CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2020-77 inzake Geactualiseerde uitvoeringsnotitie Buurten 3

GEMEENTERAAD 27 januari 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 012.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsnotitie Buurten 3.0

Geactualiseerde versie, december 2020

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 1

2.

Vervolg op het programma Buurten: “naar een wijkgerichte aanpak” .......................................... 2

2.1.

Ambitie, visie en missie ............................................................................................................... 2

2.2.

Reflectie op de kadernotitie ........................................................................................................ 2

2.3.

Naar drie speerpunten ................................................................................................................ 3

2.4.

Evaluatie ...................................................................................................................................... 4

3.

Speerpunt I: Prioriteiten van de Buurt ............................................................................................ 5

4.

5.

3.1

Maatwerk per buurt ............................................................................................................ 5

3.1.1

Thema’s per wijk ............................................................................................................. 5

3.1.2

Aansluiten op bestaande netwerken .............................................................................. 5

3.1.3

Op zich staande initiatieven ............................................................................................ 6

3.1.4

Right to Challenge ........................................................................................................... 6

3.2

Duurzame Dialoog ............................................................................................................... 8

3.2.1

De wijkwethouder ........................................................................................................... 8

Speerpunt II: meer laagdrempelige interactie ................................................................................ 9 4.1

Eén interactief platform voor Hilversum ............................................................................. 9

4.1.1

Eén kennisbank................................................................................................................ 9

4.1.2

Eén centraal communicatiemiddel ................................................................................ 10

4.1.3

Eenduidige handleidingen, processen en procedures .................................................. 10

Speerpunt III: Ruimte geven .......................................................................................................... 12 5.1

Een responsieve gemeente ............................................................................................... 12

5.2

Structuur, organisatie en procedures................................................................................ 13

5.2.1

Coördinatie wijkgericht werken .................................................................................... 13

5.2.2

Externe wijkteams ......................................................................................................... 14

5.2.3

Inzet vanuit afdelingen en teams .................................................................................. 14

5.2.4

Externe partijen ............................................................................................................. 16

5.2.5

Sturing en escalatiemogelijkheden ............................................................................... 16

5.3

Bestuur .............................................................................................................................. 16

5.3.1

College ........................................................................................................................... 17

5.3.2

Gemeenteraad............................................................................................................... 17

6.

Communicatie ............................................................................................................................... 18

7.

Financiën: inzet buurtenbudget .................................................................................................... 19

Bijlagen .................................................................................................................................................. 21

1. Inleiding Voor u ligt de geactualiseerde uitvoeringsnotitie Buurten 3.0. Dit plan is een uitwerking van de ambities, speerpunten en voorgenomen activiteiten binnen het wijkgericht werken. In september 2019 heeft het college deze uitvoeringsnotitie vastgesteld en op 2 oktober 2019 heeft de commissie Z&S het college hierover geadviseerd. Hierna heeft het college in juli 2020 het Programma van Eisen Digitaal Platform vastgesteld, waarin de wensen en eisen voor het digitaal platform opgenomen zijn. In september 2020 heeft de raadscommissie het college hierover geadviseerd. De adviezen over de uitvoeringsnotitie Buurten 3.0 en over het digitaal platform zijn meegenomen in voorliggende geactualiseerde versie. In 2019 heeft het college op basis van de ambities van dit college en de gemeenteraad en de leerervaringen van de afgelopen jaren nieuwe accenten en andere keuzen voorgesteld. Een kort overzicht van die resultaten en leerervaringen van het programma Buurten vind u terug in bijlage 1 1. De gemeente Hilversum vindt het wijkgericht werken ontzettend belangrijk. Doel is nog steeds dat de betrokkenheid van inwoners bij hun eigen omgeving wordt vergroot, vanuit de visie dat daarmee sterkere buurten ontstaan, die verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen voor zaken die de eigen wijk aangaan.

Om dit te kunnen ondersteunen is er over de afgelopen jaren in de vorm van het sterprogramma Buurten al extra aandacht aan besteed en is er ook structureel een apart buurtenbudget in de begroting opgenomen om initiatieven uit de wijken en buurten mogelijk te maken. Het sterprogramma Buurten is vanaf 2018 beëindigd. Het wijkgericht werken en de daaraan verbonden ambities gaan door. Wijkgericht werken is, naast het mogelijk maken en faciliteren van buurtinitiatieven door en voor inwoners van Hilversum, ook een leertraject voor de gemeentelijke organisatie en haar medewerkers. Door de ervaringen met buurtinitiatieven, -deals en het deels uit handen geven van de regie leren de gemeentelijke organisatie en de medewerkers voortdurend en ontwikkelt ook het wijkgericht werken zich. De vraag vanuit de buurten wordt meer leidend en het werk van de gemeente meer gericht op de doelen en minder vanuit de regels. Bij de totstandkoming van deze notitie is in 2019 gesproken met actieve bewoners uit elke wijk. De input uit deze gesprekken is verwerkt in deze uitvoeringsnotitie. We zullen deze accenten en keuzen de komende jaren regelmatig tegen het licht houden. Het wijkgericht werken in Hilversum is blijvend in ontwikkeling.

In zijn algemeenheid constateert het college naar aanleiding van de jaarrekening en de Hilversum monitor, dat het vertrouwen in het gemeentebestuur en de mate waarin het bestuur de Hilversummers betrekt bij haar plannen daalt. Het college voelt de urgentie van dit signaal en wil hier voortvarend mee aan de slag. Door met deze notitie terug te gaan naar een heel praktische manier van samenwerken en communiceren tussen bewoners en de gemeente, hopen we dit vertrouwen te herstellen.

1 Meer detailinformatie is te vinden in de jaarrapportage 2018 programma buurten, die op 13 juni 2019 als bijlage bij de

raadsinformatiebrief 2019-44 aan de gemeenteraad is verstuurd. Hierin worden tevens conclusies getrokken op hoofdlijnen over de leerervaringen en inzichten na vaststellen van de kadernotitie buurtgericht werken: leve de buurt!

1

2. Vervolg op het programma Buurten: “naar een wijkgerichte2 aanpak” 2.1.

Ambitie, visie en missie

Missie Hilversum wil een gemeente zijn die luistert naar haar inwoners en ruimte wil geven aan burgerinitiatief. Een gemeente die het nemen van verantwoordelijkheid bij vraagstukken in de eigen woonomgeving wil stimuleren. Visie Vanuit verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving ontstaat betrokkenheid en onderlinge verbondenheid van inwoners met elkaar en hun leefomgeving. Dat maakt een straat, buurt en of wijk weerbaarder en in staat om zelf met oplossingen te komen voor vraagstukken en kansen te grijpen die van meerwaarde zijn voor hun eigen straat, buurt en of wijk. Dat vraagt van de gemeente om ruimte te laten en niet alleen vanuit de eigen opgaven of agenda te handelen. Daarbij wel kader te bieden en indien nodig regie te nemen ten behoeve van het algemeen belang en of de lange termijn en door te zorgen dat relevante kennis en informatie voor alle betrokkenen beschikbaar en toegankelijk zijn. Enerzijds tegemoet komt aan verlangens en opvattingen die in de samenleving leven en daarop acteren (=responsief3 ), anderzijds in samenhang hiermee uitvoering geven aan de eigen wettelijke en beleidsmatige opgaven (effectief). Beide zijn onderdeel van het gemeentelijk werkveld en kenmerken de tweebenigheid van de gemeentelijke praktijk (zie ook bijlage 3).

Voor de gemeentelijke organisatie ligt er een uitdaging om te blijven zoeken naar de samenhang tussen (gemeentelijke) opgaven en onderwerpen, die leven bij de inwoners. Te vaak nog blijken de onzichtbare schotten tussen beleidsdomeinen een belemmering om betere antwoorden te vinden op vragen van inwoners4.

2.2.

