Raadsvoorstel bijlage 8 Chw-bestemmingsplan toelichting inclusief voorgestelde wijzigingen
Tekst van het document
5.4.2
Blauw
Het gebied zal watersensitief worden ontworpen. Openbare ruimte Hemelwater mag geen schade veroorzaken aan gebouwen en kwetsbare objecten. In de openbare ruimte moet water geborgen worden. Het water mag tijdelijk op straat staan bij hevige regen maar mag geen schade veroorzaken. Voor de ontwerp norm wordt verwezen naar het actuele water beleid (op dit moment het Gemeentelijk Water Managementplan 2021 - 2026). De actuele norm voor de openbare ruimte is het bergen van een bui van 70 mm/uur. Hiervan wordt de eerste 30 mm afgevoerd via het riool. Particuliere terreinen Ook voor hemelwater op particuliere terreinen wordt verwezen naar het actuele beleid. De ontwerpnorm voor het opvangen van hemelwater op particuliere terreinen is in het huidige beleidsplan 60 mm/uur. Bij intensievere regenbuien mag extra water geen schade veroorzaken. Water moet worden opgevangen en geborgen en bij voorkeur worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor het besproeien van groen of een inpandig
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
84
grijswatercircuit. (Overtollig) hemelwater kan via infiltratievoorzieningen in de bodem worden gebracht. De bergings – en infiltratievoorzieningen moeten onderhoudbaar zijn. De eigenaar is verantwoordelijk voor een goed functioneren. Aanpak droogte Met dit beleid wordt invulling gegeven aan het bestrijden van verdroging. Door het water in de bodem te brengen wordt het grondwater aangevuld en kan meer grondwater afstromen naar de kwelafhankelijke natuurgebieden ten west van Hilversum. Dit is ook een belangrijke doelstelling van het waterschap en provincie om het watersysteem Gooi en Vecht te verbeteren. Tevens wordt duurzaam omgegaan met hemelwater, één van de beleidsdoelen van de gemeente. Invulling beleid voor plangebied Een belangrijke optimalisatie in het projectgebied is het scheiden van het rioolstelsel. Conform de ontwerpnorm voor hemelwater wordt de eerste 30 mm afgevoerd via het riool. Door het scheiden van het stelsel wordt 20 mm berging gecreëerd. Extra hemelwaterberging in de openbare ruimte wordt gerealiseerd door het infiltreren van water van schone oppervlakken. Groenzonens worden benut voor het opvangen en infiltreren van afstromen hemelwater. De schone oppervlakken waaronder de stoepen worden hiernaar afgevoerd. Door aanleg van hoogteverschillen kan water worden geborgen aan maaiveld.
Dit water wordt vertraagd afgevoerd naar het riool of infiltratievoorzieningen. Met het afkoppelen van nieuwbouw wordt 8 mm hemelwater geborgen, wat niet meer afvoert naar het riool. Water op straat mag geen schade veroorzaken. Hierop moet worden geanticipeerd door bouwpeilen te verhogen ten opzichte van de openbare ruimte (kruin weg).
5.4.3
Natuur
Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. De uitgevoerde Natuurtoets is opgenomen als Bijlage 4 Natuurtoets. Gebiedsbescherming Geconcludeerd is dat het plangebied geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied is. Er komen ook geen beschermde NNN-gebieden voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN-gebieden dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten op NNN-gebied zijn uitgesloten. Uit bureaustudie in combinatie met terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels met een jaarrond beschermd nest – gierzwaluw en huismus (potentiele nestplaatsen); Algemene broedvogels (potentiele nestplaatsen); Vleermuizen (potentiele verblijfsplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan.
Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
85
Figuur 29 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming
5.5
Duurzaamheid en leefbaarheid
5.5.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren. Beschreven moet worden of er behoefte bestaat aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder voor duurzame verstedelijking draagt bij aan een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, ondersteunt gemeenten en provincies in de vraaggerichte programmering van hun grondgebied en helpt bij het maken van een zorgvuldige afweging van belangen bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Om het gebruik van de Ladder voor duurzame verstedelijking te vergemakkelijken heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu een handreiking beschikbaar gesteld. Op 1 juli 2017 is 'de Ladder' gewijzigd in werking getreden. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
86
zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. In het geldende bestemmingsplan 'Binnenstad 2013' hebben de gronden van het plangebied verschillende bestemmingen, waaronder 'Centrum - Stationsgebied 1', 'Centrum - Stationsgebied 2', 'Bedrijf', 'Gemengd - 3', 'Kantoor - 1', 'Wonen - Binnenstad 1', 'Verkeer' of 'Verkeer - Railverkeer'. Voor de Ladder voor duurzame verstedelijking is de regionale behoefte van de voorgenomen ontwikkeling beoordeeld. In de Noordvleugel stijgt het aantal huishoudens tot 2040 van iets boven de 2 miljoen naar ongeveer 2,5 miljoen. Deze groei is het grootst in de komende jaren met meer dan 20.000 huishoudens per jaar. Na 2018 neemt de groei langzaam af naar ongeveer 10.000 huishoudens per jaar. Voor de regio Gooi en Vechtstreek komt deze prognose uit op een groei van +10.200 huishoudens tot 2030, zoals te zien in onderstaande tabel 'Ontwikkeling woningbehoefte 2017 - 2040'.
