CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Chw bestemmingsplan Huydecopersweg 'Tussen de lanen'

GEMEENTERAAD 2 februari 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Chw bestemmingsplan Huydecopersweg 'Tussen de lanen' (1074306)13.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de Maartensdijkseweg wordt ingezet op het opheffen van die onbewaakte overweg en het realiseren van een fietstunnel. ProRail heeft het project in de markt gezet analoog aan het programma DOEN van Rijkswaterstaat, Onlangs is de opdracht aan BAM verstrekt, die het proces van voorbereiding aan het opstarten zijn. Ten aanzien van het bestemmingsplan Aangezien het proces rondom de realisatie van det opheffen van die onbewaakte overweg en het realiseren van een fietstunnel onder de Maartensdijkseweg nog invoorbereiding is, is ervoor

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

28

gekozen om hiervoor voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen. Daarbij moet aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan moet worden. Eén van deze randvoorwaarden is dat voldaan wordt aan de eisen vanuit de Wet geluidhinder. Dit gebeurt bij de vergunningverlening en niet in het kader van voorliggend Chw bestemmingsplan. Op dat moment moet uit een akoestisch onderzoek blijken dat voldaan kan worden aan deze eisen. Een Chw bestemmingsplan biedt de mogelijkheid onderzoeken in de tijd te faseren, dit zorgt voor verlaging van de onderzoekslasten. Zo kan het bestemmingsplan verschillende functies aan één locatie toedelen, waarbij nog geen gedetailleerd onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Dit is pas van toepassing wanneer een initiatief concreet wordt. Het doorschuiven van de onderzoeksplicht heeft als bijkomend voordeel dat onderzoeken niet opnieuw hoeven worden gedaan vanwege de vaak beperkte houdbaarheid. Denk hierbij aan Flora- en faunaonderzoeken die snel gedateerd kunnen zijn, aan een gewijzigde akoestische- of andere milieusituatie, en aan wijzigingen in provinciale- of Rijkswetgeving

5.6

Leefbaarheid

5.6.1

Geluid

Dit bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om het plangebied in te richten ten behoeve van de functie 'waterberging en natuurontwikkeling'. Door de aanleg van een fietspad dat bijdraagt aan het 'rondje Hilversum' wordt het fietscomfort verbeterd en wordt het fietsgebruik gestimuleerd. Dit heeft een positieve uitwerking op de lokale geluidsbelasting vanwege het autoverkeer. In het plangebied wordt autoverkeer niet mogelijk gemaakt. Het fietspad zelf valt niet onder de Wet Geluidhinder. Ten aanzien van het bestemmingsplan Binnen deze functie worden geen geluidsgevoelige objecten gerealiseerd, derhalve kan een akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder achterwege blijven. 5.6.2

Luchtkwaliteit

In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. Ten aanzien van het bestemmingsplan Het onderhavige bestemmingsplan maakt de inrichting van het plangebied ten behoeve van de functie 'waterberging en natuurontwikkeling' mogelijk. Deze functie maakt geen ontwikkelingen mogelijk die leiden tot een sterke verkeerstoename. De voormalige afrit van de A27 is komen te vervallen en het natuurgebied wordt uitgebreidt, waarbij nieuwe groen natuur wordt aangeplant en vijvers worden aangelegd. Het plan heeft geen negatieve invloed hebben op de luchtkwaliteit in het gebied en kan worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. 5.6.3

Stikstof

Voor de realisatie van het Natuur- en landschapsplan Huydecopersweg is een stikstofdepositie onderzoek (zie Bijlage 4) uitgevoerd. Het effect van de voorgenomen tijdelijke activiteit op stikstofdepositie is onderzocht middels een stikstofdepositie berekening in het rekeninstrument AERIUS Calculator (zie Bijlage 5) De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met voor stikstof gevoelige habitattypen betreffen Oostelijke Vechtplassen en Naardermeer. Beide gebieden zijn gelegen ten westen van het plangebied.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

