Raadsinformatiebrief 2021-32 inzake Maaibeheer, biodiversiteit en eikenprocessierups
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
714555
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2021 - 32
Portefeuillehouders
A.R.C. Scheepers en B. Heller
Datum
12 april 2021
Informatie bij
J.Volkers M.Mijnders R.Uijtjens
Tel. nr.
(035) 629 2481 (035) 629 2553 (035) 629 2949
Onderwerp Maaibeheer, biodiversiteit en eikenprocessierups
Kernboodschap Hilversum doet sinds 2019 met drie pilots mee aan de Nationale bijenstrategie. In het komende jaar worden deze pilots uitgebreid tot een gebied van 300.000 m2. Bij het nieuwe beheer wordt gebruik gemaakt van inzichten die onderzoek naar bijvriendelijk maaibeheer door het team Beheer en Onderhoud heeft opgeleverd. Het uitbreiden van het bijvriendelijk maaibeheer is tevens onderdeel van de bestrijding en beheersing van EPR. Naast de gangbare praktijk van het wegzuigen van EPR-nesten zal steeds meer worden ingezet op bestrijding door natuurlijke vijanden. Dit is uitgewerkt in het Beheersplan Eikenprocessierups dat door het college is vastgesteld. Aan deze beheermaatregelen ligt de opgave ten grondslag om de biodiversiteit in Hilversum te stimuleren. Biodiversiteit is een van de belangrijke thema’s in de actualisatie van het Groenbeleidsplan tot het Programma Groen. De beschreven wijzigingen in het beheer zullen voor de langere termijn integraal worden vastgelegd in het Programma Groen en Handboek beheer Hilversum Buiten.
Aanleiding Op 14 november 2018 heeft de gemeenteraad de motie Red de Bij (M18/86) aangenomen. In deze motie wordt onder meer gepleit voor extensiever maaibeheer ten bate van de wilde bij. Deze motie is afgedaan in de wethoudersbrief van 23 september 2019. Om uitvoering te geven aan deze motie is het afgelopen jaar onderzoek verricht naar de aanpassing van het maaibeheer in Hilversum. Doel van dit onderzoek was om de biodiversiteit in het algemeen en de leefomstandigheden van de wilde bij in het bijzonder te verbeteren door aanpassingen in het maaibeheer van grasvelden en bermen in de openbare ruimte. Op 28 april 2020 heeft het college het plan van aanpak beheersing eikenprocessierups aangenomen, met als doel te komen tot een structurele aanpak van de overlast van de eikenprocessierups. In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de acties die de gemeente Hilversum gaat ondernemen om een bij- en insectvriendelijke inrichting van bermen en grasvelden te realiseren en hoe dit bijdraagt aan de beheersing van de eikenprocessierups (hierna EPR) en andere plaagsoorten in de toekomst. Tevens informeren wij u over het Beheersplan eikenprocessierups dat voorziet in de bestrijding van de EPR en de rol die het aangepaste maaibeheer daarin heeft.
Inleiding Door klimaatverandering en de afname van biodiversiteit is de kans groot dat de gemeente Hilversum in de toekomst met nieuwe of meer plaagsoorten te maken krijgen. Een natuurlijke inrichting van bermen staat aan de basis van een creëren van een robuuster stedelijke ecosysteem. Plagen kunnen niet voorkomen worden, maar een grotere biodiversiteit speelt een belangrijke rol in het beheersbaar houden van plagen. Hilversum heeft door zijn ligging op de overgang van verschillende landschapstypen een belangrijke potentie en verantwoordelijkheid in het behouden en vergroten van de biodiversiteit.
De gemeente Hilversum heeft zowel het Bijenconvenant als de Nationale Bijenstrategie ondertekend. De afgelopen jaren hebben diverse veranderingen in het beheer en de inrichting van de openbare ruimte al geleid tot het predicaat bijvriendelijke gemeente. Toch blijft de diversiteit aan bestuivers en andere planten en dieren afnemen.
Nationale bijenstrategie In het kader van de Nationale bijenstrategie zijn er in 2019 drie pilots gestart in Kerkelanden, Kamrad en Anna’s hoeve. Deze drie locaties worden jaarlijks door een ecoloog gemonitord. De belangrijkste aanbevelingen om de wilde bij te stimuleren zijn: geschikte voedselplanten aanplanten, het aanbrengen en beschermen van nestgelegenheid en het aanpassen van beheer om kruiden te stimuleren. In de bijlage vindt u de tussentijdse monitoringsresultaten van de pilot. Tevens heeft het team Beheer en Onderhoud onderzoek gedaan naar het aanpassen van het huidige groenbeheer naar bijvriendelijk beheer.
Huidig maaibeheer In de gemeente Hilversum is het huidige beheer van het groen gericht op schoon, heel, veilig. Dit is vastgelegd in de visie en handboeken Hilversum Buiten, De huidige inrichting en herinrichtingsplannen zijn vooral gericht op functionaliteit en beeldkwaliteit. De gemeenteraad heeft in de motie Red de Bij gevraagd om een natuurlijker beheer met ruimte voor flora en fauna. Ook inwoners van Hilversum komen steeds vaker met een verzoek om natuurlijker te gaan beheren. Momenteel wordt nog weinig aan ecologisch beheer gedaan. In de stadsranden en het buitengebied liggen bermen en grasvelden die extensief beheerd worden. Hier wordt één maal per jaar, in september, gemaaid en wordt het maaisel afgevoerd. Het extensief beheren van grasvelden betekent niet automatisch dat de biodiversiteit toeneemt of het leefgebied van de wilde bij en andere insecten verbetert. Om dat te bereiken is meer nodig.
Leefgebied van de wilde bij Het leefgebied van de wilde bij moet aan een aantal kenmerken voldoen: • Ruimte voor bloeiende kruiden: meer bloeiende planten (drachtplanten) en een langere bloeiperiode door gefaseerd maaibeheer. • Structuurvariatie en daarmee ook verschillende microklimaten (leefgebiedjes). Er zijn weinig bijensoorten die alleen in grasachtige vegetaties leven, de meerderheid van de soorten leeft in een combinatie van vegetatietypes. • Ondergrondse en bovengrondse nestelgelegenheid (bijvoorbeeld zandige bodems, dood hout, ruigtekruiden). • Overwinteringsplaatsen: nestelgelegenheid beschermen in de winter door gefaseerd maaibeheer. • Nest en voedsel liggen maximaal 50 meter van elkaar verwijderd: gebieden moeten met elkaar worden verbonden. Particulier groen kan hier een belangrijke rol in spelen. Het leefgebied van de wilde bij is ook geschikt voor andere insecten. Meer insecten betekent meer voedsel voor vogels, vleermuizen, egels etc.. Een bijvriendelijke inrichting van bermen zorgt dus dat de biodiversiteit toeneemt. Deze toename in biodiversiteit zorgt dat de plaagdruk van onder andere de eikenprocessierups in balans en daarmee beheersbaar blijft. Natuurlijke vijanden van de rups, zoals roofinsecten, leven in dezelfde omgeving als de wilde bij. Ook vijanden zoals mezen en vleermuizen liften op deze verandering mee.
Meer insecten betekent meer voedsel voor deze vogels ook buiten het eikenprocessierupsseizoen. Om de openbare ruimte geschikter te maken voor de wilde bij en andere insecten, wordt de pilot bijvriendelijk maaibeheer uitgebreid.
Uitbreiding pilot In het reguliere onderhoud wordt op een aantal locaties het maaibeheer aangepast. Het gaat om locaties die een directe en wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het leefgebied van de wilde bij. Deze locaties hebben een voldoende oppervlakte en zijn verbonden met andere leefgebieden van de wilde bij. Plantsoenen met intensief beheerde plantvakken vallen buiten de uitbreiding van de pilot. Op de kaart in de bijlage staan de gebieden aangegeven. Vanaf 2021 wordt 300.000 m2 bestaand areaal met extensief
beheerd gras op een andere wijze gemaaid (natuurlijker) en wordt nog eens 121.100 m2 gazons en bermen aangepast naar natuurlijker beheer.
