CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten d.d. 28 juni 2023

COMMISSIE Ruimtelijke Ordening en Projecten 28 juni 2023, gemeente Hilversum10.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Projecten 28 juni 2023

1

Index verslag vergadering raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Projecten Woensdag 28 juni 2023 Algemeen 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

Mededelingen van de voorzitter

3

3.

Inspreker over de heropening van het tankstation Bodemanstraat/Loosdrechtseweg

3

4.

Mededelingen en toezeggingen van wethouders Walters en Scheepers (inclusief de vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda en mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Beeldvorming Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie

5

5.

Oordeelsvorming Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie

15

2

RAADSCOMMISSIE RUIMTELIJKE ORDENING EN PROJECTEN WOENSDAG 28 JUNI 2023 Locatie: raadzaal Voorzitter: H.H. Fennema Griffier: mw. W.G.J. Drenth Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: C. Jansson; D66: R.H. van Grieken; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde T. Hekkelman; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong en D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: --. College: mw. K.J. Walters, wethouder. 1. Vaststellen agenda De voorzitter opent de commissievergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter De voorzitter: doet mededeling van verhindering van BVNL. 3.

Inspreker over de heropening van het tankstation Bodemanstraat/Loosdrechtseweg De heer Hogenbirk (inspreker namens bewoners die zich hebben verenigd inTinQaboutthefuture): - maakt zich zorgen over de leefbaarheid van de buurt, het Rode Dorp in Hilversum en of dat straks nog veilig, leefbaar en duurzaam zal zijn; - las half mei in de krant dat het tankstation aan de Loosdrechtseweg, dat al tweeënhalf jaar niet meer in gebruik was, midden in een woonwijk een nieuwe uitbater zou krijgen en op een plek waarbinnen een straal van twee kilometer al tien benzinepompen te vinden zijn; - heeft een petitie tegen de benzinepomp georganiseerd die 383 maal is ondertekend en overhandigt die aan de voorzitter; - vertelt moeite te hebben met het tankstation vanwege de geur van benzine in de voortuin, neonreclame, herrie en hinder van lossende tankwagens en het continue gevoel van onveiligheid vanwege de mogelijke uitbraak van brand; - wijst erop dat de buurt kampt met een chronisch tekort aan parkeerplekken, welk probleem het afgelopen jaar nog sterk is toegenomen vanwege de komst van een Albert Heijn in de Bodemanstraat; daarnaast is de Loosdrechtseweg sinds kort de grens van de zone waar betaald parkeren geldt, waardoor de buurt wordt overspoeld met mensen die verderop moeten zijn, maar in de Loosdrechtseweg hun auto neerzetten; - verwacht nog meer extra parkeerders vanwege een pakketdienst

bij de nieuwe pomp; - noemt de verkeerssituatie rondom de benzinepomp onoverzichtelijk op het punt waar de Bodemanstraat de Taludweg en de Loosdrechtseweg kruist; precies op dat punt komt de goedkoopste Tinq van de buurt; - weet dat Hilversum groen wil zijn en verduurzamen, maar de gemeente staat het toe dat een benzinepomp wordt geopend op een onoverzichtelijke plek; - verwacht een chaos, ook vanwege eenrichtingsverkeer in de Bodemanstraat waar veel mensen zich niet aan houden; - vraagt zich af hoe een nieuwe pomp past in een stad die zich duurzaam noemt en de verkeersstroom wil verbeteren; - vraagt zich ook af of een huurcontract met Tinq binnen de visie van de stad past;

3

-

wil weten hoe de gemeente zorgt dat de buurt leefbaar blijft ondanks de komst van Tinq en hoe de parkeerdruk en de onveilige verkeerssituatie worden aangepast; stelt dat de pomp indruist tegen de visie op Hilversum; verzoekt de gemeente te bemiddelen tussen buurtbewoners, de winkeleigenaar en Tinq om tot concrete afspraken te komen; adviseert de commissie een beleidsmatige prioritering te maken van tankstations die opgedoekt kunnen worden en tankstations die kunnen blijven.

Het CDA: - heeft begrepen dat er afspraken zijn gemaakt over het niet meer openen van de benzinepomp; de buurt stelt dat er eerder gesprekken daarover zijn geweest; de heer Hogenbirk ontkent dat daar afspraken over zijn gemaakt. GroenLinks: - vraagt waarom Tinq en de winkeluitbater niet met de buurt in gesprek willen gaan; de heer Hogenbirk stelt dat de winkeluitbater buurbewoners van zijn erf wil en Tinq via de krant heeft laten weten niet met de buurtbewoners te willen overleggen. De ChristenUnie: - vraagt of bewoners tijdens de leegstand afgelopen twee jaar stappen hebben ondernomen; de heer Hogenbirk heeft dat niet gedaan en heeft daar nu spijt van; de vergunningaanvraag is niet vernieuwd, zodat er ook geen mogelijkheid was om te reageren op een nieuwe aanvraag. Het CDA: - wil weten of de gestelde vragen aan de wethouder of de raad gericht zijn; de heer Hogenbirk heeft vanmiddag gesproken met de wethouder die zei dat er een vliegende brigade zou komen voor de verkeerssituatie; de buurt heeft gezegd zo vaak mogelijk klachten in te dienen.

Wethouder Walters: - snapt het gevoel van het team van TinQaboutthefuture, maar de pomp staat in het bestemmingsplan; de eigenaar heeft rechten en mag steunen op het bestemmingsplan; de vliegende brigade zal kijken naar de verkeerssituatie; misschien valt nog iets aan de onoverzichtelijkheid te verbeteren; met Tinq zal worden besproken hoe het veilig en leefbaar blijft; - weet dat een vergunning is aangevraagd voor een reclamezuil en daartegen kunnen bewoners bezwaar maken; - zal Tinq aanraden om wel met bewoners contact op te nemen. Tweede termijn inspreker De heer Hogenbirk: - verbaast het dat is aangegeven dat wat er staat kan blijven; er is op den duur namelijk minder benzine nodig; het huurcontract stamt uit 1957 en is in 66 jaar tijd niet gewijzigd; - ziet dat het perceel anders is dan waarop de pomp staat; - wil het huurcontract zo snel mogelijk laten ontbinden. Wethouder Walters: - kijkt ook nog naar het oude huurcontract, maar een gemeente kan niet enerzijds een bestemmingsplan hebben dat iets mogelijk maakt en anderzijds privaatrechtelijk actie daartegen ondernemen. - stelt dat het bestemmingsplan aangepast kan worden, waarbij men dan ook bereid moet zijn planschade te nemen; - deelt mee dat de schriftelijke vragen van het CDA over het onderwerp dinsdag 4 juli a.s. door het college zullen worden behandeld. De voorzitter:

4

-

neemt de petitie van TinQaboutthefuture met 383 handtekeningen in ontvangst.

Mededelingen en toezeggingen wethouders Walters en Scheepers (inclusief de vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda en mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Er zijn geen mededelingen. 4. Beeldvorming Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson;; D66: R.H. van Grieken en mw. B. van Hattum; VVD: T. Hekkelman en H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong en D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter; PvdA: mw. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: --. College: mw. K.J. Walters, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: E. Bakker en hr. Beuving. De voorzitter: gaat het erom hoe het college de 93 ingediende zienswijzen heeft verwerkt; roept de commissie op dat het vanavond gaat over de wijze van verwerking van deze zienswijzen in zienswijzennota. heeft de intentie de vergadering vanavond af te ronden; de PvdA wil naast zienswijzen ook bijlage D meenemen, de geconcretiseerde doelen, het toetsingskader, de uitwerking van de ruimtelijke kwaliteit en de aanzet voor de gebiedsagenda’s; de voorzitter geeft aan dat over alle vergaderstukken van dit onderwerp gesproken kan worden.

