggen. De heer LAHAISE lijken weinig gemeentelijke investeringen beter besteed dan in onderwijs. Het gaat om de toekomst van kinderen, burgerschap, gelijke kansen en meedoen door iedereen. Investeren in schoolgebouwen is dus het mooiste dat een gemeente kan doen. Hij snapt dat er daaraan een grens is, maar belangrijk is dat het beschikbare geld zo nuttig en efficiënt mogelijk wordt besteed. De PvdA dient amendement A 24-63 van de VVD en het CDA, ‘Stelpost is geen gesloten box’, mede in. Vervolgens dient hij het volgende amendement in. Amendement A 24-60 ‘Budgetvastheid en projectenflexibiliteit; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
13
“De raad van Hilversum, in vergadering bijeen op 3 april 2024, besprekend het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 (IHP); constaterend dat: • schoolbesturen aangeven dat er meer budgetflexibiliteit nodig is om tot uitvoering van alle, onderling vaak sterk verschillende huisvestingsprojecten te komen; • een one size fits all-benadering met een vastgesteld normbedrag per m² voor elk project niet haalbaar zal zijn; • schoolbesturen aangeven dat in de tijd projecten kunnen veranderen en prioriteiten soms verlegd moeten worden; overwegend dat: • het financiële kader van dit IHP voor de jaren ’24 tot en met ’27 leidend is; • de doelstellingen uit het IHP eerder binnen bereik liggen indien niet-noodzakelijke projecten worden uitgesteld of aangepast; • schoolbesturen en gemeente samen groot belang hechten aan een voortvarende uitvoering van dit IHP; • wij als gemeenteraad niet alle ins en outs kennen van alle onderwijsgebouwen waardoor wij niet in staat zijn om prioriteiten op korte termijn te heroverwegen; • de gezamenlijke schoolbesturen wél in staat worden geacht om – samen met gemeente – te herprioriteren; besluit: • twee beslispunten aan het raadsbesluit toe te voegen: 2. De voortgang van dit IHP te laten monitoren door een in te stellen stuurgroep, bestaande uit een representatieve vertegenwoordiging van schoolbesturen (minimaal 3, maximaal 5) én de gemeente. 3.
Deze ‘stuurgroep voortgang IHP’ jaarlijks – tegelijkertijd met de aanbieding van het OHP van het college aan de gemeenteraad – te laten rapporteren over herprioritering van projecten aan de gemeenteraad; • de beslispunten 3 tot en met 8 te hernummeren als beslispunten 5 tot en met 10.” (Amendement A 24-60 van de PvdA en de SP) Integrale kindcentra hebben de speciale belangstelling van de PvdA, omdat het daar allemaal begint. Ze hoeven niet altijd lukraak overal in de gemeente terecht te komen, maar vooral waar ze het meest geboden zijn. Daarom dient de PvdA motie M 24-58, ‘Neem ook regie op IKC’s’, mede in. Hij sluit zich aan bij de kritische opmerkingen van D66 over het vorige IHP. De heer KOÇ heeft weinig vertrouwen in het voorliggende IHP, gezien de behaalde resultaten uit het eerste IHP. Er is volgens hem veel te weinig bereikt, wat heeft geleid tot vertraging en een grote behoefte bij scholen om nu echt aan de slag te gaan. Instemmen met het voorliggende tweede IHP moet dus eigenlijk wel en nog langer wachten is geen optie. Democraten Hilversum wil graag dat er oog is voor de ontwikkeling van de integrale kindcentra. De raakvlakken met de Hilversumse Educatieve Agenda zijn voor hem van belang. Het gaat ook om een doorlopende leerlijn.