Reflectie op de kadernotitie

In de kadernotitie “buurtgericht werken: leve de buurt!” zijn kaders gesteld voor het wijkgericht werken. Het grote leerpunt over de afgelopen jaren is dat de maakbaarheid vanuit de gemeente van het wijkgericht werken beperkt is. Na twee jaar met deze kaders te hebben gewerkt kan worden geconcludeerd5 dat de nadruk te veel lag op de rol van de “effectieve” overheid en dat we te veel vooraf wilden bepalen op basis van eigen uitgangspunten. Om de balans met de responsieve rol beter te vinden is het nodig kritisch te kijken naar een aantal uitgangspunten van de kadernotitie en op basis van de ervaringen een nieuwe focus te kiezen. Deze focus wordt in deze uitvoeringsnotitie nader uitgewerkt.

2 In deze nota hebben we het over wijkgericht werken. Voorheen werd bijvoorbeeld in de kadernotitie “buurtgericht

werken” gesproken over een buurtgerichte aanpak omdat dit dichter bij de beleving van de inwoners staat. Op basis van de ervaringen van het sterprogramma buurten concluderen we echter ook dat we de budgetten, de coördinatie en regie vanuit de gemeente en hoe we ons met onze partners in het wijkgerichte werken organiseren het beste kunnen vormgeven op het niveau van de wijken van Hilversum. Zie verder ook bijlage 1. Terminologie in het wijkgerichte werken. 3 Een nadere omschrijving van wat een responsieve overheid inhoud wordt toegelicht in bijlage 3 “wat is een responsieve overheid”. 4 Vragen van inwoners beperken zich zelden of niet tot 1 domein. Veelal spelen vragen en behoeften in het sociale domein, als ook het fysieke of het veiligheidsdomein. 5 Zie ook de raadsinformatiebrief 2019-44 en de jaarrapportage 2018 programma buurten.

2

Bij het opstellen van deze uitvoeringsnotitie is met buurtvertegenwoordigers en raadsleden gesproken in drie benen-op-tafel sessies6. In deze sessies zijn de ervaringen en inzichten in wijkgericht werken gedeeld en besproken. Uit deze gesprekken en ervaringen kunnen we een aantal conclusies trekken: 1. Er is behoefte aan maatwerk per buurt. Dat vraagt van de gemeente, het bestuur en de gemeenteraad om de kunst van het loslaten; 2. De “maakbaarheid” van de buurt en het buurtinitiatief laat zich niet of beperkt door de gemeente sturen. De gemeente denkt nog teveel aanbodgericht en instrumenteel. De gemeente heeft de neiging om de oplossing te vertalen naar middelen, die dan al gauw doel op zich worden. De wijkagenda is daar een goed voorbeeld van: de theorie en de wens erachter spreekt aan, maar de praktijk vraagt om ander en meer flexibel instrumentarium en meer keuze in instrumentarium; 3. Wijken, buurten en straten zijn geen organisaties zoals Versa Welzijn, politie, woningcorporaties, projectontwikkelaars, etc. Veronderstelde organisatiestructuren zijn eerder uitzondering dan regel. Mensen organiseren zich in losse verbanden rondom concrete issues, waar ze zich direct betrokken bij voelen (vanuit weerstand of inspiratie) en wat hen raakt in hun dagelijkse leven en of omgeving; 4.

Initiatiefnemers willen graag geholpen worden bij het realiseren van hun initiatief en niet na hoeven denken over lange termijn doelen en opgaven: “vandaag een probleem, morgen een oplossing!”; 5. Er is onder inwoners behoefte aan duidelijke kaders over de mate van participatie bij vraagstukken en eigen initiatief. Inwoners beseffen dat zij niet overal in dezelfde mate kunnen meepraten en beslissen. Echter in de huidige praktijk ervaren zij het vaak als schimmig en onduidelijk hoe ver hun inbreng gaat en daarmee kunnen verkeerde verwachtingen ontstaan; 6. Onder alle betrokkenen is behoefte aan een level-playing-field als het gaat om informatie en kennis. Deze behoefte reikt van een simpele activiteitenkalender tot demografische kengetallen tot aan een overzicht van de buurtinitiatieven in de eigen wijk en in andere wijken. De manieren om dat aan te bieden zijn legio en een digitale tool kan daar onderdeel van uit maken, maar moet niet het enige zijn: “Het moet vooral toegankelijk en makkelijk zijn”.

2.3.

Naar drie speerpunten

Op basis van het voornoemde ziet de gemeenteraad voor zichzelf drie speerpunten: 1. prioriteiten van de buurt centraal; 2. meer laagdrempelige interactie en 3. ruimte geven vanuit de gemeentelijke organisatie. Deze drie speerpunten worden in de volgende hoofdstukken uitgewerkt. Door aan deze speerpunten te werken willen we bereiken dat de interactie en samenwerking tussen de gemeente en inwoners verbetert, inwoners zich meer verbonden en verantwoordelijk voelen bij hun omgeving en we als gemeente meer durven los te laten en meer te werken vanuit de doelen die we na streven dan de regels die we stellen.

6 De concept uitvoeringsnotitie is in september 2019 besproken met de organisaties waarmee we in de wijken samenwerken.

3

2.4.

Evaluatie

Het college heeft de ambitie om de in deze uitvoeringsnotitie beschreven aanpak periodiek (jaarlijks) te evalueren om te bezien of deze aanpak oplevert wat er van wordt verwacht. Door de covid-situatie in het jaar 2020, is het uitrollen van de wijkgerichte aanpak (waaronder de rol van de wijkwethouder en de activiteiten uit deze uitvoeringsnotitie Buurten 3.0) in de wijken, niet volledig mogelijk geweest. Het intensieve contact met buurten en wijken, heeft in 2020 niet ten volle fysiek in de wijken kunnen plaatsvinden. Hierdoor zijn de resultaten nog niet voldoende meetbaar en maakt het dat het op dit moment nog niet zinvol is om te evalueren. Het college zal daarom in 2021 de wijkgerichte aanpak evalueren. In deze evaluatie staan de volgende vragen centraal: 1. Levert de nieuwe aanpak meer maatwerk en daarmee een grotere betrokkenheid van wijkbewoners bij hun wijk?; 2. Ontwikkelt de gemeente zich naar een meer responsieve gemeente? Worden vragen van buiten meer leidend in het werk en de gemeentelijke agenda? Gaat de gemeente op een andere manier om met vragen uit de wijk? Weten inwoners waar ze moeten zijn, wat ze kunnen verwachten en weten ze ook wanneer ze antwoord krijgen?; 3. Werkt de werkwijze van de wijkwethouder en de buurtcoördinator of vraagt dit om doorontwikkeling of anderszins om aanvullende maatregelen?; 4.

Lukt het om de rol van de buurtcoördinator goed gepositioneerd te krijgen in termen van regie en agenderen in het wijkgericht werken en wat is er voor nodig om dit verder te brengen?; 5. Lukt het om kennis en informatie op een adequate, effectieve en inspirerende wijze toegankelijk en uitwisselbaar te maken tussen de diverse betrokkenen in het netwerk van wijkgericht werken?

4

3. Speerpunt I: Prioriteiten van de Buurt Ambitie: Grotere betrokkenheid en participatie van inwoners bij hun eigen buurt en activiteiten in hun buurt door: a. betere aansluiting bij de thema’s van de betreffende buurt; b. inwoners ondersteunen in hun betrokkenheid bij de eigen buurt; c. betere aansluiting op bestaande netwerken en het organiserend vermogen in de wijk, buurt en op straat.