Insprekers Mevrouw Ammerlaan (initiatiefneemster Platform elektromagnetische velden) is een betrokken burger als het gaat om een gezonde fysieke en digitale leefomgeving; ziet een enorme discrepantie tussen wat men denkt dat een gezonde leefomgeving is en wat men werkelijk creëert; vraagt wat commissieleden weten van elektromagnetische velden en straling; die vraagt beantwoordt zij door toe te lichten dat het hoogspanningsmasten zijn, laagfrequente stralingsvelden; wijst ook op hoogfrequentie stralingsvelden van zendmasten en wifi-routers en de gevaren en risico’s die zij veroorzaken; memoreert dat wetenschappers hebben opgeroepen tot niet meer uitrollen van deze masten, wat echter gewoon doorgaat, ondanks voldoende aannemelijk bewijs dat bij de huidige frequenties al schadelijke biologische effecten op mens en natuur teweeg kunnen worden gebracht; wil die radiofrequenties van zendmasten en wifi-routers serieus laten nemen; beschrijft daarvoor specifiek voor omgevingsvisies vier gebieden van negatieve impact die de toenemende digitalisering met zich meebrengen: 1. de fysieke en mentale gezondheid van mensen: duurzaamheid; 2. schade aan natuur en biodiversiteit; 3. duurzaamheid; 4.

privacyaspecten; gaat het om de digitalisering en alles dat zich in het publieke domein bevindt, waarvan men denkt dat het meer smart moet: van camera’s in lantaarnpalen voor het monitoren van mobiliteit en veiligheid tot gebouwen en publieke buitenruimtes nog smarter maken, bijvoorbeeld voor energie; wijst op de markt voor slimme devices, de domoticamarkt, die een verdubbeling kent t.o.v. 2020; deze devices zenden ook straling uit; concludeert dat meer datagebruik inherent is aan hogere frequenties; hierdoor worden mensen nog meer aan hogere straling blootgesteld;

5

-

-

-

verzekert dat de telecomindustrie geen onderzoek doet naar de veiligheid en zich baseert op normen opgesteld in 1998; het is een blootstellingsrichtlijn en geen veiligheidspredicaat; dat is een politieke keuze; kinderen worden daardoor onevenredig getroffen en absorberen sneller straling dan volwassenen; maakt zich zorgen over het ontbreken van een veilig antennebeleid, waardoor in Anna’s Hoeve al 349 kinderen met een leeftijd tussen 1 en 13 jaar het risico lopen om over vijf tot tien jaar de rekening te zullen betalen met hun gezondheid, omdat de gemeente geen rekening houdt met bestaande onderzoeken en een vergunning aan Vodafone heeft verleend voor een 39 meter hoge mast, wat zij bedoelt met wat de gemeente wenst en krijgt; verzoekt de commissie naar het voorstel te kijken en dat serieus te nemen.

De heer Oostra (indiener zienswijze 74): is zelfstandig veranderbegeleider in Hilversum; heeft zienswijze 74 ingediend en zag dat het college conclusies trekt die diametraal tegengesteld zijn aan zijn bedoelingen; adviseert de commissie de inputcriteria te veranderen in outputcriteria, waarmee hij veel ervaring heeft in het bedrijfsleven en bij de overheid; hij staat in dezen ter beschikking van de commissie. De heer Olde (indiener zienswijze 84): was deel van de klankbordgroep en reflecteert nu op het proces, waarbij hij ook op de inhoud ingaat; werd moedeloos van het proces om te komen tot de omgevingsvisie; roept op zaken concreter en ambitieuzer te maken; Hilversum koestert men niet door zaken uit te stellen; raadt aan vast te leggen hoe de visie moet gaan luiden en wat die moet realiseren; men moet daartoe doelen stellen; is het meest teleurgesteld in hoofdstuk 5, waarin een startnotitie participatiebeleid in 2024 wordt aangekondigd; dat is een vooruitgang, maar hij vindt dat de raad die startnotitie onderdeel van de omgevingsvisie moet maken; stelt dat de visie veel verder moet gaan dan invulling geven aan het participatiebeleid, namelijk aan beleid om op een nieuwe manier invulling te geven aan het vormen van een gemeenschap en de samenleving; dat vraagt meer dan alleen participatiebeleid; lijkt het opnemen van een uitgekristalliseerd samenlevingsbeleid of

participatiebeleid dit jaar helaas een gepasseerd station voor de omgevingsvisie, maar hij wil alsnog in de omgevingsvisie benoemen dat die verder gaat dan alleen participatie van bewoners; is van mening dat de omgevingsvisie het document van de raad moet zijn, zijn visie op de omgeving; waarin kan worden vastgelegd hoe de verhouding tussen de inwoners en de omgeving wordt gezien en hoe men daar moet komen, omdat dat niet vanzelf zal gebeuren; Democraten Hilversum: vraagt welke oplossingsrichtingen mevrouw Ammerlaan ziet; mevrouw Ammerlaan is als bewonersplatform ook landelijk en met raadsleden uit andere gemeenten actief met een aantal voorzorgsprincipes in het antennebeleid; er is de mogelijkheid de vergunningplichtige en nietvergunningplichtige antennes te benoemen; zij wil dat gemeenten de regie terugpakken en daartoe kan er beleid komen; aanbevelingen staan in het visiedocument dat zij de gemeente heeft doen toekomen; zij raadt aan dat te lezen. De SP: vraagt de heer Oostra de outputcriteria toe te lichten; de heer Oostra gaat het erom dat de Hilversummer het vertrouwen moet kunnen hebben dat bijvoorbeeld ingeademde lucht niet slechter is dan lucht op de hei. De PvdA:

6

-

vraagt de heer Oostra de outputcriteria in het kader van participatie toe te lichten; de heer Oostra gaat zich daaraan niet wagen; gremia die daarin adviseren steken daar ook werk in en daar komt wat uit; hij verwijst naar voorbeelden uit zijn ingediende stuk.

Het CDA: vraagt of outputcriteria leiden tot minder rechtszaken; de heer Oostra lijkt het wettelijke kader waarover rechtszaken gevoerd worden een minimaal kader; hij verwacht dat men ambitieuzer is dan dat, ook omdat een omgevingsvisie de intentie heeft om dingen te veranderen; als men ambitieus en creatief is in het formulieren van criteria, als men kijkt naar wat mensen echt beweegt is er niet zo snel sprake van welles-nietes; in de praktijk blijken dan dingen die op het oog met elkaar botsen compatibel te zijn; daarin zit een win-winmogelijkheid wil weten of men bij formuleren van doelstellingen in een ambitie daaraan kan worden gehouden; de heer Oostra bevestigt dat en wil dat ook; is benieuwd of outputcriteria leiden tot een veel meer gedragen geheel en minder strubbelingen met de overheid; de heer Oostra beantwoordt die vraag bevestigend; GroenLinks: - is benieuwd welke outputcriteria mevrouw Ammerlaan wil laten formuleren bij stralingsbronnen; mevrouw Ammerlaan vindt het belangrijk bewust om te gaan met waar men antennes wil hebben; het gaat om veilige communicatie; aanbevelingen uit Amerikaans onderzoek kan zij de commissie toesturen; het is haar intentie om met gemeenten samen te werken om wat men allemaal kan doen om zaken beter te maken te helpen doorvoeren.

