CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie Bestuur en Economie d.d. 7 september 2022

COMMISSIE Bestuur en Economie 7 september 2022, gemeente Hilversum10.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie Bestuur en Economie 7 september 2022

1

Index verslag vergadering raadscommissie Bestuur en Economie woensdag 7 september 2022 Algemeen 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

Mededelingen van de voorzitter

3

3.

3

4.

Mededelingen en toezeggingen van wethouders Van Voorden en Heller (inclusief de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Bespreking collegebrief stand van zaken Oekraïne en asielopvang en beantwoording artikel 41-vragen van de PvdA en Democraten Hilversum Beeldvorming Evaluatie en herijking keurmerk Hilversumse coffeeshops

5.

Oordeelsvorming Evaluatie en herijking keurmerk Hilversumse coffeeshops

9

6.

Beeldvorming Rekenkameronderzoek subsidieverstrekking

12

7.

Oordeelsvorming Rekenkameronderzoek subsidieverstrekking

16

8.

Beeldvorming jaarverslag van de functionaris gegevensbescherming 2021-2022

18

9.

Oordeelsvorming jaarverslag van de functionaris gegevensbescherming 2021-2022

22

3a.

3 6

2

RAADSCOMMISSIE BESTUUR EN ECONOMIE WOENSDAG 7 SEPTEMBER 2022 Locatie: Raadzaal Voorzitter: mw. V. Wesselink Griffier: B. van ‘t Westeinde Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: J. Deen, H. Lindeboom, J. van Nistelrooij en A. Zaabat; VVD: H.H. Fennema, mw. H.M.G.J. van de Linde en T.R. Westerneng; GroenLinks: J. van Drogen, R. Lomans en mw. M.H.A. Remmers; CDA: D.E.O. Streutker en G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek en J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: J.P. Otto, P. Vonk en mw. B. Verweij; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: G.M. van den Top, burgemeester en B. Heller, wethouder. 1. Vaststellen agenda (0.2) De voorzitter opent de commissievergadering en heet iedereen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter (0.3) Er zijn geen mededelingen. 3.

Mededelingen en toezeggingen wethouders Van Voorden en Heller (inclusief de mededelingen inzake regionale aangelegenheden)(03.30) Burgemeester Van den Top: deelt mee dat onlangs een kindergemeenteraad is geïnstalleerd bestaande uit 16 kinderen; kinderburgemeester is Fien Bakx. 3a.

Bespreking collegebrief stand van zaken Oekraine en asielopvang en beantwoording artikel 41-vragen van de PvdA en Democraten Hilversum (0.4) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: J. Deen; VVD: H.H. Fennema; GroenLinks: J. van Drogen; CDA: --; Democraten Hilversum: mw. Van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: G.M. van den Top, burgemeester en B. Heller, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: E. Kuijt Burgemeester Van den Top: geeft aan heel trots op alle instellingen en mensen van de gemeente te zijn over wat de afgelopen tijd allemaal is gedaan; heeft gestelde vragen reeds beantwoord; licht toe dat de collegebrief meer duiding biedt over de context van wat in de zomer in het veiligheidsberaad is gepasseerd. De PvdA: waardeert de inzet van eenieder voor crises eveneens, wat nu buiten kijf staat; wijst op de morele en wettelijke verplichtingen van de gemeente als gevolg van diverse crises; doet het pijn te moeten vernemen dat de veiligheidsregio niet aan zijn verplichtingen voldoet; wenst de zekerheid te hebben dat ook de veiligheidsregio zijn afspraken kan nakomen; wil graag debatteren over hoe wel tot de gevraagde aantallen kan worden gekomen; maakt zich zorgen gezien de beelden van de vluchtelingenopvanglocatie Ter Apel en de mensen die naar de Heuvellaan komen;

3

-

wil klaar staan voor om mensen op te vangen die naar Hilversum komen, een morele en wettelijke verplichting.

Burgemeester Van den Top: herkent de zorg en pijn over de waanzinnige problematiek in het land, waarin heel veel bestuurders en ambtenaren heel veel tijd steken; bestrijdt dat de veiligheidsregio zijn verplichtingen niet nakomt en gaat in de regio toe naar 2.000 opvangplekken voor Oekraïners; vermeldt dat investeringen slechts deels zijn gezekerd door het Rijk, wil ervoor zorgen dat de gemeente niet te grote financiële kleerscheuren oploopt en wil daarom zaken zorgvuldig doen; laat weten dat medewerkers lang hebben doorgewerkt om mensen goed op te vangen en deelt de opvatting over het overvragen van de organisatie niet; is van opvatting dat de regio het bij de asielopvang en de opvang van statushouders het buitengewoon goed doet; nu al is voldaan aan de eerste 225 plaatsen via een boot in Huizen; er wordt nu op zoek gegaan naar de volgende plaats.

Democraten Hilversum: sluit zich aan bij de PvdA, ook over meer transparantie; begrijpt dat de regio 2.200 plekken moet realiseren waarvan in oktober al 1.410; vraagt of plaatsing van mensen evenredig naar gemeentegrootte zal zijn; burgemeester Van den Top heeft afgesproken 2.000 plekken te realiseren; in Wijdemeren zijn 125 mensen op een goede manier particulier opgevangen; hij probeert te werken op basis van draagvlak, probeert ook zaken naar rato te doen en vindt dat de regio meer doet dan gezien de schaalgrootte kan worden verwacht. GroenLinks: geeft complimenten voor de inzet en ziet dat de huisvesting van statushouders goed op orde is; is benieuwd naar de opvang van asielzoekers, gezien de in Ter Apel buiten slapende mensen; informeert of er een noodplan aanwezig is, zoals de inzet van gymzalen; wethouder Heller benadrukt dat de regio voldoet aan de taakstelling en Hilversum zelfs meer heeft gerealiseerd; daaraan wil hij ook vasthouden in de wetenschap dat de taakstelling per gemeente nog stijgt; als de inzet niet voldoende is, is de volgende stap de inzet van gymzalen, welk terugvalscenario hij ten koste van alles wil voorkomen, gezien de te verwachten onrust en om gesleep met mensen te vermijden; is blij met de inzet van De Schuilhof.

De SP: waardeert de inzet, zeker van de gastgezinnen en vraagt om ondersteuning voor hen; heeft het gevoel dat Hilversum meer inzet pleegt dan de andere regiogemeenten en wil die zorg door de burgemeester laten wegnemen; burgemeester Van den Top is het daarmee niet eens en wijst op het moedige besluit van de gemeente Huizen; voor de opvang van Oekraïners gaat het in Gooise Meren en Blaricum om serieuze aantallen mensen; Wijdemeren doet ook meer via de particuliere weg; er is nog volop ontwikkeling; hij kan niets opleggen aan de andere gemeenten en daar is er ook een proces nodig om mensen mee te nemen; de huidige manier beweegt toe naar een serieuze inspanning; 74 asielzoekers in Hilversum voelt als weinig, maar hij wil de opvang doen op een manier die de samenleving dragen kan. Hart voor Hilversum: informeert naar het einddoel en of dat is de landelijke taakstelling overnemen; burgemeester Van den Top noemt in dezen drie componenten; de eerste opvang van 2.000 Oekraïners is een harde te behalen opgave; voor het honoreren van het landelijke verzoek om 52.000 opvangplekken te creëren wordt gekeken naar de omvang van de regio’s; het gaat om een inspanningsverplichting; voor de regio Gooi en Vechtstreek gaat het om 220 opvangplaatsen voor Oekraïners;

4

-

D66: -

de asielopvang bedroeg oorspronkelijk 225 plaatsen per regio, waarna is verzocht om er nog 225 plaatsen bij te creëren; de doelstelling is deze opvang aan het einde van het jaar te behalen en dat het Rijk de gelegenheid krijgt om te bezien hoe het daarna verder moet.

begrijpt dat de veiligheidsregio op de goede weg is, maar wil het nu hebben over de langere termijn, gezien het grote probleem dat niet weggaat en omdat er in de samenleving dilemma’s spelen, zoals een tekort aan woningen; de gemeente moet echter ook voor vluchtelingen een plek vinden, ook voor de langere termijn; wethouder Heller acteert op de data van het Rijk en gaat uit van de opvang voor de langere termijn; daarom wordt gekeken naar locaties voor de middellange termijn, voor jaren zonder dat er gaten ontstaan; hij heeft het vertrouwen de taakstelling te halen, maar sneller kan niet vanwege de tekorten aan bouwmaterialen en mensen; hij hoopt op korte termijn duidelijkheid te hebben over een of twee locaties, waarover hij het gesprek met de commissie zal aangaan.