Beheersplan Eikenprocessierups Een natuurlijke inrichting en beheer van Hilversum bevordert de biodiversiteit en daarmee de natuurlijke beheersing van plagen. De EPR is een structureel terugkerend probleem. De EPR komt sinds 1991 voor in Nederland en verspreidt zich verder noordwaarts. De rups lift daarbij mee op verschuivende klimaatzones naar het noorden, die veroorzaakt worden door opwarmende temperaturen. Sinds 2019 is de EPR in Nederland explosief gestegen. Deze toename is ook te zien in Hilversum. Tot 2018 was het aantal geïnfecteerde eiken beperkt en goed beheersbaar. Na de explosieve toename in 2019 is het noodzakelijk om de EPR structureel en duurzaam aan te pakken. We stimuleren natuurlijke vijanden met een mix van maatregelen die de leefomgeving voor deze soorten verbeterd. De natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups profiteren van een bijvriendelijke inrichting. Het aangepast maaibeheer om bij- en insectvriendelijke groen te laten ontstaan vormt daarom de basis voor het stimuleren van natuurlijke vijanden. Zo worden mezenkasten opgehangen op een aantal plekken waar de pilot wordt uitgebreid, omdat op deze plekken ook andere insecten zijn die mezen kunnen eten. Daarnaast wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om roofinsecten, die met de nesten worden weggezogen, weer terug te brengen in het ecosysteem.
Naast het stimuleren van natuurlijke vijanden blijft het wegzuigen van nesten noodzakelijk om overlast te voorkomen. In 2021 zullen, net als in 2020, risicobomen op de in kaart gebrachte prioriteitsplekken vroegtijdig geïnspecteerd worden (zie bijlage beheersplan eikenprocessierups 2021 en beheerskaart eikenprocessierups 2021).
Biodiversiteit in het Programma Groen Dit jaar wordt gestart met de actualisatie van het Groenbeleidsplan Hilversum 2030. Onderwerpen zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie (o.m. hittestress en droogte) en beheersing van plagen completeren het Groenbeleidsplan tot het Programma Groen. Aanpassingen in het maaibeheer speelt bij veel van deze onderwerpen een belangrijke rol. In het Programma Groen zullen maatregelen voor de lange termijn worden vastgelegd. Er wordt een ecologische kansenkaart opgesteld als onderdeel van beleidsontwikkeling voor natuurinclusief bouwen en het Programma Groen. Bij herinrichtingen en investeringsprogramma’s voor de openbare ruimte in kansrijke gebieden worden randvoorwaarden voor het vergroten van biodiversiteit toegevoegd. Denk daarbij aan plantlijsten en specifieke eisen aan de inrichting en aanleg. Ook bij groenadoptie door inwoners zal bijvriendelijke beplanting en biodiversiteit een onderdeel worden. Boomspiegels en geveltuintjes kunnen daarmee een verbindende schakel worden tussen verschillende openbare groengebieden. In het programma Groen zal de rol van tuinen in het versterken van de biodiversiteit en daarmee natuurlijke vijanden op basis van de ecologische kansenkaart verder uitgewerkt worden.
Variatie in bomenbestand Naast soortenrijke bermen draagt voldoende variatie in het bomenbestand bij aan het beheersbaar houden van insectenplagen. In het Programma Groen wordt de boomvisie geactualiseerd en zullen kaders opgesteld worden voor het diversifiëren van bomenbestand. Het is zeker niet wenselijk dat inheemse eiken geheel verdwijnen, omdat ze heel waardevol zijn voor de biodiversiteit. Na de wilg, is de eik de boomsoort met de hoogste biodiversiteit van insecten, waaronder vele soorten nachtvlinders. Het aanbrengen van variatie in het bomenbestand is een langdurig proces en maatwerk. Totdat het Programma Groen is vastgesteld, zullen we bij uitval van eiken kritisch kijken of en hoe deze bomen vervangen worden. We adviseren actief bij boomaanplant bij ontwikkellocaties.
Optimaliseren maaibeheer De komende jaren wordt het maaibeheer verder geoptimaliseerd. Dit gebeurt door het monitoren van de pilotgebieden. Bij de grasvelden en bermen waar in de pilot met het maaibeheer niet gewenste diversiteit ontstaat, wordt proefondervindelijk gekeken of met bijzaaien het gewenste resultaat wordt bereikt. In het Programma Groen worden de bijvriendelijke beheergebieden uitgewerkt en uitgebreid. Dit gebeurt door ecologische, cultuurhistorische en gebruiksaspecten integraal af te wegen.
Omdat ook andere vegetatietypes van belang zijn voor de leefomgeving van de wilde bij zal ook de inrichting en het beheer van o.m. bos, bosplantsoen, heesters, boomspiegels en vaste planten worden aangepast en worden opgenomen in het Programma Groen.
Financiën De aanpassingen van het maaibeheer kunnen naar verwachting binnen de huidige financiële middelen worden bekostigd. Het aankomende jaar worden de organisatorische- en financiële effecten van de nieuwe werkwijze van het maaien meer zichtbaar en verder geëvalueerd. Voor de bestrijding van de EPR wordt gebruik gemaakt voor het budget voor plaagbeheersing. In de begroting van 2021 is daarvoor €60.000,- beschikbaar. Dit bedrag is gebaseerd op de uitgaven van 2019. Op basis van de toename van de EPR in 2020 schatten we in dat we in 2021 €20.000,- meer nodig hebben voor de bestrijding van EPR. Dit budget wordt gebruikt voor het financieren van inspectie, bestrijding van nesten, plaatsen van mezenkasten en monitoren gebruik van de kasten. De verwachting is dat deze extra kosten kunnen worden gedekt uit de verminderde uitgaven voor maaiwerkzaamheden. Er is echter nog niet bekend hoeveel dit exact op zal leveren.
Communicatie Het aanpassen van het beheer gaat een ander beeld geven in bermen en boomspiegels. Bewoners kunnen dit ervaren als rommelig, of soms zelfs als last. Daarin is het belangrijk dat de gemeente Hilversum actief communiceert over waar en waarom het maaibeheer aangepast wordt. De communicatie richt zich op het belang van biodiversiteit en hoe het insectvriendelijk maaibeheer daar aan bijdraagt. De uitstraling van en ervaring van bewoners met de bestaande drie pilots zijn daarbij het startpunt. De informatiecampagne zal starten met een video-interview met de wethouders Heller en Scheepers. Daarnaast zal er via Raadhuis aan Huis, de gemeentewebsite en met informatieborden op een aantal strategische plekken informatie worden verstrekt over het bij- en insectvriendelijke bermen en plaagbeheersing. Op basis van een communicatiekalender zal een aantal keren door het jaar heen aandacht worden gegeven aan het biodiversiteit, maaibeheer en EPR. Voor wat betreft de bestrijding van de EPR zal net als afgelopen jaar op de gemeentewebsite informatie worden gegeven over de EPR en wordt er een meldingsformulier EPR geplaatst, zodat inwoners EPR nesten kunnen melden.
Betrekken inwoners Met de informatiecampagne willen we niet alleen informeren, maar ook de betrokkenheid van inwoners bij het openbaar groen en biodiversiteit vergroten. Dat kan door het vergroenen van tuinen, adoptie van geveltuintjes en boomspiegels. Voor de EPR wordt dit jaar onderzocht wat de mogelijkheden zijn om een slim melden website in te richten waarbij inwoners de status van bestrijding en beheersing van de EPR kunnen raadplegen en meldingen maken. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Bijlage(n): 1. Kaarten ecologisch maaibeheer 2021 samengevoegd 2. Communicatieplan Maaibeheer 3. 2020-116 Monitoring en beheer vegetaties voor bijen Hilversum 2020 4. Beheersplan eikenprocessierups 2021 5. Beheerskaart Eikenprocessierups 2021 Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 6 april 2021.
