Raadsinformatiebrief 2021-109 inzake Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1074879
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2021-109
Portefeuillehouder
B. Heller
Datum
23 december 2021
Informatie bij
M. van Dongen
Tel. nr.
(035) 629 2883
Onderwerp Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025
Kernboodschap Wij willen de kans grijpen om energiebesparing door bedrijven te versnellen in Hilversum, aangeboden door de provincie. Het voorstel is daarom in januari samen met provincie Noord-Holland en de andere Noord-Hollandse gemeenten de intentieovereenkomst Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025 te tekenen. Deze is gericht op het realiseren van naleving van de energiebesparingswetgeving in de industrie- en dienstensector én op de stimulering van energiemaatregelen die verder gaan, kortweg Stimulerend Toezicht. Wij willen Stimulerend Toezicht gaan inzetten om energiebesparing bij bedrijven te realiseren. De provincie heeft ook een subsidieregeling voor gemeenten ingesteld, de uitvoeringsregeling Subsidie Energiebesparing bij Bedrijven Noord-Holland 2021 (SEB). Voor Hilversum is een subsidie van maximaal € 196.185,beschikbaar in de periode 2022-2025, waar wij zeker gebruik van willen gaan maken.
Aanleiding De provincie heeft de afgelopen anderhalf jaar gewerkt aan de voorbereiding van het Energiebesparingsakkoord en subsidieregeling SEB, samen met de gemeenten in Noord-Holland, de omgevingsdiensten en het bedrijfsleven. Op 26 oktober 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten (GS) besloten om het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 te ondertekenen en de bijbehorende uitvoeringsregeling Subsidie Energiebesparing bij Bedrijven Noord-Holland (SEB) 2021 vast te stellen. Het college van GS vraagt aan de colleges van B&W om te besluiten over deelname aan het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025, zie bijlagen 1 t/m 5.
Consequenties Wij willen met de provincie Noord-Holland en de andere Noord-Hollandse gemeenten inzetten op het realiseren van energiebesparing bij bedrijven.
Daarvoor gaan we Stimulerend Toezicht inzetten, gericht op bedrijven met een wettelijke energiebesparingsplicht. Stimulering is gericht op het motiveren van bedrijven met middelen zoals communicatie en het aanbieden van energiescans en energieadvies. Dat gaat vaak in samenwerking met de lokale bedrijvenverenigingen. Deze ondersteuning is niet vrijblijvend. Bedrijven die niet meedoen krijgen te maken met toezicht en handhaving. Dit is gericht op naleving van de energiebesparingsplicht, met meer “klassieke” middelen zoals aanschrijvingen en de inzet van administratieve en locatiecontroles. Door stimulering en toezicht te combineren, voeren we wettelijke taken uit én stimuleren we bedrijven extra om te verduurzamen.
Vervolgtraject Hilversum gaat meedoen aan het Energiebesparingsakkoord en daarvoor Stimulerend Toezicht gaat ontwikkelen en uitvoeren in de periode 2022-2025, in samenwerking met de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek. Daarmee neemt Hilversum actief deel aan de samenwerking met provincie NoordHolland, de vier betrokken Omgevingsdiensten en gemeenten. Dit geldt voor vier jaar, met mogelijke verlenging tot negen jaar. Door deze gezamenlijke inzet van financiële middelen en inspanningen willen we beter en effectiever samenwerken om energiebesparing bij bedrijven te realiseren. We willen leren van elkaar en praktijkervaringen delen. Het Energiebesparingsakkoord wordt in januari ondertekend door de portefeuillehouder Energie en Klimaat.
Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
P.I. Broertjes
Bijlage(n): 1. Brief provincie Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 2. Bijlage 1 bij brief provincie, voorbeeldbesluit voor B&W 3. Bijlage 2 bij brief provincie, Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 4. Bijlage 3 bij brief provincie, Werkplan 5. Uitvoeringsregeling subsidie stimulerend energietoezicht bedrijven Noord-Holland 2021 Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 21 december 2021.
POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM
Aan de Noord-Hollandse colleges van B&W
Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon M.M.F. Schuurbiers BEL/OMB
Telefoonnummer +31235144690 schuurbiersm@noord-holland.nl
1|2 Verzenddatum
Betreft: Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 Kenmerk
Geacht college,
1665069/1723786
Uw kenmerk
Op 26 oktober 2021 heeft ons college besloten om het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 te ondertekenen en de bijbehorende uitvoeringsregeling Subsidie Energiebesparing bij Bedrijven Noord-Holland (SEB) 2021 vast te stellen. De provincie heeft samen met uw gemeente, de andere gemeenten in Noord-Holland, de omgevingsdiensten en het bedrijfsleven de afgelopen anderhalf jaar deze intentieovereenkomst opgesteld om te zorgen dat naleving op wettelijke energiebesparing in de industrie en dienstensector de komende vier jaar gerealiseerd gaat worden. Wij vragen u te besluiten over de vaststelling van Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 door uw college. De aanleiding van het Energiebesparingsakkoord Het realiseren van energiebesparing in de industrie- en dienstensector is één van de randvoorwaarden om de doelen uit het Klimaatakkoord te behalen. Ongeveer 15.000 bedrijven in Noord-Holland hebben een wettelijke plicht om energiebesparende maatregelen te nemen. Voor een deel gaat het om wetgeving die al meer dan 25 jaar bestaat, maar waar onvoldoende navolging aan gegeven is. Daarnaast gaat het om aanvullende wetgeving welke opgetuigd is in het kader van het Klimaatakkoord om bijvoorbeeld kantoren extra aan te zetten tot energiebesparing.
Uit onderzoek blijkt dat een groot besparingspotentieel onbenut blijft door lage nalevingspercentages van wettelijke energiebesparingsverplichtingen. De gemeenten zijn het bevoegde gezag voor 99% van de bedrijven met een wettelijke besparingsplicht. Samen met gemeenten zijn wij daarom tot het Energiebesparingsakkoord gekomen waarin we op hoofdlijnen afspreken hoe we het nalevingstekort wegwerken door de inzet van stimulerend toezicht. Stimulerend toezicht
Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143
Houtplein 33 2012 DE Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.0010.03.124.B.08
2|2
Om het bedrijfsleven te motiveren om energiebesparende maatregelen te nemen, maken we gebruik van stimulerend toezicht. Deze vorm van toezicht richt zich in eerste instantie op het gebruik van communicatiemiddelen en het aanbieden van expertise en technologische hulpmiddelen. Bedrijven worden actief benaderd om aan te slag te gaan met (wettelijke) energiebesparing en op weg geholpen in de realisatie van deze maatregelen. Deze ondersteuning is niet vrijblijvend. In 2025 willen we dat ieder bedrijf met een wettelijke verplichting minimaal één keer is gecontroleerd door een toezichthouder. Dat geldt voor de bedrijven die vrijwillig mee doen met stimulerend toezicht, maar ook voor de bedrijven die hier niet aan mee doen. Deze laatste groep zal de komende vier jaar te maken krijgen met klassiek toezicht en handhaving. Elke gemeente/regio heeft de mogelijkheid om zelf invulling te geven aan een maatwerkaanpak, waarvan we de best practices de komende vier jaar met elkaar gaan delen. De SEB-regeling De uitvoeringsregeling Subsidie Energiebesparing bij Bedrijven NoordHolland (SEB) 2021 is bedoeld om gemeenten financieel te ondersteunen in de uitvoering van het Energiebesparingsakkoord. Het gaat hier om 50% cofinanciering voor gemeenten. Activiteiten in het kader van stimulering en toezicht komen in aanmerking voor subsidie.
