CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel bijlage 7 Wijzigingennota bijlage 5 Dienstenrichtlijnonderzoek

GEMEENTERAAD 7 december 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Chw-bestemmingsplan Stationsgebied 2022 (1189197)17.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24/45

Leegstand (%) 8,4% 15,6% 11,2% 14,3%

3.4

Conclusies analyse voorzieningenaanbod Hilversum

INZETTEN OP CONCENTRATIE VAN DETAILHANDEL EN HORECA IN SPECIFIEKE GEBIEDEN In zowel heel Hilversum als in het centrum van Hilversum neemt het aanbod in de niet-dagelijkse sector tussen 2010 en 2022 gestaag af. In het centrumgebied gaat het zelfs om een afname van 27% in deze periode. In de dagelijkse goederensector, de horeca en de dienstverlening neemt het aanbod in dezelfde jaren licht toe in zowel de gehele stad Hilversum als in het centrumgebied. Als zich een toename voordoet, dan zijn nieuwvestigingen aangewezen en nodig in daarvoor aangewezen gebieden: de binnenstad en wijk- en buurtcentra voor detailhandel, de twee horecaconcentratiegebieden Groest en omgeving en de restaurant/winkelzone voor horeca. De Koninginneweg maakt geen deel uit van deze gebieden. Door concentratie hiervan in de concentratiegebieden, kunnen de concentratiegebieden sterker functioneren. Verspreide ontwikkeling elders, zoals aan de Koninginneweg, ondermijnt die doelstelling.

BENCHMARK Uit de vergelijking met de benchmark, blijkt dat er een onderaanbod in de winkels in de dagelijkse en niet-dagelijkse goederensector en in het horeca-aanbod is. Tegelijkertijd doet zich in tien jaar tijd een afname voor. Daaruit blijkt dat de ligging nabij Utrecht en Amersfoort tot gevolg heeft dat het voorzieningenniveau van Hilversum sterk onder druk staat. Juist dan is het inzetten op concentratie van deze functies in aangewezen gebieden noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de compacte structuur een sterke structuur is en het aanbod niet verspreid en gesitueerd is aan aanloopstraten. Daar zijn het Detailhandelskader en Horecakader op gericht. Vergeleken met de benchmark is de leegstand in het centrum van Hilversum lager, maar deze neemt wel toe. Het leegstandspercentage in het centrum van Hilversum is tussen 2010 en 2022 met ongeveer driekwart toegenomen. Die toename is zorgelijk. Eens te meer is dan ook het stringent vasthouden van het uitvoeren van het beleid noodzakelijk De toename van leegstand is een ontwikkeling die zich daadwerkelijk in Hilversum voordoet. Dan is het niet van belang dat de actuele leegstandssituatie in vergelijking met andere steden gunstig is. De sterke negatieve ontwikkeling in de vorm van een aanzienlijke toename van leegstand is bepalend voor uitvoering van beleid.

Het beleid is immers gericht op versterking van het functioneren van de voorzieningen in Hilversum en de binnenstad in het bijzonder. Hiervoor is al aangegeven dat uit de benchmark tevens blijkt dat Hilversum niet de aantrekkingskracht heeft zoals vergelijkbare steden dat wel hebben. De ligging nabij Utrecht en Amersoort is een omstandigheid die invloed heeft op de het voorzieningenaanbod van Hilversum, zoals ook onder meer in de detailhandelsvisie is gesignaleerd.

MARKTSITUATIE De analyse van de marktsituatie ondersteunt de noodzaak van het te voeren beleid en daarmee ook dat de gekozen maatregel om detailhandel en horeca binnen de bestemming Centrum – Koninginneweg geheel respectievelijk grotendeels uit te sluiten, noodzakelijk zijn. Paragraaf 1.3 geeft de actuele stand van zaken weer op basis waarvan het niet mogelijk is vast te houden aan algehele sanering van de horecafunctie in de transformatie van de strook aan de Koninginneweg-oost. De hiervoor opgenomen analyse geeft wel aan dat de maatregel gericht op een zo vergaand mogelijke beperking van horeca in deze strook altijd nog noodzakelijk is. Dit wordt gecombineerd met het geheel reduceren van de plancapaciteit voor detailhandel aan de Koninginneweg-oost. Daarbij wordt onderkend dat er ruimte moet worden geboden voor inpassing van de coffeeshop in dit gebied. De maatregel voldoet aan het noodzakelijkheidscriterium in artikel 15, derde lid onder b van de Dienstenrichtlijn.

25/45

4. TOETSING AAN DIENSTENRICHTLIJN 4.1

De Dienstenrichtlijn

DIENSTENRICHTLIJN Het Europese Hof van Justitie heeft op 30 januari 2018 een arrest gewezen (casus Visser Vastgoed – Appingedam; ECLI:EU:C:2018:44). Daarin heeft het Hof – kort gezegd – bepaald dat detailhandel in goederen een ‘dienst’ is en dat dus de Dienstenrichtlijn van toepassing is op bestemmingsplannen. De Dienstenrichtlijn verbindt voorwaarden aan het opnemen van vestigingsbeperkingen ten aanzien van dienstverleners, zoals detailhandel, in bestemmingsplannen. De reden daarvoor is dat de Dienstenrichtlijn is gebaseerd op het Europees uitgangspunt van een vrije interne markt en vrijheid van vestiging van dienstverrichters (zoals detailhandel). Voor het stellen van eisen voor het vestigen van detailhandel kent de Dienstenrichtlijn twee verschillende regimes. 1. Het eerste regime is neergelegd in artikel 14, aanhef en onder 5 Dienstenrichtlijn. Elke eis die een beperking inhoudt en waarmee uitsluitend economische doelen worden nagestreefd, is simpelweg verboden. Uit jurisprudentie blijkt dat het verbod van artikel 14 Dienstenrichtlijn niet geldt, indien in de onderbouwing en de motivering van de brancheringsregeling wordt gewezen op ruimtelijke belangen die daaraan ten grondslag hebben gelegen of indien wordt toegelicht dat aan de regeling geen economische doelen ten grondslag liggen.

Gelet op artikel 1.1.2 Bro geldt in het Nederlandse ruimtelijke ordeningsrecht echter al de voorwaarde dat met ruimtelijke voorschriften geen economische doelen kunnen worden nagestreefd. Er moeten derhalve ruimtelijke motieven aanwezig zijn. Hiermee is dit binnen het Nederlandse recht al geregeld. 2. Relevanter is het tweede in de Dienstenrichtlijn opgenomen regime, dat is neergelegd in artikel 15 lid 3. Die bepaling luidt als volgt: ‘De lidstaten controleren of de in lid 2 bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden voldoen: a. discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel; b. noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; c. evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder vergaande maatregelen.’. Detailhandel in goederen is een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn en een beperking moet dus aan die voorwaarden voldoen. Hierover heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de eerste richting gevende uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan Stad Appingedam (ECLI:NL:RVS:2019:2569; 201309296/6/R3.; 24 juli 2019). Horeca-activiteiten worden ook beschouwd als dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn.

Op grond van een serie Afdelingsuitspraken over bestemmingsplannen en de Dienstenrichtlijn, in het verlengde van de Appingedam- uitspraak, blijkt dat branche- en maatvoeringsbeperkingen wel degelijk mogelijk zijn in het licht van de Dienstenrichtlijn, mits goed onderbouwd.

TOETSING AAN DE DIENSTENRICHTLIJN De nieuwe bestemmingsregeling bevat een pakket aan functies die worden toegestaan. De beperkingen die worden gesteld, worden getoetst aan de criteria ten aanzien van het discriminatieverbod, noodzakelijkheid en evenredigheid van artikel 15, derde lid van de Dienstenrichtlijn.