3.1

Maatwerk per buurt

De afgelopen jaren waren de ervaringen met de buurtcyclus en daarbinnen de wijkagenda per buurt of wijk heel verschillend. We concluderen dat de veronderstelde maakbaarheid zeer beperkt is en de wijkagenda geen goed instrument blijkt. Iedere wijk is uniek en heeft zo zijn eigen onderwerpen, issues, bevolkingsopbouw en mogelijkheden. Meer aansluiten bij de thema’s van de wijk leidt ook tot meer betrokkenheid van de inwoners van de wijk. De uitdaging ligt daarbij om inwonerinitiatieven, wijkthema’s en gemeentelijke opgaven daar waar de gelegenheid zich voordoet in samenhang op te pakken. We gaan de buurtcyclus daarom pragmatischer vormgeven en meer aan laten sluiten op de dynamiek in de verschillende wijken. De wijze waarop we dat willen doen werken we hieronder op hoofdlijnen uit. Niet elke wijk is dusdanig georganiseerd dat ze in staat is om een meerjaren agenda van de wijk op te stellen, die ook op draagvlak van de gehele wijk kan rekenen. In de kadernotitie buurtgericht werken: “leve de buurt” wordt er impliciet vanuit gegaan dat er in iedere wijk een zekere mate van zelforganisatie is en dat het mogelijk is om op wijkniveau tot meerjarige doelen te komen met inwoners, netwerkpartners en de gemeente. De praktijk is weerbarstiger gebleken en een door de buurt of wijk gedragen reeks aan buurtinitiatieven nog geen gegeven.

3.1.1 Thema’s per wijk In het kader van de buurtcyclus worden integrale wijkanalyses7 opgesteld. Deze wijkanalyses zijn basis voor het gesprek met wijkbewoners en actieve organisaties in de wijk over de 2 à 3 prioritaire thema’s per wijk. Zo kan per jaar, per wijk, worden bepaald welk 2 à 3 thema’s extra aandacht krijgen en waar kansen liggen om deze in samenhang met opgaven van de gemeente op te pakken. Door de covidsituatie hebben deze gesprekken in 2020 niet plaatsgevonden. Zodra dit weer mogelijk, zullen we deze gesprekken weer oppakken.

3.1.2 Aansluiten op bestaande netwerken De praktijk laat zien dat iedere wijk vraagt om een maatwerk aanpak gebaseerd op het (zelf)organiserend vermogen van die wijk. In Hilversum wordt de Hilversumse Meent daarin vaak als voorbeeld genoemd. Deze mate van zelforganisatie is erg hoog en daarmee uniek. In andere Hilversumse wijken organiseren actieve inwoners zich veelal op buurt- of straatniveau of in relatie tot verenigingen en/of andere netwerken, met verschillende achtergronden. En in weer andere wijken zijn het de organisaties betrokken bij wijkgericht werken vanuit het opbouwwerk of andere organisaties 8, die buurtinitiatieven aanjagen.

7 Een integrale wijkanalyse is gebaseerd op kengetallen en data over zowel sociale als fysieke parameters en wordt geduid

in dialoog met betrokkenen uit beide domeinen en inwoners. 8 Politie, woningcorporaties, Versa Welzijn, MEE, Stads Beheer Service (SBS), urban farming, etc.

5

3.1.3 Op zich staande initiatieven Gebleken is dat op dit moment de buurtinitiatieven zich nog maar mondjesmaat laten structureren en dat niet iedere wijk, buurt of straat zich bezig houdt met langere termijn. Veel van de initiatieven ontstaan spontaan, naar aanleiding van een actueel probleem of idee en met een beperkte spanningsboog. Om meer recht te kunnen doen aan de spontaniteit van buurtinitiatief wil de gemeente het totale buurtenbudget opdelen naar de verschillende wijken. Het gaat dan om richtbudgetten per wijk naar rato van het aantal bewoners in de betreffende wijk. Hoe dat er uit ziet per wijk is terug te lezen in hoofdstuk 7. De inzet van het buurtenbudget is die initiatieven mogelijk te maken die extra zijn op wat de gemeente zelf al doet. Daarbij wordt ook altijd eerst gekeken of het in lopende werk en of financieringsstromen meegenomen kan worden. De gedachte daarbij is dat het budget dat per wijk beschikbaar is actiever in de betreffende wijk wordt gecommuniceerd. Uit gesprekken met inwoners en initiatiefnemers blijkt dat voor slechts een deel van de inwoners bekend is dat er überhaupt budget is voor initiatieven. Onderdeel van deze communicatie is in ieder geval een “thermometer” per wijk waarin is af te lezen welke initiatieven er tot stand zijn gekomen en in hoeverre het wijkbudget voor dat jaar al is opgebruikt.

Het mooiste is als deze initiatieven aansluiten op de prioritaire thema’s van de wijk, maar daar willen we niet op sturen. We verwachten dat de behoefte en initiatieven van inwoners uit een wijk sowieso voor een belangrijk deel zal blijken samen te hangen met deze thema’s Om te voorkomen dat middelen niet of niet naar behoefte worden ingezet kijken we elk halfjaar hoe het met de uitgaven uit het buurtenbudget per wijk en over heel Hilversum zit. Mocht blijken dat de nood in de ene wijk heel hoog is en in een andere minder, dan houden wij de mogelijkheid open om delen van het wijkbudget uit de ene wijk over te hevelen naar een andere wijk. Ook willen wij de mogelijkheid tot het overhevelen van budget van het lopende jaar naar het volgende kalenderjaar openhouden. Het buurtenbudget is weliswaar een exploitatiebudget, maar alle buurtinitiatieven die wij ondersteunen zijn per definitie projectmatig van karakter, waarbij het initiatief vanuit de inwoners komt en waarbij participatie een dynamisch proces is, welke niet in kalenderjaren te vangen zijn. Uit de buurten komen ook vragen voor realisatie van projecten die de gemeente normaliter opneemt in het investeringsprogramma (bijvoorbeeld het Groene Hart in de Hilversumse Meent).

Om dit soort projecten vanuit de buurt toch mogelijk te maken willen de gemeente een deel van het buurtenbudget gebruiken ter financiering van de kapitaallasten van deze investeringsprojecten.9

3.1.4 Right to Challenge Bij Right to Challenge (R2C) kunnen bewoners taken van gemeenten overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Indien inwoners zelf met een dergelijk initiatief komen zal de gemeente dit ondersteunen zal ze tevens kijken of en hoe hier ruimte voor is te maken in het werkpakket van de gemeente. Bij R2C worden meerdere vormen onderscheiden. Acties buurtinitiatief: a. Buurtinitiatieven We willen meer recht doen aan de behoeften vanuit inwoners om resultaatgerichte, praktische en urgente buurtinitiatieven te faciliteren. Wel stellen we een aantal basale eisen aan een buurtinitiatief die we baseren op de criteria uit de kadernotitie buurtgericht werken.

9 Zie ook hoofdstuk 7

6

Uitgangspunt is dat wijk-, buurt-, en straatbewoners het beste weten waar zij behoeften aan hebben: 1) Het plan is aantoonbaar geïnitieerd vanuit (groepen van) inwoners of andere externe (niet professionele10) partners uit de wijk/buurt. 2) er is sprake van (toetsbaar) draagvlak bij meerdere partijen in de buurt, niet enkel een initiatief van een (deel)belangengroep. Het initiatief is voor meer mensen toegankelijk/toepasbaar. 3) Het betreffen bij voorkeur, maar niet noodzakelijk, plannen die aansluiten bij de wijkthema’s op basis van de wijkanalyse van de buurt, waardoor bijgedragen wordt aan meer samenhang en focus per wijk/buurt. 4) Het betreft een plan dat aanvult, waarvoor niet al op een andere wijze financiering mogelijk is en wat niet strijdig is met bestaand beleid. In twijfelgevallen beslist het college van B&W. Aanvullende grondbeginselen zijn:  Voldoen aan de wet en redelijke kwaliteitseisen  Eigen inzet en wederkerigheid in de uitvoering  Terugkoppeling aan de buurt  Transparante financiële verantwoording b. Wijkthema’s Regelmatig zal per wijk bepaald worden welke 2 à 3 prioritaire thema’s op basis van een wijkanalyse op initiatief van de gemeente en het gesprek daarover met wijkbewoners, organisaties in het wijkgericht werken en gemeente (wijkwethouder en buurtcoördinator).

