Ruimtelijke onderbouwing Melkmeent 3b Hilversum (03-10-2023)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Melkmeent 3b, Hilversum
Oktober 2023
Status: Definitief
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing Melkmeent 3b, Hilversum
Plannaam:
Melkmeent 3b, Hilversum
Plantype:
Ruimtelijke onderbouwing
Datum:
Oktober 2023
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 3 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ...................................................... 7 2.1 2.2 2.3
HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED EN OMGEVING............................................................................................... 7 DE GEWENSTE SITUATIE................................................................................................................................. 8 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 12 3.1 3.2 3.3 3.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 12 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 14 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 17
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 21 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEM.................................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 23 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 25 GEUR ...................................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 30 WATER .................................................................................................................................................... 32
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 35 BIJLAGEN
............................................................................................... 36
BIJLAGE 1: BIJLAGE 2:
WATERTOETS INTAKER........................................................................................................................ 36 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ..................................................................................... 37
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een woning aan de Melkmeent 3b, Hilversum (hierna: projectgebied). Initiatiefnemer is voornemens om dit gebouw te splitsen in drie zelfstandige woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan is echter maximaal één vrijstaande woning toegestaan. Voor het splitsen van de woning in drie woningen is een omgevingsvergunning vereist om af te kunnen wijken van het geldende bestemmingsplan. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing ziet dan ook alleen toe op de planologische splitsing van de woning in drie woningen. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2013”, aangezien ter plaatse uitsluitend één woning per bouwvlak is toegestaan. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied bevindt zich aan de Melkmeent 3b in het buitengebied van de gemeente Hilversum. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied in de kern Hilversum en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven, met respectievelijk een rode ster en contour.
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied in Hilversum (Bron: PDOK)
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
De locatie ligt binnen het “Buitengebied 2013” van de gemeente Hilversum. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 30 juli 2014. Tevens gelden ter plaatse “Veegbestemmingsplan 2016” (vastgesteld op 14 december 2016), bestemmingsplan “Regeling meervoudige bewoning” (vastgesteld op 24 juni 2016) en het voorbereidingsbesluit “Flitsbezorging” (vastgesteld op 1 juli 2022).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Buitengebied 2013” opgenomen. Het projectgebied wordt hierop aangeduid met de rode omlijning.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede verbeelding geldend “Buitengebied 2013” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen
Het projectgebied heeft op basis van het “Buitengebied 2013” de enkelbestemming ‘Wonen – 4’. Binnen het projectgebied is een bouwvlak opgenomen. Tevens is het projectgebied voorzien een tweetal dubbelbestemmigen namelijk: ‘Waarde – Archeologie – Hilversumse Meent – Laag’ en ‘Leiding – Gas’. Hieronder wordt nader ingegaan op de geldende bestemmingen. Wonen – 4 De voor ‘Wonen – 4’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit en behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden met de daarbij behorende voorzieningen. Ten aanzien van hoofdgebouwen, deze mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Deze mag volledig worden bebouwd maar het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer dan één bedragen. Tevens mag de goothoogte maximaal 6 meter bedragen, de maximale bouwhoogte en inhoud bedragen respectievelijk 10 meter en 600 m3. Waarde – Archeologie – Hilversumse Meent – Laag De voor 'Waarde - Archeologie - Hilversumse Meent - Laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en het behoud van de aanwezige archeologische waarden of de naar verwachting aan te treffen archeologische waarde welke niet beschermd zijn ingevolge de Monumentenwet 1988.
Bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 cm dient archeologisch onderzoek verricht te worden door een deskundige inzake archeologie om in kaart te brengen dat het belang van de archeologische waarden niet onevenredig wordt geschaad. Leiding – Gas
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van gasleidingen met de daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen en belemmeringsstrook van 4 meter aan weerszijden van het hartlijn van de leiding. 1.3.3
Strijdigheid
Het realiseren van drie wooneenheden past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Ter plekke van geldende bestemming “Wonen - 4” is het namelijk maximaal één woning per bouwvlak toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.10; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken. Het ontwerpbesluit wordt daarom voor eenieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hiernavolgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.
9.