Figuur 30 Uitsnede woningbehoefte 2017-2040. bron: Prognose 2017-2040 bevolking, huishoudens en woningbehoefte, Provincie Noord-Holland (sector Onderzoek en Informatie, 2017) Voor de Regio Gooi en Vechtstreek is een regionale woonvisie 2016 - 2030 van kracht. Zoals in paragraaf 4.3.3 is beschreven wil de regio Gooi en Vechtstreek een complete regio zijn, waar het aanbod aan woningen en woonmilieus aansluit bij de woning vraag van nu en in de toekomst. Tot 2020 wordt voor de regio jaarlijks meer woningbouw geprogrammeerd dan de jaren erna. Voor de regio Gooi en Vechtstreek worden tot 2020 jaarlijks 750 nieuwbouwwoningen geprogrammeerd plus 175 woning toevoegingen door transformatie. Hilversum is de grootste gemeente binnen de regio en heeft de grootste woningbehoefte volgens de prognoses; daarom heeft Hilversum ook een groot deel van de regionale plancapaciteit en bouwproductie de komende jaren. Het plan voor het Stationsgebied maakt deel uit van de regionale planvoorraad ter dekking van de woningbehoefte zoals geprognotiseerd door de provincie en zoals overeengekomen tussen provincie en regio Gooi en Vechtstreek. Volgens de Monitor Woningbouw 2015 (provincie Noord-Holland) ligt de nieuwbouwproductie in de Gooi en Vechtstreek sinds 2010 rond de 500 nieuwbouwwoningen per jaar. Volgens de Monitor blijft de
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
87
productie licht achter bij de RAP-afspraak en woningbehoefte. De druk op de woningmarkt is in Gooi en Vechtstreek al groot en neemt hierdoor enigszins toe. De behoefte aan voldoende en kwalitatief goede woningen blijft in deze regio. Geconcludeerd kan worden dat het plan voor woningen haalbaar is en prima past bij de vraag en plancapaciteit voor Hilversum op grond van de regionaal gemaakte afspraken en de te verwachten groei van het aantal huishoudens en daarmee de behoefte aan nieuwe woningen in de hele Noordvleugel de komende decennia. Conclusie Dit plan maakt maximaal 450 woningen mogelijk. Uit het bovenstaande blijkt dat het plan voorziet in een behoefte naar deze woningen. Tevens is het plangebied gesitueerd in bestaand stedelijk gebied.
5.5.2
Duurzaamheid
Om alle aspecten van duurzaamheid goed in beeld te krijgen zet de gemeente Hilversum het instrument GPRStedenbouw in. Het instrument vertaalt concrete maatregelen in een prestatiescore voor duurzaam bouwen. Het is een hulpmiddel om duurzaamheidambities van tevoren te bepalen. Meer informatie over het instrument: https://www.gprsoftware.nl/gpr-stedenbouw/. In GPRStedenbouw wordt duurzaamheid van stedenbouwkundige projecten in beeld gebracht op de volgende hoofd- en subthema's: energie: vermindering energievraag en energieprestatie ruimtelijke inrichting: ruimte&grondgebruik, natuur, water, bebouwing&infrastructuur gezondheid: geluidbelasting, luchtkwaliteit, externe veiligheid, hinder&comfort gebruikskwaliteit: mobiliteit, functionaliteit, belevingswaarde toekomstwaarde: toekomstgerichtheid, flexibiliteit, gebruikswaarde In het 'Stedenbouwkundig plan' is al aangegeven dat toekomstbestendigheid een belangrijk thema is in de ontwikkeling van het Stationsgebied in Hilversum. Bebouwing en openbare ruimte worden gemaakt voor een lange termijn en dienen de tand des tijds te kunnen doorstaan. De duurzaamheidsambitie richt zich daarbij ook op de gebouwen. Door bijvoorbeeld het toepassen van zonnecollectoren zal de gasloze nieuwbouw in het Stationsgebied energieneutraal of zelfs energieleverend zijn.
Daarnaast zorgen verschillende soorten kappen en teruggelegen daken met daktuinen voor een levendig beeld. De daken van de gebouwen spelen een belangrijke rol in het Stationsgebied. Op de daken is ruimte voor een uitbundige invulling, met terrassen, ecologische vegetatie, plukgroen, energieopwekking en waterberging en -zuivering. De hoogste daken kunnen worden ingezet voor energieopwekking door middel van PV-panelen. De lagere daken zijn veelal gekoppeld aan de woningen en hebben een ruim terras. De rest van het oppervlak kan een invulling krijgen met ecologische vegetatie zoals sedumsoorten en bloemenborders. Door middel van schaduwvorming en verdamping draagt de beplanting bovendien bij aan de natuurlijke koeling van de gebouwen. Onderdeel van toekomstbestendig bouwen is flexibiliteit. Bij de ontwikkeling van de bebouwing wordt een flexibele/aanpasbare indeling gevraagd. Woningen kunnen zo in de toekomst worden gekoppeld, dan wel gesplitst worden als andere producten beter passen bij de vraag van de markt. Ook de gekozen stramienmaten maken splitsen en samenvoegen mogelijk. Verdiepingen van de gebouwen kunnen ingezet worden voor ander gebruik door rekening te houden met verdiepingshoogte, daglichttoetreding, de locatie van installaties en draagvermogen. Zo wordt de bebouwing in het Stationsgebied multifunctioneel en kan het meebewegen met het gewenste gebruik.
De gebouwen worden zo vormgegeven dat ze weinig energie gebruiken (en voldoen aan alle gestelde energieprestatie eisen) en hebben een dusdanig vanzelfsprekende vormgeving dat over een langere tijd, wellicht met een andere functie, gewaardeerd kunnen worden. Voor een bestemmingsplan geldt de verplichting tot het maken van een 'waterparagraaf'. Tevens moet
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
88
worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met het advies van de waterbeheerder. De gemeente heeft een watertoets laten opstellen waarin alle waterhuishoudkundige aspecten integraal zijn betrokken. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 16 Watertoets. De gemeente Hilversum heeft in samenwerking met het waterschap "standaard regels" opgesteld voor de waterparagraaf (zie bijlage 1 van Bijlage 16 Watertoets). Zolang aan deze regels wordt voldaan volstaat de inhoud van het bestemmingsplan.
5.5.3
Klimaatadaptatie
Het Stationsgebied is één van de lager gelegen delen van Hilversum en heeft bij hevige regenbuien veel hemelwater te verwerken. Een tweede opgave ten aanzien van het klimaat is het tegengaan van het “hitte-eilandeffect”: gebouwde omgevingen zijn altijd enkele graden warmer dan onbebouwde omgevingen.
