CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Routekaart Religieus Erfgoed Hilversum

GEMEENTERAAD 10 juni 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Routekaart Religieus Erfgoed (1829117)11.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

39

5. Zet vakkennis van het team erfgoed aan de voorkant in bij wensen voor verduurzaming en/of instandhouding van religieus erfgoed Door deze kennis van het team erfgoed aan de voorkant van een traject in te zetten, kan geborgd worden dat gebedshuizen maatwerkadvies krijgen voor plannen voor instandhouding en/of verduurzaming.

6. Stimuleer de gebedshuizen om hun roerend erfgoed te inventariseren, waar dit nog niet in kaart is gebracht Van negentien gebedshuizen is het roerend erfgoed nog niet in kaart gebracht. Het is van meerwaarde als het Catharijneconvent ook voor deze gebedshuizen deze inventarisatie kan doen. De gemeente stimuleert de gebedshuizen om deze inventarisatie te laten doen.

7. Onderzoek of de gebedshuizen in bijlage III aangewezen zouden moeten worden als gemeentelijk monument Deze gebedshuizen zijn potentiële monumenten. De gemeente vraagt aan een onafhankelijk deskundig bureau om te onderzoeken of de gebedshuizen zodanig van cultuurhistorische waarde zijn, dat zij in aanmerking komen voor aanwijzing als gemeentelijk monument. De geloofsgemeenschappen die eigenaar zijn van de betreffende gebedshuizen worden actief bij dit onderzoek betrokken. Als uit het onderzoek naar voren komt dat een gebedshuis in aanmerking komt voor aanwijzing, zal het gebedshuis, na overleg daarover met de betreffende geloofsgemeenschap, worden voorgedragen voor aanwijzing als gemeentelijk monument op basis van de Erfgoedverordening Hilversum 2025. Doel hiervan is om gebedshuizen, die van cultuurhistorische waarde zijn te kunnen behouden voor de buurt en de stad. Plaatsing van een gebedshuis op de lijst betekent hoe dan ook niet automatisch aanwijzing hiervan als gemeentelijk monument.

Alle vervolgstappen kunnen binnen de bestaande budgetten worden uitgevoerd.

40

Actie

Doel

Planning

Zorgen dat de gebedshuizen worden

Gebedshuizen zichtbaar voor een ieder.

2026 – Q 3 en

gekoppeld aan de sociale kaart.

Contact tussen gebedshuizen onderling en

daarna jaarlijks

tussen gebedshuizen en gemeente voor actualiteiten Samenwerking met vastgoed, sociaal

Behoud maatschappelijke functie en religieus

domein en ruimtelijk domein voor

erfgoed als buurtbaken

doorlopend

borging behoud en gebruik religieus erfgoed Gemeente stimuleert gebedshuizen om

Tijdig zicht op mogelijkheden gebedshuizen

in een vroeg stadium expertise te

door gedegen onderzoek en planvorming van

betrekken voor onderzoek en

een ter zake deskundige

doorlopend

planvorming naar mede- en herbestemming Advies op maat bij mede- en

Goede inpassing van mede- en herbestemming

herbestemming. Hiervoor kan een

in religieus erfgoed

doorlopend

omgevingsvergunning noodzakelijk zijn. Het vergunningstraject zal dan via de gebruikelijke reguliere of uitgebreide procedure onder de Omgevingswet lopen. Inzet vakkennis van team erfgoed aan

Maatwerkadvies voor gebedshuizen voor

de voorkant bij wensen voor

plannen voor instandhouding en/of

verduurzaming en/of instandhouding

verduurzaming

doorlopend

gebedshuis Gemeente vraagt aan gebedshuizen,

Gebedshuizen krijgen goed overzicht en inzicht

waarvan het roerend erfgoed nog niet is

in cultuurhistorische waarde van hun roerend

geïnventariseerd, of zij dit willen laten

erfgoed

Q 3 en Q 4

inventariseren door het Catharijneconvent. Laten onderzoeken door een deskundig

Gebedshuizen die van cultuurhistorische

bureau of de gebedshuizen in bijlage III

waarden zijn kunnen behouden blijven voor de

aangewezen zouden moeten worden als

buurt en de stad

gemeentelijk monument, in overleg met de gebedshuizen en op basis van de Erfgoedverordening Hilversum 2025

