Programmabegroting 2022 V2.1
Tekst van het document
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 67
Middelen begrotingsprogramma bedragen x € 1.000 Programma 5. Financiën en grondexploitaties
2022
2023
2024
2025
0.5 Treasury
-84
-298
-90
126
0.61 OZB woningen
759
754
751
748
0.62 OZB niet-woningen
571
568
566
565
0.64 Belastingen overig
1.215
1.183
1.180
1.178
0.8 Overige baten en lasten
-887
4.255
7.613
12.047
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
600
34
34
34
Lasten thema Financieel gezonde stad
2.173
6.496
10.054
14.697
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
1.841
1.667
1.733
1.730
8.2 Grond exploitatie (niet bedrijventerrein)
1.267
1.971
1.130
1.134
Lasten thema Grondexploitatie en vastgoed
3.108
3.638
2.863
2.865
Totaal Lasten
5.281
10.135
12.916
17.562
0.5 Treasury
-340
-340
-338
-336
0.61 OZB woningen
-11.981
-12.185
-12.387
-12.936
0.62 OZB niet-woningen
-10.273
-10.477
-10.687
-10.900
0.64 Belastingen overig
-1.243
-1.241
-1.241
-1.241
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
-177.411
-177.404
-179.505
-182.712
Baten thema Financieel gezonde stad
-201.247
-201.648
-204.158
-208.126
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
-2.157
-1.335
-1.335
-1.255
8.2 Grond exploitatie (niet bedrijventerrein)
-2.240
-1.346
-7
-7
Baten thema Grondexploitatie en vastgoed
-4.397
-2.682
-1.343
-1.263
Totaal Baten
-205.643
-204.330
-205.501
-209.389
Saldo van baten en lasten
-200.362
-194.195
-192.584
-191.827
0
0
0
0
-200.362
-194.195
-192.584
-191.827
Mutatie reserves Resultaat
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 68
3. De paragrafen
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 69
3.1 Lokale heffingen 3.1.1 Inleiding De paragraaf lokale heffingen gaat zowel over de heffingen waarvan de besteding ongebonden is als over de heffingen waarvan de besteding wel gebonden is. Ongebonden heffingen (OZB, Hondenbelasting en Precario) Dit zijn heffingen waar geen specifieke dienst tegenover staat en waarbij de inkomsten ten gunste komen aan de algemene middelen. Er zijn geen (wettelijke) voorschriften waar wij aan moeten voldoen. Wel hanteren wij zelf als uitgangspunt de aanpassing van de honden- en precariobelasting te baseren op de verwachte prijsstijging. Voor 2022 1,8% en de periode 2023-2025: 2%. Gebonden heffingen (riool- en afvalstoffenheffing, Leges, Haven- en Marktgelden en Parkeerbelastingen) Dit zijn de heffingen waar een specifieke dienst/levering tegenover staat. Tegenover bijvoorbeeld de rioolheffing staat dat de gemeente de riolering aanlegt en onderhoudt. Bij het bepalen van de gebonden heffingen mogen we niet meer kosten aan de heffing toerekenen dan de kosten die we maken voor de te leveren dienst. In welke mate de heffing de kosten dekt wordt uitgedrukt in kostendekkendheidspercentage. In 2020 is onderzoek gedaan naar de kostendekking van de gebonden heffingen. De uitkomsten zijn verwerkt bij de berekeningen van de tarieven. Voor de gebonden heffingen hanteren we een aantal uitgangspunten.
Deze uitgangspunten zijn niet altijd zonder meer met elkaar te verenigen. Het vinden van de juiste balans is dus steeds de opgave. •
Landelijk gemiddelde tarieven Dit uitgangspunt vullen wij in door onze tarieven te toetsen aan die van de rest van Nederland. Dit geldt met name voor de tarieven riool- en afvalstoffenheffing, die door Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden), in samenhang met de OZB, voor alle gemeenten in beeld worden gebracht. Waar relevant toetsen wij aan de tarieven in de regio. Dit doen we bijvoorbeeld bij de marktgelden. We proberen niet teveel af te wijken van de gemiddelde tarieven, waarbij de opmerking past dat niet altijd te achterhalen is wat andere gemeenten wel/niet aan kosten in hun tarieven hebben meegenomen. Het laag houden van de tarieven vraagt ook iets van de mate van efficiency waarmee we onze taken uitvoeren. Periodiek moeten we daarom nagaan of hierin verbeteringen zijn aan te brengen.
•
Een eerlijke verdeling van de lasten Dit betekent dat we de kosten neerleggen bij de gebruikers die profijt hebben van de voorziening. Dit geldt in principe voor alle voorzieningen die wij leveren. Het bekendste voorbeeld is de afvalstoffenheffing. Wat “eerlijk” is, kan aan verandering onderhevig zijn, afhankelijk van de invalshoek die gekozen wordt. Wanneer voor de invalshoek duurzaamheid en milieu gekozen wordt, kan de uitkomst anders zijn, dan wanneer voor een financiële invalshoek wordt gekozen. Voor rioolheffing wordt met ingang van 2022 gekozen voor een eigenarenheffing.
•
Volledige kostendekking Wij vinden het reëel dat de kosten van onze voorzieningen volledig via de tarieven worden gedekt. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn riool- en afvalstoffenheffing.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 70 Macronorm vervangen door benchmark De gemeenten hebben een eigen beleidsvrijheid voor het bepalen van de hoogte van de tarieven in de OZB. Op landelijk niveau is een plafond vastgesteld voor de hoogte van de opbrengsten van de OZB. Het gaat hier om de zogeheten macronorm. Daarbij kijkt het Rijk naar de stijging van de totale landelijke OZB-opbrengsten. Voor individuele gemeenten geldt geen opbrengstlimiet, maar gemeenten houden bij het bepalen van opbrengst wel rekening met de macronorm. Per 2021 is deze macronorm vervallen. In de plaats daarvan komt er een benchmark. In de benchmark worden zowel de ozb als de riool-en afvalstoffenheffing vergeleken. Het betreft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en gemeentelijke tariefontwikkeling binnen een provincie. Ook de landelijke, provinciale en regionale gemiddelden worden vergeleken. De benchmark geeft gemeenten en raadsleden meer inzicht in het eigen beleid ten opzichte van het beleid van andere gemeenten. In paragraaf 3.1.4 is de benchmark vergelijking weergegeven.
In de volgende hoofdstukken wordt ingegaan op: • De lokale heffingen; De lokale woonlastendruk; OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing De overige ongebonden heffingen; hondenbelasting en precario De overige gebonden heffingen; markt- en havengelden, parkeerbelastingen en leges • Het kwijtscheldingsbeleid; • De woonlasten in Hilversum vergeleken met de landelijke, provinciale en regionale woonlasten.
3.1.2 Lokale heffingen Bepalen overhead uurtarief Een belangrijk onderdeel van de BBV-regels is dat overheadkosten apart, via een voor alle tarieven te gebruiken verdeelsleutel, aan de kosten van een voorziening moeten worden toegerekend. In Hilversum gebeurt dat door middel van een standaardopslag op het uurtarief van de formatie, die belast is met de gemeentelijke heffingen. Die opslag is berekend door de totale overheadkosten te delen door het totaal aantal productieve uren van de gemeentelijke, personele formatie (fte's). De opslag overhead per productief uur bedraagt in 2022: Opslag overhead
2022
Geraamde overhead
€ 32.880.345
Geraamde formatie
452
Productieve uren per persoon
1.332
Totaal productieve uren Berekende overhead per uur
602.064 €
54,61
De woonlasten; onroerende zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing In het coalitieakkoord zijn voor de woonlasten als totaal twee (algemene) uitgangspunten opgenomen. Algemene uitgangspunten: 1. De woonlasten als totaal stijgen maximaal met de inflatie: De verwachte inflatie voor 2022 is 1,8% op basis van de laatste bekende Centraal Planbureau (CPB)-publicatie. Bij het hanteren van dit uitgangspunt wordt ook gekeken naar de verschillende categorieën (huurders, eigenaren en 1, 2 of meerpersoonshuishoudens). Voor de periode 2023-2025 houden we het inflatiepercentage van 2% aan.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 71 2. We streven naar volledige kostendekkendheid: De kostendekking mag niet hoger liggen dan 100%. Bij opstellen van begroting 2021 was de kostendekkendheid van Afval en Riool 99%. Hilversum kent in 2022 voor Riool een dekking van 99% zodat er (nagenoeg) geen ruimte is tot verhoging van het tarief. Door de invoering van een eigenarenheffing riool blijft het tarief gelijk aan het tarief van 2021. Voor Afval is de situatie gewijzigd. Voor Afval is in 2022 gekozen voor een lagere kostendekking namelijk 92%. De kosten van afval stijgen fors door met name de verhoogde bijdrage aan de Regio. In verband met evenwichtige spreiding van de woonlasten is gekozen om het afvaltarief in de meerjarenbegroting gefaseerd te laten stijgen om in 2025 uit te komen op een kostendekking van 99%. Voor de begroting 2022 en verder is de mate van kostendekkendheid één van de keuzes die gemaakt kan worden om te voldoen aan het eerste uitgangspunt. Voor het bepalen van de tarieven en het zorgen dat aan beide uitgangspunten zoveel mogelijk kan worden voldaan (waarbij uitgangspunt 1 boven 2 gaat) zijn er verschillende keuzes gemaakt: 1. Stijging van OZB 2. Kostendekkendheid Afval en Riool (ieder afzonderlijk) 3. Inzet egalisatiereserve Afval en voorziening Riool (ieder afzonderlijk) In onderstaande tabel staat de ontwikkeling van de verschillende tarieven.