Wij stellen in totaal €8.000.000,- beschikbaar voor de periode 20222025. Het subsidieplafond per gemeente is bepaald op basis van een inschatting van het aantal bedrijven met een wettelijke besparingsplicht in elke gemeente. Vanaf 1 januari 2022 kunnen de gemeenten, welke het akkoord hebben vastgesteld, een aanvraag doen voor de SEBregeling. De voorwaarden en de mogelijkheden om gebruik te maken van deze regeling zullen gepubliceerd worden op onze website. Tot slot Bijgevoegd vindt u een conceptbesluit welke kan dienen als basis voor uw besluitvorming. Indien mogelijk, stellen wij het op prijs om voor 20 december 2021 geïnformeerd te worden over uw besluit in het kader van de voorbereidingen van het Energiebesparingsberaad en een officieel tekenmoment in januari 2022.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
provinciesecretaris
voorzitter
Bijlagen: (a) Voorbeeldbesluit, (b) Energiebesparingsakkoord NoordHollandse bedrijven 2022-2025 en (c) Werkplan
1665069/1718006
Bijlage bij registratienummer 1665069/1723786 Voorbeeldbesluit voor colleges van B&W Paragraaf 1 Het college besluit: 1. De intentieovereenkomst Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025 ten aanzien van het realiseren van wettelijke energiebesparing bij bedrijven aan te gaan. 2. De wethouder met de portefeuille <...> te machtigen om deze intentieovereenkomst namens het college van B&W te ondertekenen. 3. De ambtelijke organisatie/de omgevingsdienst <…> een plan van aanpak uit te laten werken voor de gemeente/regio waarin we invulling geven aan deze intentieovereenkomst. 4. De ambtelijke organisatie/de omgevingsdienst <…> een subsidieaanvraag voor de uitvoeringsregeling Subsidie Energiebesparing bij Bedrijven 2022-2025 uit te laten werken voor de gemeente. Paragraaf 2 Toelichting voor de openbare besluitenlijst: De gemeente <…> wil met de provincie Noord-Holland en de andere Noord-Hollandse gemeenten inzetten op het realiseren van energiebesparing bij bedrijven met een wettelijke energiebesparingsplicht door gebruik te maken van stimulerend toezicht. Daarom ondertekent het college van B&W een intentieovereenkomst gericht op het realiseren van naleving van energiebesparingswetgeving in de industrie- en dienstensector tussen 2022 en 2025. Paragraaf 3 Financiële en/of juridische gevolgen en risico’s
In het voorliggende energiebesparingsakkoord is expliciet aangegeven dat het gaat om een bestuurlijke intentieovereenkomst. Artikel 1.2 van het akkoord geeft aan: “De uit dit akkoord voortvloeiende verbintenissen zijn strikt juridisch gezien inspanningsverplichtingen voor de deelnemende provincie en gemeenten. Dit akkoord is niet in rechte afdwingbaar.” Buiten het in het akkoord vastgelegde bestuurlijke commitment leidt het akkoord niet tot juridische of financiële verplichtingen en risico’s.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 © Provincie Noord-Holland Haarlem, 2021
ENERGIE
2
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
Begrippenlijst Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) waaruit de Omgevingswet is opgebouwd. In het Bal staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de andere vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) waaruit de Omgevingswet is opgebouwd. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Energiebesparingsberaad Het Energiebesparingsberaad is een nieuw bestuurlijk overleg. In dit overleg komen bestuurders van alle gemeenten die het Energiebesparingsakkoord hebben ondertekend één keer per jaar samen on leiding van de gedeputeerde Klimaat & Energie van de provincie Noord-Holland om de voortang van het Energiebesparingsakkoord te bespreken.
Energieregistratie- en bewakingssysteem Een energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) bestaat uit slimme meters waarmee energieverbruik over de dag gemeten en geanalyseerd wordt. Op basis van deze data kunnen klimaatinstallaties zo efficiënt mogelijk ingesteld kunnen worden met energiebesparing als gevolg.
Energierelevante bedrijven Met Energierelevante bedrijven worden die bedrijven bedoeld, die wettelijke verplichtingen hebben onder de verschillende energiebesparingswetgeving. Het kan per wet verschillen op welke bedrijven deze van toepassing is en welke bedrijven dus als ‘energie relevant’ geschouwd kunnen worden. Het gaat hier in ieder geval om middelgrootverbruikers en grootverbruikers van energie. Het gaat expliciet niet om bedrijven die onder EU ETS-vallen.
EU ETS Het European Union Emissions Trading System (EU ETS) is het Europese systeem voor het verhandelen van CO2-rechten. Bedrijven die onder het ETS vallen zijn meestal grote, energieintensieve bedrijven uit de elektriciteitssector, raffinage industrie, chemische industrie en metaalsector. Doordat deze bedrijven onder ETS-vallen mag het bevoegde gezag geen andere besparingseisen opnemen in de vergunning. In Noord-Holland gaat het om ±40 ETS bedrijven.
Grootverbruiker Een bedrijf met waarvan het gasverbruik meer dan 75.000 m3 aardgasequivalenten en/of het elektriciteitsverbruik meer dan 200.000 kWh is.
Middelgrootverbruiker Een bedrijf met waarvan het gasverbruik tussen de 25.000-75.000 m3 aardgasequivalenten en/of het elektriciteitsverbruik tussen de 50.000-200.000 kWh ligt.
Monitoringsplan Het monitoringsplan beschrijft hoe het Voortgangs- en Rapportageteam de voortang op het Energiebesparingsakkoord bijhoudt en op welke manier hierover wordt gerapporteerd. Het monitoringsplan maakt deel uit van het werkplan.
Stimulerend Energietoezicht Een manier van toezicht houden op bedrijven waarbij ondernemers ondersteund worden bij het in kaart brengen van energiebesparende maatregelen en het succesvol uitvoeren van deze maatregelen.
Uitvoeringsprogramma Programma van de omgevingsdiensten waarin jaarlijks wordt vastgelegd welke taken de omgevingsdienst voor een deelnemer (gemeente of provincie) uitvoert.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
3
VTH Vergunningsverlening, toezicht en handhaving.
Voortgangs- en Rapportageteam Het Voortgangs- en Rapportageteam bevat vier leden, van elke Noord-Hollandse omgevingsdienst één, onder leiding van de provincie Noord-Holland. Het voortgangs- en rapportageteam is verantwoordelijk voor het bijhouden van de voortang van het Energiebesparingsakkoord en de rapportages die op basis van deze monitoring gemaakt worden.
Werkplan Het werkplan maakt de afspraken uit het Energiebesparingsakkoord operationeel voor de taken die bij de omgevingsdiensten belegd zijn. Het werkplan is als bijlage verbonden aan het Energiebesparingsakkoord. De omgevingsdiensten zijn penvoerder van het werkplan.