Over deze thema’s zullen interne werkafspraken worden gemaakt met betrokken teammanagers en zal zoveel mogelijk afstemming worden gezocht met lopende of toekomstige opgaven van de gemeente en initiatieven uit de wijk; c. Wijknetwerken In aansluiting op de wijkanalyse en prioritaire thema’s bepalen de buurtcoördinator en de wijkwethouder wie er per wijk op basis van bestaande netwerken van bewoners en partnerorganisaties rondom de wijkthema’s de gesprekspartners zijn; d. Wijkbudget Jaarlijks stellen we een richtlijnbedrag per wijk vast naar rato van het aantal inwoners in een wijk. We noemen dit het wijkbudget. Op het Digitaal Platform (zie hoofdstuk 4) maken we de uitgaven per wijk inzichtelijk. Met een “wijkthermometer” kan iedereen in Hilversum zien welke initiatieven er in de wijken tot stand komen en hoeveel van het budget per wijk er nog beschikbaar is op elk willekeurig moment in het jaar. Ieder half jaar wordt het resultaat bekeken en kan het college besluiten tot heroverweging van de richtlijnbedragen; e. Right to …  Het experimenteren met Right to Challenge (R2C) in die wijken waar daartoe initiatieven zijn. R2C vraagt veel van de initiatiefnemers. Ze gaan voor langere tijd een verantwoordelijkheid aan, die zij overnemen van de gemeente. Dat impliceert een stevige organisatie, die continuïteit kan bieden en professioneel te werk gaat.

Als gemeente hebben we de ambitie om dergelijke initiatieven van onderop te ondersteunen. Uitgangspunt hierbij is dat initiatiefnemers zelf zorgen voor een breed draagvlak in de buurt; 10 Niet professionele partners is een kwalitatieve duiding. Waar het om gaat is om samenwerkingsverbanden en of

organisaties die zijn gebaseerd op inzet van vrijwilligers al dan niet ondersteund door betaalde krachten

7

3.2

Hilversum heeft een vastgoedbeleid waarin is vastgelegd hoe zij wenst om te gaan met verhuur en verkoop van (maatschappelijk) vastgoed. De gemeente is zich daarnaast bewust van de ontwikkelingen die er landelijk zijn met betrekking tot de overdracht van maatschappelijk vastgoed aan maatschappelijke initiatiefnemers (R2B). De gemeente wil het gesprek daarover met initiatiefnemers open in gaan, met het vigerende vastgoedbeleid als vertrekpunt.

Duurzame Dialoog

Om tot goede samenwerking en gezamenlijke initiatieven te komen is het van belang dat er een duurzame relatie is tussen gemeente en initiatiefnemers. Zo’n relatie vindt zijn basis in een langdurig, structureel en frequent contact over en weer. Vanuit de gemeente is hier een aantal jaar geleden op geïnvesteerd door het aanstellen van de buurtcoördinatoren en door iedere wethouder als wijkwethouder bestuurlijk aanspreekpunt en vertegenwoordiger namens het college te maken voor één of meerdere wijken.

3.2.1 De wijkwethouder In Hilversum heeft elke wijk een eigen wijkwethouder, die speciale aandacht heeft voor het wel en wee van de buurten in de wijk. De wijkwethouder is in de lead als het gaat om het gesprek met de wijk in relatie tot de buurtinitiatieven, wijkthema’s en gemeentelijke opgaven die er in een wijk spelen. De wijkwethouder is bestuurlijk verantwoordelijk voor het geven van opvolging aan deze in de wijk gesignaleerde overkoepelende thema’s. De wijkwethouders trekt daarin samen op met de buurtcoördinator en versterkt zo de positie en de rol van de buurtcoördinator in de wijk bij verder oppakken van de wijkthema’s. De vakwethouder blijft eindverantwoordelijke voor het oplossen van vakinhoudelijke vraagstukken uit de wijk. Wanneer er een groot spanningsveld ontstaat tussen vak- en wijkwethouder, wordt dit besproken in het college. In het college is de afspraak dat op inhoudelijke dossiers en of thema’s hij of zij dit afstemt met zijn collega vakwethouder en andere wijkwethouders. Acties duurzame dialoog a. Wijkoverlegstructuur Per wijk wordt er geïnvesteerd in een regelmatig bestuurlijk overleg als basis voor een buurtcyclus. De buurtcoördinator neemt hierin het initiatief in overleg en afstemming met de wijkwethouder. Tevens wordt hierbij het betreffende externe wijkteam (zie paragraaf 5.2.2 en bijlage 1.

terminologie) betrokken voor de inhoudelijke voeding en om vragen vanuit de buurt snel op te kunnen pakken. Omwille van een goede organisatie en coördinatie is er regulier overleg tussen wijkwethouder en betrokken buurtcoördinator; b. De verhouding en ontwikkeling van de wijkwethouder in relatie tot inhoudelijke thema’s en de betrokken vakwethouder is een terugkerend onderwerp van gesprek in het college van B&W.

8

4. Speerpunt II: meer laagdrempelige interactie Ambitie: Eén interactief platform wijkgericht werken voor inwoners, gemeente en betrokkenen dat bestaat uit: a. b. c. d.

4.1

Een interactieve website en bijbehorende app; Traditionele media, zoals wijkkrant, activiteitenkalender, etc.; Een actuele, up-to-date kennis en databank11; Een wijkthermometer

Eén interactief platform voor Hilversum

De idee hierachter is een digitaal platform te ontwikkelen, wat toegankelijk is en laagdrempelige communicatie tussen bewoners, partners en gemeente mogelijk maakt. Daarnaast is het informatief en interactief. Belangrijk onderdeel is dat bewoners initiatieven kenbaar kunnen maken bij de gemeente en de betrokken straat, buurt en of wijk en die kunnen toetsen bij buurtbewoners. Tevens zal op het platform een activiteitenkalender per wijk te vinden zijn en zullen de gemeentelijke activiteiten per wijk en hun planning worden gepubliceerd. Door actuele informatie te delen met inzet van digitale middelen wordt de invloed van bewoners op hun leefomgeving groter en kunnen ze zich beter organiseren. Doordat meerdere partijen zijn aangesloten op dit platform ontstaan meer mogelijkheden om samen inzichten en ervaringen te delen en hiervan te leren voor toekomstige samenwerking. Het is aanvullend op het gesprek op straat en op de reeds bestaande analoge communicatie, zoals de wijkkrant. De (minimale) eisen van het Digitaal Platform zijn:        

Informatie over de wijken van Hilversum: wijkpagina’s, contactgegevens buurtcoördinatoren en externe partners Een kalender van activiteiten die plaatsvinden in de wijken op de buurtenpagina’s: reguliere activiteiten en buurtinitiatieven. Een link naar de sociale basisinfrastructuur van Hilversum Een link naar Open Hilversum (voorheen Virtuele Stad) en aansluiten bij de datasets van deze kennisbank Een pagina over het indienen van buurtinitiatieven, een overzicht van buurtinitiatieven die plaatsvinden en welke initiatieven ingediend zijn Een stand van zaken van het wijkbudget per wijk: hoeveel € (of %) is reeds uitgegeven en aan welke initiatieven/thema, een zgn. wijkthermometer (het huishoudboekje) Informatie over Right 2 Challenge: Via R2C kunnen bewoners taken van de gemeente overnemen als zij denken dit slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Procedure aanmelden challenge en voorwaarden. Mogelijkheid voor polls, enquêtes, filmpjes en vlogs

4.1.1 Eén kennisbank De Virtuele stad (http://www.virtuele-stad.nl/hilversum/ ) is de gemeentelijke data-site. Op dit moment wordt nagedacht over de vormgeving van de nieuwe Virtuele Stad. Hierbij wordt gekeken naar de structuur van Open Hilversum, het toegangsportaal, en hoe daar de onderdelen van de Virtuele stad in geïntegreerd kunnen worden. De Virtuele stad heeft nu 2 onderdelen:

11 In deze databank wordt data geplaatst zoals demografische gegevens, cbs-statistieken, meetgegevens zoals bijvoorbeeld

luchtkwaliteit en verkeerstellingen, etc.