Figuur 31 Hitte-eilandeffect Op warme zomerdagen kan dit leiden tot gezondheidsklachten bij met name ouderen en de allerjongsten. Om te beginnen wordt daar waar mogelijk de hoeveelheid verharding op het maaiveld beperkt ten gunste van hemelwaterinfiltratie en groen. De afvoer en infiltratie van hemelwater is zichtbaar in de openbare ruimte in wadi’s, goten en groenstroken. Omdat het Stationsgebied een druk gebruikt gebied is, is het onvermijdelijk om aanvullende capaciteit te zoeken in bijvoorbeeld ondergrondse bergingsbassins. Hittestress kan worden beperkt door het veelvuldig gebruik van bomen en groen op maaiveld. Bomen en groen zorgen met schaduw en een hogere luchtvochtigheid voor een aangenaam microklimaat. Ook water in de openbare ruimte heeft een gunstig effect op het microklimaat. De openbare ruimte in het nieuwe Stationsgebied wordt klimaatadaptief. Regenwater bufferen en hittestressbestendigheid zijn de belangrijkste onderwerpen in het creëren van een toekomstbestendig gebied. Een stedelijk groen gebied, met variatie in beplanting die bijdraagt aan de stedelijke biodiversiteit. De groene ruimtes staan in contact met andere groene plekken en parken, en als zodanig wordt het ecologisch netwerk versterkt. Het ontwerp voor het nieuwe Stationsgebied is watersensitief. vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
89
Waar bebouwing bij kan dragen aan de opwarming van een gebied biedt een slim samenspel tussen groen en bebouwing het gebied een gunstig microklimaat. Groene daken en daken waar zonne-energie opgewekt wordt gecombineerd met tijdelijke regenwaterberging, groene binnenterreinen en royaal groen in de straat dragen bij aan het voorkomen van overstromingen en het tijdelijk vasthouden van regenwater. De royale beplanting zorgt door schaduw en evapotransporatie voor het beperken van hittestress in de stedelijke omgeving.
5.5.4
Leefbaarheid
5.5.4.1 Afvalzorg De afvalinzameling zal in principe ondergronds plaatsvinden. De gemeente werkt samen met de GAD aan realisatie van ondergrondse verzamelcontainers in het centrum van Hilversum. Doel is om alle losse afvalzakken van bewoners het centrum uit te krijgen. Dit zorgt voor een aantrekkelijker straatbeeld. Daarbij draagt het project bij aan doelstellingen op het gebied van afvalscheiding en hergebruik van grondstoffen. Het is de bedoeling dat de verzamelcontainers op termijn ook voor ondernemers beschikbaar komen. Dit scheelt een fors aantal vervoersbewegingen in het centrum. Bij de zoektocht naar geschikte locaties wordt gekeken naar een juiste spreiding van de containers over het centrum, verkeersveiligheid, beperking van overlast voor de omgeving en de fysieke ruimte die nodig is om de containers te kunnen legen.
5.5.4.2 Geluid Voor de wijzigingen die dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarbij de geluidbelasting in de toekomstige situatie is berekend. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 Akoestisch onderzoek. Onderzocht is: 1. De toename van de geluidbelasting van bestaande geluidgevoelige gebouwen als gevolg van fysieke wijzigingen van bestaande wegen; 2. De geluidbelasting als gevolg van bestaande (spoor)wegen bij de nieuwe geluidgevoelige gebouwen; Uit het eerste aspect, de toekomstige geluidbelasting als gevolg van te wijzigen wegen, blijkt dat de geluidbelastingen zullen toenemen door het wijzigen van de verkeersstructuur in nabij het station in Hilversum. Als het gevolg van het wijzigen van de verkeersstructuur nabij het station in Hilversum blijkt dat langs de nieuwe hoofdroute, het wegvak Melkpad-Langgewenst-Schoolstraat-Koninginneweg-Schapenkamp, de geluidbelasting zal toenemen met een maximum van 10 dB. Indien dit wegvak wordt voorzien van een geluidreducerende wegdekverharding (type SMA-NL8 G+) is er sprake van een geluidtoename van maximaal 8 dB. Toenames van 6 dB of meer zijn enkel toegestaan wanneer elders – als gevolg van deze wijziging – bij ten minste een gelijk aantal woningen een gelijke reductie van de geluidbelasting op zal treden.
Dat is het geval bij de woningen langs de Stationsstraat, welke in de toekomst verkeersluw gemaakt wordt. Daarmee wordt voldaan aan de 'compensatieregel' zoals bedoeld in artikel 100a, lid 1, sub a, Wet geluidhinder. Uit het tweede aspect, de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen als gevolg van de bestaande (spoor)wegen, blijkt dat ook voor de nieuwe woningen in de bouwblokken een hogere waarde nodig is aangezien de voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. Ter hoogte van de eerste vier bouwlagen (tot en met 10,5 m hoogte) aan de oostgevel van bouwblok 7 is sprake van een geluidbelasting boven de maximaal vast te stellen hogere waarde van 68 dB. Een dergelijke geluidbelasting is niet toegestaan, daarom is in de planregels opgenomen dat deze geveldelen als ‘doof’ uitgevoerd moeten worden. De waarden voor de maximaal vast te stellen hogere waarde is situatiespecifiek verder uitgewerkt in paragraaf 2.2 in Bijlage 5 Akoestisch onderzoek. Andere mogelijke maatregelen om de geluidstoename volledig weg te nemen, zoals een geluidscherm vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
90
o.i.d., stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke en/of financiële aard. Afschermende maatregelen die voldoende werking hebben zullen bij benadering net zo hoog als de bebouwing (= 14 - 26 m) moeten worden om het geluid effectief af te kunnen schermen, hetgeen ongebruikelijk is om in een stedelijke omgeving toe te passen. De gemeente wil geen hoge geluidsschermen binnen stedelijk gebied, alleen als dat strikt noodzakelijk is. Er is weinig ruimte beschikbaar. Een hoog scherm in het stationsgebied is niet realistisch. Een geluidscherm stuit daarom op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige aard. De locatie biedt daarnaast ook geen ruimte om alternatieve landschappelijke oplossingen in te passen voor zowel het wegverkeer als het spoorverkeer. De gemeente is daarom, tegelijkertijd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, een hogere waarde procedure gestart. Op 1 november 2022 heeft het college besloten de hogere waarden vast te stellen. Het hogere waarden-besluit is als Bijlage 6 toegevoegd. Voor alle woningen waarvoor de gemeente Hilversum een hogere waarde vast stelt, dient te worden geborgd dat het geldende maximaal toegestane binnen niveau niet overschreden zal worden. Hiertoe zal de gemeente een gevelgeluidweringsonderzoek instellen voorafgaand aan de werkzaamheden voor de nieuwe centrumring.
