CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0402.01bp03reconstrN417-ON01_Toelichting (toegevoegd 5 juli 2024)

GEMEENTERAAD 10 juli 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Reconstructie N417 (1367431)24.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Reconstructie N417

Reconstructie N417 (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doelstelling bestemmingsplan

6

1.3

Functie van het bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

6

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied

7

2.1

Begrenzing en ligging plangebied

7

2.2

Vigerend bestemmingsplan

8

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

12

3.1

Achtergrond plan

12

3.2

Kenmerken plan

13

Hoofdstuk 4

Planologisch kader

19

4.1

Rijksbeleid

19

4.2

Provinciaal en Regionaal beleid

22

4.3

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

29

2

Reconstructie N417 (ontwerp)

5.1

M.e.r.- en m.e.r.-beoordelingsplicht

29

5.2

Ecologie

30

5.3

Bodem

45

5.4

Water

47

5.5

Luchtkwaliteit

50

5.6

Geluid

52

5.7

Omgevingsaspecten

56

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

63

6.1

Planmethodiek

63

6.2

Verbeelding

63

6.3

Planregels

63

6.4

Beschrijving van bestemmingen

63

6.5

Handhaving

64

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

65

7.1

Economische uitvoerbaarheid

65

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65

3

Reconstructie N417 (ontwerp)

4

Reconstructie N417 (ontwerp)

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

De provincie Noord-Holland is voornemens om aan de hoofdrijbaan van de N417 (Utrechtseweg) groot onderhoud te plegen, de huidige fietsvoorzieningen te verbeteren en faunavoorzieningen aan te brengen. De reconstructie bestaat onder andere uit: het vernieuwen van het wegdek en de aanleg van halfverharde bermen; het aanleggen van een -in twee richtingen bereden- (brom-)fietspad aan de westzijde van de N417; het verwijderen van het huidige fietspad aan de oostzijde van de N417 tussen Hollandse Rading en de rotonde Noodweg; het aanleggen van vijf faunapassages voor dassen en reptielen en het aanbrengen van faunarasters langs het gehele tracé van de N417 tussen de rotonde met de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg). Het doel van de reconstructie van de N417 is primair een duurzaam veilige weg bieden aan de huidige en toekomstige gebruikers van de N417. Dit geldt zowel voor gemotoriseerd als voor niet gemotoriseerd verkeer. Het betreft het deel van de N417 tussen de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum; tussen metrering km 8.85 en 10.80.

Figuur: Globale ligging plangebied

De N417 heeft in het vigerende bestemmingsplan een verkeersbestemming. De reconstructie van de hoofdrijbaan zoals deze nu voorzien is, kan volledig plaatsvinden binnen deze bestemming. Het nieuwe vrijliggend (brom-)fietspad valt voor een groot deel buiten de verkeersbestemming. Buiten deze bestemming is de aanleg van een (brom-)fietspad niet toegestaan. Daarom is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

5

Reconstructie N417 (ontwerp)

Vernietiging Het bestemmingsplan 'Reconstructie N417' is voor het eerst vastgesteld bij besluit d.d. 13 juli 2016. Het plan voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de reconstructie van een deel van de N417 (Utrechtseweg) teneinde een duurzaam veilige weg te bieden aan de huidige en toekomstige gebruikers. Het plan heeft geen standgehouden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: 'ABRvS'). In haar tussenuitspraak van 17 mei 2017, met zaaknummer 201606601/1/R1, oordeelde de ABRvS dat in de besluitvorming het behoud van zoveel mogelijk bomen zwaar heeft gewogen, terwijl de eigenaar van de betreffende grond en de bomen die zich daarop bevinden, heeft aangegeven dat het zo veel mogelijk beperken van het ruimtebeslag van het nieuwe fietspad voor hem het belangrijkst is. Naar aanleiding van deze tussenuitspraak is het ontwerp aangepast. In haar einduitspraak van 21 maart 2018, met zaaknummer 201606601/3/R1, oordeelde de ABRvS echter dat het bestemmingsplan, ondanks het aangepaste ontwerp, alsnog geen stand kon houden. Dit had te maken met het feit dat de bestemming van de grond die als gevolg van het aangepaste ontwerp niet langer behoefde te worden aangekocht om het fietspad te realiseren, ten onrechte niet is teruggedraaid naar de voorheen daarop rustende natuurbestemming.

De bestemming van die grond is aldus abusievelijk nog steeds 'Verkeer'. De ABRvS heeft het bestemmingsplan daarom vernietigd. Er moet daarom opnieuw een bestemmingsplan worden vastgesteld. In het kader van het (opnieuw) vaststellen van het bestemmingsplan 'Reconstructie N417' zijn de onderzoeken uit 2016 - 2019 en de toelichting en regels van dit bestemmingsplan waar nodig geactualiseerd.

1.2

Doelstelling bestemmingsplan

De aanleg van het vrijliggend (brom-)fietspad is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de aanleg mogelijk te maken, is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk. Om de situatie ter plaatse juridisch planologisch te regelen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. De effecten die door de fysieke aanpassingen in het plangebied worden veroorzaakt, zijn niet louter toe te schrijven aan de aanleg van het (brom-)fietspad. Ook de rijbaan wordt vernieuwd. Daarnaast worden aan weerszijden van de weg faunavoorzieningen aangebracht. In dit bestemmingsplan is om die reden, naast de bermen ook de gehele rijbaan opgenomen. Op die manier wordt de gehele weg voorzien van een goede juridische, planologische regeling. Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding met daarbij een set regels. De regels en verbeelding vormen het feitelijke juridische bindende kader. Deze toelichting bevat een omschrijving van het initiatief en geeft inzicht in de toelaatbaarheid ervan, zowel vanuit omgevingsaspecten, als vanuit beleidsmatig oogpunt.