26/45

Figuur 4.1. Fragmenten bestemmingsregeling Stationsgebied

4.2

Discriminatieverbod

De nieuwe bestemmingsregeling bevat vestigingsbeperking inzake onder meer detailhandel en horeca. Het bestemmingsplan Stationsgebied 2020 maakt geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel van de paviljoens. Er is dus in het bestemmingsplan Stationsgebied 2020 en de aanpassing ervan geen sprake van een eis die een direct of indirect onderscheid maakt in de zin van artikel 15, derde lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. Hiermee wordt derhalve voldaan aan het discriminatieverbod.

4.3

Noodzakelijkheid

DWINGENDE REDENEN VAN ALGEMEEN BELANG VOLGENS DE DIENSTENRICHTLIJN Het noodzakelijkheidsvereiste betreft de vraag of een vestigingsbeperking is gerechtvaardigd als gevolg van een dwingende reden van algemeen belang. Oftewel zijn de doelen die met de maatregel worden nagestreefd, te definiëren als dwingende maatregelen van algemeen belang zoals is omschreven in de Dienstenrichtlijn en de op basis daarvan ontstane jurisprudentie? Van het begrip “een dwingende reden van algemeen belang” is in artikel 4 lid 8 van de Dienstenrichtlijn een begripsbepaling opgenomen met een uitwerking in de overwegingen bij de Dienstenrichtlijn. „Dwingende redenen van algemeen belang”: redenen die als zodanig zijn erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie; waaronder de volgende gronden: openbare orde, openbare veiligheid, staatsveiligheid, volksgezondheid, handhaving van het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel, bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, eerlijkheid van handelstransacties, fraudebestrijding, bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, diergezondheid, intellectuele eigendom, behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid.

DWINGENDE REDENEN VAN ALGEMEEN BELANG IN HILVERSUM Transformatie Koninginneweg Het stedenbouwkundig plan en de daarvoor genomen raadsbesluiten houdt een algehele transformatie in van de Koninginneweg-oost. Hiermee wordt een sterkere stedenbouwkundige structuur bereikt door een eigentijdse invulling en het faciliteren van een aanzienlijk woningbouwprogramma. Het gebruik van dit gebied wordt daarmee sterk geïntensiveerd. Dit draagt bij aan de algehele versterking van Hilversum als stad en deze strategische locatie nabij het stationsgebied.

27/45

De nieuwbouw presenteert zich zowel aan de Koninginneweg als aan het spoor waardoor rommelige achterkanten plaatsmaken voor een voorkant naar oost. De Koninginneweg wordt ingericht als royale boulevard met volop ruimte voor groen. Met de herontwikkeling van de Koninginneweg ontstaat de ruimte voor het herprofileren van de openbare ruimte. Waar nu het profiel krap en stenig is, is het nieuwe straatbeeld ruim en groen. De verkavelingsstructuur van de nieuwbouw aan de Koninginneweg sluit qua sfeer, maat en schaal aan op de bestaande gebouwen. De parkeervoorziening wordt ingepast met een groen talud, waardoor een landschappelijk beeld vanaf de oostzijde ontstaat. Hieruit volgt dat er ruimte nodig is en dus bestaande bebouwing enerzijds moet plaatsmaken voor een gedeelte van de nieuwe openbare ruimte en anderzijds voor algehele nieuwbouw. Het gebied gaat er daadwerkelijk anders uitzien; de hoogte van bouwvolumes richting de nog bestaande spoorwegovergang neemt bijvoorbeeld toe. Dat heeft consequenties voor alle bestaande bebouwing. Uitsluiten van detailhandel en horeca Het beleid is gericht op het concentreren van detailhandel en horeca in de binnenstad en de daar aangewezen zones. De Koninginneweg is als aanloopstraat aangeduid en maakt geen deel uit van de in het horecabeleid als zodanig aangewezen concentratiegebieden voor horeca.

Uit de actuele data betreffende detailhandel blijkt enerzijds een afname van detailhandel (niet-dagelijkse goederensector) en anderzijds een stabilisering of lichte toename van winkels in de dagelijkse goederensector, diensten en horeca. De toename die zich dan nog voordoet, moet zich juist vestigen in de daarvoor aangewezen gebieden, om de herkenbaarheid van de binnenstad en van de horecaclusters te versterken. Het toestaan van detailhandel zou ook ruimte bieden voor vestiging van niet-dagelijkse goederensector; het aanbod van die sector is sterk afgenomen. Juist deze sector is van belang voor de binnenstad, zodat nieuwe detailhandel en ook horeca zich alleen daar moet vestigen. Creatieve sector Dit uitsluiten van horeca en detailhandel is ook ingegeven door de beleidsmatige wens om meer ruimte te bieden voor de creatieve sector. De ruimte die voor functies met name op de begane grond ontstaat, moet ten goede komen aan andere functies. Het gaat dan om een pakket aan functies die deel uitmaken van de creatieve sector, de media in het bijzonder, en hieraan zijn gelieerd zoals cultuur en entertainment. Dit kunnen functies zijn zoals opleidingsbedrijven, creatieve organisaties zoals is beoogd in de Mediavisie van de Nota Creatieve Sector.

Ook het bieden van ruimte aan maatschappelijke functies zoals onderwijs en lichte bedrijvigheid voor d creatieve sector, geeft invulling aan het beleid gericht om Hilversum als mediastad op de kaart te houden. Locaties dicht bij het station zijn hiervoor geschikt, zoals de Koninginneweg. Het niet toestaan van detailhandel en horeca heeft als neveneffect dat de vastgoedprijzen passender bij de creatieve sector worden gericht, dan bij een algemene centrumbestemming. Immers, over het algemeen liggen de vastgoedprijzen hoger als er een grotere bandbreedte aan functies wordt toegestaan en zeker wanneer hiervan detailhandel deel uitmaakt. Nu het gaat om nieuwbouw kunnen die functies ook goed worden gefaciliteerd met een eigen uitstraling. Duidelijk is ook dat Hilversum stevig aan de weg moet timmeren om de functie als mediastad ook in de toekomst waar te maken. Stationsgebied In het stationsgebied kan wel enige ruimte worden geboden voor detailhandel en horeca, zoals dit op een stationslocatie gebruikelijk is. Vanuit de visie voor het stationsgebied wordt gestreefd naar het mooier en duidelijker vormgeven van de entree van het station richting centrum (Leeuwenstraat). Langs de route station – centrum ontstaat op het Stationsplein ruimte voor ‘snelle’ horeca en detailhandel. De Koninginneweg maakt geen deel uit van de route naar het centrum.

CONCLUSIE DWINGENDE REDENEN VAN ALGEMEEN BELANG EN NOODZAKELIJKHEID Het voorzieningenaanbod van Hilversum staat onder druk. De nabije ligging van Utrecht en Amersfoort is merkbaar. Eens te meer is duidelijk dat functies op de juiste locaties moeten worden gesitueerd en geconcentreerd. Om ook de kracht van de mediastad te behouden en zo mogelijk te versterken en te vernieuwen, is er ruimte nodig. Ook een zo sterk mogelijke combinatie van functies in en gelieerd aan de creatieve sector is van groot belang. Nu sterk wordt ingezet op algehele transformatie van de oostzijde van de Koninginneweg kan op krachtige wijze invulling worden gegeven aan het beleid en de visies ten aanzien van het voorzieningenaanbod.

28/45

Hiermee wordt invulling gegeven aan de vitaliteit van de binnenstad en de leefbaarheid van Hilversum als stad en daarmee de bescherming van het stedelijk milieu als dwingende reden van algemeen belang. De actuele stand van zaken is weergegeven in paragraaf 1.3. Op basis van de huidige inzichten blijkt het niet mogelijk te zijn vast te houden aan het geheel uitsluiten van de horecafunctie in de strook aan de Koninginneweg. Uit de overwegingen in de genoemde paragraaf blijkt evenwel dat de maatregel gericht op een zo vergaand mogelijke beperking van horeca in de strook altijd nog noodzakelijk is. Voor detailhandel blijft de volledige redactie van vestigingsmogelijkheden ter plaatse gehandhaafd. De maatregel voldoet dan ook aan het noodzakelijkheidscriterium in artikel 15, derde lid onder b van de Dienstenrichtlijn.