Mevrouw Van Velzen (indienster zienswijze 58): gaat in op houtstookoverlast; heeft geconstateerd dat op dit punt nog niets geregeld is, terwijl veel mensen daarvan last hebben, met name in de winter; constateert dat er geen stookalert is en de gemeente niet is aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord; heeft ingesproken op 23 november 2022 bij de commissie Duurzaamheid en Bereikbaarheid, waarbij zij heeft geconstateerd dat het onderwerp niet echt leeft; heeft op 12 januari 2023 een brandbrief naar college en raad gestuurd, waarop is geantwoord dat men zich over het onderwerp zou buigen; heeft daarop een tweede brandbrief gestuurd en is op 2 juni jl.

uitgenodigd bij wethouder Heller en een beleidsmedewerkster; de wethouder zag in dat houtstook gezondheidsproblemen oplevert; wijst op veel organisaties die haar mening delen, zoals het RIVM, TNO en Universiteit Utrecht; hoorde dat er flyers zijn uitgedeeld en posters zijn gemaakt; er is ook een werkgroep geïntroduceerd; de gemeente heeft zich nu ook aangemeld bij het Schone Lucht Akkoord; vraagt wat de gemeente nu verder gaat doen, gezien de mogelijke middelen om maatregelen te treffen in de omgevingsvisie en het omgevingsplan; stelt dat het Schone Lucht Akkoord veel handvatten biedt, zoals het Stookalert; wijst op hoge concentraties ultrafijnstof in huiskamers met houtkachels, zodat die niet goed zijn voor de gezondheid; vastgesteld is dat deze fijnstof drie maal zoveel is dan als die houtkachel niet aan staat; hoopt dat de gemeente op basis van omgevingsvisie en -plan beleid gaat maken en heeft daartoe pro deo haar hulp aangeboden. De heer De Jong (indiener zienswijze 40): is bestuurslid bij bewonersvereniging De Groene Meren; heeft een zienswijze met zes onderwerpen ingediend, o.a. over hoogbouw en het Rondje Hilversum; hoopt dat het college die zienswijze, waarin veel werk is gestoken, zal oppakken;

7

-

-

-

heeft vanuit alle zienswijzen een roep gezien om integrale heldere kaders te stellen, die ook houvast voor bewoners bieden; constateert dat in de zienswijzennota keuzes voor toetsbare kaders worden doorgeschoven naar de periode na de vaststelling van de omgevingsvisie of om bestaande kaders in te voegen om huidig beleid te kunnen voortzetten, wat volgens hem niet de bedoeling is van de omgevingsvisie; herinnert aan de structuurvisie, waarnaar is verwezen in de omgevingsvisie; er is een dorps karakter gewenst waarover een uitspraak is gedaan dat van stellingen in de Structuurvisie 2030 in de praktijk geen gebruik gemaakt wordt; die beloften helpen niet zonder die vast te leggen; stelt dat bovendien veel zienswijzen hebben gevraagd om grenzen aan hoogbouw; vraagt aandacht voor grenzen aan hoogbouw, vooral aan de randen van Hilversum; geen enkele zienswijze gaat daar tegenin; verzoekt het gemeentebestuur het Rondje Hilversum buiten Hilversum af te maken, wat niet in de plannen staat; ziet in veel gevallen duidelijke input terugkomen na het horen van mensen; toch worden zaken in de zienswijzennota doorgeschoven, terwijl er een duidelijke roep is om concrete kaders; MER-rapporten ondersteunen ook veel zienswijzen; verzoekt meer recht te doen aan wat is ingesproken door mensen.

De heer Triebels (actief in de wijk 1221): wil een betere balans tussen stenen en groen; vindt groen belangrijk voor biodiversiteit, klimaat, gezondheid en de leefomgeving; gaat het in de stad om sociaal groen voor ontmoeten en bewegen; wil meer visie in versteende buurten; de omgevingsvisie lijkt vast te houden aan de status quo; stelt dat een hogere inwonerdichtheid om meer groene ruimte vraagt; die relatie wordt losgelaten in de omgevingsvisie of ontkend; het gaat alleen nog maar om de grondoppervlakte van een buurt en het percentage groen daarvan; rode buurten blijven in belangrijke mate rood; vindt het onnavolgbaar waarom de ene buurt meer groen moet krijgen ten opzichte van de andere; doet een dringend appel om tot een betere normering voor groen te komen, waarom bewoners hebben gevraagd. De heer Heuser (indiener zienswijze 71): heeft als betrokken burger meerdere zienswijzen ingediend, o.a.

over openbaar groen; wil ten minste een hoeveelheid openbaar groen per woning realiseren, bijvoorbeeld 25 m² per woning meer; het antwoord daarop is een verwijzing naar de beantwoording van zienswijze 66, hoofdstuk 3 van de zienswijzennota, waarin is voorgesteld de streefpercentages uit het programma Groen op te nemen; “Een enkelvoudig getal per woning doet ons inziens geen recht aan de verschillen tussen de wijken van Hilversum”; hij vraagt zich af waar ‘ons inziens’ vandaan komt; vraagt zich af waarom een gemiddeldenorm van groen voor heel Hilversum geen goed idee zou zijn; dat laat de mogelijkheid open om in de ene wijk minder te realiseren en in de andere wijk meer; stelt vast dat de beperkte openbare ruimte niet naar openbaar groen mag gaan; ziet alle zienswijzen genegeerd worden, wat hij schandalig vindt; heeft respect voor de inzet van commissie- en raadsleden voor de democratie; de zienswijzennota bevat echter alleen goede bedoelingen voor later; er zijn veel mooie woorden en veel complimenten, maar het is niet de bedoeling plannen voor de voeten te lopen; vraagt wie belang heeft bij het doorzetten van beleid, waar de samenleving niet achter staat; wil minimumeisen laten vastleggen en de raad in positie brengen. De SP:

8

-

vraagt welk ander getal om groen toe te voegen een goed voorstel zou zijn; de heer Heuser wil in elk geval het openbaar groen niet minder laten worden dan het nu is; ook kan men een getal kiezen waartegen men nooit nee zou kunnen zeggen.

GroenLinks: - vraagt of output bij openbaar groen essentieel is in plaats van een getal; de heer Heuser zou het bevreemden dat een raadslid geen inspanningsverplichting doet; men zou moeten durven een getal op te nemen dat men kan monitoren, zodat men zich kan meten met andere gemeenten. De ChristenUnie: is blij met de toezegging van de wethouder om mee te doen aan het Schone Lucht Akkoord en wat er nog meer moet gebeuren in de omgevingsvisie; mevrouw Van Velzen stelt dat men in de omgevingsvisie iets kan opnemen tegen houtstookoverlast en de mogelijkheden die de omgevingsvisie biedt om die aan te pakken; men kan ook naar een omgevingsplan verwijzen; de Omgevingswet biedt ook mogelijkheden om maatregelen te treffen, via de omgevingsvisie en het omgevingsplan; het Schone Lucht Akkoord geeft aan wat men allemaal kan bewerkstelligen; vraagt wat mevrouw Van Velzen nog mist in de omgevingsvisie; mevrouw Van Velzen mist maatregelen en beleid en de aankondiging om in een omgevingsplan uit te werken hoe men houtstookoverlast gaat aanpakken. GroenLinks: weet dat er in het derde kwartaal een actieplan luchtkwaliteit komt, waarbij ook het Schone Lucht Akkoord zal worden besproken. Mevrouw Mulder (indienster zienswijze 54): verzoekt de commissie om in de omgevingsvisie aan te sluiten op artikel 6.6.

van de provinciale verordening over schuilgelegenheden voor dieren, met daarbij de toezegging dat in de definitieve omgevingsvisie de tekst uit de provinciale verordening wordt opgenomen, de Omgevingsverordening 2020 van Noord-Holland; is zelf werkzaam als beleidsadviseur bij de gemeente Zaanstad, die ook aan een omgevingsvisie werkt en was de afgelopen vier jaar volksvertegenwoordiger van waterschap Amstel, Gooi en Vecht; maakt zich zorgen over de concreetheid van de gedane toezegging door de gemeente Hilversum; de provinciale verordening biedt wel een mogelijkheid voor het bouwen van een schuilstal in landelijk gebied, maar toont daarmee geen ambities; schuilgelegenheden gaan verder dan stallen en gaan verder dan alleen een bouwwerk; voor het besluit tot het bouwen van een bouwwerk vindt een belangenafweging plaats waarbij mogelijk wordt besloten om het bouwwerk niet toe te staan; artikel 6.6 ‘schuilstallen’ is een kan-bepaling voor bouwwerken; op grond van jurisprudentie is het nu al mogelijk om tijdelijke en verrijdbare objecten voor weidedieren te plaatsen; dierhouders kunnen actief geattendeerd worden op deze mogelijkheid door proactieve communicatie aan burgers; weet dat met support vanuit het ministerie van LNV studenten van de Wageningen Universiteit een handreiking Beschutting voor weidedieren hebben opgesteld, bedoeld om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen

van beleid, waarbij rekening is gehouden met diersoorten en landschappen; verzoekt de gemeente met klem daaraan aandacht te besteden en notie te nemen van de gedeelde informatie hierover op het kennisplatform Diervizier, opgericht door en voor gemeenten die ambities hebben op het dossier dierenwelzijn; wijst erop dat te wegen belangen zijn ruimtelijke inrichting van het buitengebied en dierenwelzijn; kan er niet omheen dat dierenwelzijn door voortschrijdend inzicht en publieke druk een steeds zwaarder gewicht krijgt; het belang van dieren komt steeds meer onder druk te staan door klimaat; nieuwe inzichten vragen van de overheid om belangen opnieuw tegen elkaar af te

