Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2024-2039
Tekst van het document
REGIE OP ONDERWIJS HUISVESTING
Foto: Peter Veenendaal
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN 2024-2039
Voorwoord Wij zijn blij met het integraal huisvestingsplan (IHP) van Hilversum 20242039: 'Regie op Onderwijshuisvesting!'. Dit geactualiseerde IHP biedt immers een toekomstbestendig perspectief voor alle scholen, zodat er voorzien kan worden in goede schoolgebouwen die aansluiten op de gewenste onderwijsvorm, het aantal leerlingen en de kwaliteitseisen van het gebouw. Draagvlak is essentieel voor een doeltreffend IHP, daarom is dit plan in nauwe samenwerking en afstemming met de schoolbesturen uit de gemeente Hilversum tot stand gekomen. Met dit ambitieuze plan realiseren we de aankomende 4 jaar renovatie en nieuwbouw, waarmee de kwaliteit van de schoolgebouwen verbetert. Ook geeft het een doorkijk naar de opvolgende 12 jaar. Goede schoolgebouwen zijn onmisbaar voor goed onderwijs. Schoolbesturen en de gemeente delen wettelijk de verantwoordelijkheid voor de schoolgebouwen. Dit IHP geeft een realistisch beeld van de projecten waaraan we de komende jaren gezamenlijk gaan werken. Deze projecten komen onder andere voort uit gewijzigde leerlingaantallen. Hilversum kent bovengemiddeld veel monumentale schoolgebouwen, hier wordt in dit plan specifiek rekening mee gehouden. Dit IHP zorgt ervoor dat de financiering toereikend is voor duurzame en toekomstbestendige onderwijshuisvesting. De nieuwe werkwijze brengt eenvoud en versnelling binnen het uit te voeren plan.
De gemeente Hilversum volgt de pedagogische ontwikkelingen en inzichten aangaande de doorgaande leerlijn die van belang is voor kinderen. Waar mogelijk zal zij deze bij het voorzien in onderwijshuisvesting in haar afwegingen betrekken en faciliteren en integraal benaderen. Om het plan te realiseren is het van belang dat wij als gemeente de regie pakken en geen vraagstukken naar de toekomst schuiven. Kortom, de komende jaren willen wij binnen de kaders van de verordening uitvoering geven aan onze visie en ambities, de onderwijs vernieuwende concepten, duurzame en frisse scholen en niet te vergeten de samenwerking onderling. Naar mijn overtuiging worden daartoe met dit IHP de juiste stappen gezet. Wij willen graag iedereen bedanken die heeft bijgedragen aan het tot stand komen van het IHP. Jullie inzet is waardevol en draagt bij aan de toekomst van onze jeugd in Hilversum. Karin van Hunnik, wethouder onderwijs gemeente Hilversum
Onze ambitie is dat ieder kind goed onderwijs krijgt, en zonder degelijk schoolgebouw is dit onmogelijk. Daarom is er behoefte aan gebouwen die kwalitatief, functioneel en duurzaam zijn, en gebouwen die kunnen voorzien in de hedendaagse onderwijskundige en maatschappelijke vraagstukken. 2
Inhoudsopgave VOORWOORD
02
INLEIDING Aanleiding Wettelijk taken gemeente Verordening 2022 Actualisatie 2024-2027 Urgentie Periode 2020-2023: terugblik Drie ambitielijnen Relatie IHP 2020 en actualisatie 2024 Financiën en zwaarwegende kwesties
04 04 04 05 05 05 06 07 07 07
AMBITIELIJN 1: EEN NIEUWE WERKWIJZE Aanleiding Twee cycli De vierjaarlijks IHP-cyclus Prioriteringscriteria De OHP-cyclus VNG Verordening Overgangsregime Bouwheerschap
08 08 08 09 10 10 11 11 11
AMBITIELIJN 2: RUIMTE GEVEN AAN HET OPGROEIEN VAN KINDEREN Doelstellingen IKC Huisvesting en realisatie IKC Aanbevelingen ambitielijn 2
12 13 13 13
AMBITIELIJN 3: HILVERSUMS KWALITEITSKADER, COFINANCIERING EN INNOVATIE Terugblik IHP 2020 IHP 2024 - 2039 Hilversums Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Cofinanciering vervangende nieuwbouw en renovatie
15
MONUMENTALE KARAKTER SCHOOLGEBOUWEN
23
BALANS TUSSEN LEERLINGAANTALLEN EN HUISVESTINGSCAPACITEIT Leerling prognoses Toename van nieuwkomers
25
AANSLUITING STEDENBOUWKUNDIGE ONTWIKKELINGEN
27
OVERZICHT PROJECTEN Projectoverzicht 2024-2027 Doorkijk naar periode 2028-2039
28 30 31
STRATEGIE VOOR TIJDELIJKE HUISVESTING Analyse Tijdelijke huisvestingscarrousel Aanbevelingen
32 32 33 33
FINANCIËN IHP 2024-2027 Investeringsbegroting Effecten op de exploitatiebegroting
35 36 38
15 16 18 21
BIJLAGE Toelichting projectoverzicht 2024 – 2027 Doorkijk naar 2028 – 2039
39 39 44
26 26
3
I<
Inleiding Aanleiding In 2020 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs tot stand gekomen. Een toekomstbestendig perspectief voor alle scholen in Hilversum. Het IHP is gerealiseerd door een nauwe samenwerking tussen schoolbesturen en de gemeente Hilversum. Zoals het IHP2020 stelt: 'Dit IHP biedt de gemeente en schoolbesturen een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjarig Huisvestingsplan.' (IHP2020, p.5). Ook het coalitieakkoord 'Hilversum koesteren 2022-2026' benadrukt het belang van een blijvende investering in goede onderwijshuisvesting.
Wettelijk taken gemeente De taken en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbestuur zijn wettelijk bepaald. De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De gemeente is sinds IHP 2020 tevens verantwoordelijkheid voor renovatie. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw. Taken als het onderhouden en het uitvoeren van inpandige onderwijskundige aanpassingen zijn belegd bij schoolbesturen.
Het IHP2024-2039 sluit zoveel mogelijk aan bij ontwikkelingen op het gebied van wetgeving. In het wetsvoorstel: - Krijgt renovatie een wettelijke status die als voorziening opgenomen wordt in de onderwijshuisvestingsverordening van gemeentes. - Wordt het investeringsverbod opgeheven dat voor het primair onderwijs geldt. - Worden gemeenten verplicht een IHP voor 16 jaar op te stellen, dat iedere vier jaar wordt geactualiseerd. Het IHP dient te bevatten: een vermelding van de voorzieningen in de huisvesting voor een periode van vier kalenderjaren en vermeldt op welke kalenderjaren het plan betrekking heeft. Tevens dient het plan de voornemens te bevatten voor de voorziening in de huisvesting in de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt. - Worden schoolbesturen verplicht een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen.
Er ligt een voorstel van Wet tot wijziging dat tot stand gekomen is op basis van voorstellen vanuit de VNG, PO-Raad en VO-Raad om te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van onderwijshuisvesting. Met het wetsvoorstel wordt beoogd het stelsel van onderwijshuisvesting te optimaliseren. Het wetsvoorstel zal vrijwel zeker worden aangenomen, want over de uitgangspunten en de inhoud van het wetsvoorstel bestaat maar beperkt discussie.
4
I<
Verordening 2022
Actualisatie 2024-2027
De gemeenteraad heeft de 'Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022' vastgesteld. Hierin wordt de volgende definitie van een IHP genoemd: 'Het door de raad vierjaarlijks vast te stellen plan waarin de strategische en budgettaire kaders van het gemeentelijke onderwijshuisvestingsbeleid zijn beschreven en waarin een overzicht is opgenomen van de over een periode van 16 jaar voorgenomen huisvestingsprojecten.' In artikel 6 van de verordening staat:
Om onderwijshuisvesting toekomstbestendig te maken is het noodzakelijk (tevens in lijn met de verordening, naderende wetgeving en beschrijving in IHP2020) om het IHP eens in de vier jaar te actualiseren door te kijken naar de meeste recente ambities op het gebied van onderwijs, naar maatschappelijke ontwikkelingen die het onderwijs raken en naar veranderde wet- en regelgeving. Daarnaast is een actualisatie ook een goed moment om de werkwijze die de gemeente en de schoolbesturen hebben ontwikkeld onder de loep te nemen. Kortom de actualisatie is nodig om een aantal knellende problemen op te lossen en om het Meerjarig Uitvoeringsprogramma transparant, stabiel en toekomstbestendig te maken.
