Raadsinformatiebrief 2022-9 inzake Decembercirculaire gemeentefonds 2021
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1086497
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2022 - 9
Portefeuillehouder
K.J. Walters
Datum
21 februari 2022
Informatie bij
E.P. Heijnis
Tel. nr.
(035) 629 2796
Onderwerp Decembercirculaire gemeentefonds 2021
Kernboodschap Op 14 december heeft het Rijk de decembercirculaire gepresenteerd. De belangrijkste onderwerpen zijn; • • •
Corona compensatie, pakket 6 Versterking dienstverlening gemeenten op basis van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK) Salariskosten zorgdomein Jeugd en Wmo
Via de decembercirculaire worden de middelen van het 6e compensatiepakket corona ter beschikking gesteld. Het gaat om een bedrag van € 1,683 miljoen voor 2021 een bedrag van € 0,127 miljoen voor 2022. Financieel beleid; Conform ons financiële beleid worden de extra middelen, waaronder de ontvangen POK middelen en de middelen ter compensatie voor de extra salariskosten in het zorgdomein Jeugd en Wmo, ten gunste gebracht van het begrotingsresultaat voor de jaren 2022 t/m 2025.
Aanleiding De algemene uitkering is een vrij besteedbaar middel voor gemeenten. Dit geldt ook voor decentralisatie- en integratie uitkeringen. De specificatie van de extra middelen die nu via de algemene uitkering of via decentralisatie- en integratie uitkeringen ter beschikking worden gesteld zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Aan welke doelen de extra middelen uiteindelijk worden besteed is een bestuurlijke keuze en is daarmee niet direct gekoppeld aan de specificatie van de extra verkregen middelen. Bij de doorrekening van de decembercirculaire zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd als bij de meien septembercirculaire, een groei van Hilversum met 300 woningen per jaar. De coronacompensatie via de decembercirculaire bedraagt in totaal voor 2021 een bedrag van € 1,683 miljoen en voor 2022 een bedrag van € 0,127 miljoen. Een deel van de compensatie heeft betrekking op regionale middelen. Deze compensatie wordt doorgegeven aan de regio.
In onderstaande tabel staat op hoofdlijnen hoe de circulaire conform onze financiële verordening wordt verwerkt. Voor meer detail verwijzen wij u naar de bijlage Financiële mutaties. Zonder teken + tekortverhogend. Min-teken = tekortverlagend Begroting 2021-2025 1 Algemene Uitkering volgens septembercirculaire 2021 2 Algemene Uitkering volgens decembercirculaire 2021
Jaarrekening 2021 2019 2020 2021 156.778 170.810 173.564 156.738 170.776 176.463
3 = 1 -/-2 Wijziging Algemene Uitkering a.g.v. decembercirculaire
40
Totaal effect decembercirculaire op jaarrekening/begroting 8 Verantwoording mutaties 2019 en 2020 in 2021
9 = 7 + 8 Effect decembercirculaire op jaarrekening/begroting
Begroting 2022-2025 2023 2024 172.846 175.415 173.810 176.374
2025 179.313 180.296
34
-2.899
-1.276
-964
-959
-983
0
1.086 725 0
127 178 0
128 0
128 0
128 0
40
34
-1.088
-971
-836
-831
-855
-40
-34
74
-971
-836
-831
-855
4 Storting in de reserve Covid 19 5 Verhoging corresonderende uitgavenbudgetten 6 Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten
7 = 3 t/m 6
2022 179.330 180.606
-
-
-1.014
0
Tabel 1. Bedragen maal € 1.000
De beginstand van de tabel, regel 1 is de raming van de algemene uitkering zoals die bij de septembercirculaire 2021 is berekend en is verwerkt in de begroting 2021. De verwerking van de septembercirculaire in de begroting 2022 en de meerjarenraming t/m 2025 vind plaats via de voorjaarsnota 2022. Op regel 2 staat de raming van de algemene uitkering zoals die wordt verwacht na de doorrekening van de decembercirculaire 2021. Regel 3 geeft het verschil weer tussen de doorrekening van de decembercirculaire en de septembercirculaire waarbij een negatief bedrag een voordeel is. Regel 4 vermeldt de bedragen van de coronacompensatie die gestort worden in de Reserve Covid 19. In 2021 een bedrag van € 1,086 miljoen en voor 2022 een bedrag van € 0,127 miljoen. Regel 5 vermeldt de verhoging van de corresponderende uitgavenbudgetten. Deze hebben voornamelijk betrekking op extra middelen die Hilversum als centrumgemeente ontvangt en waarover regionale afspraken zijn over de besteding van deze middelen. Van de € 0,725 miljoen in 2021 is een bedrag van € 0,597 miljoen voor de regionale compensatie corona. De bedragen in 2022 t/m 2025 betreffen geen compensatie voor corona. Regel 6 vermeldt in dit geval geen verlagingen van corresponderende posten. Regel 7 vermeldt het totale effect van de decembercirculaire op de betreffende jaren Regel 8 De boekjaren 2019 en 2020 zijn afgesloten.
De nagekomen mutaties worden verwerkt in de jaarrekening 2021 en vormen een nadeel van € 0,074 miljoen in 2021. Op regel 9 resteert het totale effect van de decembercirculaire op de jaarrekening 2021 en de begroting 2022 t/m 2025. Dit effect is opgebouwd uit de wijziging van de algemene uitkering (regel 3), de daarmee samenhangende wijzigingen in uitgavenbudgetten (regels 4, 5 en 6) en de verantwoording van de mutaties van de afgesloten jaren 2019 en 2020 die verwerkt wordt in 2021 (regel 8). De decembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de jaarrekening 2021 van € 1,014 miljoen. De decembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op het begrotingsjaren 2022 t/m 2025 van respectievelijk € 0,971 miljoen, € 0,836 miljoen, € 0,831 miljoen en € 0,855 miljoen. De algemene uitkering blijft aan schommelingen onderhevig. Hiervoor zijn de volgende redenen op te sommen:
1. Gevolgen Covid-19 De overheid heeft via diverse steunmaatregelen voor miljarden aan steun aan burgers, bedrijven en overige overheden gegeven. Door deze maatregelen is de staatschuld met tientallen miljarden gegroeid. Deze staatsschuld zal ooit terugbetaald moeten gaan worden. Dit zal in de toekomst hoogstwaarschijnlijk gepaard gaan met bezuinigingen van de overheid. Deze bezuinigingen zullen via een verlaagde uitkering uit het gemeentefonds hoogstwaarschijnlijk ook deels door gemeenten moeten worden gedragen. Dit komt dan tot uiting via een verlaagd accres. 2. Compensatiepakket coronacrisis In deze decembercirculaire zijn nog niet alle toezeggingen m.b.t. coronacompensatie verwerkt. Te denken valt aan de compensatie van gederfde inkomsten over 2021, de meerkosten Jeugd en WMO en de uiteindelijke hoogte van de financiële compensatie voor Hilversum over het jaar 2021 is daarmee op dit moment nog niet bekend. Duidelijkheid volgt in volgende circulaires. 3. Ontwikkeling verdeelmaatstaven De landelijke en lokale ontwikkeling van aantallen van verdeelmaatstaven die een groot gewicht hebben bij de verdeling van het gemeentefonds kunnen fluctueren. Een goed voorbeeld hiervan is het aantal bijstandsontvangers. De aantallen, zowel landelijk als lokaal, kunnen behoorlijk fluctueren en daarmee forse schommelingen van de algemene uitkering veroorzaken. 4.
