Verslag raadsvergadering d.d. 17 mei 2023
Tekst van het document
VERSLAG
Vergadering GEMEENTERAAD VAN HILVERSUM 17 MEI 2023
INDEX RAAD 17 MEI 2023 NR AGENDA
NR GEMBLAD
OMSCHRIJVING
BLZ
1
Vaststellen agenda
3
2
Lijst ingekomen stukken
4
3
Vaststellen verslag raadsvergadering 5 april 2023
4
4
Vaststellen verslagen commissievergaderingen 12 en 19 april 2023
4
5
29
Benoeming en beëdiging nieuwe commissieleden
4
6
30
Actualisatie geheimhouding 2023
4
7
31
Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder Van Hunnik
4
8
32
Verlenging Huisvestingsverordening van 01-07-2023 tot 01-01-2024
5
9
33
Uitgebreide voorbereidingsprocedure Noodweg 48
5
10
34
Vervangen verlichtingsarmaturen Stadskantoor
5
11
35
Startnotitie uitvoeringsagenda wonen de Meent
5
12
36
Nazorgonderzoek vastgoed (Rekenkamer Hilversum)
9
13
37
Vaststelling bestemmingsplan Hoge Naarderweg 3 (AVRO)
12
14
Vragen aan het college
13
15
M23/66 – Daar word je weer vrolijk van
13
16
M23/68 – Invoering wet Goed verhuurderschap
16
17
M23/69 – Meldpunt ongewenst verhuurgedrag
18
18
M23/70 – Digitaal kent geen geheimen
19
19
M23/71 – Gelijke spelregels voor sportverenigingen
22
HI20230517
2
GEMEENTE HILVERSUM RAADSVERGADERING VAN 17 MEI 2023 (verslag) Voorzitter: de heer G.M. van den Top, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de dames A. van de Beek (Democraten Hilversum) en M. Boukhriss (Hart voor Hilversum), de heren P. van den Brink (D66), J.J.A.N. Deen (D66), M.F. Eerenberg (Hart voor Hilversum) en G.J. Ekelmans (VVD), mevrouw J.F. van Exel-van Dijk (CDA), de heren H.H. Fennema (VVD), J.E.M.G. Göbbels (Democraten Hilversum), R.H. van Grieken (D66) en C.M. Groeneveld (Hart voor Hilversum), mevrouw B. van Hattum (D66), de heer S.J. Hexspoor (GroenLinks), de dames C. Jansson (Hart voor Hilversum), M.J. de Jong-Schrijvers (Hart voor Hilversum) en J. Kalk (PvdA), de heren H. Koç (Democraten Hilversum), J.P. Lahaise (PvdA) en R.J.G. Lancé (Hart voor Hilversum), mevrouw H.M.G.J. van de Linde (VVD), de heren H.J. Lindeboom (D66), R.G. Lomans (GroenLinks), B. Nanninga (ChristenUnie) en G.J. Postma (CDA), de dames R.W.C. Redmeijer (Hart voor Hilversum) en M.H.A. Remmers (GroenLinks), de heer D.E.O. Streutker (CDA), mevrouw B. Verweij (SP), de heren P.C.M. Vonk (SP) en J.A. van Waarden (GroenLinks), mevrouw V. Wesselink (D66), de heren T.R. Westerneng (VVD) en A Zaabat (D66) en mevrouw E.M. Zeeuw van der Laan (VVD). Griffier: mevrouw A.J. van Meerveld. Wethouders: de heer B. Heller, mevrouw K. van Hunnik, de heren A.R.C. Scheepers en N.G.T. van Voorden en mevrouw K.J.
Walters. Afwezigen: de heer R.J.H. Docter (Democraten Hilversum), mevrouw F. Durlacher (Belang van Nederland) en T. de Jong (CDA). De VOORZITTER opent de raadsvergadering, heet allen hartelijk welkom en feliciteert fractievoorzitter Redmeijer van Hart voor Hilversum met haar verjaardag. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Durlacher van BVNL en de heren Docter van Democraten Hilversum en De Jong van het CDA. De heer Lahaise van de PvdA zal vanaf een later moment de vergadering bijwonen. De raadsvergadering start dus met 33 raadsleden. Vervolgens wordt gedurende enkele momenten stilte in acht genomen. 1.
VASTSTELLEN AGENDA
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties vreemd aan de orde van de dag zijn aangekondigd: - motie M 23-66, ‘Daar word je weer vrolijk van’, van GroenLinks, Hart voor Hilversum, de SP, D66, de PvdA en het CDA, te behandelen als agendapunt 15; -
motie M 23-68, ‘Invoering Wet goed verhuurderschap’, van de PvdA, Democraten Hilversum en Hart voor Hilversum, te behandelen als agendapunt 16;
-
motie M 23-69, ‘Meldpunt ongewenst verhuurdersgedrag’, van de PvdA, Democraten Hilversum en Hart voor Hilversum, te behandelen als agendapunt 17;
-
motie M 23-70, ‘Digitaal kent geen geheim’, van het CDA en de VVD, te behandelen als agendapunt 18;
-
motie M 23-71, ‘Gelijke spelregels sportverenigingen’, van de VVD, Democraten Hilversum, D66, de SP en GroenLinks, te behandelen als agendapunt 19.
HI20230517
3
Vervolgens wordt met inachtneming van de geagendeerde toegevoegde moties vreemd aan de orde van de dag de agenda vastgesteld. 2.
LIJST INGEKOMEN STUKKEN
Voor de geagendeerde stukken wordt verwezen naar de in de rubriek 0, I en III van de bij de agenda overgelegde lijst van ingekomen stukken. Afgesproken is dat opmerkingen over de ingekomen stukken vooraf bij de griffie worden aangemeld. Zonder stemming wordt vervolgens conform de voorstellen van de voorzitter van de raad bij de ingekomen stukken besloten. 3.
VASTSTELLEN VERSLAG RAADSVERGADERING VAN 5 APRIL 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
VASTSTELLEN VERSLAGEN COMMISSIEVERGADERINGEN 12 EN 19 APRIL 2023 De verslagen ongewijzigd vastgesteld.
5.
BENOEMING EN BEËDIGING NIEUWE COMMISSIELEDEN
De VOORZITTER laat weten dat het voorstel is om mevrouw M.C. Hildering-Spoelstra voor de ChristenUnie en de heer M.T. Joosten voor GroenLinks als commissieleden te benoemen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van de voorzitter en de griffier besloten. In handen van de VOORZITTER legt mevrouw HILDERING-SPOELSTRA de bij wet voorgeschreven eed af en legt de heer JOOSTEN de bij wet voorgeschreven verklaring en belofte af. 6.
ACTUALISATIE LIJST GEHEIMHOUDING 2023
De VOORZITTER geeft aan dat in het kader van transparant bestuur de gemeente Hilversum periodiek bekijkt of het mogelijk is om in het verleden opgelegde geheimhouding te laten opheffen. Voor de twee in het besluit genoemde dossiers geldt dat de reden voor geheimhouding niet meer bestaat, zodat het voorstel is om de geheimhouding rustend op deze dossiers op te heffen. Het voorstel is rechtstreeks voor de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7
ONTHEFFING WOONPLAATSVEREISTE WETHOUDER VAN HUNNIK
De VOORZITTER geeft te kennen dat wethouder Van Hunnik net buiten de gemeentegrens woont. Volgens de Gemeentewet is dan ontheffing nodig die de raad haar verleent, wat voor het laatst op 8 juni 2022 is gebeurd. Deze ontheffing kan telkens met een jaar worden verlengd. Het voorstel is om de ontheffing voor een jaar te verlengen. Het voorstel is rechtstreeks voor de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. HI20230517
4
8.
VERLENGING HUISVESTINGSVERORDENING VAN 1 JULI 2023 TOT 1 JANUARI 2024
De VOORZITTER laat weten dat de huidige huisvestingsverordening van rechtswege per 1 juli 2023 vervalt . Met de collegebrief van 2 maart 2023 is de raad geïnformeerd over de gewijzigde planning voor de nieuwe huisvestingsverordening. In de nieuwe planning is een ingangsdatum per 1 januari 2024 voorzien. Ter overbrugging van de periode tot inwerkingtreding van de nieuwe huisvestingsverordening is het voorstel om de werkingsduur van de huidige huisvestingsverordening met een half jaar te verlengen. Het voorstel is rechtstreeks voor de raadsvergadering als hamerstuk geagendeerd. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9.