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en gewenste situatie van het projectgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Hilversum beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten kort de revue. In hoofdstuk 5 is de conclusie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie projectgebied en omgeving
Het projectgebied bevindt zich in het buitengebied van Hilversum, hoewel in ‘Beleidsregels meervoudige bewoning Hilversum 2021 (Augustus 2021) deze niet onder het landelijk gebied valt. De directe omgeving van het projectgebied bestaat uit woonfuncties, agrarische percelen, natuur en bedrijvigheid. De belangrijke ruimtelijke structuurdragers in de nabije omgeving betreffen de Franse Kampweg en de Hilversumse Meentweg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de bestaande situatie weergegeven, het projectgebied is hierin met een rode contour aangegeven. Afbeelding 2.2 geeft met een straatbeeld de bestaande situatie in het projectgebied weer.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto projectgebied (Bron: PDOK.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.2
2.2
Straatbeeld vanaf de Melkmeent (Bron: Google Streetview 2022)
De gewenste situatie
Zoals in de voorgaande hoofdstukken is genoemd is in de huidige situatie één vrijstaande woning aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om dit pand te splitsen in drie aparte wooneenheden. Dit valt volledig inpandig te realiseren. Het bebouwd oppervlakte en bouwvolume blijven gelijk. Het plan is twee appartementen op de begane grond te realiseren, en één op de eerste verdieping. Afbeelding 2.3 geeft de gewenste plattegronden van beide verdiepingen weer. Afbeelding 2.3 geeft de gewenste erfinrichting weer.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.3
Plattegrond gewenste toestand (Bron: H & E Architecten B.V.)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.4
Gewenste Situatie (Bron: H & E Architecten B.V.)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Deze voorgenoemde CROW-kencijfers zijn doorvertaald in de gemeentelijke Parkeernota Hilversum 2017. De parkeernormen zijn per gebied onderverdeeld. Er wordt een indeling aangehouden van Centrum, Schil en Rest bebouwde kom/Buitengebied. Er is hiermee aansluiting gezocht bij de indeling van de zones met betaald parkeren, waar ook sprake is van Centrum, Schil en overig (waaronder zowel Buitenschil als niet-betaald parkeergebieden vallen). 2.3.2
Uitwerking
In voorliggend geval wordt uitgegaan van een ontwikkeling in het buitengebied, aangesloten wordt bij de functies ‘Wonen – Koop, etage, midden’ voor de bovenverdieping, en ‘Koop, 2-onder-1-kap’ voor de twee woningen op de begane grond. Parkeren Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geldt voor de woning op de eerste verdieping een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen en voor de woningen op de begane grond een norm van 2,1 parkeerplaatsen per woning. Voor de 3 woningen resulteert dit in een parkeerbehoefte van in totaal 6. Zoals in afbeelding 2.4 te
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing zien is, beschikt het plangebied in de nieuwe situatie over 6 parkeerplaatsen. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. Verkeer Gezien in de parkeernota Hilversum 2017 geen cijfers voor verkeersgeneratie zijn opgenomen wordt hiervoor naar de CROW publicatie gekeken voor de kencijfers van verkeersgeneratie. Hiervoor is aangesloten bij de functies “Koop, huis, twee-onder-een-kap” en “koop, appartement, duur”, de hierbij behorende verkeersgeneratie is respectievelijk gemiddeld 7,4 en 7,8 verkeersbewegingen per woning. De drie woningen hebben daarmee gezamenlijk een verkeersgeneratie van 23 verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie van de huidige functie “Koop, huis, vrijstaand”, 8,2 verkeersbewegingen, komt echter te vervallen. Daarmee is de planologische toename van de verkeersgeneratie 14,8 verkeersbewegingen per weekdag etmaal. De wegen rondom het projectgebied kunnen deze verkeersgeneratie eenvoudig afwikkelen. De beoogde ontsluitingen van de parkeerplaatsen op de Melkmeent is verder, gelet op de lage verkeersintensiteiten op deze weg, verkeersveilig. 2.3.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.
2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie een logische functie is voor het projectgebied. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Ook worden er woningen gecreëerd voor de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen herontwikkeling. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als onderbouwingseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een onderbouwingsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De transformatie van de vrijstaande woning naar reguliere appartementen is hoofdzakelijk inpandig. Van een toename van bouwmogelijkheden is minimaal sprake en kan vergunningvrij, voorliggende onderbouwing voorziet slechts in de mogelijkheid van woningsplitsing. Met betrekking tot het realiseren van woningen zijn onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval worden twee woningen toegevoegd in een bestaand pand, middels een omgevingsvergunningprocedure. Geconcludeerd kan worden, gezien dit aantal welke ruimschoots onder de grens van 11 woningen is, dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg. 3.1.3
Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid
Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Structuurvisie NoordHolland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. 3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kunnen we voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.
Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema’s gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing 1.
Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd.
2.
Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht.
3.
Sterke kernen, sterke regio’s – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden.
4.
Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie.
5.
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver. Van de kansen die de kusten bieden voor toeristischrecreatieve ontwikkeling in Dynamisch schiereiland tot de economische mogelijkheden die de transitie naar duurzame energie bieden voor de ‘draaischijven’ Den Helder en het Noordzeekanaalgebied. De bewegingen verbinden deze economische kansen aan het versterken van de leefbaarheid, juist met het oog op duurzame economische groei. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van het metropolitane landschap nadrukkelijk onderdeel te maken van het gehele metropolitane systeem, inclusief de verstedelijking, alsook om de agrifoodsector te ondersteunen als partner om de biodiversiteit te vergroten. In voorliggend geval is voornamelijk de beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’ van belang. 3.2.1.2 Sterke kernen, sterke regio's Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meest actuele cijfers. Uitgangspunt bij dit principe is dat ontwikkelingen zo veel mogelijk binnenstedelijk en -dorps plaatsvinden. Dit geldt voor alle kernen. De omvang waarin dit gebeurd wordt ingegeven door de vraag die er op dat moment is (meest actuele bevolkingsprognoses).
Deze wordt afgelezen aan de hand van demografische ontwikkelingen (afspraken over uitleglocaties worden aan de actuele prognoses aangepast), periodieke monitors over woonwensen en woonbehoefte-onderzoeken. Deze ontwikkelingen en daaruit voortvloeiende afspraken worden regionaal ingevuld met ruimte voor maatwerk en herijking. De omvang en verschijningsvorm is passend bij de kernen waarbij grofweg drie typen kernen vallen te onderscheiden. Centrumsteden, Groenstedelijke kernen en Dorpskernen. Hilversum is volgens de Omgevingsvisie een centrumstad. Krachtige centrumsteden zijn van cruciale betekenis voor de leefbaarheid van de hele regio vanwege de regionale voorzieningen en de stedelijke woon- en werkmilieus die er te vinden zijn. Zij kunnen jonge mensen en bedrijven aantrekken, wat leidt tot dynamiek en gezonde regio's. Door de centrumsteden te versterken, verbetert het vestigingsklimaat en worden deze steden nog interessanter voor woonconsumenten en bedrijven die zich in een stedelijke omgeving willen vestigen. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Voorliggend plan voorziet in een kleinschalige ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied van de gemeente Hilversum, namelijk de planologische splitsing van een woning in drie aparte wooneenheden.
Doordat er geen grootschalige bouwwerkzaamheden gemoeid zijn met deze ontwikkeling komt de bestaande uitstraling van de omgeving niet in het geding, de herkenbare identiteit blijft behouden. Wel wordt er bijgedragen aan de vitaliteit van de omgeving en ingespeeld op de woningbehoefte. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
3.2.2
Omgevingsverordening Noord-Holland 2020
3.2.2.1 Algemeen In de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 geldt vanaf 17 november 2020. De Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening NH 2020 ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. 3.2.2.1 Toetsing aan de omgevingsverordening Noord-Holland 2020 De omgevingsvisie laat zich enkel expliciet uit over woningsplitsing van karakteristieke woonboerderijen en andere agrarische bedrijfspercelen. Verdere regels betreft het toevoegen van woningen in landelijk gebeid betreffen initiatieven die gemoeid zijn met bouwactiviteiten (paragraaf 6.1.2), hiervan is in voorliggend initiatief geen sprake.
Geconcludeerd wordt dat het project niet in strijd is met de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening Noord-Holland 2020.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale woonvisie 2016-2030
3.3.1.1 Algemeen De regionale woonvisie is door de gemeenten uit de regio, professionals en belanghebbenden op interactieve wijze gezamenlijk gemaakt. Woningcorporaties, marktpartijen, zorgorganisaties, burgers, belangenbehartigers en de betrokken gemeenten worden opgeroepen om ieder op zijn eigen wijze en eigen terrein invulling te geven aan deze regionale woonvisie. Einddoel is om de regio mooier, completer en duurzamer te maken. Dit einddoel wil de regio bereiken door drie sleutelambities na te streven: 1.