1. Op voorstel van het college en na op overeenstemming gericht overleg met de gezamenlijke bevoegde gezagen stelt de raad een integraal huisvestingsplan ééns per vier jaar vast. Dit plan beschrijft, op basis van de onderwijskundige en maatschappelijke beleidsdoelstellingen voor een periode van ten minste 16 jaar, de voorgenomen onderwijs-huisvestingsvoorzieningen. 2. Onderdeel van het integraal huisvestingsplan vormt een meerjarenuitvoeringsprogramma met investeringsschema voor een periode van ten minste vier jaren, waarin de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen per jaar en per school zijn beschreven, alsmede de daaruit voortvloeiende investeringskosten. 3. Jaarlijks evalueert het college, samen met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagen, het meerjarenuitvoeringsprogramma en meerjareninvesteringsschema. Dit kan leiden tot een aanpassing van het meerjarenuitvoeringsprogramma mits dit past binnen het meerjareninvesteringsschema. Deze actualisatie sluit aan bij de in de Verordening gestelde eisen.
De actualisatie stelt de gemeente in staat om op een integrale wijze regie te voeren op de uitvoering van het uitvoeringsprogramma onderwijshuisvesting en nieuwe opgaves. Deze actualisatie sluit aan bij de in de Verordening gestelde eisen én bij de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving. Dit IHP maakt duidelijk welke projecten in de periode 2024-2027 worden uitgevoerd inclusief de bijbehorende budgetvraag. Tevens geeft het plan een doorkijk naar de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor dit plan geldt (20282039).
Urgentie Op 5 september 2023 stuurden De VNG, PO-Raad en VO-raad een gezamenlijke een open brief aan de nieuw aangetreden Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs Mariëlle Paul, met een afschrift aan de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, om de urgentie hoog te houden op het thema onderwijshuisvesting. In deze brief wordt de noodzaak benadrukt van duurzame schoolgebouwen met een binnenklimaat dat geschikt is voor inclusief en modern onderwijs: 'Alleen zó investeren we in prettige, frisse en eigentijdse gebouwen die positief bijdragen aan leerprestaties en het welzijn van leerlingen. Alleen zó verminderen we het ziekteverzuim en verhogen we het welzijn van medewerkers, die zulk belangrijk werk doen voor de gelijke kansen van onze kinderen en het succes van de Nederlandse kenniseconomie.' 5
I<
Periode 2020-2023: terugblik Meerdere projecten uit IHP2020 hebben vertraging opgelopen in de planvorming. Bijvoorbeeld door onvoorziene omstandigheden zoals aanvullende eisen of vertraging in gebiedsontwikkeling. In het IHP 2020 was bijvoorbeeld voor het Arenapark de planning gericht op 2023, dat is niet realistisch gebleken. Het in 2020 vastgestelde IHP ging uit van minimumscenario's. Dit is niet altijd meest toekomstbestendige oplossing en is er sprake geweest van een scenariowijzigingen. Zoals bij het Montessori Centrum, Villa Vrolik, Paulusschool en de gymzalen voor AT College. Bij de uitvoering van het IHP 2020 is er een werkwijze ontwikkeld om via tranches van vier jaar het IHP uit te voeren. Onderdeel van deze werkwijze is het werken met business cases en scenario's. Inmiddels is duidelijk dat de werkwijze met businesscases en meerdere scenario's het opstarten en uitvoeren van ontwikkelen bouwinitiatieven onnodig complex en tijdrovend maakt. Het gevolg is dat de uitvoering van het IHP achterloopt bij de afgesproken planning.Daarnaast zijn zowel gemeente en schoolbesturen het eens dat door de eerder gekozen werkwijze zowel de gemeente als de schoolbesturen te weinig regie hebben op de uitvoering. Daardoor is een integrale aansturing van het onderwijshuisvestingsprogramma niet van de grond gekomen.
Voorts kreeg de uitvoering van het IHP2020 te maken met ingrijpende ontwikkelingen. De gevolgen van de coronacrisis en de toestroom van leerlingen door de oorlog in Oekraïne. Dit heeft druk gelegd op de samenwerkingsrelatie waardoor de focus op het meerjarenperspectief van het IHP uit beeld was. Deze actualisatie voorziet in een aanpak om te komen tot de gewenste integrale aanpak voor de lange termijn, waarbij de gemeente de integrale regie heeft en schoolbesturen primair verantwoordelijk zijn voor de realisering van de projecten.
6
I<
Drie ambitielijnen Om tot een samenhangende actualisering te komen hebben de schoolbesturen en de gemeente besloten tot het formuleren van drie ambitielijnen: - Ambitielijn 1: Een nieuwe werkwijze - Ambitielijn 2: Ruimte geven aan het opgroeien van kinderen - Ambitielijn 3: Kwaliteitskader VNG, cofinanciering en innovatie De drie ambitielijnen zijn het resultaat van intensieve gesprekken tussen de schoolbesturen en de gemeente. De inhoud van de ambities is het gemeenschappelijk resultaat van schoolbesturen en gemeente.
Relatie IHP 2020 en actualisatie 2024 De gehanteerde werkwijze om IHP2020 uit te voeren bleek te ingewikkeld en is aan herziening toe. IHP2024-2039 doet daar voorstellen voor (ambitielijn 1). Daarnaast hebben we oog voor de ambities uit het onderwijsveld op het gebied van doorlopende leerlijnen voor kinderen (ambitielijn 2). Verder is het Kwaliteitskader van de VNG vertaald naar de opgave voor Hilversum (ambitielijn 3) en is dit ook financieel doorgerekend. Met de actualisatie wordt de uitvoering van het IHP stabieler, toekomstzekerder en goed aan te sturen vanuit de gezamenlijkheid van schoolbesturen en gemeente.
Financiën en zwaarwegende kwesties De ambities zijn financieel doorgerekend waarvan u het resultaat vindt in het hoofdstuk Financiën IHP 2024-2027. Naast de 3 ambitielijnen kent deze actualisatie ook een aantal hoofdstukken met belangrijke onderwijshuisvestingsopgaven, die van grote invloed zijn op het IHP. We noemen: het monumentale karakter van diverse schoolgebouwen, de balans tussen leerlingaantallen en huisvestingscapaciteit, de aansluiting bij de stedenbouwkundige ontwikkeling op het Arenapark, internationalisering, en een strategie voor tijdelijke huisvesting.
7
I<
Ambitielijn 1: Een nieuwe werkwijze Aanleiding Bij de uitvoering van het IHP 2020 heeft de gemeente een werkwijze ontwikkeld om via tranches van 4 jaar het IHP uit te voeren tot 2036. Onderdeel van deze werkwijze was het werken met business cases en scenario's. Nu (in 2023) is duidelijk dat de werkwijze met business cases en meerdere scenario's het opstarten en uitvoeren van ontwikkel- en bouwinitiatieven onnodig complex en tijdrovend maakt. Het gevolg is dat de uitvoering van het IHP achterloopt op de afgesproken planning. Daarnaast zijn zowel gemeente en schoolbesturen het eens dat door de eerder gekozen werkwijze zowel de gemeente als de schoolbesturen te weinig grip hebben op de uitvoering en daardoor een integrale aansturing van het onderwijshuisvestingsprogramma niet van de grond is gekomen. Ambitielijn 1 van de actualisatie richt zich op de vereenvoudiging van de werkwijze voor aanvragen en prioritering van bouw- en verbouwaanvragen door scholen. Door het toepassen van deze werkwijze wordt het mogelijk om in de uitvoering onnodige vertraging te voorkomen.
