CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2021-75 inzake Gebiedsplan stadshart Hilversum

GEMEENTERAAD 10 november 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 016.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om de verkeerstoename op de nu al drukke Buitenring-Noord op te kunnen vangen is maatregel 18 (aanpak buitenring Noord) noodzakelijk. Door uitvoeringsproblemen bij Prorail is er een risico dat de uitvoering van de Kleine Spoorbomen wordt uitgesteld tot 2024. Planning: 2021-2024 Maatregel 7 | Geluidssaneringsmaatregelen bij het spoor Voor de ontwikkellocaties langs het spoor geldt dat hier geluidswerende maatregelen moeten worden getroffen. De ontwikkelaars die op deze locaties actief zijn, nemen dit mee in hun planvorming. Denk hierbij aan dubbele gevels (loggia’s) en situering van nieuwbouw op een dusdanige manier dat deze ook als geluidsbuffer fungeren voor andere nieuw- en bestaande bouw. Planning: 2021-2030 en verder

26

Postcodegebied 1221 - Oostzijde In 2019 hebben bewoners, ontwikkelende partijen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en gemeente met elkaar de Gebiedsagenda 1221 opgesteld. De agenda biedt een kompas voor de toekomst van de Geuzenbuurt, Electrobuurt en Kleine Driftbuurt, samen postcodegebied 1221. Doel is het wonen, werken en leven in 1221 aantrekkelijker maken voor huidige en toekomstige bewoners en ondernemers. Dit heeft onder meer geleid tot planvorming voor 10 ontwikkellocaties, een gevestigde WVG en diverse ondersteunende programma’s zoals het opknappen en vergroenen van een 6-tal pleinen in de wijk. Aan de uitvoering wordt intensief samengewerkt tussen gemeente, inwoners en eigenaren.

Figuur 16 Werken aan de gebiedsagenda

Bij de vertaling van de gebiedsagenda naar een ruimtelijk kwaliteitskader voor verschillende ontwikkellocaties is een ontwerp beeldkwaliteitsplan vrij gegeven voor inspraak van 15 juli tot 15 september. Het beeldkwaliteitsplan behelst een set van spelregels en kwaliteitscriteria als het gaat om de bebouwde en onbebouwde omgeving. Het beeldkwaliteitsplan moet het richting geven aan vraagstukken en besluitvorming door de gemeenteraad over dichtheid, hoogte en kwaliteit van de openbare ruimte. Bij de uitwerking van de plannen voor verschillende ontwikkellocaties in 1221 blijkt hoe complex binnenstedelijke herontwikkeling is. Veel binnenstedelijke herontwikkelingen komen moeilijk van de grond. Als gemeente voeren we regie op het proces en maken we een integrale afweging ten behoeve van een kwalitatief hoogwaardige en financieel haalbare ontwikkeling. Uitgangspunt bij de plantoetsing is de vraag: hoe draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de ambities van de Gebiedsagenda? Hierbij gaat het om thema’s zoals betaalbare huisvesting, behoud van werkgelegenheid en het toevoegen van openbaar groen.

Maatregel 8 | Programmering wonen, werken, voorzieningen in 1221 In 1221 zijn tien ontwikkellocaties geïdentificeerd en inmiddels voor zes locaties intentieovereenkomsten afgesloten, te weten Venetapark, Zuiderweg/Lijsterweg, Hunkemöller, Grote Sigarenfabriek, Wybertjesfabriek en voor de Korte Noorderweg. Leegstaande monumenten blijven behouden en worden opgeknapt en herbestemd met nieuwe functies. Op alle ontwikkellocaties wordt groene buitenruimte met ruimte voor ontmoeting, sporten en spelen toegevoegd. Lang gekoesterde wensen voor het uitplaatsen van moeizame functies komen Figuur 17 Ontwikkellocaties in 1221 dichterbij.

27

Het aantal woningen in 1221 kan groeien met circa 1.150 nieuwe woningen tot 2030, dit is gebaseerd op de concrete planvoorstellen van 7 van de 10 ontwikkellocaties. Voor de overige 3 locaties is geen concrete planvorming en wordt deze de komende jaren nog niet verwacht. De behoefte aan nieuwe woningen is groot. Het gaat vooral, maar niet alleen, om woningen voor 1en 2 persoonshuishoudens. Verder zal ruimte moeten worden geboden om het aantal bestaande arbeidsplaatsen minimaal te behouden. Een groei in arbeidsplaatsen is gewenst. Dat is mogelijk aangezien een deel van de arbeidsplaatsen in een werkomgeving die veel ruimte vragen (bijvoorbeeld logistiek) wordt vervangen door arbeidsplaatsen die veel minder ruimte vragen (bijvoorbeeld in de creatieve sector). De verwachte hoeveelheid aan vierkante meters bedrijfsruimte na de ontwikkeling van ontwikkellocaties bedraagt voor de 7 ontwikkellocaties circa 10.500 m2. De combinatie van wonen en werken op en rondom de ontwikkellocaties bieden kansen voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen tussen werknemers en bewoners. Waar het gaat om nieuwe bedrijvigheid ligt het accent op ZZP’ers (woonachtig in de wijk, vaak bouw, zorg, creatief) en op kleine en middelgrote bedrijven (met name zorg & welzijn, creatieve bedrijvigheid, onderwijs, grooten detailhandel, tot 50 werknemers).

Dit zonder grotere werkgevers (bijvoorbeeld in de creatieve bedrijvigheid) uit te sluiten. De gemeentelijke plankosten worden gedekt middels intentie- en anterieure overeenkomsten met de projectontwikkelaars. Hierbij worden tevens afspraken gemaakt over de te maken kosten voor (her)inrichting van de openbare ruimte. Vanuit de mobiliteitsvisie zal een combinatie worden gemaakt met het faciliteren van deelvervoer en fijnmazig vervoer. Onderzocht wordt of gebruik van deelvervoer onderdeel van de prijs van wonen of werken kan zijn. Het parkeerbeleid en de bijbehorende normen worden opnieuw bekeken. Planning: 2021-2030 Maatregel 9 | Inrichting openbare ruimte 1221 (en voorzieningen) Een belangrijke ambitie in de Gebiedsagenda is het vergroten van het areaal aan openbare ruimte en de kwaliteit hiervan. Een concrete invulling hiervan wordt beschreven bij Maatregel 10 De Groene Loper, net als de beoogde voorzieningen hier. Het vergroten van het areaal aan openbare ruimte of publiek toegankelijke ruimte vindt vooral plaats door de transformatie van bestaande bedrijfslocaties naar gemengd wonen en werken. Deze locaties zijn over het algemeen niet toegankelijk voor omwonenden, veelal bebouwd met geen tot weinig groen. Na transformatie moeten deze plekken meer toegankelijk voor de buurt worden, met meer openbaar groen.

Dit is van belang gezien de beperkte hoeveelheid aan openbare ruimte in 1221. Vanuit een aantal ontwikkelende partijen wordt een bijdrage geleverd aan het opknappen van enkele belangrijke verkeerstraten in de wijk. Hierover worden de komende tijd afspraken gemaakt met de betreffende ontwikkelaars. Er komt meer aandacht voor langzaam verkeer en deelvervoer. Planning: 2021-2030 en verder

28

Maatregel 10| Groene Loper De Groene Loper vormt straks dé verbindende groenstructuur in 1221 en dient meerdere opgaven; vergroenen, klimaatadaptatie, waterberging, duurzame energie. De gemeente neemt de regie voor het realiseren van de groene loper in de openbare ruimte. De ontwikkelende partijen dragen bij aan het toevoegen en vergroenen van de openbare ruimte op hun eigen kavel door dit mee te nemen in de planvorming. Afkopen van de groenverplichting is minder wenselijk, gezien de beperkte ruimte in 1221 om substantieel groen toe te voegen. Daarnaast investeert de gemeente in het opknappen en vergroenen van een 6-tal pleinen in de wijk. Voor 3 pleinen is nu een uitwerking gemaakt. Met de uitvoering van de eerste wordt dit najaar gestart. Het gaat om de pleinen van de Ampèrestraat en Kleine Drift, waar de ontwerpen gezamenlijk met omwonenden zijn gemaakt en om het voorplein bij wijkcentrum de Geus waarvan het ontwerp tot stand is gekomen in samenwerking met de beheerders en vrijwilligers van het Figuur 18 Groene Loper wijkcentrum. Tenslotte zijn en worden er collectieve acties georganiseerd met bewoners in de wijk om tuinen te vergroenen. Planning: 2021-2024 Maatregel 11 | Infrastructuur Liebergerweg De verkeersveiligheid en doorstroming op diverse overgangen en onderdoorgangen kan beter.

