Omgevingsvisie Deel C - Uitwerkingen beleid en toepassingen
Tekst van het document
Omgevingsvisie Hilversum 2040
Deel C: Uitwerkingen beleid en toepassingen
Inhoudsopgave Deel C Andere delen van de Omgevingsvisie Deel A: Visie op hoofdlijnen Deel B: Brondocumenten Deel D: Verantwoording
Inhoudsopgave ................................................................................................. 2 1. Beleidsuitwerkingen voor Programma’s .................................................. 3 1.1 Beleidsuitwerking maatregelen Duurzaam ...................................... 3 Kadertekst - Een toekomstbestendige Heuvelrug......................................... 3 Kadertekst – De openbare ruimte is van ons allemaal ............................... 12 Kadertekst – Openbare ruimte en de inclusieagenda................................. 12 1.2 Beleidsuitwerking maatregelen Meedoen ..................................... 14 Kadertekst – Religieuze voorzieningen ....................................................... 15 Kadertekst - Cultuur als kans ...................................................................... 16 Kadertekst - Meedoen in een gezonde omgeving ...................................... 17 Kadertekst - Een veilige, fysieke leefomgeving als randvoorwaarde voor locatie- en gebiedsontwikkelingen ............................................................. 18 1.3 Beleidsuitwerking maatregelen Actief ........................................... 20 Kadertekst - Circulaire economie ................................................................ 23 2. Werken met de Omgevingsvisie .............................................................
25 2.1 Participatiebeleid.................................................................................. 25 Kadertekst - Lessen uit de participatie ....................................................... 28 2.2 Instrumenten uit de Omgevingswet ..................................................... 29 2.3 Het Omgevingsplan .............................................................................. 31 2.4 Programma’s ........................................................................................ 32 Kadertekst – de rol en betekenis van uitvoeringsbeleid ............................. 33 2.5 Gebiedsagenda’s .................................................................................. 34 Kadertekst: Voorbeeld Agrarisch Hilversum ............................................... 35 2.6 Toetsingskader voor initiatieven .......................................................... 39 2.7 Monitoring ............................................................................................ 41 2.8 Kostenverhaal ....................................................................................... 42 2.9 Voorkeursrecht gemeenten ................................................................. 44
2
grondwaterzorgplicht en de gevolgen daarvan voor de oppervlaktewaterkwaliteit. In gezamenlijkheid wordt in 2024 een Watergebiedsplan Hilversum gemaakt en verder onderzoek gedaan naar een toekomstbestendige Heuvelrug (kadertekst) en het beheer van oppervlaktewateren in Hilversum. Een van de maatregelen daarbij is het terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (ecologisch baggeren), zoals de Oude Haven en Gooise Vaart, en het beperken van vervuiling.
1. Beleidsuitwerkingen voor Programma’s In hoofdstuk 6 van deel A zijn doelen, principes voor de samenhangende opgaven Duurzaam, Meedoen en Actief beschreven. Ook zijn de belangrijkste maatregelen beknopt opgeschreven en voorzien van indicatoren om de ontwikkelingen te kunnen volgen. In dit deel werken we de maatregelen verder uit naar beleidsteksten, als basis voor de Programma’s Duurzaam, Meedoen en Actief. In deze beleidsteksten zijn veel van de (vaak uitgebreide) zienswijzen verwerkt. Ter illustratie zijn dezelfde Structuurkaarten opgenomen als in deel A. Bij sommige maatregelen is wat meer achtergrond of meer detailuitwerking in een ‘Kadertekst’ opgenomen.
Voor natuur en bodem zijn de stikstofnormen voor Natura2000 gebieden het meest actueel. Ook hier bepaalt Europa de doelen voor 2030 en zijn Rijk en provincie verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen zoals gebiedsbescherming in Natura2000 gebieden. Hilversum ondersteunt waar mogelijk maatregelen die zij treffen in Natura2000 gebieden en overige natuurgebieden. Binnen de stadsgrenzen is Hilversum aan zet. Voor bodem geldt dat bij ontwikkelingen altijd (bron)maatregelen genomen moeten worden om verontreiniging van bodem en grondwater te voorkomen. Voor lucht liggen bronnen voor het grootste deel buiten onze invloedssfeer.
1.1 Beleidsuitwerking maatregelen Duurzaam Per doel zijn hier de belangrijkste maatregelen uitgewerkt.
Kadertekst - Een toekomstbestendige Heuvelrug
1. Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de milieunormen De gemeente is lang niet altijd het bevoegde gezag voor lucht, water en bodem. Veelal zijn doelen en normen provinciaal, landelijk en zelfs Europees bepaald. Zo zijn de doelen voor de kaderrichtlijn Water in 2027 bepaald door Europa, ligt de eindverantwoordelijkheid bij het Ministerie van I&W en zijn Waterschappen penvoerder. De implementatie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en (ook) gemeenten. Met alle gebiedspartijen is al een samenwerkingsovereenkomst gesloten, met een gezamenlijke ambitie voor het verder verduurzamen en toekomstbestendig maken van het oppervlaktewatersysteem, met oog op waterkwaliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Alle partijen leggen hun inspanningen vast in eigen waterprogramma’s en werken aan gezamenlijke inspanningen. Zo neemt het Waterschap per 1 januari 2024 verantwoordelijkheid voor beheer en onderhoud van het oppervlaktewater. De gemeentelijke verantwoordelijkheid gaat vooral om de invulling van de afvalwater-, hemel- en
Waterschap, provincie, MRA, drinkwaterbedrijven en gemeenten (waaronder Hilversum) werken aan het robuust/toekomstbestendig maken van het unieke kwelsysteem van de Heuvelrug. Dit is een belangrijke basis voor de unieke landschappelijke- en natuurwaarde van Hilversum en omgeving (het plassengebied aan de westzijde) en de ‘watermotor’ voor Hilversum. Een robuuster systeem is nodig voor de toenemende drinkwatervraag, klimaatverandering, biodiversiteitsherstel en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het gebied loopt nu al tegen grenzen aan door keuzen die in het verleden gemaakt zijn, vaak te veel vanuit lokale landgebruikswensen en te veel afhankelijk van techniek. De ambitie is een adaptiever gebied, waarin de unieke systeemeigenschappen beter tot hun recht komen (natuurlijk systeemherstel). Denk aan hemelwater zo veel als mogelijk schoonhouden en in de bodem infiltreren, om daarmee de grondwatervoorraad aan te vullen. Om bij
3
groen- en vegetatiekeuzen rekening te houden met de effecten op het geohydrologische systeem. Een tweede doel is te komen tot een goede ruimtelijke ordening die past bij het systeem.
Kwetsbaardere delen van de natuur kunnen dan rustiger worden. Wat betreft de natuurgebieden zelf, is de vraag hoe we de natuurgebieden op een duurzame manier in stand kunnen houden als gevolg van het veranderende klimaat en de negatieve effecten van landbouw, industrie en mobiliteit. Daarbij hebben we oog voor de kwetsbaarheid van onze natuur als gevolg van het veranderende klimaat en stikstof: er is op de open heide en in de naaldbossen in toenemende mate kans op droogte, hitte en daardoor natuurbranden. We moeten goed kijken op welke plekken meer biodiversiteit nodig is en de natuur robuuster kan worden, bijvoorbeeld door: • Onderzoek naar de noodzaak van aanvullende ontsnipperingsmaatregelen bij infrastructuur, zoals faunatunnels, bruggen of rasters. • Ruimte te bieden voor het realiseren van vaste en mobiele schuilvoorzieningen voor weidedieren, die goed passen bij het landschap. De natuur aan de westzijde van Hilversum wordt versterkt door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Hogere waterstanden bevorderen schone kwel en lagere CO2 uitstoot door veengebieden. Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand bekijken we als eerste, omdat ook een te hoge grondwaterstand tot problemen kan leiden, bijvoorbeeld voor de aanwezige vegetatie of voor vee dat in de modder staat.
Samen met gebiedspartners gaan we onderzoeken wat de beste oplossing is.