Twee cycli De nieuwe werkwijze die zowel gemeente als schoolbesturen per 2024 willen hanteren berust op twee uitvoeringscycli van het Meerjarig Huisvestingsplan: 1. de IHP-cyclus (van 4 jaar) en 2. OHPcyclus (jaarlijks) en hun onderlinge samenhang. Het grote verschil met de eerdere werkwijze is dat zwaartepunt van de besluitvorming rond onderwijshuisvesting komt te liggen in de gezamenlijke IHP-cyclus en niet meer in de OHP-cyclus van de individuele projecten. Voordeel is meer gezamenlijkheid, meer realisme en meer stabiliteit in de uitvoering. Met de vierjarige IHPcyclus stelt de Gemeenteraad de financiële kaders vast voor de uitvoering. De besluitvorming over de eenjarige OHP-cyclus lig bij het College van B&W. Het IHP is richtinggevend, maar niet doorslaggevend. Een beslissing omtrent financiering van projecten landt altijd in een afzonderlijke beschikking die wordt afgegeven door het college van B&W binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders. 8
I<
De vierjaarlijks IHP-cyclus De informatie voor de vierjarige IHP-cyclus kent vier onderdelen: informatie over het project (wat gaan we doen?), de financiën (wat mag het kosten?), het tijdpad van de uitvoering (hoelang gaat het duren?) en de uitvoerbaarheid van de uitvoerder (uitvoerbaarheid door de betrokken school c.q. draagkracht van de uitvoerder). Hierna worden de voorwaarden beschreven om deel te nemen aan een IHP-cyclus. 1. Vorm van het project Allereerst moet er voor betrokkenen een eenvoudige, eenduidige en transparante beoordeling zijn voor wat een project inhoudt. Basis voor deze beoordeling is de bouwkundige en functionele opname, zoals die ook in de Verordening staat. Voor de projecten die aangemeld worden voor de nieuwe periode wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Het gaat om een NEN 2767-rapportage die als basis dient voor de keuze tussen nieuwbouw of renovatie. Daarnaast wordt bij nieuwbouw gewogen in hoeverre de realisatie van een Integraal Kindcentra een optie is. Een Integraal Kind Centrum (IKC) is een locatie waar kinderopvang, onderwijs en buitenschoolse opvang intensief samenwerken in het belang van de ontwikkeling van kinderen.
Het resultaat is een set projecten voor vier jaar, waarvan duidelijk is wat er gaat gebeuren (renovatie of nieuwbouw). Voor de projecten in het projectoverzicht in deze actualisatie waarbij nog duidelijk moet worden of er sprake is van renovatie of nieuwbouw zal een haalbaarheidsstudie worden uitgevoerd. 2. Realistisch tijdpad Voor een realistisch tijdpad moet in beeld zijn: a. Tijdpad Onderwijshuisvesting: Start voorbereiding, datum VO (voorontwerp), datum DO (definitief ontwerp), datum aanbesteding en mogelijke besluitvorming bij een mislukte aanbesteding. De schoolbesturen leveren dit tijdpad met een onderbouwing aan. b. De stedenbouwkundige context en het vergunningentraject. 3. Draagkracht van de organisatie Het schoolbestuur laat zien dat zij in staat is om als bouwheer het project uit te voeren, naast mogelijk andere bouwprojecten. 4. Realistische beprijzing Wat betreft de beprijzing van een project gaan we uit van de bedragen zoals in deze actualisering voorgesteld.
9
I<
Prioriteringscriteria
De OHP-cyclus
Om tot een gedragen prioritering te komen zijn criteria nodig. We stellen de volgende criteria voor: - Uitbreiding heeft voorrang op renovatie (verordening); - Projecten uit IHP2020 gaan in principe voor nieuwe projecten; - Beschrijving van de bouwkundige en functionele noodzaak, haalbaarheid in de tijd, draagkracht organisatie; - Beschikbaarheid tijdelijke huisvesting; - Beschikbaarheid benodigde extra middelen t.o.v. het IHP 2020; - Mogelijkheden bij nieuwbouw tot IKC-vorming en verbinding met kinderopvang.
Mogelijke afwijking van het IHP Projectoverzicht De OHP-cyclus betreft het jaarlijks indienen van aanvragen van bouwprojecten voor scholen. Omdat projecten in principe reeds geprioriteerd en zijn opgenomen in de vierjarige IHP-cyclus en de beoordeling, zoals in de verordening is opgenomen, al doorlopen hebben, is de aanvraag eenvoudig.
Concept Projectoverzicht en Meerjariginvesteringsschema Op grond van de bovenstaande criteria stelt het OOGO een concept Projectoverzicht en Meerjariginvesteringsschema voor en geeft aan wat de benodigde investering is voor de uitvoering van die IHP-cyclus. Rol gemeenteraad bij vaststelling IHP-cyclus van vier jaar Het Projectoverzicht met Meerjariginvesteringsschema wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad besluit over de financiële kaders waarbinnen de projecten worden uitgevoerd. Het Projectoverzicht met Meerjariginvesteringsschema geeft inzicht in de extra financiële middelen ten opzichte van het investeringsbedrag voor de gehele uitvoeringsperiode.
Drie soorten projectaanvragen De jaarlijkse OHP-cyclus kent drie soorten aanvragen: 1. Aanvragen die in de IHP-actualisatie een plek hebben gekregen en die volgens planning in aanmerking komen voor financiering. 2. Aanvragen die op het Projectoverzicht van het IHP staan maar waar een wijziging in de plannen is opgetreden die nadere besluitvorming vergt (Verzoek tot Wijziging 'VTW') 3. Nieuwe, niet voorziene aanvragen. Over het algemeen de 'kleine voorzieningen' zoals Onderwijs Leerpakket, bouwkundige gebreken, verhuiskosten e.d. Snelheid in de procedure Een Verzoek tot Wijziging ('VTW') past in de reguliere OHP-cyclus. De gelden die er doorgaans mee gemoeid zijn, zullen pas beschikbaar komen in het jaar na het jaar van aanvraag. Ook is de besluitvorming binnen de gemeente doorgaans pas in november of december definitief. Dit kan een project vertragen. Er kan bijvoorbeeld niet aanbesteed worden voor het totale bedrag. Om vertraging te voorkomen is het wenselijk dat het college van B&W een post onvoorzien kan aanwenden om tot directe betaling over te gaan. Deze stelpost bestaat op dit moment nog niet en zal met de vaststelling van deze actualisatie worden gerealiseerd.
10
I<
Voorziening spoedprocedure Een oplossing is de spoedprocedure uit de verordening ook open te stellen voor een Verzoek tot Wijziging. Een positief besluit op een Verzoek tot Wijziging kan voorzien worden van een financieel besluit dat het geld in het opvolgende financiële jaar beschikbaar komt en in de reguliere begrotingscyclus van de gemeente meegenomen wordt. Het betaalritme van de realisering van het project moet dit dan toelaten. De spoedprocedure wordt als het ware ingesluisd in de (financiële) gemeentelijke besluitvorming over het OHP. Hiermee wordt de bouwheer de zekerheid geboden om te kunnen aanbesteden. Besluitvorming over het OHP De 'Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022' voorziet in een besluit door het college van B&W over een OHP. Dat kan als de projecten die bij het OHP worden voorgesteld binnen budget blijven van het Meerjarig uitvoeringsprogramma zoals door de gemeenteraad is vastgesteld. Als dat niet zo is, met name als er veel verzoeken tot wijziging zijn ingediend en er geen projecten 'uitvallen', zal er een besluit van de gemeenteraad moeten volgen om financiële middelen beschikbaar te krijgen (budgetrecht).
Overgangsregime De gewijzigde werkwijze van het IHP en het OHP zijn per 2024 zijn nog niet juridisch verankerd in een nieuwe verordening. Om geen tijd te verliezen wordt voorgesteld om zowel de nieuwe prioritering (IHP-cyclus) als de procedure voor het OHP-2025 volgens de voorgestelde werkwijze uit te voeren. Op het OHP 2024 is de oude werkwijze van toepassing.
Bouwheerschap In artikel (103 WPO, 101 WEC, 76n WVO) is bepaald dat het bouwheerschap wordt neergelegd bij het bevoegd gezag van de school. De wet biedt daarbij wel de mogelijkheid dat het bevoegd gezag en burgemeester en wethouders overeenkomen dat de gemeente de voorziening tot stand brengt. Het moet vooraf duidelijk vaststaan of al dan niet gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid. Wanneer de gemeente het bouwheerschap op zich neemt, wordt het (juridisch) eigendom na oplevering, overgedragen aan het schoolbestuur.