1.3

Functie van het bestemmingsplan

Het vrijliggend (brom-)fietspad ligt langs de bestaande N417. Dit bestemmingsplan regelt dit nieuwe vrijliggende (brom-)fietspad en bijbehorende faunavoorzieningen. Daarnaast conserveert dit bestemmingsplan de bestaande bestemming ter plaatse van de N417 en direct aangrenzende gronden.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft de begrenzing van het plangebied weer. Hier wordt ook ingegaan op het geldende bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 vormt een beschrijving van het planvoornemen. In hoofdstuk 4 wordt het relevante beleidskader beschreven. In hoofdstuk 5 wordt het plan getoetst aan de verschillende milieutechnische en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 behandelt de implementatie van het bestemmingsplan en geeft een omschrijving van de uitvoerbaarheid. Hierbij wordt ingegaan op zowel de economische als de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6

Reconstructie N417 (ontwerp)

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving van het plangebied

Begrenzing en ligging plangebied

Begrenzing Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het vrijliggende (brom-)fietspad met aangrenzende bermen en de rijbaan van de N417 met bijbehorende bermen. Om een consistente juridisch-planologische regeling te bieden voor het hele tracé, met daarbij ook de faunapassages, die onder de N417 door komen te liggen, is er voor gekozen om ook de N417 met bijbehorende bermen op te nemen in voorliggend bestemmingsplan. De N417, de berm tussen de N417 en het nieuw aan te leggen (brom-)fietspad, de oostelijke wegberm en een strook van 1 meter ten westen van dit nieuwe (brom-)fietspad ten behoeve van de faunarasters, maken deel uit van het plangebied.

Figuur: ligging plangebied (rood omlijnd)

7

Reconstructie N417 (ontwerp)

Ligging plangebied Aan beide zijden van de N417 ligt een aantal woningen en het landgoed Zwaluwenberg. Deze zijn direct ontsloten op de N417. Ook is een congrescentrum, dat op enige afstand van de weg zelf ligt, ontsloten op de N417. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een restaurant. In de huidige situatie is er sprake van een weg (N417) met daarnaast aan twee zijden een fietspad in een bosrijke omgeving.

2.2

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het planvoornemen geldt het vigerende bestemmingsplan Hilversum Buitengebied. Het bestemmingsplan is op 30 juli 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Hilversum. Vigerende bestemmingen Het plangebied van dit bestemmingsplan valt samen met de volgende enkelbestemmingen uit het bestemmingsplan Hilversum Buitengebied: 'Verkeer' 'Maatschappelijk - Militair' 'Natuur - Bos en Heidegebied' 'Wonen - 3' 'Wonen - 4' 'Tuin' Daarnaast zijn er nog enkele dubbelbestemmingen ter plaatse van het plangebied, te weten 'Waarde Archeologie - Hoorneboegse Heide eo - Hoog', 'Waarde - Cultuurhistorie' en 'Waarde - Geomorfologie'.

8

Reconstructie N417 (ontwerp)

Figuur: Uitsnede vigerend bestemmingsplan Hilversum Buitengebied ter plaatse van het plangebied. (bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

9

Reconstructie N417 (ontwerp)

Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: (weg)verkeer groenvoorzieningen geluidwerende voorzieningen en tevens onder meer voor: een ecoduct, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - ecoduct'. Maatschappelijk - Militair De voor 'Maatschappelijk - Militair' aangewezen gronden zijn bestemd voor: een kazerne, ter plaatse van de aanduiding 'kazerne'; een mobilisatie complex, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk mobilisatie complex'; militaire zaken, ter plaatse van de aanduiding 'militaire zaken'; een militair oefenterrein, ter plaatse van de aanduiding 'militair oefenterrein'; een militair tehuis, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - militair tehuis'; bescherming van karakteristieke objecten, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met de daarbij behorende voorzieningen.

Natuur - Bos en Heidegebied De voor 'Natuur - Bos en Heidegebied' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor: duurzame instandhouding van natuurgebieden; behoud, versterking, herstel en ontwikkeling van de aan de natuurgebieden eigen zijnde landschappelijke- en natuurwaarden, alsmede cultuurhistorische waarden; de bescherming van bijzondere cultuurhistorisch waardevolle kenmerken en structuren; en tevens onder meer voor: extensief dagrecreatief medegebruik; een ecoduct, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - ecoduct'. Wonen - 3 De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: het wonen in twee-aaneen woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; bescherming van karakteristieke objecten, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met de daarbij behorende voorzieningen.

Wonen - 4 De voor 'Wonen - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: het wonen in vrijstaande woningen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; maximaal 1 recreatiewoning, ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': bescherming van karakteristieke objecten, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; een paardenbak, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; een zwembad, ter plaatse van de aanduiding 'zwembad'; een tennisbaan, ter plaatse van de aanduiding 'tennisbaan'; (ondergrondse) parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; en uitsluitend voor: agrarisch medegebruik, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch'

10

Reconstructie N417 (ontwerp)

met de daarbij behorende voorzieningen. Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: tuinen; parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen. Strijdigheid met het bestemmingsplan Binnen de bestemming 'Natuur - Bos en Heidegebied' is de aanleg van dit (brom-)fietspad, met name gezien de verkeersfunctie, niet toegestaan. Hoewel fietspaden op zichzelf toegestaan zijn binnen deze natuurbestemming geldt dat dus niet zondermeer voor het onderhavige (brom-)fietspad. Dit maakt feitelijk onderdeel uit van de verkeersfunctie van de N417. In het geldende plan Hilversum Buitengebied heeft het fietspad net als de weg ook al de bestemming verkeer. Binnen de bestemming natuur is extensief recreatief medegebruik toegestaan. Echter, een (brom-)fietspad met de functie verkeer behoort nadrukkelijk niet tot de bij deze bestemming horende voorzieningen. Ook binnen de woon-bestemmingen en de tuin bestemming is langzaam verkeer, of een (brom-)fietspad niet geregeld. Daarom is ook hier sprake van strijdigheid met het geldende bestemmingsplan.

11

Reconstructie N417 (ontwerp)

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de achtergrond en noodzaak van dit plan. Vervolgens worden de verschillende kenmerken van het plan toegelicht en wordt specifiek ingegaan op de uitgangspunten ten aanzien van veiligheid en duurzaamheid die ten grondslag liggen aan dit plan.

3.1

Achtergrond plan

De N417/Utrechtseweg is in 1992 in het kader van de herverdeling wegen in beheer overgedragen door de gemeente Hilversum aan de provincie Noord-Holland. In het verleden, voorafgaand aan de overdracht van het beheer van de weg in het kader van de Wet Herverdeling Wegenbeheer 1992, was er alleen aan de westzijde een (brom-)fietspad van circa 2,0 meter breed aanwezig. Dit (brom-)fietspad werd dus in beide richtingen bereden. Omdat dat als zeer gevaarlijk werd beschouwd, heeft de gemeente vervolgens aan de oostzijde ook een (brom-)fietspad aangelegd, waardoor de (brom-)fietsers in twee richtingen langs de N417 konden rijden. Het ontbreken van een (brede) berm tussen de weg en het (brom-)fietspad en de nog steeds veel te smalle paden voor het relatief hoge aanbod van langzaam verkeer (incl. voetgangers) leverden echter gevaar op. Om deze reden heeft de gemeente Hilversum in het verleden samen met andere partijen getracht het (brom-)fietspad achter de bomen te leggen. Een deel van het westelijke fietspad was daar op dat moment reeds gesitueerd. Voor de aanleg van dat aan te leggen vrij liggende (brom-)fietspad zijn destijds particuliere gronden verworven die later weer terug zijn verkocht aan bewoners en Stichting Goois Natuurreservaat. Het plan is namelijk nooit ten uitvoer gebracht.