Lopende projecten en nieuwe ontwikkelingen langs het spoor bieden kansen, zowel voor betere visuele als fysieke verbindingen. De werking van het spoor als barrière is niet alleen een fysiek thema, maar tot op zekere hoogte ook een sociaaleconomisch vraagstuk. Over ’t Spoor is een benaming voor de drie buurten in postcodegebied 1221. Deze naam wijst op de ligging direct bij het spoor. In het verleden werd het gebied gezien als de mindere zijde van Hilversum. Met ontwikkelingen als de Melkfabriek, Villa Industria, Lucent en Anna’s Hoeve neemt de waardering voor dit gebied en de trots op de eigen wijk echter steeds verder toe. Met de verwachte groei van bewoners en mogelijk ook werknemers in 1221 neemt de mobiliteit naar en binnen de wijk toe. Ook in de directe omgeving wordt veel ontwikkeld. Met de ontwikkelingen op Anna’s Hoeve en Philipsterrein neemt het inwonertal in de rest van Oost substantieel toe en daarmee bijvoorbeeld ook het fietsverkeer van en naar het station. De verkeersstructuur in de drie buurten, met vaak smalle straten, maakt dat verplaatsing te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer sterk de voorkeur verdient boven de auto. Ook vanuit het perspectief van duurzaamheid en gezondheid is dit een belangrijke ontwikkeling.

Opgave is om het voor voetgangers en fietsers makkelijker, veiliger en aangenamer te maken om zich door de wijk te bewegen en zo de groei van mobiliteit op duurzame wijze op te vangen. Er vindt nu een verkenning plaats naar het opknappen en veiliger maken van de Liebergerweg waar thema’s als groen, klimaatadaptatie en het auto-te-gast principe ook in terugkomen. De ontwikkelaars actief aan de Liebergerweg hebben aangegeven een substantiële bijdrage te willen

29

doen aan het opknappen van de weg. De verwachting is dat eind 2021 een voorstel voor het opknappen van de Liebergerweg aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Planning: 2026-2028, mogelijk eerder

Bruisend Hart Het gebied rond het Oosterspoorplein heeft het in de kern allemaal: een centrale en goed bereikbare ligging, een stoer industrieel karakter, monumentale gebouwen én gezellige (winkel)straatjes. Dit gebied aan de oostzijde van het centraal station is ook nog eens de entree tot Hilversum-Oost. Er is dus veel mogelijk, alleen komt het er op dit moment nog niet uit. Veel winkels staan leeg, er is risico op onveiligheid, er is weinig groen en de verkeerssituatie heeft verbetering nodig. De ontwikkeling van het Bruisend Hart staat niet op zichzelf. Dit maakt deel uit van de plannen voor het stationsgebied, die een complete metamorfose krijgt. Daarbij worden het Stationsplein en het Oosterspoorplein vernieuwd. In 2030 is dit een aantrekkelijke, bruisende, groene en veilige plek waar mensen zich welkom voelen en waar ze graag reizen, wonen, werken en verblijven. Deze entree tot de stad krijgt echt een eigen Hilversums gezicht waar we trots op kunnen zijn. Op dit moment is na uitgebreide een inwonersconsultatie de variant Groen Plein tot stand gekomen. Deze wordt nu aan de gemeenteraad voorgelegd, alvorens verder uit te werken.

5.2 Hilversum Sportpark Arenapark Maatregel 12 | Parkeeropgaven: Infrastructuur en parkeergarages Voor het Arenapark ligt er een grote parkeeropgave en tegelijk een kans voor een goede overstap van auto op openbaar vervoer en deelvervoer. In de huidige situatie (pre-corona) is er al sprake van een hoge parkeerdruk. Voor plekken die goed met het OV bereikbaar zijn en de plekken waar veel langzaam verkeer is, zijn een hoogwaardige verblijfskwaliteit, een goede luchtkwaliteit en voldoende verkeersveiligheid belangrijk. Om dit te bereiken is het wenselijk om het aantal motorvoertuigen te verminderen. De Mobiliteitsvisie 2040 zet in op meer ruimte voor fietsen en wandelen binnen de stad. Daarbij zijn de parkeernormen rond OV-knooppunten flexibeler om bewoners en bezoekers te stimuleren te kiezen voor OV en/of fiets. Daarbij past een lagere parkeernorm en gebruik van deelmobiliteit. Het uitgangspunt is altijd dat flexibiliteit moet leiden tot kwaliteit. Waar parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, is het uitgangspunt deze niet op het maaiveld aan te leggen, om extra kwaliteit te geven aan het gebied. In het stedenbouwkundig plan wordt onderzocht of bebouwd of ondergronds parkeren hiervoor de oplossing kan zijn. Dit zal tevens beter aansluiten op het station Sportpark waardoor de bereikbaarheid en de mobiliteit van het gebied verbeterd zal worden.

In het stedenbouwkundig plan wordt tevens onderzocht of er een multimodale hub op het Arenapark kan komen. Dit kan kansen opleveren voor de parkeeropgave van het Arenapark, van toegevoegde waarde zijn voor de bereikbaarheid van Hilversum en het gebruik van de Gooilijn. Planning: 2024-2027

30

Maatregel 13 | Verplaatsen perrons Sportpark Het masterplan Arenapark gaat uit van een verplaatsing van station Sportpark. Deze verplaatsing zorgt ervoor dat er een betere aansluiting is van het station op het Arenapark en het Laapersveld en een volwaardige, tweezijdige ontwikkeling. Ook draagt deze verplaatsing bij aan de veiligheid van het gebied. De huidige positionering van de perrons ten opzichte van de Soestdijkerstraatweg maakt dit een gevaarlijke spoorwegovergang. Deze overgang is door ProRail ook opgenomen in het LVO-programma. Door extra programma toe te Figuur 19 Station Sportpark voegen aan het Arenapark zal deze overweg alleen maar drukker en onveiliger worden. Het verplaatsen van de perrons ontlast de druk op deze overweg. Daarnaast draagt de verplaatsing ook bij aan de sociale veiligheid. De huidige perrons liggen ten opzichte van elkaar in een ‘bajonet’ positie waardoor de sociale veiligheid te wensen overlaat. Door de verplaatsing van het station zullen de perrons tegenover elkaar gepositioneerd worden. Het nieuw te ontwikkelen programma zal ook zorgen voor drukte op het station buiten kantooruren wat de sociale veiligheid bevorderd. De ontsluiting van het verplaatste station met het Arenapark en het Laapersveld wordt momenteel onderzocht.

Planning: 2026-2028 Maatregel 14 | Passerelle Het verplaatste station zorgt ook voor een betere verbinding tussen het Laapersveld (westzijde Hilversum) en het Arenapark (oostzijde). Deze verbinding wordt concreet gemaakt door het aanleggen van een passerelle over het spoor. Dit draagt ook bij aan het verminderen van de drukte op de overweg met de Soestdijkerstraatweg. Daarnaast maakt de passerelle het makkelijk voor scholieren van het aanwezige onderwijs zoals het ROC van Amsterdam, Alberdingk Thijm college en internationale school om gemakkelijk beide zijden van het spoor te bereiken. Dit is belangrijk om dat sommige scholen faciliteiten gebruiken die aan beide zijde van het spoor gesitueerd zijn. Planning: 2026-2028

31

Maatregel 15 | Fietstunnel (barrière) In het zuiden van het Arenapark, ter hoogte van de Diependaalselaan, moet er een fietstunnel onder het spoor komen. Ook dit zorgt voor een betere verbinding tussen het Arenapark en Laapersveld en zal de drukte op het Laapersveld ontlasten dat nu nog maar één ontsluiting heeft in het gebied. Ook deze maatregel zorgt voor minder verkeer op de spoorkruising met de Soestdijkerstraatweg en zal een belangrijke fietsverbinding zijn in het fietsnetwerk. Het zorgt ook voor een betere fietsverbinding tussen Hilversum zuidwest en het Arenapark en ziekenhuis Tergooi. De fietstunnel is onderdeel van een bredere mobiliteitsaanpak rondom Arenapark. Op en rond het Arenapark staan de mobiliteit, bereikbaarheid van het gebied en de veiligheid nu al onder druk. Met de uitvoering van het programma vanuit het masterplan zullen er alleen maar meer mensen naar en van het Arenapark reizen. Tevens geeft Nike, dat met het EMEA hoofdkwartier de grootste werkgever is van het Arenapark, aan dat zij de komende jaren hard gaan groeien in het aantal medewerkers. Tergooi ziekenhuis is bezig met een uitbreiding. De verbinding tussen Tergooi en het Arenapark is daarin belangrijk en wordt momenteel onderzocht in het stedenbouwkundig plan. Dit draagt ook bij aan de bereikbaarheid van het ziekenhuis door middel van het verplaatste station en de komst van HOV in het Gooi.