UITGEBREIDE VOORBEREIDINGSPROCEDURE NOODWEG 48
De VOORZITTER merkt op dat voor het realiseren van een multifunctioneel bijgebouw aan de Noodweg 48 een vergunning is aangevraagd. Voor deze aanvraag is een uitgebreide voorbereidingsprocedure nodig, wat betekent dat de raad wordt gevraagd een ontwerpverklaring van geen bedenkingen af te geven. In de commissievergadering van 12 april jl. waren de woordvoerders positief over het voorstel, waardoor het als een hamerstuk is geagendeerd. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10.
VERVANGING VERLICHTINGSARMATUREN STADSKANTOOR
De VOORZITTER brengt naar voren dat het Activiteitenbesluit milieubeheer bedrijven en instellingen verplicht om alle energiebesparende maatregelen uit te voeren die in de EML worden benoemd. Eén van die maatregelen is het vervangen van de oude verlichtingsbuizen door led-bronnen in het stadskantoor. Om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen is het voorstel om een krediet van € 300.000,- vrij te geven. In de commissievergadering van 19 april jl. is voorgesteld het voorstel als een hamerstuk te agenderen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11.
STARTNOTITIE UITVOERINGSAGENDA WONEN DE MEENT
De VOORZITTER deelt mee dat om tot de voorliggende uitvoeringsagenda te komen een startnotitie is opgesteld. Daarin staan de aanpak, het participatieproces, de betrokkenheid van de raad, het tijdpad en de kosten voor het opstellen van de uitvoeringsagenda. In de commissievergadering van 12 april jl. is hierover gesproken. De woordvoerders vonden het voorstel in meerderheid rijp voor behandeling door de raad als een bespreekstuk. De heer VONK staat in principe positief tegenover de startnotitie, maar was niet zo blij met de manier van communiceren rond de aanbieding van de studie naar de verdichtingsmogelijkheden. Raadscollega’s probeerden dat recht te zetten door het organiseren van een informatieavond en dat waardeerde hij. Het is echter triest dat dat nodig was. Graag hoort hij daarom van de wethouder welke lessen daaruit zijn getrokken. Hij is ook zeer benieuwd naar de nieuwe scenario's rondom de ontwikkeling van de locatie rond het huidige wijkcentrum. De SP is dus gematigd positief over de plannen voor de Hilversumse Meent, mits er voldoende sociale huurwoningen komen. Ook is er een steeds groter wordende groep mensen die teveel verdienen voor een sociale huurwoning, maar te weinig om een hypotheek te krijgen. Die groep groeit en daarmee wil hij ook in De Meent rekening laten houden. HI20230517
5
De heer GÖBBELS noemt de startnotitie ontzettend vaag en dat ziet hij herbevestigd door de antwoorden op zijn vragen. Die vaagheid kan tot ongewenste misverstanden leiden. Opvallend is dat hoogbouw alleen wordt genoemd onder ‘spontane suggesties’. Het betreft dus de mening van een enkeling. Hier dient naar zijn mening gelet te worden op wat de meerderheid wil, zie de opbrengst uit de participatie van de omgevingsvisie, die ook afkomstig is uit De Meent. Dat onderzoek leverde op dat het draagvlak voor verdichting beperkt is tot het centrum van De Meent. Als men de bestaande en nieuwe informatie combineert volgen er voor hem zes kernpunten: 1. Er is behoefte aan sociale huurwoningen in de vorm van appartementen in het centrum. 2. Te realiseren is laagbouw. 3. Er is behoefte aan een modern zorgcentrum. 4. Er is behoefte aan een vernieuwd winkelcentrum. 5. Er is behoefte aan het behoud van goede bereikbaarheid. 6. Er is behoefte aan het koesteren van het groen. Er was een bouwplan, maar hij vraagt waarom dat financieel niet uit kwam en over welke financiële orde van grootte dat gaat. Ter vergelijking merkt hij op dat het college eerder bij de ontwikkeling van het Arenapark niet schroomde om onder vermelding van tientallen miljoenen euro’s nog stralend te kijken. In dat perspectief begrijpt hij niet waarom De Meent financieel spaak zou lopen.
Ook bij aanname van de startnotitie houdt Democraten Hilversum nog vele vervolgvragen in gedachten. Mevrouw VAN DE LINDE stelt vast dat de gemeente eindelijk aan de slag gaat met de wijkgerichte uitvoering van de in 2021 aangenomen woonvisie. Daarmee kan nu worden geoefend. De heer Göbbels noemde de startnotitie vaag, maar dat is nu eenmaal een nog niet allesomvattend plan. Daarbij moet men wegen of daarin de goede uitgangspunten staan om mee aan de slag te gaan. Wat de VVD betreft is dat qua inhoud het geval. Zij ziet de relatie met andere visies en projecten terugkomen en gaat er dan ook van uit om in samenhang naar de verschillende claims op de ruimte te kijken. Zij vraagt zich wel af hoe de raad zal meeleren met het proces. Vooral het college en de organisatie gaan met de wijk aan de slag, wat ook moet. Dat proces vraagt van de raad zich daartoe leren te verhouden. De vraag is dan op welke momenten de raad al dan niet aan zet moet zijn. Zij hoopt dat de raad dat bij elke wijk beter zal leren en dat dat de wethouder toezegt samen met de raad te kijken hoe de raad kan meelopen in het proces. Daartoe stelt zij voor een werk- of begeleidingsgroep vanuit de raad in te stellen, waarvoor zij zich al bij voorbaat aanmeldt. De heer NANNINGA is het met mevrouw Van de Linde eens dat het gaat om een leertraject. Daartoe heeft de ChristenUnie ook een motie mede-ingediend.
Leren begint al bij het opstellen van een startnotitie. De ChristenUnie is nog wel kritisch op de startnotitie, die hij niet rijp vond voor behandeling door de raad. Vanaf nu zou men namelijk de instelling moeten hebben om een goed proces met elkaar te doordenken en daarvan te leren. Doel, aanpak en kaders zou men voorafgaand aan de start helder moeten krijgen en wat hem betreft zijn vooral de kaders nog onvoldoende helder. Het gaat om het doel en de afbakening van het onderwerp. Het gaat vooral om wonen, maar integraliteit en een goede woon- en leefomgeving vindt hij ook heel belangrijk. Ook de financiën en kosten vindt hij onvoldoende uitgewerkt. Niet bekend is wat het mag gaan kosten of welke uitgangspunten er daarvoor zijn. De vraag is dan of men onbeperkt mag denken en oplossingen mag bedenken in de participatie. Dat is blijkbaar niet zo, want uit het scenario-onderzoek voor het centrum en de sporthal blijkt al dat zeer verliesgevend in elk geval niet mogelijk is. Onvoldoende blijkt echter uit de startnotitie wat er dan wel mogelijk is.
HI20230517
6
Wat de ChristenUnie betreft kan het geen kwaad om in De Meent te investeren als de leefomgeving daardoor sterk verbetert. Veel mensen zoeken naar een nieuwe woning. Zij willen doorstromen, maar het juiste woningaanbod is niet aanwezig. Voor de participatie is het dus heel belangrijk om duidelijk te zijn. De startnotitie maakt kaders onvoldoende transparant en daardoor is ook de zeggenschap onduidelijk. Hij is bang dat dat leidt tot teleurstellingen bij enthousiaste mensen die willen meedenken, die komen met ideeën en die willen bijdragen aan het traject. Zij worden teleurgesteld, omdat blijkt dat het niet haalbaar is vanwege hoge kosten of vanwege niet beschikbare ruimte. Dat komt volgens hem de betrouwbaarheid van de gemeente niet ten goede. Mevrouw VAN HATTUM noemt de startnotitie ook voor D66 een mooie aanzet voor de start van veranderingen op het gebied van wonen in De Meent. De notitie kent een focus op wonen en borduurt voort op de woonvisie met daaraan toegevoegd input van bewoners en een zienswijze op wonen in De Meent door het college. Als het bij het onderwerp wonen om verbouwen gaat kent dat direct zijn effect op zorg, mobiliteit, groen, bevolkingssamenstelling van de wijk en andere elementen van de openbare ruimte.
