Schadenberg et al. (2022) Ruimte voor sport in Hilversum
Tekst van het document
Ruimte voor sport in Hilversum
Vraag-aanbodanalyses van sportaccommodaties
Björn Schadenberg Merle Schots Eef Hollander
© Mulier Instituut Utrecht, april 2022
Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut
1.
Inleiding
4
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Context Beleid Bevolking Onderwijs Sportdeelname Sportaccommodatiegebruik
5 5 6 7 8 10
3. 3.1 3.2 3.3 3.4
Binnensport Aanbod Behoefte Gebruik Ervaring
12 12 16 19 25
4. 4.1 4.2 4.3 4.4
Buitensport Hockey Tennis Voetbal Overige sporten
28 31 34 37 45
5. 5.1 5.2
Samenvatting en beschouwing Samenvatting Beschouwing
50 50 51
Literatuurlijst
54
Bijlage 1 – Aantal onderwijslocaties en leerlingen in de gemeente Hilversum
55
Bijlage 2 – Gymzalen in de gemeente Hilversum
56
Bijlage 3 – Teamaantallen buitensportverenigingen gemeente Hilversum
58
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
3
De gemeente Hilversum wil inzicht krijgen in de huidige en toekomstige behoefte aan sportaccommodaties voor binnen- en buitensport. Deze inzichten moeten bijdragen aan gefundeerde besluiten over gemeentelijke investeringen in sportaccommodaties en optimalisatie van het sportaccommodatiebeleid. In een aparte rapportage worden de sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte in de gemeente Hilversum behandeld. Om de kennisbehoefte van de gemeente Hilversum te beantwoorden, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: 1. Hoe verhoudt het huidige aanbod aan binnensportaccommodaties zich tot de huidige (2021) en toekomstige (2030 en 2040) behoefte in de gemeente Hilversum? 2. Hoe verhoudt het huidige aanbod aan sportaccommodaties voor de georganiseerde buitensport zich tot de huidige (2021) en toekomstige (2030 en 2040) behoefte in de gemeente Hilversum?
Het aanbod aan sportaccommodaties is geïnventariseerd en weergegeven op kaart. De Database SportAanbod (DSA) is benut om te bezien in hoeverre het aanbod afwijkt van landelijke cijfers, cijfers uit de regio en cijfers van vergelijkbare gemeenten. De normatieve behoefte aan sportaccommodaties voor de (georganiseerde) sport is bepaald door vastgelegde en algemeen geaccepteerde richtlijnen toe te passen. De behoefte aan sportruimte voor het bewegingsonderwijs is bepaald aan de hand van de gemeentelijke onderwijsverordening. Ramingen van de ontwikkeling in de behoefte zijn gebaseerd op bevolkings- en leerlingenprognoses en (lokale) trends in de sportdeelname.
De Hilversumse sportverenigingen zijn op meerdere momenten bij het onderzoek betrokken. De buitensportverenigingen hebben het (neven)gebruik van de sportvelden doorgegeven, eventuele knelpunten kenbaar gemaakt en hun verwachtingen voor de toekomst uiteengezet. De sportverenigingen die gebruik maken van binnensportaccommodaties zijn benaderd met een vragenlijst over hun (toekomstige) ruimtebehoefte en eventuele knelpunten. De sportverenigingen zijn daarnaast uitgenodigd voor verenigingsavonden, waar voorlopige resultaten zijn getoetst en aanvullende inzichten zijn opgehaald.
De langetermijngevolgen van de coronacrisis (Covid-19) op de sportdeelname en de ontwikkeling van de verenigingssport zijn nog onduidelijk. In dit rapport is in de berekeningen geen rekening gehouden met gevolgen van de coronacrisis voor de behoefte aan sportaccommodaties. Uit eerder onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat het aantal leden van sportverengingen ten tijde van beperkingen terugliep, maar dat een groot deel zich weer aansloot zodra de sport weer open ging. (Kleine) zaalsportverenigingen lijken meer nadelige effecten te ondervinden dan andere sportverenigingen. De negatieve gevolgen voor het aantal vrijwilligers en de financiële situatie van de vereniging lijken meer structureel (Pulles et al., 2021).
In hoofdstuk 2 wordt een aantal ontwikkelingen, prognoses en trends beschreven die relevant zijn voor de sportcapaciteitsvraagstukken. In hoofdstuk 3 worden de binnensportaccommodaties behandeld, en in hoofdstuk 4 staan de buitensportaccommodaties centraal. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de belangrijkste uitkomsten uit de voorgaande hoofdstukken bij elkaar gezet en wordt een beschouwing op de resultaten gegeven.
4
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
In dit hoofdstuk worden ontwikkelingen en prognoses beschreven die relevant zijn voor sportcapaciteitsvraagstukken.
De meeste gemeenten rekenen het tot hun verantwoordelijkheid om sportbeoefening te faciliteren, ook al is er geen wettelijk kader dat gemeenten verplicht zich in te zetten voor de sport (Hoekman, 2018). In beginsel wordt dit gedaan vanuit de gedachte van marktfalen en het sociaal-maatschappelijke belang van sport. Er wordt aangenomen dat het, om sport toegankelijk te maken voor iedereen, niet volstaat om dit aan de markt over te laten.
In 2016 heeft de gemeente Hilversum een sportnota vastgesteld (Gemeente Hilversum, 2016a). Besloten is dat deze actief zal blijven tot een opvolger is vastgesteld. In de sportnota wordt geconstateerd dat in de gemeente ‘het aantal sportaccommodaties en de huidige kwaliteit hiervan […] goed op orde [is]’ (Gemeente Hilversum 2016a, p. 13). In de beleidsperiode voorafgaand aan de sportnota heeft de gemeente de noodzakelijke uitbreidingen en investeringen in haar sportaccommodaties, waaronder in het aantal kunstgrasvelden, uitgevoerd om tot die situatie te komen. Wel wordt in de sportnota geconstateerd dat niet alle verenigingen door de aanpassingen in het aanbod hun wachtlijsten hebben kunnen wegwerken. De gemeente ziet voor zichzelf een rol weggelegd in de realisatie en het onderhoud van sportvoorzieningen voor diverse zaalsporten, American football, atletiek, cricket, handbal, honk- en softbal, korfbal, rugby, voetbal en de zwemsport. Voor de gemeentelijke sportvoorzieningen zijn meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgesteld, waarin is opgenomen dat deze sober en doelmatig beheerd en onderhouden moeten worden. De gemeente Hilversum hanteert in haar sportnota geen beleidskader bij (gewenste) mutaties in het sportaccommodatieaanbod. Besluitvorming vindt op ad-hoc basis plaats waarbij wordt ingespeeld op recente en geanticipeerde ontwikkelingen en trends.
Eind 2019 heeft de gemeente Hilversum gehoor gegeven aan de oproep van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om de afspraken uit het Nationaal Sportakkoord (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2018) door te vertalen in een lokale aanpak met een lokaal sportakkoord. Dit is gebeurd in samenspraak met lokale sport- en beweegaanbieders, andere domeinen zoals zorg, welzijn en onderwijs, en overige maatschappelijke partners. Het Lokaal Sportakkoord Hilversum heeft als motto: ‘Een vitale samenleving door een leven lang gezond en met plezier sporten in de groene omgeving van Hilversum’ (Gemeente Hilversum, 2019). Binnen het deelakkoord ‘duurzame sportinfrastructuur’ zijn drie lokale ambities geformuleerd. Deze zijn gericht op de verduurzaming en het intensiveren van het gebruik van de bestaande sportaccommodaties en het benutten van de potentie die de openbare ruimte biedt voor sporten en bewegen.
In 2020 heeft de gemeente Hilversum een integraal plan voor de huisvesting van het onderwijs in de gemeente vastgesteld (Gemeente Hilversum, 2020). Opgenomen in het plan is dat, als zich een
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
5
vervangingsscenario voordoet, gekeken wordt naar de bredere sportbehoefte binnen de gemeente en deze behoefte waar mogelijk wordt geïntegreerd. Als bij een vervangingsvraagstuk sprake is van nieuwbouw van een gymzaal, wordt minimaal voldaan aan de KVLO-norm van minimaal 308 vierkante meter brutovloeroppervlakte (BVO).
