Ontwerp Omgevingsvisie
Tekst van het document
De neiging kan zijn vooral te kijken naar buurten waar relatief vaak sprake is van inwoners ‘stapeling’ van problemen: én geen werk én een slecht huis én schulden én een slechte gezondheid én een lage opleiding én een minder aantrekkelijke woonomgeving. Het is goed om daar oog voor te hebben; grote verschillen worden immers ervaren en kunnen tot spanning leiden. Tegelijk willen we voorzichtig zijn met ‘problematiseren’. Liever kijken we naar
Omdat elke wijk en buurt verschilt, zet Hilversum in op het opstellen van Gebiedsagenda’s. Zo krijgt de Omgevingsvisie een verdere uitwerking op wijken buurtniveau. We vinden het belangrijk dat zo’n agenda wordt opgesteld met inwoners, ondernemers en organisaties. 62
De Gebiedsagenda’s kunnen de opgaven en kansen in samenhang in beeld brengen en zo inzicht verschaffen in verschillen tussen wijken en handvatten bieden voor prioritering. De eerste gebiedsagenda’s worden gemaakt voor De Meent en Kerkelanden en een aantal werklocaties. Dit wordt in hoofdstuk 5 verder uitgewerkt.
werknemers in kritische maatschappelijke en economische sectoren. De gemeente ontwikkelt niet zelf, maar kan wel eisen en randvoorwaarden stellen in overleg met ontwikkelende partijen. Voor de kortere termijn kan onderzocht worden wat het effect is van het inzetten op tijdelijke en flexibele woonconcepten. De volgende maatregelen zijn in beeld:
- Veel oudere 1 en 2 persoons huishoudens wonen in relatief grote wonin4.4.3 Doelen Bij de uitwerking van dit toekomstbeeld horen de volgende doelen:
gen. De kinderen zijn allang de deur uit en ze willen vaak best verhuizen, maar kunnen geen geschikte en betaalbare kleinere woning vinden met het comfort waar ze naar op zoek zijn. Om de doorstroming op gang te brengen wil Hilversum daarom meer kleinere woningen voor deze doelgroep realiseren. Dat maakt ruimte vrij voor jonge gezinnen.
1. Het realiseren van voldoende geschikte en betaalbare woningen en goede voorzieningen
2. Het verkleinen van sociaaleconomische en gezondheidsverschillen bin-
- Er moeten betaalbare woningen worden gerealiseerd voor mensen die
nen en tussen buurten.
werken in kritische sectoren als de zorg, de huishoudelijke hulp, het onderwijs en veiligheid (politie, brandweer enz.). Zeker bij een vergrijzende bevolking zijn deze groepen cruciaal voor het functioneren van Hilversum.
3. Het versterken van de sociale samenhang in buurten. 4. Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid in gebieden.
- Er is behoefte aan betaalbare woningen voor starters. Alleen zo kunnen (eigen) jongeren aan de stad worden gebonden.
Deze doelen worden hierna uitgewerkt in concrete maatregelen.
- Tijdelijke en permanente locaties voor ‘onzelfstandige woonruimtes’, voor opvang van vluchtelingen en spoedzoekers, verspreid over alle wijken.
4.4.4 Maatregelen
- Sociale huurwoningen zijn verspreid over alle wijken. Toewijzing leidt niet 1. Het realiseren van voldoende, geschikte en betaalbare woningen en goede voorzieningen Hilversum hoeft niet zo nodig ‘te groeien om het groeien’. Tegelijk kunnen we onze ogen niet sluiten voor huidige situatie van woningnood voor veel doelgroepen. Er is een bepaalde mate van groei nodig om ervoor te zorgen dat er voldoende geschikte en betaalbare woningen zijn voor de huidige en toekomstige inwoners. Daarbij is vooral behoefte aan wat kleinere, levensloopbestendige woningen. Daarnaast hebben we oog voor huisvesting van
meer tot opeenstapeling van problemen in een wooncomplex.
- Er is nieuwe wetgeving in voorbereiding waarbij gemeenten kunnen bepalen hoeveel koopaanbod beschikbaar moet zijn voor eigen bewoners of juist voor specifieke arbeidsdoelgroepen zoals leraren en zorgpersoneel. Hilversum wil gebruik gaan maken van deze wetgeving en gaat onderzoeken hoe deze zo effectief mogelijk kan worden ingezet.
63
Voor een schatting van aantallen grijpen we terug op de ruimtelijke hoofdkeuze ‘gematigde groei voor vitaliteit’, de geschetste demografische ontwikkeling in hoofdstuk 3 en de trend van afname van huishoudensgrootte (nu 2,11 per woning en dalend). Ook zien we een bijzondere en toenemende vraag naar woonvoorzieningen in het kader van bescherming en opvang en jeugd. In de PlanMER en in paragraaf 4.9 onderbouwen we zodoende een aantal van 6.000 woningen tot 2040. Dat betekent dat de bestaande opgave uit de Woonvisie richting 2030 (3.000 woningen, bouwtempo 300-350 woningen per jaar) naar 2040 wordt doorgetrokken. Ook blijkt uit de PlanMER en paragraaf 4.6 dat de opgave al grotendeels wordt gedekt door onze bestaande plancapaciteit van zo’n 5.000 woningen.
vooruitlopend daarop mogelijke accenten per wijk aangegeven, gebaseerd op de vastgestelde woonvisie en input vanuit de participatie. In het algemeen kunnen we stellen dat Hilversum als centrumgemeente van Gooi en Vechtstreek de passende plek is voor stedelijke voorzieningen met een (boven-)regionale doelgroep. Denk aan een compleet ziekenhuis, een aantrekkelijk centrum, een bereikbare bibliotheek en kenmerkende ‘trekkers’, zoals Beeld en Geluid. Maar ook het oogpunt van Bescherming en Opvang en Jeugd heeft Hilversum een verantwoordelijkheid voor het huisvesten van regionale functies Denk aan beschermd en geclusterd wonen met begeleiding, GGZ locaties die onder de Wlz vallen, gezinshuizen als alternatief voor Jeugd Verblijf, locaties voor Jeugd Verblijf en respijtzorg en andere – permanente of tijdelijke – opvanglocaties. Ook los van de regionale functie, verwachten we dat de aantallen in Hilversum zullen stijgen en op meer plekken in Hilversum locaties nodig zullen zijn. Meer plekken en een betere spreiding helpen bij het voorkomen van overlast in de wijken.
Bij deze aantallen zal zeker sprake zijn van nieuwbouw, maar niet alleen. Binnen de bestaande gebouwen in Hilversum is er nog veel mogelijk in termen van vernieuwing en transformatie. Denk aan het wonen boven winkels in winkelgebieden in Hilversum en aan de mogelijkheid voor meervoudige bewoning of splitsing van grote woningen. Daarbij kan wel sprake zijn van verschillen tussen gebieden: meervoudige bewoning geeft in het ene gebied kans op overlast, terwijl het in het andere gebied juist bijdraagt aan bijvoorbeeld het verminderen van eenzaamheid.
In de wijken zal zeker de (dubbele) vergrijzing van invloed zijn op de vraag naar voorzieningen. Er ligt een sterke relatie tussen wonen, voorzieningen en openbare ruimte. In een nieuwe woonzorg-visie kijken we breed naar:
Wat er in Hilversum aan (boven-)regionale / stedelijke voorzieningen en wijkvoorzieningen nodig is (onderwijs, gezondheidszorg, sport, cultuur etc), is sterk afhankelijk van het bestaande voorzieningenaanbod in en om Hilversum en de huidige en toekomstige demografische opbouw in heel Hilversum en per wijk. In 4.4.6. wordt voorgesteld in om nader onderzoek te doen, ook met oog op de op te stellen gebiedsagenda’s. Een inventarisatie van bestaande voorzieningen is al gestart. In de visiekaart bij deze paragraaf zijn
64
Duurzaam veilig en betaalbaar wonen en daarbij experimenteerruimte voor voorzieningen aan huis en alternatieve woon-zorgvormen Leeftijdsvriendelijke vitale wijkinfrastructuur, waar ook mobiliteit/bereikbaarheid bij hoort Ruimte voor ontmoeting en het ontwikkelen van een sociale netwerkstructuur. Vitale en levendige ontmoetingsplekken, formeel (buurtcentra) en informeel (in de openbare ruimte). Het meest kansrijk zijn plekken waar wonen, werken en voorzieningen gemengd zijn. Dit zorgt voor samenhang en levendigheid in de wijken. Het gaat dan bijvoorbeeld om
voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, jeugd, onderwijs, sport en cultuur.
steunen bij de uit te voeren maatregelen. Dit maakt het ook voor kwetsbare groepen mogelijk aan de energietransitie mee te kunnen doen. Het biedt voor deze groep bovendien kansen om financieel robuuster te worden, doordat de vaste energielasten lager worden.