De ChristenUnie: verzoekt het college onderscheid te maken in een resultaat- en inspanningsverplichting; wethouder Heller zegt dat toe; informeert naar de vooruitzichten voor statushouders in de komende jaren als het om woningbouw gaat en of aan die verplichting te voldoen is; wethouder Heller verwacht dat de taakstelling voor statushouders zal stijgen; nieuwbouw van sociale woningen staat daarmee niet in direct verband; rond 10% tot 12% van nieuwbouw van sociale woningen moet aan statushouders worden toegekend; die taakstelling is hard en is niet van beschikbare woningen afhankelijk. De VVD: complimenteert de organisatie met de opvang en de mensen die vluchtelingen thuis hebben opgevangen; moet het van het hart dat woonruimte ook bedoeld is om de mobiliteit van Hilversummers op de woningmarkt te versterken; er zijn namelijk meer crises op te lossen; wethouder Heller houdt de groep Oekraïners nog buiten de woningmarkt en hoeft die markt daarmee nog niet te belasten; zij ontvangen andere huisvesting; geeft mee de brief onduidelijk te vinden omdat de taakstelling van de regio en de gemeente Hilversum door elkaar worden gehaald, evenals crisis- en noodopvang, statushouders en Oekraïners; de fractie vraagt: of de cijfers in de tabel in- of exclusief de thuis opgevangen Oekraïners betreft; burgemeester Van den Top antwoordt dat de cijfers exclusief particuliere opvang zijn; voor

welke groep de taakstelling in 2022 zal stijgen en waarop die aanname is gebaseerd; de heer Kuijt heeft de tabel zelf gemaakt, waarin asielzoekers en COAopvang door elkaar lopen, maar waarin de aantallen kloppen; de tabel laat een taakstelling voor de gemeente Hilversum zien en daar wordt in de toekomst naar verwezen. De PvdA: beaamt dat er meerdere uitdagingen/crises zijn en wil oppassen dat waardering het vervullen ieders rol in de weg gaat staan; verzoekt het college om inzichtelijke informatie, zodat het gesprek gevoerd kan blijven worden. BVNL: sluit zich aan bij de VVD; vraagt zich af of woningzoekenden en dak- en thuislozen in Hilversum ook nog een woning te bieden is; burgemeester Van den Top merkt op dat Nederland zich in meerdere crises bevindt en Hilversum daarvan niet te isoleren is; hij constateert dat er inzet nodig is om datgene dat de

5

gemeente kan doen goed en met draagvlak te doen; de inzet voor Oekraïners en vluchtelingen concurreert niet met woningzoekenden; hij herkent echter de beleving, zodat het blijft balanceren op een dunne draad; het gaat om de zorg voor eigen inwoners en vluchtelingen. De VVD: doet het voorstel van orde om in een beeldvormende sessie op 14 september a.s. over het onderwerp verder te praten; burgemeester Van den Top wijst op de uitdaging veel onderwerpen beeldvormend te willen bespreken, maar zegt wel toe tijd vrij te willen maken om door te praten over het onderwerp; in de BVS-structuur ruimte opeisen is echter moeilijk; de VVD kondigt aan een bespreekdatum te zullen prikken. 4. Beeldvorming Evaluatie en herijking keurmerk Hilversumse coffeeshops (0.45) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: A. Zaabat; VVD: H.H. Fennema; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: J.P. Otto; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: G.M. van den Top, burgemeester. Ambtelijke ondersteuning: Y. van Brenk.

Inspreker De heer Schreuders: is eigenaar van coffeeshop De Leeuw en spreekt in namens de Hilversumse coffeeshops; licht het gedoogbeleid toe, ingezet door toenmalig premier Van Agt voor een onderscheid tussen soft- en harddrugs, zodat mensen zonder in aanraking met harddrugs te komen softdrugs konden kopen; stelt dat alle Hilversumse coffeeshops vallen onder het landelijke gedoogbeleid; zij hebben gekozen voor maatwerk met een keurmerk met alle spelregels; er zijn momenteel twee gemeenten met een keurmerk, Haarlem en Hilversum licht toe dat het keurmerk mede is ontstaan door het afstands- en ingezetenencriterium; in navolging van de gemeente Haarlem is besloten een eigen keurmerk te ontwikkelen met maatwerk, waarmee het gedoogbeleid is verbeterd en de volksgezondheid en openbare orde en veiligheid centraal staan; bij ontwikkeling van het keurmerk en de verbetering daarvan zijn de gemeente, de coffeeshopeigenaren, de politie, de brandweer, de GGD en Jellinek betrokken; stelt dat het gevolg van het keurmerk en de samenwerking is dat direct en snel te communiceren en handelen is als er zaken spelen; indien nodig kunnen maatregelen snel worden genomen; wijst op de belangrijkste winst en voordelen van het keurmerk de volksgezondheid en de openbare orden en veiligheid zijn; noemt vervolgens alle punten die in de huidige versie van het keurmerk: controle op leeftijd; het deurbeleid;

de huis- en gedragsregels; bij overtreding hiervan vindt indien nodig communicatie met de wijkagent plaats en worden passende maatregelen genomen; bedrijfshulpverlening; een uniforme kleurcodering van de softdrugs; contacten met scholen in samenwerking met Jellinek; een verplichte cursus bij Jellinek voor goed ondernemerschap; de inzet van een mysteryguest om te controleren of regels goed worden nageleefd, met name controle op leeftijd en goede voorlichting over het verantwoord gebruik van softdrugs; merkt op dat de Hilversumse coffeeshops blij zijn met de evaluatie en herijking van het keurmerk; zij zijn daarop trots, evenals met het behaalde resultaat; is overtuigd van het voorop lopen op het landelijke beleid; staat 100% achter het keurmerk en de inhoud ervan en gaat ervan uit dat de commissie dat ook doet.

6

De SP: - informeert naar het huidige beeld over illegale straathandel; de heer Schreuders heeft daarvan weinig last, omdat die markt zich niet rondom de coffeeshops afspeelt. Het CDA: - vraagt of hetgeen er gebeurt rond coffeeshops goed gaat en of er reden tot zorg is; de heer Schreuders is van mening dat het goed gaat en er eigenlijk nooit wat gebeurt rondom coffeeshops; uit politielogboeken blijkt dat ook; - vraagt of een gemeentelijk aanspreekpunt als een gemis is ervaren; de heer Schreuders zegt van wel; bij een vast contact bij de gemeente is het makkelijker iemand te bereiken. GroenLinks: - informeert naar de wenselijkheid van contact met scholen; de heer Schreuders wil dat contact weer opnieuw aangaan. De VVD: - vraagt om nadere duiding van de organisatie van het verband van coffeeshops in Hilversum; de heer Schreuders maakt gewag van korte lijntjes tussen coffeeshops; de coffeeshops zijn verenigd in het keurmerk en de contacten tussen de beheerders/eigenaren zijn heel goed. De SP: - vraagt of contacten ook goed zijn als er iets mis is; de heer Schreuders heeft met boa’s weinig contacten, maar wel met de wijkagent en een gemeentelijke ambtenaar.