De gemeente Hilversum telt in 2021 ruim 90.000 inwoners, waarvan bijna een kwart jonger dan 20 jaar is (figuur 2.1). Naar verwachting zal de totale bevolking van de gemeente toenemen naar bijna 105.000 inwoners in 2040 (+18%). De grootste toename, zowel absoluut als relatief, zal plaatsvinden in de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder (+5.400, +32%).
De gemeente Hilversum bestaat uit acht wijken (kaart 2.1). Oost heeft met ruim 20.000 inwoners de meeste inwoners. In het centrum is minder dan één op de vijf inwoners jonger dan 20 jaar, terwijl in de overige wijken bijna een kwart van de inwoners jonger dan 20 jaar is (figuur 2.2). Er zijn geen bevolkingsprognoses op wijkniveau beschikbaar voor de gemeente Hilversum.
6
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Gemeenten hebben een wettelijke taakstelling om te voorzien in sportruimte voor het bewegingsonderwijs van de scholen in de eigen gemeente. Bij verreweg de meeste binnensportaccommodaties (in gemeentelijke eigendom) is sprake van gemengd gebruik door sport en onderwijs (Schadenberg et al., 2020). In de gemeente Hilversum zijn 57 locaties voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs (sbo & (v)so) en voortgezet onderwijs gevestigd (inclusief nevenlocaties/dependances). In totaal staan circa 17.450 leerlingen ingeschreven bij deze scholen. Naar verwachting zal het aantal basisschoolleerlingen toenemen, terwijl het aantal leerlingen op de scholen voor het voortgezet onderwijs redelijk stabiel blijft (tabel 2.1). Voor het aantal leerlingen op de scholen voor het speciaal onderwijs zijn geen prognoses beschikbaar. Verreweg de meeste onderwijslocaties staan in Zuidoost.1
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
7
Minder dan drie op de tien volwassen inwoners van de gemeente Hilversum sportten in 2020 niet of zelden. Dit percentage is sinds 2016 afgenomen (figuur 2.3). Het aandeel inwoners dat gemiddeld minimaal vijf keer per maand sportte (dus gemiddeld wekelijks) is in diezelfde periode toegenomen van 37 naar 43 procent.
Van de volwassenen inwoners van de gemeente die sportten, deden de meesten dat buiten verenigingsverband (figuur 2.4). Het aandeel sportdeelname in verenigingsverband is geleidelijk afgenomen. De ontwikkeling in sportverband tussen 2019 en 2020 is mogelijk te verklaren door het feit dat de coronamaatregelen het niet toestonden in grote groepen (binnen) te sporten.
De ontwikkeling van de sportdeelname (in verenigingsverband) onder jongeren en kinderen woonachtig in de gemeente Hilversum is niet bekend.
8
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Meer dan een kwart van de inwoners van de gemeente Hilversum is lid van een sportbond (via een sportvereniging; 25,7%). Ten opzichte van het landelijke gemiddelde en het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten is het sportbondlidmaatschap in de gemeente hoog. Het gemiddelde sportbondlidmaatschap in de regio is echter beduidend hoger. Relatief veel inwoners van de gemeente zijn lid van een atletiekvereniging; de gymnastiekdeelname in de gemeente is juist laag (tabel 2.2). Het aandeel inwoners van de gemeente dat lid is van een sportvereniging aangesloten bij een sportbond gelieerd aan NOC*NSF is sinds 2014 licht afgenomen. Dit is conform het landelijke beeld (niet in tabel).
De Hilversumse atletiek-, hockey-, honk-/softbal-, rugby-, tennis- en voetbalverenigingen tellen in 2021 in totaal ongeveer evenveel leden als in 2015. In dezelfde periode is het aantal inwoners met 5 procent toegenomen. De absolute toename van het aantal voetballeden en de afname van het aantal rugbyleden in de gemeente gaat tegen de landelijke trend in (figuur 2.5).
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
9
Handbal en korfbal zijn van oorsprong veldsporten, maar worden tegenwoordig meer in de zaal beoefend. Het totale aantal leden van de korfbalverenigingen in de gemeente Hilversum is in 2021 ongeveer 10 procent lager dan in 2015. Landelijk is de korfbaldeelname eveneens gestaag afgenomen. De Hilversumse handbalvereniging heeft in 2021 beduidend minder leden dan in 2015. Landelijk is de handbaldeelname recent juist toegenomen. Van de overige Hilversumse binnensportverenigingen is de exacte ledenontwikkeling niet bekend. De badminton- en tafeltennisverenigingen in de gemeente hebben aangegeven de afgelopen jaren een stabiel ledental te hebben. Landelijk zijn de ledentallen van de badminton- en tafeltennisbond de afgelopen jaren teruggelopen. De Hilversumse basketbalvereniging heeft aangegeven dat het ledental de afgelopen jaren is toegenomen, terwijl de basketbaldeelname landelijk stabiel is. De meeste Hilversumse gymnastiek-/turnen volleybalverenigingen hebben naar eigen zeggen de afgelopen jaren een ledenterugloop meegemaakt. Het totale aantal leden van de gymnastiek-/turnbond is de afgelopen jaren afgenomen; het totale aantal leden van de volleybalbond lijkt na een periode van afname nu stabiel te zijn.
Bij sportbeoefening wordt vaak aan sportaccommodaties gedacht, maar de volwassen Nederlander maakt bij het sporten vooral gebruik van de openbare ruimte (figuur 2.6). Vier op de tien Nederlandse kinderen sporten ook in de openbare ruimte (figuur 2.7). Die ruimte wordt veelal gebruikt voor hardlopen, wandelen en wielrennen. Zowel bij volwassenen als bij kinderen is het sportief gebruik van de openbare ruimte de afgelopen jaren toegenomen.
10
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Sporthallen worden ten opzichte van de openbare ruimte beduidend minder als sportaccommodatie gebruikt door volwassen Nederlanders. Daarentegen sport een kwart van de Nederlandse kinderen in een sporthal. Het gebruik van sporthallen is ten opzichte van 2014 bij kinderen nagenoeg gelijk gebleven en bij volwassenen licht afgenomen (figuur 2.6; figuur 2.7). De sportvelden worden, net als de sporthallen, met name gebruikt door de Nederlandse kinderen en niet zozeer door de volwassen Nederlander. Het gebruik van sportvelden door zowel kinderen als volwassenen is ten opzichte van 2014 redelijk constant gebleven. Opvallend is dat het gebruik van sportscholen door volwassenen de afgelopen jaren afgenomen lijkt te zijn, terwijl dit bij kinderen sinds 2014 juist is toegenomen (figuur 2.6; figuur 2.7).
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
11
In dit hoofdstuk worden het aanbod en de behoefte aan binnensportaccommodaties uiteengezet. Binnensportaccommodaties worden gezien als de overdekte sportruimte die wordt of kan worden benut voor de beoefening van meerdere zaalsporten en het geven van bewegingsonderwijs.
In de gemeente Hilversum zijn drie sporthallen en twee sportzalen aanwezig (tabel 3.1). In de sporthallen en de sportzaal zijn scheidingswanden aanwezig, waardoor gedeelde zaalhuur door meerdere gebruikers mogelijk is. De gemeente Hilversum is eigenaar van de sporthallen en sportzalen. De exploitatietaken liggen bij Optisport. Alle sporthallen en sportzalen zijn beschikbaar voor de (georganiseerde) sport. De sporthallen en sportzalen zijn ook geschikt voor bewegingsonderwijs. De Dudok Arena wordt in dit kader doordeweeks overdag uitsluitend gebruikt door het MBO College Hilversum. Naast de sporthallen en sportzalen zijn in de gemeente nog eens 48 gymzalen aanwezig, waarvan er 33 beschikbaar zijn voor de (georganiseerde) sport (tabel 3.2). Vrijwel alle gymzalen zijn in eigendom van een onderwijsstichting.2
Sporthallen
Sportzalen
12
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Definities Sporthallen hebben een sportvloer van minimaal 40 bij 20 meter (exclusief uitloopruimte) waarop ruimte wordt geboden om zowel trainings- als competitievormen af te werken voor badminton, basketbal, volleybal, zaalhandbal, zaalhockey, zaalkorfbal, zaalvoetbal en sporten zonder belijning (zoals diverse gevechts- en verdedigingssporten, gymnastiek, tafeltennis en turnen). Sportzalen hebben een sportvloer van circa 28 bij 22 meter waarop ruimte wordt geboden voor badminton, basketbal, volleybal en sporten zonder belijning, met in principe mogelijkheden voor competitie en training. Sportzalen kunnen voor andere zaalsporten als trainingsmogelijkheden fungeren. Gymzalen worden primair gebouwd om het bewegingsonderwijs van (basis)scholen te faciliteren. De afmetingen van gymzalen zijn vaak afgeleid uit de Modelverordening Huisvesting Onderwijs van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): 21x12x5 meter. Twee derde van de Hilversumse gymzalen heeft deze afmetingen. De rest is kleiner. De Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) adviseert voor het bewegingsonderwijs een minimale vloeroppervlakte van 308 vierkante meter (22x14 meter) met een minimale hoogte van 5,5 meter. Deze afmetingen voldoen in principe aan de afmetingseisen voor diverse gevechts- en verdedigingssporten en tafeltennis.