De situatie die de provincie nu wil realiseren is ruimtelijk vergelijkbaar met het oorspronkelijke plan om aan de westzijde een aaneengesloten, in beide richtingen bereden (brom-)fietspad te realiseren. Het verschil zit in de gewenste breedte die nu zal worden gerealiseerd. Vanwege de aanwezigheid van fietsers en bromfietsers zal de meest optimale breedte volgens de richtlijnen (duurzaam veilig) van 3,5 meter worden aangelegd. De gronden die benodigd zijn voor het creëren van een duurzame en veilige weg en (brom-)fietspad zijn naar aanleiding van een eerder gevoerde bestemmingsplanwijziging al aangekocht. Noodzaak In 2006 hebben enkele aanwonenden van de N417 een verzoek ingediend bij de provincie om de weg veiliger te maken. Ondanks het smalle wegprofiel, de matige tot slechte staat van onderhoud van de weg en de aanliggende (brom-)fietspaden (te smal), wordt er vaak (te) hard gereden. Op verzoek van de omwonenden heeft de provincie destijds ook onderbordjes langs het (brom-)fietspad geplaatst om aan te geven dat beide (brom-)fietspaden ook door voetgangers worden gebruikt. Deze doelgroep voelt zich vaak niet veilig op deze smalle paden. De combinatie van de inrichting, het gebruik en de te smalle maatvoering zorgt voor een onveilige verkeerssituatie. Verder dient ook de leefbaarheid rondom de N417 verbeterd te worden.

Door onder meer schade aan de weg en de oude betonverharding met veel krimpnaden geven bewoners aan geluidsoverlast te ervaren. Daarnaast dient de aanpassing ook een ecologisch doel. In het kader van het Meerjarenprogramma Ontsnippering heeft de Provincie Noord-Holland besloten over te gaan tot de aanleg van faunavoorzieningen langs de N417. Deze voorzieningen moeten de ecologische verbindingszones versterken in het gebied en zijn noodzakelijk voor de versterking van het leefgebied van de das en verschillende reptielen. De te realiseren faunavoorzieningen maken onderdeel uit van de ecocorridor Zwaluwenberg. Tevens is er ook een noodzaak vanuit het aspect veiligheid in relatie tot overstekend wild. Het oversteken van de N417 door wild kan leiden tot onveilige situaties. Autoverkeer moet soms plotseling remmen en raakt soms ook in botsing met het overstekende wild. Dit dient in de toekomst zoveel mogelijk te worden voorkomen.

12

Reconstructie N417 (ontwerp)

3.2

Kenmerken plan

De reconstructie bestaat onder andere uit het vernieuwen van het wegdek van de N417, de aanleg van halfverharde bermen, het aanleggen van een vrijliggend (brom-)fietspad aan de westzijde van de N417, het verwijderen van het huidige fietspad aan de oostzijde van de N417 tussen Hollandse Rading en de rotonde Noodweg, het aanleggen van faunapassages voor dassen en reptielen en het aanbrengen van rasters langs het gehele tracé van de N417 tussen de rotonde met de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg). Deze aanpassingen worden hieronder toegelicht. Vrijliggend (brom-)fietspad Uitgangspunt voor het huidige ontwerp is dat het (brom-)fietspad op de gehele N417 aan een zijde van de weg komt te liggen. Er is sprake van zeer beperkte ruimte tussen de historische laanbeplanting aan beide zijden van de N417. Daarnaast is er op de N417 sprake van een hoge verkeersintensiteit en hoge rijsnelheden. De N417 zal vanwege de intensiteit (4.936 mvt/etmaal op een werkdag), het ontbreken van een obstakelvrije zone van voldoende breedte en de aanwezige erfaansluitingen worden vormgegeven als een gebiedsontsluitingsweg met een 60km/uur snelheidslimiet. Conform de provinciale richtlijnen (ERBI) en het Handboek Wegontwerp (CROW) behoort een gebiedsontsluitingsweg voorzien te zijn van vrijliggende (brom-)fietspaden.

Daarom is ervoor gekozen om de (brom-)fietsers op een vrijliggend in twee richtingen bereden (brom-)fietspad aan de westzijde van de N417 af te wikkelen en niet direct naast de rijbaan. Er is gekozen voor de westzijde van de N417 omdat op 50% van het totale traject (bebouwde kom Hilversum tot rotonde met Noodweg) het huidige (eenrichting-)(brom-)fietspad aan de westzijde al achter de eerste bomenrij ligt en dit is vrij eenvoudig te verbreden. Daarnaast wordt het het huidige fietspad aan de oostzijde van de N417 tussen Hollandse Rading en de rotonde Noodweg verwijderd. Het nieuwe (brom-)fietspad wordt 3,50 meter breed en zal worden uitgevoerd in beton. De reden voor deze materiaalkeuze is de aanwezigheid van de bomen naast dit pad en de daarmee gemoeide wortelgroei die, bij een keuze voor asfalt, de verharding snel zal beschadigen. Als gevolg van het verplaatsen en verbreden van het (brom-)fietspad treedt ruimtebeslag op. Hierbij wordt het aanwezige groen (bomen, struiken, planten) verwijderd. Het (brom-)fietspad wordt dusdanig gesitueerd dat een zo klein mogelijk aantal bomen hoeft te worden gekapt. De nieuwe situatie van het (brom-)fietspad is vergelijkbaar met de situatie langs de Noodweg, waar het fietspad ook los van de weg is aangelegd.

Hierdoor ontstaat langs de gehele N417 een veilige route voor het langzaam verkeer met duidelijke oversteeklocaties op het aansluitende fietsnetwerk (zie ook paragraaf 3.2.1 Veiligheid).