Ecologisch maaibeheer 2021 <Standaard groep> Pilot 2021 - Zuid Pilot 2021 - Noordoost Pilot 2021 - Zuidoost Pilot 2021- Kerkelanden Pilot 2021 - Kerkelanden Pilot 2021 - Zuidoost Pilot 2021 - Hilversumse Meent Pilot 2021 - Oost Groen Pilot 2020 Kamrad - Orionlaan Pilot 2020 Anna's Hoeve Pilot 2020 Augustinushof Bestaand areaal extensief - Ruigte 2 x maaien Bestaand areaal extensief - Kruidenrijk gras 1 x m Basiskaart Onderliggende Kaart
N
425 m 1:15000
Ecologisch maaibeheer 2021 <Standaard groep> Pilot 2021 - Hilversumse Meent Groen Bestaand areaal extensief - Ruigte 2 x maaien Basiskaart Onderliggende Kaart
N
275 m 1:11000
1.
Aanleiding en context ...................................................................................................................... 2
2.
Doelgroepen en doelstellingen ....................................................................................................... 2 2.1 Organisatiedoelen ......................................................................................................................... 2 2.2 Communicatiedoelen .................................................................................................................... 2 2.3 Doelgroepen .................................................................................................................................. 2
3.
Uitgangspunten, kansen, risico’s en trends .................................................................................... 3 3.1 Uitgangspunt ................................................................................................................................. 3 3.2 Kansen ........................................................................................................................................... 3 3.3 Risico’s ........................................................................................................................................... 3 3.4 Trends ............................................................................................................................................ 3
4.
Aanpak en middelenmix .................................................................................................................. 3 4.1 Aanpak ........................................................................................................................................... 3 4.2 Middelenmix en planning .............................................................................................................. 4
1
In 2018 heeft de gemeenteraad de motie ‘Red de Bij’ aangenomen. Naar aanleiding van deze motie, is er een onderzoek gedaan naar de aanpassing van het maaibeheer. Doel van dit onderzoek was om de biodiversiteit in het algemeen en de leefomstandigheden van de wilde bij in het bijzonder te verbeteren. Op een aantal plekken in Hilversum loopt er nu een pilot. Op deze plekken is het maaibeheer aangepast en wordt gekeken of daardoor de leefomstandigheden voor de wilde bij verbeteren. De pilot wordt nu uitgebreid door het maaibeheer op meerdere plekken in Hilversum vanaf 2021 aan te passen. Door het maaibeheer aan te passen krijgt de stad een meer natuurlijke uitstraling. Groengebieden worden daardoor op een betere manier met elkaar en de omringende natuur verbonden. Hierdoor wordt de kans op plagen en ziektes kleiner. Gazons en bermen worden niet 26 keer (gazons) of 6 keer (bermen) gemaaid, maar 2 keer per jaar. Daarnaast wordt er per maaibeurt 25% van het oppervlak niet gemaaid. Het aangepaste maaibeheer wordt onderdeel van het Programma Groen dat in 2021 en 2022 wordt geactualiseerd. Het vergroten van de biodiversiteit is één van de belangrijkste speerpunten in dit programma.
2.1 Organisatiedoelen Het vergroten van de biodiversiteit in Hilversum Het verbeteren van de leefomgeving voor de wilde bij Het verbeteren van de wisselwerking tussen mens en natuur 2.2 Communicatiedoelen Inwoners van Hilversum weten dat Hilversum de biodiversiteit aan het vergroten is Inwoners van Hilversum kennen het belang van biodiversiteit en weten hoe het nieuwe maaibeleid daar aan bijdraagt Inwoners staan positief tegenover het nieuwe maaibeleid/biodiversiteit Inwoners staan positief tegenover bermen en gazons met een natuurlijke uitstraling Inwoners weten hoe zij zelf en bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de biodiversiteit 2.3 Doelgroepen Intern:
Alle medewerkers van gemeente Hilversum Medewerkers Openbare Ruimte KCC B en W Raad
Extern:
Inwoners van Hilversum Inwoners in de wijken waar het maaibeheer aangepast wordt 2
3.1 Uitgangspunt Het groenbeheer aanpassen om de leefomgeving van de bij te bevorderen. 3.2 Kansen Het vergroten van de biodiversiteit is in de burgerpeiling voor de omgevingsvisie door de inwoners van Hilversum als belangrijkste onderwerp (47%) genoemd. De laatste jaren is er meer overlast van de eikenprocessierups. Een grotere biodiversiteit zorgt voor een betere balans in de natuur. Ook zorgt het voor een goede leefomgeving voor de natuurlijke vijanden voor de eikenprocessierups. Natuur is een belangrijk onderdeel van de visie van de gemeente Hilversum Verbinding maken met andere duurzaamheidsinitiatieven binnen het beleid van de gemeente. 3.3 Risico’s Gazons en bermen kunnen door de inwoner als rommelig worden ervaren. Inwoners kunnen dan gaan klagen bij de gemeente. Gebruikswaarde van kruidenrijke en ruige grasvelden is beperkt en niet geschikt voor sport en spel en voor honden. 3.4 Trends Inwoners zijn bewuster bezig met de onderwerpen klimaat en milieu en eigen (groene) leefomgeving.
4.1 Aanpak Aan het begin van het voorjaar (maart) beginnen we met het infomeren over de aanpak van biodiversiteit. Tot en met september wordt er een aantal keren gecommuniceerd waarom biodiversiteit van belang is en wat Hilversum er concreet aan doet om deze te vergroten. In 2021 is het doel om inwoners te informeren over het groenbeleid. Ook worden er tips gegeven aan inwoners hoe zij een bijdrage kunnen leveren om de biodiversiteit te vergroten.
3
4.2 Middelenmix en planning Print
Artikelen Raadhuis aan huis Wijkkrant Optioneel: brieven naar inwoners die rondom de gebieden wonen
Outdoor/Point of sale
Informatieborden bij de plekken: ‘hier investeert de gemeente Hilversum in biodiversiteit’ Borden (ESH) langs de weg ‘Bijvriendelijke gemeente’
Digitaal
Intranet (Eigen medewerkers zijn onze ambassadeurs) Website hilversum.nl Social media kanalen o Facebook o Instagram Website duurzaamheid (nog in ontwikkeling). Er wordt gekeken of het mogelijk is om voor het Programma Duurzaamheid een website te bouwen. Op deze website wordt het onderwerp Biodiversiteit in worden meegenomen.
Free publicity/PR
Interviews met wethouders Heller en Scheepers
Middelenproductie
Foto en videomateriaal Infographic o Biodiversiteit/maaibeheer o Bij o Eikenprocessierups
Interne communicatie Eind februari/begin maart wordt KCC op de hoogte gebracht van het aangepaste maaibeheer.
Informatie over het maaibeheer Op welke plekken is er een aangepast maaibeheer Waar kunnen de medewerkers van het KCC de inwoners naar toe sturen voor meer informatie? Waar kunnen de medewerkers van het KCC de inwoners naar toe sturen als zij vragen/klachten hebben?
Om de rest van de medewerkers te informeren, kan er op intranet een artikel worden geplaatst. Hierin komt naar voren:
Waarom Hilversum zich richt op het vergroten van de biodiversiteit Wat het aangepast maaibeleid hier aan bijdraagt
4
Externe communicatie Middel Uitwerking Website Op de website hilversum.nl komt een pagina waar meer Hilversum.nl informatie staat over het groenonderhoud. Voorbeeld. Uitleg over de biodiversiteit en hoe het maaibeheer vanaf 2021 is. Niet vergelijken met andere jaren, maar wel vertellen waar we naar toe willen en waarom. Aangeven waar inwoners kunnen zijn als zij last hebben van het groen. Waar kunnen inwoners zich melden met vragen of klachten? Artikel Raadhuis aan huis in de Gooi en Eembode
Wie Renee & Laura
Wanneer Moet eind februari/be gin maart online staan
Extra kosten? Nee
Interview met Bart Heller en Arno Scheepers uitleg over de aanpak biodiversiteit in Hilversum
Bart, Julie, Arno, Margot en Joost.
Maart
Nee
Artikel over nationale bijenteldag Informatie leefgebied van de bij Wat doet Hilversum om het leefgebied te bevorderen Benoemen dat we een bijvriendelijke gemeente zijn Oproep om mee te doen aan de nationale bijenteldag
Renee en Laura
April (week 15)
Artikel over de eikenprocessierups Wat doet gemeente Hilversum tegen de eikenprocessierups Hoe helpt het aangepaste maaibeheer tegen de bestrijding van de eikenprocessierups Hoe kunnen mensen nesten melden bij de gemeente?
