CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering d.d. 2 februari 2022

GEMEENTERAAD 9 maart 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen verslagen raadsvergaderingen d.d. 2, 15 en 16 februari 202221.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

18

onderzoek klaar is en nu aanbevelingen zijn gedaan blijkt hoe nodig het was. Het onderzoek oordeelt hard over de wijze waarop het college de raad bedient en de aanbevelingen zijn stevig. Hij is daarom blij met het door het college overnemen van de aanbevelingen. Ook steunt hij het amendement over scholing van de raad. Op alle vlakken is er werk aan de winkel. Van een trainingsprogramma voor de raad verwacht hij dat het samen leren helpt in de verdieping van de raadsleden en het samen in positie komen. Het rapport legt terecht de nadruk op het college. De raad op vlieghoogte is daarin onontbeerlijk. Het onderzoek is klaar, het echte werk begint nu. Zijn wens is dat men samen de klus vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid klaart, over de grenzen van partijen heen werken aan sturing en controle. De raad moet in positie zijn vanuit kaderstelling en controle, het college moet zorgen voor uitvoering en verantwoording. De heer WESTERNENG sluit zich deels aan bij het CDA en meent dat fracties en individuele raadsleden er heel goed in zijn geslaagd om constructief over het onderwerp te praten. Ook complimenteert hij de begeleidingsgroep en de onderzoekers van B&A. Er ligt nu namelijk een heel gedegen rapport voor. De VVD ondersteunt de hoofdbevindingen en aanbevelingen. Met het kwaliteitskader denkt hij betere kaders te kunnen stellen en meer greep te kunnen creëren.

Kaders stellen en controle uitvoeren zijn soms lastig geweest en het rapport gaat nu daarbij helpen op het sociaal domein. Wel vraagt hij zich af wat het rapport nu in werking zal stellen en hoe het zit met de implementatie. Hij roept allen op om hiermee na de verkiezingen echt aan de slag te gaan en inhoudelijk het gesprek te voeren. Het onderwerp kan na de verkiezingen voor een bijeenkomst van het presidium worden geagendeerd. Men moet met elkaar gaan in-trainen of ervaren met de kwaliteitseisen in de hand. Het is namelijk nodig om grip te krijgen om aan alle Hilversummers de juiste zorg te kunnen leveren. Zorg moet op zo’n manier georganiseerd worden dat die betaalbaar blijft. De kosten voor het sociaal domein zijn namelijk in drie jaar tijd van € 13 miljoen naar € 18 miljoen gestegen, zodat meer grip nodig is, zodat echte keuzes te maken zijn en de zorg te verlenen is die nodig is. De heer BLOK is van mening dat sprake was van een uitstekend raadsonderzoek en is het eens met de conclusies en aanbevelingen daarvan. Hij sluit zich aan bij de conclusie dat de greep van de raad wat moeizaam is en de informatievoorziening wat te traag verloopt. De greep van de raad moet dus verbeteren en de informatievoorziening van het college moet beter worden. Het amendement heeft hij mede ingediend.

Het raadsbesluit en het onderzoek zouden bij het inwerkprogramma voor de nieuwe raad moeten worden ingebracht. De Audit- en rekeningcommissie heeft voorgesteld om in dat inwerkprogramma de financiële kennis van raadsleden aan de orde te stellen. Tot slot zegt hij dank aan de begeleidingscommissie, die heel veel goed werk heeft gedaan. De heer VAN DROGEN kan zich vinden in het onderzoek en de uitkomsten daarvan en complimenteert de onderzoekers en de begeleidingsgroep. Het amendement steunt hij. Ook hij meent dat gezamenlijke scholing kan leiden tot het spreken van dezelfde taal. De griffie krijgt een rol in het controleren van de kwaliteit van de stukken, maar de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit blijft uiteraard liggen bij de ambtelijke organisatie en de gemeentesecretaris. Mevrouw VERWEIJ is niet verbaasd over de resultaten van het onderzoek en heeft eerder al aan de bel getrokken en technische, analytische en artikel 41-vragen gesteld. Wat er nu gebeurt is volgens haar niets nieuws. De regio is op afstand gezet, de uitvoering is uit handen gegeven, de inkoop is elders belegd en de marktwerking is toegelaten.

De conclusies van het onderzoek waren: de onderlinge samenhang van veel plannen was niet inzichtelijk; de concreetheid van de doelen was onder de maat; er was geen greep en sturing op de inzet van de regio Gooi en Vechtstreek; er waren lang geen gegevens over de uitvoering van de Wmo en Welzijn; de planning- en controlcyclus gaat vooral over geld; HI20220202

19

-

status en doel van raadsinformatiebrieven, collegebrieven en beeldvormende sessies waren onduidelijk; het college legt geen keuzen en scenario’s voor; er zijn geen kwaliteitseisen verbonden aan plannen en kaders; de raad stelt weinig eisen aan verantwoordingsinformatie en ziet door de bomen het bos niet meer. Er zijn tekorten in de jeugdzorg, er is onvoldoende passende Wmo-zorg en de dagbesteding is wegbezuinigd. Alles wat sinds 2015 is gedaan heeft de gemeente niet goed voor elkaar gekregen, wat de raad zich zou moeten aantrekken. Het gaat om een cultuur waarin men beziet voor wie wat wordt gedaan en of dat resultaat oplevert. Het sociaal domein is ingewikkeld, met alle wetten en regels en zich daarmee bemoeiende consultants die hun zakken vullen. Professionals worden echter op afstand gezet. Zij kan daarom niet anders dan de aanbevelingen van het onderzoek onderschrijven en haar collega’s en nieuwe raadsleden vragen zich te verdiepen en te scholen in het sociaal domein. Bij wat er is gebeurd waren allen aanwezig. De VVD heeft gesteld data te willen hebben, zodat er bespaard kon worden als men wist waar het geld heen gaat. De SP stelde daartegenover dat zaken efficiënter zouden kunnen worden bij een betere organisatie. Zij wil het onderzoek ter hand nemen en kijken welke taken de gemeenteraad naar zich toe kan halen.

De raad zou het college moeten verplichten scenario’s in te stellen. Zij is ook voorstandster van het terughalen van het inkoopbeleid naar de regio en de gemeente Hilversum, zodat zelf kan worden beslist wat en met wie wordt ingekocht. Er is een enorm tekort aan praktijkondersteuners jeugdzorg en GGZ-zorg, zodat zij vindt dat de gemeente de regie moet nemen. De heer VAN VOORDEN spreekt namens de begeleidingscommissie en zegt dank voor de bijdragen van de raadsleden en hun constructieve houding om het onderzoek te omarmen. Het afgelopen jaar is goed en in harmonie samengewerkt met de begeleidingsgroep. Hij laat de omgang met het amendement aan de raad over. Een breed gedeelde zorg gaat over het vormgeven van de implementatie en daarover kan de begeleidingsgroep de raad nader informeren. Mevrouw WALTERS (wethouder) wijst op bladzijde 45 van het onderzoeksrapport, waar staat waar de raad op zou willen sturen. Het betreft vier lijnen: 1. Gebruik van voorzieningen en de kosten. 2. Transformatie van de uitvoering. 3. Inwonerservaringen wat betreft tevredenheid en toegankelijkheid van voorzieningen. 4. Maatschappelijke effecten. Dit noemt zij goede handvatten, maar voor de uitvoering zal het college extra inzet moeten plegen, waartoe extra capaciteit nodig is.