Ook is aangegeven wat het totaal aan woonlasten is per soort huishouden. Lokale woonlastendruk
meerjarenraming B2021
2022
2023
2024
2025
Onroerendezaakbelasting eigenaren
266,93
255,88
259,34
262,58
273,08
Rioolheffing
182,52
182,52
184,25
185,40
185,03
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuish.)
345,60
375,60
387,69
401,10
399,54
Totaal
795,05
814,00
831,27
849,08
857,65
* Eenpersoonshuishouden
1,08%
1,87%
1,84%
1,33%
* Tweepersoonshuishouden
1,79%
2,00%
2,01%
1,15%
* Meerpersoonshuishouden
2,39%
2,11%
2,14%
1,01%
Gemiddelde stijging woningeigenaren
1,80%
2,00%
2,01%
1,15%
* Eenpersoonshuishouden
-42,06%
3,20%
3,46%
-0,39%
* Tweepersoonshuishouden
-34,47%
3,20%
3,46%
-0,39%
* Meerpersoonshuishouden
-28,87%
3,20%
3,46%
-0,39%
Procentuele wijziging voor woningeigenaren:
Procentuele wijziging voor huurders van woningen
De bovengenoemde effecten hebben als resultaat dat de Woonlasten voor 2022 met circa 1,8% stijgen. De tarieven voor huurders dalen ten opzichte van 2021 vanwege de invoering van de eigenarenheffing riool. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De tarieven voor de onroerende zaakbelastingen voor woningen dalen met 4,1%. De tarieven voor niet-woningen (gebruikers) en niet-woningen (eigenaren) stijgen met 1,8% inflatie. Voor de periode 2023-2025 houden we het inflatiepercentage van 2% aan.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 72 In de begroting 2022 wordt voor dubieuze debiteuren 1% ten laste van de opbrengst OZB meegenomen: dit betreft circa € 210.000. Ontwikkeling onroerende zaakbelasting: Omschrijving
2021
2022
Verschil tov 2020
%
Gemiddelde woningwaarde
323.848
355.100
31.252
9,65%
Onroerendezaakbelasting eigenaren
266,93
255,88
-11,05
-4,1%
Gemiddelde waarde
611.815
617.933
6.118
1%
Onroerendezaakbelasting gebruiker
1.147,42
1.168,08
20,66
1,8%
Gemiddelde waarde
611.815
617.933
6.118
1%
Onroerendezaakbelasting eigenaren
1.717,89
1.748,81
30,92
1,8%
Woningen
Niet - woningen gebruikers
Niet -woningen
Bij het opstellen van de begroting zijn de WOZ-waarden voor het nieuwe jaar nog niet bekend. Bij het berekenen van de tarieven wordt een inschatting gemaakt van de verwachte waardeontwikkeling. Als in februari van het begrotingsjaar de aanslag wordt opgelegd, gebeurt dat op basis van de WOZwaarde op het moment van de aanslag. Deze kan zowel naar boven als naar beneden afwijken van de waarde waarvan in deze begroting is uitgegaan. Rioolheffing Rioolheffing wordt in de huidige situatie in Hilversum geheven van de gebruiker. Bij de Kadernota 2020 is als zoekrichting meegegeven om een eigenarenheffing Riool te onderzoeken. Bij de begrotingsbehandeling 2021 is besloten de eigenarenheffing in 2022 in te voeren. Belangrijkste voordelen hiervan zijn dat ook bij leegstand rioolheffing geheven kan worden en dat er geen kwijtschelding verleend hoeft te worden. De effecten hiervan zijn in de meer jaren berekening verwerkt. Woningcorporaties zijn eind 2020 geïnformeerd en eigenaren met meerdere panden in eigendom zijn begin 2021 schriftelijk geïnformeerd over deze wijziging. Uitgangspunten bij het berekenen van het tarief rioolheffing: • De invoering van de eigenarenheffing is verwerkt in de berekening. • De post kwijtschelding vervalt structureel door invoering van de eigenarenheffing. • Het tarief blijft ongewijzigd, met een kostendekking van 99%.
• Door de onttrekking ter grootte van € 324.000 uit de egalisatiereserve, ontstaan in tijden waarin de opbrengsten hoger lagen dan de toe te rekenen kosten, kiezen we voor het terugvloeien van gelden naar de burger en een gelijkblijvend tarief. • Elk jaar wordt rekening gehouden met een toename van 300 huishoudens. • Effecten gemeentelijk waterplan (GWP) (1,6 fte directe personeelskosten) zijn verwerkt.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 73
Kostendekkendheid rioolheffing
2021
2022
2023
2024
2025
- kosten exploitatie
1.337
1.363
1.363
1.363
1.363
- kapitaallasten
1.030
1.041
972
1.026
963
- investering ideaalcomplex
3.029
3.029
3.029
3.029
3.029
- directe personeels- en organisatiekosten
1.032
1.021
1.021
1.021
1.021
Netto kosten taakveld
6.428
6.454
6.385
6.439
6.376
- dubieuze debiteuren
150
150
150
150
150
- kwijtscheldingen
650
-
-
-
-
- heffing en inning
92
103
98
98
98
- straatreiniging
362
362
362
362
362
- waterwegen
257
388
445
443
443
- overhead
921
908
905
893
893
- BTW
382
406
406
406
406
Totale kosten
9.242
8.771
8.751
8.791
8.728
Dekkingspercentage
99%
99%
99%
99%
99%
Toe te rekenen kosten
9.150
8.683
8.663
8.703
8.641
Totale opbrengst
9.150
8.683
8.663
8.703
8.641
Opbrengst mutatie egalisatievoorziening
-1.200
-324
-170
-101
-
Opbrengst heffingen
7.950
8.359
8.493
8.602
8.641
595
271
101
€ 182,52
€ 182,52
€ 184,25
€ 185,40
€ 185,03
0,46%
0,00%
1,72%
1,15%
-0,36%
Toe te rekenen kosten via andere taakvelden
Stand van voorziening 31 december Tarief % verandering (t-1)
Afvalstoffenheffing: Het verwijderen van ons afval is uitbesteed aan de Regio Gooi en Vechtstreek (GAD). De begroting van het GAD is bepalend voor de tarieven afvalstoffenheffing. In eerste instantie moet Hilversum via die begroting toezien op een efficiënte en effectieve afvalinzameling, om daarmee de tarieven afvalstoffenheffing voor de burger zo stabiel en laag mogelijk te houden. Uitgangspunten bij het berekenen van het tarief afvalstoffenheffing: • De bijdrage van Hilversum voor de GAD stijgt op basis van de oorspronkelijke begroting 2022 van de Regio met € 1.1 mln. naar € 9,9 mln. in 2022: een stijging van 12%. Het algemeen bestuur van de Regio heeft begin juli een aanvullend besluit genomen om een deel van de voorgenomen bezuinigingen op de dienstverlening te verzachten. Dit leidt tot een extra kostenstijging van € 163.000 voor Hilversum t.o.v. de Begroting 2022 van de Regio, die voor zienswijze aan de gemeenten was voorgelegd. Deze extra € 163.000 aan kosten is meegenomen in de kostentoerekening. • Voor Afval is in 2022 gekozen voor een lagere kostendekking namelijk 92%. De kosten van afval zijn fors gestegen door met name de verhoogde bijdrage aan de Regio. In verband met evenwichtige meerjaarlijkse spreiding van de woonlasten is gekozen om het afvaltarief in de meerjarenbegroting gefaseerd te laten stijgen om in 2025 uit te komen op een kostendekking van 99%.