Beweging op de woningmarkt: door het wegnemen van belemmeringen en het stimuleren van doorstroming zorgen voor meer beweging op de regionale woningmarkt. Hierdoor krijgen meer mensen meer keuzes en meer kansen.
2.
Identiteit en diversiteit: Gooi en Vechtstreek is een regio met een sterke eigen identiteit. Deze identiteit behouden en versterken. Dit wordt onder andere gepoogd door te zorgen voor meer diversiteit aan woningen en woonmilieus in de regio.
3.
Samenwerking: Omdat men samen sterker staat, werken de gemeenten nauw samen met alle woonpartners in de regio om de missie te verwezenlijken. Via het voeren van een continue dialoog en via het monitoren en evalueren van de gezamenlijke inspanning.
Thema's BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing Bij het bereiken van de drie sleutelambities zijn vijf thema's opgesteld: 1.
De inclusieve regio: een woonregio voor iedereen. Dit thema richt zich op de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen voor minder kansrijke groepen op de woningmarkt.
2.
De bouwende regio: bouwopgave en transformatie. Dit thema geeft aan dat uitbreiding van de woningvoorraad nodig blijft. De ambitie is om minimaal 20 procent van de woningtoevoegingen door middel van transformaties te laten plaatsvinden.
3.
De vernieuwende regio: vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. Dit thema richt zich zowel op de fysieke als de sociale aspecten van de bestaande woningvoorraad. Het gaat hierbij om aspecten als onderhoud, verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.
4.
De zorgzame regio: wonen met zorg. Dit thema richt zich op passende woonvormen met aandacht voor ondersteuning en begeleiding van mensen met fysieke, mentale of sociale beperkingen.
5.
De duurzame regio: naar een duurzame toekomst. Dit thema richt zich op het terugdringen van het energieverbruik in de bebouwde omgeving, onder andere door het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en aandacht voor duurzaamheid bij nieuwbouw.
Het vraag gestuurde regionale bouwprogramma bestaat uit doelstellingen voor zowel nieuwbouw als transformatie. Het nieuwbouwprogramma voor de regio bevat voor de periode 2015 t/m 2019 per jaar 750 woningen. Vanaf 2020 neemt is een nieuwbouwproductie van 550 woningen per jaar nodig. In totaal komt het regionaal vraag gestuurde bouwprogramma op 9.250 nieuwbouwwoningen tot 2030. Om een gewenst woningbouwprogramma ook daadwerkelijk te realiseren blijkt in de praktijk een planvoorraad nodig te zijn die ongeveer 30 tot 50 procent groter is dan de gewenste productie in een bepaalde periode. Dit komt omdat een deel van de geplande woningen niet of later dan gepland gerealiseerd worden, als gevolg van planwijziging, planuitstel of uitval. Voor de periode na 2019 ligt planvoorraad nog niet op 130 procent van het regionale vraag gestuurde bouwprogramma. 3.3.1.2 Toetsing aan de Regionale woonvisie 2016-2030 Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie appartementen in een vrijstaande woning in het buitengebied van Hilversum. Doordat er geen bebouwing wordt toegevoegd is er sprake van een uitbreiding van de regionale woningvoorraad met behoud van de groene omgeving. Een passende bijdrage aan een van de woningopgaven voor Hilversum alsmede omschreven in de regionale woonvisie. 3.3.2
Conclusie toetsing aan het regionaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de uitgangspunten van het regionaal beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot deze ruimtelijke onderbouwing zijn de hieronder genoemde beleidsstukken van toepassing. 3.4.1