13

Reconstructie N417 (ontwerp)

Doorfietsroute Utrecht - Hilversum De besturen van gemeente Hilversum, gemeente de Bilt, Provincie Utrecht en Noord-Holland werken samen aan de aanleg van de doorfietsroute tussen Utrecht en Hilversum. In september 2021 is door alle partijen de intentieovereenkomst 'aanleg snelle fietsroute tussen Hilversum en Utrecht' ondertekend. In opdracht van provincie Utrecht is vervolgens de variantenstudie voor de route opgeleverd en is het tracé vastgesteld (de route langs de N417). De afgelopen periode is er gewerkt aan een overeenkomst voor de aanleg van de doorfietsroute welke op 31 oktober 2023 door alle partijen is ondertekend. De route De doorfietsroute Utrecht-Hilversum is 16 kilometer lang en vertrekt vanuit de singel (Blauwkapelseweg) van Utrecht, langs de Koningin Wilhelminaweg in Groenekan. Na een lange rechte weg door Maartensdijk en Hollandsche Rading (N417) bereikt de fietser via de Utrechtseweg het centrum van Hilversum. De bestaande fietsroute wordt verbreed en de bestrating verbeterd met glad asfalt of beton. Ook worden kruisingen en rotondes aangepakt om het voor de fietser veiliger, comfortabeler en sneller te maken als alternatief voor de auto. De werkzaamheden aan de route starten zichtbaar op straat in 2025 en in 2028 is de route als geheel klaar.

Fietspad langs de N417 (Utrechtseweg) Het onderhavige project is een trajectdeel van de doorfietsroute waar provincie Noord-Holland wegbeheerder is. Dit deel van de N417 met het toekomstig (brom-)fietspad is derhalve onderdeel van het als doorfietsroute aangewezen traject tussen Utrecht en Hilversum. De maatvoering wijkt echter af van de uitgangspunten die gesteld zijn voor de doorfietsroute Utrecht-Hilversum. Er is gekozen om hier van af te wijken om het aantal te kappen bomen te beperken. Mede hierdoor ook dat het fietspad niet kaarsrecht is maar de dikkere bomen probeert te sparen door te “laveren”. Getracht is de ruimte tussen het fietspad en de bomen niet te groot te maken om ook daarvoor zo min mogelijk bomen te hoeven kappen. De boogstralen van de bochten in het fietspad voldoen aan de richtlijnen. Als daarvoor een boom moet wijken dan is dat wel voorzien.

Figuur: Voorbeeld situatie vrijliggend (brom-)fietspad langs de Noodweg

14

Reconstructie N417 (ontwerp)

N417 en bermen De in- en uitritten langs de N417 worden allemaal aangepast. Daarnaast worden verschillende oversteekplaatsen voor langzaam verkeer gerealiseerd. Aanvullend op deze ontwikkeling geldt dat er in de N417 plateaus en snelheidremmende markering op de rijbaan wordt aangebracht. De rijbaan van de N417 wordt bovendien op alle plekken ten minste op een breedte van 6,70 meter gebracht. Dit betekent voor de rijbaan een verbreding van circa 40 cm aan weerszijden. Naast de nieuwe randverharding wordt ten slotte een halfverharding van 80 cm in de berm aangebracht. Deze voorzieningen zijn eenvoudig aan te brengen op de gedeeltes waar de naastgelegen fietspaden worden verplaatst tot achter de bomenrij. Op die plaatsen waar al sprake is van een vrijliggend (brom-)fietspad, zal de ruimte verkregen moeten worden in de huidige berm. Een aantal bomen zal hiervoor gekapt moeten worden en op sommige plekken zal het opgaand talud richting het (brom-)fietspad iets moeten worden vergraven. Faunapassages en rasters Tevens worden vijf faunapassages voor dassen, amfibieën en reptielen aangelegd. Het gaat om drie buizen (500 mm) die onder de weg en het (brom-)fietspad doorgaan en twee faunagoten.

Ten slotte worden faunarasters met een hoogte van 1,0 meter langs het gehele tracé van de N417 aangelegd tussen de rotonde met de Noodweg en de bebouwde kom van de gemeente Hilversum (Zuiderheideweg). Deze rasters hebben een geleidende werking voor dieren. De rasters zullen voorkomen dat wild de rijbaan op loopt en autoverkeer plotseling moet remmen. Zo wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op de N417. In de figuren hieronder zijn de dwarsprofielen van de huidige en toekomstige situatie ter hoogte van de kruising met de Hoorneboeglaan opgenomen. Deze dwarsprofielen zijn representatief voor het gehele tracé.

15

Reconstructie N417 (ontwerp)

Figuur: Dwarsprofiel huidige situatie ter hoogte van de kruising met de Hoorneboeglaan

Figuur: Dwarsprofiel toekomstige situatie ter hoogte van de kruising met de Hoorneboeglaan

3.2.1

Veiligheid

De veiligheid is het belangrijkste aandachtspunt voor de realisatie van het (brom-)fietspad. Het (brom-)fietspad wordt losgekoppeld van de rijbaan. In het ontwerp is rekening is gehouden met de volgende punten: het uitzicht vanuit uitwegen; het zicht vanaf (brom-)fietspad op de rijbaan; de openbare verlichting aan het (brom-)fietspad; de toegankelijkheid vanuit bos aan westzijde (wildraster plaatsen); de bochten en donkere hoekjes. Hieronder wordt nader ingegaan op deze aspecten. Het uitzicht vanuit uitwegen Omdat het huidige fietspad aan de oostzijde van de N417 komt te vervallen en wordt vervangen door een groene berm, behoren mogelijke conflicten van verkeer uit uitritten met het langzaam verkeer aan die zijde tot het verleden. Tevens wordt het zicht op de N417 aanzienlijk verbeterd omdat de chauffeur nu zijn voertuig op kan stellen waar eerst het fietspad was gelegen. In de huidige situatie dient een

16

Reconstructie N417 (ontwerp)

automobilist, komende vanuit een uitweg aan de oostzijde, met een deel van de auto het fietspad op te rijden om zowel het langzame als het gemotoriseerd verkeer vanuit het zuiden te kunnen zien. Hij staat dan feitelijk al op het (brom-)fietspad en blokkeert dan de veilige doorgang van dit langzaam verkeer. Aan de westzijde zal de situatie ook verbeteren. Voor het deel waar het fietspad in de huidige situatie ook tegen de weg is gelegen, treedt hetzelfde effect op als aan de gehele oostzijde. Het ontwerp van het in twee richtingen bereden nieuwe (brom-)fietspad zal dusdanig zijn dat bij elke uitweg ten minste 5,0 meter beschikbaar is tussen de rijbaan van de N417 en het nieuwe (brom-)fietspad. Hierdoor kan een auto, zonder het (brom-)fietspad te blokkeren, een goed overzicht krijgen op de N417. Omdat er weinig lage begroeiing aanwezig is, zal het uitzicht voor bewoners op zowel het nieuwe (brom-)fietspad als de N417 verbeteren. Mocht na realisatie blijken dat het uitzicht op het (brom-)fietspad niet optimaal is dan dient in overleg met de desbetreffende bewoner te worden gekeken hoe dit uitzicht verder kan worden geoptimaliseerd. Het zicht vanaf het (brom-)fietspad op de rijbaan In de huidige situatie is in het bos ten westen van de N417 relatief weinig lage begroeiing aanwezig.