Er is namelijk een zeer klein beleidsteam Wmo en slechts anderhalve businesscontroller op miljoenen euro’s die naar de Wmo gaan. De implementatie van het voorstel zal verder bij de voorjaarsnota worden bekeken, waarna de raad een nader voorstel zal worden gedaan. . Mevrouw VERWEIJ verzoekt het college al voor de voorjaarsnota aan te geven of verschillende scenario’s (small, medium en large) zullen worden voorgelegd. Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT begrijpt de wethouder niet en stelt dat betere kwaliteit van de stukken uiteindelijk heel veel winst en besparingen oplevert. Zij begrijpt niet dat de wethouder dat niet ziet. Mevrouw WALTERS (wethouder) reageert dat betere kwaliteit extra inzet zal kosten om die te ontwikkelen. Daarvan zal zij een eerste indruk geven, maar nog niet een totale uitwerking, omdat zij die in een korte tijd niet kan leveren. Of zij scenario’s kan aangeven weet zij niet, omdat er weinig tijd is om zaken te beschouwen. Een eerste indruk volgt bij de voorjaarsnota en misschien volgt bij de begrotingsbehandeling een verdere uitwerking over de aanpak. HI20220202

20

In reactie op de ChristenUnie merkt zij op dat op termijn sprake zal zijn van een besparing. Bij het verhogen van de kwaliteit zal er echter meer inzet gepleegd moeten worden, wat niet vanzelf gaat. Mevrouw VERWEIJ neemt na zo’n onderzoek geen genoegen met dit antwoord en vraagt het college de raad een aparte notitie voor te leggen die bij de zomernota besproken kan worden. Voorafgaand daaraan wil zij met haar collega’s in gesprek gaan in een commissievergadering, gezien het belangrijke onderwerp. Mevrouw WALTERS (wethouder) wijst erop dat vanwege de gemeenteraadsverkiezingen het proces om te komen tot een kadernota en voorjaarsnota anders loopt dan in een gewoon jaar. Zij kan daarom geen aparte notitie voorafgaand daaraan toezeggen. Het raadsonderzoek neemt zij serieus en zij gaat bij de voorjaarsnota en begroting naar de uitwerking kijken en naar wat de implementatie betekent. Mevrouw REDMEIJER krijgt een beetje het gevoel dat de wethouder nog niet weet of de aanbevelingen uit het onderzoek wel uit te voeren zijn. Zij wil daarom helderheid hebben, gezien het unaniem door de raad gedragen rapport en zij zou daarom graag zien dat het college daarmee aan de slag gaat. Spreekster wil niet dat het college het onderzoeksrapport in de la legt. Mevrouw WALTERS (wethouder) zegt dat ook niet, maar wil het tempo van uitvoeren van het rapport nader bekijken.

Wat zij bij de voorjaarsnota weet legt zij dan bij de raad neer. Bij de begroting heeft zij opgeschreven wat aan de implementatie van het voorstel wordt gedaan. De intentie is dus niet om het onderzoeksrapport in een la te leggen. De heer VAN DROGEN sluit zich aan bij mevrouw Vreugdenhil. Als de kwaliteit van de stukken goed is hoeven die ook niet meer terug te gaan. Er is dus winst te behalen door stukken goed en kwalitatief goed aan te leveren. Dat men daardoor meer mensen nodig zou hebben ziet hij niet zo snel. Een betere kwaliteit hoeft volgens hem niet meer medewerkers op te leveren. De heer KRUIJSWIJK JANSEN schrikt een beetje van de beantwoording van de wethouder. De raad heeft namelijk zojuist unaniem uitgesproken het onderzoeksrapport te ondersteunen en dat met de aanbevelingen aan de slag moet worden gegaan. Het raadsvoorstel bevat ook een nadrukkelijke opdracht aan het college. Hij mist de bevlogenheid bij het college om daarmee aan de slag te gaan en wenst iets meer vaart, energie en voortvarendheid bij het aanpassen van de cultuur. Mevrouw WALTERS (wethouder) gaat het niet het zozeer om de cultuur. Het raadsonderzoek geeft vier sturingslijnen aan en om die sturing te kunnen doen heeft de raad informatie nodig, zoals over het bereiken van doelen, indicatoren en het gebruik van maatschappelijke voorzieningen.

Die informatie is nu niet hapsnap te leveren, omdat er daarvoor nu geen capaciteit is. Qua enthousiasme was zij blij met de vier sturingslijnen. Daarmee kan zij wel wat en die zijn een kwestie van implementeren. Dat moet gebeuren in een al druk Wmo-veld met een heel klein team. Daarvoor is dus tijd nodig om te kijken wat er te ontwikkelen en te updaten is. Gevraagd is een systeemvernieuwing, die gewoon capaciteit kost. Als die staat, dan gaat het misschien makkelijker. Maar voorlopig gaat het gewoon om de lat hoger leggen. Mevrouw VERWEIJ verwijst naar de vele inhuur op het fysieke domein vanwege de hele hoge ambities van de raad op dat gebied. Er is ook een hoge ambitie op het sociale domein en zij vraagt wanneer daarvoor externe deskundigen zullen worden ingehuurd om alle staande ambities en de wensen van de raad uit te voeren. Mevrouw WALTERS (wethouder) kan mensen inhuren, zodra de raad bij de voorjaarsnota heeft gezegd wat een en ander mag kosten. De VOORZITTER proeft enige bereidheid bij het college om met het raadsonderzoek en de aanbevelingen naar aanleiding daarvan aan de slag te gaan, wat echter tijd en capaciteit kost. Mevrouw VERWEIJ verklaart dat de SP voor het amendement zal stemmen, met de aantekening dat duidelijk moet zijn dat de training niet alleen wordt georganiseerd vanuit de gemeente Hilversum, maar juist ook met een frisse blik vanuit derden.

Mevrouw VAN DROOGE legt een stemverklaring af en deelt mee dat de PvdA voor het voorstel zal stemmen, maar tegen het amendement. De rol van de raad is namelijk onderbelicht en het voorliggende HI20220202

21

besluit doet volgens haar geen recht aan het keiharde werk van de raadswerkgroep. Ook wordt de griffie meer werk gegeven, onder andere het regelen van een extra opleiding. De VOORZITTER constateert dat Democraten Hilversum zich ook uitspreekt tegen het amendement. Zonder stemming wordt amendement A 22-01 van Hart voor Hilversum, Hilversums Lokaal Belang en de ChristenUnie aangenomen, onder aantekening dat de PvdA en Democraten Hilversum geacht worden daartegen te hebben gestemd. Zonder stemming wordt het voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. 14.

VASTSTELLING BESTEMMINGSPLAN ‘UTRECHTSEWEG PERCEEL NAAST 63 EN 65’

De VOORZITTER geeft aan dat het college op 15 juni 2021 heeft besloten de procedure van onder andere het ontwerpbestemmingsplan ‘Utrechtseweg, perceel naast 63 – 65’ te starten. Dit ontwerp heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend. De ingekomen reactie is van antwoord voorzien. Naar aanleiding van de zienswijze en ambtshalve worden enkele kleine wijzigingen voorgesteld. Het bestemmingsplan ligt nu ter vaststelling bij u voor. In de commissievergadering bleken de initiatiefnemer en de indiener van de zienswijze het niet eens te zijn. De raad wordt gevraagd het besluit te nemen. Met uitzondering van Leefbaar Hilversum vonden de fracties in de commissievergadering het onderwerp rijp voor de raad. Inhoudelijk waren de meningen wel verdeeld. Mevrouw VERWEIJ kondigt aan tegen het voorstel te zullen stemmen, omdat het college keer op keer marchandeert met zijn eigen normen en waarden. Vanavond is een persbericht uitgegaan dat de ontwikkeling van het Stationsgebied stil komt te liggen, omdat een rechtszaak bij de Raad van State verloren is wegens marchandering met de eigen regels. De SP wil wel dat daar op die plek iets gebeurt, maar waarschuwt de raad en het college de ontwikkeling niet op deze manier te doen, op een plek die historisch waardevol en beschermd is. Zij heeft geen zin in nog meer rechtszaken.

