CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadsvergadering d.d. 15 november 2023

GEMEENTERAAD 6 december 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen verslag raadsvergadering d.d. 8 en 15 november 202313.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG

Vergadering GEMEENTERAAD VAN HILVERSUM 15 NOVEMBER 2023

INDEX RAAD 15 NOVEMBER 2023 NR AGENDA

NR GEMBLAD

OMSCHRIJVING

1

Vaststellen agenda

2

Lijst ingekomen stukken

3

Vaststellen verslag raadsvergadering 27 september 2023

4

Vaststellen verslagen commissievergaderingen 4 en 11 oktober 2023

5

84

Aanvraag rijksbijdrage onderzoek en opsporing ontplofbare oorlogsresten

6

85

Gemeenschappelijke Regeling Archief Gooi en Vechtstreek per 01-01-2024

7

86

Voordracht lid Raad van Toezicht STIP Hilversum

8

87

Uitvoeringskrediet Buitenruimte Gijsbrecht

9

88

Actualiseren Verordeningen ex. Art. 212, 213 en 213a (gemeentewet) gemeente Hilversum 2023

10

89

Controleprotocol 2023-2026 en Normenkader 2023 gemeente Hilversum

11

90

Participantenovereenkomst GNR

12

91

Rekenkameronderzoek Wonen

13

92

Zienswijze begrotingswijziging Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

14

93

Parkeerverordening

15

BLZ

Vragen aan het college

16 17 18

HI20231115

2

GEMEENTE HILVERSUM RAADSVERGADERING VAN 15 NOVEMBER 2023 (verslag) Voorzitter: G.M. van den Top, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: de dames A. van de Beek (Democraten Hilversum) en M. Boukhriss (Hart voor Hilversum), de heren J.J.A.N. Deen (D66), R.J.H. Docter, (Democraten Hilversum), J. van Drogen (GroenLinks), M.F. Eerenberg (Hart voor Hilversum) en G.J. Ekelmans (VVD), mevrouw J.F. van Exel-van Dijk (CDA), de heren H.H. Fennema (VVD), J.E.M.G. Göbbels (Democraten Hilversum), R.H. van Grieken (D66) en C.M. Groeneveld (Hart voor Hilversum), mevrouw B. van Hattum (D66), de heer S.J. Hexspoor (GroenLinks), mevrouw C. Jansson (Hart voor Hilversum), de heer T. de Jong (CDA), de dames M.J. de Jong-Schrijvers (Hart voor Hilversum) en J. Kalk (PvdA), de heren H. Koç (Democraten Hilversum), J.P. Lahaise (PvdA) en R.J.C. Lancé (Hart voor Hilversum), mevrouw H.M.G.J. van de Linde (VVD), de heren H.J. Lindeboom (D66), B. Nanninga (ChristenUnie), J.T.M. van Nistelrooij (D66) en G.J. Postma (CDA), de dames R.W.C. Redmeijer (Hart voor Hilversum) en M.H.A. Remmers (GroenLinks), de heer D.E.O. Streutker (CDA), mevrouw B. Verweij (SP), de heren P.C.M. Vonk (SP) en J.A. van Waarden (GroenLinks), mevrouw V. Wesselink (D66), de heren T.R. Westerneng (VVD) en A Zaabat (D66) en mevrouw E.M. Zeeuw van der Laan (VVD). Griffier: mevrouw A.J. van Meerveld. Wethouders: de heren B.

Heller, mevrouw K. van Hunnik, de heren A.R.C. Scheepers en N.G.T. van Voorden en mevrouw K.J. Walters. Afwezig: mevrouw F. Durlacher (Belang van Nederland). 1.

VASTSTELLEN AGENDA

De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet allen hartelijk welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Durlacher van BVNL, zodat er bij de start van de vergadering 36 raadsleden aanwezig zijn. Er zijn twee moties vreemd aan de orde van de agenda aangekondigd, namelijk: - motie M 23-162 van Democraten Hilversum, ‘Loop niet achteruit op de omgevingsvisie’, te behandelen als agendapunt 16; - motie M 23-167 van de ChristenUnie, de PvdA en D66, ‘CO2-beprijzing’, te behandelen als agendapunt 17. Agendapunt 8 (uitvoeringskrediet buitenruimte Gijsbrecht) zal als debatstuk worden behandeld in verband met de afwezigheid van de wethouder eerder op de avond. Agendapunt 13 (zienswijze begrotingswijziging Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek) wordt als hamerstuk behandeld. Aldus wordt besloten en vervolgens wordt de agenda gewijzigd vastgesteld. De heer HELLER (wethouder) beveelt het aan de aanwezigen uitgereikte boekje van Hilversummers.nl aan, met daarin een verslag van een serie gesprekken met Hilversummers over een uniek participatietraject. 2.

LIJST INGEKOMEN STUKKEN

Voor de geagendeerde stukken wordt verwezen naar de in de rubriek 0, I, III en IV van de bij de agenda overgelegde lijst van ingekomen stukken. Afgesproken is dat opmerkingen over de ingekomen stukken vooraf bij de griffie worden aangemeld. Zonder stemming wordt vervolgens conform de voorstellen van de voorzitter van de raad bij de ingekomen stukken besloten.

HI20231115

3

3.

VASTSTELLEN VERSLAG RAADSVERGADERING VAN 27 SEPTEMBER 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

VASTSTELLEN VERSLAGEN COMMISSIEVERGADERINGEN 4 EN 11 OKTOBER 2023

De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 5.

AANVRAAG RIJKSBIJDRAGE ONDERZOEK EN OPSPORING ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 6.

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING ARCHIEF GOOI EN VECHTSTREEK PER 1°JANUARI 2024

De VOORZITTER geeft aan dat in de regio Gooi en Vechtstreek twee archiefdiensten aanwezig zijn: het Streekarchief Gooi en Vechtstreek en het Gemeentearchief Gooise Meren in Huizen. Sinds 2022 is intensief gewerkt aan de voorbereiding van de fusie van die twee archiefdiensten voor de deelnemende gemeenten. Op 19 juli jl. heeft de raad aangegeven geen wensen en ook geen bedenkingen daartegen te hebben. Met het voorliggende raadsvoorstel wordt de raad gevraagd om per 1 januari 2024 een gemeenschappelijke regeling Archief Gooi en Vechtstreek met de regiogemeentes te treffen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7.

VOORDRACHT LID RAAD VAN TOEZICHT STIP HILVERSUM

De VOORZITTER laat weten dat de bevoegdheid tot het benoemen van de leden van de raad van toezicht van de Stichting STIP bij de gemeenteraad ligt. De Stichting Openbaar Onderwijs STIP Hilversum heeft een profiel opgesteld en een sollicitatieprocedure doorlopen waaruit de heer M. de Haas naar de mening van de huidige raad van toezicht het beste bij het profiel past. Dat is reden om hem als kandidaat voor te dragen. De heer Van Grieken van D66 heeft aangegeven zich te willen onthouden van deelname aan de stemming. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9.

ACTUALISEREN VERORDENINGEN EX ARTIKELEN 212, 213 EN 213A (GEMEENTEWET) GEMEENTE HILVERSUM 2023

De VOORZITTER brengt naar voren dat door de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers enkele financiële verordeningen moeten worden geactualiseerd. Het voorstel is behandeld door de commissie Bestuur en Economie van 11 oktober jl., waarbij alle fracties hebben aangegeven het voorstel als hamerstuk te willen agenderen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten,

HI20231115

4

10. CONTROLEPROTOCOL 2023-2026 EN NORMENKADER 2023 GEMEENTE HILVERSUM De VOORZITTER licht toe dat voor de voorbereiding en de uitvoering van de accountantscontrole de gemeente Hilversum een controleprotocol en een normenkader heeft. Door wijziging van de landelijke spelregels, het Besluit Begroting en Verantwoording, moet dit controleprotocol geactualiseerd worden. Daarnaast wordt het normenkader jaarlijks geüpdatet door hierin een nieuwe verordening en/of nota's op te nemen. Dit onderwerp is behandeld door de commissie Bestuur en Economie op 11 oktober jl. Alle fracties hebben aangegeven het voorstel als hamerstuk te willen agenderen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11.