9

1) geo-kaarten in allerlei thema's (van groen tot scholen tot activiteiten) 2) wijk- en buurtinformatie (circa 50 datasets zoals #woningen per buurt, + set aan statistische gegevens over de buurten veelal van CBS). Ook is https://hilversum.incijfers.nl/dashboard/ ontwikkeld, waar op wijk- en buurtniveau basisgegevens te vinden zijn. De WoonZorgwijzer is een instrument dat geografisch in beeld brengt welke zorggroepen in een gebied wonen en op welke leefdomeinen zij zorg (nodig) hebben.

4.1.2 Eén centraal communicatiemiddel In 2019 is een pilot gestart met een platform (Locali), waarmee de inwoners en ondernemers hun ideeën en plannen laagdrempelig kunnen inbrengen, maar ook kunnen zien wat er verder in hun wijk speelt aan projecten en initiatieven. Er zijn in deze pilot circa 100 initiatieven ingevoerd, van idee- tot uitvoeringsfase. De pilot met de app Locali is in maart 2020 geëvalueerd. Er is gekeken of deze interactieve app de gemeente genoeg te bieden heeft als onderdeel van een interactief platform zoals hierboven beschreven en of de inrichting van de backoffice12 dusdanig is dat introductie op grote schaal mogelijk en of wenselijk is. Naar aanleiding van deze evaluatie is besloten niet verder te gaan met de digitale applicatie. De belangrijkste reden hiervoor is dat is gebleken dat het hebben van enkel een app onvoldoende is voor inrichten van digitaal platform. Gebruikers waren niet onverdeeld enthousiast over de gebruiksvriendelijkheid en ook het animo is niet hoog gebleken.

4.1.3 Eenduidige handleidingen, processen en procedures De website Uw buurt (https://www.hilversum.nl/Home/Inwoner/UwWijk ) is onderdeel van de gemeentelijke website. Inwoners en ondernemers worden hier wegwijs gemaakt op het gebied van buurten: hoe kan ik als bewoner aan de slag?, hoe en waar vraag ik subsidie aan?, etc. In het sterprogramma Buurten zijn al veel van deze processen en structuren ontwikkeld en beschreven, die nu kunnen worden gebruikt om de uitvoering handen en voeten te geven. Acties Digitaal Platform In 2020 zijn we begonnen met de ontwikkeling van het Digitaal Platform: 1. 2020 Q1: Quick-wins zijn doorgevoerd op de huidige gemeentelijke website Hilversum.nl. Het uiterlijk van de wijkenpagina’s is aantrekkelijker gemaakt door het toevoegen van een interactieve kaart en foto’s met herkenbare plekken, om het bezoeken van de pagina’s makkelijker vindbaar te maken. De structuur van alle wijkenpagina’s zijn heringericht door elke wijk eenduidig drie onderdelen te laten bevatten: Alles over mijn wijk, Meedoen in mijn wijk en Contact. Hierdoor krijgen de wijkenpagina’s een herkenbaarder uiterlijk, actualiseren en verbeteren we de informatie over de wijken en is er een agenda van de buurten, initiatieven en budgetten, openbare werkzaamheden, etc. 2.

2020 Q3: Een bewonersenquête is via het burgerpanel (circa 3000 mensen) uitgezet, om inzicht te krijgen in de behoefte en wensen van een digitaal platform buurten: doel, nut en noodzaak, wensen en verwachtingen vanuit de bewoners. Om het platform succesvol te maken is het nodig dat bewoners ook actief het platform bezoeken. 3. 2020 Q3: Het Programma van Eisen voor het Digitaal Platform is ter advisering aan de commissie voorgelegd. 12 Steeds meer data komen beschikbaar en dat vereist strakkere afspraken. Eerste ervaringen laten zien dat het bij de verdere ontwikkeling

noodzakelijk is dat dit gepaard gaat met actie op bedrijfsvoering, Data- en Gegevensmanagement (DGM) en capaciteit voor “anders organiseren”. Deze opgave beperkt zich niet tot het wijkgericht werken, maar raakt ook aan organisatiebrede digitalisering en informatie en kennisdelen zoals o.a. nodig bij de omgevingswet.

10

4. 2020 Q4: Op dit moment onderzoeken en verkennen we een eventuele samenwerking met het bewonersinitiatief (platform) Hilversummers.nl. In het licht van het wijkgericht werken, waarin wij schrijven dat we als gemeente ruimte willen geven voor initiatieven vanuit de samenleving, staan we open om het gesprek aan te gaan over welke mogelijkheden er zijn om samen te werken en/of koppelingen te maken. 5. 2021 Q1 en Q2: Procesregie en –coördinatie: Bij het inrichten van de back office hoort ook regie en coördinatie. Daarnaast zal het, omdat het een andere manier van werken vraagt, nodig zijn om de voortgang te monitoren en op de resultaten te reflecteren. Daarvoor zal vanaf 2021 deze rol van procesregie en coördinatie in de organisatie worden belegd en of ingevuld.

11

Speerpunt III: Ruimte geven Ambitie: Hilversum wil een gemeente zijn die een goede balans weet te vinden tussen haar wettelijke taken en haar rol als facilitator van initiatieven: een responsieve en participerende gemeente. De uitdaging ligt in het realiseren van een opener houding naar initiatiefnemers, meer loslaten van de traditionelere behoefte om regie te voeren en meer werken vanuit de bedoeling. Deze ambitie raakt niet alleen de werkorganisatie, maar vraagt ook inzet en reflectie van alle betrokkenen, zoals college, gemeenteraad en inwoners.

5.1

Een responsieve gemeente

De ervaringen met het wijkgericht werken geven aanleiding tot relativering van de in de kadernotitie impliciet veronderstelde maakbaarheid van burgerparticipatie. De maakbaarheid is beperkt en sterk afhankelijk van de mate van zelforganisatie, de betrokkenheid van inwoners bij onderwerpen13 en de zeggenschap van inwoners bij het oplossen van een vraagstuk of speelruimte om te beschikken over een buurtinitiatief. Uit gesprekken met buurtvertegenwoordigers komt naar voren dat inwoners meer duidelijkheid verlangen van de gemeente over de mate van inspraak en participatie op dossiers. Inwoners geven aan dat ze liever horen dat ze helemaal geen invloed hebben, dan dat die suggestie wel wordt gewekt en dan achteraf te ervaren dat dat niet mogelijk blijkt. Inwoners begrijpen ook dat de inspraak en invloed bij wettelijke gemeentelijke taken zeer beperkt is en bij eigen buurtinitiatief juist groot en voor de gemeente beperkt. In het laatste geval zouden inwoners ook willen dat de gemeente participeert (overheidsparticipatie) in het initiatief, maar waarbij de lead ligt bij de initiatiefnemers. De praktijk is dat de gemeente ook in het laatste geval nog vaak de regie wil nemen. Niet alleen vanuit de ambtelijke organisatie, maar ook vanuit bestuur en of gemeenteraad.

De gemeente wil per opgave en of initiatief de gevraagde duidelijkheid aan inwoners met betrekking tot de participatie bieden. Het gaat erom dat elke betrokken partij de rol vervult of het aandeel neemt dat logisch is vanuit de opgave of initiatief. Dat betekent dus ook dat de gemeente in bepaalde gevallen de regie moet durven loslaten en hoogstens kaderstellende eisen kan meegeven ten aanzien van bijvoorbeeld recht- en doelmatigheid.

