CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2023-58 inzake actualisatie VTH-beleid

GEMEENTERAAD 27 september 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 033.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 5 van 56

milieugebied) voor de gemeenten en de overgedragen provinciale Wabo-taken in de regio Flevoland & Gooi en Vechtstreek. Risicogericht werken en programmeren is hierbij het centrale uitgangspunt. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zullen door de gemeente Hilversum zo veel mogelijk op integrale wijze worden uitgevoerd. Dit betekent niet alleen dat de samenwerking wordt opgezocht met onze ketenpartners, maar ook dat er binnen de gemeente zo veel mogelijk afstemming en samenwerking plaatsvindt tussen verschillende afdelingen en disciplines. Dit doen wij zowel door overstijgende advisering als door elkaars oren en ogen te zijn op straat. In 2022 worden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen verwacht. Door de Omgevingswet worden regels voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vereenvoudigd en samengevoegd. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zal een deel van de verantwoordelijkheden ten aanzien van de bouwtaken, die nu bij de gemeenten liggen, straks naar de markt verschuiven. De invoering van deze wetten heeft grote impact op vergunningverlening, toezicht en handhaving en zal voor bepaalde aspecten ook veranderingen teweeg brengen in het beleid. Alhoewel dit beleid in bepaalde opzichten al wel een doorkijkje biedt naar deze veranderingen zullen de daadwerkelijke wijzigingen op een later moment pas worden verwerkt in dit beleid.

Dit beleid voldoet echter al wel aan procescriteria ten aanzien van de uitvoerings- en handhavingsstrategieën (nu in het Besluit omgevingsrecht artikel 7.2) die na inwerkingtreding de Omgevingswet in het Omgevingsbesluit (artikel 13.6) komen te staan.

Leeswijzer

Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen weer van de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel is de voorliggende bijlagenbundel waar de strategieën uit het eerste deel gedetailleerd worden uitgewerkt.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 6 van 56

Bijlage 1: Vergunningenstrategie 1.1 Inleiding

De vergunningenstrategie biedt objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen, het beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. Deze zaken worden in deze bijlage beschreven. Daarnaast wordt hier de algemene werkwijze bij vergunningverlening beschreven. Hierbij wordt ingegaan op de Wabo (deel)activiteiten bouwen, afwijken bestemmingsplan, wijzigen monument, slopen, brandveilig gebruiken, milieu (m.u.v. de uitbesteedde basistaken) en vellen.

1.2 Objectieve criteria

De gemeente Hilversum hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De criteria bestaan zowel uit wettelijke bepalingen als uit lokale beleidsregels en verordeningen. In de volgende paragrafen worden de criteria uiteengezet van landelijke naar gemeentelijke criteria.

1.2.1 Bouwbesluit 2012 (straks Bbl)

Het Bouwbesluit 2012 bevat voorschriften over veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en geluid. Alle bouw- en sloopactiviteiten en bouwwerken moeten aan die voorschriften voldoen. Het besluit bevat ook Europese voorschriften en toezeggingen aan de Tweede Kamer. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Bouwbesluit vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl komen er ook een aantal nieuwe maatwerkregels, zoals over EPC (dat wordt BENG), milieuprestatie (MPG) en bruikbaarheid. Zo mogen gemeenten straks in het Omgevingsplan voor aan te wijzen gebieden hogere eisen stellen aan de energie- en milieuprestatie dan het Bbl voorschrijft. Ook worden bestaande instrumenten omgezet in maatwerkvoorschriften, zoals bij de melding brandveilig gebruik, aanschrijving bestaande bouw en bouw- en sloopveiligheid. Bovendien komen er specifieke zorgplichten in het Bbl.

1.2.2 Activiteitenbesluit (straks Bal + bruidsschat)

Het Activiteitenbesluit is een besluit waarin regels staan opgenomen voor bedrijven die worden aangemerkt als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het besluit kent verschillende type regels voor de drie verschillende typen inrichtingen, te weten inrichtingen type A, B en C. De types zijn oplopend in de mate van milieubelasting. Inrichtingen type A zijn inrichten die minder milieubelastende activiteiten uitvoeren, zoals bijvoorbeeld veel kantoor- en schoolgebouwen. Inrichtingen type B zijn inrichtingen die bij de oprichting of een wijziging een melding moeten doen aan het bevoegd gezag. Inrichtingen type C zijn inrichtingen die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben. Onder de Omgevingswet verdwijnt het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer. Het wordt vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit. De rijksregels hiervoor staan straks in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarnaast gaan er ook regels over milieubelastende activiteiten naar het omgevingsplan door middel van de bruisschat. De bruidsschat bevat regels die onder de Omgevingswet verhuizen van rijksniveau naar gemeenten. De gemeente kan deze regels vervolgens naar wens aanpassen.

De regels ten aanzien van milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat staan, gaan onder andere over lozing op de riolering of de bodem, maar bevatten ook thema’s als geluid, trillingen en geur (lokale overlastzaken). De bruidsschat moet worden verwerkt in het omgevingsplan.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 7 van 56

1.2.3 Besluit lozen buiten inrichtingen In het Besluit lozen buiten inrichtingen zijn regels opgenomen voor categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen deze regels terecht in de Waterschapsverordening (hiervoor is de gemeente Hilversum geen bevoegd gezag) en in de bruidsschat.

1.2.4 Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval

Het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval heeft betrekking op situaties waar bouw- en sloopafval met een mobiele installatie wordt gebroken op de locatie waar het materiaal vrijkomt. Hierbij kan sprake zijn van het breken van steenachtige bedrijfsafvalstoffen die vrijkomen bij het bouwen of slopen van wegen, gebouwen of andere bouwwerken, zowel buiten een inrichting als binnen een inrichting. Onder de Omgevingswet komen de regels voor een deel terecht in de Omgevingswet zelf en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

1.2.5 Wet natuurbescherming (Wnb) + Wet stikstofreductie en natuurverbetering

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet moet ervoor zorgen dat populaties van de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan en waar mogelijk verbeterd worden. Sommige activiteiten kunnen schadelijk zijn voor de natuur. De gemeente kijkt daarom bij aanvragen voor omgevingsvergunningen of deze voldoen aan de Wet natuurbescherming. Hierbij toetst de gemeente alleen op volledigheid van de verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). We toetsen niet zelf of er wordt voldaan aan deze wet. In de vergunning worden de voorwaarden opgenomen uit de Vvgb. Vanaf dat punt is de gemeente bevoegd gezag om te controleren of deze voorwaarden worden nageleefd. De controle hierop ligt bij toezicht en is afhankelijk van de prioritering (zie Bijlage 8 en 9). Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen voor Natura 2000 gebieden of soortenbescherming. De provincie bepaalt namelijk voor hun eigen gebied wat wel en niet mag in de natuur aan de hand van nationale en internationale regels. De bescherming van de natuur in de overige door de provincie aangewezen gebieden ligt via het bestemmingsplan bij de gemeenten. Sinds 1 juli 2021 is echter ook de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht.