4
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
VOORWOORD GEDEPUTEERDE STIGTER
Voor u ligt het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven (hierna Energiebesparingsakkoord). Hiermee willen wij als provincie samen met gemeenten in Noord-Holland middelgrote en grote bedrijven die een wettelijke de plicht hebben om energie te besparen stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen. De verduurzaming van de industrie en dienstensector is een essentiële pijler uit het Klimaatakkoord. Ook zij kunnen immers een belangrijke bijdrage leveren aan de in het Klimaatakkoord vastgelegde afspraak om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Dit Energiebesparingsakkoord komt voort uit het besef dat alle energie die we samen kunnen besparen niet opgewekt hoeft te worden. De laatste jaren wordt er dan ook volop ingezet op publieke, private en publiek-private samenwerking om energie besparing te realiseren. Noord-Holland bruist van de ideeën en neemt haar verantwoordelijk om vergaande klimaatverandering te stoppen. Tegelijkertijd concluderen we dat nog niet overal de basis op orde is en we, ook als overheden, effectiever met elkaar samen kunnen werken om dit voor elkaar te krijgen. Op het gebied van naleving van energiebesparingswetgeving hebben we nogeen achterstand goed te maken. In dit akkoord spreken we de ambitie uit om hier werk van te maken.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op de plicht van bedrijven om energie te besparen is een verantwoordelijk van de provincie en gemeenten. Samen houden we hierop toezicht bij meer dan 15.000 bedrijven. We willen dat de manier waarop we vergunningen verlenen, toezichthouden en indien nodig handhavenrechtvaardig en begrijpelijk is voor Noord-Hollandse ondernemers. Met dit akkoord zetten we daarom in op een gelijkspeelveld voor de industrie en dienstensector. We willen hen vooral stimuleren om energie te besparen en zullen hen daar via onze toezichtstaak bij helpen. We steken een helpende hand uit om juist nu met energiebesparing aan de slag te gaan. Deze aanpak vergt een lange adem. Gemeenten en de provincie spreken daarom langdurig samen te gaan werken. In de eerste jaren maken we gezamenlijk onze achterstand goed. Vanuit een sterk fundament kunnen we verder bouwen aan een energieneutraal Noord-Holland. Edward Stigter
5
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
PARTIJEN * Het college van Burgemeester en wethouders (B&W) van: De gemeente Amstelveen De gemeente Aalsmeer De gemeente Alkmaar De gemeente Amsterdam De gemeente Bergen De gemeente Beverwijk De gemeente Blaricum De gemeente Bloemendaal De gemeente Castricum De gemeente Den Helder De gemeente Diemen De gemeente Dijk en Waard De gemeente Drechterland De gemeente Edam-Volendam De gemeente Enkhuizen De gemeente Gooise Meren De gemeente Haarlem De gemeente Haarlemmermeer De gemeente Heemskerk De gemeente Heemstede De gemeente Heiloo De gemeente Hilversum De gemeente Hollands Kroon De gemeente Hoorn De gemeente Huizen De gemeente Koggenland De gemeente Landsmeer De gemeente Laren De gemeente Medemblik De gemeente Oostzaan De gemeente Opmeer De gemeente Ouder-Amstel De gemeente Purmerend De gemeente Schagen De gemeente Stede Broec De gemeente Texel De gemeente Uitgeest De gemeente Uithoorn De gemeente Velsen De gemeente Waterland De gemeente Wijdemeren De gemeente Wormerland De gemeente Zaanstad
Het college van Gedeputeerde Staten (GS) van: De provincie Noord-Holland
* onder voorbehoud van besluitvorming
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
6
AANLEIDING Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft berekend dat we in Nederland 15 Petajoule energie kunnen besparen in 2030 als de industrie en dienstensector de gehele hoeveelheid energie bespaart die zij volgens de Wet milieubeheer moeten besparen. Voor Noord-Holland zou dit een besparing van minimaal 2,17 Petajoule opleveren. Dat is het energieverbruik van meer dan 60.000 woningen 1. Dit besparingspotentieel staat gelijk aan de jaarlijkse opbrengst van 800 hectare zonnepanelen op land 2 of 21 windmolens op zee 3. Het realiseren van energiebesparing in deze sectoren is echter niet vrijblijvend. De Wet milieubeheer kent al sinds 1993 een energiebesparingsplicht maar bij de overheid en ondernemers is energiebesparing al deze jaren geen topprioriteit geweest. Bij ondernemers lag de focus op het primaire productieproces. Maatregelen met of zonder terugverdientijd worden niet genomen en niet gerapporteerd. Overheden hebben zich primair gericht op gevaarlijke stoffen en klassiek milieutoezicht. De controle op de naleving van de energiebesparingswetgeving is tot voor kort dan ook beperkt gebleven. Minder dan de helft van de bedrijven (45%) voldeed in 2020 aan de plicht om informatie over besparingsmaatregelen aan te leveren bij de betreffende omgevingsdienst die daar toezicht op houdt.
Gebaseerd op deze informatie is de inschatting dat in Noord-Holland slechts 11% van de bedrijven volledig aan de Energiebesparingsplicht voldeed. Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) heeft in 2016 laten zien dat Energiebesparing bij bedrijven de meest kostenefficiënte manier van CO2-reductie is omdat het maatregelen betreft met een korte terugverdientijd voor ondernemers. Energiebesparing in de industrie en dienstensector loont dus. Energiebesparing valt echter buiten de scope van de Regionale Energiestrategieën (RES) die in Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid worden opgesteld. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Een reductie van CO2-uitstoot van 49% in 2030 halen we alleen als we forse stappen zetten. Ook energiebesparing speelt daarbij een belangrijke rol. De gemeenten en de provincie zetten hier graag samen regionaal de schouders onder.
1 Bij een gemiddeld energieverbruik van 35 GJ. 2 Bij een gemiddeld rendement van 0,75 GWh per hectare per jaar 3 Bij een gemiddeld rendement van 29,25 GWh per windmolen per jaar
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
7
TOTSTANDKOMING De provincie en de gemeenten zijn bevoegd gezag voor vergunningsverlening, toezicht en handhaving bij, naar schatting, meer dan 15.000 bedrijven die op een of meerdere wettelijke grondslagen een energiebesparingsplicht hebben. Uit een inventarisatie eind 2020 kwam naar voren dat de gemeenten en provincie: •
De achterstand op de naleving van energiebesparingswetgeving goed willen maken;
• De ambitie uitspreken om langdurig samen te werken om krachtiger in te zetten op energiebesparing door bedrijven; • Gebruik willen maken van innovatief en stimulerend toezicht om een gelijk speelveld te realiseren, waarbij ondernemers geholpen worden energie te besparen; • Behoefte hebben aan data en rapportages om de voortang op naleving van energiebesparingswetgeving te monitoren; • Geld en/of bemensing vrij maken om stimulerend toezicht uit te kunnen voeren. In 2021 zijn deze standpunten vertaald naar een concept akkoord wat met de input van de deelnemers en externe stakeholders steeds verder is aangescherpt in overleggen en workshops. Hierbij werd ingezet om een hoog maar realistisch ambitieniveau en het bouwen van een basis voor verdere succesvolle samenwerking.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
8
OPZET ENERGIEBESPARINGSAANPAK Onze gezamenlijke energiebesparingsaanpak bestaat uit vier onderdelen welke hieronder nader worden toegelicht.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven Het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven ligt voor u. In dit document maken de bestuurders van de provincie en gemeenten afspraken over de gezamenlijke inzet op energiebesparing bij bedrijven en bedrijventerreinen.
Werkplan De uitgangspunten uit het Energiebesparingsakkoord zijn op hoofdlijnen door de omgevingsdiensten in het werkplan vertaald naar de praktijk. De omgevingsdiensten zijn als uitvoeringsorganisatie belangrijk in het behalen van de doelstellingen uit het akkoord. In het werkplan staat hoe de omgevingsdiensten invulling geven aan de opgave om maximale wettelijke energiebesparing te realiseren in 2025. Dit werkplan maakt integraal onderdeel uit van het akkoord.
Lokale plannen van aanpak Het doelmatig en doeltreffend inzetten van Stimulering, toezicht en handhaving vraagt om maatwerk per deelnemer. Iedere deelnemer zal de algemene principes uit het akkoord vertalen naar lokale plannen van aanpak waarin wordt beschreven hoe de komende vier jaar invulling wordt gegeven aan het akkoord. Daarin wordt bepaald welke stimuleringsinstrumenten ingezet worden, welke partijen betrokken worden bij de uitvoering en welke financiële middelen lokaal beschikbaar gemaakt worden.