Daarom zijn investeringen nodig in de infrastructuur om het gebied maar ook de stad bereikbaar te houden. Naast de fietstunnel behoort tot de aanpak het plaatsen van i-VRI’s op de Diependaalselaan en een onderzoek naar een alternatieve route vanaf de A27, om de Diependaalselaan en Gijsbrecht van Amstelstraat te ontlasten. Daartoe hoort ook het herrouteren van zwaar (vracht)verkeer in samenspraak met andere overheden en vervoerders. Planning: 2025-2027 Maatregel 16 | Programma wonen, werken en voorzieningen Arenapark Het Arenapark bestaat straks uit een mix van functies. Onderzocht wordt hoe het programma, binnen de geuite wensen en gestelde kaders, geoptimaliseerd kan worden. Hieronder volgt een korte beschrijving van deze functiemix. Wonen: Minimaal 100 woningen vanuit het Masterplan met de nadrukkelijk wens om meer toe te voegen. Momenteel wordt onderzocht hoeveel dit er kunnen zijn. Gezien de business case is er een grote kans dat er aanzienlijk meer woningen toegevoegd gaan worden. Bekend is dat er een specifieke vraag voor het huisvesten van studenten, starters en internationals is. Daarnaast zal het Arenapark steeds meer getransformeerd worden van een mono kantorenpark naar een multifunctioneel gebied waar wonen en werken samenkomen.

Hoeveel woningen er uiteindelijk gerealiseerd gaan worden, waar deze moeten komen en voor welke doelgroepen deze bestemd zijn wordt momenteel in het stedenbouwkundig plan uitgewerkt. Werken: Op het Arenapark moet minimaal 45.000m2 extra bvo worden ontwikkeld. Het Arenapark is de grootste kantorenlocatie van de regio Gooi en Vechtstreek. Op het Arenapark is er een nadrukkelijke aanwezigheid van sport en onderwijs functies. Samen met de toe te voegen woningen en werkplekken zal er een uniek en levendig gebied ontstaan. Daarnaast is er ook de wens om een hotel te ontwikkelen dat het Arenapark en ziekenhuis Tergooi zal bedienen. De verbinding tussen het ziekenhuis en het Arenapark wordt versterkt. Om het gebied levendig te maken, bijvoorbeeld rondom het verplaatste station, kunnen ook ondersteunende voorzieningen zich vestigen, zoals horeca en Ah-to go achtige concepten.

32

Onderwijs: Het Arenapark en het Laapersveld huisvesten verschillende onderwijsinstellingen zoals het MBO-college, de Alberdingk Thijm School (AT), de NCOI (kantoor), de Internationale school, de Gooise praktijk school, de Annie MG Schmidtschool en de Bink Kinderopvang. Het MBO-college groeit en zit aan de grenzen van de capaciteit. Ook het AT-wilt groeien en wilt het bewegingsonderwijs onderbrengen op het Arenapark in de nieuwe accommodatie. Nike geeft ook aan talent te willen aantrekken en vasthouden. Een aantrekkelijke werkplek en omgeving is hierin erg belangrijk. Functiemix: Het Arenapark biedt een variatie aan voorzieningen die het profiel en de beleving van het park verder versterken. Zo wordt de haalbaarheid van een zwembad, indoor atletiekhal (maar weinig van in Nederland), atletiekbaan, faciliteiten voor e-sports, een Actionsportshal (eerste in Nederland), gymzalen voor de scholen verder onderzocht en wordt in de openbare ruimte ingezet op de verbinding met beleving natuur, sport en gezondheid. Mogelijk leidt dit tot combinaties van functies in een multifunctioneel complex. Planning: 2023-2030 en verder

Figuur 20 Huidige situatie Arenapark

Maatregel 17 | Duurzaamheidsmaatregelen Arenapark Op het Arenapark zit momenteel een Biomassacentrale. Er wordt gekeken welke alternatieven er voor deze centrale mogelijk zijn. Onderzoek wijst uit dat er kansen liggen voor WKO-installaties en geothermie. Ook liggen er kansen voor waterberging in de verbinding met de Laapersveldvijver en het GNR. Er ligt voor het gebied een hoge duurzaamheidsambitie, mede ondersteund door Nike. Planning: 2023-2030 en verder

Laapersveld De kantorenlocatie Laapersveld kenmerkt zich als een groene werklocatie waar ook een aantal scholen en woonprogramma gevestigd is. Het is gelegen aan de andere kant van station Sportpark en tegenover Arenapark (gescheiden door het spoor). In uitstraling en architectuur zijn grote verschillen in het gebied te vinden. Zo staan er een aantal panden die recent zijn gebouwd zoals de Gooise praktijkschool maar staan er ook gebouwen die een stuk ouder zijn. De grote variatie in bouwstijlen

33

en programma’s maakt dit een diverse werklocatie waar in de samenhang met Arenapark ontwikkelmogelijkheden liggen, ook om het tweezijdig gebruik van het verplaatste station Sportpark te bevorderen.

5.3 Hilversum Mediapark Hiervoor zijn op dit moment geen concrete maatregelen in de vorm van een gebiedsplan opgenomen. De gemeente is vanzelfsprekend in goed contact met eigenaren en gebruikers. Belangrijk is dat de bediening van station Mediapark meegroeit met de verwachte ontwikkelingen rondom het station en in het bijzonder op het Media Park. Door werknemers op het park wordt al veel gebruik gemaakt van het station en dit zal naar verwachting in de toekomst Figuur 21 Station Mediapark alleen maar verder toenemen. Vanuit de mobiliteitsvisie zal verder onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden voor deelvervoer, fijnmazig vervoer, een emissieloze zone, een multimodale hub en verbetering van het OV knooppunt. Ook wordt de betaalbaarheid en de uitvoerbaarheid van de Noordoost-tunnel van de Larenseweg naar de Nieuwe Crailoseweg (Crailosebrug) onderzocht (zie maatregel 24).

5.4 Samenhangende mobiliteitsmaatregelen buiten het Stadshart tot 2030 Naast de investeringen in de betreffende gebiedsontwikkelingen investeert Hilversum ook in de directe omgeving van het Stadshart om zo de bereikbaarheid, leefbaarheid en aantrekkelijk van het Stadshart te bevorderen en een prettige en gezonde leefomgeving te creëren. Maatregel 18 | Aanpak Buitenring Noord Dit betreft een project dat enerzijds met de klankbordgroep Johannes Geradtsweg oplossingen zoekt voor al aanwezige problematiek met betrekking tot de doorstroming en leefbaarheid aan de Johannes Geradtsweg en anderzijds voor het extra verwachte verkeer dat de buitenring oprijdt als gevolg van de sluiting van de Kleine Spoorbomen voor gemotoriseerd verkeer. Met name voor de nood- en hulpdiensten is het noodzakelijk dat er voorafgaand aan de sluiting van de Kleine Spoorbomen maatregelen ter bevordering van de doorstroming aan de Johannes Geradtsweg plaatsvinden. Daarmee hangt dit project in de uitvoeringplanning samen met de Kleine Spoorbomen en zodoende met (de centrumring in) het Stationsgebied. De raad wordt nu voorgesteld in het vierde kwartaal van 2021 worden iVRI’s op de Johannes Geradtsweg vervangen en aan te vullen met slimme sensoren. De effectiviteit wordt gemonitord.