VNG Verordening Om wettelijk verankerd te worden zal de 'Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2022' vervangen worden door een geactualiseerde verordening waarin de nieuwe werkwijze een plaats krijgt. In 2024 zal de nieuwe VNG-modelverordening worden gepubliceerd. De bestaande Hilversumse verordening wordt dan aangepast aan de relevante bepalingen van de nieuwe modelverordening en aan nieuwe beleidslijnen van de gemeente Hilversum. De definitieve concepttekst kan opgesteld worden na het besluit over de actualisatie van het IHP. De aangepaste 'Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Hilversum 2024' zal daarna aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
11
I<
Ambitielijn 2: Ruimte geven aan het opgroeien van kinderen We willen dat alle jeugdigen in de gemeente Hilversum zich kunnen ontwikkelen in een omgeving die aansluit bij hun behoeften en talenten. Zoals beschreven in de Hilversumse Educatieve Agenda 2024-2027 willen we dit bereiken door een netwerk met een ontwikkelingsgericht aanbod rondom het kind te organiseren en dit – op plaatsen waar dit er al is – te versterken. Het bieden van een rijk dagprogramma met een aansluitende leer- en ontwikkelomgeving vergroot de kansen van kinderen. Vorming van Integrale Kindcentra ('IKC's) is een landelijke ontwikkeling ingegeven door pedagogische inzichten in het onderwijs, in de kinderopvang en in de politiek. Ook in Hilversum werken diverse besturen van onderwijs en kinderopvang samen aan de (door) ontwikkeling van IKC's. Het bieden van een rijk dagprogramma met een aansluitende leer- en ontwikkelomgeving vergroot de kansen van kinderen. De organisatie van een IKC gebeurt niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel vraagt IKC-vorming van de gemeente een ondersteunende rol, met name om integrale benadering vanuit de gemeentelijke organisatie. In Hilversum is de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. 12
I<
Alle 15 Stip-scholen werken in samenwerking met de kinderopvang de komende 4 jaar toe naar een integraal kindcentrum (IKC). Een aantal hiervan, te weten De Wijde Blik, de Sterrenschool, de Goudenregenschool en Villa Vrolik, zijn hierin de voorlopers. Ook vindt er samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang plaats bij de Avonturijn, de Da Costaschool, de Van Hasseltschool, de Titus Brandsmaschool, de Kindercampus en de Nassauschool.
wijkbeleid te betrekken bij de beleidsontwikkeling en steeds te streven naar een per wijk en buurt passend netwerk van samenwerking. - Bij de ontwikkeling van een IKC kan ook met Speciaal (Basis) Onderwijs worden samengewerkt. Dit bevordert inclusie en het samenleven in wijken en buurten.
Ook deze scholen worden door de bestuurders als voorbeelden van inhoudelijke samenwerking genoemd. Ook het S(B)O in Hilversum werkt samen met gespecialiseerde vormen van kinderopvang.' 'De samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang wordt op diverse scholen (deels) vanuit één gebouw vormgegeven, ook vindt er samenwerking vanuit aparte gebouwen plaats.
De organisatie van een IKC gebeurt niet onder verantwoordelijkheid van de gemeente maar de gemeente kan wel IKC-beleid ondersteunen en de vorming van IKC's bevorderen, onder meer door niet alleen de betrokken schoolbesturen, maar ook de kinderopvangorganisaties uit te nodigen voor bestuurlijk overleg over onderwijshuisvesting (het OOGO-onderwijshuisvesting). Daarnaast is het bij huisvestingsvraagstukken vanuit de gemeente van belang om integraal afwegingen te maken. .
Doelstellingen IKC
Huisvesting en realisatie van een IKC
IKC-vorming kent een aantal algemene doelen zoals doorlopende ontwikkel- en leerlijnen, het tegengaan van achterstanden en segregatie, facilitering voor werkende ouders, dossieroverdracht en een samenwerking tussen KO-POJeugdzorg. De onderstaande punten vormen een belangrijk kader voor een gestructureerde ontwikkeling van IKC's binnen Hilversum:
De gemeente Hilversum wil IKC-vorming ondersteunen door bijvoorbeeld de volgende denkrichtingen te hanteren:
- De vraagstukken in de samenleving rond inclusie en het voorkomen van achterstanden vragen om een geleidelijke ontwikkeling in de richting van IKC's. - De ontwikkeling van IKC's heeft tijd nodig. Het is mogelijk om 'klein' te beginnen en bestaande vormen van samenwerking te stimuleren. - De situatie in de wijk is steeds bepalend voor wat er kan en moet worden ontwikkeld voor de kinderen en de gezinnen. Het LEA-overleg in Hilversum is een goed platform voor beleidsontwikkeling en voor de continue actualisatie van het onderwijsbeleid. - Vroege signalering van welzijns- en ontwikkelingsproblemen van kinderen is belangrijk. In een IKC is de kans op vroege signalering en effectieve aanpak groter. - De pedagogische doelen van IKC's en de behoefte aan gezinsondersteuning kunnen per wijk verschillen. Daarom is het belangrijk om het gemeentelijk
- De gemeente beschouwt kinderopvang als een maatschappelijke voorziening waardoor onder bepaalde voorwaarden met de huisvesting van kinderopvang rekening wordt gehouden als het gaat om scholenplanning en ontwikkeling. Dat wil zeggen dat bij nieuwbouw de extra bouwkosten die de gemeente maakt voor kinderopvang middels marktconforme huur door de kinderopvang worden terugbetaald. Dit betekent ook dat er afspraken worden gemaakt die huurbescherming opleveren voor kinderopvang binnen de integrale samenwerkingsconstructie van een IKC – bijvoorbeeld door de ruimte voor kinderopvang 'buiten de onderwijshuisvesting te plaatsen.' Op deze manier kan deze ruimte ook niet meer worden gevorderd voor de huisvesting van scholen. Bij groei van een school in een gebouw waar kinderopvang integraal deel van uitmaakt, wordt de organisatie voor kinderopvang niet de huur opgezegd maar wordt een andere oplossing gezocht. - Het huisvesten van een IKC in één gebouw heeft de voorkeur, maar werken vanuit een (nabije) dislocatie is ook mogelijk.
13
I<
Aanbevelingen ambitielijn 2 1. Deze ambitielijn is een stip op de horizon. In eerste instantie kijken we bij nieuwbouw altijd eerst naar de mogelijkheden tot IKC-vorming. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan gaat onderwijshuisvesting voor. Aangezien Hilversum een beperkt aantal m2 beschikbaar heeft en de gemeente een wettelijke taak heeft op het gebied van huisvesting van onderwijs. Op het gebied van kinderopvang heeft de gemeente deze wettelijke taak niet. Echter vanuit het belang dat gemeente, onderwijs en kinderopvang hechten aan het realiseren van een doorgaande ontwikkellijn en daarbij een nauwe samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang noodzakelijk is, is het streven om de combinatie van onderwijs en kinderopvang in een gebouw of zo dicht mogelijk bij elkaar, zoveel als mogelijk te realiseren. 2. De route naar inclusief onderwijs en initiatieven zoals onderwijszorgarrangementen vragen om daarop in te spelen in de fysieke ruimte. Dit vraagt een nadere uitwerking. 3. Er zal een nieuwe nota 'medegebruik en verhuur van onderwijsgebouwen' worden opgesteld. In de nota wordt de positie van kinderopvang en IKC's beschreven. 4. Er vindt een eenduidige en transparante beoordeling plaats (haalbaarheidsonderzoek) voor projecten die op het projectoverzicht staan.
Bij deze beoordeling wordt tevens afgewogen in hoeverre het mogelijk/ wenselijk is om bij nieuwbouw een IKC te realiseren.
14
I<
Ambitielijn 3: Kwaliteitskader, cofinanciering en innovatie Op het gebied van verduurzaming wil de gemeente Hilversum intensiveren. Verduurzaming van de voorraad is in het IHP 2020 geen zwaartepunt binnen het onderwijshuisvestingsbeleid. Het concept frisse scholen en circulair bouwen ziet de gemeente als een onderdeel van verduurzaming. De gemeente wil deze zaken integraal organiseren en samen met de schoolbesturen een aanpak ontwikkelen. We kijken in dit hoofdstuk eerst terug op de wat er is opgenomen in het IHP 2020 en geven vervolgens aan waar wij naar toe willen werken. Daarna staat de koers die wordt ingezet met deze actualisatie.