Beheerder groen / beleidsmedewerker eikenprocessierups gemeente & Laura
Begin mei
Artikel Hoe kunnen inwoners biodiversiteit vergroten Wat is biodiversiteit? Waarom vergroten van biodiversiteit Tips voor inwoners om biodiversiteit te vergroten Infographic plaatsen
n.t.b. & Laura
Juni
5
Social Media (Facebook & Instagram)
Vlog Arno
Informatieborden op de plekken aangepast maaibeheer
Bij In het weekend van 17 en 18 april is het nationale bijenteldag. Een paar dagen voor het weekend: inwoners oproepen om bijen te tellen in het weekend van 17 & 18 april. Verwijzen naar https://www.nationalebijentelling.nl/ om in te schrijven voor de telling. In het weekend van 17 en 18 april: Weetjes over de bij delen op Instagram middels een ‘wist je dat’ rubriek. Aantonen wat het nut is van een bij. Informeren dat wij een bijvriendelijke gemeente zijn Infographic over de bij plaatsen
Renee, Laura & vormgeving
April
Nee
Eikenprocessierups Bericht dat de
Myrte, Laura & vormgeving
Mei
Het beeld in de openbare ruimte komt er anders uit te zien. Waarom en waar willen we naar toe. Filmen samen met Renee bij pilot plek (Anna’s Hoeve?) Op 10 plekken in Hilversum worden er in 2021 informatieborden geplaatst. Op deze informatieborden komt een infographic over biodiversiteit en het aangepast maaibeheer. Zie uitleg onder het middel ‘infographic’
Arno, Margot, Renee en Laura
Mei
Nee
Laura, Renee & vormgeving
Maart
Schatting € 10.000
Poster Bijvriendelijke gemeente.
Laura & vormgeving
n.t.b.
April
Voorbeelden van infographics staan onder de tabel.
Vormgeving
Beheer en Onderhoud wijst de gebieden aan waar de borden komen te staan. Borden langs de weg (ESH) Infographic
Biodiversiteit/maaibeheer Waarom biodiversiteit belangrijk is 6
Wat doet gemeente Hilversum voor biodiversiteit (maaibeheer) Resultaat van het maaibeheer
Waarom is de bij nuttig voor de mens Uitleg dat er minder bijen zijn Wat doet gemeente Hilversum om het leefgebied te vergroten? Wat kan de inwoner zelf doen om het leefgebied van de bij te vergroten?
Bij
Eikenprocessierups Wat is een eikenprocessierups en hoe herken je deze? Waar leeft de eikenprocessierups? Waar kan de inwoner een melding maken als de eikenprocessierups wordt gesignaleerd? Wat doet gemeente Hilversum aan de bestrijding van de eikenprocessierups? (natuurlijke vijand + bestrijding met middelen) Wat kan de inwoner doen bij klachten?
7
Voorbeeld infographic: Informatieborden:
8
Eikenprocessierups
9
2020
MONITORING EN BEHEER VEGETATIES BIJEN IN HILVERSUM
COLOFON Opdrachtgever
Gemeente Hilversum
Datum Status Projectnummer
Oktober 2020 Definitief 2020-116
Auteur Controle
Tim Asbreuk Jeroen Willems
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
2
INHOUD 1
INLEIDING
5
1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4
AANLEIDING ONDERZOEKSLOCATIES KAMRAD ANNA’S BERG KERKELANDEN WILDE BIJEN IN NEDERLAND MOBILITEIT VAN BIJEN BIJEN EN BLOEMEN CONCURRENTIE DOOR HONINGBIJEN NESTELPLAATSEN VAN WILDE BIJEN
5 6 6 7 8 9 9 9 10 10
2
METHODE
12
2.1 2.2 2.3 2.4
VEGETATIEOPNAMEN NESTGELEGENHEID VOORKOMEN VAN WILDE BIJEN IN DE OMGEVING ANALYSE VAN DE GEGEVENS
12 12 12 13
3
RESULTATEN
14
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3
KAMRAD VEGETATIE 2019 VEGETATIE 2020 NESTGELEGENHEID OVERIGE BEPERKINGEN ANNA’S BERG VEGETATIE 2019 VEGETATIE 2020 NESTGELEGENHEID KERKELANDEN VEGETATIE VEGETATIE 2020 NESTGELEGENHEID
14 14 15 16 16 17 17 18 19 20 20 20 22
4
DISCUSSIE EN CONCLUSIE
23
4.1 4.2 4.3 4.4
ALGEMENE PUNTEN KAMRAD ANNA’S BERG KERKELANDEN
23 24 24 24
5
INRICHTINGS- EN BEHEERADVIES
25
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3
ALGEMENE VUISTREGELS VEGETATIEBEHEER EN WILDE BIJEN BEHEER KAMRAD VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEELAANBOD VAN KRUIDACHTIGEN VERGROTEN VAN NECTARAANBOD VAN STRUIKEN BEHOUDEN EN VERGROTEN AANWEZIGE NESTLOCATIES INRICHTING EN BEHEERSUGGESTIES BEHEER ANNA’S BERG VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEELAANBOD VAN KRUIDACHTIGEN VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEEL AANBOD VAN BOMEN EN STRUIKEN BEHOUDEN EN VERGROTEN AANWEZIGE NESTLOCATIES
25 26 26 28 29 29 30 30 32 32
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
3
5.3.4 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5
INRICHTING EN BEHEERSUGGESTIES BEHEER KERKELANDEN VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEELAANBOD VAN KRUIDACHTIGEN VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEELAANBOD VAN STRUIKEN BEHOUDEN VAN DE NESTGELEGENHEID IN STENGELS EN DOOD HOUT OVERIGE STIMULERENDE MAATREGELEN
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
32 33 33 33 33 34
4
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Het gaat slecht met de wilde bijen in Nederland. Van de 331 soorten die zich regelmatig in ons land voortplanten staan 181 soorten (55%) op de Rode lijst. Wilde bijen hebben naast een belangrijke functie als bestuivers in zowel natuur als landbouw ook een belangrijke indicatiefunctie. Gaat het slecht met de wilde bijen, dan gaat het waarschijnlijk ook slecht met andere insecten en de bloemen waarvan deze soorten afhankelijk zijn. Om de wilde bijen beter te beschermen, heeft de gemeente Hilversum op drie locaties maatregelen genomen. De genomen maatregelen verschillen per locatie maar hebben tot doel het vergroten van het leefgebied voor wilde bijen binnen de gemeente. Buiting Advies is gevraagd hen te begeleiden door het uitvoeren van de monitoring van de vegetaties en suggesties aan te reiken om het beheer en de inrichting van deze gebieden beter af te stemmen op wilde bijen. In deze rapportage wordt verslag gedaan van het tweede inventarisatie jaar (2020) van de drie gebieden, wordt achtergrondinformatie over de ecologie van wilde bijen gegeven en wordt geadviseerd hoe beheer en inrichting beter op de wilde bijen kunnen worden afgestemd.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
5
1.2
ONDERZOEKSLOCATIES
1.2.1
KAMRAD
De onderzoekslocatie het Kamrad (afbeelding 1) is ongeveer 20-30 are groot en gelegen in het noordoosten van de bebouwde kom van Hilversum. De locatie heeft een droge, schrale, zandige bodem met op enkele plekken kenmerkende soorten voor schrale omstandigheden. Ook in de omgeving komen kenmerkende soorten van schrale vegetaties voor. De omgeving wordt gevormd door opgaande beplanting, bebouwing en de Zuiderheide. De bodem bestaat hier uit Haarpodzolgronden, vroeger waren deze bodemtypen begroeid met droge, schrale bossen (met o.a. zomereik, ruwe berk, wilde lijsterbes, sporkehout en met een klein aandeel leem in de bodem ook beuk, wintereik en andere boomsoorten). Veel van deze gronden waren 150 jaar geleden begroeid met heide en zijn daarna bebost met grove den. Op enkele plekken, waaronder in het zuidelijk deel van het Kamrad is de bodem zo schraal geworden dat hier ook stuifzanden ontstonden (duinvaaggronden), ook deze stuifzanden zijn veelal vastgelegd door de aanplant van met name grove den. Deze bodems zijn echter veel armer en armer aan plantensoorten. Deze droge en zeer arme uitgangssituatie biedt zowel kansen als beperkingen voor wilde bijen.
