CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Vastgesteld BP Orionlaan 62 en 70A (09-11-2023)

GEMEENTERAAD 31 januari 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Orionlaan 62-70a (1361334)15.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Orionlaan 62-70a

November 2023

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a”

Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:

Orionlaan 62-70a NL.IMRO.0402.09bp04orionln6270a-va01 vastgesteld November 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 20 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 33

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 35 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 35 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 36

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 38 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 38 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 38 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 42 9.1 9.2 9.3 9.4

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 42 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 42 PARTICIPATIE ............................................................................................................................................ 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 43

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

AKOESTISCH ONDERZOEK ..................................................................................................................... 45 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 46 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

AERIUS-BEREKENING .......................................................................................................................... 47 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 48 NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK .......................................................................................................... 49 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 50 WATERTOETS .................................................................................................................................... 51 GEANONIMISEERDE PARTICIPATIEVERSLAGEN........................................................................................... 52

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van vier woningen op een voormalig kantoorperceel aan de Orionlaan 62 en 70A te Hilversum (hierna: plangebied). Het kantoorpand en bungalow zijn verouderd en worden gesloopt. Het voornemen is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Kamerlingh Onnesweg" van de gemeente Hilversum. Om de beoogde woningen te kunnen realiseren op het perceel is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied aan de Orionlaan 62 en 70A ligt in het noordoosten van de kern Hilversum (in de gelijknamige gemeente Hilversum). De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hilversum, sectie C, nummers 9450 en 9451. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Hilversum en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. De rode ster en de rode omlijning geven respectievelijk de locatie en indicatieve begrenzing van het plangebied weer. Voor een exacte weergave van de begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van Hilversum en de directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (NL.IMRO.0402.09bp04orionln6270a-va01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

1.4

Huidige planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplannen “Kamerlingh Onnesweg”, “Beschermde gezichten Hilversum Zuid en Oost”, “Regeling meervoudige bewoning” en “Veegbestemmingsplan 2016”. Deze bestemmingsplannen zijn vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Hilversum op respectievelijk 12 juni 2013, 13 mei 2015, 30 maart 2015 en 14 december 2016. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Kamerlingh Onnesweg” opgenomen. Het plangebied wordt hierop aangeduid met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Kamerlingh Onnesweg” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen

Het plangebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan “Kamerlingh Onnesweg” de enkelbestemmingen ‘Kantoor’, ‘Tuin’ en ‘Wonen – 4’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – Na 1850 bebouwd gebied – Hoog en middelhoog’. Tevens gelden er twee bouwvlakken binnen het plangebied. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan. Kantoor De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren en wonen, al dan niet in combinatie aanhuis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en tevens voor een onderneming in de creatieve industrie met de daarbij behorende voorzieningen. Op de voor ‘kantoor’ bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande dat ten aanzien van (hoofd)gebouwen deze uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Tevens geldt er een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen met de daarbij behorende voorzieningen. Op de voor ‘tuin’ bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande dat ten aanzien van (hoofd)gebouwen de bouwhoogte van aan een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld gebouw (behorende tot een naastgelegen bestemming) aangebouwde erken niet meer dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw bedraagt. Wonen – 4 De voor ‘Wonen – 4’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit met de daarbij behorende voorzieningen. Op de voor ‘Wonen – 4’ bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd, met dien verstande dat ten aanzien van (hoofd)gebouwen deze uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. Tevens geldt er een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. Op basis van het bestemmingsplan “Beschermde gezichten Hilversum Zuid en Oost” valt het plangebied binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Beschermd gezicht’. De voor ‘Waarde – Beschermd gezicht’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de uitbouw van de aanwezige cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. Op basis van het bestemmingsplan “Regeling meervoudige bewoning” geldt voor het plangebied de gebiedsaanduiding ‘overige zone – regeling meervoudige bewoning – 1’.