Deze wijzigt de Wet natuurbescherming (en straks dus de Omgevingswet) op een aantal punten. De wet gaat onder andere in op eisen ten aanzien van stikstofreductie tot en met 2035 op Natura-2000 gebieden, de legalisering van voorheen vergunningvrije projecten met een geringe depositie en bevat ook een partiële vrijstelling voor de bouwsector van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb. Dit laatste houdt in dat tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg worden vrijgesteld van een natuurvergunningplicht. De vrijstelling geldt alleen voor de gevolgen van stikstofdepositie en niet voor andere significante gevolgen. Leidraad Natuurinclusief Bouwen In 2021 is de Leidraad Natuurinclusief Bouwen vastgesteld door de gemeente Hilversum. Zoals de nam al aangeeft is de leidraad geen objectief criterium maar een richtlijn. De gemeente Hilversum vindt het behoud en de verbetering van de stad als leefgebied voor dieren en planten namelijk erg belangrijk. In de leidraad wordt gewerkt met een ecopuntensysteem. Dit ecopuntensysteem helpt initiatiefnemers om een afweging te maken welke fauna- en groenvoorzieningen het beste gerealiseerd kunnen worden bij een nieuwbouwproject. Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 8 van 56

1.2.5.1 Werkwijze onderzoek stikstofdepositie gemeente Hilversum De Wabo schrijft in artikel 2.7 voor, dat de aanvrager er voor verantwoordelijk is dat alle onlosmakelijk verbonden activiteiten die verband houden met de aangevraagde activiteit, in de aanvraag worden opgenomen. Na inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering betekent dus nog dat gebruik van gebouwen (dus tijdens de gebruiksfase, bijvoorbeeld door extra autoverkeer) mogelijk zou leiden tot neerslag van stikstof (stikstofdepositie) in een van de rond Hilversum gelegen Natura-2000-gebieden (het Naardermeer of de Oostelijke Vechtplassen), op grond van Wabo, artikel 2.1, lid 1, aanhef en onder i, juncto Bor, artikel 2.2aa, aanhef en onder a (in de plantoets ‘gebiedsbescherming’ genoemd), een ‘natuurvergunning’. De natuurvergunning kan ook los aangevraagd worden. In dat geval is de provincie bevoegd gezag. Bij het combineren van de toestemming het de omgevingsvergunning is de gemeente bevoegd gezag, maar vragen we een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) bij de provincie om de vergunning te mogen verlenen. Omdat de gemeente moet beoordelen of een aanvraag om te bouwen volledig is moeten we dus ook weten of er ook een omgevingsvergunning voor ‘gebiedsbescherming’ nodig is. De aanvrager moet dus aannemelijk maken dat dat niet nodig is en i.c.

dat er geen sprake is van stikstofdepositie op locaties in Natura 2000-gebied of een andere nadelige invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Vrijstelling voor tijdelijke activiteiten zoals bouwen en slopen is geregeld in het Besluit Natuurbescherming. Omdat het in theorie al bij kleine bouwplannen zou kunnen spelen, zou de gemeente bij alle aanvragen al om een onderzoek naar de stikstofdepositie moeten vragen. Dat gaat echter vrij ver. Daarom is besloten dat er alleen een onderzoek naar de stikstofdepositie wordt gevraagd (een nieuw - verzoek om aanvullende gegevens) als de aanvraag betrekking heeft op: - twee of meer nieuwbouwwoningen, - een nieuw gebouw(en) met een (totaal) vloeroppervlak dat groter is dan 250 m², - grootschalige renovatie/verbouw aan gebouwen met een (totaal) vloeroppervlak groter dan 250 m². Deze werkwijze geldt ook: - voor reeds ontvankelijk verklaarde aanvragen; - als er GEEN strijd is met het bestemmingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Wet natuurbescherming via een aanvullingswet geïntegreerd in de Omgevingswet. Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bestaat dan de algemene zorgplicht voor Natura 2000 gebieden en een vergunningsplicht voor het ontwikkelen van activiteiten in deze gebieden. Hiervoor is een bindend advies nodig van het bevoegd gezag (in dit geval provincie of rijk).

1.2.6 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) Deze wet Bibob stelt bestuursorganen in staat om zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten bestuurlijk worden gefaciliteerd. Dit als reactie op signalen dat de georganiseerde criminaliteit in toenemende mate doordringt in het economisch leven en een beroep doet op bestuurlijke faciliteiten. De Wet Bibob beoogt te voorkomen dat met gebruikmaking van vergunningen criminele activiteiten worden ontplooid en zwarte gelden worden witgewassen. Wie een omgevingsvergunning aanvraagt kan dus te maken krijgen met deze wet. Om te bepalen welke aanvragen hiervoor in aanmerking komen zijn vaste criteria opgesteld.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 9 van 56

1.2.7 Bestemmingsplan (straks Omgevingsplan)

Het bestemmingsplan is een gemeentelijk instrument waarin gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn vastgelegd voor een specifiek gebied. Gemeenten zijn verplicht voor hun gehele grondgebied te beschikken over actuele bestemmingsplannen. De kern van het bestemmingsplan is geformuleerd in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis van dit artikel worden voor een goede ruimtelijke ordening aan de in het plan aangewezen gronden een bestemming toegewezen. Ook worden in verband met die bestemming in elk geval regels gegeven over het gebruik van de grond en de bouwwerken daarop en over de bouwwerken zelf. Met de ingang van de Omgevingswet maken de verschillende bestemmingsplannen van iedere gemeente ruimte voor één Omgevingsplan voor het hele grondgebied. Het omgevingsplan heeft een bredere reikwijdte en een andere opzet: van conservatief naar gericht op ontwikkelmogelijkheden. Het beperkt zich niet meer tot de planologische aspecten, zoals de bestemmingsplannen wel deden, maar voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast kan het ook andere regels bevatten over activiteiten. Het gaat dan om activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.

1.2.8 Algemene Plaatselijke Verordening (straks deels in het Omgevingsplan)

In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staat gemeentelijke regelgeving rondom openbare orde en veiligheid en de fysieke leefomgeving. De regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn onder andere regels over het vellen van houtopstanden, het parkeren van grote voertuigen of het veroorzaken van geluid bij collectieve of incidentele festiviteiten en evenementen, en werkzaamheden buiten een inrichting. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen moeten worden in het omgevingsplan. Gemeenten kunnen daarbij wel andere keuzes maken dan nu in de APV is vastgelegd. Ze kunnen bijvoorbeeld een vergunningplicht vervangen door een algemene regel of andersom.

1.2.9 Commissie voor Welstand en monumenten (straks gemeentelijke adviescommissie)

De Commissie voor Welstand en Monumenten toetst aanvragen voor bouwactiviteiten aan de criteria van de welstandsnota en adviseert Burgemeester & wethouders daarover. In de welstandsnota staat per gebied en soms ook per gebouw op welke regels wordt gecontroleerd. Ook aanvragen omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument worden voorgelegd aan de Commissie. Daarnaast adviseert de Commissie over aanvragen voor het wijzigen van monumenten en over plaatsing van panden op de monumentenlijst. Onder de Omgevingswet is een gemeentelijke adviescommissie alleen verplicht voor het toetsen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Er kunnen echter ook andere adviesrollen bij de commissie belegd worden. Gemeenten moeten voor de inwerkingtreding van de wet de inrichting van de verplichte adviescommissie hebben geregeld. Voor de gemeente Hilversum verandert hier in de praktijk niets aan omdat de commissie nu al is belast met de verplichte advisering en toetsing voor Rijksmonumenten, uitgebreid met een adviesrol voor de welstandscriteria. Wel gaan er veranderingen optreden in het adviesstelsel. De huidige Commissie Welstand en Monumenten (CWM) zal namelijk samengevoegd worden met de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) tot één gemeentelijke adviescommissie. Dit vergt een nieuwe integrale aanpak.