Mocht deze maatregel op korte termijn onvoldoende werken, is een terugvaloptie het aanpassen/verlengen van een aantal opstelstroken. Dit zou kunnen leiden tot aanpassing van het bestaande spoorviaduct. Planning: 2021-2026 Maatregel 19 | Multimodale mobiliteitshubs Ketenmobiliteit is een belangrijk onderdeel in het uitvoeringsprogramma van de Mobiliteitsvisie van de gemeente Hilversum. Ketenmobiliteit gaat in op het begeleiden en faciliteren van de reiziger

34

gedurende de reis. Met name de volledige reis die iemand moet afleggen voor bijvoorbeeld woonwerkverkeer of voor dagjesmensen die naar Hilversum komen. Voor dergelijke reizen kunnen mensen gebruik maken van het openbaar vervoer aangevuld met deelvervoersmodaliteiten zoals een elektrische fiets of step, scooter en deelauto. De OV Knooppunten zijn logische locaties, waarvoor het aanbod aan modaliteiten en aansluitingen kan worden uitgebreid. In het bijzonder liggen er mogelijkheden bij Arenapark. Onderzocht wordt welke locaties en haltes (bijvoorbeeld aan de HOV Huizen-Hilversum) nog meer geschikt kunnen zijn. Planning: 2022-2028 Maatregel 20 | Connected Hubs Connected hubs zijn kleine logistieke overslagplaatsen aan de rand van de stad waar goederen kunnen worden afgeleverd voor verdere verspreiding in de gemeente Hilversum. De gemeente Hilversum houdt al een proef met de ondernemersvereniging Gijsbrecht en een tweede proef is in voorbereiding. Connected hubs zijn uit te breiden tot multimodale hubs, door ze uit te breiden met bijvoorbeeld deelauto’s, deelfietsen, deelsteps. Op deze manier is het mogelijk het aantal bewegingen van zowel goederen en mensen door de stad te beperken, met als gevolg een CO2reductie.

Planning: 2022-2030 Maatregel 21 | Regionale snelfietspaden Er wordt stevig ingezet op het verbeteren van de toegankelijkheid van langzaam verkeer middels fietsroutes op een netwerk van hoogwaardige regionale fietsverbindingen in de regio Gooi en Vechtstreek. Uitgangspunt is dat fietsers zo ongehinderd en comfortabel mogelijk kunnen doorfietsen, zodat het aantrekkelijker wordt om van, naar of binnen de regio te fietsen. Het fietsnetwerk dient goed toegankelijk te zijn voor iedereen die zich op de fiets wil verplaatsen: ‘gewone’ fietsers, elektrische fietsen, racefietsen en speed pedelec-fietsers. Het netwerk voorziet in betere fietsinfrastructuur tussen de kernen en centrale bestemmingen (regionale werklocaties, Tergooi ziekenhuis, ontwikkellocatie Crailo, scholen) in de regio. Hierbij heeft de aansluiting van de belangrijkste OV-knooppunten – waarvoor de fiets een belangrijke rol heeft in het voor- en natransport – hoge prioriteit. Snel- en doorfietspaden en Park&Bike locaties kunnen zo een belangrijke rol spelen bij het ontlasten van het wegennet, doordat forenzen eerder de overstap maken van de auto naar de fiets als vervoersmiddel indien zij gebruik kunnen maken van een hoogwaardige fietsverbinding. Planning: 2022-2030 Maatregel 22 | Lokaal fietsroutenetwerk en passende voorzieningen In het mobiliteitsbeleid van Hilversum is veel ruimte voor de fiets.

De fiets is een goede vervoerswijze voor korte verplaatsingen: voor afstanden tot 7,5 km en met de elektrische fiets tot 15 km. Ook dient de fiets op middellange en lange afstanden als voortransport voor het openbaar vervoer. Met name in centrumgebieden kan de fiets hierdoor sneller zijn dan andere vervoerswijzen. Om het fietsverkeer daadwerkelijk te laten stijgen, is een samenhangend, veilig, aantrekkelijk, comfortabel en direct fietsnetwerk cruciaal. Hilversum wil dit aanleggen. Het bestaat uit 

Onderzoek naar het aanbrengen van differentiatie in het fietsroutenetwerk. Er wordt onderscheid gemaakt in vier typen routes:

35

1. Doorfietsroutes (primaire routes) zijn gericht op langere verplaatsingen en sluiten ook aan op het routenetwerk van de regio Gooi en Vechtstreek en de Provincie Utrecht. Deze routes zijn het meest royaal en optimaal ingericht voor fietsers vanwege de verbindende (regionale) functie. Zie ook maatregel 21. 2. Lokale routes (secundaire routes) zijn doorgaans gericht op kortere verplaatsingen binnen de gemeente Hilversum. Ze bieden daarbij een goed en ondersteunend netwerk waar het comfortabel fietsen is. 3. Recreatieve fietsroutes die langs of door natuur- en recreatiegebieden lopen. 4. School-thuisroutes bij scholen. Er zijn vele school-thuisroutes, waaronder de Schuttersweg en de Hoge Naarderweg. De belangrijkste opgave voor het invullen van het fietsnetwerk zit in het verbeteren van de veiligheid op de school-thuisroutes. Bredere fietsstroken en een smallere rijloper (deel van de verharding) voor auto’s gaan ervoor zorgen dat automobilisten langzamer gaan rijden. Omdat school-thuisroutes voornamelijk door woonstraten gaan, worden hiervoor geen voorkeurskenmerken gedefinieerd. In plaats daarvan zal per locatie worden bekeken welke inrichtingsmogelijkheden er zijn. Passende fietsvoorzieningen op elke plek Planning: 2026-2030

Maatregel 23 | Slimme mobiliteit: i-VRI's Er wordt ingezet op slimme mobiliteit. Denk aan slimme verkeerslichten die communiceren met navigatiesystemen en smartphones, en daarop reageren. Ook komen er sensoren die de doorstroming van het verkeer verbeteren. Voor vrachtwagens wordt er gekeken of de gebruikte data en informatie op een andere manier kunnen worden verwerkt in het planningssysteem. Hierdoor is het mogelijk grip te houden op het wegverkeer binnen en buiten Hilversum. De Rijksoverheid (Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat), Rijkswaterstaat, de provincies en naburige gemeenten zetten hier eveneens op in. Op die manier ontstaat er een digitaal netwerk dat niet alleen de vervoersmiddelen in Hilversum, maar ook de vervoersmiddelen van en naar Hilversum op een snelle en prettige manier begeleidt door de stad. De slimme iVRI’s en de sensoren zijn gekoppeld aan de verkeerscentrales van de provincie Noord-Holland. Hierdoor ontstaat een robuust digitaal systeem. De raad besluit in 2021 nog of iVRI’s op de Johannes Geradtsweg in het vierde kwartaal van 2021 worden vervangen (maatregel 18). Er worden slimme sensoren aan toegevoegd om ze nog intelligenter te maken. Het idee is ontstaan om dit uit te breiden naar andere plekken in Hilversum.

De gedachte uit de mobiliteitsvisie is om dit te doen vanaf de provinciale wegen (N-wegen) die de gemeente Hilversum rijk is, te weten:     

Vreelandseweg / Diependaalselaan (N201) Soestdijkerstraatweg (N415) Hilversumseweg(N525) Utrechtseweg (N417) Naarderweg (N524)

De Buitenring en Centrumring hebben prioriteit bij het plaatsen van de iVRI’s. Wellicht dat er nog enkele straten en wegen bij komen, daar waar de verkeersdrukte hoog is. De keuze hiervoor is mede gebaseerd op het verkeersmodel van de gemeente Hilversum.

36

Naast de slimme iVRI’S wordt ook onderzocht of het mogelijk is om er slimme sensoren bij te plaatsen. Deze sensoren kunnen worden gekoppeld aan het bestaande parkeersysteem in Hilversum. Planning: 2021-2030 Maatregel 24 | Verkenning onderdoorgang of Noordoost-tunnel Om de doorstroming van het verkeer in Hilversum te verbeteren, wil de gemeente onderzoeken of het mogelijk is om de Noordoost-tunnel aan te leggen. Hierdoor komt er minder verkeersdruk op de Johannes Geradtsweg en is het Media Park beter bereikbaar. Door te kiezen voor een tunnel, blijft de natuur op de heide behouden. Op grond van amendement A21/40 bij de Mobiliteitsvisie worden ook alternatieven onderzocht. Planning: nog te bepalen Maatregel 25 | Autoluwe binnenstad en zero emissie zones Eén van de maatregelen die is opgenomen in de mobiliteitsvisie is een autoluwe binnenstad. De autoluwe binnenstad is voor een gedeelte al aanwezig in Hilversum en wordt afgerond door het toevoegen van straten en gebieden. Daarnaast zijn de zones uit te breiden met ‘auto te gast’-straten waarbij wandelaars en fietsers in de binnenstad ruim baan hebben. De maatregelen zijn gerelateerd aan de multimodale en connected hubs (maatregel 19 en 20) en het parkeerbeleid (maatregel 27). De exacte gebieden die autoluw worden gemaakt zullen nader worden bepaald.