Uitvoeringsregeling voor gemeenten Gekoppeld aan dit akkoord is de Uitvoeringsregeling Stimulerend Energietoezicht bedrijven Noord-Holland 2021 (SEB). Met deze regeling ondersteunt de provincie Noord-Holland de Noord-Hollandse gemeenten financieel bij het uitvoeren van het akkoord.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
9
ARTIKELEN ENERGIEBESPARINGSAKKOORD Partijen komen overeen::
Artikel 1: Algemene bepalingen 1.1 Partijen sluiten het Energieakkoord op basis van de principes van wederzijds vertrouwen, open communicatie en transparantie. 1.2 De uit dit akkoord voortvloeiende verbintenissen zijn strikt juridisch gezien inspanningsverplichtingen voor de deelnemende provincie en gemeenten. Dit akkoord is niet in rechte afdwingbaar. 1.3
Dit akkoord gaat in op 1 januari 2022 en wordt voor vier jaar aangegaan, tot en met 31 december 2025.
1.4 In de eerste helft van 2025 vindt er onder leiding van de provincie een evaluatie van het akkoord plaats en wordt er bij het Energiebesparingsberaad besloten of het akkoord tot en met 31 december 2030 wordt verlengd. Daarbij wordt opnieuw gekeken welke partijen zich binden aan deze verlengde samenwerking.
Artikel 2: Ambities en doelen 2.1 Het akkoord richt zich op de effectieve inzet van het vergunningsverlening, toezicht en handhaving (VTH)instrumentarium om wettelijke energiebesparing te realiseren bij alle bedrijven waar de deelnemers van het akkoord het bevoegde gezag zijn. De doelstelling van het akkoord is om naleving te realiseren op alle relevante energiebesparingswetgeving. Het gaat hierbij zowel om de huidige wetgeving, als de nieuwe wetgeving die onder andere na aanleiding van het klimaatakkoord tot en met 2025 ingevoerd wordt. Op het moment van tekenen gaat het specifiek om het realiseren van naleving op de volgende wet- en regelgeving: i. De informatieplicht uit Activiteitenbesluit milieubeheer welke stelt dat middelgroot en grootverbruikers van energie per 1 juli 2019 rapporteren over de uitgevoerde energiebesparende maatregelen; ii. De energiebesparingsplicht uit het Activiteitenbesluit milieubeheer welke stelt dat middelgroot en grootverbruikers van energie per 1 januari 2008 alle energiebesparingsmaatregelen nemen die zich binnen vijf jaar of minder terugverdienen; iii. De energiebesparingseisen die op grond van het Wabo opgelegd kunnen worden bij vergunningplichtige bedrijven; iv. De label-C plicht uit het Bouwbesluit welke stelt dat kantoorgebouwen met meer dan 100m2 per 1 januari 2023 minimaal een energielabel-C moeten hebben.
v. De nationale vertaling van de EPBD III in Bouwebesluit waarin per 10 maart 2020 eisen worden gesteld aan technische bouwsystemen, een keuringsplicht is opgenomen voor verwarmings- en airconditioning systemen en laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen wordt afgedongen. vi. De normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit in het toekomstige Besluit activiteiten leefomgeving welke stelt dat bedrijven met meer dan 100 werknemers hun gemiddelde CO2 uitstoot van het zakelijke vervoer per 1 januari 2026 terug moeten hebben gebracht tot de landelijke CO2-norm.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
2.2
10
Partijen conformeren zich aan de volgende doelen: i. Op 31 december 2023 zijn alle bedrijven met energiebesparingsplicht onder een van de in artikel 2.1 genoemde wetsartikelen op de hoogte gebracht van deze plicht door extra inzet van de partijen. Specifieke communicatiecampagnes worden afgestemd op de ingangsdatum van nieuwe wetgeving. ii. Tussen het tekenen van dit akkoord en 31 december 2025 zijn alle energierelevante bedrijven minimaal een keer gecontroleerd door een toezichthouder. iii. Deze controles voldoen aan de kaders zoals die in artikel 3 worden gesteld. iv. Jaarlijks zijn alle partijen bestuurlijk vertegenwoordigd bij het bestuurlijk Energiebesparingsberaad.
Artikel 3: Werkwijze 3.1
Partijen hanteren de volgende uitgangspunten voor het toepassen van stimulerend energietoezicht: i. Stimulerend toezicht begint met duidelijke communicatie. Energierelevante bedrijven worden door de gemeenten en provincie extra geïnformeerd over de verplichtingen waar ze aan moeten voldoen. ii. Energierelevante bedrijven worden vervolgens bijgestaan in het vrijwillig realiseren van energiebesparende maatregelen. Partijen maken hierbij gebruik van hun lokale expertise om een doelgerichte stimuleringsaanpak zo efficiënt en effectief mogelijk op te zetten. Concreet kan gedacht worden aan het aanbieden van energiescans om ondernemers inzicht te bieden in de erkende maatregen, investeringskosten en terugverdientijden. Ook de inzet van een Energieregistratie- en bewakingssysteem, dataloggers en slimme technologieën dragen bij aan het realiseren van energiebesparing. Door inzet van (externe) adviseurs kunnen energierelevante bedrijven ondersteund worden in de aanvraag van offertes en subsidieaanvragen. iii. Energiebesparing is niet vrijblijvend. Toezichthouders van de omgevingsdiensten en/of gemeenten controleren alle energierelevante bedrijven minimaal vierjaarlijks op alle relevante energiebesparingswetgeving.
Controles worden daarbij zoveel mogelijk gebundeld, waarbij in één keer zo veel mogelijk relevante energiebesparingswetgeving meegenomen wordt door één toezichthouder of één branche in een keer benaderd wordt. Het uitgangspunt is dat ondernemers zo min mogelijk dubbel belast worden. iv. Indien ondernemers uiteindelijk niet voldoen aan alle relevante energiebesparingswetgeving wordt, indien dat wettelijk mogelijk is, handhavend opgetreden. Hiervan kan door de partijen in specifieke gevallen worden afgeweken als dat in het kader van toezicht en handhaving de meest effectieve manier is om naleving te realiseren of handhaving buitenproportioneel is.
3.2 Partijen streven naar meer gebundeld toezicht en handhaving op alle energiebesparingswetgeving. Daarbij kan gedacht worden aan uitbreiding van het takenpakket wat de omgevingsdiensten in mandaat uitvoeren namens de gemeenten en provincie en/of betere samenwerking tussen toezichthouders van verschillende organisaties. In ieder geval worden controles welke uitgevoerd worden door verschillende partijen zoveel mogelijk in lijn gebracht en wordt relevante informatie tussen de partijen gedeeld voor zover dat wettelijk is toegestaan. 3.3 Partijen streven naar een uniforme aanpak op het gebied van stimulering, toezicht en handhaving waarbij verglijkbare bedrijven gelijk behandeld worden. In de verdere uitwerking kan hier invulling gegeven worden via (regionale) samenwerking tussen de partijen. 3.4 Zowel bedrijfskoepels als ondernemersverengingen kunnen een grote rol spelen bij energiebesparing. Partijen sluiten in hun werkwijze aan bij de initiatieven van ondernemers. Er kan daarbij gemotiveerd afgeweken worden van de werkwijze zoals die in dit akkoord is vastgelegd zolang de ambitie en doelen van alternatieve samenwerkingsovereenkomsten niet lager liggen dan ambitie en doelen uit dit akkoord.
3.5 De provincie Noord-Holland organiseert jaarlijks een bestuurlijk Energiebesparingsberaad om de voortang op het Energiebesparingsakkoord te bespreken en te evalueren of aanpassingen aan het Energiebesparingsakkoord nodig zijn.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
11
Artikel 4: Monitoring 4.1 De provincie Noord-Holland faciliteert middels een opdracht een Voortgangs- en Rapportageteam bestaande uit vier leden, elk van één van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Dit team krijgt onder de verantwoordelijkheid en aansturing van de provincie de opdracht om jaarlijks een voortgangsrapportage aan te leveren van de naleving van de in artikel 2.1 genoemde wetsartikelen en de in artikel 2.2 beschreven doelen aan de colleges, raden en staten. 4.2
Partijen hanteren de volgende uitgangspunten voor het monitoren en rapporteren van data: i. Rapportages worden jaarlijks op 1 april aangeleverd en rapporteren over het voorafgaande jaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een vast rapportageformat. ii. Rapportages bieden zowel een totaalbeeld voor de gehele provincie Noord-Holland, als een beeld voor iedere gemeente afzonderlijk. iii. Partijen hebben ten alle tijden beschikking tot de ruwe data die het Voortgangs- en Rapportageteam verzameld, voor zover dit wettelijk is toegestaan.