De vraag is dus hoe men de raad goed toezicht op besluitvorming over wonen in De Meent kan laten uitoefenen als het zicht hierop in redelijkheid ontbreekt. Dat kan naar haar oordeel door in een volgend beleidsstuk wat meer zicht te geven op alle aanwezige puzzelstukjes en ook door aan te geven waar deze mogelijk in de puzzel zijn te plaatsen. De raad kan wat meer zicht gegeven worden op de waterbedeffecten van de met wonen gelinkte onderwerpen. Ook wil zij graag benadrukken dat het stuk een startnotitie is, wat waarschijnlijk het argument van het college zal zijn om aan te geven dat het niet alle puzzelstukjes op tafel kan leggen. Het enige puzzelstukje in de startnotitie over bouwen in het centrum van De Meent boven het wijkcentrum en de sporthal moet dan wel goed geplaatst worden. Dit stukje kan dienen als oplossen voor het vergroten van woonkansen voor iedereen in De Meent. Maar volgens het college is dat financieel en beleidstechnisch niet haalbaar. Graag verlangt D66 een uitgebreide en meer gedegen onderbouwing van het afschieten van dit onderdeel. Ook ziet zij graag een goede onderbouwing van de door het college geschetste nieuwe oplossingen voor het realiseren van vergelijkbare woonkansen in De Meent. Vervolgens gaat zij in op de toegepaste participatie en de verantwoording daarvan in de notitie.
Naar de ervaring en mening van D66 is het belangrijk om bij het toepassen van participatie aan goed verwachtingsmanagement te doen. Dit betekent concreet dat de gemeente bij gesprekken in wijkcentra en het afnemen van enquêtes duidelijk moet aangeven wat er met de input zal worden gedaan. Nu vermeldt de notitie slechts dat de input van burgers wordt meegenomen in de besluitvorming en een belangrijke basis daarvoor vormt. Dat noemt zij een beetje te vaag. Beter kan men burgers voortaan veel meer meenemen in wat het probleem volgens de gemeente ergens is en hoe de gemeente dat mogelijk gaat oplossen. Burgers kan men ook meenemen in wat er mogelijk met een input gedaan gaat worden. In hoeverre wordt input bijvoorbeeld echt in besluitvorming meegenomen en wanneer kunnen bewoners in een verder stadium van het ontwikkelen van de besluitvorming nog invloed uitoefenen? Er is heel veel te vinden over het ontwikkelen van goede participatie. De raad heeft een werkgroep opgericht en komt bij het college op termijn hierop terug via het geven van inzichten of via voorstellen voor aanpassingen in de participatieleidraad. D66 staat voor gelijke kansen voor iedereen, dus ook voor gelijke kansen op een passende woning in De Meent.
Zij vraagt zich af of die kansen worden gewaarborgd als de focus te veel ligt op het bevorderen van de doorstroming van ouderen naar passende woonruimte binnen De Meent. De vraag is waar de woonruimte dan te creëren is als in eerste instantie appartementen in het centrum niet te realiseren zijn en in hoeverre strookt die strategie van focus op doorstroom van ouderen met het aanpassen van eensgezinswoningen voor deze ouderen, zodat deze juist langer in hun huidige woningen kunnen blijven wonen? Wanneer komen er gelijke kansen voor iedereen op een woning en hoe? De heer STREUTKER is wat kritisch op de startnotitie, ondanks het feit dat het heel belangrijk is dat er een startnotitie is. Hij mist de positie van de raad, met name in het scheppen van kaders, die als
HI20230517
7
uitgangspunten gebruikt kunnen worden. Een startnotitie zou zaken moeten afbakenen en voor het kaders meegeven vanuit de raad is nu eigenlijk geen ruimte. De notitie focust zich vooral op wonen, terwijl het in een wijk vooral gaat over integraliteit en relatie met andere programma’s, zoals leefbaarheid, verduurzaming en mobiliteit. Die maken geen deel uit van het uiteindelijke plan en de participatie. Dat noemt hij niet goed en daarom roept hij de wethouder op integraliteit ook vanuit de wijkanalyse onderdeel te maken van de participatie. Mevrouw KALK constateert dat De Meent de eerste wijk is waarvoor een uitvoeringsagenda wordt opgesteld, zoals is afgesproken in de woonvisie. Die uitvoeringsagenda lijkt logisch in elkaar te steken. Er wordt eerst een wijkanalyse gemaakt, waarna samen met corporaties en andere belanghebbenden visie en ambitie worden vastgesteld. De vraag is of die andere belanghebbenden ook de bewoners van de toekomst zijn. Bij de concrete maatregelen is best veel vooraf bedacht: meer huizen, meer benutten van de bestaande voorraad, verdichten, langer zelfstandig wonen en een betere openbare ruimte. Dat is prima, maar zij ziet ook dat in de startnotitie een reeks aan beleidsdocumenten en ontwikkelingen staat waarmee allemaal rekening moet worden gehouden.
Dat is heel veel en moeilijk te bevatten als individuele bewoners willen gaan meedenken en meeparticiperen. De PvdA staat welwillend tegenover het idee van de wijkgerichte aanpak van de woonvisie. Tegelijkertijd ziet zij ook de beperkingen van deze aanpak. Wonen staat niet los van de samenleving. Meer wonen vraagt om meer voorzieningen en een betere bereikbaarheid. En juist aan die zaken is er nu al heel veel behoefte in De Meent. De PvdA volgt het college met de uitvoering van het experiment positief kritisch. Mevrouw REDMEIJER is bewoonster van De Meent. De startnotitie vermeldt samenhang en dat sommige dingen al gedaan worden. Zo vindt een onderzoek plaats naar parkeerbelasting, afkomstig uit de verdichtingsstudie, waarmee ooit is begonnen. Zij is voorstandster van starten in openheid, maar niet van starten met belemmeringen en keiharde afwijzingen. Bij ideeën uit de wijk waarop wordt aangegeven die niet uit te voeren omdat ze te duur zijn is dat naar haar mening niet helemaal fair. Dat is haar punt van zorg. Zij wil starten met een open blik. Participanten zou eerlijk aangegeven moeten worden wat wel en niet kan en waarom. Ook is er binding nodig met de raad en de vraag is hoe die met het experiment kan meedoen. Bouwen voor doorstroming is niet genoeg. Ook veel jongeren wonen in De Meent, willen een betaalbare woning en hebben daarop ook recht.
Mevrouw WALTERS (wethouder) noemt het een zoektocht om goed te starten, waarbij men toch ruimte houdt en kaders stelt. De heer Vonk vroeg welke lessen het college trekt qua communicatie en of er mogelijkheden zijn voor verbetering. Haar eerste les is dat voor het zomerreces een rapport naar de raad sturen zonder veel toelichting voor verbetering vatbaar is. Er ligt nu een meer duidelijke startnotitie voor. Dinsdag 23 mei a.s. volgt er een bijeenkomst met Meentbewoners en dan gaat het over de enquête en het proces. Ook wordt een klankbordgroep met wijkbewoners gevormd, waarmee wordt besproken wat al dan niet wordt gedaan. Zij probeert dus een stuk duidelijker te zijn. Het wijkcentrum en de sporthal heeft het college goed bekeken. Beide slopen, 60 woningen/appartementen bouwen en vervolgens een nieuw wijkcentrum en een nieuwe sporthal realiseren maakt het totaal fors duurder. Dat plan is niet sluitend, ook vanwege ondergronds parkeren. De kosten van een wijkcentrum en een sporthal komen daar bovenop. Die keuze is dermate verlieslatend dat het college dat ook wil aangeven. De deur daarnaartoe is echter niet helemaal dicht, omdat de raad over het budget gaat. Het college wil bij meer woningen ook meer sociale huurwoningen laten realiseren en zal daarop ook letten. Woningen voor middeninkomens zijn ook belangrijk.