Democraten Hilversum prefereert vorming van IKC’s in gebieden waar er taal- en leerachterstanden zijn en hij verwacht daarop van de wethouder een actieve rol. Het IHP kost ongelofelijk veel geld in de komende vier jaar, terwijl er ook onzekerheid is over de benodigde financiën op de langere termijn. Wachten is echter geen optie, omdat alles alleen maar duurder wordt. Er wordt gehunkerd naar de start en hij vraagt het college scherp aan de wind te varen. De carrousel van tijdelijke huisvesting noemt hij heel spannend en zal hij met belangstelling volgen. Motie M 24-58, Neem ook regie op IKC’s’ wil Democraten Hilversum mede indienen. Hij steunt amendement A 24-54 van D66, de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een groot programma heeft sturing nodig’ en moties M 24-55 van D66 en de PvdA, ‘Hoe staat het met de Hilversumse onderwijsgebouwen?’ en M 24-56 van D66, ‘Een goede plek voor de Internationale Schakel Klas’. Verslag raadsvergadering 3 april 2024
14
Mevrouw REMMERS laat weten dat het in Nederland gemiddeld acht jaar duurt voordat een plan voor nieuwbouw van een school daadwerkelijk resulteert in een nieuw gebouw. Hilversum haalt dat gemiddelde niet omlaag, wat zij erg vindt, omdat de kans heel groot is dat leerlingen de basisschool al zullen hebben verlaten voordat er een nieuw gebouw staat. Dat alles heeft te maken met ingewikkelde verhoudingen tussen gemeenten en schoolbesturen, onvoldoende expertise bij gemeenten en schoolbesturen en het door het Rijk volstrekt onvoldoende middelen geven aan gemeenten om de wettelijke taak uit te voeren. De gemiddelde leeftijd van een basisschool is 41 jaar. Het binnenklimaat van 80% van de basisscholen is matig tot slecht. Klaslokalen hebben nog enkele beglazing en qua ontwerp is 44% alleen geschikt voor klassikaal onderwijs. Daarmee staan de gebouwen onderwijsvernieuwing in de weg. Leraren in het basisonderwijs geven een schoolgebouw gemiddeld het waarderingscijfer 5,7. Dat probleem is alleen landelijk op te lossen met meer geld en duidelijke regelgeving. Het onderwerp staat niet op de agenda van de kabinetsformatie, wat haar bevreemdt. Het nieuwe IHP noemt zij niet ideaal, maar vindt zij op dit moment wel het hoogst haalbare. Daarom zal GroenLinks dat steunen, om voortgang na jaren van stagnatie te stimuleren. Er staan goede voorstellen in.
Zij is blij met de monumentenregeling, een hogere normvergoeding per vierkante meter, geld voor een integraal kindcentrum en de aanvullende ruim € 32 miljoen voor de komende vier jaar. In totaal gaat het om € 87 miljoen, wat een goede kans biedt op frissere gerenoveerde en duurzame scholen. Tegelijkertijd heeft zij zorgen. Het college wil met het budget 20% van de schoolgebouwen aanpakken, wat hoopgevend klinkt. De uitvoering van het vorige IHP is echter niet uit de verf gekomen. Daarom steunt zij alle moties die de raad vaker met het college in gesprek laten gaan over de uitvoering. Een integraal kindcentrum kan een prachtige voorziening voor de buurt zijn en van toegevoegde waarde voor leerlingen en buurtbewoners. De raad wil wel vooraan aan het stuur zitten. De vraag is waar het IKC wordt geplaatst, vanuit het uitgangspunt te investeren om gelijke ontwikkelkansen te vergroten. Zij dient daarom de volgende motie in.
Motie M 24-58 ‘Neem ook regie op IKC’s’ “De raad van Hilversum, in vergadering bijeen op 3 april 2024, besprekend het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 met de titel ‘Regie op onderwijshuisvesting’; constateert dat: • in ambitielijn 2 wordt gesproken over ‘ruimte geven aan het opgroeien van kinderen; waarbij een Integraal Kindcentrum (IKC) een hulpmiddel kan zijn; • er nu al diverse vormen van IKC’s in Hilversum bestaan, variërend van netwerkorganisaties tot gezamenlijke huisvesting van primair onderwijs en kinderopvangorganisaties; • de gemeente zichzelf bij de totstandkoming van IKC’s een ondersteunende rol toebedeelt; • de gemeente een bedrag van € 500.000,- reserveert voor de periode 2024-2027 om IKC vorming te ondersteunen; • in de onlangs vastgestelde Hilversumse Educatieve Agenda een werkgroep wordt aangekondigd, die gevraagd wordt om ‘met een aantal concrete voorstellen te komen die bijdragen aan de ontwikkeling van IKC’s’1; overweegt dat: • een IKC, waarin partijen samenwerken rondom de cognitieve ontwikkeling van het jonge kind, een goede voorziening kan zijn om kansengelijkheid te vergroten; • een IKC tevens een voorziening zou kunnen zijn die een belangrijke rol speelt voor buurtbewoners (te denken valt aan samenwerking met het consultatiebureau, VVE aanbieder, vooruitgeschoven post van gemeentelijke dienstverlening en/of welzijnsstichting en/of sport- en