Hart voor Hilversum: - vraagt of de heer Schreuders sprak over het verleden of ook over het heden; de heer Schreuders heeft zijn punten vermeld zoals ze nu zijn; contacten zijn nog goed; - leest in de evaluatie een aantal missende punten, zoals een gemeentelijke aanspreekpunt; de heer Schreuders mist geen gemeentelijk aanspreekpunt, maar dat aanspreekpunt rouleert nogal eens naar een andere medewerker. Beeldvorming Het CDA: constateert dat in het keurmerk goed functioneert, maar dat men toch steken aan de organisatiezijde heeft laten vallen; de fractie vraagt een toelichting op een verbetering daarvan; burgemeester Van den Top licht toe dat het voorliggende keurmerk een opgefrist exemplaar is teneinde een volgende stap te kunnen zetten, met een vast toegankelijk punt van de gemeente; het keurmerk en de aanpassingen betekenen een goede basis om samen te werken, voor het eigenaarschap en controle op wat nodig is; hij heeft vertrouwen in de verantwoordelijkheid van de sector.

GroenLinks: vraagt of het mogelijk is om voor coffeeshops gemeentelijke capaciteit af te schalen; burgemeester Van den Top noemt als nadeel daarvan dat er dan geen contact is; om zaken goed te managen is er capaciteit nodig om de vinger aan de pols te houden; er is in de gemeente meer aan de hand dan wat er in een coffeeshop gebeurt en daarover maakt hij zich grotere zorgen; hij noemt het belangrijk om het keurmerk samen te handhaven. De SP: herinnert aan de brief van afgelopen juni over het naar de regio brengen van het Integraal Veiligheids Plan; burgemeester Van den Top beantwoordt deze vraag niet, omdat dat onderwerp later nog aan de orde komt; informeert naar het beeld in de gemeente over illegale straathandel, zoals de handel in illegale wiet; burgemeester Van den Top lijkt het erop dat de illegale straathandel volgens het

7

Integraal Veiligheids Plan minder wordt, maar zelf heeft hij het idee dat er op dat punt wel een probleem is. De VVD: denkt bij een keurmerk eerst aan de kwaliteit van het product, dat daarin niet is opgenomen en vraagt waarom dat niet is gebeurd; de heer Van Brenk legt uit dat het moeilijk is om de kwaliteit van producten te controleren, omdat het een gedoogde constructie is; coffeeshophouders hebben wat dat betreft echter zelf jarenlange ervaring. Hart voor Hilversum: wil weten welke gevolgen er voor een ondernemer zijn als die het keurmerk niet heeft of dat verliest; burgemeester Van den Top heeft de intentie dat iedereen voor het keurmerk gaat; als dat vervalt is er iets aan de hand en zal er worden opgetreden vanuit handhaving; de intentie van het keurmerk is dat de coffeeshophouders met elkaar zorgen voor het handhaven van de standaard; vraagt of het keurmerk een verplichting kan zijn; burgemeester Van den Top legt uit dat het keurmerk ervoor zorgt verantwoordelijkheid te nemen voor het product; zelfregulering en zelfbinding houden de coffeeshops scherp en daarmee is de stap naar een verplichting en handhaving niet nodig; de gemeente zou in de komende jaren wel meer inzet moeten plegen om de vinger aan de pols te houden; de gemeente moet bereikbaar en toegankelijk blijven om problemen te bespreken.

de PvdA vraagt waarom het keurmerk niet als kwaliteitseis en vestigingsvoorwaarde wordt gebruikt, wat een uiting van volwassenwording kan zijn; burgemeester Van den Top doet dat niet, omdat het feitelijk op dit moment al zo werkt en omdat hij niet verwacht dat er nog coffeeshops bijkomen; de PvdA wijst erop dat een coffeeshop wel een andere eigenaar kan krijgen; burgemeester Van den Top heeft een weerzin tegen een verplichting uit de overtuiging dat de samenleving zichzelf kan organiseren. De SP: vraagt wat de burgemeester kan doen om het gesprek met de scholen wel te laten plaatsvinden; burgemeester Van den Top laat weten dat voorlichting en preventie niet zijn portefeuille is; mensen die actief zijn in de handel zijn misschien wel de meest goede voorlichters om kinderen te waarschuwen voor druggebruik. D66: -

vraagt waarom in het keurmerk de verplichting van voorlichting is opgenomen; burgemeester Van den Top heeft het vertrekpunt dat het handhaven van de leeftijdsgrens de start van alles is; bij voorlichting meent hij dat de sector een rol te vervullen heeft en dat punt wil hij verkennen, omdat de mensen uit de sector daarin een verantwoordelijkheid kunnen hebben.

De ChristenUnie: informeert hoe nu de rolverdeling tussen de verschillende partijen is en of zij nu wel klaar staan om hun taak/rol te vervullen qua uitvoering; de heer Van Brenk heeft gekozen voor het wegleggen van het onderwerp bij openbare orde en veiligheid, vanwege de link met de politie; de gemeente is verantwoordelijk voor het organiseren van overleggen, het maken van notulen en het faciliteren en uitvoeren van het keurmerk; de gemeente is in die zin ook direct aanspreekbaar voor zaken rondom het keurmerk. Democraten Hilversum: vergelijkt Hilversum met Amersfoort, waar 160.000 inwoners zijn met 7 coffeeshops; afgesproken is dat 7 het maximum is in Hilversum, terwijl het aantal nu 8 coffeeshops bedraagt; zij vraagt om uitleg waarom Hilversum verhoudingsgewijs zoveel meer coffeeshops heeft dan Amersfoort; burgemeester Van den Top antwoordt dat Hilversum in de regio Gooi en Vechtstreek de concentratie is van de gedoogde vorm van softdrughandel; in 2013 is besproken het aantal terug te brengen, maar de consequenties van dat beleid zijn serieus, met

8

-

name in financiële zin; de sector stelt in de gemeente Hilversum misschien wel een voorbeeld voor andere gemeenten; de ambitie om het aantal terug te brengen naar rato van het aantal inwoners is volgens hem niet realistisch, niet haalbaar en financieel duur, ook omdat de sector zich verantwoordelijk gedraagt; hij ligt niet wakker van de coffeeshops in de gemeente, maar wel van zaken daarbuiten, waarop hij zeer binnenkort bij de commissie terugkomt; vraagt hoe de burgemeester aankijkt tegen de classificatie van ‘kleinschalige winkels’ als het gaat om een omzet van € 1,7 miljoen; burgemeester Van den Top kan niet beoordelen wat in dezen kleinschalig is; een aantal coffeeshops zet veel om, maar hij kan niet beoordelen of dat buitensporig is; zijn beoordeling gaat over wat coffeeshops doen met de openbare orde en veiligheid, of ze voldoen aan de Nederlandse wetgeving; zijn indruk is dat dat wel het geval is; de keerzijde van een keuze om terug te gaan in aantal is om veel geld daarin te steken, die hij liever ergens anders in steekt; de PvdA vraagt aandacht voor de kinderen en jongeren die klant zijn en hoe de burgemeester dat waardeert, wat het doet met mensen; burgemeester Van den Top ontkent dat er kinderen klant zijn van coffeeshops; hij moet afgaan op wat de samenleving in dezen aan regels heeft afgesproken; dat probeert hij zo goed mogelijk te doen; Democraten Hilversum

vraagt waarom de evaluatie geen melding doet van de sluiting van coffeeshop De Professor en de bewonersbijeenkomsten over coffeeshop Andorra en waaruit overlast bestaat, bijvoorbeeld geur; burgemeester Van den Top heeft het qua overlast te doen met de voorliggende evaluatie; vroeger konden mensen in de coffeeshop roken en nu niet meer, met als resultaat dat zij steeds meer op straat gebruiken, waarvan men volgens hem de coffeeshops niet de schuld kan geven; op parkeeroverlast bij Andorra wordt heel streng gehandhaafd; coffeeshops zorgen ervoor dat ze in hun omgeving minimale overlast veroorzaken.