4.3
Partijen die VTH-taken op het gebied van energiebesparing (deels) in eigen beheer houden, maken afspraken met het Voortgangs-en Rapportageteam over de manier waarop informatie gedeeld wordt.
4.4 Het Voortgangs- en Rapportageteam krijgt als eerste opdracht, het in kaart brengen van het volledige bedrijvenbestand van alle energierelevante bedrijven in Noord-Holland en de nulmeting van de naleving van de wetsartikelen als beschreven in artikel 2.1 en de doelen zoals ze gesteld zijn in artikel 2.2. Het Voortgangs- en Rapportageteam rapporteert hierover aan de partijen bij het 1e Energiebesparingsberaad in 2022.
Artikel 5: Middelen en inzet 5.1 De activiteiten die voortkomen uit het Energiebesparingsakkoord worden bekostigd door de gemeenten en provincie, welke het Energiebesparingsakkoord ondertekend hebben. 5.2 Kosten voorkomend uit het Energieakkoord worden verdeeld op basis van de evenredige inzet die nodig is voor de activiteiten die iedere deelnemer moet maken voor de bedrijven waar iedere partij bevoegd gezag voor is, zodat aan de doelen van artikel 2.2 wordt voldaan. 5.4 De financiering voor taken die uitgevoerd worden door de omgevingsdiensten worden meegenomen in de begrotingscyclus van de omgevingsdiensten en loopt via de Uitvoeringsprogramma’s en overeenkomsten die jaarlijks tussen de gemeenten, provincie en de omgevingsdiensten worden afgesloten. 5.5 De provincie Noord-Holland draagt tussen 2022 en 2025 met de Stimulerend Energietoezicht bedrijven Noord-Holland 2021 (SEB) €8 miljoen euro bij aan de kosten die gemeenten maken voor de uitvoering van dit akkoord ter ondersteuning van de uitvoering van stimulerend energietoezicht. 5.6 De provincie Noord-Holland financiert als opdrachtgever van het Voortgangs- en Rapportageteam de monitoring en rapportage van en over het Energiebesparingsakkoord. 5.6 Tijdens het jaarlijkse Energiebesparingsberaad wordt geëvalueerd of de beschikbare inzet en middelen nog aansluiten bij de gestelde doelen.
De provincie Noord-Holland draagt als organisator de kosten voor dit bestuurlijk overleg en voor de uitgebreide evaluatie in 2025.
Artikel 6: Slotbepalingen 6.1
Deze bestuurlijke intentieovereenkomst wordt aangehaald als: ‘Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025’
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
12
TOELICHTING ARTIKELEN 1. Algemene bepalingen Het Energiebesparingsakkoord betreft een verbintenis tussen de Gedeputeerde Staten van de provincie NoordHolland en de Colleges van burgenmeester en wethouders van de Noord-Hollandse gemeenten. Er is bewust gekozen een intentieverklaring waarbij de afspraken uit het akkoord niet bij de rechter afdwingbaar zijn. We spreken het vertrouwen in elkaar uit om de doelen dit akkoord te behalen. De Energietransitie zal de komende jaren aandacht en inzet blijven vragen. Hoe eerder we hier op anticiperen en we elkaar weten te vinden hoe beter. Bestuurlijke verantwoording aan elkaar over de inzet op de uitvoering van het akkoord vindt jaarlijks plaats bij het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad na aanleiding van de jaarrapportages die het Voortgangs- en rapportageteam opgesteld. De omgevingsdiensten zijn de belangrijkste uitvoeringspartner van veel gemeenten en de provincie. Het akkoord heeft een grote weerslag op de uitvoering van de taken die de omgevingsdiensten namens de gemeenten en provincie in mandaat uit voeren. Het akkoord is daarom in nauwe samenwerking met de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten tot stand gekomen. De komende jaren zal deze samenwerking verder vormgegeven moeten worden om op gemeente niveau maatwerk mogelijk te maken en de stimuleringsaanpak aan te laten sluiten op toezicht en handhaving.
Naast het fundament wat met dit akkoord gelegd wordt, door wettelijke besparing te realiseren, vinden we het naar de toekomst toe belangrijk om verder gaande samenwerking te faciliteren. Bij de evaluatie die provincie Noord-Holland in 2025 uit zal laten voeren moet blijken of er voldoende voortgang zit in het akkoord om deze verdergaande samenwerking te realiseren. Het evaluatieteam zal de opdracht krijgen om te onderzoeken waar bij de verschillende partijen behoefte aan is en hoe we onder andere bovenwettelijke energiebesparing verder kunnen brengen.
2. Ambities en doelen In dit akkoord spreken we af om aan de slag te gaan met alle energiebesparingswetgeving waar de provincie en gemeenten het bevoegde gezag van zijn. Grotendeels gaat het om bestaande wetgeving, maar deels verwijzen we hier ook al naar wetgeving die vanuit het klimaatakkoord wordt opgesteld en welke nog niet is vastgesteld. In artikel 2.1lid i t/m v wordt verwezen de huidige juridische grondslag van energiebesparingswetgeving in het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit en de Wabo. De Omgevingswet zal vanaf het moment van ingang een groot aantal van deze wetten vervangen en automatisch de nieuwe juridische context worden van artikel 2 i t/m v. Bij de ondertekening van het Energiebesparingsakkoord staat de ingangsdatum van de Omgevingswet gepland op 1 juli 2022. Mocht gedurende de looptijd van het akkoord de wetgeving inhoudelijk wijzigen, voor zover wij dat nu niet kunnen overzien, dat zullen we dat behandelen tijdens het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad. Partijen die het akkoord hebben ondertekend spreken de intentie uit om deze nieuwe wetgeving direct adequaat op te nemen in de stimulerings-, toezicht- en handhavingsstrategieën.
Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
13
3. Werkwijze In dit akkoord nemen we stimulerend toezicht als uitganspunt. We zetten daarbij in op een ‘wortel’-aanpak. We willen ondernemers een helpende hand uitreiken om wettelijke energiebesparing te realiseren. Concreet maken we gebruik van verbeterde communicatie, slimme technologieën en de samenwerking met adviesbureaus en het georganiseerde bedrijfsleven. Deze ‘wortel’-aanpak is nooit vrijblijvend. Het doel om alle relevante bedrijven in vier jaar te controleren heeft de eerste prioriteit. De achterstanden uit het verleden worden ingehaald. Waar het wettelijke besparing betreft en de ‘wortel’-aanpak niet mag baten zijn we bovendien, binnen wat wettelijk mogelijk is, voornemens om tot sanctionering over te gaan. Iedere partij behoud daarbij haar bevoegdheden en zal binnen haar mandaat de afwezig om tot finale handhaving over te gaan, zelf moeten maken.
4. Monitoring De provincie is de opdrachtgever van het Voortgangs- en Rapportageteam bestaande uit leden van de vier omgevingsdiensten. Dit team wordt apart door de provincie gefinancierd. Het Voortgangs- en Rapportageteam zal gedurende het jaar data verzamelen van de omgevingsdiensten, de provincie en gemeenten om deze jaarlijks te bundelen tot een rapportage. Deze rapportage wordt gedeeld met de colleges en gepresenteerd aan het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad. De colleges kunnen deze rapportages gebruiken om de gemeenteraden en Provinciale Staten te informeren over de voortgang van het realiseren van wettelijke energiebesparing in de industrie- en dienstensector.