5.5.4.3 Lucht De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uitgerekend op een groot aantal maatgevende beoordelingspunten in en rond het plangebied. Op basis van dit luchtkwaliteitonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle in het onderzoek opgenomen beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 7 Luchtkwaliteitonderzoek. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen belemmering vormt voor verdere besluitvorming. Aangezien op alle beoordelingspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden kan eveneens worden geconcludeerd dat sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'.
5.5.4.4 Stikstof Uit het milieuonderzoek naar stikstofdepositie blijkt dat er geen toenames groter dan 0,00 mol/ha/jaar berekend zijn op de omliggende Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase. De realisatiefase is vrijgesteld van beoordeling, en is daarom in het rapport buiten beschouwing gelaten (zie hoofdstuk 2 rapport). Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plan geen significante gevolgen heeft op omliggende Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering in de verdere planvorming. Het onderzoek met achterliggend document is te vinden in Bijlage 8 Stikstofonderzoek en Bijlage 9 Stikstofonderzoek bijlage. Naar aanleding van een zienswijze heeft de gemeente een berekening laten maken voor wat betreft de stikstofdepositie tijdens de realisatiefase. Zie Bijlage 10, Bijlage 11 en Bijlage 12. Uit de rapportage blijkt dat er tijdens de realisatie een depositie van niet meer dan 0,00 mol N per hectare per jaar optreedt ten opzichte van de referentiesituatie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Ook voor wat betreft de realisatiefase vormt stifstof dan ook geen belemmering.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
91
5.5.4.5 Trillingen Er gelden geen wettelijke eisen voor de beoordeling van trillingen. Desalniettemin dienen in het kader van de invulling van de goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening de mogelijke effecten binnen het plan vanwege trillingen van het spoor wel te worden meegewogen (zie Bijlage 13 Trillingen door het spoor). In de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (I&W mei 2019) worden hiervoor handvaten aangereikt. In de basis wordt hierin voor de toetsingscriteria aangesloten bij de Richtlijn Trillingen deel B Hinder voor personen (Stichting Bouw Research 2002). Gezien o.a. de korte afstand van de geprojecteerde bebouwing tot het spoor en gezien de beoogde hoogbouw is niet zondermeer te stellen dat aan de criteria uit de SBR Richtlijn wordt voldaan, maar zijn er naar verwachting wel mogelijkheden om met maatregelen trillingsniveaus in voldoende mate te reduceren. De precieze trillingsniveaus in de beoogde voor trillingen gevoelige gebouwen hangen sterk samen met de precieze bouwkundige invulling (o.a. fundering, precieze bouwmaterialen voor vloeren en wanden, constructieve opbouw etc.). De precieze bouwkundige invulling is op dit moment nog niet bekend, waardoor nog niet exact is te bepalen met welke trilling reducerende voorzieningen in de panden rekening dient te worden gehouden.
Om te zekeren dat sprake is van een aanvaardbare situatie als het gaat om de trillingen vanwege het spoor in de beoogde voor trillingen gevoelige gebouwen is in de planregels een 'voorwaardelijke verplichting' opgenomen. Aangezien de exacte invulling nog niet bekend is én de toegestane gebruiksmogelijkheden onderling uitwisselbaar, zijn hierbij de streefwaarden van 'wonen nieuwe situatie' als uitgangspunt genomen.
5.5.4.6 Beoordeling woon- en leefklimaat Inleiding Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht (grondslag: artikel 3.1, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Wat precies een 'goede ruimtelijke ordening' is ligt niet vast. Het is aan de raad om dat zelf goed te motiveren. In haar uitspraak over het bestemmingsplan 'Stationsgebied 2020' d.d. 2 februari 2022 lichtte de Raad van State dit als volgt toe: “Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 27 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3542, moet de raad bij de beoordeling of een bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is, een afweging van de betrokken belangen, waaronder een aanvaardbaar woonen leefklimaat, maken. Het feit dat wordt voldaan of kan worden voldaan aan de in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer gestelde eisen voor de aspecten waarop die wetten betrekking hebben, indiceert dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent echter niet zonder meer dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gegeven. De raad moet bij die belangenafweging een oordeel geven over de gestelde verslechtering van de geluidsituatie ter plaatse van de woningen aan het Langgewenst.
Voor zover aan de orde moet die beoordeling ook zien op in de sectorale wetten niet betrokken aspecten. In dit geval gaat het om de door [appellant sub1] en anderen gestelde geluidbelasting op de balkons, die voor de toepassing van de Wet geluidhinder niet als geluidgevoelige objecten worden aangemerkt. Ook moet het een en ander cumulatief en – ook voor zover aan de orde – samen met andere voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse relevante akoestische aspecten worden beoordeeld.” Specifiek voor het bestemmingsplan Stationsgebied moet de raad een oordeel geven over de veranderende geluidsituatie die door het plan wordt veroorzaakt. In deze paragraaf worden de relevante aspecten uiteengezet, waarmee de raad in staat worden gesteld deze afweging te maken. 1. Aanleiding en doel van het bestemmingsplan De planvorming voor het stationsgebied kent een lange voorgeschiedenis, waarbij door de gemeenteraad in het verleden onder andere de volgende besluiten zijn genomen:
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
92
Structuurvisie Hilversum 2030 (vastgesteld d.d. 15 mei 2013): in deze visie heeft de gemeente reeds doelen geformuleerd voor het stationsgebied en de ambitie vastgelegd om de Centrumring te verleggen en tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp terug te brengen. Centrumvisie (vastgesteld d.d. 18 november 2015): in deze visie is als uitgangspunt beschreven dat het stationsgebied een aantrekkelijke en veilig entree wordt richting centrum en dat het te voet en op de fiets een logische verbinding vormt tussen oost en west. De Centrumvisie bevestigd het besluit uit de Structuurvisie Hilversum 2030 om de centrumring om het Langgewenst heen te leggen en de Stationsstraat autovrij te maken. Stedenbouwkundig Programma van Eisen Stationsgebied (vastgesteld d.d. 14 december 2016): dit programma van eisen borduurt voort op de uitgangspunten, ambities en doelen zoals die in de Centrumvisie zijn geformuleerd. Stedenbouwkundig plan (vastgesteld d.d. 6 december 2017) inclusief twee amendementen A17-92 en A17-95: de gemeente besloot o.a. om een herkenbare, veilige en aantrekkelijke aansluiting te creëren vanaf het stationsgebied naar het centrum en zo centrum en stationsgebied weer ruimtelijk te verbinden.