De watermotor van Hilversum. Bron: Defacto - Resilience by Design MRA (2020)
2. Verbeteren van de diversiteit van planten en dieren in het buitengebied en verbindingen met het groen in de stad Stad en landschap zijn in samenhang vormgegeven. We kunnen constateren dat vooral de stad zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. De natuurgebieden zijn door de vele natuurbruggen weliswaar beter met elkaar verbonden, maar de ontwikkeling van het landschap ging minder snel. Het landschap staat voor uitdagingen, zowel qua gebruik (recreatiedruk) als wat betreft (bio-)diversiteit, natuurwaarden en het ecologisch systeem.
Hilversum heeft een beperkt aantal agrarische bedrijven, vooral rondom de Hilversumse Meent. In en om de stad zijn ook stadslandbouw-achtige activiteiten, zoals de wijngaard en Urban Farming projecten. Waar sprake is van landbouw willen we de omslag maken naar kringlooplandbouw: een duurzame landbouw, zonder negatieve gevolgen voor de omgeving. Dat betekent extensivering, tot een niveau waarop landbouw en omgeving in balans zijn. De rol van de gemeente is daarbij het toelaten van (andere) bestemmingen die zich goed verhouden tot het karakter van het gebied en het stimuleren van samenwerking in de regio. In de participatie hebben de houders van de agrarische bedrijven in het buitengebied van de Hilversumse Meent aangegeven een gebiedsvisie te willen maken voor een duurzame toekomst van
Het landschap om Hilversum wordt ontlast door het op plekken aan de randen wat intensiever en andere delen wat minder intensief te gebruiken. Dus: meer groene buitenruimte in een ring om de stad, die toegankelijk is, tegen een stootje kan en is berekend op recreatie. Hier mag het wat drukker zijn. 4
het gebied in bredere zin, denk bijvoorbeeld aan biodiversiteit, kringlooplandbouw, energietransitie, recreatie en voedselvoorziening. Daar staan we open voor. Voor landgoed Zonnestraal maken we al een gebiedsvisie. Voor deze en ander locaties (zoals het MOB-terrein of het vliegveld) zal maatwerk nodig zijn. Daarom doet deze Omgevingsvisie geen concrete voorstellen voor functiewijziging, maar formuleert uitgangspunten voor ruimtelijke ontwikkeling, zoals: • Een goede balans tussen maatschappelijke waarde voor bewoners, omwonenden en de waarde van het landschap, met zoveel mogelijk behoud van cultuurlandschap en verbetering van de bodemkwaliteit. • Het langjarig verbeteren van natuurwaarden en borgen van beheer. • Zorgvuldig omgaan met woningbouw om landgoederen rendabel te maken. Beperkte vormen van verblijfsrecreatie zijn wellicht mogelijk.
In de kaart kan gelezen worden dat groen in ‘versteende’ buurten minder belangrijk zou zijn, omdat er lagere percentages bij staan. Dat is niet juist. De mogelijkheden om groen toe te voegen zijn in de grijze en paarse gebieden vanwege de maat en schaal beperkter. Desondanks zoeken we juist daar als eerste naar verbetering en kijken daarbij nadrukkelijk naar de bovengrens van de bandbreedte.
3. Tegengaan van hittestress en overlast door te veel/te weinig water en beschikbaarheid van voldoende drinkwater Groen helpt bij het tegengaan van hittestress. In de stad is het meeste groen in privaat eigendom (ten opzichte van de openbare ruimte). De grootste winst kunnen we behalen met het stimuleren van maatregelen zoals ‘operatie steenbreek’ en het zelf opvangen van hemelwater. Voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes. Als er groen wordt aangeplant, zetten we in op soorten die beter bestand zijn tegen warmte en droogte, die gebiedseigen zijn en passen bij het grondwatersysteem. Bij het realiseren van nieuwe boomrijen langs straten (laanbomen) zetten we in op het toepassen van het mengen van soorten, zodat bij boomziekten niet gelijk een hele laan uitvalt. We hanteren een streefpercentage groen per gebied, zodat bij elke ruimtelijke ontwikkeling ook groen wordt gerealiseerd en koele, groene plekken voor alle Hilversummers binnen 300 meter bereikbaar zijn. We sluiten daarvoor eerst aan op de streefpercentages uit het (deel-)programma Groen en onderzoeken hoe we die kunnen omwerken naar een goede norm, die niet alleen gaat over de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van het groen.
Kaart: streefpercentages groen. Bron: (deel-)programma Groen
5
Om substantieel bomen te kunnen toevoegen moeten we op een andere manier omgaan met ondergrondse infrastructuur. Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om kabels en leidingen anders te ordenen. Op verschillende plekken in Hilversum is regelmatig sprake van wateroverlast: vooral in het centrum, 1221 en het Havenkwartier. Tegelijkertijd is steeds vaker sprake van watertekorten. Aanvullend is er op enkele plekken in Hilversum sprake van enig overstromingsrisico (De Meent en Kerkelanden). We moeten daarom toewerken naar meer ‘watermeedoen bouwen’ en een robuuster watersysteem, waarin het de eerste voorkeur heeft hemelwater lokaal vast te houden en de tweede voorkeur is hemelwater af te voeren naar gebieden voor wateropslag, zoals de omliggende natuurgebieden. Hiervoor zijn twee maatregelen in beeld: het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het riool en het vinden van gebieden voor wateropslag. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afkoppelen van regenpijpen van woningen, door het water op te vangen, te bergen en te hergebruiken (voor bijvoorbeeld sproeien van de tuin of het doorspoelen van toiletten). Dit kan op daken, onder wegen en gebouwen, in tuinen en plantsoenen. Er zijn ook grotere gebieden nodig om schoon hemelwater te bufferen.
Hierbij kan bijvoorbeeld worden gezocht naar combinaties met meer intensief te gebruiken groengebieden direct rond de stad of oppervlaktewater in de stad. Als het water eenmaal is opgevangen, dan moet het de tijd krijgen om in de bodem te infiltreren. De voorkeur gaat uit naar natuurlijke voorzieningen, zoals greppels, wadi’s en vijvers. Op deze manier kan de grondwatervoorraad continu worden aangevuld. Ondergrondse infiltratievoorzieningen zijn gevoeliger voor verstoppingen en vragen meer onderhoud. In de zomer zijn de bovengrondse waterbuffers meestal leeg. Voor bijvoorbeeld bluswater kan in Hilversum gelukkig ook grondwater worden gebruikt. Reden te meer om de grondwatervoorraad zo veel mogelijk aan te blijven vullen.
6
4. Stapsgewijs overgaan naar duurzamere vormen van mobiliteit We gaan in de komende twintig jaar fundamenteel anders om met het opwekken en gebruiken van energie. Er is op dit onderwerp veel in beweging en we verwachten dat er in de toekomst ontwikkelingen en innovaties zullen zijn die we ons nu nog niet goed kunnen voorstellen. Duidelijk is wel dat we in 2050 CO2-neutraal willen zijn, met als tussenstap 55% CO2-reductie in 2030. We maken de omslag van fossiele energie naar duurzaam opgewekte energie en willen dat ruimtelijke ontwikkelingen altijd energieneutraal of – positief zijn. In 2040 zijn alle gebouwen energie-efficiënter, waardoor de warmtevraag kleiner wordt. We kijken voor het opwekken van energie eerst naar het bestaande stedelijke gebied en pas naar het buitengebied als het niet anders kan.