9

-

-

wegen en tot nieuwe besluiten te komen; de grootste oorzaak van achteruitgang van weidevogels zijn door lage grondwaterstanden en een soortenarm landbouwbeleid; gaat nader in op de belangenafweging, omdat zij in de zienswijzennota enthousiasme las over zienswijze 74, om niet te focussen op het beslechten van strijdige belangen, maar ruimte te bieden voor creativiteit en oplossingen, die de belangen verenigen; win-wins die op breed draagvlak kunnen rekenen; wil ook ambities uitspreken, waarbij ook andere belangen dan mensenbelangen moeten prevaleren; vraagt aandacht voor dieren en raadt aan concrete ambities op te nemen in de omgevingsvisie over schuilgelegenheden voor dieren en niet alleen aan te sluiten op een kan-bepaling uit de gemeentelijke verordening.

De heer Weening (indiener zienswijze 18): ziet een patroon van vooruitschuiven van beslissingen, wat enorme gevolgen kan hebben; stelt dat na jaren van participatie van de opbrengst daarvan maar weinig is terug te vinden; de participatieopbrengst is niet vastgesteld; vindt het naïef om te denken dat het achterwege laten van kaders zich later wel zal oplossen; stelt vast dat een laat maar waaienvisie op tafel ligt; is benieuwd waar de Hilversumse gedachte is gebleven; meent dat oplossingen nooit vanzelf komen, maar problemen dat wel doen. Mevrouw Vogelzang: merkt op dat de samenleving voor gigantische opgaven staat: klimaat, stikstof, biodiversiteit, energietransitie, huisvesting vluchtelingen, racisme, zorg, voedsel en grondstoffen, drinkwater, enz.; transities met grote impact op allen en adequate antwoorden daarop vinden is lastig voor de politiek; er is veel te beslissen in korte tijd; stelt vast dat hoofdstuk 5 gaat over participatie, waarbij in de zienswijzennota is verwezen naar de uitvoeringsagenda lokale inclusie, waaruit zij citeert: “Bij inspraak en beleidsparticipatie voor de gebiedsplannen en bij grote herontwikkeling in de stad is het vanuit het aspect inclusie het streven dat alle groepen binnen de samenleving zich vertegenwoordigd weten.

We nodigen voor dit doel uitdrukkelijk vanaf de ontwerpfase relevante organisaties uit om input te leveren”; juicht meer inclusie en meerstemmigheid toe, maar is toch niet heel enthousiast over dit voorstel; het impliceert dat relevante organisaties worden uitgenodigd als de gemeente dit noodzakelijk en passend vindt, maar hoe beoordeelt de gemeente dat en hoe voorkomt men dat men die groepen uit; vraagt of de commissie het met haar eens is dat burgerparticipatie het best tot zijn recht komt indien dit wordt uitgevoerd met betrokkenheid van alle Hilversummers; noemt het Groninger participatiewerkboek een prachtige handleiding om diverse manieren van participatie te organiseren; mist het burgerberaad, omdat het belangrijk is om de kennis en creativiteit van inwoners aan te boren en hen actief te betrekken bij het ontwikkelen van beleid en een burgerberaad kan daartoe heel goed worden ingezet; legt uit dat een burgerberaad bestaat uit een groep mensen die een afspiegeling is van de samenleving; een groep van 50 tot 100 willekeurige gelote inwoners, een soort miniHilversum, laat zich breed informeren door experts, gaat in dialoog en niet in debat en doet vervolgens aanbevelingen waarover alle deelnemers hebben gestemd, welke aanbevelingen de gemeente meteen kan gebruiken om tot een besluit te komen.

vervolgt dat een burgerberaad partijoverstijgend is en een oplossing voor moeilijke onderwerpen; het geeft ambtenaren en beleidsmakers grote legitimiteit om meer en moeilijker keuzes beter te maken voor de langere termijn; het levert collectief tot stand gekomen aanbevelingen op voor het algemeen belang; geeft voorts aan dat een burgerberaad leidt tot betere beleidsresultaten, omdat overleg leidt tot overwogen openbare zienswijze in plaats van openbare meningen;

10

-

-

-

brengt voorts naar voren dat een burgerberaad het vertrouwen van het publiek in de gemeente vergroot door burgers een belangrijke rol te geven; een burgerberaad bevordert ook meerstemmigheid, diversiteit, inclusie en draagvlak; ziet uit de uit zienswijzen naar voren komen de roep om aandacht voor ondervertegenwoordiging van groepen mensen die niet eenvoudig te bereiken zijn; door de loting van deelnemers aan een burgerberaad bereik je meer verschillende mensen; mensen die denken dat hun ideeën niet van toegevoegde waarde zijn krijgen het gevoel dat ze ertoe doen; daarvoor is het belangrijk dat mensen worden benaderd op een manier die bij hen past, bijvoorbeeld in de juiste taal met picto's en niet alleen online en via huis aan huisbladen, zoals in de afgelopen participatierondes is gedaan, dat je tijdens het traject ook voorzieningen aanbiedt om mensen de mogelijkheid te geven om te daadwerkelijk mee te doen; noemt als randvoorwaarden voor een burgerberaad: de gemeente vertrouwt haar burgers; de gemeente maakt vooraf duidelijk wat er achteraf met de uitkomst gebeurt; de gemeente regelt budget en tijd; de gemeente zorgt dat iedereen aan boord is en blijft; laat weten dat er steeds meer ervaring wordt opgedaan met burgerberaden in Europa, maar ook in Nederland; zo wordt in Utrecht dit jaar een burgerberaad georganiseerd over het vieren van de jaarwisseling; verzoekt de gemeente

het participatiebeleid met een burgerberaad uit te breiden.

Mevrouw Koster (indienster van zienswijze 66 namens HOP2040): beaamt het gestelde door de PvdA aan het begin van de vergadering dat het gaat om een zienswijzennota inclusief alle bijlagen, waarover de raad besluit; vertegenwoordigt 39 inwonersorganisaties; stelt vast dat aandacht is geschonken aan 177 zienswijzen, ingediend door inwoners en organisaties; vindt het goed om te lezen dat eindelijk erkend wordt dat er toetsbare normen moeten worden opgenomen wil de ontwerp-omgevingsvisie bruikbaar zijn voor allen; roept op toetsbare kaders nu zorgvuldig op te stellen; te gemakkelijk wordt het invoegen van delen van bestaand beleid voorgesteld of aangegeven dat kaderstelling naar de gebiedsagenda’s doorgeschoven moet worden; dat is echter niet hoe een omgevingsvisie eruit moet zien; vindt dat een omgevingsvisie gedegen moet zijn, waarbij integraliteit vereist is en waarin toetsbare normeringen opgenomen moeten zijn om daarmee tot nadere uitwerking te kunnen komen; noemt bestuurders die niet willen kiezen en geen risico willen lopen een risico (citaat uit een VNG-rapport); bestuurders gaan er voor het gemak van uit dat met een slimme mix van meervoudig ruimtegebruik, innovatieve technologie en saamhorigheid aan alle afspraken, wensen en dromen tegemoet te komen is; dat is zelden het geval; keuzes zijn onontkoombaar en soms pijnlijk; voor een deel volgen die keuzen uit wettelijke

opgaven of een participatieproces dat eensgezindheid naar boven brengt; vaker is het een lastige opgave voor bestuurders waarbij niet kan worden ontkomen aan het teleurstellen van het aantal betrokkenen, inclusief henzelf.; stelt dat moed en lef nodig zijn; ziet dat het college kritiek op de ontwerp-omgevingsvisie op pagina 11 wijt aan het door de raad gewenste ongekaderde Participatietraject; het college zelf heeft echter verzuimd om fase één van het plan van aanpak uit te voeren, het verkennen en vaststellen van de belangrijkste thema 's voor de participatiefase in fase twee; voor het participatietraject is dat achteraf gelukkig geen bottleneck gebleken; de samenleving is met een representatieve opbrengst eensgezind en helder genoeg geweest om op basis daarvan kaders te kunnen vaststellen; constateert dat het college kaderstelling zelf heeft doorgeschoven naar gebiedsagenda’s, pas nadat de omgevingsvisie is vastgesteld; is van mening dat het opstellen van gebiedsagenda 's niet ongecodeerd kan plaatsvinden, omdat integraliteit is vereist;