41

Q 3 en Q 4

Glas-in-loodraam in Westerkerk

42

Bijlage I - Historie religies in Hilversum Ontstaan De Romeinse keizer Constantijn liet zich op zijn sterfbed dopen en in 380 verklaarde keizer Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst. Het christendom verspreidde zich daarna snel over het Romeinse Rijk. Ook de Gallo-Romeinse bewoners van het West-Romeinse rijk, dat zich in het noorden uitstrekte tot de limes langs de Rijn, bekeerden zich tot het christendom. De opvolgers van de Romeinse heersers waren de Frankische koningen die de Goten in het zuiden versloegen en in 718 de Friezen in het noorden. ’t Gooi lag tot die tijd in het rijk van die Friezen, Magna Frisia. Door die overwinning werd het rivierengebied inclusief het Gooi en de Vechtstreek bij het rijk der Franken gevoegd. De nieuwe christelijke heersers aarzelden niet de kerstening van hun verworven gebieden ter hand te nemen. Willibrord en Bonifacius waren de eersten die leiding gaven aan het zendingswerk. Beide missionarissen staken rond 700 vanuit Engeland over naar het vasteland om daar de heidense Germaanse stammen te bekeren tot het christelijke geloof. Het is niet bekend of Willibrord in het Gooi en de Vechtstreek heeft gepredikt. Van Bonifacius weten we dat hij rond 720 in de Vechtstreek bekeringswerk deed. In Breukelen bouwde hij de eerste kerk tussen Vecht en Eem, gewijd aan Sint-Pieter.

Een teken dat het christendom al vroeg in het Gooi invloed begon te krijgen zijn grafvelden uit de 7e en 8e eeuw. Het begraven van doden was een christelijk gebruik. De toegenomen invloed van de bisschop van Utrecht en het feit dat het Gooi tot het domein van het jufferenstift in Elten behoorde, droegen bij aan de verdere kerstening van de bewoners. Vanaf 1200 werden er steeds meer kerken gebouwd in het Gooi. Dat was het gevolg van de instroom van nieuwe bewoners die werden aangetrokken door de ontginning van het veen. Dat leidde tot afsplitsingen van oude parochies en het ontstaan van nieuwe. In de twaalfde of dertiende eeuw werd in Laren een parochie gesticht rond de kerk op het Laarderhoogt. De kerk was gewijd aan Sint-Vitus. De eerste vermelding van de kerk in Laren dateert uit 1306. De kerk bediende ook Hilversum en Blaricum.

43

Zelfstandige Parochie Hilversum De Hilversummers waren voor hun kerkgang aangewezen op de kerk op het Laarder Hoogt. Hilversum beschikte in die tijd slechts over een kleine kapel, die waarschijnlijk stond op de plek van de huidige Grote Kerk aan de Kerkbrink. De Hilversummers drongen er bij de bisschop van Utrecht op aan een eigen parochiekerk te krijgen. In 1416 werd hun verzoek gehonoreerd. Hilversum werd daardoor een zelfstandige parochie. De nieuwe parochiekerk werd gewijd aan Sint-Vitus. In 1481 bouwden de parochianen een toren bij de kerk. Die staat er nog steeds en vormt, na alle branden die hij heeft meegemaakt, het oudste bouwwerk in Hilversum. Bij archeologisch onderzoek zijn restanten van een 13e eeuwse fundering bij die toren gevonden. Andere opgravingen duiden erop dat de vorm van de dorpskerk vanaf de 15e eeuw tot 1890 dezelfde is gebleven. De oudste betrouwbare tekeningen van de kerk dateren uit de eerste helft van de achttiende eeuw.

Grote Kerk – gravure uit 1739

De Reformatie Het katholicisme bleef het dominante geloof tot aan het begin van de 16e eeuw. 1517 was het jaar waarin Maarten Luther zijn stellingen publiceerde. Samen met Calvijn was hij een 44

van de belangrijkste reformatoren en ze stonden aan de wieg van het calvinisme en lutheranisme. Beide hervormers hadden kritiek op de gebruiken van de katholieke kerk en vonden dat de bijbel het uitgangspunt van het geloof moest zijn. De reformatie leidde in 1566 tot de beeldenstorm waarbij onder invloed van het calvinisme beelden en afbeeldingen van heiligen in katholieken kerken vernield werden. Na het uitbreken van de Nederlandse Opstand (80-jarige oorlog) werd in 1579 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlandse Provinciën gevormd. De Verenigde Provinciën wezen het (Nederduits) hervormde geloof als de staatsreligie aan. In Hilversum waren de gevolgen van de beeldenstorm beperkt en deed de reformatie maar langzaam haar intrede en vormden de protestanten aanvankelijk maar een kleine minderheid van de bevolking.