4.4

Evenredigheid

BEOORDELING VAN DE EVENREDIGHEID VAN DE MAATREGEL Het derde aspect van de toetsing aan de Dienstenrichtlijn betreft de evenredigheid, zoals genoemd onder c van het derde lid van artikel 15, van de Dienstenrichtlijn: ‘De eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.’ Op basis van de actuele jurisprudentie kan dit worden vertaald naar de volgende vragen. 1. Is de maatregel geschikt en effectief om de nagestreefde doelen te bereiken? 2. Wordt met de maatregelen coherent en systematisch gehandeld om het nagestreefde doel te bereiken? De zogenoemde hypocrisietest. 3. Gaan de maatregelen niet verder dan nodig om het nagestreefde doel/de nagestreefde doelen te bereiken? 4. Kan het effect dat wordt bereikt met het beperken van detailhandel en horeca niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt? Bij het beantwoorden van de vraag of de maatregel geschikt is om de beoogde doelen te bereiken zijn, op basis van de recente jurisprudentie, de volgende aspecten van belang.

• Het is vaste rechtspraak van het Europese Hof (arrest van het Hof van 13 juni 2018, Deutscher Naturschutzring, ECLI:EU:C:2018:433, punt 49) dat een maatregel voor de evenredigheidstoets slaagt indien hij kan bijdragen aan de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling. De maatregel hoeft niet noodzakelijkerwijs zelfstandig deze doelstelling te verwezenlijken. • In de uitspraak Decathlon Schiedam/Den Haag (ECLI:NL:RVS:2019:965) wordt dit door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nader uitgewerkt. Gesteld wordt dat “niet voor elke specifieke beperking die uit de regeling volgt aannemelijk te maken is dat deze erop zichzelf toe leidt dat de nagestreefde doelen worden bereikt en dat het achterwege laten daarvan erop zichzelf toe leidt dat de nagestreefde doelen niet worden bereikt. Aannemelijk moet worden dat de specifieke beperking een zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de met de regeling nagestreefde doelen.” Voor de afzonderlijke maatregel wordt een motivering voor de evenredigheid gegeven aan de hand van beantwoording van de vier hiervoor opgenomen vragen.

ANALYSE VAN DE EVENREDIGHEID VAN DE MAATREGEL Is de maatregel geschikt en effectief om de nagestreefde doelen te bereiken? ● Een regeling in het bestemmingsplan is de geschikte en effectieve maatregel bij uitstek om aan te geven welke functies wel of niet zijn toegestaan. Er is geen alternatieve maatregel denkbaar die hierin voorziet zoals de bestemmingsregeling. Dit blijkt ook uit jurisprudentie. ● De bestemmingsregeling wordt zo opgezet dat het Stationsplein een functionele invulling krijgt die bij zo’n plein hoort. De maatregel die ook in de bestemmingsregeling wordt opgenomen om kleinschalige vestigingen te realiseren, draagt er mede aan bij dat vestigingen worden gerealiseerd die passen bij zo’n gebied.

29/45

●

● ●

De plint van de nieuwe bebouwing aan de Koninginneweg krijgt functies die passen bij zo’n straat bij een stationsgebied. Tegelijkertijd wordt invulling gegeven aan het beleid gericht op de creatieve sector en de functies die daaraan ondersteuning geven. De pakketten van functies die in de nieuwe bestemmingen worden toegestaan, zijn afgestemd op de locaties van het Stationsplein en de Koninginneweg en het hiervoor vastgestelde beleid. Die maatregel is geschikt en effectief. De actuele stand van zaken zorgt voor nuancering van de oorspronkelijke maatregel gericht op het geheel uitsluiten van detailhandel en van horeca ter plaatse van Koninginneweg-oost. Voor detailhandel wordt het uitgangspunt gehandhaafd. Voor horeca wordt nu uitgegaan van zo ver mogelijke reductie van horeca tot één horecavestiging in de vorm van een coffeeshop, in de nieuwbouw ter plaatse van het noordelijk deel van de strook aan de Koninginneweg. Ook daarvoor is het opnemen van die beperking in het bestemmingsplan effectief en geschikt om de nagestreefde doelen te bereiken.

Wordt met de maatregel coherent en systematisch gehandeld om het nagestreefde doel te bereiken? De zogenoemde hypocrisietest. Het betreft een transformatie van het stationsgebied waarvan de Koninginneweg-oost deel uitmaakt. Gekozen wordt voor algehele nieuwbouw. Daarmee wijkt de situatie af van een bestemmingsregeling voor een bestaande situatie. De bestemmingsregelingen voor andere delen van de stad zijn geënt op de bestaande situaties en het oorspronkelijk daaraan ten grondslag liggende beleid. Nu het hier om nieuwbouw gaat is het van groot belang dat ook daadwerkelijk afstemming plaatsvindt op het actuele beleid. Bijvoorbeeld door geen detailhandel toe te staan vanwege clustering op grond van het Detailhandelskader en geen horeca mogelijk te maken vanwege de concentratiegebieden uit het Horecakader. De analyse van het beleidskader in combinatie met de marktverkenning wijst uit dat het eens te meer nodig is in te zetten op concentratie van deze functies in de binnenstad en geen detailhandel en horeca meer in aanloopstraten toe te staan. Juist het pakket aan functies zorgt ervoor dat Hilversum als stad, en als mediastad in het bijzonder, wordt versterkt. De begripsbepalingen voor met name cultuur en entertainment, zijn hier ook op afgestemd. Voor de gehele stad wordt dit beleid gevoerd en worden, indien aan de orde, bestemmingsregelingen hierop geactualiseerd.

Zeker in deze nieuwbouw situatie zijn die actualisering inzake het beleid en de afstemming op het stedenbouwkundig plan, inclusief de daarin beoogde functies, voor dit gebied nodig. Het betreft hier een transformatieopgave waarbij de bestaande bebouwing wordt vervangen door nieuwbouw, gecombineerd met het toevoegen van een aanzienlijk woonprogramma op de verdieping en situering van enkele specifieke functies in de plint van de gebouwen. In paragraaf 1.3 is de actuele stand van zaken geschetst. Als gevolg daarvan wordt nu rekening gehouden met inpassing van één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop in het noordelijk deel van de nieuwbouw aan de Koninginneweg. Het gaat hierbij om een ingrijpende transformatie waarbij verschillende aspecten van belang zijn, zoals haalbaarheid. De genoemde vernieuwing is alleen kansrijk als een horecavoorziening wordt ingepast. Hiermee onderscheidt deze planontwikkeling zich, ook gelet op de omvang en het grote belang van het welslagen, van andere transformaties. Immers, maatwerk is geboden om de algehele planontwikkeling mogelijk te maken. Door dit onderscheidende aspect blijft de constatering overeind dat het beleid coherent en systematisch wordt toegepast. Het toelaten van functies, inclusief het geheel uitsluiten van detailhandel en gedeeltelijk van horeca, wordt coherent en systematisch toegepast.

Gaat de maatregel niet verder dan nodig om het nagestreefde doel/de nagestreefde doelen te bereiken? Analyses beleidskader en marktverkenning De analyses van het beleidskader en de marktverkenning wijzen eens te meer uit dat het dringend nodig is om functies te situeren, op specifieke locaties. Denk daarbij met name aan detailhandel in de binnenstad en horeca op de daarvoor aangewezen concentratie locaties om de horecafunctie in totaliteit herkenbaarder te krijgen ten opzichte van de situatie van verspreide ligging en situering in aanloopstraten. Er lijken weliswaar positieve tendensen aan de orde (leegstand, horeca, dienstverlening). Echter alles in samenhang overziend is het urgent om het vastgestelde beleid te vertalen in bestemmingsregels, zeker nu het gaat om nieuwbouw. Dit laat onverlet dat de actuele stand van zaken, zie hiervoor paragraaf 1.3, noopt tot nuancering bij de vertaalslag van het beleid naar het bestemmingsplan.