PARTICIPANTENOVEREENKOMST GNR

De VOORZITTER licht toe dat na de uittreding van de provincie Noord Holland en de gemeente Amsterdam de aanleiding is ontstaan om de oude samenwerkingsovereenkomst tussen de overige deelnemende partijen van de Stichting Goois Natuurreservaat te actualiseren. Met de voorliggende participantenovereenkomst wordt het in stand houden van de Gooise natuurgebieden richting de toekomst bestendigd. Het college legt de overeenkomst aan de raad voor met het voorstel om geen wensen en bedenkingen te uiten, waarna die definitief kan worden vastgesteld. In de commissievergadering waren alle fracties positief. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13. ZIENSWIJZE BEGROTINGSWIJZIGING VEILIGHEIDSREGIO GOOI EN VECHTSTREEK De VOORZITTER deelt mee dat het algemeen bestuur van de veiligheidsregio de bestuursrapportage met daarbij de financiële prognose voor 2023 heeft vastgesteld. Door deze prognose stelt de veiligheidsregio twee begrotingswijzigingen voor. De raad is gevraagd daarvan kennis te nemen en via een zienswijze daarop te reageren bij de veiligheidsregio. Die zienswijze ligt nu ter besluitvorming voor. Mevrouw VERWEIJ kondigt aan tegen te stemmen, vanwege inhoudelijke zaken en wijzigingen waarmee de SP het niet eens is, zoals overblijvend geld dat niet naar de plek gaat dat zij had verwacht.

Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat de SP geacht wenst te hebben tegengestemd. 12.

REKENKAMERONDERZOEK WONEN

De VOORZITTER geeft aan dat de rekenkamer onderzoek heeft gedaan naar de ruimtelijke, juridische en maatschappelijke context waarbinnen de gemeente Hilversum op de woningmarkt opereert. Daarbij is ook onderzocht of de gemeente voldoende in staat is om bij te sturen op de ambities en opgaven uit de woonvisie. Uit dit onderzoek heeft de rekenkamer een aantal conclusies getrokken en doet die aanbevelingen aan de raad en aan het college. Het voorstel is op 4 oktober jl. door de commissie besproken. De woordvoerders waren overwegend positief over het voorstel. Er zijn amendementen en een motie aangekondigd. Mevrouw JANSSON zegt dank aan de rekenkamer voor het uitvoeren van het uitgebreide onderzoek. Vanavond leest zij de tekst van de woordvoerder van Hart voor Hilversum op het onderwerp voor, mevrouw Redmeijer. “Fijn dat de rekenkamer dit onderzoek heeft gedaan. Het heeft mooie inzichten HI20231115

5

en goede aanbevelingen gegeven. In de commissievergadering heeft de wethouder aangegeven dat we voor de zomer van 2024 de cijfers krijgen volgens het lijstje van de rekenkamer. Hart voor Hilversum vindt het erg belangrijk dat de raad in positie komt om goed aan zijn controlerende taak te kunnen voldoen en daarvoor is het hebben van de juiste informatie van groot belang. Nu al aanvullen op het lijstje dat de rekenkamer voorstelt, vinden we lastig omdat nog steeds niet helemaal helder is wat we geleverd gaan krijgen. Maar we willen in elk geval naast de punten aangeleverd door de rekenkamer graag weten wat de stand is aangaande huurwoningen van corporaties die verkocht worden en dienen daartoe amendement A 23-160 in. Dat doen we samen met de Partij van de Arbeid en de SP. Effectiviteit van bouwen voor de wijk, passend bouwen in wijken en bouwen voor doorstroming zijn punten die wij graag willen en waar de woonvisie in voorziet. Maar hoe kunnen we daar nou ook echt op controleren? Welke heldere kaders geven we dan mee en zijn die ook uitvoerbaar voor het college om aan ons te leveren? Daarom de volgende vraag aan het college.

Is het college bereid op dit punt in overleg met de raad te gaan om samen te bespreken wat de raad graag wil hebben aan informatie? Zowel op toetsbare cijfers als op andere wensen en doelen uit de woonvisie, zoals een woonzorgvisie, doorstroming enzovoort, en met ons mee te denken? Ook de VVD heeft hier een motie voor, nummer M 23-165, die we straks van harte mee zullen indienen. Intussen kan immers gewoon doorgegaan worden met de punten die al bekend zijn. Wat wij willen leidt niet tot vertraging. Ik, mevrouw Redmeijer, heb met de vorige wethouder Wonen, de heer Heller, een prachtige samenwerking gezien tussen raad en college, waardoor we die mooie woonvisie hebben. Ik hoop oprecht dat college en raad ook hierin elkaar kunnen vinden, zodat we van elkaar weten wat we willen en nodig hebben om de concrete doelen te halen en daarop te kunnen toetsen. Hart voor Hilversum kijkt uit naar uw reactie.

Amendement A 23-160 ‘Rekenkameronderzoek wonen’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op woensdag 15 november, behandelend het rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid; overwegende dat: het hebben van goede informatie van belang is voor de controlerende taak van de raad, zodat we ook kunnen sturen op de doelen; de raad ook graag het inzicht wenst in het aantal verkochte woningen van de coöperaties; besluit: o aan het concept-raadsbesluit ‘Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid’ een derde beslispunt toe te voegen: 3. dat de raad via de op te stellen woonmonitor, naast de 11 genoemde punten onder de eerste aanbeveling aan het college bij beslispunt 2, ook wordt geïnformeerd met een overzicht van het totaal aantal verkochte huurwoningen.” (Amendement A 23-160 van Hart voor Hilversum, de PvdA, de SP, het CDA en de VVD) De heer WESTERNENG dankt de rekenkamer. De commissie heeft eigenlijk veel op inhoud gesproken over het voorliggende rapport. Daarom beperkt hij nu zijn bijdrage tot twee voor te stellen aanpassingen in een amendement in een motie. De raad stelt kaders en controleert, terwijl het college uitvoert. De rekenkamer kijkt regelmatig of het beleid goed en doelmatig is en of het uitvoerbaar is, maar niet of het goed beleid is. Dat laatste is een politieke afweging.

Twee conclusies die de rekenkamer trekt zijn volgens hem niet passend gegeven de gevoerde politieke discussies. Conclusie 4 is dat niet voldoende gebouwd wordt om aan de vraag te voldoen. Dat klopt, maar het is een politieke keuze dat Hilversum niet het woningtekort van de hele regio op moet lossen. Die conclusie kan dus niet getrokken worden op grond van niet goed uitgevoerd beleid. Hetzelfde geldt voor het in 2040 gasloos zijn van corporatiewoningen. Dat staat niet letterlijk in de woonvisie en wat hem betreft is die conclusie dan ook voorbarig. Amendement A 23-166 ‘Rekenkamerrapport met feiten’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 15 november 2023, behandelende het agendapunt Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid; overwegende dat: • de taken van de gemeenteraad, het college en de rekenkamer duidelijk afgebakend zijn; • de rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het beleid van de gemeente, HI20231115

6

constaterende dat: • conclusie 4 luidt “De ambitie 3.000 woningen tot 2030 te laag is om aan de grote vraag te voldoen”; • conclusie 12 luidt “De ambitie ten aanzien van aardgasloze woningen in 2040 dermate ambitieus is dat een versnelling noodzakelijk is, maar dat de prestatieafspraken hierin weinig concreet zijn”; voorts overwegende dat: • de gemeenteraad niet heeft besloten om aan de grote vraag aan woningen te willen voldoen, simpelweg omdat het niet mogelijk is om op Hilversumse schaal het woningtekort op te lossen; • de gemeenteraad geen ambitie heeft bepaald op het aantal aardgasloze woningen in 2040; • het daarom niet mogelijk is om conclusies 4 en 12 te trekken; besluit: • beslispunt I aan te passen, namelijk: ‘de volgende conclusies van de rekenkamer over te nemen’ aanpassen naar ‘de volgende conclusies van de rekenkamer over te nemen, met uitzondering van conclusies 4 en 12’” (Amendement A 23-166 van de VVD en het CDA) De heer VONK weet dat de Transitievisie warmte vermeldt dat in 2040 alle woningen in Hilversum van het aardgas af moeten zijn. Hij vraagt hoe de VVD daarover denkt. De heer WESTERNENG gaat het nu om het woonbeleid en volgens hem heeft de raad niet geformuleerd dat op die ambitie te weinig tempo wordt gemaakt. De heer VONK vindt het heel kwalijk om te zeggen in 2040 niet van het aardgas af te willen.