Daarnaast wordt door deze samenvoeging meer en meer een rol verwacht in de advisering vooraf in plaats van een toetsing achteraf.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 10 van 56

1.2.10 Bouwverordening (vervalt onder de Omgevingswet)

De bouwverordening is een gemeentelijke verordening. Hierin staat, waar nodig, een aanvullende (stedenbouwkundige) regeling op zaken als bestemmingsplannen, voorschriften voor brandveiligheid, aansluiting op nutsvoorzieningen, plichten tijdens de bouw, zoals het afscheiden van bouwterreinen, melden van werkzaamheden en bescheiden die op een bouwplaats aanwezig moeten zijn, en plichten bij voltooiing en bij ingebruikname van een bouwwerk. De wettelijke grondslag van de bouwverordening is opgenomen in artikel 8 van de Woningwet. De Omgevingswet voorziet in het vervallen van hoofdstuk II van de Woningwet waar ook dit artikel in is opgenomen. Daarmee zal bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de bouwverordening (van rechtswege) vervallen.

1.2.11 Asbestverwijding

In het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften opgenomen die gelden tijdens de sloop ten aanzien van asbest bevattende bouwwerken. Er wordt aangegeven welke regels gelden wanneer asbest aanwezig is. De voorschriften gaan onder andere over de wijze van slopen, de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving en het omgaan, verwerken en verwijderen van diverse soorten vrijkomen sloopafval, waaronder dus asbest. Het (keten)toezicht op asbestverwijding en de advisering over asbestinventarisatierapporten heeft de gemeente Hilversum uitbesteed aan de OFGV.

1.2.12 Archeologie In de gemeente Hilversum is een archeologische beleidskaart vastgesteld waarbij voor gebieden verschillende archeologische verwachtingswaarden zijn benoemd, hoog, middel-hoog, laag. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar aangewezen bestemming(en), mede bestemd voor bescherming en het behoud van de aanwezige archeologische waarden. Voor ondergrondse waarden en archeologische monumenten geldt een relatie met aanlegvergunningen.

1.3 Werkwijze bij vergunningverlening

Hieronder worden de verschillende werkwijzen beschreven die Hilversum hanteert bij voorlichting, vooronderzoek, vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. Daarnaast wordt de werkwijze prioritair werken kort toegelicht. Een uitwerking hiervan is te vinden in Bijlage 8.

1.3.1 Voorlichting

De gemeente Hilversum heeft haar VTH-taken ingericht op het principe dat het overgrote deel van goed naleefgedrag voortkomt uit het goed communiceren van verwachtingen. Als gebruikers weten waaraan ze moeten voldoen, en ook weten wat de gemeente van hen verwacht, dan kunnen veel misverstanden bij voorbaat worden vermeden. Het expliciet maken van die verwachtingen gebeurt door de volgende uitgangspunten te hanteren in de voorlichting en communicatie naar de gebruikers van de leefomgeving: Hilversum zorgt voor heldere en makkelijk te vinden informatie op de website van de gemeente www.hilversum.nl met links naar beschikbare informatieve sites zoals www.overheid.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast communiceert Hilversum via diverse social media. Wie niet over internet beschikt, kan voor de op de website beschikbare voorlichting en informatie ook terecht bij het Klant Contact Centrum (KCC) van de afdeling Publiekszaken. Dit kan zowel telefonisch (via 14035) als door het maken van een afspraak op het stadskantoor van de gemeente Hilversum. Daarnaast geven de Hilversumse toezichthouders, waar nodig, mondeling voorlichting in het veld. Tot slot kan er ook doelgroepgerichte voorlichting plaatsvinden.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 11 van 56

1.3.2 Vooronderzoek

Voordat een initiatiefnemer een formele aanvraag doet, kan diegene een ‘vooronderzoek’ laten doen. Hiermee wordt, voordat er een vergunning wordt aangevraagd, nagegaan of bepaalde plannen haalbaar zijn. Op een verzoek om vooronderzoek volgt een advies. Dit is geen vergunning. Gemiddeld duurt het 4 tot 6 weken voordat een klant antwoord krijgt. Het verzoek om vooronderzoek kan digitaal worden aangevraagd via de website van de gemeente Hilversum. Het eindresultaat is een schriftelijk advies/indicatie van de haalbaarheid van een initiatief. De initiatiefnemer bepaalt hierbij zelf op welke facetten hij zijn plan beoordeelt wil hebben. Denk hierbij aan toetsing aan een bestemmingsplan of redelijke eisen van welstand. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende tijdens de officiële aanvraag niet meer tegen onverwachte obstakels aan. Tevens kan de gemeente in het voortraject adviseren over de wijze van vergunningaanvraag (gefaseerd, deelactiviteiten). Bij ingrijpende of “gevoelige” plannen vindt tijdens het vooronderzoek in elk geval terugkoppeling naar de portefeuillehouder plaats. De kwaliteit van de ingediende gegevens bepaalt de toetsingsmogelijkheden. De ervaring leert dat de meerderheid van de vooronderzoeken leidt tot een formele aanvraag.

De tijd die wordt gestoken in de behandeling van een vooronderzoek, wordt in het formele stadium dus veelal teruggewonnen. Degene die het vooronderzoek behandelt, behandelt in principe ook de uiteindelijke definitieve aanvraag.

1.3.3 Aanvraag omgevingsvergunning

Hilversum werkt zo veel mogelijk digitaal, met goed werkende koppelingen en systemen. Adviezen worden integraal beoordeeld en er is één aanspreekpunt voor de aanvrager, de casemanager. Het is de taak van de casemanager om te zorgen dat alle onderdelen bij elkaar komen. Met casemanagement wil Hilversum voorkomen dat de klant niet weet waar hij/zij zijn moet en zelf gaat “shoppen" of van het "kastje naar de muur” wordt gestuurd. De casemanager heeft de volgende taken en vaardigheden: • Is regievoerder en proceseigenaar. • Fungeert als enige contactpersoon richting de aanvrager. • Is procesbewaker en voortgangsbewaker. Houdt termijnen in de gaten en trekt aan de bel als het proces staakt. Zorgt voor de activering van vakdisciplines, zowel in-/extern, als nodig. • Verantwoordelijk voor het (parallel) uitzetten en verwerken van de (deel)adviezen. • Volgt de aanvragen tot en met de besluitvorming. • Stelt de beschikking op. • Zorgt voor tijdige en juiste advisering en bij tegenstrijdige adviezen zorgt hij/zij voor afstemming. • Als een bepaald omgevingsaspect dat vereist, schakelt/ligt de casemanager externe partijen in. • Hanteert een oplossingsgerichte aanpak bij het doorlopen van de procedure. Als een procedure hapert, moet de casemanager ingrijpen door de juiste personen te activeren. Hij/zij beschikt daartoe over een 'overall view'.

• De casemanager verzorgt de dossiervorming • Heeft afdoende kennis over de omgevingsvergunning, relevante wetgeving en ICT. In het vergunningproces wordt er parallel geadviseerd. Bij een (ontvankelijke) aanvraag worden in week 2 van de totale proceduretijd alle adviseurs in één keer door de casemanager gevraagd om hun advies uit te brengen. Hierbij is het uitgangspunt dat geadviseerd wordt binnen 2 weken. De adviseurs zetten hun adviezen in Key2vergunningen, de vergunningenapplicatie. De casemanager is voortgangsbewaker. De casemanager zorgt voor tijdige en juiste advisering en bij tegenstrijdige adviezen zorgt hij/zij voor afstemming en een eindbeslissing. Voor het behandelen van verzoeken om van een bestemmingsplan af te wijken, is hiervoor een special overleg gecreëerd; het Omgevingsteam. In deze besliskamer zitten adviseurs van

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 12 van 56

verschillende disciplines. Het Omgevingsteam stelt integrale adviezen op die gebruikt worden om het wel of niet toestaan van een bestemmingsplanafwijking te motiveren. Enkelvoudige omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteit milieu worden uitgevoerd overeenkomstig het Regionaal beleidskader VTH 2019-2022, wat inhoudt dat deze door de gemeente worden doorgestuurd naar OFGV. Bij meervoudige waar ook een onderdeel milieu bij zit is de OFGV adviseur van de gemeente. Dit is echter alleen het geval als het een bedrijf betreft dat onder de basistaken valt.