Gevolgen regeerakkoord Het regeerakkoord valt tegen voor de gemeenten. Er wordt gesproken van extra besparingen op de jeugdzorg, er staat nog niets over het compenseren van tekorten bij de Wet maatschappelijke ondersteuning en de opschalingskorting blijft bevroren (en wordt niet afgeschaft). ‘Totaal onverwacht en tot grote schrik van heel gemeenteland houdt de nieuwe regering zich niet aan de afspraken die op basis van de arbitrage gemaakt waren’ aldus VNG voorzitter Jan van Zanen. Verder zijn er verschuivingen binnen het gemeentefonds. € 1 miljard voor de woningbouwimpuls en € 600 miljoen voor het volkshuisvestingsfonds wordt uit de algemene uitkering van het gemeentefonds gehaald en verstrekt als specifieke uitkering. Bezuinigingen op Jeugd; Tijdens de arbitrage hebben gemeenten en rijk afspraken gemaakt over te nemen maatregelen, die uiteindelijk 1 miljard euro aan besparingen opleveren. Daar bovenop heeft het nieuwe kabinet aangekondigd in 2024 € 100 miljoen te bezuinigingen en vanaf 2025 € 500 miljoen structureel. 5. Gevolgen traject herijking gemeentefonds Op 9 juli hebben de fondsbeheerders aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG het voorstel voor de nieuwe verdeling aangeboden gebaseerd op peiljaar 2017. Op 12 augustus jl.
is tevens de actualisatie naar 2019 aan de ROB en de VNG aangeboden, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering. In zijn advies heeft de ROB ook de uitkomsten van de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) meegewogen. Op 19 oktober jl. heeft de ROB advies uitgebracht over het voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. “De ROB constateert in zijn advies dat de nieuwe verdeling een verbetering is ten opzichte van de huidige verdeling, maar stelt wel dat de nieuwe verdeling niet ongeclausuleerd kan worden ingevoerd”. Op 1 november jl. heeft de VNG het ministerie van BZK om een reactie op het ROB-advies gevraagd. In de brief van 13 december zijn de fondsbeheerders ingegaan op het advies en de aanbevelingen van de ROB. Het advies van de ROB helpt de fondsbeheerders om de nieuwe verdeling van het gemeentefonds op een verantwoorde wijze in te voeren. Conform het ROB-advies stellen de fondsbeheerders daarom een stapsgewijze invoering voor en het maximeren van het bedrag van de herverdeeleffecten. Ook ondersteunen de fondsbeheerders het voorstel van de ROB om in aanloop naar en na de invoering onderzoek uit te voeren en de effecten te blijven monitoren om de verdeling stapsgewijs verder te verbeteren.
Consultatie VNG vergadering 13 januari 2022 Gemeenten maken zich zorgen dat het kabinet in het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds onvoldoende rekening houdt met het ROB-advies. Volgens het ROB bevat het voorstel patronen die niet uitlegbaar zijn en keuzes die meer bestuurlijke verantwoording behoeven. Daarbij moet er meer rekening worden gehouden met de draagkracht van gemeenten. Eerst moeten de weeffouten uit het model gehaald worden voordat tot invoering van een uitlegbaar, transparant en robuust model kan worden overgegaan. Tijdens de consultatie is de resolutie “Naar een uitlegbaar en stabiel beter verdeelmodel gemeentefonds” aangenomen. Met het aannemen van de resolutie adviseren de gemeenten de fondsbeheerders (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) dringend om: 1. Het huidige verdeelmodel te vervangen door het nieuwe verdeelmodel, omdat de huidige verdeling achterhaald en verouderd is. 2. Volledig recht te doen aan de aanbevelingen in het ROB-advies, inclusief het ingroeipad. 3. Het nieuwe verdeelmodel in te voeren als dit verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROBadvies is aangepast en de koek is vergroot. 4. Te borgen dat het doorontwikkelde model op draagvlak kan rekenen (bij gemeenten en de ROB). 5.
Als dit betekent dat het verdeelmodel niet per 1 januari 2023 wordt ingevoerd, dan de gemeenten die hier nadeel van ondervinden (gemist voordeel) te compenseren tot het moment dat het verdeelmodel in lijn met de aanbevelingen van het ROB-advies is aangepast. Op grond van de voorlopige uitkomsten van de herberekeningen over de jaren 2017 en 2019 is het hoogstwaarschijnlijk dat de herijking voor Hilversum een voordelig financieel effect zal hebben. Omdat er echter nog steeds gesproken wordt over voorlopige effecten worden deze effecten nog buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de decembercirculaire.
Consequenties De decembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de jaarrekening 2021 van € 1,014 miljoen. De decembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op het begrotingsjaren 2022 t/m 2025 van respectievelijk € 0,971 miljoen, € 0,836 miljoen, € 0,831 miljoen en € 0,855 miljoen. Deze voordelige effecten worden meegenomen bij de integrale besluitvorming in de voorjaarsnota 2022.
Vervolgtraject Conform het financiële beleid, worden de mutaties in de uitkeringen voor het jaar 2019, 2020 en 2021 en de corresponderende posten verwerkt in de jaarrekening 2021. Mutaties in de uitkeringen en corresponderende posten voor het jaar 2022 worden via de voorjaarsnota 2022 verwerkt in de begroting 2022. De mutaties in de uitkeringen in de jaren 2023 tot en met 2025 worden meegenomen bij de voorjaarsnota 2022. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
P. Torres Barrera
G.M. van den Top
Bijlage(n): 1. Specificatie financiële mutaties Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 15 februari 2022.