Mevrouw REDMEIJER attendeert erop dat die afspraak in een ander beleidsstuk staat en vanavond het rekenkameronderzoek over wonen voorligt. De heer VONK meent dat het de burger niet zoveel interesseert in welk stuk een raadsafspraak staat. Mevrouw REDMEIJER vraagt zich af of die afspraak in de scope van het onderzoek van de rekenkamer valt, welk onderzoek op basis van de woonvisie is gedaan. De heer VONK herhaalt dat de raad hierover beleid heeft vastgesteld en hij het niet zo interessant vindt waar dat staat. De heer DE JONG vraagt hoe de heer Vonk op de conclusie van de rekenkamer reflecteert dat het in 2040 alle woningen van het gas af hebben niet zo realistisch is en voor de stakeholders onacceptabel is. De heer VONK bevestigt dat de rekenkamer het ambitieniveau te hoog vindt en er te weinig concrete maatregelen genomen worden om die ambitie te realiseren. De heer WESTERNENG wil die conclusie technisch aanpassen en die niet overnemen. Daarnaast roept hij op de informatievoorziening aan de raad te verbeteren. Het rekenkameradvies bevat elf indicatoren en hij wil de raad daarop graag laten monitoren. Hij verzoekt daarom de wethouder met een voorstel te komen om daarbij passende indicatoren te vinden, zodat de raad kan volgen of de doorstroming in Hilversum op gang komt.

Motie M 23-165 ‘Woonmonitor met bruikbare indicatoren’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 15 november 2023, behandelende het agendapunt Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid; overwegende dat: • de raad de rekenkamer bedankt voor het uitvoerige rapport over de effectiviteit van het woonbeleid; • de rekenkamer een voorstel heeft gedaan voor indicatoren die in de te ontwikkelen woonmonitor zouden moeten staan in aansluiting met de woonvisie; • het college aan zet zou moeten zijn om een lijst van indicatoren voor te stellen; constaterende dat: • de begrippen bouwen voor de buurt, doorstroming en woonzorgvisie geen onderdeel zijn van de voorgestelde set indicatoren; • er bij de indicatoren slechts een deel van de sociale woonvoorraad genoemd wordt, namelijk sociale huurwoningen van woningcorporaties; verzoekt het college: HI20231115

7

• in aanvulling op de elf genoemde indicatoren, onder beslispunt II, een uitgebreidere lijst van indicatoren aan de raad voor te leggen en daar met de raad over in gesprek te gaan in Q1 2024; • bij het opstellen van de lijst ermee rekening te houden dat met deze lijst gerapporteerd zou moeten worden over de effecten van het woonbeleid op onderwerpen als ontwikkeling van de totale voorraad woningen in de verschillende segmenten, bouwen voor de buurt, doorstroming en woonzorgconcepten; en gaat over tot de orde van dag.” (Motie M 23-165 van de VVD, Hart voor Hilversum en het CDA) De VVD steunt verder amendementen A 23-161 van de PvdA en Democraten Hilversum en A 23160 van Hart voor Hilversum, de PvdA, de SP, het CDA en de VVD. Amendement A 23-169 van D66 steunt de VVD niet, omdat dat te veel over uitvoering gaat. Mevrouw VAN HATTUM stelde vast dat de meeste Nederlanders het woonprobleem het belangrijkst vinden. Passende woningen zijn er niet, ook niet in Hilversum. Het gaat dus om schaarste. Jonge ouders moeten best wel ver reizen om bij hun werk te kunnen komen. Zij zouden graag hun werk en kinderen dichter bij huis willen hebben. Zij gunt eenieder een passende woning. D66 wil het aantal woningen vergroten en in dat verband neemt zij het rekenkamerrapport serieus. Het lijkt er namelijk op dat de raad dat niet doet.

Het gaat erom indicatoren te vinden waarmee de raad vooruit kan om het woonprobleem op te lossen. Daartoe dient zij het volgende amendement in: Amendement A 23-169 ‘Meer urgentie bij zorgvuldig en concreet rapporteren over woningontwikkeling’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 15 november 2023 behandelend het agendapunt 12; het Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid; constaterende dat: de rekenkamer vaststelt dat: de ambitie van 3.000 woningen tot 2030 te laag is om aan de grote vraag te vol doen; Hilversum significant afwijkt van de landelijk gebruikelijke planvoorraad van 130%; de gemeente geen harde afspraken heeft gemaakt met woningcorporaties voor wat betreft het aantal te realiseren sociale huurwoningen tot en met 2030; het onduidelijk is wat de realisatie is als het gaat om huisvesting van doelgroepen en het toevoegen van ontbrekende schakels; de monitoringinformatie in de P&C-cyclus de raad onvoldoende handvatten geeft om te controleren en bij te sturen; overwegende dat: uit de bestuurlijke reactie vanuit het college op het rekenkameronderzoek weinig urgentie doorklinkt voor wat betreft de geschetste problemen; uit het rekenkameronderzoek naar voren komt dat voor het naar behoren uitoefenen van de taken van de raad het ontbreekt aan toegankelijkheid (concreetheid, beschikbaarheid en transparantie) van de nodige informatie; het college

het standpunt inneemt dat “het tempo waarin de woningen worden gerealiseerd hoog genoeg is om de gemaakte afspraak van oplevering van 3.000 woningen voor 2030 te behalen; de feiten anders lijken te liggen. Sinds de vaststelling van de Woonvisie 2021-2030 ligt de realisatie van nieuwe woningen ver achter op schema. Uit de Begroting 2024 blijkt dat in 2021 248 woningen zijn toegevoegd en in 2022 208. Dit is ver onder de streefwaarde van 350 per jaar; het college in de bestuurlijke reactie met woningaantallen in de planvoorraad schermt die niet actueel zijn. Bijvoorbeeld 550 woningen op het Circusterrein terwijl dat er 400 zijn; ook in de Woningbouwmonitor deze onjuiste woningaantallen zijn opgenomen; voorts overwegende dat: het, mede gezien de grote maatschappelijke zorg omtrent wonen in het algemeen en woningnood in het bijzonder, wenselijk is dat de raad zo snel mogelijk in positie komt om haar controlerende taak naar behoren uit te oefenen; besluit: aan het concept-raadsbesluit ‘Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid’ een derde beslispunt toe te voegen, luidende: HI20231115

8

Beslispunt III: de volgende acties voor het college vast te stellen, om de aanbevelingen direct kracht bij te zetten: 1. Het college zal uiterlijk voor het zomerreces van 2024 een volledige woonmonitor aan de raad presenteren zoals is voorgeschreven door de rekenkamer met mogelijke toevoegingen die door de raad zijn geamendeerd en aangenomen. De frequentie van informatieverstrekking van de woonmonitor zal per kwartaal zijn. 2. In de twee kwartalen tot het moment dat een woonmonitor conform beslispunt II is ontwikkeld, rapporteert het college per kwartaal via een collegebrief aan de raad minimaal: a. het aantal toegevoegde woningen in de afgelopen 3 maanden, opgesplitst in het aantal sociale huurwoningen, middensegment en duurder segment; b. het te verwachten aantal toegevoegde woningen de komende 3 maanden, opgesplitst in het aantal sociale huurwoningen, middensegment en duurder segment. 3. Met ingang van het jaar 2024 gaat de gemeente Hilversum over op het hanteren van de landelijk voorgeschreven planvoorraad van 130 % om op deze wijze eventuele uitval te kunnen opvangen. 4.