2019
2019
2020
2020
Afbeelding 1: de graslanden tussen het Kamrad zijn droog en relatief schraal. Dit biedt goede kansen voor de ontwikkeling van voor bijen interessante vegetaties.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
6
1.2.2
ANNA’S BERG
Onderzoekslocatie de Anna’s berg (afbeelding 2) is ongeveer 1 hectare groot ligt in het oosten van de bebouwde kom van Hilversum en bestaat uit de Anna’s berg en de kruidenrijke vegetaties ten zuidoosten van de berg. De “berg” is kunstmatig en afgewerkt met een klei- en leemlaag. Deze bodemomstandigheden wijken sterk af van de van nature voorkomende bodemtypen in Hilversum.
2019
2019
2020
2020
Afbeelding 2: de Anna’s berg bestaat uit een vegetatie op voedselrijke bodem met voornamelijk grassen en ruigtekruiden. De relatief grote oppervlakte biedt potenties voor wilde bijen in de toekomst.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
7
1.2.3
KERKELANDEN
De onderzoekslocatie Kerkelanden (afbeelding 3) bestaat uit een ingezaaid kruidenrijk grasland van ongeveer 15 are. De omgeving bestaat uit gazon, bebouwing en opgaande beplanting. De bodem op de Kerkelanden wordt getypeerd als een veldpodzolgrond, dit zandige bodemtype is van nature schraal en nat, waarbij (tenminste) in de zomer het waterpeil tot onder het maaiveld zakt. Op deze plekken groeiden natte (elzen/berkenbossen, wilgenstruwelen of lagen natte graslanden afgewisseld met natte heide.
2019
2019
2020
2020
Afbeelding 3: de ingezaaide vegetatie werd in 2019 Kerkelanden werd qua bloei door duizendblad gedomineerd. In de vegetatie waren echter al veel rozetten van andere ingezaaide soorten aanwezig. In 2020 zijn veel extra planten tot bloei gekomen waaronder slangenkruid en zandblauwtje.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
8
1.3
WILDE BIJEN IN NEDERLAND
In Nederland komen 331 soorten wilde bijen voor. Al deze soorten hebben hun eigen plekje in het Nederlandse landschap. Sommige soorten komen vrijwel overal voor en zoeken voedsel op veel soorten bloemen (generalisten). Andere soorten zijn erg zeldzaam en afhankelijk van één of enkele plantensoorten (specialisten). Ook de locatie van het nest verschilt per soort. Zo nestelen bepaalde soorten bijen in gangetjes in de grond waarvoor het bodemtype, de grondwaterstand en de hoeveelheid zon op de bodem erg belangrijk zijn en andere soorten in dood hout of holle stengels. SOLITAIRE BIJEN, HOMMELS EN HONINGBIJEN Van de 331 soorten wilde bijen leven de meeste soorten solitair. Dit houdt in dat een vrouwtje zelf een nest maakt en deze van stuifmeel voorziet. Stuifmeel dient als voedsel voor de larven. Enkele soorten zijn zo kritisch dat zij enkel stuifmeel van één plantensoort voeren aan de larven (stuifmeelspecialisten). Er zijn 29 soorten hommels in Nederland, waarvan enkele zeer zeldzaam zijn. Hommels verschillen van solitaire bijen doordat zij in kolonieverband leven. In tegenstelling tot honingbijen begint de koningin van een hommelkolonie in het vroege voorjaar in haar eentje met het opbouwen van de kolonie.
Doordat in ongeveer een half jaar een kolonie moet groeien van één individu naar 50-500 individuen (afhankelijk van de soort en de omstandigheden) hebben hommels erg veel voedsel nodig. Voor hommels zijn met name klaverachtigen, wikkes en ruwbladigen (bijvoorbeeld gewone smeerwortel) erg belangrijk. KOEKOEKSBIJEN De koekoeksbijen (en koekoekshommels) vormen een afzonderlijke groep binnen de bijen. Bij deze soorten legt het vrouwtje eitjes in een nest van een andere bijensoort die vervolgens de larven voert.
1.3.1
MOBILITEIT VAN BIJEN
De mobiliteit van bijen verschilt sterk. Honingbijen vliegen met gemak meer dan vijf kilometer van hun nestplaats om voedsel te verzamelen. De meeste hommels vliegen niet verder dan twee kilometer. Bij solitaire bijen verschilt de afstand sterk tussen de soorten. Sommige vliegen niet verder dan enkele tientallen meters van hun nestplaats. Het is derhalve belangrijk dat eventuele nestlocaties en bloemrijke vegetaties (met de juiste plantensoorten) altijd binnen de vliegafstand van de desbetreffende bijensoort liggen.
1.3.2
BIJEN EN BLOEMEN
NECTAR EN STUIFMEEL Zowel nectar als stuifmeel zijn van belang voor bijen. De adulte bijen drinken alleen nectar, met uitzondering van hommelkoninginnen die in het vroege voorjaar ook stuifmeel eten. Wat betreft het drinken van nectar is de bouw van de desbetreffende bijensoort van belang. Sommige soorten hebben een lange roltong waarmee zij in bloemen met een diepe bloembuis nectar kunnen drinken. Andere soorten hebben een korte roltong en zijn daarmee op ondiepe bloemen aangewezen. Een lange tong zit in de weg bij het foerageren op ondiepe bloemen, daardoor zijn soorten met een lange tong vaak niet in staat op bloemen met een ondiepe bloembuis te foerageren. Er zijn in Nederland meer soorten met een korte dan met een lange tong. Daardoor worden meer bijen gevonden op planten met een ondiepe bloembuis (zo is de paardenbloem door zijn vroege bloeitijd een uitermate geschikte plantensoort voor vroeg in het jaar vliegende wilde bijen). Stuifmeel en nectar dienen als voedsel voor de larven. Het stuifmeel wordt vaak verzameld tussen de haren op het lichaam of de poten. Ook zijn er soorten die stuifmeel met nectar mengen en het vervoeren in een korfje (een deel van de poten) of in de maag.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
9
SPECIALISATIE Sommige soorten gebruiken het stuifmeel van slechts één of enkele plantensoorten uit hetzelfde geslacht (stuifmeelspecialisten ook wel monolecten genoemd). Daarnaast gebruiken bepaalde soorten een aantal plantensoorten die behoren tot een aantal plantenfamilies. Ook zijn er soorten die een heel scala aan soorten gebruiken (stuifmeelgeneralisten ook wel polylecten genoemd). Bepaalde soorten polylecten zijn wel bloemvast, dit houdt in dat de bijensoort gedurende een bepaalde periode op één plantensoort vliegt. Specialistische soorten zijn doorgaans gevoeliger voor landschappelijke veranderingen of maaiwerkzaamheden. Als in het achterhoofd wordt gehouden dat sommige soorten maar enkele tientallen meters vliegen en daarbinnen al hun voedsel moeten vinden (niet alleen voor zichzelf maar ook voor de larven) kan een enkele maaironde waarin alle bloeiende planten die (door een specialist) worden gebruikt het einde van een lokale populatie betekenen. BELANGRIJKE PLANTENSOORTEN Iedere bijensoort heeft zijn eigen voorkeuren. Bepaalde plantensoorten trekken echter meer bijensoorten aan dan andere. Fijen en Kleijn (Wageningen UR) hebben middels literatuuronderzoek en eigen gegevens onderzocht welke plantensoorten van groot belang zijn voor wilde bijen in het algemeen en specifiek voor wilde bijen van de rode lijst.
Daarnaast zijn er ook plantensoorten die van groot belang zijn voor specialistische bijensoorten in Hilversum. Ook deze planten zijn van wezenlijk belang voor het beschermen van de bijen in de gemeente Hilversum. Naar deze plantensoorten gaat extra aandacht uit in deze rapportage.