Gezondheidscentra met een breed scala van voorzieningen en ondersteunings- en medische behandelmogelijkheden en zware verpleeghuiszorg geïntegreerd in de wijk.
- Een vitalere economie en daarmee samenhangend meer werkgelegenheid, met een extra accent op praktijkgeschoold werk. Het stimuleren van transitie, ondernemerschap en innovatie en het creëren van ruimte voor werk helpen daarbij. Dit stimuleert tevens het draagvlak en de betaalbaarheid van voorzieningen die juist ook voor kwetsbare inwoners toegankelijk moeten zijn.
Hilversum bouwt zo voort op de principes van de Tuinstad: de wijk als sociaaleconomisch concept, met zorg in de buurt, functiemenging en veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Kadertekst: cultuur als kans
- Het behouden en realiseren van bereikbaar, toegankelijk en divers onder-
Goede cultuurvoorzieningen in de stad en in de wijk zijn bij uitstek geschikt nieuwe en steviger verbindingen te maken tussen bevolkingsgroepen, zeker als ze gekoppeld zijn aan bijvoorbeeld ontmoetingsplekken, broedplaatsen en horeca. Zo wordt het gezelliger in de buurt. Daarnaast zien we dat Hilversum veel technologische faciliteiten en goede arbeidskrachten heeft, maar nog weinig cultureel-economische dynamiek. Hier liggen kansen.
wijs op verschillende niveaus.
- Het bij elkaar brengen van instanties en plekken voor het bieden van werk en het verstrekken van een uitkering zodat mensen niet onder de radar blijven en problemen en kansen beter bij elkaar gebracht worden.
- Het creëren van een lokale afzetmarkt voor het verbouwen van gezonde, betaalbare voeding.
2. Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen Het verkleinen van verschillen gebeurt vooral door het vergroten van kansen voor kwetsbare groepen inwoners. Kansen op goed onderwijs, op geschikte en betaalbare huisvesting, op geschikte en bereikbare banen en op toename van een gezonde levensverwachting. Op het niveau van de Omgevingsvisie betekent dat het gelijktijdig inzetten op:
Dit is een zaak van de lange adem. Financiële en maatschappelijke baten door gezondheidswinst, het verminderen van eenzaamheid en het hebben van werk zijn pas na verloop van tijd merkbaar, maar kunnen substantieel zijn.
- Het versterken van de ingezette beweging van het (vooral) bekostigen van
Kadertekst: meedoen in een gezonde omgeving
maatwerk en zorg naar (vooral) bekostiging van preventie en collectieve voorzieningen. Het adagium kan zijn ‘zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk’.
‘Gezondheid’ is een thema dat in veel Omgevingsvisies als leidraad wordt gekozen. Het Planbureau voor de leefomgeving adviseert in zijn tweejaarlijkse rapportage vier belangrijke thema’s aan de orde te laten komen: gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering, gezondheidsachterstanden en vergrijzing.
- De omslag maken van een vooral individuele benadering van de energietransitie naar meer collectieve vormen en hierbij actief inwoners onder65
ouderen op elkaar kunnen terugvallen, zodat een extra beroep op overheidsvoorzieningen voorkomen wordt. De 'markt’ zorgt hier niet als vanzelf voor. Dit vraagt dan ook om het stimuleren van het bouwen en of vernieuwen van de juiste woningen. Concreet betekent dit: in alle wijken sociale huurwoningen, zodat ook de toewijzing van urgenten veel beter over de wijken verdeeld kan worden. Dit geldt ook voor andere voorzieningen voor kwetsbare groepen.
Vergrijzing is een demografische ontwikkeling, waar rekening mee gehouden moet worden in het voorzieningenaanbod. Voor het duurzaam terugdringen van gezondheidsverschillen tussen groepen met een hoge en een lage sociaaleconomische status of positie is behalve gezondheidsbescherming (waarvoor al veel normen zijn) juist ook gezondheidsbevordering en de toegankelijkheid van voorzieningen van belang. Gemeenten kunnen een gezonde leefomgeving juist voor mensen in een lagere sociaaleconomische positie en in kwetsbare wijken extra stimuleren door in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen te verwijzen naar ambities om gezondheidsverschillen terug te dringen of ambities op het gebied van kansengelijkheid.
- Wijkvoorzieningen, zoals genoemd bij maatregel 1 - Het waar mogelijk versterken van de sociale samenhang en sociale con-
Hilversum kiest in deze Omgevingsvisie voor het koppelen van gezondheid aan andere thema’s, zoals het investeren in ontmoetingsplekken en veilige routes, klimaatadaptatie, biodiversiteit, beweegvriendelijke openbare ruimte, sport- en cultuurparticipatie in de wijk, groen in en om de stad, de mobiliteitsopgave, bestaanszekerheid en kansengelijkheid. Dit zijn ‘meekoppelkansen’ voor het gezondheidsdomein. Gebiedsagenda’s zijn bij uitstek aanleiding om te overleggen met inwoners en organisaties het verkleinen van gezondheidsverschillen in gebieden.
trole (‘ogen op straat’ en ‘eigenaarschap’). Plekken waar dit op orde is zijn vaak veiliger en minder vatbaar voor criminaliteit. 4. Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid Hilversum wil graag de sociale veiligheid (verder) versterken. In het Integraal Veiligheidsplan (IVP) zet Hilversum in op een integrale aanpak van criminaliteit, overlast en onveilige situaties. Samen met inwoners en veiligheidspartners willen we ervoor zorgen dat het veiligheidsgevoel toeneemt en de overlast afneemt. Hier ligt een duidelijke link met de tuinstadgedachte, die altijd al gericht was op het versterken van de sociale samenhang. De volgende maatregelen zijn in beeld:
3. Versterken van de sociale samenhang in buurten Het versterken van de sociale samenhang vraagt om gerichte ingrepen per buurt of wijk. Op hoofdlijnen zijn daarbij de volgende maatregelen in beeld:
- Het inrichten van een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en die veilig is. Dat betekent vooral dat gezocht wordt naar mogelijkheden om de rol van de auto in de openbare ruimte te verkleinen. De vrijkomende ruimte kan worden benut voor spelen, sporten, ontmoeten en groen. Ter stimulering van het actief bewegen worden ook meer kleinschalige sportevenementen zoals buurtspelen in de wijken georganiseerd.
- We moeten kijken naar de hele keten: het gaat steeds over preventie, signaleren, ingrijpen en handhaven. Aandachtspunten zijn en blijven: ondermijning, jeugd en veiligheid, drugsoverlast, verwarde personen en de verkeersveiligheid.
- Inzetten op slimme functiemenging, zodat op cruciale plekken sprake is
- Als gemeente waar mogelijk regie nemen om de demografische samen-
van levendigheid en voldoende ogen op straat. Achterkantsituaties moeten worden voorkomen, zeker langs belangrijke doorgaande routes en in
stelling van wijken te optimaliseren en voorzieningen voor kwetsbare groepen over de stad te verdelen. Daarmee bedoelen we dat de bevolkingsopbouw van wijken in 2040 zodanig is dat jongeren, middelbaren en 66
de buurt van voorzieningen. Dat betekent dat in alle ruimtelijke ontwikkelingen de verblijfsruimte en toegang gericht moet zijn naar het openbaar gebied.
het kader van de woonvisie. Dit kan als vertrekpunt voor gesprekken over de Gebiedsagenda’s dienen.
4.4.5 Partners De gemeente kan toekomstbeeld en de maatregelen niet zelf realiseren. Zo bouwt de gemeente bijvoorbeeld zelf geen woningen. Belangrijke partners van de gemeente zijn bijvoorbeeld bewonersorganisaties, welzijnsorganisaties als Versa, woningcorporaties, de veiligheidsregio, GGD, politie en brandweer, het sportberaad, het cultuurnetwerk en grote culturele instellingen, gezondheidszorgorganisaties waaronder Tergooi, religieuze organisaties en Hilversum One. De Omgevingsvisie is voor de gemeente het vertrekpunt voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het aangaan van nieuwe. 4.4.6 Aanvullend onderzoek Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren is op onderdelen aanvullend onderzoek nodig. We denken daarbij aan:
- Onderzoek naar de bestaande en toekomstige demografische opbouw per wijk.