Als de zaal een hoogte van 7 meter heeft, voldoet deze ook aan de eisen voor badminton en volleybal. Gymzalen, in zowel de ‘kleine’ als de ‘grote’ maatvoering, kunnen wel fungeren als trainingsmogelijkheden voor andere zaalsporten.
Sportzaal De Meent dateert uit 1978 en is hiermee inmiddels ruim veertig jaar oud. Onderzocht wordt of op de plek van de huidige sportzaal een nieuw multifunctioneel wijkcentrum (met sportvoorziening) kan worden gerealiseerd. Er heeft nog geen definitieve besluitvorming plaatsgevonden over de toekomst van de locatie. In 2020 heeft de gemeenteraad van Hilversum het ‘Masterplan Arenapark 2.0’ vastgesteld en heeft het college de opdracht gegeven het plan verder uit te werken. Onderzocht wordt of een multifunctionele sporthal, met mogelijkheden voor indoor atletiek, onderdeel kan worden van de herinrichting. In een aanvullende scenario zal daarnaast op de locatie van de Dudok Arena woningbouw en kantoorruimte worden gerealiseerd. Vervangende nieuwbouw van de huidige sporthallen zal in dit scenario elders op het sportpark een plek krijgen, waarbij de nieuwbouw een gelijke capaciteit voor de zaalsport krijgt als de Dudok Arena.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
13
De sporthallen en sportzalen zijn, met uitzondering van De Meent, gelegen in de zuidelijke helft van de gemeente Hilversum (kaart 3.1). Sporthal De Lieberg is voor de meeste inwoners van de gemeente de dichtstbijzijnde sporthal (27%). Voor ongeveer één op de twintig inwoners van de gemeente is de dichtstbijzijnde sporthal niet in de eigen gemeente gelegen (6%). Deze inwoners zijn bijna uitsluitend woonachtig in de Hilversumse Meent. De dichtstbijzijnde sporthal voor deze inwoners is sporthal De Zandzee in Bussum (gemeente Gooise Meren).
De inwoners van de gemeente Hilversum moeten gemiddeld 1.380 meter afleggen naar de dichtstbijzijnde sporthal. De inwoners van de wijken Noordwest en Hilversumse Meent moeten gemiddeld een beduidend langere afstand afleggen dan de inwoners van de overige wijken (tabel 3.3). Voor bijna alle inwoners van de gemeente is de afstand tot de dichtstbijzijnde sporthal minder dan 3.000 meter. Circa 1.000 inwoners woonachtig in de wijk Noordwest moeten verder dan 3.000 meter reizen tot de dichtstbijzijnde sporthal. Drie kilometer wordt algemeen beschouwd als de afstand die men bereid is af te leggen voor zijn of haar sportbeoefening (Hoekman et al., 2013).
14
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Nederland telt circa 1.640 sporthallen. Dit houdt in dat landelijk 2,3 sporthallen per 25.000 inwoners aanwezig zijn. In de gemeente Hilversum zijn relatief weinig sporthallen aanwezig (tabel 3.4). Het aantal sporthallen per 25.000 inwoners in de gemeente (0,8) is lager dan het landelijke gemiddelde (2,3), het gemiddelde in de regio (1,6) en het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (1,8). Gemiddeld staat in Nederland ongeveer één sportzaal per 25.000 inwoners; met ongeveer één sportzaal per 46.000 inwoners is het aanbod in de gemeente Hilversum dus relatief laag. Het aantal gymzalen in de gemeente is daarentegen relatief hoog. Gymzalen kennen echter een beperkte functionaliteit voor het accommoderen van de meeste zaalsporten en zijn niet altijd beschikbaar voor sportverenigingen.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
15
De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) zaalsport wordt berekend aan de hand van draagvlakcijfers en wordt weergegeven in een bandbreedte. De lokale context bepaalt of de minimale of de maximale variant het meest van toepassing is. Toelichting Draagvlakcijfers vormen een planologische richtlijn. Bij een bepaalde bevolkingsomvang bestaat (in theorie) voldoende draagvlak voor een type voorziening. Dit type richtlijn is zeer algemeen en biedt een globale inschatting van de werkelijke behoefte. Het Mulier Instituut heeft recent de draagvlakcijfers voor de (georganiseerde) zaalsport herijkt. De oorspronkelijke draagvlakcijfers zijn opgenomen in de Planologische Kengetallen, maar zijn verouderd (Schadenberg et al., 2020). In dit onderzoek zijn deze herijkte draagvlakcijfers gebruikt. Voor stedelijke gebieden, zoals de gemeente Hilversum, wordt ervan uitgegaan dat één sporthal een draagvlak heeft van 10.000 tot 17.500 inwoners. De behoefte aan ruimte voor de (georganiseerde) zaalsport in de gemeente Hilversum wordt vastgesteld op minimaal vijf sporthallen (tabel 3.5). De verwachte bevolkingsontwikkeling leidt tot een kleine toename in de behoefte aan sporthallen. Het huidige aantal van drie sporthallen is lager dan de minimale behoefte in de gemeente. De grootste behoefte aan sporthallen in 2021 bestaat in de wijken Zuid en Oost.
16
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum stelt jaarlijks het aantal klokuren bewegingsonderwijs vast waarvoor een school in het daaropvolgende schooljaar in aanmerking komt (Gemeente Hilversum, 2016b). Scholen zijn echter vrij om minder ruimte voor bewegingsonderwijs te gebruiken dan waar zij volgens de verordening aanspraak op kunnen maken. Anderzijds kunnen scholen bij de gemeente een verzoek indienen voor meer klokuren dan het aantal dat door het college is vastgesteld. Amendement Heerema/Van Nispen De Tweede Kamer heeft in februari 2020 het amendement Heerema/Van Nispen aangenomen. Scholen in het primair onderwijs (basisonderwijs en speciaal basisonderwijs) worden vanaf 2023 verplicht hun leerlingen wekelijks minimaal twee lesuren bewegingsonderwijs te geven (1,5 klokuur). De uitgangspunten in de gemeentelijke verordening van Hilversum voldoen aan de eisen uit het amendement Heerema/Van Nispen. Voor het aantal klokuren dat de basisscholen in de gemeente Hilversum in 2021 kunnen aanvragen zijn minimaal dertien zaaldelen nodig, voor de scholen voor het speciaal onderwijs minimaal negen zaaldelen en voor de scholen voor het voortgezet onderwijs minimaal negentien zaaldelen (tabel 3.6).