29

Ten aanzien van het bestemmingsplan Uit de berekening volgt dat er geen sprake is van een bijdrage in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol per hectare per jaar op een Natura 2000-gebied. Hiermee kunnen significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden als gevolg van de realisatiefase van het plan Huydecopersweg worden uitgesloten en hoeft geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

5.7

Externe veiligheid

In het “Besluit kwaliteitseisen externe veiligheid inrichtingen milieubeheer” (Bevi) zijn normen voor de maximaal toelaatbare/aanvaardbare risico's als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vastgelegd. Voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water zijn normen vast gelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van het bestemmingsplan Met de aanleg van waterbeberging en natuur, inclusief een fietspad, worden geen kwetsbare objecten gerealiseerd, hierdoor dient geen verantwoording van het plaatsgebonden risico en groepsrisico gegeven te worden. Ook wordt er niet gegraven in de nabijheid van hogedruk gasleidingen. Een nader onderzoek naar de externe veiligheid kan dan ook achterwege blijven.

5.8

Vormvrije mer-beoordeling

Ten behoeve van de vergunningaanvraag is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (Bijlage 6) opgsteld, hiermee wordt het voor het bevoegd gezag mogelijk om een besluit te nemen omtrent de vraag of de aanleg van de waterberging belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Wanneer een ontgronder geen milieutoets uitvoert in het kader van de omgevingsvergunning, is de ontgronder verplicht tot het uitvoeren van een m.e.r. op basis van het Besluit milieueffectrapportage (art. 7.2 WMb, art. 2 Besluit milieueffectrapportage). In onderdeel C en D van de bijlage van dit besluit worden activiteiten met m.e.r.-(beoordelings)plicht individueel benoemd. In het kader van de ontgrondingen betreft het onderdeel D16.1: De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van 12,5 hectare of meer. Voor gevallen die qua omvang onder de drempelwaarde van onderdeel D vallen geldt dat een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Aard, omvang en ligging zijn begrippen die bij deze beoordeling centraal staan.

Ten aanzien van het bestemmingsplan Er zijn geen significant nadelige milieueffecten te verwachten ten gevolge van de voorgenomen activiteit ontgronding ten behoeve van de aanleg waterplassen in het plan Huydecopersweg. De k enmerken van het potentiële effect die er zijn, zijn minimaal en beperkt in de tijd. Er is geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Toetsing van de activiteiten aan de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage en de criteria van bijlage III van de Richtlijn leidt tot de conclusie dat een afzonderlijke m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk wordt geacht.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

30

Hoofdstuk 6 6.1

Implementatie

Planmethodiek

De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is gekozen voor eindbestemmingen.

6.2

Bestemmingsregeling

Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een of meerdere verbeeldingen. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen. 6.2.1

Toelichting op de verbeelding

Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen). 6.2.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2012, te raadplegen via de website van het ministerie van IenM, onderdeel standaarden. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen. 6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels begrippen wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bestemmingen dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3 Algemene regels anti-dubbeltelregel algemene bouwregels

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

31

algemene gebruiksregels algemene aanduidingsregels algemene ontheffingsregels algemene wijzigingsregels verwerkelijking in de naaste toekomst algemene procedureregels overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten: Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. .. b. .. en tevens voor: c.

een ...., ter plaatse van de aanduiding '....', met de daarbij behorende voorzieningen. .... (die dus voor zowel de algemene bestemming als de specifieke aanduiding gelden). De daarbij behorende voorzieningen zijn bewust niet in de bestemmingsomschrijving genoemd. Het gaat hier om voorzieningen die voor het verwezenlijken van de bestemming nodig en wenselijk zijn. Dat kunnen diverse voorzieningen zijn. Een limitatieve opsomming is niet makkelijk te geven. In de toelichting op de regel (hieronder) worden wel enkele voorbeelden gegeven van de bij de bestemming behorende voorzieningen. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen, kent het bestemmingsplan aanduidingen. Deze aanduidingen bevatten specificaties van (dubbel)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een aanduiding, die juridische betekenis heeft, wordt niet alleen aangegeven op de analoge en digitale verbeelding van een bestemmingsplan, maar ook in de regels. Er zijn in het algemeen zes soorten aanduidingen te onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

gebiedsaanduidingen; functieaanduidingen; bouwvlakken; bouwaanduidingen; maatvoeringsaanduidingen; figuren. Bouwregels