Terugblik IHP 2020 In IHP2020 is een normvergoeding per m2 BVO opgenomen waarbij op basis van prijspeil 2019 is uitgegaan van: - € 2.100 normvergoeding - € 600 BENG-bekostiging - € 80 - € 150 per m2 BVO voor 0 op de meter vanuit schoolbesturen - Jaarlijkse indexatie op basis van de BDB-index Deze normvergoeding was passend bij de ambities van destijds. In het IHP2020 is globaal een ambitie met betrekking tot duurzaamheid benoemd. Het begrip duurzaamheid richtte zich op drie verschillende thema's die hieronder worden toegelicht: 1. energie, 2. gezondheid en 3. circulariteit. Hierbij werd gerefereerd aan het 'Programma Duurzaam Hilversum 2016-2020' en het toenmalige coalitieakkoord 2018-2021.
1. Energie In IHP 2020 is opgenomen om BENG te realiseren én is de ambitie uitgesproken om bij nieuwbouw van scholen binnen de gemeente Hilversum te voldoen aan '0-op-de-meter'. Dit houdt in dat het saldo aan gebouw- en gebruik gebonden energie 0 is. Boven op de bijdragen van de gemeente dragen de schoolbesturen bij aan het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities (0-op-de-meter). Als richting voor de bijdrage van de schoolbesturen werd uitgegaan van een bandbreedte van € 80 tot € 150 per m² BVO (inclusief btw en prijspeil 2019). Het is per situatie verschillend welke maatregelen noodzakelijk zijn om de ambitie 0-op-de-meter te realiseren. Ook is het per situatie verschillend in hoeverre het mogelijk is deze ambitie te realiseren. 2. Gezondheid Het was in IHP2020 de ambitie om alle schoolgebouwen van een gezond binnenklimaat te voorzien. Gemeente en schoolbesturen hebben beide de verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. Het uitgangspunt is dat er op natuurlijke momenten in de gebouwcyclus (dus wanneer renovatie of nieuwbouw plaatsvindt) een optimaal binnenklimaat wordt gerealiseerd. De ambitie om een gezond binnenklimaat te realiseren diende bij nieuwbouw en renovatie te worden gerealiseerd uit het beschikbare budget ten behoeve van BENG (een percentage van) € 2.700 per m² BVO); prijspeil 2019.
15
I<
3. Circulariteit Het thema circulariteit is in het IHP 2020 benoemd aan de hand van de beoordelingsmethodiek 'Circulariteit Prestatie Gebouw' (CPG). Met name bij nieuwbouw- en renovatieprojecten zien de gemeente en schoolbesturen kansen om circulariteit te integreren in het bouw- en gebruiksproces. Zo wordt er gedacht aan demontabel bouwen en circulair slopen van onderwijshuisvesting. Het is per situatie afhankelijk hoever je hierin kunt en wilt gaan, daarom werd in IHP2020 geen financiële vertaling voor circulariteit opgenomen. Bij circulair bouwen behouden de gebouwen een zekere restwaarde, omdat bouwmaterialen na een levenscyclus herbruikbaar zijn. De kapitaallasten van een investering worden daarom niet naar 0 afgeschreven, wat de levensduurkosten van een gebouw ten goede komt. De gemeente Hilversum schrijft kapitaallasten momenteel af tot 15%. Onderzocht wordt of dit percentage kan worden verhoogd naar 25% vanwege een circulaire aanpak.
IHP 2024 - 2039 met een Hilversums kwaliteitskader, een benadering via Total Cost of Ownership (TCO), een nieuwe vorm van aanbesteden (IPS), meer aandacht voor de energietransitie en circulariteit. De volgende onderwerpen krijgen daarom binnen ambitielijn 3 een plek in het IHP: 1. Landelijk kwaliteitskader Onderwijshuisvesting 2. Hilversums kwaliteitskader Onderwijshuisvesting 3. Total Cost of Ownership in Hilversum (TCO) 4. Innovatie en ontwikkeling (IPS) 5. Energietransitie 6. Circulariteit
1. Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting De VNG, PO-raad en VO-raad hebben een kwaliteitskader opgesteld voor onderwijshuisvesting. Dit kwaliteitskader is tot stand gekomen in afstemming met schoolbesturen, gemeente, onderwijsveld en professionals. In april 2023 is het kwaliteitskader compleet geactualiseerd inclusief kostenramingen, deze informatie is hieronder terug te vinden in de kostenopbouw van het kwaliteitskader. In het kwaliteitskader staat wat gezamenlijk wordt verstaan onder de basiskwaliteit van de schoolgebouwen. Het biedt inzicht en houvast voor alle partijen om afspraken te maken over het gewenste kwaliteitsniveau. De kwaliteitscriteria zijn richtinggevend, geen norm. De kaders houden rekening met de wettelijke minimale eisen uit het Bouwbesluit en met de kwaliteitscriteria op het terrein van duurzaamheid, gebruik (functioneel), beleving (architectonisch) en techniek. De kwaliteitskaders kunnen dienen als checklist voor bestaande gebouwen en als basis voor een prestatieopdracht bij een renovatie of nieuwbouw aan architecten, adviseurs en bouwers. In het concept Frisse Scholen is aandacht voor energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Een Frisse School is een schoolgebouw (basis- of voortgezet onderwijs) met een laag energieverbruik en een gezond binnenmilieu. Het gaat dus verder dan alleen ventilatie.
Het concept Frisse Scholen helpt ambities te formuleren wanneer we voor een nieuwbouw of renovatieopdracht staan. De ambities zijn in te delen in 3 verschillende niveaus: - Klasse C (voldoende) is wat wettelijk minimaal moet worden uitgevoerd, vaak toegepast bij tijdelijke huisvesting. Ventilatieniveau klasse C (6,0 dm3/s per persoon) ligt hoger dan de minimale ventilatie eis gesteld vanuit het bouwbesluit bij bestaande bouw (3,44 dm3/s per persoon). Dm3/s staat voor de kubieke decimeter lucht die per seconde beschikbaar is voor elke persoon in een bepaalde ruimte. Deze maat wordt vaak gebruikt om de ventilatiecapaciteit te meten en te specificeren in het kader van bouw- en ventilatienormen. 16
I<
- Klasse B (goed) is het niveau dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseert te gebruiken bij nieuwbouw of grootschalige renovaties. Het ventilatieniveau klasse B is gelijk aan de ventilatie-eis gesteld vanuit het bouwbesluit bij nieuwbouw en renovatie (8,5 dm3/s per persoon). - Klasse A (zeer goed) is het niveau wat vaak op specifieke onderdelen wordt toegepast wanneer dit om extra kwaliteit vraagt. Een voorbeeld daarvan is de akoestiek in het speciaal onderwijs of in een muzieklokaal. Het ventilatieniveau klasse A (12 dm3/s per persoon) is hoger dan de ventilatie eis gesteld vanuit het bouwbesluit bij nieuwbouw en renovatie (8,5 dm3/s per persoon). De meerwaarde voor Hilversum voor werken met het kwaliteitskader dat landelijk is ontwikkeld is meerledig: - Het biedt een duidelijke gespreksleidraad met de schoolbesturen over het gewenste kwaliteitsniveau van Hilversumse scholen. De werkgroep voor ambitielijn 3 bestaande uit schoolbesturen en vertegenwoordigers van de gemeente zijn enthousiast over de mogelijkheden die dit kwaliteitskader biedt. - Het verbindt de bestaande afspraken over duurzaamheid, energie en wettelijke eisen die gelden voor onderwijshuisvesting. - Het kader is voorzien van een recente doorrekening van de bouwkosten en geeft daarmee binnen een bandbreedte de recente bouwkosten weer. - Het kader is geïndexeerd naar prijspeil 2024.
- Het kwaliteitskader is uitgesplitst naar stichtingskosten en aanvullende kosten per thema: energieneutraal, duurzaamheid, frisse scholen B, ICT, exploitatie, kwaliteit buitenruimte (bijv. groene schoolpleinen) en overige kwaliteitseisen zoals op het gebied van toegankelijkheid. - De geformuleerde kwaliteitscriteria kennen duidelijke afstemming met nationale opgaven die er liggen vanuit het klimaatakkoord, grondstoffenakkoord, benodigde verbeteringen op het gebied van binnenklimaat van scholen. Er is een duidelijke koppeling met de sectorale routekaart voor verduurzaming schoolgebouwen, het programma Frisse scholen B en Scholen op Koers naar 2030.