Beter kan men het huiswerk opnieuw doen en zaken op een andere manier wel goed realiseren. De heer EERENBERG heeft de indruk dat de projectontwikkelaar veel moeite heeft gedaan om de buurtbewoners te laten participeren en dat ambtenaren een goede inhoudelijke afweging hebben gemaakt. Wat dat betreft is hij positief. Politiek gezien vindt hij het prettig dat wordt ingebreid en dat dat niet alleen in wijken als Hilversum-Oost plaatsvindt. Hij is dus positief over het voorstel. Mevrouw VERWEIJ vraagt wat de heer Eerenberg ervan vindt dat het college elke keer schuift met zijn eigen waarden, normen en kaders en of hij het daarmee eens is. De heer EERENBERG vindt dat een interpretatie van mevrouw Verweij, waarmee hij niet zoveel kan. Mevrouw VAN DE LINDE noemt het gezien de verkiezingstijd niet zo verrassend dat mevrouw Verweij haar best heeft gedaan om een aanleiding te vinden om het nieuws van vanavond over het Stationsgebied erbij te slepen. Dit noemt zij een actie waarvoor zelfs Houdini zijn pet zou afnemen. Er ligt een heel specifiek voorstel voor, waarop één zienswijze is ingediend. Het is voor haar een tegenvaller dat het Stationsgebied daarbij nu wordt betrokken. Mevrouw VERWEIJ vindt het nogal wat dat het college een zaak met betrekking tot het Stationsgebied bij de Raad van State heeft verloren, omdat het college met zijn eigen regels marchandeert.

Zolang het college marchandeert met de eigen regels, pakt zij elke gelegenheid aan om dat onder de HI20220202

22

aandacht van Hilversummers te brengen, die straks bij de gemeenteraadsverkiezingen hun stem kunnen uitbrengen. De heer GÖBBELS legt een stemverklaring af en vindt de samenvatting van de voorzitter van het voorstel niet helemaal correct. Democraten Hilversum heeft namelijk in de commissievergadering gezegd het voorstel niet rijp te achten voor behandeling door de raad. Hij vindt dat het voorstel zonder onafhankelijke deskundige advisering niet rijp is voor besluitvorming, zodat hij daartegen stemt. Mevrouw KALK kan ook geen oordeel over het voorstel vormen, omdat het het woord van de ene partij tegen het woord van de andere partij is. De oplossing is om een goed participatiebeleid met een goede participatieverordening vorm te geven. Op basis daarvan kunnen dergelijke voorstellen aan de raad worden voorgelegd. Zij stemt voor het voorstel, omdat nu een onmogelijk oordeel gevraagd wordt. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 3 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP en Democraten Hilversum tegen. 15.

VERSTEDELIJKINGSCONCEPT VERSIE 3 MRA

De VOORZITTER vertelt dat op 8 november jl. de gemeenteraden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) via de informatiebrief ‘Verstedelijkingsstrategie 2030/2050 Metropoolregio Amsterdam’ zijn geïnformeerd met het verzoek tot instemmen met het ‘Verstedelijkingsconcept MRA’, Zij zijn gevraagd om het verstedelijkingsconcept MRA versie 3 te onderschrijven. De gemeenteraad van Hilversum heeft op 8 juli 2021 een zienswijze opgesteld op het ‘verstedelijkingsconcept versie 2’ en die als onderdeel van de regionale zienswijze uit Gooi en Vechtstreek ingebracht. De Hilversumse en regionale zienswijzen zijn voor het overgrote deel overgenomen en verwerkt in het nu voorliggende verstedelijkingsconcept. In een brief wordt extra aandacht gevraagd voor de onderwerpen mobiliteit, Hilversum mediacampus en landschap. De gemeenteraad kan bij de omgevingsvisie besluiten over een eventuele doorwerking van het verstedelijkingsconcept in lokaal beleid. In de commissievergadering werd het onderwerp rijp voor de raad geacht, waarbij amendementen zijn aangekondigd. Mevrouw KALK heeft bezwaren tegen het verstedelijkingsconcept, die de PvdA eerder heeft geuit. De verstedelijkingsstrategie is alleen gebaseerd op de wens van economische groei: 300.000 banen en 325.000 woningen. Het effect op de leefbaarheid daarvan zal ongekend groot zijn.

Alleen met inbreiding zal die ambitie niet realiseerbaar zijn, waarna de vraag zich aandient of dat kan en of dat wel wenselijk is. Het polycentrische model wordt nu een meerkernenmodel genoemd, maar dat is volgens haar geen wezenlijk ander idee. Het concept noemt zij vooral goed voor de positie van Amsterdam, past in een idee van verdergaande globalisering, waar er vooral of alleen plek is voor de kosmopolitische burger. De MRA is dan de thuishaven voor hoogopgeleiden, die worden vertegenwoordig door D66, en rijk Nederland, vertegenwoordigd door de VVD. Die uitspraak citeert zij uit de Atlas van afgehaakt Nederland. Dat is niet haar idee van een gedeelde samenleving en niet de MRA die de PvdA zou willen. Zij is voor samenwerking, bijvoorbeeld om te zorgen voor een goed elektriciteitsnetwerk dat de vraag ook daadwerkelijk aan kan. Zij is ook voor een MRA die zich nu al opmaakt om de gevolgen van de klimaatverandering aan te kunnen. Spreekster is ook voor een MRA die zich er van bewust is dat door de globalisering de economische, culturele en politieke scheidslijnen met de regio alleen maar scherper worden. Wat goed is voor Amsterdam is niet per se ook goed voor de regio. Zij is ten slotte voor een MRA die democratisch gelegitimeerd is. Dat is deze MRA volgens haar echter niet. Haar bezwaren zijn niet genoemd in de brief aan het Rijk.

Het college vraagt slechts om meer betrokkenheid in de vorm van meer geld en mobiliteit bij de mediacampus en het landschap. De PvdA HI20220202

23

vindt dat niet de juiste keuze en zou die betrokkenheid juist willen zien op behoud en verbetering van de leefbaarheid in de meest brede zin van het woord. Het in te dienen amendement steunt zij, maar zij stemt tegen de brief. Mevrouw VAN VLIET neemt stelling tegen de uitspraak dat D66 voor hoogopgeleiden is. Mevrouw KALK citeerde die uitspraak uit de Atlas van afgehaakt Nederland en dat was dus niet haar uitspraak. Mevrouw VAN VLIET zal die atlas opzoeken, maar benadrukt dat D66 niet alleen bestaat uit hoogopgeleiden. D66 zet zich in voor heel Hilversum, betaalbaar en passend wonen etc. Zij onderschrijft het verstedelijkingsconcept wel en vindt dat de regio en de MRA goed samen kunnen optrekken om een goede hap uit de ruif te krijgen. De extra brief om in te zetten op het verkrijgen van een rijkstoezegging voor meer betrokkenheid bij de opgaven mobiliteit, mediacampus en landschap is daarom ontzettend welkom.