30/45

Detailhandel en horeca Bij behoud van de mogelijkheid van detailhandel en horeca aan de Koninginneweg-oost zou er toch weer ruimte ontstaan voor een functionele ontwikkelingsrichting die haaks op het beleid staat en dit juist zou ondergraven. Er bestaat geen aanleiding om hiervan af te wijken, zeker niet omdat de ontwikkelingen in de stad niet al te positief zijn. Hilversum kent namelijk een te grote uitdaging om het voorzieningenniveau op peil te krijgen zoals dit bij een stad als Hilversum zou passen, als gevolg van de nabijheid van Utrecht en Amersfoort. Coffeeshops zijn in Hilversum gevestigd in bestaande bebouwing, reeds geruime tijd. Oorspronkelijk is geconstateerd dat in nieuwbouwprojecten geen ruimte wordt geboden voor vestiging van coffeeshops. Dit zou ook niet passen in het gedoogbeleid dat wordt gevoerd en de beoogde ruimtelijk-functionele structuur ter plaatse van de Koninginneweg-oost. Paragraaf 1.3 bevat een overzicht van de actuele stand van zaken. Daaruit volgt dat integrale planontwikkeling alleen haalbaar is als de coffeeshop wordt ingepast in de nieuwbouw aan de Koninginneweg-oost. Hiervoor is uitgebreid onderzoek verricht, op basis waarvan ook is gebleken dat inpassing tot de mogelijkheden behoort, zonder dat dit leidt tot overlast.

De actuele stand van zaken geeft dan ook aanleiding de oorspronkelijke vergaande beperking in de vorm van het geheel uitsluiten van horeca in dit gebied, te nuanceren. Die maatregel zou verder gaan dan nodig is. Overeind blijft dat het beperken tot één horecavoorziening voor het faciliteren van de coffeeshop, altijd nog een zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de gestelde doelen en niet verder gaat dan nodig is. Herprofileren De Koninginneweg is onderdeel van de centrumring, een belangrijke en drukke ontsluitingsweg. Met de herontwikkeling van de Koninginneweg ontstaat de ruimte voor het herprofileren van de openbare ruimte. Waar nu het profiel krap en stenig is, is het nieuwe straatbeeld ruim en groen. De parkeervoorziening wordt ingepast met een groen talud, waardoor een landschappelijk beeld vanaf de oostzijde ontstaat. Elke erfaansluiting op zo’n ontsluitingsweg is nadelig voor de doorstroming. Het is dus nodig om de Koninginneweg te herprofileren, waar de bestaande bebouwing voor moet wijken. Ontsluitingen op de Koninginneweg en de coffeeshop alsnog ruimtelijk inpasbaar De actuele situatie dwingt ertoe rekening te houden met het onderbrengen van de Kikker in de nieuwbouw. Als gevolg hiervan is opnieuw beoordeeld of inpassing van deze functie wat betreft de verkeerseffecten mogelijk is.

Hierbij zijn bijvoorbeeld de ontsluitingsvoorzieningen en voldoende parkeerfaciliteiten in de parkeergarage verkend. De inzet is dat de ontsluiting en parkeerbehoefte op zorgvuldige wijze kunnen worden ingepast. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat reeds bestaande afspraken met de coffeeshop, die gericht zijn op het voorkomen van overlast, verder kunnen worden uitgewerkt zodanig dat het voorkomen van overlast ook in de nieuwe situatie is gewaarborgd. Ruimte voor specifieke functies en niet voor detailhandel en horeca In de bestemmingsregelingen voor het Stationsplein en de Koninginneweg-oost wordt een pakket functies toegestaan die zich met name richt op het kunnen versterken van Hilversum als mediastad. Dit kan in de vorm van onderwijs, creatieve bedrijven, cultuur en entertainment. Juist daarvoor zijn locaties nodig die hiervoor ruimte bieden. De keuze is dan ook dat andere functies niet worden toegestaan. Detailhandel en horeca worden elders geconcentreerd en in dit soort gebieden gesaneerd. In ruimtelijk opzicht is nieuwbouw nodig gecombineerd met herprofilering van de Koninginneweg. Nieuwbouw blijkt alleen mogelijk te zijn, zoals dit uit de actuele stand van zaken volgt, als voor één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop ruimte wordt geboden. Met name de coffeeshop kan niet worden beëindigd; dat is gebleken uit actuele inzichten.

Voorts is uit uitwerking van de planvorming gebleken dat het alsnog mogelijk zal zijn een en ander verkeerskundig in te passen wat betreft ontsluiting, situering van de parkeergarage en het kunnen faciliteren van de parkeerbehoefte behorend bij de coffeeshop in de nieuwbouw. De maatregel om ter plaatse van Koninginneweg-oost detailhandel geheel uit te sluiten en de horecafunctie te reduceren tot één vestiging ten behoeve van inpassing van de coffeeshop, gaat niet verder dan nodig om het nagestreefde doel/de nagestreefde doelen te bereiken. Het betreft hier maatwerk om de algehele planontwikkeling daadwerkelijk mogelijk te maken.

31/45

Kan het effect dat wordt bereikt met het uitsluiten van detailhandel en horeca aan de Koninginneweg-oost niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt? Als de bestemmingsregeling functies toestaat zoals detailhandel en horeca, dan zijn er geen andere flankerende maatregelen denkbaar die zonder meer voorkomen dat van die vestigingsruimte gebruik wordt gemaakt. Alternatieve maatregelen die hetzelfde effect bereiken, zijn daarmee niet aan de orde. Voor detailhandel wordt bij vaststelling van het bestemmingsplan nog steeds uitgegaan van het uitsluiten van vestigingsmogelijkheden. Voor horeca is een zo vergaand mogelijke beperking aan de orde. Ook dan is het nodig dit in een bestemmingsplan te regelen, omdat flankerende maatregelen niet vanuit zichzelf het effect hebben dat horeca zich beperkt tot die een vestiging.

CONCLUSIE EVENREDIGHEID Het opnemen van een specifiek pakket functies voor het Stationsplein en de nieuwbouw aan Koninginneweg-oost, inclusief het geheel uitsluiten van detailhandel en horeca, zou aan het evenredigheidscriterium van de Dienstenrichtlijn voldoen. De beperking van het uitsluiten van horeca wordt omgezet naar het toestaan van één horecavestiging voor inpassing van de coffeeshop. Deze minder vergaande beperking voldoet aan het evenredigheidscriterium. ● Als gevolg van de actuele stand van zaken wordt vastgehouden aan het uitsluiten van detailhandel en wordt gekozen voor het beperkt toestaan van één horecavoorziening in de bestemmingsregeling, in plaats van algehele uitsluiting. Deze maatregel is altijd nog een geschikte en effectieve maatregel om de doelstellingen van het beleid te bereiken. Die doelstellingen zijn met name gericht op het concentreren van detailhandel en horeca in daarvoor aangewezen gebieden, zodat die gebieden en daarmee het voorzieningenaanbod in Hilversum als geheel versterken. Ook al wordt horeca niet geheel uitgesloten, het vergaand beperken tot één vestiging is geschikt en effectief. ● De maatregel wordt coherent en systematisch toegepast, aangezien in transformatieprojecten en daarvoor opgestelde bestemmingsplannen detailhandel en horeca zo vergaand mogelijk worden gesaneerd.