De SP: - vraagt wat de gemeente moet doen om bij invoering van het ingezetenencriterium in andere gemeenten illegale handel op straat geen probleem te laten worden; burgemeester Van den Top constateert dat Hilversum geen plek is waar niet ingezetenen drugs komen kopen; als dat ingezetenencriterium wel wordt ingevoerd wil hij met partijen om de tafel te gaan, teneinde de problematiek gezamenlijk te beteugelen. D66: -

vraagt of coffeeshops op de hoogte zijn van de verschuiving van het toezicht naar de gemeenten; de heer Van Brenk laat weten dat zij daarvan op de hoogte zijn, ook van de naleving van afspraken in het keurmerk; ook wordt met de politie samengewerkt bij de controle op de naleving van de Opiumwet.

5. Oordeelsvorming Evaluatie en herijking keurmerk Hilversumse coffeeshops (1.30) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: A. Zaabat; VVD: H.H. Fennema; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: D.E.O. Schreuder; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: J.P. Otto; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: G.M. van den Top, burgemeester. De VVD: vindt het belangrijkst dat de coffeeshops heel erg blij met het keurmerk zijn; ervaart dat de coffeeshop keurig omgaat met zijn omgeving; stelt vast dat de gemeente wel de aandacht voor de coffeeshops heeft laten verslappen, maar uit de evaluatie komt naar voren die aandacht weer op te zullen pakken; zou liever een koppeling zien tussen het keurmerk en de vergunningverlening; wenst gesprekken met scholen of een afstandscriterium; -wil graag een kwaliteitskeurmerk met betrekking tot de producten.

9

De PvdA: - constateert dat afspraken niet zijn nagekomen en voorgesteld wordt die toch voort te zetten; - vindt het fantastisch dat coffeeshops op de kwaliteit van softdrugs toezien; - is geen voorstandster van het geïsoleerd aanpakken van het coffeeshopprobleem; - constateert een groeiende vraag naar verslavingshulp, zodat er wel sprake is van een groot probleem; - nodigt het college uit om het coffeeshopbeleid te integreren in het geheel van het beleid. De ChristenUnie: betreurt het versloffen van de uitvoering en dat er te weinig is gecontroleerd op de uitvoering van het keurmerk; zonder controle heeft men eigenlijk geen keurmerk; raadt aan afspraken te laten nakomen; vindt preventie van alcohol- en druggebruik belangrijk en wil daarom blijven inzetten op het preventieplan van de GGD; wijst erop dat op scholen onder jongeren cannabis wordt verhandeld en aangeboden; coffeeshops zouden geen rol moeten krijgen om daarover afspraken te maken; veeleer zou de GGD dat moeten doen, evenals ouders en leerkrachten om te zorgen voor meer weerbaarheid onder jongeren.

De SP: is trots op de coffeeshops, de boa’s, de politie en de goede gang van zaken in Hilversum; wel zijn er zorgen over illegale handel in drugs en andere producten; wil voorlichting op scholen goed laten regelen, wat nog niet helemaal goed loopt; is blij met de burgemeester die daarmee aan de slag wil gaan; erkent dat Hilversum een goed voorbeeld is voor andere gemeenten. BVNL: denkt dat Hilversum trots mag zijn op hoe coffeeshops het doen, wat een voorbeeld voor andere gemeenten kan zijn; vindt het zonde dat er in coffeeshops niet meer gerookt kan worden, zodat er buiten overlast kan ontstaan. denkt dat coffeeshops het in Hilversum goed doen en de gemeente zou moeten aanmoedigen het initiatief zelf te nemen.

Het CDA: zit met een groot dilemma, namelijk de problematiek van druggebruik in Hilversum en de samenleving; enerzijds is er normalisering van druggebruik en anderzijds overlast, de invloed op kinderen en jeugd en de daarmee samenhangende criminaliteit; wil eigenlijk af van druggebruik, maar dat is onmogelijk in verband met normalisering; wil eigenlijk terug in aantal coffeeshops en afstand creëren tot scholen en kindvriendelijke buurten; ziet dat het keurmerk een bijdrage levert aan een veilig en verantwoord softdrugsbeleid, zodat zij positief adviseert en omdat het beter is dan gedogen en loslaten; wil de mogelijkheid bieden om scholen een verplichte drugstest te laten uitvoeren. GroenLinks: is blij met de zelfregulering van de sector; voelt de worsteling met de voordeur en de openstaande achterdeur; heeft moeite met het nu bespreken van alle ellende en overlast; wil bij het neerleggen van zaken bij scholen niet alleen kijken naar coffeeshops, maar ook naar pillen en alcoholgebruik; vindt ouders een eerste verantwoordelijkheid hebben en stelt dat jongeren altijd op zoek gaan naar genotmiddelen; is blij dat coffeeshophouders hun verantwoordelijkheid nemen;

10

Democraten Hilversum: constateert met zorg dat het toezicht op de Hilversumse coffeeshops niet is uitgevoerd conform het gedoog- en handhavingsbeleid en leest dat leeftijdscontroles niet altijd worden uitgevoerd; stelt vast dat maar één medewerker van een coffeeshop is getraind in het herkennen van identiteitsbewijzen en constateert dat de jaarlijkse risicoanalyse die coffeeshopexploitanten moesten maken niet is uitgevoerd, wat de gemeente en de politie evenmin hebben gedaan; merkt op dat er tussen coffeeshopexploitanten en scholen geen contact is; signaleert drukte bij coffeeshops, ook van zeer jeugdigen en ziet daar ook auto’s met buitenlandse kentekens; maakt zich zorgen over de nabijheid van coffeeshops bij scholen; stelt vast dat de kleinschaligheid arbitrair is; mist in de evaluatie incidenten als de spoedsluiting, bewonersonrust en de collegeoverwegingen rond de uitkoopacties; vindt het keurmerk weinig zaligmakend en vraagt zich af waarom Hilversum zoveel coffeeshops moet hebben en waarom die in de buurt van scholen moeten zijn; ziet uit naar het bespreken van de integrale aanpak drugsgebruik en drugscriminaliteit.

Hart voor Hilversum: vindt het aanscherpen van het keurmerk een goede zaak, evenals dat coffeeshophouders dat willen handhaven; verneemt van omwonenden signalen van overlast van coffeeshops; het keurmerk kan daarop misschien scherper insteken; is voorstander van een kwaliteitseis, wat de overlast kan doen verminderen en de gemeente scherper houdt om haar verplichtingen na te komen, omdat er een beter beleidsproduct is; informeert naar de reden voor het niet implementeren van een kwaliteitseis. D66: -

is blij om te horen dat er geen noemenswaardige problemen zijn rondom coffeeshops; vraagt waarom het zo lang duurde om een evaluatie te schrijven; gaat uit van doortastend handelen van de burgemeester als dat nodig is; vraagt naar de reden van gebrekkige controle en informeert wat dan het keurmerk eigenlijk waard is.

Debat Het CDA: leest dat het een bijdrage leveren aan een veilig en verantwoord softdrugsbeleid door een keurmerk is bereikt en vraagt waarom D66 dan zegt dat een keurmerk geen nut heeft; D66 vindt het heel onduidelijk waar de controle op coffeeshops ligt. De VVD: vraagt hoe Hart voor Hilversum coffeeshopoverlast kwalificeert en of dat vergelijkbaar is met andere overlast; Hart voor Hilversum denkt dat bij coffeeshops mensen komen die daar buiten afspreken en gauw weggaan; overlast gebeurt daar, wordt gedetecteerd en er zijn daarover zorgen. BVNL: schrikt van enkele gebruikte termen over coffeeshops, terwijl het over softdrugs gaat; als men mensen begeleidt in bijvoorbeeld het roken van een joint wordt het minder spannend; alcohol is veel meer genormaliseerd in het dagelijkse straatbeeld; de SP erkent veel overlast en problemen van alcohol in de samenleving; zeggen dat het er bij hoort is normaal. De VVD: vraagt of zo min mogelijk voorlichting betekent minder druggebruik; de ChristenUnie ging uit van het beleidsplan in de regio.