De verwachte leerlingentoename in het basisonderwijs leidt tot een kleine toename in de ruimtebehoefte; de ruimtebehoefte in het voortgezet onderwijs blijft (afgerond) gelijk. Het aanbod aan zaaldelen in de gemeente Hilversum biedt in theorie voldoende ruimte voor het bewegingsonderwijs van de scholen in de gemeente. Vanwege de benodigde spreiding en mogelijk beperkte mogelijkheden tot deelgebruik van de binnensportaccommodaties, zijn in de praktijk waarschijnlijk meer zaaldelen nodig dan weergegeven in tabel 3.6.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
17
De behoefte aan binnensportruimte voor bewegingsonderwijs is het grootst in de wijk Zuidoost (tabel 3.7). In deze wijk zijn onvoldoende zaaldelen aanwezig om alle gymlessen van de scholen in de wijk te accommoderen. In de wijk Centrum zijn ook onvoldoende zaaldelen aanwezig voor het bewegingsonderwijs van de scholen in deze wijk. De overige wijken beschikken juist over (ruim) voldoende zaaldelen voor het bewegingsonderwijs. Mogelijk kunnen scholen in Zuidoost en Centrum zaaldelen in een van de andere wijken benutten. Het bewegingsonderwijs van scholen hoeft namelijk niet per definitie plaats te vinden in een binnensportaccommodatie in de wijk waar de school gevestigd is.
Subtotaal
Subtotaal
A
2
3
-
3
12
17
-
n.b.
6
4
-
4
-
4
-
-
1
-
Subtotaal
3
-
n.b.
Subtotaal
B
3
1
-
1
Subtotaal
15
10
-
n.b.
Subtotaal
C
2
1
-
1
-
1
-
Subtotaal
D
6
3
-
4
-
3
-
8
5
-
n.b.
Subtotaal
18
-
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
n.b.
n.b.
Het gebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties in de gemeente Hilversum wordt in deze paragraaf in beeld gebracht aan de hand van de reserveringsoverzichten uit 2019. Vanwege de coronamaatregelen zijn de binnensportaccommodaties in 2020 namelijk gedeeltelijk gesloten geweest. Om te bepalen hoe het gebruik in 2019 in Hilversum zich verhoudt tot het gebruik in andere gemeenten is een benchmark met het gebruik van gemeentelijke binnensportaccommodaties in vergelijkbare gemeenten opgesteld.3 Om inzichtelijk te maken hoe het gebruik van de binnensportaccommodaties in Hilversum zich heeft ontwikkeld, wordt een vergelijking gemaakt met het gebruik in 2016.
De Hilversumse sporthallen en sportzalen werden in 2019 op jaarbasis gemiddeld circa 2.300 uur gebruikt. Van de drie sporthallen werd sporthal Kerkelanden beduidend het minst gebruikt, door het relatief beperkte onderwijsgebruik. Sportzaal De Meent werd ook relatief weinig voor het onderwijs gebruikt, waardoor het jaargebruik van deze accommodatie laag uitvalt. Daarnaast is het relatieve lage sportgebruik van de sportzaal in de Dudok Arena opvallend.
Sporthallen
Sportzalen
Ten opzichte van benchmark De sporthallen in de benchmark worden op jaarbasis gemiddeld 1.948 uur gebruikt. De Hilversumse sporthallen waren in 2019 gemiddeld dus beter bezet. Dit is het gevolg van het vele bewegingsonderwijs dat in Hilversum in de sporthallen plaatsvindt. Het sportgebruik is namelijk vergelijkbaar (1.104 uur om 1.141 uur). Ook de Hilversumse sportzalen worden meer gebruikt dan de vergelijkbare binnensportaccommodaties in de benchmark, maar dat verschil is kleiner dan bij de sporthallen. Wederom is dit het gevolg van het vele bewegingsonderwijs, en daarnaast van de beurzen/evenementen die in de Dudok Arena plaatsvinden. Het sportgebruik in Hilversum is juist lager dan de benchmark. Ten opzichte van 2016 Het gebruik van de Hilversumse sporthallen en sportzalen is in 2019 ruim 10 procent hoger dan in 2016. Zowel het sport- als het onderwijsgebruik is in deze periode toegenomen. Sporthal De Lieberg werd in 2019
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
19
beduidend meer ingezet voor het bewegingsonderwijs (+735 uur; +146%). In sportzaal De Meent werd in 2019 juist meer gesport dan in 2016 (+456 uur; +58%).
De meest beoefenende sport in de sporthallen en sportzalen in de gemeente Hilversum is hockey: 19 procent van het sportgebruik (figuur 3.1). Hockey wordt gevolgd door volleybal (17%) en basketbal (17%). Een groot deel van het sportgebruik van sportzaal De Meent is niet in te delen naar sporttak. Dit betreft veelal het diverse activiteitenaanbod van welzijnsorganisaties.
20
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
De bezetting van de sporthallen in de gemeente Hilversum varieert gedurende het jaar (figuur 3.2). Zaalcompetities van ‘veldsporten’ (bv. hockey) vinden alleen plaats gedurende de wintermaanden en het bewegingsonderwijs vindt buiten de wintermaanden (deels) op sportvelden plaats. De betreffende veldsporten vinden veelal plaats in sporthallen. Het verloop in gebruik van de sportzalen is gedurende het jaar dan ook constanter.
De bezetting van de binnensportaccommodaties in de gemeente Hilversum varieert ook gedurende de dag (figuur 3.3; figuur 3.4; figuur 3.5). In de ochtend en vroege middag (09:00-16:00 uur) vindt doordeweeks het meeste bewegingsonderwijs plaats. In de avond zijn doordeweeks de uren tussen 18:00 en 22:00 uur in de sporthallen het meest gewild. De sporthallen worden in het weekend meer gebruikt dan de sportzalen. Het meeste weekendgebruik vindt plaats tussen 09:00 en 21:00 uur.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
21
22
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
In figuren 3.6 en 3.7 wordt de gemiddelde bezetting van de sporthallen en sportzalen weergegeven voor verschillende tijdsblokken en tijdens verschillende perioden. De sporthallen en sportzalen zijn doordeweeks overdag (08:00–16:00 uur) gemiddeld twee derde van de tijd in gebruik in het reguliere seizoen (67%). In de wintermaanden ligt de gemiddelde bezetting 5 procentpunten hoger, door de instroom bij de sporthallen. In de namiddag en avond (16:00-23:00 uur) is de gemiddelde doordeweekse bezetting van de sporthallen buiten de wintermaanden fors lager dan overdag (39%), maar tijdens de wintermaanden juist hoger (86%). De bezetting van de sportzalen is doordeweeks in de namiddag en avond lager dan overdag, zowel in de wintermaanden als daarbuiten. Tijdens de avondpiekuren (18:00-22:00 uur) bestaat in de sporthallen een gemiddelde bezettingsgraad van 50 procent buiten de wintermaanden en 93 procent in de wintermaanden. De sportzalen zijn op deze momenten met een gemiddelde bezetting van 46 procent en 65 procent minder goed bezet. Op zaterdag (09:00-21:00 uur) zijn de sporthallen buiten de wintermaanden gemiddeld 34 procent van de tijd in gebruik, waarbij het beperkte gebruik van De Lieberg opvallend is. In de wintermaanden zijn de sporthallen op zaterdag gemiddeld 88 procent van de tijd bezet.
Buiten de wintermaanden is het gebruik van De Lieberg en sporthal Kerkelanden op zondag beduidend lager. In de wintermaanden wordt echter een gemiddelde bezetting van 93 procent in de sporthallen gerealiseerd. Het gebruik van de sportzalen is beduidend lager dan dat van de sporthallen. Ten opzichte van de benchmark De Hilversumse sporthallen en sportzalen zijn (gemiddeld) gedurende het seizoen over de hele linie beter bezet dan de sportaccommodaties in de benchmark. Het grootste verschil zit in het zondaggebruik. Waar het gebruik van de sporthallen (en sportzalen) op zondag in andere gemeenten beperkt is, worden de Hilversumse accommodaties op zondag (met name in de wintermaanden) relatief veel gebruikt. Ook opvallend is de relatief grote toename in gebruik van de Hilversumse sporthallen op de doordeweekse namiddagen/avonden (16:00-23:00 uur) in de wintermaanden. De incourante uren in dit tijdblok worden in Hilversum in deze periode beter gevuld dan in andere gemeenten. De sporthallen in Hilversum worden ook doordeweeks overdag relatief veel gebruikt (door het bewegingsonderwijs) in vergelijking met de benchmark.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
23
24
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Om de cijfers uit de voorgaande paragrafen in context te kunnen plaatsen en te verrijken met ervaringen uit de praktijk, zijn gesprekken gevoerd met diverse stakeholders, is een vragenlijst onder de gebruikers van de Hilversumse binnensportaccommodaties uitgezet en is een verenigingsavond georganiseerd.