Er wordt nog onderzocht waar precies autoluwe zones in de binnenstad het meeste effect gaan hebben. Dit onderzoek én de participatie hierover loopt mee in het traject en de planning van de Omgevingsvisie. Verder wordt er ook gekeken naar eén of meerdere zero emissie zones. Planning: 2023-2028 Maatregel 26 | Realiseren 1.000 laadpalen Om de transitie naar elektrische vervoersmiddelen te kunnen faciliteren is het noodzakelijk dat het aantal elektrische oplaadpunten in de stad toeneemt. Hiervoor is de ambitie geformuleerd om in de komende jaren 1.000 laadpalen te realiseren in de stad. Door samenwerking met Metropoolregio Amsterdam Elektrisch (MRA-E) bouwt Hilversum zo mee aan een landelijk openbaar oplaadnetwerk (www.mrae.nl). De gemeente is bezig het laadpalenbeleid te actualiseren. Aanleiding daarvoor zijn verdergaande technische ontwikkelingen en de Laadvisie van de MRA-e. Planning: 2021-2030 Maatregel 27 | Parkeerbeleid De Mobiliteitsvisie bevat een aanzet om te komen tot nieuw flexibel parkeerbeleid, dat samenhangt met de beweging naar meer gebruik van deelvervoer en openbaar vervoer, inzet van technologie en de beweging van bezit naar gebruik. Nieuw parkeerbeleid wordt een onderwerp voor de volgende bestuursperiode. Vooruitlopend daarop heeft Hilversum recent de parkeernormen rondom OVknooppunten aangescherpt.

In amendement A21-40 heeft de gemeenteraad verder gevraagd om de huidige parkeernota op onderdelen te actualiseren, in afwachting van een nieuw parkeerbeleid. Planning: 2022-2026

37

In onderstaande tabel zijn de maatregelen en fasering samengevat.

Fasering maatregelen Maatregel

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

na 2030

Maatregel 1a | Uitbreiding stationshal (westzijde) Maatregel 1b | Uitbreiding stationshal (oostzijde) Maatregel 2a | Realiseren fietsenstalling (westzijde) Maatregel 2b | Realiseren fietsenstalling (oostzijde) Maatregel 3 | Nieuw groen en dynamisch busstation Maatregel 4 | Programmering stationsgebied Maatregel 5 | Centrumring Maatregel 6 | Kleine spoorbomen Maatregel 7 | Geluidssaneringsmaatregelen bij het spoor Maatregel 8 | Programmering 1221 Maatregel 9 | Inrichting openbare ruimte 1221 Maatregel 10| Groene Loper Maatregel 11| Infrastructuur Liebergerweg Maatregel 12 | Parkeeropgaven: Infrastructuur en parkeergarages Maatregel 13 | Verplaatsen perrons Sportpark Maatregel 14 | Passerelle Maatregel 15 | Fietstunnel Diependaalselaan Maatregel 16 | Programmering Arenapark Maatregel 17 | Duurzaamheidsmaatregelen Arenapark Maatregel 18 | Aanpak Buitenring Noord Maatregel 19 | Multimodale Hubs Maatregel 20 | Connected Hubs Maatregel 21 | Regionale snelfietspaden Maatregel 22 | lokaal fietsroutenetwerk en passende voorzieningen Maatregel 23 | Slimme mobiliteit: i-VRI's Maatregel 24 | Verkenning Noordoost-tunnel Maatregel 25 | Autoluwe binnenstad en zero emissiezones Maatregel 26 | Realiseren 1.000 laadpalen Maatregel 27 | Nieuw parkeerbeleid

38

6 Organisatie en sturing De gemeente voert regie op de uitvoering van de projecten en legt verbinding met overheden en semi-overheden, maatschappelijke partners en marktpartijen om draagvlak te creëren. Partijen worden uitgenodigd bij te dragen aan en te investeren in de uitvoering. Dit hoofdstuk beschrijft de gemeentelijke organisatie, de noodzaak tot ondersteuning en een eerste opzet van de risicoparagraaf.

6.1 De gemeentelijke organisatie De verschillende onderdelen van het stadshart zijn intern bij elkaar georganiseerd en staan onder leiding van de directeur Fysiek Domein en verschillende gedelegeerde ambtelijke opdrachtgevers. Samen vormen zij het gebiedsteam voor dit gebiedsplan. Per deelgebied is er een eigen projectteam onder leiding van een projectleider. In 2020 is Hilversum gestart met het bij elkaar organiseren, vooral waar het gaat om financiën en ontwikkelstrategie. Dat heeft inmiddels geleid tot: - Een (eerste) Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen, waarin de ontwikkelingen voor de komende 10 jaar zowel inhoudelijk als financieel bij elkaar zijn gebracht. Het college bespreekt dit MPG in september met de gemeenteraad. - Een aanvraag bij de MRA voor ondersteuning van de projectorganisatie (flexibele schil). In de komende maanden worden de projectteams meer in elkaar geschoven, zodat ook financiële kennis en expertise beter wordt uitgewisseld en de verbinding met beleidsadviseurs (wonen, economie, RO, verkeer, energie, openbare ruimte etc) eenduidiger wordt gelegd. Het gebiedsplan als geheel kan dan verdergaand worden geoptimaliseerd, in de context van het MPG. Ook wordt er een nadrukkelijke verbinding met de Omgevingsvisie 2040 gelegd.

Tegelijk heeft elk deelproject een eigen dynamiek en is er (zoals aangegeven in hoofdstuk 2) sprake van projecten in een verschillende fase van planvorming. In het kader van het MPG is een significante stap gezet in dataverzameling en monitoring voor projecten en programma’s. Dit wordt in een tweede versie van het MPG (2022) verder uitgewerkt, in lijn met de gemeentelijke Planning en Controlcyclus.

Gemeenteraad

College

Directeur Fysiek Domein

Control Fysiek Domein

AOG Stationsgebied

Projectorganisatie

AOG 1221

Projectorganisatie

AOG Arenapark

Projectorganisatie

Figuur 22 Organisatie

39

6.2 Opschaling en ondersteuning Voor het stationsgebied wordt opgeschaald richting uitvoering. Dat vraagt capaciteiten en vaardigheden waarop de gemeentelijke organisatie in de basis niet is gedimensioneerd. De gemeente breidt de capaciteit tijdelijk uit en heeft daarom een aanvraag voor de flexibele schil MRA ingediend bedoeld. Voor het Arenapark en Bruisend Hart is de verwachting dat in 2022 nog vooral sprake is van planvorming. Hilversum voorziet dat na 2022 ook voor deze projecten een beroep op de flexibele schil zal worden gedaan en pleit daarom voor voortzetting van de flexibele schil of daarmee vergelijkbare regeling of uitvoeringsbudgetten om dit mogelijk te maken.

6.3 Verbinding bestuur, politiek en samenleving Na vaststelling van het gebiedsplan door het college, informeert het college de raad. De raad wordt vanuit de projecten steeds tussentijds geïnformeerd en komt waar nodig in positie voor het vaststellen van aanvullende kaders of bijsturing (inhoudelijk, financieel, planning). Rapportage over het totale gebiedsplan krijgt vorm in het volgende MPG. Parallel aan het tot uitvoering brengen van het gebiedsplan loopt in Hilversum het proces om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie. Dat krijgt mede vorm door een intensief gesprek met de samenleving over de toekomst van Hilversum. De Omgevingsvisie wordt in 2023 door de gemeenteraad vastgesteld en creëert mogelijk nieuwe kaders.