HI20230517
8
Democraten Hilversum stelde dat er een mening over hoogbouw in het plan zit en dat er te weinig draagvlak voor is. Die mening ziet zij echter niet en de enquête laat de mening van bewoners zien. Zij wil de bespreking met de wijk a.s. dinsdag afwachten. De omvang van het plan voor het Arenapark is vele malen groter dan van De Meent, zodat de afweging daar anders is. De VVD gaf aan ook op andere visies te letten, opdat het een integraal gesprek wordt waarbij woningen centraal staan. Bij voor te leggen opties voor woningen zal zij de voor- en nadelen aangeven, evenals het eerste effect op leefbaarheid, mobiliteit en andere velden. Daarmee houdt zij de integraliteit in beeld. De VVD wil de raad ook mee laten leren en daarover heeft zij in de commissievergadering een tussenstap voorgelegd. Na de zomer gaat zij met de raad in gesprek over wat is opgehaald en wat de raad daaraan wil toevoegen. Dan is er ruimte om meer kaders te stellen. D66 wil ook het centrumplan in beeld houden en zij herhaalt dat de deur daarnaartoe nog niet helemaal dicht is. Aan twee buurtconferenties als participatiemomenten houdt zij ook vast, voor en na de zomer in de sporthal. Zij is benieuwd waarop de opgerichte werkgroep zal uitkomen. Als het lukt om ouderen te laten doorstromen is dat goed voor zowel jongvolwassenen als anderen. Bouwen voor doorstroming is hard nodig.
De wijkanalyse is integraal en daarna wordt de integratie met andere velden in beeld gehouden. Het college gaat voor wonen. Dat bewoners andere visies niet kennen is een aandachtspunt voor het college. Zij verwacht niet anders dat de raad het college ook in dezen kritisch zal volgen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12.
NAZORGONDERZOEK VASTGOED (REKENKAMER HILVERSUM)
De VOORZITTER deelt mee dat de Rekenkamer van februari 2022 tot en met februari 2023 een nazorgonderzoek naar vastgoed heeft uitgevoerd. De Rekenkamer was benieuwd of de effectiviteit en de doelmatigheid van het vastgoed vijf jaar naar het eerdere rekenkameronderzoek naar vastgoed in 2017 verbeterd is. In de commissievergadering van 19 april jl. is hierover aangegeven dat het voorstel rijp is voor behandeling door de raad als een bespreekstuk. De heer POSTMA heeft 19 april jongstleden een goed gesprek gevoerd met de Rekenkamer over het nazorgonderzoek naar vastgoed. Dit onderzoek vond plaats naar aanleiding van het onderzoek van de Rekenkamer uit 2017 naar het vastgoedbeleid van de gemeente Hilversum. Dat onderzoek heeft onder meer geleid tot de vaststelling door de raad van de Kadernota grond en vastgoedbeleid, met daarin opgenomen een beslisboom die inzicht biedt in de vraag wanneer het bezit van maatschappelijk vastgoed van cruciaal belang is voor het bereiken van maatschappelijke doelstellingen. De Rekenkamer noemt dat de doeltreffendheid van het vastgoedbeleid. Dat komt mede tot uiting in aan- en verkoopbeleid van het maatschappelijk vastgoed door de gemeente. Beide dienen goed onderbouwd te worden.
Immers gaat het in de kern niet om het bezit van vastgoed, maar om het bereiken van deze maatschappelijke doelstellingen, daar waar andere partijen, zoals marktpartijen, dat niet doen. Bij een schoolgebouw of een buurthuis is dat min of meer vanzelfsprekend, maar zo duidelijk is het in de praktijk lang niet altijd. De gemeente bezit om en nabij 275 panden en het is van belang om zich steeds af te vragen of het bezit daarvan nog wel het juiste doel dient. Een tweede constatering van de Rekenkamer is dat de raad nog onvoldoende inzicht heeft in de doelmatigheid van het aanhouden van vastgoed. De vraag is of de raad wel kan vaststellen of er wel een gezond evenwicht is tussen de baten en lasten van het aanhouden van vastgoed. Als dat niet het geval zou zijn kun je dat soms accepteren, juist vanwege dat maatschappelijk belang. De aanbeveling is de raad te informeren met behulp van inzicht in de exploitatie van het vastgoed. Het college nam dat advies van de Rekenkamer op dat moment niet over, omdat de reikwijdte van dat advies niet verder was uitgewerkt en HI20230517
9
het aan het college werd overgelaten hoe dat in praktische zin ingevuld zou kunnen worden. Amendement A 23-67 voorziet in een voorstel daartoe. Zijn derde en laatste punt gaat over het moment van informeren van de raad over aan- en verkoop van vastgoed. Dat vindt nu plaats door middel van een raadsinformatiebrief. Vaak is dat achteraf. In de commissievergadering werd de wethouder gevraagd in ieder geval in de jaarstukken met naam en toenaam een lijst met aan- en verkopen op te nemen. Deze lijst is in de Jaarstukken 2022 al gerealiseerd. Tot slot verzoekt hij het college de raad op een vroeger tijdstip te informeren over het voornemen om tot aan of verkoop van vastgoed over te gaan. Het amendement voorziet erin dit in de begrotingsstukken van enig jaar op te nemen, inclusief een onderbouwing van de reden van aan- en verkoop. Dat stelt de raad eerder in staat om af te wegen of een dergelijke aankoop of verkoop passend is bij het maatschappelijk belang van het bezit daarvan.
“De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 17 mei 2023, behandelend agendapunt 12, Nazorgonderzoek vastgoed Rekenkamer Hilversum; overwegende dat: de Rekenkamer met behulp van een nazorgonderzoek heeft beoordeeld of de ontwikkeling van het vastgoedbeleid vorderingen heeft gemaakt; de Rekenkamer heeft vastgesteld dat er goede vorderingen zijn gemaakt echter het voor de raad nog onvoldoende mogelijk is te sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid van het vastgoed; dit mede voortvloeit uit het feit dat ten aanzien van het begrip doelmatigheid er geen specifieke kaders zijn opgesteld (zoals bijvoorbeeld kostendekkende huur); de Rekenkamer een aantal aanbevelingen doet om de positie van de raad ten aanzien van het vastgoedbeleid te versterken; het college het merendeel van deze aanbevelingen van de Rekenkamer overneemt en tot uitvoering zal brengen; het college het advies van de Rekenkamer ten aanzien van de informatiepositie van de raad niet overneemt waarbij het college het hoofdargument hanteert dat er geen behoefte is aan een vastgoedrapportage buiten de huidige p&c-cyclus; in navolging van het onderzoek van de Rekenkamer in 2017 meer informatie aan de raad is aangeboden waaronder raadsinformatiebrieven betreffende de aan- en verkoop van vastgoed en de totstandkoming van de kaderstellende nota grond- en vastgoedbeleid waarmee het inzicht in de
doeltreffendheid sterk is verbeterd; de raad echter nog slechts beperkt beschikt over feitelijke informatie om te toetsen of maatschappelijke doelen met behulp van specifiek vastgoed in bezit van de gemeente op doelmatige wijze wordt gerealiseerd; spreekt uit dat: het voor de raad van belang is om te kunnen toetsen of het bezit van maatschappelijk vastgoed passend en doelmatig is gezien het belang van specifieke maatschappelijke doelen; indien deze maatschappelijke doelen wijzigen of vervallen het bezit van vastgoed niet langer noodzakelijk is en tot vervreemding kan worden overgegaan conform het vastgestelde grond- en vastgoedbeleid; bij vervreemding van vastgoed een (korte) motivatie waarom vervreemding passend is vanuit de gestelde kaders (beslisboom), welke panden dit betreft en welke financiële baten daarmee zijn gerealiseerd; het college de raad inzicht dient te geven in de financiële gevolgen van de exploitatie van maatschappelijk vastgoed in termen van baten en lasten alsmede inzicht in kostendekkende huur en voor commercieel vastgoed een marktconforme huur; het niet nodig is het p & c instrumentarium voor dit doel uit te breiden maar binnen het beschikbare instrumentarium deze aanvullende informatie te verschaffen; HI20230517
10
besluit: in navolging van het advies van de Rekenkamer en de reactie van het college door middel van de collegebrief d.d. 22 maart 2023; aan beslispunt II, sub 2 toe te voegen: ‘nader in te vullen door de volgende stappen toe te voegen: in de jaarstukken van de gemeente (vanaf verslagjaar 2023) en in de Begroting 2024 in het hoofdstuk Grondexploitatie en vastgoed een kengetal op te nemen van de bezettingsgraad van het vastgoed in bezit van de gemeente over het afgelopen jaar voor zover sprake is van verhuurde objecten; de mate van kostendekkendheid van de verhuur nader toe te lichten als percentage van de jaarlijkse exploitatielasten van de verhuurde panden waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen commercieel en maatschappelijk vastgoed en toe te lichten indien deze om maatschappelijke redenen materieel afwijkt; in de Begroting 2024 bij het aantal te verwachten verkopen van panden nader toe te lichten om welke type vastgoed het gaat en om welke redenen deze verkoop conform de beslisboom wordt ingezet.’” (Amendement A 23-67 van het CDA en D66) De heer GÖBBELS stelt uit het nazorgonderzoek vast dat het beter gaat met het vastgoedbeleid, maar nog niet goed genoeg. Het is echter fijn dat de Rekenkamer dit nazorgonderzoek verricht en hij wijst op de kansen ter verbetering. Spreker zegt dank aan het CDA voor het amendement, dat Democraten Hilversum van harte steunt.