In de nieuwe situatie wordt ervoor gezorgd dat er tussen de weg en het nieuwe (brom-)fietspad geen lage begroeiing aanwezig is (vergelijkbaar met de huidige delen van het fietspad dat achter de eerste bomenrij is gelegen), waardoor er vanaf het (brom-)fietspad voldoende uitzicht is op de weg en andersom. Dit zal het gevoel van (sociale) onveiligheid aanzienlijk verminderen. De openbare verlichting aan het (brom-)fietspad In de huidige situatie is op het deel van het westelijke (brom-)fietspad, dat achter de bomen is gelegen, verlichting aanwezig. In de nieuwe situatie wordt goede verlichting aangebracht waardoor er geen donkere plekken op het (brom-)fietspad zullen ontstaan. Een mogelijkheid is dynamische verlichting welke aangaat zodra er een fietser nadert. Er dient tevens rekening te worden gehouden met het minimaliseren van de uitstraling naar de omgeving vanwege de natuur. Oversteken aanwonenden Omdat er nu aan een zijde één (brom-)fietspad komt te liggen, zal dit voor de aanwonenden aan de oostzijde betekenen dat zij de N417 over zullen moeten steken om op dit (brom-)fietspad te kunnen komen. Ten opzichte van de huidige situatie is dit per retourrit een extra oversteek. Echter per saldo (7 percelen westzijde en 6 percelen oostzijde) blijft dit nagenoeg hetzelfde.

In de huidige situatie moeten alle aanwonenden immers minimaal éénmaal de N417 oversteken (op de heen- of terugreis). De situatie bij de 6 percelen aan de oostzijde wordt echter dusdanig verbeterd qua opstelmogelijkheid en uitzicht dat ook dit een verbetering zal zijn ten opzichte van de huidige situatie. Deze situatie is nagenoeg identiek aan het zuidelijker gelegen gedeelte van de N417 tussen de provinciegrens en de rotonde Noodweg. Ook daar is er sprake van dat vrijwel alle uitritten aan de oostzijde van de weg gelegen zijn. Als onderdeel van dit plan wordt tevens het fietspad hier verwijderd. Oversteken Tijdens de diverse overleggen met aanwonenden is met name naar voren gekomen dat er zorgen waren over de locaties waar het langzaam verkeer de N417 en de Noodweg in twee richtingen over moet gaan steken om op het aansluitende fietsnetwerk te komen. Buiten dit plangebied zal het langzaam verkeer bij de verkeerslichten op het kruispunt met de Graaf Floris V weg over gaan steken. Hier zijn nu reeds diverse oversteken aanwezig en een oversteek met verkeerslichten geeft een voldoende garantie dat dit op een veilige wijze kan. De oversteek bij de rotonde Noodweg wordt nu reeds in twee richtingen gebruikt. Uit een ongevallenanalyse blijkt dat er in het verleden slechts één eenzijdig ongeval heeft plaats gevonden met een bromfiets.

Omdat de snelheid hier relatief laag ligt, en een dergelijke oversteek landelijk vaak voorkomt, is dit een voldoende veilige oversteekplaats.

17

Reconstructie N417 (ontwerp)

Omdat het langzaam verkeer in noordelijke richting binnen de bebouwde kom van Hilversum weer naar de oostzijde van de weg moet oversteken, is deze oversteek op een duidelijke en veilige wijze in het plan opgenomen. Bureau Goudappel Coffeng heeft in opdracht van de provincie een beschouwing gemaakt over de aansluiting van het fietspad nabij de komgrens van Hilversum (Bijlage 11). Uit dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat de gekozen locatie en vormgeving de meest optimale is.

3.2.2

Duurzaamheid

Bij het ontwerp van de reconstructie is op meerdere manieren met duurzaamheid rekening gehouden. Er ligt een duurzame oplossing voor verschillende functies en fasen van het project: Een veiligere inrichting van de weg zorgt voor betere verkeersveiligheid; De sociale veiligheid neemt toe door plaatsing verlichting, een tweezijdig bereden (brom-)fietspad en rasters aan de buitenzijde van het (brom-)fietspad; Door het hergebruik van de betonnen wegverharding als onderlaag voor nieuwe verharding is sprake van minder energieverbruik en verspilling van reststoffen; Door de aanleg van faunavoorzieningen (rasters, dassentunnels, faunagoot) is sprake van minder faunaslachtoffers en kunnen populaties van de doelsoorten zich eenvoudiger in stand houden; De ligging van het vrijliggende (brom-)fietspad is zo gekozen dat het aantal te vellen bomen tot een minimum beperkt is; Water- en bodemverontreiniging worden voorkomen. Zoveel mogelijk wordt gestuurd op besparing van water en een duurzaam watersysteem doordat het water van de weg wordt afgevoerd en, ook bij een stevige bui, geen water verzamelt op de weg of het (brom-)fietspad. Doordat het (brom-)fietspad in de toekomst in zijn geheel zal afwateren naar de tussen- en buitenberm, komt de berging in de greppels geheel beschikbaar voor de waterafvoer van de weg.

Er wordt gezorgd dat hemelwater zoveel mogelijk kan infiltreren richting het huidige grondwater. Dit gebeurt via de wegbermen en greppels; Bij de realisatie zullen geen uitlogende bouwmaterialen worden toegepast om zo het afstromend hemelwater zo schoon mogelijk te houden.

18

Reconstructie N417 (ontwerp)

Hoofdstuk 4

Planologisch kader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en de opvolger van de Structruurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil op nationaal belangen sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.

Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een

19

Reconstructie N417 (ontwerp)

integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en versterkt het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit.

De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Afweging met NOVI

De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven.