6.4 Risicobeheersing Hilversum voert risicomanagement op het niveau van de begroting. Dit risicomanagementproces is een continue proces van risico’s in beeld krijgen en kwantificeren en afwegen van beheersmaatregelen. Dat doet Hilversum ook op projectniveau. Het meerjarenperspectief gebiedsontwikkelingen is echter aanleiding om systeem van risicoidentificatie en -beheersing op het niveau van het hele portfolio van het fysiek domein verder door te ontwikkelen. Dit krijgt een plek in het volgende MPG (medio 2022). In de ontwikkeling van de plannen in het stadshart schuilen risico’s die kunnen leiden tot kostenoverschrijding en/of vertraging. Deze kunnen zowel bij de gemeente als later bij de ontwikkelende en bouwende partijen optreden. Te denken valt aan overkoepelende risico’s zoals de (macro-)economische situatie, ontwikkeling van bouwkosten, renteontwikkelingen of nieuwe trends die ontstaan (denk aan het anders werken dat tijdens Corona is ontstaan), maar ook risico’s die specifiek gelden voor Hilversum. Voor Hilversum zijn vijf algemene risico’s belangrijk: - De voortgang van de samenwerking met grondeigenaren en samenwerkingspartners als Rijk, provincie, NS en Prorail en het bereiken van overeenkomsten. De gemeente heeft niet veel grondpositie en is mede afhankelijk van het tempo dat samenwerkingspartners maken (maatregel: intensief overleg).

- De complexiteit van de uitvoering. In een samengesteld gebiedsplan kan de vertraging op een onderdeel impact hebben op het totaal (maatregel: uitvoeringsplanningen maken en afstemmen). - Het maatschappelijk draagvlak voor de verschillende plannen (maatregel: draagvlak creëren door goede participatietrajecten van ontwikkelende partijen en de gemeente) - De macro-economische ontwikkelingen en marktontwikkelingen. Pas bij het uitgeven van gronden ontstaan zekerheden. - De mate waarin er wel of geen financiële programma’s ontstaan bij Rijk en provincie om de noodzakelijke randvoorwaarden voor gebiedsontwikkeling (onrendabele toppen, investeringen in mobiliteitsmaatregelen en opgaven uit de NOVI voor klimaatadaptatie en energietransitie).

40

De risico’s worden in de afzonderlijke projecten en het volgende Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen nauwkeuriger uitgewerkt. De twee laatstgenoemde risico’s zijn door Hilversum niet te beïnvloeden.

-x-

41

Bijlage 1: Kaders (raad) van voorziene gebiedsontwikkelingen:

Plangebied Stationsgebied

Gebiedsagenda 1221 Arenapark

Overig

Kaders Krediet deel Wvg vrijgegeven door raad (2018) Stedenbouwkundig plan vastgesteld door raad (2019) Onderzoek Oost – centrum vastgesteld door raad (2019) Bestemmingsplan vastgesteld door raad (2020) Hogere Waardebesluit centrumring B&W besluit (2020) Beeldkwaliteitsplan vastgesteld door raad (2020) Kleine Spoorbomen raadsbesluit (2020) Gebiedsagenda 1221 Vastgesteld door raad (2021) Voorkeursrecht Entree Oost (Bruisend Hart) Gevestigd door raad (2019) 5 intentieovereenkomsten voor ontwikkellocaties B&W besluiten (2020) Nota van Uitgangspunten vastgesteld door raad (2019) Masterplan 2.0 vastgesteld door raad (2020) Financiën Masterplan 2.0 (commissie, 2020) Bestemmingsplan Media Park (2010) Structuurvisie Hilversum 2030 (2013) Centrumvisie (2015) Woonvisie (2016) Structuurvisie Verkeer en Vervoer (2016) Mobiliteitsvisie (2021) Coalitieakkoord (2018) Agenda Economie en Media (2020) Economisch Perspectief (2021) Woonvisie (2021)

42

Bijlage 2: Achtergrond wonen, werken en mobiliteit Wonen en werken: woonvisie en economisch perspectief In de in 2021 door de gemeenteraad vastgestelde woonvisie is ingezet op het realiseren van circa 3.000 woningen tot 2030, waarbij nadrukkelijk ingezet wordt op een diverse en brede doelgroep. De druk op de woningmarkt is groot, ook in Hilversum. Hilversum wil een stad voor iedereen zijn (inclusieve stad), dat betekent dat de betaalbaarheid van wonen voor alle doelgroepen gewaarborgd moet worden. Daarom wordt nadrukkelijk ingezet op het Figuur 23 Hilversum Minckelersstraat realiseren van woningen in het segment sociaal. Bij nieuwbouwplannen stellen we als eis dat 33% van de woningen een sociale huurwoning van een woningcorporaties is. Dit borgen we in bestemmingsplannen, en we maken prestatieafspraken met de corporaties over het te realiseren aantal sociale huurwoningen. Met commerciële ontwikkelaars leggen we dit vast in anterieure overeenkomsten. Verder wordt nadrukkelijk ingezet op het middensegment door 50% middelduur (huur/koop). Met dit programma willen we huisvestingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld zorgpersoneel, leraren en andere middengroepen vergroten. Hiermee bestendigen we ons beleid, en sluiten we aan bij de doelstellingen die het rijk hanteert bij de Woningbouwimpuls en Woondeals, en het Nationale Woonakkoord van VNG, Bouwend Nederland, Aedes, etc.

(voorjaar 2021). Het realiseren van deze ambitie zal in grote mate plaatsvinden binnen de invloedssfeer van onze krachtige knopen en het leeuwendeel van de voorziene opgave zal in de geïdentificeerde gebiedsontwikkelingen een plek krijgen. In het door de gemeenteraad in 2021 vastgestelde economisch perspectief van Hilversum voor 2040 zijn de onderscheidende economische profielen en identiteiten van de belangrijkste centra voor werkgelegenheid beschreven. Met het centrum, het stationsgebied, 1221 en Bruisend Hart kan het gebied rondom Hilversum centraal gekarakteriseerd worden als een gemengd stedelijk interactie milieu. Een gebied waarin werken in de vorm van kantoren en kleinschalige maakindustrie (lage milieu categorieën) gecombineerd wordt met stedelijk woonprogramma. Het uitgangspunt is Hilversum Centraal als goed bereikbare plek een economisch sterke en aantrekkelijke groene entree van Hilversum te maken waarin de signatuur van Hilversum als Mediastad meteen beleefd kan worden.

43

Direct grenzend aan station Hilversum Sportpark ligt het Arenapark waar het profiel van Gezondheid en ICT geladen wordt met de realisatie van een bruisend bedrijvenpark waar werken, wonen, sporten en leren elkaar versterken. De nabijheid van het zorgcluster rond het Tergooi Ziekenhuis (en bijvoorbeeld revalidatiecentrum Merem), de aanwezigheid van het hoofdkantoor van Nike voor Europa, Midden-Oosten en Afrika, andere bedrijven en instellingen (zoals ITbedrijf SLTN, Bergmann Clinics, het MBO-college en de landelijke opleider NCOI) en sport-ondersteunende voorzieningen versterken het profiel en het uitgangspunt van Gezond Stedelijk Leven (Healthy Urban Living) zoals ook in Utrecht is omarmd. De gebiedsontwikkelingen rondom de twee stations kunnen mogelijk leiden tot een toename van 2.000 tot 4.000 extra banen, afhankelijk van de door de raad definitief te kiezen programmering. Tot slot ligt grenzend aan station Mediapark hét mediacluster van Nederland. Hier is nu geen nieuwe gebiedsontwikkeling geagendeerd, maar de doorontwikkeling van het Media Park tot campus is wel door de eigenaren en gebruikers in gang gezet en gaat in de komende jaren leiden tot een groei van de werkgelegenheid op en rondom het park.