11

-

-

-

-

vervolgt dat het dan ook niet zo kan zijn dat het college zelf dan maar de kaders gaat. opstellen; stelt dat het de taak van de raad is om vooraf toetsbare kaders te stellen die noodzakelijk zijn om de gebiedsagenda’s te kunnen vormgeven; vraagt de commissie dan ook met klem en om het komen tot een gedragen omgevingsvisie. zorgvuldig aan te pakken: ga met elkaar in gesprek over welke toetsbare kaders noodzakelijk zijn en welke waarden daarbij gesteld moeten worden; laat de afgelopen jaren niet een tevergeefs traject zijn geweest, wat eindigt in een niet hanteerbare omgevingsvisie; blijf niet hangen in eindeloze opsomming van goede bedoelingen, zonder houvast voor de raad en de samenleving; neem tijd en investeer om de raad zorgvuldig de benodigde invulling aan het ontwerp te geven waar de samenleving behoefte aan en recht op heeft; weet ook dat een omgevingsvisie niet in beton is gegoten, maar alle wijzigingen daarop moeten dan altijd het gevolg zijn van gezamenlijke afwegingen en te herleiden zijn naar eerdere vastgestelde normeringen waarom het nu gaat; heeft in de afgelopen periode uit haar achterban vaak gehoord dat het vertrouwen in dit college ontbreekt; er was teleurstelling over het negeren van belangrijke conclusies uit het participatietraject, maar ook over het niet overnemen van goed gemotiveerde adviezen uit de rapporten; merkt op dat er afstand is gecreëerd tot de

inwoners, met name over de grootste lokale coalitiepartij is aangegeven dat niet thuis gegeven wordt in het traject van de omgevingsvisie, wat verontrustend is, want juist bij het vervolg na vaststelling van de omgevingsvisie hebben gemeentebestuur en inwoners elkaar hard nodig; citeert uit het verkiezingsprogramma van de grootste coalitiepartij: “Want de gemeente is er voor de inwoners en niet andersom.” citeert de burgemeester uit een interview die zei: “En wij als bestuurders zijn er voor de mensen.” vraagt om met elkaar het juiste besluit te nemen vanavond: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

De SP: vraagt of mevrouw Vogelzang het idee heeft dat het college niet de goede partners uitnodigt; mevrouw Vogelzang meent dat een gemeente nooit goed op de hoogte is wie belanghebbende kan zijn, waardoor loting meer soelaas biedt. De VVD: vraagt wat HOP2040 het juiste besluit vindt; mevrouw Koster stelt dat de visie moet worden aangevuld met concreet toetsbare normen vanuit de participatie; men moet vooraf kaders stellen; een visie is pas een visie als er toetsbare kaders zijn; er ligt een ontwerpomgevingsvisie; als de raad die zienswijzennota op 19 juli vaststelt is dat de omgevingsvisie die na de zomer door de raad wordt besproken. Het CDA: vraagt of mevrouw Koster bedoelt opnieuw te beginnen; mevrouw Koster stelt dat de zienswijzennota niet naar de raad kan, er moeten eerst kaders komen, daarna kan een omgevingsvisie worden gemaakt; er wordt te veel bestaand beleid ingevoerd en er wordt te veel doorgeschoven naar gebiedsagenda’s, nadat de omgevingsvisie is vastgesteld. GroenLinks: vindt hoogte, percentage groen en aantal woningen concrete normen; mevrouw Koster vindt dat ingevoegd bestaand beleid en wil vastleggen wat er nodig is wat men wil in de toekomst; men kan normen stellen en indien gewenst daarvan afwijken.

Het CDA: vraagt of het illusielandschap en bouwhoogten loze woorden zijn volgens HOP2040 en de heer Weening; de heer Weening verwijst naar de Gebiedsagenda 1221, een voorloper van de

12

-

omgevingsvisie; zijn verwachting was dat het participatieproject zou worden uitgerold over heel Hilversum en dat er participatietrajecten en gebiedsagenda’s per gebied zouden komen; nu wordt een omgevingsvisie vastgelegd, terwijl een bestemmingsplan voor 1221 al is vastgesteld; dat gebied zou onder de omgevingsvisie moeten vallen; niet concreet is waar de extra 6.000 woningen zouden moeten komen; per gebied zou men dus criteria voor woningen moeten vaststellen; het gaat naast bouwen om het aanbieden van mobiliteit, infrastructuur en de kwaliteit van de leefomgeving; mevrouw Koster ziet geen onderbouwing voor 6.000 woningen; het illusielandschap staat onder druk met de structuurvisie die in de omgevingsvisie terugkomt; vraagt hoe zij de zienswijze moet taxeren; de heer Weening wil kaders vaststellen en niet later laten invullen door projectontwikkelaars;

Beeldvormende vragen commissie De VVD: is verrast door het voorliggende raadsbesluit dat verder gaat dan sic de zienswijzen uit de participatie; haar vraag aan de wethouder is waarom dat zo is gedaan; zij wil alleen de zienswijzennota vaststellen en de bijlagen niet; de SP sluit zich daarbij aan; het CDA vraagt of de bijlagen D, E en F niet worden overgenomen; de VVD vindt het voorliggende raadsbesluit niet gelukkig; D66 informeert naar de gevolgen van het uit elkaar halen van de zienswijzennota en de bijlagen; wethouder Walters heeft heel veel zienswijzen gekregen en heeft een goed stadsgesprek gehad, waaruit de wens kwam tot concretisering; haar opdracht van de raad was het toetsingskader uit te werken; in bijlage E is ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en aangegeven is met welke vormen dat kan, wat aansluit op het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten, die zegt meer te doen met gebiedstypes en wat er mogelijk is in een gebied; daartoe is een voorzet gegeven met te gebruiken methoden en technieken; bij de aanzet voor gebiedsagenda’s is een beeld gegeven wat er in de gebiedsagenda gebeurt; dat is voorgelegd, ook omdat zij een duidelijke opdracht van de raad nodig heeft; als de raad dit alles niet vaststelt beschikt zij wel over minder kader om uit te werken; zij heeft echter wel de oproep gehoord om te concretiseren, meer doelen aan te geven en de

ruimtelijke kwaliteit beter uit te werken; daartoe heeft zij een goede voorzet gedaan; vindt het samenbrengen van zienswijzennota en bijlagen niet gelukkig; de PvdA is meer overvallen door de manier van uitwerking. Schorsing. De VVD: deelt mee dat de commissie breed het gevoel draagt om niet het voornemen te hebben om te besluiten over de bijlagen D, E en F; wil in de oordeelsvorming verder doorpraten over het wel te nemen raadsbesluit en hoe het vervolgproces eruit moet zien. Het CDA: ziet voor 2027 het voorbereiden van zero emissiezones binnen de Centrumring en het winkelgebied van de Gijsbrecht van Amstelstraat, hetgeen in de mobiliteitsvisie is aangevuld dat die zero emissie geldt voor bestelbussen en vrachtauto’s; dat staat echter niet zo in de zienswijzennota en zij vraagt of dat nog wordt aangevuld; wethouder Walters neemt dat mee en zorgt dat nota’s op elkaar aansluiten en dit punt ook wordt meegenomen in de vast te stellen mobiliteitsvisie. Democraten Hilversum: vraagt of het principe nog steeds geldt dat afwijkende deelvisies zullen worden aangepast op de omgevingsvisie; wethouder Walters licht toe dat omgevingsvisie en deelvisies ‘zwaluwstaarten’;

13

-

de PvdA verbaast het dat op punten een voorschot wordt genomen op nog vast te stellen beleid; wethouder Walters stelt dat de raad de baas is en visies met elkaar in lijn moeten blijven.