Ter plaatse van de aanduiding ‘Regeling meervoudige bewoning – 1’ is het, onverminderd de overige bepalingen van het bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Op basis van het bestemmingsplan “Veegbestemmingsplan 2016” gelden voor het plangebied de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – veegplan2016 – Kamerlingh Onnesweg’ en ‘overige zone – veegplan2016 – Regeling meervoudige bewoning’. 1.4.3

Strijdigheid

Binnen het huidige bestemmingsplan is een deel van het perceel bestemd voor een kantoor, een deel voor wonen in vrijstaande woningen en een deel voor tuinen. Het plangebied beschikt over twee bouwvlakken. Het realiseren van twee vrijstaande woningen en een twee-onder-één-kap woning met een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 8 meter is hierdoor niet mogelijk aangezien hiervoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden ontbreken in het geldende bestemmingsplan “Kamerlingh Onnesweg” van de gemeente Hilversum. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het benodigde juridische planologische kader waarmee voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en de omgeving gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het gewenste plan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Hilversum beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op de vooroverleg en inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt aan de Orionlaan 62 en 70A in het noordoosten van de kern Hilversum. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich hoofdzakelijk door woningen en bos. De Orionlaan maakt deel uit van beschermd dorpsgezicht Plan Oost. In deze tuinwijk is een van de te beschermen waarde de stedenbouwkundige structuur, waarin onder andere de relatie van bebouwing met het straatbeeld en de begrenzing van de bebouwde kom van belang zijn. Daarnaast zijn in het beschermde gezicht ook de architectuur en het daklandschap te beschermen waarden. Het plangebied zelf bestaat uit een binnenterrein, omsloten door de woningen aan de Orionlaan en een beschermd natuurgebied aan de noordzijde. Het plangebied bestaat uit een vrijstaande woning welke verouderd en slecht onderhouden is. Tevens is de woning gelegen langs het fietspad richting Laren. Verder bestaat het plangebied uit een kantoorgebouw uit 1975 waar geen cultuurhistorische waarden aan zijn verbonden. Vanuit stedenbouwkundig en cultuurhistorisch oogpunt zijn er onvoldoende argumenten om de bestaande bebouwing te behouden. In afbeelding 2.1 is met een luchtfoto van het plangebied weergegeven. Het plangebied is op de luchtfoto indicatief aangeduid met de rode cirkel.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: gemeente Hilversum)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Het beschermd gebied Plan Oost is van algemeen belang vanwege de bijzondere stedenbouwkundige, cultuuren architectuurhistorische alsmede sociaalhistorische waarde. Het stedenbouwkundige plan en de architectuur zijn afkomstig van architect-stedenbouwkundige W.M. Dudok. Het stedenbouwkundige concept, waarin de afronding van de stad en de vervlechting van de stad en natuur een herkenbare rol spelen is, is kenmerkend voor Dudoks ideeën over de uitbreiding van Hilversum. Dit stedenbouwkundige concept komt in dit deel van de wijk erg tot uiting in het Kamrad woningbouwcomplex, vlak onder het nieuw te ontwikkelen plangebied. De bouwblokken zijn dusdanig gesitueerd zodat groen en bebouwing een natuurlijke overgang vormen. Opvallend is dat de bebouwing overwegend gericht is op het natuurgebied. De voorgevels zijn gericht naar het oosten, richting de natuur. De achtergevels zijn gesitueerd naar de bebouwing. Deze stedenbouwkundige opzet zorgt voor een mooie overgang tussen het natuurgebied en de bebouwing. Vanuit de visie van W.M. Dudok is het ontwerp voor de nieuwe ontwikkeling ontstaan. Gezien de omliggende bebouwing is een afbouw in massa wenselijk. De bebouwing aan de westzijde van de Orionlaan bestaat uit bouwblokken van 7 a 8 geschakelde woningen. Aan de oostzijde van de Orionlaan worden de bouwblokken kleiner en bestaan de blokken uit 4 geschakelde woningen.