Figuur 24 Werklocaties

Mobiliteitsvisie en Gooicorridor: Hilversum in het bredere regionale netwerk De ontwikkeling van drie krachtige knopen is integraal onderdeel van de bredere mobiliteitsvisie Hilversum 2040, die de gemeenteraad in 2021 heeft vastgesteld. Hilversum wil met haar Mobiliteitsvisie 2040 toekomstbestendig zijn, met oog voor groen, leefbaarheid, innovatie en duurzaamheid. De gemeente Hilversum wil een voortrekkersrol spelen op het gebied van innovatie en duurzaamheid, zet in op transitie van autobezit naar gebruik van collectieve vormen van vervoer, gebruik van het OV netwerk, fiets en (deel)auto. Zo zijn een autoluwe binnenstad en zero-emissie zones voorzien. Tegelijk is en blijft ook de kwaliteit van het grotere netwerk van snelwegen en provinciale wegen en van de lokale hoofdwegenstructuur essentieel voor de bereikbaarheid van de

Figuur 25 Visualisatie mobiliteitsvisie

44

stad. Het belang van goed functionerende knooppunten (‘multimodale hubs’ voor personenvoervoer en ‘connected hubs’ voor goederenvervoer), vormen van vraaggericht ‘smart mobility’ en samenwerking met het bedrijfsleven zal toenemen. In 2021 en 2022 wordt de mobiliteitsvisie uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma. De kwaliteit van de drie OV knooppunten en de Gooicorridor (het spoor tussen Amsterdam, Hilversum en Utrecht/Amersfoort) zijn cruciaal voor het mogelijk maken van de gebiedsontwikkelingen, gericht op een aantrekkelijke functiemix van wonen en werken. Hierdoor kunnen de toevoeging in het stedelijk weefsel en daarmee gepaard gaande extra mobiliteitsdruk op de toch al onder druk staande infrastructuur in Hilversum ondervangen worden. Wonen en werken worden dichter bij elkaar gebracht, woon-werk pendel van en naar de omliggende kernen en steden worden zoveel als mogelijk gefaciliteerd via de openbaarvervoersmiddelen, die samen komen in de krachtige knopen. De reeds sterke economische relaties met Amsterdam, Utrecht en Amersfoort worden verder versterkt langs de OV-as, waarmee geen extra druk op de A1 en A27 wordt gegenereerd en mogelijk zelfs tot een verminderde druk zou kunnen leiden. De ontwikkeling van de OV knooppunten in Hilversum kan niet los worden gezien van de ontwikkeling van ‘daily urban system’ in de regio’s Amsterdam en Utrecht.

De Hilversumse stations hebben een belangrijke functie op de Gooicorridor als herkomst- en bestemmingslocatie en knooppunt. De Gooicorridor is de treinverbinding die het Gooi met Utrecht, Amsterdam en Amersfoort verbindt. De Gooicorridor is ook een schakel in het internationale verkeer van Amsterdam/Schiphol met Duitsland. Momenteel wordt door overheden en vervoerders gewerkt aan het opstellen van een regionale ontwikkelingsstrategie en actieprogramma om een kwaliteitsimpuls te geven aan de treincorridor en ontwikkeling van knooppunten aan de Gooicorridor. De Regio Gooi en Vechtstreek is een van de deelnemers aan het traject Gooicorridor samen met de partijen Provincie Noord-Holland, NS, ProRail en de andere gemeenten aan onze corridor. De opgave voor het samenwerkingsverband Gooicorridor is om stationsgebieden (OV-knooppunten) en de deurtot-deurreis (van deur tot openbaar vervoer en verder) te verbeteren en ontwikkelingen op elkaar af te stemmen. Hilversum en de regio Gooi en Vechtstreek dringen bij Rijk en provincie aan op een verdere multimodale verkenning naar een toekomstvaste vervoersas van Amsterdam naar Duitsland, waarin de Gooilijn en de A1 beide een belangrijke rol spelen. Goede bereikbaarheid en mobiliteitsoplossingen zijn een noodzakelijke conditie voor gebiedsontwikkelingen. Beide kunnen en moeten elkaar versterken.

Het MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam (2017) en de economische verkenningen van de Metropoolregio Amsterdam hebben dit eerder al aangetoond. Figuur 26 werkgelegenheid, beroepsbevolking

In het MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam werd en pendel (MIRT Oost Amsterdam 2017) geconstateerd dat de bereikbaarheidsopgave verder reikt dan alleen het knelpunt op de A1 tussen de knooppunten Muiderberg en Eemnes. Tussen 2010 en 2030 wordt aan grote delen van het hoofdwegennet aan de oostkant van Amsterdam capaciteit toegevoegd. Ondanks alle capaciteitsuitbreidingen blijven er problemen bestaan in de doorstroming van delen van de A1, A27 en A28, vooral in de avondspits.

De bereikbaarheidsopgave heeft niet alleen betrekking op het functioneren van het hoofdwegennet, maar op het functioneren van het gehele mobiliteitssysteem in en rondom het gebied ten oosten van Amsterdam, inclusief de verplaatsingen via andere modaliteiten waaronder OV en fiets. Zo worden

45

op het gebied van OV – dat ongeveer 30% van de verplaatsingen in het gebied faciliteert – problemen geconstateerd. In het treinverkeer aan de oostkant van Amsterdam worden zowel in de ochtend- als in de avondspits meerdere trajecten zwaar belast en treden er problemen op ten aanzien van het reiscomfort. Een toenemende ruimtelijke spreiding van wonen en werken leidt tot een toenemende druk op het gehele mobiliteitssysteem met negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van woon- en werklocaties. De grootstedelijke agglomeraties Amsterdam en Utrecht vormen in het gebied Oostkant Amsterdam de grote banenmotors, terwijl de potentiële beroepsbevolking ook elders sterk groeit. Dit heeft drie gevolgen2:

Figuur 27 Ontwikkeling pendelstromen

1. De werkgelegenheid en de beroepsbevolking groeien ruimtelijk gezien verder uit elkaar, waardoor mensen verder moeten reizen naar hun werk en waardoor de economische vitaliteit in delen van het gebied aan de oostkant van Amsterdam terugloopt. 2. Door de toenemende druk op de woningmarkt wordt de laag en middelbaar opgeleide beroepsbevolking uit de grootstedelijke agglomeraties gedrukt, terwijl voor een aantal belangrijke economische sectoren dit deel van de beroepsbevolking wel nodig blijft. De laag en middelbaar opgeleide beroepsbevolking laat gemiddeld een kleinere pendelafstand zien dan de hoog opgeleide beroepsbevolking en heeft door hogere woningprijzen en veranderend woonbeleid minder keuze uit bestaand en nieuw voorzien woningaanbod in het gebied. 3. Door de achterblijvende ontwikkeling van de werkgelegenheid in de regio’s Almere en Gooi en Vechtstreek, moeten steeds meer inwoners verder reizen om bij hun baan te komen. Vanuit Almere is sprake van een toenemende pendel via Gooi en Vechtstreek naar Amsterdam en Utrecht. Ook vanuit Gooi en Vechtstreek is sprake van een toenemende uitgaande pendel naar Amsterdam en Utrecht. De werkgelegenheid in Gooi en Vechtstreek fluctueert; na jarenlange krimp zien we nu (anno 2021) gelukkig weer enige groei. De verdere ontwikkeling van de werkgelegenheid is van belang voor de druk op het mobiliteitssysteem.

In de Economische Verkenningen van de Metropoolregio Amsterdam is in meerdere edities aangetoond hoe de woon-werk relaties zijn. Uit deze kaarten wordt duidelijk dat de economische relaties met Amsterdam en Utrecht sterk zijn en in belangrijke mate het daily urban system vormen. Veel uitgaande en inkomende pendel die, met de vooruitblik vanuit het MIRT, alleen maar verder gaat toenemen en tot ongewenste effecten gaat leiden. De gebiedsontwikkelingen met een functiemix van wonen, werken en voorzieningen rondom de krachtige vervoersknopen bieden de mogelijkheid tot het dichter bij elkaar brengen van het wonen en werken en door de directe nabijheid van de knoop het belang en het gebruik van de Gooicorridor en OV-hubs te laten groeien. Dit vraagt om versterking op de ruggengraat van het OV, maar vraagt ook inzet op het versterken van het fijnmazige vervoersnetwerk van en naar de knopen om zo de

2

Bron: MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam. Eindrapport, resultaten van het MIRT-onderzoek 6 december 2017. 46

druk op het wegennet te verminderen. Daarmee maken maatregelen uit de mobiliteitsvisie integraal onderdeel uit van het stadshart Hilversum.

47

Raadsinformatiebrief Van Aan Portefeuillehouder Informatie bij

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester Gemeenteraad A.J. Wolthers E. Bakker

Zaak nr.

1059305

RIB nr. Datum Tel. nr.