De te presenteren informatie van de woonmonitor zal gepaard gaan met een uitgebreide motivering inclusief aanduiding van gebruikte bronnen achter de aangehaalde cijfers opdat deze zo adequaat mogelijk door de raad kan worden gecontroleerd.” (Amendement A 23-169 van D66) Met het amendement wil zij zo snel mogelijk informatie krijgen, het liefst al in 2024. Zodra de woonmonitor af is kan daarin per kwartaal alle informatie staan die naar de raad komt. Voorts zou zij het heel mooi vinden met een planvoorraad van 130% te werken, om problemen te kunnen opvangen en de 3.000 woningen in 2030 daadwerkelijk te behalen. De gemeente loopt nu structureel achter op de planning. Om dat doel te halen wil zij snellere, adequatere en toetsbare informatie. Mevrouw REDMEIJER vraagt waarom D66 elk kwartaal over informatie wil beschikken, ook omdat de wethouder in de commissievergadering heeft aangegeven slechts eens per jaar informatie te kunnen aanleveren. Wellicht is tweemaal per jaar ook een optie. Mevrouw VAN HATTUM ziet op andere prangende dossiers ook informatie per kwartaal aangeleverd worden. Veel mensen zien het woonprobleem als belangrijk, zodat zij het goed vindt daarop te sturen en transparant te zijn. Mevrouw REDMEIJER deelt de woonuitdaging, maar wijst op de vastgestelde woonvisie met beleid. Het rekenkameronderzoek richt zich voornamelijk op het toetsen en controleren daarvan.

Elk kwartaal informatie aangeleverd krijgen vindt zij heel veel. Mevrouw VAN HATTUM stelt dat die frequentie bij bedrijven en andere overheden ook wordt gehanteerd. Een frequentie van eens per half jaar kan zij ook billijken. De heer DOCTER is bijzonder blij met de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer en wil die ter harte nemen. Dat de woonvisie niet altijd concrete en meetbare doelen stelt is een serieuze constatering en de les die hij de raad daaruit wil laten trekken is bij het vaststellen van de omgevingsvisie wel concrete en meetbare doelen en criteria op te nemen. In zijn conclusie dat de ambitie om 3.000 woningen tot 2030 te bouwen te laag is om aan de grote vraag te voldoen gaat de rekenkamer eraan voorbij dat die oneindige vraag naar woningen vooral van buiten Hilversum komt. En aan die vraag kan Hilversum nooit voldoen en zij zal dus moeten kiezen voor primair de Hilversumse woningbehoefte. Ook dat doel zal straks concreet en meetbaar in de omgevingsvisie moeten worden vastgelegd. En het is daarom wenselijk dat in de woonmonitor ook per woonplaats in de regio de actieve en passieve woningzoekenden worden vermeld. En eigenlijk ook het aantal keren dat een woning wordt geweigerd en waarom.

Daarover dient hij geen apart amendement in, maar hij vraagt de wethouder deze gegevens mee te nemen bij uitvoering van de motie M 23-165 van de VVD, Hart voor Hilversum en het CDA, die Democraten Hilversum van harte ondersteunt. Dat de raad niet alleen op doelen maar ook op instrumenten stuurt, is hij het met de PvdA eens en dat amendement A 23-161 dient Democraten Hilversum graag mede in. Motie M 23-165 en amendement A 23 166 omarmt Democraten Hilversum van harte. De heer VONK zag dat de rekenkamer een aantal best stevige conclusies heeft getrokken. Er is sprake van veel deels conflicterende en niet altijd even concrete doelen. Niet duidelijk is hoeveel woningen in welke segmenten in de afgelopen jaren zijn opgeleverd. De ambitie ten aanzien van aardgasloze HI20231115

9

woningen in 2040 is dermate ambitieus dat er versnelling noodzakelijk is, maar de prestatieafspraken hierin zijn weinig concreet. Dat vindt de SP verontrustende zaken. Naar aanleiding van het onderzoek ziet hij graag dat er heldere cijfers komen en dat hoorde hij de wethouder in de commissievergadering ook zeggen. De SP hamert al jarenlang op meer sociale huurwoningen. Goede cijfers van wat er is gebouwd en is opgeleverd helpen daarbij. De SP is dus voor meer duidelijke en goede cijfers. Het is daarom goed om een monitor te hanteren. De wethouder gaf in de commissievergadering aan dat de opmerking van de rekenkamer over de planvoorraad niet klopt, omdat er na het gereedkomen van het rekenkameronderzoek andere cijfers verschenen. Dat vindt hij opmerkelijk en hij had liever gezien dat die al in het gesprek met de rekenkamer naar voren zouden zijn gekomen. Dat noemt hij als een voorbeeld van hoe warrig het allemaal gaat. Het is zijns inziens heel belangrijk dat de gemeente iets gaat doen aan betaalbare woningen. Men kan echter niet aan Hilversummers beloven dat de gemeente dat probleem gaat oplossen. Het schrappen van punt 4 begrijpt hij daarom. De SP steunt bijna elk amendement en voorstel en is benieuwd wat de wethouder zegt over wat haalbaar en goed is.

Het amendement A 23-161 van de PvdA en Democraten Hilversum over sturen, doelen en procedures steunt hij, evenals het amendement A 23-160 van Hart voor Hilversum, de PvdA, de SP, het CDA en de VVD over sociale huurwoningen. De heer WESTERNENG merkt op dat de woonvisie dateert van juli 2021 en de warmtetransitievisie van oktober 2021. Het zijn twee beleidsstukken met grote keuzen. In de woonvisie staat gasloosheid in 2040 niet, terwijl dat wel als ambitie in de warmtetransitievisie is geformuleerd, die in beleid moet landen. Gezien deze twee visies meent hij dat de afspraak niet is gemaakt dat de woonmarkt in 2040 gasloos moet zijn. De heer VONK reageert dat in de transitievisie warmte is afgesproken in 2040 af te zijn van aardgas, wat heel ambitieus is. Daarom moet Hilversum alles op alles zetten om dat te bereiken. De heer WESTERNENG verwijst naar het coalitieakkoord, waarin staat geen uitspraak te doen over 2040 of 2050. 2050 betreft de landelijke richtlijn over gasloosheid en in Hilversum is men het niet eens geworden of dat 2040 moet worden. Hij vraagt of de heer Vonk wil erkennen dat gasloosheid in 2040 niet aan de orde is, omdat daarover geen beleid is afgesproken. De heer VONK wil tegen de inwoners zeggen alles op alles te zetten om gasloosheid in 2040 te realiseren. Mevrouw VAN HATTUM wijst erop dat het coalitieakkoord niet door de raad is bekrachtigd.

De heer WESTERNENG merkt op dat het gaat over de ambitie van een meerderheid van partijen. De ambitie om in 2040 van het gas af te zijn, zoals de heer Vonk aangeeft, vindt hij niet helemaal een goede voorstelling van zaken. Mevrouw KALK bekruipt het gevoel dat de VVD via het rekenkameronderzoek van de warmtetransitievisie af wil komen. Volgens de heer WESTERNENG is dat niet zo. De heer VAN WAARDEN dankt de rekenkamer voor het verrichte werk en de PvdA voor het aanreiken van allerlei instrumenten, waarmee de gemeentelijke gereedschapskist is gevuld, waarmee doelen en ambities te behalen zijn. Wat betreft amendement A 23-166 van de VVD en het CDA, ‘Rekenkamerrapport met feiten’, noemt hij 3.000 woningen te weinig voor het tegemoetkomen aan de vraag. Dat getal is echter in beleid vastgelegd. Hij wil alle instrumenten laten inzetten om zoveel mogelijk betaalbare en passende woningen te realiseren. Ook hij wenst dat inwoners in de buurt van hun woning kunnen werken. De ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn staat in de transitievisie warmte en het vergt volgens de rekenkamer versnelling om die ambitie te bereiken. De voorliggende afspraken daarover zijn nog weinig concreet, wat de raad zich mag aantrekken. Amendement A 23-166 steunt hij niet. Met motie M 23-165 van de VVD, Hart voor Hilversum en het CDA, ‘Woonmonitor met bruikbare indicatoren’, gaat GroenLinks wel akkoord.

