CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2022-9 inzake Decembercirculaire gemeentefonds 2021

GEMEENTERAAD 9 maart 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 032.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De verwachting is dat de bestuurlijke consultatie aan de kant van de VNG begin volgend jaar is afgerond. Deze consultatie betreft het nieuwe verdeelmodel voor de alg emene uitkering. Vooruitlopend daarop is de VNG reeds gestart met de consultatie van gemeenten over het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, een afzonderlijk onderdeel van het gemeentefonds .13 Besluitvorming over de invoering van de integrale nieuwe ve rdeling is aan het nieuwe kabinet.

1.5

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De belangrijkste mutaties in de decentralisatie - en integratie-uitkeringen zijn reeds genoemd in paragraaf 1.3. Als onderdeel van de in paragraaf 1.2 genoemde € 150 miljoen voor 2021 tot en met 2027 wordt een bedrag van € 15 miljoen per jaar beschikbaar gesteld via een tweetal decentralisatie-uitkeringen, voor de versterking van de directe dienstverlening aan inwoners door gemeenten.

Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering voor de voortzetting van de pleegzorg van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). De verdeling van deze middelen over de gemeenten zal in de meicirculaire 2022 worden verwerkt.

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.

Kam erbrief over ve rzoek VNG om re actie op e indadvies R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 13 C onsultatie objectief ve rdeelmodel beschermd wonen van start | VNG 12

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

4

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.6 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren.

Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren .

De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.

Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.

2.

Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

5

tabel toegelicht. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2021 (in duizenden euro's) 2021 stand septembercirculaire 2021

1)

2022

2023

2024

2025

2026

29.018.727 30.515.140 29.176.531 29.749.730 30.618.263 31.641.017

algemene mutaties Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)

83

taakmutaties

2a) 2b) 2c) 3a) 3b)

cluster bestuur en algemene ondersteuning Generieke Digitale Infrastructuur MijnOverheid en DigiD Burgerservicenummer (BSN) Robuust rechtsbeschermingssysteem Systeemleren

-2.492 -4.215 -20 3.300 5.000

3.300 5.000

4.000 5.000

4.000 5.000

4.000 5.000

4.000 5.000

3a) 3c) 3d)

cluster samenkracht en burgerparticipatie Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Impuls integraal werken

19.700 45.000 36.000

19.700 45.000 6.000

21.000 45.000 3.000

21.000 45.000

21.000 45.000

21.000 50.000

4) 5a) 6a)

cluster jeugd Jeugdhulp Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd (covid-19) Salarislasten zorgdomein (jeugd)

18.900 26.200 40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

5b) 6b)

cluster maatschappelijke ondersteuning Continuïteit van zorg: meerkosten wmo (covid-19) Salarislasten zorgdomein (wmo)

20.800 40.000

40.000

40.000

40.000

40.000

7)

cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht

10.000

8)

cluster cultuur & ontspanning Lokaal cultuuraanbod (covid-19)

41.600

stand deze circulaire

29.238.583 30.674.140 29.334.531 29.904.730 30.773.263 31.801.017

Toelichting 1. Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) De ministeries van Defensie, BZK en JenV hebben in 2010 het convenant financiering nationale inzet krijgsmacht (FNIK) afgesloten. Gemeenten kunnen in bijzondere omstandigheden een beroep doen op militaire bijstand. C onform het convenant vindt periodiek een evaluatie plaats, waarbij ook naar de verdeling van de totale kosten over de betrokken partijen wordt gekeken. Op basis van de evaluatie wordt de bijdrage vanuit het gemeentefonds vanaf 2021 met € 0,083 miljoen naar beneden bijgesteld. Doordat deze bijdrage omlaag gaat, neemt de algemene uitkering toe met € 0,083 miljoen. Het totaal beschikbare budget voor FNIK blijft € 3,080 miljoen structureel. De verdeling over de betrokken partijen is nu als volgt: gemeentefonds (€ 1,740 miljoen), ministerie van JenV (€ 1,173 miljoen) en het ministerie van BZK onderdeel Koninkrijksrelaties (€ 0,168 miljoen). In deze circulaire is de verandering voor 2021 verwerkt, in de meicirculaire 2022 zal de verwerking voor 2022 en verder volgen.

2a. Generieke Digitale Infrastructuur In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 23 mei 2018 is afgesproken dat de doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de Generieke Digitale Infrastructuur

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

6

(GDI) voor gemeenten via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds verloopt. De uitname bedraagt voor 2021 € 2,492 miljoen.

2b. MijnOverheid en DigiD Eind 2017 hebben de VNG en het ministerie van BZK afgesproken dat de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid via de algemene uitkering uit het gemeentefonds verloopt. Voor 2021 wordt een bedrag van € 4,215 miljoen uitgenomen.

2c. Burgerservicenummer (BSN) In het gebruikersoverleg BSN (Beheer Burgerservicenummer) van 26 juni 2020 is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. De bijdrage voor 2021 betreft € 0,02 miljoen.

3. Versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht14 van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten . Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstv erlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Het Rijk kan zich voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027.

Om de dienstverlening bij gemeenten te versterken en mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen heeft de VNG een visiedocument opgesteld met daarin activiteiten die met na me inzetten op het vergroten van de menselijke maat in de dienstverlening, ontwikkeling van professionals en systematisch leren, zodat waar nodig structurele verbeteringen op zowel rijksniveau als gemeentelijk niveau worden doorgevoerd. Het visiedocument v an de VNG is langs acht actielijnen uitgewerkt.

De acht actielijnen zijn: 1.

Digitale dienstverlening: voor 2021 en 2022 geen middelen via het gemeentefonds. Voor de jaren daarna wordt de uitkeringswijze nog bezien.