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

32

Samen met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen/aanduidingen, bevatten de regels bepalingen over de situering en de maximale afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken binnen de bewuste bestemming. Soms is op de verbeelding door middel van een bouwvlak aangegeven waar het (hoofd)gebouw mag worden gebouwd. Buiten het bouwvlak mag weliswaar vaak ook worden gebouwd, maar dan gaat het om bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of terreinafscheidingen. De bouwregels gaan over bouwwerken en zijn onderverdeeld in bepalingen over: a. (hoofd)gebouwen; b. bijbehorende bouwwerken (indien daarvan sprake is); c. bouwwerken, geen gebouw zijnde. De toetsing hieraan vindt in principe pas plaats indien duidelijk is dat het voorgenomen gebruik van het bouwwerk in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving bij de bestemming. Afwijking van de bouwregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een bouwregel. Het kunnen afwijken van de bouwregels is beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een bouwregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaardregel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de bouwregels terecht is.

Specifieke gebruiksregels Indien ten aanzien van een bepaald gebruik speciale regels moeten worden gegeven dan worden deze specifiek aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke specifieke regeling is het gebruik van een gedeelte van de woning en/of bijbehorend bouwwerk als werkruimte voor een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit. Afwijking van de gebruiksregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel. Het kunnen afwijken van de gebruiksregels is ook hier beslist geen automatisme.Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een gebruiksregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij of zij niet uit de voeten kan met de standaard regel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de gebruiksregels terecht is. a. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In deze regel staan specifiek voor de bestemming geldende bepalingen over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunningen).Zo kan bijvoorbeeld via een omgevingsvergunning een bepaalde natuurwaarde worden beschermd.

Aanleggen is dan niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders. Wijzigingsbevoegdheid Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden gegeven aan het college van burgemeester en wethouders om het plan op onderdelen te wijzigen. Hierbij gaat het voornamelijk om de toegestane gebruiken zoals aangegeven in de bestemmingsomschrijving. De wijzigingsbevoegdheid is iets anders dan de afwijkingsbevoegdheid. Via deze wijzigingsbevoegdheid kunnen bestemmingen worden gewijzigd, overigens binnen door de gemeenteraad aangegeven voorwaarden. Via een afwijking worden bestemmingen niet gewijzigd. De afwijking maakt het slechts mogelijk om binnen een bestemming af te wijken van de standaardregel (bijvoorbeeld van de standaard bouwhoogte). Het kunnen wijzigen van de bestemming is ook hier beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om een wijziging moet worden gemotiveerd waarom dat mogelijk en wenselijk is. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaard regel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat wijziging van de bestemming terecht is. De afwijkings- en wijzigingsbevoegdheid mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van een eerder besluit tot afwijking of wijziging.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

33

6.2.2.3 De regels In de regels worden verschillende begrippen gebruikt die voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Door het opnemen van de definities van deze begrippen wordt getracht misverstanden over de uitleg van de regels te beperken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Enkele begrippen zijn overgenomen uit de Woningwet/Bouwverordening en SVBP2012. Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Natuur - Bos en Heidegebied Het betreft de bos- en heidegebieden van het buitengebied. Deze gebieden zijn bestemd voor de duurzame instandhouding van natuurgebieden en behoud, versterking en ontwikkeling van de aan de natuurgebieden eigen zijnde landschappelijke- en natuurwaarden, alsmede cultuurhistorische waarden. Daarnaast zijn functies, zoals extensief dagrecreatief gebruik, agrarisch medegebruik ten behoeve van natuurbeheer en ecoducten, toegestaan.