Structuurvisie Hilversum 2030
3.4.1.1 Algemeen In 2015 is de Structuurvisie voor Hilversum vastgesteld waarin de visie in 2030 geschetst wordt. De speerpunten van de gemeente zijn: •
Goede woongemeente
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing • • • •
Groen buitengebied Mediastad & creatieve sector Centrumgemeente Stedenbouw en architectuur
Voor de beoogde ontwikkeling is vooral de speerpunt 'goede woongemeente' van belang. De visie van de gemeente is om in 2030 een gewilde en aantrekkelijke plaats om te wonen te zijn, waarbij voor elk wat wil is, van dorps en lommerrijk tot meer groen stedelijk en centrum-stedelijk. Bij woningbouw ligt de nadruk op consumentgerichtheid, flexibiliteit, aanpasbaarheid en duurzaamheid. In 2030 zijn er tussen de 3.600 en 4.500 woningen toegevoegd, dit betekent een toename van gemiddeld 200 tot 250 nieuwe woningen per jaar. Daarvan wordt een deel gevonden in het bestaand stedelijk gebied door inbreiding, herontwikkeling van leegstaande panden of vrijkomende locaties. Inpassing in bestaand stedelijk gebied gebeurt met respect voor de stedenbouwkundige kwaliteiten en bestaande woonmilieus. Tevens is een ‘Groen buitengebied’ relevant. De ligging van Hilversum in het groen is in 2030 een van de belangrijkste kwaliteiten. Als een groene jas liggen de natuurgebieden rond Hilversum. De kostbare natuur dient te worden beschermd. In een beperkt aantal gevallen worden andere gebruiksfuncties in het buitengebied gecontinueerd, zoals agrarisch gebruik of verspreide bebouwing. Eventuele functiewijzigingen mag niet ten koste gaan van de natuur, ook moet er minder sprake zijn van verdergaande verstedelijking.
3.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie Hilversum 2030’ Voorliggend plan voorziet in de realisatie van drie wooneenheden in een vrijstaande woning in het buitengebied van Hilversum. Hiervoor wordt geen extra bebouwing toegevoegd, de bestaande stedenbouwkundige structuur blijft bestaan en de beschermde (natuurlijke) omgeving wordt niet aangetast. 3.4.2
Woonvisie 2021 tot 2030
3.4.2.1 Algemeen In juni 2021 heeft de gemeente Hilversum een nieuwe woonvisie opgesteld voor de periode 2021 tot 2030 met daarin de ambities op het vlak van het woonbeleid. De woningmarkt werkt in belangrijke mate (boven)regionaal. Veel mensen verhuizen over gemeentegrenzen heen. Gemeenten vullen elkaar aan door 1 Conform de vastgestelde doelgroepenverordening Hilversum 2020 verschillende woonmilieus, van hoog-stedelijk tot dorps. Hilversum is onderdeel van de regio Gooi en Vechtstreek, wat weer een deel is van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Binnen deze regio’s wordt intensief samengewerkt aan de regionale woonopgaven. Als onderdeel van de MRA werkt de regio Gooi en Vechtstreek haar woonbeleid uit om invulling te geven aan de aangegeven speerpunten. De bevolking van Hilversum groeit de komende jaren. Ook de woningbehoefte groeit. Volgens de prognose van de provincie Noord-Holland zijn er zeker 3.000 extra woningen nodig tot en met 2030. De gemeente hanteert deze prognose als uitgangspunt voor de woonvisie. Meest typerend op dit moment is dat de woningmarkt in Hilversum een aantal deelmarkten kent die slecht op elkaar aansluiten. Zo zijn er aan de ene kant dure koopwoningen, en aan de andere kant sociale huurwoningen. Het middensegment hier tussenin ontbreekt grotendeels. Door prijsstijgingen in de koopsector groeit dit gat tussen de huur- en koopsector verder door.