Deze forse volumes zijn asymmetrisch vormgegeven en bestaan uit 2 bouwlagen met een grote kap. Om een mooie overgang tussen bebouwing en natuur te creëren is ervoor gekozen om kleinere volumes toe te passen. Kleinere massa’s met meer ruimte tussen de volumes. De 4 nieuwe woningen zijn onderverdeeld in 2 vrijstaande woningen en 1 keer een geschakelde woning. Deze nieuwe volumes zijn opgebouwd uit 1 bouwlaag met een kap. Daarmee zijn de woningen in massa ondergeschikt aan de woningen van de Orionlaan en ontstaat er een natuurlijke overgang richting het natuurgebied. Doordat de woningen bestaan uit 1 bouwlaag met een kap zijn de doorzichten richting de natuur groter. De oude landvilla, ontworpen door Cornelis Trappenberg, voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. De woning heeft geen monumentale status, maar draagt wel bij aan het karakteristieke bebouwingsbeeld van de wijk. Bij het ontwerp van de nieuwe geschakelde woning wordt er een knipoog gemaakt naar de karakteristieken van de oude landvilla. Denk hierbij aan de positionering, de basisvorm, materialisering en kleurstelling. De woningen zijn met hun voorgevel richting het openbare gebied geplaatst. De achtertuinen worden daarmee gekoppeld aan bestaande achtertuinen. Door de woningen met hun voorgevel richting het natuurgebied te plaatsen wordt het gedachtengoed van W.M. Dudok voortgezet.

De openbare ruimte krijgt hiermee namelijk de kans om doorgezet te worden tot de voorgevel. Door de bestemming tuin tot aan en voorbij de voorgevel te plaatsen is deze kwaliteit ook voor de toekomst geborgd. Deze openbare ruimte wordt ingevuld met begroeiing vanuit het natuurgebied. De natuurlijke overgang tussen natuur en bebouwing wordt hiermee verzacht. Vanuit de gemeente is er een leidraad geschreven voor het natuurinclusief bouwen. Deze leidraad is als randvoorwaarde opgenomen in de overeenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente. In verschillende sessies met de welstand- en monumenten commissie is deze setting uitgebreid besproken en akkoord bevonden. Met deze ontwikkeling wordt aangesloten op het stedenbouwkundige concept van W.M. Dudok. Afbeeldingen 3.1 tot en met 3.5 tonen een impressie van de gewenste woningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

Afbeelding 3.1

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 3.2

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

Afbeelding 3.3

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

Afbeelding 3.4

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

Afbeelding 3.5

Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling, evenals een eventuele toename van de verkeersgeneratie. De gemeente Hilversum beschikt over een eigen parkeernota, namelijk ‘Parkeernota Hilversum 2017’. Met verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de parkeernormen in de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de gemiddelde verkeersgeneratie. 3.2.2

Uitgangspunten

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • 3.2.3

Stedelijke zone: zeer sterk stedelijk en rest bebouwde kom; Gewenste functie woning: koop, 2-onder-1-kap en koop, vrijstaand Parkeren

De te realiseren woning moeten beschikken over 2,1 parkeerplaatsen per woning met betrekking tot de tweeonder-één-kap woningen en 2,2 parkeerplaatsen per woning met betrekking tot de twee vrijstaande woningen. Deze parkeernormen zijn inclusief bezoek. Op basis van de parkeerbalans is de parkeereis 8,6, afgerond 9 parkeerplaatsen. Op het perceel worden 9 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee voldoet het plan aan de parkeereis van 9 parkeerplaatsen. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor het voorliggend voornemen. 3.2.4

Verkeer

Voor de twee vrijstaande woningen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,7 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning. Voor de 2-onder-1-kap woning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,3

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld per weekdagetmaal per woning. Per saldo resulteert de voorgenomen ontwikkeling op basis van de in 3.2.1 genoemde uitgangspunten in totaal in 30 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De wegen rondom het plangebied betreffen 30 km/u wegen. Dergelijke wegen beschikken over een capaciteit van 4.000 tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt deze capaciteit naar verwachting niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen. 3.2.5

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er voldaan wordt aan de parkeernormen waardoor de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt wat betreft parkeren. Wat betreft verkeersgeneratie worden er geen belemmeringen verwacht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de voorloper van de NOVI, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om de ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder De voorgenomen ontwikkeling raakt geen Rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie.

Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het planologisch toevoegen van drie woningen. In totaal worden 4 woningen toegestaan. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het rijksbeleid. 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Structuurvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050

4.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.

Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld 1.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.

2.

Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht.

3.

Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.

4.

Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.

5.

Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en NZKG. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. Bij onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk de beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ van belang. 4.2.1.2 Sterke kernen, sterke regio's Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en -dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurd wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses).

Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Centrumsteden, Groenstedelijke kernen en Dorpskernen. Hilversum is volgens de Omgevingsvisie een centrumstad. Krachtige centrumsteden zijn van cruciale betekenis voor de leefbaarheid van de hele regio vanwege de regionale voorzieningen en de stedelijke woon- en werkmilieus die er te vinden zijn. Zij kunnen jonge mensen en bedrijven aantrekken, wat leidt tot dynamiek en gezonde regio's. Door de centrumsteden te versterken, verbetert het vestigingsklimaat en worden deze steden nog interessanter voor woonconsumenten en bedrijven die zich in een stedelijke omgeving willen vestigen. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Voorliggend plan voorziet in een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling, namelijk de realisatie van twee vrijstaande woningen en één twee-onder-één kap woning in het bestaand stedelijk gebied van de kern Hilversum.

Het perceel krijgt met voorliggend plan een passende vervolgfunctie in het stedelijk gebied van Hilversum met oog voor de overgang van het stedelijk naar het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld 4.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020

4.2.2.1 Algemeen In de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 geldt vanaf 17 november 2020. De Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening NH 2020 ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Bij onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk de paragraaf Kleinschalige woningbouwontwikkeling en functiewijziging naar wonen in landelijk gebied van belang. 4.2.2.2 Kleinschalige woningbouwontwikkeling en functiewijziging naar wonen in landelijk gebied Toepassingsbereik a. b.

kleinschalige woningbouwontwikkeling in het werkingsgebied landelijk gebied; functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in het werkingsgebied landelijk gebied.

Oogmerk a. b.

het zoveel mogelijk binnenstedelijk of aansluitend aan verstedelijking bouwen van nieuwe woningen; het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit door het slopen of van functie wijzigen van voormalige bedrijfsbebouwing.

4.2.2.3 Toetsing aan de omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Voorliggend plan voorziet in de realisatie van vier woningen in de kern Hilversum. Voorliggende ontwikkeling zal zorgen een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de huidige situatie. De beoogde woningen zullen aansluiten bij de bestaande bebouwingskenmerken in de omgeving. Verder zal er een geleidelijke overgang naar het naastgelegen natuurgebied blijven behouden. Tevens zal het karakter van de verborgen plek en zullen de waardevolle bomen behouden blijven. Tot slot zal de huidige verharding worden ingewisseld met tuinen en halfverharding. De tuinen worden naar alle waarschijnlijkheid ‘groener’ ingericht dat de huidige verharding in het plangebied, waarmee wordt bijgedragen aan de overgang van wonen naar natuur. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening Noord-Holland 2020.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

4.3

Regionaal beleid

4.4.1

Regionale woonvisie 2016-2030

4.4.1.1 Algemeen De regionale woonvisie is door de gemeenten uit de regio, professionals en belanghebbenden op interactieve wijze gezamenlijk gemaakt. Woningcorporaties, marktpartijen, zorgorganisaties, burgers, belangenbehartigers en de betrokken gemeenten worden opgeroepen om ieder op zijn eigen wijze en eigen terrein invulling te geven aan deze regionale woonvisie. Einddoel is om de regio mooier, completer en duurzamer te maken. Dit einddoel wil de regio bereiken door drie sleutel ambities na te streven: 1.

Beweging op de woningmarkt: door het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van doorstroming zorgen voor meer beweging op de regionale woningmarkt. Hierdoor krijgen meer mensen meer keuzes en meer kansen.

2.

Identiteit en diversiteit: Gooi en Vechtstreek is een regio met een sterke eigen identiteit. Deze identiteit behouden en versterken. Dit wordt onder andere gepoogd door te zorgen voor meer diversiteit aan woningen en woonmilieus in de regio.

