CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Deel C - Uitwerkingen beleid en toepassingen

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie Hilversum 2040 (1161393)19.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Past het in het toekomstbeeld? Dan zal Hilversum meedenken over de uitvoering. Past het niet? Dan denken we mee over alternatieven, waardoor ze wel bijdragen aan het realiseren van het toekomstbeeld 2040, of concluderen we dat voor bepaalde initiatieven geen plek is in Hilversum.

Model Om het toetsen te verbeelden, gebruiken we een model. Dat is afgeleid van het toetsingskader dat voor de PlanMER is gemaakt. Het is vervolgens aangepast aan de opzet van deze Omgevingsvisie, met onderscheid naar de ruimtelijke hoofdkeuzes voor ruimtelijke kwaliteit uit hoofdstuk 5 en de drie opgaven uit hoofdstuk 6. Het is verbeeld als een cirkel. 39

Na vaststelling van de Omgevingsvisie werken we het toetsingskader verder uit het wordt het onderdeel van een heldere brochure ‘Initiatieven in Hilversum’, waarin het proces en voorwaarden voor initiatiefnemers helder beschreven staan, en in programma’s en gebiedsagenda’s benut.

Doelen en indicatoren De ‘taartpunten’ van het model zijn in hoofdstuk 5 en 6 voor ruimtelijke kwaliteit, Duurzaam, Actief en Meedoen uitgewerkt in doelen en indicatoren waaraan/waarmee getoetst wordt. We beoordelen op een vijfpuntschaal: ++ (zeer goed, sterk verbeterend), + (goed, verbeterend), +/- (neutraal, gelijkblijvend), - (slecht, verslechterend) en -/- (zeer slecht, sterk verslechterend).

Verbeteren van het bestaande toetsingskader Uit het vaststellen van de Omgevingsvisie vloeit voort dat Hilversum nieuwe initiatieven van inwoners, ondernemers en organisaties toetst aan de inhoud van de Omgevingsvisie en de wettelijke regels. Als initiatieven passen binnen de kaders, dan werkt Hilversum mee aan de uitvoering daarvan. Als dat niet zo is, kan de gemeente meedenken hoe initiatieven wel in het toekomstbeeld kunnen passen, of besluiten dat er geen plek voor is in Hilversum.

We hebben in hoofdstuk 5 en 6 de nu best beschikbare indicatoren opgenomen. Wat opvalt is dat de meeste daarvan zgn. ‘input’ en ‘output’ indicatoren zijn, oftewel ‘prestatieindicatoren’. Dit is het abstractieniveau waar Hilversum aan gewend is. Voor een Omgevingsvisie zijn echter vooral ‘outcome’ en ‘impact’ indicatoren5 wenselijk, maatschappelijke indicatoren die het effect van de activiteiten beschrijven. Dat betekent dat we ervaring moeten gaan opdoen.

Hilversum toetst initiatieven van ontwikkelaars en inwoners altijd al aan het vastgestelde beleid en regels uit het bestemmingsplan/Omgevingsplan: in welke mate draagt het initiatief bij aan doelen op het gebied van klimaat, landschap, energie, wonen, economie, mobiliteit, gezondheid etc.? Ook wordt getoetst op eerdere afspraken (zijn er bijvoorbeeld convenanten of intentieovereenkomsten afgesloten?), bestuurlijk draagvlak (is het initiatief onderdeel van het coalitieakkoord of de programmabegroting?) en zakelijke argumenten. Zo werken we als gemeente alleen aan initiatieven die de stad ook echt verder helpen. Het huidige toetsingskader helpt ook al om de inzet van de gemeente te kunnen prioriteren. De gemeente kan niet alles tegelijk faciliteren.