11

Tweede termijn inspreker De heer Schreuder: laat weten dat alle Hilversumse coffeeshophouders in de vergaderzaal aanwezig zijn; wil meepraten over beleid in de toekomst. 6. Beeldvorming Rekenkameronderzoek subsidieverstrekking (2.11) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: J. van Nistelrooij; VVD: T.R. Westerneng; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: F.G.J. van Voorden, wethouder. Rekenkamer: mw. K. Bongers, mw. D. Verloop, T. Plat (BMC). Ambtelijke ondersteuning: mw. M. Geertsema.

Mevrouw Bongers: merkt op dat het voor de gemeente een kunst is om met de beschikbare middelen zoveel mogelijk doelen te bereiken, waartoe ook subsidies verstrekt kunnen worden, waarmee activiteiten mogelijk worden die commercieel niet aantrekkelijk zijn, maar wel waardevol zijn voor het realiseren van beleidsdoelen; heeft gekeken naar beleidsvorming, betrokkenheid van raad en college en de uitvoering met betrekking tot gemeentelijke subsidiëring; had als hoofdtaak te onderzoeken of subsidies bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelen; heeft een documentstudie gedaan, interviews gehouden en een raadssessie georganiseerd; ook zijn tien casussen uitgewerkt; de Rekenkamer heeft daarbij ook met subsidieontvangers gesproken, van klein naar groot en over verschillende beleidsdoelen; trekt zestien conclusies en doet zeven aanbevelingen; concludeert dat gesubsidieerde instellingen goede dingen doen, maar het onduidelijk is of met subsidies ook de goede dingen wordt gedaan, wat komt door gebrek aan kaderstelling; onduidelijk is wat het doel van de subsidie is en wat de gemeente daarmee wil bereiken; kaderstelling is een taak voor de raad; heeft ook zaken gezien die raken aan rechtmatigheid; het ontbreekt aan subsidieregelingen waarin nadere regels zijn gesteld; die moeten dus nog worden opgesteld; heeft gezien dat Hilversum geen subsidieplafonds heeft ingesteld, waardoor sprake is van

open einderegelingen; toch worden subsidies soms afgewezen of worden lagere bedragen vastgesteld; dat is onrechtmatig, wat leidt tot bezwaren waardoor toch subsidie moet worden verleend; merkt op dat uit de dossierstudie blijkt dat het heel lang duurt, soms te lang, voordat subsidies worden vastgesteld; soms wordt de wettelijke termijn overschreden; stelt dat de relatie met gesubsidieerde instellingen moet veranderen in partnerschap, waarin de instelling de gemeente vanuit haar eigen expertise adviseren over activiteiten die passen bij gestelde doelen en te bereiken effecten; daar passen eenmalige subsidies niet zo goed bij; effecten zijn meestal pas jaren later zichtbaar; grote partijen kunnen ook niet zomaar ieder jaar hun bedrijfsvoering opnieuw inrichten; beter zou mijn deze grote partijen meerjarig te subsidiëren; stelt dat controle achteraf door de raad pas mogelijk en zinvol is als de kaderstelling goed is; de gemeente moet dus werken aan een logische lijn van beleidsdoelen naar specifieke oplossingen, activiteiten, indicatoren en beoogde effecten, die nu ontbreekt; men kan daarbij vooral aanhaken bij bestaande processen. Vragen aan de Rekenkamer De VVD: dankt de Rekenkamer namens de voltallige commissie voor het verrichte werk;

12

-

vraagt of ook is gekeken naar governance van subsidieontvangers; mevrouw Bongers antwoordt dat dat niet de insteek van het onderzoek was en dat punt dus niet aan de orde is gekomen in interviews.

De SP: kan zich ook goed voorstellen met kleine organisaties die structureel werk doen ook meerjarige subsidieafspraken te maken en vraagt of daarover met die kleine organisaties is gesproken; mevrouw Bongers erkent dat ook met kleine organisaties meerjarige afspraken zijn te maken. Het CDA: vraagt welk doel de raad kan bereiken door zelf afspraken met grote subsidieontvangers te maken; mevrouw Bongers ziet bij de raad de behoefte om te kijken naar wat met subsidies is gebeurd, wat het beste kan door vooraf doelen te stellen, waardoor achteraf bij de verantwoording te zien is wat ermee is gebeurd; bijsturing is dan ook mogelijk; informeert of daarmee wordt beoogd het inzicht van de raad te verhogen of dat wordt gezien als controlerende taak, die aan het college is gemandateeerd; mevrouw Bongers gaat het om beide. De VVD: vraagt wanneer een subsidiebedrag ‘groot’ is; mevrouw Bongers vindt dat ter beoordeling aan de raad; tussen niets en heel veel controleren zit heel veel; het is wel handig om alleen naar de grootste subsidies of de politiek meest gevoelige subsidies te kijken.

Democraten Hilversum: vraagt of ook is gekeken naar stapeling van gemeentelijke subsidies aan projecten; de heer Plat heeft daar niet expliciet naar gekeken, maar zag wel dat sommige subsidieontvangers vanuit meerdere overheden subsidie ontvangen; de Rekenkamer heeft primair gekeken naar de geldstroom van de gemeente naar de partijen; er zijn wel vaak meerdere financiers. De SP: vraagt wat de Rekenkamer bedoelt met niet alledaagse subsidieconstructies en wat die vindt van tekortfinanciering door subsidie; mevrouw Bongers denkt daarbij aan diensten van algemeen economisch belang, waarmee wordt voorkomen dat een subsidie wordt aangemerkt als ongeoorloofde staatssteun; voor het gat tussen de benodigde en beschikbare financiering is het logischer te kijken naar de doelen en hoeveel de gemeente daaraan wil bijdragen; in plaats van geld praat je dan meer over activiteiten en de ter bereiken doelen. Hart voor Hilversum: wil weten hoe de gemeente grip houdt op de samenwerking met een organisatie die meerjarig subsidie ontvangt en hoe daar tussentijds kan worden ingegrepen; mevrouw Bongers stelt dat in een partnerschap regelmatig overleg plaatsvindt, bijvoorbeeld bij problemen; bij grote partijen zijn er ook reflectiemomenten, zoals bij Versa.

Beeldvorming De SP: vraagt wanneer de wethouder de raad daadwerkelijk gaat betrekken bij het opstellen van het subsidiebeleid en wanneer de doelen SMART worden gemaakt; wethouder Van Voorden is blij met het rekenkamerrapport, dat heel goed weergeeft waar de gemeente staat; voor alle belangrijke onderwerpen komen er subsidieregels, waarin doelen helder zijn geformuleerd; de subsidieverordening wordt uitgewerkt in een uitwerkingsnotitie; vervolgens komt er een subsidieregister, waarin alle subsidies zijn vermeld; zodoende kan de raad precies zien wie welke subsidie krijgt en waaraan aanvragen moeten voldoen; dit alles zal voor de zomer 2023 gereed zijn;

13

-

memoreert dat de Rekenkamer vindt dat er subsidiebeleid moet komen en vraagt wanneer het college daarmee komt; wethouder Van Voorden wijst op de kaders in de algemene subsidieverordening; dat is het beleid en dat wordt verder uitgewerkt; de SP ontkent dat een verordening beleid is; wethouder Van Voorden kondigt nog beleidsregels aan.

De PvdA: had na het lezen van het rekenkamerrapport een déjà-vu-ervaring van een commissiebespreking; toen de wethouder nog raadslid was, was die van mening dat de algemene subsidieverordening in beleid tekort schiet; wethouder Van Voorden reageert dat beleid verder wordt uitgewerkt in subsidieregels, waarin staat waaraan aanvragen moeten voldoen, zodat zaken meetbaar zijn; het rekenkameronderzoek vermeldt dat dingen SMART moeten worden; mevrouw Geertsema had eerst de algemene subsidieverordening nodig en daarna kunnen subsidieregelingen vastgesteld worden; er zijn er al twee en er worden er nog elf uitgewerkt; de algemene subsidieverordening is een kader/beleid en het subsidiebeleid is een uitwerking daarvan, wat men kan zien als beleidsregel; er is nu behoefte aan verduidelijking van de algemene subsidieverordening, qua rolverdeling, proces, wat partners kunnen verwachten. D66: -

vraagt of de wethouder meer aan rechtmatigheid wil gaan doen; wethouder Van Voorden voldoet met de subsidieregels aan de eis van rechtmatigheid, evenals met het subsidiestaatje.