17
I<
Hilversums Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Vanuit het kwaliteitskader is de volgende financiële paragraaf opgesteld. Deze is gericht op het weergeven van de indicatieve initiële kosten van de nieuwbouw van een onderwijsgebouw voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs. Hiertoe zijn referentiegebouwen opgesteld op het niveau van het huidige bouwbesluit.
Bij het bepalen van de stichtingskosten is uitgegaan van een traditionele aanpak en traditioneel ontwerp- en aanbestedingsproces. Een andere aanpak, bijvoorbeeld door standaardisering, bundeling en professionalisering kan leiden tot een financieel voordeel.
Op basis van deze referentiegebouwen zijn de structurele stichtingskosten bepaald. De werkelijke kosten voor nieuwbouw van een specifieke basisschool of school voor voortgezet onderwijs zullen hoogstwaarschijnlijk hiervan afwijken, omdat geen project exact overeenkomt met de referentiegebouwen.
De marktwerking is in deze kosten niet meegerekend. De huidige gespannen aanbestedingsmarkt zorgt voor een kostenverhogend effect. In een gespannen markt bestaat het risico dat men kwaliteit zal moeten inleveren om toch binnen het budget te kunnen blijven. Deze marktomstandigheden zullen wijzigen.
De werkelijke kosten voor een schoolgebouw zijn project specifiek (onder andere vorm-, locatiegebonden eisen) en zullen vrijwel altijd afwijken van het bijgaande kostenoverzicht. De werkelijke kosten begeven zich in een indicatieve bandbreedte van -5% en +10% ten opzichte van het referentiebedrag. Deze afwijkingspercentages zijn, evenals het kwaliteitskader, berekend door een onafhankelijk kennisinstituut voor bouwkosten (Bouwkosten Database 'BDB') Daarnaast zijn kostenkengetallen opgesteld van de kosten voor het toepassen van de kwaliteitsthema's ten opzichte van het referentiegebouw. Ook hierbij geldt dat project specifieke aspecten invloed hebben op de daadwerkelijke kosten. Daarnaast dient er nauwkeurig bepaald te worden welke kwaliteitsthema's wenselijk en benodigd worden geacht.
BASIS ONDERWIJS
THEMA/ TYPE ONDERWIJS Stichtingskosten inclusief btw
VOORTGEZET ONDERWIJS
€ 2.774
€ 2.417
Energieneutraal
€ 119
€ 112
Duurzaamheid
€ 430
€ 385
€ 300 in Hilversums model
Frisse scholen B
€ 174
€ 169
Exploitatie
€
€
49
AANVULLENDE KOSTEN VOOR:
57
€ 0 in Hilversums model
ICT
€
19
€
17
Kwaliteit buitenruimten
€
38
€
13
Overige kwaliteitseisen
€
64
€
42
SUBTOTAAL
TOTALE KOSTEN
€ 902
€ 783
€ 3.675
€ 3.204 18
I<
2. Hilversums Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Het landelijke kwaliteitskader gaat uit van een basisbedrag (stichtingskosten) van € 2.774 per m2 BVO. Daarbij gaat de VNG ervan uit dat schoolgebouwen voldoen aan de wettelijke eisen geldend per 1 februari 2023, aangevuld met de minimale eisen om een school redelijkerwijs te kunnen laten functioneren. Naast het bedrag van € 2.774 noemt de VNG ook aanvullende kosten per thema. Daarbij gaat het om energieneutraal, duurzaamheid, frisse scholen B, ICT, exploitatie, kwaliteit buitenruimte (groene schoolpleinen) en overige kwaliteitseisen op het gebied van toegankelijkheid. Een keuze voor de extra thema's betekent een toename van de kosten met € 901 per m2 BVO, waarmee het totale bedrag uitkomt op € 3.675 per m2 BVO.
€ 3.600 € 3.400 € 3.200
Hilversums kwaliteitskader: € 3.488 Normbedrag IHP'20 (geïndexeerd) € 3.306
€ 3.000 € 2.800 € 2.600 € 2.400 € 2.200
Het kwaliteitskader is een landelijk ontwikkeld model dat als basis dient voor het Hilversumse model. Een belangrijk uitgangspunt is een fris binnenklimaat voor leerlingen. De gemeente Hilversum kiest ervoor om ambities en kwaliteit van onderwijshuisvesting te verhogen t.o.v. IHP 2020 én een nadrukkelijkere samenwerking met schoolbesturen bij verduurzaming van panden en de financiering hiervan. De aanvullende kosten voor duurzaamheid bieden mogelijk een terugverdieneffect. Dit levert voordeel in de exploitatie van schoolgebouwen. Deze post uit het kwaliteitskader wordt daarom niet volledig door de gemeente gefinancierd, uitgegaan wordt van € 300 i.p.v. € 430 per BVO m2. Tevens wordt de aanvullende post exploitatie in het Hilversumse model niet vergoed. De aanvullende kosten voor exploitatie dragen bij aan een betere bedrijfsvoering van scholen.
€ 2.000 € 1.800 € 1.600
€ 3.209
€ 2.774
€ 3.675
VNG normbudget
Bouwbesluitniveau
Landelijke kwaliteitskader VNG, PO-raad, VO-raad
Overige kwaliteitseisen Kwaliteit buitenruimte ICT
Het landelijke kwaliteitskader maakt onderscheid tussen een normbedrag voor PO en VO. Dat verschil is gebaseerd op de aanname dat VO-scholen een schaalvoordeel hebben ten opzichte van PO scholen. We kiezen in Hilversum voor 1 normbedrag voor zowel PO als VO. Wanneer we naar Hilversum kijken zien we deze schaalvoordelen niet in vergelijking met het landelijke beeld. Het normbedrag voor het Hilversumse kwaliteitskader voor PO & VO komt neer op € 3.488 per m2 BVO, prijspeil 2024.
Exploitatie Frisse Scholen Duurzaamheid Energie Neutraal
19
I<
3. Total Cost of Ownership in Hilversum Zowel bij nieuwbouw als renovatie hebben kinderen en personeel recht op een goed en functioneel schoolgebouw dat geschikt is voor de toekomst, d.w.z. voor een levensduurverlenging van ca. 25-40 jaar. Het voorstel is dit te bezien in het kader van de feitelijke situatie (maatwerk) en de totale exploitatie voor de levensduur van een gebouw, ook wel Total Cost of Ownership (TCO) genoemd. Total Cost of Ownership houdt in dat gekeken wordt naar de levensduurbenadering van een schoolgebouw. Bij TCO wordt dus niet alleen gekeken naar de stichtingskosten van schoolgebouwen, maar ook naar de financiële gevolgen van keuzes in het ontwerp van schoolgebouwen. Er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de kosten tijdens het gebruik van het gebouw voor energie, schoonmaak, onderhoud en bouwkundige aanpassingen. Dit helpt de schoolbesturen om meer regie te kunnen voeren op exploitatieen onderhoudskosten. Door te rekenen met zowel de investerings- als de exploitatiekosten voor onderwijshuisvestingsprojecten ontstaat er ook de mogelijkheid voor een verdere dialoog over kosten en geldstromen. Het helpt schoolbesturen en gemeente bij het inzichtelijk maken van de consequenties van keuzes in het ontwerp voor de totale kosten en looptijd.
Voor zowel het eigenaarsdeel (gemeente) als het gebruikersdeel (schoolbestuur) op basis waarvan afspraken gemaakt kunnen gaan worden over de financiering door beide partijen. Het is noodzakelijk voor de keuze over renovatie versus vervangende nieuwbouw niet af te wachten tot het gebouw in een slechte technische en functionele staat verkeert, maar al eerder die afweging te maken zodat het schoolbestuur hier rekening mee kan houden in de onderhoudsplanning en de gemeente in haar financieel meerjarenbeleid. In de Hilversumse situatie met vele oude gebouwen (> 50 jaar) is ook hiervoor maatwerk noodzakelijk op basis van een objectieve en heldere methode, waarbij voorgesteld wordt hiervoor de TCO-benadering te gebruiken.
20
I<
Cofinanciering vervangende nieuwbouw en renovatie Bekend is dat een schoolbestuur vanuit de Wet Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op de Expertise Centra (WEC) niet mag investeren in nieuwbouw of uitbreiding van een school. Een schoolbestuur kan echter wel besluiten te investeren in de kwaliteit van het gebouw. Het gaat dan om aanvullende investeringen, boven op het bouwbesluitniveau. Een schoolbestuur kan en mag investeren in gebouwen waar dat leidt tot een verlaging van de exploitatielasten met een redelijke terugverdientijd. De op handen zijnde wetswijziging voorziet in het opheffen van het investeringsverbod.