Daarnaast werd besloten om de Stationsstraat autoluw te maken en daarmee de Groest en het Marktplein met elkaar te verbinden (de uitwerking van de vragen uit deze amendementen zal leiden tot een definitief én integraal 'Stedenbouwkundig plan' inclusief herontwikkeling gebied tussen spoor en Koninginneweg. Dat 'Stedenbouwkundig plan' is in 2019 vastgesteld). Mobiliteitsvisie 2040 (vastgesteld d.d. 22 april 2022) 'Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit'. Een van de speerpunten is het autoluw maken van het centrum. In het kort komt de afweging met betrekking tot de Centrumring neer op het volgende. De huidige inrichting van het stationsgebied oogt niet aantrekkelijk, is niet veilig genoeg en de doorkruising van de Groest en het Marktplein staat door de erg drukke Stationsstraat op gespannen voet met het voetgangers- en fietsverkeer tussen beide delen. Daardoor stagneert het verkeer regelmatig op de Centrumring (Stationsstraat - Schapenkamp). Door de Centrumring te verleggen en de Stationsstraat autoluw te maken ontstaat een aantrekkelijke nieuwe situatie voor de Groest en het Marktplein en de doorstroming op de Centrumring. Dit leidt tot een onoverkomelijke verschuiving van geluidbelastingen.
Bij woningen langs de Koninginneweg, Schoolstraat en Langgewenst vermindert het woon- en leefklimaat daardoor, maar beoordeeld is dat sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zoals dat bij een centrumgebied van Hilversum te verwachten valt. Daarentegen verbetert het woon- en leefklimaat van de woningen aan en nabij de Stationsstraat en Groest als gevolg van het verkeersluw maken van de Stationsstraat. 2. Wettelijke en beleidsmatige toets van milieuonderzoeken Op basis van het stedenbouwkundig plan is het bestemmingsplan opgesteld. Ten behoeve hiervan zijn onder andere de volgende milieuaspecten onderzocht: Akoestiek Externe Veiligheid Luchtkwaliteit Stikstofdepositie Trillingen Watertoets Verkeer en verkeersveiligheid Uit alle onderzoeken blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde normen, al dan niet door het treffen van mitigerende (verzachtende) maatregelen. De meeste milieuthema's zijn niet rechtstreeks van invloed op de beleving van het woon- en leefklimaat, waarmee ten aanzien van die milieuthema's een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als vanzelfsprekend is geborgd. Dit gaat niet op voor het aspect akoestiek. 3. Beschouwing van het woon- en leefklimaat Alhoewel met mitigerende maatregelen kan worden voldaan aan de maximaal vast te stellen hogere vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
93
waarden op grond van de Wet geluidhinder (en het plan daarmee voldoet aan de wettelijke normen), is het evident dat door het verleggen van de Centrumring de met het verkeer gepaard gaande geluidhinder ook wordt verlegd. Per saldo is er echter sprake van een geluidsreductie in het centrum als gevolg van het plan. De verlegde Centrumring (Schapenkamp – Koninginneweg – Schoolstraat – Langgewenst – Naarderstraat – Melkpad) kent na het aanbrengen van een geluidsreducerende wegdekverharding namelijk minder woningen met een geluidtoename van 1 dB of meer (199 stuks) dan woningen waarbij de geluidbelasting afneemt met 1 dB of meer (406 stuks) (bron: Bijlage 5 Akoestisch onderzoek). Zie voor een verbeelding van de geluidtoenames figuur 32 (bron: Afbeelding 6.2, Bijlage 5 Akoestisch onderzoek). Ter illustratie is op de kaart van figuur 35 weergegeven welke wegvakken te maken hebben met een geluid toe- of afname als gevolg van de nieuwe Centrumring.
Figuur 32 Toe- en afnames van de geluidbelasting met en zonder bronmaatregelen voor het wegvak Melkpad-Langgewenst-Schoolstraat-Koninginneweg-Schapenkamp. Na toepassing van de geluidsreducerende wegdekverharding is er sprake van een toename van 6 dB of meer bij 6 woningen. Een toename in geluidbelasting van 6 dB of meer is enkel toegestaan wanneer er elders – als gevolg van de wegaanpassingen – voor een gelijk aantal woningen ten minste een gelijke afname van de geluidbelasting optreedt. Aan deze eis wordt voldaan door het autoluw maken van de Stationsstraat. Er is sprake van een afname van 6 dB of meer bij 107 woningen als gevolg van de wijzigingen aan deze weg. Zie voor een verbeelding van de geluidtoenames figuur 33 (bron: Afbeelding 6.3 Bijlage 5 Akoestisch onderzoek).
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
94
Figuur 33 Afnames van de geluidbelasting als gevolg van de afwaardering van de Stationsstraat Het hoge aantal geluidafnames wordt veroorzaakt door de combinatie van het verkeersluw maken van de Stationsstraat en het aanbrengen van een geluidsreducerende wegdekverharding op het deel van de nieuwe loop van de Centrumring, overeenkomstig het Akoestisch onderzoek (de geluidsreducerende wegdekverharding is verankerd in de planregels van dit bestemmingsplan). Dat maakt dat het voorliggende bestemmingsplan in zijn geheel een verbetering van het woon- en leefklimaat realiseert in het Stationsgebied van Hilversum. Voor een deel van de woningen langs de verlegde Centrumring Koninginneweg, Schoolstraat en het Langgewenst gaat dit niet op. Daar is namelijk sprake van een significante verkeers- en geluidstoename (ondanks de voorziene geluidsreducerende wegdekverharding). De toename wordt daar veroorzaakt door de combinatie van het verhoogde verkeersaanbod ten opzichte van de autonome situatie en het aan te passen wegprofiel (om deze hogere verkeersstroom te kunnen verwerken). Op deze wegen neemt de verkeersintensiteit behoorlijk toe door de verlegging van de Centrumring. Evenwel is het aantal geprognosticeerde verkeersbewegingen in 2040 voor de Koninginneweg, Schoolstraat/Langgewenst passend op een ring rond het centrum.