Men wil grip op en inzicht in de woningmarkt, bijvoorbeeld doorstroming. Niet alleen zijn indicatoren nodig, maar het doel is grip, waarbij een brief met een toelichting op die indicatoren prima kan helpen. Amendement A 23-169 van D66, ‘Meer urgentie bij zorgvuldig en concreet rapporteren over woningontwikkeling’, ontving hij vandaag pas om 17.15 uur. GroenLinks behandelt moties en amendementen die op de dag van de raadsvergadering na 13.00 uur worden ontvangen echter niet. Mevrouw VAN HATTUM heeft het amendement netjes ingeleverd en had dat aangekondigd. Zij heeft dat amendement in haar bijdrage vandaag ook toegelicht. Daarom vraagt zij toch mee te nemen wat zij heeft gezegd. HI20231115

10

De heer VAN WAARDEN reageert dat GroenLinks wat betreft aanlevering van amendementen na een bepaald tijdstip een streep heeft getrokken. De heer DE JONG dankt de rekenkamer eveneens voor het geleverde werk en het gemaakte stuk, inclusief de gedane aanbevelingen. In dat verband herinnert hij aan motie M 21-108 van de VVD, ‘Aansluiten bij de landelijke ambitie’ en vraagt hij zich af of daarmee iets gedaan kan worden. Dat heeft hij echter niet gedaan. Hij weet dat al een op de 37 woningen van het gas af zijn. Ook wil hij eerlijke en realistische ambities, maar hij reageert niet op het betoog van de heer Van Waarden over realistische deadlines. Hij laat zich graag verrassen, misschien wel door een linkse partij, die zegt dat die motie M 21-108 nog niet zo gek was. Als dat gebeurt steunt hij die van harte. Mevrouw KALK meent dat de heer De Jong de door hem genoemde motie zelf kan indienen. Ook zij zegt dank aan de rekenkamer voor het onderzoek, dat veel zaken op een rij zet met mogelijkheden tot verbeteringen. Sommige zaken vindt zij hard aangezet, zoals de discrepantie over de afspraken binnen de MRA en de 3000 woningen. Dat doet voor haar niet zo erg ter zake, als het aantal gerealiseerde woningen op 31 december 2030 maar 3.200 bedraagt.

Over indicatoren zijn amendementen ingediend en in het besluit staan ook veel indicatoren, terwijl er ook een betere rapportage zou moeten komen. De PvdA heeft geen hekel aan monitoren, maar wil graag de goede monitoren. Dat baart haar wel een beetje zorgen, als zij ook vanavond weer hoort hoeveel extra wensen er zijn voor indicatoren, voor rapportages en de snelheid en frequentie ervan. Aan rapportages heb je alleen maar wat als je daar ook daadwerkelijk gebruik van maakt. Zij wil daarom in gesprek gaan over de vraag of daadwerkelijk gebruik van rapportages wordt gemaakt. Spreekster onderschrijft dat de ambitie van 3.000 woningen tot 2030 absoluut niet voldoende is om aan de behoefte te voldoen. Ook onderschrijft zij de opmerking over de vaagheid in plannen en het niet concreet zijn van prestatieafspraken, waarop de raad lang heeft moeten wachten. Daaraan voegt zij het behoud van woningen toe. Als er te veel sociale huurwoningen worden verkocht, wordt het saldo van toevoegen en onttrekken van die woningen negatief, zoals ook in 2022 het geval was. In die zin begrijpt zij de aanbeveling niet helemaal als het gaat om instrumenten, die nodig zijn om te kunnen blijven sturen, bijvoorbeeld op behoud van woningen. Dat kan bijvoorbeeld met een doelgroepenverordening, een zelfbewoningsplicht en een leegstandsverordening.

Die instrumenten zijn nog lang niet allemaal ingevoerd en hebben juist een beschermende werking op de woningmarkt die volledig uit het lood is geslagen. Daarom dient zij amendement A 23-161 in. De raad moet namelijk sturen op doelen én op instrumenten. Amendement A 23-161 ‘Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 15 november 2023, behandelend agendapunt 12, het Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid; constaterende dat: er woningnood is; de rekenkamer heeft geconstateerd dat de kaderstellende en controlerende rol van de raad op het gebied van wonen verbeterd kan worden; een van de aanbevelingen aan de raad is om te sturen op de doelen en niet op de instrumenten; overwegende dat: heldere doelen op het gebied van wonen belangrijk zijn; het gebruik van het juiste instrumentarium een belangrijke voorwaarde is om bepaalde doelen te kunnen bereiken. Zo regelt de doelgroepenverordening bijvoorbeeld dat woningen die gebouwd zijn als sociale huurwoning minimaal 25 jaar voor deze categorie beschikbaar blijven.

Hiermee wordt voorkomen dat deze woningen in deze periode verkocht kunnen worden en daarmee niet meer beschikbaar zijn voor de sociale huur; veel van de instrumenten die genoemd worden in de woonvisie nog niet operationeel zijn; veel van die instrumenten ten doel hebben de doelen uit de woonvisie dichterbij te brengen; de raad daarom ook op de tijdige invoering van de instrumenten zoals genoemd in de woonvisie moet sturen; besluit: HI20231115

11

het tweede beslispunt van het concept-raadsbesluit “Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid” als volgt te wijzigen: de laatste zin van de eerste aanbeveling aan de raad (“stuur als raad op de doelen en niet op de instrumenten”) wordt geschrapt.” (Amendement A 23-161 van de PvdA en Democraten Hilversum) Mevrouw VAN HATTUM vindt de gesuggereerde aanpassing om op doelen én instrumenten te sturen heel goed en vraagt of de PvdA dat in het amendement wil wijzigen. Mevrouw KALK stelt vast dat de fracties van de SP, Hart voor Hilversum, Democraten Hilversum en GroenLinks zich daarin kunnen vinden en wijzigt in die zin amendement A 23-161. Mevrouw WALTERS (wethouder) neemt de heldere aanbevelingen van de rekenkamer over. Het punt van hoe de raad kan zien dat het goed gaat en hoe te sturen is, is heel belangrijk. Hart voor Hilversum vroeg of het college met de raad wil overleggen over indicatoren. In reactie daarop stelt zij voor om voor de zomer een monitor over wonen naar de raad te sturen en die te agenderen voor een commissievergadering. Daarmee doet zij een eerste voorzet voor extra indicatoren, waarom in de diverse amendementen en/of moties zijn gevraagd. Vervolgens kan men daarover in debat gaan. Daardoor is vast te stellen hoe de volgende monitor eruit komt te zien.

Een monitor aanleveren per kwartaal, waarom D66 vroeg, acht zij niet haalbaar, omdat informatie van allerlei organisaties moet komen. Eenmaal per jaar een goed overzicht aanleveren lijkt haar in plaats daarvan een goed streven. Zij stelt voor dat alles voor de zomer met elkaar te bespreken. Amendement A 23-160 van Hart voor Hilversum, de PvdA, de SP, het CDA en de VVD, ‘Rekenkameronderzoek wonen’, gaat over het geven van informatie over huurwoningen. Zij begrijpt dat het gaat over alle woningen van woningcorporaties die verkocht worden (DAAB en niet-DAAB). Het lijkt haar prima om die informatie uit te vragen. Zij adviseert positief over dat amendement. In amendement A 23-166 van de VVD en het CDA, ‘Rekenkamerrapport met feiten’, wordt gezegd dat conclusies 4 en 12 niet aan de gemeenteraad zijn. Dat amendement laat zij ter besluitvorming aan de raad en daarover geeft zij geen advies. Motie M 23-165 van de VVD, Hart voor Hilversum en het CDA, ‘Woonmonitor met bruikbare indicatoren’, vraagt om extra indicatoren, met name op bouwen voor de buurt, doorstroming en woonzorgconcepten. Daartegen staat zij positief en zij gaat daarmee aan de slag. Maar dat doet zij naar bester kunnen. Iets definiëren over doorstroming is namelijk nog niet zo makkelijk. De heer WESTERNENG vraagt of de verwerking van motie M 23-165 al zal zijn verwerkt in het aangekondigde commissievoorstel voor de zomer.