• Het toepassen van amendement A21/99, aangenomen in de raadsvergadering 6 juli. Het amendement heeft met name als doel de bezuinigingsmaatregelen binnen het GAD uit te
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 74
• •
stellen. De met dit uitstel gepaard gaande kosten worden verhaald op de deelnemende gemeenten, die dit in hun begroting 2022 zullen moeten opnemen, maar dit mag voor Hilversum niet leiden tot een verhoging van de totale woonlasten. De extra lasten van (€ 163.000) zijn meegenomen in de kostentoerekening. Deze extra lasten worden pas met ingang van 2025 meegenomen in het tarief. Dit leidt tot een lagere kostendekking afval in 2022, 2023 en 2024. In 2025 is de kostendekking 99%. Op basis van de realisatie van de afgelopen 3 jaar en rekening houdend met de stijging van het tarief wordt de post kwijtschelding verhoogd met € 75.000 naar € 825.000. Elk jaar wordt rekening gehouden met een toename van 300 huishoudens.
Berekening heffingspercentage Afval
2021
2022
2023
2024
2024
- bijdrage GAD (Regio G&V)
€ 8.856
€ 10.080
€ 9.977
€ 9.981
€ 9.873
- verwachte teruggave GAD (jaarresultaat)
-€ 250
-€ 50
-€ 50
-€ 50
-€ 50
- dubieuze debiteuren
€ 200
€ 200
€ 200
€ 200
€ 200
Netto kosten taakveld
€ 8.806
€ 10.230
€ 10.127
€ 10.131
€ 10.023
- kwijtscheldingen
€ 750
€ 825
€ 825
€ 825
€ 825
- heffing en inning
€ 144
€ 156
€ 149
€ 149
€ 149
- straatreiniging
€ 362
€ 362
€ 362
€ 362
€ 362
- overhead
€ 87
€ 146
€ 146
€ 146
€ 146
- BTW
€ 1.966
€ 2.189
€ 2.167
€ 2.168
€ 2.145
Totale kosten
€ 12.115
€ 13.908
€ 13.776
€ 13.781
€ 13.650
99%
92%
93%
97%
99%
Toe te rekenen kosten
€ 11.994
€ 12.739
€ 12.870
€ 13.411
€ 13.455
Totale opbrengst
€ 12.106
€ 12.739
€ 12.870
€ 13.411
€ 13.455
-€ 800
-€ 359
€0
€0
€0
Tarief 1 persoons hh
€ 208,20
€ 226,32
€ 233,62
€ 241,71
€ 240,76
Tarief 2 persoons hh
€ 277,20
€ 301,20
€ 310,90
€ 321,66
€ 320,40
Tarief meer persoons hh
€ 345,60
€ 375,60
€ 387,69
€ 401,10
€ 399,54
8,70%
3,20%
3,46%
-0.39%
bedragen x € 1.000
Toe te rekenen kosten via andere taakvelden
Dekkingspercentage
Opbrengst mutatie egalisatievoorziening
% verandering (t-1)
Voor 2022 stijgen de tarieven met 8,7%. De stijging is vooral het gevolg van een hogere bijdrage aan het GAD, en meer lasten voor kwijtschelding. Bij Afval kiezen we voor de inzet van de egalisatievoorziening (€ 359.000) om de stijging van het tarief verder te dempen. Overige ongebonden lokale heffingen Hondenbelasting In het tarief van de hondenbelasting is rekening gehouden met een inflatiepercentage van 1,8% voor 2022 (in de periode 2023-2025: 2%). De geraamde opbrengst voor het jaar 2022 bedraagt € 510.000. Precariobelasting In het tarief van de precariobelasting is rekening gehouden met een inflatiepercentage van 1,8% voor 2022 (in de periode 2023-2025: 2%). De geraamde opbrengst bedraagt voor het jaar 2022 € 312.000.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 75 Overige gebonden lokale heffingen Marktgelden In onderstaande tabel is aangegeven welke kosten wij toerekenen aan de markt, welk bedrag daar bij hoort en voor welk percentage wij deze doorbelasten in het tarief. Onder de tabel treft u een toelichting op een aantal kostensoorten. Soort bedragen x € 1.000 Kapitaallasten herinrichting Marktplein (1) Personeels- en organisatiekosten
Bedrag 51 165
Schoonmaak na afloop markt
101
Schoonspuiten Marktplein (2)
21
Divers kleine uitgaven (water, netbeheer etc.) Subtotaal kosten Dekkingspercentage Subtotaal kosten in tarief
Wijziging bouwfasering (3)
3
160
Totaal kosten in tarief Promotie (4) Energie (5)
2022
Apart tarief O.b.v. verbr uik
incl. BTW incl. BTW incl. BTW
2023
2024
2025
29%
15
15
15
15
100%
165
165
165
165
100%
101
101
101
101
29%
6
6
6
6
100%
3
3
3
3
290 85% 247
290 92% 267
290 100% 290
290 100% 290
16
0
0
0
263
267
290
290
17
17
17
17
9
9
9
9
50% (verdeeld over 5 jaar)
(1) = Kapitaallasten gebaseerd op herinrichting o.b.v. een doelmatig plein, investering zou dan €1,5 miljoen bedragen. De markt maakt 2 van de 7 dagen per week gebruik van het plein en daarom de kapitaallasten voor 2/7e deel (29%) doorbelast. De omvang van de markt beslaat niet het gehele plein maar wegens doorlooppaden en aanlooproutes, parkeergelegenheid wordt wel het gehele plein gebruikt ten behoeve van de markt. (2) = Schoonspuiten gebeurt maandelijks maar is niet specifiek voor de markt, ook andere evenementen vervuilen het marktplein. De markt maakt 2 van de 7 dagen per week gebruik van het plein en daarom de kapitaallasten voor 2/7e deel (29%) doorbelast. (3) = Kosten van €160.000 zijn gemaakt n.a.v. vraag van de markt. Met de marktcommissie afgesproken dat deze kosten in 5 jaar worden doorbelast aan de markt. Om de markt tegemoet de komen draagt de gemeente 50% van de kosten en wordt 50% over 5 jaar verdeeld, 2022 is het laatste jaar. (4) = Promotiekosten kent een apart tarief van €0,05 per M2 per dag, het bedrag dat hiermee door de gemeente wordt ontvangen wordt niet door de gemeente besteed maar door de markt zelf. (5) = Dit betreft een inschatting van de energielasten. De werkelijk gemaakte energielasten wordt doorbelast op basis van verbruik.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 76 TARIEVEN ZATERDAG Basis tarief Opslag Wijziging Bouwfasering Promotie tarief WOENSDAG Basis tarief Opslag Wijziging Bouwfasering Promotie tarief Tarieven per m2
2022
2023
2024
2025
0,80 0,05 0,85 0,05
0,87 0,87 0,05
0,94 0,94 0,05
0,94 0,94 0,05
0,70 0,05 0,75 0,05
0,76 0,76 0,05
0,82 0,82 0,05
0,82 0,82 0,05
Veel standplaatshouders hebben in verband met Covid-19 in 2020 en 2021 lagere omzetten. De bezettingsgraad op de markt is door Covid-19 gedaald. Voor het belastingjaar 2022 blijven daarom de tarieven hetzelfde als de tarieven 2021 om de standplaatshouders te ontzien en de markt aantrekkelijk te houden voor huur van standplaatsen. De afspraak is dat voor de zomer van 2022 de kosten(dekking), in samenspraak met de marktcommissie, tegen het licht wordt gehouden voor het bepalen van de tarieven 2023 en in hoeverre de huidige kostentoedeling nog aansluit bij de werkelijkheid. Parkeerbelastingen Er is sprake van een tweetal parkeertarieven. De tarieven voor straat-parkeren en voor vergunningen. Deze kunnen los van de kosten van de parkeerexploitatie worden bepaald. Daarnaast kennen wij de naheffingsaanslag parkeerbelastingen, die wordt opgelegd als iemand niet of niet genoeg heeft betaald voor straat-parkeren of een vergunning. De inkomsten uit parkeercontroles worden voor 2022 geraamd op € 1.000.000. De inkomsten uit vergunningen worden geraamd op € 475.000. Het tarief voor de naheffingsaanslag is wettelijk gemaximeerd (wettelijke maximum tarief 2022 nog niet bekend). De gemeente mag dit bedrag alleen naheffen als de kosten die de gemeente moet maken voor de handhaving hoger zijn dan de opbrengst van de naheffingsaanslagen.