Hart voor Hilversum: vraagt of de startnotitie participatievisie eerst wordt voorgelegd aan de raad voordat die in de definitieve omgevingsvisie terecht komt; hetzelfde geldt voor slagings- en faalfactoren en of die door de raad besloten worden; wethouder Walters komt met de startnotitie participatiebeleid naar de raad toe om daarover te praten; succes- en faalfactoren worden opgenomen in de definitieve omgevingsvisie; het participatiebeleid is een vervolg en komt niet in de omgevingsvisie terecht. De VVD: informeert naar de overweging om het eigen voortschrijdend inzicht van het college toe te voegen aan een zienswijzennota; wethouder Walters probeert een zo goed mogelijk stuk voor te leggen en wil duidelijk zijn over een voor te stellen vervolgstap; daarom heeft het college enkele overwegingen toegevoegd; vanavond helpt zij de raad een heldere opdracht te geven en zij vraagt de raad om haar opdracht te geven die inzichten uit te werken; dan is er een helder beeld van wat zij voorstelt om te gaan verwerken; het CDA ziet op bladzijde 157 staan ‘voor te stellen het onderzoek naar de benodigde ondergrondse infrastructuur voor de energietransitie te laten vervallen, omdat de zienswijzennota concretere tekstvoorstellen daartoe doet’; de fractie wil weten in hoeverre tekstvoorstellen voldoende zijn en welke tekstvoorstellen zij zou moeten lezen die het hele onderzoek naar

energietransitie doen laten vergeten; de heer Bakker antwoordt dat de aanvulling uit de zienswijzennota invulling aan het onderzoek geeft; het college is van plan onderzoek te doen en is dat op deze manier aan het inrichten; dat is al een stukje concreter en duidelijker dan dat het was; het antwoord staat op bladzijde 30; daar staan stukken tekst die aan maatregel 4 worden toegevoegd, die de te schrappen onderzoektekst zouden moeten vervangen; De PvdA: stelt een vraag over aanvullende normeringen en stelt vast dat een kader voor voorzieningen ontbreekt; het college gaat niet normeren en geeft een indicatie van wat in de toekomst nodig zal zijn; daarmee kan de fractie niet zoveel en heeft heel vaak gevraagd om basisvoorzieningen; de fractie vraagt waarom die keuze is gemaakt in plaats van een concreter voorstel te doen; wethouder Walters gaat nog onderzoeken welke maatstaven voor voorzieningen men kan hebben en hoe andere steden daarmee zijn omgegaan; zij wil eerst met de commissie indicatoren en de range daarvan bespreken en onderzoeken in plaats van normeringen aan te geven; afgesproken is onderzoek te doen, maar niet dat dat meteen tot harde normen zou leiden; men kan normen afspreken, maar daaraan zitten ook consequenties vast; daarover moet men het eerst hebben voordat men zeker weet die hard te willen normeren.

Democraten Hilversum: ziet dat het college in woonwijken en werklocaties goed kijkt waar twee tot vier lagen goed aansluiten bij de omgeving en waar vijf tot zes lagen passend kunnen zijn, met als maximum 25 meter; 25 meter betreft echter acht bouwlagen; later zegt het college dat het geen goed idee is om de hoogte zonder onderbouwing op voorhand te beperken, waarbij wordt teruggegrepen op de Structuurvisie 2015; de fractie vraagt of de wethouder wel of niet voor een Hilversumse hoogtegrens is van 20 meter of zes bouwlagen; wethouder Walters stelt niet voor heel Hilversum een harde grens van 20 meter voor, omdat er veel uitdagingen zijn: meer groen, meer woningen; meer kwaliteit in de woningen, meer betaalbare woningen; er zijn plekken volgens het college met meer hoogte nodig om al die ambities te realiseren; door meer hoogbouw bij het Station krijgt men meer groen op de begane grond.

14

Hart voor Hilversum: vraagt of met de overgang van stad naar landschap versterken (blz. 19 tot 21) hoger bouwen is bedoeld; de heer Beuving gaat het niet om hoger bouwen, maar om het versterken van de afscheiding tussen het illusielandschap en het project waarom het gaat; bij het Arenapark wordt ingezet op het versterken van de groene rand om daarmee iets hoger te kunnen bouwen; daarmee borgt men het illusielandschap; het gaat dus om het versterken van de overgang van stad naar landschap, waarmee het illusielandschap geborgd wordt; met meer groen toevoegen wordt het zicht op de bebouwing minder. De PvdA: vraagt waarom er geen concrete voorstellen komen om de functie van het vliegveld te veranderen; wethouder Walters wil daar geen bebouwing toevoegen, zodat geen functiewijziging voor het vliegveld wordt voorzien; stelt vast dat op het ene vlak ruimte wordt gezocht en op het andere punt iets vast wordt gezet, terwijl beide hetzelfde doel zouden kunnen dienen; wethouder Walters antwoordt dat het college niet voor het beëindigen van de activiteiten op het vliegveld is.

De ChristenUnie: informeert naar het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV en Mobility as a Service); wethouder Walters legt uit dat het principe slaat op mobiliteit en het de wens van de raad was om daarmee aan de slag te gaan; daarom laat het college dat consequent terugkomen; vraagt of het principe voor het inregelen van vri-installaties of voor het inrichten van parkeerbeleid bedoeld is; wethouder Walters heeft het over een breder plaatje, zo ook voor voetgangers en fietsers; zij zal kijken naar de formulering en of die goed overeenkomt. Democraten Hilversum: is benieuwd of er wel een wettelijke basis is als de omgevingsvisie voor inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt vastgesteld en of het dan een structuurvisie zal zijn; de heer Bakker stelt dat als de omgevingsvisie voor 1 januari 2024 wordt vastgesteld een structuurvisie zal zijn onder de Wro; in het overgangsrecht zullen de dan geldende toekomstvisies/structuurvisies ook gaan gelden als omgevingsvisie na 1 januari; het besluit moet ervoor zorgen dat dat gebeurt; het gaat om een technische formulering in het raadsvoorstel.

De PvdA: vraagt zich af in hoeverre met snelfietsen rekening wordt gehouden bij het netwerk voor langzaam verkeer; wethouder Walters gaat het om wandelen en fietsen, waarbij fietsen nog niet zo snel gaat als het autoverkeer; wil weten in hoeverre de gemeente gaat anticiperen op wat er gaat gebeuren; wethouder Walters zal in dat verband nog naar de formulering kijken; de heer Beuving gaat het om voetgangers en niet gemotoriseerd verkeer. 5. Beeldvorming Vaststellen zienswijzennota Omgevingsvisie (2.17.20) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson;; D66: R.H. van Grieken en mw. B. van Hattum; VVD: T. Hekkelman en H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong en D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter; PvdA: mw. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: --. College: mw. K.J. Walters, wethouder. Democraten Hilversum: is van mening dat de omgevingsvisie op belangrijke onderdelen veel te vaag is en te veel onderdelen nog onduidelijk en open zijn. citeert voor een definitie van een omgevingsvisie uit het herzien bestuurlijk plan van aanpak uit 2021: ”Actuele opgaven op het gebied van energie, klimaat, biodiversiteit, wonen, werken