•
Hilversum heeft al stevig beleid in de vorm van de Transitievisie Warmte en de Regionale EnergieStrategie 1.0. De huidige aanpak kenmerkt zich door: • Een ‘all-electric’ aanpak voor inwoners door inzet van intermediaire organisaties, bestaande uit: o Energie-efficiëntie door isolatie door bewoners en ondernemers samen met o.a. energiecoöperaties, het regionale energiedienstenbedrijf, woningcorporaties en bedrijvenverenigingen te ondersteunen hun woning, kantoor of bedrijfspand te isoleren. o Duurzame stroom opwekken door zon-op-dak. We streven naar zonnepanelen op alle daken waar dat mogelijk is en ondersteunen bewoners, ondernemers, scholen en hun verenigingen om dit te realiseren. Daarmee kunnen we in circa 10% van de huidige elektriciteitsbehoefte voorzien. Daarnaast stimuleren we initiatieven voor zonnepanelen op andere geschikte locaties, zoals zonnecarports op grote parkeerplaatsen, die ook dienen als laadplein voor elektrische deelauto's. • Warmtetransitie naar aardgasvrij. Het gaat om het op termijn vervangen van aardgas door duurzame en betaalbare energiebronnen voor alle Hilversummers. In 2021 is hiervoor de eerste Transitievisie Warmte opgesteld, die we elke vijf jaar actualiseren. De komende jaren stimuleren we
7
lokale energie-initiatieven rondom thermische energie uit oppervlaktewater en afvalwater (bij rioolwaterzuivering Anna’s Hoeve) en bouwen we kennis en ervaring op in de Proeftuin Aardgasvrije Meent. Voor het grootste deel van de warmtetransitie zijn we aangewezen op technieken die gebruik maken van warmte in lucht, bodem (tientallen meters diep) en (grond)water, via een warmtepomp. Dit kan per woning, woningblok of buurt. Ook kan de bodem worden gebruikt om warmte uit de zomer en koude uit de winter in te bufferen, via Warmte-Koude Opslag (WKO). Dit is voor kantoren al een gangbaar systeem, vooral omdat zij ook een koudevraag hebben in de zomer. Regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond. Een duurzaam energiesysteem gaat meer ruimte vergen voor energie-infrastructuur in Hilversum voor productie, opslag en distributie. De landelijke verwachting is dat het energiesysteem de komende 20 jaar verandert van een centraal, uniform en fossiel systeem, naar een decentraal, meer divers en duurzaam systeem. Landelijk gaat het om verdrie- tot vervijfvoudiging van de elektriciteitsvraag in de periode t/m 2050 (TNO scenario klimaatneutraal energiesysteem). Dit betekent ook in Hilversum een verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur en dat heeft impact op de openbare ruimte, boven en onder de grond.
Denk daarbij aan minimaal een verdubbeling van het aantal middenspanningsruimtes (elektriciteitshuisjes van circa 2,5 bij 2,5 meter groot) in Hilversum. Met netbeheerders zoals Liander maken we een schets van de benodigde energie-infrastructuur in 2040. In de wijken is nu vooral verzwaring van het elektriciteitsnet aan de orde, met enkele honderden transformatorhuisjes en ondergrondse kabels, lokale opslag van opgewekte energie (ook om piekbelasting van het systeem te dempen), het toevoegen van collectieve warmtesystemen (buizen en warmte-installaties) in sommige wijken/buurten en het intensievere gebruik van de bodem voor WarmteKoude Opslag (WKO). Dit vergt ruimte, inpassing, investeringen en beheer van deze (nieuwe) eigendommen. In de voorlopige versie van de nieuwe Wet Collectieve Warmte is het beheer van grotere transportnetten voor warmte (1.500 woningen of meer) een publieke taak, die bijvoorbeeld door een gemeente, waterschap, netbeheerder of provincie uitgevoerd kan worden.
•
•
een taak van de Provincie Noord-Holland is. Wat Hilversum wel kan doen, is het stimuleren van het ontwikkelen van bodemenergiestrategieën voor gebiedsontwikkelingen. Dat doen we al, bijvoorbeeld voor het Arenapark. Ook denkbaar is het ondersteunen van collectieven van particulieren of corporaties of een verplichting voor alle ontwikkelingen van meer dan 25 woningen om te voorzien in een WKO.
Publieke laadinfrastructuur vooruitplannen. Om de energie-infrastructuur op tijd gereed te hebben, is het essentieel om voor meerdere jaren plannen te hebben hoe en waar laadpunten komen voor elektrisch vervoer. We brengen daarom samen met de netbeheerders en partners de toekomstige ontwikkelingen van duurzame mobiliteit en stadslogistiek en de daaraan gekoppelde vraag naar elektra/laadvoorzieningen in kaart. We kiezen in beginsel voor slim laden bij de aanleg van publieke laadinfrastructuur. Met slim laden worden de snelheid en het tijdstip van laden aangepast aan de ruimte op het lokale stroomnet. In (regionale) concessies stellen we eisen aan de toepassingen van slim laden zoals zijn opgenomen in de NAL (Nationale Agenda Laadinfrastructuur). In gebiedsontwikkelingen werk-met-werk maken. Gebiedsontwikkelingen bieden de kans om een toekomstbestendige energie-infrastructuur te ontwerpen en aan te leggen, bijvoorbeeld op het Arenapark. Bij gebiedsontwikkelingen streven we naar het voldoen aan de eisen voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’ (BENG). Waar mogelijk doen we meer. Zo leggen we in de nieuwe woonwijk Buurtschap Crailo een ‘future grid’ aan als onderdeel van de energiepositieve wijk, waarbij opgewekte energie in de wijk wordt opgeslagen en gebruikt door een slim energiesysteem.
De gemeente volgt waar mogelijk het landelijk beleid waar het uitgangspunt is om biomassacentrales op termijn af te schaffen.
We richten ons deze bestuursperiode tot 2026 op het uitvoeren van de grote hoeveelheid vastgestelde plannen. Als initiatieven aanleiding geven om te versnellen, dan nemen we bestuurlijk die ruimte. We weten dat we – net als alle gemeenten in Nederland – richting 2030 de beweging moeten vergroten. Onze inzet bepalen we bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte in 2026. Dan is ook landelijk meer duidelijkheid over financiering en benodigde wetgeving; daar zitten thans de grootste belemmeringen. Tot de volgende Transitievisie Warmte is het zaak in de gaten te houden dat individuele en gezamenlijke belangen elkaar niet in de weg zitten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als aan particulieren vergunningen worden afgegeven voor warmte-koude opslag (WKO), waardoor gezamenlijke WKO-oplossingen niet meer mogelijk zijn. Merk daarbij op dat het grondwaterbeheer 8
op eigen terrein en parkeergarages. Als prikkel om te kiezen voor een andere vervoerwijze wordt parkeren duurder gemaakt. Het idee daarachter is dat van de ABC mobiliteitsmilieus2, waarbij op centrumlocaties eerder en steviger wordt ingezet op het verlagen van het autobezit en het stimuleren van hoogwaardige alternatieven dan in de buitenwijken. Een systeem van beprijzen van parkeren is goed verdedigbaar: wie gebruik wil maken van de openbare ruimte de ruimte die van ons allemaal is mag daar best iets voor betalen. De opbrengsten worden geïnvesteerd in nieuwe mobiliteitsoplossingen. We breiden het betaald parkeren uit tot aan de buitenring. Tegelijk moet het gebruik van een eigen auto niet onmogelijk worden gemaakt. Mensen die afhankelijk zijn van een auto moeten deze wel kunnen blijven gebruiken. Dan gaat het om bijvoorbeeld om mensen met een beperking, maar ook om artsen, verloskundigen of zogenaamde ‘klusbussen’.
5. De overgang naar duurzamere mobiliteit versnellen en intensiveren Dit vindt in alle grote en middelgrote steden in Nederland plaats en is de essentie van de vastgestelde Mobiliteitsvisie Hilversum 2040. Voor de overgang naar duurzame mobiliteit is het nodig om alternatieven voor autobezit en gebruik, zoals fiets en deelvervoer, door te ontwikkelen. Daarnaast is nodig de parkeernormen naar beneden bij te stellen en het parkeren in de openbare ruimte vaker te beprijzen. Niet alleen om schone vormen van vervoer voorrang te geven, maar ook om de veiligheid in het verkeer te vergroten. Zo'n transitie is spannend, maar niet uniek voor Nederland en Hilversum. Grotere steden die Hilversum voorgingen zoals Amsterdam, Utrecht en Amersfoort ervaren een fors verbeterde leefbaarheid. Het gaat daar altijd om een combinatie van maatregelen. Het recent (2023) vastgestelde Uitvoeringsprogramma Mobiliteit en het tegelijkertijd vastgestelde parkeerbeleid sluiten goed aan bij de Omgevingsvisie. Zo wordt voor de fysieke inrichting het STOMP1 principe gehanteerd en wordt ingezet op het stimuleren van fiets en deelvervoer. We waken voor een gepolariseerde discussie ‘voor of tegen de auto’, omdat wij denken dat de auto in de komende jaren nog een belangrijke sociaaleconomische functie heeft. We gaan wel eerste stappen zetten.