Extensief dagrecreatief medegebruik is een vorm van dagrecreatie die niet zo verstorend is voor natuur en bewoners van het gebied en waarvoor nauwelijks voorzieningen aangelegd hoeven te worden maar waarvoor kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes. Wandelen en fietsen vormen de hoofdmoot. Het medegebruik van de fiets- en voetpaden is mogelijk binnen deze bestemming. Artikel 4 Verkeer Alle (snel)wegen, straten en stoepen hebben deze bestemming gekregen. Hier zijn ook groenvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan.Deze bestemming voorziet hoofdzakelijk de wegen ten behoeve van autoverkeer aan de randen van het plangebied. De fiets- en voetpaden gelegen in het plangebied worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming Natuur - Bos en Heidegebied Artikel 5 Verkeer - Railverkeer De gronden van en direct grenzend aan het spoor zijn bestemd voor enkel het railverkeer inclusief bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken worden gebouwd ten behoeve van de bediening van kunstwerken. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone plasbrandaandachtsgebied', zijn ongeacht het bepaalde in de daar voorkomende bestemmingen, geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan.

Artikel 6 Waterstaat - waterbergingsgebied Deze dubbelbestemming is bedoeld voor de tijdelijke opvang en berging van water en het behoud van het waterbergend vermogen. Binnen deze dubbelbestemming mogen geen hoofdgebouwen worden opgericht. Artikel 7 Leiding - Water In dit artikel is de bescherming van de aanwezige waterleidingen en de bijbehorende onderhoudstroken geregeld. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat op deze gronden niet mag worden gebouwd. Indien werkzaamheden in of op de grond worden uitgevoerd, dan dient hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

34

Artikel 8 Waarde - Archeologie - Zuidoostelijk Bosgebied - Middelhoog In dit artikel is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen. Dat geldt niet voor relatief kleine bouwwerken die weinig of geen schade kunnen aanbrengen aan eventuele archeologische waarden. Dat verschilt per gebied (waarde hoog, middel of laag). Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden aanlegvergunningplichtig. Voor het verlenen van een dergelijke vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een deskundige. Artikel 9 Waarde - Geomorfologie Deze dubbelbestemming is bedoeld voor de bescherming en instandhouding van de aardkundige waarden in het plangebied. Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Een bekend voorbeeld van een dergelijke regeling is de zogenaamde rustende boer regeling. Er is aangesloten bij de standaard antidubbeltelregel die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen. Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemeen geldende bouwregels opgenomen. Het gaat daarbij om ondergeschikte bouwdelen, dakopbouwen, maatvoering (vervangende maat) en waardevolle bebouwing (i.c. monumenten). Artikel 12 Algemene gebruiksregels Algemeen In dit lid is opgenomen welk gebruik als strijdig en niet-strijdig gebruik wordt verstaan. Parkeren Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto’s in de juiste mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, onder a van de Wet ruimtelijke ordening, de in lid 3 bedoelde parkeernormen en bedragen te wijzigen, indien door de gemeenteraad nieuwe parkeernormen, dan wel nieuwe bedragen zijn vastgesteld.

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels 13.1 Milieuzone - plasbrandaandachtsgebiedIn dit artikel wordt ingegaan op het plasbrandaandachtsgebied. Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone plasbrandaandachtsgebied', zijn ongeacht het bepaalde in de daar voorkomende bestemmingen, geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toegestaan. 13.2 Onderdoorgang

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

35

Het grondgebied voor de gemeente Hilversum is aangewezen als pilot voor de Crisis en Herstelwet. De mogelijke aanleg van een fietstunnel onder de spoorlijn ter vervanging van de huidige onbewaakte spoorwegovergang wordt opgesteld op grond van deze wet. Met het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet bestaat de mogelijkheid om milieuonderzoeken door te schuiven naar de uitvoeringsfase. De onderzoeksplicht verschuift naar het moment van vergunningverlening. Dit betekent concreet dat de initiatiefnemer bij de aanvraag om een omgevingsvergunning de milieugevolgen van zijn of haar initiatief op dat moment gedetailleerd in kaart moet brengen. Aan de verlening van de omgevingsvergunning zijn voorwaarden meegegeven.

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Het betreft regels om relatief kleine afwijkingen toe te staan, zoals de bouw van gebouwen ten behoeve van openbaar nut en overschrijding van de hoogtematen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen.

Artikel 15 Overgangsrecht In het Besluit ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande, legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing. De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe bestemmingsbepalingen dan wel bebouwingsbepalingen plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken, die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt.

Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan van het overgangsrecht, is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Artikel 16 Slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

36

6.3

Handhaving

Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Er is veel aandacht besteed aan voorlichting met betrekking tot de consequenties die een gevolg zijn van het vaststellen van dit bestemmingsplan. Daarnaast is er veel aandacht voor een effectieve en doelgerichte controle op zaken die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden. 6.3.1

Preventief en repressief toezicht

Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van aanvragen om een omgevingsvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van de verleende omgevingsvergunning, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving). 6.3.2

De instrumenten

Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplanregels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.

De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder omgevingsvergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd cq. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet. 6.3.3

Prioriteiten in de handhaving

Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van omgevingsrecht zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

37

worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden. Te denken valt om jaarlijks thematisch overtredingen met een lage prioriteit in het handhavingsprogramma op te nemen. 6.3.4

Planinformatie

Het bestemmingsplan komt niet zomaar tot stand, maar is met veel publiciteit omgeven. Het bestemmingsplan is altijd in te zien. Daarnaast zijn er ook folders over de bouwregelgeving verkrijgbaar. De gemeentelijke organisatie is er bovendien op ingesteld nadere uitleg te geven. Velen maken daarvan gebruik. Niemand hoeft dus het risico te lopen om als gevolg van een gebrek aan kennis verkeerde beslissingen te nemen.

6.4

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. In de Overeenkomst Uitvoering waterinrichting Hilversum-Oost zijn met de provincie Noord-Holland, Vitens N.V. en het Hoogheemraadschap Amstel-, Gooi en Vecht de afspraken vastgelegd over hun bijdragen in de financiering van de te realiseren voorzieningen. In de Samenwerkingsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat, het Gooisch Natuurreservaat en de gemeente Hilversum is aangegeven dat de kosten voor de herinrichting van het terrein voor rekening van Rijkswaterstaat komen.

6.5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In de participatiebijeenkomst met omwonenden van het gebied op 13 juni jl. zijn de 2 modellen 'Tussen de lanen' en 'Buiten de lanen' uitgewerkt tot één ontwerp. Bij de participatie over het ontwerp zijn de omwonenden van de West-Indische buurt, de Utrechtseweg e.o. en vertegenwoordigers van het Arenapark betrokken. De participatie is medio mei begonnen met een bezoek aan de projectlocatie en de dag daarna een informatiebijeenkomst. Tijdens de bijeenkomst hebben de aanwezigen reactieformulieren ingevuld, en kon men zich aanmelden voor een ontwerpatelier. Het ontwerpatelier is op 13 juni 2019 gehouden, waarbij de 2 concept-plannen ("Tussen de lanen" en "Buiten de lanen") met de betrokken bewoners verder zijn uitgewerkt. Dit heeft geresulteerd in het voorliggende ontwerp. Ter afsluiting van de participatie is (d.d. 4 juli 2019) het voorliggende ontwerp in een informatiebijeenkomst gepresenteerd. 6.5.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

In het kader van het bestuurlijk overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, juncto artikel 3:6 Awb zijn de volgende instanties gevraagd om eventuele op- en/of aanmerkingen kenbaar te maken ten aanzien van het conceptbestemmingsplan. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Waternet Provincie Noord-Holland Vitens GNR ProRail Rijkswaterstaat

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

38

6.5.2

Raadsvaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan Huydecopersweg en de hierbij behorende stukken hebben van vrijdag 10 september 2021 tot en met donderdag 21 oktober 2021 (zes weken) ter inzage gelegen voor een ieder om zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden vastgesteld. De wijziging van het bestemmingsplan heeft betrekking op een ambtelijke wijziging. De ambtelijke wijziging betreft een aanpassing van de verbeelding. De persleiding doorkruist de spoorlijn. Op deze plek wordt de bestemming Natuur - Bos en Heidegebied gewijzigd in de bestemming Verkeer - Railverkeer.

vastgesteld bestemmingsplan Huydecopersw eg 'Tussen de lanen' team Advies

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=d8a98e1c-8ce2-4966-a5b2-a548b3524be4