De heer VONK herinnert aan de door de wethouder in de commissievergadering van 19 april jl. gedane toezegging om de raad een lijst te doen toekomen met panden gekoppeld aan een beleidsdoel. Daarmee voldoet de wethouder nog niet helemaal aan de aanbevelingen van de Rekenkamer, maar de SP wil wel kijken of dat voldoende is. Het kan voor de raad toch handig zijn om te weten welke panden de gemeente bezit, teneinde snel te kunnen handelen als er een pand nodig is voor bijvoorbeeld noodopvang of onderwijs. Soms is vastgoed zó belangrijk bij beleid dat de raad een beter overzicht wenst. Het kan handig zijn om een pand vast te houden als het voor het ene doel niet meer nodig is, maar dat het eventueel wel voor een ander doel nodig is. Zo kan men tegelijk vastgoedbeleid voeren, bijvoorbeeld door bij verduurzamen te zoeken naar plaatsen voor zonnepanelen. De SP steunt het amendement van het CDA en is daarvoor de heer Postma zeer erkentelijk. Mevrouw KALK constateert dat de Rekenkamer weer een prachtig nazorgonderzoek heeft gedaan. Veel van die verbetermogelijkheden van het eerdere onderzoek zijn al uitgevoerd, maar ondanks alle verbeteringen zegt de Rekenkamer ook dat het voor de raad nog niet goed mogelijk is om te om te sturen op de doelmatigheid en doeltreffendheid van vastgoed.
Dat is eenvoudig op te lossen met het aanbrengen van een aantal koppelingen tussen softwareprogramma's en een duidelijker rolverdeling tussen raad en college over aan- en verkoop van vastgoed. De aanbeveling over softwarekoppelingen omarmt het college, maar het wijst de aanbeveling om de raad anders te informeren af. En dat lijkt een beetje de standaardreactie te worden als het gaat om aanbevelingen van de Rekenkamer die raken aan het meer in positie brengen van de raad. Dat vindt zij jammer en ook niet nodig. De in de commissievergadering gemaakte afspraken en het amendement gaan daar ook op in. Bij een volgend onderzoek met een aanbeveling over het beter in positie brengen van de raad hoopt zij dat het college daarnaar met meer liefde wil kijken. Zij dankt de Rekenkamer van harte voor het onderzoek. Het CDA vraagt zij het gestelde beslispunt achter de tweede bullet nog nader toe te lichten. De wethouder vraagt zij ook om daarop specifiek in te gaan.
HI20230517
11
De heer SCHEEPERS (wethouder) zegt dank aan de Rekenkamer voor het uitgevoerde onderzoek, dat het college scherp en bij de les houdt. Hij zegt daarnaast dank voor het constructieve gesprek. Het college heeft niet de intentie de raad niet van informatie te voorzien, maar het is soms ook een zoektocht hoe men kan inkleden dat informatie de raad ook daadwerkelijk in positie brengt. Daarom is hij ook blij met het amendement, met concrete voorbeelden over hoe die informatievoorziening vorm te geven is en hoe dat kan gebeuren via begrotingen en jaarrekeningen. Voor leegtand is gemakkelijk een kpi te bedenken en hij verwacht daartoe bij de begroting een voorzet te kunnen geven. Ook kan dat gebeuren voor panden die het college wil gaan verkopen. Dat zal wel een geanonimiseerd overzicht zijn teneinde de gemeentelijke marktpositie niet in gevaar te brengen. Het tweede beslispunt in het amendement gaat over kostendekkendheid. Volgens de Wet markt en overheid mag de gemeente in nieuwe contracten uitsluitend kostendekkend dan wel marktconform verhuren. Bij de jaarrekening wil hij de raad informeren over nieuwe materiële contracten die niet kostendekkend zijn en waarbij de gemeente niet kostendekkende huur in rekening brengt. In die zin kan hij het amendement warm aanbevelen.
De heer POSTMA weet dat de gemeente in beginsel kostendekkende huren moet vragen, maar er zijn daarop uitzonderingen, die ook in de toekomst nog kunnen optreden, zoals bij het maken van een andere afweging vanwege het maatschappelijke belang, wat dan met een subsidie gebeurt. De heer SCHEEPERS (wethouder) is het daarmee eens. In 99% van de gevallen gaat het om een lagere huur vanwege een subsidie. Als het college een keer een niet kostendekkende huur bij een groot contract in rekening brengt, dan zal het die bij P&C-momenten met de raad delen. Zonder stemming wordt amendement A 23-67 van het CDA en D66 unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt conform het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13.
VASTSTELLING BESTEMMINGSPLAN HOGE NAARDERWEG 3 (AVRO)
De VOORZITTER brengt naar voren dat het ontwerpbestemmingsplan voor herontwikkeling van het AVRO complex aan de Hoge Naarderweg ter inzage heeft gelegen. Er is één zienswijze ontvangen, die is ingetrokken na overleg tussen de ontwikkelaar en de indiener van de zienswijze. Het bestemmingsplan kan nu ongewijzigd worden vastgesteld. De woordvoerders in de commissievergadering achtten het voorstel rijp voor behandeling door de raad, adviseerden positief en hebben in meerderheid aangegeven geen behoefte te hebben aan debat in de raadsvergadering. Een aantal fracties heeft aangegeven over het voorstel te willen debatteren en mogelijk een stemverklaring te willen afleggen. De heer GÖBBELS wil nieuw en gezonder beleid hebben ten aanzien van de toegestane geluidsbelasting. Hij steunt het ouderwetse besluit van de hogere grenswaarde niet en in die zin steunt hij het bestemmingsplan evenmin. Mevrouw KALK noemt het hartstikke mooi dat het plan voorligt en vindt het ook heel erg fijn dat de wethouder in de commissievergadering heeft gezegd dat lage middenhuur ook daadwerkelijk lage middenhuur is. Daarvan gaat zij dan ook uit. Het project valt binnen het Noordwestelijk Villagebied en de PvdA had graag ook in het voorliggende plan sociale huurwoningen gezien.
Dit vanwege haar ideaal van gemengde wijken, die namelijk beter zijn voor de leefbaarheid, de integratie en het draagvlak onder verschillende voorzieningen. Gemengde wijken voorkomen ook dat men alleen in de eigen bubbel leeft. Het complex is echter bijzonder en men kan ook niet altijd het onmogelijke verwachten. Wel daagt zij het college uit om nu eens echt werk te maken van het bouwen van sociale woningen in de duurdere wijken.
HI20230517
12
De heer VONK staat negatief tegenover het voorstel, wat hij jammer vindt. Wederom wordt er gebouwd in Hilversum zonder dat er sociale woningbouw wordt gerealiseerd. Dat is niet het geval in het centrum bij het oude postkantoor, de ABN-AMRO-locatie, de Prins Bernhardstraat en bij de woningen boven C&A. Daarvan wordt hij moedeloos, omdat veel Hilversummers op zoek zijn naar een sociale huurwoning. En steeds opnieuw wordt er gezegd dat het financieel gezien niet kan. Het gaat echter om politieke keuzen die de SP niet maakt. In de anterieure overeenkomst staat na 25 jaar afscheid te nemen van het lage middensegment, waarna de appartementen veel duurder zullen worden. Dat wil hij beter laten doen. De SP gaat de komende weken maanden manieren bedenken sociale woningbouw nu eens echt van de grond te tillen. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 29 tegen 5 stemmen aangenomen, met de stemmen van Democraten Hilversum en de SP tegen. 14.