20

Reconstructie N417 (ontwerp)

Inpasbaarheid bestemmingsplan In de NOVI is de ambitie opgenomen om het duurzaam economisch groeipotentieël te verbeteren en om sterke en gezonde steden en regio's te creeëren. Het Rijk wil dit bewerkstelligen door onder meer goede verbindingen over de weg te realiseren. De reconstructie van de N417 past daarom binnen deze ambitie.

4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het kabinet heeft in de de voorloper van de Nationale Omgevingsvisie, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, het natuurnetwerk Nederland (de voormalige EHS) , erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming.

Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de SVIR is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Inpasbaarheid bestemmingsplan De artikelen uit het Barro die voor dit bestemmingsplan van toepassing zijn, zijn artikelen 2.7 en 2.10. In 2.7 worden in een uitputtende lijst van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) de gebieden genoemd die voor hoofdwegen van toepassing zijn. Het gebied dat de reconstructie van de N417 beslaat wordt hierin niet genoemd. Het Barro schetst de contouren voor het Natuurnetwerk Nederland, voor nadere uitwerking verwijst het Barro naar het provinciale beleid. De reconstructie van de N417 zoals wordt mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan, conflicteert niet met dit beleid.

4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk

21

Reconstructie N417 (ontwerp)

maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dan moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder het bestemmingsplan. Inpasbaarheid bestemmingsplan Het plan voorziet in de reconstructie van een weg. De aanleg van een weg wordt niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Gelet hierop is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing.

4.2

Provinciaal en Regionaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten.

Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Op het gebied van mobiliteit stelt de provincie dus als ambitie dat de inwoners en bedrijven van NoordHolland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve

22

Reconstructie N417 (ontwerp)

gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het versterken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen, zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Inwoners en bedrijven hebben zoveel mogelijk de vrijheid om hun eigen vervoerswijzen te kiezen. Zodanig dat het totale verkeers- en vervoersnetwerk optimaal wordt gebruikt en ten dienste staat van de ruimtelijk-economische ontwikkeling. De provincie stuurt op een optimale afstemming tussen ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. Er wordt gestreefd naar een vorm van basisbereikbaarheid voor kleine kernen. Inpasbaarheid bestemmingsplan Het plan speelt in op de provinciale wens om het wegennet te verbeteren, zowel voor gemotoriseerd verkeer als fietsers, waarbij specifiek wordt ingezet op het verbeteren van de veiligheid. Als zodanig is het verenigbaar met de Omgevingsvisie NH2050.

4.2.2

Omgevingsverordening NH2020

De Omgevingsverordening NH2020 is op 16 november 2020 vastgesteld en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening NH 2020 ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De provincie werkt aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020; de Omgevingsverordening NH2022. Deze zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet. Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) 32 waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege hun bijzondere waarde voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn.

Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw. Als deze kernkwaliteiten niet aangetast worden, is bijvoorbeeld woningbouw onder voorwaarden mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgesteld over hoe toegestane ontwikkelingen ingepast kunnen worden in deze gebieden. Het plangebied is onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap het Gooi. Het Gooi is een stuwwallenlandschap met bos- en heidegebieden, zanderijen en restanten van engen. Deze variatie in landschapstypen maakt het een aantrekkelijk gebied om te verblijven. De rustige bos- en heidegebieden zijn een contrast met de nabijgelegen stedelijke gebieden. De gaafheid van de zichtbare relicten uit de voorlaatste ijstijd en van de bewoningsgeschiedenis vanaf de prehistorie zijn een bijzondere kwaliteit van dit gebied. Bijzonder Provinciaal Landschap het Gooi kent 9 kernkwaliteiten waarvan er 5 voorkomen in of rond het gebied waarin onderhavig voornemen plaatsvindt. Kernkwaliteiten Aardkundige waarde: stuwwallen Het Gooi is één van de meest reliëfrijke gebieden in Noord-Holland. De vorming van de ondergrond is het resultaat van geologische processen tijdens de voorlaatste ijstijd.

Het gebied herbergt een complex aan verschijnselen die hieraan gerelateerd zijn en aan de klimaatopwarming erna. Het geeft daarmee informatie over de klimaats- en ontstaansgeschiedenis van het gebied. De grote verscheidenheid en

23

Reconstructie N417 (ontwerp)

relatieve gaafheid van de verschijnselen maakt het gebied bijzonder. De aardkundige waarde is zeer hoog, van nationaal belang en onvervangbaar. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien de leesbaarheid van de aardkundige kernkwaliteit in stand blijft. Dit betekent dat het bodemprofiel en reliëf (bijv. door activiteiten als heien, graven en egaliseren) niet significant mogen worden aangetast. Bij ontwikkelingen die beroering tot een diepte van 1 m onder maaiveld vergen is in beginsel geen sprake van aantasting van de aardkundige kernkwaliteit. Onderhavig plan maakt de aanleg van ondergrondse faunapassages mogelijk, maar dit bedraagt buizen van slechts 50 centimer in hoogte. In het verleden is de grond reeds geroerd. Desondanks wordt in de verdere planuitwerking rekening gehouden met de aardkundige kernkwaliteiten, waar nodig door nader onderzoek uit te voeren. Stuwwallenlandschap Het landschap van BPL Het Gooi bestaat uit een aantal met elkaar verbonden stuwwallen met omliggende gronden. Dit stuwwallenlandschap kent veel hoogteverschillen, overgangen en daarmee diverse landschapstypen. Dit maakt dat het gebied landschappelijk en cultuurhistorisch van waarde en gedeeltelijk zelfs van hoge tot zeer hoge waarde is. Het gebied werd al vroeg bewoond wat maakt dat het ook van grote archeologische waarde is.

Ruimtelijke ontwikkelingen die de landschappelijke karakteristiek van aaneengesloten bossen en heidevelden negatief beïnvloeden zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Onderhavig plan maakt slechts de verbreding van een weg en aanleg van een (brom-)fietspad mogelijk en heeft daarmee een minimale aantasting op deze karakteristiek. 'Illusielandschap' bestaande uit heidevelden en besloten bossen De afwisseling tussen de open ruimtes en de besloten bosgebieden in Het Gooi is een bijzondere kwaliteit. Samen vormen zij het ‘illusielandschap’: de bos en heidevelden van het Gooi geven de indruk van een aaneengesloten, ongerept, doorlopend bos- en heidegebied, ondanks de verstedelijking in Het Gooi. Tussen de kernen liggen groene zones en het bosgebied loopt op veel plekken over in het groen van de kernen. Het systematisch zorgvuldig inpassen van bebouwing in de bosgordel heeft geleid tot het nagenoeg ontbreken van visuele aanwezigheid van bebouwing. Ruimtelijke ontwikkelingen die het contrast tussen besloten bosgebied en open ruimtes in hoge mate verminderen of het groene karakter van deze zones tussen de kernen verminderen zijn een aantasting van de kernkwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen die het ongerepte en groene karakter van het ‘illusie’-landschap verminderen zijn ook een aantasting van deze kernkwaliteit.