Bijlage 1. In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de financiële mutaties als gevolg van de decembercirculaire 2021 van het gemeentefonds. De mutaties zijn vermeld ten opzichte van de septembercirculaire 2021. De verwerking van het compensatiepakket is oranje gearceerd. Een -/- is een voordelig effect op de begroting
Mutaties a.g.v. Decembercirculaire t.o.v. de Septembercirculaire 2021
Jaarrekening 2021 2019
2020
2021
2022
Begroting 2022-2025 2023 2024
2025
Er wordt meer geld ontvangen t.b.v (voordelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 2a Robuust rechtsbeschermingssysteem (POK) 2b Systeemleren (POK) 2c Versterking ondersteuning wijkteams (POK) 2d Impuls Integraal werken (POK) 3 Jeugdhulp; subsidieregeling continuiteit cruciale jeugdzorg 4a Continuiteit van zorg: meerkosten jeugd (Corona compensatie) 4b Continuiteit van zorg: meerkosten Wmo (Corona compensatie) 5a Salariskosten zorgdomein (jeugd) 5b Salariskosten zorgdomein (Wmo) 6 Kwaliteitsborging bouw- en woningtoezicht 7 Lokaal cultuuraanbod (Corona compensatie) 8 Inkomstenderving gemeenten 2020 (DU) (Corona compensatie) 9 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) (Corona compensatie) 10 Beschermd Wonen (IU) (regionaal) (Corona Compensatie) 11 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) (Corona compensatie) 12 Participatie (IU) sociale werkbedrijven (regionaal)) (Corona compensatie) 13 Gemeenteraadsverkiezingen (Corona compensatie) 14 Versterken dienstverlening: personen met verward gedrag (DU) (POK) (regionaal) 15 Inburgering (IU) 16 Einde lening inburgeringsplichtig (DU) 17 Mantelzorgbeleid (DU)
Totaal meer te ontvangen (voordelen)
-192
-299 -124 -28 -250 -199 -88 -122 -94
-192 -130 -29 -263 -34
-144 -29 -266 -19
-147 -30 -272
-151 -31 -280
-190 -183
-193 -185
-194 -188
-201 -192
-127 -128
-128
-128
-128
-1.276
-964
-959
-983
-
-
-
-
-1.276
-964
-959
-983
-49 -212 -488 -527 -66 -4 -170 -128 -17 -19 -50
-192
-
-2.934
Er wordt minder geld ontvangen t.b.v (nadelen) 1 Hoeveelheidsverschillen, Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor 18 WOZ-waarden mutaties 19 Digitale voorzieningen (GDI, Mijn overheid, Digid en BSN)
34 232 35
Totaal minder te ontvangen (nadelen)
232
34
35
Totaal wijziging algemene uitkering ten opzichte van de septemberirculaire 2021 A
40
34
-2.899
Omdat er meer geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verhoogd (nadelen) 9 Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) (Corona compensatie) 10 Beschermd Wonen (IU) (regionaal) (Corona Compensatie) 11 Vrouwenopvang (DU) (regionaal) (Corona compensatie) 14 Versterken dienstverlening: personen met verward gedrag (DU) (POK) (regionaal) 17 Mantelzorgbeleid (DU) 20 Storting in de reserve Covid 19
Totaal verhoging uitgavenbudgetten B
Jaarrekening 2021 2019 2020 2021 527 66 4 128
2022
Begroting 2022-2025 2023 2024
2025
1.086
128 50 127
128
128
128
-
-
1.811
305
128
128
128
-
-
-
-
-
-
-
-40
-34
-
-
-971
-836
-831
-855
Omdat er minder geld wordt ontvangen worden de Corresponderende uitgavenbudgetten verlaagd (voordelen) Totaal verlaging uitgavenbudgetten C 21 Verantwoording Mutatie 2019, 2020 in rekening 2021 D = -/- (A + B + C) Totaal effect op de jaarrekening/begroting E = A + B + C + D
74 -1.014
Tabel 1, Bedragen in € 1.000
Toelichting: het is bij de toelichting niet te vermijden dat er vaktaal wordt gebruikt die niet voor iedereen even duidelijk is.
1
Er wordt meer/minder ontvangen voor 1. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende bedrag per eenheid. De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De uitkeringsfactor voor 2019 is naar boven bijgesteld. Ook door het wijzigingen in; het aantal eenheden van de maatstaven, het bedrag per eenheid kan de algemene uitkering wijzigen. Per saldo levert dit voor de jaren 2019, 2021 en 2022 een voordeel op. Voor het jaar 2020 levert dit een nadeel op. 2. Versterking dienstverlening gemeenten parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag (POK). De rijksoverheid geeft aan dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, er ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 extra middelen beschikbaar te stellen via diverse geldstromen. Dit bedrag bestaat uit de volgende onderdelen; 2a.
Robuust rechtsbeschermingssysteem Het is belangrijk dat mensen dichtbij ondersteuning hebben om de weg te vinden en hun recht te kunnen halen, bijvoorbeeld wanneer ze verdwalen tussen uitvoeringsinstanties. Er is bij het ministerie van JenV een programma rechtsbijstand waarin met partners wordt gewerkt aan een stelselvernieuwing. Mede in opvolging van de POK wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Gemeenten zijn daarin belangrijke partners. De resultaten van de aanpak door gemeenten zijn: 1. Toegang versnellen: inwoners hebben sneller en makkelijker toegang tot voorzieningen en rechtsbescherming en verdwalen niet langer tussen uitvoeringsinstanties. 2. Betere gemeentelijke juridische dienstverlening: voor inwoners is voldoende juridische ondersteuning beschikbaar, zowel in de vorm van eerstelijns juridische ondersteuning als in de versterking van de gemeentelijke ombudsfunctie. 3. Pilots robuuste rechtsbescherming: kennis over effectieve rechtsbescherming wordt door gemeenten hergebruikt. Gemeenten hoeven niet elk het wiel zelf uit te vinden. In pilots zijn effectieve (nieuwe) werkwijzen voor rechtsbescherming ontwikkeld, gemeenten zijn ondersteund in het in gebruik nemen van die werkwijzen en gemeenten leren van elkaar.