VRAGEN AAN HET COLLEGE Er zijn geen vragen.
15.
MOTIE M 23-66 ‘DAAR WORD JE WEER VROLIJK VAN’ “De gemeenteraad van Hilversum, bijeen in de raadsvergadering op 17 mei 2023; constaterend dat: • er in Hilversum een prachtige nieuwe wijk is en wordt gerealiseerd (Anna’s Hoeve); • in een wijk voorzieningen gerealiseerd moeten worden voor toekomstige bewoners, in dit geval een basisschool voor de toekomstige basisschoolleerlingen; • er in 2017 een school is gerealiseerd voor 300 leerlingen, gebaseerd op een prognose1; • in het IHP van 2020 (zie bijlage) reeds gesproken wordt over een verschil in prognose en de realiteit van het leerlingaantal; • ondertussen onderbouwd is dat de school behoefte heeft aan (en conform de verordening recht heeft op) definitieve uitbreiding van onderwijsmeters gezien het hogere leerlingaantal (346 leerlingen in januari 2023, 409 in 2031); • bij de bouw van de school reeds rekening is gehouden met mogelijke uitbreiding van het gebouw door middel van een extra verdieping; • er tussen schoolbestuur en gemeente geen verschil van mening is over de noodzaak van definitieve uitbreiding van het schoolgebouw; • er geen onderwijsmeters beschikbaar zijn om – conform de Hilversumse verordening en de daarin gehanteerde afstandsgrens – leerlingen naar te verwijzen; • er diverse planningen zijn besproken ten aanzien van de definitieve uitbreiding, maar dat gebleken is dat er – tijdens de uitbreiding als het
onderwijs doorgang dient te vinden – behoefte is aan zes tijdelijke noodlokalen, tevens constaterend dat: • er voor zowel de tijdelijke noodlokalen als voor de definitieve uitbreiding procedures doorlopen moeten worden en de gemeente voldoende budget beschikbaar dient te stellen; • er zowel aan gemeentezijde als aan de kant van het schoolbestuur hard gewerkt wordt aan een zo spoedig mogelijke oplossing voor het huidige ruimtegebrek (als gevolg waarvan op dit moment twee groepen les krijgen in ruimtes die daarvoor niet geschikt zijn en één groep is ondergebracht in de Lorentzschool); roept het college op: om op heel korte termijn samen met het schoolbestuur te kiezen voor één variant voor de tijdelijke huisvesting, waarbij er in elk geval voor de zomervakantie 2023 duidelijkheid is, deze keuze ook zo snel mogelijk helder te (laten) communiceren door het schoolbestuur aan MR en ouders, en tot
HI20230517
13
zo spoedig mogelijke realisatie over te gaan (conform de uitgangspunten goedkoopst adequaat gezien de korte tijd dat de noodlokalen noodzakelijk zullen zijn); en de lasten op de gebruikelijke wijze ten laste te brengen van de voorziening onderwijs (zie ook de bijlage); en gaat over tot de orde van de dag. (Motie M 23-66 van GroenLinks, Hart voor Hilversum, de SP, D66, de PvdA, het CDA) Uit IHP maart 2020 Villa Vrolik Villa Vrolik is dislocatie van de Lorentzschool en is beoordeeld als zelfstandige nevenvestiging en is gehuisvest in een gebouw dat in 2017 is gerealiseerd. Samen met een kinderopvangorganisatie vormen zij een Integraal Kindcentrum. Het gebouw is geschikt voor ruim 300 leerlingen. De kwaliteit van het gebouw wordt als goed beoordeeld. De ventilatie in het gebouw wordt volgens het schoolbestuur echter niet altijd als prettig ervaren en in bepaalde plekken in het gebouw zouden mensen last hebben van te weinig frisse lucht. De onderhoudslasten van het gebouw zijn laag. De leerlingenpopulatie is nog niet stabiel en zal volgens de leerlingenprognose van Pronexus gaat het aantal leerlingen de komende jaren met 42% flink toenemen. Daarmee groeit het aantal leerlingen van 203 leerlingen in 2019 naar 288 leerlingen in 2035. Dit is een groei van 85 leerlingen, wat past in het huidige onderwijsgebouw.
Het schoolbestuur geeft aan dat zij een grotere groei verwachten dan de leerlingenprognose van Pronexus. Dit heeft te maken met de nieuwbouwgebieden Anna’s Hoeve, die bijna geheel is ontwikkeld, en het voormalig Philipsterrein, waarvan de bouw nog moet beginnen. Wegens de groei van het aantal inwoners in de wijk verwacht het schoolbestuur 420 leerlingen in 2025. In het kader van dit IHP zijn vooralsnog geen ingrepen voor het schoolgebouw van Villa Vrolik benodigd. Het voorstel voor dit gebouw is daarmee ‘in stand houden’. Het is van belang om de ontwikkeling van het aantal leerlingen te blijven monitoren in verband met de verwachte afwijking ten opzichte van de leerlingenprognose. Mocht de verwachte groei van de school, zoals het schoolbestuur heeft aangegeven, werkelijk plaatsvinden de komende jaren, dan kan de school een beroep doen op een deel van de middelen die in het IHP in algemeenheid zijn gereserveerd voor extra onderwijscapaciteit ten behoeve van de groei van het totale aantal leerlingen in het primair onderwijs in de komende jaren (zie pagina 39) Mevrouw REMMERS stelt vast dat iedereen het onderwerp belangrijk vindt en de meningen daarover niet veel verschillen, maar toch wil zij daaraan een aantal woorden wijden. Bij de bouw van een nieuwe wijk zijn altijd voorzieningen nodig, zoals een school. Bij scholenbouw kijkt men altijd naar leerlingenprognoses.
Prognoses komen echter zelden uit, maar er is geen beter instrument voorhanden. Villa Vrolik is niet de enige nieuwbouwschool met bijna gelijk een ruimtetekort en een behoefte aan noodlokalen. De gemeente wil niet bouwen voor leegstand, maar bij de bouw in 2017 is al rekening gehouden met uitbreiding. Vanaf 2020 praat het college met het schoolbestuur over de noodzaak van uitbreiding. Er is eigenlijk al heel lang overeenstemming over nut en noodzaak van uitbreiding. Dan vindt zij het jammer dat realisatie lang moet duren. Leerlingen krijgen nu les in ruimtes die daarvoor niet geschikt zijn, wat ongewenst is. Daarom roept zij het college op naar de raad toe te komen als budget of een bestemmingsplanwijziging nodig zijn. De motie roept op tot duidelijkheid, om snel te beslissen op ingediende vergunningaanvragen en te starten met de bouw van tijdelijke huisvesting, zodat binnenkort ook over de definitieve uitbreiding besloten kan worden. De heer EERENBERG heeft eerder voorgesteld gebouwen modulair te bouwen en vraagt of GroenLinks in de toekomst daarvan een voorstander is. Mevrouw REMMERS legt uit dat prognoses gebaseerd zijn op het aantal vruchtbare vrouwen tussen 30 en 35 jaar in de wijk. Met name in het funderend onderwijs is een school in de wijk heel HI20230517
14
noodzakelijk. Modulair bouwen is een mogelijkheid, maar de praktijk wijst uit dat het niet zo simpel is om wandjes in lokalen te zetten. Vaak gaat het ook over uitbreiding. Ook kunnen schoolbesturen een rol spelen in het reguleren van leerlingenstromen, teneinde gemeenten niet onnodig op kosten te jagen. De heer DEEN meent dat bij de school waarover de motie gaat bij de bouw al rekening is gehouden met uitbreiding. Er wordt dus al nagedacht over modulair bouwen. De heer VONK memoreert dat de SP in 2019 al moties heeft ingediend over tekort aan lokalen en roept de wethouder op zaken te regelen. De heer LAHAISE verwijst naar de geplande nieuwbouwwijk voor zeshonderd gezinnen tegen een bestaande wijk aan die verjongt, mede dankzij de uitverkoop van sociale huurwoningen. Daarnaast komen er nog 250 woningen bij op het Philipsterrein, evenals minimaal 1.400 nieuwe woningen in het gebied 1221. In totaal gaat het om meer dan 2.000 gezinnen, zodat er dus scholen nodig zijn. Hij vraagt zich n dezen af of bij de planning stiekem is uitgegaan van de Chinese eenkindpolitiek van destijds. De heer DEEN repliceert dat Villa Vrolik niet de enige school in het betreffende gebied is. De heer LAHAISE weet dat er aldaar verder zich nog drie scholen bevinden. De heer DEEN reageert dat het om veel meer scholen gaat. De heer WESTERNENG stelt vast dat iedereen het met het betoog van de PvdA eens is.