Samen met GroenLinks en het CDA dient zij daarom het volgende amendement in: Amendement A 22-02 ‘Meer aandacht voor energietransitie en woningmarkt’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 2 februari 2022, behandelend agendapunt 15 betreffende Verstedelijkingsconcept versie 3 MRA, overwegende dat: het verstedelijkingsconcept voor de MRA bijna gereed is; de MRA een belangrijk gremium is om te lobbyen richting het Rijk; de gemeenten en regio worden gevraagd een besluit over het derde concept te leveren; de regio Gooi & Vechtstreek een begeleidende brief heeft opgesteld die oproept tot vergroting rijksinzet; in deze brief een drietal onderwerpen wordt genoemd die belangrijk zijn voor de regio Gooi & Vechtstrek waarvoor in de uitwerking extra aandacht gevraagd wordt, ook in financiële zin; voorts overwegend dat: naast de genoemde onderwerpen Hilversum mediacampus, landschap en mobiliteit ook woningbouw en energietransitie extra aandacht behoeven; ook een voortvarende energietransitie en vergroten van het aantal sociale en middeldure huurwoningen van goede kwaliteit, opgaven zijn die van groot belang zijn voor de toekomst van Hilversum en de regio; deze opgaven te groot zijn voor de regio en Hilversum om zonder extra rijksmiddelen aan te pakken; de uitvoeringsregels voor de woningbouwimpuls veelal niet passen op de relatief kleine binnenstedelijke

ontwikkellocaties, waardoor subsidie niet toegekend wordt; het hierdoor steeds moeilijker wordt om een groei te realiseren in het aantal sociale en middeldure huurwoningen van goede kwaliteit; de regionale energietransitie alleen voortvarend kan worden opgepakt als hiervoor extra impulsen beschikbaar komen; het daarom nodig is ook deze opgaven te benoemen in de brief en daarvoor twee paragrafen toe te voegen in de brief; besluit: beslispunt 3 van het conceptraadsbesluit, luidende: ‘3. In te stemmen met het uitsturen van bijgevoegde brief namens alle gemeenten in de Gooi en Vechtstreek (bijlage 3) door de Regio Gooi & Vechtstreek, waarin de MRA wordt opgeroepen in de gesprekken met het Rijk (verder) in te zetten op het verkrijgen van rijkstoezeggingen op meer betrokkenheid bij de opgaven mobiliteit, Hilversum mediacampus en landschap.’ te wijzigen in: HI20220202

24

‘3.

In te stemmen met het uitsturen van bijgevoegde brief namens alle gemeenten in de Gooi en Vechtstreek (bijlage 3) door de Regio Gooi & Vechtstreek, waarin de MRA wordt opgeroepen in de gesprekken met het Rijk (verder) in te zetten op het verkrijgen van rijkstoezeggingen op meer betrokkenheid bij de opgaven mobiliteit, Hilversum mediacampus, landschap, woningbouw en energietransitie.” en daartoe tevens bijlage 3 ‘Brief Regio GV aan de MRA’ aan te passen door twee paragrafen toe te voegen: Woningbouw De opgave voor het toevoegen van sociale en middeldure huurwoningen is groot. Het is van groot belang om deze woningen een goede toekomstbestendige woonkwaliteit hebben (denk aan oppervlakte en levensloopbestendigheid). Juist bij de kleinere binnenstedelijke projecten is dit extra moeilijk te realiseren. Echter, deze projecten vallen niet binnen de voorwaarden voor de Woningbouwimpuls. Wij vragen u inzet te plegen om zowel het Rijk als de provincie te overtuigen dat er extra subsidiemogelijkheden nodig zijn om aan deze opgave te kunnen voldoen. Energietransitie Ook de opgave voor energietransitie en verduurzaming (onder meer van de mobiliteit) is een opgave die alleen in gezamenlijkheid is op te pakken.

Dan gaat het niet alleen om voldoende overheidsinvesteringen en subsidies, maar ook om passende regelgeving, het ondersteunen van innovaties en het mogelijk maken van implementatie van nieuwe technieken. Wij vragen de MRA in gesprekken met het Rijk te blijven inzetten op versterkte rijksinzet op het thema energietransitie en verduurzaming.” (Amendement A 22-02 van D66, Hart voor Hilversum, GroenLinks, Hilversums Lokaal Belang en het CDA)

De heer BLOK ziet de zienswijze van de gemeente Hilversum grotendeels verwerkt in het huidige derde concept. Er is extra aandacht bij het Rijk gevraagd voor mobiliteit, de mediacampus en het landschap, evenals financiële steun voor deze opgaven. De MRA beschouwt hij vooral als lobbyorganisatie naar het Rijk toe. Het democratisch gat vindt hij veel te groot. Hij gaat akkoord met de brief van de regio aan de MRA. Verstedelijkingsstrategie veranderen in een ruimtelijke economische strategie vindt hij veel beter klinken. Voorts steunt hij het amendement met de toevoeging van onderwerpen woningbouw en energietransitie. De heer GÖBBELS ziet dat het raadsvoorstel is bedoeld om het verstedelijkingsconcept van de MRA te onderschrijven. In dat model sorteert Hilversum voor op een grootstedelijke schaalsprong. Na vaststelling wil de MRA het besluit doorbriefen aan het Rijk. De uitkomst van wat de Hilversummers willen in de omgevingsvisie is nog een probleem. In het eerste verslag van ‘Inwoners aan het woord’ staat dat veel mensen tegen hoogbouw zijn, wat al gelijk botst met de grootstedelijke pretenties van de MRA en het college. Heel subtiel is in de tekst toch de deur naar hoogbouw al geopend. In de tekst is namelijk vermeld: ‘Toch zijn er ook nuancerende reacties’. Kennelijk zijn alle mensen die zeggen geen hoogbouw te willen ongenuanceerd.

Daarna volgen twee citaten van mensen die beweren dat hoogbouw moet. Tweederde van de tekst in deze passage is dus gewijd aan de mening dat hoogbouw moet. Dat belooft nog spannend te worden als wordt geprobeerd een verstedelijkingsconcept zonder maatschappelijk draagvlak te realiseren. Democraten Hilversum steunt het MRA verstedelijkingsconcept niet en ziet meer in Hilversum als moderne tuinstad: een gezonde groene middelgrote gemeente zonder aantasting door hoogbouw van het omringende illusielandschap. Hilversum zou overlast door geluid moeten aanpakken en die niet erger maken door grenswaarden op te schroeven. In dat kader wijst hij naar de uitspraak van de Raad van State, die vandaag het bestemmingsplan voor het Stationsgebied heeft vernietigd. HI20220202

25

Voorts adviseert hij de citybrandingsexperts, die graag een sterk merk neerzetten, zich nog eens in de tijdgeest en tuinstad te verdiepen, waar een wereld voor hen te winnen is. Een opinie wint aan waarde als die op feiten stoelt. Hilversum wordt nu als mediastad in krantenkoppen in één adem genoemd met de Voice-beerput. Het is helaas niet voor het eerst dat Hilversum met media een negatieve associatie oproept. Over Hilversum als unieke tuinstad met een blijvende waarde is geen negatief artikel bekend. Mevrouw VAN DE LINDE merkt op dat de Hilversumse raad voor Hilversum en haar bewoners werkt, maar Hilversum geen eiland is. Samen met de regio en andere overheden wordt samengewerkt, zoals de MRA. Gezien de uitdagingen waarvoor Hilversum en de regio staan en de bijvoorbeeld grote infrastructurele verbondenheid met de diverse steden in de nabijheid heeft Hilversum daarbij echt belang. Er volgt nog een gesprek over de omgevingsvisie en wat waardevol is om aan te haken op de verstedelijkingsstrategie van de MRA. Daarbij wordt nog aandacht gevraagd voor woningbouw en de energietransitie. De vorm van een amendement verbaasde haar en zij kan zich voorstellen dat de wethouder daarmee nog naar zijn regiocollega’s moet. Het zou vervelend zijn als de wethouder dat niet een op een kan overnemen, waarmee dat amendement hem in moeilijkheden zou brengen.

Zij heeft ongelooflijk veel zin om straks dat gesprek over de omgevingsvisie te voeren, zodat het bouwen aan Hilversum voor Hilversum met het dna van Dudok uit te werken is. De heer SLINGERLAND is blij met het voorliggende amendement om een brief aan de Gooi en Vechtstreek en de MRA te sturen. In de commissievergadering van 12 januari jl. is voorgesteld om de titel te veranderen in ruimtelijk-economisch conceptstrategie en hij vraagt of er plannen zijn om dat in de brief op te nemen. De heer VAN ROODEN ziet de invloed van de MRA in de regio liever niet op de manier zoals die nu is ingericht. Daarom stemt de SP tegen het raadsvoorstel en het amendement. De heer VOORINK (wethouder) merkt op dat de brief prima in de vorm van een amendement kan worden vormgegeven. Dat ziet hij vooral als een inspannings- in plaats van een resultaatverplichting die hij met de regio zal bespreken. Hij kan zich voorstellen dat buurgemeenten ook punten hebben die zij willen laten meenemen, waarop hij naar bevind van zaken zal reageren. In die zin adviseert hij positief over het amendement. Dat doet hij op woningbouw zonder reserves en op de energietransitie eigenlijk ook. Allen zijn voor de versterkte rijksinzet op die thema’s. Er zijn wel wat reserveringen als het Rijk andere overheden allerlei zaken oplegt. Hilversum wil namelijk ook haar eigen toekomst bepalen.