Acties participatie a. Het bevorderen van het zelforganiserend vermogen van een wijk. In een aantal wijken van Hilversum is de wijkvertegenwoordiging beperkt of op een lager schaalniveau dan de wijk. De gemeente wil meer aansluiten op de per wijk bestaande structuren en informele netwerken. Indien er een breed gedragen wens of initiatief is vanuit inwoners in een wijk zelf zal de gemeente met andere betrokken organisaties helpen bij het vormgeven van zo’n wijkorganisatie. Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak per wijk, want tegelijkertijd moet voorkomen worden dat een wijkorganisatie structureel afhankelijk is van de betrokkenheid van de gemeente. Soms moet dit vanaf de grond worden opgebouwd. Het komende jaar gebruiken we om per wijk een meerjaren opbouw strategie te ontwikkelen met wijk- en buurtbewoners uit ons netwerk en de betrokken organisaties. De buurtcoördinatoren vervullen in deze samenwerking een voorname rol in het agenderen, regisseren en coördineren tussen de diverse betrokkenen (inwoners, organisaties in de wijk en

13 indien het gaat om eigen initiatief dan is er automatisch ook een hogere betrokkenheid. In geval van meerjarige doelen of

opgaven vanuit de gemeente is die betrokkenheid allerminst een gegeven. Dat betekent dat niet zomaar vanuit kan worden gegaan dat inwoners bij dat soort gemeentelijke opgaven als vanzelfsprekend zich committeren.

12

wijkwethouder) in aansluiting op de behoeften in de wijk (opgaven, thema’s en initiatieven). Het opbouwwerk heeft een trekkende rol in het naar behoefte ondersteunen van de wijk bij het zichzelf organiseren en vormen van netwerken; b. Het komende jaar wil het college mede op basis van de ervaringen van de afdeling Openbare Ruimte, benutten om op thema’s de bandbreedte en of speelruimte als het gaat om participatie en overdracht van taken aan te geven en met de raad te bespreken. Er zijn wettelijke taken waarover de gemeente zeggenschap blijft behouden. Maar er zijn ook onderwerpen die “vrij” of “vrijer” zijn. Het idee daarbij is onderwerpen te rubriceren op hun mate van “participeerbaarheid”: Waar zit een onderwerp op de participatieladder? (zie ook bijlage 4).

5.2

Structuur, organisatie en procedures

Op dit moment is er een basis gelegd voor wijkgericht werken. Dit is nog geen routine en blijvend in ontwikkeling. Het is niet mogelijk een eindplaatje te schetsen waarvan we kunnen zeggen: ”Nu is Hilversum een responsieve gemeente”. Het gaat om een continu leerproces op basis van ervaringen en inzichten, waarin voortdurende verbetering mogelijk is. Steeds ontstaat een nieuwe context, wat weer aanpassing vraagt van de eerder ontwikkelde routines. We willen dat daardoor initiatiefnemers sneller zekerheid hebben over financiering en of inzet van ambtenaren, geen onduidelijkheid over status en voortgang als een initiatief eenmaal is omarmd of voorkomen dat individuele werknemers (vaak buurtcoördinatoren) te lang probleemeigenaar blijven terwijl ze niet de kennis, kunde en of beslisbevoegdheid hebben en lukt het niet om een initiatief verder te brengen14 Naast organisatie gaat het ook over het benoemen en positioneren van de rollen en verantwoordelijkheden. Specifiek gaat het over: -

De rol van het team samenleving in de coördinatie van het wijkgericht werken in de hele organisatie; De centrale rol van de buurtcoördinatoren daarin en de regierol; De rol van de externe wijkteams15, teammanagers en afdelingshoofden daarin; De rol van de externe samenwerking partners

In 2019 en 2020 zijn over de hier genoemde rollen, verantwoordelijkheden, procedures en processen binnen de werkorganisatie werkafspraken gemaakt en is de organisatie volop bezig deze nieuwe werkwijze uit te rollen in het dagelijks werk.

5.2.1 Coördinatie wijkgericht werken Het wijkgericht werken is een organisatie breed vraagstuk. Een dergelijke opgave vraagt in de eerste jaren afdeling- en team-overstijgende coördinatie. De inschatting is dat in 2020 en 2021 zo’n coördinatie wenselijk en logisch is vanuit het team samenleving en dat deze qua regievoering wordt ondersteund op het niveau van de regietafel buurten. Deze coördinatie is belegd bij de strategisch adviseur en de teammanager van het team samenleving. Het gaat dan niet alleen om coördinatie, maar ook ondersteuning bij de operationalisering van het wijkgericht werken in de verschillende teams16. Deze ondersteuning betreft het geven van een antwoord op de vraag wat van teams 14 Dat betekent ook dat de voorstellen die we hier doen ten aanzien van de structuur, organisatie en procedures zijn

gebaseerd op de situatie van nu. Dat het goed is om daar op gezette tijden zaken over vast te leggen om een volgende ontwikkelstap te kunnen maken, maar waarbij we beseffen dat dit continue in ontwikkeling is en hoort te zijn. 15 Voor de wijkteams geld daarbij dat ze ook in de wijk aanwezig zijn en dat de samenstelling van het wijkteam aansluit op de

issues in de wijk. 16 Zo zijn ook de beleidsmedewerkers in het sociaal domein, inkomens-, wmo- en jeugdconsulenten en schuldhulpverleners aan een wijk gekoppeld

13

verwacht wordt in het kader van wijkgericht werken door o.a. concrete opdrachten te formuleren: “Wat wordt van een bepaald team verwacht minimaal bij te dragen op basis van de expertise in het team en de te verwachten vragen van buiten”.

5.2.2 (Externe) Wijkteams Waar de gemeente voor teamoverstijgende vraagstukken met zogenaamde interne wijkteams werkte, zijn we voornemens deze uit te breiden tot externe wijkteams. Deze externe wijkteams gaan naar buiten, vergaderen op locatie in de wijken en worden uitgebreid met professionals van samenwerkingspartijen zoals politie, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, etc. De indeling naar externe wijkteams komt overeen met de wijze waarop de politie en woningcorporaties nu al zijn georganiseerd: vier clusters van steeds twee wijken, te weten noord, centrum-zuidoost, oost en zuid (zie ook bijlage 1. Terminologie). In deze externe wijkteams hebben de buurtcoördinatoren van de betrokken wijken de lead. Op dit moment is intern deze structuur opgezet en wordt nu in gesprek gegaan met partners om de teams uit te breiden. De externe wijkteams worden, vanuit hun regisserende en coördinerende rol, voorgezeten door de buurtcoördinatoren. Vragen, initiatieven en klachten van inwoners komen centraal binnen in deze externe wijkteams. Daar vind een organisatie brede afweging plaats en worden de nodige acties direct bij één of meerdere medewerkers en of betrokken organisatie belegd.

Vanuit de gemeente zijn de volgende domeinen en disciplines in het externe wijkteam vertegenwoordigd: Buurtcoördinator, consulenten en regisseurs van het Sociaal Plein, BOA`s van Toezicht en Handhaving, consulenten en medewerkers Jeugd en Veiligheid en medewerkers van Toezicht Openbare Ruimte. In diverse afdelingen zoals Publiekszaken worden complementaire bewegingen gemaakt door zich meer gebiedsgericht te organiseren. De externe wijkteams pakken zelf operationele zaken op. De verwachting is dat ze steeds vaker te maken krijgen met vraagstukken of initiatieven van tactische of strategische aard, die vanuit de operationele blik niet of lastig zijn op te lossen. Hier komen uitvoering en beleid samen in het zogeheten sturingsoverleg.