● De maatregel om detailhandel uit te sluiten gaat niet verder dan nodig is. Het geheel uitsluiten van horeca zou om twee redenen te vergaand zijn. Het blijkt dat er goede afspraken zijn te maken, die ook worden nagekomen, met de coffeeshop om een goede inpassing in het project te waarborgen. - Om alle gestelde (beleids)doelen voor het project Stationsgebied te kunnen halen is de oorspronkelijke uitsluiting van horeca in dit nieuwbouwproject genuanceerd en omgezet in de toelaatbaarheid van één horecavestiging in de vorm van een coffeeshop. Voor het algeheel uitsluiten van horeca ontbreken de middelen, zonder dat het ten koste zou gaan van andere gestelde (beleids)doelen voor het project Stationsgebied. Dit is gebleken uit de actuele stand van zaken. Het algeheel uitsluiten van horeca zou veel verder gaan dan nodig is. Vandaar dat de maatwerkoplossing waarin wordt voorzien in één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop, een maatregel is die gegeven de omstandigheden niet verder gaat dan nodig is. ● Voor Koninginneweg-oost is in het bijzonder van belang dat het hier om een transformatie gaat inclusief herprofilering van de Koninginneweg. Juist in zo’n situatie is het nodig om ten aanzien van functies invulling te geven aan actueel beleid en het afstemmen van functies op de specifieke locaties Stationsplein en Koninginneweg-oost.

Dit laat onverlet dat uit nadere uitwerking van de planvorming blijkt dat één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop, wel inpasbaar is. Ook de marktverkenning wijst uit dat een specifiek pakket van functies nodig is en dat detailhandel aan de Koninginneweg-oost geheel wordt uitgesloten en horeca grotendeels. Die maatregel levert immers altijd nog een zinvolle bijdrage aan he bereiken van de doelstellingen. In het transformatieproject is het nog steeds mogelijk, gelet op de doelstellingen van Hilversum als mediastad, ruimte te bieden voor enkele andere functies, gelieerd en ondersteunend aan de mediasector alsmede voor één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop. Alternatieve maatregelen om het gewenste effect van de maatregel die nu in het bestemmingsplan wordt opgenomen, in de vorm van het geheel reduceren van de plancapaciteit voor detailhandel en het vergaand reduceren van horeca aan Koninginnewegoost, zijn niet aan de orde.

32/45

4.5

Conclusies toetsing aan de Dienstenrichtlijn

In het bestemmingsplan worden beperkingen gesteld aan de toelaatbaarheid van diensten als bedoeld in de Dienstenrichtlijn, namelijk het ter plaatse van Koninginneweg-oost geheel uitsluiten van detailhandel en het vergaand reduceren van horeca en het toestaan van enkele andere diensten.

ACTUELE STAND VAN ZAKEN De actuele stand van zaken is weergegeven in paragraaf 1.3. Op basis van de huidige inzichten blijkt het niet mogelijk te zijn vast te houden aan het geheel uitsluiten van de horecafunctie in de strook aan de Koninginneweg-oost. Uit de overwegingen in de genoemde paragraaf blijkt evenwel dat de maatregel gericht op een zo vergaand mogelijke beperking van horeca in de strook altijd nog noodzakelijk is. Voor detailhandel blijft de volledige redactie van vestigingsmogelijkheden ter plaatse gehandhaafd.

CONCLUSIES TEN AANZIEN VAN DE DRIE CRITERIA UIT ARTIKEL 15, DERDE LID DIENSTENRICHTLIJN Op basis van analyse van het beleidskader en analyse van de ontwikkelingen in het voorzieningenaanbod in Hilversum is, rekening houden met de actuele stand van zaken, het volgende geconcludeerd ten aanzien van het voldoen aan artikel 15, derde lid Dienstenrichtlijn. a. In bestemmingsplannen is het discriminatieverbod niet aan de orde. Dat betekent dat de regeling voldoet aan het discriminatieverbod (artikel 15, lid 3 onder a Dienstenrichtlijn). b. Met het uitsluiten van detailhandel en het beperken van horeca tot één vestiging wordt voldaan aan de voorwaarde van noodzakelijkheid (artikel 15, lid 3 onder b Dienstenrichtlijn), omdat de eisen zijn gerechtvaardigd vanwege dwingende redenen van algemeen belang. Het voorzieningenaanbod van Hilversum staat onder druk. De nabije ligging van Utrecht en Amersfoort is merkbaar. Eens te meer is duidelijk dat functies op de juiste locaties moeten worden gesitueerd en geconcentreerd. Om ook de kracht van de mediastad te behouden en zo mogelijk te versterken en te vernieuwen, is er ruimte nodig. Ook een zo sterk mogelijke combinatie van functies in en gelieerd aan de creatieve sector is van groot belang.

Nu sterk wordt ingezet op algehele transformatie van de oostzijde van de Koninginneweg kan op zo krachtig mogelijke wijze invulling worden gegeven aan het beleid en de visies ten aanzien van het voorzieningenaanbod. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vitaliteit van de binnenstad en de leefbaarheid van Hilversum als stad en daarmee de bescherming van het stedelijk milieu als dwingende reden van algemeen belang. c. De maatregel in de vorm van het uitsluiten van detailhandel en het beperken van horeca tot één vestiging, voor inpassing van de coffeeshop, aan Koninginneweg-oost is geschikt om het nagestreefde doel te bereiken, gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en het doel kan niet met minder vergaande beperkingen worden bereikt. Daarmee wordt voldaan aan het evenredigheidscriterium uit artikel 15, derde lid, onder c van de Dienstenrichtlijn. De maatregel wordt opgenomen in de bestemmingsregeling en zijn daarmee geschikt en effectief om de doelstellingen van het beleid te bereiken. Die doelstellingen zijn met name gericht op het concentreren van detailhandel en horeca in daarvoor aangewezen gebieden, zodat die gebieden en daarmee het voorzieningenaanbod in Hilversum als geheel te versterken.

De actuele stand van zaken noopt weliswaar tot nuancering van het algeheel uitsluiten van horeca; de beperking tot één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop levert altijd nog een zinvolle bijdrage een aan het bereiken van de doelstellingen van het beleid. Deze maatregel wordt coherent en systematisch toegepast, aangezien in transformatieprojecten en daarvoor opgestelde bestemmingsplannen detailhandel en horeca zo vergaand mogelijk worden gesaneerd. De maatregel om detailhandel uit te sluiten gaat niet verder dan nodig is. Het geheel uitsluiten van horeca zou om twee redenen te vergaand zijn. ● Het blijkt dat er goede afspraken zijn te maken, die ook worden nagekomen, met de coffeeshop om een goede inpassing in het project te waarborgen. ● Om alle gestelde (beleids)doelen voor het project Stationsgebied te kunnen halen is de oorspronkelijke uitsluiting van horeca in dit nieuwbouwproject genuanceerd en omgezet in de toelaatbaarheid van één horecavestiging in de vorm van een coffeeshop. Voor het algeheel uitsluiten van horeca ontbreken de

33/45

middelen, zonder dat het ten koste zou gaan van andere gestelde (beleids)doelen voor het project Stationsgebied. Dit is gebleken uit de actuele stand van zaken. Het algeheel uitsluiten van horeca zou veel verder gaan dan nodig is. Vandaar dat de maatwerkoplossing waarin wordt voorzien in één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop, een maatregel is die gegeven de omstandigheden niet verder gaat dan nodig is. Voor Koninginneweg-oost is in het bijzonder van belang dat het hier om een transformatie gaat inclusief herprofilering van de Koninginneweg. Juist zo’n situatie is het nodig om ten aanzien van functies invulling te geven aan actueel beleid en het afstemmen van functies op de specifieke locaties Stationsplein en Koninginneweg-oost. Dit laat onverlet dat uit nadere uitwerking van de planvorming blijkt dat één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop wel inpasbaar is. Ook de marktverkenning wijst uit dat een specifiek pakket van functies nodig is zodanig dat ter plaatse van Koninginneweg-oost detailhandel geheel wordt uitgesloten en horeca grotendeels. Die maatregel levert immers altijd nog een zinvolle bijdrage aan het bereiken van de doelstellingen.