5. Middelen en inzet Partijen maken gebruik van de nieuwe SEB-regeling van de provincie Noord-Holland, de middelen die het rijk beschikbaar stelt vanuit de VUE-regeling, middelen uit het gemeente- en provinciefonds en verschuivingen in de begroting van de omgevingsdiensten om de activiteiten die voortkomen uit het Energiebesparingsakkoord komen te financieren. Partijen hebben geenszins de verplichting om voor 2022 alle benodigde financiële middelen de gehele duur van het Energiebesparingsakkoord vrij te maken. Partijen zijn juridisch ook niet gebonden aan de financiering van deze activiteiten gedurende de looptijd van het akkoord. Partijen spreken echter wel de bestuurlijke intentie uit om tussen 2022 en 2025 de benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen om te voldoen aan de gezamenlijke doelen die in het akkoord gesteld worden.
XX, XX 2021
Colofon Auteur: Dhr. M.M.F. Schuurbiers Contact: Schuurbiersm@noord-holland.nl
Het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven is opgesteld door de provincie Noord-Holland en de Noord-Hollandse gemeenten, met input van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten en bedrijfskoepels.
ENERGIE
Werkplan Bijlage bij het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025
ENERGIE
2
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
Inhoud 1.
Algemene inleiding
3
Vertaling naar de praktijk
3
Regulering
3
Eigen strategie en planning
4
Voorbeeld stimulerend toezicht in de regio IJmond (werkgebied ODIJ)
4
2.
5
Werkwijze
Verschillen tussen gemeenten
6
Toezicht zoveel mogelijk door één toezichthouder
6
Voorbeeld stimulerend toezicht regio Gooi- en Vechtstreek (werkgebied OFGV)
6
3.
7
Monitoring en data
Planningstool, KPI’s en financiële planningen
7
Dashboards en data-gedreven werken
7
Voorbeeld stimulerend toezicht Zaanstad (werkgebied OD ZNKG)
7
4.
8
Beperkingen en risicofactoren
Veranderingen in wetgeving
8
Medewerkers en opleiding
8
De coronavirus (COVID-19)-pandemie
8
5.
Verantwoordelijkheden
9
6.
Communicatiestrategie
10
Voorbeeld stimulerend toezicht in de Westfriese gemeenten (werkgebied OD NHN)
10
7.
11
Begroting
Bijlagen
12
A.
Voorbeeld monitoringsformat
12
B:
Verplichtingen energie Omgevingswet
13
Voetteksten
14
1
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
3
ALGEMENE INLEIDING De verduurzaming van de industrie en dienstensector is een essentiële pijler uit het Klimaatakkoord. Ook zij kunnen immers een belangrijke bijdrage leveren aan de afspraak die is vastgelegd in het Klimaatakkoord om in 2030 49 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Het interdepartementale beleidsonderzoek (IBO) heeft in 2016 laten zien dat Energiebesparing bij bedrijven de meest kostenefficiënte manier van CO2-reductie is omdat het maatregelen betreft met een korte terugverdientijd voor ondernemers. Met het Energiebesparingsakkoord (het Akkoord) maken de bestuurders van de provincie en gemeenten afspraken over de gezamenlijke inzet op energiebesparing bij bedrijven die moeten voldoen aan de wettelijke bepalingen.
Vertaling naar de praktijk De vier omgevingsdiensten (OD’s) uit Noord-Holland hebben de uitgangspunten uit het Akkoord op hoofdlijnen in dit werkplan vertaald naar de praktijk. De OD’s zijn namens de provincie en gemeenten als uitvoeringsorganisatie belangrijk in het behalen van de doelstellingen uit het Akkoord. In dit werkplan staat hoe de OD’s invulling geven aan de opgave om bedrijven de maximale wettelijke energiebesparing te (laten) realiseren in 2025. Zij bieden ondernemers een helpende hand en creëren een gelijk speelveld. Dit houdt in dat energierelevante bedrijven in heel Noord Holland allemaal op een zelfde en eenduidige manier gecontroleerd (gaan) worden. Dit werkplan beschrijft voor alle deelnemende gemeenten, welke vergunningsverlening, toezicht en handhaving gemandateerd hebben aan de OD’s, de concrete acties en plannen voor de komende vier jaar. De OD’s werken in opdracht van de provincie en gemeenten. In overleg met deze opdrachtgevers wordt de invulling van dit werkplan afgestemd met de lokale plannen van aanpak.
Regulering Bij toezicht (controle) en handhaving hanteren de OD’s onderdelen van de klassieke handhavingspiramide (Braithwaithe, 1993) i. De mate van regulering hangt mede af van de fase waarin het toezicht zich bevindt en de eerdere ervaringen en resultaten. De zelfregulering door de bedrijven wordt beloond met het tijdelijk pauzeren van het toezicht. Figuur 1: De verschillende stappen van regulering, gebaseerd op Braithwaithe (1993).
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
4
Eigen strategie en planning De vier OD’s en deelnemende gemeenten hebben ieder hun eigen strategie en planning voor het behalen van de energiebesparingsdoelen bij bedrijven. Daarom zijn, ter inspiratie, enkele voorbeelden in dit werkplan opgenomen. De komende jaren blijven de OD’s inzetten op stimulerend toezicht. In de communicatie is het van belang om te benadrukken dat het nemen van besparingsmaatregelen niet vrijblijvend is maar een wettelijke verplichting kent. Voorbeeld stimulerend toezicht in de regio IJmond (werkgebied ODIJ)
GreenBiz IJmond (GBIJ) staat voor “Samen en lokaal bedrijven verduurzamen”. GBIJ is een vereniging voor en door ondernemers en helpt bedrijven en bedrijventerrein in de IJmond te verduurzamen. Zij werkt onder andere aan de thema’s duurzame opwek, circulaire economie en energiebesparing met als doel de CO2-uitstoot in de IJmond te verminderen.
Energiescan GBIJ biedt ondernemers onder andere een kosteloze energiescan aan. Een energiescan geeft inzicht in het energieverbruik van het bedrijf. Vanuit de scan ontvangt een ondernemer een energierapport. Daarin staat een vaststelling van het huidige energieverbruik, maar ook adviezen om het energieverbruik te verlagen. En daarmee de CO2-uitstoot van het bedrijf te verminderen. Met kleine aanpassingen zoals het beter isoleren van het bedrijf, maar ook traditionele verlichting vervangen door ledverlichting draagt een ondernemer al bij aan het doel.
Lokale energiemarkt (LEM) GreenBiz Energy heeft als doel het opzetten van een lokale energiemarkt, dat de lokale energievraag koppelt aan het lokale energieaanbod. De deelnemers kopen rechtstreeks hun energie van de buurman of energiebeurs. De lokale energie wordt opgewekt door zonnepanelen. Een SDE+ subsidie (Stimulering Duurzame Energietransitie) maakt het mogelijk om zonnepanelen goedkoper (gesubsidieerd) te plaatsen. GreenBiz IJmond helpt bij de aanvraag van deze subsidie.