15

-

-

-

en mobiliteit vragen om een integrale samenhangende toekomstvisie, inclusief aandacht voor duurzaamheid en gezondheid. Dat is de omgevingsvisie”; herinnert aan een uitzonderlijk breed en intensief opgezet participatietraject, waarbij het uitgangspunt de identiteitsvraag was: wat voor gemeente wil Hilversum in 2040 zijn; de uitkomst daarvan zou de basis worden voor het op- en vaststellen van de omgevingsvisie; ziet hetgeen de inwoners, bedrijven en instellingen met de toekomst van Hilversum willen neergelegd in vier rapporten die door het college zijn samengevat in een denkrichting, waarvan de raad heeft kennisgenomen; ziet dat die stapel papier inmiddels tot enorme proporties is gegroeid en de onduidelijkheid over waar het met Hilversum naartoe moet evenredig is toegenomen; ondertussen gaat de verbouwing van Hilversum gewoon door; wijst erop dat de Commissie MER en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRKM) forse en zelfs fundamentele kritiek op de omgevingsvisie hebben; uit de hoeveelheid en de aard van de ingediende zienswijzen denkt een groot deel van de samenleving daar net zo over; ziet de reactie op het advies van de Commissie MER en de CRKM naar haar idee sterk afwijken van de strekking daarvan en bovendien wordt er nog voortschrijdend inzicht ingeweven als een soort zienswijze op eigen werk; is van mening dat eerst de gesignaleerde lacunes moeten worden

ingevuld voordat in goede samenhang met wat de samenleving heeft meegegeven de omgevingsvisie kan worden vastgesteld; wil niet volstaan met het vooruit schuiven van alle belangrijke keuzen en die later in gebiedsvisies uit te werken, zoals het college in bijlage E voorstelt, onder het motto dat het wel goed zal komen; dat doet geen recht aan het integrale karakter en de principiële keuzes die voor heel Hilversum gelden; is voorstander van het eerst komen tot de integrale omgevingsvisie en daarna de gebiedsvisies; is van opvatting dat de omgevingsdienst bedoeld is voor duidelijkheid, integrale heldere kaders en het bieden van rechtszekerheid aan alle Hilversummers; dat zou ook getuigen van de nieuwe bestuurscultuur waarmee het college zei een begin te willen maken; is van mening dat men niet alles tegelijkertijd kan doen op dezelfde beperkte ruimte en ontkomt er daarom niet aan om nu eerst de grenzen aan de groei vast te stellen.

De SP: ziet veel goede dingen in de omgevingsvisie, zoals voorrang voor fietsers en voetgangers; vraagt zich af of 6.000 woningen erbij bouwen wel reëel is; wil graag een norm in de omgevingsvisie voor de aanwezigheid van voorzieningen; heeft geen moeite met het vaststellen van zienswijzen; vindt veel in bijlage D niet duidelijk, zoals een te lage ambitie in het verkleinen van economische en gezondheidsverschillen; wijst eveneens op de zware kritiek van de Commissie-MER; veel doelen worden volgens die commissie niet gehaald; zou toch graag wat scenario’s zien, zoals het toevoegen van Loosdrecht bij de gemeente Hilversum; vraagt wat de wethouder vindt van de inspreekbijdrage van mevrouw Koster. Hart voor Hilversum: begrijpt dat het college situationeel wil kijken naar bouwhoogten en vasthoudt aan recent vastgesteld beleid, o.a. uit de woonvisie, maar neemt mee dat participanten de bouwhoogten een stuk lager zien; vindt het toevoegen van de tekst uit de uitvoeringsagenda inclusie over het gebruik van de openbare ruimte door mensen met een beperking ontzettend belangrijk en passend; is het eens met het toepassen van het STOMP-principe dat voor voetgangers en fietsers de doorstroming bevordert en schone vormen van mobiliteit aantrekkelijker maakt; mensen die afhankelijk zijn van een auto moeten deze kunnen blijven gebruiken; autogebruik is in die gevallen een aandachtspunt;

16

-

-

hoopt op een positief effect op de verkeersveiligheid door snelheidsverschillen tussen verschillende verkeersdeelnemers te verlagen en het invoeren van 30 km-zones; handhaven van 50 km op de Buitenring is een aandachtspunt; vraagt om specifieke aandacht voor de leefomgeving bij scholen, zorginstellingen en maatschappelijke voorzieningen; stelt dat een onderzoek naar indicering en noodzaak van voorzieningen inzicht geeft in het niveau van maatschappelijke voorzieningen, dat met de nodige participatie uit de betrokken wijken de zere vinger op de ontbrekende voorzieningen legt; ondersteunt het meervoudig gebruik van voorzieningen; steunt een gedragen participatieleidraad met bruikbare handleidingen, die wordt bereikt door deze met inwoners en organisaties op te stellen, als de uitkomst betere participatieverslagen is; vindt een participatieleidraad met draagvlak belangrijk, maar is benieuwd naar de uitkomst van het onderzoek naar succes- en faalfactoren bij andere gemeenten voor het hanteren van een toetsingskader; vindt het fijn om de wijkplatforms niet volledig af te schieten, omdat dat orgaan van meerwaarde is mits het vanuit inwoners geïnitieerd wordt en niet van bovenaf opgelegd; steunt het voornemen om de ideeën uit de evaluatie van de klankbordgroep over te nemen; vindt de tijd nemen, transparantie en aansluiten bij voorkeurstijden van de doelgroep essentieel; valt het op

dat de conclusie van de Commissie MER is dat de omgevingsvisie ambitieuzer moet zijn en meer concrete aanbevelingen moet bevatten; minder concreetheid heeft als gevolg dat de spanningen tussen de verschillende doelen, opgaven en belangen later pas duidelijk worden; vraagt zich af hoe de integraliteit te borgen en te garanderen is om alsnog tot de beste en meest samenhangende oplossingen te komen; noemt het een spanningsveld om de concretisering te bestemmen voor de volgende planfase.

De PvdA: complimenteert haar collega-fracties met het goed voorbereid aan de vergaderavond beginnen; heeft dat ook geprobeerd, maar kon dat niet op basis van de stukken, omdat die af en toe meer vragen opriepen dan tot de conclusie leidden te weten wat zij moest doen; kondigt aan daardoor een licht chaotische bijdrage te leveren; vindt de kernvraag of de zienswijzennota leidt tot de gewenste omgevingsvisie die helpt om bepaalde ontwikkelingen te remmen of te stimuleren, waar zij niet uitkomt; dat heeft ermee te maken dat heel veel dingen nog uitzoekwerk behoeven, waarvan zij last heeft; laat het toetsingskader buiten beschouwing, omdat de commissie dat nu niet bespreekt; stelt dat de inspraak en zienswijzen geen eenduidig beeld geven op hoe ambitieus men wil zijn; wil wel normen zien over welke voorzieningen er minimaal moeten zijn; vindt het idee van een burgerberaad aantrekkelijk, om te bezien wat men daarmee kan.

Het CDA: vindt het positief dat zoveel mensen betrokken zijn bij Hilversum; ziet een positieve en goede balans van het college bij de taxatie om zaken mee te nemen in de zienswijzennota; is content met het voorstel van het college om het illusielandschap op te nemen, een beter kader dan de structuurvisie; is blij met het handhaven van het vliegveld en dat geen andere functie te geven; juicht de tekstuele aanpassing over de rol van religieuze instellingen volkomen toe en is blij dat die in de definitieve versie bevestigd zal worden; gaat het bij ondergrondse infrastructuur ook om het bestaande gasnetwerk en dat geschikt maken voor waterstof en warmtenetten en mist op dat gebied nog een tekst. gaat bewust niet in op bijlagen D, E en F en steunt een potentieel gewijzigd raadsvoorstel om die bijlagen later in een aparte cyclus te behandelen, met dito aanpassingen van de zienswijzen.