Om gemeenten in staat te stellen om, langs bovenstaande lijnen samen met juridische partners, meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, stelt het kabinet tot en met 2027 extra middelen ter beschikking. 2b. Systeemleren Om de dienstverlening in gemeenten daadwerkelijk en structureel te kunnen verbeteren is het van belang dat de dienstverlening plaatsvindt in een ‘lerende uitvoeringspraktijk’. Binnen de gemeentelijke uitvoering moet er ruimte zijn om te reflecteren op het eigen handelen in de dienstverlening aan inwoners. Gemeenten moeten kunnen leren van de fouten en knelpunten in hun uitvoeringspraktijk en kunnen leren van elkaar, zodat de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in kwetsbare posities continu kan worden verbeterd. Het uiteindelijke doel daarbij is de kwaliteit van de dienstverlening aan de meest kwetsbare burgers te verhogen en zo in de gemeente een betere en veiligere leefomgeving te laten ontstaan. De projectmatige capaciteit om de ‘lerende uitvoeringspraktijk’ in de gemeente vorm te geven, is nog niet in alle gemeenten beschikbaar. Het is wenselijk dat er in alle gemeenten ruimte is om het systeemleren in te richten. Deze capaciteit kan worden aangewend om aan te sluiten bij het kennis- en 2
leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de lessen uit dat programma te vertalen naar de eigen gemeente. Hiervoor stelt het kabinet voor 2021 tot en met 2027 extra middelen beschikbaar. 2c. Versterking ondersteuning wijkteams Voor de versterking ondersteuning wijkteams stelt het kabinet voor de jaren 2021 tot en met 2027 extra middelen beschikbaar. Deze extra middelen zijn beschikbaar gesteld ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning in de komende jaren stap voor stap structureel te verbeteren. Dit betekent dat voor de sociale wijkteams extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar komt, om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren. 2d. Impuls integraal werken Als onderdeel van het versterken van de gemeentelijke dienstverlening stelt het kabinet in 2021, in 2022 en in 2023 extra middelen beschikbaar, waarmee gemeenten een impuls kunnen geven aan het ontwikkelen van een integrale dienstverlening. 3. Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk hiervoor afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling. Op de begroting van het ministerie van VWS is toen € 20 miljoen beschikbaar gesteld.
Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen aan het eind van 2021 weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Momenteel is nog € 18,9 miljoen beschikbaar in de subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg. Het overige deel, € 1,1 miljoen, is momenteel als liquiditeitssteun uitgekeerd. Het restant van € 1,1 miljoen wordt op een later moment toegevoegd als de liquiditeitssteun is terugbetaald. Het opgenomen bedrag betreft het aandeel van Hilversum in de teruggave van deze middelen. Het betreft het terugkrijgen van wat eerder is ingehouden. 4. a en b) Continuïteit van zorg: meerkosten jeugd en Wmo (Corona compensatie) De VNG en het Rijk hebben afgesproken dat meerkosten binnen het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) als gevolg van de coronapandemie in 2021 door het Rijk worden gecompenseerd. In opdracht van de ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG is een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 vastgesteld. Deze compensatie betreft een afrondende afspraak voor meerkosten over 2021.
Een deel van het bedrag is als volgt toegevoegd aan de algemene uitkering voor Hilversum. • € 122.000 voor het cluster Jeugd. • € 94.000 voor het cluster Maatschappelijke ondersteuning. Ook voor 2021 komt er een regeling voor de meerkosten in de Jeugdwet en Wmo 2015. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022. 5. a en b) Salarislasten zorgdomein jeugd en Wmo Op 5 oktober jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de budgettaire gevolgen van het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen. Dit pakket bestaat uit een structurele verhoging van de zorgsalarissen, het verlagen van de verhuurderheffing voor woningcorporaties, extra middelen voor defensie, politie en boa’s, hogere salarissen in het primair onderwijs, en tot slot koopkrachtverbetering. Gelet op het bijzondere karakter van het aanvullende pakket heeft het kabinet besloten geen accres voor het gemeentefonds en provinciefonds toe te kennen over de nieuwe maatregelen.
Aangezien de gemeenten geen accres ontvangen over het aanvullende pakket, maar wel te maken zullen krijgen met toename van salarissen in hun zorgdomein, zal het Rijk als compensatie vanaf 2022 structureel € 80 3
miljoen per jaar toevoegen aan de algemene uitkering. Daarnaast zullen gemeenten in het voorjaar 2022 bij de verwerking van reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen structureel € 14 miljoen additionele loon- en prijsbijstelling ontvangen. 6. Kwaliteitsborging bouw- woningtoezicht Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen in werking. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder de Wkb zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde taken en krijgen gemeenten er extra taken bij. Voor de noodzakelijke voorbereidingen die de gemeenten nog moeten treffen tot de inwerkingtreding van de Wkb ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage in 2021. 7. Lokaal cultuuraanbod (Corona compensatie) Hilversum ontvangt € 212.000 voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuur in 2021. De bijdrage komt bovenop de € 253.000 zoals die voor de eerste helft van 2021 is verstrekt. 8.
Inkomstenderving gemeenten 2020 (Corona compensatie) In het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. is afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covid-19 in 2020. De compensatie vindt plaats op basis van het verschil tussen begrote en gerealiseerde inkomsten, waarbij eventuele meevallers ten opzichte van de begroting worden gesaldeerd met de derving. Gemeenten ontvangen geen compensatie voor gemiste inkomsten indien dit voortkomt uit eigen beleid. In totaal ontvangt Hilversum een bedrag van € 488.000 bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 812.000. De totale compensatie komt daarmee voor het jaar 2020 uit op een bedrag van € 1,3 miljoen. Ook over 2021 zal compensatie voor inkomstenderving ontvangen gaan worden. In de eerste helft van 2022 zal hier meer informatie over worden ontvangen. 9. Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) (regionaal) (Corona compensatie) Aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wordt in 2021 een bedrag van € 80,8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. Daarnaast wijzigt de verdeling van de decentralisatie-uitkering door de actualisatie van de maatstaf uitkeringsontvangers (drempel). 10.
Beschermd wonen (IU) (regionaal) (Corona compensatie) Aan de integratie-uitkering Beschermd wonen wordt in 2021 een bedrag van € 8 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het historische verdeelmodel. 11. Vrouwenopvang (DU) (regionaal) (Corona compensatie) Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wordt in 2021 een bedrag van € 0,3 miljoen toegevoegd. De verdeling vindt plaats naar rato van de aandelen van de centrumgemeenten in het objectieve verdeelmodel. 12. Participatie (IU) gederfde inkomsten SW bedrijven (compensatie corona) Voor de periode van 1 maart tot 31 december 2020 is een bijdrage van € 521.000 ontvangen voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Voor ditzelfde doel wordt nu een bedrag van € 170.000 beschikbaar voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021. Hiermee is ook het laatste gedeelte van de aangekondigde steun verleend.