De Opstand Een ingrijpende gebeurtenis tijdens de Opstand was de inname van Amersfoort in 1629. Tijdens de daarna volgende plunderingen van de omgeving werden in Hilversum veel huizen en de kerk in brand gestoken. Het duurde tot 1635 voordat de kerk, die na de reformatie in protestantse handen was overgaan, herbouwd kon worden. Ondanks dat het protestantse geloof de officiële godsdienst was, werden katholieken en hun erediensten gedoogd. Daarvoor werd wel een geldelijke vergoeding, de zogenaamde recognitiegelden gevraagd. Die praktijk leidde tot misstanden tussen beide geloven. Hoewel de Republiek ook na de vrede van Munster in 1648 protestants bleef, vormden de katholieken een substantieel deel van de bevolking ven bekleedden ook functies als regent of schoolmeester.

Gedoogde verscheidenheid Een belangrijke ontwikkeling binnen de katholieke kerk was de afscheiding van de oudkatholieke kerk van de kerk van Rome. De oud-katholieken erkenden de paus na 1723 niet meer en hadden een eigen aartsbisschop in Utrecht. Deze scheuring is in Hilversum nog steeds herkenbaar door de twee kerken die aan Sint -Vitus gewijd zijn; een voor de roomskatholieken en een voor de oud-katholieken.

45

In de 18e eeuw waren in Hilversum vier geloven vertegenwoordigd. De rooms-katholieken, de oud-katholieken, de protestanten en een kleine groep Joden. De oud-katholieken maakten gebruik van een schuilkerk, de protestanten gebruikten de dorpskerk en de roomsen gingen in Laren of Bussum naar de kerk. Tegen betaling van recognitiegelden konden priesters wel zieken bijstaan of een mis opdragen. De katholieken kregen pas aan het eind van de eeuw toestemming om een schuilkerk te bouwen. Deze schuilkerk aan de Emmastraat werd in 1786 gewijd. De Joodse gemeenschap ontstond na 1750 toen Duitse Joden zich in Hilversum vestigden en een synagoge aan de Zeedijk hadden.

Synagoge aan de Zeedijk, circa 1910

Met de komst van de Fransen in 1795 werd de bevoordeling van de protestanten ten opzichte van de andere geloven formeel afgeschaft. Een gevolg daarvan was dat de 46

kerkelijke bezittingen moesten worden herverdeeld. Die herverdeling verliep in veel gevallen niet soepel. Zoals in veel plaatsen bleef de bestaande kerk (de dorpskerk) in Hilversum in handen van de hervormden.

Afscheidingen De 19e eeuw kenmerkt zich door afscheidingen van de Nederlands Hervormde Kerk. De eerste belangrijke afscheiding was die van 1834. De afgescheidenen namen in 1877 een nieuwe, eigen kerk aan de Havenstraat in gebruik. Een andere belangrijke kerkscheuring in diezelfde eeuw is de zogenaamde Doleantie van 1886. Deze afscheiding vond plaats onder leiding van Abraham Kuyper. In Hilversum kochten de aanhangers van Kuyper een gebouw aan de Torenlaan en verbouwden het tot kerk. Met de groei van de bevolking groeide ook het aantal gereformeerden en in 1896 kon het gebouw aan de Torenlaan vernieuwd worden. De naam gereformeerde kerk ontstond pas in 1892 toen de christelijke gereformeerde kerk van de afscheiding van 1834 werd verenigd met de Nederduits gereformeerde kerken van Kuyper. Niet alle christelijk-gereformeerden sloten zich bij de gereformeerde kerk aan. In Hilversum bleef een groep bestaan, die een evangelisatiegebouw aan de Albertus Perkstraat had.