- Onderzoek naar de benodigde voorzieningen per wijk (met het oog op de demografische ontwikkeling).
- Onderzoek naar de kwalitatieve en kwantitatieve woonvraag in verschillende gebieden, in relatie tot bevolkingsontwikkeling en voorzieningenniveau. 4.4.7 Visiekaart Meedoen in Hilversum De kaart hiernaast bevat een ruimtelijke verbeelding van de hiervoor genoemde maatregelen voor meedoen. De kaart noemt per wijk een aantal accenten, gebaseerd op basis van de participatie-uitkomsten en onderzoek in
FIGUUR 3 MEEDOEN IN HILVERSUM OP DE KAART 67
4.5.2 Toekomstbeeld 2040 Hilversum wil zowel een prettige woon- als werkstad zijn. Dat vraagt om ruimte voor verschillende soorten bedrijvigheid, waarbij op hoofdlijnen duidelijk is welke gebieden zich het beste lenen voor het toevoegen van woningen en werk. Het gaat daarbij altijd om groei op Hilversumse schaal, passend bij de kwaliteiten van de wijk. Een belangrijke conclusie is dat de verschillende functies in Hilversum over het algemeen op de goede plek liggen. Er is geen aanleiding voor grootschalige transformatie. Er is op een aantal plekken wel aanleiding voor gebiedsontwikkeling om een antwoord te kunnen geven op vraagstukken die we op ons af zien komen, het gebied een impuls te geven en zo toekomstbestendig te maken. Het gaat dan onder andere om het Arenapark, het Stationsgebied, het Media Park en het Circusterrein en op de wat langere termijn mogelijk vernieuwingen in Noord, Zuidwest en De Meent.
4.5 Actief Hilversum 2040 Hilversum zet in op reële groei en een duurzame, weerbare economie zonder daarbij inbreuk te doen op de leefomgeving. De mogelijke negatieve effecten van ontwikkelingen in de opbouw van de Hilversumse bevolking moeten worden voorkomen. 4.5.1 Inleiding Economie en wonen zijn nadrukkelijk verbonden met welzijn, welvaart en het voorzieningenniveau in Hilversum. Hilversum heeft een redelijk goede uitgangspositie met schone werkgelegenheid, nationale en internationale bedrijvigheid op o.a. het Media Park en Arenapark, een regionaal centrum en goede gezondheidszorgvoorzieningen op Monnikenberg. De hoeveelheid ruimte voor werk en voorzieningen sinds het begin van deze eeuw echter substantieel afgenomen, vaak door transformatie naar wonen. We zien een forse woon-werkpendel, waarbij op dit moment de inkomende pendel iets groter is dan de uitgaande. Vooral in de uitgaande pendel is de auto dominant. Tegelijk verandert de bevolkingsopbouw en is het voor werknemers in kritische sectoren zoals gezondheidszorg en onderwijs lastig om in Hilversum betaalbare woonruimte te vinden. Ook de economie verandert, wordt duurzamer en steeds meer circulair. Dat vraagt om ruimte en van bedrijven en werknemers om mee te veranderen om zo ook in de toekomst flexibel en vitaal te blijven.
Investeringen en een nieuwe agenda voor het centrum zijn nodig om het op termijn van betekenis te laten blijven voor Hilversum en de regio.
De komende twintig jaar gaat er veel extra aandacht naar het behouden en realiseren van ruimte voor praktijkgeschoolde werkgelegenheid. De ruimte die Hilversum voor dit soort werkgelegenheid beschikbaar is, wordt niet verder beperkt. Hiermee wil Hilversum zowel banen aanbieden voor praktijkgeschoolde inwoners, als ruimte reserveren voor de bedrijvigheid die nodig is om de omslag te gaan maken naar het opwekken van duurzame energie en een circulaire economie. Ook onderwijs en innovatie spelen daarin een belangrijke rol. Daarnaast wil Hilversum zich binnen de regio blijven onderscheiden door het aanbieden van aantrekkelijke kantoorlocaties en een levendig en compact centrum. Op het gebied van woningbouw is het belangrijk om zowel keuzes te maken op de schaal van de wijken als op de schaal van de stad. Op de schaal van de 68
wijken gaat het vooral om het aanbieden van voldoende betaalbare woningen en het op gang brengen van de doorstroming. Dat vraagt erom per buurt te onderzoeken aan wat voor type woningen behoefte ontstaat. Op hoofdlijnen zal dit vooral betekenen dat wat kleinere woningen worden gebouwd voor ouderen en starters en dat gebieden worden aangewezen die goede aangrijpingspunten bieden voor toevoeging van woningbouw. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan. Als je Hilversum op de schaal van de regio en de stad bekijkt, dan zijn verschillende plekken aan te wijzen die erg geschikt zijn voor het toevoegen van woningen. Bijvoorbeeld omdat ze erg goed bereikbaar zijn. De strategie op hoofdlijnen is om vooral woningen toe te voegen in het centrum en in de buurt van de drie NS-stations, de HOV-haltes en de belangrijkste bushaltes. In gebiedsagenda’s worden deze strategieën uiteindelijk bij elkaar gebracht. Kadertekst: Hilversumse economie drijft op de mediasector Het kan weinigen ontgaan: met name de specialisatie in media en ICT is op dit moment een grote troef en kenmerkend voor Hilversum. We noemen dat tot nu toe in een woord: Mediastad. Dat is terecht: Media en ICT zijn 5,3 maal zoveel vertegenwoordigd in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde.
Het levert Hilversum ook wat op: een groot deel van de € 5 miljard die in 2019 werd verdiend kwam van ondernemingen rondom Media & ICT en andere vormen van zakelijke dienstverlening (met name op Media Park, Arenapark).
Figuur: Herkomst van het bruto stedelijk product (toegevoegde waarde) binnen Hilversum in 2019, Economisch Perspectief 2040
- de beschikbaarheid van voldoende technologisch talent (audio-video, programmeren, netwerkinfrastructuur);
- Herijking van de branding waarmee Hilversum zich wil positioneren. Een generieke promotie als ‘mediastad’ trekt de aandacht van ICT-investeerders onvoldoende trekt. Het promoten van het Media Park als ‘high tech campus voor AI’ wordt door de sector genoemd als effectievere methode. Deze propositie werken we met partners al enige tijd uit.
Een gouden regel binnen de economie is dat doorontwikkeling binnen huidige sterkten een veel grotere slagingskans heeft dan investeren in sectoren die relatief weinig verbonden zijn met het huidige economische DNA. Met name doorontwikkeling op nieuwe innovatieve, maar deels aan bestaande activiteiten gerelateerde verdienmodellen (‘related variety’) leidt veelal tot economische groei. Het Economisch Perspectief (2021) schetst dat hier vooral voor nodig zijn:
- Verhoging van de aantrekkelijkheid en verblijfswaarde van de hotspots. Met name het Media Park wordt nog onvoldoende gezien als aantrekkelijke vestigingslocatie door het ontbreken van sfeer verhogende voorzieningen, zoals horecafaciliteiten en verblijfsmogelijkheden. Dit is aanleiding om voor het Mediapark aan een gebiedsagenda te werken. 69
4.5.3 Doelen Bij de uitwerking van dit toekomstbeeld horen de volgende doelen:
villawijken zien in het splitsen van grote woningen in een aantal kleinere woningen voor ouderen, starters of beide.
1. Meer ruimte voor werk op bestaande werklocaties, in het centrum en in
De huidige functionele bedrijventerreinen – met veelal praktijkgeschoolde banen en maakindustrie (reparatie en handel) zoals de werklocaties ZuidWest – worden behouden en waar mogelijk uitgebreid en verder ingezet voor het huisvesten van bedrijven gericht op praktijkgeschoold werk. Wellicht kan zelfs wat extra ruimte worden gecreëerd door bedrijven te stapelen of de op deze terreinen aanwezige kantoorfuncties uit te plaatsen naar andere delen van de stad. Kantoren zijn immers prima te mengen met andere functies. Werklocaties voor praktijkgeschoold werk veroorzaken soms overlast voor de directe omgeving (denk bijvoorbeeld aan een garage). Ook dit pleit voor concentratie in een beperkt aantal gebieden. We gaan werken met profielen voor onze werklocaties en geven op die manier sturing en richting aan het type en de omvang van bedrijven dat gewenst is. Daarnaast geven deze profielen een beeld van de vormen van functiemenging die van toegevoegde waarde kunnen zijn. Dit geldt niet alleen voor de bestaande werklocaties, maar ook voor die gebieden waar bedrijvigheid relatief weinig aanwezig is en dit met het oog op vitale wijken wel gewenst is.
Als dat goed gebeurt, ontstaan prettige plekken met meer openbare ruimte en mogelijk meer 'meters’ voor werk, in het bijzonder voor startups en doorgroeiende (scale-ups) bedrijven en ‘meters’ voor wonen die ten dienste staan van de aanwezige werkgelegenheid. Wat grotere locaties die in beeld zijn voor functiemenging zijn de ‘campussen’ op het Media Park, Arenapark en Monnikenberg, waar wonen en werken gemengd zijn. Kansen liggen er ook in de spoorzone. Hier is wellicht ruimte om een deel van de kantoren uit de traditionele werklocaties op te nemen, die op hun beurt weer kunnen worden ingezet voor praktijkgeschoold werk. Deze schuifruimte is heel belangrijk om een gezonde bedrijvendynamiek te realiseren. De meeste
de wijken.
2. Bevorderen van innovatie en het versterken van de relatie tussen bedrijven en onderwijs.
3. Binden en boeien van jongeren en middengroepen. 4. Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio. Deze doelen worden hierna uitgewerkt in concrete maatregelen. 4.5.4 Maatregelen 1. Meer ruimte voor werk Op dit moment is 35% van de werkgelegenheid in Hilversum te vinden op een formele werklocatie. Dat betekent tegelijkertijd dat 65% van de werkgelegenheid in de buurten is terug te vinden. Het gaat dan om bedrijven aan huis, maar bijvoorbeeld ook kleine kantoren en bedrijven in de buurt en om werkgelegenheid binnen maatschappelijke voorzieningen als huisartsen, tandartsen, kinderdagverblijven, scholen en bso’s. Voor de toekomst ziet Hilversum aanvullende kansen voor werken in de buurten en in het centrum. Meer werk in de buurten en in het centrum moet echter niet leiden tot extra druk of overlast, maar juist van betekenis zijn voor het betreffende gebied. Rondom werk kunnen bijvoorbeeld voorzieningen voor de buurt ontstaan en gedijen, als nieuwe brandpunten in de buurt. Om in alle buurten ruimte voor werken te behouden, blijven we in Hilversum kritisch kijken naar het omzetten van kantoorvilla's naar wonen. Dat staat los van de kansen die we in de 70
groei die bedrijven doormaken is als ze verhuizen. Daarmee landen bedrijven op de beste plek voor dat moment en kunnen we ervoor zorgen dat bedrijven niet uit Hilversum vertrekken als ze willen groeien (dit is in de afgelopen jaren veelvuldig gebeurd).
sum heeft daarmee vooral een diensteneconomie. Het bevorderen van innovatie en het versterken van de relatie tussen bedrijfsleven en onderwijs begint bij de sectoren waar Hilversum sterk in is. Voorbeelden zijn:
- Het toepassen van gaming en kunstmatige intelligentie (AI) in de media-industrie.
Hilversum heeft op dit moment twee bedrijven binnen de gemeentegrenzen met een milieucontour. Deze bedrijven hoeven niet weg, maar we constateren wel dat de compacte stad Hilversum niet erg geschikt is voor dit soort bedrijven. Er zullen daarom geen nieuwe bedrijven met een milieucontour worden toegelaten.
- Technologische toepassingen en vaardigheden in onze zorgeconomie vergroten en benutten voor o.a. zorg in de wijk. Met name op de eerdergenoemde ‘campussen’ op het Media Park, Arenapark en de Monnikenberg kan innovatie letterlijk de ruimte krijgen. Op de werklocaties ZuidWest en locaties in de spoorzone gaat het vooral om het benutten van kennis en data van onderzoeksinstituten voor ontwikkelopgaven. Vanuit het MBO zijn er al verschillende leer-werktrajecten, lopen veel studenten stage en wordt kennis en kunde van onze onderwijsinstellingen ingezet om bedrijven te ondersteunen, bijvoorbeeld in de transities die de economie doormaakt (verduurzaming, digitalisering, circulair enz.). Maar het gaat ook om het creëren van meer ruimte voor onderwijs. Dat willen we bewust doen nabij de bedrijven op de campussen.
Ook het toevoegen van wonen en voorzieningen voor werknemers is belangrijk. Dat geldt voor starters op de arbeidsmarkt die bijvoorbeeld in de media werken of bij Nike en zeker ook voor werknemers in kritische sectoren en praktijkgeschoold werk. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: er ontstaat ruimte voor het invullen van functies in de detailhandel, zorg, onderwijs of veiligheid én werknemers die in Hilversum wonen veroorzaken minder woon-werkverkeer en dragen daarmee bij aan een succesvolle mobiliteitstransitie. Er is nieuwe wetgeving in voorbereiding die beleidsruimte geeft om wonen voor specifieke doelgroepen te realiseren. Hilversum wil die ruimte pakken, vooral voor de ‘campussen’ op het Arenapark, Media Park en Monnikenberg.
We moeten ook zoeken naar manieren om de beroepsbevolking in te zetten bij deze transities. Dat biedt kansen voor praktijkgeschoold werk. We willen de inzetbaarheid van mensen die nu aan de kant staan vergroten. Daarbij denken we aan:
2. Bevorderen van innovatie en relatie tussen bedrijven en onderwijs Op het gebied van werkgelegenheid heeft Hilversum een duidelijk profiel, met een aantal sterke punten: media, onderwijs, zorg en innovatie. Hilver-
- Het beschikbaar krijgen van voldoende gekwalificeerd personeel om de energietransitie vorm te geven.
- Inzet van nieuwe technologie voor mobiliteitsvraagstukken. - Toepassen van kennis en kunde uit de gaming en mediawereld voor zorgvraagstukken zoals bijvoorbeeld zorg op afstand. 71
Ten slotte past bij het binden en boeien een hoog voorzieningenniveau. Dit past ook bij de centrumfunctie die Hilversum voor de regio Gooi en Vechtstreek heeft en wil behouden. Daartoe rekenen we:
- Circulaire economie, over het gebruik van reststromen en lokale samenwerkingen.
- Voorzieningen voor gezondheid, sport, veiligheid, welzijn, onderwijs en
Overigens ontstaat door extra bedrijvigheid in bijvoorbeeld de diensten- of financiële sector vaak ook dienstverlening die leidt tot veel praktijkgeschoolde werkgelegenheid (schoonmaak, onderhoud, transport, bewaking, horeca).
cultuur, winkels, leisure en horeca. Er zijn mogelijk slimme combinaties te maken tussen bijvoorbeeld horeca, cultuur en ontmoetingsplekken in de buurt.
- Station Hilversum als zwaartepunt in het regionale OV-systeem en goed 3. Binden en boeien van jongeren en middengroepen Hilversum krijgt de komende jaren te maken met vergrijzing en tegelijkertijd zal de beroepsbevolking afnemen. Vanuit die optiek is het belangrijk om jongeren en middengroepen aan de stad te binden. Dat gebeurt op drie manieren.
functionerende OV knooppunten bij Mediapark en Sportpark.
- Een bovengemiddeld deel van de (betaalbare) woningen, inwoners en arbeidsplaatsen in economische centra en woonwijken. 4. Een compact en aantrekkelijk centrum voor Hilversum en de regio Bij een hoog voorzieningenniveau hoort een aantrekkelijk centrum, dat ook voor de regio van betekenis is. De huidige ontwikkelingen in de economie betekenen dat we inzetten op het compacter maken van het winkelgebied van het centrum en dat we voor het versterken van de levendigheid werkruimte, dienstverlenende functies en woningen aan het centrum willen toevoegen. Goede voorbeelden zijn het besluit om de bibliotheek te verhuizen naar de Kerkbrink en het wonen boven winkels. De buurt- en wijkwinkelcentra zijn en blijven van belang voor de buurt. In gebiedsagenda’s kan worden onderzocht in hoeverre deze functies met voorzieningen en wonen kunnen worden versterkt.
De gemeente zet zich ten eerste in om samenwerking tussen onderwijs, kennisinstellingen en bedrijfsleven te verbeteren en - in regionaal verband - voor innovatiebudgetten. Een grote wens is het aantrekken van een reguliere HBO-instelling. Dat moet leiden tot stageplekken, banen en een zo breed mogelijk aanbod aan onderwijsinstellingen. Ten tweede is het woonbeleid van Hilversum steeds meer gericht op het bieden van kansen aan starters en werknemers in kritische sectoren als de zorg en het onderwijs. Dat doen we onder andere door de doorstroming van ouderen te bevorderen en meer aandacht te besteden aan studentenhuisvesting. Daarbij helpt de eerdergenoemde wetgeving die beleidsruimte geeft om wonen voor specifieke doelgroepen (zoals jongeren en middengroepen) te realiseren. Hilversum wil die benutten om bekende woningbouw-aandelen (33% sociaal, 50% midden, 17% duur) te verbijzonderen naar specifieke woonproducten voor doelgroepen, passend bij het gebied.
4.5.5 Partners De gemeente kan dit toekomstbeeld en de bijbehorende maatregelen niet zelf realiseren. Belangrijke partners van de gemeente zijn bijvoorbeeld de Economic Boards in Utrecht en Amsterdam, de MKB bedrijven, het platform 72
Economie, BV Hilversum, ondernemersverenigingen, grote bedrijven op het Mediapark en Arenapark, onderwijsinstellingen als het ROC en de (internationale) scholen, Tomin, UWV, het stadsfonds en Hilversum Marketing. De Omgevingsvisie is voor de gemeente het vertrekpunt voor het versterken van bestaande samenwerkingen en het aangaan van nieuwe. 4.5.6 Aanvullend onderzoek Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren is op onderdelen aanvullend onderzoek nodig. We denken daarbij aan:
- In beeld brengen van de behoefte aan arbeidsplaatsen vanuit bevolkingsgroei en vraagontwikkeling bedrijven. Daarbij is een onderscheid interessant tussen de algemene arbeidsvraag in de periode tot 2040 en de arbeidsvraag gericht op het inzetten van mensen die nu aan de kant staan.
- Onderzoek doen naar de mogelijkheden om bedrijven te verleiden te verhuizen naar een beter passende locatie om zo ruimte vrij te spelen voor ander typen bedrijvigheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verhuizen van kantoorachtige bedrijvigheid van de bedrijventerreinen naar het Arenapark, het station en het centrum om zo meer ruimte te bieden voor praktijkgeschoolde activiteiten op het bedrijventerrein.
- De consequenties van extra ruimte voor bedrijvigheid in beeld brengen voor andere ruimtevragers (o.a. wonen, mobiliteit en groen).
4.5.7 Visiekaart actief De kaart hiernaast bevat een ruimtelijke verbeelding van de hiervoor genoemde maatregelen voor actief. Daarbij is ook de tweezijdige oriëntatie vanuit de grootste OV-knooppunten weergegeven.
FIGUUR 4 ACTIEF HILVERSUM OP DE KAART
73
De PlanMER bevat allereerst een toetsingskader: hoe worden de effecten in beeld gebracht? Vervolgens is voor verschillende thema’s de huidige situatie objectief in beeld gebracht (op basis van de Foto van Hilversum en aanvullende databronnen), is beoordeeld wat de ontwikkeling zonder de Omgevingsvisie zou zijn (de autonome ontwikkeling) en wat de effecten van de maatregelen uit de Omgevingsvisie zijn (het ‘doelbereik’). Er worden scores van -/- tot +/+ gebruikt om de ontwikkeling te duiden. Daarnaast heeft Arcadis de effecten van de verschillende maatregelen op elkaar beoordeeld, het ruimtebeslag van alle maatregelen berekend en de ‘passende beoordeling’ gedaan. Bij die laatste beoordeling gaat het specifiek over de milieudruk van de maatregelen op Natura2000 gebieden.
4.6 Programmatische consequenties / ruimtebeslag De hiervoor beschreven doelen en maatregelen schetsen een ambitieuze visie op 2040. Dat is in Hilversum niet voor het eerst. Stadsarchitect Dudok stond zo'n 100 jaar geleden voor de grote opgaven van zijn tijd en pakte die innovatief en met lef aan. Anno 2022 gaat een belangrijk deel van het maatschappelijke en politieke debat over de mate waarin de opgaven waar Hilversum voor staat vormgegeven kunnen worden met behoud (en verbetering) van de breed erkende kwaliteiten van de stad. Daarnaast moeten de gekozen maatregelen passen bij de beschikbare hoeveelheid ruimte.
Het algemene beeld van de PlanMER is dat de Omgevingsvisie een aantal negatieve autonome ontwikkelingen ombuigt naar positieve effecten, maar ook dat er aandachtspunten zijn. De conclusies en aanbevelingen zijn verwerkt in paragraaf 4.6 en 4.7. Paragraaf 4.9 beschrijft hoe het college tegen die conclusies en aanbevelingen aankijkt.
In de Milieu Effect Rapportage krijgen we daarvan een indruk. Het externe bureau Arcadis heeft voor de gemeente daarin doelen en maatregelen zijn vertaald in aantallen en ruimtebeslag voor openbaar groen, woningen, voorzieningen, energietransitie, werklocaties en onderwijs.
De PlanMER wordt – na advies van de landelijke commissie MER – tegelijk met de ontwerp-Omgevingsvisie ter inzage gelegd is onderdeel van de uiteindelijke besluitvorming door de gemeenteraad over de Omgevingsvisie.
Aantallen en ruimtebeslag De denkrichting die het resultaat is van de participatie spreekt over 'gematigde groei om Hilversum vitaal te houden'. Arcadis heeft op basis van de Foto van Hilversum en andere databronnen een programmatische vertaling gemaakt: welk ruimtebeslag brengen de ambities met zich mee?
Kadertekst: de rol van de Milieu Effect Rapportage In hoofdstuk 1 is de rol van de Milieu Effect Rapportage bij het opstellen van de Omgevingsvisie kort beschreven. Ter ondersteuning van de visievorming en besluitvorming over de Omgevingsvisie doorloopt Hilversum de uitgebreide procedure van de Milieu Effect Rapportage (MER). Hilversum maakt daarvoor een zgn. PlanMER: een strategisch onderzoeksrapport dat in beeld brengt in hoeverre ambities van de gemeente in samenhang realiseerbaar zijn en wat dan de effecten van de Omgevingsvisie op de fysieke, economische en sociale leefomgeving zijn. Het ontwerp van de planMER is bijgevoegd als bijlage E. Hilversum heeft er voor gekozen een beoordeling uit te voeren op de ontwerp-Omgevingsvisie die ambtelijk tot stand is gekomen, tot aan de bestuurlijke behandeling. Uit de PlanMER volgen aanbevelingen voor het bestuur over het aanscherpen van de visie of voor vervolgbesluiten. De PlanMER speelt zo de rol van spiegel: het helpt bij het bestuurlijk agenderen van belangrijke issues. Het moet niet verward worden met een ‘rapportcijfer’ of ‘normenkader’ om de Omgevingsvisie te kwalificeren.
Voor openbaar groen is een theoretische norm uit de Atlas voor de Leefomgeving voor groen voor nieuwbouwlocaties genomen: 75m per woning. De huidige hoeveelheid groen per woning is in Hilversum thans ca 58m2. Om voor de bestaande voorraad woningen aan deze norm te voldoen, is ongeveer 74 hectare extra groen nodig. Nieuwbouw (zie wonen) leidt tot een extra vraag van ca 31 hectare extra groen. In totaal gaat het dus om 105 hectare nieuw openbaar groen als de norm wordt gevolgd. 74
Voor woningbouw vertaalt Arcadis ‘gematigde groei’ naar de autonome ontwikkeling van het aantal huishoudens. De berekening leidt tot een woningbouwopgave tot 4.900 woningen tot 2040, verdeeld over verschillende woonmilieus (20, 35 en 60 woningen per hectare). De plancapaciteit van Hilversum is zo’n 5.000 woningen (zie de onderstaande tabel met 50+ locaties), waarbij het merendeel ‘zachte’ plannen betreft. Ervaring is dat niet alle plannen gerealiseerd zullen worden. De in Nederland gebruikelijke inschatting is dat de plancapaciteit 130% is. 100% is dan zo’n 4.100 woningen. Het ruimtebeslag is afhankelijk van het woonmilieu 68 tot 205 ha. Voor dit ruimtebeslag is (dus) al plancapaciteit: het is dus niet ‘extra’.
Voor werk en economie heeft Arcadis de bouwsteen ‘1% economische groei’ uit de bouwsteen Economisch Perspectief doorgerekend: hoeveel ruimte is nodig om voldoende schuifruimte (‘strategische voorraad’) en 1% economische groei te bewerkstelligen. Dit leidt tot een ruimteclaim van 51,5 hectare. Voor de energietransitie gaat Arcadis er vanuit dat alle beschikbare grote daken in Hilversum worden benut voor zon-op-dak. Dat is 32 hectare. Om de energie-doelen te halen moet echter veel meer energie opgewekt worden. Om een inschatting van het ruimtebeslag te maken, heeft Arcadis aangenomen dat dit in de vorm van zon-op-land gebeurt. Dat vergt dan 66 tot 131 hectare ruimte. Voor mobiliteit en parkeren bleek de ruimteclaim niet te berekenen. Geadviseerd is om daar nader onderzoek naar uit te voeren.
Tabel: concept lijst woningbouwplannen 50+ locaties (2022). Opmerking: Arenapark wordt in het stedenbouwkundig plan afgeschaald. De inzet van het college is 850-900 woningen. Voor het Circusterrein zal eerst gewerkt worden aan 250 tijdelijke woningen
Op basis van het zgn. ‘Amsterdamse referentiemodel’ heeft Arcadis berekend dat de nieuwbouw circa 2,6 tot 3,7 hectare nieuwe voorzieningen vraagt voor gezondheidszorg, sport, ontmoeten, spelen, jeugd cultuur etc. Specifiek voor onderwijs is 1,2 tot 2,3 hectare nodig, om huidige tekorten weg te werken en capaciteit uit te breiden vanwege nieuwbouw van woningen. 75
Type ambitie
Indicatieve ruimteclaim
Openbaar groen
105 ha
Woningbouw
68 – 205 ha, afhankelijk van het woonmilieu
Voorzieningen nieuwbouw
2,6 – 3,7 ha
Energietransitie (zon op dak)
32 ha
Energietransitie (zon op land)
66- 131 ha
Werklocaties
51,5 ha
Mobiliteit en parkeren
Onbekend
Onderwijs
1,2 – 2,3 ha
Bovenstaande tabel bevat alle ruimteclaims. Opgeteld leiden de doelen en maatregelen uit hoofdstuk 4 tot een indicatieve ruimteclaim van 326 tot 531 hectare.
- De ruimte voor werk gezocht moet worden in hoogte/verdichting op bestaande werklocaties en werk in de wijken (meervoudig ruimtegebruik). Dit is een stevige uitdaging.
- Er ruimte voor de energietransitie moet worden gecreëerd, maar dat Deze getallen staan niet op zichzelf, maar moeten in het juiste perspectief worden beoordeeld. Er zijn drie perspectieven. Ten eerste zijn de getallen gebaseerd op een klassieke stadsuitbreiding: ze gaan uit van het onbebouwde oppervlak op maaiveld dat nodig is om deze aantallen te realiseren. Zo gebeurt dat in de regel in MER’s. In Hilversum is echter vrijwel uitsluitend sprake van inbreiding, waarbij er goede mogelijkheden zijn voor meervoudig ruimtegebruik, herstructurering en transformatie, bijvoorbeeld van de openbare ruimte. Ook hoogte is belangrijk: hoogte leidt tot minder benodigd oppervlakte op maaiveld.
pas goed kan bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte.
Oppervlakte (ha) 4634 Water Land
73 4561 2836 98% groen, buitengebied, agrarisch
buiten bebouwde kom binnen bebouwde kom
Ten tweede moeten we ons realiseren dat het ruimtebeslag voor wonen al grotendeels in onze planvoorraad zit. Deze Omgevingsvisie vraagt dus daarvoor niet extra. Als we wonen uit de ruimteclaim halen, resteert een claim van 258-294 ha voor groen, voorzieningen, werk, onderwijs en de energietransitie. Ten derde moeten we het ruimtebeslag afzetten tegen de huidige ruimte. Het grondgebied van Hilversum beslaat nu 4.635 hectare, waarvan zo’n 1.800 hectare in de bebouwde kom. Daarvan is 486 hectare openbare ruimte (groen en grijs). Van de grijze openbare ruimte is ca 40 ha openbare parkeercapaciteit op straat. De voorlopige conclusies zijn dat:
1798 groen OR
160
grijs OR
326
bebouwing
403
waarvan 40 ha parkeerplaatsen (36.000 ppl tov 41.000 auto's (2019)
corporatiewoningen
50
overig wonen
124
niet wonen
229
overig
909
Tabel: huidige oppervlakten in Hilversum In paragraaf 4.9 geeft het college verder aan hoe zij hier naar kijkt.
- De ruimte voor voorzieningen en onderwijs (3,8 – 6,0 hectare) relatief beperkt is en waarschijnlijk inpasbaar.
- Het realiseren van veel extra openbaar groen niet gaat in de openbare ruimte zonder de ruimte voor grijs te beperken. 76
leidsvelden. Dit is te zien aan de rode pijlen die de situatie van huidige situatie naar autonome ontwikkeling verbeelden. Uitzondering zijn geluid en lucht waarvoor autonoom een verbetering beoordeeld.
4.7 Conclusies toets MER De PlanMER is een veelomvattend en gedetailleerd rapport. Onderstaande figuur geeft in één oogopslag een samenvatting van de toetsing. In drie raderen zijn de huidige situatie, de autonome ontwikkeling (zonder Omgevingsvisie) en het doelbereik van de maatregelen uit de Omgevingsvisie weergegeven.
De maatregelen uit de Omgevingsvisie keren voor een aantal beleidsvelden de negatieve trend, die zou optreden zonder dat voorgenomen beleid: natuur, groen, water, klimaatadaptatie, wonen en veiligheid. Dat is te zien aan de groene pijlen in de figuur met het doelbereik. Arcadis constateert verder dat er nog voor een aantal beleidsvelden verbeteringen nodig zijn. Dit geldt met name voor geluid, bodem en ondergrond, klimaatverandering en -adaptatie, energietransitie, economie en werkgelegenheid, kunst en cultuur en onderwijs. Dat vraagt om meer maatregelen dan nu zijn geformuleerd. Arcadis adviseert voor drie typen maatregelen nader discussie te voeren: Energietransitie: maak scherper hoe de maatregelen bijdragen aan vermindering van het energiegebruik en het bereiken van de doelen voor energieopwekking in 2040 en zoek naar aanvullende maatregelen om de doelen te halen. Klimaatadaptatie: maak de maatregelen om hittestress te voorkomen, klimaatadaptief bouwen en omgaan met waterinfiltratie/hemelwater ontkoppelen concreter en formuleer maatregelen tegen natuurbranden. Balans in ruimteclaims: Arcadis wijst op de forse ruimtevraag en constateert dat de ruimtedruk vanwege woningbouw beperkt kan worden door bouwen in hogere dichtheden. Arcadis heeft gekeken in hoeverre deze drie onderwerpen spelen bij andere gemeenten.
Uit vergelijkbare planMER’en voor 12 omgevingsvisies van andere gemeenten komen deze punten ook dikwijls als issues naar voren. Dit is inherent aan het feit dat er twee betrekkelijk nieuwe problematieken in de omgevingsvisies op tafel liggen, namelijk energietransitie en klimaatadapta-
Beoordeling per beleidsveld Arcadis oordeelt dat in de gemeente Hilversum voor een aantal beleidsvelden de gewenste situatie onder druk staat bij autonome ontwikkeling, dat wil zeggen: een situatie zonder Omgevingsvisie. Dit geldt voor vrijwel alle be77
tie. Verder speelt het issue van de ruimteclaims ook in veel andere gemeenten omdat de ruimte beperkt is, omdat de energietransitie en klimaatadaptatie nieuwe ruimteclaims omvatten en omdat er een forse woningbouwopgave ligt in Nederland.
planten. Een ander voorbeeld is het uitbreiden van (praktijkgeschoolde) bedrijvigheid zonder het aantrekken van bedrijven met negatieve milieueffecten. Passende beoordeling In de zgn. Passende Beoordeling schat de PlanMER de mogelijke 19 effecten van de Omgevingsvisie op de natuurlijke kenmerken van de Natura-2000-gebieden Oostelijke Vechtplassen en Naardermeer. De hoofdconclusie is dat de Omgevingvisie uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming, mits bij nadere uitwerking van plannen en projecten rekening gehouden wordt met een beperkt aantal gesignaleerde risico’s of effecten op Natura 2000-gebieden. Dit vergt bij concrete plannen opnieuw een Passende Beoordeling en het verkennen van mitigerende maatregelen.
Beoordeling uit de ‘botsproeven’ De maatregelen per beleidsveld zijn ook in samenhang bekeken. Versterken zij elkaar of kunnen maatregelen aan meerdere doelen tegelijk bijdragen? Of betekent een verbetering in het ene beleidsveld een verslechtering in een ander beleidsveld?
Uit de botsproeven blijkt dat de meeste maatregelen elkaar versterken. Denk aan maatregelen rond klimaatadaptatie, groen en water die het hitte-effect tegengaan, of mobiliteitsmaatregelen die de luchtkwaliteit helpen verbeteren en geluidsoverlast verminderen. Omdat de MER kritisch van aard is, is in de tekst vooral nadruk gelegd op ‘botsingen’. De belangrijkste zijn:
Kennisleemten In de eerste paragrafen van dit hoofdstuk is per opgave aangegeven waar nog kennisleemten zijn en nader onderzoek nodig is. Arcadis heeft dit voor de PlanMER ook gedaan. Aanbevolen wordt om nadere dataverzameling door te voeren of nader onderzoek te doen naar:
Isolatie en architectonische waarde
Duurzaam stroom opwekken en landschappelijke waarden
Meer ruimte voor de fiets en voetganger en afname van ruimte voor de auto (negatief voor ‘autobereikbaarheid’)
Terughoudend zijn met transformatie van kantoorvilla’s (positief voor werk, minder mogelijkheden voor wonen)
Geluidsoverlast in/door een compacter centrum
Het realiseren van wonen voor specifieke doelgroepen en het verminderen van mogelijkheden voor andere doelgroepen.
En er zijn botsingen die goed te voorkomen zijn, hittestress en droogte in het buitengebied die kan worden voorkomen door de juiste soorten groen aan te
Een visie op landgoederen
Met betrekking tot biodiversiteit detailinformatie over de voorkomende soorten in Hilversum Prognoses over de toekomstige netto energievraag naar elektriciteit en warmte voor Hilversum Gemeentelijk beleid op energiebesparende maatregelen bij bedrijven/kantoren/maatschappelijk vastgoed Trends en ontwikkelingen met betrekking tot fietsverkeer, wandelen en verkeersveiligheid en specifiek de situatie voor voetgangers in het stationsgebied Trends en ontwikkelingen met betrekking tot gezondheid in Hilversum en met betrekking tot de groei, toegankelijkheid en het aanbod
78
van voorzieningen. Specifiek aandacht voor problemen met huisvesting van huisartsen. Een onderzoek naar de omvang van de ruimtevraag van sporten in de openbare ruimte. Ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid Gegevens over de stapeling van geluid (door o.a. evenementen, horeca, burenlawaai etc.)
visie (de Omgevingsvisie) en voorbereiding en uitvoering van meer sectoraal beleid en projecten. In amendement A22-59 (gemeenteraad juli 2022) heeft de gemeenteraad gevraagd eventuele discrepanties te signaleren en bij het vaststellen van de Omgevingsvisie voorstellen te doen hoe daarmee om te gaan. Daarnaast is bij de besluitvorming over het ‘verstedelijkingsconcept MRA’ (gemeenteraad februari 2022) aangegeven dat over de doorwerking ervan bij de Omgevingsvisie wordt besloten. De lijn daarbij is: mocht de Omgevingsvisie verandering van reeds vastgesteld beleid of projecten betekenen, dan wordt dat meegenomen bij de volgende actualisatie van het betreffende beleid/project. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld, prevaleert die. Tot het vaststellen van de Omgevingsvisie gaan we – bijvoorbeeld bij projecten – uit van vastgesteld beleid.
In paragraaf 4.9 reflecteert het college op deze conclusies en aanbevelingen
4.8 Conclusies beleids- en projectentoets In de Omgevingsvisie mogen alle onderwerpen die van belang zijn voor de toekomst van Hilversum aan de orde komen. Hoewel het gesprek met de samenleving bewust open is gestart met vragen naar de identiteit, kwaliteit en verbeterpunten van Hilversum en de Omgevingsvisie de integrale visie van Hilversum op de toekomst wordt, is er natuurlijk ook een bestaande situatie waartoe de Omgevingsvisie zich moet verhouden: -
Bijlage D bevat drie toetsen over de verhouding met de Omgevingsvisie: voor beleid, voor gebieds- en locatieontwikkelingen en voor het verstedelijkingsconcept MRA. De conclusies daaruit zijn als volgt. Het bestaande beleid past in de Omgevingsvisie. Of omgekeerd: er is geen beleid door de gemeenteraad vastgesteld dat niet in de Omgevingsvisie past. Wel is de Omgevingsvisie aanleiding om onderdelen van het beleid: - in de toekomst meer samenhangend of integraler op te stellen, zoals rondom voorzieningen en de verbinding vanuit het sociaal domein met het fysiek en economisch domein. Hoofdstuk 5 doet daar een voorzet voor. - Leemtes aan te vullen: erfgoed, economische ontwikkeling (m.n. het lange termijnperspectief) bodem, lucht en geluid. De Omgevingsvisie kan daar een goed vertrekpunt voor zijn.
De gemeenteraad van Hilversum heeft al veel beleid vastgesteld. Lopende het proces van de Omgevingsvisie werkt de gemeente aan actualisatie of nieuw beleid en projecten, zoals die zijn opgenomen in de programmabegroting en het coalitieakkoord. Denk aan het stedenbouwkundig plan voor het Arenapark, de gebiedsagenda centrum of het programma groen.
Bij het vaststellen van het bestuurlijk plan van aanpak voor de Omgevingsvisie (gemeenteraad maart 2021) heeft de gemeenteraad aangegeven niet het beleid en lopende planvorming in Hilversum te willen stilleggen in afwachting van de Omgevingsvisie. Er wordt (dus) gelijktijdig gewerkt aan een integrale
Of beleid geïntensiveerd moet worden (halen we met dit beleid de doelen?) is onderdeel van de MER-beoordeling.
79
De programma’s uit hoofdstuk 5 bieden de projecten meer houvast om beleid te concretiseren naar het niveau van projecten. We denken daarbij specifiek aan: - Het hebben van heldere ambities voor de energie/warmtetransitie, een heldere rolneming door de gemeente en het uitwerken van doelen en mogelijkheden in concrete toepasbare oplossingen. - Meer toepasbaarheid geldt ook voor het thema wonen. Voor de projecten helpt om de huidige verdeling 33-50-17 uit te werken naar concrete(re) woonproducten voor concrete doelgroepen. Voor het versnellen van woningbouw helpt het harder maken van de planvoorraad of het innemen van grondposities door de gemeente. - Heldere ontwikkelregels voor parkeren en het gebruik van de openbare ruimte. - Een nota bovenwijks kostenverhaal. Het idee is dat de markt meer kan bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen en dat vormen van ‘uitruil’ projecten kunnen versnellen. Als voorbeeld: in projecten kunnen meer duurzaamheids/energieambities worden gerealiseerd (‘een stap extra') als er concrete mogelijkheden en financiering is.
Alle lopende projecten en initiatieven passen in de Omgevingsvisie, of beter: de Omgevingsvisie is geen aanleiding om deze projecten en initiatieven stop te zetten. Integendeel: in veel projecten zijn de grote opgaven uit hoofdstuk 3 en de maatregelen uit hoofdstuk 4 aan de orde en wordt integraal gekeken. Denk aan de plannen voor het Stationsgebied of het Arenapark. In projecten altijd een gezonde spanning. Aan de ene kant zijn projecten bij uitstek geschikt om doelen uit de Omgevingsvisie vorm te geven en te versnellen. Aan de andere kant kunnen we niet eindeloos ambities stapelen: business cases moeten wel sluiten en de ruimte is niet oneindig. Het opplussen van ambities in reeds ingekaderde projecten verdient geen aanbeveling. Wel kunnen we in projecten waar planvorming nog loopt mogelijk extra inzetten op de doelen uit de Omgevingsvisie. We denken aan: - In Arenapark maximaal inzetten op duurzaamheidsmaatregelen (d.w.z. op een hoger niveau dan het wettelijk minimum of de BENG) en het functioneren van/investeren in het OV knooppunt en maatschappelijk vastgoed (school en integraal sportcomplex). - In het stationsgebied de ruimte voor de auto beperken. Hierbij doelen we vooral op het afwaarderen van de centrumring, met als gevolg meer ruimte voor voetgangers en fietsers en stimuleren van alternatieven voor de auto.
- In 1221 moeten we voor verschillende locaties nog Locatie Ontwikkelplannen met initiatiefnemers overeenkomen. Hierin kunnen we de reeds in gang gezette beweging naar minder verstening/meer groen/betere openbare ruimte versterken door minder parkeren te realiseren. Dit maakt de plannen (nog) beter en maakt de business case waarschijnlijk haalbaarder.
Wanneer de Omgevingsvisie is vastgesteld, kan een analyse gemaakt worden in welke projecten eventueel extra doelen gerealiseerd kunnen worden, of projecten versneld kunnen worden. Ook de Omgevingsvisie Hilversum 2040 en het verstedelijkingsconcept MRA sluiten goed op elkaar aan. Veel onderwerpen en maatregelen uit hoofdstuk 3 en 4 van de Omgevingsvisie die bovenlokaal van karakter zijn – denk aan water, bodem, mobiliteit en landschap – zijn ook onderdeel van het verstedelijkingsconcept. Zowel de Omgevingsvisie als het verstedelijkingsconcept behoeven geen aanpassing.
80
Om te komen tot het voorliggende ontwerp van de Omgevingvisie, is dit beeld verrijkt met trends en ontwikkelingen, het reeds door de gemeenteraad vastgestelde beleid en de politieke afspraken uit het coalitieakkoord 2022-2026. De voorliggende ontwerp-Omgevingsvisie werd daarmee een brede, veelomvattende visie, die richting geeft aan de toekomst van Hilversum.
4.9 Politieke beschouwing In 2021 en 2022 hebben we het beeldvormende gesprek met de gemeenteraad en de samenleving over de toekomst van Hilversum intensief gevoerd. De Denkrichting uit de participatie schetste een helder beeld hoe de samenleving naar die toekomst kijkt. De identiteit en de te koesteren waarden zijn goed verwoord en er zijn vier bakens gezet:
Dorp én stad. Hilversum is een regionale centrumgemeente in balans die het beste van twee werelden biedt: dorps karakter (voorzieningen dichtbij in de wijken) en stadse voorzieningen (cultuur, ziekenhuis, centrum, sport). Hilversum is een woon- én een werkgemeente. Ontwikkelen binnen de bestaande stad. We koesteren de natuur en het idee van de compacte tuinstad. Daarom vernieuwen en ontwikkelen we alleen binnen de bestaande stadsgrenzen en niet daarbuiten. Gematigde groei voor vitaliteit. Een zekere mate van groei is wenselijk met oog op een vitale toekomst van Hilversum. Door te ontwikkelen blijft de stad levendig en de wijken en buurten gezond. Het bevordert doorstroming op de woningmarkt en houdt voorzieningen in buurten levensvatbaar. Uit de participatie blijkt geen draagvlak voor een fors groeiscenario, opgelegd van bovenaf. Er is net zo weinig draagvlak voor een ‘stand-still’ scenario. Wat dan resteert is een scenario van gematigde groei. Dat past bij Hilversum. Vernieuwen passend bij kwaliteiten. Vernieuwen en ontwikkelen doen we passend bij de kwaliteiten van de gebieden, in gesprek met inwoners en organisaties en op basis van onderzoek wat kan en nodig is. Dat betekent in principe ontwikkeling in alle wijken en werklocaties, maar wel in elk gebied op basis van de identiteit, wensen en opgaven. We doen niet alles overal tegelijkertijd, maar gefaseerd.
De looptijd van de Omgevingsvisie beslaat immers 5 bestuursperiodes.
Hilversum is een sterke, dynamische centrumgemeente in een omgeving van grote steden. Die grote steden groeien in rap tempo door, waardoor Hilversum relatief gezien kleiner wordt. Hilversum wil zich ontwikkelen en vernieuwen om sterk te blijven en koestert tegelijk de breed erkende kwaliteiten. Dat geldt voor het sociale weefsel, voor de economie en de fysieke leefomgeving. De brede ontwerp-Omgevingsvisie gaat over meer onderwerpen dan alleen de vijf onderwerpen die in de participatie als ‘verbeterpunten’ werden genoemd (versterken groene kwaliteiten, nieuwe prioriteiten in de openbare ruimte, inpassen van de energie- en klimaattransitie en bouwen aan sterke, wijken vanuit bestaande kwaliteiten en gemeenschappen). Alle onderwerpen uit de ontwerp-Omgevingsvisie zijn wat het college betreft relevant voor de verdere ontwikkeling en vernieuwing van Hilversum. De spiegel die de PlanMER ons voorhoudt, laat zien dat het goed mogelijk is de benodigde ontwikkeling en vernieuwing in Hilversum vorm te geven op basis van de eigen identiteit en met behoud en verbetering van de leefkwaliteit. En zelfs dat die ontwikkeling en vernieuwing nodig zijn om autonome ontwikkelingen ten positieve bij te sturen: stilzitten betekent kwetsbaarder worden. Tegelijk laat de PlanMER duidelijk zien dat er in de Omgevingsvisie 81
nog spanning is: dilemma’s die om politieke richting vragen. Ook die spanning is een deel van de Hilversumse identiteit.
Wat klikken we vast? Werk, economische vitaliteit en wendbaarheid zijn belangrijk voor het sterk houden van Hilversum. Er is een nadrukkelijke link tussen de economische en sociale agenda van Hilversum. Economische vitaliteit is geen vanzelfsprekendheid. We zien dat het verder benutten van onze sterke sectoren kansrijk is, maar ook dat ons economische profiel robuuster, diverser en wendbaarder moet worden: naast media ook zorg/health en praktijkgeschoold werk. Dat vraagt meer ruimte, voor doorgroei en innovatie. Het berekende ruimtebeslag voor economie en werk (51,5 ha) zien wij als indicatief. Wij klikken vast dat een groot deel van deze ruimte gevonden moet worden door te intensiveren op bestaande werklocaties, zoals het Arenapark, Crailo en in de gebiedsagenda’s Zuidwest en Mediapark. Een ander deel vinden we door werk in de wijk goed in stelling te brengen en kritisch te blijven op transformatie van werklocaties naar wonen. Nieuwe grootschaliger werklocaties komen richting 2040 alleen aan de orde wanneer het ons niet lukt de benodigde ruimte op bestaande locaties te vinden. We geven hier verder handen en voeten aan in een langjariger economische visie, het stedenbouwkundig plan Arenapark en gebiedsagenda’s voor Zuidwest en het Mediapark.
De ontwerp-Omgevingsvisie en de PlanMER – met al hun doelen, maatregelen en scores – kan een sterk gevoel van ‘maakbaarheid’ oproepen. Het college ziet richting 2040 juist veel onzekerheden over hoe de economie, het klimaat en de samenleving zich zullen ontwikkelen. Afwachten is wat het college betreft echter geen optie: hoe robuuster we worden, hoe beter we de opgaven in 2040 en verder aankunnen. De Omgevingsvisie geeft daarvoor nu de benodigde richting en klikt een aantal zaken vast. Maar het is ook nodig periodiek bij te sturen, ruimte te laten voor nieuwe coalities en langzamerhand ook naar de periode na 2040 te gaan kijken. Voor het bijsturen heeft de politiek het primaat. Ruimteclaims Een belangrijke conclusie is dat de verschillende functies in Hilversum over het algemeen op de goede plek liggen. Er is wat dat betreft geen aanleiding voor grootschalige transformatie. Wel bevat de Omgevingsvisie veel ruimteclaims, die ergens in de stad een plek moeten krijgen. De PlanMER roept op tot duidelijkheid over hoe we naar die ruimteclaims kijken. Er is daarbij geen regel die zegt dat de Omgevingsvisie nu een puzzel moet opleveren die ‘past’. Bovendien moeten nog veel zaken geconcretiseerd worden voordat de puzzel goed gelegd kan worden.