Dit geldt bijvoorbeeld voor grootschalige bebouwing die boven de boomgrens uitsteekt en zichtbaar is vanuit de open ruimten van de heidevelden of voor bebouwing die niet goed is ingepast in de groene randen rond de kernen. De ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt door onderhavig plan vermindert geenzins het contrast tussen het besloten bosgebied en de open ruimte en doet daarmee niet af aan deze kernkwaliteit. Halfopen engen De engen vormen een kleinschalig landschap van bosschages, houtsingels, wallen en akkers. Ze zijn vanouds op de kernen gericht; zichtbaarheid van bebouwing (kerktoren) is onderdeel van het beeld. Omdat de open ruimten van de engen op de flanken van de stuwwal liggen, is het mogelijk het reliëf te beleven Ruimtelijke ontwikkelingen in de openheid van de engen zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen die het zicht op het reliëf van de stuwwal of het zicht op de kerktoren verstoren, zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. De ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt door onderhavig plan betreft de verbreding van een weg en aanleg van een (brom-)fietspad. Deze ontwikkeling tast de openheid van de engen niet aan, ook het zicht op het reliëf of de kerktoren worden niet aangetast. Radiale wegenstructuur en lanen

24

Reconstructie N417 (ontwerp)

Oude verbindingswegen, schaapsdriften en doodwegen vormen een radiaal stelsel, dat veelal vanuit de dorpskern uitwaaiert. Dit is kenmerkend is voor hogere zandgronden. De oude verbindingswegen zijn meestal beplant. Vanaf de wegen kan het hoogteverschil in het Gooi (Huizerweg, Naarderweg) vaak goed beleefd worden. Veel wegen in het Gooi zijn zeer oud. Ze zijn van hoge tot zeer hoge cultuurhistorische waarde. Sommige schaapsdriften zijn onveranderd gebleven. Van andere wegen is de oorspronkelijke staat en herkenbaarheid aangetast door stedelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn een aantasting van deze kernkwaliteit als zij de cultuurhistorische waarde (verder) verminderen. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn ook een aantasting van deze kernkwaliteit wanneer zij belevingsaspecten zoals reliëf, continuïteit en profiel, niet in acht nemen. De ontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt door onderhavig plan tast de cultuurhistorische waarde niet aan. Ook wordt er voldoende rekening gehouden met reliëf, continuïteit en profiel, waardoor deze belevingsaspecten niet significant aangetast worden. Daarmee komt deze kernkwaliteit niet in gevaar. Inpasbaarheid bestemmingsplan Onderhavig plan doet niet af aan de aanwezige kernkwaliteiten binnen Bijzonder Provinciaal Landschap het Gooi en is daarmee niet in strijd met de omgevingsverordening NH2020.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie Hilversum 2030

De structuurvisie Hilversum 2030, vastgesteld door de gemeenteraad van Hilversum op 15 mei 2013, schetst een toekomstbeeld voor Hilversum tot het jaar 2030. De gemeente beschrijft hierin wat ze met de beschikbare ruimte doet om in de toekomst te voldoen aan de behoeften van iedereen die in Hilversum woont, werkt en recreëert. Het gaat bijvoorbeeld om de beste plek voor huizen, bedrijven, parken en recreatiemogelijkheden. Een structuurvisie opstellen betekent nu keuzes maken voor later. De Structuurvisie Hilversum 2030 heeft betrekking op het gehele grondgebied van Hilversum en bevat de integrale visie op de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente op (middel)lange termijn. In dit geval ligt de planhorizon omstreeks 2030. De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument en is geen concreet plan of uitwerking van een thema. Het is een visie op een hoger abstractieniveau. In de structuurvisie staan vijf speerpunten: Goede woongemeente; Groene buitengebieden; Mediastad en creatieve industrie; Centrumgemeente; Stedenbouw en architectuur. Daarnaast is een elftal dynamische gebieden benoemd waar een grotere dynamiek en ontwikkelingen te verwachten zijn. Dit in tegenstelling tot de overige gebieden, zoals de woonwijken en het buitengebied, waar sprake is van minder dynamiek.

In het algemeen wordt voorzien dat er als gevolg van de digitale ontwikkelingen belangrijke veranderingen zullen optreden in het ruimtegebruik. Functies als wonen, werken en ontspannen zijn minder gebonden aan vaste locaties en zullen meer met elkaar verweven zijn. Werken en zorg aan huis, voorzieningen op bedrijventerrein, wonen in combinatie met creatieve bedrijven, enzovoort. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten die de gemeente denkt te ondernemen om de in de structuurvisie genoemde ontwikkelingen te realiseren. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt in korte termijn (2013 - 2018), middellange termijn (2019 - 2024) en lange termijn (2025 - 2030).

Inpasbaarheid bestemmingsplan

25

Reconstructie N417 (ontwerp)

Het plangebied is gelegen in "Groen buitengebied" waarvoor de Structuurvisie geen specifieke ontwikkelingen bevat.

4.3.2

Mobiliteitsvisie 2040 & Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2040

In april 2021 heeft de raad de Mobiliteitsvisie 2040 vastgesteld, getiteld ‘Hilversum: de stad voor groene, duurzame en innovatieve mobiliteit’. Hilversum wil op het gebied van mobiliteit klaar zijn voor de toekomst. In de Mobiliteitsvisie 2040 staat hoe de gemeente Hilversum in 2040 het verkeer, vervoer en bereikbaarheid wil regelen. Daarvoor is een voorkeursscenario gekozen. Duurzaamheid, groen en vernieuwing zijn de sleutelwoorden van het voorkeursscenario. Hierin blijft Hilversum een pretige stad om in te wonen, te leven, te werken en om te bezoeken. De omgeving is nog steeds aangenaam en groen. Het ‘dorpse’ karakter van Hilversum blijft behouden. Op 19 juli 2023 heeft de gemeenteraad het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2040, dat volgt op de Mobiliteitsvisie 2040, vastgesteld. Het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2040 bevat een uitgebreid pakket aan maatregelen waarmee Hilversum de komende jaren leefbaar, bereikbaar, groen en verkeersveiliger wordt gehouden. Door het stapelen van de verschillende maatregelen wordt er ingezet op het verminderen van het aantal verkeersbewegingen met de auto in en naar Hilversum toe. En aan de andere kant wordt het eenvoudiger gemaakt om tijdens de reis op een snelle en gemakkelijke manier de fiets of de auto met deelvervoer en het openbaar vervoer te combineren. Zo wil de gemeente Hilversum betere faciliteiten voor langzaam vervoer creeëren.