De gemeente mag dus geen winst maken op de naheffingsaanslagen. Voorgesteld wordt om voor 2022 net als in het huidige jaar het maximum tarief te hanteren. TARIEVEN bedragen x € 1.000 Kosten taakveld, incl. omslagrente Inkomsten taakveld, excl. heffingen Netto kosten taakveld
2022
2023
2024
2025
926 0 926
926 0 926
926 0 926
926 0 926
Toe te rekenen kosten via andere taakvelden - overige toe te rekenen kosten - BTW Totale kosten
41 203 1.170
41 203 1.170
41 203 1.170
41 203 1.170
Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
-1.000 85,5%
-1.000 85,5%
-1.000 85,5%
-1.000 85,5%
nnb
nnb
nnb
nnb
Tarief naheffingsaanslag parkeren 2022 volgt
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 77 Leges De legesverordening bevat de tarieven voor een groot aantal gemeentelijke producten en diensten. Het gaat hierbij altijd om diensten waar mensen zelf om gevraagd hebben bij de gemeente. Voor de door de gemeente geleverde diensten kunnen leges in rekening worden gebracht. Bij de legesheffing worden de kosten die de gemeente maakt verhaald op de aanvrager. De verordening is opgedeeld in drie titels. In elke titel is een bepaalde categorie gemeentelijke producten ondergebracht. De wettelijke eis is dat kostendekking op het niveau van de verordening als geheel niet meer bedraagt dan 100%. De berekening per titel geeft inzicht in de mate van kostendekking per categorie producten en diensten. In enkele gevallen worden tarieven bij wet vastgesteld. Dit beperkt het aantal tarieven dat volledig kostendekkend kan zijn. Voor de Omgevingsvergunning blijft het huidige tarief van 3,4 % van de bouwsom gehandhaafd. Een deel van de tarieven is wettelijk vastgesteld. De overige tarieven stijgen met 1,8% inflatie. In verband met de grote hoeveelheid verschillende tarieven verwijzen wij hiervoor naar de legesverordening. Omschrijving
Lasten
Baten
Algemene dienstverlening Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/Omgevingsvergunning
1.288.138
1.030.492
80,0%
2.985.770
3.319.000
111,2%
146.237
60.784
41,6%
4.420.144
4.410.276
99,8%
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Totaal
Kostendekkenheid %
Bij de kostendekkendheid van de legesverordening wordt gekeken naar de verordening als geheel. Kruissubsidiering binnen de afzonderlijke onderdelen is toegestaan. De kostendekkendheid van de gehele verordening komt voor 2022 uit op afgerond 100%. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het volgende: • Er zijn projecten doorgeschoven van 2021 naar 2022. Een project loopt altijd over meerdere kalenderjaren heen. Het project Lucent is bijvoorbeeld doorgeschoven in de fasering. • De kostentoerekening is onder meer gebaseerd op normtijden. Deze normtijden zijn gebaseerd op ambitieuze externe benchmarks. Het streven is om deze normtijden te behalen. De werkelijke tijden kunnen hoger zijn, wat leidt tot een lagere kostendekkendheid. • Voor de leges omgevingsvergunningen geldt dat de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen grote invloed zullen uitoefenen op de lasten en de baten. Beide wetten worden naar verwachting per 1 juli 2022 van kracht. Bij de dan noodzakelijke aanpassing van de legesverordening worden de tarieven en de bijbehorende raming van baten en lasten zorgvuldig heroverwogen. Havengelden De havengelden bestaan uit liggelden van woonboten en kadegelden voor vracht- en recreatievaart. Het overgrote deel is afkomstig van woonschepen. Van recreatievaart is nauwelijks meer sprake en ook het vrachtverkeer neemt af.
Kostendekkende tarieven zijn niet haalbaar. De gemeentelijke tarieven zijn nu al vergelijkbaar of hoger dan de commerciële tarieven van de particuliere havens in de omgeving. Daarnaast bieden particuliere havens meer faciliteiten en toezicht. In verband met de grote hoeveelheid verschillende tarieven verwijzen wij hiervoor naar de verordening havengelden.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 78 Kostendekkendheid havengelden bedragen x € 1.000
2022
Kosten taakveld, incl omslagrente Inkomsten taakveld, excl. heffingen Netto kosten taakveld
2023
2024
2025
385 -65 320
431 -65 366
501 -65 436
532 -65 467
Totale kosten
1 87 35 443
1 87 35 489
1 87 35 559
1 87 35 590
Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
19 4,3%
19 3,9%
19 3,4%
19 3,2%
Toe te rekenen kosten via andere taakvelden - overige toe te rekenen kosten - overhead - BTW
Inkomsten uit lokale heffingen Omschrijving
Begroting
Jaarstukken 2020
2021
2022
2023
2024
2025
bedragen x € 1.000 Ongebonden heffingen Onroerendezaakbelastingen woningen
11.661
12.532
12.198
12.408
12.614
12.918
Onroerendezaakbelastingen niet woningen
9.648
10.225
10.269
10.474
10.684
10.897
Hondenbelasting
463
510
510
510
510
510
Precariobelasting
76
312
312
312
312
312
21.848
23.579
23.289
23.704
24.119
24.637
Rioolheffing
8.056
7.949
8.359
8.493
8.602
8.641
Afvalstoffenheffing
10.668
11.194
12.380
12.870
13.411
13.282
212
244
247
254
254
254
3.392
3.435
3.505
3.505
3.505
3.505
797
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.893
2.631
3.137
4.475
4.823
3.979
Leges burgerlijke stand
214
203
203
203
203
203
Leges rijbewijzen/paspoorten/identiteitskaart
658
892
755
620
1.196
1.196
Leges gemeentelijke basisregistratie
115
145
86
86
86
86
Overige leges en heffingen
145
253
259
259
259
259
Totaal gebonden heffingen
26.150
27.946
29.931
31.764
33.340
32.405
Totaal
47.998
51.525
53.220
55.468
57.459
57.042
Totaal niet gebonden heffingen Gebonden Heffingen
Marktgelden Opbrengsten parkeermeters en vergunningen Opbrengsten fiscale parkeerheffingen Leges omgevingsvergunningen
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 79
3.1.3 Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Hilversum biedt inwoners de gelegenheid kwijtschelding aan te vragen, als zij niet of met grote moeite in staat zijn om de lokale belastingen te betalen. Een inwoner komt niet zomaar in aanmerking voor kwijtschelding. Hiervoor geldt een aantal voorwaarden dat de gemeente toetst bij de behandeling van de aanvraag. De kwijtscheldingsverzoeken worden behandeld aan de hand van normen van de rijksoverheid en de relevante wet- en regelgeving voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De door kwijtschelding misgelopen opbrengsten zijn verrekend in de tarieven. De gemeente Hilversum verleent kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing en hondenbelasting. Bij de hondenbelasting geldt dit alleen voor de eerste hond binnen een huishouden. De belasting voor een tweede hond of meer komt nooit in aanmerking voor kwijtschelding. De begrote bedragen voor kwijtscheldingen zijn opnieuw beoordeeld. Voor afvalstoffenheffing is de stijging voor 2022 € 75.000. Per 2022 wordt rioolheffing een eigenarenheffing. Dit heeft erin geresulteerd dat in de begroting 2022 het totaalbedrag aan kwijtschelding is gedaald naar € 859.000 (was in 2021: € 1.434.000). Hilversum behandelt ook de kwijtscheldingsverzoeken voor de (waterschaps) heffingen van Waternet, wanneer het om inwoners van Hilversum gaat.