Gevolg is dat de grote middengroep nog eens minder keuzemogelijkheden heeft, waardoor de doorstroming stokt. Voor voldoende woningbouw zijn ruimtelijke mogelijkheden belangrijk. De ruimtelijke mogelijkheden binnen en rondom Hilversum zijn beperkt. Het beleid en programma zijn gericht op realisatie van 3.000 woningen tot 2030, conform de provinciale prognose en passend binnen de huidige plancapaciteit. In de huidige plancapaciteit staan voldoende woningbouwplannen voor de komende jaren om 3.000 woningen te realiseren. Uit het verleden is gebleken dat de gemeente ongeveer 250/300 woningen per jaar realiseert. De gemeente heeft weinig grond in eigendom, en heeft ook geen grote uitbreidingslocaties op het oog. Door deze beperkte ruimtelijke mogelijkheden is ook een goede benutting van bestaand vastgoed noodzakelijk. Te denken is aan
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing benutting van kantoren, bedrijfslocaties (mits dit de economische functie hiervan niet in de weg staat) en opsplitsen van grote panden. Daarbij gaat de gemeente uit van een zekere minimale kwaliteit van woningen: ze wil voorkomen dat het aanbod in hoofdzaak bestaat uit (te) kleine woningen of dat in buurten de belasting op de openbare ruimte te groot wordt als gevolg van woningsplitsing. Deze inzet voor de bestaande gebouwde omgeving borgt het beste dat het groene karakter van Hilversum behouden blijft. Door druk op de sociale huurvoorraad is de ambitie van de regio het huidige aandeel sociale huurwoningen in stand houden en 33% van de nieuwbouwwoningen realiseren als sociale huur. De gemeente Hilversum bouwt zelf geen woningen. Voor sturing op de woningproductie is daarom samenwerking noodzakelijk met bouwers en ontwikkelende partijen. Voor sociale huurwoningen zijn de woningcorporaties hiervoor de eerste aangewezen partners. De gemeente blijft dan ook vasthouden aan de normering van 33% sociale huurwoningen voor woningcorporaties. De toevoeging van sociale huurwoningen van particuliere verhuurders laat de gemeente over aan het initiatief uit de markt. 3.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2021 tot 2030 De ontwikkeling sluit aan op de uitgangspunten/eisen van de Woonvisie.
Bij omgevingsvergunningen waarvoor de uitgebreide procedure wordt doorlopen wordt getoetst aan relevant beleid, waaronder de Woonvisie. Op 7 juli 2021 is de woonvisie aangenomen in de gemeenteraad. Met de Woonvisie heeft de gemeenteraad de kaders van het woonbeleid voor de komende jaren vastgesteld. In de Woonvisie is het volgende opgenomen: “Bij nieuwbouwplannen stellen we als eis dat 33% van de woningen een sociale huurwoning van een woningcorporaties is. Dit borgen we in bestemmingsplannen en we maken prestatieafspraken met de corporaties over het te realiseren aantal sociale huurwoningen. Met commerciële ontwikkelaars leggen we dit vast in anterieure overeenkomsten.” Bij deze aanvraag is sprake van splitsing van een bestaand gebouw en niet van nieuwbouw. De in de Woonvisie opgenomen eis van 33% sociale huur is daarom niet van toepassing. Daarnaast sluit de ontwikkeling goed aan bij de gemeentelijke ambitie door in te zetten op splitsing om zo de weinig beschikbare ruimte goed te benutten.
3.4.3
Regeling meervoudige bewoning
3.4.3.1 Algemeen De Regeling meervoudige bewoning is een paraplubestemmingsplan die is vastgesteld op 24 juni 2016 door de gemeenteraad van Hilversum. De doelstelling van dit parapluplan is een eenduidige regeling te beiden voor het gebruik en verbouwen van gebouwen voor meervoudige bewoning. In de Structuurvisie Hilversum 2030 (vastgesteld in mei 2013) wordt meervoudige bewoning, evenals het verbouwen van leegstaande panden tot verschillende wooneenheden, gezien als een kans om tot meer woningen te komen in bestaand stedelijk gebied. Het college wil wonen boven winkels en het samenwonen van ouders en kinderen (mantelzorg) waar mogelijk aanmoedigen en faciliteren. Hilversum is een gewilde en aantrekkelijke plaats om in te wonen. Het beleid is gericht deze kwaliteit te houden dan wel te versterken. Op de regionale woningmarkt zijn de kansen voor jongeren tot 30 jaar en jonge gezinnen (30-45 jaar) beperkt. Met name voor lagere en (midden)inkomens. Hilversum wil inspelen op de toenemende vraag naar woningen voor genoemde doelgroepen. Meer inwoners betekent meer draagvlak voor (dagelijkse) voorzieningen en ook meer ogen op straat. Realisatie van woningen boven winkels kan tegemoet komen aan de vraag in de markt en is goed voor de sociale veiligheid en zorgt voor lagere huurprijsniveaus voor de winkels waardoor leegstand van winkelpanden kan worden voorkomen.