culturele voorziening); • niet elke leerling evenveel noodzaak heeft om een rijke schooldag aangeboden te krijgen; • het van belang is dat de gemeenteraad vooraf betrokken is bij de totstandkoming van een IKC; Verslag raadsvergadering 3 april 2024
15
•
de Educatieve Agenda (HEA 2024-2027) onder speerpunt C (‘doorgaande ontwikkellijn’) stelt: ‘Het doel is jeugdigen te ondersteunen bij hun ontwikkeling en hen in staat te stellen hun volledige potentieel te bereiken. We investeren daar waar dit het meest nodig is, om gelijke ontwikkelkansen te bevorderen.’; verzoekt het college; 1. de resultaten van de werkgroep IKC, zoals aangekondigd in de HEA, voorafgaand aan daadwerkelijke uitgaven uit de stelpost “IKC vorming” voor de begrotingsbesprekingen van de Begroting 2025 ter besluitvorming door de raad te agenderen; 2. alvorens over te gaan tot vorming van een IKC (en uitgaven te doen uit de stelpost van € 500.000,- om dat te ondersteunen) de businesscase IKC voor te leggen aan de gemeenteraad, waarbij uitgegaan wordt van de lijn zoals vastgesteld in de HEA om ‘daar te investeren waar dit het meest nodig is om gelijke ontwikkelkansen te bevorderen’; en gaat over tot de orde van de dag.” (Amendement A 24-58 van GroenLinks, de PvdA, D66 en Democraten Hilversum) 1
HEA, pag. 16
GroenLinks wil € 500.000,- wel binnen het IHP beschikbaar houden. Blij is zij met amendement A 24-60 van de SP en de PvdA, ‘Budgetvastheid en projectenflexibiliteit’, waardoor een commissie van schoolbesturen en gemeente is voorgesteld, die gezamenlijk de voortgang bewaken, wat volgens haar voor versnelling zorgt. Zij hoort graag wat de wethouder daarvan vindt. De vele amendementen en moties doen haar concluderen dat onderwijshuisvesting breed leeft, maar tegelijkertijd willen coalitie en oppositie meer de vingers aan de uitvoeringspols houden. Zij hoopt dat de wethouder al die amendementen en moties ook zo ziet. Ook hoopt zij dat schoolbesturen het IHP zien als een meer dan halfvol glas. De heer NANNINGA schrikt van het IHP, waaruit blijkt dat Hilversum behoorlijk achter loopt. Er zijn de komende drie jaar € 32,6 miljoen aan extra investeringen nodig, wat men zal merken in de meerjarenbegroting, waarover hij zich nu al zorgen maakt. Plannen zijn er wel, maar gemeente en scholen komen niet tot uitvoering. Van de sinds 2020 geplande 24 projecten zijn er slechts acht uitgevoerd, waarbij het hem is opgevallen dat de normbedragen lager liggen dan wat landelijk is geadviseerd. Hij sluit zich aan bij het CDA om mogelijke financiële voordelen uit klimaat- en circulariteitsmaatregelen niet op voorhand al te verzilveren, zeker niet als daarvan de rekening bij de scholen terecht komt.
Deze klus gaat volgens hem alleen lukken als gemeente en scholen gaan samenwerken als gelijkwaardige partners. Dat vraagt van de gemeente eigenaarschap om het belang en de urgentie in te zien van de te maken grote inhaalslag. Daarnaast vraagt het om flexibiliteit. Normbedragen zijn prima, maar per school wil hij laten bekijken wat nodig is en flexibel zijn in de werkelijke bedragen. Ten slotte is een duidelijke programmasturing nodig, met inzet op doelen en doelmatige inzet van middelen. Daarbij wil hij goed de vinger aan de pols laten houden. Hij steunt daarom de amendementen A 24-54 van D66 de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een groot programma heeft sturing nodig’ en A 24-61 van de SP, ‘Budgetflexibiliteit IHP’ en motie M 24-65 van de VVD, ‘Raad blijvend grip op IHP-investeringskredieten’. Wat betreft de overige moties en amendementen wacht hij eerst de reactie van de wethouder af. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) hoort dat iedereen heel betrokken is bij onderwijs en onderwijshuisvesting, wat haar niet bevreemdt, omdat bouwen aan onderwijs bouwen aan de toekomst is. Het is bouwen voor kinderen en weer hun kinderen. Gewenst is dat zij in goede gebouwen les kunnen krijgen. Voor docenten is het evengoed belangrijk om in een prettige omgeving te functioneren.