5 Dit zijn woorden die voortkomen uit het ‘theory of change’ model. We geven enkele voorbeelden over

-

Outcome indicator: ik voel mij veilig door een goede verlichting (indicator: veiligheidsgevoel)

openbare verlichting : Input indicator: we plaatsen om elke 100 meter een lantarenpaal (indicator: aantal lantarenpalen per kilometer) Output indicator: alle lantarenpalen doen het en geven een lichtsterkte van X (indicator: aantal werkende lantarenpalen)

-

Impact indicator: als ik veilig ben, ben ik gelukkiger, durf ik vaker naar buiten te gaan en activiteiten te ondernemen en kan ik mij meer met mijn omgeving verbinden. Daar wordt de samenleving sterker van (indicator: sociale samenhang)

40

De Omgevingsvisie is aanleiding om het huidige toetsingskader aan te scherpen. Dat doen we op vijf manieren: 1. We gebruiken het ‘model’ om verschillende situaties te verbeelden: de huidige situatie, een toekomstsituatie zonder maatregelen en een situatie met maatregelen. Paragraaf 6.5 geeft daar een mooi voorbeeld van: voor de Omgevingsvisie is daar met het model de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het doelbereik van alle maatregelen gevisualiseerd. 2. We gebruiken de doelen en indicatoren uit hoofdstuk 6 om beoordelingen zoveel mogelijk te objectiveren. We gebruiken het liefst ‘maatschappelijke indicatoren’. die de effecten van maatregelen beschrijven en liever niet ‘prestatie-indicatoren’, die enkel input en output weergeven. 3. We voegen een extra kwalitatieve toets toe over de samenhang van de verschillende doelen: waar versterken zij elkaar en waar botsen ze mogelijk? 4. Na vaststelling van de gebiedsagenda’s toetsen we op: ‘past het initiatief in de gebiedsagenda?’ Totdat de gebiedsagenda’s er zijn, hanteren we de toetsvraag ‘past het initiatief binnen de Omgevingsvisie’? 5. Na vaststelling van de Omgevingsvisie werken we het toetsingskader verder uit het wordt het onderdeel van een nieuwe brochure ‘Initiatieven in Hilversum’, waarin het proces en voorwaarden voor initiatiefnemers helder beschreven staan.

2.7 Monitoring Het model is ook de basis voor de Omgevingsmonitor, die we na vaststelling van de Omgevingsvisie opstellen. De Omgevingsmonitor is een instrument voor gemeenteraad, college en samenleving die in beeld brengt: • of we er in de komende jaren in slagen de doelen voor 2040 dichterbij te brengen. Dit is de laatste stap uit de beleidscyclus; • of gedurende de looptijd van de Omgevingsvisie omstandigheden veranderen: (geo-)politiek, economisch en maatschappelijk. Beide punten kunnen aanleiding zijn om bij te sturen of te schakelen en zijn een goede basis voor de stadsgesprekken uit paragraaf 7.1. We bouwen de monitor binnen het ondersteunende deelprogramma ‘Transitie naar Datagedreven Sturing (2022-2025). De doelen en de indicatoren om de ontwikkeling te volgen, zijn in de laatste paragrafen van hoofdstukken 5 en 6 voor ruimtelijke kwaliteit, Duurzaam, Meedoen en Actief op een rij gezet. De monitor verschijnt elke twee jaar. Hij is in eerste instantie kwantitatief van aard: maken we voldoende meters? Hoeveel woningen zijn er daadwerkelijk gebouwd? Hoe staat het met de werkloosheid en de cohesie in buurten? Daarnaast kijken we naar kwalitatieve aspecten: hoe tevreden bent u met het groen in uw buurt? Pakken we signalen uit de samenleving goed op? Gaan we de goede kant op? We beginnen niet bij nul.

Veel kwantitatieve data is al bijeengebracht op het dataportaal Open Hilversum en we hebben al een aantal ‘sectorale’ monitors ontwikkeld, zoals het dashboard sociaal domein, de woningbouwmonitor en de monitor economie. We benutten uiteraard ook de jaarlijkse Hilversum monitor (burgerpeiling). Nuttige bronnen zijn: • Open Hilversum: https://open-hilversum.hub.arcgis.com/ • Atlas van de leefomgeving: https://www.atlasleefomgeving.nl/ • Dashboard klimaatbeleid: https://dashboardklimaatbeleid.nl/ • Klimaateffectatlas: https://www.klimaateffectatlas.nl • Dashboard Waarstaatjegemeente: https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard

Het nut en de noodzaak van een toetsingskader voor het beoordelen van de kwaliteit van de participatie onderzoeken we verder in de startnotitie Participatiebeleid.