3.

Samenwerking: Omdat men samen sterker staat, werken de gemeenten nauw samen met alle woonpartners in de regio om de missie te verwezenlijken. Via het voeren van een continue dialoog en via het monitoren en evalueren van de gezamenlijke inspanning.

Thema's Bij het bereiken van de drie sleutel ambities zijn vijf thema's opgesteld: 1.

De inclusieve regio: een woonregio voor iedereen. Dit thema richt zich op de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voor minder kansrijke groepen op de woningmarkt.

2.

De bouwende regio: bouwopgave en transformatie. Dit thema geeft aan dat uitbreiding van de woningvoorraad nodig blijft. De ambitie is om minimaal 20 procent van de woningtoevoegingen door middel van transformaties te laten plaatsvinden.

3.

De vernieuwende regio: vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. Dit thema richt zich zowel op de fysieke als de sociale aspecten van de bestaande woningvoorraad. Het gaat hierbij om aspecten als onderhoud, verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.

4.

De zorgzame regio: wonen met zorg. Dit thema richt zich op passende woonvormen met aandacht voor ondersteuning en begeleiding van mensen met fysieke, mentale of sociale beperkingen.

5.

De duurzame regio: naar een duurzame toekomst. Dit thema richt zich op het terugdringen van het energieverbruik in de bebouwde omgeving, onder andere door het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en aandacht voor duurzaamheid bij nieuwbouw.

Het vraaggestuurde regionale bouwprogramma bestaat uit doelstellingen voor zowel nieuwbouw als transformatie. Het nieuwbouwprogramma voor de regio bevat voor de periode 2015 t/m 2019 per jaar 750 woningen. Vanaf 2020 neemt is een nieuwbouwproductie van 550 woningen per jaar nodig. In totaal komt het regionaal vraaggestuurde bouwprogramma op 9.250 nieuwbouwwoningen tot 2030. Om een gewenst woningbouwprogramma ook daadwerkelijk te realiseren blijkt in de praktijk een planvoorraad nodig te zijn die ongeveer 30 tot 50 procent groter is dan de gewenste productie in een bepaalde periode. Dit komt omdat een deel van de geplande woningen niet of later dan gepland gerealiseerd worden, als gevolg van planwijziging, planuitstel of uitval. Voor de periode na 2019 ligt planvoorraad nog niet op 130 procent van het regionale vraaggestuurde bouwprogramma.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld 4.3.1.2 Toetsing aan de Regionale woonvisie 2016-2030 Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee vrijstaande en een twee-onder-één-kap woning. Hiermee wordt voorzien in een duurzame vervolgfunctie op een reeds bebouwd perceel in het bestaand stedelijk gebied in Hilversum. Met voorliggende ontwikkeling wordt de regionale woningvoorraad uitgebreid met twee verschillende woontypen en wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd. De nieuwe woningen zullen voldoen aan de nieuwste eisen ten aanzien van duurzaamheid. Bovendien past de bouw van de woning binnen het regionale bouwprogramma. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het regionaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten het regionaal beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Structuurvisie Hilversum 2030

4.4.1.1 Algemeen In 2015 is de Structuurvisie voor Hilversum vastgesteld waarin de visie in 2030 geschetst wordt. De speerpunten van de gemeente zijn: • • • • •

Goede woongemeente Groen buitengebied Mediastad & creatieve sector Centrumgemeente Stedenbouw en architectuur