Mevrouw WALTERS (wethouder) bevestigt dat. De heer DOCTER vraagt of de wethouder bij de uitvoering van motie M 23-165 ook de actieve en passende woningzoekenden wil betrekken. Mevrouw WALTERS (wethouder) antwoordt dat die cijfers onderdeel zijn van de regionale rapportage van de woonruimteverdeling en zij kan die cijfers daarbij vermelden. De gemeente werkt al een tijd aan meer cijfers en inzicht, maar moet ook leren om daarvan echt gebruik te maken. Een half jaar terug is namelijk op Open Hilversum een woningbouwmonitor gestart, waarbij heel veel plannen en de status te volgen zijn. Zij heeft echter niet de indruk dat de raad daar vaak naar kijkt. De heer DOCTER raadpleegt die woningbouwmonitor regelmatig en stelde vast dat die niet helemaal actueel is. Mevrouw WALTERS (wethouder) blijft daaraan werken. Wat betreft amendement A 23-169 van D66, ‘Meer urgentie bij zorgvuldig en concreet rapporteren over woningontwikkeling’, is een kwartaalrapportage niet helemaal haalbaar en wenselijk. Mevrouw VAN HATTUM vraagt of een halfjaarlijkse rapportage aanleveren wel mogelijk is. Mevrouw WALTERS (wethouder) antwoordt dat een uitgebreide woonmonitor eenmaal per jaar haalbaar is. Sommige in te corporeren dashboards worden op een ander tempo bijgehouden. Het college zit eigenlijk op een plancapaciteit van 155%, waarbij een groot deel voor 2030 opgeleverd wordt.

Zij meent dus dat een groot deel van de plancapaciteit best goed gaat, met een voorbehoud van de marktontwikkeling wat betreft rente en de bouwkostenstijging. Een ander deel van de indicatoren ligt bij de regio en daaruit komt jaarlijks een rapportage over de woonruimteverdeling naar de raad. Daarnaast is er een rapportage over opleveringen, met name van sociale huurwoningen. Er is dus allerlei informatie die nog niet bij elkaar staat. HI20231115

12

Het college gaat dus met elf punten en de gestelde vragen aan de slag. Daarnaast wordt bezien of wat er al is beter te linken is aan de monitor, zodat de raad informatie op één plek kan zien. Amendement A 23-161 van de PvdA en Democraten Hilversum over doelen en instrumenten laat zij aan de raad. Tweede termijn De heer VONK zegt namens zijn fractie ook dank aan de rekenkamer voor het rapport. Mevrouw VAN HATTUM past haar amendement A 23-169 aan in die zin dat wordt verzocht om een rapportage van tweemaal per jaar. De heer NANNINGA is positief over de resultaten van het rekenkameronderzoek en dankt de rekenkamer daarvoor. Amendement A 23-160 van Hart voor Hilversum, de PvdA, de SP, het CDA en de VVD, ‘Rekenkameronderzoek wonen, wordt zonder stemming unaniem aangenomen. Het gewijzigde amendement A 23-161 van de PvdA en Democraten Hilversum, ‘Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid’, wordt zonder stemming unaniem aangenomen. Amendement A 23-166 van de VVD en het CDA, ‘Rekenkamerrapport met feiten’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 19 tegen 17 stemmen aangenomen, met de stemmen van Hart voor Hilversum, de VVD, het CDA en de leden Göbbels, Docter en Van de Beek van Democraten Hilversum voor.

Amendement A 23-169 van D66, ‘Meer urgentie bij zorgvuldig en concreet rapporteren over woningontwikkeling’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 10 tegen 26 stemmen verworpen, met de stemmen van de D66, de SP en het lid Koç van Democraten Hilversum voor. Motie M 23-165 van de VVD, Hart voor Hilversum en het CDA, ‘Woonmonitor met bruikbare indicatoren’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen. Het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders wordt zonder stemming unaniem aangenomen. 14.

PARKEERVERORDENING

De VOORZITTER vermeldt dat de Parkeerverordening de formeel juridische uitwerking van het parkeerbeleid van Hilversum is, dat op 19 juli 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld. In de commissievergadering van 11 oktober jl. maakte de Partij van de Arbeid een voorbehoud, was BVNL negatief en was Hart voor Hilversum in de basis positief, maar wachtte zij de aangekondigde wijziging in het amendement af. De VVD was positief en kondigde een amendement aan. De andere fracties adviseerden positief zonder debat. De heer VAN GRIEKEN ondersteunt amendement A 23-170 van de PvdA, de VVD, het CDA en Hart voor Hilversum, ‘Motorparkeren’, omdat het goed is om de wet te volgen. Amendement A 23-163 van de VVD, ‘Parkeerverordening, gebruik de juiste term’, steunt hij eveneens. De heer STREUTKER bevreemdt het dat de heer Van Grieken nog niet ingediende moties en amendementen becommentarieert. De heer VAN GRIEKEN geeft de heer Streutker daarin gelijk, maar vervolgt met goedkeuring van de voorzitter zijn betoog. Bij de behandeling van het parkeerbeleid gingen allen er van uit dat het om auto’s ging, zodat men er bij de verordening niet andere zaken bij kan trekken. Juist daarom verbaasde hij zich over amendement A 23-164 van de VVD en Hart voor Hilversum om de definitie van het mobiliteitsfonds in de parkeerverordening aan te passen.

Bij het parkeerbeleid is namelijk een definitie over het mobiliteitsfonds aangenomen, dat over mobiliteit in brede zin gaat. De HI20231115

13

voorgestelde definitie door de indieners is een andere van het mobiliteitsfonds dan wat in het mobiliteitsfonds staat. Het zou veel logischer zijn het mobiliteitsfonds zelf aan te passen, zoals in motie M 23-159 staat. Motie M 23-159 ‘Parkeerbeleid consequent doorvoeren’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 15 november 2023 behandelend het agendapunt 14 Vaststellen Parkeerverordening 2023; constaterende dat: in het op 19 juli 2023 vastgestelde Parkeerbeleid de doelstelling van het Mobiliteitsfonds als volgt wordt gedefinieerd: ‘Met dit fonds kunnen projecten ter verbetering van de mobiliteit voor heel Hilversum worden gefinancierd’; in de juridische vertaling van het Parkeerbeleid, de Parkeerverordening 2023, deze definitie als volgt logisch wordt door vertaald in artikel 1 lid l: ‘Mobiliteitsfonds: een fonds dat gevuld wordt door het afkopen van de parkeer-eis, conform de Nota Parkeernormen 2023.

Te gebruiken ter stimulatie van verbeteringen van de mobiliteit in brede zin’; deze in het Parkeerbeleid en Parkeerverordening vastgestelde beschrijving van de doelstelling van het Mobiliteitsfonds niet strookt met de huidige doelstelling van het Mobiliteitsfonds die het verbeteren van de openbare parkeersituatie als leidend principe neemt, overwegende dat: het parkeerbeleid een uitwerking is van het Uitvoeringsprogramma van de Mobiliteitsvisie 2040, vastgesteld op 19 juli 2023; in het vastgestelde Uitvoeringsprogramma vanuit het Mobiliteitsfonds verschillende maatregelen worden gefinancierd die weinig tot geen raakvlak hebben met verbeteren van de openbare parkeersituatie; daarmee feitelijk met de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie 2040 concreet invulling is gegeven aan de in het op dezelfde avond in het Parkeerbeleid vastgestelde nieuwe doelstelling van het Mobiliteitsfonds; concludeert dat: de doelstelling van het Mobiliteitsfonds zoals vastgesteld in de raad van 26 juni 2019 (stuknummer 542085) aanpassing behoeft; roept het college op: op zo kort mogelijke termijn, maar uiterlijk in Q1 van 2024, ter besluitvorming aan de raad een vernieuwde versie Verordening Mobiliteitsfonds voor te leggen waarin de doelstelling van het fonds als volgt is beschreven: ‘Met dit fonds kunnen projecten ter verbetering van de mobiliteit in brede zin voor heel Hilversum

worden gefinancierd.’” (Motie M 23-159 van D66 en de SP) Voor nieuwe woningen is de parkeereis namelijk omlaag gebracht en daarnaast is het makkelijker om die eis af te kopen. Er zullen dus minder parkeerplaatsen komen. Voor de bewoners geldt ook nog eens dat ze geen parkeervergunning kunnen krijgen en in de gehele binnenstad betaald parkeren geldt. De kans dat daar mensen zullen gaan wonen die een auto hebben is dus niet zo groot. Het is dan logischer om het geld van het mobiliteitsfonds in brede zin aan mobiliteit uit te geven. De heer FENNEMA heeft bij het vaststellen van het parkeerbeleid over auto’s gesproken, terwijl in het voorliggende stuk ‘motorvoertuigen’ staat. In de commissievergadering heeft hij gevraagd of het juridisch houdbaar is om het woord ‘auto’ weer te gebruiken, waarop het college bevestigend antwoordde. Vanmiddag bleek echter dat dat juridisch toch niet juist is. Daarom trekt hij zijn amendement A 23-163 in, omdat de PvdA daarover een beter amendement heeft geschreven.