4
13. Gemeenteraadsverkiezingen Het kabinet stelt middelen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie. De extra kosten hangen onder meer samen met het huren van locaties en het inhuren van stembureauleden voor het vervroegd stemmen op de maandag en dinsdag voorafgaand aan de reguliere dag van stemming, met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, en met het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten. 14. Personen met verward gedrag (DU) (POK) (regionaal) Gemeenten hebben het kabinet verzocht om middelen beschikbaar te stellen aan de Zorg- en Veiligheidshuizen voor de aanpak van personen met verward gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Het Zorg- en Veiligheidshuis is de plek waar partijen (gemeente, zorg, Openbaar Ministerie en politie) samenwerken op het snijvlak van zorg en veiligheid. Met deze bijdrage richten de gemeenten binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen een landelijk dekkend netwerk in om te zorgen dat personen met (verward gedrag en) een hoog veiligheidsrisico een persoonsgerichte aanpak krijgen met passende (beveiligde) zorg en begeleiding.
Het kabinet omarmt deze ambitie van de gemeenten en stelt conform het verzoek voor de jaren 2021 tot en met 2027 aan Hilversum een bedrag van € 128.000 per jaar beschikbaar. Dit gebeurt middels een decentralisatie-uitkering aan de centrumgemeenten van de veiligheidsregio’s. 15. Inburgering (IU) Via de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 een bedrag van € 17.000 beschikbaar gesteld voor de kosten die de gemeente maakt voor informatievoorziening in voorbereiding op het nieuwe inburgeringsstelsel (Veranderopgave Inburgering; VOI). In het bestuurlijk overleg van oktober 2021 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken bekrachtigd over de incidentele vergoeding die gemeenten ontvangen voor de kosten die zij maken voor de ICT-voorzieningen die gereed moeten zijn op 1 januari 2022. Het betreft hier de kosten die gemeenten maken voor de ontwikkeling naar het zogenoemde Plateau 1 van de informatievoorziening. De middelen worden beschikbaar gesteld voor het inrichten van hun eigen ICT-landschap en de bijbehorende werkzaamheden zoals het opleiden van medewerkers, het aanpassen van werkprocessen en de noodzakelijke aanpassing of aanschaf van een softwaresysteem. 16.
Einde lening inburgeringsplichtig (DU) In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen het ministerie van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtigen (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten zullen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. De ELIPs-groep is in de praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: • € 9.500 hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of; • € 7.500 hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburgeringstermijn binnen 12 maanden afloopt.” Over de bedragen voor de jaren 2022 – 2026 volgt meer informatie in de meicirculaire 2022. 17. Mantelzorgbeleid (DU) Vanuit het programma Langer Thuis werkt het ministerie van VWS samen met partijen in het veld aan betere zorg en ondersteuning voor ouderen thuis. Mantelzorgers spelen daar een cruciale rol bij.
In Nederland zijn 5 miljoen mantelzorgers die het vanzelfsprekend vinden om voor hun naaste te zorgen en het is belangrijk dat zij de zorg voor hun naasten kunnen volhouden. Voor het aanvragen van zorg 5
en ondersteuning ervaren mantelzorgers problemen in de toegang ervan: er is grote onbekendheid bij hen over bestaande regelingen en zij ervaren administratieve rompslomp bij aanvragen. Vaak wordt door instanties die verantwoordelijk zijn voor een regeling (zoals de gemeente of de woningcorporatie) gevraagd om een bewijs van mantelzorg (“mantelzorgverklaring”). Het ministerie van VWS faciliteert via een eerste tranche in totaal 44 gemeenten via een decentralisatie-uitkering om de toegang tot lokale regelingen voor mantelzorgers te vereenvoudigen en de regellast voor mantelzorgers bij de aanvraag van deze voorzieningen te verminderen. Over de tweede tranche volgt meer informatie in een latere circulaire. 18. WOZ waarde mutaties De WOZ inkomsten van de gemeenten vormen een aftrekpost op de algemene uitkering. Jaarlijks worden bij de decembercirculaire de definitieve gegevens voor de OZB-Maatstaven voor het jaar t-2 verwerkt. In dit geval zijn de OZB waarden voor woningen voor 2019 opwaarts bijgesteld. De OZB waarden voor niet woningen zijn neerwaarts bijgesteld. Per saldo betekent dit dat de korting op de algemene uitkering voor het jaar 2019 per saldo hoger uitvalt in vergelijking met de septembercirculaire 2021. Een hogere korting betekent een lagere Algemene Uitkering. 19.
Digitale voorzieningen (GDI, Mijn overheid, Digid en BSN) Doorbelasting van de niet-transactiegerichte voorzieningen in de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) aan de gemeenten wordt verrekend via een uitname uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het zelfde geldt voor de doorbelasting van DigiD en MijnOverheid. Daarnaast is met de VNG afgesproken dat vanaf 2020 het gemeentelijke gebruik voor de BSN ook wordt doorbelast via een uitname uit het gemeentefonds. Voor Hilversum is deze bijdrage berekend op € 35.000. Financieel beleid Met betrekking tot de decembercirculaire; het financieel effect op het lopend begrotingsjaar wordt verwerkt in de Jaarstukken. Het financieel effect op het meerjarenperspectief wordt opgenomen in de Voorjaarsnota van het aankomende begrotingsjaar. Conform de financiële verordening worden verhogingen in de uitkeringen van het gemeentefonds ten behoeve van nieuwe taken niet zonder meer doorvertaald naar corresponderende uitgaven budgetten in het lopende begrotingsjaar. (t) De gedachte hierachter is dat de uitgaven budgetten zijn begroot op basis van de afspraken die zijn gemaakt m.b.t. wat er uitgevoerd moet worden in jaar t, onafhankelijk van mutaties in de uitkeringen in het gemeentefonds in jaar t.