Met die nuance reageert dus positief op het amendement. De naamsverandering heeft hij in het voorstel ook benoemd en probeert hij in de brief mee te geven. Mevrouw VAN VLIET bevestigt dat Hilversum zelf haar eigen toekomst bepaalt, maar verwacht dat de tekst van het amendement wel in de brief terecht komt. Als andere gemeenten vinden dat dat hun tekst niet is, kan die tekst in de brief worden opgenomen als punten die de gemeente Hilversum nog toevoegt. De heer VOORINK (wethouder) interpreteert dat ook zo en dat zal ook zijn inzet zijn. Als er geen gezamenlijke opvatting is zal hij in de brief een paragraaf opnemen, waarin staat wat de mening van de gemeente Hilversum is. Amendement A 22-02 van D66, Hart voor Hilversum, GroenLinks, Hilversums Lokaal Belang en het CDA, ‘Meer aandacht voor energietransitie en woningmarkt’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 33 tegen 3 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP en Democraten Hilversum tegen. Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 28 tegen 5 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA, de SP en Democraten Hilversum tegen. HI20220202

26

16.

INSTELLEN ADVIESCOMMISSIE RUIMTELIJKE KWALITEIT EN MONUMENTEN HILVERSUM

De VOORZITTER geeft te kennen dat de taken en bevoegdheden van de huidige monumenten- en welstandscommissies van rechtswege vervallen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente voor inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Er is gekozen voor een commissie met een brede taak, die zo vroeg mogelijk in ruimtelijke processen wordt geraadpleegd. Voor Hilversum betekent dit ook dat de nieuwe adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten zowel de taken van de bestaande Commissie welstand en monumenten en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit overneemt. Na de commissiebehandeling adviseerden de woordvoerders van de SP en Leefbaar Hilversum dat het voorstel niet rijp voor de raad is. Alle andere woordvoerders achtten het voorstel wel rijp voor de raad met debat, maar zij maakten een voorbehoud in verband met enkele aangekondigde amendementen. De heer VAN WAARDEN constateert dat Hilversum dé tuinstad van Nederland is en allen dat zo willen houden. Daarbij is een adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten geen overbodige luxe. Die nieuwe commissie kan naast het toetsen van plannen aan kaders en de Welstandsnota juist in het voortraject een belangrijke rol spelen bij initiatieven en ontwikkeling van bouwplannen.

GroenLinks staat daarom positief tegenover het voorliggende voorstel. Duurzaamheid, energieopwekking, groen en klimaatadaptatie zijn nu al onlosmakelijk verbonden aan bouwprojecten en dus van grote invloed op ruimtelijke kwaliteit. GroenLinks stelt met amendement A 22-03 voor om een extra discipline duurzaamheid en groen aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten toe te voegen, waarmee wordt benadrukt te hechten aan duurzaamheid en groen. Die discipline zal met name in het voortraject van grote waarde zijn. Na indiening van het plan betreft het toetsen aan de kaders, waarbij de aanwezigheid van alle leden wellicht niet altijd nodig is. Het amendement borgt ook dat de (meerderheid van de) raad de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten kan verzoeken te adviseren. Hij ziet uit naar de eerste evaluatie in 2023.

Amendement A22-03 ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Hilversum: duurzaam en groen’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 2 februari 2022, behandelend de instellen gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten met kenmerk 1079009; overwegende dat: • Hilversum dé Tuinstad van Nederland is; • de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en monumenten door de raad wordt benoemd als onafhankelijk deskundig adviesorgaan bij het beoordelen en bewaken van de ruimtelijke kwaliteit; • de commissie als taak heeft de raad en het college gevraagd en ongevraagd te adviseren; • energietransitie (verduurzaming, duurzame opwek) en klimaatadaptatie bij bouwprojecten nu al en ook in de komende jaren van toenemende invloed kunnen zijn op de ruimtelijke kwaliteit; • natuur en biodiversiteit van groot belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit; constaterende dat: • in artikel 2.2 de raad niet wordt genoemd als orgaan dat advies kan vragen of ontvangen; • artikel 4 lid 1 van de concept Verordening m.b.t. de samenstelling van de commissie stelt: ‘De commissie bestaat uit minimaal 8 leden, tenminste bestaande uit een voorzitter, twee architectleden, 2 monumentleden, 1 landschapper, 1 stedebouwer en 1 burgerlid.’; besluit: • beslispunt 2 van het conceptraadsbesluit, luidende: 2.

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum 2022 vast te stellen. als volgt te wijzigen: HI20220202

27

2.

Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum 2022 vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijzigingen worden opgenomen: • Artikel 2.2.c wordt aangepast zodat het artikel als volgt luidt: ‘adviseert de commissie op verzoek van de raad of burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit’; • Artikel 4.1 wordt uitgebreid met de discipline duurzaamheid/stadsecologie, zodat het artikel als volgt luidt: ‘De commissie bestaat uit minimaal 9 leden, tenminste bestaande uit een voorzitter, twee architecten, twee monumentenzorgdeskundigen, een landschapsarchitect, een stedenbouwkundige, een deskundige op het gebied van duurzaamheid/stadsecologie en een burgerlid.’ • conform het raadsvoorstel de bestaande budgetten van ARK en CWM te gebruiken voor de vacatiegelden van de nieuwe adviescommissie; • dat de raad bij de evaluatie in 2023 betrokken dient te worden, waarbij ook wordt bezien of het budget nog past bij de opgave van de nieuwe commissie.” (Amendement A 22-03 van GroenLinks, Democraten Hilversum, de PvdA, het CDA en Hilversums Lokaal Belang) De heer JAARSMA neemt het namens D66 op voor een deugdelijke welzijnstoets of een verbrede versie daarvan, de ruimtelijke kwaliteitstoets.

In deze periode maakte hij zich achter de schermen een aantal keren druk over de welstandsadvisering, die burgers, architecten en aannemers hier en daar met stomheid heeft geslagen. Het is hem daarom evident dat in de uitvoering wat te verbeteren valt. Amendement A 22-03 om een duurzaamheids- en ecologisch adviseur aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten toe te voegen vindt hij een slecht idee. De onafhankelijke advisering over ruimtelijke kwaliteit in brede zin is ontstaan, omdat regels over wat mooi is slecht te stellen zijn. Zodra ze specifiek zijn wordt het een keurslijf of een doorgeschoten eenheid, een situatie die men meestal met saai kwalificeert. Ruimte voor een beoordeling en afweging, een gesprek over wat mooi is en enige objectivering ervan is gevonden in de ruimtelijke kwaliteitstoetsing, ofwel de Welstandscommissie. Die advisering verbreden naar duurzaamheidsadvisering beveelt hij niet aan, omdat over duurzaamheid verregaande voorschriften staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een ruimtelijk kwaliteitsadvies daarop vindt hij niet nodig, ook niet van een onafhankelijke commissie. Hier is juist geen onafhankelijke toetsing nodig, maar een harde toetsing of aan de regels die in wet gesteld zijn voldaan wordt. Men verzwakt dus de duurzaamheid met het amendement.