Amendement A 23-163 ‘Parkeerverordening; gebruik de juiste term’ “De raad van Hilversum, in vergadering bijeen op 15 november 2023, besprekende agendapunt 14, Parkeerverordening 2023; overweegt dat: in het parkeerbeleid het woord ‘auto’ wordt gebruikt om te duiden waar het beleid op slaat; in de Parkeerverordening het woord ‘motorvoertuig’ wordt geïntroduceerd in plaats van ‘auto’; HI20231115

14

een motorvoertuig volgens de wettelijke definitie veel meer kan zijn dan een auto, t.w. een invalidevoertuig, een motor, etc.; er hiermee een grondslag gecreëerd wordt voor toepassing op meer dan alleen auto’s; constateert dat: daardoor in deze verordening het toepassingsgebied van het parkeerbeleid wordt verbreed naar alle motorvoertuigen; de raad bij het vaststellen van het kaderstellende parkeerbeleid, dit gedaan heeft met de kennis dat het slaat op de auto, niet alle motorvoertuigen, en dat daarmee het besluit om het parkeerbeleid vast te stellen dus ook berust op het toepassingsgebied ‘auto’ en niet alle motorvoertuigen’; heeft van het college bevestigd gekregen dat: een aanpassing van ‘motorvoertuig’ naar ‘auto’ geen verdere gevolgen heeft voor de bedoeling van het stuk of de juridische juistheid ervan; spreekt uit dat: beide termen met elkaar in lijn dienen te zijn tussen beide stukken om verwarring te voorkomen en éénduidig beleid vast te stellen; Besluit: het eerste beslispunt van het concept-raadsbesluit Parkeerverordening Hilversum 2023 te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: De Parkeerverordening Hilversum 2023 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Parkeernota Hilversum 2017 – sectie C Parkeerverordening en Parkeerverordening 2018 , met dien verstande dat in alle gevallen waar het woord ‘motorvoertuig’ staat, dit vervangen wordt door het

woord ‘auto’.” Amendement A 23-163 van de VVD) Volgens hem moet men bij definities verwijzen naar vigerend beleid. In nieuw beleid moet men volgens hem niet een eerder door de raad vastgesteld besluit anders formuleren. Amendement A 23-164 ‘Parkeerverordening; gebruik de juiste definitie’ “De raad van Hilversum, in vergadering bijeen op 15 november 2023, besprekende agendapunt 14. Parkeerverordening 2023; gelezen: dat de definitie van het mobiliteitsfonds in de voorgestelde nieuwe parkeerverordening (‘Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen’ sub L) wordt omschreven als ‘Mobiliteitsfonds: een fonds dat gevuld wordt door het afkopen van de parkeer-eis, conform de Nota Parkeernormen 2023. Te gebruiken ter stimulatie van verbeteringen van de mobiliteit in brede zin. constaterende dat: volgens het meest recente raadsbesluit (stuknummer 542085, raad 26 juni 2019 agendapunt 7) de definitie in ‘Artikel 1.

Begripsbepalingen’ van het mobiliteitsfonds luidt: ‘Mobiliteitsfonds: een gemeentelijke bestemmingsreserve waarvan de besteding wordt aangewend om het openbare parkeren in brede zin te accommoderen en verbeteren.’ spreekt uit dat: beide definities met elkaar in lijn dienen te zijn tussen beide stukken om verwarring te voorkomen en éénduidig beleid vast te stellen; er in nieuw beleid niet een ‘voorschot’ genomen moet worden op voornemens van het college; besluit: het eerste beslispunt van het concept-raadsbesluit ‘Parkeerverordening Hilversum 2023’ te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: De Parkeerverordening Hilversum 2023 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de ‘Parkeernota Hilversum 2017 – Sectie C Parkeerverordening’ en ‘Parkeerverordening 2018’, met dien verstande dat artikel 1 sub L wordt gewijzigd in: Mobiliteitsfonds: een gemeentelijke bestemmingsreserve waarvan de besteding wordt aangewend om het openbare parkeren in brede zin te accommoderen en verbeteren.” (Amendement A 23-164 van de VVD en Hart voor Hilversum)

HI20231115

15

Met motie M 23-159 van D66 en de SP, ‘Parkeerbeleid consequent doorvoeren’, is hij het niet eens. Om het mobiliteitsfonds aan te passen, zodat het geld daaruit aan te wenden is voor bijvoorbeeld deelfietsen, is voor hem een onterechte greep uit de kas doen. De heer VAN GRIEKEN meent dat de definitie van het mobiliteitsfonds uitgebreider is en meer ruimte biedt. In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit staan allerlei plannen waarvoor het mobiliteitsfonds is aangewend, die niet rechtstreeks terugslaan op parkeren, zoals deelmobiliteit. De heer FENNEMA wil dat wel incidenteel doen, maar niet structureel. Artikel 1 van het Mobiliteitsfonds vermeldt: “Mobiliteitsfonds: een gemeentelijke bestemmingsreserve van de besteding wordt aangewend om het openbare parkeren in brede zin te accommoderen en te verbeteren.” De heer VAN GRIEKEN leest vervolgens lid 2 van artikel 2 van het Mobiliteitsfonds voor: “Het mobiliteitsfonds heeft tot doel het parkeren in brede zin te accommoderen en de bereikbaarheid van de gemeente Hilversum te vergroten. Indien met plannen niet voldaan kan worden aan de gemeente opgelegde parkeereis kunnen burgemeester en wethouders…. Als aan de ontheffing een financiële verplichting is verbonden, vloeien de gelden in het mobiliteitsfonds.

Het saldo wordt aangewend voor het verbeteren van de openbare parkeersituatie, wat mede kan bestaan uit flankerende mobiliteitsmaatregelen.” Dan wordt de aanwending breder dan wat de heer Fennema heeft gezegd. De heer FENNEMA herhaalt dat in een verwijzing vanuit een ander stuk niet anders dan de door hem vermelde begripsbepaling kan worden gebruikt. Met het in motie M 23-159 voorgestelde om de besteding breder te trekken dan mobiliteit is hij het niet dus eens. Volgens de heer VAN GRIEKEN gebeurt dat al en is het ook veel logischer om gezien al het beleid dat ook breder te trekken. De heer FENNEMA begrijpt dan de aanpassing niet en wil de begripsbepaling zo laten. De heer LAHAISE gaat het erom dat een verordening moet kloppen en een burger moet snappen waaraan hij toe is, zodat hij amendement A 23-170 indient.

Amendement A 23-170, ‘Motorparkeren’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 15 november 2023, besprekende agendapunt 14 Parkeerverordening 2023, constaterende dat: - de Parkeerverordening 2023 mogelijk maakt dat voor een motorfiets een parkeervergunning wordt verleend alsmede voor een brommobiel — als uitbreiding van het begrip motorrijtuig; - het onderliggende parkeerbeleid niet voorziet in deze uitbreiding; - de populariteit van motorfietsen/-scooters en de brommobiel of micro car in al zijn variëteiten toeneemt; - de ruimte op straat in veel Hilversumse woonwijken daar niet op is berekend; - parkeervakken in de regel erg ruim bemeten zijn voor één brommobiel of motorfiets; - het niet de bedoeling kan zijn dat bewoners die voor hun werk van een auto afhankelijk zijn moeten concurreren met bezitters van voornoemde (voor de wet) motor- en overige voertuigen; overwegende dat: de Parkeerverordening de juridische kaders aangeeft voor het uitvoeren van het parkeerbeleid, waarmee ook burgers duidelijkheid wordt gegeven voor betaald parkeren; er in weerwil van artikel 10 RW 1990 (Reglement verkeersregels en -tekens) in Nederland geen eenduidige toepassing is van het verbod om motoren op de stoep te parkeren, noch voor voertuigen als de brommobiel, bromscooter en (elektrische) bakfiets, hoewel deze ook ruimte innemen; het kunnen innemen van een parkeervak op

straat door motoren en brommobielen niet uniform is en met deze verordening ook niet wordt, en dus tot verwarring en irritatie kan leiden; voorts overwegende dat: de vrije doorgang van trottoirs — zeker voor verkeersdeelnemers met een handicap — moet worden gewaarborgd; de gemiddelde motorbezitter er in de regel geen behoefte aan heeft zijn/haar kostbare bezit in een willekeurig parkeervak te plaatsen, zonder mogelijkheid om hem met een kettingslot ergens aan vast te zetten en eventueel met een hoes af te schermen; alternatieven gevonden kunnen worden voor motoren en overige gemotoriseerde voertuigen, zoals specifiek voor deze voertuigen gemarkeerde parkeervakken op de rijbaan of op brede stukken trottoir en pleintjes, zoals gebruikelijk in steeds meer Europese steden, besluit: HI20231115