2.

Robuust rechtsbeschermingssysteem: € 23 miljoen via de algemene-uitkering.

3.

Systeemleren en stedelijke vernieuwing: € 5 miljoen via de algemene-uitkering voor systeemleren tot en met 2027 en € 5 miljoen via een decentralisatie-uitkering aan de stedelijke vernieuwingsgebieden voor de jaren 2021 en 2022.

TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 14

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

7

4.

Versterking ondersteuning wijkteams: € 45 miljoen via de algemene-uitkering.

5.

Impuls integraal werken: € 36 miljoen via de algemene-uitkering.

6.

Toekomstscenario’s Kind- en gezinsbescherming: geen middelen in 2021. Meer informatie over de verdeling van de middelen voor 2022 en verder volgt in de meicirculaire 2022.

7.

Risicovol verward gedrag: € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering.

8.

Programmatische ondersteuning van gemeenten: De middelen worden via de begroting van het ministerie van BZK aan de VNG ter beschikking gesteld. De VNG bepaalt samen met gemeentelijke dienstverleningskoepels en andere partijen de besteding van de middelen voor de collectieve ondersteuning van gemeente n.

Voor de algemene uitkering gaat het in 2021 om een bedrag van € 109 miljoen . Voor de jaren 2022 en verder zie tabel 2.2.1. De bijbehorende vier actielijnen zijn hieronder toegelicht. Er wordt voor 2021 tot en met 2027 daarnaast in totaal € 15 miljoen per jaar beschikbaar gesteld via een tweetal decentralisatie-uitkeringen (zie paragraaf 3.2-6).

3a. Robuust rechtsbeschermingssysteem Het is belangrijk dat mensen dichtbij ondersteuning hebben om de weg te vinden en hun recht te kunnen halen, bijvoorbeeld wanneer ze verdwalen tussen uitvoeringsinstanties. Er is bij het ministerie van JenV een programma rechtsbijstand waarin met partners wordt gewerkt aan een stelselvernieuwing. Mede in opvolging van de POK wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Gemeenten zijn daarin belangrijke partners. De resultaten van de aanpak door gemeenten zijn: 1.

Toegang versnellen: inwoners hebben sneller en makkelijker toegang tot voorzieningen en rechtsbescherming en verdwalen niet langer tussen uitvoeringsinstanties.

2.

Betere gemeentelijke juridische dienstverlening: voor inwoners is voldoende juridische ondersteuning beschikbaar, zowel in de vorm van eerstelijns juridische ondersteuning als in de versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie.

3.

Pilots robuuste rechtsbescherming: kennis over effectieve rechtsbescherming wordt door gemeenten hergebruikt. Gemeenten hoeven niet elk het wiel zelf uit te vinden. In pilots zijn effectieve (nieuwe) werkwijzen voor rechtsbescherming ontwikkeld, gemeenten zijn ondersteund in het in gebruik nemen van die werkwijzen en gemeenten leren van elkaar.

Om gemeenten in staat te stellen om, langs bovenstaande lijnen samen met juridische partners, meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, stelt het kabinet voor zowel 2021 als 2022 een bedrag van € 23 miljoen beschikbaar en voor 2023 tot en met 2027 een bedrag van € 25 miljoen per jaar beschikbaar.

3b. Systeemleren Om de dienstverlening in gemeenten daadwerkelijk en structureel te kunnen verbeteren is het van belang dat de dienstverlening plaatsvindt in een ‘lerende uitvoeringspraktijk’. Binnen de gemeentelijke uitvoering moet er ruimte zijn om te reflecteren op het eigen handelen in de

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

8

dienstverlening aan inwoners. Gemeenten moeten kunnen leren van de fouten en knelpunten in hun uitvoeringspraktijk en kunnen leren van elkaar, zodat de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in kwetsbare posities continu kan worden verbeterd. Het uiteindelijke doel daarbij is de kwaliteit van de dienstverlening aan de meest kwetsbare burgers te verhogen en zo in de gemeente een betere en veiligere leefomgeving te laten ontstaan.

De projectmatige capaciteit om de ‘lerende uitvoeringspraktijk’ in de gemeente vorm te geven, is nog niet in alle gemeenten beschikbaar. Het is wenselijk dat er in alle gemeenten ruimte is om het systeemleren in te richten. Deze capaciteit kan worden aangewend om aan te sluiten bij het kennis- en leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de lessen uit dat programma te vertalen naar de eigen gemeente. Hiervoor stelt het kabinet voor 2021 tot en met 2027 € 5 miljoen per jaar beschikbaar.

3c. Versterking ondersteuning wijkteams Voor de versterking ondersteuning wijkteams heeft het kabinet voor de jaren 2021 tot en met 2025 € 45 miljoen per jaar en voor de jaren 2026 en 2027 een bedrag van € 50 miljoen per jaar beschikbaar gesteld ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning in de komende jaren stap voor stap structureel te verbeteren. Dit betekent dat voor de sociale wijkteams extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar komt, om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren.

3d. Impuls integraal werken Als onderdeel van het versterken van de gemeente lijke dienstverlening stelt het kabinet € 36 miljoen in 2021, € 6 miljoen in 2022 en € 3 miljoen in 2023 beschikbaar, waarmee gemeenten een impuls kunnen geven aan het ontwikkelen van een integrale dienstverlening. Voor de aanpak van meervoudige problematiek in het sociaal domein krijgen gemeenten incidenteel deze extra middelen om methoden voor integraal werken te ontwikkelen en geleerde lessen beter met elkaar te delen.

4. Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afsprak en gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de begroting van het ministerie van VWS. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloo p van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds.

Momenteel is nog € 18,9 miljoen beschikbaar in de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg.