Verhogingen in de uitkeringen in jaar t worden pas omgezet naar een exploitatiebudget in het lopende begrotingsjaar (t) indien er een voorstel ligt ter besteding van de extra middelen. Hetzelfde geldt voor verhogingen van de uitkeringen ten behoeve van het jaar t+1 en de meerjarenraming. Zolang de extra middelen niet geclaimd worden komen ze ten gunste van het begrotingssaldo van jaar t+1 en de meerjarenraming. Uitzondering op deze regel zijn de uitkeringen die de gemeente Hilversum ontvangt als centrum gemeente waarbij regionale afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze uitkeringen. Vermeerderingen/verminderingen van deze uitkeringen worden wel doorvertaald naar de corresponderende uitgaven budgetten van jaar t, t+1 en de meerjarenraming. Verlaging van uitkeringen t.b.v. taken worden wel direct doorvertaald in het lopende begrotingsjaar t, t+1 en de meerjarenraming.
6
Verhoging corresponderende uitgaven regionale budgetten De extra middelen genoemd onder de posten 9, 10, 11 en 14 worden doorgegeven omdat dit middelen zijn die Hilversum als centrumgemeente ontvangt en waarbij regionale afspraken zijn gemaakt over de besteding van deze middelen. 17. Verrekening budget Mantelzorgbeleid (DU) In 2021 is er door Hilversum een aanvraag gedaan om in aanmerking te komen voor de pilots mantelzorgverklaring en verbeteren van de toegang tot mantelzorgregelingen. Vervolgens zijn in de decembercirculaire 2021 deze extra middelen toegekend voor deze pilots. Omdat deze middelen pas half december ter beschikking zijn gesteld is het onmogelijk om deze nog uit te geven in 2021. In dit voorstel wordt het budget doorgegeven als budget in 2022. Het gaat om een bedrag van € 50.000. 20. Storting compensatiepakket 3 Corona in reserve Covid 19 In de Raadsvergadering van 3 juni 2020 heeft de raad de Reserve Covid-19 ingesteld. Het doel van deze reserve is om dekking te geven aan lokale financiële tegenvallers die veroorzaakt worden door de coronacrisis. Via de decembercirculaire 2021 is het 6e compensatiepakket Corona verwerkt. In totale compensatie via dit pakket bedraagt voor 2021 een bedrag van € 1.683.000 en voor 2022 een bedrag van € 127.000. Een deel van de coronacompensatie heeft betrekking op regionale middelen.
Deze compensatie wordt doorgegeven aan de regio en bedraagt voor 2021 een bedrag van € 597.000. Voor de goede orde, de extra middelen voor de Sociale Werkbedrijven zijn ook regionaal maar worden gestort in de Reserve Covid 19 en niet rechtstreeks doorgesluisd. Voorgesteld wordt om het resterende deel van de compensatiepakketten te storten in de Reserve Covid-19. Het gaat om een bedrag van € 1.086.000 in 2021 en € 127.000 in 2022. Een en ander conform de gedragslijn die is ingezet bij de septembercirculaire van 2020. Via raadsbesluit van 6 oktober is er een bedrag van € 1,6 miljoen onttrokken uit de algemene reserve t.b.v. storting in de Reserve Corona Herstelagenda. Met een deel van de extra middelen die via de septembercirculaire in 2021 en 2022 als coronacompensatie werden ontvangen is de onttrekking uit de algemene reserve inmiddels gecompenseerd. Verlaging corresponderende uitgavenbudgetten Er zijn geen budgetten die verlaagd worden. 21. Verantwoording Mutaties 2019 en 2020. De jaren 2019, en 2020 zijn inmiddels afgesloten, het nadeel van respectievelijk € 40.000 en € 34.000 wordt daarom in zijn totaal van € 74.000 als nadeel verantwoord in het jaar 2021. Resterend saldo, regel E.
Na het doorgeven van de financiële mutaties aan corresponderende posten, conform de financiële spelregels van de financiële verordening, resteert er een financieel effect voor de diverse begrotingsjaren. Dit voordelige saldo wordt gevormd door de posten 1, 2, 3, 5, 6, 15, 16 17, 18 en 19. De decembercirculaire 2021 heeft een voordelig effect op de jaarrekening 2021 van € 1.014.000. Voor de jaren 2022 t/m 2025 heeft deze decembercirculaire een voordelig effect van respectievelijk € 971.000, € 836.000, € 831.000 en € 835.000 voordelig. Deze voordelige effecten worden meegenomen bij de integrale besluitvorming in de voorjaarsnota 2022. 7
8
Gemeentefonds
Decembercirculaire 2021
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 14 december 2021 Kenmerk 2021-0000643235
Onderwerp Doelstelling
decembercirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie
Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire 2021 (2021-0000478671); meicirculaire 2021 (2021-0000287810); aanvullende brief maart 2021 (2021-0000171770) 14 december 2021 1 juli 2022
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Voorwoord
Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. Bij wijze van uitzondering bevat deze circulaire ook enkele mutaties voor de uitkeringsjaren 2022 en verder, gebaseerd op de eerste, de tweede en derde nota van wijziging die op respectievelijk 5 oktober, 10 november en 3 december 2021 aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.
In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.
De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circula ire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ...................................................................................................................1 1.1
Inleiding .................................................................................................................1
1.2
Algemene uitkering ..................................................................................................1
1.3
C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden ........................................................2
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds ............................................................................3
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ...................................................................4
Algemene uitkering ..........................................................................................................5 2.1
Inleiding .................................................................................................................5
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ..................................................5
1.
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) ..........................................................6
2a. Generieke Digitale Infrastructuur..................................................................................6 2b. MijnOverheid en DigiD ................................................................................................7 2c. Burgerservicenummer (BSN)........................................................................................7 3.
Versterking dienstverlening gemeenten ......................................................................7
3a. Robuust rechtsbeschermingssysteem............................................................................8 3b. Systeemleren.............................................................................................................8 3c. Versterking ondersteuning wijkteams............................................................................9 3d. Impuls integraal werken..............................................................................................9 4.
Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteit cruciale jeugdzorg...........................................9
5.
a en b) C ontinuïteit van zorg: meerkosten jeugd en wmo (covid -19) ........................... 10
6.
a en b) Salarislasten zorgdomein ............................................................................. 10
7.
Kwaliteitsborging bouw- woningtoezicht ................................................................... 11
8.
Lokaal cultuuraanbod ............................................................................................. 11
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ..................................................................... 11
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering................................................................ 12
2.4.1 2.5 2.6 3
Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg ......................................... 12 Veranderingen in het verdeelstelsel .......................................................................... 13 Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor ............................................... 13
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ......................................................................... 15 3.1
Inleiding ............................................................................................................... 15
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen .................................. 15
1.
Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) ......................................................... 16
2.