1.3.3
CONCURRENTIE DOOR HONINGBIJEN
De hoeveelheid bloemen en daarmee de hoeveelheid stuifmeel en nectar is voor veel soorten wilde bijen een beperkende factor in het Nederlandse landschap. Door deze beperking treedt concurrentie op tussen wilde bijen onderling, maar daarnaast ook met honingbijen. Honingbijen worden in Nederland gehouden en de volken bestaan uit enkele tienduizenden bijen. Aangezien honingbijen erg generalistisch zijn en op vrijwel alle plantensoorten foerageren, kunnen zij door hun grote aantallen een concurrent zijn voor (zeldzame) wilde bijen. Geadviseerd wordt dus ook om op plaatsen waar beschermingsmaatregelen zijn genomen voor wilde bijen het plaatsen van bijenkasten niet te stimuleren of zelfs niet toe te staan.
1.3.4
NESTELPLAATSEN VAN WILDE BIJEN
Van de ongeveer 331 soorten wilde bijen in Nederland nestelt verreweg het grootste deel ondergronds (circa 250 soorten). Ongeveer 60 soorten nestelen in gaatjes in hout, holle stengels of stengels met merg (het merg wordt er door de bijen uitgeknaagd). Daarnaast maken enkele bijensoorten nog gebruik van andere vormen van nesten als slakkenhuisjes, bouwen zelf een soort urntjes van hars en plantenvezels of nestelen in oude muizenholen en boomholten.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
10
Afbeelding 4: ongeveer 250 Nederlandse bijensoorten nestelen in de grond en graven daarbij zelf een nest.
Afbeelding 5: ongeveer 60 Nederlandse bijensoorten nestelen in dood hout of stengels.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
11
2
METHODE
2.1
VEGETATIEOPNAMEN
In september 2019 en juni 2020 zijn de drie onderzoekslocaties onderzocht op de aldaar voorkomende plantensoorten en hun abundantie (maat van voorkomen van soorten op een bepaald oppervlak) middels de Tansleymethode. De (schijn)grassen en sporenplanten hebben geen waarde voor Nederlandse bijen en worden gedurende de inventarisatie niet meegenomen in de abundantie bepalingen. Specifieke aandacht gaat uit naar plantensoorten waarvan bekend is dat deze van grote waarde zijn voor wilde bijen. Hier wordt in de rapportage extra aandacht aan besteed. TANSLEYMETHODE Tijdens deze inventarisatie is gebruik gemaakt van de Tansley-methode. De Tansley-methode is gebaseerd op de abundantie, wat de talrijkheid aangeeft van een soort op een bepaalde oppervlakte. Van elke relevante plantensoort is tijdens de vegetatieopnamen de abundantie genoteerd. TABEL 1: TANSLEYCODERING CODE
BESCHRIJVING
s
sporadic, sparse, de soort is zeer zeldzaam, slechts enkele exemplaren aanwezig
r
rare, de soort is zeldzaam
o
occasional, de soort wordt zo nu en dan aangetroffen en is verspreid aanwezig
lf
locally frequent, plaatselijk frequent
f
frequent, de soort wordt frequent aangetroffen en is vrij talrijk
la
locally abundant, plaatselijk talrijk
a
abundant, de soort is talrijk, veel aanwezig maar nooit (co-)dominant
ld
locally dominant, plaatselijk overheersend
c(od)
codominant, de soort is overheersend samen met andere soorten dominant, de soort is overheersend
d
2.2
NESTGELEGENHEID
Naast voedsel is nestgelegenheid van belang voor wilde bijen. Globaal gezien zijn bijen onder te verdelen in bijen die in dood hout, holle stengels en/of onder de grond nestelen. Tijdens de bezoeken worden geschikte nestlocaties die in het veld worden aangetroffen genoteerd.
2.3
VOORKOMEN VAN WILDE BIJEN IN DE OMGEVING
De verspreiding van wilde bijen is in Nederland, in vergelijking tot bepaalde andere soortgroepen (vogels, dagvlinders of plantensoorten) slecht onderzocht. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) komen van de laatste 10 jaar slechts enkele bijensoorten naar voren uit de omgeving van Hilversum. In Waarneming.nl zijn van af 1 januari 2010 76 bijensoorten gemeld (zie bijlage 1) uit de gemeente Hilversum, veel van deze waarnemingen zijn echter niet gevalideerd waardoor de betrouwbaarheid afneemt.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
12
2.4
ANALYSE VAN DE GEGEVENS
VOORKOMEN VAN BELANGRIJKE BIJENPLANTEN IN DE HUIDIGE VEGETATIES Middels de opgestelde tabellen door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) is gekeken welke van de aangetroffen plantensoorten van belang zijn voor wilde bijen. VOORKOMEN BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR BIJEN VAN DE RODE LIJST IN DE HUIDIGE VEGETATIES Middels de opgestelde tabellen door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) is gekeken welke van de aangetroffen plantensoorten van belang zijn voor wilde bijen van de Rode lijst.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
13
3
RESULTATEN
3.1
KAMRAD
3.1.1
VEGETATIE 2019
In september 2019 zijn in de proeflocatie het Kamrad 11 plantensoorten waargenomen (grassen en sporenplanten uitgezonderd). Voor een totale soortenlijst met abundantie wordt verwezen naar bijlage 2. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: gewoon biggenkruid, duizendblad, muizenoor, madelief en klein streepzaad. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen duizendblad en muizenoor in het plangebied voor.
Afbeelding 6: impressie van het Kamrad in september 2019.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
14
3.1.2
VEGETATIE 2020
In juni 2020 zijn in de proeflocatie het Kamrad 14 plantensoorten waargenomen (grassen en sporenplanten uitgezonderd). Voor een totale soortenlijst met abundantie wordt verwezen naar bijlage 2. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: gewoon biggenkruid, duizendblad, jakobskruiskruid, muizenoor, madelief en klein streepzaad. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen duizendblad, jakobskruiskruid, korenbloem en muizenoor in het plangebied voor.
Afbeelding 7: impressie van het Kamrad in juni 2020.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
15
3.1.3
NESTGELEGENHEID
Bodem In de korte vegetatie en langs de looppaden zijn veel open zandige delen aanwezig. Mits deze aanwezig blijven en niet te intensief worden betreden, bieden deze in potentie geschikte nestgelegenheid voor wilde bijen. Hout en stengels Duidelijke locaties voor in dood hout nestelende soorten ontbreken op dit moment. Zeer waarschijnlijk zijn deze wel in beperkte mate in de naburige opgaande beplantingen aanwezig. Geschikte stengels van bijvoorbeeld braam, framboos of gewone vlier zijn niet aangetroffen, maar zeer waarschijnlijk wel in de nabijheid aanwezig. Overige nestplaatsen Muizenholen die geschikt zijn voor in holen nestelende hommels zijn beperkt aangetroffen en ongetwijfeld ook in de nabijheid aanwezig.
3.1.4
OVERIGE BEPERKINGEN
Bos tussen Zuiderheide en Kamrad Het bos tussen de Zuiderheide en het Kamrad is een barrière voor plantensoorten en mogelijk ook voor wilde bijen. Deze barrière zorgt ervoor dat met name plantensoorten, maar mogelijk ook wilde bijen, vanuit de Zuiderheide zich minder snel verspreiden naar het Kamrad. Dit bos bestaat vrijwel volledig uit Amerikaanse vogelkers en vormt zodoende vrij soortenarme vegetatie waar weinig andere soorten profijt van hebben. Droogte en nectaraanbod Na 2019 was het in 2020 opnieuw erg droog. Tijdens de inventarisatie in juni (normaliter het hoogtepunt qua bloei en de maand waarin de hoeveelheid vliegende bijensoorten hoog is) zijn nauwelijks bloeiende planten aangetroffen. Sporadisch zijn plekken met bloeiend wit vetkruid, muurpeper, gewoon biggenkruid en klein streepzaad aangetroffen (afbeelding 8).