Alternatieven voor de auto We stimuleren (gezonde, emissie-loze) alternatieven voor de auto door inzet op wandelen, fietsen, deelvervoer, OV. Daarbij word ook technologie ingezet om OV optimaal te combineren met deelvervoer. Met werkgevers voeren weg gesprekken over het terugdringen van het autogebruik. Met inwoners bespreken we over meer ruimte in woonstraten voor wandelaars, fietsers en gemengd verkeer en het terugdringen van racegedrag. De belangrijkste maatregelen zijn: • Fietsen en Wandelen We benutten de potentie door het aanleggen van een hoogwaardig en volledig netwerk voor langzaam verkeer (fiets en voetganger), dat veilig (fysiek en sociaal), comfortabel (koeler, breder) en toegankelijk is voor alle gebruikers met specifieke aandacht voor scholen, sportcomplexen en andere maatschappelijke voorzieningen. Ook realiseren we vijf doorfietsroutes die aansluiten op het regionale netwerk. We realiseren tot 2040 2.000 extra fietsparkeerplaatsen in Hilversum,
Parkeermaatregelen We zetten met parkeermaatregelen in op een acceptabele parkeerdruk op straat, door uitbreiding van betaald parkeren en het stimuleren van parkeren
1
STOMP staat voor Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – Mobility as a Service (MaaS) Particuliere auto. In die volgorde wordt het gebruik door inwoners, ondernemers en bezoekers gestimuleerd (bron: www.verkeerskunde.nl/artikel/met-het-ontwerpprincipe-stomp-krijgen-voetganger-en-fietser-de- ruimte)
2 Bron: https://www.kaw.nl/projecten/onderzoek-naar-mobiliteit-en-verdichten/
9
•
•
•
bovenop de projecten Stationsgebied en Bruisend Hart (7.000-7.500 fietsparkeerplaatsen) en stimuleren ontwikkelaars om in alle nieuwbouwprojecten goed bereikbare collectieve fietsenbergingen te maken met voldoende capaciteit en voorzieningen voor opladen, naar voorbeeld van Haarlem en Amsterdam. Hiervoor ontwikkelen we nieuwe fietsparkeernormen. Ten slotte doen we onderzoek naar een goed tracé voor de laatste ontbrekende schakel van het ‘fietsrondje Hilversum’ ten zuiden van Kerkelanden. Deelvervoer en uitbreiding laadpalen Het aanbod aan deelvervoer zal worden uitgebreid en ondersteund worden door Mobility-as-a-serviceconcepten. Doel is om in 2030 in elke vier straten in Hilversum twee parkeervakken voor deelauto’s te hebben en uiteindelijk in 2040 elke straat te voorzien van twee deelvervoer plekken. Parallel hieraan breiden we het publieke laadpalennetwerk uit. Het streven is het aantal publieke laadpalen in 2026 verdubbelt te hebben ten opzichte van 2023 (320 t.o.v. 160) en in 2035 1.000 publieke laadpalen te hebben. Fijnmazig en regionaal openbaar vervoer Hierbij past een strategie voor het versterken van de drie stationsgebieden door verdichten, het beter vormgeven van de ‘last mile’ tussen station en woon/werkplek door inzet op ketenmobiliteit (met deelvervoer) en het verbeteren van de buitenruimte.
Ook willen we kansen rond HOV-haltes en andere buslijnen beter benutten, zoals bij Monnikenberg/Tergooi en Crailo Autoverkeer Voor meer verkeersveiligheid brengen we de snelheid binnen de bebouwde kom daar waar dat kan omlaag van 50 km/uur naar 30 km/uur. De snelheid op de buitenring en radialen blijft 50 km/uur. We stellen 30 km/uur in op en binnen de centrumring om een autoluwe binnenstad te bevorderen. Voor wegen buiten de bebouwde kom overleggen we de betreffende wegbeheerders over het terugbrengen van de snelheid naar 60 km/uur. We hanteren het STOMP-principe om de doorstroming voor voetgangers, fietsers, scooters en auto’s te prioriteren bij meer intelligente verkeersregelinstallaties. We leggen in Hilversum geen grootschalige autoinfrastructuur aan. Geen rondweg langs de hei of tunnel. Dat past immers niet bij deze mobiliteitstransitie. Het geld kan beter worden besteed aan het bevorderen van andere vormen van vervoer en
•
10
mobiliteitshubs voor uitwisseling van personen- en goederenvervoer aan de randen van de stad. Goederenvervoer We onderzoeken de mogelijkheden voor doorontwikkeling van de Hillyhub en doen verder onderzoek naar mobiliteits en goederenhubs bij Kerkelanden, Arenapark en buurtschap Crailo. Ook zal onderzoek worden gedaan naar het instellen van zero emissiezones voor vrachtwagens in 2027 binnen de centrumring en het winkelgebied op de Gijsbrecht.
De bovenstaande structuurkaart mobiliteit bevat ook de gebiedsindeling voor parkeernormen uit het parkeerbeleid van 2023. Toekomstige actualisaties worden gedaan in de parkeernormennota.
wijs dat nu al op het ROC wordt gegeven. Vanuit het maatschappelijk platform Hilversum100 (H100) is er al een community circulaire economie als voedingsbodem.
6. Meer (her)gebruik van materialen Bij het vernieuwen en ontwikkelen van de stad denken we toekomstgericht en circulair. Onze focus is gericht op de gebouwde omgeving en consumptiegoederen, in combinatie met de maakindustrie, omdat we hiermee verwachten de grootste impact op het milieu te hebben.
7. De gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verbeteren De openbare ruimte is een belangrijk, maar tegelijk een beperkt deel van de totale ruimte in Hilversum. Voor realisatie van het hier geschetste toekomstbeeld zal daarom ook een beroep moeten worden gedaan op inwoners en organisaties om meer openbare ruimte te creëren, bijvoorbeeld door meervoudig grondgebruik. Maar de grootste winst zit in het realiseren van een betere openbare ruimte. Dat kan alleen als het ruimtebeslag van de (stilstaande) auto in de stad afneemt. Voor de openbare ruimte ziet het toekomstbeeld 2040 er als volgt uit: • Meer ruimte om overtollig water bij extreme neerslag op te vangen en vast te houden. Hiermee voorkomen we wateroverlast en bufferen we water voor gebruik in droge perioden. • Meer ruimte voor groen en bomen. Dat verbetert de bestaande groenstructuur en tegelijkertijd de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld door minder hittestress tijdens warme periodes. Iedereen heeft recht op een koele plek op loopafstand. In de meest verdichte wijken met de meeste sociale problemen zijn die plekken er te weinig. • Meer ruimte in de directe woonomgeving om te verblijven, te spelen en elkaar te ontmoeten.
Dit vergroot de leefbaarheid in wijken, leidt tot een sterkere sociale samenhang, nodigt mensen uit tot bewegen en biedt kansen om de openbare ruimte toegankelijker te maken voor mensen met een beperking. • Meer ruimte voor wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit: dit zijn gezonde en veilige manieren om te bewegen en bovendien goede alternatieven voor de auto in onze compacte stad. • Meer ruimte voor maatregelen op het gebied van duurzame energie.