De verkeersintensiteiten zullen in 2040 bijvoorbeeld vergelijkbaar zijn met de aantallen op de Schapenkamp en de Stationsstraat in 2019 (bron: Tabel 1, Bijlage 3 Verkeersonderzoek RHDHV). De Koninginneweg, Schoolstraat en het Langgewenst hebben een duidelijke relatie met de binnenstad van Hilversum. Het Marktplein begrenst het noordelijke uiteinde van het stadscentrum. In het gebied rondom het Marktplein is sprake van afnemende commerciële functies en meer wonen. Het verleggen van de Centrumring naar de beoogde locatie, waarmee er een duidelijkere scheiding komt tussen de centrumfuncties en wonen, is planologisch gezien een logische stap. De woningen langs de nieuwe Centrumring liggen aan de rand van het centrumgebied en binnen de invloedsfeer daarvan. Voor het bepalen van het woon- en leefklimaat spelen – met name in het centrum van een dorp of stad – veel factoren een rol. Enerzijds is in het centrum van Hilversum sprake van factoren die een positieve invloed hebben op het vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
95
woon- en leefklimaat. Onder andere de directe nabijheid van voorzieningen zoals detailhandel en horeca (en de daarmee gepaard gaande levendigheid), een uitstekende openbaar vervoer aansluiting (trein- en busstation) en de kwaliteit van de openbare ruimte. Anderzijds is sprake van hinder veroorzakende factoren die een beperkende invloed hebben op het woon- en leefklimaat. Het stadscentrum van Hilversum is immers geen reguliere woonwijk, maar een gebied waarin diverse functies van oudsher een plek hebben gevonden. Horeca, detailhandel en evenementen zijn – inclusief de daarmee gepaard gaande hinder – inherent aan het wonen in een stadscentrum. 4. Woon- en leefklimaat nabij locatie Koninginneweg De grootste geluidtoenames (tot maximaal 8 dB) treden op bij de woningen aan de Koninginneweg Schoolstraat. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van de geprognosticeerde verkeersgroei (deels vanwege de verlegging van de centrumring en deels vanwege de herontwikkeling van het stationsgebied met nieuwe functies), het aan te passen wegprofiel en de afstand van de woningen tot aan de weg. De cumulatieve geluidbelastingen op de gevels van de bestaande en nieuwe woningen zullen daar variëren van 56 dB tot en met 68 dB. Dat maakt dat de impact van het verkeers- en railverkeersgeluid vergelijkbaar zal zijn met de heersende situatie langs de Stationsstraat.
Dit is evenwel niet ongebruikelijk voor een stadscentrum, en sluit bovendien aan op de maximaal vast te stellen hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder bij vervangende nieuwbouw (68 dB voor zowel weg- als railverkeer) in een stedelijke omgeving. Omdat voor vrijwel al deze woningen een zogenaamde hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder moet worden vastgesteld geldt ook de wettelijke plicht om het binnenniveau te borgen op het wettelijke maximum. De gemeente heeft in 2021 door Raadgevend ingenieursbureau Metz B.V. een globale raming laten opstellen van de kosten voor het aanbrengen van noodzakelijke aanvullende gevelmaatregelen om het vereiste binnenniveau te kunnen realiseren (zie Bijlage 14 Gevelonderzoek). De kostenraming is opgesteld op basis van: De geluidsbelastingen op de gevels van de woningen, exclusief de aftrek ex artikel 110g uit de Wet geluidhinder; Het bouwjaar van de woningen zoals opgenomen in het BAG; en een optische inspectie van de gevels van de woningen. Er is hierbij uitgegaan van een maximale kosten-scenario. De uitkomsten zijn betrokken/onderdeel van de kostenramingen van het bestemmingsplan. Nader bouwkundig/akoestisch onderzoek zal, nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, per woning duidelijkheid moeten verschaffen over exacte geluidwerende maatregelen.
Een bijkomend aspect is dat extra gevelgeluidwering ook bijdraagt aan een lager energieverbruik. Voor de woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen wordt de gevelgeluidwering afgestemd op de wettelijke eis voor het binnenniveau. Gezien de hoge leeftijd van deze woningen is de verwachting dat het merendeel hiervan in aanmerking komt voor geluidwerende maatregelen aan de gevel, waarbij de uiteindelijke geluidkwaliteit in de verblijfsruimten (o.a. woonkamer en slaapkamers) hoogstwaarschijnlijk beter zal worden dan die in de heersende situatie zonder deze geluidwerende maatregelen. 5. Woon- en leefklimaat nabij locatie Schoolstraat/Langgewenst Bij de woningen aan deze wegen neemt de geluidbelasting toe als gevolg van de geprognosticeerde verkeersgroei en het aan te passen wegprofiel. De geprognosticeerde geluidtoename bij de woningen aan de Schoolstraat/Langgewenst (rekening houdende met de aan te brengen geluidsreducerende wegdekverharding) is minder dan bij de Koninginneweg. De heersende cumulatieve geluidbelasting (wegen railverkeer) is echter wel al hoog (maximaal 65 dB) ter plaatse van de buitenruimtes/balkons van de woningen nabij Schoolstraat/Langgewenst.