De SP: is benieuwd of het college van plan is om een subsidieplafond vast te stellen; wethouder Van Voorden wil dat doen, omdat je anders niet rechtmatig bezig bent. BVNL: wil weten waarom onrechtmatig subsidies zijn versterkt; wethouder Van Voorden stelt dat de onrechtmatigheid betrekking heeft op het niet hebben van subsidieplafonds en niet op het verstrekken van subsidies an sich. De ChristenUnie: is benieuwd op welke manier het college aan de slag gaat met wat de raad wil en hoe het college daarover terugkoppelt naar de raad; wethouder Van Voorden wil zaken voor de zomer van 2023 op orde hebben en dat is misschien ook het moment voor een evaluatie.

De PvdA: vraagt hoe het college aankijkt tegen de suggestie van de Rekenkamer om anders te controleren in plaats van niet te controleren; wethouder Van Voorden vindt dat lastig; aan de voorzijde zou men scherp moeten hebben wat de doelen en de subsidieregels zijn, evenals het subsidieregister; de gemeente Utrecht heeft een dergelijk register heel goed op orde; als er behoefte is aan meer duidelijkheid kan daarover het gesprek worden aangegaan; informeert of de wethouder de raad ontraadt om anders te controleren; wethouder Van Voorden ontraadt de gemeenteraad om subsidiepartners te controleren; dat is namelijk aan het college en daarvoor zijn beleidsregels opgesteld; doelen uit beleidsnota’s worden daarbij gekoppeld aan de subsidiepartner; in een beeldvormende sessie kan het proces worden verduidelijkt. De VVD: wil weten wat het college van plan is; wethouder Van Voorden streeft ernaar zaken zuiver te krijgen, waarvoor beleidsregels nodig zijn. D66: -

meent dat controle de evaluatie naar de raad zelf kan zijn; het zou zinnig zijn om naar vier organisaties te kijken die gezamenlijk € 8 miljoen van het gemeentelijke subsidiebudget

14

krijgen; wethouder Van Voorden licht toe dat er 119 grote subsidiepartners zijn; subsidiëring is een taak die in 2021 bij het college is belegd; na optuigen van het proces wordt er heel veel duidelijk, omdat de scherpte er komt in de beleidsnota’s; daarna vinden discussies over doelen plaats; bij het slechts praten over één subsidie mist men de context. GroenLinks: vraagt hoe ervoor wordt gezorgd dat subsidiepartners responsief kunnen blijven; daarmee wordt bedoeld kunnen blijven inspelen op crises of grote ontwikkelingen; wethouder Van Voorden wijst in dat verband op de coronaherstelagenda, waarin een subsidieregeling is vervat; daarin zit dus die responsieve ontwikkeling; gesubsidieerde organisaties zijn geen geïsoleerde partners en de gemeente heeft daarmee continu contact; die relatie is heel goed; hij is toe aan duidelijkheid en daarom is hij blij met het rekenkamerrapport; dat helpt de gemeente ook zelf om doelen scherp te stellen en hoe een partner daaraan kan voldoen. Het CDA: vraagt of er al kaders en criteria zijn om voor meerjarige subsidierelaties in aanmerking te komen; wethouder Van Voorden denkt dat dat ook voor kleine organisaties heel goed is; wil men doelen voor een langere periode vastleggen, dan kan dat langjarig en voor continuïteit zorgen; criteria daarvoor worden ontwikkeld en die komen in de beleidsregels te staan.

De SP: vraagt of de wethouder in beleidsregels gaat afwijken van diens inherente afwijkingsbevoegdheid; wethouder Van Voorden weet dat niet, maar wijst op de hardheidsclausule in de algemene subsidieverordening. De VVD: vraagt hoe men controle houdt op partijen waaraan men op afstand iets vraagt; wethouder Van Voorden gaat met subsidie niet over een organisatie en de verhouding daarmee is anders dan bij een inkooprelatie; daarom is het goed om de subsidieregels en de doelen aan de voorkant scherp te houden en de vinger aan de pols te houden; vraagt of bij grote subsidieontvangers de wethouder samen met die organisatie de doelen wil vaststellen of dat de raad wil laten doen; wethouder Van Voorden wijst erop dat de doelen voortkomen uit de beleidsnota’s, die de raad vaststelt; technisch worden de beleidsnota’s omgezet in beleidsregels. De SP: vraagt of de wethouder een gesubsidieerde partij een verbonden partij vindt; wethouder Van Voorden vindt dat officieel gezien niet zo.

Hart voor Hilversum: vraagt hoe de wethouder de raad tijdig informeert als de doelmatigheid en doeltreffendheid van de subsidie niet bereikt wordt; wethouder Van Voorden informeert de raad bij de jaarrekening over de behaalde doelen; vraagt hoe de raad grip kan houden op een meerjarig partnerschap en daarop kan ingrijpen; wethouder Van Voorden houdt continu de vinger aan de pols en vordert als het nodig is de subsidie terug; wil weten of het college de doeltreffendheid van een subsidie beoordeelt en hoe het dat doet; wethouder Van Voorden heeft daartoe de subsidieregels nodig. Het CDA: leest het informatieprotocol als een uitnodiging aan de raad zelf om dat te formuleren en vraagt hoe de wethouder daarnaar kijkt en hoe hij de raad behulpzaam wil zijn bij het maken daarvan; wethouder Van Voorden laat weten een subsidieregel al super transparant te vinden. De SP:

15

-

vraagt of de wethouder de eerste aanbeveling van de subsidiekamer overneemt, het kader in de algemene subsidieverordening uit te werken in een subsidiebeleid wethouder Van Voorden heeft aangegeven alle conclusies en aanbevelingen over te nemen.

Hart voor Hilversum: vraagt of er nog een beeldvormende sessie over subsidies komt voor de gemeenteraad; wethouder Van Voorden wil dat doen als al het beleid klaar is; D66 wil tussentijds al dingen ontvangen die al af zijn; wethouder Van Voorden stuurt gereed gekomen nota’s nu al naar de raad toe. 7. Oordeelsvorming Rekenkameronderzoek subsidieverstrekking (2.59) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: J. van Nistelrooij; VVD: T.R. Westerneng; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: F.G.J. van Voorden, wethouder. Rekenkamer: mw. K. Bongers, mw. D. Verloop en M. Plat (BMC). Ambtelijke ondersteuning: mw. M. Geertsema. De PvdA: stelt dat het rapport precies de dingen staan die de raadscommissie al eerder heeft besproken; herinnert aan de belofte van een nieuwe bestuurscultuur, terwijl de wethouder nu zegt dat zaken aan het college zijn, waarover de fractie heel erg teleurgesteld is; is van mening dat in deze tijd met projectsubsidies geen organisaties te runnen zijn en dat die geen blijk geven van partnerschap; - vindt de middenweg een goede suggestie en wil raad en college zaken samen laten oppakken.

De ChristenUnie: wil de conclusies vaststellen; moedigt het college bij beslispunt 2 aan om met aanbevelingen aan de slag te gaan; vraagt het college jaarlijks het subsidieregister openbaar te maken en ook te laten weten wat de subsidiedoelen waren en in welke mate daaraan is voldaan; verwacht beleidsregels aan de raad voorgelegd te zien als dat nog niet eerder is gebeurd. D66: -

wil goed naar de kaders kijken, maar omdat goed te kunnen doen moet de raad daarover ook het gesprek kunnen voeren; dat kan echter niet goed vanwege geen goede betrokkenheid vooraf.