Katholieke kerk Binnen de rooms-katholieke kerk vonden in die periode geen afscheidingen plaats maar een belangrijke gebeurtenis was het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. Dat herstel was het gevolg van de gelijkwaardige positie van de katholieke en Nederlands Hervormde Kerk ten gevolge van de grondwet van 1848. Het herstel van de hiërarchie maakte de emancipatie van het katholieke volksdeel mogelijk wat leidde tot de bouw van veel nieuwe kerken. De roomsen vormden het grootste deel van de Hilversumse bevolking en gebruikten de Sint Vituskerk die in 1784 gebouwd was. Onder leiding van pastoor Mocking werd in 1853 een nieuwe kerk naar ontwerp van Petrus Molkenboer gebouwd. Deze kerk was in 1887 alweer te klein en in 1891 begon de bouw van de nieuwe, neogotische, Sint Vitus. De groei van de Hilversumse bevolking zette door en zorgde ervoor dat een tweede parochiekerk nodig werd. In eerste instantie werd een noodkerk gebouwd in afwachting van de bouw van de Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen in 1910. Een derde kerk, de Clemens Maria Hofbouwerkerk werd in 1914 gewijd. 47

St. Vitus vanuit de Emmastraat, circa 1900 (foto collectie fotograaf Pieter Jan Siewers)

De oud-katholieken in Hilversum gingen in de 19e eeuw nog steeds naar de voormalige schuilkerk, de Achterhofse kerk. Pas in 1881 kon voor de oud-katholieken een nieuwe kerk gebouwd worden aan het Melkpad. Die kerk werd ook aan Sint-Vitus gewijd

Uitbreiding religieus landschap door aanleg spoorlijn Met de verbetering van de verbindingswegen en aanleg van de spoorlijn in 1874 werd Hilversum beter bereikbaar. De komst van nieuwe bewoners zorgde ervoor dat het katholieke bevolkingsdeel verhoudingsgewijs kleiner werd en het Nederlands hervormde deel groter. Daarnaast brachten nieuwe bewoners ook nadere kerkgenootschappen mee, die vaak vrijzinniger waren dan de al gevestigde religies. Voorbeelden daarvan zijn de doopsgezinden die in 1870 een eigen gemeente stichtten. In 1901 werd een afdeling van de Nederlandse Protestanten Bond in Hilversum opgericht waar onder andere vrijzinnige hervormden en lutheranen onderdak vonden.

De Verzuiling Ook in de 20e eeuw groeide de bevolking van Hilversum verder, aan het begin van de jaren ’20 had het dorp meer dan 20.000 inwoners en ten tijde van de Tweede Wereldoorlog meer 48

dan 75.000. Een kenmerk van de samenleving in die tijd was de sterke verzuiling. Elke geloofsrichting had zijn eigen kerk en de gelovigen bleven voor werk en ontspanning binnen de eigen geloofsgroep. Het aantal Nederlands hervormden groeide zo sterk dat de oude dorpskerk te klein werd. In 1890 gaven de kerkvoogden de opdracht om de kerk te vergroten. Daarbij bleven de oude toren en een deel van de muren staan.

Interbellumkerken In Hilversum werden nieuwe wijken gebouwd waarbij ook nieuwe kerken hoorden. In de wijken werden de locaties bepaald voor nieuwe voorzieningen, waaronder kerken voor alle gezindten. De openbare gebouwen, waaronder de kerken, namen vaak een essentiële plaats in in de wijk, en functioneren als oriëntatiepunt, stedenbouwkundig anker, en beëindiging van zichtlijnen. Mooie voorbeelden zijn de Clemenskerk (waarop de Bloemenbuurt en de Geraniumstraat is uitgelijnd), de St. Vituskerk (Pieter de Hooghlaan) en de Zuiderkerk (Orchideestraat). Daarmee werd de plaats van het gebouw in het leven in de wijken onderstreept. Ook de kerkbiotopen spelen een belangrijke rol. Voorbeelden van interbellumkerken zijn de gereformeerde Noorder- (gesloopt) en Zuiderkerk en de hervormde Nieuwe Kerk aan de Larenseweg (gesloopt) en de Diependaalse Kerk. Voor het katholieke volksdeel werden de Heilig Hartkerk en de Sint Josephkerk gebouwd. De oud-katholieken bouwden in die periode geen nieuwe kerk maar verfraaiden en verbeterden hun Sint-Vituskerk. De Joodse gemeenschap gebruikte nog steeds hun synagoge uit 1789 maar die werd wel uitgebreid. Van die synagoge maakten ook Joden uit omliggende plaatsen gebruik. De groep joden groeide vanaf 1933 met vluchtelingen uit Duitsland zodat de groep aan het begin van de oorlog 2200 leden telde. Na de bezetting waren daar nog maar 200 van over.