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

9

Het overige deel, € 1,1 miljoen, is momenteel als liquiditeitssteun uitgekeerd. In deze circulaire wordt de nog beschikbare € 18,9 miljoen toegevoegd aan het jeugdhulpbudget voor het jaar 2021. De resterende € 1,1 miljoen wordt op een later moment - na terugbetaling door de aanbieders teruggestort in het gemeentefonds.

Overigens wordt momenteel gewerkt aan verlenging van de subsidieregeling voor één jaar. Ter overbrugging is € 5 miljoen op de begroting van het ministerie van VWS gereserveerd. Begin 2022 vindt overleg plaats tussen het Rijk en VNG over het eventueel ophogen van de financiële middelen voor de subsidieregeling. Hierover volgt naar verwachting meer informatie in de meicirculaire 2022.

5. a en b) Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd en wmo (covid-19) De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. 15 Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg tussen VWS en VNG van 7 oktober jl. gezamenlijk va stgesteld op € 136,1 miljoen. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021. Een deel van het bedrag is als volgt toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds: 

€ 26,2 miljoen aan het cluster Jeugd.

€ 20,8 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning.

De overige € 89,1 miljoen wordt verdeeld over de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang en de integratie-uitkering Beschermd wonen (zie paragraaf 3.2-2).

Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en d e VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.16

6. a en b) Salarislasten zorgdomein De Tweede Kamer heeft op 16 september 2021 de motie Hijink/Bikker aangenomen over het vrijmaken van extra financiële middelen voor zorgsalarissen. Bij de brief van 23 september jl. 17 heeft het kabinet aangegeven een bedrag van € 675 miljoen beschikbaar te stellen om de zorgsalarissen in het midden van het loongebouw extra te verhogen . Het kabinet stelt vanaf 2022 structureel € 94 miljoen beschikbaar aan gemeenten, opdat zij de financiële middelen hebben om

15

Me e rkosten door corona in het sociaal domein - Ee n prognose van de bij de gemeente gefactureerde m eere n m inderkosten in 2021 | Rapport | R ijk soverheid.nl 16 Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.n l 17 Kam erstuk 29 282 nr. 445: Nadere toelichting op de k euzes omtrent salarisverhoging zorgpersoneel | Tweede Kam er der Staten-Generaal

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

10

de stijging van de zorgsalarissen in het sociaal domein mogelijk te kunnen maken.

Het grootste deel van deze € 94 miljoen, € 80 miljoen, landt in de algemene uitkering. Dit wordt verdeeld via het subcluster Jeugdhulp, subcluster Wmo 2015 en subcluster Wmo - huishoudelijke hulp. De verdeling van de € 80 miljoen tussen deze drie subclusters vindt naar rato van de omvang van de clusters plaats. Hierbij zijn de budgetten uit de decentralisatie-uitkeringen Vrouwenopvang en Maatschappelijke opvang meegewogen bij het subcluster Wmo 2015. Bij het subcluster Jeugdhulp is de integratie-uitkering voogdij en 18+ meegewogen.

Het overige structurele bedrag van € 14 miljoen zullen gemeenten in het voorjaar bij de verwerking van de reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen ontvangen.18,19 De VNG heeft op 9 november 2021 een bericht 20 gepubliceerd waarin gemeenten nader worden geïnformeerd over de stijging van de zorgsalarissen.

7. Kwaliteitsborging bouw- woningtoezicht Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder de Wkb zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken ve rvallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde taken en krijgen gemeenten er extra taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen en gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage van € 10 miljoen.

8. Lokaal cultuuraanbod De gemeenten ontvangen € 41,6 miljoen voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuur in 2021.21 De verdeling van deze middelen over de gemeenten is in deze circulaire verwerkt. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte € 50 miljoen voor de instandhouding van de lokale en regionale cultuur.

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De wijze van verdeling van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De wijze 18

Dit be drag zal in de meicirculaire 2022 worde n toegevoegd aan de integratie-uitkering Beschermd wonen. https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/0 9/23/kamerbrief-over-reactie-op-motiele de n-hijink-en-bikker-om-extra-financiele-middelen-vrij-te-maken-voor-zorgsalarissen 20 Ve rhoog looncomponent in tarieven Wmo en Jeugdhulp met 1,13% | VNG 21 najaarsnota-2021.pdf 19

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

11

van verdeling bestaat uit een wijziging in hetzij de uitkeringsfactor hetzij het bedrag per eenheid van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.6.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie

1)

Verdeelwijze

algemene mutaties Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)

uitkeringsfactor

taakmutaties

2a) 2b) 2c) 3a) 3b)

cluster bestuur en algemene ondersteuning Niet transactiegerichte voorzieningen GDI Mijn Overheid en DiGiD Burgerservicenummer (BSN) Robuust rechtsbeschermingssysteem Systeemleren

inwoners inwoners inwoners subcluster bestuursorganen subcluster overhead

3a) 3c) 3d)

cluster samenkracht en burgerparticipatie Robuust rechtsbeschermingssysteem Versterking ondersteuning wijkteams Impuls integraal werken

subcluster overig subcluster wijkteams subcluster overig

4) 5a) 6a)

cluster jeugd Jeugdhulp Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd Salarislasten zorgdomein

subcluster jeugdhulp subcluster jeugdhulp subcluster jeugdhulp

5b) 6b)

cluster maatschappelijke ondersteuning Continuïteit van zorg: meerkosten wmo Salarislasten zorgdomein

7)

cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht

8)

cluster cultuur & ontspanning Lokaal cultuuraanbod

subcluster WMO15 subclusters WMO15 en Wmo hulp bij huishouden

subcluster volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing maatstaven subclusters kunst, oudheid en ontspanning

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering

2.4.1

Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg

Het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ) ’ is in oktober 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer en zou naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treden. In dat kader is voor de uitvoering van het wetsvoorstel vanaf 2022 jaarlijks € 5,3 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd (zie paragraaf 2.2-14 van de meicirculaire 2021). Echter doordat de behandeling in de Kamers langer duurt dan verwacht, wordt de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 niet gehaald. In overleg met de VNG is daarom besloten te streven naar een inwerkingtreding van 1 juli 2022. Met het oog op compensatie van eventueel gemaakte kosten wordt de komende tijd bezien welk deel van het bedrag dat betrekking

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

12

heeft op het eerste half jaar van 2022 in de algemene uitkering beschikbaar blijft. Er volgt meer informatie in een volgende circulaire.