16

het eerste beslispunt van het concept-raadsbesluit "Parkeerverordening Hilversum 2023" te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden: De Parkeerverordening Hilversum 2023 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Parkeernota Hilversum 2017 — Sectie C Parkeerverordening en Parkeerverordening 2018, met inachtneming van de volgende wijziging: b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; wordt gewijzigd in: b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 990, met uitzondering van motorfietsen zoals bedoeld in artikel 1 RVV 1990.” (Amendement A 23-170 van de PvdA, de VVD, het CDA en Hart voor Hilversum) Motie M 23-159 van D66 en de SP, ‘Parkeerbeleid consequent doorvoeren’, gaat volgens hem niet strikt over de Parkeerverordening en daarover wil hij in een schorsing nader met D66 en de VVD praten. De heer STREUTKER onderschrijft de verordening die een uitwerking is van eerder vastgesteld beleid. Met het vaststellen van de Parkeerverordening effectueert men ook veranderingen in het parkeerbeleid, wat heel veel burgers raakt. Daarom roept hij op ontwikkelingen de komende tijd te blijven volgen en vraagt hij de wethouder de komende tijd de raad daarin mee te nemen. Hij sluit zich aan bij het commentaar van de VVD over de begripsbepaling.

De heer VONK stelt vast dat parkeren emotie is en was tegen de invoering van het huidige parkeerbeleid. In plaats daarvan wil hij de wijkbewoners volgen in wat zij daarover vinden. Hij steunt amendement A 23-170 van de PvdA, de VVD, het CDA en Hart voor Hilversum en motie M 23-159 van D66 en de SP over een zo breed mogelijke inzet van gelden voor mobiliteit. De heer KOÇ is overtuigd van motie M 23-159 van D66 en de SP over een zo breed mogelijke inzet van gelden. Hij steunt het amendement A 23-170 van de PvdA, de VVD, het CDA en Hart voor Hilversum eveneens. Verder is het mogelijk om voor een deelauto twee parkeervergunningen in Hilversum te krijgen. Dat is een positieve ontwikkeling, maar hij attendeert daarbij op een fraudegevoelige situatie. Voorts staan er in Hilversum parkeermeters met onduidelijke of niet eenduidige teksten en dat punt vraagt hij met de uitvoering mee te nemen. De heer LAHAISE vraagt waar in de verordening de mogelijkheid staat om voor een deelauto twee parkeervergunningen te verkrijgen. De heer KOÇ kan zich bedenken hoe dat in de praktijk kan vorm krijgen. Het voorbeeld is uitgebreid in de commissievergadering besproken. De heer STREUTKER vindt het een fantastische ontwikkeling dat men voor één auto twee keer voor een parkeervergunning moet betalen, terwijl er door die ene auto sprake zal zijn van minder parkeeroverlast.

De heer KOÇ stelt dat een parkeervergunning altijd nog goedkoper is dan een dagtarief betalen. Misbruik van die parkeervergunningen is dus wel mogelijk, omdat men niet een bepaalde reden moet hebben om twee parkeervergunningen te verkrijgen. De heer STREUTKER ontkent dat sprake is van misbruik. De heer KOÇ vindt het wel misbruik omdat men met twee parkeervergunningen minder betaalt dan een dagtarief. Mevrouw REMMERS steunt amendement A 23-170 van de PvdA, de VVD, het CDA en Hart voor Hilversum, ‘Motorparkeren’. Zij snapt de redenering van de heer Van Grieken en hoopt dat mensen zonder auto in Hilversum hopelijk in hun mobiliteitsbehoefte gefaciliteerd worden. Dat in 2024 doen lijkt haar wat vroeg, ook omdat het mobiliteitsfonds voor de komende jaren is uitgenut. De VVD noemde dat een greep uit de kas, wat zij geen juiste benaming van een democratisch genomen raadsbesluit vindt. Zij wil bespreken wat er met de gelden uit het mobiliteitsfonds kan gebeuren en wil weten wanneer de wethouder daarover met de raad en de commissie de discussie aan wil gaan. De heer FENNEMA bevestigt dat een raadsbesluit nooit een greep uit de kas is, maar hij verweet de heer Van Grieken dat die met een voorgenomen aanpassing van dat fonds een greep uit de kas zal doen. HI20231115

17

De heer VAN GRIEKEN vraagt of GroenLinks motie M 23-159 steunt als hij die aanpast en daarin zegt per 1 januari 2025 een collegevoorstel tegemoet te willen zien waarin de definitie van het mobiliteitsfonds is aangepast zoals gewenst. Mevrouw REMMERS wil over het mobiliteitsfonds praten, maar neemt geen voorschot op een nadere invulling daarvan. Zij wil graag weten wanneer de wethouder daarover met de raad een zinvolle discussie kan voeren. De heer VAN GRIEKEN stelde voor dat het college in het eerste kwartaal van 2024 met een voorstel komt om de definitie van het mobiliteitsfonds zoals gewenst aan te passen. In de commissievergadering heeft de wethouder al aangegeven dat te willen doen. Mevrouw REMMERS vraagt wanneer de wethouder met een bespreekstuk zal komen en snapt de mobiliteitsbehoefte van Hilversummers zonder parkeerplek en auto. Zij zullen op een andere manier vervoerd willen worden. De heer VAN GRIEKEN vraagt wat de insteek van GroenLinks dan zal zijn en of zij zal pleiten voor verbrede mobiliteit. Mevrouw REMMERS ziet al in het mobiliteitsfonds staan dat dat in den breedte van alles kan faciliteren, zoals openbaar vervoer en fietsvoorzieningen. De heer LANCÉ zag fouten in het parkeerverordeningsdocument staan, welk document inmiddels is aangepast. De ingediende amendementen steunt hij, maar de motie niet.

De heer HELLER (wethouder) verwijst naar artikel 1 onder j van de Parkeerverordening, waarin de mogelijkheid staat dat een natuurlijke persoon een vergunning aanvraagt op grond van een overeenkomst. Als een Hilversumse inwoner een auto date met iemand uit Utrecht, waarbij de date in Utrecht een parkeervergunning verleend heeft gekregen, dan kan de Hilversumse bewoner een parkeervergunning voor de gemeente Hilversum aanvragen. Het risico op misbruik schat hij als klein en acceptabel in. Amendement A 23-164 van de VVD en Hart voor Hilversum, ‘Gebruik de juiste definitie’ ziet hij in samenhang met motie M 23-159 van D66 en de SP, ‘Parkeerbeleid consequent doorvoeren’. De raad heeft bij het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit besloten over het breder aanwenden van het mobiliteitsfonds. Met die besluitvorming is dat fonds over twee, drie jaar vrijwel uitgeput, waarna nog € 200.000,- resteert, welk bedrag à fonds perdu beschikbaar is. De omschrijving van het mobiliteitsfonds in de huidige Parkeerverordening loopt vooruit op een bredere besteding van gelden. In die zin merkt amendement A 23-164 terecht op dat dat niet klopt. Die begripsomschrijving moet overeenkomen met de begripsomschrijving van de Verordening op het mobiliteitsfonds uit 2019. Daarom constateert hij dat dat amendement correct is en beveelt hij aan om dat aan te nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=9ec221f5-59d2-49a4-963f-e6a48d1f9595