De geprognosticeerde geluidtoenames variëren van 1 t/m 4 dB en voldoen daarmee nog steeds aan de maximaal toegestane toename van 5 dB, waardoor compensatie elders wettelijk gezien (zoals bedoeld in artikel 100a, lid 1, sub a, onder 1°, Wet geluidhinder) niet nodig is. Opgemerkt wordt dat de locatie met de hoogste geluidsbelasting in de bestaande situatie niet dezelfde is als waar in de nieuwe situatie het geluid het meest toeneemt. In de
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
96
huidige situatie heeft Honingstraat 2b de hoogste geluidsbelasting, namelijk 65,87 dB. Dat is ook het geval in de toekomstige situatie, namelijk 68,12 dB, een geluidstoename van 2,25 dB (NB: Op grond van het 'Reken- en meetvoorschrift geluid 2012' artikel 1.3 worden berekende waarden geluidsbelasting afgerond). De hoogste geluidstoename door uitvoering van het plan is te vinden op Koninginneweg 171a, namelijk 7,76 dB. In de nieuwe situatie zullen de cumulatieve geluidbelastingen (weg- en railverkeer) nabij Schoolstraat/Langgewenst maximaal 68 dB (zonder aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder) bedragen, waarmee binnen de maximale te ontheffen geluidsbelasting wordt gebleven. a. Nadere beschouwing geluidsbronnen rondom de markt Naast het wegverkeersgeluid ervaren bewoners nabij de locatie Schoolstraat/Langgewenst ook al geluiden van aspecten die niet met sectorale wetten zijn gereguleerd. Dit betreft vooral geluid afkomstig van activiteiten op of rond het marktplein, zoals: Warenmarkt op Marktplein (inclusief op- en afbouw marktkramen); Schoonmaak van de markt met bladblazers en een veegwagen; Kermis; Evenementen; Spelende kinderen op het Marktplein; Stemgeluiden van personen; Bromfietsen; Laden en lossen van goederen; Parkeren van voertuigen (inclusief sluiten van autoportieren in de dag, avond en nacht).
Daarnaast ervaren de omwonenden mogelijk nog geluiden van aspecten die wel met sectorale wetten zijn gereguleerd, maar niet in de Wet geluidhinder, zoals: Horecabedrijven (met terrassen) en een bioscoop; Popcentrum De Vorstin; Vliegverkeer. In Bijlage 15 is een nadere beschouwing van bovengenoemde geluidbronnen opgenomen. De hinderlijkheid van de geluiden die niet met sectorale wetten zijn gereguleerd vindt grotendeels zijn oorzaak in kortdurende activiteiten (bijvoorbeeld de kermis) dan wel piekgeluiden (bijvoorbeeld het sluiten van een autoportier). Deze verschillende vormen van geluid zijn niet te cumuleren op een wijze zoals bedoeld in bijlage I van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, dat uitgaat van een jaargemiddelde geluidbelasting. Het wettelijke cumulatievoorschrift is enerzijds niet van toepassing op deze geluidsoorten, maar houdt sowieso geen rekening met piekgeluiden. Een getalsmatige beoordeling is dan ook niet mogelijk. b. Kwalitatieve beoordeling geluid nabij Schoolstraat/Langgewenst Wat de kwalitatieve beoordeling van deze geluiden lastig maakt is dat de beleving ervan sterk verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen vinden (stem)geluid van spelende kinderen storend, anderen niet. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor muziekgeluid van de horeca of een evenement (zoals de kermis). Er is dan ook geen eenduidige kwalificatie te geven.
Het betreft een situatie die historisch zo gegroeid is en onlosmakelijk verbonden met het stadscentrum van Hilversum. Juist de menging van woningen met niet-woonfuncties is kenmerkend en waardevol. Het draagt bij aan de positieve beleving van het stadscentrum die de gemeente omarmt en met dit plan wil verstevigen. Uit de in Bijlage 15 opgenomen beschouwing van de diverse geluidbronnen blijkt dat de al bestaande en nieuw geprojecteerde activiteiten (bedrijven, horeca en voorzieningen) rond en op het Marktplein passen in een 'gemengd gebied' zoals het stationsgebied. Ook het gebruik van het Marktplein voor evenementen en warenmarkt zijn passend voor een centrumlocatie. Daarbij hoort ook het frequent schoonhouden. Op het plein is ook meer toelaatbaar als het gaat om geluidsnormen en eindtijden ten opzichte van een vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
97
woonwijk. Niettemin is het aantal evenementendagen voor het Marktplein gemaximeerd in het daarvoor geldende bestemmingsplan 'Langgewenst'. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat er tussen de diverse evenementen onderling grote verschillen zijn als het gaat om impact op de omgeving. De woningen rond het plangebied (met name langs het Marktplein) hebben over het algemeen een beperkte buitenruimte. Dat is niet ongebruikelijk in een stadscentrum. Die buitenruimten zijn vaak – dat is inherent aan het wonen in het centrum – gericht naar het openbaar gebied (straatzijde). Dat daar meer geluid dan gemiddeld is, is ook niet ongebruikelijk. In de bestaande situatie is dan ook sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat passend bij een centrumgebied. Zoals eerder aangegeven zal het aantal geprognosticeerde verkeersbewegingen in 2040 voor de Schoolstraat/Langgewenst passend zijn op een ring rond het centrum. De verkeersintensiteiten zullen in 2040 vergelijkbaar zijn met de aantallen op de Schapenkamp en de Stationsstraat in 2019. Daarmee is de toename van geluid als gevolg van wegverkeer op de Schoolstraat/Langgewenst ook niet uitzonderlijk voor een centrumring-locatie. Bij 94% van de woningen aan het Langgewenst varieert de toename van 0-3 dB, en bij 6% van de woningen 4 dB (bron Akoestisch onderzoek, Bijlage 5 Akoestisch onderzoek).
Zie figuur 34 voor een verbeelding van de geluidtoenames op adresniveau.