In het transformatieproject is het nog steeds mogelijk, gelet op de doelstellingen van Hilversum als mediastad, ruimte te bieden voor enkele andere functies, gelieerd en ondersteunend aan de mediasector alsmede voor één horecavoorziening in de vorm van een coffeeshop. Alternatieve maatregelen om het gewenste effect van de maatregel die nu in het bestemmingsplan wordt opgenomen, in de vorm van het geheel reduceren van de plancapaciteit aan Koninginneweg-oost voor detailhandel en het vergaand reduceren van horeca, zijn niet aan de orde. De bestemmingsregeling inclusief de voorgestelde maatregel voldoet aan de criteria uit het artikel 15, derde lid Dienstenrichtlijn.

34/45

Bijlage 1 PLANGESCHIEDENIS STATIONSGEBIED HILVERSUM De planvorming voor het Stationsgebied kent een lange voorgeschiedenis. In onderstaande passages worden kort de belangrijkste besluiten beschreven (bron: toelichting Stationsgebied Hilversum, 2020). B1: Structuurvisie In de 'Structuurvisie Hilversum 2030' (vastgesteld op 15 mei 2013) heeft de gemeente doelen geformuleerd voor het Stationsgebied en de ambitie vastgelegd om de centrumring te verleggen en tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp terug te brengen.

Figuur B.1. Kaartfragment met legenda uit de ‘Structuurvisie Hilversum 2030’ B2: Centrumvisie In de 'Centrumvisie' (vastgesteld op 18 november 2015) is als uitgangspunt beschreven dat het Stationsgebied een aantrekkelijke en veilige entree wordt richting centrum en dat het te voet en op de fiets een logische verbinding vormt tussen oost en west. Daarnaast wordt het er prettiger om te komen en te verblijven. Het plein zal bezoekers verwelkomen. Er zijn ook mogelijkheden voor zakelijke (korte) ontmoetingen, afhaalpunten, productpresentaties, e.d. Voortbordurend op de schaal van de hier aanwezige grotere gebouwen, krijgt het plein de allure van een open groene ruimte met heldere wandelroutes van het station naar het centrum. Deze routes zijn zowel via de Leeuwenstraat als via de Stationsstraat, die door het omleggen van de Centrumring verandert in een voetgangersgebied met fietsroute en bomen. Door het beter benutten van de fietsparkeerkelder en het meer afschermen van fietsenstallingen met groen zijn de gestalde fietsen minder prominent aanwezig. De opgave die uit de 'Centrumvisie' volgt is een integrale visie te ontwikkelen op het hele Stationsgebied (van Beatrixtunnel tot en met Kleine spoorbomen).

35/45

Figuur B.2. Kaartfragment Centrumvisie B3: Stedenbouwkundige visie (Bureau Okra) Op 14 december 2016 stelt de raad de 'Stedenbouwkundige visie' voor het Stationsgebied vast. De visie is opgesteld door bureau Okra. Ook het projectplan wordt vastgesteld. Het projectplan gaat uit van een actieve houding van de gemeente en van een gefaseerde, integrale aanpak. Een actieve houding betekent dat de gemeente het voortouw neemt bij de voorgenomen ontwikkeling. Alleen op deze wijze kan de visie worden gerealiseerd. Met het vaststellen van de visie en het projectplan is het ambitieniveau vastgelegd, maar ook de doelen die de gemeente met herstructurering wil bereiken, de actieve aanpak en de bereidheid om fors te vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2020 team Advies 7 investeren om het Stationsgebied goed aan te pakken. De visie is nog geen eindplaatje. Het ruimtelijk plan moet verder gebracht worden. Ook moeten nog heel veel inhoudelijke keuzes worden gemaakt. In december 2016 wordt ook het voormalige GAK-gebouw (Stationsplein 25) door de gemeente aangekocht.

36/45

Figuur B.3. Kaartfragment uit ‘Stedenbouwkundige visie Stationsgebied Hilversum’ (Okra) B4: Stedenbouwkundig Programma van Eisen Stationsgebied Op 14 december 2016 besluit de raad ook over het 'Stedenbouwkundig Programma van Eisen Stationsgebied' (SPvE). Tijdens de raadsvergadering is een amendement aangenomen waarbij besloten is dat de te ontwikkelen gebouwen aardgasvrij worden. De visie van Okra is een eerste aanzet die verder moet worden uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan is vervolgens de onderlegger voor het maken van een nieuw bestemmingsplan. Voor het opstellen van een stedenbouwkundig plan moeten, naast de doelen (zoals opgenomen in de Centrumvisie) ook de gemeentelijke eisen en wensen worden geformuleerd. Deze eisen en wensen zijn opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Het doel van het SPvE is om een stedenbouwkundig bureau een heldere opdracht mee te geven voor het maken van een stedenbouwkundig plan. Er staat in wat in ieder geval in het stedenbouwkundig plan moet worden opgenomen (eisen), wat de gemeente graag wil en waar ontwerpvrijheden zitten. Het SPvE borduurt voort op de uitgangspunten, ambities en doelen zoals die in de Centrumvisie zijn geformuleerd en in de visie van Okra verbeeld. De centrumvisie en de visie van Okra zijn als uitgangspunt gehanteerd voor het opstellen van het SPvE.

37/45

Figuur B.4. Begrenzing gebied Stedenbouwkundig plan Stationsgebied zoals opgenomen in het SPvE B5: Stedenbouwkundig plan Stedenbouwkundig bureau De Zwarte Hond en landschapsarchitectenbureau OKRA hebben gezamenlijk het Stedenbouwkundig plan voor het Stationsgebied opgesteld. Aan de hand van een aantal bouwstenen zijn de verschillende mogelijkheden onderzocht. Het betreft de bouwstenen: stromen (fietsers, voetgangers en OV), fietsenkelder, busstation, kiss & ride en taxi's, bouwvolumes, programmering, duurzaamheid, parkeergarage, beeldkwaliteit en tot slot sfeer en beleving. Het Stationsgebied bestaat uit een aaneenschakeling van verschillende locaties, waarvoor een integraal ontwerp is gemaakt. Het betreft de locaties: Stationsplein, Schapenkamp, Stationsstraat, Oosterspoorplein, Koninginneweg, Kleine Spoorbomen en Verkeer in de omgeving. Elk van deze locaties is onderzocht en er zijn daarin verschillende varianten geanalyseerd. Dit heeft geresulteerd in een Stedenbouwkundig plan.

38/45

Figuur B.5. Afbeelding Stedenbouwkundig Plan Stationsomgeving Hilversum (De Zwarte Hond/Okra) In het Stedenbouwkundig plan is gekozen voor het aan elkaar knopen van centrum aan station (en niet voor alle ruimte aan verkeer), voor een bebouwing die mensen als vanzelf naar het centrum leidt, voor openbare ruimte die kwalitatief en compact is en voor zichtlijnen en routes die als vanzelf uit het gebruik, de stromen en de historie van het gebied volgen. Stad en station worden met elkaar verbonden op een wijze die recht doet aan de Hilversumse schaal, maat en uitstraling. Het busstation sluit daarop aan en wordt een zichtbare en veilige plek waar (HOV) bussen bufferen en halteren, taxi's en kiss & ride die vanaf het station zichtbaar zijn (aan zowel de oost- als westzijde van het station). Op 6 december 2017 is door de raad het Stedenbouwkundig plan, inclusief twee amendementen (A17-92 en A17-95) vastgesteld. De uitwerking van de vragen uit deze amendementen zal leiden tot een definitief én integraal Stedenbouwkundig plan. In amendement (A17-92) vraagt de raad aan het college 'een nadere uitwerking te doen van het terugbrengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin'.