De gemeente Hilversum is eigenaar van de sporthallen en sportzalen in de gemeente. In 2015 heeft de gemeente besloten per 1 januari 2016 de exploitatie van sporthal Kerkelanden, De Lieberg en sportzaal De Meent uit te besteden aan Optisport. De Dudok Arena werd op dat moment al door Optisport geëxploiteerd in opdracht van de gemeente. De ambitie van de gemeente Hilversum is om als gemeente te groeien, waarbij kritisch gekeken moet worden naar de kwantitatieve opgave om het voorzieningenniveau op peil te houden (of te brengen). De gemeente heeft de afgelopen jaren veel signalen opgevangen dat verenigingen een tekort aan binnensportaccommodaties ervaren. Dit tekort zou zich veelal beperken tot de piekbehoefte in de wintermaanden, en meer specifiek tot het zaalseizoen van de hockeyverenigingen. Daarom streeft de gemeente naar een optimale exploitatie van haar binnensportaccommodaties. Eventuele aanpassingen in het aanbod moeten dan ook noodzakelijk zijn vanuit zowel de behoefte van de (georganiseerde) sport als vanuit het bewegingsonderwijs. Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd bij de besluitvorming over de komst van een nieuwe sporthal op het Arenapark.
Optisport is een landelijk opererende ondernemende sportaanbieder die actief is op het gebied van beheer en exploitatie van sportaccommodaties. Als exploitant vormt Optisport het eerste aanspreekpunt voor verenigingen en andere partijen die gebruik willen maken van de sporthallen en sportzalen in de gemeente Hilversum. De Hilversumse sportverenigingen moeten bij Optisport in de periode mei-juni een aanvraag voor zaalhuur voor het komende seizoen indienen. Optisport ervaart weinig problemen met het inplannen van alle aanvragen. De exploitant geeft wel aan dat bij het inplannen voor de periode na de herfstvakantie keuzes moeten worden gemaakt, waarbij de toebedeling van de uren deels geschiedt op basis van de uren uit het voorgaande seizoen. Rechten uit het verleden zijn dus nog steeds van toepassing. De structurele capaciteitstekorten die Optisport waarneemt, beperken zich uitsluitend tot de doordeweekse avonden dat het zaalhockeyseizoen plaatsvindt. De huidige accommodaties bieden niet de capaciteit om te voldoen aan de grote instroom van leden van de hockeyverenigingen. Door de toegepaste toewijzingscriteria krijgen de Hilversumse hockeyverenigingen voornamelijk uren in de namiddag of in de late avond in de binnensportaccommodaties toegewezen. Optisport streeft een zo hoog mogelijke bezetting van de binnensportaccommodaties na.
Zij gaat dan ook graag het gesprek aan met verenigingen om te kijken naar mogelijkheden om ervoor te zorgen dat verenigingen hun leden het gewenste aantal sportmomenten kunnen aanbieden. Deze communicatie blijft echter veelal beperkt tot een aanvraag van verenigingen voor bepaalde uren, zonder vervolg over alternatieven, waardoor mogelijkheden tot een betere exploitatie en dus meer sportmomenten mogelijk onbenut blijven. De realisatie van een blaashal bij één of meerdere hockeyverenigingen in de gemeente Hilversum zal naar verwachting een negatieve invloed hebben op de exploitatieprestatie van Optisport. De inschatting van de
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
25
exploitant is namelijk dat de uren die de hockeyverenigingen afnemen, niet gebruikt zullen worden door andere sportverenigingen. Eventuele uitbreiding van het aanbod aan sporthallen zal volgens Optisport leiden tot een overschotsituatie voor de (georganiseerde) binnensport. Vanuit het bewegingsonderwijs bestaat wel voldoende bestaansrecht voor een extra sporthal, omdat de huidige sporthallen volgens de exploitant de toenemende vraag vanuit de Hilversumse scholen niet kunnen faciliteren.
Zestien sportverenigingen zijn aangeschreven met een vragenlijst over hun behoefte aan binnensportaccommodaties en eventuele knelpunten die zij ervaren. Zij hebben de vragenlijst allemaal ingevuld. Deze sportverenigingen hebben in totaal bijna 3.000 leden, waarvan 70 procent juniorleden zijn. Het merendeel van de sportverenigingen geeft aan dat er onvoldoende ruimte voor zaalsport beschikbaar is in de gemeente Hilversum (56%; negen verenigingen). Vier van deze negen zijn gedurende het hele seizoen actief in de sporthallen (badminton, basketbal, gymnastiek/turnen, volleybal). De andere vijf verenigingen zijn maar een deel van het seizoen actief in de sporthallen (handbal, hockey, korfbal). Drie van hen maken gebruik van sporthallen buiten Hilversum, terwijl zij liever uitsluitend in Hilversumse sporthallen actief willen zijn. Deze verenigingen willen graag meer gebruik maken van de bestaande binnensportaccommodaties en/of hun urenaantal uitbreiden als er nieuwe binnensportaccommodaties komen. Deze ongeaccommodeerde behoefte heeft veelal betrekking op de doordeweekse trainingsavonden tussen 18:00 en 22:00 uur.
26
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
De ervaren tekorten hebben uitsluitend betrekking op de doordeweekse trainingsuren. Naast de beschikbare zaalruimte noemen vijf verenigingen als knelpunt dat zij op het moment onvoldoende kader en/of financiële mogelijkheden hebben om het aantal trainingsuren te vergroten als er wel zaalruimte beschikbaar zou zijn. De meest genoemde reden voor sportverenigingen om meer uren te willen afnemen is om de huidige leden meer trainingen/wedstrijden te kunnen aanbieden (zes verenigingen), gevolgd door ledenaanwas mogelijk maken (vijf). In het kader van ledenaanwas zien vier verengingen zich op het moment genoodzaakt een ledenstop of wachtlijst te hanteren, waarvan er drie het hele seizoen actief zijn in de sporthallen. Sportaanbod voor nieuwe doelgroepen (drie) en talentontwikkeling (topsport) zijn andere vaker genoemde redenen om meer uren af te willen nemen (drie). In het kader van talentontwikkeling (topsport) wil ongeveer de helft van de verenigingen hun leden de mogelijkheden kunnen bieden langer/vaker te trainen. Alle verenigingen geven aan dat dit nu niet mogelijk is. Een tekort aan zaalruimte wordt daarvoor het vaakst als redengenoemd. De meeste van deze verenigingen geven echter ook aan dat zij onvoldoende kader en financiële middelen beschikbaar hebben voor talentonwikkeling.
De sportverenigingen hebben weinig zicht op het functioneren van andere sportverenigingen. De communicatielijnen lopen vrijwel uitsluitend tussen de sportverenigingen en Optisport. De procedure van inroostering van de uren ervaren de sportverenigingen als weinig transparant. Hierdoor hebben zij het idee dat er eventueel wel mogelijkheden tot intensivering zijn, maar dat deze niet inzichtelijk zijn en dus onbenut blijven. Een brede blik op het gebruik van de binnensportaccommodaties ontbreekt in de ogen van de sportverenigingen. In een eventuele visie op de Hilversumse zaalsport kan bijvoorbeeld worden ingegaan op de wens van de verenigingen om één vaste speellocatie te hebben of op de mogelijkheden van gymzalen als alternatieve locaties. Zo kan besef worden gecreëerd van een gedeelde verantwoordelijk om het gebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties te optimaliseren. Hockeyvereniging HMHC onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor de aanschaf van een blaashal die zij tijdens het zaalseizoen van hockey over de velden op sportpark Loosdrecht kan plaatsen. Er heerst grote onvrede onder de leden van de vereniging over de beperkte mogelijkheden om zaalhockey te beoefenen bij de vereniging.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
27
In dit hoofdstuk worden het aanbod en de behoefte aan voorzieningen voor de georganiseerde buitensport uiteengezet. Er wordt ingegaan op de benodigde sportvoorzieningen voor de atletiek-, handbal-, hockey-, honk-/softbal-, korfbal-, rugby-, tennis- en voetbalverenigingen.