Het IHP uit 2020 was in aanzet een heel positief stuk, waarmee iedereen heel blij was, maar in de loop der tijd verandert er van alles en is een heleboel niet voorzien. Misschien zaten er ook wat weeffouten in het oude IHP. Verslag raadsvergadering 3 april 2024
16
Het voorliggende nieuwe IHP is door intensieve samenwerking tussen ambtenaren en schoolbesturen tot stand gekomen. Er is ongelofelijk veel overlegd en er zijn een aantal beeldvormende sessies gehouden. Daarin is gezegd dat het niet goed gaat en het IHP substantiële aanpassing behoeft, vanwege niet werkende aspecten en niet voorziene omstandigheden. Toen is gezegd stevig aan de bak te moeten. Dat is gebeurd en er is heel hard gewerkt. Er is tot een uitgebalanceerd plan gekomen met een nieuwe en vereenvoudigde werkwijze, die ertoe leidt sneller te kunnen acteren met schoolbesturen. De infrastructuur met de op overeenstemming gerichte overleggen is er. Er zal ook meer gebruik worden gemaakt van mogelijkheden in verordeningen op het gebied van evaluatie en terugkoppeling. Er is namelijk betere terugkoppeling nodig naar de raad, wat ook geldt voor de uitwisseling tussen schoolbesturen en raadsleden. Daarmee gaat zij aan de slag. Met stelposten en systemen in het IHP is men in staat om de doelen, 22 projecten in vier jaar tijd, te verwezenlijken. Daaraan wordt al gewerkt, zoals bij De Wilge. Ambtenaren complimenteert zij daarom met hun inzet en het werken aan de relatie met de onderwijsbesturen. Het kan altijd beter, maar men is wel al een heel eind op weg. Mevrouw VERWEIJ weet dat De Wilge het eerste project in de trein van projecten is.
Als dat project vastloopt gaat de trein niet rijden, zodat zij wil weten wanneer het daarbij goed komt en waarop het vast zit. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) onderhandelt nu met dat schoolbestuur. Het betreft een kwestie van uitvoering en budgetten. AT is bouwheer en gaat zelf over de te besteden budgetten. De beweging is nu nog niet zoals gewenst. Wanneer het goed komt kan zij nu nog niet zeggen en dat hangt naast de gemeente af van het schoolbestuur. Mevrouw VERWEIJ vraagt om hoeveel geld het gaat. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) kan dat niet zeggen en zegt toe die informatie na te gaan. De heer DEEN informeert naar de impact van het plan van De Wilge op de andere plannen. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) gaat het om een nieuw gebouwtje aan de Jan Blankenlaan. De impact betreft dat een aantal klassen niet naar het gebouw aan de Jan Blankenlaan kan gaan. De heer DEEN vraagt of de vertraging van dit project al impact heeft op de rest van het programma en de andere projecten. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) beantwoordt die vraag ontkennend, maar er is wel voortgang nodig, zodat er van urgentie sprake is. Fracties hebben behoefte aan monitoring en meer grip op wat er gebeurt. Zij zal gebruik maken van de mogelijkheid om de in de verordening vermelde jaarlijkse evaluatie naast de schoolbesturen ook met de gemeenteraad te delen.