Zijn insteek is de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten te bewegen om zich aan haar leest te houden: de ruimtelijke advisering. Het college komt het toe om een besluit te nemen over initiatieven, waarbij alle aspecten en alle van belang zijnde facetten afgewogen worden, van constructief tot duurzaam, van verkeer tot marginale toetsing aan de ruimtelijke kwaliteit. De heer VAN WAARDEN gaat het juist om gebouwgebonden elementen, wat heel iets anders is dan openbare ruimte. Hij vraagt waarom de heer Jaarsma zegt dat het allemaal wel goed komt met duurzaamheid en dat daarnaar niet hoeft te worden gekeken. De heer JAARSMA zegt helemaal niet daarnaar niet te kijken, maar wil daarop juist heel hard toetsen. Daarvoor zijn er ambtenaren die aan bouwregels en aanvullende regels toetsen. Dat heeft echter niets met de ruimtelijke kwaliteitstoetsing te maken. Natuurlijk zijn er aspecten van technische maatregelen die in duurzaamheid voorzien, die men kwalitatief moet beoordelen. Daartoe zijn de leden van de commissie heel goed in staat. Misschien zijn ze iets minder op de hoogte van technische ontwikkelingen en mogelijkheden die als alternatieven overwogen kunnen worden. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten kan in een vroege en initiatieffase mogelijk wat breder adviseren.

Daarom stelt ook voor in zijn motie om aan de adviescommissie een duurzaamheidsadviseur ter beschikking te stellen, juist in die gevallen waar dat aan de orde is. Maar dat is dan geen lid van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit HI20220202

28

en Monumenten, die zich echt moet beperken tot de ruimtelijke kwaliteitsadvisering, anders gaat die op de stoel van het college zitten. Daarom dient hij de volgende motie in: Motie M 22-08 ‘Duurzaam Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 2 februari 2022, behandelende de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten; overwegende dat: de commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten vanuit een onafhankelijke positie primair het college adviseert over ruimtelijke, welstandelijke en monumentale kwaliteiten en dat in essentie doet op basis van door de raad vastgesteld beleid; deze onafhankelijke advisering er juist is omdat ruimtelijke kwaliteit zich slecht laat uitdrukken in strak omlijnde regels en o.a.

in gesprek tussen initiatiefnemer en commissie tot stand komt; meedenken van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten met de initiatiefnemer wordt verwacht, maar dat de advisering van de commissie zich moet beperken tot de ruimtelijke kwaliteitsaspecten; de integrale afweging van alle van belang zijn facetten bij initiatieven in de fysieke leefomgeving aan het college is, binnen de door de raad gestelde kaders, voorts overwegende dat: de snelheid waarmee wij moeten en willen verduurzamen geregeld spanning oproept met het kwaliteitsoordeel over de (uiterlijke kenmerken van) duurzaamheidsvoorzieningen als bijvoorbeeld zonnepanelen; (het dringend gewenst is om onze beleidsregels hier beter op af te stemmen;) specifieke duurzaamheidsadvisering de commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten kan helpen om beter te kunnen inspelen op eisen vanuit duurzaamheid en de ruimtelijkkwalitatieve inpassing; ook bij de selectie van kandidaat leden van de Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten gezocht kan worden naar kandidaten die bovengemiddeld bekwaam zijn in het meedenken vanuit een context waarin duurzaamheid een belangrijke drijfveer is; verzoekt het college om: bij initiatieven waarin duurzaamheid een belangrijke rol speelt, altijd een duurzaamheidsadviseur aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten ter beschikking te stellen en om; bij de selectie van kandidaten voor de

commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten met genoemde overweging rekening te houden; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 22-08 van D66) Hij heeft een motie ingediend, omdat de mogelijkheid om adviseurs ter beschikking te stellen al in de verordening staat, evenals het feit dat de raad advies aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten kan vragen. Het amendement noemt hij dus overbodig en onverstandig. De heer VAN WAARDEN is dat niet met de heer Jaarsma eens en stelt dat de waarde van de adviseur essentieel is, met name in voortrajecten. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten toetst aan kaders. Daarom moet de raad zorgen dat die kaders waaraan getoetst wordt volstrekt helder zijn. Met name in voortrajecten, als over over duurzaamheid en groen goed wordt gesproken en geadviseerd, zullen minder ontwikkelaars verrast worden door oordelen van welstand. Hij noemt het daarom verstandig om de genoemde discipline toe te voegen. De heer JAARSMA denkt dat de raad indien gewenst een duurzaamheidsadvies ruimelijker beschikbaar moet maken voor iedereen die dat wil. Dat heeft volgens hem niets met het functioneren van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten te maken. De SP zal nog een motie indienen over welstandskamers om daarnaar nog nader onderzoek te doen. D66 is daarover verdeeld.

Een deel van zijn fractie voelt zich ongemakkelijk met het moment en de HI20220202

29

manier waarom deze nu naar voren komen. Een ander deel van de fractie wil daarnaar wel onderzoek doen. Daarom zal D66 over die motie verdeeld stemmen. De heer VAN ROODEN hecht ontzettend aan de huidige commissies en het belang daarvan. De Welstandscommissie toetst op bouwbesluiten en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit doet dat op de ruimtelijke kwaliteit. Beide taken zijn van belang, maar kunnen wel gescheiden worden. Op een masterplan of visie kan vooraf toetsing op de ruimtelijke kwaliteit plaatsvinden. Een welstandscommissie toetst op de regels van de Welstandsnota. Die twee zaken wil de SP uit elkaar houden en heeft daarom gezegd dat het voorstel niet rijp is voor de raad. Daarom stemt de SP tegen het voorstel. Het amendement A 22-03 van GroenLinks, Democraten Hilversum, de PvdA, het CDA en Hilversums Lokaal Belang over het toevoegen van een extra lid op het gebied van duurzaamheid steunt hij wel, evenals het betrekken van de raad in de verordening. De SP dient een motie over een welstandskamer in, die al een jaar geleden is voorgesteld. Die slaat ook een brug tussen de motie van D66 en amendement A 22-03. Ook kan er een pilot met de welstandskamer plaatsvinden bij bijvoorbeeld het Arenapark.

Motie M 22-05 ‘Welstandskamer’ “De gemeenteraad van Hilversum, bijeen op 2 februari 2022, behandelend Instellen adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum; overwegende dat: • het reglement van orde voor de commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten bestaat uit een vaste samenstelling, met een eventuele versterking door Mooi NoordHolland; • bij grote projecten een bredere beoordeling gewenst kan zijn; • in bijvoorbeeld Rotterdam het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid heeft om voor een bepaald project en voor een bepaalde tijdsduur een welstandskamer in te stellen; o in het voorbeeld van Rotterdam kan een welstandskamer naast tenminste drie leden van de commissie ook andere deskundigen bevatten. Ze treedt voor het aangegeven project in de plaats van de reguliere commissie, en kan de plannen in breed verband beoordelen - naast de welstandsnota bijvoorbeeld ook aan de hand van een masterplan en nota’s van uitgangspunten, alsmede de ruimtelijke integraliteit.