Opgemerkt wordt dat in verband met een wijziging in de richtlijn voor de jaarverslaggeving voor de Voorziening voor Groot Onderhoud ingaande 1 januari 2024 schoolbesturen ertoe kunnen overgaan om de Voorziening Groot Onderhoud te beëindigen en de uitgaven voor het groot onderhoud te behandelen als investeringen. Als daartoe wordt besloten is er niet langer sprake van het reserveren van middelen voor toekomstige (groot onderhouds-) uitgaven. Of en zo ja hoe dit uitwerkt in gezamenlijke financiering en TCO is nog onderwerp van onderzoek.
Voor wat betreft renovatie en vervangende nieuwbouw is het niet onlogisch dat een schoolbestuur bijdraagt (cofinanciering) in de investeringskosten vanuit de hiervoor bestemde middelen (MJOP) voor het betreffende gebouw. Doordat waar mogelijk en haalbaar wordt afgezien van noodzakelijk groot onderhoud biedt het mogelijk om bij te dragen aan nieuwbouw dan wel renovatie. Het gaat dan om de onderhoudsactiviteiten (vb. een nader te bepalen aantal jaren vooraf en achteraf) die het schoolbestuur voorafgaand aan en na renovatie niet behoeft uit te voeren, omdat deze in de renovatie zijn meegenomen of worden voorkomen. Ook dit is maatwerk en afhankelijk van de termijn waarop de voorzieningen worden uitgevoerd.
De gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid voor zowel renovatie als nieuwbouw betekent ook dat er afspraken moeten worden gemaakt over het monitoren van de kwaliteit van schoolgebouwen. Goede schoolgebouwen zijn een gezamenlijk belang van schoolbesturen en de gemeente; onderhoud zal gericht zijn op een optimale instandhouding. Er zijn onderhoudsactiviteiten waarop bespaard kan worden voorafgaand aan een renovatie of vervangende nieuwbouw en ook nadien.
Voor zowel renovatie als (vervangende) nieuwbouw kan de gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid worden ingevuld door het combineren van: 1. De inzet van reserveringsmiddelen voor groot onderhoud van de schoolbesturen (een deel van de raming voor planmatig onderhoud voor een nader te bepalen aantal jaren voorafgaand aan en na uitvoering van de werkzaamheden). 2. De gemeentelijke vergoeding voor nieuwbouw/ renovatie van het schoolgebouw.
De financiering vanuit de schoolbesturen komt boven op de gemeentelijke vergoeding. Het in het IHP '20 opgenomen uitgangspunt voor 0 op de meter, dat de schoolbesturen een eenmalige bijdrage bij renovatie en nieuwbouw doen van € 80 tot € 150 per m² BVO, wordt opgenomen in deze bredere TCO-benadering. Het is de wens om samen met schoolbesturen nader te onderzoeken hoe deze cofinanciering kan bijdragen aan het gezamenlijke ambitieniveau. Dit wordt als uitwerkingsvraag verder meegenomen en zal in werkgroepverband een nadere uitwerking krijgen.
21
I<
4. Innovatie en ontwikkeling: Innovatiepartnerschap Scholenbouw (IPS) De gemeente Amsterdam heeft het Innovatiepartnerschap Scholenbouw (IPS) ontwikkelt. Dit is onlangs de commerciële fase ingegaan. Het is een aanbestedingsmethode die intensieve samenwerking tussen aanbestedende en inschrijvende partijen mogelijk maakt. Deze samenwerking en het perspectief van een raamcontract voor meerdere bouwprojecten (en een innovatiebudget voor de onderzoeks- en ontwikkelfase) maken het voor marktpartijen mogelijk om te investeren in innovaties op een manier die nu niet mogelijk is. In de commerciële fase wordt de technologie toegepast in de te bouwen maatschappelijke voorzieningen. De partijen opereren in deze fase binnen een raamcontract als 'preferred supplier'. Er wordt tussen 'preferred suppliers' een minicompetitie gehouden. Voor de afzonderlijke projecten binnen IPS is dan geen aanbesteding meer nodig. De gemeente Hilversum kan als MRA-deelnemer hierbij aansluiten.
5. Energietransitie Er wordt gewerkt aan nieuw beleid voor de energietransitie dat zal in samenwerking met de verschillende beleidsafdelingen van de gemeente Hilversum worden ontwikkeld. Het voorstel is om aan te sluiten op het dit beleid toekomstbestendige nieuwbouw en gebiedsontwikkeling bij de verdere actualisatie van het IHP. Zo kan de aanleg van warmtenetten voor scholen zeer interessant zijn om bij aan te sluiten. 6. Circulariteit Voor dit thema is het de wens om met IPS, zoals beschreven onder Innovatie en ontwikkeling een aantal pilots te doen. Met als doel meer ervaring op te doen met circulair bouwen. En de vertaalslag van nieuwbouw ook te maken naar circulair renoveren en waar mogelijk voor schoolbesturen ook in/bij onderhoud aan schoolgebouwen.
Voordelen voor de gemeente Hilversum zijn: - Het dichten van de kloof tussen de ontwikkelopgave en de beschikbare capaciteit in de markt; - Elk schoolbestuur binnen de MRA met een nieuwbouwopgave kan meedoen binnen het raamcontract van de gemeente Amsterdam; - Er hoeft geen aanbesteding te worden doorlopen; - Drie consortia met eigen concepten staan klaar om te bouwen; - De flexibele bouwconcepten kunnen ieder onderwijsconcept huisvesten; - De concepten zijn volledige de- en remontabel. Het grote voordeel is dat de kloof tussen de bouwopgave en bouwcapaciteit hiermee wordt gedicht. Er kwalitatief hoogwaardige scholen worden gebouwd waarbij duurzaamheid, circulair bouwen en flexibiliteit vaste waarden zijn. En de kosten zijn vooraf helder. Het voorstel is om voor nieuwbouwprojecten in Hilversum in samenwerking met de schoolbesturen hierover verder in gesprek te gaan en de mogelijkheden voor nieuwbouw met IPS verder te onderzoeken.
22
I<
Monumentale karakter schoolgebouwen In de gemeente Hilversum bevinden zich verschillende scholen die zijn gehuisvest in monumentale gebouwen, wat een unieke uitdaging en hoge kosten met zich meebrengt voor de gemeente en de scholen. Deze monumentale gebouwen zijn van historische en culturele waarde, maar vereisen vaak speciale aandacht en zorg bij renovatie en onderhoud om hun erfgoedwaarde te behouden. Het evenwicht tussen het behoud van deze historische schatten en het voldoen aan de moderne onderwijsbehoeften is in Hilversum punt van aandacht bij renovatie én onderhoud. Voor wat betreft renovatie van monumenten wordt in de begroting uitgegaan van 95% van de nieuwbouwkosten, waarbij bij niet monumentale panden 70% wordt gerekend voor renovatie. In IHP2020 werd uitgegaan van 91% van de nieuwbouwkosten voor renovatie van een monumentale school. Het aanpassen van een monumentaal schoolgebouw vraagt altijd om maatwerk. Standaardoplossingen kunnen vaak niet worden toegepast waardoor extra investeringen ten opzichte van reguliere schoolgebouwen noodzakelijk zijn. Uit ervaringscijfers in Hilversum en bij andere gemeenten blijkt dat het hanteren van 91% van de nieuwbouwkosten doorgaans niet toereikend is. Daarom willen wij voor renovatie van monumentale panden 95% van het nieuwbouwtarief hanteren.