41

• • • • • • •

en kaartmateriaal voor gebiedsagenda’s geven inzicht in de staat van een gebied op een moment. Periodieke foto's van een gebied brengen ontwikkelingen in beeld.

Dashboard Incijfers: https://hilversum.incijfers.nl/ Compendium voor de leefomgeving: https://www.clo.nl/ Dashboard volksgezondheid: https://www.vzinfo.nl/ Leefstijlmonitor: https://www.rivm.nl/leefstijlmonitor Info volksgezondheid: https://www.staatvenz.nl/ CBS: www.cbs.nl Atlas voor gemeenten: https://atlasresearch.nl/de-atlas-2023/

2.8 Kostenverhaal In deze Omgevingsvisie staan forse opgaven en transities. Het is onmogelijk om op voorhand te bepalen of deze 'betaalbaar’ zijn. Veel investeren zijn immers ‘privaat’: inwoners die hun huis verduurzamen, corporaties die woningen vernieuwen en bouwen, onderwijsinstellingen die onderwijs aanbieden etc. Grote transities zoals de energietransitie zijn nauwelijks te ramen en sterk afhankelijk van regelgeving en financiering door andere overheden. Of van het werk-met-werk maken wanneer een ontwikkelaar gebieden of locaties (her)ontwikkelt. Uiteraard draagt de gemeente bij; via de programmabegroting, waarin de politiek keuzes maakt over de inzet van geld en capaciteit.

De Omgevingsmonitor stelt hoge eisen aan de datakwaliteit. Dat vraagt organisatiebreed om voldoende aandacht, inzet en middelen om datakwaliteit te ontwikkelen en borgen. Het succes van een monitor hangt ook af van de mate waarin de monitor door de samenleving gezien wordt als een bruikbaar instrument. We willen komen tot een situatie waarin we gezamenlijk naar dezelfde realiteit kijken, onderbouwd met feiten. Het bestaande stadspanel Data kan hierbij een rol spelen.

Omdat private initiatieven nodig zijn om de doelen voor 2040 te halen, kan de gemeente niet alleen beperkingen opleggen. Het is in het algemeen belang dat initiatieven die passen binnen de Omgevingsvisie gefaciliteerd worden, dat wil zeggen dat er mogelijkheden zijn om tot haalbare ‘business cases’ te komen. Het algemeen belang vereist ook dat de gemeente aan kostenverhaal doet. We willen niet dat ontwikkelende partijen winst maken op een gebiedsontwikkeling en de kosten van nadelige gevolgen afwentelen op de samenleving of de omgeving. We willen wel dat ze bijdragen aan voorzieningen of investeringen die nodig zijn voor de stad en waar de gebiedsontwikkeling van profiteert. Regulier kostenverhaal is onder de Omgevingswet een wettelijke plicht en publiekrechtelijk afdwingbaar. Aanvullend krijgen gemeenten krijgen de bevoegdheid (geen plicht) om een aanvullende financiële bijdrage publiekrechtelijk af te dwingen, op voorwaarde van onderbouwing in de Omgevingsvisie of Omgevingsprogramma's.

Trends en prognoses, ontwikkelingen waar Hilversum komen uit de tweejaarlijkse trendstudie van Platform 31, die op Hilversums niveau vertaald wordt. Een eerste versie daarvan verscheen in 2022.

Verschillende monitors Het onderscheid tussen de Omgevingsvisie en programma’s betekent dat verschillende monitors nodig zijn. Onderstaande tabel geeft daar een indruk van. De Omgevingsmonitor legt de nadruk op ‘doen we de goede dingen?’. De programmamonitors gaan vooral over ‘doen we de dingen goed?’.