2021 - 75 4 oktober 2021 (035) 629 2085

Onderwerp Gebiedsplan Stadshart Hilversum in het kader van Bereikbare Steden

Kernboodschap In de Metropoolregio Amsterdam lobbyen negen gemeenten, waaronder de gemeente Hilversum, voor goede condities van Rijk en provincie om gewenste binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen voor 2030 ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Binnenstedelijk vernieuwen en ontwikkelen is complex en kostbaar, ook in Hilversum. Verschillende planbureaus (CPB en PBL) wijzen al langer op deze complexiteit. Door nieuwe regelgeving en opgaven stapelen de eisen en ambities op, terwijl in de bijzondere stedenbouwkundige setting van Hilversum veel belang wordt gehecht aan identiteit, maat, schaal en kwaliteit. Tegelijk is vernieuwing nodig om ook in de 21e eeuw in Hilversum prettig te blijven wonen, werken en ontmoeten en als Mediastad voor Nederland van betekenis te blijven. Dat kan als Rijk en provincie condities scheppen waarbinnen die vernieuwing en ontwikkeling mogelijk én betaalbaar is. De lobby voor zulke condities krijgt vorm in het traject ‘bereikbare steden’, dat onderdeel is van het Rijkregioprogramma ‘Samen Bouwen aan Bereikbaarheid’. De negen gemeenten stellen daar ieder een zgn. ‘gebiedsplan Stadshart’ voor op.

De plannen leveren bij elkaar opgeteld een substantiële bijdrage aan opgaven uit de Nationale Omgevingsvisie: • versneld aanpakken van het woningtekort; • optimaliseren van de ov-bereikbaarheid; • stimuleren van de werkgelegenheid; • verduurzamen en klimaatveranderingsbestendig maken; en • blijvend investeren in de leefbaarheid, de ontmoetingsfunctie en inclusiviteit. Zo’n ‘gebiedsplan Stadshart’ is voor elke gemeente verschillend. Hilversum brengt als ‘stadshart’ de bestaande gebiedsontwikkelingen in opdracht van de raad in. Daar hoort wat het college betreft ook de recent door uw raad vastgestelde Mobiliteitsvisie bij. Voor de betaalbaarheid van de verschillende maatregelen hebben we samenwerking met andere overheden hard nodig. Het college heeft het gebiedsplan Stadshart Hilversum inhoudelijk op 14 september 2021 vastgesteld. Op 21 september 2021 heeft het college de financiële bijlage vastgesteld.

Aanleiding Uit het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen blijken onmiskenbaar de nut en noodzaak van lobbyactiviteiten richting Rijk en provincie, als een van de maatregelen om de benodigde investeringen in gebiedsontwikkelingen in opdracht voor uw raad te kunnen doen en tegelijkertijd onze begroting duurzaam op orde te houden. Onze lobby richt zich op het creëren van (nieuwe) financiële mogelijkheden, waar onze bestaande projecten van kunnen profiteren. In onze brieven van 16 februari 2021 en 21 juni 2021 hebben wij aangegeven met acht andere gemeenten in de Metropoolregio

Amsterdam deel te nemen aan een lobbytraject ‘bereikbare steden’. Ook hebben wij aangegeven hoe wij binnen uw kaders daarvoor een ‘gebiedsplan’ uitwerken. De gebiedsplannen van de deelnemende gemeenten zijn gebundeld onderdeel van het Bestuurlijk Overleg MIRT van november 2021, waarbij de MRA namens de gemeenten zal pleiten voor noodzakelijke (m.n. financiële) condities om de binnenstedelijke gebiedsplannen in de negen gemeenten te kunnen uitvoeren. Bij de besluitvorming over de zienswijze op het verstedelijkingsconcept MRA in de raad van 6 juli 2021 heeft uw raad motie M21-114 ‘Scope investeringsvoorstellen MRA Verstedelijkingsstrategie’ aangenomen. De motie roept het college op: - bij de afspraken over de Investeringsstrategie (van de verstedelijkingsstrategie, red.) zich te beperken tot de plannen waar de Raad al kaders voor heeft gesteld (Stationsgebied, Masterplan Arena Park 2.0, Scenariokeuze Bruisend Hart, Gebiedsplan 1221) + tot investeringen die zien op een directe verbetering voor Hilversummers van de reistijden per trein; - om tijdig, dus ruim voorafgaand aan het overleg waar een standpunt namens Hilversum wordt ingebracht, met de Raad in overleg te gaan, mocht het College de wens voelen om aanvullende investeringsafspraken te maken bij het BO-MIRT in november 2021.

In ons raadsvoorstel over het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen hebben wij aangekondigd u deze raadsinformatiebrief te sturen, om u zo te informeren over onze inzet voor het BO MIRT van november 2021. Op 14 september 2021 hebben wij het zgn. Gebiedsplan Stadshart Hilversum inhoudelijk vastgesteld. Het gebiedsplan bestaat uit de gebiedsontwikkelingen die wij in uw opdracht voorbereiden en input uit de door u vastgestelde Mobiliteitsvisie Hilversum 2040. Het kunnen uitvoeren van de maatregelen uit de Mobiliteitsvisie is een belangrijke conditie om de gebiedsontwikkelingen te kunnen realiseren en tegelijk mogelijk negatieve effecten voor bereikbaarheid en leefbaarheid te mitigeren. Het gebiedsplan is daarmee een logisch samenhangend geheel. Op 21 september 2021 hebben wij de financiële bijlage vastgesteld, gebaseerd op de cijfers van het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkelingen en ramingen van de Mobiliteitsvisie. Deze bijlage verstrekken wij u onder oplegging van geheimhouding. Voor alle gebiedsontwikkelingen en de Mobiliteitsvisie geldt dat er nog veel onderzoek en planvorming plaatsvindt, waarover uw raad nog besluiten zal gaan nemen in uitvoeringsplannen. Duidelijk mag zijn: het gebiedsplan is en blijft een Hilversums plan.

Het in beeld brengen van onze plannen en inzicht geven in het totaal van de financiële consequenties, onderbouwt richting Rijk en de provincie het nut en noodzaak van aanvullende financiële programma’s. Samenwerking met negen gemeenten en het maken van dit soort stevige, aantrekkelijke plannen is nodig, omdat ook de Rijksmiddelen onder druk staan. Er is na de Tweede Kamerverkiezingen nog geen helder financieel perspectief. Wel weten we dat het onderhoud van bestaande infrastructuur (spoor en weg) veel van de Rijksbegroting gaat vragen en bijvoorbeeld vanuit de bouwsector wordt gelobbyd voor het realiseren van nieuwe steden, waarvoor nieuwe infrastructuur noodzakelijk is. Met onze lobby blijven we aandacht vestigen op nut en noodzaak van het versterken en vernieuwen van de bestaande stedelijke gebieden. Het gebiedsplan en de samenwerking in bereikbare steden brengen Hilversum beter in positie om te zijner tijd aanvragen voor reeds bestaande en nieuwe financieringsmogelijkheden te kunnen doen Onze inbreng leidt in het BO MIRT 2021 niet automatisch tot uitvoeringsafspraken, of het aangaan van (contractuele) verplichtingen door de gemeente. Het gesprek in het BO MIRT over bereikbare steden zal vermoedelijk en hopelijk wel leiden tot nieuwe financiële mogelijkheden en nader uit te werken (en te besluiten) uitvoeringsafspraken en overeenkomsten.

Als dat zo is, vindt daar apart besluitvorming over plaats. Waar nodig, brengt het college de gemeenteraad dan in positie. Het mag duidelijk zijn dat wij op deze manier invulling geven aan motie M21-114.

Consequenties Uit het gebiedsplan volgt dat Hilversum Rijk en provincie oproept om: - Financiële mogelijkheden voor het financieren van onrendabele toppen van woningbouwprogramma’s te creëren en bestendigen. - Fors te investeren in mobiliteitsmaatregelen als noodzakelijke voorwaarde, waarbij met name de verplaatsing van station Sportpark (onderdeel masterplan Arenapark) als strategische interventie voor 2030 wordt benoemd. Met name rondom de Gooicorridor is samenwerking tussen alle betrokken partijen belangrijk. - Middelen en ondersteuning van de Hilversumse projectorganisatie beschikbaar te (blijven) stellen.

Vervolgtraject Om goed in de voorbereiding op het BO MIRT meegenomen te kunnen worden, geldt een deadline van 17 september 2021 om het inhoudelijke gebiedsplan als college inhoudelijk vast te stellen. Die deadline hebben wij gehaald. In overleg met de andere negen gemeenten, MRA en het Rijk wordt de propositie van 9 steden gebundeld aangeboden. De (gezamenlijk op te stellen) gevraagde besluiten zullen in september en oktober verder worden voorbereid. Bij onverwachte ontwikkelingen zullen wij u informeren. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=2472c208-7bba-414d-a272-01d0f426c4fb