5.2.3 Inzet vanuit afdelingen en teams Meer ruimte geven aan de behoefte en vragen vanuit buiten vraagt van afdelingen en teams een andere houding, een andere manier van het gesprek aangaan. Een beweging die ook de nieuwe omgevingswet wil faciliteren. Vanuit die context zal de beleidsafdeling vaker worden gevraagd om een duiding te geven van een buurtinitiatief dat niet direct binnen bestaande beleidskaders (keuze tussen een parkeerplaats of een boom) lijkt te passen of waar deze kaders nog ontbreken (speelplekkenlocatiebeleid). Maar ook vanuit de afdeling publiekszaken als front office naar de inwoner toe, moet duidelijk zijn welke vragen waarheen geleid moeten worden. De externe wijkteams moeten daarvoor op afdelingen en teams in de werkorganisatie kunnen terugvallen. Die nauwere samenwerking wordt per team uit de werkorganisatie ondersteund door deze expliciet te benoemen in de teamplannen (inzet, capaciteit, competenties, etc.) en door een leeren ontwikkeltraject in 2020 en 2021. Agenda Wmo-Welzijn 2019-2021 Gemeente Hilversum wil de beweging maken van een rechtmatige overheid naar een netwerkende, responsieve overheid. Dit betekent dat de gemeente veel meer een partner en facilitator wil zijn in de bestaande netwerksamenleving. In deze andere rol, gaat de gemeente op zoek naar de kennis en ook de wensen en oplossingen in de samenleving.

Hierin wordt volop samengewerkt met netwerken van inwoners, vrijwilligers en professionals om elkaar te leren kennen en kennis te delen en te verbinden. 14

Deze netwerken vormen de verbinding tussen partijen in de sociale basisinfrastructuur. Deze vorm van samenwerken sluit aan bij het WMO-beleid. Onder sociale basisinfrastructuur ofwel sociale basis (waar ook “agenda WMO-Welzijn 2019-2020” naar verwijst) wordt verstaan: alle vormen van hulp en ondersteuning (informeel en formeel) in een buurt, wijk of dorp waar inwoners iets aan hebben. De voorzieningen zijn in de directe omgeving van inwoners beschikbaar en zijn makkelijk toegankelijk. Voorbeelden van onderdelen van de sociale basis in een wijk of buurt zijn: 1. Ontmoetingsplekken, zoals buurthuizen en kerken; 2. Professionele hulpverleners, zoals jongerenwerkers, maatschappelijke werkers, opbouwwerkers, buurtcoördinatoren, consulenten Wmo en Jeugd, praktijkondersteuners huisartsen, wijkagenten, wijkverpleegkundigen, medewerkers van woningcoöperaties etc.; 3. Inwoners die zich inzetten voor anderen in de buurt of wijk, zoals leden van een buurt- of wijkvereniging, inwoners met initiatieven voor de buurt of wijk, sterke mensen in de buurt of wijk; 4. Mantelzorgers; 5. Vrijwilligers. Het sociaal werk (maatschappelijke werk en opbouwwerk) maakt onderdeel uit van de sociale basis. Opbouwwerkers ondersteunen inwoners bij het bouwen en onderhouden van sociale netwerken en brengen inwonersinitiatieven verder.

Maatschappelijk werkers ondersteunen inwoners op individuele basis (begeleiding). De activiteiten van opbouwwerkers en maatschappelijke werkers vullen elkaar daarin aan. Samen met andere opgaven ook in het fysieke domein vraagt dit om goede afstemming, opdat ieders inzet optimaal wordt benut en men elkaar ook weet te vinden indien nodig. De buurtcoördinator heeft daarin de functionele regie en coördinatie en vervult een belangrijke liaison functie tussen de Wmo-welzijn agenda en de prioriteiten in een wijk vanuit het wijkgericht werken. Het in kaart brengen van de sociale basisinfrastructuur per wijk is voor succesvol veranderen binnen het sociaal domein een belangrijke activiteit. Een heldere beschrijving van de sociale basisinfrastructuur per wijk maakt het immers mogelijk de gehele basisinfrastructuur af te stemmen op de behoeften in de wijk en juist daardoor verder te versterken. Deze infrastructuur kan per wijk verschillen en vraagt om maatwerk per wijk. De planning is om dit in eind 2020 op te leveren. Omgevingswet Het wijkgericht werken en de implementatie van de omgevingswet overlappen elkaar vooral op het thema participatie. Participatie wordt dan ook in samenhang met de implementatie omgevingswet uitgewerkt. Het algemene beeld is dat de gemiddelde inwoner meer invloed wil op zijn of haar fysieke leefomgeving.

In het kader van het implementatietraject van de omgevingswet is in Hilversum het uitgangspunt dat er veel kennis, ervaring en talent in Hilversum aanwezig is om te komen tot een inspirerende, breed gedragen Omgevingsvisie. Zoals in het wijkgericht werken is de insteek vanuit de omgevingswet dat door het stimuleren van participatie de gemeente inwoners en professionals meer invloed en verantwoordelijkheid geeft op hun directe leefomgeving. Bij de implementatie van de omgevingswet wordt via pilots, de leidraad participatie en het opstellen van de Omgevingsvisie gezocht naar manier waarop de vragen vanuit de samenleving beter tot hun recht komen in beleid en meer leidend worden: - Zo is de leidraad participatie bedoeld ter ondersteuning van particuliere initiatieven; - Zal ook in de omgevingsvisie de betekenis van participatie nadere uitwerking krijgen en

15

-

Wordt er in het participatieproces naar de Omgevingsvisie zelf nauw aangesloten op de structuur van het wijk- en buurtgericht werken17.

5.2.4 Externe partijen Wijkgericht werken beperkt zich niet tot de relatie inwoner en gemeente. In veel wijken zijn de welzijns- en zorgorganisaties, woningcorporaties, organisaties belast met het groenbeheer en het beheer van de openbare ruimte bepalend en mede partner bij het oplossen van vraagstukken of het realiseren van (buurt)initiatieven. Ook externe partijen zijn onderdeel van het wijkgericht werken en de uitdaging ligt er in dat de inzet van alle betrokkenen optimaal wordt ingezet. Dat kan alleen door heel goed te kijken en afspraken te maken over welk deel door wie wordt opgepakt, waar is iemand van?: -

De gemeente kan kaders bieden en financiële ondersteuning; Versa Welzijn kan ondersteunen bij het opzetten van een georganiseerde buurt; de buurtcoördinator kan tussen de partijen een liaison en netwerker zijn, die als het nodig is ook vanuit het overkoepelende belang regie en coördinatie voert op de aanpak in de wijk; de buurt(bewoner) heeft een eigen verantwoordelijkheid om met elkaar tot voorstellen of initiatief te komen dat op draagvlak kan rekenen, en de wijkagent ten slotte kan letterlijk een oog in het zeil houden in de wijk, buurt of straat.

Deels is deze rolverdeling vast te leggen in afspraken en contracten, maar het zal vooral ook in de wijk tussen partijen vorm moeten krijgen. De buurtcoördinator vervult daar zogezegd een centrale rol in en zal dit moeten organiseren.

5.2.5 Sturing en escalatiemogelijkheden Tot slot is gebleken dat het wijkgericht werken op momenten diep ingrijpt op de werkzaamheden en inzet van de werkorganisatie en daarbuiten. De thema’s die in de wijken spelen overspannen alle gemeentelijke thema’s en raken aan beleidsvraagstukken en –uitvoering op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dat betekent dat het nodig kan zijn om te escaleren en dat hierover heldere afspraken en consensus bestaan bij medewerkers en management. Maar ook in het werken in de wijk dient de buurtcoördinator en andere professionals de mogelijkheid te hebben om te kunnen escaleren richting andere professionals, wanneer een vraagstuk zijn of haar invloed en bevoegdheid overstijgt. Bijvoorbeeld wanneer het jeugdhulp betreft of wanneer er een beroep wordt gedaan op persoonlijke begeleiding van wijkbewoners door organisaties als Kwintes en Sherpa. Tot slot is ook van belang dat er bestuurlijk kan worden opgeschaald via de wijkwethouder.