2
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
5
WERKWIJZE De vier OD’s en deelnemende gemeenten in Noord-Holland gaan gezamenlijk optrekken bij de uitvoering van het Akkoord. De OD’s gaan elkaar op basis van de reeds opgebouwde expertise bij elke OD, intensief ondersteunen bij de uitvoer van het Akkoord. De OD’s spreken de volgende punten met elkaar af: Stimuleren 1 Bedrijven extra stimuleren om minimaal de verplichte energiebesparingsmaatregelen te nemen (zelfregulering); 2 In samenwerking met gemeenten, gebruik maken van interne en externe lokale expertise om een doelgerichte stimuleringsaanpak zo efficiënt en effectief mogelijk op te zetten; Toezicht en handhaving 3 Alle gemandateerde energierelevante bedrijven minimaal 1 keer te controleren voor 2025 op alle relevante energiebesparingswetgeving; 4 Controles zoveel mogelijk te bundelen, waarbij in één keer zo veel mogelijk relevante energiebesparingswetgeving meegenomen wordt door een toezichthouder van één organisatie of één branche in een keer benaderd wordt; 5 Handhavend optreden wanneer gemandateerde bedrijven afzien van het nemen van energiebesparende maatregelen, bij de bedrijven waar dat wettelijk mogelijk is; Monitoring 6 Een inventarisatie maken van energierelevante bedrijven op basis van de huidige en toekomstige weten regelgeving energiebesparing (bijlage B: Verplichtingen Energie Omgevingswet); 7 Een nul-situatie vastleggen én de voortgang monitoren
met behulp van heldere KPI’s en deze jaarlijks presenteren aan het Energiebesparingsberaad ii; 8 Gegevens over planning en monitoring worden vastgelegd in een gezamenlijke tool, met zelfde uitgangspunten en KPI’s; Kennisdeling 9 Kennis delen door intensivering van het reguliere overleg tussen OD’s en de provincie over toezicht en handhaving van de energiebesparingsaanpak van bedrijven. In overleg wordt onder meer bepaald welke pilots gedaan kunnen worden. Bijvoorbeeld branchegerichte projecten, de verplichting label C voor de kantoorgebouwen en gezamenlijke campagnes gericht op alle bedrijven in de provincie Communicatie 10
Opstellen en uitrollen van een integrale communicatie strategie.
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
6
Verschillen tussen gemeenten Het Akkoord kent voor iedere gemeente een ander startpunt. Het doel is om met behulp van kennisuitwisseling tussen de OD’s en gemeenten een harmoniserend effect te sorteren. Zo zal in loop van de tijd steeds meer een gelijk speelveld gecreëerd worden. Op dit moment verschilt de energiebesparingsaanpak sterk van gemeente tot gemeente. Dit kan komen door een verschillende samenstelling van bedrijven en/of een verschil in mandaat en ambitie. Er zijn gemeenten die sturen op intensiveren van toezicht bij grootgebruikers, anderen zetten in op toezicht bij een bepaald type branche, weer anderen zetten in op naleving van de informatieplicht iii.
Toezicht zoveel mogelijk door één toezichthouder De toezichtstaak wordt bij voorkeur zoveel als mogelijk in één hand gehouden. Door het toezicht bij één organisatie/persoon (per bedrijf) te beleggen kan doelmatig en kwalitatief hoogwaardig gewerkt worden. Op die manier is ook de dataopbouw per bedrijf in één hand. Dat is weer essentieel voor de energietransitie. Anderzijds is het voor bedrijven ook prettig om maar met één “toezichthouder energiebesparingsaanpak” te maken te hebben, in plaats van meerdere toezichthouders (gemeente en OD). De OD’s zijn goed toegerust om deze centrale rol op zich te nemen. Bij de mandatering aan de OD’s moet er rekening worden gehouden dat de energiebesparingsaanpak bedrijven voor een deel een ‘plustaak’ is. Bedrijven die onder deze plicht vallen, zitten niet altijd in het basispakket. Het gaat bijvoorbeeld over de bouwtaken, die vaak nog gemandateerd zijn bij gemeenten. Onder de Omgevingswet wordt met name het aantal bouwtaken op het gebied van energiebesparing uitgebreid. Om versnippering in toezicht op deze taken te voorkomen is het belangrijk om hier vroegtijdig op te anticiperen. Voorbeeld stimulerend toezicht regio Gooi- en Vechtstreek (werkgebied OFGV)
Stimulerend Toezicht is een innovatieve handhavingsstrategie van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De OFGV is gestart met dit programma naar aanleiding van de invoering van de energiebesparingsplicht en informatieplicht voor ondernemers. Het is gebleken dat bij deze nieuwe en ingewikkelde wetgeving traditioneel toezicht niet zo effectief is om energiedoelstellingen te behalen. Stimulerend toezicht maakt gebruik van een Energiebeheersysteem, data-uitwisseling en een app. Deze geven de ondernemer inzicht in zijn energieverbruik én in de maatregelen die genomen moeten worden om energie te besparen. Ook laat het systeem zien wat het exacte energieverbruik is, wat de kosten van de maatregelen zijn en hoeveel geld er met de maatregelen bespaard kan worden.
27 procent besparingspotentieel Door de wetgeving op een simpele manier inzichtelijk te maken, faciliteert Stimulerend Toezicht dat de energiebesparende maatregelen ook daadwerkelijk worden ingevoerd. De pilots hebben laten zien dat deze strategie leidt tot een gemiddeld besparingspotentieel van 27 procent!
Juryprijs Handhaving en Toezicht 2020 Op 3 november 2020 heeft dit project Stimulerend Toezicht de juryprijs van de Verkiezingen Handhaving en Toezicht 2020 gewonnen. De Verkiezingen zijn een initiatief van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) en Samenwerkende Rijksinspecties en Vide (dé beroepsvereniging van professionals in het veld van toezicht, inspectie, handhaving en evaluatie).
3
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
7
MONITORING EN DATA Iedere OD zal deelnemen aan het Voortgangs- en Rapportageteam (het Team) iv onder leiding van de provincie Noord-Holland. - Het Team is verantwoordelijk voor het bijhouden van de voortgang van het Akkoord en de rapportages die op basis van deze monitoring gemaakt worden. - Het team rapporteert jaarlijks over de voortgang van de uitvoering voor de gemandateerde bedrijven. Dit gebeurt aan de hand van een vast monitoringsformat (zie bijlage A); - Voor de niet gemandateerde taken aan de OD’s geldt dat gemeenten hierover rapporteren aan het Team. - Voor iedere gemeente komt er een nulmeting in het kader van het Akkoord.
Planningstool, KPI’s en financiële planningen Om gemeenten te ondersteunen in het opstellen van plannen van aanpak is een speciale planningstool ontwikkeld. In deze tool kunnen per gemeente de verschillende acties in het kader van het (stimulerend) toezicht worden ingepland. De planningstool geeft een inschatting van de jaarlijkse kosten die per gemeente gemaakt zullen worden om uitvoering te kunnen geven aan het Akkoord. In de monitoring zijn hiervoor een aantal KPI’s 1 – met een toenemend aantal controles over de jaren heen – opgenomen. De planningstool geeft structuur en richting aan de gezamenlijke aanpak. Het verschaft bovendien, per gemeente, een overzicht van het aantal bedrijven dat de maatregelen heeft genomen. Een belangrijke aanname in de planningstool is dat het Rijk nieuwe taken in het kader van energiebesparing bij bedrijven dekkend zal financieren via het gemeentefonds. Het gaat hierbij om de Normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit, het energielabel C voor kantoren en de energiekeuring van klimaatinstallaties. Op dit moment is nog niet bekend om welke bedragen het gaat. Deze zijn dan ook niet opgenomen in de planningstool. Deze taken zijn wel opgenomen in het monitoringsformat.