De gemeente Hilversum telt acht sportparken waarop sportvoorzieningen aanwezig zijn voor atletiek, handbal, hockey, honk-/softbal, korfbal, rugby, tennis (incl. padel) en/of voetbal (kaart 4.1; tabel 4.1). De eigendom van de gronden onder de sportvoorzieningen en van de sportvoorzieningen zelf is verdeeld over een veelvoud van partijen, waaronder de gemeente, commerciële partijen, verenigingen en natuurbeschermingsorganisaties.
28
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
Onderzoek heeft aangetoond dat de atletiekaccommodatie op het Arenapark moet worden gerenoveerd, omdat deze op meerdere punten niet meer voldoet aan de normen van de Atletiekunie. Bij de renovatie wordt de rondbaan uitgebreid van zes banen naar acht banen. Deze uitbreiding biedt Gooise Atletiek Club (GAC) en de diverse andere gebruikers meer capaciteit.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
29
In de paragrafen 4.1 tot en met 4.4 wordt aan de hand van richtlijnen de behoefte in beeld gebracht van de verenigingen die zijn gevestigd op de sportparken. De leden-/teamaantallen van de buitensportverenigingen in de gemeente Hilversum die naast de richtlijnen zijn gelegd, zijn aangeleverd door de desbetreffende sportbonden. In bijlage 3 zijn de teamaantallen van de buitensportverenigingen opgenomen. De richtlijnen bieden de mogelijkheid in beeld te brengen hoeveel ruimte een vereniging nodig heeft om standaard verenigingsactiviteiten te kunnen aanbieden, met mogelijkheden voor wedstrijden en trainingen. De uitkomsten zijn gestoeld op een aantal aannames, zoals de duur en frequentie van trainingen. Met lokale factoren die van invloed zijn op de behoefte van de verenigingen, zoals het nevengebruik van voorzieningen of een topsportambitie, wordt geen rekening gehouden. De richtlijn waarmee de behoefte aan rugbyvelden is bepaald, is de enige die niet is geaccordeerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) of de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). De overige richtlijnen zijn algemeen geaccepteerd. In de berekeningen in de paragrafen wordt de bestaande sportinfrastructuur als uitgangspunt genomen. De toekomstige (extra) behoefte hoeft niet per definitie te worden geaccommodeerd bij de vereniging waar volgens de berekening een tekort kan ontstaan.
Capaciteitsuitbreiding op een nabijgelegen sportpark kan ook in de behoefte van de (nieuwe) sportende inwoners voorzien. De toekomstige behoefte wordt in twee scenario’s gepresenteerd. In het eerste scenario wordt uitgegaan van een stabiele sportdeelname. Dat wil zeggen dat ervan uit is gegaan dat in de toekomst hetzelfde aandeel van de inwoners per leeftijdsgroep lid is van bijvoorbeeld een handbalvereniging als in 2021. In het tweede scenario worden de lokale ontwikkelingen in de deelname aan de sporttakken doorgetrokken naar de toekomst. In sommige gevallen leidt dit tot een buitensporige toe- of afname van de behoefte. Het is (beleidsmatig) relevant om de ontwikkeling van de verenigingen te monitoren om te bezien langs welke lijn de verenigingen zich ontwikkelen.
30
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
In Nederland liggen circa 940 outdoor hockeyvelden. Dit betekent dat er landelijk gemiddeld 1,3 hockeyveld per 25.000 inwoners aanwezig is. Op sportparken Crailoo en Loosdrecht liggen in totaal negen hockeyvelden. Het aanbod ten opzichte van het aantal inwoners in de gemeente Hilversum is daarmee hoger dan het landelijke gemiddelde, maar lager dan het gemiddelde van de regio (tabel 4.2). De Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) had in 2020 circa 258.000 leden. Dit houdt in dat 1,4 procent van de Nederlandse bevolking lid was van een hockeyvereniging. Circa 2.450 inwoners van de gemeente Hilversum waren in datzelfde jaar lid van een hockeyvereniging. De hockeydeelname (2,7%) was daarmee, in lijn met het aanbod, hoger dan het landelijke gemiddelde, maar lager dan het gemiddelde van de regio (tabel 4.2). De velddruk, berekend door het aantal hockeyleden woonachtig in de gemeente te delen door het aantal velden in de gemeente, bedroeg 272 leden per veld. Deze velddruk is in lijn met het landelijke gemiddelde, maar beduidend lager dan het regionale gemiddelde (tabel 4.2).
De hockeyvelden in de gemeente Hilversum vormen de thuisbasis van twee hockeyverenigingen. ’t Spanderbosch is gevestigd op sportpark Crailoo, waar de vereniging de beschikking heeft over één zandingestrooid kunstgrasveld, één semi-waterveld en twee watervelden. Hilversumsche Mixed Hockey Club (HMHC) heeft haar thuisbasis op sportpark Loosdrecht, waar drie zandingestrooide kunstgrasvelden en twee watervelden liggen. In het seizoen 2021/’22 heeft ’t Spanderbosch in totaal 92 teams ingeschreven bij een zaterdag- of zondagcompetitie van de KNHB en HMHC 94 teams. De veldbehoefte bij beide verenigingen is op zaterdag, wanneer de jeugd haar wedstrijden speelt, volgens de richtlijn hoger dan het aantal aanwezige velden. Op zondag, wanneer de senioren hun wedstrijden spelen, bieden de velden ruim voldoende capaciteit. Door de potentiële nieuwe leden als gevolg van de verwachte bevolkingsgroei is bij beide verenigingen op (korte) termijn extra veldcapaciteit nodig (tabel 4.3). Als de recente ontwikkeling in hockeydeelname in de gemeente doorzet, blijft de behoefte van de verenigingen constant, ondanks de bevolkingsgroei (tabel 4.4).
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
31
Geografische spreiding Gelet op enerzijds de ligging van de sportparken en anderzijds het normatieve tekort dat bij beide hockeyverenigingen wordt waargenomen, is het geen voor de hand liggende optie om te sturen op een betere verdeling van de (huidige) behoefte over de sportparken. Spreiding over het weekend Als een deel van de jeugdwedstrijden op zondag zou plaatsvinden, bieden de velden op beide sportparken de hockeyverenigingen voldoende capaciteit voor het (toekomstige) aantal teams.
32
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
De hockeyvelden op sportpark Loosdrecht worden niet alleen door de leden van HMHC gebruikt. Op de velden vinden ook structureel de trainingen van de Nederlandse bondsselectie plaats en door het jaar heen diverse sportkampen. HMHC geeft aan dat de huidige velden de vereniging nipt voldoende capaciteit bieden om al haar activiteiten te kunnen laten plaatsvinden. Ook voorziet de vereniging geen capaciteitsproblemen voor de toekomst. De verwachting van de vereniging is dat het aantal jeugdleden zal toenemen, maar ook dat de jeugd deels op zondag gaat spelen, zodat de huidige velden intensiever kunnen worden gebruikt. De vereniging hanteert momenteel wel een wachtlijst voor jeugdleden, maar dit is enkel om de juiste samenstelling van de teams te garanderen. Naast de trainingen en competitie van de KNHB wordt op sportpark Crailoo ook een competitie georganiseerd voor spelers die nog te jong zijn voor de bondscompetitie. Daarnaast vinden er wedstrijden plaats voor trimleden. ‘t Spandersbosch geeft aan voldoende velden te hebben voor haar activiteiten. De vereniging verwacht in de toekomst geen grote veranderingen in activiteiten. De vereniging heeft wel een wachtlijst voor jeugdleden, maar deze is niet zo lang dat een extra veld gewenst is.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
33
In Nederland kan op circa 12.130 outdoor tennisbanen worden getennist (privébanen en tennisbanen op vakantieparken e.d. buiten beschouwing gelaten). Dit betekent dat er landelijk gemiddeld 17,4 tennisbanen per 25.000 inwoners zijn. Verspreid over de gemeente Hilversum liggen zestig tennisbanen. Het aanbod ten opzichte van het aantal inwoners van de gemeente is daarmee lager dan het landelijke gemiddelde en het gemiddelde in de regio, maar hoger dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (tabel 4.5). De Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB) had in 2020 circa 550.000 leden. Dit houdt in dat 3 procent van de Nederlandse bevolking lid was van een tennisvereniging. Circa 3.650 inwoners van de gemeente Hilversum waren in datzelfde jaar lid van een tennisvereniging. De tennisdeelname (4,0%) was daarmee hoger dan het landelijke gemiddelde, maar lager dan het gemiddelde in de regio (tabel 4.5). De baandruk, berekend door het aantal tennisleden woonachtig in de gemeente te delen door het aantal banen in de gemeente, bedroeg 61 leden per veld. Deze velddruk is hoger dan landelijk en hoger dan het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten (tabel 4.5).