Waternet vergoedt de kosten die de gemeente Hilversum hiervoor maakt. Ook de kwijtscheldingsverzoeken van Wijdemeren worden door Hilversum behandeld. Voor administratieve beroepen wordt ingeschat dat 95% daarvan ongegrond is. Dit in de verwachting dat de beoordeling van de kwijtscheldingsverzoeken correct heeft plaatsgevonden en dat het administratief beroep daarom kan worden afgewezen (ongegrond verklaard). In de fase van administratief beroep kunnen alsnog opgevraagde stukken worden verstrekt waardoor het administratief beroep alsnog wordt toegewezen. Het is dus niet zo dat het kwijtscheldingsverzoek onterecht is afgewezen, maar wel dat het administratief beroep wordt toegekend waardoor het percentage ongegrond verklaarde beroepschriften lager kan uitvallen dan begroot zoals in het onderstaande overzicht is aangegeven bij de jaarstukken 2020. Omschrijving
JS 2020
B 2021
B2022
3.688
3.500
3.600
2.448
2.650
2.500
Gedeeltelijk toegekend
43
150
100
Afgewezen
980
700
1.000
Per 31 december in behandeling
217
0
0
Verzoeken afgehandeld binnen 6 mnd
80%
100%
100%
€ 1.261.000 € 1.434.000
€ 859.000
Aantal kwijtscheldingsverzoeken (inclusief Waternet) waarvan: Geheel toegekend
Totaalbedrag kwijtschelding Aantal beroepschriften
14
100
25
100%
95%
95%
wettelijke termijn van 8 weken
78%
100%
100%
Aantal herzieningen
171
175
175
% ongegronde herzieningen
28%
30%
30%
% herzieningen afgehandeld <6 maanden
100%
100%
100%
% ongegronde beroepschriften % afgehandelde beroepschriften binnen
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 80
3.1.4 Landelijke woonlastenvergelijking Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) van de Rijksuniversiteit van Groningen vergelijkt periodiek onder andere de diverse lokale lasten met elkaar. Het COELO brengt hierover jaarlijks de 'Atlas van lokale lasten' uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland. In 2021 neemt Hilversum een vergelijkbare positie in ten opzichte van 2020. De gemiddelde woonlasten voor woningeigenaren liggen in veel gemeenten rond het gemiddelde van € 811. In het merendeel van de gemeenten liggen de woonlasten tussen de € 700 en € 900. Voor Hilversum is dit voor 2021 € 827. Het overzicht van de gemeenten (nummer 1 heeft de laagste gemiddelde woonlasten) voor een meerpersoonshuishouden met daarin opgenomen de positie van Hilversum, ziet er als volgt uit. Overzicht woonlasten voor woningeigenaren meerpersoonshuishouden (eigenaar-bewoner) 2019 Omschrijving
rangorde
2020
bedrag
rangorde
2021
bedrag
rangorde
bedrag
Coelo Atlas overzicht van alle gemeenten Gemeente met de laagste lasten
1
511
Gemiddelde van alle gemeenten
1
573
740
1
598
776
811
Gemeente met de hoogste lasten
372
1.446
372
1.440
370
1.517
Gemeente Hilversum
208
767
170
784
183
827
De gemiddelde woonlasten voor huurders (riool- en afvalstoffenheffing) in Nederland bedraagt € 411 in 2021. Onze tarieven voor huurders voor 2021 liggen boven het gemiddelde. Dit komt doordat 38% van de gemeenten rioolheffing alleen van de eigenaar heft en daarmee alleen afvalstoffenheffing als gebruikersheffing heeft. Het overzicht van de gemeenten voor huurders met daarin opgenomen de positie van Hilversum, geeft het volgende beeld. Overzicht woonlasten voor huurders meerpersoonshuishouden 2019 Omschrijving
2020
rangorde
bedrag
2021
rangorde
bedrag
rangorde
bedrag
Coelo Atlas overzicht van alle gemeenten Gemeente met de laagste lasten
1
Gemiddelde van alle gemeenten
37
1
368
36
1
389
38 411
Gemeente met de hoogste lasten
372
644
372
660
370
666
Gemeente Hilversum
328
499
301
506
294
528
Door de overgang naar rioolheffing van de eigenaar zullen de tarieven voor huurders in 2022 sterk dalen. Huurders betalen dan alleen nog maar afvalstoffenheffing. De tarieven voor huurders in Hilversum zullen daarmee voor 2022 uitkomen onder het landelijk gemiddelde. In onderstaande tabellen is een overzicht weergegeven van de woonlasten 2021 binnen de provincie Noord-Holland, van regio gemeenten en gemeenten met een vergelijkbare omvang.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 81
De doorgetrokken rode lijn in bovenstaande kolom geeft in beide onderdelen het landelijk gemiddelde weer, de gestippelde rode lijn het provinciale gemiddelde. Hilversum is terug te vinden rond het gemiddelde.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 82
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 83
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2.1 Inleiding Deze paragraaf beschrijft, naast de wettelijk verplichte financiële kengetallen, de voor de gemeente Hilversum relevante financiële risico’s. Door inzicht in de individuele risico's en het risicoprofiel als geheel wordt de gemeente in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Zo kan worden geborgd dat de risico’s nu en de risico’s gerelateerd aan toekomstige investeringen in verhouding staan tot de vermogenspositie van de gemeente. Om actueel inzicht in de risico’s van de gemeente te krijgen, worden er risico-inventarisaties uitgevoerd. Het totaal van geïnventariseerde risico’s vormt het risicoprofiel, waarover in deze paragraaf verslag wordt gedaan. Op basis van het risicoprofiel is tevens het weerstandsvermogen berekend: de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt ook teruggekeken op het meest recent gepresenteerde weerstandsvermogen, in dit geval de jaarstukken 2020, om bijzonderheden met betrekking tot de ontwikkeling van het weerstandsvermogen eruit te lichten. Doorontwikkeling Risicomanagement Eind 2019 is de gemeente gestart met het verder professionaliseren van het risicomanagement. Het doel is om risicomanagement als integraal onderdeel in de gemeente in te bedden.
Zo wordt het mogelijk om bij besluitvorming eventuele risico’s tijdig te signaleren en op een juiste wijze te wegen. Met het toeslaan van de coronacrisis is begin 2020 versneld overgegaan op het inventariseren, simuleren en analyseren van risico’s aan de hand van de strategisch risicomanagement software van Naris. Met deze overgang van de voorheen analoge naar digitaal gesimuleerde analyse van de risico’s is ook de opzet en inhoud van deze paragraaf vanaf de begroting 2021 gewijzigd. Per paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing worden de eventuele wijzigingen ten opzichte van de vorige paragraaf (in dit geval de jaarstukken 2020) hier specifiek toegelicht. De doorontwikkeling van het risicomanagement en deze paragraaf is een continu proces. Berekening beschikbare weerstandscapaciteit In 2020 heeft de coronacrisis geleid tot een versnelde doorontwikkeling van het risicomanagement binnen de gemeente. De nadruk heeft daarin gelegen op het professionaliseren van het proces omtrent de benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel). De berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel middelen er beschikbaar zijn om risico’s op te kunnen vangen) is de andere helft van het weerstandsvermogen.
Op de doorontwikkeling van de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit zijn eerste stappen gezet in de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting 2021 en de jaarstukken 2020. Deze doorontwikkeling behoeft nog verdere aandacht. In het kader van de richtlijn in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader Gemeenten (GTK) 2020 heeft de Provincie in haar brief van 2 april 2021 aandacht gevraagd voor de berekenwijze van het weerstandsvermogen. In het licht van deze richtlijn, waarin de algemene reserve sterker als hoofdmoot van de beschikbare weerstandscapaciteit naar voren komt, zal met name de behandeling van bestemmingsreserves en de onbenutte belastingcapaciteit kritisch worden overwogen. In de huidige paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit echter nog niet gewijzigd. In het kader van de nieuwe Financiële verordening 2022 wordt in het najaar van 2021 namelijk het nieuwe Financieel uitvoeringsbeleid uitgewerkt. Daarin zal ook het risicomanagement, en de beschikbare weerstandscapaciteit als onderdeel daarvan, een plaats krijgen. In afwachting van dit nieuwe Financieel uitvoeringsbeleid wordt in de huidige paragraaf de bestendige lijn, de geldende berekening van de beschikbare
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 84 weerstandscapaciteit, gevolgd. Uitgaande van een inwerkingtreding van het nieuwe Financieel uitvoeringsbeleid vanaf 1 januari 2022 zullen de uiteindelijke wijzigingen vanaf de volgende paragraaf (in de jaarstukken 2021) ingaan. Vervallen risico’s en technische wijzigingen In de vorige paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing waren voor het eerst stijgers (toegenomen risico’s), nieuwe risico’s en dalers (afgenomen risico’s) overzichtelijk opgenomen. Deze zijn ondersteunend aan de analyse van de ontwikkelingen in het risicoprofiel en geven compact weer wat de veranderingen zijn ten opzichte van het vorige risicoprofiel. In de huidige paragraaf is ook een overzicht met vervallen risico’s toegevoegd. Daarnaast is in 6.3 Toelichting weerstandsvermogen en risicobeheersing aanvullend op de risicobeschrijvingen een overzicht van technische wijzigingen opgenomen. Deze dragen verder bij aan het inzicht in de samenstelling van en wijzigingen in het risicoprofiel. De technische wijzigingen van dit moment hebben te maken met hoe er wordt omgegaan met geconsolideerde risico’s. Een geconsolideerd risico is een overkoepelende risico inschatting over een verzameling losse risico’s die inhoudelijk bij elkaar horen.