Beleid Uitvoering

Inhoud Omgevingsvisie Programma's Agenda's

Monitoring Monitor Omgevingsvisie Monitor programma's -

Mogelijkheden voor kostenverhaal

Ten slotte is het denkbaar dat we ook voor gebiedsagenda’s monitors maken. Omdat ze als addendum op de Omgevingsvisie worden vastgesteld, zal de monitor vergelijkbaar moeten zijn met die van de Omgevingsvisie. Data

Er zijn twee mogelijkheden voor kostenverhaal: publiekrechtelijk en privaatrechtelijk. Zowel de wetgever als gemeenten hebben in de praktijk een 42

sterke voorkeur voor de privaatrechtelijke, vrijwillige route: via een anterieure overeenkomst voorafgaand aan een planologisch besluit het kostenverhaal regelen. Het publiekrechtelijk spoor is gebonden aan veel regels en door partijen vaak als onpraktisch ervaren. Beide mogelijkheden staan in de tabel. Mogelijkheid

Middel

Onderbouwing

Financiële bijdrage ruimtelijke ontwikkeling voor instandhouding/verhoging ruimtelijke kwaliteit. Hier valt ook een vereveningsbijdrage onder, bijvoorbeeld voor sociale woningbouw. Regulier kostenverhaal voor: • Gebiedseigen kosten (bijv. ambtelijke plankosten en aanpassingen openbare ruimte) • Bovenwijkse voorzieningen (voor meerdere gebieden, bijvoorbeeld infra, groen en water)

Bij voorkeur vrijwillig via een anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk, afspraken maken vóór vaststellen planologisch besluit). Als dat niet lukt, dan publiekrechtelijk afdwingbaar via kostenverhaalregels of een posterieure overeenkomst.

Nota kostenverhaal voor zowel het privaatrechtelijk als publiekrechtelijk spoor en verplichte onderbouwing in de Omgevingsvisie of een programma van de Omgevingsvisie. • •

gevingswet meer kosten in beeld om te verhalen, zoals kosten voor klimaatadaptatie, energietransitie, nieuwe mobiliteitsconcepten en netwerkvoorzieningen en verbeteringen van het landschap, natuur, water of stikstofbalans. Het publiekrechtelijk afdwingen van het kostenverhaal regelen we in ‘kostenverhaalregels’ in het Omgevingsplan of de Omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Daartoe stellen we eerst een nota kostenverhaal vast als (deel-)programma van de Omgevingsvisie: dit biedt de nodige juridische dekking (afdeling 13.7 Omgevingswet). We kiezen er bewust niet voor om het kostenverhaal integraal in de Omgevingsvisie te verwerken. Het werken met een nota/programma kostenverhaal heeft als voordeel dat het kostenverhaal (onderbouwing, berekening en toepassing) periodiek geactualiseerd kan worden aan bijvoorbeeld marktontwikkelingen, zonder tegelijk de gehele Omgevingsvisie te moeten bijstellen. We kiezen er ook bewust niet voor om in de Omgevingsvisie een uitputtende lijst met alle ‘veranderlocaties’ voor het Omgevingsplan op te nemen. We nemen veranderlocaties (zoals woningbouwlocaties) die in de Omgevingsvisie zijn genoemd pas op in Omgevingsplan nadat de gemeente een anterieure overeenkomst heeft gesloten met de ontwikkelaars.

Nota kostenverhaal voor zowel het privaatrechtelijk als het publiekrechtelijk spoor. Kostensoortenlijst en p/t/pcriteria in het publiekrechtelijk spoor (profijt-toerekenbaarheid-proportionaliteit

Sluitend systeem In het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkeling (gemeenteraad 2021) is uitgesproken vaker initiatieven te willen afwikkelen via intentieovereenkomsten en anterieure overeenkomsten. Ook is aangekondigd dat Hilversum een nota kostenverhaal opstelt, die samen met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de nota grondbeleid een sluitend systeem vormt.