Dit zal gebeuren naast de gebruikelijke terugkoppeling die de raad via een raadsinformatiebrief in december over het OHP krijgt. Koppelkansen en terugverdienmogelijkheden ziet zij evenals Hart voor Hilversum en die staan ook in het IHP, zodat zij daarvan zeker gebruik zal maken. Wat betreft clustering vindt zij de door de Hart voor Hilversum meegegeven suggestie van aansluiting bij de MRA van Amsterdam heel interessant. Aansluiting van het IHP bij het MPG is inmiddels een feit, zodat onderwijshuisvesting kan worden gezien in het brede samenstel van gemeentelijke investeringen. Er is aandacht voor de fluctuering van leerlingen, ook in het internationaal onderwijs. Dat levert problemen op, met name in Oost. Zij probeert met schuifmogelijkheden daarvoor oplossingen te vinden, maar een werkgroep zal andere mogelijkheden onderzoeken en proberen te vinden. Overzichtelijkheid, behapbaarheid en een vinger aan de pols houden zijn ook haar uitgangspunten bij het voorliggende IHP. De heer EERENBERG wil de wethouder ook laten ingaan op zijn opmerkingen over het apart clusteren van monumenten met Amsterdam, aandacht houden voor lokale expertise en het opgerichte bedrijfsbureau. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) gaat de mogelijkheden van het clusteren van monumenten en het aansluiten bij het bedrijfsbureau onderzoeken. Ook wil zij de lokale ondernemers, expertise en economie steunen.
Verslag raadsvergadering 3 april 2024
17
Wat betreft amendement A 24-54 van D66, de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een groot programma heeft sturing nodig’, vindt zij evalueren en monitoren uitermate belangrijk. Het gebruik van een vooraf met de raad afgestemd format lijkt haar een uitstekend idee, dat zij omarmt. Uitgangspunt is wel dat het ondersteunend, realistisch en uitvoerbaar moet zijn. De heer DEEN vraagt of de wethouder het IHP als een programma ziet met zowel risico’s op programma- als op projectniveau en of die onderdeel van de rapportage zijn. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) komt op dat punt later nog terug. Wat betreft motie M 24-55 van D66 en de PvdA, ‘Hoe staat het met de Hilversumse schoolgebouwen?’, is in de commissievergadering uitgebreid over een nulmeting gesproken. Het leeft heel erg om grip te krijgen op de huidige staat van de gebouwen. Een nulmeting is een prima middel om een objectieve beoordeling daarop te krijgen. Een nulmeting moet men aanbesteden en die is heel goed te gebruiken in het volgende IHP. In de tussentijd zal het college daarover ook rapporteren. De heer DEEN vraagt of een nulmeting eigenlijk ook als onderlegger voor het voorliggende IHP gebruikt had moeten worden. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) wil dit jaar met die nulmeting beginnen, maar voor men zover is, is men wel een jaar verder.
Een nulmeting kan als norm in het nieuwe IHP worden meegenomen, maar in de tussentijd kunnen de opbrengsten al wel worden gedeeld, wat zij toezegt. Zij omarmt dus motie M 24-55. De heer DEEN stelt dan vast dat er nu een programma is op basis van gebrekkige informatie over de staat van gebouwen. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) beschikt momenteel over factsheets met beperkingen, zodat er meer grip en helderheid over de staat van gebouwen is. De heer DEEN ziet dat antwoord als een bevestiging van zijn stelling. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) gaat vervolgens in op motie M 24-56 van D66 over een goede plek voor de Internationale Schakelklas (ISK). In het in 2021 vastgestelde Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) is vermeld dat Hilversum per 2027 de zorgplicht daarvoor krijgt. Zij tekent daarbij aan in gesprek te zijn met de Gooise Scholen Federatie en regiogemeenten om op korte en lange termijn voor een onderkomen te zorgen. Dat kan in een aanpassing van het RPO resulteren, wat pas kan in 2027. Daarom kan dat pas in het volgende IHP worden meegenomen. Zij rapporteert wel over die gesprekken als er uitsluitsel is en vervolgstappen te melden zijn. De heer DEEN meent dat het volgende RPO al in 2025 zou komen. Het huidige IHP vermeldt alleen vierkante meters en een normbedrag, waaruit een kostenbedrag van bijna € 8 miljoen komt.