Door deze samen te vatten in een geconsolideerd risico wordt voorkomen dat ze als losse risico’s een onevenredig grote invloed uitoefenen op het risicoprofiel. In het huidige risicoprofiel zijn twee voorheen geconsolideerde risico’s komen te vervallen omdat de samenvoeging van de betreffende onderliggende risico’s niet meer van inhoudelijk toegevoegde waarde is. Actualiteit De berekening van het weerstandsvermogen is te allen tijde een momentopname. Zowel de onderliggende benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel) als de beschikbare weerstandscapaciteit zijn namelijk gebaseerd op en afhankelijk van de omstandigheden en feiten zoals bekend op het moment van berekenen. Ook het weerstandsvermogen kan om die reden fluctueren. Om een weerstandsvermogen toets te kunnen doen, moet er een concreet meetmoment worden geprikt. De inhoud van deze paragraaf beslaat de stand van zaken zoals per 28 juli 2021 bekend. De inhoud van de paragraaf zal daarin achterlopen op eventuele nieuwe feiten, zoals afgeronde besluitvorming, die zich tussen 28 juli 2021 en publicatie van de begroting 2022 hebben voorgedaan. Covid-19 Risico’s die betrekking hebben op directe gevolgen van de coronacrisis zijn niet opgenomen in dit ‘reguliere’ risicoprofiel. De Covid-19 risico’s tellen dus niet mee in de hier gepresenteerde benodigde weerstandscapaciteit.
Vanaf de vorige paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (jaarstukken 2020) maakt ook de stand van de reserve Covid-19 geen onderdeel meer uit van de beschikbare weerstandscapaciteit voor het reguliere risicoprofiel. De Covid-19 risico’s en de reserve Covid-19 worden buiten de berekening van het gemeentebrede weerstandsvermogen gehouden. De reserve Covid-19 dekt specifiek de Covid-19 risico’s af. Er wordt regelmatig getoetst of de hoogte van deze reserve daar nog toereikend voor is. De weerstandsvermogen toets van de reserve Covid-19 bestaat zodoende naast die van het hier gepresenteerde reguliere risicoprofiel en wordt regelmatig aan de hand van de Financiële impactanalyses Covid-19 beoordeeld.
3.2.2 Weerstandsvermogen en risicomanagement Risicomanagement is het geheel aan activiteiten en maatregelen gericht op het expliciet en systematisch omgaan met en het beheersen van risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met mogelijke (positieve of negatieve) gevolgen voor de gemeente. Risicogevolgen kunnen van diverse aard zijn, bijvoorbeeld: beleidsmatig, imago-gerelateerd of financieel. Met betrekking tot het weerstandsvermogen ligt de focus op de financiële gevolgen van risico’s. Het weerstandsvermogen is
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 85 een indicator voor de mate waarin de gemeente in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering ervan in gevaar komt. Beleidskader Het beleidskader bestaat uit de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Hilversum 2022. Het beleidskader is op dit onderwerp ongewijzigd ten opzichte van de Financiële verordening gemeente Hilversum 2018 die tot deze begroting van kracht was. Doel van de gemeente Hilversum op het gebied van risico’s is om te voorkomen dat elke tegenvaller invloed heeft op de voortzetting van taken op het geldende niveau. Omdat tegenvallers leiden tot hogere lasten of lagere baten dan waarmee vooraf rekening is gehouden, rust het beleid op twee pijlers: 1. Uitgaven die onvermijdelijk op de gemeente afkomen worden in de begroting opgenomen. In dit kader worden jaarlijks gemeentebreed autonome ontwikkelingen geïnventariseerd en beoordeeld op ‘vermijdelijkheid’. Met algemene kostenontwikkelingen zoals loon- en prijsstijgingen wordt – in relatie tot de verwachte ontwikkeling van de algemene uitkering – in de meerjarenraming rekening gehouden via stelposten. Zo wordt voorkomen dat voorspelbare ontwikkelingen leiden tot overschrijdingen van de begroting. 2.
Risico’s – onzekere gebeurtenissen met gevolgen voor de gemeente – worden in beeld gebracht en gekwantificeerd. Het risicoprofiel wordt opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing van de begroting of de jaarrekening. Financiële tegenvallers kunnen leiden tot rekeningtekorten. Deze worden in eerste instantie opgevangen door de algemene reserve. Door onvermijdelijke ontwikkelingen op te nemen in de begroting in plaats van in het risicoprofiel (pijler 1), wordt het mogelijke beroep op de algemene reserve verkleind. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit twee componenten: - de beschikbare weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er beschikbaar om risico’s op te vangen en -
de benodigde weerstandscapaciteit – hoeveel middelen zijn er nodig om de geïdentificeerde risico’s op te kunnen vangen
Voordat we uitvoeriger ingaan op de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit presenteren we hieronder het weerstandsvermogen zoals berekend voor de begroting 2022: bedragen x 1.000 Weerstandsvermogen is
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
is
84.112
is
21,4
3.928
Hieruit blijkt dat de weerstandsfactor uitkomt op 21,4 en krijgt daarmee de classificatie “uitstekend”. In de jaarstukken 2020 kwam de factor uit op 22,2. De lichte afname van het weerstandsvermogen wordt veroorzaakt door de licht gestegen benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van het vorige risicoprofiel.
3.2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen er beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen. De huidige beschikbare weerstandscapaciteit, met de peildatum van de begrote balans van 01-01-2022, inclusief het verloop vanaf begroting 2021 ziet er als volgt uit:
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 86 bedragen x 1.000 jaarstukken begroting Beschikbare weerstandscapaciteit 2020 2022 73.228 69.523 Totaal reserves Uitgezonderd: reserve Covid-19* -3.663 -1.200 Onvoorzien 100 100 100 Onbenutte belastingcapaciteit 12.493 12.518 15.689 Totaal 82.168 82.183 84.112 * Vanaf de jaarstukken 2020 wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de bestemmingsreserve Covid-19 niet meer meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. begroting 2021 69.575
Ten opzichte van de jaarstukken 2020 is de totale beschikbare weerstandscapaciteit zo'n € 2 miljoen toegenomen. De voornaamste wijziging is zichtbaar in de onbenutte belastingcapaciteit. Deze is gestegen als gevolg van het verlagen van de OZB-tarieven zoals toegelicht in 3.1 paragraaf lokale heffingen. De daling in de reserves, als gevolg van de resultaatbestemming van de jaarstukken 2020, wordt in de beschikbare weerstandscapaciteit ruim gecompenseerd door die toegenomen onbenutte belastingcapaciteit.