Ook een transformatie en/of verbouwing van bestaande panden in meerdere wooneenheden draagt bij aan de vraag naar kleinere wooneenheden op de markt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing Een woning heeft steeds vaker niet alleen een woonfunctie, maar wordt ook gebruikt om bijvoorbeeld in te werken of om zorg in te ontvangen. Bij woningbouw ligt daarom de nadruk op consumentgerichtheid, flexibiliteit, aanpasbaarheid en duurzaamheid bouwen. De regeling meervoudige bewoning verbiedt de verbouw van gebouwen tot en het gebruik daarvan voor nieuwe meervoudige bewoning, maar geeft het college de mogelijkheid om dit via een omgevingsvergunning toch toe te staan. De gemeentelijke doelstelling is niet om altijd en overal nieuwe meervoudige bewoning tegen te gaan. Het kan vaak een goede herbestemming voor bestaande gebouwen/panden zijn. De knelpunten liggen vooral in de onevenredige concentratie van meervoudige bewoning van gebouwen/panden in de 'oude' woonwijken ten oosten en ten zuiden van het centrum, de bewoning van krappe binnenterreinen en in de vaak matige kwaliteit en beperkte grootte van de aangeboden woonruimte, samen met de hiermee gepaard gaande overlast voor de omgeving. Juist voor dit soort gevallen wil de gemeente meer sturing op het gebied van spreiding en kwaliteit. 3.4.3.2 Artikel 4 Bestemmingsplan Buitengebied 2013 Het parapluplan ziet toe op de wijziging van een aantal regels binnen het vingerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’.
Naast het wijzigen, toevoegen en schrappen van een aantal begrippen worden het volgende lid aan de algemene gebruiksregels toegevoegd:
Lid 44.5 Regeling meervoudige bewoning – 2 (ingebracht via het paraplubestemmingsplan Regeling meervoudige bewoning) a. ter plaatse van de aanduiding 'Regeling meervoudige bewoning - 2' is het, onverminderd de overige bepalingen van dit bestemmingsplan, verboden gebouwen te gebruiken en/of te verbouwen voor meervoudige bewoning. Het verbod geldt niet voor gebouwen met de bestemming Wonen - 2. b. van het verbod in lid a. kan en in voorkomend geval in afwijking van Artikel 24, lid 1, onder a., met een omgevingsvergunning worden afgeweken, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 44.2 Parkeren en de kwaliteit, het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de gebouwen niet onevenredig worden aangetast. 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan Regeling meervoudige bewoning De afwijkingsmogelijkheid ex artikel 44.5.b is niet toepasbaar vanwege de restrictie genoemd in de bouwregel van artikel 24.2.1 b, waarin wordt bepaald dat het aantal woningen per bouwvlak niet meer dan 1 bedraagt. Met deze aanvraag is geen sprake van een toename van bebouwing. Er is wel sprake van een toename van het aantal woningen. Het hoofdgebouw wordt intern gesplitst in 3 afzonderlijke wooneenheden.
Aangezien het aantal woningen toeneemt en het perceel buiten de bebouwde kom ligt is een kruimelafwijking niet mogelijk en moet de uitgebreide procedure met verklaring van geen bedenkingen van de raad worden doorlopen. Bij deze procedure moet o.a. worden getoetst aan de provinciale omgevingsverordening. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
De in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing besloten ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de voorgenoemde beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
In een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en water. In voorliggend geval zijn de thema’s bodem, luchtkwaliteit, archeologie, en cultuurhistorie minder van belang. Dit vanwege het feit dat: •
•
•
het project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt de ontwikkeling niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen' (luchtkwaliteit); de voorgenomen ontwikkeling niet voorziet in bodemingrepen die invloed hebben op de archeologische waarde. Het gaat om inpandige transformatie van de bestaande bebouwing (archeologie); het desbetreffende pand en de directe omgeven geen cultuurhistorische waarde hebben. In de omgeving van het projectgebied is tevens geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. (cultuurhistorie);
De thema’s geluid, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, besluit m.e.r en water behoeven in voorliggend geval wel een nadere toelichting. Hierna wordt op de desbetreffende thema’s ingegaan.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie projectgebied
4.1.2.1 Wegverkeer In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing Het projectgebied is gelegen aan de Melkmeent, een 30 km/u weg. Dergelijke wegen kennen geen wettelijke geluidszone. Wel is het projectgebied nabij gelegen de Hilversumse Meentweg en Franse Kampweg, voor deze wegen geldt een hogere maximale snelheid. Om de geluidsbelasting van deze wegen in kaart te brengen is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna wordt nader ingegaan op dit onderzoek. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 2. Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai Het projectgebied ligt binnen de wettelijke zone van de Hilversumse Meentweg en de Franse Kampweg. Op de Hilversumse Meentweg geldt een maximumsnelheid van 60 km/uur. Op de Franse Kampweg (N236) geldt eveneens een maximum snelheid van 60 km/uur. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Melkmeent zelf ook meegenomen in het onderzoek. Om de geluidbelasting te berekenen zijn er 6 toetspunten geplaatst op de verschillende gevels op twee waarneemhoogtes. De geluidbelasting ten gevolge van de Hilversumse Meentweg bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 52 dB. Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder van 48 dB. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB uit de Wet geluidhinder.