1.3.4 Afhandelen van meldingen In veel wet- en regelgeving worden de laatste jaren vergunningstelsels vervangen door een systeem van Algemene regels en meldingen. Dit is sinds jaren al een bekend fenomeen in de milieuwetgeving. Een voorbeeld hiervan is de melding Activiteitenbesluit. Ook voor het brandveilig gebruik en slopen is een systeem van meldingen opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Voor reclame is dat gedaan in de APV. Bij meldingen gaat de regelgever er vanuit dat voor bepaalde activiteiten volstaan kan worden met een mededeling aan het bevoegd gezag. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend. Een inhoudelijke beoordeling en acceptatie van de melding past niet op alle onderdelen in deze richting. Bij het Activiteitenbesluit, Besluit lozingen buiten inrichtingen en mobiel puinbreken is een beoordeling van de melding echter noodzakelijk omdat dit het enige moment is waarop onderzoeken van de melder gevraagd kunnen worden of maatwerk opgelegd kan worden voor de laatste twee.

1.3.5 Registratie aanvragen en meldingen Op dit moment komen aanvragen en meldingen lozen buiten inrichtingen en meldingen mobiel puinbreken nog binnen via het Online Omgevingsloket (OLO) en worden deze geregistreerd in de vergunningenapplicatie Key2Vergunningen. Meldingen Activiteitenbesluit komen binnen via de AIMonline en volgen een andere route dan hierboven beschreven. Het is wel de bedoeling dat dit ook voor het BAL via het DSO zal gaan. Onder de Omgevingswet gaat het OLO op in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Vervolgens worden de aanvragen en meldingen geregistreerd in de VTH-applicatie Centric Leefomgeving. In Centric Leefomgeving worden verschillende labels gehangen aan een aanvraag of melding. De labels geven de prioriteit en de verwachte tijdsbesteding aan. Op die manier kan managementinformatie worden gegenereerd waardoor de gemeente de verwachte benodigde en beschikbare capaciteit goed in beeld kan houden. De uitkomst hiervan wordt jaarlijks uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma.

1.3.6 Werkwijze prioritair werken Omdat er niet voldoende capaciteit is om alle vergunningaanvragen en meldingen volledig te toetsen betekent het opstellen van een VTH-beleid dat er keuzes moeten worden gemaakt. In dit VTH-beleid zijn daarom de VTH-taken geprioriteerd voor zowel bouw- als milieu activiteiten. Dit is gedaan door de VTH-taken op te delen in categorieën waar vervolgens een risicoanalyse op uitgevoerd is (zie Bijlage 9 en 10). Op basis van het ingeschatte risico aan de hand van de risicoanalyse is een prioriteit gekoppeld aan iedere categorie. Het toetsniveau en de werkwijze bij de behandeling van aanvragen en meldingen hangt af van de prioriteit die de categorie heeft gekregen waarbinnen deze aanvragen en meldingen vallen (zie Bijlage 8 en 10).

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 13 van 56

Bijlage 2: Nalevingsstrategie (preventie) 2.1 Inleiding

Vrij vertaald betekent handhaving: “het bevorderen of bewerkstellen van de naleving van regels”. De gemeente heeft hier allerlei middelen en instrumenten voor. Er zijn preventieve instrumenten (zoals waarschuwen en de last onder bestuursdwang/dwangsom) en repressieve of sanctionele instrumenten (zoals de bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking1)). Daarnaast zijn er instrumenten als spoed-bestuursdwang en een reparatieve en een preventieve last onder dwangsom/bestuursdwang. Een nadere beschrijving van deze handhavingsinstrumenten en enkele Hilversumse keuzes hieromtrent staan in Bijlage 4. De proactieve instrumenten die Hilversum gebruikt (zoals voorlichting en ‘oplossingsgericht werken’) en het Hilversumse beleid ten aanzien van gedogen, staan hieronder beschreven.

2.2 Strategie proactieve (stimulerende) instrumenten

‘Voorkomen is beter dan genezen’. Hilversum gebruikt zoveel mogelijk proactieve instrumenten. Hierdoor worden gedrag en naleving van burgers en bedrijven op een positieve manier beïnvloed en hoeven tijdrovende en kostbare reparatieve en repressieve instrumenten minder te worden toegepast.

2.2.1 Voorlichting/communicatie

Hilversum geeft op passieve en actieve wijze voorlichting over dit VTH-beleid en de regels voor de bebouwde en onbebouwde omgeving. Als men de regels kent en begrijpt, worden deze beter nageleefd en zijn mensen gemotiveerd om hun omgeving hierop te wijzen. Er wordt dan ook ingezet op de communicatie omtrent (nieuw) beleid, regelgeving en de daaruit voortvloeiende handhaving. De communicatie vindt gericht plaats aan de hand van deze communicatievormen: - Massacommunicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de handhaving ervan. - Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels en handhaving die voor hun/dat gebied van toepassing zijn. - Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een burger of bedrijf over de regels en de handhaving ervan. Voor de communicatie wordt gebruik gemaakt van bestaande netwerken, zoals brancheverenigingen, ondernemersverenigingen, buurtverenigingen en websites. Daarnaast kan de klant worden bereikt door (doelgroepgerichte) nieuwsbrieven/folders en publicaties in de (lokale) media. De gemeentelijke toezichthouders spelen ook een grote rol bij de communicatie richting de klant. Zij functioneren als een “frontoffice in het veld”. Ook kunnen zij signalen uit de buurt opvangen zodat er samenlevingsgericht kan worden geacteerd.

Daarnaast vindt goede communicatie aan de voorkant van het vergunningproces plaats. Vooroverleg voorkomt in grote mate het (on)bewust overtreden van de regels.

2.2.2 Oplossingsgericht werken

Burgers en bedrijven vinden steeds meer zelf hun weg in gemeenteland. Veel zaken regelt men digitaal en nieuwe regelgeving is daar ook op gericht. Omdat veel informatie via internet wordt verzameld is ‘de ambtenaar’; minder nodig als eerste informatiebron. In plaats daarvan is die nodig als vertaler van regels naar begrijpelijke taal. De manier waarop burgers en bedrijven de gemeente benaderen verandert. De communicatie is laagdrempeliger, minder formeel en verloopt vaak via email.