Voor de beoogde ontwikkeling is vooral de speerpunt 'goede woongemeente' van belang. De visie van de gemeente is om in 2030 een gewilde en aantrekkelijke plaats om te wonen te zijn, waarbij voor elk wat wil is, van dorps en lommerrijk tot meer groen stedelijk en centrum-stedelijk. Bij woningbouw ligt de nadruk op consumentgerichtheid, flexibiliteit, aanpasbaarheid en duurzaamheid. In 2030 zijn er tussen de 3.600 en 4.500 woningen toegevoegd, dit betekent een toename van gemiddeld 200 tot 250 nieuwe woningen per jaar. Daarvan wordt een deel gevonden in het bestaand stedelijk gebied door inbreiding, herontwikkeling van leegstaande panden of vrijkomende locaties. Inpassing in bestaand stedelijk gebied gebeurt met respect voor de stedenbouwkundige kwaliteiten en bestaande woonmilieus. Ook is er in Hilversum aandacht voor stedenbouw. Zo ligt in de beschermde stads- en dorpsgezichten de nadruk op de bescherming van de stedenbouwkundige structuren, de eenheid in het stedenbouwkundig beeld en de combinatie van gebouw en (openbare) ruimte. Het Noordwestelijk Villagebied heeft oorspronkelijke karakteristieken als vrijstaande, individueel vormgegeven villa's op grote, lommerrijke kavels langs gekromde wegen. 4.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie Hilversum 2030’ Voorliggend plan voorziet in de realisatie van vier woningen in Hilversum.

Voorliggende ontwikkeling ligt in het bestaand stedelijk gebied en gaat uit van een duurzame vervolgfunctie van een bebouwd perceel. Met de realisatie van de vier woningen wordt een bijdrage geleverd aan de woonbehoefte van de gemeente Hilversum. De beoogde woningen zullen aansluiten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur en tasten de beschermde (natuurlijke) omgeving niet aan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld 4.4.3

Woonvisie 2021 tot 2030

4.4.3.1 Algemeen In juni 2021 heeft de gemeente Hilversum een nieuwe woonvisie opgesteld voor de periode 2021 tot 2030 met daarin de ambities op het vlak van het woonbeleid. De woningmarkt werkt in belangrijke mate (boven)regionaal. Veel mensen verhuizen over gemeentegrenzen heen. Gemeenten vullen elkaar aan door 1 Conform de vastgestelde doelgroepenverordening Hilversum 2020 verschillende woonmilieus, van hoog-stedelijk tot dorps. Hilversum is onderdeel van de regio Gooi en Vechtstreek, wat weer een deel is van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Binnen deze regio’s wordt intensief samengewerkt aan de regionale woonopgaven. Als onderdeel van de MRA werkt de regio Gooi en Vechtstreek haar woonbeleid uit om invulling te geven aan de aangegeven speerpunten. De bevolking van Hilversum groeit de komende jaren. Ook de woningbehoefte groeit. Volgens de prognose van de provincie Noord-Holland zijn er zeker 3.000 extra woningen nodig tot en met 2030. De gemeente hanteert deze prognose als uitgangspunt voor de woonvisie. 4.4.3.2 Voldoende woningen Voor voldoende woningbouw zijn ruimtelijke mogelijkheden belangrijk. De ruimtelijke mogelijkheden binnen en rondom Hilversum zijn beperkt. Het beleid en programma zijn gericht op realisatie van 3.000 woningen tot 2030, conform de provinciale prognose en passend binnen de huidige plancapaciteit.

In de huidige plancapaciteit staan voldoende woningbouwplannen voor de komende jaren om 3.000 woningen te realiseren. Uit het verleden is gebleken dat de gemeente ongeveer 250/300 woningen per jaar realiseren. De gemeente heeft weinig grond in eigendom, en heeft ook geen grote uitbreidingslocaties op het oog. Door deze beperkte ruimtelijke mogelijkheden is ook een goede benutting van bestaand vastgoed noodzakelijk. Te denken is aan benutting van kantoren, bedrijfslocaties (mits dit de economische functie hiervan niet in de weg staat) en opsplitsen van grote panden. Daarbij gaat de gemeente uit van een zekere minimale kwaliteit van woningen: ze wil voorkomen dat het aanbod in hoofdzaak bestaat uit (te) kleine woningen of dat in buurten de belasting op de openbare ruimte te groot wordt als gevolg van woningsplitsing. Dit heeft de gemeente uitgewerkt in splitsingsbeleid. Deze inzet voor de bestaande gebouwde omgeving borgt het beste dat het groene karakter van Hilversum behouden blijft. 4.4.3.3 Behoefte naar segmenten Vanuit regionaal onderzoek naar woonwensen blijkt de woningvraag in Hilversum zich te spreiden over verschillende marktsegmenten. Uit afbeelding 4.1 blijkt dat het huidige aanbod niet overeenkomt met de vraag naar de betreffende segmenten.