Zo werken we aan circulaire gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld in het Arenapark. Gebouwen moeten zoveel mogelijk aanpasbaar en klimaat-adaptief zijn. We denken bij bouwen en inrichten/beheer van de openbare ruimte qua materiaal altijd aan circulair, natuur-meedoen en CO2-neutraal. We hopen zo het ontstaan van een regionale circulaire bouwketen te stimuleren, met nieuwe samenwerkingen en lokale of regionale materiaalstromen. De door Hilversum ondertekende, MRA-brede intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw is een bruikbare leidraad. Circulair materiaalgebruik en het repareren van producten wordt in de toekomst vanzelfsprekend. Er zijn veel circulaire innovaties denkbaar, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, werken, de energietransitie en mobiliteit. Dit vergt ook ruimte en brengt nieuwe werkgelegenheid in Hilversum, bijvoorbeeld voor materiaalopslag en circulaire ambachten/maakindustrie. Dit verloopt deels door verandering van bestaande bedrijvigheid en deels door de toevoeging van nieuwe, circulaire bedrijven en beroepen. Daarvoor zijn vakmensen, gericht onderwijs en ruimte nodig. Op dit moment heeft Hilversum de bedrijven en de mensen niet en leunen we zwaar op andere plekken in het land. Landelijk worden verdere tekorten verwacht.
Willen we verandering hierin een plek geven, dan lijkt dit goed te kunnen passen bij het profiel van de bedrijventerreinen ZuidWest (Havenkwartier, Kerkelanden en Zeverijnstraat), het MOB terrein (tijdelijke opslag van materialen) en het onder-
Hilversum kijkt vooral naar plekken waar sprake is van transformatie. Daar liggen kansen om functies te combineren en waar passend bij de omgeving extra hoogte of verdichting te realiseren. In het algemeen geldt het principe 11
dat er geen elementen (meer) in de openbare ruimte geplaatst moeten worden die inpandig of op eigen terrein van particulieren kunnen worden opgelost. Denk aan WKO-installaties, kasten voor nutsvoorzieningen en afvalcontainers. Verder is er in Hilversum geen ruimte meer voor grote monofunctionele ruimtegebruikers. Meervoudig grondgebruik willen we vaker zien. Denk bijvoorbeeld aan schoolpleinen als buurtpark en daken als buitenruimte en voor wateropvang. In het algemeen geldt dat in de openbare ruimte groen en water de eerste prioriteit hebben. Ontmoetingsplaatsen staan op twee, gevolgd door ruimte voor voetganger, fiets en deelvervoer. Dat is ruimte die uitnodigt tot bewegen. Ruimte voor de auto is het sluitstuk. Goede voorbeelden kennen we al in Hilversum, zoals bij de ontwikkellocaties in 1221 en het Lucent terrein.
Kadertekst – De openbare ruimte is van ons allemaal De openbare ruimte is de ruimte van ons allemaal. Oudere Hilversummers herinneren zich goed hoe Hilversum landelijk bekend stond om zijn hoge kwaliteit van de openbare ruimte en slimme, ruimte-efficiënte oplossingen. Zo is het voor Nederland unieke systeem van rabat-parkeren ooit in Hilversum ingevoerd om de schaarse ruimte optimaal te gebruiken: overdag was er op de stoepen ruimte om te spelen en te wandelen, in de avond en nacht was er ruimte voor parkeren. In de 21e eeuw zien we de druk op de ruimte sterk toenemen. Niet alleen vanwege toenemend autobezit en -gebruik, maar ook door de groei van de bevolking, het aanleggen van nutsvoorzieningen voor overtollig water van daken, afvalcontainers en extra transformatorhuisjes, omdat steeds meer mensen zonnepanelen en laadpalen hebben. Soms zien we dat de openbare ruimte de afvoer is van problemen die ook goed in de private ruimte op te lossen zijn. Het leidt tot druk op de kwaliteiten van de openbare ruimte, zeker in de wat oudere arbeiderswijken. Het vraagt om slimme, gebiedsgerichte oplossingen, zodat we de druk op de openbare ruimte verminderen en kwaliteit vergroten.
In combinatie met deze maatregelen moeten we nadenken over een betere manier om kabels en leidingen te ordenen, zodat er meer ruimte komt voor het planten van bomen of het aanleggen van bijvoorbeeld een warmtenet. Geen enkele oplossing wordt daarbij op voorhand uitgesloten. Denk bijvoorbeeld aan het concentreren van kabels en leidingen onder de rijbaan in plaats van onder de stoep. Juist in de stoepen willen we namelijk bomen planten. Een andere optie is het realiseren van (tijdelijke) netverzwaring boven de grond. Bij al deze opties moeten ook de ruimteclaims in de diepere ondergrond worden meegenomen. Het gaat feitelijk om de vraag wat voorrang heeft. Dit kan op termijn wellicht vertaald worden in een wijkgericht ondergrond plan.
Kadertekst – openbare ruimte en de inclusieagenda In de uitvoeringsagenda Inclusie is het belang van een toegankelijke openbare ruimte voor mensen met een beperking beschreven: “De fysieke wereld buiten de voordeur van je eigen huis kan leiden tot uitsluiting voor mensen met een beperking of handicap. De ambitie van de gemeente is dat de gebouwde omgeving toegankelijk is voor iedereen, zoals openbare gebouwen maar ook de buitenruimte met zijn straten, parken en bepaalde speelplekken. Zodat alle mensen er kunnen doen wat zij volgens de bestemming komen doen, ongeacht de beperking of de handicap van de persoon zelf. Door dit in de Omgevingsvisie op te nemen, wordt de toegankelijkheid voor mensen met een handicap of beperking bij (her-) ontwikkelingen van de gebouwde omgeving meegenomen.”
Waarvoor de openbare ruimte wordt ingezet, verschilt in Hilversum per gebied. Na vaststelling van de Omgevingsvisie en de visie Openbare Ruimte onderzoeken we dat verder in Gebiedsagenda’s, in samenspraak met inwoners, ondernemers en organisaties. Op de schaal van de stad zien we op hoofdlijnen ruimte voor een aantal accenten. Zo ligt het realiseren van meer ruimte voor water en groen meer voor de hand in de meest verdichte buurten. En in buurten met de meeste sociale vraagstukken ligt het voor de hand in te zetten op ruimte voor spelen en ontmoeten. De daadwerkelijke behoefte en kansen bepalen we op het niveau van de wijken. 12
Aanvullend onderzoek Duurzaam Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren is op onderdelen eerst verder onderzoek nodig, soms met samenwerkingspartners. We doen onderzoek naar: • De beste oplossing voor het toevoegen van klimaatbestendig groen rond Hilversum. • Het omzetten van de streefcijfers voor groen per wijk. • Detailinformatie over de voorkomende diersoorten in Hilversum. • De ruimtevraag vanuit mobiliteit en de potenties van vrijkomende ruimte door minder parkeren. • Trends en ontwikkelingen met betrekking tot fietsverkeer, wandelen en verkeersveiligheid. • Mogelijkheden om kabels en leidingen op een andere manier te ordenen, zodat meer ruimte ontstaat voor groen. • Prognoses over de toekomstige energievraag naar elektriciteit en warmte voor Hilversum • Gemeentelijk beleid op energiebesparende maatregelen bij bedrijven/kantoren/maatschappelijk vastgoed • De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater i.r.t. de nieuwe kaderrichtlijn water. • De haalbaarheid van normen voor lucht, gezien de beperkte invloed van gemeente. • De noodzaak en de werking van zuiverende voorzieningen voor de afvoer en infiltratie van hemelwater uit de stad. • De mogelijkheden om hemelwater te bufferen in de bodem, zodat dit in tijden van droogte kan worden hergebruikt. • Gegevens over de stapeling van geluid (door o.a. evenementen, horeca, etc.)
13
•
1.2 Beleidsuitwerking maatregelen Meedoen Per doel staan hier de belangrijkste maatregelen genoemd uitgewerkt.
Sociale huurwoningen zijn verspreid over alle wijken. Toewijzing leidt niet meer tot opeenstapeling van problemen in een wooncomplex.