C ontinuïteit van zorg .............................................................................................. 16
2a. Maatschappelijke opvang (covid-19) ........................................................................... 17 2b. Beschermd wonen (covid-19) .................................................................................... 17 2c. Vrouwenopvang (covid-19) ........................................................................................ 17 3.
Participatie: Sociale Werkbedrijven .......................................................................... 18
4.
Gemeenteraadsverkiezingen.................................................................................... 18
5.
Voortzetting pleegzorg AMV’s .................................................................................. 18
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
6.
Versterking dienstverlening gemeenten .................................................................... 19
6a. Systeemleren........................................................................................................... 20 6b. Personen met verward gedrag.................................................................................... 20 7.
Inburgering ........................................................................................................... 20
8.
Einde lening inburgeringsplichtig.............................................................................. 21
9.
Erfgoed Deal ......................................................................................................... 21
10.
Mantelzorgbeleid.................................................................................................... 22
11.
Versterken aanbod dementie ................................................................................... 22
12.
Stedelijke vernieuwingsgebieden ............................................................................. 22
13.
Experiment gesloten coffeeshopketen ...................................................................... 23
14.
Herindelingsverkiezingen ........................................................................................ 23
15.
Duurzaam erfgoed ................................................................................................. 23
16.
Verdiepingstraject onderwijssegregatie..................................................................... 24
17.
Programmabureau Sociaal domein ........................................................................... 24
18.
LHBTI-emancipatiebeleid ........................................................................................ 24
19.
Ongeadresseerde briefstembiljetenveloppen ............................................................. 24
20.
C ity Deal (systeemleren) ........................................................................................ 25
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen25
3.3.1
Bevolkingsdaling ............................................................................................... 25
3.3.2
Landelijke vreemdelingen voorzieningen............................................................ 25
3.3.3
C risisdienstverlening: aanpak jeugdwerkloosheid .............................................. 25
3.3.4
Klimaat ......................................................................................................... 26
3.3.5 IU Voogdij/18+: vangnetregeling ‘Aangepaste werkwijze implementatie nieuw woonplaatsbeginsel’ ....................................................................................................... 26 4
Overige mededelingen .................................................................................................... 28 4.1
Inleiding ............................................................................................................... 28
4.2
Bevoorschotting ..................................................................................................... 28
4.3
Aanlevering Iv3 in JSON-formaat ............................................................................. 28
4.4
Website gemeentefinanciën en informatievoorschrift Iv3 ............................................ 29
Bijlagen .............................................................................................................................. 31 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2021 en 2022 ................................. 31 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021, gegroepeerd naar cluster ....................................... 41 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid 2022, gegroepeerd naar cluster ....................................... 44 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving gemeenten 2020 (covid-19) ............. 47 Bijlage 3.2-2a Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (covid-19)........................... 51 Bijlage 3.2-2c Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (covid-19) ........................................ 52 Bijlage 3.2-3 Integratie-uitkering Participatie: Sociale Werkbedrijven...................................... 53 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Gemeenteraadsverkiezingen........................................ 61 Bijlage 3.2-6a Decentralisatie-uitkering Systeemleren........................................................... 69 Bijlage 3.2-6b Decentralisatie-uitkering Personen met verward gedrag ................................... 70 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig.................................. 71
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Mantelzorgbeleid ...................................................... 75 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Versterken aanbod dementie ..................................... 76 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Stedelijke vernieuwingsgebieden................................ 77 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Experiment gesloten coffeeshopketen ......................... 78 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Ongeadresseerde briefstembiljetten ........................... 79
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2021 en uit de eerste, tweede en derde nota van wijziging voor het jaar 2022.1 Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. Omdat het accres voor 2021 – net als voor 2020 – in overleg met de VNG en het IPO is bevroren, zal het accres voor dit jaar dan ook niet meer worden bijgesteld. Voor de jaarafsluiting 2021 is het accres 2021 zoals gemeld in de meicirculaire 2020 de definitieve stand.
Op 5 oktober jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de budgettaire gevolgen van het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen.2 Gelet op het bijzondere karakter van het aanvullende pakket heeft het kabinet besloten geen accres voor het gemeente fonds en provinciefonds toe te kennen over de nieuwe maatregelen. Aangezien de gemeenten geen accres ontvangen over het aanvullende pakket, maar wel te maken zullen krijgen met toename van salarissen in hun zorgdomein, zal het Rijk als compensatie vanaf 2022 structureel € 80 miljoen per jaar toevoegen aan de algemene uitkering. De toevoeging is in deze circulaire verwerkt (zie paragraaf 2.2). Daarnaast zullen gemeenten in het voorjaar bij de verwerking van reguliere loon- en prijsbijstelling voor Beschermd Wonen structureel € 14 miljoen additionele loon- en prijsbijstelling ontvangen.3,4 In reactie op het rapport Ongekend onrecht5 van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) heeft het kabinet tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar
TK 2021/22, 35 925-B, nr. 6 (Nota van wijziging | Twe ede Kamer der Staten-Generaal), TK 2021/22, 35 925B, nr. 13 (Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2022 | Twe ede Kamer der State n-Generaal) en TK 2021/22, 35 925-B, nr. 15 Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor he t jaar 2022 | Twe ede Kamer der Staten -Generaal. 2 TK 2020/21, 35 925, nr. 121: Budgettaire uitkomsten APB | Twe ede Kamer der Staten -Generaal 3 Dit be drag zal in de meicirculaire 2022 worde n toegevoegd aan de integratie-uitkering Beschermd wonen. 4 https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/09/23/kamerbrief-over-reactie-op-motiele de n-hijink-en-bikker-om-extra-financiele-middelen-vrij-te-maken-voor-zorgsalarissen 5 TK 2020/21, 35 510, nr. 4: Kamerstuk 35510, nr. 4 | O verheid.nl > O fficiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl) 1
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
1
gesteld voor het verbeteren van dienstverlening van gemeenten voor alle mensen. Daarvan wordt voor 2021 € 124 miljoen beschikbaar gesteld via het gemeentefonds. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering (€ 109 miljoen) en twee decentralisatie-uitkeringen (€ 15 miljoen). Zie paragraaf 1.5 en 3.2 voor het overzicht voor de verdeling van de middelen voor 2021 en verder.
Om de noodzakelijke voorbereidingen te kunnen treffen op de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ontvangen gemeenten in 2021 een initiële bijdrage van € 10 miljoen (zie paragraaf 2.2).