De planning is dat Hilversum de nota kostenverhaal in 2024 vaststelt, na vaststelling van de Omgevingsvisie. Omdat hier sprake is van een ‘vrijwillig’ programma, zijn er geen wettelijke eisen wat betreft de procedure. Omdat het kostenverhaal niet gaat over ruimtelijk beleid (maar het ondersteunen van de uitvoering ervan) voorzien wij geen formele inspraak. Wel zullen we vooraf overleg voeren met ontwikkelende partijen, zoals corporaties en projectontwikkelaars.

Nota kostenverhaal als programma onder de Omgevingsvisie In Hilversum blijven we de anterieure overeenkomst als voorkeursoptie zien. Wel willen we als stok ‘achter de deur’ de mogelijkheid openhouden om kosten publiekrechtelijk af te dwingen én regelen dat ontwikkelaars financieel bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen en aan de instandhouding of verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Inhoudelijk gezien komen onder de Om-

Consequenties voor de nota grondbeleid De nota grondbeleid beschrijft hoe de gemeente omgaat met eigen grondposities en geeft aan of de gemeente een actieve of faciliterende rol inneemt. De nota grondbeleid van Hilversum gaat uit van situationeel grondbeleid en 43

dat past naar ons oordeel goed bij deze Omgevingsvisie. We zien op voorhand geen noodzaak de nota Grondbeleid aan te passen, maar willen wel onderzoeken of er aanscherpingen zijn die leiden tot meer ruimtelijke regie.

Met betrekking tot het gevestigde voorkeursrecht op diverse gronden van het Arenapark is de vaststelling van de Omgevingsvisie het eerste ruimtelijke besluit tot continuering van het voorkeursrecht. In de Omgevingsvisie is voldoende concreet aangegeven welke functies in de toekomst worden beoogd te verwezenlijken en waarvan voorzien wordt dat deze in het omgevingsplan toegedeeld zullen worden.

2.9 Voorkeursrecht gemeenten Een Omgevingsvisie kan het vestigen van voorkeursrechten onderbouwen. Onder de Wet ruimtelijke ordening kon dat o.a. ook met Structuurvisies. Gelijktijdig met het vaststellen van de Omgevingsvisie Hilversum 2040 wordt de Structuurvisie Hilversum 2030 ingetrokken. We hebben onderzocht of het vaststellen van de Omgevingsvisie onder intrekking van de gebiedsdekkende Structuurvisie Hilversum 2030 consequenties heeft voor de onderbouwing en continuering van gevestigde voorkeursrechten.

Voor de oostzijde van het spoor heeft de gemeenteraad op 9 juni 2022 de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ vastgesteld. Deze structuurvisie vormt de grondslag voor het continueren van het voorkeursrecht. Nu de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ een niet grondgebied-dekkende structuurvisie betreft, houden we deze in stand en kwalificeren we deze op grond van de Omgevingswet als een ‘programma’ als onderdeel van de voorliggende Omgevingsvisie. De inhoud van de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ is en blijft daarmee bepalend voor de uitvoering en uitwerking van dit gebied. Verwezen wordt naar de structuurvisie ‘Bruisend Hart’ voor het in dit gebied gedetailleerde beleid6.

De gemeenteraad heeft de afgelopen jaren voor drie gebieden voorkeursrecht gevestigd, namelijk voor: 1. De spoorzijde van de Koninginneweg (in het kader van de plannen voor het stationsgebied) 2. Arenapark 3. Entree Oost (Bruisend Hart) Door vaststelling van bestemmingsplan ‘Stationsgebied 2022’ is het voorkeursrecht van de Koninginneweg reeds gecontinueerd. De vaststelling van de Omgevingsvisie heeft hiervoor geen gevolgen.

6 De structuurvisie Bruisend Hart is hier te vinden.

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=ff0f02bb-5b67-4ad8-8ae3-4f12096613fc