De SP: is blij met het rekenkamerrapport, maar vindt de antwoorden van de wethouder weinig SMART; wil zich rekenschap geven van andere onderzoeken, namelijk meer grip op de regio, meer regie op de uitvoering; ontkent dat een verordening geen strategisch subsidiebeleid is en wil daarnaar bij andere gemeenten kijken; wil keuzes maken over het aangaan van subsidierelaties of inkooprelaties; pleit voor het doorakkeren van de beleidscyclus rondom subsidie verstrekken, waar een externe deskundige wordt bijgehaald om het beleidsmatig goed te doen. Hart voor Hilversum: kan zich goed vinden in de gedane aanbevelingen van de Rekenkamer en vindt de conclusies daarvan helder;

16

-

vindt het van groot belang te starten met het maken van goede subsidieregelingen, zodat de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het subsidiebeleid worden aangescherpt; is een groot voorstander van een publiek toegankelijk subsidieregister; vindt het een goede ontwikkeling dat het college zich kan vinden in de conclusies en aanbevelingen en dat het college de uitkomst van het rekenkameronderzoek omarmt; hecht veel waarde aan een tussentijdse beeldvormende sessie aan het einde van dit jaar waarin de informatiebehoefte van de raad al op tafel wordt gelegd.

De VVD: onderschrijft het rapport en alle conclusies en aanbevelingen; is voorstander van meerjarige subsidies; constateert dat het college aanbeveling 3 niet gaat doen; zelf controle uitoefenen is een goed idee; adviseert de reactie op aanbeveling 3 te heroverwegen; wil bij grote subsidies betrokken worden bij doelen en of die juist zijn. GroenLinks: wil duidelijkheid voor de raad en gesubsidieerde partners; zij moeten op tijd weten waaraan ze toe zijn; vraagt ook de beoordelingstermijn eerder te doen; is ook voorstander van een meerjarig subsidiebeleid, wat de eerste prioriteit mag zijn; wil zorgen voor ruimte aan de gemeente en partners om te kunnen inspelen op veranderingen; dus kpi’s met de insteek van lessons learned; daarop wil de fractie een toezegging hebben.

Het CDA: is blij dat het college de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport overneemt; wil duidelijkheid aan de subsidieaanvragers verschaffen en helderheid geven dat die aanvragen passen in de gemeentelijke doelen; wil de vraag laten beantwoorden of met het subsidiebeleid als financieringsinstrument ook de gemeentelijke doelen worden bereikt of dat er een inkooprelatie moet komen; is voorstander van het kijken naar een mix van grote en kleine subsidieaanvragers; stemt in met een subsidieregister; wil nadenken over een informatieprotocol; hoe kan dat effectief zonder dat er een enorme uitvraag naar het college komt; is erg voorstander van meerjarige subsidies, maar wel met een duidelijk kader. Democraten Hilversum: stemt in met het overnemen van zestien conclusies en zeven aanbevelingen; vindt het hebben van een subsidieplafond van belang; wil stapeling van subsidies in het beleid betrekken.

Wethouder Van Voorden: gaat geen nieuwe beleidsregels verzinnen, maar gaat alleen de algemene subsidieverordening vertalen; gaat subsidieregels inclusief partijen inzichtelijk maken; wil een subsidierelatie niet politiek maken, maar beleidsregels beoordelen; doelen in nota’s worden vertaald in activiteiten en die worden vertaald in subsidieregels; kondigt een subsidiestaat in de begroting en met ingang van 2023 in alle subsidieregels aan; vindt het goed om beleidsnota’s scherp te hebben; doelen in subsidieregelingen worden herkend in de activiteiten van gesubsidieerde organisaties; D66 ondersteunt het debat over beleidsnota’s, maar mist feedback vanuit verleende subsidies naar de raad om die mee te nemen in beleid; dat kan helpen om beleid aan te scherpen; wethouder Van Voorden denkt dat een verantwoording van het college in de jaarrekening plaatsvindt; ingewikkeld vindt hij dat de raad subsidiepartners gaat beoordelen; handhaaft beoordelingstermijnen, maar daarover valt wel te praten;

17

-

D66: -

hecht evenals GroenLinks belang aan responsiviteit; als activiteiten goed worden benoemd denkt hij dat daarvoor ook ruimte is; wil een beeldvormende sessie pas rond de zomer doen, wanneer alle subsidieregels klaar zijn; de SP steunt de vraag om een beeldvormende sessie en een gesprek over keuzes, onder meer over een subsidieplafond; Hart voor Hilversum vindt een gesprek en duidelijkheid belangrijk; als een beeldvormende sessie niet eind dit jaar kan worden georganiseerd, kan de raad wellicht zelf een benen op tafeloverleg organiseren; de SP kondigt aan haar stinkende best te zullen doen om dat te faciliteren. vindt de vraag van het CDA heel goed of de raad iets heeft gemist; daarom is een terugkoppeling van belang.

De VVD: snapt dat alle subsidieontvangers heel belangrijk zijn, maar vraagt of het CDA vindt dat er voldoende grip is op de uitvoering van taken door Versa; het CDA vindt dat een taak van het college en vindt informatie van medewerkers van Versa zelf ook afdoende. de SP wil beleid ten aanzien van grote en kleine organisaties veranderen; er zijn wel degelijk grote projecten die behoren tot de basisinfrastructuur kapot gegaan; daarover moet de raad beleidsmatig iets zeggen, zodat dat verwerkt kan worden in de verantwoording; de VVD vindt dat de raad op dat punt te ver op afstand staat; het verschil tussen doelen en wat er daadwerkelijk wordt bereikt is te groot; wethouder Van Voorden stelt dat doelen worden vertaald in activiteiten, welke activiteiten door organisaties worden uitgevoerd; de SP wil die activiteiten niet weten, maar wil dat organisaties geholpen worden met subsidies. Tweede termijn Rekenkamer Mevrouw Bongers: merkt op dat men elk jaar vijf dossiers zou kunnen controleren; de controlerende taak doelt erop of de raad controleert of de wethouder zijn taak goed heeft uitgevoerd, wat kan middels een verslag.

Wethouder Van Voorden herhaalt de volgende gedane toezeggingen : - het eventueel bespreken van beoordelingstermijnen met organisaties; - het door organisaties invulling kunnen geven aan responsiviteit; - het organiseren van een beeldvormende sessie voor de zomer van 2023; - het gaan hanteren van een subsidieplafond. Advisering aan de raad Alle fracties vinden het voorstel rijp voor de raad. Hart voor Hilversum, het CDA, GroenLinks en Democraten Hilversum adviseren positief zonder debat. De ChristenUnie adviseert zonder debat. De VVD, de PvdA, BVNL en D66 maken een voorbehoud. De SP adviseert met debat. 8. Beeldvorming Jaarverslag van de functionaris gegevensbescherming(3.40) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: H. Lindeboom; VVD: H.H. Fennema; GroenLinks: R. Lomans; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher.

18

College: B. Heller, wethouder. Functionaris gegevensbescherming: hr. Katus. De voorzitter: - merkt op dat de AVG bepaalt dat de functionaris gegevensbescherming (FG) jaarlijks aan het college verslag uitbrengt over de implementatie van de AVG binnen Hilversum; het jaarverslag brengt het college op de hoogte van bevindingen en aanbevelingen; - vervolgt dat na behandeling van het verslag door het college het aan de raad ter advisering van het college wordt voorgelegd. Het CDA: informeert naar de status van de in de vergadering aanwezige FG; de voorzitter deelt mee dat de FG toehoorder is en de commissie nu spreekt met het college.