Padel Padel is een combinatie van tennis en squash. De sport is bezig met een sterke opmars in Nederland. De afgelopen jaren is het aantal padelbanen in Nederland verdubbeld. De verwachting is dat deze groei de komende jaren doorzet. Tennisverenigingen overwegen padelbanen aan te leggen (ten koste van tennisbanen), en ook het commerciële aanbod aan padelbanen neemt toe. TV De Rading beschikt sinds augustus 2021 over twee padelbanen op sportpark Loosdrecht. Daarnaast ligt op het Arenapark één padelbaan. Deze is eigendom van Nike. HLTC Gooiland maakt gebruik van deze baan.
34
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
De Hilversumse tennisbanen liggen verspreid over zes sportparken en worden door evenveel tennisverenigingen bespeeld. De verenigingen in de gemeente Hilversum tellen in 2021 in totaal circa 4.650 leden die bij de KNLTB stonden ingeschreven.4 De zes tennisverenigingen in de gemeente Hilversum beschikken over een aantal tennisbanen dat binnen hun behoeftebandbreedte valt. Bij vier verenigingen is het aanbod conform de minimale behoefte, waardoor in de praktijk mogelijk knelpunten bestaan. Bandbreedte De baanbehoefte van de tennisverenigingen is weergegeven in een bandbreedte. In hoeverre de minimale of de maximale variant van toepassing is voor een vereniging, is afhankelijk van diverse factoren, zoals de demografische opbouw van het ledenbestand en het aantal deelnemende teams aan de competities. De verwachte bevolkingsontwikkeling zal, bij een stabiele sportdeelname, leiden tot een toename van het aantal leden van de tennisverenigingen in de gemeente Hilversum tot 2040. Voor deze groei zal extra capaciteit nodig zijn (tabel 4.6). De tennisdeelname in de gemeente is tussen 2015 en 2021 echter afgenomen, conform het landelijke beeld. Als deze trend zicht doorzet, neemt de behoefte aan tennisbanen licht af, ondanks de bevolkingsgroei (tabel 4.7).
Invloed padel In de ramingen van de ruimtebehoefte van TV De Rading is padel niet meegenomen, omdat de padelbanen pas sinds augustus 2021 in gebruik zijn. Ervaringen bij tennisverenigingen uit andere gemeenten tonen aan dat het aanbieden van padel een positief effect heeft op ledenbehoud en aanwas. Invloed corona De KNLTB heeft een sterke toename in de populariteit van tennis waargenomen tijdens de coronacrisis. Ook het aantal leden van de Hilversumse tennisverenigingen is in 2021 hoger dan in 2020, terwijl daarvoor geruime tijd gesprake was van een krimp van het ledenbestand. In hoeverre sprake is van een tijdelijk opleving of een trendbreuk is onbekend. In de berekeningen in tabel 4.7 is ervan uitgegaan dat de tennisdeelname zich weer zal ontwikkelen zoals voor de coronacrisis. Geografische spreiding De tennisbanen van HLTC ’t Melkhuisje, HLTC Hoogerheide en TV De Gooische Vallei liggen binnen een straal van 1,5 kilometer van elkaar. Gelet op de huidige verhouding tussen aanbod en normatieve behoefte van de tennisverenigingen is het geen voor de hand liggende optie om te sturen op een betere verdeling van de (huidige) behoefte over de tennisverenigingen om eventuele knelpunten op te lossen.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
35
Subtotaal wijk (som van verenigingen)
29
24 -
31 -
25 -
32 -
27 -
34 -
Subtotaal wijk (som van verenigingen)
15
15 -
19 -
16 -
21 -
18 -
22 -
Subtotaal (som van verenigingen)
Subtotaal (som van verenigingen)
In Nederland liggen ruim 7.500 volwaardige outdoor voetbalvelden, waarvan circa een kwart kunstgras is. Dit betekent dat er landelijk gemiddeld 10,8 voetbalvelden per 25.000 inwoners zijn. Verspreid over de gemeente Hilversum liggen 25 voetbalvelden (exclusief één pupillenveld). Het aanbod ten opzichte van het aantal inwoners van de gemeente is daarmee relatief laag (tabel 4.8). De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) had in 2020 bijna 1,2 miljoen leden. Dit houdt in dat 6,7 procent van de Nederlandse bevolking lid was van een voetbalvereniging. Circa 4.800 inwoners van de gemeente Hilversum waren in datzelfde jaar lid van een voetbalvereniging. De voetbaldeelname (5,3%) was daarmee lager dan de meeste referentiecijfers (tabel 4.8). De gemiddelde velddruk, berekend door het aantal inwoners dat lid is van een voetbalvereniging te delen door het aantal velden, in de gemeente Hilversum is 193 leden per veld. Dit is hoger dan het gemiddelde in de regio, het gemiddelde van de referentiegemeenten en het landelijke gemiddelde. Ook kent de gemeente een laag percentage kunstgras ten opzichte van het gemiddelde van de regio en van de referentiegemeenten (tabel 4.8).
De voetbalvelden in de gemeente Hilversum liggen verspreid over vier sportparken. In totaal zijn er acht voetbalverenigingen actief in Hilversum. Een aantal verengingen is gehuisvest op hetzelfde sportpark. In de meeste gevallen hebben de desbetreffende verenigingen wel ‘eigen’ velden waarvan zij exclusief gebruik maken. Alleen HC & FC Victoria en VV OSO delen een veld op sportpark ‘Loosdrecht – Victoria’. De voetbalverenigingen hadden in 2021 in totaal 242 teams ingeschreven bij een zaterdag- of zondagcompetitie van de KNVB. Alleen Olympia '25 heeft teams die op zondag spelen (vijf). Alle andere teams spelen hun wedstrijden op zaterdag. In tabel 4.9 wordt kort per vereniging weergegeven in hoeverre in 2021 sprake is van een overschot of tekort aan wedstrijdvelden, waarbij is uitgegaan van de huidige verdeling van de velden op de sportparken over de verenigingen en de huidige verdeling van de teams over het weekend. Bij drie voetbalverenigingen worden knelpunten geconstateerd.
De onevenredige verdeling van de teams van de Hilversumse voetbalverenigingen over het weekend legt een grote druk op de voetbalvelden op zaterdag. Bij een gelijkere verdeling van de teams, en daarmee van de behoefte aan wedstrijdvelden, zijn minder voetbalvelden voor wedstrijden nodig. In de theoretische situatie dat de wedstrijden evenredig worden verdeeld over het weekend, hebben alle voetbalverenigingen in de gemeente Hilversum voldoende velden tot hun beschikking om de wedstrijden en trainingen te kunnen laten plaatsvinden (tabel 4.10).
BZC’13, HC & FC Victoria en VV OSO zijn gehuisvest op sportpark Loosdrecht, en SC ’t Gooi en VV Altius op sportpark Berestein. Met uitzondering van VV OSO hebben deze voetbalverenigingen ‘eigen’ velden tot hun beschikking. Deze constructie leidt onder de streep tot een hogere behoefte aan voetbalvelden, omdat eventuele (beperkte) overcapaciteit niet kan worden benut door de andere voetbalverenigingen. In de theoretische situatie dat de voetbalverenigingen op hetzelfde sportpark gebruikmaken van dezelfde velden, bieden de voetbalvelden op sportpark Loosdrecht alsnog te weinig capaciteit voor de behoefte van
38
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
de voetbalverenigingen. Op sportpark Berestein is in dit scenario wel voldoende capaciteit beschikbaar om aan de gezamenlijke behoefte van de voetbalverenigingen te voldoen (tabel 4.11). Eventuele verdere vormen van samenwerking, zoals gedeelde teams, kunnen leiden tot een lagere behoefte.