Afbeelding 8: in 2020 kwamen, vermoedelijk door de droogte, slechts lokaal bloeiende planten voor.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
16
3.2
ANNA’S BERG
3.2.1
VEGETATIE 2019
In 2019 zijn op de Anna’s berg en aan de voet van de Anna’s berg 37 plantensoorten waargenomen (grassen en sporenplanten uitgezonderd). Voor een totale soortenlijst met abundanties wordt verwezen naar bijlage 3. De vegetatie maakte over het algemeen ruige indruk, met name op de berg. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: kruldistel, akkerdistel, speerdistel, klein streepzaad, peen, gewone berenklauw, jakobskruiskruid, vertakte leeuwentand, smal streepzaad, gewone rolklaver, smeerwortel, boerenwormkruid, rode klaver, klein hoefblad en diverse wikkes. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen kruldistel, akkerdistel, speerdistel, smal streepzaad, peen, gewone berenklauw, jakobskruiskruid, gewone rolklaver, boerenwormkruid, rode klaver en diverse wikkes in het plangebied voor.
Afbeelding 9: impressie van de Anna’s berg in september 2019.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
17
3.2.2
VEGETATIE 2020
In 2019 zijn op de Anna’s berg en aan de voet van de Anna’s berg 20 plantensoorten waargenomen (grassen en sporenplanten uitgezonderd). Voor een totale soortenlijst met abundanties wordt verwezen naar bijlage 3. De vegetatie maakte over het algemeen ruige indruk, met name op de berg. Ook waren delen van de berg reeds gemaaid, hetgeen negatief werkt voor het vinden van plantensoorten. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: kruldistel, speerdistel, akkerdistel, klein streepzaad, gewone berenklauw, jakobskruiskruid, vertakte leeuwentand, smal streepzaad, gewone rolklaver, smeerwortel, boerenwormkruid, rode klaver, witte klaver, klein hoefblad, vijfvingerkruid, gewoon biggenkruid en diverse wikkes. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen kruldistel, akkerdistel, speerdistel, klein streepzaad, peen, gewone berenklauw, jakobskruiskruid, gewone rolklaver, boerenwormkruid, rode klaver, witte klaver, vijfvingerkruid, gewoon biggenkruid en diverse wikkes in het plangebied voor.
Afbeelding 10: impressie van de Anna’s berg in juni 2020.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
18
3.2.3
NESTGELEGENHEID
Bodem Door de geslotenheid van de vegetatie is een geschikte nestplaats voor diverse in de bodem nestelende bijen vrijwel afwezig. Hout en stengels Op en rondom de berg zijn (boom)palen en boomstammen aanwezig. Indien hier, of in bomen in de omgeving, kleine gaatjes (bijvoorbeeld gangen van keverlarven) aanwezig zijn, kunnen deze dienen als nestplaats voor wilde bijen. Geschikte stengels van bijvoorbeeld braam, framboos, gewone vlier of riet zijn niet aangetroffen, maar zeer waarschijnlijk wel in de nabijheid aanwezig. Overige nestplaatsen Muizenholen die geschikt zijn voor in holen nestelende hommels zijn niet aangetroffen, maar ongetwijfeld in de nabijheid aanwezig. Op de berg zijn veel locaties aanwezig voor in de strooisellaag nestelende hommelsoorten.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
19
3.3
KERKELANDEN
3.3.1
VEGETATIE
In 2019 zijn op Kerkelanden en in de omgeving diverse ingezaaide soorten aangetroffen. Voor de totale soortenlijst wordt verwezen naar bijlage 4. Veel soorten stonden nog niet in bloei. Dit betroffen soorten die het eerste jaar nog in rozetstadium blijven en pas vanaf 2020 gaan bloeien. Het plangebied maakte over het algemeen een open zandige indruk. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: duizendblad, knoopkruid, klein streepzaad, peen, slangenkruid en gewoon biggenkruid. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen duizendblad, knoopkruid, klein streepzaad, peen, slangenkruid en gewoon biggenkruid.
Afbeelding 11: impressie van de Kerkelanden in september 2019.
3.3.2
VEGETATIE 2020
In 2020 zijn op Kerkelanden en in de omgeving diverse ingezaaide soorten aangetroffen. Voor de totale soortenlijst wordt verwezen naar bijlage 4. Veel soorten stonden nog niet in bloei. Veel soorten die in 2019 enkel in rozetvorm aanwezig waren stonden nu in bloei. Het plangebied maakte over het algemeen een open zandige indruk, maar was meer gesloten dan in 2019. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN Aangetroffen plantensoorten die door veel soorten wilde bijen worden gebruikt zijn: duizendblad, knoopkruid, klein streepzaad, peen, slangenkruid, gewoon biggenkruid en zandblauwtje voor in het plangebied. BELANGRIJKE BIJENPLANTEN VOOR RODE LIJSTSOORTEN Van de door Fijen & Kleijn (Wageningen UR) genoemde soorten komen duizendblad, knoopkruid, klein streepzaad, peen, slangenkruid, gewoon biggenkruid en zandblauwtje.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
20
Afbeelding 12: impressie van de Kerkelanden in juni 2020.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
21
3.3.3
NESTGELEGENHEID
Bodem Door de open zandige structuur van de bodem en de openheid van de vegetatie is een geschikte nestplaats voor diverse in de bodem nestelende bijen aanwezig. Nestholtes zijn echter nog niet aangetroffen, deze worden afgedicht nadat de eieren zijn gelegd, dus mogelijk zijn deze wel aanwezig. Hout en stengels Indien in bomen in de omgeving, kleine gaatjes (bijvoorbeeld gangen van keverlarven) aanwezig zijn, kunnen deze dienen als nestplaats voor wilde bijen. Geschikte stengels van bijvoorbeeld braam, framboos, gewone vlier of riet zijn niet aangetroffen, maar zeer waarschijnlijk wel in de nabijheid aanwezig. Overige nestplaatsen Muizenholen die geschikt zijn voor in holen nestelende hommels zijn niet aangetroffen, maar ongetwijfeld in de nabijheid aanwezig. In de plantsoenen in de omgeving zijn mogelijkheden aanwezig voor in de strooisellaag nestelende hommelsoorten.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
22
4
DISCUSSIE EN CONCLUSIE
Na twee veldbezoeken (september 2019 en juni 2020) is een goed eerste beeld ontstaan van de waarde en potenties van de drie terreinen voor wilde bijen.
4.1
ALGEMENE PUNTEN
INVENTARISATIE De inventarisatie in 2019 vond enkel in september plaats. Deze periode is minder optimaal voor het inventariseren van flora waardoor mogelijk soorten zijn gemist. Wel geeft deze inventarisatie een goed beeld van de potenties voor wilde bijen en vormde het tevens een welkome kennismaking met de drie onderzoeksgebieden. De inventarisatie in 2020 vond eind juni plaats, het geschiktste moment om vegetaties in kaart te brengen aangezien vrijwel alle soorten dan aanwezig zijn. In de periode juni-juli piekt tevens de hoeveelheid vliegende bijensoorten in ons land. Dat maakt deze periode ook zeer geschikt om de hoeveelheid bloemen voor bijen in te schatten. KENNISHIATEN Idealiter worden beheer- en inrichtingsmaatregelen afgestemd op de habitateisen van zeldzame soorten uit het onderzoeksgebied en de omgeving van Hilversum. Een belangrijke beperking hiervoor is het ontbreken van voldoende informatie over de aanwezigheid van (zeldzame) bijensoorten in het plangebied en de omgeving. De geadviseerde plantensoorten zijn derhalve gebaseerd op basis van: • De bodemeigenschappen van de onderzoekslocatie; • Het belang van de desbetreffende plantensoort voor algemene wilde bijen en wilde bijen van de rode lijst; • Het voorkomen van de plantensoort in de nabije omgeving.