Met de vaststelling van dit amendement is het volgende besloten: ● Het Stationsplein om te vormen tot een groen welkom in Hilversum, media aantrekkelijk en met bebouwing voorzien van woon-, werk-, winkel- en recreatieve functies; ● Een herkenbare, veilige en aantrekkelijke aansluiting te creëren vanaf het Stationsgebied naar het centrum van Hilversum en zo centrum en Stationsgebied weer ruimtelijk te verbinden;

39/45

●

De Raad voor de zomer van 2018 te laten besluiten of de Schapenkamp ongelijk- of gelijkvloers dient te worden aangelegd als verdere uitwerking richting bestemmingsplan; ● Het fietsparkeren in (ondergrondse) stallingen vorm te geven met directe aansluitingen op het station, het Stationsplein en het Oosterspoorplein; ● Een dynamisch toekomstbestendig busstation te realiseren als een zichtbare en veilige plek waar (HOV) bussen halteren en bufferen; ● De taxi's en kiss & ride zichtbaar vanaf het station te organiseren aan oost- en westzijde; ● De Stationsstraat autoluw te maken en daarmee de Groest en het Marktplein met elkaar te verbinden; ● Het Oosterspoorplein als groen buurtplein in te richten waarbij fietsen ordentelijk worden gestald, een extra kiss & ride wordt gerealiseerd en zo mogelijk kruisend verkeer tussen voetgangers/fietsers en auto's wordt verminderd. N.B.

Zoals vermeld in paragraaf 1.2 maakt het Oosterspoorplein geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan, maar maakt deel uit van de planvorming/structuurvisie 'Bruisend Hart' Een nadere uitwerking te doen van het terugbrengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin, waarbij het voornemen is om: ● In te zetten op een kwalitatieve ontwikkeling; ● De Schapenkamp in een verdiepte ligging én de Schapenkamp op maaiveld nader te onderzoeken en allebei aan de raad voor te leggen in de zomer van 2018; ● Daarbij de eerder door de raad vastgestelde kaders met betrekking tot het twee richtingsverkeer Schapenkamp in detail uit te werken, in het verlengde van twee richtingsverkeer "Langs de lijn" en een "Herontwikkeling van de locatie tussen Koninginneweg en spoor"; ● In de zomer 2018 de raad te laten besluiten welke van de twee uitwerkingen zal worden opgenomen in het bestemmingsplan; ● Ervoor zorg te dragen dat deze uitwerking inhoudelijk in samenhang met de maatregelen bij de Kleine spoorbomen wordt uitgevoerd; en waarbij de consequenties van de voorliggende keuzes op het verkeer in de omgeving inzichtelijk zijn. N.B. Voor de Kleine Spoorbomen is een apart project opgestart, met ruimtelijk een grote relatie tot de ingrepen bij de Koninginneweg.

De reden hiervoor is dat de situatie ter plaatse van de Kleine Spoorbomen ook onafhankelijk van de ontwikkeling van het Stationsgebied moet worden opgepakt. Het Stedenbouwkundig plan geeft een ruimtelijke en programmatische vertaling van deze doelen, wensen en eisen voor het Stationsgebied. Het plan formuleert op hoofdlijnen de ruimtelijke kaders voor het op te stellen bestemmingsplan Stationsgebied en voor de toekomstige ontwikkelingen in het gebied. B6: Vestiging Voorkeursrecht Koninginneweg Om te voorkomen dat de gronden tussen de Koninginneweg en het spoor worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op de ontwikkeling van de locatie verliest, heeft de raad in januari 2018 (én september 2018) besloten op deze gronden gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen (WVG). Dit betekent dat als eigenaren hun pand willen verkopen zij dit eerst aan de gemeente dienen aan te bieden. N.B. Direct voorafgaand aan de vestiging van het voorkeursrecht heeft de raad besloten om de 'Structuurvisie Hilversum 2030', voor zover het betreft het gebied gelegen tussen Koninginneweg, Stationsstraat, spoorlijn en de Schoolstraat de functie(s)/aanduidingen: 'werklocaties, bebouwing gericht op het spoor en de aanduiding dynamisch gebied', in te trekken.

B7: Modellen Stedenbouwkundig Plan In de collegebrief van 24 september 2018 wordt de raad geïnformeerd over het collegebesluit van 11 september 2018 om een tweetal modellen voor het stedenbouwkundig plan Stationsgebied vrij te geven voor participatie en advies. Aanleiding is het amendement A17-92 (raad 6 december 2017) waarbij de raad aan het college heeft gevraagd om 'een nadere uitwerking te doen van het terugbrengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin ...'.

40/45

In twee verschillende modellen ('de Passage' en 'de 7 straatjes') voor het Stationsgebied wordt hierop antwoord gegeven met enkele verkeersonderzoeken als onderbouwing. Het doel is om te komen tot een breed gedragen besluit over de toekomst van het Stationsgebied, dat goed is doordacht en breed bediscussieerd.

Figuur B.6. De twee modellen ‘de Passage’ en ‘de 7 straatjes’ De twee opgestelde integrale principemodellen verschillen van elkaar in de manier waarop de openbare ruimte vorm krijgt en ervaren wordt. De ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop het project het centrum van Hilversum kan versterken vormen de kern van de modellen, waarbij de kern van de verschillen schuilt in: ● De vorm en het gebruik van het Stationsplein; ● De ligging van de nieuwe gebouwen; ● De route(s) van het station naar het centrum; ● Het fiets- en voetgangersgemak in het gebied; ● De oversteek op de Schapenkamp; ● De positie van de centrumring als onderdeel van het centrum. Een wezenlijk verschil ten opzichte van de plannen uit december 2017 betreft de Schapenkamp. Er zijn in 2018 aanvullende verkeersonderzoeken gedaan naar de meest optimale verkeersafwikkeling. Daarbij is gekeken naar de (toekomstige) verkeersdrukte op de centrumring en bij de Kleine Spoorbomen en de gevolgen voor de andere wegen, waaronder de buitenring. Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden bij de Koninginneweg. De conclusie van dit onderzoek is dat één oplossing de meeste voordelen biedt. Deze oplossing bestaat uit: ● Doorgaand autoverkeer in één richting: van Beatrixtunnel richting Vorstin. ● Komend vanaf de Vorstin kan je niet doorrijden naar de Beatrixtunnel. Er is een knip ter hoogte van het station.

Je kan met de auto wel bij het station en bij parkeergarage Markt komen. De nieuwe centrumring ligt om het Marktplein en door de Koninginneweg, waardoor herontwikkeling van de Koninginneweg nodig is. De Stationsstraat wordt autoluw. De Koninginneweg wordt zo ingericht dat er ruimte is voor brede trottoirs, vrij liggende fietspaden en groen. Met nieuwbouw tussen de Koninginneweg en het spoor kan deze kwaliteit gerealiseerd worden. De Kleine Spoorbomen sluiten aan op de verlegde centrumring en blijven (onveranderd) open voor voetgangers, fietsers en auto's vanuit beide richtingen. Twee van de drie inkomende richtingen naar het centrum zullen daarbij echter vervallen.

41/45

●

●

Model de Passage zet volop in op een compact Stationsplein waar de fietser, voetganger en reiziger op een aantrekkelijke, veilige en eenvoudige manier zijn weg in het gebied en naar het centrum kan vinden. Daarbij zijn alle functies die je kunt verwachten op een Stationsplein aanwezig en is de route richting het centrum in één oogopslag zichtbaar. Om de voetgangers en fietsers ruim baan te geven, is het wel nodig om grote ingrepen te doen in de Schapenkamp. In model de Passage wordt de Schapenkamp verdiept aangelegd. Model de 7 Straatjes borduurt voort op het intiem stedelijke karakter van het centrum van Hilversum en de aaneenschakeling van diverse kleine pleintjes en brinkjes die de stad heeft. De fijnmazige structuur biedt de voetgangers twee sterke routes naar het centrum, via de Leeuwenstraat of via de Stationsstraat. Het intieme Stationsplein nodigt uit en reizigers hebben de ruimte om in een aantrekkelijke omgeving op de omgeving te oriënteren.