De heer LAHAISE gaat het om meer dan de voorliggende motie, zoals hoe daarvan te leren is. Hij wil graag vaart achter noodlokalen laten zetten, waarbij voor de slimste oplossing wordt gekozen, wat volgens hem de lokalen op het Philipsterrein zijn. Daarnaast vraagt hij aandacht voor de gymzaal die er nog steeds niet is. Voor het overige stelt hij voor niet uit te gaan van prognoses, maar van het aantal te bouwen huizen en het aantal gezinnen daarin zal gaan wonen. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) wil de raad vrolijk van het dossier laten worden en vertelt de status quo daarvan. Heel vaak merkt zij veel discussie, maar hoe het er echt voorstaat is bij het STIPbestuur en de betrokken ambtenaren bekend. Ambtenaren lopen de benen uit hun lijf voor dit dossier en andere onderwijshuisvestingsdossiers. De motie sluit aan bij de al ingezette acties van de gemeente om zo snel mogelijk tijdelijke huisvesting voor Villa Vrolijk te realiseren. Dat is nodig om de permanente uitbreiding te bespoedigen en deze op zo kort mogelijke termijn te realiseren. Nadat duidelijk is geworden dat het schoolbestuur de planning heeft opgeschoven tot na de zomervakantie en de werkzaamheden ook dan gaan plaatsvinden is een andere situatie ontstaan met een aanvullende behoefte aan tijdelijke huisvesting. Eerst ging het om minder lokalen, maar nu zijn het er zes.
De gekozen latere start van de werkzaamheden heeft gevolgen voor de tijdelijke huisvesting. De lokalen waarop de verdieping wordt gebouwd kunnen niet gebruikt worden ten tijde van de ruwbouwfase. Dat zorgt voor een aanvullende noodzaak voor tijdelijke huisvesting van de groepen gevestigd onder de plek waarop de permanente uitbreiding wordt gerealiseerd. De vergunningaanvraag voor de tijdelijke huisvesting, waarover de motie gaat, is nagenoeg afgerond. De laatste stukken zijn ingediend en worden door de gemeente beoordeeld, zodat de vergunning er begin volgende week ligt. Dan moet de units worden besteld en dat doet de school als bouwheer zelf. De gemeente betaalt de kosten. Het Philipsgebouw heeft gediend als tijdelijke huisvesting ten tijde van de eerste bouw van Villa Vrolik en dat gebouw is ook onderzocht op verzoek van het STIP-bestuur. Dat onderzoek heeft wel voor enige vertraging gezorgd. Gezien de staat van dat pand en de benodigde kosten om dat op niveau te krijgen wordt hiervan afgezien. Het gezamenlijke doel van het schoolbestuur en de gemeente is het realiseren van tijdelijke huisvesting naast het Cruijff Court, dus niet op het groene veldje. In eerste instantie was het de bedoeling om tijdelijke huisvesting direct naast het Cruyff Court te plaatsen.
Omwonenden vinden het belangrijk om het trapveldje te behouden en daarom is besloten om de units op de parkeerplek te plaatsen. Dat heeft voor enkele vertraging gezorgd. HI20230517
15
Er kan straks direct een opdracht worden gegeven aan de unitbouwer, met als doel in de zomervakantie plaatsing en ingebruikname van de lokalen, zodat na de zomervakantie kan worden gestart met de ruwbouw. In de tussentijd is er dan opvang voor de kinderen in de noodhuisvesting. Mevrouw JANSSON heeft door de concrete uitleg van de wethouder duidelijkheid gekregen en begrijpt dat de vergunning er bijna is, wat rust geeft bij de ouders en de school. Op de parkeerplaats komen prachtige tijdelijke units, waardoor de kinderen weer onderdak zullen zijn. De heer VONK kreeg van de ouders de indruk dat zij hun kinderen in het voormalige Philipsgebouw wilden laten onderbrengen, wat duurzamer zou zijn. Hij vraagt waarom ouders vanavond pas vernemen dat dat gebouw niet doorgaat en waarom de wethouder in de krant al heeft aangegeven dat huisvesting eerder al geregeld was. Mevrouw VAN HUNNIK (wethouder) heeft gekeken of het zinvol was in het Philipsgebouw tijdelijke opvang te realiseren. De kosten daarvan zijn hoog en de tijd voor gereedmaken zou lang duren. Daarom is de afweging ten gunste uitgevallen van de plek naast het Cruyff Court. Zij heeft een tussenstap gemaakt, zodat tijdelijke huisvesting nog niet geregeld was. Zonder stemming wordt de motie unaniem aangenomen. 16.
MOTIE M 23-68 ‘INVOERING WET GOED VERHUURDERSCHAP’ De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 17 mei 2023; constaterende dat: er een tekort is aan goede en betaalbare huurwoningen in onze gemeente; huurders te maken kunnen krijgen met malafide verhuurders; recent in de beide Kamers de Wet goed verhuurderschap is aangenomen ; de wet gemeenteraden de bevoegdheid geeft om een gebiedsgericht verbod in te stellen op de verhuur van woonruimte zonder verhuurvergunning; wie wil verhuren in dat gebied dus eerst een vergunning moet aanvragen; het mogelijk is voorwaarden aan deze vergunning te verbinden omtrent het onderhoud van de woning, de maximale huurprijs, het maximale huurverhogingspercentage en de wijze waarop de verhuurder invulling geeft aan goed verhuurderschap, overwegende dat: een dergelijke verordening zal helpen misstanden op de huurmarkt te voorkomen; een dergelijke verordening bevorderlijk is voor het in stand houden / herstellen van de leefbaarheid in kwetsbare wijken zoals bijvoorbeeld (delen van) Oost en het centrum; verhuurders die in strijd handelen met de Wet goed verhuurderschap hiervoor een bestuurlijke boete kunnen krijgen en eerder uitgedeelde bestuurlijke boetes een weigeringsgrond kunnen zijn voor het verlenen van een verhuurvergunning / voor het intrekken van de verhuurvergunning; de wet goed verhuurderschap het mogelijk maakt om voorwaarden
te stellen aan de verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten; deze voorwaarden kunnen worden gesteld aan het maximum aantal personen per kamer en de voorzieningen die er per pand moeten zijn; verzoekt het college: de gemeenteraad voor 1 november 2023 een voorstel te sturen over de invoering van de verhuurvergunning voor reguliere woonruimte; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 23-68 van de PvdA, Democraten Hilversum en Hart voor Hilversum)
HI20230517
16
1https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20230403/publicatie_wet/document3/f=/vm1wedt4phza. pdf Mevrouw KALK noemt de Wet goed verhuurderschap er een waar je lokaal echt wat aan hebt en die de gemeente meer sturingsinstrumenten geeft om uitwassen op de woningmarkt te bestrijden. De wet verplicht de gemeente om een meldpunt in te stellen en biedt de mogelijkheid om een vergunningstelsel in te voeren, zodat gemeente malafide verhuurders ook echt uit Hilversum kan weren. En dat is in aller belang. De Partij van de Arbeid heeft al een meldpunt en kan verzekeren dat dit nodig is. De Wet goed verhuurderschap heeft in Den Haag 149 stemmen gekregen, wat een ruime meerderheid is. Zij hoopt dat haar moties in Hilversum op een even grote meerderheid als in Den Haag kunnen rekenen.