1 Dit beperkt zich tot zaken die vallen binnen domein 1.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 14 van 56

Dit vraagt om een andere vorm van communicatie tussen ambtenaren en burgers/bedrijven. De rol van ambtenaren verschuift van informatie-autoriteit naar gesprekspartner. Van een ambtenaar wordt verwacht dat deze kan luisteren en klanten met respect behandelt. Ambtenaren die kijken met een open blik en een meewerkende houding hebben, zonder daarbij de grenzen van de wet en de belangen van anderen uit het oog te verliezen. Doorgaans maken burgers/bedrijven hun bezwaren, problemen en/of conflicten wel op formele wijze kenbaar. Er worden juridische trajecten in gang gezet, zoals klachten-, zienswijzen-, bezwaarof beroepsprocedures. Het effect van deze procedures is vaak dat standpunten verharden en de verhouding met de gemeente verslechtert. Afstandelijkheid, juridisering en procedures bepalen het beeld waardoor de (achterliggende) problemen niet aan bod dreigen te komen. Gevolg van een formele gang van zaken is dat het vertrouwen van burgers/bedrijven in de gemeente verder afneemt. Om dit proces te keren, werken ambtenaren van de gemeente Hilversum op een proactieve, oplossingsgerichte wijze. Bij ‘oplossingsgericht werken’ is communicatie een belangrijk aspect. Ambtenaren moeten zo goed mogelijk met de klant en de omgeving communiceren, bij voorkeur mondeling. Het accent ligt op de voorkant van het proces. In deze fase ligt de nadruk meer op het vinden van adequate oplossingen.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 15 van 56

Bijlage 3: Toezichtstrategie 3.1 Inleiding

Onder toezicht wordt verstaan het controleren of de wettelijke bepalingen worden nageleefd. In deze bijlage wordt de toezichtstrategie van de gemeente Hilversum uiteengezet. In Hilversum wordt gewerkt met verschillende toezichtsvormen. Deze worden ingezet om gecoördineerd en integraal toezicht te houden. Hierdoor vermindert de toezichtdruk voor burgers, bedrijven en instellingen en is het mogelijk om daadkrachtiger op te treden. Dit stuk maakt onderscheid tussen de drie hoofdvormen van toezicht; vergunningsgericht, objectgericht en gebiedsgericht toezicht. Daarnaast worden drie overkoepelende vormen van toezicht gehanteerd, namelijk: thematisch toezicht, klachtentoezicht en signaaltoezicht. Al deze vormen worden in deze toezichtstrategie omschreven. Ook worden de voorbereiding en de rapportage beschreven.

3.2 Voorbereiding van toezicht

De gemeente Hilversum draagt zorg voor de kwaliteit van de uitvoering van toezicht. Er wordt voor gezorgd dat de controles door toezichthouders op een uniforme wijze worden uitgevoerd. Dit is onder andere mogelijk door een goede voorbereiding. Voordat een toezichtcontrole wordt uitgevoerd, worden altijd eerst de relevante documenten beoordeeld die bij een casus horen. Als toezicht plaatsvindt naar aanleiding van een omgevingsvergunning zijn deze documenten samengevoegd in een dossier en terug te vinden in Key2 (binnenkort Centric Leefomgeving). De volledigheidstoets op de stukken is in dat geval al gedaan door vergunningverlening. Uitgezonderd hiervan zijn de documenten die nog aangeleverd moeten worden tijdens het proces. Als een toezichtzaak nieuw binnenkomt, maakt de toezichthouder een dossier aan door alle relevante documenten te verzamelen. Vervolgens worden de stukken door de toezichthouders beoordeeld op volledigheid, actualiteit en relevantie. Afhankelijk van de toegekende prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) worden ook de vergunningsvoorwaarden doorgenomen. Wanneer voor het betreffende bouwplan ook een bouwveiligheidsplan benodigd is, wordt ook deze getoetst op volledigheid en inhoud en op de naleving ervan. Indien gewenst wordt intern eerst een overleg gehouden tussen verschillende afdelingen alvorens een toezichtcontrole wordt uitgevoerd.

In het geval van milieutoezicht is er geen sprake van nieuwe dossiers. Als een object wordt toebedeeld ontvangt de toezichthouder de toezichtrapportage die vervolgens aan de hand van eigen controles wordt aangevuld.

3.3 Hoofdvormen van toezicht 3.3.1 Vergunninggericht toezicht Vergunninggericht toezicht is toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Het gaat hierbij om toezicht op onder meer: - het naleven van de voorschriften van een verleende omgevingsvergunning voor bouw- en gebruiksactiviteiten waarbij wordt onder andere gecontroleerd op voorschriften uit het Bouwbesluit 2012, de bouwverordening en het bestemmingsplan voor zover deze regels betrekking hebben op die onderliggende vergunning. - het naleven van voorschriften uit het Bouwbesluit 2012, de naleving op eventueel aanvullend gestelde voorschriften. - het naleven van de voorschriften van een verleende omgevingsvergunning

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 16 van 56

Om de frequentie van vergunninggericht toezicht te bepalen wordt gebruik gemaakt van matrices die zijn gebaseerd op de landelijke richtlijnen voor bouwen en slopen. De matrices zijn als Bijlage 11 ingevoegd in deze bijlagenbundel.

3.3.2 Objectgericht toezicht Bij objectgericht toezicht gaat het om toezicht op aangewezen bestaande objecten tijdens de gebruiksfase. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het periodiek controleren van cafés op het gebied van brandveiligheid. De gebruiksfase begint nadat een object (bijvoorbeeld een gebouw) is opgericht, is ingericht en “gebruiksklaar” is. Objectgericht toezicht vindt plaats op grond van specifieke verleende omgevingsvergunningen (die cyclisch gecontroleerd moet worden op voorschriften) of bij bepaalde meldingsplichtige objecten (waarbij algemeen geldende voorschriften worden gecontroleerd). Het gaat hier om periodiek toezicht op: - ‘langlopende’ omgevingsvergunningen en/of op algemene voorschriften op het gebied van (brand)veiligheid en milieu. - evenementen op het gebied van (brand)veiligheid, milieu en leefbaarheid. - de instandhoudingstermijn van tijdelijke activiteiten, bouwwerken en/of tijdelijke ontheffingen. Voor de uitvoering van objectgericht toezicht worden de prioriteringen gehanteerd die worden omschreven in Bijlagen 9 en 10.

3.3.3 Wijkgericht toezicht Wijkgericht toezicht gaat over toezicht gerelateerd aan wijken/geografische gebieden. Hiermee is het mogelijk om gericht toezicht te houden op die aspecten die voor een bepaalde wijk van belang zijn. Er zijn de volgende thema’s te onderscheiden: -

Toezicht op ‘Bouwen en Wonen’: (strijdig) gebruik en illegaal oprichten/veranderen van bouwwerken en (openbare) gronden (zie Bijlage 9) Toezicht niet inrichting gebonden milieuactiviteiten (zie Bijlage 10), uitgezonderd de aan de OFGV overgedragen taken, waaronder Besluit Bodemkwaliteit. Toezicht op algemene gebruiksregels voor de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld APV).

Het gaat hier om toezicht op algemene wet- en regelgeving en niet op objectgebonden zaken. Het doel is door aanwezig te zijn en in gesprek te blijven met de wijk overtredingen te voorkomen. Daarom houden wij periodieke controles per wijk. Opzet van het wijkgericht toezicht is dat dit plaatsvindt door generalistische toezichthouders. Zij zijn de ‘ogen en oren’ op straat. Door hun gebiedskennis weten zij welke toezichtstaken in welke wijken specifieke aandacht vragen. Het toezicht vindt zoveel mogelijk integraal plaats. Voordeel hiervan is dat er meer toezicht op verschillende aspecten plaatsvindt en dat er daardoor sneller wordt gecorrigeerd. Dit heeft tot gevolg dat het naleefgedrag verbetert.

3.4 Overkoepelende vormen van toezicht 3.4.1 Thematisch toezicht Thematisch toezicht is toezicht op handhavingstaken of gebieden die door bepaalde specifieke kenmerken of problemen, een andere aanpak vereisen of prefereren. Gedacht kan worden aan periodiek integraal toezicht op een industrieterrein, het buitengebied en het controleren van illegale brandplaatsen rond oud en nieuw of brandwerende gevelbekleding. Dit vindt in principe jaarlijks plaats in het kader van de Handhavingsestafette.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 17 van 56

Per thema wordt een werkwijze opgesteld. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat specialisten en generalisten samen (integraal) gaan controleren. Bij thematisch toezicht kan ook gekozen worden om bepaalde aspecten van vergunningsgericht, objectgericht en wijkgericht toezicht te combineren.

3.4.2 Meldingentoezicht Meldingentoezicht vindt plaats naar aanleiding van een melding van burgers/bedrijven (extern) of van andere afdelingen/collega’s/bestuur (intern). Meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per email of via internet door middel van de Melding Openbare Ruimte (MOR) binnenkomen. Het vervolg wordt voor de onderwerpen Bouwen en Ruimtelijke Ordening bepaald aan de hand van het zogeheten “Poortwachtersoverleg” met de Uitvoeringsdienst van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, waarna ook de melder wordt geïnformeerd. Sturing vindt plaats op tijdigheid, juiste routering, onderwerp (prioriteit) en aantal. Meldingen moeten betrekking hebben op activiteiten waarin de gemeente (zelf) bevoegd is om op te treden. Daar waar de gemeente niet bevoegd is of de afhandeling is ondergebracht bij derden (b.v. GAD, GNR , OFGV, ODNZKG, ODNHN of Waternet) wordt de melding doorgezet en de melder hierover geïnformeerd. Hierbij geldt een uitzondering bij tijdelijke acute telefonische klachten over geluid of geur van aan de OFGV overgedragen bedrijven. De gemeente doet de constatering en draagt deze ter afhandeling over aan de OFGV.

Op basis van externe factoren, zoals politieke gevoeligheid, ruimtelijke uitstraling, ondermijning en/of illegale prostitutie kunnen binnenkomende meldingen in het Poortwachtersoverleg wel van lage naar hoge prioriteit opgeschaald worden, maar niet de andere kant op. Hoge prioriteit in het beleid blijft altijd hoge prioriteit, maar een lage prioriteitszaak kan wel hoge prioriteit krijgen op basis van andere factoren. In het geval van milieumeldingen wordt niet eerst een overleg gevoerd alvorens de controle plaatsvinden. Bij milieumeldingen gaat de toezichthouder altijd op controle. Indien noodzakelijk wordt vervolgens handhavend opgetreden. Indien is bepaald dat de gemeente bevoegd gezag is ambieert de gemeente Hilversum meldingen zo snel mogelijk en ‘aan de voorkant’ op te lossen. Hierbij verdient het de voorkeur dat bij conflictsituaties (bijvoorbeeld tussen buren) er, bijvoorbeeld in onderling overleg of met behulp van buurtbemiddeling wordt gezocht naar een oplossing. Bij de afhandeling van meldingen (uitgezonderd telefonische milieumeldingen) wordt de volgende werkwijze gehanteerd. Meldingen worden allereerst inhoudelijk beoordeeld. Er wordt vervolgens een onderscheid gemaakt tussen meldingen met en zonder acuut gevaar: 1. Acuut gevaar voor veiligheid en/of gezondheidsrisico: toezicht wordt direct opgepakt (dezelfde dag) en er is contact met de melder; 2.

Geen acuut gevaar: a. maar wel een hoge prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) dan wordt de controle binnen twee weken meegenomen in het wijkgericht toezicht. De planning wordt aan de melder aangegeven. b. en ook geen hoge prioriteit (zie Bijlage 9 en 10) dan wordt de controle opgepakt in lijn met de daarvoor afgesproken werkwijze prioritair werken (zie Bijlage 8). Een bestuurlijke visie op thema’s, klachten en/of handhavingsverzoeken bepalen geregeld de prioriteit die een bepaalde taak uiteindelijk krijgt. Dit kan afwijken van hetgeen in dit beleid vooraf is bepaald. Een dergelijke bestuurlijke interventie kan bijvoorbeeld voorkomen uit maatschappelijke onrust over een bepaalde taak.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 18 van 56

3.4.3 Signaaltoezicht Tijdens het houden van toezicht kan een inspecteur iets tegenkomen wat in principe niet binnen zijn vakdiscipline valt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een bouwinspecteur die tijdens een controle gebreken ziet op het gebied van brandveiligheid. Als de bouwinspecteur de situatie niet ter plekke kan oplossen en/of hier niet de expertise voor heeft dan kan de bouwinspecteur een signaal aan de desbetreffende expert (bijvoorbeeld aan iemand Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek). Dit noemen we signaaltoezicht; toezicht waarbij een toezichthouder een signaal doorgeeft als de geconstateerde overtreding buiten zijn expertise valt. Signaaltoezicht is een overkoepelende vorm van toezicht en kan worden toepast bij elk van de hierboven beschreven vormen van toezicht. Aan de hand van digitale checklists, die zijn gebaseerd op het integrale toezichtprotocol, kan een toezichthouder nagaan wie hij of zij moet benaderen bij het constateren van een overtreding. Eenvoudige zaken op een ander vakgebied worden meegenomen en voor complexe zaken wordt een specialist ingeschakeld.

3.5 Rapportage van toezicht

Om de uitvoering te kunnen monitoren moeten zaken geregistreerd worden. De doorlopen stappen, de genomen beslissingen en verdere relevante documenten worden daarom door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in Case, en binnenkort in de VTH-applicatie Centric Leefomgeving. In de basis moeten de controlerapporten, melding en/of signaal aan een aantal eisen voldoen. Hiervoor is een format ontwikkeld. Het format bevat (indien aan de orde) de volgende aspecten: - Basisgegevens - Schets van de locatie - NAW-gegevens contactpersonen - Reden uitgevoerd controle - Soort controle - Relevante wetgeving/regeling/etc. - Voorgeschiedenis - Constateringen - Aard en omvang overtreding(en) - Afspraken - Eindconclusie - Ondertekening en dagtekening door toezichthouder. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures. Persoonlijke gegevens van derden en/of toezichthouders kunnen daarbij geanonimiseerd. De gegevens in de zaakrapportage leveren informatie over het effect van de handelingen die de gemeente uitvoert op het naleefgedrag van wet- en regelgeving. Als een activiteit niet het gewenst effect oplevert vormt dit input om de interventiestrategie aan te passen. Op die manier draagt zaakrapportage op langer termijn bij aan de strategievorming.

Daarnaast kan de analyse van de zaakrapportage gebruikt worden om onderwerpen voor toekomstige projectmatig(e) toezicht en handhaving te bepalen.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 19 van 56

Bijlage 4: Handhavingsstrategie (sanctiestrategie) 4.1 Inleiding

In deze bijlage wordt de handhavingsstrategie omschreven die wordt gevolgd bij overtredingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Deze handhavingsstrategie is het beleidskader voor de inzet van de verschillende bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten bij overtredingen op de onderscheiden handhavingstaken. Het beschrijft hoe de instrumenten worden ingezet en geeft de keuzes weer omtrent sancties, (begunstigings-) termijnen en dwangsombedragen. Het doel van deze strategie is duidelijkheid verschaffen over de wijze van optreden bij overtredingen op de verschillende handhavingstaken. Naast een beoogde preventieve werking, wordt er door deze strategie in beginsel uniform en effectief gehandhaafd.

4.2 Algemene sanctiestrategie

Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering bij geconstateerde overtredingen. Deze algemene sanctiestrategie geeft hier zoveel mogelijk invulling aan. Het maakt duidelijk hoe en in welke situatie de gemeente optreedt. Deze sanctiestrategie stuurt de handhaver in de wijze waarop in principe op een overtreding moet worden gereageerd. Hierdoor komt er meer uniformiteit in de wijze van optreden. Dit betekent niet dat er volledige uniformiteit ontstaat, gemotiveerd afwijken kan. Wel moet dit schriftelijk worden vastgelegd. Hierdoor is de afhandeling reproduceerbaar en kan het duidelijk zijn dat er geen sprake is van willekeur. Deze strategie heeft derdenwerking. Dat betekent dat de overtreder of derden/belanghebbenden zich kunnen beroepen op deze strategie. Goed onderbouwen van een beslissing met de strategie als uitgangspunt is daarom noodzakelijk, of de strategie nu gevolgd wordt of dat er van wordt afgeweken. Hiermee wordt vermeende willekeur voorkomen en wordt ingezet op rechtsgelijkheid. Dit biedt ondersteuning bij een eventuele rechtsgang. NB: Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eist dat bestuursorganen handelen volgens de beleidsregels, tenzij de gevolgen van dat handelen voor één of meer belanghebbende vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn.

Een afwijking van deze strategie is dus mogelijk, maar moet schriftelijk gemotiveerd worden. Voor het consequent optreden bij overtredingen wordt in beginsel het in deze bijlage beschreven stappenplan gevolgd. Na de eerste constatering van een overtreding wordt de overtreder schriftelijk gewaarschuwd en krijgt deze een hersteltermijn. Als na controle blijkt dat de overtreding niet is beëindigd, dan volgt een voornemen tot handhaven. Hierin krijgt de overtreder nogmaals een hersteltermijn en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de voorgenomen sanctie (vaak een last onder dwangsom of bestuursdwang of het intrekken van een vergunning). Na de hersteltermijn volgt weer een controle, waarbij de toezichthouder verantwoordelijk en de jurist adviserend/ondersteunend is. Pas dan wordt bij voortdurende strijdigheid de voorgenomen sanctie middels een besluit opgelegd. Ook hieraan zit weer een hersteltermijn. Bij aantoonbaar verwijtbaar handelen wordt de eerste waarschuwing in beginsel achterwege gelaten en krijgt de overtreder gelijk een vooraanschrijving. Ook bij een formeel handhavingsverzoek kan ervoor gekozen worden om de eerste waarschuwing achterwege te laten, gelet op de doorlooptijden en de wettelijke termijn die er staat voor behandeling van een verzoek om handhaving.

Bij overtredingen met een acuut gevaar, onomkeerbare gevolgen, veiligheidsgevolgen en/of onduldbare geluid- of geurhinder wordt in principe direct opgetreden. Als de geconstateerde overtreding een afwijking van ondergeschikte betekenis betreft, dan wordt afgewogen of van handhavend optreden proportioneel is.

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 20 van 56

Als er verschillende overtredingen tegelijk worden geconstateerd bij een locatie, dan moet de sanctiestrategie hierop worden afgestemd. Bij voorkeur worden de overtredingen in één keer aangepakt met één vooraf besproken en afgestemde strategie. De strategie wordt per casus afgewogen.

4.3 Stappenplan/criteria algemene sanctiestrategie

Hieronder worden de vier criteria uit het stappenplan van de algemene sanctiestrategie toegelicht. Het gaat om de volgende vier criteria om te bepalen welke stappen gezet moeten worden: 1. Acuut gevaar/onomkeerbare gevolgen/veiligheidsgevolgen/onduldbare (geluid)hinder? 2. Afwijking van ondergeschikte betekenis? 3. Legaliseerbaar? 4. Aantoonbaar verwijtbaar handelen?

Figuur 1: Stappenplan algemene sanctiestrategie

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 21 van 56

4.3.1 Stap 1: Acuut gevaar/onomkeerbare gevolgen/veiligheidsgevolgen/onduldbare geluidhinder Soms is een overtreding zodanig dat deze leidt tot acuut gevaar. Als hiervan sprake is, is direct optreden noodzakelijk. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om instortingsgevaar, explosiegevaar, brandgevaarlijke situaties, gevaar voor de (volks)gezondheid, veiligheid en openbare orde. Ook het risico van het ontstaan van onomkeerbare schade/gevolgen, bijvoorbeeld aan het milieu / flora en fauna, monumenten of andere gebouwen wordt beschouwd als acuut gevaar. Indien een overtreding leidt tot acuut gevaar, dan wordt mondeling gevraagd naar de zienswijze en deze wordt afgewogen bij de last onder dwangsom, die de eerste volgende werkdag schriftelijk wordt bevestigd. Als er sprake is van acuut gevaar dan wordt er direct opgetreden. Hierbij kan men denken aan het stilleggen van de bouw of sloop of aan het direct opruimen van schadelijk afval. De beschikking volgt dan zo spoedig mogelijk achteraf (artikel 5.31 Awb). Deze vorm van bestuursrechtelijke handhaving gebeurt soms ook ter bescherming van de belangen van de overtreder (immers, de overtreder kan de voor hem/haar niet duidelijk zichtbare risico’s niet opmerken of niet willen opmerken, of de overtreder heeft een vergunning nodig om de overtreding ongedaan te maken en dat is strijdig met de te beschermen belangen).

Afwijken van deze richtlijn is mogelijk voor bijzondere gevallen, mits gemotiveerd. Onduldbare (geluid)hinder wordt ook geschaard onder acuut gevaar. Bij onduldbare (geluid)hinder, waarvan het aannemelijk is dat deze wordt herhaald of herhaald kan worden, kan direct een last onder dwangsom worden opgelegd. Of, als het gaat om geluidhinder van bouwactiviteiten die buiten de dagperiode plaatsvinden zonder ontheffing, dan kan het werk worden stilgelegd tot de volgende dag 07.00 uur, idem voor overige werkzaamheden, maar dan op grond van de APV. Er kan sprake zijn van onduldbare geluidshinder als er een gemeten overschrijding is van 10 dB bij muziekgeluid en 15 dB bij overig geluid. Dit zijn gemeten overschrijdingen exclusief de wettelijke correcties voor bijzondere geluiden (muziek (10 dB, tonaal en puls (5 dB)). Sommige overtredingen kunnen beter (primair) strafrechtelijk of gezamenlijk gehandhaafd worden. Hierbij valt te denken aan eenmalige, kortdurende overtredingen of overtredingen (strafrechtelijk) met onomkeerbare gevolgen (gezamenlijk).

4.3.2 Stap 2: Afwijkingen van ondergeschikte betekenis en prioritering Soms worden er kleine afwijkingen van een vergunning bouw of voorgeschreven situatie geconstateerd, die geen afbreuk doen aan het onderliggende regulerende kader. Het gaat hier om afwijkingen van ondergeschikte betekenis die, op zichzelf gezien, gelijkwaardig zijn met of zelfs beter dan de voorgeschreven maatregel. De afwijking is van een dusdanig ondergeschikte betekenis dat de gemeente onvoldoende daadkrachtig kan motiveren dat handhavend optreden evenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. In dergelijke gevallen wordt van handhavend optreden afgezien. Bij milieuzaken moet voor verplichte maatregelen gelijkwaardigheid vooraf worden aangetoond en goedgekeurd. Indien dit niet gebeurd is dat al een overtreding op zich. Handhaven is een middel en geen doel op zich. Afwijkingen van ondergeschikte betekenis kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat er tijdens de uitvoering geen rekening is gehouden met bepaalde zaken, of dat totaal onvoorziene omstandigheden nopen tot afwijking van een verleende vergunning/vrijstelling/ontheffing/voorschriften. Veelal gaat het om afwijkingen die minder cruciaal zijn. Indien nodig, wordt door middel van berekeningen en/of tekeningen door de overtreder aangetoond dat de gekozen/gerealiseerde oplossing een gelijkwaardige is.

Van belang is dat belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en dat er geen situatie ontstaat die is gelegen onder een wettelijke minimumniveau. Afwijkingen van ondergeschikte betekenis worden getoetst aan het volgende kader:

Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 22 van 56

Er mag geen situatie ontstaan die is gelegen onder een wettelijke minimumniveau; De veiligheid en gezondheid zijn gewaarborgd; - belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; - Er mag geen onevenredige hinder of overlast voor derden ontstaan; - Het algemeen belang wordt niet onevenredig geschaad; - indien nodig wordt door de overtreder door middel van berekeningen en/of tekeningen aangetoond dat de gekozen/gerealiseerde lossing een gelijkwaardige is. Bij het constateren van een afwijking wordt, voorafgaand aan de vraag of deze sanctiestrategie wordt toegepast, eerst onderzocht of sprake is van een afwijking van ondergeschikte betekenis. Bij twijfel stemt de betreffende toezichthouder de situatie af met een juridisch medewerker. -

4.3.2.1 Werkwijze prioritair werken Als er geen sprake is van een afwijking met een ondergeschikte betekenis wordt prioriteit toegekend aan de overtreding. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de vastgestelde prioritering, tot stand gekomen aan de hand van een risicoanalyse (zie Bijlage 9 en 10). Aan de hand van de prioriteit die wordt gehangen aan een overtreding wordt er volgens verschillende scenario’s gehandeld. De scenario’s worden beschreven in de werkwijze prioritair werken (zie Bijlage 8). 4.3.2.2 Gelijkwaardige oplossing bij milieu Het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) dat van toepassing is op alle inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer kent de toepassing van een gelijkwaardige oplossing. Artikel 1.8 van het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid een andere maatregel toe te passen dan de in het Activiteitenbesluit genoemde maatregel wanneer het bevoegde gezag (vooraf) heeft beslist dat met die andere maatregel tenminste een gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt. Bij milieu kan altijd een gelijkwaardige oplossing worden toegepast bij een erkende maatregel, in afwijking van het voorschrift uit het Activiteitenbesluit, onder bepaalde voorwaarden. Een gelijkwaardig alternatief mag dus altijd zonder toestemming vooraf indien het een erkende maatregel betreft.

Een erkende maatregel kan herkend worden aan de formulering: “... aan de eis van artikel X wordt in ieder geval voldaan als....”. Bij een controle moet de gelijkwaardigheid dan op verzoek worden aangetoond. Voor een verplichte maatregel kan eventueel ook een gelijkwaardig alternatief worden ingezet, maar dat kan niet anders dan door vooraf de Awb-procedure te volgen via een verzoek om toestemming aan het bevoegde gezag.

4.3.3 Stap 3: Legalisatieonderzoek Het kleurspoor “bouwen” kent een apart werkproces voor legalisatieonderzoeken. Hierbij wordt nagegaan of wat gebouwd is zonder vergunning of gebruikt wordt in strijd met een bestemmingsplan alsnog gelegaliseerd kan worden. De uitkomst hiervan bepaalt niet zozeer of er gehandhaafd gaat worden maar wel tot welk resultaat de handhavingsinzet moet leiden. Dit kan zijn gericht op het zorgen dat de situatie alsnog wordt vergund of wel wordt beëindigd. Na constatering van een “bouw”-overtreding volgt het legalisatieonderzoek. Als een legalisatieonderzoek enige tijd gaat vergen, bijvoorbeeld omdat hiervoor extern advies nodig is, is het wenslijk om wel al eerst een waarschuwing te sturen waarin staat dat er een overtreding is geconstateerd. Dit heeft tevens een wrakende werking. Daarna kan een formele waarschuwing/vooraanschrijving volgen.

4.3.4 Stap 4: Aantoonbaar verwijtbaar handelen Als er een overtreding wordt geconstateerd of dreigt te ontstaan, dan moet de toezichthouder beoordelen of er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen. Van aantoonbaar verwijtbaar handelen is in elk geval sprake in de volgende omstandigheden: 1. De betrokkene is in een eerder stadium op de hoogte gebracht van de voorschriften; Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2026 gemeente Hilversum

Blad 23 van 56

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Er is sprake van herhaling; Er worden algemeen bekende voorschriften overtreden; Het is evident dat de handeling hinder en/of schade veroorzaakt; Er is sprake van doelbewust handelen; Er is sprake van aantasting geloofwaardigheid van de overheid; De overheidscontrole wordt belemmerd; Er is sprake van berekenend of onbetrouwbaar gedrag; Als medewerking wordt geweigerd.

NB: De beantwoording van de vraag of er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen ligt bij de toezichthouder. Die heeft de kennis om dit in te kunnen schatten.

4.4 Brieven

In het stappenplan zijn verschillende soorten brieven beschreven. In deze paragraaf worden de soorten toegelicht.

4.4.1 Waarschuwingsbrief De overtreder wordt door middel van een brief gewaarschuwd en gewezen op de overtreding. De overtreder krijgt de mogelijkheid binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. Er wordt nog niet direct met sancties gedreigd, maar de gemeente laat hiermee in elk geval zien dat de overtreding bij haar bekend is. Bij milieu wordt wel vermeld dat als niet binnen de termijn de overtreding is beëindigd, er handhavend zal worden opgetreden. De waarschuwingsbrief heeft tevens een wrakende werking. Als er na twee jaar, gerekend vanaf de dag na verzending van een waarschuwingsbrief, nog steeds sprake is van de daarin beschreven overtreding(en), en er (nog) geen vooraanschrijving is bekendgemaakt, dan wordt er ten minste opnieuw een waarschuwingsbrief verzonden.

4.4.2 Vooraanschrijving/voornemen De overtreder ontvangt een brief met de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. Daarbij wordt duidelijk gemaakt dat het voornemen bestaat om, indien de overtreding niet binnen de gestelde termijn wordt beëindigd, met een bestuursrechtelijke maatregel (last onder dwangsom of bestuursdwang) op te treden. De overtreder krijgt de mogelijkheid om zijn zienswijze in te dienen. Als er na twee jaar, gerekend vanaf de dag na verzending van een vooraanschrijving, nog steeds of opnieuw sprake is van de daarin beschreven overtreding(en), en er (nog) geen definitieve aanschrijving is bekendgemaakt, dan wordt er ten minste opnieuw een vooraanschrijving verzonden.

4.4.3 Definitieve aanschrijving/oplegging De overtreder ontvangt een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Ook hierbij dient op basis van de Algemene wet bestuursrecht een begunstigingstermijn gesteld te worden waarbinnen de overtreding alsnog kan worden beëindigd. Na het verstrijken van de termijn wordt de sanctie geëffectueerd. In geval van acuut gevaar of calamiteit kan de sanctie ook onmiddellijk worden uitgevoerd, zonder dat een begunstigingstermijn hoeft te worden gegeven. De beschikking wordt dan achteraf op schrift gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=9b440e22-4102-4af4-b216-47f4ae7335f5