De volgens literatuur belangrijke planten voor wilde bijen en wilde bijen van de rode lijst (Fijen & Kleijn, 2019) behoeven enige nuance. De belangrijkste is dat hierin vooral algemene plantensoorten goed scoren omdat de kans groot is dat deze ook zo nu en dan bezocht worden door wilde bijen. Bij zeldzame soorten is de kans dat deze toevalligerwijs worden bezocht kleiner. BIJEN EN BIODIVERSITEIT In Nederland komen ongeveer 45.000 soorten voor, de ongeveer 331 soorten wilde bijen zijn hier een relatief klein onderdeel van. Naast soortenrijkdom zijn ook de verscheidenheid en diversiteit aan en tussen ecosystemen/leefgebieden een onderdeel van de biodiversiteit, evenals de aanwezige variatie in genen binnen soorten (denk aan lokale aanpassingen en ondersoorten). Door enkel op bijen te focussen ontstaat het risico dat andere zeldzame soorten waarvoor ook potenties aanwezig zijn niet meeliften met de genomen maatregelen. Om dit te voorkomen wordt een natuurlijke vegetatie nagestreefd waarin ook ruimte is voor bloemen en planten die voor bijvoorbeeld zweefvliegen of nachtvlinders van belang zijn.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
23
4.2
KAMRAD
Het Kamrad heeft grote potenties vanwege de ligging naast de Zuiderheide en de relatief grote oppervlaktes. Na twee veldbezoeken is geconcludeerd dat de vegetatie door de droogte en het beperkte bloemaanbod weinig te bieden heeft voor wilde bijen. Wel zijn rozetten van waardevolle planten aanwezig en sporadisch staan ook planten in bloei. De beperkte hoeveelheid bloemen in de zomer vormen hier echter een grote beperking voor wilde bijen. Op het Kamrad is ruim voldoende open zand aanwezig, kiemmogelijkheden voor de gewenste plantensoorten vormen dan ook geen beperking. Door de droogte komen veel zaden waarschijnlijk niet tot kieming.
4.3
ANNA’S BERG
Op de Anna’s Berg moet de vegetatie en de bodem zich nog stabiliseren na de relatief recente aanleg. Door het onnatuurlijke bodemprofiel is de vegetatie hier kenmerkend voor verstoorde omstandigheden. Grote delen van de Anna’s Berg bestaan dan ook uit enkel grassen, deze delen hebben voor wilde bijen vrijwel geen waarde. Goed beheer (zie paragraaf 5.3) zal moeten leiden tot bloemrijkere vegetaties. De kleilaag onder de Anna’s Berg houdt vocht vast, dit in tegenstelling tot de overwegend zandige bodem in Hilversum. Hierdoor ontstaat een tegennatuurlijk beeld waarbij zomers de hoge Anna’s Berg vochtiger is dan grote delen van de omgeving. Voor bijen en hommels vormt dit echter een welkome afwisseling, zeker in droge jaren, gezien hier ook zomers nog voldoende bloeiende planten met nectar aanwezig zijn.
4.4
KERKELANDEN
De vegetatie in Kerkelanden heeft zich goed ontwikkeld. Ondanks de droogte in 2019 en 2020 zijn in het laatste jaar veel bloeiende planten aangetroffen, waarvan veel belangrijk zijn voor wilde bijen.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
24
5
INRICHTINGS- EN BEHEERADVIES
5.1
ALGEMENE VUISTREGELS VEGETATIEBEHEER EN WILDE BIJEN
FASERING IN HET BEHEER Voor wilde bijen is het beter niet te maaien en geen houtige soorten af te zetten als deze bloeien. Dit geldt zeker voor soorten bijen die slechts op één of enkele plantensoorten foerageren. Maaien en het afzetten van vegetaties is echter noodzakelijk om het vegetatiestadium te behouden. Zonder maaien of afzetten gaat namelijk de successie vrijwel overal in ons land richting gesloten bos. Om tevens geschikt leefgebied te behouden voor de aanwezige dieren en planten de kans te geven zaad te zetten, wordt elk jaar een deel van het oppervlak niet gemaaid/afgezet. Er wordt geadviseerd tenminste 10%, maar liever nog 25%, niet te maaien of af te zetten. Belangrijk is dat deze delen het jaar erna (of bij houtige beplantingen enkele jaren later) wel worden beheerd (afbeelding 13). EEN OF TWEE KEER PER JAAR MAAIEN Om versneld te verschralen wordt soms twee keer per jaar gemaaid en het maaisel afgevoerd. Van belang is dan dat ruim voldoende leefgebied voor de wilde bijen overblijft. Gezien de schrale uitgangssituatie (Kamrad) en de relatief beperkte oppervlakte (Kerkelanden) is dit op deze locaties af te raden. Op de Anna’s berg is echter een voedselrijke situatie en een groter oppervlak voorhanden. Hier kan eventueel overwogen worden tot 50% van het oppervlak twee keer per jaar te maaien.
Afbeelding 13: gefaseerd maaibeheer waarbij jaarlijks 75% wordt gemaaid (rood) en 25% blijft overstaan (geel). Door jaarlijkse variatie in het deel dat blijft overstaan wordt verruiging van de vegetatie voorkomen.
Monitoring en beheer vegetaties voor bijen - Hilversum
Buiting Advies BV
25
AFVOEREN VAN DE VEGETATIE Op schrale gronden groeien meer en/of bijzondere plantensoorten dan op voedselrijkere gronden. Het afvoeren van het maaisel draagt bij aan de verschraling van de bodem. Ook voorkomt dit verruiging. Om ervoor te zorgen dat insecten uit de vegetatie kunnen ontsnappen en zaden kunnen uitvallen, wordt geadviseerd het maaisel drie dagen te laten liggen en het daarna af te voeren. Als het maaisel langer blijft liggen ontstaat de kans dat voedingstoffen uit het maaisel verteren en weer door de bodem worden opgenomen. CONTINUÏTEIT IN BEHEER Jaarlijks dient het maaibeheer op dezelfde locaties in dezelfde week van het jaar te worden uitgevoerd. Dit omdat planten hun bloeiperiode en zaadrijping dan aanpassen aan het maaitijdstip. VOORKOMEN VAN BODEMBESCHADIGING EN VERDICHTING Tijdens het maaien mag de bodem niet worden beschadigd of verdicht. Dit betekent onder andere dat de maaihoogte niet te laag moet worden afgesteld. Onder te natte omstandigheden van de bodem moeten maatregelen worden genomen om verdichting en insporing te voorkomen, dan wel moet het maaiwerk worden uitgesteld. SPAREN VAN BIJZONDERE PLANTEN TOT NA ZAADZETTING Bijzondere planten en gewenste weinig voorkomende soorten dienen pas te worden gemaaid nadat ze rijp zaad hebben gezet.
GEBRUIK VAN DE JUISTE APPARATUUR EN MACHINES Er dient gemaaid te worden met de juiste machines om beschadiging aan vegetatie e.d. zoveel mogelijk te beperken en een juiste snede te realiseren. Maaibalk en daarna cyclomaaiers zijn het meest geschikt, klepelmaaiers (met zuigcombinatie) zijn niet geschikt. Hiermee worden namelijk de insecten en plantenzaden gedood/opgezogen.
5.2
BEHEER KAMRAD
Door de ligging en de schrale zandgrond biedt het Kamrad potenties om bijen van heide en schraalgraslanden een plek te geven in de bebouwde kom van Hilversum. De potenties van dit gebied zijn door de schrale omstandigheden nu al erg hoog. Om de omstandigheden voor wilde bijen in het Kamrad te optimaliseren zijn de volgende doelen opgesteld: • Vergroten van het nectar- en stuifmeelaanbod van kruidachtigen van schrale, droge omstandigheden; • Vergroten van het nectar- en stuifmeelaanbod van struiken van schrale, droge omstandigheden; • Vergroten van de nestgelegenheid in stengels en dood hout; • Behoud van de nestgelegenheid in de grond; • Omvormen van de bosrand tussen de Zuiderheide en het Kamrad.
5.2.1
VERGROTEN VAN NECTAR- EN STUIFMEELAANBOD VAN KRUIDACHTIGEN
In het Kamrad is slechts een beperkt aantal soorten aanwezig waarvan wilde bijen profiteren. In tabel 2 worden soorten genoemd die van (groot) belang zijn voor veel of juist zeer specialistische bijensoorten en nu nog ontbreken of zeer schaars zijn en passen bij de groeiplaatsomstandigheden in het Kamrad. Het is zeer de moeite waard te kijken of de vestiging van deze soorten in het Kamrad kan worden bespoedigd.