Mevrouw VERWEIJ werd nog geen twee maanden geleden aangesproken door een man die door zijn huisbaas in elkaar geslagen was, die zijn kamer was binnengetreden en die alleen maar aangifte kon doen bij de politie. Er werd eigenlijk niets aan het incident gedaan en ook de gemeente kon niet zoveel voor hem betekenen. Zij wordt als SP’er ook wel eens benaderd door mensen die te maken hebben met schimmel in hun woning. Vroeger konden zij daarvan melding doen bij de GGD, vanwege het meldpunt ongewenste verhuurdersgedrag. De GGD voert echter geen woninginspectie meer uit. De betreffende woning is echter toch gecontroleerd en onbewoonbaar verklaard, waarna de huurder negen maanden huur terug heeft teruggekregen. Ook de SP en de PvdA beschikken over een meldpunt en keer op keer vernemen zij over dreigingen van huisbazen, huisbazen die hoge huren vragen en huisbazen die geen onderhoud plegen. Buurtcoördinatoren en begeleiding in de wijk kunnen niets doen, zijn tandeloos en weten niet wat er moet gebeuren. Per 1 januari is het goed werk leverende Huurteam Hilversum opgeheven. De raad heeft het meldpunt ongewenst verhuurgedrag ingesteld en zonder enige nota van het college is dat ten onder gegaan. De raad is daarover niet geïnformeerd anders dan door het huurteam zelf in de krant.
Kennelijk voelde het college geen enkele noodzaak om dat meldpunt in stand te houden, terwijl er veel Hilversummers noodgedwongen in particuliere huizen leven, omdat ze op de woningmarkt niet terecht kunnen en die eigenlijk gewoon uitgebuit, uitgezogen, bedreigd, mishandeld en onder druk gezet worden. Er is volgens haar een enorme noodzaak aan een meldpunt en zij vraagt hoe het college ervoor gaat zorgen dat het meldpunt ongewenst verhuurdersgedrag weer wordt ingesteld. Daartoe wil zij een plan zien. Mevrouw WALTERS (wethouder) vindt het een belangrijk onderwerp, omdat veel mensen daarmee te maken hebben. Een meldpunt ongewenst verhuurdersgedrag zal het college voor 1 januari a.s. instellen. Het college vindt het zeer jammer dat het huurteam is gestopt. Dat had veel kennis en ging op veel zaken af. Waarschijnlijk wordt een regionaal meldpunt opgezet, omdat meerdere gemeenten in de regio de wet gaan uitvoeren. Mevrouw VERWEIJ vraagt hoe de wethouder zal voldoen aan een beleidsopdracht die zij van de vorige raad heeft gehad. Zij wil daarom een oplossing op korte termijn ter overbrugging van iets dat er nog moet komen. Mevrouw WALTERS (wethouder) gaat zich richten op uitvoering van de wet per 1 januari. Of het sneller kan weet zij nu nog niet. Mevrouw VERWEIJ ziet wel een oplossing, omdat er meldpunten van de SP en de PvdA zijn, evenals begeleiding in de wijk.
Wellicht zijn er afspraken met ambtenaren mogelijk. Mevrouw WALTERS (wethouder) gaat vervolgens in op de motie over de invoering van de Wet goed verhuurderschap, die gaat over het werken met verhuurvergunningen. De motie vraagt om met een invoeringsuitwerking te komen. Het lijkt haar goed eerst een gesprek met de raad te hebben over wat het betekent om met verhuurvergunningen te beginnen en welke voorwaarden en condities daaraan te verbinden zijn. De wet geeft op dat punt gemeenten de ruimte. Op dinsdag 17 oktober a.s. heeft zij met de raad een bijpraatsessie over de Wet goed verhuurderschap gepland. Mevrouw KALK waardeert het dat de wethouder met de raad in gesprek wil gaan. Zij legt het belang van het vergunningenstelsel uit. Wil men aan de situaties die mevrouw Verweij zojuist noemde daadwerkelijk iets doen, zodat dat structureel leidt tot verbeteringen, dan is er een vergunningstelsel nodig,
HI20230517
17
omdat men anders niet kan handhaven. Zij wil als gezamenlijk uitgangspunt nemen problemen op te lossen en niet te laten voortduren. Mevrouw WALTERS (wethouder) hoort een warm betoog om met een verhuurdersverordening verordening te gaan werken. Eerst wil zij echter een gesprek daarover houden en daarom vraagt zij de indieners motie M 23-68 aan te houden. Mevrouw VERWEIJ weet dat er al verschillende afspraken zijn tussen enkele particuliere huurders met de gemeente Hilversum en wijst op mogelijkheden in het land om ervaringen op te halen. Het uitgangspunt van de PvdA en de SP is uit te gaan van vergunningsplicht. Over de invulling daarvan moet nog een kader worden gesteld. De gemeente Hilversum kan al afspraken maken met verhuurders, zoals over brandveiligheid en kamergrootte. De intentie van de motie is dus kaderstellend. De VOORZITTER schorst de vergadering om 21.40 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 21.44 uur. Mevrouw KALK is blij met de toezegging van de wethouder om zo snel mogelijk werk van een meldpunt ongewenst verhuurdersgedrag te maken. Zij is tevreden dat de wethouder met de raad in gesprek wil gaan over de gevolgen van illegale verhuur en of er een vergunningstelstel nodig is om die aan te pakken. Spreekster accepteert daarom het aanbod van de wethouder om op 17 oktober a.s. met elkaar daarover in gesprek te gaan.
In de tussentijd hoopt zij op manieren om misstanden aan te pakken. Motie M 23-68 houdt zij aan. 17.
MOTIE M 23-69 ‘MELDPUNT ONGEWENST VERHUURDERSGEDRAG’ De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 17 mei 2023; constaterende dat: er een tekort is aan goede en betaalbare huurwoningen in onze gemeente; huurders te maken kunnen krijgen met malafide verhuurders; recent in de beide Kamers de Wet goed verhuurderschap is aangenomen1; het voorkomen van woondiscriminatie onderdeel is van deze wet; in de wet is opgenomen dat verhuurders, verhuurbemiddelaars en beheerders samen een werkwijze moeten opstellen die gericht is op het voorkomen van woondiscriminatie; deze werkwijze schriftelijk moet worden vastgelegd; iedereen kennis moet kunnen nemen van deze werkwijze; deze werkwijze aangepast kan en moet worden als de opgedane ervaringen daartoe aanleiding geven, voorts constaterende dat: in de nieuwe wet ook is opgenomen dat gemeenten een meldpunt moeten openen waar huurders anoniem en kosteloos terecht kunnen met klachten over ongewenst verhuurgedrag; verzoekt het college: de gemeenteraad voor 1 november 2023 te informeren hoe het college invulling gaat geven aan dit meldpunt en op welke wijze verhuurders en huurders hierover worden geïnformeerd; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 23-69 van de PvdA, Democraten Hilversum en Hart voor Hilversum) 1 https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20230403/publicat_wet/document3/f=/v m1wedt4phza.pdf Zonder stemming wordt
de motie unaniem aangenomen.
HI20230517
18
18.
MOTIE M 23-70 ‘DIGITAAL KENT GEEN GEHEIMEN’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 17 mei 2023; constaterende dat: • in het presidium van 28 maart 2023 in meerderheid is besloten dat het geheime kastje kan worden opgeheven en dat geheime stukken op termijn in IBabs kunnen worden ontsloten1; • de leden Streutker en Fennema om meerdere redenen tegen het voorstel hebben gestemd om geheime stukken digitaal te ontsluiten; • het in hun ogen een te belangrijk besluit is om dit alleen door het presidium te laten nemen; overwegende dat: • het nog even duurt voordat het digitaal ontsluiten helemaal is ingeregeld; • hierdoor nog tijd beschikbaar is om dit presidiumbesluit te herzien; • het wenselijk is om kort debat te voeren in de raad over het al dan niet digitaal ontsluiten van geheime stukken; • het afschaffen van het geheime kastje beter kan worden uitgesteld totdat de voltallige raad een uitspraak heeft gedaan; • de argumenten in de bijlage hieronder daarbij door alle raadsleden meegewogen moeten worden; verzoekt de gemeenteraad van Hilversum, na een debat daarover op 17 mei, via deze motie het besluit te nemen om het geheime kastje te handhaven en de stukken, waarop geheimhouding ligt, niet via iBabs te ontsluiten; en gaat over tot de orde van de dag.