Figuur 34 Verdeling van de geluidtoename per adres/woning aan het Langgewenst (inclusief geluid reducerende wegdekverharding). Ondanks de stijging van de geluidsbelasting bij woningen aan het Langgewenst, vindt de gemeente dit aanvaardbaar omdat het project leidt tot een afname van de geluidbelasting in het centrumgebied van Hilversum. Per saldo is het plan daarom positief van invloed op het woon- en leefklimaat in het stadscentrum. Voor wat betreft de 'cumulatie' van de diverse geluidbronnen is de gemeente van mening dat, ondanks de toename van geluid door wegverkeer, er sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zoals dat bij een centrumgebied van Hilversum te verwachten is, inclusief alle voor- en nadelen die het stadscentrum met zich meebrengt. Ook wanneer rekening wordt gehouden met de geluiden van aspecten die niet met sectorale wetten zijn gereguleerd. Het gaat hierbij met name om in tijd begrensde (gedurende een bepaalde periode) geluiden en piekgeluiden, dat historisch zo is gegroeid en is onlosmakelijk verbonden met het stadscentrum van Hilversum. 6. Woon- en leefklimaat nabij de Stationsstraat Als gevolg van het verkeersluw maken van de Stationsstraat zal de geluidbelasting vanwege het wegverkeer daar gemiddeld 12 dB afnemen, met uitschieters tot 15 dB afname. Dat betekent dat het
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
98
woon- en leefklimaat bij 107 woningen (Stationsstraat en de Groest) aanzienlijk zal verbeteren. 7. Woon- en leefklimaat nabij andere locaties Voor de geluidgevoelige objecten langs andere wegen is geen geluidtoename vanwege het wegverkeer geprognosticeerd. Zo blijft langs de Schapenkamp – mede door de inzet van een geluidsreducerende wegdekverharding – de geluidbelasting gelijk of neemt deze af met 1 tot en met 5 dB. Aan de andere zijde van de verlegde Centrumring, daar waar de Centrumring weer aansluit op het oude profiel nabij de Naarderstraat, blijft de geluidbelasting gelijk, en is her en der sprake van een lichte verbetering met een afname tot maximaal 3 dB. Dit laatste is het gevolg van het verkeersluw maken van de Stationsstraat waardoor die geluidbijdrage nihil wordt, en dat er geen verkeerstoename op de Naarderstraat is geprognosticeerd. Het effect op andere – aansluitende – wegen is nihil. 8. Samenvattende beschouwing woon- en leefklimaat Zoals hiervoor beschreven zijn de meeste milieuthema's niet rechtstreeks van invloed op de beleving van het woon- en leefklimaat, waarmee ten aanzien van die milieuthema's een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als vanzelfsprekend is geborgd. Voor wat betreft de gevolgen van het bestemmingsplan voor luchtkwaliteit voldoet het aan de wettelijke eisen (zie paragraaf 5.5.4.3).
Meer in algemene zin kan worden gesteld dat er samenhang is tussen luchtkwaliteit en het aantal verkeersbewegingen. Daar waar het aantal verkeersbewegingen toeneemt, zal de luchtkwaliteit verminderen, daar waar de verkeersbewegingen afnemen zal dat positieve gevolgen hebben op de luchtkwaliteit. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat op alle beoordelingspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden. De gemeente is daarom van mening dat ook voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor geluid ligt dat anders. Het nieuwe bestemmingsplan heeft geen of maar beperkt invloed op de diverse genoemde geluidoverlastbronnen zoals die nu door veel bewoners wordt ervaren. Zo neemt het aantal evenementen of marktdagen als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan niet toe. Wel wordt met het bestemmingsplan de Centrumring verlegd. Op veel plekken langs de nieuwe Centrumring zal daardoor de geluidbelasting vanwege verkeer toenemen, op andere plekken zal de geluidbelasting juist door het verleggen van de Centrumring afnemen. Het verleggen van de Centrumring leidt vooral bij de woningen langs de Koninginneweg - Schoolstraat Langgewenst tot een toename verkeer en daarmee van de geluidbelasting.
Daarentegen zal de geluidbelasting bij de woningen langs de Stationsstraat en op de Groest afnemen als gevolg van het verkeersluw maken van de weg. In totaliteit leidt het project tot een afname van de geluidbelasting in het centrumgebied van Hilversum. De verlegde Centrumring (Schapenkamp – Koninginneweg – Schoolstraat – Langgewenst – Naarderstraat – Melkpad) kent na het leggen van een geluidsreducerende wegdekverharding namelijk minder woningen met een geluidtoename van 1 dB of meer (199 stuks) dan woningen waarbij de geluidbelasting afneemt met 1 dB of meer (406 stuks). Per saldo is het plan daarom positief van invloed op het woon- en leefklimaat in het stadscentrum. Ter illustratie is op onderstaande kaart (figuur 35) weergegeven welke wegvakken te maken hebben met een geluid toe- of afname als gevolg van de nieuwe Centrumring.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
99
Figuur 35 Effect geluid door verleggen Centrumring Alhoewel met name langs de Koninginneweg, Schoolstraat en Langgewenst de geluidtoename een effect heeft op het heersende woon- en leefklimaat is de geprognosticeerde eindsituatie er toch een die past in het beeld dat hoort bij een stadscentrum, inclusief alle voor- en nadelen die het stadscentrum met zich meebrengt. De geprognosticeerde cumulatieve geluidbelasting van het weg- en railverkeer bedraagt namelijk ten hoogste 68 dB (exclusief 5 dB correctie ex artikel 110g Wet geluidhinder), en voldoet daarmee aan de maximaal vast te stellen hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder. De maximaal vast te stellen hogere waarde geeft aan wat onze wetgever als landelijk maximum aanvaardbaar acht voor stedelijke gebieden, waaronder het stadscentrum van Hilversum. Met het voorgenomen plan blijft de geluidbelasting als gevolg van het verkeer op de nieuwe centrumring daar dus nog onder of gelijk, namelijk maximaal 63 dB (inclusief 5 dB correctie ex artikel 110g Wet geluidhinder). Niet ideaal, maar niettemin is de beoordeling dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar blijft. Ook wanneer rekening wordt gehouden met de geluiden van aspecten die niet met sectorale wetten zijn gereguleerd, zoals hiervoor uiteengezet.
Samengevat komt het erop neer dat de huidige inrichting van het stationsgebied niet aantrekkelijk oogt, niet veilig genoeg is en de doorkruising van de Groest en het Marktplein staat door de erg drukke Stationsstraat op gespannen voet met het voetgangers- en fietsverkeer tussen beide delen. Daardoor stagneert het verkeer regelmatig op de centrumring (Stationsstraat - Schapenkamp). Door de centrumring te verleggen en de Stationsstraat autoluw te maken ontstaat een aantrekkelijke nieuwe situatie. Dit leidt tot een onoverkomelijke verschuiving van geluidbelastingen. Bij woningen langs de Koninginneweg, Schoolstraat en Langgewenst vermindert het woon- en leefklimaat ten opzichte van de autonome situatie. Evenwel zal in absolute zin op de nieuwe Centrumring in 2040 het aantal verkeersbewegingen vergelijkbare aantallen hebben als op de huidige Centrumring in 2019. In de bestaande situatie wordt met name rond het Marktplein al veel overlast ervaren van diverse geluidbronnen. Op basis van de beschouwing van deze geluidbronnen wordt geconcludeerd dat het met vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
100