3.2.4 Benodigde weerstandscapaciteit - risicoprofiel De benodigde weerstandscapaciteit heeft betrekking op het bedrag dat nodig is om de geïdentificeerde risico’s financieel af te dekken. Aan de hand van de individuele kwantificering van de risico’s die uit de risicogesprekken zijn voortgekomen, zijn de risico’s 100.000x gesimuleerd. Om het bedrag voor de benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel vast te stellen, houden we de in Nederland gebruikelijke norm aan van het in 90% van de scenario’s kunnen afdekken van de risico’s. In het huidige risicoprofiel komt dat neer op € 4 miljoen: Zekerheidspercentage 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95% 99%
Bedrag € 950.357 € 1.427.447 € 2.155.502 € 3.051.761 € 3.286.664 € 3.927.400 € 4.519.794 € 5.787.049
Statistieken Minimum Maximum Gemiddeld Standaarddeviatie Absolute maximum Trekkingen
Waarde €0 € 10.203.379 € 2.331.411 € 1.196.509 € 20.798.000 100.000
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 87 In de onderstaande tabel wordt het verloop van de benodigde weerstandscapaciteit geschetst. Ten opzichte van het vorige risicoprofiel is de benodigde weerstandscapaciteit met € 221.000 gestegen (zie 3.2.6 Toelichting risicoprofiel).
begroting 2021 2.965
Benodigde weerstandscapaciteit Totaal
bedragen x 1.000 jaarstukken begroting 2020 2022 3.702 3.928
3.2.5 Top 10 risico's De afzonderlijke risico’s maken ieder een specifiek deel uit van de totaal benodigde weerstandscapaciteit: het ene risico heeft een grotere invloed dan het andere. Het onderstaande overzicht toont de tien grootste risico’s van het huidige risicoprofiel met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit (van grootste naar kleinste invloed). Veranderingen in de top 10 ten opzichte van het vorige risicoprofiel kunnen zowel het gevolg zijn van een gewijzigde individuele risico kwantificering, als van de veranderde totaal samenstelling van het risicoprofiel. Top 1
Risico Nr. R100
2
R257
12%
Minder inkomsten lokale belastingen - uitstel betaaltermijnen en faillissementen
3
R99
8,6%
Meer gebruik van voorzieningen WMO
R184
8,6%
Het niet halen van taakstellende bezuinigingen Welzijn en Zorg (vervangt R204)
5
R103
7,6%
Tegenvallende uitkering gemeentefonds (AU)
6
R206
7,1%
Minder dan begrote ontwikkelingen Grex (geconsolideerd risico)
7
R98
6,5%
Meer gebruik van voorziening Jeugdzorg
8
R106
5,4%
Extra heffingen VPB over reclame-inkomsten (Vennootschapsbelasting)
9
R205
5%
10
R259
4,8%
Niet voldoen aan activeringscriteria van SaaS-oplossingen (Software as a Service)
15,5%
Diverse
Overige
Invloed (%) 18,9%
Risico BUIG - Negatief saldo inkomsten-uitgaven bijstand
Verbonden partijen (geconsolideerd risico)
3.2.6 Toelichting risicoprofiel Om het verloop van het risicoprofiel te analyseren, wordt de kwantificering van de huidige risico’s (“BG2022”) in tabelvorm afgezet tegen die in het vorige risicoprofiel (“JR2020”). Ten opzichte van het vorige risicoprofiel is de benodigde weerstandscapaciteit met € 221.000 gestegen. Omdat de reeds bekende risico’s niet sterk zijn in kans of omvang zijn toegenomen, wordt die stijging hoofdzakelijk veroorzaakt door de nieuw geïdentificeerde risico’s. De individuele risicobeschrijvingen zijn terug te vinden in “6.3 Toelichting weerstandsvermogen en risicobeheersing” van deze begroting. Stijgers Risico Risicogebeurtenis Nr.
Kans JR2020
Financieel JR2020
Kans Financieel BG2022 BG2022
R100
BUIG - Negatief saldo inkomsten-uitgaven bijstand
40% € 2.000.000
40% € 2.200.000
R205
Verbonden partijen (geconsolideerd risico)
60%
€ 500.000
70%
€ 500.000
R209
Datalekken en informatieveiligheid (analoog en digitaal)
1%
€ 150.000
25%
€ 150.000
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 88 De huidige stijgers hebben geen grote mutaties in de Top 10 risico’s tot gevolg. De veranderingen in de onderliggende risico’s van R205 Verbonden partijen zijn toegelicht in de risicobeschrijving (zie 6.3 Toelichting Weerstandsvermogen en risicobeheersing). Alles bij elkaar genomen hebben die veranderingen geleid tot een lichte stijging van dit overkoepelende geconsolideerde risico inzake verbonden partijen. Door voortschrijdend inzicht is de kwantificering van het risico R209 Datalekken en informatieveiligheid gestegen. Cybercriminaliteit is continu in ontwikkeling waardoor de kans op een datalek altijd blijft bestaan, al leidt niet elk datalek tot schade en is er niet altijd externe expertise nodig om een datalek te herstellen. De beschermingsmaatregelen die daar tegenover staan, de beheersmaatregelen van dit risico, zijn echter net zo goed continu in ontwikkeling om voldoende weerstand te kunnen bieden tegen mogelijke digitale aanvallen. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op het verhogen van de kennis over informatieveiligheid in de organisatie. Naast technische beveiligingsmogelijkheden wordt daarmee ook de weerbaarheid en alertheid op dit onderwerp binnen de organisatie verder verhoogd. Dit draagt allemaal bij aan de beheersbaarheid van het risico. Nieuwe risico’s Risico Risicogebeurtenis Nr.
Kans JR2020
Financieel JR2020
Kans Financieel BG2022 BG2022
R257
Minder inkomsten lokale belastingen - uitstel betaaltermijnen en faillissementen
70%
€ 600.000
R259
Niet voldoen aan activeringscriteria van SaaS-oplossingen (Software as a Service)
50%
€ 450.000
R258
Lokale belastingen - meer bezwaarschriften OZB a.g.v. wettelijke omzetting m3 naar m2
50%
€ 120.000
R252
Heffen en innen - Niet tijdig klaar zijn met het omzetten van objecten van m3 naar m2, hetgeen een verplichting is vanaf 2022
90%
€ 100.000
R250
Niet spoedeisende bodemsaneringen via de OFGV
50%
€ 81.000
R256
Kostenstijging door nieuwe aanbesteding beheer en exploitatie gemeentelijke sporthallen en zwembad per 1 januari 2022
0%
€0
Van de zes nieuwe risico’s zijn er twee in de top 10 risico’s terecht gekomen: R257 Minder inkomsten lokale belastingen op de derde plek en R259 Niet voldoen aan activeringscriteria van SaaSoplossingen op de tiende. De overige vier nieuwe risico’s hebben een beperkte invloed op het huidige risicoprofiel. Het risico op minder inkomsten lokale belastingen (R257) is tot de vijfde Financiële impactanalyse als Covid-19 risico opgenomen. De verwachting is echter dat dit risico op zijn vroegst pas vanaf 2022 als een naijlend gevolg van de coronacrisis zal optreden in plaats van als een direct gevolg in 2021. Zolang er steunpakketten zijn vanuit het Rijk zullen bedrijven het inkomstenverlies namelijk langer kunnen rekken. Er wordt jaarlijks een dotatie gedaan aan de voorziening dubieuze debiteuren belastingen die dergelijke nadelen opvangt. Omdat niet duidelijk is of het mogelijke effect van dit risico meerjarig binnen die dotaties zal passen, is het als risico opgenomen. Zowel de ontwikkelingen van betalingsachterstanden van gemeentelijke belastingen als de (begrote dotaties aan de) voorziening dubieuze debiteuren belastingen worden nauw gemonitord. Risico R259 Niet voldoen aan activeringscriteria van SaaS-oplossingen (Software as a Service) is het gevolg van de BBV notitie materiële vaste activa.
In de jaarrekening 2020 zijn ten onrechte SaaSoplossingen geactiveerd terwijl deze niet voldoen aan de activeringscriteria. Bij een SaaS-oplossing worden namelijk diensten afgenomen in plaats van zaken in-eigendom-genomen en om die reden mogen ze niet geactiveerd worden. Kort samengevat leidt dit tot een hogere last op één moment (alle implementatiekosten op het moment van implementeren) waar tegenover staat dat de begrote
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 89 meerjarige kapitaallasten, voor de looptijd van de afschrijvingstermijn, wegvallen. De totale lasten verschuiven dus in de jaren en zijn uiteindelijk kostenneutraal. In het najaar van 2021 wordt de raad hierover middels een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Omdat dit ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 in onderzoek is, is het nog niet meerjarig verwerkt in deze begroting. Afhankelijk van de nieuwe software aanbestedingen in 2022 zou dit dus mogelijk tot incidentele meerkosten kunnen leiden die een effect kunnen hebben op het weerstandsvermogen. Uiterlijk vanaf de begroting 2023 moeten de gevolgen van de activeringscriteria uit de BBV notitie materiële vaste activa zijn verwerkt. Op dat moment komt dit risico te vervallen. Er zijn twee nieuwe risico’s aan te wijzen als gevolg van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Uiterlijk in 2022 moeten alle WOZ-taxaties van woningen gebaseerd zijn op de gebruiksoppervlakte, oftewel op vierkante meters. Omdat de WOZ-taxaties op dit moment nog zijn gebaseerd op inhoud, oftewel kubieke meters, vindt momenteel de omzetting van kubieke naar vierkante meters plaats. Om deze omzetting tijdig af te ronden (voor 1 januari 2022) is naar verwachting tijdelijk extra inzet nodig (R252).