In 2040 heeft de gemeente Hilversum een hoogwaardig en volledig netwerk voor langzaam verkeer met bijbehorende faciliteiten van hoge kwaliteit. De wandelroutes en het fietsnetwerk zijn sociaal veilig, goed begaanbaar en comfortabel. Ook zijn de routes en het netwerk veilig en toegankelijkheid voor (schoolgaande) kinderen en mensen met een beperking. Daarnaast zet de gemeente in op het verbeteren van de ontsluiting van de Randwegen. Onderdeel daarvan is het realiseren van een doorfietsroute tussen Utrecht en Hilversum, waar voorliggend plan onderdeel vanuit maakt. Inpasbaarheid bestemmingsplan De reconstructie van de N417 past binnen de bovenstaande visie en maatregelen en is daarom niet in strijd met de Mobiliteitsvisie 2040 & Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2040. Bovendien is de reconstructie van de N417 onderdeel van de realisatie van een doorfietsroute tussen Utrecht en Hilversum, waarmee de ontwikkeling dus uitvoering geeft aan het Uitvoeringsprogramma.

4.3.3

Programma Groen Hilversum 2040

Het Programma Groen Hilversum 2040, vastgesteld op 7 december 2022 door de gemeenteraad van Hilversum, gaat over het groenbeleid van de gemeente Hilversum. Programma Groen Hilversum 2040 laat zien hoe de gemeente de komende jaren gaat werken aan een groener en gezonder Hilversum, dat beter om kan gaan met het veranderende klimaat. Voor Programma Groen Hilversum 2040 en alle groene projecten en acties zijn drie doelen opgesteld. Deze doelen dragen alle drie bij aan het maken van een groene, gezonde en klimaatbestendige stad. 1. Biodiversiteit: Dit is de basis van al het leven, ook van de stad. De gemeente wil de biodiversiteit stimuleren en vergroten: zorgen voor meer en verschillende planten, bloemen, bomen en dieren. 2. Klimaatbestendigheid: De gemeente wil een klimaatbestendige stad ontwikkelen, met een prettig leefklimaat dat bestand is tegen toekomstige veranderingen. Bijvoorbeeld meer hitte en meer droogte.

26

Reconstructie N417 (ontwerp)

3. Vitaliteit: Gezond, beweging, ontspanning, geluk, ontmoeten en samen doen. De gemeente gaat zorgen dat groen beter bijdraagt aan de vitaliteit. De bomenstructuur langs de N417 maakt onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur. Deze hoofdbomenstructuur dient zo veel als mogelijk behouden en versterkt te worden. Ook dienen langs deze routes barrières voor fauna beslecht te worden. Inpasbaarheid bestemmingsplan De herstructurering van de N417 zal leiden tot de kap van enkele bomen langs de N417. Dit zorgt echter niet voor een grote aantasting van de hoofdbomenstructuur. Daarnaast maakt voorliggend plan de aanleg van faunavoorzieningen (rasters, dassentunnels, faunagoot) mogelijk, hetgeen bijdraagt aan het beslechten van barrières voor fauna. 4.3.4

Omgevingsvisie Hilversum 2040 (ontwerp)

De gemeente Hilversum is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie zet Hilversum de koers uit voor de periode tot 2040. Op dit moment heeft de omgevingsvisie een ontwerp status. Na vaststelling door de gemeenteraad is de Omgevingsvisie Hilversum 2040 de opvolger van de Structuurvisie Hilversum 2030. In deze omgevingsvisie staat wat voor gemeente Hilversum in 2040 wil zijn en hoe dat kan worden bewerkstelligd. Met het opstellen ervan speelt Hilversum in op de toekomstige Omgevingswet, waarin de omgevingsvisie is aangewezen als een van de belangrijke instrumenten. Een omgevingsvisie moet volgens de wet een integrale visie op de toekomst bevatten. Dat betekent dat in de omgevingsvisie op hoofdlijnen alle belangrijke opgaven bij elkaar worden gebracht en keuzes worden gemaakt op het niveau van de stad. In de omgevingsvisie zijn drie hoofdopgaven gedefinieerd waar de gemeente aan wil werken: 1. Duurzaam Hilversum: verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving 2. Meedoen in Hilversum: zorgen dat er kansen zijn voor iedereen 3. Actief Hilversum: een robuuste, duurzame economie die past bij de demografische ontwikkelingen In de periode tot 2040 wil Hilversum op een aantal belangrijke onderwerpen grote veranderingen doorvoeren. Op sommige onderwerpen heeft Hilversum al ambitieuze doelen. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie.

Hier is het minder de vraag ‘of’, maar veel meer ‘hoe’ en 'in welk tempo’. Op andere onderwerpen bevat deze omgevingsvisie een nieuwe of aangescherpte visie. Het gaat dan bijvoorbeeld om de openbare ruimte, landschap en de landbouw. Openbare ruimte De openbare ruimte is een belangrijk, maar tegelijk beperkt deel van de totale ruimte in Hilversum. Voor realisatie van het hier geschetste toekomstbeeld zal daarom ook een beroep moeten worden gedaan op inwoners en organisaties om meer openbare ruimte te creëren, bijvoorbeeld door meervoudig grondgebruik. Maar de grootste winst zit in het realiseren van een betere openbare ruimte. Dat kan alleen als het ruimtebeslag van de (stilstaande) auto in de stad afneemt. Voor de openbare ruimte ziet het toekomstbeeld 2040 er als volgt uit: Meer ruimte voor groen en bomen. Dat verbetert de bestaande groenstructuur en tegelijkertijd de leefkwaliteit, bijvoorbeeld door minder hittestress tijdens warme periodes. Iedereen heeft recht op een koele plek op loopafstand. Juist in de meest verdichte wijken, met de meeste sociale problemen zijn die plekken er te weinig. Meer ruimte in de directe woonomgeving om te verblijven, te spelen en elkaar te ontmoeten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c74ad6d3-600e-4c0b-824d-33d5c2a3a6c8