De omvang van de groei is gebaseerd op de ruimtelijke hoofdkeuze ‘gematigde groei voor vitaliteit’, de geschetste ontwikkelingen in hoofdstuk 4 over demografie en huishoudensgrootte (nu 2,11 per woning en dalend). Ook zien we een bijzondere en toenemende vraag naar woonvoorzieningen in het kader van bescherming en opvang en jeugd. Daarom trekken we de bestaande opgave uit de Woonvisie richting 2030 (3.000 woningen, bouwtempo 300350 woningen per jaar) door naar 2040. Dat betekent dat corporaties en ontwikkelende partijen 6.000 woningen tot 2040 toevoegen met peiljaar 2020. Eerder gaven we al aan dat de opgave al grotendeels wordt gedekt door onze bestaande plancapaciteit van zo’n 5.000 woningen. De extra ambitie van 1.000 woningen gaat over sociale woningen in bestaande stenen, in alle wijken van Hilversum. Zo geven we invulling aan de ambitie sociale woningbouw over alle wijken van Hilversum te spreiden.
1. Voldoende, geschikte en betaalbare woningen en goede voorzieningen Woningen We zorgen voor voldoende geschikte en betaalbare woningen voor de huidige en toekomstige inwoners. Daarbij is vooral behoefte aan wat kleinere, levensloopbestendige woningen. We hebben oog voor huisvesting van werknemers in kritische maatschappelijke en economische sectoren. We groeien zo niet ‘om het groeien’ en realiseren ons dat we weliswaar iets aan de woningnood doen, maar het onmogelijk is om alle nood op te lossen. De gemeente ontwikkelt niet zelf, maar kan wel eisen en randvoorwaarden stellen aan ontwikkelende partijen. Bouwplannen duren vaak vele jaren. Voor de kortere termijn onderzoeken we daarom wat het effect is van het inzetten op tijdelijke en flexibele woonconcepten. Voor de langere termijn zijn de volgende maatregelen in beeld: • Veel oudere 1-en 2-persoonshuishoudens wonen in relatief grote woningen. De kinderen zijn al lang de deur uit en ze willen vaak best verhuizen, maar kunnen geen geschikte, betaalbare en comfortabele kleinere woning vinden. Om de doorstroming op gang te brengen wil Hilversum meer kleinere woningen voor deze doelgroep realiseren, onder andere door goede benutting van de bestaande woonvoorraad. Dat maakt ruimte vrij voor jonge gezinnen.
• Er zijn betaalbare woningen nodig voor mensen die werken in kritische sectoren als de zorg, de huishoudelijke hulp, het onderwijs en veiligheid (politie, brandweer enz.). Zeker bij een vergrijzende bevolking zijn deze groepen cruciaal voor het functioneren van Hilversum. • Er is behoefte aan betaalbare woningen voor starters. Alleen zo kunnen (eigen) jongeren aan de stad worden gebonden. • Tijdelijke en vaste locaties voor onzelfstandige woonruimtes, voor opvang van vluchtelingen en spoedzoekers, verspreid over wijken.
Bij deze aantallen zal zeker sprake zijn van nieuwbouw, maar niet alleen. Binnen de bestaande gebouwen in Hilversum is er nog veel mogelijk in termen van vernieuwing en transformatie. Denk aan het wonen boven winkels in winkelgebieden in Hilversum, het toevoegen van wonen op campussen zoals het Media Park en Arenapark en aan de mogelijkheid voor meervoudige bewoning of splitsing van grote woningen. Daarbij kan wel sprake zijn van verschillen tussen gebieden: meervoudige bewoning geeft in het ene gebied kans op overlast, terwijl het in het andere gebied juist bijdraagt aan bijvoorbeeld het verminderen van eenzaamheid. Het toevoegen van woningen vraagt keuzes op de schaal van de stad en op de schaal van de wijken. Op de schaal van de stad zijn vooral plekken geschikt die goed bereikbaar zijn: de drie NS stations, rond HOV haltes en in het centrum. Op de schaal van de wijken gaat het vooral om het aanbieden van voldoende betaalbare woningen en het op gang brengen van de doorstroming. Dat vraagt om onderzoek per buurt naar wat nodig is aan typen woningen en wat kan. Op hoofdlijnen zal dit betekenen dat wat kleinere woningen worden gebouwd voor ouderen en starters, vooral in gebieden die goede 14
aangrijpingspunten bieden voor toevoeging van woningbouw. In gebiedsagenda’s worden deze invalshoeken uiteindelijk bij elkaar gebracht. De gebiedsagenda’s en het samenwerken met partners bieden goede mogelijkheden om de vele ‘zachte’ plannen harder te maken en te verbinden aan de opgaven rondom energie, klimaat en duurzaamheid, zeker wat betreft de vooroorlogse bouw.
Kadertekst – Religieuze voorzieningen De religieuze voorzieningen en gemeenschappen spelen van oudsher een belangrijke rol in de Hilversumse samenleving. Niet alleen is er ruimte voor zingevingsvraagstukken en het uiting kunnen geven aan identiteit/levensovertuiging, ook zijn zij net als veel andere vrijwilligersorganisaties maatschappelijk betrokken en in staat veel te organiseren. Zo bleek onlangs nog bij Oekraine-crisis. Er zijn in Hilversum veel religieuze gebouwen (49), waarvan veel met een monumentaal karakter. Bijna alle gemeenschappen zijn in beweging. Soms gaat het om nieuwe gemeenschappen die opkomen en een plek zoeken. Vaker gaat het om gemeenschappen die kleiner worden en onderzoeken hoe zij de instandhouding van de organisatie en het onderhoud van gebouwen kunnen organiseren en financieren. In 2021 kende 66% van de 49 religieuze gebouwen nog religieus gebruik. De verwachting is dat dit in 2036 zo’n 28% zal zijn. In de komende jaren zullen eigenaren van zo’n 50% van de religieuze gebouwen zoeken naar een andere invulling. Omdat er in Hilversum beperkt ruimte is voor maatschappelijke voorzieningen, is het van belang dat zulke plekken in beginsel een maatschappelijke functie kunnen behouden, gericht op bijvoorbeeld ontmoeting en de buurt/wijk.
Wij blijven in gesprek met de religieuze organisaties over hun maatschappelijke rol en vraagstukken rondom vastgoed en maatschappelijke functies. Een eerste stap die daarvoor gezet wordt, is het opstellen van een routekaart Religieus Erfgoed, die eveneens wordt gebruikt als input voor het bredere onderzoek naar voorzieningen in wijken en buurten. Voorzieningen Wat er in Hilversum aan (boven-)regionale / stedelijke voorzieningen en wijkvoorzieningen nodig is (onderwijs, gezondheidszorg, sport, cultuur etc), is afhankelijk van het bestaande voorzieningenaanbod en de huidige en toekomstige demografische opbouw in heel Hilversum en per wijk.
15
In het algemeen kunnen we stellen dat Hilversum als centrumgemeente van Gooi en Vechtstreek de passende plek is voor stedelijke voorzieningen met een (boven-)regionale doelgroep. Denk aan een compleet ziekenhuis, een aantrekkelijk centrum en kenmerkende ‘trekkers’, zoals Beeld en Geluid. Maar ook het oogpunt van Bescherming en Opvang en Jeugd heeft Hilversum een verantwoordelijkheid voor het huisvesten van regionale functies als beschermd en geclusterd wonen met begeleiding, GGZ locaties die onder de Wlz vallen, gezinshuizen als alternatief voor Jeugd Verblijf, locaties voor Jeugd Verblijf en respijtzorg en andere – permanente of tijdelijke – opvanglocaties. Ook los van de regionale functie, verwachten we stijgende aantallen en noodzaak van locaties op meer plekken in Hilversum. Meer plekken en een betere spreiding helpen bij het voorkomen van overlast in de wijken.
In de wijken zal zeker de (dubbele) vergrijzing van invloed zijn op de vraag naar voorzieningen. Er ligt een sterke relatie tussen wonen, zorg, voorzieningen en openbare ruimte. We kijken daarom breed naar: • Duurzaam veilig en betaalbaar wonen en experimenteerruimte voor voorzieningen aan huis en alternatieve woon-zorgvormen • Leeftijdsvriendelijke vitale wijkinfrastructuur, waar ook mobiliteit/bereikbaarheid bij hoort • Gezondheidscentra met een breed scala van voorzieningen en ondersteunings- en medische behandelmogelijkheden en zware verpleeghuiszorg geïntegreerd in de wijk. • Ruimte voor ontmoeting en het ontwikkelen van een sociale netwerkstructuur. Vitale en levendige ontmoetingsplekken, formeel (buurtcentra) en informeel (in de openbare ruimte). Het meest kansrijk zijn plekken waar wonen, werken en voorzieningen gemengd zijn. • Het benutten van sportparken en -hallen en religieuze gebouwen voor andere maatschappelijke functies en meervoudig gebruik.
Het ruimtebeslag voor voorzieningen is te overzien. Van extra ruimte voor voorzieningen vanwege nieuwbouw profiteert ook de bestaande stad. Zeker als we voortborduren op het idee van de Tuinstad: de wijk als sociaaleconomisch concept, met zorg in de buurt, functiemenging en veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Wij zien daarbij centraal gelegen, aantrekkelijke combinaties van functies voor ons: onderwijs, cultuur, zorg, ontmoeting en horeca, als levendige en gezellige wijkcentra. Dit is bij uitstek een onderwerp voor de gebiedsagenda’s en gesprek met onze maatschappelijke partners. We zien daarbij dat het speelveld van onze maatschappelijke partners snel verandert. De gemeente zal mogelijk een steviger regierol moeten spelen, ook vanuit het eigen vastgoed- en grondbeleid.
Kadertekst - Cultuur als kans Goede cultuurvoorzieningen in de stad en in de wijk zijn bij uitstek geschikt nieuwe en steviger verbindingen te maken tussen bevolkingsgroepen, zeker als ze gekoppeld zijn aan bijvoorbeeld ontmoetingsplekken, broedplaatsen en horeca. De wijkvoorzieningen zijn gericht op ‘meedoen’. Religieuze gebouwen bieden daar mogelijk ruimte voor. De stedelijke cultuurvoorzieningen zijn gericht op ‘beleving’. Daarnaast zien we dat Hilversum veel technologische faciliteiten en goede arbeidskrachten heeft, maar nog weinig cultureel-economische dynamiek. Hier liggen kansen.
Het begint met goed onderzoek. Om te komen tot goede richtinggevende indicatie wat er al is en wat er nodig zal zijn, doen we in 2024 nader onderzoek naar maatschappelijke voorzieningen als basis voor ‘maatwerk’ in gebiedsagenda’s. Belangrijke aandachtspunten zijn een goede spreiding, bereikbaarheid en kansen voor clustering. Een goed voorbeeld van dat laatste zijn de Integrale Kindcentra (IKC’s). Een inventarisatie van bestaande voorzieningen is al gestart. In de structuurkaart bij deze paragraaf zijn vooruitlopend daarop mogelijke accenten per wijk aangegeven, gebaseerd op de vastgestelde woonvisie en input vanuit de participatie.
2. Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen Het verkleinen van verschillen gebeurt vooral door het vergroten van kansen voor kwetsbare groepen inwoners. Kansen op goed onderwijs, op geschikte en betaalbare huisvesting, op geschikte en bereikbare banen en op toename van een gezonde levensverwachting. Op het niveau van de Omgevingsvisie betekent dat het gelijktijdig inzetten op: 16
•
•
•
• •
Het versterken van de ingezette beweging van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid. Dat is een beweging van het problematiseren en medicaliseren naar eigen initiatief en positiviteit. Het accent ligt op veerkracht en op wat mensen betekenis in het leven geeft. De individuele benadering van de energietransitie uitbreiden naar meer collectieve vormen. Zo kunnen ook kwetsbare groepen makkelijker aan de energietransitie meedoen en ontstaan door lagere energielasten kansen om financieel redzamer te worden. Een vitalere economie en meer werkgelegenheid, met een accent op praktijkgeschoold werk. Het stimuleren van transitie, ondernemerschap en innovatie en het creëren van ruimte voor werk helpen. Dit versterkt ook het draagvlak en de betaalbaarheid van voorzieningen. Het bij elkaar brengen van instanties en plekken voor het bieden van werk en het verstrekken van een uitkering zodat mensen niet onder de radar blijven en problemen en kansen beter bij elkaar gebracht worden. Het behouden en realiseren van bereikbaar, toegankelijk en divers onderwijs op verschillende niveaus. Hieronder verstaan we een goede spreiding over de wijken en voldoende capaciteit voor nu en in de toekomst. We vestigen specifiek de aandacht op de verbinding tussen onderwijsbeleid en – huisvesting en de verbinding tussen onderwijs en de belangrijkste economische sectoren (media/ICT en zorg)
Kadertekst - Meedoen in een gezonde omgeving ‘Gezondheid’ is een thema dat in veel Omgevingsvisies als leidraad wordt gekozen. Het Planbureau voor de Leefomgeving adviseert in zijn tweejaarlijkse rapportage vier belangrijke thema’s op te nemen: gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering, gezondheidsachterstanden en vergrijzing. Vergrijzing is een demografische ontwikkeling, waar rekening mee gehouden moet worden in het voorzieningenaanbod. Voor het duurzaam terugdringen van gezondheidsverschillen tussen groepen met een hoge en een lage sociaaleconomische status of positie is behalve gezondheidsbescherming (waarvoor al veel normen zijn) juist ook gezondheidsbevordering en de toegankelijkheid van voorzieningen van belang. Gemeenten kunnen een gezonde leefomgeving juist voor mensen in een lagere sociaaleconomische positie en in kwetsbare wijken extra stimuleren door in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen te verwijzen naar ambities om gezondheidsverschillen terug te dringen of ambities op het gebied van kansengelijkheid.
Dit is een zaak van de lange adem. Financiële en maatschappelijke baten door gezondheidswinst, verminderen van eenzaamheid en het hebben van werk kunnen substantieel zijn, maar zijn pas na verloop van tijd merkbaar.
Hilversum kiest in deze Omgevingsvisie voor het koppelen van gezondheid aan andere thema’s, zoals het investeren in ontmoetingsplekken en veilige routes, klimaatadaptatie, biodiversiteit, beweegvriendelijke openbare ruimte, sport- en cultuurparticipatie in de wijk, groen in en om de stad en de mobiliteitsopgave. Dit zijn ‘meekoppelkansen’ voor het gezondheidsdomein: ‘Health In and for All Policies’. Gebiedsagenda’s zijn bij uitstek aanleiding om te overleggen met inwoners en organisaties het verkleinen van gezondheidsverschillen in gebieden.
3. Versterken van de sociale samenhang in buurten Het versterken van de sociale samenhang vraagt om gerichte ingrepen per buurt of wijk. Op hoofdlijnen zijn de volgende maatregelen in beeld: • Het inrichten van een leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en die veilig is. Het verkleinen van de rol van de auto in de openbare ruimte geeft ruimte voor spelen, sporten, ontmoeten en groen. Ter stimulering van het actief bewegen worden ook meer kleinschalige sportevenementen in de wijken georganiseerd. 17
•
Als gemeente waar mogelijk regie nemen om de demografische samenstelling van wijken te optimaliseren en voorzieningen voor kwetsbare groepen over de stad te verdelen. Daarmee bedoelen we dat de bevolkingsopbouw van wijken in 2040 zodanig is dat jongeren, middelbaren en ouderen op elkaar kunnen terugvallen, zodat een extra beroep op overheidsvoorzieningen voorkomen wordt. De 'markt’ zorgt hier niet als vanzelf voor. Dit vraagt dan ook om het stimuleren van het bouwen en of vernieuwen van de juiste woningen. Concreet betekent dit: in alle wijken sociale huurwoningen, zodat ook de toewijzing van urgenten veel beter over de wijken verdeeld kan worden. Dit geldt ook voor andere voorzieningen voor kwetsbare groepen.