Dashboards en data-gedreven werken De OD’s beschikken over energiedata bij bedrijven afkomstig uit de rapportages over de informatieplicht en uit eigen onderzoek. Deze data wordt gebruikt om stimulering, toezicht en handhaving gericht uit te kunnen voeren. De OD’s verkennen samen met de provincie de mogelijkheden om in komende jaren nog meer data-gedreven te werken. Daarbij wordt de samenwerking gezocht met andere partijen in Noord-Holland, welke beschikken over energiedata waarmee slimme datakoppelingen te maken zijn. Dit gebeurt binnen de grenzen van wat wettelijk toegestaan en technisch mogelijk is. Daarnaast onderzoeken de OD’s op welke manier gebruik gemaakt kan worden van de beschikbare kennis van de bouw en verdere uitrol van dashboards, om deze data te presenteren. Voorbeeld stimulerend toezicht Zaanstad (werkgebied OD ZNKG)
Green Business Club (GBC) Zaanstad is een impactorganisatie die zich richt op concreet resultaat door het initiëren van duurzame projecten in Zaanstad en omstreken. Participanten werken samen aan de verduurzaming van de regio en eigen bedrijfsvoering. Zowel grote corporates, MKB met duurzaamheid in de core business, lokale overheden en kennisinstellingen zijn vertegenwoordigd. Bedrijven kunnen gratis gebruik maken van de Klimaatroute. De Klimaatroute helpt bedrijven bij het inventariseren van de besparingsmaatregelen en het beoordelen van offertes. Ook wordt geadviseerd over duurzame opwekking. De OD NZKG is participant van de GBC en neemt deel aan de werkgroep energie en vervoer.
1 KPI staat voor Key Performance Indicators. Door middel van cijfers bepalen de OD’s of onze doelstellingen zijn behaald en hoe succesvol deze zijn verlopen.
4
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
8
BEPERKINGEN EN RISICOFACTOREN De uitwerking van de gezamenlijke energiebesparingsaanpak valt of staat met de inzet van alle betrokken partijen. Daarnaast zijn een aantal (externe) risicofactoren die er toe kunnen leiden dat de doelstellingen uit het Akkoord niet behaald worden.
Veranderingen in wetgeving Omdat de energiebesparingswetgeving een dynamisch en politiek speelveld is, zal dit werkplan aan verandering onderhevig zijn. De komende jaren krijgt de Omgevingswet haar definitieve vorm en zal de uitwerking van het nationale Klimaatakkoord in de wet- en regelgeving verder worden uitgebreid. De verwachting is energiebesparingswetgeving verzwaard en uitgebreid wordt. De OD’s volgen deze ontwikkelingen. Elk jaar wordt bepaald elke nieuwe elementen voor toezicht opgenomen worden. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat het Rijk met voldoende middelen komt voor de decentrale overheden om dit adequaat op te pakken.
Medewerkers en opleiding Voldoende geschoold personeel is een randvoorwaarde om aan de doelen van het Akkoord te kunnen voldoen. Het is een uitdaging om medewerkers aan te trekken die alle expertise al in huis hebben. De ODNL-academie biedt een opleidingsprogramma bestaande uit alle vaardigheden die men nodig heeft om deze taak succesvol te kunnen vervullen. De vier OD’s onderzoeken samen met de provincie hoe hier gebruikt van gemaakt kan worden.
De coronavirus (COVID-19)-pandemie Gedurende de lockdowns in 2020 en 2021 vanwege de coronavirus pandemie was stimulering, toezicht en handhaving bij bedrijven (op locatie) veelal niet mogelijk. Dit werd opgevangen met administratieve controles. Een nieuwe lockdown brengt de doelen en de uitvoering uit het Akkoord in gevaar. Vanwege de pandemie zal er bovendien vaker sprake zijn van verzachtende omstandigheden waardoor handhaving op naleving van energiebesparingswetgeving niet altijd proportioneel is. De looptijd van het akkoord zou voldoende ruim moeten zijn om met langere termijnen alsnog naleving te realiseren.
5
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
9
VERANTWOORDELIJKHEDEN De vier Noord-Hollandse OD’s zijn, voor de aan de OD’s gemandateerde taken, verantwoordelijk voor de uitvoering van het Energiebesparingsakkoord. Per OD is een algemeen verantwoordelijk medewerker aangesteld, welke fungeert als eerste contactpersoon voor de gemeenten.
Organisatie
Naam
Contactgegevens
OD NZKG
Co de Smalen
co.de.smalen@odnzkg.nl
ODIJ
Karen Overtoom
kovertoom@odijmond.nl
OD NHN
Mischa Jansen
Mjansen@odnhn.nl
OFGV
Axel Roeten
A.roeten@ofgv.nl
6
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
10
COMMUNICATIESTRATEGIE Aan de hand van de doelstelling uit het Akkoord en dit Werkplan wordt één gezamenlijke communicatiestrategie en communicatieplan uitgewerkt. De vier OD’s trekken gezamenlijk met de provincie en gemeenten op om vanuit meerdere kanalen en met diverse middelen, gelijktijdig centrale boodschappen te communiceren. Zo komt er een gezamenlijke geïntegreerde communicatie campagne gericht op informeren (inhoud, kennis) en overtuigen (houding), zodat bedrijven uiteindelijk overgaan tot het nemen van de maatregelen (gedrag). De communicatie-strategie wordt centraal (gecoördineerd door één OD) verder uitgewerkt, met een centrale planning. In de uitvoer werkt iedere OD samen met gemeenten de strategie verder uit voor zijn eigen werkgebied voor een regionaal en lokaal plan van aanpak. Er komen overkoepelende kernboodschappen en er wordt gewerkt met een zelfde gezamenlijke uitstraling en overkoepelende communicatie middelen. Iedere OD en/of gemeente kan deze middelen inzetten wanneer het past binnen hun tijdlijn. En er zullen diverse gezamenlijke persberichten worden verzonden, op gezette tijden, met een individuele kwinkslag naar het eigen werkgebied van die OD. Voorbeeld stimulerend toezicht in de Westfriese gemeenten (werkgebied OD NHN)
In mei 2021 is het Duurzaam Ondernemersloket West-Friesland officieel gelanceerd. Het loket gaat ondernemers op alle Westfriese bedrijventerreinen helpen met verduurzamen. De initiatiefnemers zien niet alleen besparingen op energiekosten, maar willen vooral de focus leggen op innovatiekansen gericht op een gezonde toekomst en bestendige bedrijventerreinen. Ondernemers hebben grote behoefte aan ndersteuning bij energiebesparing en alles wat verder te maken heeft met verduurzamen. Daarom bundelen de Westfriese Bedrijvengroep (WBG/WBGroen), de Energie Combinatie West-Friesland (ECWF), de Stichting Parkmanagement Hoorn en NHN hun kennis en krachten om het bedrijfsleven daarbij nog beter te ondersteunen. Stichting Energieneutrale Bedrijventerreinen borduurt voort op de ervaringen vanuit ECWF, WBGroen enhet Ontwikkelingsbedrijf NHN. Onder deze stichting komen twee nieuwe uitvoeringsorganisaties; Duurzaam Ondernemersloket West-Friesland BV voor gratis advies en ondersteuning én BEplus West-Friesland BV voor de uitvoering en begeleiding. Beiden opereren zonder winstoogmerk.
7
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
11
BEGROTING Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de financiering van de uitvoering van het Akkoord. De provincie stelt maximaal 50% cofinanciering beschikbaar voor een periode van vier jaar. Toedeling van het maximale budget per gemeente wordt gedaan naar rato van de CBS gegevens over het aantal middelgrote verbruikers en grootgebruikers van energie. Afhankelijk van onder meer de stand van zaken energiebesparingsaanpak, de samenstelling van het bedrijvenbestand en de ambitie van de desbetreffende gemeente wordt op uniforme wijze per gemeente een plan van aanpak uitgewerkt. In dit plan van aanpak word uitgewerkt welke inspanningen er gepleegd zullen worden om uiterlijk 2025 te komen tot realisatie van de uitvoering van energiebesparingsmaatregelen voor de aan de OD’s gemandateerde bedrijven. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor een overkoepeld plan aanpak, de financiering van de gemandateerde taken de OD’s en de aanvraag van cofinanciering bij de provincie.
Werkplan Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven