CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsvisie

GEMEENTERAAD 1 februari 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Concept Omgevingsvisie (1161393)44.695 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

OntwerpOmgevingsvisie Hilversum 2040 Duurzaam, actief, met kansen voor iedereen

Ontwerp voor de gemeenteraad van 1 februari 2023

zetten op het gebied van duurzaamheid. Het gaat dan om energie, het hergebruik van grondstoffen en inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. Maar het gaat ook over de natuurgebieden om de stad. Ten tweede maken we actief werk van een robuuste, wendbare economie. Vitale wijken en werklocaties zijn nodig om met de demografische ontwikkelingen om te gaan: toename van het aantal ouderen en afname van het aantal werkenden. De derde opgave gaat over meedoen. Met welvaart die zo goed mogelijk is verdeeld en een stevige sociale cohesie: Hilversummers die vitaal, gezond en veilig aan de samenleving kunnen meedoen. Deze opgaven lopen als rode draden door deze Omgevingsvisie heen.

Samenvatting en voorwoord Een Omgevingsvisie van betekenis In deze Omgevingsvisie zet Hilversum de koers uit voor de periode tot 2040. Het belangrijkste doel is dat Hilversum een fijne plek blijft om te wonen, werken en verblijven. Hilversum bestaat binnenkort 600 jaar. In de afgelopen eeuwen heeft Hilversum zich steeds opnieuw ontwikkeld. Nijverheid stond daarbij centraal, want Hilversum is een stad van ‘makers’. In de 20e eeuw maakte Hilversum grote sprongen, eerst als Tuinstad aan de hand van stadsbouwmeester Dudok, daarna als Mediastad van Nederland.

Denkrichting: 'Hilversum, het beste van twee werelden’ Ruim 5.000 Hilversummers waren betrokken bij het tot stand komen van deze Omgevingsvisie: van inwoners en bewonersorganisaties tot maatschappelijke organisaties en bedrijven. De vele en goede gesprekken hebben een duidelijke denkrichting opgeleverd die in deze Omgevingsvisie verder is uitgewerkt: Hilversum, waar het beste van twee werelden te vinden is.

Hilversum staat nu voor een volgende sprong in de eigen ontwikkeling. We schrijven dit op een moment waarop de wereld om ons heen volop in beweging is en zelfs op onderdelen in crisis verkeert: we hebben te maken met een vluchtelingencrisis, een woningcrisis, een energiecrisis, een stikstofcrisis en een klimaatcrisis. Maar we leven ook in een tijd van nieuwe kansen.

Hilversum is een gewaardeerde plek met kwaliteiten om te koesteren: het groen in en om Hilversum, de architectuur van Dudok en het ‘dorpse’ karakter in combinatie met de aanwezigheid van ‘stedelijke’ voorzieningen.

Die kansen en opgaven waar we voor staan, zijn meer dan ooit met elkaar verweven. En ze zijn voelbaar voor elke Hilversummer. Een helder toekomstbeeld en – vooral – de gesprekken met de samenleving daarover zijn daarom nu en in de toekomst onmisbaar.

Uitgaande van die kwaliteiten wil Hilversum ook in 2040 een volwaardige centrumgemeente voor de regio Gooi en Vechtstreek zijn, waar sprake is van een goede balans tussen dorpse en stedelijke kwaliteiten. We koesteren ook de natuur om ons heen en daarom ontwikkelt Hilversum zich de komende twintig jaar binnen de bestaande stad. Dat betekent dat we zorgvuldig en slim met de beschikbare ruimte zullen omgaan. Een reële mate van groei zal

Duurzaam, actief, met kansen voor iedereen We zien voor de toekomst van Hilversum drie grote opgaven om de sterke positie van Hilversum te bestendigen. Hilversum wil ten eerste grote stappen 2

daarbij nodig zijn om actief te blijven, maar we kijken altijd per wijk wat de bestaande kwaliteiten zijn en wat er mogelijk is.

De status van dit document Dit document is de concept-Ontwerp-Omgevingsvisie (hierna afgekort tot ‘Omgevingsvisie’), geschreven voor een eerste bespreking in de gemeenteraad. We vinden van belang dat – voor raadsleden en voor deelnemers aan de participatie – goed navolgbaar is hoe we tot dit concept zijn gekomen. Dat is als volgt.

Hilversum koesteren Het zal vijf bestuursperiodes duren voordat het 2040 is. De Omgevingsvisie geeft volop aanleiding om al in deze bestuursperiode flink aan de slag te gaan. Dat is goed mogelijk, omdat er veel parallellen zijn tussen de Omgevingsvisie en het coalitieakkoord ‘Hilversum Koesteren’. Bijvoorbeeld als het gaat om het vinden van balans tussen groeien om vitaal te blijven en recht doen aan de Hilversumse kwaliteiten. Tegelijk staat in hoofdstuk 2 van het coalitieakkoord dat er bereidheid is om plannen aan te passen als de Omgevingsvisie daarom vraagt. Als de gemeenteraad de Omgevingsvisie vaststelt, wordt die leidend.

1. Op basis van de participatieopbrengst (gemeenteraad,13 juli 2022), het bestaande beleid dat door de gemeenteraad is vastgesteld, het coalitieakkoord en de Hilversumse trendstudie 2022-2026 is ambtelijk een ontwerp-visie opgesteld. Dit betreft de hoofdstukken 2 tot en met paragraaf 4.5. 2. De ontwerp-visie is getoetst in een concept Milieu Effect Rapportage (PlanMER) door een onafhankelijk bureau. De PlanMER is geen normenkader of een ‘rapportcijfer’, maar fungeert voor de gemeente als spiegel. Uit de concept MER blijkt feitelijk hoe zeker het is dat de doelen uit de visie haalbaar zijn, welke positieve of negatieve effecten maatregelen uit de visie zullen hebben en tot welke ruimtevraag de doelen leiden. Daarnaast heeft de gemeente zelf een toets gedaan hoe de ontwerp-visie zich verhoudt tot bestaand beleid en projecten. De conclusies staan in de paragrafen 4.6 tot en met 4.8.

Werken met de Omgevingsvisie Onze bedoeling is dat de Omgevingsvisie ‘levend’ blijft. Het toekomstbeeld uit de visie wordt na vaststelling geconcretiseerd in thematische en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen, de zogenaamde ‘programma's’. Die kunnen bijvoorbeeld ingaan op een opgave of een gebied en worden opnieuw samen met inwoners, organisaties en ondernemers gemaakt. De Omgevingsvisie zelf wordt geactualiseerd als het nodig is om de koers richting de toekomst bij te stellen. Het gesprek met de samenleving over de toekomst is daarom wat het college betreft een voortdurend gesprek, met de Omgevingsvisie als nuttig middel.

3. Uit de toets volgen knel- en gesprekspunten, die vragen om politiek debat. De belangrijkste gaan over de ambities voor de energietransitie en de ruimte voor wonen, werk en voorzieningen. In paragraaf 4.9 staat hoe het college daar naar kijkt.

3

Wij stellen ons voor dat onze beschouwing in paragraaf 4.9 centraal staat in het raadsdebat over dit ontwerp. In het raadsdebat horen wij graag hoe de raad kijkt naar de conclusies uit 4.6 tot en met 4.8 en of men zich kan vinden in de beschouwing in paragraaf 4.9.

Kadertekst stad of dorp: het beste van twee werelden Is Hilversum nou een stad of een dorp? Deze discussie is ook bij het opstellen van de Omgevingsvisie uitgebreid gevoerd. Dat was niet voor het eerst en waarschijnlijk ook niet voor het laatst. Wat de discussie zo lastig maakt is dat Hilversum eigenlijk hecht aan beide kwaliteiten. Aan de ene kant zijn er de aantrekkelijke dorpse woonmilieus, waarbij mensen hun buren kennen en er een sterk sociaal netwerk is. Maar aan de andere kant hechten mensen ook aan een breed aanbod aan werk en de aanwezige stedelijke voorzieningen als het ziekenhuis, winkels en cultuur in het centrum en een grote keuze aan onderwijsen sportvoorzieningen. Hilversum wil eigenlijk het beste van twee werelden.

Na de raadsbehandeling geeft de ontwerp-Omgevingsvisie en de ontwerp Milieu Effect Rapportage vrij voor inspraak door de samenleving. Na verwerking van de inspraakreacties stelt de gemeenteraad in 2023 de Omgevingsvisie definitief vast.

Hoewel Hilversum geen stadsrechten heeft is de discussie ‘stad of dorp’ in functioneel opzicht overigens prima te beslechten. Op basis van inwoneraantal, een uiteenlopend woningaanbod en aanwezige voorzieningen (ziekenhuis, stations, middelbare scholen enz.) is Hilversum een stad. In deze Omgevingsvisie wordt Hilversum daarom aangeduid als stad. Dat betekent nadrukkelijk niet dat de dorpse kwaliteiten van Hilversum daarmee uit beeld zijn. De ondertitel van deze Omgevingsvisie is niet voor niks ‘het beste van twee werelden: dorp en stad’.

Wij kijken uit naar het debat in de gemeenteraad en de reacties uit de samenleving.

Het college van Burgemeester en Wethouders van Hilversum

4

Inhoudsopgave Samenvatting

—

Inleiding

—

1. Werkwijze & toepassing 1.1 Een visie voor en door Hilversum 1.2 Overige producten 1.3 Toepassing Omgevingsvisie 2040

— — — —

2. Waar staat Hilversum? 2.1 Van schapendorp tot Mediastad 2.2 Positie in de regio 2.3 Participatieopbrengst: hoe kijkt Hilversum naar zichzelf 2.4 Lopende projecten

— — — — —

3. Trends & opgaven 3.1 Inleiding 3.2 Trends en ontwikkelingen 3.3 Drie samenhangende opgaven

— — — —

4. Visie 2040 4.1 Inleiding 4.2 Ruimtelijke keuzes voor heel Hilversum 4.3 Duurzaam Hilversum 2040 4.4 Meedoen Hilversum 2040

— — — —

4.5 Actief Hilversum 2040 4.6 Programmatische consequenties / ruimtebeslag 4.7 Conclusies MER 4.8 Conclusies beleids- en projectentoets 4.9 Politieke beschouwing

— —

5. Toepassing van de Omgevingsvisie 5.1 De Omgevingsvisie als stip op de horizon 5.2 De Omgevingsvisie als toetsingskader 5.3 De Omgevingsvisie als basis voor uitwerking 5.4 De Omgevingsvisie als basis voor kostenverhaal 5.5 De Omgevingsvisie als basis voor monitoring 5.6 Fasering en prioritering

— — — — — — —

Losse bijlagen Bijlage A – Geactualiseerde samenvatting Omgevingsfoto Hilversum Bijlage B – Denkrichting participatie Bijlage C – Hilversumse trendstudie 2022-2026 Bijlage D – Beleids- en projectentoets Bijlage E – Milieu Effect Rapportage (1) en Passende Beoordeling (2) Bijlage F – Voorzet voor een Hilversums toetsingskader Bijlage G - Kaartenbijlage

5

Visie op hoofdlijnen, uitwerking in programma’s Een Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen, waarbij ver vooruit wordt gekeken. Dat betekent dat keuzes worden gemaakt op de schaal van de gemeente als geheel. Zo wordt in deze Omgevingsvisie bijvoorbeeld aangegeven op welk type bedrijvigheid Hilversum zich wil richten in de periode tot 2040. Maar er wordt niet tot in detail vastgelegd waar welke bedrijven moeten komen. Hetzelfde geldt voor de energietransitie. Hilversum wil energieneutraal zijn in 2050. Dat betekent onder andere dat er meer ruimte moet komen voor zonne-energie op (grote) daken. Ook dat is een keuze op hoofdlijnen, want er wordt niet precies vastgelegd op welk dak zonnepanelen komen. Met andere woorden: in een Omgevingsvisie worden de grote beslissingen genomen, maar daarbinnen blijft speelruimte voor nadere uitwerking, bijvoorbeeld in wijken, het buitengebied of op werklocaties. Dat biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij die uitwerking rekening te houden met de identiteit, opgaven en mogelijkheden van de verschillende gebieden. Het adagium uit de Omgevingswet is: “De Omgevingsvisie blijft, de Programma’s veranderen”. Dat passen we ook in Hilversum toe.

Na vaststelling van de Omgevingsvisie gaan we aan de slag met programma’s voor gebieden en thema’s, waarin de toets met uitvoerbaarheid, tijd, geld en capaciteit gemaakt wordt en uitvoeringsprioriteiten worden gesteld.

Inleiding 1. Waarom een Omgevingsvisie voor Hilversum? Wat is een Omgevingsvisie In deze Omgevingsvisie staat wat voor gemeente Hilversum in 2040 wil zijn en hoe we daar kunnen komen. Met het opstellen ervan speelt Hilversum in op de toekomstige Omgevingswet, waarin de Omgevingsvisie is aangewezen als een van de belangrijke instrumenten. Een Omgevingsvisie moet volgens de wet een integrale visie op de toekomst bevatten. Dat betekent dat in de Omgevingsvisie op hoofdlijnen alle belangrijke opgaven bij elkaar worden gebracht en keuzes worden gemaakt op het niveau van de stad. Volgens de Omgevingswet gaat een Omgevingsvisie over de ‘fysieke leefomgeving’.1 Of anders gezegd: over alles onder, op en boven de grond dat van invloed is op de plekken waar we wonen, werken en verblijven. De centrale vraag daarbij is steeds hoe we onze leefomgeving zo mooi, gezond en veilig mogelijk kunnen maken. Dat doen we voor alle (toekomstige) inwoners, werknemers, bedrijven en bezoekers van Hilversum. Dat doen we ook voor de natuur, flora en fauna in de zo gekoesterde natuur in en om Hilversum. Hilversum kijkt in de Omgevingsvisie verder dan alleen de fysieke leefomgeving. Alles mag aan de orde komen, zoals het sociaal domein en de economie. In de Omgevingsvisie van Hilversum wordt alles in samenhang bekeken.

Toekomstbeeld 2040 Hilversum kijkt 20 jaar vooruit en schetst dus een toekomstbeeld voor 2040. Het doel van de Omgevingsvisie is vooral om met behulp van dat toekomstbeeld de kaders te schetsen waarbinnen plannen voor de toekomst gemaakt kunnen worden. Op onderdelen worden ook concrete voorstellen gedaan.

1 Bron: factsheet Omgevingsvisie VNG.

6

Dat gebeurt vooral voor de korte(re) termijn, door terug te redeneren vanuit het toekomstbeeld en zo de eerste stappen op weg naar dat toekomstbeeld te bepalen.

zelfs al in 2018 een Omgevingsvisie vastgesteld: de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Een samenvatting van beide visies is te vinden in Bijlage C bij deze Omgevingsvisie.

De Omgevingsvisie 2040 volgt de Structuurvisie 2030 op Na vaststelling door de gemeenteraad is de Omgevingsvisie de opvolger van de Structuurvisie Hilversum 2030. Vergeleken met de Structuurvisie is de Omgevingsvisie nog een stuk integraler. Dat komt omdat naast traditionele ruimtelijke onderwerpen als wonen, verkeer en groen nu ook sociale aspecten als gezondheid en welzijn worden meegenomen. Dat past goed bij het idee van de Tuinstad, waarbij welvaart werd gezien als welzijn voor iedereen.

Grote opgaven vragen om een nieuwe visie Een wettelijke plicht is op zich voldoende aanleiding om een Omgevingsvisie op te stellen. Maar ook zonder de Omgevingswet is Hilversum toe aan een actualisatie van het toekomstbeeld. Ten opzichte van de Structuurvisie uit 2013 zijn er trends en ontwikkelingen die leiden tot nieuwe opgaven, waar antwoorden op nodig zijn. Zo dreigen verschillen in de samenleving groter te worden. Voor veel mensen wordt het lastiger om mee te kunnen doen of mee te komen omdat ze bijvoorbeeld geen betaalbare woning kunnen vinden, energie te duur wordt en er te weinig banen zijn voor mensen die met hun handen werken. En als we nu niet ingrijpen zal de kwaliteit van de leefomgeving steeds meer onder druk komen te staan. Het gaat dan om vervuiling en overlast, maar bijvoorbeeld ook om ruimtegebrek op straat. Daardoor kunnen mensen elkaar steeds minder goed ontmoeten, is er te weinig ruimte om te bewegen en spelen kinderen minder buiten. Klimaatverandering leidt bovendien tot aanvullende problemen, bijvoorbeeld door extreme regenbuien, lange periodes van droogte of hoge temperaturen die leiden tot hittestress. Een laatste voorbeeld van een concrete opgave is de veranderende bevolkingssamenstelling. Door bijvoorbeeld vergrijzing ontstaat steeds meer behoefte aan kleinere en betaalbare woningen.

Die zijn er nu in verschillende wijken te weinig, waardoor de beschikbare grotere woningen niet vrijkomen voor jonge gezinnen.

De Omgevingsvisie vervangt niet direct al het sectorale beleid dat de gemeenteraad (recent) heeft vastgesteld, zoals de woonvisie of de mobiliteitsvisie. Keuzes in de Omgevingsvisie worden waar nodig bij een volgende actualisatie van het sectorale beleid verwerkt. Bij eventuele discrepanties heeft de Omgevingsvisie ‘voorrang’. In hoofdstuk 5 wordt dit verder toegelicht. Omgevingswet De Omgevingswet treedt waarschijnlijk op 1 juli 2023 in werking. De wet verplicht alle gemeenten in Nederland om voor het eigen grondgebied een Omgevingsvisie op te stellen. Hoewel de Omgevingswet nog niet in werking is getreden is het al wel mogelijk om vooruitlopend op de wet een Omgevingsvisie op te stellen. Veel gemeenten maken daar gebruik van en ook Hilversum voldoet met het opstellen van deze Omgevingsvisie aan de wettelijke eisen.

Dit is een greep uit de opgaven waar Hilversum voor staat. De lijst is nog veel langer. Het heeft ertoe geleid dat Hilversum, net als in de periode toen Dudok werd aangesteld, opnieuw behoefte heeft aan een visie voor de lange

Ook het Rijk en alle provincies maken een Omgevingsvisie. In 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De provincie Noord-Holland heeft 7

termijn en die meer dan ooit vraagt om vernieuwende en creatieve oplossingen, stevige keuzes en een goede samenwerking tussen overheid en samenleving.

er dan ook in alle soorten en maten: kort en lang, globaal of juist meer gedetailleerd en in de vorm van een website of rapport. Zelfs een video is mogelijk. Hilversum heeft ervoor gekozen de visie op de toekomst te beschrijven in dit rapport. Daarnaast zal de Omgevingsvisie gepubliceerd worden op www.ruimtelijkeplannen.nl, zodat hij ook digitaal is in te zien.

Andere instrumenten uit de Omgevingswet De Omgevingsvisie is niet het enige instrument in de Omgevingswet. Andere belangrijke instrumenten zijn het Programma en het Omgevingsplan. Een Programma bevat straks o.a. een uitwerking van de Omgevingsvisie, gericht op het realiseren van het toekomstbeeld. Het gaat over de grootste opgaven uit de Omgevingsvisie, zoals mobiliteit, wonen, groen, welzijn en economie2, maar ook over specifieke gebieden, zoals wijken of werklocaties. Het Omgevingsplan vervangt het huidige Bestemmingsplan en bevat daarmee de juridische regels voor de ruimtelijke inrichting van Hilversum. Inwoners, ondernemers en organisaties kunnen in de toekomst in het Omgevingsplan onder andere vinden wat wel en niet mag worden gebouwd op verschillende plekken in de gemeente en welke regels gelden voor het gebruik en de inrichting van de leefomgeving.

Eisen aan de inhoud Vormvrij betekent niet dat de Omgevingswet helemaal geen eisen stelt aan de inhoud van een Omgevingsvisie. Volgens de Omgevingswet moet een Omgevingsvisie in elk geval de volgende onderdelen bevatten: 1. Een beschrijving van de huidige kwaliteit van de leefomgeving. Het gaat dan om wat er nu is en wat mensen daarvan vinden. Wat is goed? Maar ook: wat kan beter? 2. De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, oftewel een gewenst toekomstbeeld. Dit toekomstbeeld gaat over waar we met z’n allen naar toe willen: het gaat over gebruik, beheer, ontwikkeling, bescherming en behoud van het grondgebied van de gemeente. 3. De hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het gaat er dan om wat de doelen zijn en de interventies op de korte, middellange en lange termijn.3

2. Wat voor Omgevingsvisie maakt Hilversum? Vormvrij document Volgens de Omgevingswet is de Omgevingsvisie een vormvrij document. Dat wil zeggen dat elke gemeente zelf mag bepalen hoe de eigen Omgevingsvisie eruit komt te zien. Dit moet gemeenten de vrijheid geven een Omgevingsvisie te maken die past bij de eigen opgaven en wensen. Omgevingsvisies zijn

Het eerste punt is te vinden in hoofdstuk 2. Het tweede en derde punt zijn te vinden in de hoofdstukken 3, 4 en 5.

2 Bron: artikel 3.5 van de Omgevingswet.

3 Bron: factsheet Omgevingsvisie VNG.

8

Wettelijke kaders Daarnaast zijn er verschillende wettelijke kaders waar de Omgevingsvisie zich aan moet houden. Zo moet worden voldaan aan bestaande wet- en regelgeving en bijvoorbeeld doelstellingen van het Rijk op het gebied van energie en grondstoffen. Om één voorbeeld te noemen: we hebben in Nederland bepaald dat we in 2050 (bijna) energieneutraal willen zijn.4 Ook Hilversum heeft hieraan te voldoen. Een Omgevingsvisie mag dus niet in strijd zijn met de wet en afspraken die gemaakt zijn door Rijk en provincie.

De status van de Omgevingsvisie Een Omgevingsvisie is een zogenaamd zelfbindend document. Dat wil zeggen dat de gemeente zichzelf na vaststelling verplicht om zich aan de eigen visie te houden bij het maken van toekomstige keuzes. Een Omgevingsvisie geeft ruimtelijke contouren aan, maar krijgt in de Omgevingswet verder geen juridische status: je kunt er niet mee naar de rechter stappen. Die rol is in de toekomst weggelegd voor het Omgevingsplan. Meer toelichting daarop wordt in hoofdstuk 5 gegeven.

Opdracht van de gemeenteraad Voor het invoeren van de Omgevingswet in Hilversum heeft de gemeenteraad al in 2017 drie leidende principes vastgelegd: pionieren, participatie en aanpassen met het vizier naar buiten. Overige kernbegrippen zijn nauwe betrokkenheid van de gemeenteraad, integrale aanpak, strategische vraagstukken en regionale samenwerking.5

3. In stappen naar een definitieve Omgevingsvisie Hilversum maakt een Omgevingsvisie in vier stappen: 1. In beeld brengen van de huidige situatie door het maken van een ‘Omgevingsfoto’ met feiten en cijfers. De Omgevingsfoto is in 2021 door de gemeenteraad meegegeven voor de participatie in stap 2. 2. Het verkennen van mogelijke denkrichtingen over het Hilversum dat we in 2040 willen zijn. In deze stap vond brede participatie door de hele Hilversumse samenleving plaats. Stap 2 is op 13 juli 2022 afgerond met een raadsbesluit over de opbrengsten uit de participatie: de ‘denkrichting’. 3. Het opstellen van een ontwerp Omgevingsvisie. 4. Besluitvorming over de Omgevingsvisie na verwerking van zienswijzen.

Hilversum pioniert met de Omgevingswet door proefprojecten uit te voeren. Die zijn er de afgelopen jaren o.a. geweest voor de gebiedsagenda 1221. Door het stimuleren van participatie wil Hilversum inwoners en professionals meer invloed geven op hun directe leefomgeving. Voor de Omgevingsvisie is daarom een uitgebreid participatieproces doorlopen, dat is gebaseerd op het bestuurlijk Plan van Aanpak van de gemeenteraad (maart 2021). Meer hierover is in het volgende hoofdstuk te vinden. Met ‘het vizier naar buiten’ wordt bedoeld dat Hilversum vanuit de bestaande situatie in stappen wil toewerken naar de gewenste toekomstige situatie. Vragen en inbreng vanuit de samenleving dienen daarbij als zwaarwegend advies.

4 Bron: rijksoverheid.nl

5 Bron: Bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie Hilversum (herzien vastgesteld maart

2021). 9

Van concept naar vaststelling In de aanloop naar het opstellen van de Omgevingsvisie hebben veel bijeenkomsten plaatsgevonden met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties. De gemeenteraad heeft besloten dat de denkrichting uit de participatie de basis vormt voor de Ontwerp-Omgevingsvisie. Na bespreking in het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad wordt dit ontwerp eventueel aangepast, dat vervolgens door het college van burgemeester en wethouders ter inzage zal worden gelegd, tegelijk met een definitieve Milieu Effect Rapportage (PlanMER).

4. Leeswijzer voor de Omgevingsvisie De opbouw van deze Omgevingsvisie volgt de stappen die tijdens het opstellen ervan zijn doorlopen. Hoofdstuk 1 geeft een beknopte beschrijving van het gevolgde proces en de manier waarop Hilversum de Omgevingsvisie wil gaan gebruiken. In Hoofdstuk 2 staat hoe Hilversum er anno 2022 voorstaat. Hier wordt beschreven hoe Hilversum is ontstaan, wat we met z’n allen op dit moment waardevol vinden aan Hilversum en wat er beter kan. Veel van deze informatie is door inwoners, ondernemers en organisaties meegegeven in het participatieproces. Dat legt de vraag op tafel hoe deze waarden behouden kunnen worden en eventueel zelfs versterkt.

Formele inspraakronde Met de terinzagelegging start de zogeheten formele inspraakronde. Iedereen krijgt daarin de gelegenheid te reageren. Dat kan schriftelijk of via de mail. Om de ontwerp-Omgevingsvisie toe te lichten zullen onder andere informatiebijeenkomsten worden georganiseerd.

Hoofdstuk 3 beschrijft de belangrijkste trends en ontwikkelingen waar Hilversum in de periode tot 2040 mee te maken zal krijgen. Op basis daarvan zijn drie integrale opgaven voor de toekomst van Hilversum geformuleerd.

Begin 2023 Het is de verwachting dat de formele inspraak in februari 2023 zal starten. De ontwerp-Omgevingsvisie wordt dan zes weken ter inzage gelegd. Op basis van de reacties wordt een definitieve Omgevingsvisie opgesteld. Deze wordt aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. Dat gebeurt samen met een Nota van Beantwoording, waarin de reacties uit de inspraak én de antwoorden daarop zijn gebundeld. Het is de planning dat Hilversum rond de zomer van 2023 een vastgestelde Omgevingsvisie heeft.

Het visie voor 2040 wordt in hoofdstuk 4 geschetst. De belangrijkste ruimtelijke keuzes worden genoemd, die zijn gebaseerd op de denkrichting die is opgesteld naar aanleiding van de participatie. Vervolgens wordt een aanzet gegeven voor doelen, maatregelen en mogelijke programma’s die worden ingezet om het gewenste toekomstbeeld voor 2040 te realiseren. Hoofdstuk 5 geeft een doorkijk naar verdere uitwerking en vervolgstappen. Hier komen onder andere aan de orde hoe het gesprek over de toekomst met inwoners, ondernemers en organisaties verder vorm kan krijgen, welk toetsingskader Hilversum gaat gebruiken om initiatieven te toetsen, wat de 10

relatie is met het op te stellen Omgevingsplan en wat de gevolgen zijn van de Omgevingsvisie voor lopend beleid. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk beschreven welke programma’s opgestart worden en hoe de Omgevingsvisie zal worden gemonitord.

Beleid: een verzamelbegrip, dat de richting en de middelen die worden ingezet om doelen te bereiken binnen een bepaalde periode omvat. Het ‘beleid’ bevat vaak elementen van ‘visie’, ‘opgaven’ en ‘programma’s’ Project: een tijdelijk organiseren van werkzaamheden, om een eenmalig resultaat te halen dat bijdraagt aan een of meer doelen. In Hilversum gebruiken we het woord ‘project’ vaak voor fysieke locatie- of gebiedsontwikkelingen. Agenda: in de context van de Omgevingsvisie bedoelen we met ‘agenda’ een set van uitvoeringsafspraken tussen de gemeente en (bijvoorbeeld) inwoners, ondernemers en organisaties. Integraal: alle aspecten worden in samenhang bekeken, er ontbreekt niets. Sectoraal: er wordt naar één aspect gekeken. Bijvoorbeeld naar ‘verkeer’, ‘milieu’, ‘armoede’ of ‘gezondheid’. Dit noemen we ook wel thematisch. Gebiedsgericht: waarbij het kijken naar een straat, buurt, wijk of groter gebied centraal staat. Gebiedsagenda: een uitwerking van de Omgevingsvisie of een toekomstbeeld voor het versterken, vernieuwen en ontwikkelen van een bepaald gebied. Een gebiedsagenda leidt tot uitvoeringsafspraken tussen gemeente, inwoners, ondernemers en/of organisaties. Meedoen: het kunnen meedoen en er toe doen. Dit begrip gaat vaak over individuen en groepen. Actief: vitaal, energiek, gemotiveerd en veerkrachtig. Vaak gebruikte synoniemen zijn ‘sterk’ en flexibel’.

Duurzaam: een situatie waarin mens, milieu en economie met elkaar in evenwicht zijn, zodat we de aarde niet uitputten. Voorziening: iets nuttigs waar je gebruik van kunt maken. Dit woord wordt in de praktijk verschillend gebruikt. In het fysiek domein gaat het vaak over een openbare functie, gebonden aan een plek: buurt- en wijkcentra, onderwijslocaties, bibliotheek, parkeerplaatsen, gezondheidscentra, kinderopvang, een loket van de gemeente, een nutsvoorziening zoals een transformatorhuisje,

Veel voorkomende begrippen In de Omgevingsvisie staan veel abstracte begrippen, die soms erg op elkaar lijken. Het gebruik van abstracte begrippen is niet altijd te voorkomen. Daarom zetten we ze aan het begin van de Omgevingsvisie kort bij elkaar. Ze worden in het vervolg van de Omgevingsvisie verder uitgelegd. Visie: is afgeleid van het Latijnse ‘videre’, wat ‘zien’ of ‘kijken’ betekent. Een visie is dus een (jouw) kijk op de wereld. Het is vérder kijken, dus naar de lange termijn en wat er om je heen gebeurt. Omgevingsvisie: dit document. De Omgevingsvisie schetst het toekomstbeeld voor Hilversum met als richtjaar 2040. Structuurvisie: de voorloper van de Omgevingsvisie uit 2013, waarin de gemeente in hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening voor de (middel)lange termijn heeft beschreven. Doel: een wensbeeld, of een voornemen om een bepaalde situatie te realiseren. Opgave: een maatschappelijk vraagstuk dat complex is, waarbij verschillende invalshoeken mogelijk zijn of verschillende doelen tegelijk behaald moeten worden, niets doen Hilversum in negatieve zin verandert en geen enkele partij het alleen kan oplossen. Programma: werkt de doelen uit de Omgevingsvisie uit in maatregelen: hoe gaan we de doelen bereiken?

11

of opvang van bepaalde doelgroepen. In het sociaal domein is een voorziening een vorm van dienstverlening of ondersteuning, meer gericht op een persoon: iemand die helpt in de huishouding, of bijvoorbeeld een uitkering, of welzijnsactiviteiten in een ontmoetingscentrum. Een voorziening kan een lokale, stedelijke of (boven-)regionale betekenis hebben. Tuinstad: een in samenhang ontworpen stedenbouwkundige en architectonische vorm van een stad, die een gezonde, luchtige, mooie en afwisselende leefomgeving biedt waar het voor iedereen goed wonen en werken is, op een schaal waarbij het sociale leven wordt gestimuleerd. Participatieproces: de gesprekken met inwoners, ondernemers en organisaties in 2021 en 2022 over hoe Hilversum er in de toekomst uit moet zien. Denkrichting: het resultaat van het participatieproces, dat is samengevat in een aantal toekomstbeelden en dat de basis is voor deze Omgevingsvisie. Toetsingskader: het beleid waaraan nieuwe ontwikkelingen worden getoetst of ze passen in en bijdragen aan de doelen van de Omgevingsvisie. Milieu Effect Rapportage (MER): een rapport naast de Omgevingsvisie dat de verwachte milieueffecten en andere effecten van een plan in beeld brengt. Zo kan de overheid besluiten over het plan en daarbij alle mogelijke consequenties meewegen.

2.

De lokale werkgelegenheid moet aansluiten op de opbouw van de bevolking. De natuurgebieden rond Hilversum moeten behouden blijven. Waar mogelijk wordt natuur toegevoegd, maar de grootste winst kan worden behaald door bestaande groengebieden beter met elkaar te verbinden. Hiermee kan o.a. de soortendiversiteit worden vergroot. 3. In 2030 moet Hilversum dé Mediastad van Nederland zijn, met een bijbehorende creatieve sector die voor veel werkgelegenheid zorgt. Daarbij horen passend onderwijs en kansen op de woningmarkt voor jongeren en jonge gezinnen. 4. Hilversum wil ook in 2030 de centrumgemeente van het Gooi zijn. Dat vraagt om een breed aanbod op het gebied van detailhandel, een weekmarkt, evenementen en een goed horeca- en cultureel aanbod. De centrumfunctie van Hilversum wordt verder versterkt door de clustering van zorg en het verbeteren van de bereikbaarheid. 5. Hilversum wil bekend blijven staan om de hoogwaardige stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteiten. Wat kwaliteit heeft wordt behouden en versterkt en er wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden en meer dynamische gebieden. Met de kennis van nu Wat direct opvalt is dat deze speerpunten allemaal nog zeer actueel zijn. Ze zijn veel genoemd tijdens de participatiebijeenkomsten die zijn georganiseerd rond het opstellen van deze Omgevingsvisie.

Daarnaast komen ze ook naar voren in ambtelijke analyses. Dat betekent zeker niet dat de afgelopen jaren geen doelen zijn bereikt. Integendeel, een flink deel van wat in de Structuurvisie staat is gerealiseerd of in gang gezet. De vijf speerpunten zijn vooral nog steeds actueel omdat ze zo nadrukkelijk verbonden zijn met de geschiedenis, ligging en identiteit van Hilversum. Daarnaast is de opgave er op een aantal speerpunten ook bepaald niet eenvoudiger op geworden. Kijk bijvoorbeeld naar de opgave op het gebied van woningbouw. En ook de nog verder toegenomen druk op de openbare ruimte is een goed voorbeeld. Het gaat hier dus in feite om de blijvende speerpunten van Hilversum.

Kadertekst Structuurvisie 2030 Vijf speerpunten De Structuurvisie 2030 is de voorloper van deze Omgevingsvisie Hilversum. De structuurvisie vervalt met het vaststellen van de Omgevingsvisie. In de Structuurvisie 2030 werden 5 speerpunten onderscheiden voor de toekomst: 1. Hilversum wil een goede woongemeente zijn met voldoende voorzieningen, een prettige openbare ruimte, voldoende plek om te spelen en minder nadruk op parkeren. Het woningbouwprogramma mikt op ‘voor elk wat wils’, gekoppeld aan de bouw van 3.600 tot 4.500 woningen in de periode 2013 tot 2030. 12

Ten opzichte van 2013 zien we ook nieuwe onderwerpen op de politieke agenda. Op de lijst met belangrijke onderwerpen staat in 2022 prominent de complexe opgave op het gebied van duurzaamheid. Het gaat dan zowel om energie, klimaatverandering, grondstoffen, voedsel, water en bodem. Ook sociale aspecten als kunnen meedoen in de samenleving en gezondheid staan tegenwoordig hoog op de lijst van belangrijke opgaven. Hilversum heeft er de afgelopen tien jaar dus opgaven bij gekregen. Daarnaast zien we zien weliswaar dezelfde opgaven terug als in de Structuurvisie 2030, maar de complexiteit en onderlinge samenhang zijn beduidend groter en beter in beeld. Zie bijvoorbeeld het coalitieakkoord 2022-2026. De urgentie is enorm toegenomen en daar zullen we rekening mee moeten houden bij het maken van keuzes. Een uitgebreide samenvatting van de Structuurvisie 2030 is te vinden in de Bijlage D bij deze Omgevingsvisie.

Kaart structuurvisie Hilversum 2030 (2013)

13

1. Werkwijze en toepassing

Onafhankelijke inbreng Alle participatiebijeenkomsten vanaf 2021 zijn geleid door onafhankelijke gespreksleiders. Daarnaast is van elk onderdeel van de participatie een verslag gemaakt door een onafhankelijk schrijfbureau. Het opstellen van deze verslagen is begeleid door een redactieteam met inwoners en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Het doel: een zo objectief mogelijk verslag van de gesprekken met alle betrokkenen over de belangrijkste opgaven, keuzes en oplossingsrichtingen.

1.1 Een visie voor en door Hilversum Het resultaat van een intensief proces De ontwerp-Omgevingsvisie die nu op tafel ligt, is het resultaat van een uitgebreid en intensief proces. Een proces waar heel veel mensen en organisaties in Hilversum bij betrokken zijn geweest. Ze hebben de gelegenheid benut mee te denken en met elkaar en met de gemeente het gesprek aan te gaan. Zo’n proces is in lijn met de eisen vanuit de Omgevingswet, waarin veel waarde wordt gehecht aan participatie tijdens het opstellen van onder andere Omgevingsvisies. De gemeenteraad neemt uiteindelijk een politiek besluit over de Omgevingsvisie en alle inbreng die daarbij geleverd is.

De participatie schetst duidelijk wat in de samenleving leeft In totaal hebben ruim 5.000 mensen aan een of meer participatie-activiteiten meegedaan. In vergelijking met andere gemeenten die een Omgevingsvisie opstellen is dat bovengemiddeld veel. Er zijn goede redenen om aan te nemen dat de uitkomsten van de participatie breed worden gedragen binnen Hilversum. Zo is er in januari en februari 2022 veel extra inspanning gepleegd om groepen Hilversummers te horen die normaal gesproken minder snel naar wijkgesprekken gaan of deelnemen aan het burgerpanel: jongeren, jonge gezinnen en inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond. Ook de uitkomsten uit deze gesprekken zijn meegenomen.

Twee participatierondes De eerste bijeenkomsten met bewoners in het kader van de Omgevingsvisie vonden al plaats in de laatste maanden van 2019. Vanwege de Coronapandemie is deze participatieronde uiteindelijk stilgelegd en die pauze heeft lang geduurd. Vanaf augustus 2021 is de participatie weer opgestart en uiteindelijk afgerond met een drukbezocht en concluderend stadsgesprek op 12 mei 2022. In deze tweede participatieronde zijn zowel bewoners als ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken geweest. De kadertekst aan het eind van dit hoofdstuk geeft een overzicht van de participatie rond het opstellen van de Omgevingsvisie Hilversum. Het stadsgesprek krijgt daarin – als afsluitende bijeenkomst – extra aandacht.

Daarnaast zijn veel verschillende participatiemiddelen ingezet om iedereen een kans te geven mee te doen. Sommige inwoners voelen zich prettig bij wijkgesprekken of een stadsgesprek, anderen vullen juist liever een enquête in of nemen deel aan een burgerpanel. Het kon allemaal. Een belangrijke graadmeter is dat de uitkomsten van het stadsgesprek behoorlijk overeenkomen met een peiling onder het Hilversumse burgerpanel (903 deelnemers). Het burgerpanel is, na toepassing van wegingsfactoren op 14

ondervertegenwoordigde groepen, wijken en leeftijden, statistisch representatief en daarmee een betrouwbare afspiegeling van de samenleving.

of alle voor de Omgevingsvisie relevante onderwerpen voldoende aan bod zijn gekomen.

Een duidelijke denkrichting De conclusie dat de inbreng van deelnemers aan het stadsgesprek en de resultaten van het burgerpanel goed op elkaar aansluiten, is prettig. Dit is ook breder het beeld. Vooraf was de verwachting dat er meer uiteenlopende ‘denkrichtingen’ in de participatie zouden ontstaan. Dat blijkt niet het geval: de participatie leidt tot een redelijk eenduidige denkrichting. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn het over veel zaken eens en waar ze dat niet zijn geeft het stadsgesprek veel richting. De Denkrichting is opgenomen als Bijlage B. De denkrichting komt terug in hoofdstuk 2 en is herkenbaar in de visie en aanzet tot maatregelen in hoofdstuk 4.

1.2 Overige producten Omgevingsfoto Hilversum Bij de start van het opstellen van de Omgevingsvisie, in 2019, is een zogenaamde Omgevingsfoto gemaakt.6 Dit rapport bevat een zo concreet en feitelijk mogelijk beeld van de huidige situatie, de trends en ontwikkelingen en de te verwachten opgaven voor de fysieke leefomgeving in Hilversum. De omgevingsfoto is gemaakt door bestaande beleidsnota’s en andere bronnen samen te vatten en te analyseren. De huidige situatie wordt beschreven aan de hand van cijfers en kaartbeelden. Waar mogelijk zijn de indicatoren in beeld gebracht die gebruikt kunnen worden als graadmeter voor de kwaliteit van de leefomgeving.

Politiek primaat van de gemeenteraad De gemeenteraad is actief betrokken bij het tot stand komen van deze Omgevingsvisie, heeft de ruimte voor het maken van politieke keuzes en neemt uiteindelijk het definitieve besluit over de Omgevingsvisie en toekomstige aanpassingen. De gemeenteraad heeft intensief meegedacht bij het vormgeven van het participatieproces en heeft de denkrichting uit de participatie aan het college meegegeven, als basis voor het opstellen van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft het college in Amendement 22-59 gevraagd de ontwerp-Omgevingsvisie voor de inspraakperiode aan de gemeenteraad voor te leggen en daarbij - naast de denkrichting – ook relevante trends en ontwikkelingen en het reeds vastgestelde beleid te betrekken. Het college heeft verder bij het opstellen het coalitieakkoord als kader gehanteerd en bekeken

In de Omgevingsfoto komen 18 onderwerpen aan bod. Daarnaast wordt de ontstaansgeschiedenis van Hilversum beschreven. In april 2021 is een geactualiseerde samenvatting van de Omgevingsfoto gemaakt.7 Deze vormt Bijlage A van deze Omgevingsvisie. De Omgevingsfoto is in hoofdstuk 3 benut om integrale opgaven te benoemen. Hilversumse trendstudie Voor de gemeenteraadsverkiezingen is een Hilversumse trendstudie met de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor de komende jaren opgesteld. De

6 Omgevingsfoto gemeente Hilversum, analyse t.b.v. de Omgevingsvisie, Antea Group (2019).

7 Geactualiseerde samenvatting Omgevingsfoto Hilversum, overzicht huidige situatie, trends

en ontwikkelingen, bureau Nieuwe Gracht (2021). 15

basis daarvoor is de trendstudie voor gemeenten van Platform 31. De trendstudie is als Bijlage C aan deze Omgevingsvisie toegevoegd. De trendstudie is in hoofdstuk 3 benut om integrale opgaven te benoemen.

Toetsingskader De MER levert ook een aanzet voor een Hilversums toetsingskader op om initiatieven te kunnen toetsen aan de Omgevingsvisie. De aanzet is opgenomen in bijlage F. Dit toetsingskader wordt na het vaststellen van de Omgevingsvisie verder uitgewerkt.

Beleids- en projectentoets Hoe deze Omgevingsvisie zich verhoudt tot het reeds door de gemeenteraad vastgestelde beleid is opgenomen in Bijlage D. Eventuele verschillen met de Omgevingsvisie worden genoemd in hoofdstuk 4. Kleinere verschillen kunnen bij de eerstvolgende actualisaties van sectoraal beleid verwerkt worden. Grotere verschillen vragen om politiek debat bij de besluitvorming over de Omgevingsvisie.

1.3 Toepassing Omgevingsvisie 2040 De Omgevingsvisie is een document dat impact heeft op het dagelijks werk van de gemeente Hilversum. Er zijn globaal vijf toepassingen van de Omgevingsvisie, die deels al mogelijk zijn met de bestaande manier van werken, maar deels ook om een andere manier van werken vragen. Hoofdstuk 5 geeft hiervoor aanzetten.

Milieu Effect Rapportage Gekoppeld aan het opstellen van de Omgevingsvisie is een Milieu Effect Rapportage (MER) opgesteld door een extern bureau. De MER schat feitelijk de effecten in van het toekomstbeeld uit de Omgevingsvisie op de leefomgeving. Dit wordt afgezet tegen een situatie van autonome ontwikkeling, waarbij in Hilversum alleen bestaand beleid zou worden doorgezet.

De Omgevingsvisie als stip aan de horizon (1) De ervaring is dat de Structuurvisie 2030 (2013) in de praktijk slechts incidenteel door college en gemeenteraad als toetsingskader voor beleid en ontwikkelingen is gebruikt. Doordat de Omgevingsvisie een integrale visie op hoofdlijnen is, met een helder toekomstbeeld voor de lange termijn, denken wij dat dit een bruikbaarder kader is om het gemeentelijk beleid op te baseren.

Bij de raadsbehandeling van deze Omgevingsvisie is het proces om tot een MER te komen nog niet afgerond: er is sprake van een formeel traject waarbij de landelijke Commissie MER nog advies uitbrengt. Daarom komt bij de raadsbehandeling een concept van de MER beschikbaar: bijlage E. Op basis hiervan kan de gemeenteraad goed beoordelen of er nog verbeteringen aan de Omgevingsvisie moeten worden doorgevoerd, voordat het ontwerp de inspraak ingaat. Zo is de MER voor Hilversum ‘ontwikkelend’ van karakter.

De Omgevingsvisie als toetsingskader (2) Uit het vaststellen van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad vloeit voort dat Hilversum nieuwe ruimtelijke initiatieven van bijvoorbeeld marktpartijen en bewoners(collectieven) aan de Omgevingsvisie toetst. Als deze initiatieven passen binnen de kaders van de Omgevingsvisie, dan zal Hilversum meewerken aan de uitvoering ervan. Als dat niet zo is dan zal Hilversum meedenken over alternatieve locaties of aanpassing van plannen waardoor ze wel 16

bijdragen aan het realiseren van het toekomstbeeld 2040. Tenslotte kan op basis van de Omgevingsvisie ook de conclusie worden getrokken dat voor bepaalde initiatieven geen plek is binnen Hilversum.

steeds de consequenties van nieuwe ontwikkelingen op een aantal belangrijke criteria in beeld te brengen wordt duidelijk in hoe en in welke mate ze het toekomstbeeld voor 2040 dichterbij brengen, of dat moet worden bijgeschakeld. Dat maakt het mogelijk om tussentijds bij te sturen. Waar mogelijk wordt bij het opzetten van de monitor voortgebouwd op de nulmeting en de bijbehorende criteria uit de MER.

De Omgevingsvisie als basis voor uitwerkingen (3) Een derde toepassing van de Omgevingsvisie is die als basis voor nadere uitwerkingen. Het is de bedoeling de komende jaren verschillende soorten uitwerkingen op te stellen. Opgavegerichte uitwerkingen worden vertaald in Programma’s zoals omschreven in de Omgevingswet. Daarnaast zullen uitwerkingen worden opgesteld voor specifieke gebieden binnen de gemeente.

Kadertekst samenvatting participatie Participatieronde 1 (november 2019 - februari 2020) Tijdens de eerste participatieronde konden inwoners hun ideeën en standpunten laten horen in een burgerpanel, een enquête en een aantal wijkgesprekken. De Coronapandemie heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat deze participatieronde is stilgelegd. De resultaten zijn vastgelegd in een ‘Beeldverslag participatieronde 1’ (bureau Nieuwe Gracht, januari 2021).

De Omgevingsvisie als basis voor kostenverhaal (4) Met deze Omgevingsvisie wil Hilversum ook de basis leggen voor kostenverhaal. Het gaat dan om het kunnen vragen van een bijdrage aan ontwikkelende partijen voor algemene kosten die een gemeente moet maken bij nieuwe ontwikkelingen. Als een ontwikkelaar bijvoorbeeld een aantal woningen bouwt, dan zal hierdoor bijvoorbeeld het gebruik van de openbare ruimte veranderen of kan de verkeersdruk toenemen. Hierdoor moet de openbare ruimte mogelijk worden aangepast. Ook zullen de nieuwe bewoners gebruik willen maken van Hilversumse voorzieningen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs en cultuur. Het is gebruikelijk dat aan ontwikkelende partijen een bijdrage wordt gevraagd voor de kosten die de gemeente maakt voor het in stand houden of verbreden van deze voorzieningen.

Inwoners aan het woord (augustus 2021 - maart 2022) Vanaf augustus 2021 is de participatie weer opgepakt en zijn onder meer 8 wijkgesprekken gevoerd, enquêtes afgenomen, ansichtkaarten als post binnengekomen, ideeën op de website geplaatst en bezoekers aan het Atelier van de toekomst ontvangen. Centraal stond de vraag wat inwoners vinden dat goed is aan Hilversum en wat er in de toekomst kan verbeteren. De resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Inwoners aan het woord’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, januari 2022) + het verslag ‘Ondervertegenwoordigde groepen’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, februari 2022). Organisaties aan het woord (maart - april 2022) Over de onderwerpen die door inwoners zijn aangedragen, zijn organisaties verder met elkaar in gesprek gegaan. Belangenorganisaties, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties werden uitgenodigd tijdens vier bijeenkomsten in maart en april 2022. Twee bijeenkomsten gingen over de fysieke leefomgeving (eerst over het buitengebied en vervolgens over de stad) en twee bijeenkomsten gingen er over ‘hoe we in 2040 samen kunnen leven en werken’. Dit was opgedeeld in de onderwerpen ‘werk & economie’ en ‘voorzieningen’. De resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Organisaties aan het woord’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, voorjaar 2022).

De Omgevingsvisie als basis voor monitoring (5) Een laatste toepassing van de Omgevingsvisie is die als basis voor monitoring. Het gaat dan vooral om het in beeld brengen van de effecten van projecten die in de komende jaren in Hilversum worden gerealiseerd. Door 17

Stadsgesprek (12 mei 2022) Als afsluiting van de tweede participatieronde heeft een Stadsgesprek plaatsgevonden. Uit ‘Inwoners aan het woord’ en ‘Organisaties aan het woord’ blijkt dat er veel overeenstemming is over de toekomst van Hilversum. Wat overblijft, zijn de zaken waarover de meningen in Hilversum verschillen. Een team van onafhankelijke deskundigen heeft zich over de opbrengsten gebogen en geadviseerd welke verschillen in het Stadsgesprek besproken zouden kunnen worden. Uiteindelijk is vooral gesproken over de volgende drie onderwerpen:

woning vinden en we zien in winkelcentra juist minder winkels. Wat is nodig voor meer voorzieningen als winkels, scholen, gezondheidscentra, cultuur en sport in alle wijken? Of willen we juist ‘stadse’ voorzieningen op een paar plekken? En wat is er nodig aan wonen en werken in de wijken om de voorzieningen op peil te houden?

De openbare ruimte is van ons allemaal: wat heeft prioriteit? Uit de participatie komt duidelijk naar voren: meer ruimte voor de fiets, lopen of spelen, groen en ontmoeten: minder drukte en verkeersveiliger. Maar er is niet opeens meer openbare ruimte en er zijn wél allerlei grote vraagstukken als energietransitie en klimaatadaptatie die ook een plek moeten vinden in de openbare ruimte. In steden zien we steeds vaker slimme oplossingen, zoals deelmobiliteit en transferlocaties aan randen van steden voor mensen en goederen. De vraag voor nu is: wat moet méér en minder prioriteit in de openbare ruimte krijgen? En heeft de auto over 20 jaar nog dezelfde plek in de stad?

Enquête De stellingen die tijdens het stadsgesprek aan bod kwamen zijn ook uitgezet in een online enquête. De resultaten van de online enquête zijn vastgelegd in de rapportage ‘Peiling - Omgevingsvisie Hilversum’ (I&O Research, mei 2022).

Hoe kunnen we de natuur behouden en verbeteren en de energietransitie voor elkaar krijgen? Dat we met z’n allen trots zijn op het Hilversumse buitengebied staat volgens de participatie buiten kijf. We zien ook dat het in het buitengebied steeds drukker wordt, de biodiversiteit afneemt en dat het klimaat verandert. In de stad liggen grote uitdagingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, klimaat en energie en wordt soms naar het buitengebied gekeken. Lossen we alles op in de stad, of voegen we natuur toe aan de stad om de natuur buiten de stad te ontzien? En is het ontzien van de natuur genoeg om de natuur op peil te houden, of is er meer nodig?

Algemene informatie over de Omgevingsvisie en het participatieproces was te vinden op de website www.hilversum2040.nl. Na elke bijeenkomst kwam een beeldverslag online.

Ongeveer 200 inwoners en vertegenwoordigers van organisaties gingen met elkaar in gesprek over hun standpunten. De resultaten zijn vastgelegd in het verslag ‘Het Stadsgesprek’ (Schrijfburo Terwisscha en Wagenaar, mei 2022).

Atelier van de Toekomst en website Tijdens een groot deel van het participatieproces konden mensen binnenlopen in het Atelier van de Toekomst aan de Kerkstraat. Ze konden hier terecht met vragen over de Omgevingsvisie en de participatie én ze konden ideeën achterlaten. Hier is veel gebruik van gemaakt.

Hoe komen we tot veerkrachtige wijken? Onze omgeving verandert. Dat zien we allemaal. Het gaat dan o.a. om de samenstelling van onze bevolking, de manier waarop we werken, winkelen, verplaatsen, omgaan met elkaar en hoe we onze vrije tijd invullen. We willen ons ook in de toekomst thuis voelen in onze omgeving. Met goede voorzieningen en woningen die goed aansluiten bij wat we nodig hebben, ook over 10 of 20 jaar? We zien dat het lastig is een goede volgende 18

staan aan de rand van een drinkplaats. Nabij het dorp lagen de engen (akkers). Veelal op afstand lagen de meenten (weidegronden). Een deel van het huidige stratenpatroon van Hilversum komt voort uit deze oude routes.

2. Waar staat Hilversum? Dit hoofdstuk schetst de uitgangspositie van Hilversum: waar staan we nu en hoe zijn we daar gekomen? Het hoofdstuk begint met een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van Hilversum. Een geschiedenis die gekenmerkt wordt door een afwisseling van periodes van relatieve rust en snelle groei. Na die beschrijving worden de belangrijkste Hilversumse kwaliteiten, aandachtspunten en ‘denkrichtingen’ uit de participatie in beeld gebracht. Zo kijkt Hilversum anno 2022 naar zichzelf. Ook de positie van Hilversum in de regio wordt daarbij belicht. Het hoofdstuk sluit af met een beschrijving van lopende projecten in en rond Hilversum. Op basis van de belangrijkste Hilversumse kwaliteiten en aandachtspunten ontstaat een goed overzicht van de onderwerpen of thema’s die een rol spelen in deze Omgevingsvisie. Deze onderwerpen zijn in een kadertekst aan het eind van dit hoofdstuk opgenomen.

Zelfstandigheid vanaf de Middeleeuwen & Gouden Eeuw In 1424 krijgt Hilversum een zelfstandige status. Het wordt onafhankelijker van de stad Naarden. Hilversum kan de eigen nijverheid, verkoop en verwerking van schapenwol flink uitbreiden en groeit daarbij sterker dan de omliggende dorpen. De vrije boeren mogen hun schapen laten grazen op de gemeenschappelijke heide op basis van gebruiksrechten. Ze worden Erfgooiers genoemd. In de Gouden Eeuw verandert het landschap drastisch. Vanaf 1650 verdwijnen de natuurbossen omdat het hout nodig is voor de scheepsbouw. Hilversum ontwikkelt zelfstandig de nijverheid van textiel, spinnerij en weverij. Rijke Amsterdamse kooplieden vestigen zich aan de westflank van Hilversum op buitenplaatsen. Het zand van de afgravingen vormde een inkomstenbron. De Gooische Vaart werd doorgetrokken naar Hilversum (Oude Haven).

2.1 Van schapendorp tot Mediastad

Industrialisatie Het laatste kwart van de 19e eeuw is net als in de rest van Nederland een periode van grote economische groei. Er wordt veel infrastructuur aangelegd en in de loop van de 19e eeuw wordt gestart met de aanleg van villaparken en villawijken. Had Hilversum in 1850 nog 5.500 inwoners, in 1910 zijn dit er circa 31.500.

Van ijstijd tot eerste bewoning In de voorlaatste ijstijd wist het landijs vanuit het noorden tot in Midden-Nederland door te dringen. Deze periode wordt het Salien genoemd en duurde ruwweg van 238.000 tot 126.000 jaar geleden. Aan de randen van de gletsjertongen werden landmassa’s opgeschoven en ontstonden zogenaamde stuwwallen. De Utrechtse Heuvelrug is er daar een van. Duizenden jaren later zorgde de hoge ligging van de inmiddels beboste heuvelrug voor een veilige plek om te wonen. Hilversum is net als Laren, Blaricum en Bussum ont-

Tussen de beide wereldoorlogen Hilversum groeit snel in de periode tussen de beide wereldoorlogen. Aan het begin van de 20e eeuw wordt Hilversum zich er nog meer van bewust dat er 19

regie met kwaliteit moet komen. In 1915 wordt Dudok aangesteld als directeur Publieke Werken en in 1928 wordt hij gemeentearchitect. Dudok zorgt voor de ontwikkeling van Hilversum als unieke Tuinstad, waarbij hij ernaar streeft dat stad en ommeland met elkaar verbonden blijven door het creëren van zichtlijnen en een groenstructuur met parken en plantsoenen. Voorbeelden van lange lijnen in de stad zijn de Pieter de Hooghlaan die uitkijkt op de St. Vituskerk, de Geraniumstraat die uitkijkt op de Clemenskerk en de Bosdrift. De Lorentzvijver en het Kamrad zijn mooie voorbeelden van groene overgangen naar de natuur.

Kadertekst Tuinstad Hilversum Woningwet 1901 Tegen het einde van de 19de eeuw had Nederland te maken met een crisis: in de steden heersten woningnood, slechte woon- en leefomstandigheden en ziektes. Steeds meer werd onderkend dat vooruitgang en een goed functionerende stad met werkgelegenheid wel degelijk ook te maken had met gezonde en gelukkigere mensen die een toekomst konden hebben. Dit idee werd concreet gemaakt in de Woningwet uit 1901: er moesten uitbreidingsplannen worden gemaakt en (goede) arbeiderswoningen worden gebouwd. Volkswoningbouwverenigingen werden opgericht en op rijkssubsidie kon worden gerekend. Onderkend werd dat Hilversum in een bijzonder landschap lag en dat nagedacht moest worden over ontwikkelen met kwaliteit, zowel qua leefomstandigheden als qua vormgeving.

In de jaren 1915-1930 worden in Nederland de tuindorpen gebouwd, als antwoord op de verpauperde arbeiderswijken in de grote steden. Bekende voorbeelden zijn Betondorp (tuindorp Watergraafsmeer) in Amsterdam, de Haagse Vogelwijk en tuindorp Vreewijk in Rotterdam. In Hilversum ontwerpt Dudok een aantal tuinwijken, met kenmerkende jaren 30 architectuur. Voorbeelden zijn Hilversum Zuid en Oost. Doordat de Hilversumse tuinwijken een samenhangend geheel vormen wordt Hilversum de Tuinstad genoemd.8

Tuinstad Hilversum Vanaf 1908 kreeg het idee om de groei van Hilversum vorm te geven naar het concept van de Tuinstad voet aan de grond. Dudok kwam als stedenbouwkundig architect die de eisen kon vertalen in een kwalitatief hoogwaardige vorm. Er werkten in Hilversum veel forensen, maar ook de arbeiders die hier kwamen wonen moesten een goede woning krijgen. Nieuwe functies vroegen nieuwe gebouwen en plekken. Dudok ging aan het werk volgens de tuinstadgedachte. Het internationale idee van de tuinstad is een sociaaleconomisch en functioneel concept waarbij men zich ervan bewust was dat een goede inrichting van de ruimte en de woning essentieel was. Stedenbouwers en architecten gingen zich verdiepen in plannen waarbij de leefomstandigheden van vooral de arbeiders zouden verbeteren. Ook politici, artsen en industriëlen sloten zich aan. Camillo Sitte, Raymond Unwin, Ebenezer Howard, Hans en Bernhard Kampffmeyer en Fockema Andreae zijn bekende namen. In 1924 was de groene, gezonde tuinstad het centrale onderwerp op het Internationaal stedenbouwcongres in Amsterdam. Een van de excursies leidde naar het werk van Dudok in de tuinstad Hilversum.

Om ervoor te zorgen dat de dorpen niet aan elkaar groeien en om de heide te behouden en de natuur te beschermen, richten de gemeenten in het Gooi samen met de provincie in 1933 het Goois Natuur Reservaat (GNR) op.

8 Bron: open Hilversum. Hilversum is de enige stad in Nederland waar de Tuinstadgedachte op

de schaal van de hele stad is uitgewerkt.

20

De in samenhang ontworpen stedenbouwkundige en architectonische vorm van de tuinstad biedt een gezonde, luchtige, mooie en afwisselende leefomgeving waar het voor iedereen goed wonen en werken is, op een schaal waarbij het sociale leven wordt gestimuleerd. Hilversum wordt daarbij dooraderd door groen. Het is een plaats die harmonische en samenhangende oplossingen biedt voor opgaven op het gebied van volkshuisvesting en werkgelegenheid. De mens en de menselijke maat staan centraal. Dudok kon zich goed voorstellen hoe mensen hun woning ervaren en zich door de ruimte bewegen. De wijk heeft een goede schaal om zich thuis te voelen, zich te oriënteren en zichtbare voorzieningen voor iedereen dicht in de buurt te hebben. Daarvoor vond hij in de tuinstadgedachte een passende vorm die hij eigenzinnig verder ontwikkelde. Toch was hij het met name die naast de volkshuisvestelijke, hygiënische en sociale aspecten van de tuinstad de behoefte aan schoonheid en afwisseling signaleerde. Dudok zag ook de noodzaak van samenwerking tussen partijen. Hij ontwikkelde een visie met toekomstwaarde, een plan voor de lange termijn om de gehele stad niet uit het oog te verliezen. Alleen in Hilversum is het idee van de tuinstad daarom op de schaal van de hele stad doorgevoerd. En Hilversum is daarmee de enige tuinstad van Nederland.

Wederopbouwperiode De periode na de Tweede Wereldoorlog staat tot 1970 in het teken van wederopbouw, herstel en uitbreiding. Hilversum legt volgens het plan van de tuinstad (1933) nieuwe wijken aan (Noord, Van Riebeeck). De bevolking van Hilversum groeit verder en bereikt eind jaren ’50 een hoogtepunt met meer dan 100.000 inwoners. Hilversum wordt in de jaren ’50 de stad voor radio en televisie. In de jaren ‘60 begint de ontwikkeling van het Omroepkwartier, de voorloper van het Media Park. De stad wordt verder verdicht, in het centrum vinden reconstructies en schaalvergroting plaats. Daarnaast breidt Hilversum nog flink uit. In de jaren ’60 en ’70 worden Kerkelanden en de Hilversumse Meent gebouwd. Beide wijken liggen buiten de voormalige engen. In de loop der jaren zijn in Hilversum verschillende vormen van experimentele woningbouw gerealiseerd. Crisisjaren ‘80 en ‘90 Deze periode kenmerkt zich door achteruitgang, onder andere als gevolg van de oliecrisis en de sterk stijgende rente. Veel bedrijven sluiten hun deuren. De bevolking neemt af naar 82.500 in 1999. Deze bevolkingskrimp komt met name doordat er weinig gebouwd wordt en doordat er steeds minder mensen in één huis wonen. De toenemende automobiliteit gaat een steeds grotere rol spelen en veroorzaakt in toenemende mate verkeersproblemen, vooral in en rond het historische centrum van Hilversum.

Kenmerkende ingrepen van die tijd zijn de sloop en nieuwbouw van het station begin jaren negentig en de start van de aanleg van een binnenring voor autoverkeer. Daarna groeit de aandacht voor de bestaande bebouwde omgeving en de kwalitatief hoogwaardige architectuur. Een restauratie- en herbestemmingsslag wordt gemaakt met het Raadhuis, Zonnestraal, Gooiland en het oeuvre van Dudok. De stadsvernieuwing komt op.

Na de Tweede Wereldoorlog werden nieuwe wijken, zoals Hilversum Noord, Van Riebeeck en Hilversum Zuidwest gebouwd volgens dezelfde uitgangspunten, maar er moest waar het kon intensiever, iets hoger en sneller worden gebouwd. De tuinstadgedachte moderniseerde zich steeds weer in de loop van de tijd.

De oorlogsjaren Gedurende de Tweede Wereldoorlog gebeurt er veel in Hilversum. Hilversum wordt het hoofdkwartier van het Duitse leger in Nederland. De Duitsers nemen het radioverkeer over, zij gebruiken het vliegveld Hilversum intensief en bouwen naast het vliegveld de Korporaal van Oudheusdenkazerne. Om de hele gemeente komt een tankgracht en er kwam een bunkerdorp bij Zonnestraal. De Trompenberg, Nimrodpark en Kannesheuvelpark worden tijdens de oorlog gebombardeerd. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis is de gedwongen verhuizing van het grootste deel van de Joodse bevolking naar Amsterdam in 1942 en de opvolgende deportatie. Van de Joodse inwoners uit 1941 heeft slechts een kleine 10% de oorlog overleefd. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=35244ea8-826b-46f6-b04d-ae9f9fcc76d1