Ook vernam hij dat men de ISK in een bestaand gebouw kwijt kan. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) stelt dat huisvesting in een bestaand gebouw niet goedkoper is. Als de heer Deen de precieze berekening wil weten kan zij zorgen voor die informatie. De heer DEEN maakt graag van dat aanbod gebruik. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) omarmt motie M 24-56, maar kan niet precies aangeven wanneer zij de informatie beschikbaar heeft, omdat die sterk afhangt van nog te plannen gesprekken. De werkgroep internationaal onderwijs moet voor de zomer uitsluitsel geven en zij zal de raad op de hoogte stellen van de eerste uitkomsten daarvan. Dat wil dan overigens nog niet zeggen dat de plek van de ISK al helder is. Zij is het eens met de VVD dat men qua financiën de vinger sterk aan de pols moet houden. Wat betreft amendement A 24-63 van de VVD, het CDA en de PvdA, ‘Stelpost is geen gesloten box’, kunnen de werkelijke kosten afwijken, zodat tussen de min 5% en plus 10% aan het kwaliteitskader is toegevoegd. De stelpost per project beperken werkt niet, omdat men zich juist heeft ingesteld om de versnelling te bewerkstelligen. Het amendement wil zij wel omarmen, maar zij waarschuwt ervoor dat dat vertraging kan betekenen.
Over motie M 24-58 van GroenLinks, de PvdA, D66 en Democraten Hilversum, ‘Neem ook regie op IKC’s’, vermeldt zij dat het wel mooi is budget te hebben voor IKC’s, maar dat zij aan de voorkant wil weten wat dat dan betreft. Het college gaat op basis van de Hilversumse Educatieve Agenda IKC’s vormgeven in de vorm van nieuwe projecten en nieuwbouw. Dat is niet hetzelfde als aan de voorkant een besluit nemen over een nieuw plan. Als zich een mogelijkheid voordoet zal zij de raad vooraf over het plan Verslag raadsvergadering 3 april 2024
18
informeren en wat het college daarmee wil en voor ogen heeft. Zij vraagt of de indieners daarmee kunnen leven. Amendement A 24-62 van de VVD ‘IKC wel belangrijk, geen wettelijke taak, geen willekeur’, wil IKC’s helemaal uit het plan halen en dat ontraadt zij. De wethouder begrijpt de zorgen van Democraten Hilversum over vertraging en ook zij betreurt de opgelopen achterstanden in de vorige periode. Het college zal er alles aan doen om dat niet meer te laten gebeuren. Het college ziet evenals het CDA heil in inverdienmogelijkheden. Motie M 24-64 van de VVD, ‘Raad blijvend grip op IHP-investeringskredieten’, omarmt zij. De SP wil voor onderwijshuisvesting alles uit de kast halen, wat zij een heel mooi uitgangspunt vindt. Amendement A 24-60 van de PvdA en de SP, ‘Budgetvastheid en projectenflexibiliteit’, gaat het college echter te ver, omdat dat tegen het idee ingaat om het plan financieel beheersbaar te houden. De PvdA en de SP stelden ook voor een stuurgroep in te stellen. Een stuurgroep introduceert eigenlijk een nieuwe bestuurslaag met een mandaat. Die stuurgroep wil de gemeente in gesprek met onderwijsbesturen brengen, maar dat gebeurt al via de op overeenstemming gerichte overleggen. De raad zal wel veel meer op de hoogte worden gebracht van de voortgang van de projecten en de gesprekken, waarover het college zal terugkoppelen.
Zij vraagt of de raad daarbij voldoende comfort heeft. De heer LAHAISE wil weten waarom de schoolbesturen dan toch om zo’n stuurgroep vragen. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) antwoordt dat schoolbesturen al voortdurend in gesprek met de gemeente zijn, zodat zij niet denkt dat een stuurgroep daarin verandering zou brengen, anders dan dat men meer bevoegdheden aan een stuurgroep toekent. Schoolbesturen zijn samen met de gemeente in de lead. De heer EERENBERG verwijst naar een inspreker vanuit de schoolbesturen in de commissievergadering, die de indruk had dat de communicatie in het algemeen goed verloopt, wat zou pleiten tegen het instellen van zo’n stuurgroep. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) bevestigt dat. Het IHP is ook tot stand gekomen door samenwerking tussen gemeente en onderwijsbesturen, waarover de onderwijsbesturen tevreden zijn. Zij hebben het IHP ondersteund. Wel kan het altijd nog beter. De heer DEEN meent dat de kern van het voorstel is om de groep met wie men het gesprek voert over de uitvoering wat kleiner te maken, zodat men een soort organisatie binnen de schoolbesturen afdwingt. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) is het daarmee niet eens en koestert de diversiteit aan scholen. Alle schoolbesturen zijn voor haar van belang. Het huidige op overeenstemming gericht overleg functioneert volgens haar goed.