Wederopbouw In de tijd van de wederopbouw groeide Hilversum door en werden nieuwe wijken gebouwd. Bij de nieuw ontwikkelde plannen werd net als tijdens het interbellum ook wel gebeurde, rekening gehouden met de centrale rol die de kerk in zo’n nieuwe wijk zou spelen. Bij de nieuwe kerken werden bijeenkomstruimtes en zalen gebouwd. De verzuiling bleef vooralsnog bestaan. Door de rooms-katholieken werden nieuwe parochies gesticht waardoor het aantal groeide van vijf naar acht. De gereformeerden bouwden onder andere de Ooster kerk (later Ontmoetingskerk) en Westerkerk en de hervormden de Goede 49

Herderkerk en de Betlehemkerk. Een kleinere geloofsgroep die sinds het einde van de 19e eeuw in Hilversum actief was, was de evangelisch lutherse gemeente. Deze gemeente opende in 1923 een kerk aan de Bergweg en in 1966 de Lutherse kapel aan de Coehoornstraat.

Westerkerk in 1956

De Joodse gemeenschap Van de Joodse gemeente was na de Tweede Wereldoorlog nog maar een klein deel over. De oude synagoge moest wijken voor nieuwbouw en de joodse gemeenschap is uiteindelijk samengegaan met die uit Bussum. Wel bevinden zich de Joodse begraafplaats en het bijbehorende Metaheerhuis nog aan de Vreelandseweg, waarvan bij uitvaarten gebruik wordt gemaakt. Beide zijn nog in eigendom van de Hilversumse Joodse gemeenschap.

Ontkerkelijking Vanaf het eind van de jaren’60 ontstond het fenomeen ontkerkelijking. De aantallen kerkgangers liepen sterk terug. Hilversum had bovendien te maken met een terugloop van het aantal inwoners. De kerken kwamen voor een deel leeg te staan en de protestantse gemeenschappen gingen meer samenwerken. Door de fusie van de Nederlands hervormde, 50

de gereformeerde en evangelisch-lutherse kerk ontstond de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Door de samenwerking konden de gebouwen voor een deel in gebruik blijven. Omdat het hergebruiken van de bestaande kerken niet altijd praktisch bleek werden in sommige gevallen ook nieuwe kerken gebouwd die beter aan de eisen van de nieuw samengestelde gemeenten konden voldoen. Een voorbeeld daarvan zijn de Morgenster uit 2000 in de protestantse wijkgemeente in noord-oost Hilversum en de Regenboogkerk. Voor de katholieken betekende de ontkerkelijking een halvering van het aantal parochies in Hilversum en de noodzaak om kerken gezamenlijk te gebruiken.

Nieuwere denominaties in Hilversum Naast de gefuseerde kerken van PKN bleven een aantal, meer orthodoxe protestantse gemeenten bestaan. Zij bleven gebruikmaken van bestaande gebouwen. Daarnaast bestaat in Hilversum nog een veelheid aan kerkgenootschappen die veelal in Engeland en de Verenigde Staten ontstonden en zich ook in Hilversum vestigden. Voorbeelden daarvan zijn de Zevende Dags Adventisten, De Jehova’s Getuigen, de Pinkstergemeente (nu Zout & Licht), Silo – de Ontmoeting, en het Leger des Heils. Zulke gemeenschappen vonden vaak onderdak in de bestaande, leeggekomen gebouwen. Sinds de Jaren ’60 speelt ook het moslimgeloof een belangrijke rol in de samenleving. De moslims maken voor een deel, zoals bij de Al Amal moskee, gebruik van de vrijgekomen kerken. In de afgelopen jaren zijn daarnaast nieuwe geloofsinitiatieven ontstaan vanuit en voor de expat community (Celebration Church, Vitamine G, The Garden). Nieuwe geloofsinitiatieven en samenwerkingsverbanden proberen leegstaande (kerk)gebouwen zo goed als mogelijk te gebruiken.

Kunstwerk met engelen op gevel van Adventkerk de Antenne

51

Bijlage II - Gebedshuisportretten

52

53

54

55

56

57

58

59

60

61

62

63

64

65

66

67

68

69

70

71

72

73

74

75

76

77

78

79

80

81

82

83

84

85

86

87

88

89

90

91

92

93

94

95

96

97

98

99

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=6e58a68d-b110-4c08-aa6b-80d360bf3a7d