Voor wat betreft de bijdrage onderhoud, dat is het reguliere onderhoud voor rekening van de scholen, wordt landelijk gewerkt met de aanname dat het onderhoud aan monumenten gemiddeld 30% duurder is dan het onderhoud aan niet-monumentale gebouwen. De gelden die de schoolbesturen ontvangen van het Rijk voor het onderhoud aan monumentale scholen (Materiele Instandhouding) is beperkt en gebaseerd op een modern schoolgebouw. 23
I<
Een bijdrage aan het onderhoud behoort niet tot de gemeentelijke zorgplicht. Echter, scholen zitten al heel lang in deze schoolgebouwen en zullen daar ook blijven, omdat de gemeente geen alternatief in nieuwbouw kan bieden. Bovendien hecht de gemeente Hilversum aan de monumentale waarde en de ruimte voor nieuwbouw is beperkt. Om te voorkomen dat de kwaliteit van deze monumentale panden de komende jaren steeds verder achteruitgaat is door de gemeenteraad bij de vaststelling van het IHP2020 besloten over een financiële tegemoetkoming. In het raadsbesluit van IHP2020 staat dat is besloten om (1) Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2020-2035 vast te stellen en (2) de financiële consequenties mee te nemen in de kadernota 2020. In IHP2020 is op bladzijde 112 een bedrag van 4,9 miljoen beschreven als reële bijdrage aan de onderhoudskosten van monumentale scholen: €327.000 per jaar. Echter, in het raadsvoorstel bij het IHP 2020 is de gemeentelijke bijdrage gemaximeerd op € 145.000 per jaar (in totaal € 2.3 miljoen). Dit werd ingegeven door de gedachte dat sommige monumenten snel gerenoveerd zouden worden en daarom geen bijdrage nodig zouden hebben. Echter veel van deze projecten zijn vertraagd. Daarnaast zullen de onderhoudskosten voor een monumentaal gebouw structureel hoog blijven ook na renovatie. Denk bijvoorbeeld aan schilderwerk en lood- en zinkwerk.
Voor het IHP 2024-2039 wordt voorgesteld om het jaarlijks bedrag voor de regeling vanaf 2024 op de eerder berekende 30% te zetten d.w.z. € 327.000 per jaar. De regeling wordt opgesteld als een voorziening onder de verordening materiele en financiële gelijkstelling Hilversum. De vaststelling van de regeling vindt afzonderlijk plaats door het college van B&W in 2024.
24
I<
Balans leerlingaantallen en huisvestingscapaciteit Het handhaven van een evenwicht tussen leerlingaantallen en huisvestingscapaciteit is van belang om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Gezien het belang van de doorlopende leerlijn is het ook nodig om rekening te houden met de gevolgen voor de kinderopvang/buitenschoolse opvang. Voor de groei van de leerlingaantallen is de verwachting dat het absorptievermogen van de bestaande scholen deze op korte en middellange termijn kunnen opvangen. Dit gaan we gemeente breed monitoren, zodat we tijdig kunnen inspelen wanneer dit nodig is. Door schoolbesturen is aangegeven dat zij een mogelijk knelpunt zien in Hilversum Oost. Niet uitsluitend, maar voor deze wijk in het bijzonder dient in samenhang met alle aanwezige scholen gekeken te worden naar de beschikbare en op termijn benodigde onderwijscapaciteit. Hierbij houden we rekening met het absorptievermogen van bestaande scholen en de gebruiksmogelijkheden die schoolgebouwen die vrij komen te vallen als gevolg van nieuwbouw kunnen bieden. Basisscholen zijn wettelijk verplicht om buitenschoolse opvang mogelijk te maken (Art. 45 lid 2 WPO). In Hilversum zijn er afspraken tussen scholen en aanbieders van de buitenschoolse opvang. Bij huisvestingsprojecten is van belang om rekening te houden met deze afspraken en huisvestingsbehoefte.
Aanbieders van de kinderopvang voorzien wel een knelpunt voor de buitenschoolse opvang, alsmede voor de peuterspeelzalen. Om te kunnen werken zijn veel ouders in Hilversum aangewezen op opvang voor hun kinderen. Goede, betrouwbare en veilige kinderopvang is voor ouders onmisbaar. Kinderopvang in Hilversum is niet slechts een instrument voor arbeidsmarktdeelname; maar is essentieel om een doorgaande leerlijn voor kinderen te realiseren. 25
I<
Leerling prognoses Op basis van de leerlingaantallen op 1-10-2021 zijn in juli 2022 door Pronexus twee prognoses opgesteld: voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs. 1. Voor het VO wordt in 2042 een groei van 293 leerlingen ten opzichte van 2022 verwacht, dat is een relatieve groei van 3,5 %. 2. Voor het PO wordt in 2042 een groei van 415 leerlingen ten opzichte van 2022 verwacht, dat is een relatieve groei van 5,2 %. Kanttekening bij deze prognose is dat ze dateren uit 2022 én inschatting van het speciaal (basis) onderwijs ontbreekt. In 2024 zal een nieuwe prognose worden opgesteld die jaarlijks wordt herhaald.
Toename van nieuwkomers De groei van de bevolking vergroot de behoefte aan voorzieningen zoals het onderwijsaanbod. Het is lastig om te voorspellen hoe de internationale migraties zich zullen ontwikkelen. Uiteraard geven bestaande trends een indicatie waar onderwijshuisvesting snel en flexibel op in moet kunnen spelen. In Nederland hebben we te maken met een flinke groei van het aantal kinderen van internationale werknemers. In de periode tussen 2010 en 2020 ging het landelijk om een groei van 4,2% per jaar. De gerealiseerde groeicijfers verschillen uiteraard per regio maar het algemene beeld is duidelijk: het aantal arbeidsmigranten neemt overal toe. De taalschool en de Internationale Schakel Klas (ISK) bieden eerste opvangonderwijs voor nieuwkomers.
Hieronder vallen kinderen van statushouders, arbeidsmigranten, asielvluchtelingen en ontheemde Oekraïners. De taalschool richt zich op kinderen van 4 t/m 12 en de ISK op de 12 t/m 18 jarigen jaar die vanuit het buitenland de regio Gooi en Vechtstreek komen wonen en geen Nederlands spreken. Deze leerlingen leren in 1 jaar de basis van de Nederlandse taal. Ook voor Hilversum en omgeving kunnen we uitgaan van een groei van het aantal internationale kinderen. De aantallen op de Taalschool zijn van 99 leerlingen in 2021 gegroeid tot ca. 280 leerlingen in 2023. En we zagen in de ISK een toename van 150 naar ruim 300 leerlingen. In Hilversum is er weinig fysieke ruimte om snel op de vraag naar extra onderwijslocaties te reageren. De taalschool kan gebruik gaan maken van het STER-gebouw. De ISK is momenteel tijdelijk gehuisvest op 2 locaties in Naarden en Laren. ISK Het Gooi heeft in het RPO een aanvraag gedaan voor ‘het verplaatsen van de nevenvestiging [van ISK Het Gooi] over een hemelsbreed gemeten afstand van meer dan drie kilometer naar Arenapark 101 te Hilversum’. Op 4 juni 2021 heeft de minister zijn goedkeuring gegeven op het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) Gooi en Vechtstreek. Aan de totstandkoming van het RPO heeft de gemeente Hilversum destijds meegewerkt.
Hiermee heeft de gemeente Hilversum een zorgplicht voor het onderbrengen van de ISK binnen haar gemeentegrenzen per 1 augustus 2027. 26
I<
Aansluiting stedenbouwkundige ontwikkelingen De gemeente Hilversum streeft naar een optimale benutting van de beperkte fysieke ruimte. Waar mogelijk wordt de beschikbare fysieke ruimte multifunctioneel ingezet. Bij onderwijshuisvestingsprojecten zal worden gekeken naar een bredere benutting van de kavel, bijvoorbeeld om te verbinden opgaven op het gebied van wonen en werken. Ook bij gebiedsontwikkelingen wordt het belang van onderwijs voor kinderen meegenomen, bijvoorbeeld op het Sportpark. In juli 2023 heeft de gemeenteraad van Hilversum het nieuwe Stedenbouwkundige Plan Sportpark vastgesteld. Met de ondertitel 'Sport in elke vezel' is duidelijk dat het doel is om van het huidige kantorenpark, de sportiefste woon-, werk-, ontspannings- en leerwijk te maken. Er wordt gewerkt aan een wijk met een hoog voorzieningenniveau en 'stevige ambities' op gebied van mobiliteit, internationaal onderwijs, natuur, economie, sport en horeca. In het Stedenbouwkundige Plan is een eerste inpassingsstudie opgenomen voor voorzieningen op het gebied van onderwijs en kinderopvang van 9.000 m2 met daarboven een bouwlaag van circa 1.500 m2 met een gemengde functie (zodat dit als flexibele laag gebruikt kan worden, mocht er op termijn meer onderwijs nodig zijn). Er moet invulling worden gegeven aan deze opgenomen m2, met bijzondere aandacht voor internationaal onderwijs.