Op de volgende pagina’s zijn de tabellen opgenomen die aan de conclusies in voorgaande paragrafen ten grondslag liggen.
De verwachte bevolkingsontwikkeling leidt tot een toename in de behoefte aan voetbalvelden, zowel aan wedstrijdvelden (tabel 4.12) als trainingsvelden (tabel 4.14). Als de recente toename in voetbaldeelname doorzet, neemt deze behoefte sneller toe (tabel 4.13; tabel 4.15). Hierbij is uitgegaan van de huidige configuratie van de verenigingen en velden.
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
39
Subtotaal Berestein
9 (8,7)
1 (0,9)
6 (5,1)
10 (9,3)
1 (0,9)
6 (5,4)
11 (10,1)
1 (1,0)
6 (5,8)
9 (8,7)
- -
5 (4,8)
10 (9,5)
- -
6 (5,1)
11 (10,3)
- -
6 (5,5)
18 -
1 -
11 -
20 -
1 -
12 -
22 -
1 -
12 -
(som van verenigingen)
Subtotaal Loosdrecht (som van verenigingen) Subtotaal Zuidwest (som van sportparken)
Subtotaal Berestein
9 (8,7)
1 (0,9)
6 (5,1)
11 (10,3)
2 (1,1)
6 (6,0)
12 (11,8)
2 (1,0)
7 (6,8)
9 (8,7)
- -
5 (4,8)
11 (10,6)
- -
6 (5,5)
12 (11,8)
- -
7 (6,3)
18 -
1 -
11 -
22 -
2 -
12 -
24 -
2 -
14 -
(som van verenigingen)
Subtotaal Loosdrecht (som van verenigingen) Subtotaal Zuidwest (som van sportparken)
Ruimte voor sport in Hilversum | Mulier Instituut
41
Subtotaal Berestein (som van verenigingen)
4,5 (4,7)
5,0 (5,1)
5,5 (5,5)
Subtotaal Loosdrecht (som van verenigingen)
4,5 (4,4)
5,0 (4,8)
5,0 (5,2)
9,0 -
10,0 -
10,5 -
Subtotaal Zuidwest (som van sportparken)
Subtotaal Berestein (som van verenigingen)
4,5 (4,7)
5,5 (5,6)
6,5 (6,5)
Subtotaal Loosdrecht (som van verenigingen)
4,5 (4,4)
5,0 (5,2)
6,0 (5,9)
9,0 -
10,5 -
12,5 -
Subtotaal Zuidwest (som van sportparken)
Op sportpark Berestein liggen voetbalvelden die worden gebruikt door SC ’t Gooi, VV Altius en SV Olympia. De velden die SC ’t Gooi gebruikt, worden naast de activiteiten van de voetbalvereniging gebruikt door onder andere een naschoolse opvang. SC ’t Gooi geeft aan dat het huidige aantal velden niet voldoende is voor haar trainingen op maandag- en woensdagavond en voor de wedstrijden op zaterdag. Op dit moment worden de trainingen en wedstrijden eerder op de dag gestart om alle teams te laten spelen. In de toekomst verwacht de vereniging een groei van het aantal aanmeldingen van jeugdleden. De vereniging verwacht dat zij met de huidige velden dan gedwongen wordt een wachtlijst te hanteren. VV Altius is tevreden met het huidige veldaanbod, maar minder met de kwaliteit van de velden. De velden worden ook gebruikt door onder andere het onderwijs (veelal mbo). De vereniging verwacht dat in de toekomst meer partijen gebruik willen maken van de velden, waardoor de kwaliteit van de grasvelden nog verder zal teruglopen. De vereniging geeft aan dat een extra kunstgrasveld een oplossing kan bieden. De velden waarover SV Olympia kan beschikken, bieden de vereniging volgens haar voldoende capaciteit voor de huidige activiteiten. Naast de activiteiten van de voetbalvereniging worden de velden gebruikt door organisaties die bewegingsactiviteiten voor ouderen organiseren.
De vereniging is niet tevreden over de kwaliteit van de grasvelden, en door deze slechte kwaliteit kunnen de natuurgrasvelden minder vaak bespeeld worden. SV Olympia wil graag groeien en meer activiteiten aanbieden voor een bredere doelgroep, waaronder ouderen. Door een natuurgrasveld om te zetten in een kunstgrasveld zou de huidige ruimte beter benut kunnen worden.
Op sportpark Loosdrecht liggen voetbalvelden die onder andere gebruikt worden door HC & FC Victoria, VV OSO en BZC’13. HC & FC Victoria heeft de beschikking over de meeste voetbalvelden. De vereniging verhuurt haar velden onder aan VV OSO en een cricketvereniging. De vereniging ervaart een capaciteitstekort en hanteert daarom een ledenstop. Er vindt overleg plaats met VV OSO en BZC’13 over een herverdeling van de velden op het sportpark. In de toekomst wil HC & FC Victoria verder groeien en het aanbod van vrouwenen meisjesvoetbal uitbreiden. De vereniging ziet daarvoor graag meer kunstgrasvelden op het sportpark komen. Daarnaast ziet de vereniging mogelijkheden om een cricketveld te realiseren, waardoor een van de huidige velden exclusief voor de voetbalvereniging beschikbaar zou komen. VV OSO huurt één veld van HC & FC Victoria en dit is voldoende voor de activiteiten van de vereniging. Door de samenwerking met HC & FC Victoria en de groei van deze vereniging komt er steeds minder ruimte vrij voor VV OSO. De wedstrijden van VV OSO worden laat op de zaterdag gepland en dit ervaart de verenging als minder prettig. BZC’13 ervaart op dit moment geen capaciteitstekort. In de winter is de capaciteit wel een uitdaging, omdat er maar één veld met verlichting is. Daarnaast wordt de druk vanuit HC & FC Victoria ook steeds groter om velden te huren.
HC & FC Victoria maakt op dit moment gebruik van velden van BZC’13 om de jeugd te laten spelen. BZC’13 is op dit moment in overleg met HC & FC Victoria over het (verder) inleveren van trainingstijden door de groei van deze vereniging. Dit overleg wordt nu als een goede samenwerking ervaren, maar BZC’13 verwacht dat de groei van HC & FC Victoria in toekomst zal leiden tot uitdagingen.
HSV Wasmeer maakt gebruik van de voetbalvelden op het sportpark Anna’s Hoeve. De velden worden naast de activiteiten van de voetbalvereniging gebruikt door scholen (basisonderwijs en voortgezet onderwijs). Het aantal velden is volgens de vereniging voldoende. In de toekomst verwacht de vereniging dat zij zal
groeien en dat ook de scholen vaker actief zullen zijn op de velden. Om deze groei te faciliteren is volgens de vereniging een extra kunstgrasveld nodig.
FC Hilversum maakt gebruik van de voetbalvelden op sportpark Crailoo. Deze vereniging heeft geen toelichting gegeven op haar gebruik van de velden.
Een deel van de Hilversumse voetbalverenigingen erkent dat het tekort aan voetbalvelden deels kan worden opgelost door een betere verdeling van de teams over het weekend. Vanwege het beperkte aantal teams (verenigingen) in de regio dat op zondag speelt, zouden leden dan echter op competitiedagen ver moeten reizen, waardoor dit minder aantrekkelijk wordt. Voor een goed bezette zondagcompetitie zijn zowel grote als kleine verenigingen nodig. Verenigingen met relatief weinig leden hebben echter meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden om op twee competitiedagen bijvoorbeeld achter de bar te staan. Deze verenigingen clusteren daarom liever hun activiteiten op één dag. Een evenrediger bezetting van de voetbalvelden zou een gedeelde verantwoordelijkheid moeten zijn, omdat de invloed van een enkele vereniging zeer beperkt is. De KNVB zou hier volgens de verenigingen ook een (leidende) rol in moeten spelen. De Hilversumse voetbalverenigingen beschikken graag over meer kunstgras op de sportparken. Kunstgras is in de ogen van de verenigingen noodzakelijk. Enerzijds om multifunctioneel gebruik te faciliteren, dat nu een te grote belasting op het natuurgras vormt, en anderzijds om de capaciteit voor de voetballers te vergroten.