De geluidbelasting ten gevolge van de Franse Kampweg bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 38 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting ten gevolge van de Melkmeent bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 46 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidshinder. De bron- en overdrachtsmaatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoen ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Gevelmaatregelen zijn het meest doelmatig en met een gevelwering van minstens 24 dB wordt het binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. In voorliggend geval is in de woning sprake van HR++ glas waardoor er voldaan wordt aan de vereiste gevelwering van 24 dB. Er kan dan ook een hogere waarde van worden verleend voor de woningen van 52 dB m.b.t. de geluidbelasting afkomstig van de Hilversumse Meentweg. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling aangaande het aspect wegverkeerslawaai. 4.1.2.3 Spoorwegen en industrieterreinen Nadere toetsing aan het aspect ‘railverkeerslawaai’ kan in dit geval buiten beschouwing worden gelaten, aangezien de dichtstbijzijnde spoorweg op ruime afstand, circa 1.9 kilometer, van het projectgebied ligt en de tussenliggende bebouwing zorgt voor een barrièrewerking.
In de nabijheid van het projectgebied zijn daarnaast geen industriële inrichtingen of gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Daarom kan industrielawaai (in het kader van de Wet geluidhinder) ook buiten beschouwing worden gelaten. In de paragraaf ‘milieuzonering’ wordt nader ingegaan op de individuele milieubelastende functies in de omgeving van het projectgebied. 4.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering in het kader van voorliggende ontwikkeling.
4.2
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing Voorliggend initiatief betreft niet het wijzigen of nieuw vaststellen van een bestemmingsplan, de bestemming van het projectgebied is reeds wonen en daarmee is de bodem geschikt voor het toekomstige gebruik. Hiermee kan men ervanuit gaan dat de bodemkwaliteit in orde is voor voorliggend initiatief en nader bodemonderzoek niet nodig zal zijn.
4.3
Externe veiligheid
4.3.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • de Regeling basisnet; • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Regelgeving ten aanzien van transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.3.2
Situatie in het projectgebied
4.3.2.1 Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven. Het projectgebied is aangegeven met de rode ster.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
23
Melkmeent 3b, Hilversum Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 4.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: atlasleefomgeving.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is (buisleiding gasunie); niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Buisleiding Nederlandse Gasunie B.V. Zoals in afbeelding 4.1 is weergegeven, ligt het projectgebied (ten oosten) nabij een gasleiding van de Nederlandse Gasunie B.V. Het betreft de gasleiding met het kenmerk W-533-01. Deze buisleiding heeft een uitwendige diameter van 324 mm en een werkdruk van maximaal 40 bar. Tot 4 meter aan weerszijde van de hartlijn van de buisleiding is een belemmeringsstrook gelegen, hier mag uitsluitend ten dienste van de leiding gebouwd worden. De woning en daarmee de beoogde appartementen zijn hier buiten gesitueerd. Het projectgebied ligt echter wel binnen de zone waarin een verantwoording van het groepsrisico nodig is. Hierna wordt daar op ingegaan. Gezien het om twee extra woningen gaat blijft dit beperkt tot 4,8 personen. Op basis van het HART (Handreiking risicoanalyse transport) geldt voor een woning immers een gemiddelde dichtheid van 2,4 personen per woning. In een gebied van 1 kilometer ten noorden en zuiden van de leiding ter hoogte van de ontwikkeling liggen in het invloedsgebied (dit is het gebied waarbinnen het aantal personen moet worden bepaald) verscheidene woningen en andere functies waar mensen verblijven. De toename van twee woningen leidt dus niet tot een groter toename dan 10% van de aanwezige personendichtheid in de bestaande situatie.