De PvdA: constateert dat er geen volledige dekking is voor het data production impact assessment (dpia)en informeert naar de betekenis daarvan, bijvoorbeeld in relatie tot het Sociaal Plein en hoe daar met gegevens wordt omgegaan; wethouder Heller antwoordt dat dpia’s door de organisatie heen opgesteld moeten worden, waartoe er een meerjarenplan is, waarin de meest belangrijke en risicovolle processen eerst plaatsvinden; per proces wordt een impactanalyse gemaakt, waar in feite de risico’s liggen als er iets fout gaat; dat heeft geen consequenties voor de processen; het kan wel zijn dat het op basis van die bevindingen raadzaam is om processen of elementen daarvan aan te passen; het CDA zag in het rekenkameronderzoek dat in 2020 vier dpia’s waren uitgevoerd op veertien cruciale processen; het verslag van de FG beveelt aan om op alle processen een dpia te doen; nu vindt volgens het commissievoorstel een inventarisatieronde bij alle afdelings mt’s plaats welke dpia’s uitgevoerd moeten worden; de fractie vraagt duidelijkheid in deze conflicterende informatie te verschaffen; wethouder Heller legt uit dat het PIT de hele organisatie doorgaat; eerst worden processen doorgelicht of het nodig en van daaruit wordt de complete risico-inventarisatie uitgevoerd is; het proces ligt op schema; D66 vraagt daaruit te mogen concluderen om de plannen te blijven uitvoeren zoals die al op tafel

liggen en wat de aanbeveling en het plan was; wethouder Heller verwijst naar het jaarverslag dat de wijze van handelen positief is; één specifieke kwestie doet de FG tot een ander overall oordeel komen; vier zaken worden daaruit genoemd, waarvan het college er een niet overneemt; de andere zaken zijn onderdeel van de jaarplanning en krijgen aandacht in de organisatie, ook in de komende periode. Democraten Hilversum: zoomt in op de ketenregie en vraagt of de regio Gooi en Vechtstreek zonder tussenkomst van de gegevensverzameling en –verwerking door de gemeente Hilversum over vroegtijdig schoolverlaten haar regionale meld- en coördinatierol kan vervullen; wethouder Heller kan dat niet met zekerheid zeggen; informeert wie binnen de regeling van de regionale aanpak van het voortijdig schoolverlaten in de regio Gooi en Vechtstreek de contactgemeente is in de regionale samenwerking; wethouder Heller weet dat niet, omdat dat niet tot zijn portefeuille behoort; vraagt hoe het college zijn weigering ziet om zijn verantwoordelijkheid te nemen bij de klachtafhandeling van vroegtijdig schoolverlaten in het licht van de discussie over het democratische tekort bij gemeenschappelijke regelingen; wethouder Heller antwoordt dat het college met de andere FG’s van de regiogemeenten en de FG van de regio van mening is dat bij delegatie van taken ook klachtafhandeling behoort; dat is een situatie

die in Nederland al tientallen jaren bestaat; er is vooralsnog geen aanleiding om dat standpunt te veranderen en de eerste rechterlijke uitspraak geeft daar ook geen aanleiding toe; de PvdA ziet in het privacybeleid van de gemeente Hilversum benadrukt worden dat het in alle gevallen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de gemeente Hilversum

19

en de regio; wethouder Heller gaat het om de vraag of taken zijn overgedragen, gedelegeerd of gemandateerd; de FG van de regio stelt dat als sprake is van delegatie ook de klachtafhandeling naar de regio is gedelegeerd; de PvdA vraagt of is gepubliceerd wie de verantwoordelijkheid dan draagt, wat volgens het privacybeleid dan geregeld moet zijn; wethouder Heller licht toe dat de klacht bij de regio is ingediend en daar ook is behandeld; men was het echter inhoudelijk niet eens met de afhandeling. De VVD: doet een voorstel van orde om de kijk van de FG op deze casus te horen. Aldus wordt besloten. De heer Katus (Functionaris Gegevensbescherming) benadrukt dat er geen delegatie heeft plaatsgevonden; in de gemeenschappelijke regeling Gooi en Vechtstreek staat ‘uitbesteding aan de regio, met het voorbehoud om zelf de regie te blijven voeren’; merkt op dat de rechter om het punt van het eigenaarschap van de gemeente Hilversum heen is gegaan; er is dus geen uitspraak over de betreffende kwestie; wel is er een uitspraak dat de klaagster geholpen had moeten worden; het issue is dat een inwoner van de gemeente Hilversum moet kunnen terugvallen op de eigen gemeente als er iets fout gaat; dat is de hele tijd genegeerd, waarmee hij moeite heeft en wat hij heeft aangegeven.

Het CDA: constateert dat de FG een gele kaart geeft, maar het college dat niet zo ziet en vraagt wat de raad daarmee iets moet en wat de rol daarvan is; de heer Katus wijst op het gemeentelijke privacybeleid dat vermeldt dat de mening van de FG de geëigende wijze is voor toepassing van de AVG; er is een gele kaart uitgedeeld voor de afhandeling van zaken; het is jammer dat het college het advies niet overneemt om de regie te voeren en de betreffende mevrouw te helpen; de rechter heeft zich daarover niet uitgelaten; de gemeenteraad moet nu het college controleren; de voorzitter wijst erop dat de commissie het college adviseert over het verslag van de FG, maar de raad geen besluit kan nemen; wethouder Heller beaamt dat het college in dezen op inhoud tegenover de FG staat; de mening van de FG wordt door de juridische adviseurs van het college tegengesproken en het college ziet daarom geen reden om die mening te volgen; de mening van de FG is redelijk geïsoleerd en ook de FG’s van de andere regiogemeenten lijken die niet te delen; omdat de mening van de FG niet wordt gesteund ziet het college dan ook geen reden om anders te acteren dan het college en alle andere gemeenten in Nederland doen.

BVNL: vraagt wie de rol heeft om de betreffende klacht af te handelen; wethouder Heller antwoordt dat de regio die taak uitvoert, omdat die daaraan is overgedragen; de klacht is ook afgehandeld en er is zelfs een prima uitkomst voor klaagster; er is dus een principieel en juridisch verschil van mening, welk geschil een rechtbank kan beslechten; er is echter geen reden om fundamenteel anders te gaan acteren. Het CDA: ziet in het FG-rapport dat een rechtszaak voorkomen had kunnen worden als er ketenregie was gevoerd en vraagt of het voorkomen van rechtszaken door ketenregie een oorzaak kan zijn om anders te kijken naar de aanbeveling en om die anders te interpreteren; wethouder Heller heeft die aanbeveling zo gelezen dat de FG van mening is dat de gemeente de klacht had moeten afhandelen; naar de mening van het college is daarvan geen sprake, zodat in die zin geen sprake van regievoering is; dat staat los van de vraag wat het inhoudelijke oordeel in de klachtafhandeling zou zijn geweest; een principieel punt aanvechten is prima; hij gaat er van uit dat er voor betrokkene zelf een adequate oplossing is gevonden, namelijk bepaalde brieven

20

over haar kind niet meer te ontvangen; daar waar sprake is van een eindverantwoordelijkheid van de gemeente voert de gemeente die ook daadwerkelijk op die keten; in dit geval blijft het college van mening bij de regio thuishoort, waaraan ook het werk is overgedragen; in die zin is geen sprake van regie vanuit het gemeentehuis. GroenLinks: ziet in het commissievoorstel het beslispunt staan dat de aanbeveling over de klachtafhandeling niet is overgenomen, terwijl in het antwoord op een technische vraag van D66 staat dat alle aanbevelingen over de keten worden overgenomen; daarom is de vraag welke aanbevelingen al dan niet worden overgenomen; wethouder Heller voelt zich verantwoordelijk voor meerjarenplannen; bij specifieke situaties van overdracht van taken en ook van klachtafhandeling neemt het college de aanbeveling niet over; begrijpt dat onder punt 6, ketenregie, het maken van prestatieafspraken met uitvoeringsorganisaties en het controleren daarvan het college die punten wel overneemt; wethouder Heller doet dat als er geen volledige overdracht heeft plaatsgevonden. D66: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=cf22be6d-f788-4831-93e1-a9b995914c57