Een voorbeeld van zo'n kamer is het Q-team Feyenoord city1; • na de verkiezingen, en na de (aparte) behandeling van de technische aanpassingen van de welstandsnota, een discussie gevoerd zal worden over (voorstellen voor) inhoudelijke aanpassingen op de welstandsnota; verzoekt het college: • in voorbereiding op die discussie over de inhoudelijke aanpassingen op de welstandsnota, de mogelijkheden voor het instellen van welstandskamers in Hilversum uit te zoeken, • daarbij te beoordelen of zo’n welstandskamer door de commissie zelf kan worden ingesteld, op aanvraag van college of raad dan wel op eigen initiatief, en wat daarvoor de voorwaarden zijn, • te onderzoeken of voor het Arenapark een welstandkamer als pilot kan worden ingesteld, • de resultaten in de discussie over de welstandsnota mee te nemen; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 22-05 van de SP en Hilversums Lokaal Belang) 1 https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/welstand-feyenoord-city/ Mevrouw KALK vraagt of een welstandkamer het werk van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten zal stil leggen. De heer VAN ROODEN ziet de welstandskamer in de zin zoals de gemeenteraad ook werkgroepjes heeft. Bij het Arenapark wil hij een beperkte groep van de adviescommissie Ruimtelijke HI20220202

30

kwaliteit en Monumenten daarnaar laten kijken die een advies aan de raadscommissie kan geven. De precieze werking moet nog worden uitgezocht en uitgeprobeerd, maar zal volgens hem op het Arenapark en het Circusterrein een goede aanvulling zijn. De heer GÖBBELS heeft vernomen dat de invoeringsdatum van de Omgevingswet weer is uitgesteld tot 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. Het voorstel om nu een adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten in te stellen is dus niet acuut nodig. Het voorstel ligt nu voor, maar daarbij is amendement A 22-03 essentieel, juist wat betreft duurzaamheid. D66 merkt over duurzaamheid in haar verkiezingsprogramma op dat het horizontaal werkt en overal thuishoort. Dat maakt overigens motie M 2208 van D66 overbodig. De heer BLOK gaat akkoord met de brede adviestaak van de nieuwe adviescommissie die ook aan de voorkant adviseert. Ook hij heeft bij met name bouwplannen reacties van belanghebbenden gekregen dat de huidige Commissie Welstand en Monumenten niet altijd binnen de kaders van de vigerende bestemmingsplannen opereerde en daarmee werd het werk van het college ook moeilijker. Hij hoopt dat dat met de nieuwe adviescommissie goed gaat verlopen. Amendement A 22-3 steunt hij ook, evenals motie M 22-05 over welstandskamers, met name in verband met het Arenapark.

De heer EERENBERG vindt het heel belangrijk om als raad goed de vinger aan de pols te houden bij de leden van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten. Formeel gezien stelt de raad de adviescommissieleden aan en de raad kan die ook ontslaan. Hij vindt het ontzettend belangrijk dat er een goede evaluatie door de raad komt, omdat er nu een commissie komt die met een nieuwe wet gaat werken, waarmee weinig ervaring is en die wat anders naar burgers kijkt. Hij wil graag horen hoe de wethouder naar het amendement en de twee moties kijkt. De heer PELSMA twijfelt aan amendement A 22-03 en vraagt zich af hoe dat past binnen de ruimtelijke ordening. De ChristenUnie strijdt voor duurzaamheid, gasloos bouwen, energie opwekken en op voor het op een andere manier een project draaien. Hij heeft er naar aanleiding van de motie moeite mee dat er straks een gebiedsontwikkeling zal zijn die niet bijdraagt aan de juiste doelstellingen. Meegegeven doelstellingen zijn de kaders van de raad. Hij neigt er dan ook naar om tegen amendement A 22-03 te stemmen. Voor het overige is hij voor het voorstel. Mevrouw VAN DE LINDE ziet de Omgevingswet naast als een technische operatie vooral ook als een operatie van een cultuuromslag. De bedoeling van de wet is vanuit uitnodigingsplanologie te gaan werken.

Dat wil zeggen niet alleen limitatieve regels te maken om te toetsen, maar ook goed na te denken over de te bereiken doelen en dat eenieder vanuit zijn eigen rol in de samenleving gezamenlijk optrekt. Daarbij zijn adviseurs nodig en de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten moet die adviesrol gaan vervullen. Dat betekent een verandering ten opzichte van de huidige situatie, namelijk ook aan de voorkant adviseren en bijsturen om plannen goed vorm te geven. De Omgevingswet vraagt ook veel van de raad en daarom werkt die ook samen met de raadwerkgroep Omgevingswet. De adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten moet over de totale breedte en diepte kunnen adviseren. Amendement A 22-03 gaat erover daaraan iemand met verstand van duurzaamheid toe te voegen. Dat vindt zij geen slecht idee. Er zijn echter mogelijk veel disciplines nodig, zoals ook een verkeers- en geluidsdeskundige. Zij is blij met de toelichting van de heer Van Waarden over de ruimte voor de raad om advies te vragen, waarbij hij uitgaat van de meerderheid van de raad. Als dat op de juiste wijze in de verordening terecht komt is zij daarmee content. In dat geval kan zij het amendement ondersteunen. De heer YORULMAZ ziet een aantal van zijn zorgen, die hij in eerste instantie had, in amendement A 22-03 verwerkt, onder andere een zorgvuldige evaluatie en de grip van de raad als HI20220202

31

volksvertegenwoordiging op de adviescommissie. Wat betreft de moties wacht hij de reactie van de wethouder af. De heer VOORINK (wethouder) dankt de leden van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Commissie Welstand en Monumenten voor hun werk in de afgelopen jaren. Er breekt nu een nieuwe tijd aan. Hij aarzelt niet om motie M 22-08 van D66 over een duurzame adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten te steunen. Het college staat daarachter. Amendement A22-03, ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Hilversum: duurzaam en groen’, van GroenLinks, Democraten Hilversum, de PvdA, het CDA en Hilversums Lokaal Belang is verstrekkender. Een advies aanvragen door een meerderheid van de raad noemt hij een belangrijk punt. Deskundigheid op het gebied van stadsecologie en duurzaamheid wordt steeds belangrijker, zeker aan de voorkant van een traject. Hij kan zich voorstellen bij een nieuw plan, zoals het Circusterrein, daarnaar te kijken. Hij weet niet of er daartoe een apart lid moet zijn. Misschien zijn er leden te werven die naast het hebben van expertises op het gebied van stedenbouw en architectuur ook van duurzaamheid en stadsecologie verstand hebben. Waar nodig zijn ook externe adviseurs toe te voegen. Hij kan zich voorstellen het gestelde in het amendement te proberen.

Als de raad besluit amendement A 22-03 aan te nemen kan men bij de evaluatie bij het jaarverslag kijken hoe dat heeft uitgepakt. Of het amendement meerwaarde zal hebben weet hij op dit moment niet. Met kwaliteitsteams heeft de gemeente enige ervaring. Bij Monnikenberg is met een dergelijk team gewerkt. De huidige stedenbouwkundig supervisor heeft nu een vergelijkbare rol bij 1221 en het Stationsgebied. Er is echter geen budget voor opgenomen, maar hij wil bezien of die bij het Arenapark te betrekken is. Om nu positief over motie M 22-05 van de SP en Hilversums Lokaal Belang te adviseren vindt hij een brug te ver. Hij onderschrijft veel doelstellingen en het voorliggende voorstel geeft ook ruimte, maar hij vindt dat de nieuwe raad en het nieuwe college daarover moeten besluiten. Hij adviseert daarom motie M 22-05 af te wijzen, ook omdat die deels overbodig is. Artikel 13 van de verordening geeft ook al ruimte voor kwaliteitsteams. De motie loopt ook op zaken vooruit, zonder dat daartegenover middelen staan.

Mevrouw VAN DE LINDE vraagt of de wethouder amendement A22-03, ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Hilversum: duurzaam en groen’, van GroenLinks, Democraten Hilversum, de PvdA, het CDA en Hilversums Lokaal Belang zodanig uitlegt dat hij binnen de bestaande bezetting van de adviescommissie gaat zoeken naar mensen die naast de vermelde expertise ook expertise hebben op duurzaamheid. De heer VOORINK (wethouder) antwoordt dat misschien ook leden te vinden zijn die beide expertises hebben. Het gaat hem om het borgen van de expertise en niet om het borgen van een extra lid. Mevrouw KALK wijst erop dat amendement A 22-03 ook een even ledenaantal van de adviescommissie voorkomt. De heer VOORINK (wethouder) reageert dat de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten nooit stemt en heel vaak met deelcommissies werkt. Een even of oneven ledenaantal maakt volgens hem in de praktijk niet echt iets uit. De heer VAN WAARDEN staat het evaluatiemoment in 2023 aan, zodat nagegaan kan worden of de adviescommissie werkt zoals voorzien. Wat hem betreft is er dan ook geen reden om geen kleur te bekennen, zodat hij eenieder oproept om amendement A 22-03 te steunen, ook de ChristenUnie. De VOORZITTER deelt mee dat de SP en Hilversums Belang motie M 22-05 over de welstandkamer aanhouden.