Kadertekst - een veilige, fysieke leefomgeving als randvoorwaarde voor locatie- en gebiedsontwikkelingen Veiligheid is een onderwerp dat raakt aan bijna alle thema’s in de Omgevingsvisie. Het bereiken en in stand houden van een gezonde veilige leefomgeving is niet voor niets een brede doelstelling in de Omgevingswet. Voor de gemeente, andere partners, inwoners en ontwikkelende partijen is de Veiligheidsregio een belangrijke adviseur voor het inschatten en beperken van fysieke veiligheidsrisico’s bij ruimtelijke plannen. Verschillende wettelijke plannen van de Veiligheidsregio, zoals het Regionaal Risicoprofiel, het Regionaal Beleidsplan, het Dekkingsplan en het Regionaal Crisisplan bieden daarvoor onderbouwing. De Veiligheidsregio werkt vanuit de volgende kernwaarden: • De veilige leefomgeving bepaalt mede de leefomgevingskwaliteit • Voor een veilige leefomgeving is samenwerking noodzakelijk
4. Waarborgen en versterken van de sociale veiligheid Hilversum wil de sociale veiligheid (verder) versterken. In het Integraal Veiligheidsplan (IVP) zet Hilversum in op een integrale aanpak van criminaliteit, overlast en onveilige situaties. Samen met inwoners en veiligheidspartners willen we ervoor zorgen dat het veiligheidsgevoel toeneemt en de overlast afneemt. De volgende maatregelen zijn in beeld: • We kijken naar de hele keten: preventie, signaleren, ingrijpen en handhaven. Speerpunten zijn: ondermijnende criminaliteit, digitale veiligheid, maatschappelijke (on)rust en drugshandel. • Inzetten op slimme functiemenging die sociale samenhang en controle versterkt ('ogen op straat’ en ‘eigenaarschap). Achterkantsituaties zijn vatbaar voor criminaliteit en moeten worden voorkomen, zeker langs belangrijke doorgaande routes en bij wijkvoorzieningen. Dat betekent dat in alle ruimtelijke ontwikkelingen de verblijfsruimte en toegang gericht moet zijn naar het openbaar gebied. • Nader onderzoek met de veiligheidsregio naar: o De ontwikkelingen met betrekking tot externe veiligheid, inclusief het bepalen van een na te streven veiligheidsniveau. o Het verhoogde risico op natuurbranden en maatregelen, zoals de aard van de vegetatie of alternatieven zoals meer sturing op de bouw of gebruik van kwetsbare functies nabij risicovolle natuurgebieden.
De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving: • Voorkomen of beperken van risico´s vergroot de veiligheid • De afstand tot risico´s vergroot de veiligheid • Bouwwerken en omgeving bieden bescherming • Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten • De omgeving bevordert snel en effectief optreden van hulpdiensten • Iedereen is bekend met risico´s en weet hoe te handelen Veiligheid is daarom een vraagstuk dat altijd in thematisch beleid en in gebieds- en locatieontwikkelingen een plaats moet hebben. Er moet steeds op een integrale manier naar veiligheid en gezondheid gekeken worden, omdat elk plan of document nieuwe risico’s kan introduceren. Dit geldt zeker bij nieuwe ontwikkelingen waarvan de risico’s of impact op de fysieke leefomgeving nog niet (volledig) bekend zijn. Als belangrijkste ontwikkelingen ziet de veiligheidsregio daarbij: • Vergrijzing, leidend tot toename van het aantal verminderd zelfredzamen dat nog thuis woont, meer slachtoffers bij brand en ongevallen in huis en een toenemende hulpvraag. Het verdient aanbeveling 18
•
•
om in de nadere uitwerking van gebiedsagenda’s aandacht aan dit risico te besteden. Door samenwerking van diverse betrokken partijen, zoals gemeente, zorgorganisaties, woningcorporaties en Veiligheidsregio, kan gewerkt worden aan het borgen van een veilige woonsituatie, bijvoorbeeld bij levensloopbestendig bouwen. Met alle betrokken partijen zullen keuzes gemaakt moeten worden over het gewenste beschermingsniveau. Verdichting van de bebouwde omgeving. Bij plannen tot verdichting rond OV-knooppunten, zoals de stationsgebieden in Hilversum moet rekening worden gehouden met transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Een grotere dichtheid van personen in een gebied vraagt om meer aandacht voor ontvluchting bij een incident. Daarnaast is bij alle gebieds- en locatieontwikkelingen de bereikbaarheid van hulpdiensten en bestrijdbaarheid van incidenten een belangrijk criterium. Dat geldt zeker voor locaties met meervoudig ruimtegebruik. Energietransitie en klimaatverandering. Hiervan zijn veel risico’s nog niet volledig in beeld. Bijvoorbeeld de kans en impact van weer-gerelateerde risico’s toenemen (clusterbuien, droogte) en de invloed op hittestress, wateroverlast en vitale infrastructuur.
Dat geldt ook voor de ontwikkeling in de energie-infrastructuur (opwekking, opslag, transport en gebruik, steeds meer in de gebouwde omgeving) en circulariteit (meer vervoer en hergebruik van afvalstoffen).
In het algemeen kan gesteld worden dat de kans op incidenten toeneemt. Ouderen en zwakkeren in de samenleving ondervinden hier grotere hinder van. Dit vraagt om een betere voorbereiding en meer samenwerking (tussen gemeente, Veiligheidsregio, burgers, bedrijven en ontwikkelaars) en nieuwe bestrijdingstechnieken. Bron: Veiligheidsregio
19
Aanvullend onderzoek Meedoen Om deze maatregelen zo gericht mogelijk uit te voeren, is op onderdelen aanvullend onderzoek nodig: • Naar de bestaande en toekomstige demografische opbouw per wijk. • Naar de kwalitatieve en kwantitatieve woonvraag in gebieden, in relatie tot bevolkingsontwikkeling en voorzieningenniveau. • De in 6.2.3 genoemde onderzoeken met de veiligheidsregio • Naar de benodigde voorzieningen per wijk (met het oog op de demografische ontwikkeling). De bedoeling is richtinggevende indicaties te ontwikkelen per (maatschappelijke) voorziening en die t.z.t als aanvulling op de Omgevingsvisie op te nemen als basis voor het “maatwerk” in de gebiedsagenda’s. Een referentie is te vinden bij de gemeente Utrecht.3 Specifieke aandachtspunten zijn: • De benodigde onderwijsvoorzieningen per wijk (prioriteit). • Trends en ontwikkelingen met betrekking tot gezondheid en tot groei, toegankelijkheid en het aanbod van voorzieningen. Specifiek aandacht voor problemen met huisvesting van huisartsen per wijk. • Een onderzoek naar de omvang van de ruimtevraag van sporten in de openbare ruimte.
3 Bron: Ruimtelijke strategie Utrecht 2040, stedelijke barcode
20
Het benodigde ruimtebeslag voor economie en werk is indicatief 51,5 ha. Een groot deel van deze ruimte vinden we door te intensiveren op bestaande werklocaties, zoals het Arenapark, Crailo en in de gebiedsagenda’s Zuidwest en Media Park. Een ander deel vinden we door werk in de wijk goed in stelling te brengen, zoals hiervoor beschreven. Nieuwe grootschaliger werklocaties komen richting 2040 alleen aan de orde wanneer het ons niet lukt de benodigde ruimte op bestaande locaties te vinden. We geven hier verder handen en voeten aan in een langjariger economische visie, het stedenbouwkundig plan Arenapark en gebiedsagenda’s voor Zuidwest en het Media Park.
1.3 Beleidsuitwerking maatregelen Actief Per doel staan hier de belangrijkste maatregelen en uitgewerkt. 1. Meer ruimte voor werk Meer ruimte voor verschillende soorten bedrijvigheid brengt de vraag met zich mee welke gebieden zich daar het best voor lenen. Groei moet zich verhouden tot de Hilversumse schaal, passend bij de kwaliteiten van de gebieden. Een belangrijke conclusie is dat de verschillende functies in Hilversum over het algemeen op de goede plek liggen, ook de werkfuncties. Er is geen aanleiding voor grootschalige transformatie. Er is op een aantal plekken wel aanleiding voor gebiedsontwikkeling om een antwoord te kunnen geven op vraagstukken die we op ons af zien komen, het gebied een impuls te geven en zo toekomstbestendig te maken. Het gaat dan onder andere om het Arenapark, het Stationsgebied, het Media Park en het Circusterrein en op de wat langere termijn mogelijk vernieuwingen in De Meent, Zuidwest en Noord.