2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel

Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2021 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan.

2.6

Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de ma atstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. In deze circulaire is geen sprake van wijzigingen in de overige uitkeringsonderdelen.

Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 .22

Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is ve rwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2021-2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2021 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022. In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2021 vergeleken met de stand decembercirculaire 2021.

Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 32 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 19 miljard). De – landelijke - uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar en ligt voor de jaren 2021 tot en met 2026 tussen de 1,6 en 1,9. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1 van de meicirculaire 2021.

https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 22

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

13

De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in de algemene uitkering en de verdeling van deze mutaties;

-

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen.

2019 Vanwege nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit 2019 stijgt de uitkeringsfactor voor 2019 met 2 punten naar 1,540. Om het totaal beschikbare bedrag aan algemene uitkering zo volledig mogelijk te laten uitkeren stellen de fondsbeheerders sinds uitkeringsjaar 2017 de definitieve uitkeringsfactor vast op 4 cijfers achter de komma (zie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). Voor uitkeringsjaar 2019 wordt de uitkeringsfactor daardoor definitief vastgesteld op 1,5396.

2020 Ten opzichte van de septembercirculaire 2021 blijft de uitkeringsfactor voor 2020 ongewijzigd op 1,622.

2021 De uitkeringsfactor voor 2021 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2021 met 1 punt naar 1,691. Voor uitkeringsjaar 2021 is er geen aanleiding geweest om de verdeelreserve 2021 (€ 17 miljoen) aan te wenden. Hierdoor valt bij deze circulaire de gehele verdeelreserve 2021 vrij. Dit zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. De ontwikkelingen in de uitkeringsbasis hebben in deze circulaire per saldo geen effect op de uitkeringsfactor.

2022 De uitkeringsfactor voor 2022 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2021 met 2 punten naar 1,756. Het vrijvallen van de verdeelreserve 2021 zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. Kleine wijzigingen in de uitkeringsbasis en een afrondingseffect leiden eveneens tot een stijging met 1 punt.

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

14

3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie - en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids - en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zo als bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie - en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.

Sommige decentralisatie- en integratie-uitkeringen kennen een verdeelmodel gebaseerd op objectieve maatstaven. De achterliggende berekening van de bedragen per gemeente voor deze uitkeringen is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.23

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2021. De mutaties hebben betrekking op 2021 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 23

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

15

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2021-2026 (bedragen in duizenden euro's)* 2021 2022 stand septembercirculaire 2021 1) 2a) 2b) 2c) 3) 4) 5) 6a) 6b) 7) 8) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20)

5.625.041

Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) Continuïteit van zorg: Maatschappelijke opvang (covid-19) Continuïteit van zorg: IU Beschermd wonen (covid-19) Continuïteit van zorg: Vrouwen opvang (covid-19) IU Participatie: Sociale Werkbedrijven (covid-19) Gemeenteraadsverkiezingen Voortzetting pleegzorg AMV's Versterking dienstverlening gemeenten: systeemleren Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag IU Inburgering Einde lening inburgeringsplichtig Erfgoed Deal Mantelzorgbeleid Versterken aanbod dementie Stedelijke vernieuwingsgebieden Experiment gesloten coffeeshopketen Herindelingsverkiezingen Duurzaam erfgoed Verdiepingstraject onderwijssegregatie Programmabureau Sociaal domein LHBTI-emancipatiebeleid Ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen City Deal stand deze circulaire

2023

2024

2025

2026

4.933.940

4.881.018

4.814.832

4.763.189

5.000 10.000

5.000 10.000

5.000 10.000

5.000 10.000

5.000 10.000

5.125.843

4.948.940

4.896.018

4.829.832

4.778.189

5.080.463

84.381 80.800 8.000 300 45.000 30.380 10.000 5.000 10.000 6.008 3.428 2.590 2.000 1.700 1.600 1.378 700 500 150 100 50 42 25 5.888.793

*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.

Toelichting 1. Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid -19 in 2020. De compensatie betreft de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terra sprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. De compensatie vindt plaats op basis van het verschil tussen begrote en gerealiseerde inkomsten, waarb ij eventuele meevallers ten opzichte van de begroting worden gesaldeerd met de derving. Gemeenten ontvangen geen compensatie voor gemiste inkomsten indien dit voortkomt uit eigen beleid. Vooruitlopend op deze afrekening hebben gemeenten in 2020 een voorschot ontvangen van in totaal € 245 miljoen. Gemeenten hoeven een eventueel teveel ontvangen voorschot niet terug te betalen. Voor 282 gemeenten wordt de compensatie over 2020 nu volledig afgerond. Voor 48 gemeenten is op dit moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kan de reële compensatie op dit moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeenten vindt op een later moment plaats. In totaal ontvangen gemeenten in 2021 – bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 245 miljoen - een uitkering van € 84,381 miljoen.

De middelen voor de inkomstenderving worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1 van deze circulaire. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. U zult in de eerste helft van volgend jaar meer informatie over het proces ontvangen.