Daarnaast zou deze omzetting in 2022 mogelijk tot een toename van het aantal bezwaarschriften kunnen leiden (R258). Ook R250 Niet spoedeisende bodemsaneringen via de OFGV is het gevolg van een wetswijziging. Op dit moment is de provincie Noord-Holland het bevoegd gezag bij niet spoedeisende bodemsaneringen, maar met de invoering van de Omgevingswet komt dat gezag bij de gemeente te liggen. De OFGV blijft ook na deze overgang de uitvoerende partij. Hoe de huidige taken van de provincie precies worden verdeeld tussen de OFGV en de gemeente, en de financiële gevolgen van die verdeling, is echter nog niet duidelijk. Dit zal voor de inwerkingtreding van de omgevingswet (op dit moment gesteld op 1 juli 2022) moeten zijn uitgewerkt en vanaf dat moment worden opgenomen in de begroting. Het zesde nieuwe risico, R256 Kostenstijging door nieuwe aanbesteding beheer en exploitatie gemeentelijke sporthallen en zwembad per 1 januari 2022, kan op dit moment nog niet worden gekwantificeerd. Dalers Risico Risicogebeurtenis Nr.
Kans JR2020
Financieel JR2020
Kans Financieel BG2022 BG2022
R99
Meer gebruik van voorzieningen WMO
50%
€ 750.000
40%
€ 750.000
R98
Meer gebruik van voorziening Jeugdzorg
50%
€ 750.000
40%
€ 750.000
R106
Extra heffingen VPB over reclame-inkomsten (Vennootschapsbelasting)
50%
€ 302.500
50%
€ 250.000
De gedaalde risico’s ten opzichte van het vorige risicoprofiel zijn op dit moment beperkt. Van de risico’s R99 en R98 inzake meer gebruik van voorzieningen WMO en Jeugdzorg zijn de kans percentages naar beneden bijgesteld. Daarnaast is de maximale omvang van R106 extra heffingen VPB over reclame-inkomsten verlaagd. In het vorige risicoprofiel waren de kosten over 2020 nog opgenomen in de kwantificering van dit risico. Vanaf 2020 wordt de fiscale winst van buitenreclame activiteiten echter al in de aangifte VPB opgenomen, waardoor dit risico zich beperkt tot de jaren voor 2020.
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 90 Vervallen risico’s Risico Risicogebeurtenis Nr.
Kans JR2020
Financieel JR2020
Kans Financieel BG2022 BG2022
R188
Faillissement/ surseance/ financiële tegenvallers bij contractpartijen (leveranciers, afnemers) (fysiek domein)
5%
€ 60.000
0%
€0
R241
Proces Omgevingsvisie i.c.m. uitstel dan wel gefaseerd invoeren omgevingswet
90%
€ 250.000
0%
€0
R212
Facilitaire inrichting kantoorpanden - het "hybride werken" van de nieuwe normaal (2021 e.v.)
0%
€0
0%
€0
Van de vervallen risico’s zijn er twee uit te lichten. Zoals verwacht is risico R241, welke in het vorige risicoprofiel als nieuw risico op plek 4 in de top 10 binnenkwam, komen te vervallen. In de raadsvergadering van 3 maart 2021 heeft de raad ingestemd met het herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie en daarmee met het verlenen van het gevraagde budget. De tijdelijke pauzering van het participatieproces in juni 2021 heeft niet geleid tot een aanvullend risico. Tot slot is het risico inzake de facilitaire inrichting kantoorpanden (R212) ook komen te vervallen, maar een nuancering is hier op zijn plek. Het risico dat de wensen en behoeften wat betreft de facilitaire inrichting als gevolg van het “hybride werken” het huidige investeringsbudget van € 175.000 overstijgen, is wel degelijk aanwezig. In dat geval zou er mogelijk tot zo’n € 500.000 extra investeringsbudget nodig zijn. Omdat het echter om een investeringsbudget gaat, beperkt de financiële last in de begroting zich enkel tot de bijbehorende kapitaallasten van zo’n € 50.000 per jaar. Daarnaast start de afschrijvingstermijn pas in het jaar na het afsluiten van de kredieten, wat op zijn vroegst in 2023 zou zijn.
Omdat we nu nog aan de ‘voorkant’ van dit financiële risico zitten, kan en moet daar in het opstellen van de begroting 2023 (en verder) rekening mee worden gehouden als inderdaad blijkt dat het huidige investeringsbudget onvoldoende is. Omdat de lasten niet incidenteel gedekt hoeven te worden uit het weerstandsvermogen vervalt het als risico. Hierbij moet de kanttekening gemaakt worden dat risico's die verbonden zijn aan de grondexploitatie van het Stationsgebied nog niet zijn opgenomen omdat tijdens het opstellen van de begroting de uitwerking nog niet volledig was.
3.2.7 Financiële Kengetallen Het BBV schrijft sinds 2015 voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen zes kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zullen in samenhang worden beoordeeld, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. De financiële positie is geen doel op zich maar moet altijd worden bekeken in samenhang met de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang. De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te kunnen maken voor de (middel)lange termijn. Van de Provincie Noord-Holland is een handreiking ontvangen om de kengetallen te kwalificeren aan de hand van signaleringswaarden die afkomstig zijn van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden hebben de volgende indeling:
PROGRAMMABEGROTING 2022 GEMEENTE HILVERSUM | 91
Ref.
Kengetal
1 2 3 4 5 6
netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstr. leningen solvabiliteitsratio grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit
A <90% <90% >50% <20% >0% <95%
Categorieën B 90-130% 90-130% 20-50% 20-35% 0% 95-105%
C >130% >130% <20% >35% <0% >105%
Omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden, wordt aan de categorieën door de provincie geen normering gegeven. Wel meldt de provincie dat over het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Voor de gemeente Hilversum zien de kengetallen er als volgt uit: Ref .
Kengetal
1 2 3 4 5 6
netto schuldquote netto schuldquote gecorr. voor verstr. leningen solvabiliteitsratio grondexploitatie structurele exploitatieruimte belastingcapaciteit
JS2020 67% 61% 23% 2% -2,5% 101%
Verloop van de kengetallen B2021 B2022 B2023 B2024 88% 89% 106% 114% 87% 81% 98% 106% 20% 19% 17% 16% 1% -1% 0% 0% -0,9% 1,3% 1,0% 1,1% 102% 100% 103% 105%
B2025 123% 115% 16% 0% 1,0% 106%
1. Netto schuldquote Betekenis. De netto schuldquote geeft inzicht in de mate waarin de schuldenlast drukt op de exploitatie. De netto schuldquote is het percentage van de netto schuld ten opzichte van de jaarlijkse inkomsten van de gemeente. Het percentage dat hieruit voortkomt, geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Voor dit kengetal geldt: hoe lager, hoe beter. Beoordeling. Het percentage bedraagt 89% in 2022 en valt daarmee nog in de categorie ‘minst risicovol’. In de jaren 2022-2025 is een oplopende reeks te zien waardoor de netto schuldquote vanaf 2023 verschuift naar categorie B. Deze verschuiving is met name het gevolg van een verwachte stijging van het investeringsvolume in de komende jaren. Deze voorspelling loopt vooruit op en is onderhevig aan besluitvorming omtrent de investeringen zoals nu opgenomen in het IP 2022-2024, waaronder de ondergrondse fietsenstalling, de centrumring, Arena- en Mediapark. Met dit netto schuldquote percentage blijven wij binnen de marge voldoende (categorie B), waarbij de bovengrens op 130% ligt. Daarbij moet de kanttekening gemaakt worden dat de investeringen voor het Stationsgebied slechts gedeeltelijk zijn opgenomen omdat tijdens het opstellen van de begroting de uitwerking nog niet volledig was.