De heer JAARSMA constateert dat de wethouder motie M 22-08 van D66 van harte kan ondersteunen, die ertoe leidt dat er ruim voldoende aandacht zal worden gegeven aan duurzaamheidsaspecten, ook bij de welstandstoetsing en wel op de door wethouder geschetste manier. Hij adviseert daarom de gemeenteraad om deze motie in overweging te nemen. HI20220202

32

De heer VOORINK (wethouder) geeft aan dat amendement A 22-03 verstrekkender is dan motie M 22-08, maar kan zich voorstellen dat een raadsmeerderheid het gestelde in het amendement toch wil doorvoeren. Zelf heeft hij daarbij wat aarzelingen, omdat hij meer voelt voor de aanpak gesteld in motie M 22-08 van D66. Als de raad in meerderheid besluit amendement A 22-03 aan te nemen is dat voor hem geen onoverkomelijk probleem. Hij suggereert echter met motie M 22-08 te beginnen, waarna bij de evaluatie altijd nog kan worden bezien of er versterking nodig is. Mevrouw VAN DE LINDE hoort dat de mogelijkheid om adviseurs aan te stellen er al is, zodat de motie dat onderstreept. De wethouder stelt volgens haar voor met de adviescommissie aan de slag te gaan, omdat er voor wordt gezorgd dat daarin leden komen die over de gevraagde capaciteiten beschikken. Zij wil niet meer regels optuigen dan nodig en steunt daarom motie M 22-08 en amendement A 22-03 niet. Amendement A 22-03 van GroenLinks, Democraten Hilversum, de PvdA, het CDA en Hilversums Lokaal Belang, ‘Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Hilversum: duurzaam en groen’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 13 tegen 20 stemmen verworpen, met de stemmen van GroenLinks, het CDA, de PvdA, de SP, Hilversums Lokaal Belang en Democraten Hilversum voor.

Motie M 22-08 van D66, ‘Een duurzame adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 22 tegen11 stemmen aangenomen, met de stemmen van de VVD, de PvdA, Democraten Hilversum, het lid Kruijswijk Jansen van het CDA en het lid Kool van GroenLinks tegen. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 31 tegen 2 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP tegen. 18.

VRAGEN AAN HET COLLEGE Er zijn geen vragen.

19.

MOTIE M 22-04 VAN DE SP, HILVERSUMS LOKAAL BELANG EN DEMOCRATEN HILVERSUM, STOP HET ONDERZOEK NAAR DE VERHUIZING VAN SUPERMARKT HOOGVLIET’ “De gemeenteraad van Hilversum bijeen in de raadsvergadering van 2 februari 2022, behandelende de motie vreemd aan de orde van de dag; constaterende dat: • het verhuisplan van supermarkt Hoogvliet, van winkelcentrum Chatham naar de Stam garage op de Bosdrift, al drie jaar speelt zonder dat er duidelijkheid is; • de omwonenden van Chatham een supermarkt op die plek aan de Admiraal de Ruiterlaan willen behouden; • de inwoners rondom de Stam garage aan de Bosdrift duidelijk aangeven niet zitten te wachten op een grote supermarkt op die plek; • twee basisscholen en drie kinderdagverblijven in die buurt ook aangeven dat het extra verkeer en laden en lossen van vrachtwagens het onveilig maakt voor de kinderen; • er op dit moment in de omgeving van de Stam garage al te weinig parkeerplekken zijn voor de inwoners en dit dus alleen maar erger wordt met een grote supermarkt op die plek; • een hele grote supermarkt aantrekkingskracht heeft op mensen uit andere gedeelten van Hilversum; • de straten in de wijk Zeeheldenkwartier bij de garage Stam niet zijn ingericht voor het afhandelen van zulke grote verkeersstromen;

HI20220202

33

•

het college in haar akkoord heeft staan dat ze de mening van wijken en buurten zeer belangrijk vindt; overwegende dat: • de eerste participatie is mislukt, wat de SP heeft onderschreven door de manager van Hoogvliet een gouden wattenstaaf te overhandigen; • inwoners aangeven al twee jaar niet te zijn gehoord en het gevoel hebben dat ze alleen nog maar mogen mee denken over de kleur van de voorgevel van de supermarkt aan de Bosdrift; • er tijdens de behandeling in de commissie duidelijk naar voren is gekomen dat er zowel bij de inwoners als bij de raadsfracties weinig draagvlak is voor de verhuisplannen; • Hoogvliet al stappen heeft genomen die onomkeerbaar zijn door Jongerius supermarkt uit te kopen; • Hoogvliet dreigt om het Zeehelden kwartier te verlaten als zij niet mag verhuizen naar de Stam garage; spreekt uit: • niet positief te staan tegenover een bestemmingsplanwijziging voor het toelaten van een supermarkt in de Stam garage op de Bosdrift, verzoekt het college: • te stoppen met het faciliteren van onderzoek naar de verhuizing van Hoogvliet naar de Stam garage en daarbij het voornemen van de raad om hiervoor geen bestemmingsplanwijziging goed te keuren uit te dragen, en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 22-04 van de SP, Hilversums Lokaal Belang en Democraten Hilversum) De VOORZITTER deelt mee dat de SP geen toelichting meer op de motie kan geven, omdat die

fractie geen spreektijd meer heeft. Wel kunnen de andere indienende fracties eventueel een toelichting geven. De heer BLOK licht de motie toe en herinnert eraan dat de raadscommissie niet het plan heeft om Hoogvliet te laten verhuizen en er dus ook geen draagkracht is voor een bestemmingsplanwijziging van bedrijf naar wonen. Hij beveelt de motie van harte aan. De heer VOORINK (wethouder) herinnert aan de uitgebreide bespreking van het onderwerp in de commissievergadering van 27 oktober jl., waarin kritische opmerkingen over het proces tot dan toe zijn gemaakt. Een aantal fracties gaf aan weinig vertrouwen te hebben in een positieve houding bij een eventueel voorstel tot een bestemmingsplanwijziging. Dat heeft de initiatiefnemer tot zich genomen. De initiatiefnemer kan echter niet verboden worden met de buurt te gaan praten. Hij heeft er moeite mee om middels een motie het proces weer op zijn kop te zetten. Hoogvliet denkt nu na over het op een goede manier vormgeven van participatie en is zeer wel bewust van de kritische houding van een deel van de gemeenteraad. Hij adviseert de motie niet aan te nemen. De heer BLOK wijst erop dat de motie vermeldt dat niet wordt verwacht dat de raad te zijner tijd een bestemmingsplanwijziging zal accorderen. Vermeld is dat het onderzoek gestaakt kan worden. Hij handhaaft de motie. De heer EERENBERG legt een stemverklaring over de motie af.

Men zou tegen de motie kunnen stemmen, omdat daarmee een lopend proces wordt afgebroken. Dat proces is een proef in het kader van de nieuwe Omgevingswet, waarbij de raad juist wat meer afstand moet nemen en omwonenden aan zet zijn. Een argument voor de motie is dat de buurt al jaren in onzekerheid verkeert en dat er een groeiend wantrouwen in de buurt is naar de initiatiefnemers Hoogvliet en Stam toe. Binnen zijn fractie maken raadsleden hun eigen afweging. Persoonlijk stemt hij voor de motie, omdat hij duidelijkheid aan de buurt wil geven. HI20220202

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=beff9acc-72d9-48fb-aded-f12106c3cab6