Rekening houdend met beschikbaar komend aanbod bij doorstroming is er vooral aanvullend behoefte aan woningen in het sociale huursegment en in het middensegment, zowel koop als huur.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

Afbeelding 4.1

Vraag en aanbod naar marktsegmenten (2030-2030) (Bron: Woonvisie 2021 tot 2030, gemeente Hilversum)

4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2021 tot 2030 Voorliggend plan betreft de realisatie van vier woningen in de gemeente Hilversum. Het voormalige kantoorpand en de woning binnen het plangebied hebben reeds hun functie verloren. Hierdoor is er geen extra ruimte binnen de gemeente Hilversum nodig maar wordt een inbreidingslocatie op een duurzame manier hergebruikt om te voorzien in een bescheiden aandeel van de woonbehoefte. Tevens zullen deze woningen worden ingepast in het groene karakter van het plangebied en de omgeving. Opgemerkt wordt dat in de gemeente Hilversum een grote vraag naar sociale woningbouw. Ter plaatse van het plangebied wordt hier echter niet in voorzien. Reden hiervoor is dat de locatie van het plangebied zich niet leent voor sociale woningbouw, maar juist voor vrijstaande kavels die zorgen voor een ‘open’ karakter, waarmee de overgang van bebouwing en natuur beter gemaakt kan worden. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de woonvisie van gemeente Hilversum.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In voorliggend geval worden vier nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De Orionlaan zelf betreft een zeer rustige weg die uitsluitend door het bestemmingsverkeer wordt gebruikt en niet in gebruik is als een doorgaande weg. Deze weg heeft geen geluidszone. De Larenseweg ligt op circa 230 meter afstand. Gezien deze weg in stedelijk gebied ligt, geldt een geluidszone van 200 meter. De woningen liggen buiten deze geluidszone. Bovendien ligt tussen deze weg en het plangebied de nodige afschermende bebouwing. De Kamerling Onnesweg ligt op een afstand van circa 180 meter. Het plangebied ligt wel binnen de geluidszone van deze weg. Door BJZ.nu is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidsbelasting als gevolg van de Larenseweg en de Kamerling Onnesweg op de nieuwe woningen in beeld te brengen. Hierna wordt op de belangrijke resultaten en conclusies ingegaan. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 1 van deze toelichting. Algemeen De geluidbelasting als gevolg van de Larenseweg bedraagt hoogstens 30 dB (inclusief reductie). De geluidbelasting van de Kamerling Onnesweg bedraagt hoogstens 35 dB (inclusief reductie). Met deze waarden wordt ruim voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt hoogstens 40 dB ter plaatse van de grens van het plangebied.

Met deze waarde wordt een binnenwaarde van 33 dB gewaarborgd. Uit voorliggend onderzoek blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai De te realiseren woningen zijn niet gelegen binnen een wettelijke geluidszone van een spoorweg. Een akoestisch onderzoek railverkeerslawaai kan achterwege blijven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein, het aspect industrielawaai kan buiten beschouwing worden gelaten. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige individuele bedrijvigheid (milieuzonering). 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij het vaststellen van bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

Binnen het plangebied worden woningen gerealiseerd. Gelet op de beoogde functie van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 is noodzakelijk. In dit geval is door Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 is een lichte verhoging lood aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Omdat er binnen een boordiepte van 5 m -mv geen grondwater is aangetroffen, is de plaatsing van de peilbuis met daarbij behorende grondwateranalyse achterwege gebleven. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen/Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld •

Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1 kan worden gesteld dat voorliggende ontwikkeling ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 5.3.3

Conclusie

Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Orionlaan 62-70a” Vastgesteld • • •

het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • de Regeling basisnet; • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Regelgeving ten aanzien van transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=64e982d2-3bf9-4507-b0dc-509b7091ee23