5.3

Bestuur

Hierboven is al beschreven op welke wijze dit zijn doorwerking heeft in de werkorganisatie van de gemeente, voor betrokken organisaties en voor de inwoners van Hilversum. Ook voor het bestuur en de gemeenteraad van Hilversum levert het wijkgericht werken en straks de implementatie van de omgevingswet nieuwe vraagstukken op: ‘Wie gaat nu waarover?’, ‘wat laat je los als bestuur?’ en ‘waar mogen de inwoners het bepalen?’. Zoals de werkorganisatie niet altijd meer bepalend is in het wijkgericht werken, geldt dat ook voor het bestuur en gemeenteraad. Niet minder regie of sturen, maar anders sturen. Meer in samenspraak met 17

Een mooi voorbeeld hiervan vormt het interactieve proces Gebiedsagenda 1221, dat door betrokkenen bij het proces als zeer positief is ervaren.

16

elkaar dan van bovenaf en vanuit het gemeentehuis. Welke ruimte krijgt een buurt om te bepalen wat voor hen een buurtinitiatief is? En welke mate van inspraak geven we inwoners bij de gemeentelijke opgaven?

5.3.1 College Het college is al een aantal jaren aan de slag met wijkwethouders. In hoofdstuk 4 werd daar in deze nota al op ingegaan. Het wijkwethouderschap geeft binnen het college aanleiding tot reflectie en discussie over rolneming en afbakening van wie waar over gaat. Naarmate het wijkgericht werken zich verder gaat ontwikkelen, wanneer de inwoners meer ruimte weten te nemen en te krijgen, zal ook meer behoefte ontstaan voor een wijkwethouder en buurcoördinator die dicht bij initiatiefnemers en inwoners staat en opereert. Wanneer door de wijk zelf meer wordt bepaald zal ook de vraag zich aandienen wie namens het college bevoegd is om namens het college zijn fiat te geven. Het college wil hier bewust mee aan de slag, door ook regelmatig in het college naar deze ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen te kijken.

5.3.2 Gemeenteraad De gemeenteraad zet de beleidsmatige kaders en beslist over de verdeling van het budget. Vanuit het wijkgericht werken levert dat voor de gemeenteraad de uitdaging om het juiste sturingsniveau te vinden. Door het stellen van beleidsmatige kaders en het verdelen van budget bepaalt zij welke speelruimte inwoners en initiatiefnemers krijgen: ‘Hoe groot hun invloed en mogelijkheden worden om voor hun eigen straat, buurt en of wijk te bepalen hoeveel speelplekken er zijn?’, ‘hoeveel bomen er moeten komen of verdwijnen?’ en ‘op welke plekken verkeer remmende maatregelen worden getroffen?’. De beweging is met het wijkgericht werken in gang gezet en loopt in feite daarmee vooruit op de implementatie van de omgevingswet. De implementatie van de omgevingswet levert straks extra juridisch instrumentarium om ruimte te laten/geven aan initiatiefnemers, waaronder ook inwoners. Met het instellen van het buurtenbudget heeft de gemeenteraad al veel ruimte en vertrouwen gegeven aan het college en de werkorganisatie, door hen te laten bepalen waar het geld voor wordt ingezet. Echter als het gaat om opgaven, wijkthema’s en in algemene zin participatie door betrokkenen zal de raad vaker met dilemma’s in relatie tot loslaten te maken krijgen.

17

6. Communicatie Over de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het vormgeven van een toolkit communicatie voor gebruik door wijkorganisaties, -verenigingen, en buurtinitiatieven. Er is een buurtenlogo ontwikkeld en in elke wijk is er sprake van een of andere vorm van een wijkkrant door inwoners. Wanneer er een buurtdeal wordt gesloten tussen gemeente en initiatiefnemers wordt er een buurttegel geplaatst om te laten zien waar er initiatieven zijn. De komende jaren ligt de opgave in het verder uit ontwikkelen van één huisstijl voor wijkgericht werken. Een huisstijl die zowel in gebruikelijke media als ook digitaal kan worden gebruikt. Bovendien zal het ook in de communicatie nodig zijn om meer aansluiting te vinden bij het maatwerk per wijk. Dan gaat het om de inzet van een variatie aan communicatiemiddelen, waarbij ze door de huisstijl wel herkenbaar en herleidbaar zijn tot het wijkgericht werken. Het eerder beschreven interactieve platform vervult hierin een sleutelrol. We willen per wijk een meer campagenachtige vorm van communicatie, in samenwerking met inwoners en initiatiefnemers in de wijk, opzetten. Dit vanuit het doel om meer publiciteit te genereren rondom het wijkgericht werken en specifiek per wijk de thema’s die daar spelen. Ook willen we meer de gezichten in de wijk in de communicatie tot uiting laten komen.

18

7. Financiën: inzet buurtenbudget In het coalitieakkoord heeft het college opgenomen dat inzichtelijk moet worden wat er ongeveer per wijk beschikbaar is vanuit het buurtenbudget. Daarnaast dient de inzet van het buurtenbudget meer recht te doen aan de identiteit van een wijk, wat er speelt en daarmee meer ruimte te geven voor maatwerk. Een wijkagenda als richtinggevend kader is mooi, maar zeker niet haalbaar of een gegeven voor elke wijk. Dus kun je in de ene wijk op basis van een meerjarige agenda en of programma jaarlijks hieraan uitvoering geven door concrete initiatieven te faciliteren. In de andere wijk gaat het vooral om eenmalige activiteiten en of initiatieven die “spontaan” ontstaan of waarvoor vanuit de praktijk een directe noodzaak is (bijvoorbeeld jongerenoverlast). Van het jaarlijks besteedbare buurtbudget reserveren we jaarlijks € 75.000 in een pot voor bijzondere wijkkansen, waarover de wethouder buurten kan beschikken. Wijk

Subsidie budget per wijk

Wijkkansen

Verdeelsleutel buurtenbudget op basis van #inwoners nvt

“Handgeld” buurtcoördinator

Digitaal platform

nvt

nvt

Noordoost

13%

€ 36.250

€ 6.000

€ 42.250

Noordwest

9%

€ 24.750

€ 4.500

€ 29.250

Zuid

19%

€ 53.500

€ 8.250

€ 61.750

Zuidoost

11%

€ 30.500

€ 5.250

€ 35.750

Zuidwest

11%

€ 30.500

€ 5.250

€ 35.750

H’Meent

8%

€ 23.000

€ 3.000

€ 26.000

Centrum

10%

€ 28.000

€ 4.500

€ 32.500

Oost

19%

€ 53.500

€ 8.250

€ 61.750

Hilversum

100%

€ 280.000,00

€ 45.000,00

€ 450.000,00

nvt

Totaal

€ 75.000 € 50.000

Tabel 1. Budgetverdeling Buurtenbudget vanaf 2021 (per wijk naar rato van #inwoners)

De voorgestelde budget-toedeling per wijk is indicatief. Het zal in de praktijk niet zo uitpakken dat het per wijk beschikbare budget ook daadwerkelijk volledig in die wijk zal worden besteed, dan wel daar netjes binnen blijft. De hier voorgestelde verdeling is indicatief bedoeld om een zekere mate van regie mogelijk te maken, verwachtingen naar een wijk helder en transparant te kunnen houden, een middel om toch iets van een programmatische afweging te maken op de projecten/initiatieven die worden uitgevoerd, binnen deze financiële kaders snel te kunnen handelen als buurtcoördinator en om ook de wijkwethouder inzicht te geven in zijn of haar financiële speelruimte bij het toezeggen van middelen. Wat Kleine enkelvoudige buurt/wijkinitiatieven en -issues

Wie Buurtcoördinator Teammanager samenleving

Besluit/verantwoording Inhoudelijke toets/besluit ambtelijk belegd bij: 1. de buurtcoördinator tot een max. van € 2.00018  factuur/verplichting: 2. € 2.000 < € 10.000 wijkwethouder ism buurtcoördinator - buurtdeal. Vastgelegd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=fdd84a83-64dd-4f96-b28f-78c0e42a8a82