2. Continuïteit van zorg De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

16

Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg tussen VWS en VNG van 7 oktober jl. gezamenlijk vas tgesteld op € 136,1 miljoen. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021. Een bedrag van € 89,1 miljoen wordt verdeeld over de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang en de integratie-uitkering Beschermd wonen, zoals hieronder vermeld. De overige € 47 miljoen wordt toegevoegd aan de algemene uitkering (zie paragraaf 2.2-5).

Ook komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.24

2a. Maatschappelijke opvang (covid-19) Aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wordt in 2021 een bedrag va n € 80,8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. Daarnaast wijzigt de verdeling van de decentralisatie-uitkering door de actualisatie van de maatstaf uitkeringsontvangers (drempel).

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2a van deze circulaire.

2b. Beschermd wonen (covid-19) Aan de integratie-uitkering Beschermd wonen wordt in 2021 een bedrag van € 8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het historische verdeelmodel.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.

2c. Vrouwenopvang (covid-19) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2021 een bedrag van € 0,3 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel.

24

Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

17

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2c van deze circulaire.

3. Participatie: Sociale Werkbedrijven Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van 1 maart tot 31 december 2020, € 140 miljoen verstrekt voor het opvangen van de exploitatie tekorten van de Sociale Werkbedrijven. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 45 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. Het bedrag is toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw. In de septembercirculaire 2021 was reeds een bedrag van € 35 miljoen aangekondigd. Daar is de gereserveerde € 10 miljoen, waarover ook wordt gesproken in de septembercirculaire 2021, aan toegevoegd. Hiermee is ook het laatste gedeelte van de aangekondigde steun verleend.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3 van deze circulaire.

4. Gemeenteraadsverkiezingen Het kabinet stelt € 30,38 miljoen voor 2022 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie. De extra kosten hangen onder meer samen met het huren van locaties en het inhuren van stembureauleden voor het vervroegd stemmen op de maandag en dinsdag voorafgaand aan de reguliere dag van stemming, met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, en met het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten. Het bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en verdeeld op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Daarbij is een gedifferentieerd bedrag per kiesgerechtigde naar gemeenteomvang gehanteerd.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gem eente is opgenomen in bijlage 3.2-4 van deze circulaire.

5. Voortzetting pleegzorg AMV’s Het kabinet stelt voor 2021 in totaal € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering beschikbaar voor de voortzetting van de pleegzorg van alleenstaande minderjarige vreemdelingen. 25 De ministeries van BZK, JenV, SZW en VWS dragen hier ieder € 2,5 miljoen aan bij. De verdeling van deze middelen over de gemeenten zal in een volgende circulaire worden verwerkt.

25

najaarsnota-2021.pdf

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

18

6. Versterking dienstverlening gemeenten In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht 26 van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeen ten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Het Rijk kan zich voorstellen dat de transitie niet in deze periode kan worden voltooid en zal daarom vroegtijdig met de VNG het gesprek aangaan over de periode na 2027.

Om de dienstverlening bij gemeenten te versterken en mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen heeft de VNG een visiedocument opgesteld met daarin activiteiten die met name inzetten op het vergroten van de menselijke maat in de dienstverlening, ontwikkeling van professionals en systematisch leren, zodat waar nodig structurele verbeteringen op zowel rijksniveau als gemeentelijk niveau worden doorgevoerd. Het visiedocument van de VNG is langs acht actielijnen uitgewerkt.

De acht actielijnen zijn: 1.

Digitale dienstverlening: voor 2021 en 2022 geen middelen via het gemeentefonds. Voor de jaren daarna wordt de uitkeringswijze nog bezien.

2.

Robuust rechtsbeschermingssysteem: € 23 miljoen via de algemene -uitkering.

3.

Systeemleren en stedelijke vernieuwing: € 5 miljoen via de algemene -uitkering voor systeemleren tot en met 2027 en € 5 miljoen via een decentralisatie-uitkering aan de stedelijke vernieuwingsgebieden voor de jaren 2021 en 2022.

4.

Versterking ondersteuning wijkteams: € 45 miljoen via de algemene -uitkering.

5.

Impuls integraal werken: € 36 miljoen via de algemene-uitkering.

6.

Toekomstscenario’s Kind- en gezinsbescherming: geen middelen in 2021. Meer informatie over de verdeling van de middelen voor 2022 en verder volgt in de meicirculaire 2022.

7.

Risicovol verward gedrag: € 10 miljoen via een decentralisatie -uitkering.

8.

Programmatische ondersteuning van gemeenten: De middelen worden via de begroting van het ministerie van BZK aan de VNG ter beschikking gesteld. De VNG bepaalt samen met gemeentelijke dienstverleningskoepels en andere partijen de besteding van de middelen voor de collectieve ondersteuning van gemeenten.

Er wordt voor 2021 tot en met 2027 € 15 miljoen per jaar beschikbaar gesteld via een tweetal decentralisatie-uitkeringen, die hieronder zijn toegelicht. Ook via de algemene uitkering worden middelen beschikbaar gesteld (zie paragraaf 2.2-3).

TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 26

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

19

6a. Systeemleren Leren van de gemeentelijke praktijk in de 16 Stedelijke Vernieuwingsgebieden Een andere belangrijke actielijn is ‘Leren van de praktijk: signalen serieus nemen’. Voor 2021 en 2022 is een bedrag van € 5 miljoen per jaar beschikbaar voor extra inzet van expertise en capaciteit in de 15 gemeenten waarmee in het kader van het programma Leefbaarheid en Veiligheid sinds 2019 intensief wordt samengewerk t. De 16 stedelijke vernieuwingsgebieden in deze gemeenten zijn gebieden waar gemeenten en betrokken partijen werken aan een langjarige, integrale en lerende aanpak om de uitvoering en dienstverlening beter te laten aansluiten op de vraagstukken van kwetsbare bewoners. De geleerde le ssen binnen de koplopergemeenten kunnen ook worden benut in andere gemeenten. Hiervoor worden gerichte kennis – en leeractiviteiten uitgevoerd, waarbij nauw zal worden aangesloten bij het kennis - en leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de kennisinfrastructuur van de VNG en betrokken kennispartners. Er moet nog worden bezien aan welke gemeenten en hoe de € 5 miljoen voor de jaren 2023 tot en met 2027 beschikbaar wordt gesteld. In een latere circulaire volgt hier meer informatie over.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6a van deze circulaire.

6b. Personen met verward gedrag Gemeenten hebben het kabinet verzocht om middelen beschikbaar te stellen aan de Zorg - en Veiligheidshuizen voor de aanpak van personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Het Zorg- en Veiligheidshuis is de plek waar partijen (gemeente, zorg, Openbaar Ministerie en politie) samenwerken op het snijvlak van zorg en veiligheid. Met deze bijdrage richten d e gemeenten binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen een landelijk dekkend netwerk in om te zorgen dat personen met (verward gedrag en) een hoog veiligheidsrisico een persoonsgerichte aanpak krijgen met passende (beveiligde) zorg en begeleiding. Het kabinet om armt deze ambitie van de gemeenten en stelt conform het verzoek van de gemeenten voor de jaren 2021 tot en met 2027 € 10 miljoen per jaar beschikbaar. Dit gebeurt middels een decentralisatie -uitkering aan de centrumgemeenten van de veiligheidsregio’s.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6b van deze circulaire.

7. Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 € 6,008 miljoen toegevoegd voor de kosten die gemeenten maken voor informatievoorziening in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel (Veranderopgave Inburgering; VOI). In het bestuurlijk overleg van oktober 2021 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken bekrachtigd over de incidentele vergoeding die gemeenten ontvangen voor de kosten die zij maken voor de IC T-voorzieningen die

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

20

gereed moeten zijn op 1 januari 2022. Het betreft hier de kosten die gemeenten maken voor de ontwikkeling naar het zogenoemde Plateau 1 van de informatievoorziening. De middelen worden beschikbaar gesteld voor het inrichten van hun eigen IC T-landschap en de bijbehorende werkzaamheden zoals het opleiden van medewerkers, het aanpassen van werkprocessen en de noodzakelijke aanpassing of aanschaf van een softwaresysteem.

Voor de verdeling van de middelen zijn de gemeenten verdeeld in vier categorieën: G4 -gemeenten (>250.000 inwoners), grote gemeenten (100.000-250.000 inwoners), middelgrote gemeenten (20.000-100.000 inwoners) en kleine gemeenten (<20.000 inwoners).

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. De verdeling voor 2022 en verder wordt geactualiseerd in de meicirculaire 2022.

8. Einde lening inburgeringsplichtig In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtig (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten zullen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De ELIPs-groep is in de praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: -

€ 9.500 hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of;

-

€ 7.500 hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburg eringstermijn binnen 12

maanden afloopt.”

De middelen worden over gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIP s zoals volgt uit deze definitie, gemeten op basis van DUO-cijfers per 1 januari van het jaar. Voor 2021 wordt via deze circulaire een bedrag van € 3,428 miljoen beschikbaar gesteld. Over de bedragen voor de jaren 2022 – 2026 volgt meer informatie in de meicirculaire 2022.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente voor 2021 is opgenomen in bijlage 3.2-8 van deze circulaire.

9. Erfgoed Deal In februari 2019 hebben dertien partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen in één geslagen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

21

huidige tijd waarin de leefomgeving vergaand moet worden aangepast aan klimaatverandering, nieuwe energienetwerken en verstedelijking kan cultureel erfgoed houvast bieden. De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin het verleden tastbaar is en waarmee – ook in de toekomst – verbinding wordt gevoeld. Het kabinet heeft voor de periode 2019 – 2021 een bedrag van € 20 miljoen uitgetrokken voor de Erfgoed Deal. In deze circulaire wordt een vierde ronde van vijf projecten toegevoegd aan de bestaande decentralisatie-uitkering. De volgende vijf gemeenten ontvangen in 2021 een bijdrage in verband met de Erfgoed Deal: Amsterdam € 577.000, Arnhem € 574.000, Maassluis € 650.000, Stichtse Vecht € 317.000 en Noordoostpolder € 472.000. Met deze bedragen is in totaal € 2,590 miljoen gemoeid in 2021.

10. Mantelzorgbeleid Vanuit het programma Langer Thuis werkt het ministerie van VWS samen met partijen in het veld aan betere zorg en ondersteuning voor ouderen thuis. Mantelzorgers spelen daar een cruciale rol bij. In Nederland zijn 5 miljoen mantelzorgers die het vanzelfsprekend vinden om voor hun naaste te zorgen en het is belangrijk dat zij de zorg voor hun naasten kunnen volhouden. Voor het aanvragen van zorg en ondersteuning ervaren mantelzorgers problemen in de toegang ervan: er is grote onbekendheid bij hen over bestaande regelingen en zij ervaren administratieve rompslomp bij aanvragen. Vaak wordt door instanties die verantwoordelijk zijn voor een r egeling (zoals de gemeente of de woningcorporatie) gevraagd om een bewijs van mantelzorg (“mantelzorgverklaring”). Het ministerie van VWS faciliteert via een eerste tranche in totaal 44 gemeenten via een decentralisatie-uitkering om de toegang tot lokale regelingen voor mantelzorgers te vereenvoudigen en de regellast voor mantelzorgers bij de aanvraag van deze voorzieningen te verminderen. In totaal is in 2021 een bedrag van € 2 miljoen beschikbaar. Over de tweede tranche volgt meer informatie in een latere circulaire.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10 van deze circulaire.

11. Versterken aanbod dementie Versterken van aanbod voor thuiswonende mensen met dementie is een belangrijk onderdeel van de Nationale Dementiestrategie. Via een decentralisatie-uitkering worden 34 gemeenten gefaciliteerd om het aanbod voor thuiswonende mensen met dementie lokaal te ve rsterken. In totaal is in 2021 een bedrag van € 1,7 miljoen beschikbaar, ieder van de 34 gemeenten ontvangt € 50.000.

Een overzicht met de ontvangende gemeenten is opgenomen in bijlage 3.2-11 van deze circulaire.

12. Stedelijke vernieuwingsgebieden In het kader van het programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt sinds 2019 intensief samengewerkt met 15 gemeenten, waarin de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden liggen. De 16

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

22

stedelijke vernieuwingsgebieden zijn de gebieden waar de leefbaarheid het meest o nder druk staat. Gebieden waar een individuele sectorale aanpak ontoereikend is, maar een integrale aanpak vanuit onderwijs, arbeidsmarkt, wonen en veiligheid en in voorkomende gevallen gezondheid van belang is. Op basis van de beschikbare middelen vanuit de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht27 ontvangen de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden elk eenmalig € 100.000. In totaal bedraagt de decentralisatie -uitkering hiermee in 2021 € 1,6 miljoen.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire.

13. Experiment gesloten coffeeshopketen De ministeries van JenV en VWS werken aan de opgave uit het regeerakkoord 2017 om het mogelijk te maken dat er een experiment gesloten coffeeshopketen komt. Hiervoor is wet - en regelgeving opgesteld en zijn tien gemeenten aangewezen waar het experiment zal plaatsvinden. Door deelname aan het experiment krijgen deze gemeenten extra taken en bevoegdheden met betrekking tot coffeeshops en coffeeshopbeleid. De bijdrage houdt verband met het uitvoeren van deze extra werkzaamheden, zoals het uitvoeren van toezicht en handhaving. De gemeenten ontvangen hiervoor een tegemoetkoming, bestaande uit een vaste component en een variabel deel afhankelijk van het aantal coffeeshops. Het gaat in totaal om een bedrag van € 1,378 miljoen.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13 van deze circulaire.

14. Herindelingsverkiezingen Vanwege de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 waren bij de organisatie van de herindelingsverkiezingen in november 2021 extra maatregelen nodig. Voor het inrichten van stemlokalen en het instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen is extra compensatie beschikbaar via een decentralisatie-uitkering. De volgende vier gemeenten ontvangen een bijdrage: Boxmeer € 206.825, Heerhugowaard € 191.818, Purmerend € 167.762, Uden € 132.690. Met deze bedragen is in totaal afgerond € 0,700 miljoen gemoeid in 2021.

15. Duurzaam erfgoed De gemeente Amsterdam ontvangt vanuit het ministerie van Onderwijs , C ultuur en Wetenschap voor het programma Duurzaam Erfgoed, aardgas vrije wijken, voor 2021 eenmalig € 0,5 miljoen.

27

TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

23

16. Verdiepingstraject onderwijssegregatie Zoals aangekondigd in de beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs 28 heeft de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) in het kalenderjaar 2021 gemeenten uitgenodigd om een addendum op hun bestaande GKA-agenda op te stellen. Met deze gemeenten worden niet-bindende afspraken gemaakt over aanvullende interventies gericht op het tegeng aan van segregatie in het onderwijs. In de lijn van bestaande GKA-agenda’s bevatten deze addenda interventies die zijn afgestemd op de lokale situatie (met behulp van onderzoek en analyses). De gemeenten Delft, Gouda en Venlo hebben in 2021 een addendum op gesteld en ontvangen ieder eenmalig een bedrag van € 50.000. In totaal gaat het om een bedrag van € 0,150 miljoen.

17. Programmabureau Sociaal domein Met de ministeries van VWS, JenV en SZW en met de VNG zijn afspraken gemaakt over de bekostiging voor de periode 2018-2021 van het Programmabureau Sociaal domein in het kader van het interbestuurlijk programma (IBP) (zie paragraaf 3.2-26 van de meicirculaire 2019). Voor 2021 wordt de decentralisatie-uitkering voor de gemeente Utrecht met € 0,1 miljoen verhoogd.

18. LHBTI-emancipatiebeleid De bijdrage voor de gemeente Amersfoort (Regenboogstad) wordt voor het jaar 2021 opgehoogd met € 0,05 miljoen ten behoeve van de regionale aanpak op het gebied van diversiteit en inclusie. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en Intersekse personen) verder te bevorderen. In de meicirculaire 2022 volgt meer informatie over de bedragen voor 2022.

19. Ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen Bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 heeft een zestiental gemeenten op verzoek van het ministerie van BZK extra werkzaamheden verricht om de ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen die bij deze gemeenten zijn bezorgd, voor te openen. Indien een stempluspas van een andere gemeente werd aangetroffen, tezamen met een briefstembiljet, is verzocht deze briefstembiljetenvelop bij de juiste gemeente te bezorgen voor verdere behandeling. Voor de hiervoor door deze zestien gemeenten gemaakte kosten wordt een vergoeding verstrekt van in totaal € 0,042 miljoen in 2021.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-19 van deze circulaire.

TK 2020/21 31 293-571: Beleidsagenda tegen segregatie in het funderend onderwijs | Twe ede Kamer der State n-Generaal 28

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

24

20. City Deal (systeemleren) Als coördinerende gemeente ontvangt de gemeente Zaanstad in 2021 € 0,025 miljoen van het Rijk voor de ondersteuning van de C ity Deal Eenvoudig Maatwerk. Binnen de C ity Deal Eenvoudig Maatwerk experimenteren acht gemeenten met vormen van maatwerk. Doel is stapeling van problematiek en vastlopen in bureaucratie te voorkomen en bijdragen aan systeemleren binnen gemeenten en het Rijk.

3.3

Verdeling bestaande decentralisatie - en integratie-uitkeringen en overige mededelingen

3.3.1

Bevolkingsdaling

De huidige decentralisatie-uitkering Bevolkingsdaling loopt tot en met 2021. Om de negen ontvangende regio’s duidelijkheid te geven voor 2022, hebben de fondsbeheerders besloten de middelen voor dat jaar nog eenmalig te continueren. Het totaal benodigde be drag ad € 11,2 miljoen wordt – identiek aan de werkwijze in voorgaande jaren – bij de meicirculaire 2022 onttrokken aan de algemene uitkering. Over de precieze uitkeringsvorm waarin de middelen worden toegekend zullen de betreffende regio ’s gezien de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer over de rechtmatigheid van de huidige decentralisatie -uitkering nog nader worden geïnformeerd. De middelen lopen per 1 januari 2023 definitief af. Het is aan een nieuw kabinet om te bepalen hoe het beleid rond opgaven in de krimpregio’s aan te pakken. In de brief van 18 mei 2021 aan de Tweede Kamer 29 heeft de minister van BZK aangegeven dat het aan te raden is een financieel instrument te ontwikkelen dat beter aansluit bij een samenwerking met een langjarig interbestuurlijk karakter en bij de complexiteit en de lange adem die nodig is voor de opgaven van de regio’s.

3.3.2

Landelijke vreemdelingen voorzieningen

In de meicirculaire 2019 (zie paragraaf 3.2-7) zijn voor de periode 2019-2021 middelen beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van de Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). Door middel van deze voorzieningen worden vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang begeleid naar een bestendige oplossing voor hun situatie, waarb ij hen onderdak wordt geboden. Het ministerie van JenV en de VNG hebben afgesproken de pilots te verlengen .30 Dit betekent dat ook voor 2022 middelen beschikbaar zullen worden gesteld. Meer informatie is - anders dan in de septembercirculaire 2021 vermeld - niet in deze circulaire opgenomen, maar volgt naar verwachting in de meicirculaire 2022.

3.3.3

Crisisdienstverlening: aanpak jeugdwerkloosheid

In de decembercirculaire 2020 zijn middelen beschikbaar gesteld voor de C risisdienstverlening in

TK 2020/2021, 31 757, nr. 104: Detail 2021D18023 | Twe ede Kamer der Staten -Generaal Be le idsreactie Tussenevaluatie Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen | Twe ede Kamer der Staten-Generaal (zie blz. 5). 29 30

Decembercirculai re gemeentefonds 2021

25

het kader van het steun- en herstelpakket (zie par 3.2-2 van de decembercirculaire 2020). De aanpak jeugdwerkloosheid is met een jaar verlengd tot en met 2022. De middelen hiervoor zullen met de meicirculaire 2022 beschikbaar worden gesteld aan de 35 arbeidsmarktregio ’s. Het ministerie van SZW vervult hierbij een faciliterende rol.

3.3.4

Klimaat

In de septembercirculaire 2021 is aangegeven dat het kabinet voor 2022 in totaal € 72,5 miljoen beschikbaar stelt voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. Dit om te voorkomen dat de uitvoering van het Klimaatakkoord stil komt te vallen. De aanwending van de middelen is als volgt voorzien:

o

Uitvoeringskosten gemeenten: € 40 miljoen.

o

RES-regio’s: € 12 miljoen.

o

Nationaal Programma RES: € 5 miljoen.

o

Subsidies/opdrachten/bijdragen, waaronder expertpool: € 3 miljoen.

o

Expertise C entrum Warmte (EC W): € 7,5 miljoen.

o

Interbestuurlijk programma Gebouwde Omgeving: € 2,5 miljoen.

o

Subsidie voor de Participatiecoalitie RES Regio’s: € 2,5 miljoen.

In lijn met de begrotingssystematiek zal het deel van de middelen dat wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en het provinciefonds naar verwachting bij Voorjaarsnota 2022 beschikbaar komen en worden verwerkt in de meicirculaire 2022. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 en verder. De grondslag voor de verdeelsystematiek zal dan opnieuw bekeken worden.

3.3.5

IU Voogdij/18+: vangnetregeling ‘Aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’

Op 2 november 2021 hebben het Rijk en de VNG een aangepaste werkwijze rondom de implementatie van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel afgesproken 31. Door de aangepaste werkwijze blijven gemeenten tijdelijk (langer) financieel verantwoordelijk voor een deel van jeugdigen voor wie de zorgvuldige overdracht naar de daadwerkelijk verantwoordelijke gemeente nog niet volledig is afgerond. Mocht een gemeente kosten hebben ge maakt voor een jeugdige waar zij uiteindelijk niet verantwoordelijk blijkt te zijn, dan kan de gemeente deze kosten verrekenen met de daadwerkelijk financieel verantwoordelijke gemeente 32. Mocht een gemeente onverhoopt te maken krijgen met niet-verrekenbare kosten, dan kan gebruik worden gemaakt van de specifiek hiervoor in het leven geroepen vangnetregeling ‘Aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’33. Op 25 november 2021 is de vangnetregeling vastgesteld. De vangnetregeling komt bovenop de twee compensatieregelingen die het Rijk en de VNG al eerder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=5a3be4e6-445b-4bf4-b801-8d6596715af4