B8: Raadscommissie Ruimte en Wonen oktober 2018 Op 17 oktober 2018 adviseert de Commissie Ruimte en Wonen het college van B&W over een tweetal stedenbouwkundige modellen voor de herinrichting van het Stationsgebied. Tijdens de commissievergadering spreekt de meerderheid van de fracties zich uit voor model 2 (De 7 straatjes). Dit kwam overeen met het merendeel van de reacties die vanuit de participatie naar voren kwam B9: Oosterspoorplein Intussen is de gemeente ook gestart met de aanpak van de Spoorzone. In dat kader is er een pilot gestart voor het postcodegebied 1221 (het betreffen buurten gelegen aan de oostzijde van het spoor), waar ook het Oosterspoorplein is gesitueerd. Gezien de dynamiek, de specifieke vragen en de betrokkenheid die in dat deel van de stad zijn losgekomen, is ervoor gekozen om het gebied rondom het Oosterspoorplein breder op te pakken in het kader van de Aanpak Spoorzone. Daarmee is het Oosterspoorplein geen onderdeel meer van het vast te stellen Stedenbouwkundig plan.

B10: Model ‘De 7 Straatjes’ Op 6 november 2018 besluit het college van B&W model 'De 7 Straatjes' verder uit te werken tot een definitief stedenbouwkundig plan voor het Stationsgebied en daarmee in te zetten op: ● Een welkom op een aantrekkelijk vierkant omsloten Stationsplein met ontmoetings- en verblijfsfunctie; ● Twee langzaam verkeersroutes naar het centrum via de Leeuwenstraat en de Stationsstraat; ● Drie nieuwe bouwblokken op het Stationsplein die de nieuwe routes markeren; ● Een Schapenkamp op maaiveld waarbij de centrumring onderdeel van het centrum uitmaakt en de doorstroming verbetert; ● Gelijkvloers oversteken van de centrumring voor voetgangers en fietsers; ● Een doorgaande centrumring van zuid naar noord en een geknipte centrumring ter hoogte van het Stationsplein van noord naar zuid; ● Een volledige herontwikkeling van de Koninginneweg-oost. Met het besluit geeft het college richting aan de uitwerking van het Stedenbouwkundig plan. Het is aan de raad om uiteindelijk te beslissen. Dit besluit wordt in 2019 aan de raad voorgelegd. B11: Raadscommissie Ruimte en Wonen maart 2019 Op 14 maart 2019 bespreekt de commissie het raadsvoorstel tot vaststellen van het Stedenbouwkundig plan. Tevens is ter kennisname een concept-beeldkwaliteitsplan toegevoegd.

De commissie wordt gevraagd het college hierover te adviseren, vooruitlopend op het op te stellen bestemmingsplan (waarbij het beeldkwaliteitsplan ter besluitvorming zal worden gevoegd). Naar aanleiding van het debat en de beraadslagingen in de commissie trekt de wethouder het voorstel met betrekking tot het stedenbouwkundig plan en het concept beeldkwaliteitsplan Stationsgebied namens het college terug en zal het gewijzigd opnieuw in procedure brengen. De wethouder zegt tevens toe het plan op diverse punten te wijzigen. Daarnaast zal een breder onderzoek naar de relatie Oost-West met collega-wethouders worden besproken alsmede binnen welke termijn zo’n onderzoek kan worden afgerond (T19/42) met alle zorgvuldigheid die daarbij komt kijken.

42/45

B12: Raadsbesluit vaststelling Stedenbouwkundig plan Op 29 mei 2019 besluit de raad het integrale stedenbouwkundig plan voor het Stationsgebied vast te stellen en daarmee het volgende te realiseren: ● Een welkom op een aantrekkelijk omsloten Stationsplein met ontmoetings- en verblijfsfunctie. ● Twee routes voor voetgangers van het station naar Groest en Marktplein over resp. de Leeuwenstraat en de Stationsstraat. ● Drie nieuwe bouwblokken op het Stationsplein die de nieuwe routes markeren. ● Bouwblokken met een bouwhoogte van 3 tot 6 lagen. ● De Schapenkamp op maaiveld waarbij de centrumring ingericht wordt als onderdeel van het centrum en de doorstroming verbetert. ● Gelijkvloerse veilige en overzichtelijke oversteken van de centrumring voor voetgangers en fietsers. ● Een doorgaande centrumring van zuid naar noord en een geknipte centrumring ter hoogte van het Stationsplein van noord naar zuid. ● Een volledige herontwikkeling van de Koninginneweg aan de zijde van het spoor (tussen de Stationsstraat en de Schoolstraat), hierna 'Koninginneweg Oost' genoemd. ● De uitbreiding van de bestaande fietsparkeervoorzieningen, mogelijk middels een ondergrondse fietsenstalling aan de centrumzijde van het station.

De raad neemt tevens het volgende amendement (19/30) aan: 'Vanuit stedenbouwkundig en civieltechnisch oogpunt een integraal onderzoek te doen naar mogelijke verbeteringen van de verbinding tussen Hilversum Oost en het Centrum, waarbij het college de aanbevelingen aan de raad voorlegt ter vaststelling als ruimtelijk kader voor het op te stellen bestemmingsplan.'

Figuur B.7. Stedenbouwkundig plan (links: versie 7 februari 2019, rechts: versie 29 maart 2019; De Zwarte Hond/Okra)

43/45

B13: Raadsbesluit met betrekking tot ‘Onderzoek Oost-Centrumverbinding’ Ter uitvoering van amendement A19-30 (aangenomen in de raadsvergadering van 29 mei 2019) heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke verbeteringen van de verbinding tussen Hilversum Oost en Centrum. Dit onderzoek ('Onderzoek verbinding Oost – Centrum', bureau Movares) resulteert in diverse aanbevelingen die zijn samengevat in zeven vervolgstappen. In de vergadering van 16 oktober 2019 heeft de raad het onderzoek vastgesteld en het college opdracht gegeven de vervolgstappen nader uit te werken als kader voor de verdere ontwikkeling van het Stationsgebied. B14: Afsluiting Kleine Spoorbomen Op 6 mei 2020 heeft de raad besloten de Kleine Spoorbomen af te sluiten voor autoverkeer. Onderzocht is welke gevolgen dit besluit, met bijbehorende herinrichting, heeft voor het bestemmingsplan. Het blijkt dat de gemeente ter plaatse van het parkeerterrein van Tiramisu minder gronden nodig heeft dan voorzien tijdens de fase van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. B15: Vaststellingsnota Stationsgebied Op 15 september 2021 besluit de raad over de 'Vaststellingsnota Stationsgebied'. Onderdeel hiervan is een actualisering van het 'Stedenbouwkundig plan', zie figuur B.8.

Wijzigingen betreffen onder andere de locatie van de entree en de omvang van de ondergrondse fietsenstalling, het daarin opnemen van een rolband (tapis roulant) om scooters en buitenmodel fietsen te faciliteren en uitwerkingen op de onderdelen busstation en Kiss & Ride. Tevens stelt de raad het definitieve ontwerp van het busstation vast.

Figuur B.8. Geactualiseerd 'Stedenbouwkundig plan' (versie 6 juni 2021, De Zwarte Hond/Okra)

44/45

B.16: Uitspraak Raad van State Op 2 februari 2022 vernietigt Raad van State het bestemmingsplan 'Stationsgebied 2020', inclusief het bijbehorende besluit 'Hogere waarden'. Voorliggend bestemmingsplan is onder meer aangepast in lijn met de uitspraak. Zo is het bestemmingsplangebied uitgebreid met de wegen waar, conform het 'Akoestisch onderzoek', een geluidsreducerende deklaag zal worden gelegd. Conform de uitspraak van de Raad van State is in de planregels een zogenaamde 'voorwaardelijke verplichting' opgenomen die het leggen van deze laag juridisch borgt. Daarnaast is een beoordeling van het woon- en leefklimaat opgenomen en is een analyse met betrekking tot de Dienstenrichtlijn verwerkt. B.17: Coalitieakkoord In het coalitieakkoord 2022 - 2026 'Hilversum Koesteren' is ten van aanzien van het stationsgebied onder meer opgenomen dat, om extra woningen te creëren, zal worden voorgesteld twee woonlagen toe te voegen aan de gebouwen die op het Stationsplein zullen worden gebouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=e58d18ca-1391-48d7-8815-01b7c1e1e5f2