1.3
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, teneinde cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Voor 2021 wordt aanvullend een bedrag van € 136,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de meerkosten en inhaalzorg. Dit wordt uitgekeerd via de algemene uitkering (€ 47 miljoen) (zie paragraaf 2.2-5), de integratie-uitkering Beschermd wonen (€ 8 miljoen) en de decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang (€ 80,8 miljoen) en Vrouwenopvang (€ 0,3 miljoen) (zie paragraaf 3.2-2).
Ook komt er een regeling voor de meerkoste n in de Jeugdwet en Wmo 2015 in 2022. Op het moment van de vaststelling van de compensatie voor 2021 was echter niet voorzien in nieuwe beperkende maatregelen, welke 12 november jl. zijn aangekondigd. Het Rijk en de VNG hebben afgesproken de eventuele extra meerkosten die hier uit voortvloeien te betrekken bij de compensatie 2022.6
Daarnaast is in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 7 april jl. afgesproken dat gemeenten reële compensatie ontvangen voor de derving van inkomsten door covi d-19 in 2020. Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving als gevolg van corona. Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment reële compensatie zullen ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020. Voo r 282 gemeenten wordt de compensatie over 2020 nu volledig afgerond. Voor 48 gemeenten is op dit moment sprake van gedeeltelijke compensatie. Voor 25 gemeenten kan de reële compensa tie op dit moment nog niet worden bepaald. De compensatie van deze gemeente n vindt op een later moment plaats. De compensatie van de inkomstenderving ad € 84,381 miljoen is in deze circulaire verwerkt en wordt beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering (zie paragraaf 3.2-1). Deze compensatie ontvangen gemeenten bovenop het reeds verstrekte voorschot van € 245 miljoen. Gemeenten zullen ook over 2021 compensatie van de inkomstenderving ontvangen. U zult in de eerste helft van volgend jaar meer informatie over het proces ontvangen.
Eerder is het kabinet de gemeenten tegemoet gekomen voor het opvangen van de exploitatiekosten van de Sociale Werkbedrijven in het jaar 2020. Het kabinet stelt ook voor de
6
Kam erbrief voortzetting financiële COVID-maatregelen zorg 2022 | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
2
periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021 € 45 miljoen beschikbaar voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven. Dit bedrag is toegevoegd aan de integratieuitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw (zie paragraaf 3.2-3).
Het kabinet heeft bekend gemaakt dat van de voor de lokale en regionale cultuur gereserve erde middelen ad € 51,5 miljoen er € 41,6 miljoen beschikbaar zal worden gesteld aan gemeenten voor het in stand houden van de lokale en regionale cultuursector in 2021. Dit bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering en in deze circulaire verdeeld. Dit komt bovenop de aan de gemeenten voor de eerste helft van 2021 verstrekte € 50 miljoen voor de instandhouding van de lokale en regionale cultuur. Verder stelt het kabinet via een decentralisatie-uitkering € 30,38 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij moeten maken bij het organiseren van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 gezien de huidige epidemiologische situatie . De verdeling van de middelen is in deze circulaire opgenomen (zie paragraaf 3.2 -4).
Naast compensatie in het kader van coronamaatregelen via het gemeentefonds ontvangen gemeenten ook nog compensatie via specifieke uitkeringen. Hoewel de circulaire hier in principe niet over rapporteert willen we hier toch noemen dat er € 45 miljoen beschikbaar is g esteld aan de veiligheidsregio’s. De reden hiervoor is dat er een extra handhavingsopgave is neergelegd bij gemeenten, aangezien bij het kabinetsbesluit van 22 september jl. is besloten dat ondernemers, instellingen en verenigingen geacht worden te toetsen of bezoekers een geldig C TB hebben dat correspondeert met het legitimatiebewijs.7
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 9 juli hebben de fondsbeheerders aan de ROB en de VNG het voorstel voor de nieuwe verdeling aangeboden gebaseerd op peiljaar 2017.8 Op 12 augustus jl. is tevens de actualisatie naar 2019 aan de ROB en de VNG aangeboden, met het verzoek deze informatie mee te nemen in de advisering en consultering. In zijn advies heeft de ROB ook de uitkomsten van de actualisatie van de verdeling naar een recenter peiljaar (2019) 9 meegewogen. Op 19 oktober jl. heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies uitgebracht over het voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds.10 De ROB constateert in zijn advies dat de nieuwe verdeling een verbetering is ten opzichte van de huidige verdeling, maar stelt wel dat de nieuwe verdeling niet ongeclausuleerd kan worden ingevoerd. Op 1 november jl. heeft de VNG het ministerie van BZK om een reactie op het ROB-advies gevraagd.11 In de brief van 13 december zijn de fondsbeheerders ingegaan op het advies en de aanbevelingen van de ROB. De fondsbeheerders vinden het advies van de ROB zeer belangrijk en waarderen het.
Dit advies helpt de fondsbeheerders om de nieuwe verdeling van het Afspraken kabinet e n burgemeesters handhaving coronamaatregelen met coronatoegangsbewijzen | Nie uwsbe richt | Rijksoverheid.nl 8 Kam erbrief over antwoorden op tussenbericht R OB herijk ing gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl 9 Docum enten actualisatie ve rdeelvoorstel gemeentefonds naar 2019 | Rapport | R ijk soverheid.nl 10 Brie fadvies Herverdeling gemeentefonds | Nie uwsbericht | Raad voor het Openbaar Bestuur (raadopenbaarbestuur.nl) 11 VNG vraagt BZK om reactie op R OB-advies herijking | VNG 7
Decembercirculai re gemeentefonds 2021
3
gemeentefonds op een verantwoorde wijze in te voeren. De ROB concludeert dat het voorliggende voorstel een verbetering is vergeleken met de huidige verdeling en een aantal knelpunten daarvan aanpakt, maar niet het eindstation kan zijn. De ROB verwijst daar bij onder andere naar de ontwikkelingen in het sociaal domein. Dit zijn de fondsbeheerders met de ROB eens. C onform het ROB-advies stellen de fondsbeheerders daarom een stapsgewijze invoering voor en het maximeren van het bedrag van de herverdeeleffecten. Ook ondersteunen de fondsbeheerders het voorstel van de ROB om in aanloop naar en na de invoering onderzoek uit te voeren en de effecten te blijven monitoren om de verdeling stapsgewijs verder te verbeteren. Voor meer informatie over de reactie van de fondsbeheerders op de aanbevelingen van de ROB wordt verwezen naar de brief van 13 december.12