17

GroenLinks: ziet in de zienswijzen grote overeenstemming, maar constateert dat er verschillen zijn in interpretatie van wat dat voor de omgevingsvisie betekent; te zien is zowel een behoudende koers als de roep om meer ambitie; ook is er de roep om meer input en output; herkent de weging en de duiding van de participatieopbrengst en zienswijzen in de voorliggende nota; over het concretiseren daarvan gaat men nog in gesprek; is van een jaarlijks stadsgesprek een groot voorstander; is niet voor een behoudende koers qua woningbouw, gezien het stijgende inwoneraantal en wil voorzieningen concretiseren; gaat het bij groen vooral om beleving, kwaliteit en integraliteit en niet zozeer om vierkante meters, indachtig Dudok en de compacte tuinstad in het groen is zeer blij met het omarmen van het STOMP-principe bij de inrichting van de openbare ruimte en de leefomgeving als geheel; wil met een visie op bouwhoogte aan de slag gaan en sluit zich aan bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten over de gebiedstypen; is voor het piramidemodel, koestert het illusielandschap, maar het kan op bepaalde plekken best wat hoger; vindt de input zorgvuldig gewogen en beantwoord en wil aan de slag gaan met concrete factoren; wil door de wethouder in het voorwoord meegenomen worden met een pakkende visie, de output en het gevoel op Hilversum 2040; met alle waardevolle input uit de samenleving

zou dat geen enkele moeite moeten kosten. De VVD: gaat in op de voorgestelde wijzigingen in de nota van zienswijzen, omdat dat het stuk zal zijn waarover de raad zal besluiten; is voor het gebiedsgericht kijken en gebiedsagenda’s maken op wat in een bepaald gebied nodig is, maar wel is het belangrijk te praten over wat de visie op voorzieningen is; concrete normen zijn daarbij nog een vraag; constateert dat het college voorstelt ABC-profielen te schrappen en licht die daarom graag nog een keer toe; die hebben te maken met gebiedsgericht werken; men kan verschillende wijktypologieën hebben waardoor het STOMP-principe niet altijd door te voeren is, omdat dat niet past bij een wijk; daarvoor zijn juist de ABC-profielen bedoeld; zij bespreekt graag in de raadsvergadering of die te handhaven zijn of anders te verwoorden zijn; vindt het onzuiver om parkeernormen en -beleid in de omgevingsvisie op te nemen en wil daarover de raad eerst laten discussiëren; is van mening dat de constatering dat geothermie onvoldoende van waarde zou zijn slechts gaat over ondiepe geothermie; de constatering van het college is wat de fractie betreft feitelijk onjuist; daarop wil zij iets wijzigen; herinnert eraan dat de woonvisie van 2021 opdracht geeft om een Hilversumse woonzorgvisie te ontwikkelen, zodat op basis daarvan positie in te nemen is in het gesprek in de regio en afspraken mogelijk zijn met

woningcorporaties; doet het verdriet dat de gemeentelijke woonzorgvisie er nog niet is, zeker gezien de grote opgave die op de gemeente af komt. D66: -

vindt de hoofdvraag of de zienswijzennota kan worden vastgesteld en of die een goede vertaling bevat; meent dat de zienswijzennota redelijk resoneert met wat uit de participatie is gehaald; ziet de vraag om de omgevingsvisie concreter te maken en te durven keuzen te maken; steunt de collegelijn om normeringen aan te brengen en doelen te benoemen, met het zwaluwstaarten met al aanwezige nota’s, al zou de fractie meer dan 6.000 woningen willen;

18

-

kondigt een moment aan waarop keuzen maken nodig is, maar vraagt zich af op welk moment dat zal zijn en wanneer men met mensen in gesprek moet gaan: voor het vaststellen van de omgevingsvisie of bij de gebiedsvisies.

De ChristenUnie: complimenteert en waardeert het college met de structurele behandeling en beantwoording van de zienswijzen en is blij dat het college en de organisatie ook openstaan voor alle inbreng, die leidt tot veel wijzigingen; wil graag nog doorpraten over de doelen; vindt een visie vooral een beschrijving op hoofdlijnen van de kijk op Hilversum in 2040; die moet voldoende ruimte geven voor nadere uitwerking en concretisering van op te stellen beleid; het is goed om dat in stapjes te doen en niet nu al; dat geeft ruimte om een gesprek te voeren op hoofdlijnen en die tegen elkaar af te wegen; wil daarom nu slechts hoofdlijnen en leidende principes weergeven; vindt dat daarom op sommige punten nu al te ver is gegaan met het uitwerken van beleid, zoals bij mobiliteits- en parkeerbeleid; voelt zich aangesproken door outputdoelen, die men kan gebruiken om bijlage D uit te werken; is blij dat religieuze objecten een plek zullen krijgen, maar die zijn meer dan alleen gebouwen; het gaat voor religieuzen om hart en handen; dat moet terugkomen in het tekstkader; wil het STOMP-principe verder inzetten dan alleen bij verkeerslichten.

Debat De SP: wijst op de inbreng van mevrouw Koster dat is verzuimd in fase 1 van het plan van aanpak de belangrijkste thema’s voor participatie in fase 2 te verkennen en vast te stellen en vraagt daarop de reactie van de wethouder; wethouder Walters had bij het maken van het plan van aanpak het uitgangspunt met open vizier de wijk in te gaan, zonder het bepalen van thema’s; er is expliciet gezegd niet met thema’s de wijk in te gaan. Democraten Hilversum: vraagt wat Hart voor Hilversum bedoelt met het aandachtspunt van 50 km op de Buitenring; Hart voor Hilversum vraagt aandacht voor het verkeersgedrag op de Buitenring, die niet mag wegvallen als de gemeente zich gaat bezighouden met 30 km-gebieden; is het verschil van inzicht met het CDA ontgaan; het CDA meende dat Democraten Hilversum aangaf dat de hoeveelheid aan zienswijzen betekent dat de ontwerp-omgevingsvisie niet goed zou zijn; Democraten Hilversum stelt dat het aantal ingediende ziensijzen aangeeft dat het stuk bijzonder goed leeft, maar daarbij was er geen negatieve connotatie.

De SP: vraagt of D66 de omgevingsvisie hoog over wil laten zijn zonder concrete keuzen te maken; D66 bevestigt dat, maar die bevat wel degelijk concrete zaken, zoals 6.000 woningen, hectaren bedrijventerrein en vierkante meters groen; daarna moet er vertaling komen naar de gebiedsagenda’s via scenario’s; de fractie is bang bij gebiedsagenda’s opnieuw te moeten beginnen met hoe gebieden worden ingericht, terwijl daarover al een keuze is gemaakt; wil ook een hoog-over benadering, maar is daarvoor huiverig, omdat dat bij 1221 niet goed is gegaan en daar veel meer woningen zijn toegevoegd dan beloofd; D66 meent dat men concreter kan zijn en een richting kan aangeven, waarbinnen men met het gebied kan meedenken; Democraten Hilversum vraagt wat D66 zou vinden van het opnemen van prestatiecriteria zoals inspreker Oostra suggereerde, zoals door het definiëren van de woonkwaliteit, wat anders is dan een aantal woningen aangeven; D66 meent dat allen een ander gevoel hebben bij dergelijke definities; de PvdA herinnert eraan dat bij 1221 eerst 1.100 woningen zouden worden toegevoegd, in tweede instantie 1.350 en bij het bestemmingsplan 1.350 met nog ruimte voor 500

19

woningen extra; met dergelijke participatietrajecten raakt men volgens haar iedereen kwijt; dat betekent dat een omgevingsvisie redelijk abstract moet zijn; D66 kan dat niet goed beoordelen, omdat zij de hele geschiedenis van 1221 niet heeft meegemaakt; abstractheid biedt weinig houvast aan inwoners en laat niet zien dat men er zelf over heeft nagedacht; gaandeweg kan het mogelijk zijn zaken aan te passen; men kan een richting duidelijk aangeven. Het CDA: doet het voorstel van orde niet over de gebiedsagenda 1221 te praten, die nu bij de Raad van State voorligt. Het voorstel van orde van het CDA wordt bij handopsteken in stemming gebracht en aangenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3fbca657-5236-44fa-b3dc-11b73b44cacf