CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Hilversum-Beleidsagenda-Jeugd-2024-2030

GEMEENTERAAD 6 december 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Beleidskader Jeugd (1367408)9.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

HILVERSUMSE BELEIDSAGENDA JEUGD 2024 – 2030

VISIE SOCIAAL DOMEIN

WIJ ZIJN HILVERSUM

HOOFDOPGAVE:

DOELEN:

SPEERPUNTEN:

GEZOND EN VEILIG OPGROEIEN

Hilversummers hebben een sociaal netwerk en vormen een gemeenschap

Hilversummers hebben passende en toegankelijke voorzieningen in hun buurt

Hilversummers krijgen passende zorg en/of ondersteuning en weten die te vinden

A: Sociaal netwerk ouders en jeugdigen

A: Laagdrempelige voorzieningen

A: Gemeentelijke toegang versterken

B: Samenwerking en vindbaarheid

B: Collectief waar het kan en individueel waar het moet

B: Dekkend zorglandschap C: Zo thuis mogelijk opgroeien

C: Mentaal welbevinden van onze jeugdigen

VERBINDING ANDERE DOMEINEN: • Onderwijs • Armoede • Veiligheid • Sport • Wmo • Volwassen-GGZ • Verslavingszorg

LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN: • Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming • Hervormingsagenda Jeugd • Integraal Zorgakkoord • Gezond en Actief Leven Akkoord 2

VOORWOORD Met de meeste kinderen en jongeren in Hilversum gaat het gelukkig goed. Tegelijkertijd zie ik veel grote veranderingen op ons afkomen. De mentale gezondheid van jeugdigen staat onder druk. Er is nog nooit zoveel gebruik gemaakt van jeugdhulp als de laatste jaren. Dit baart me zorgen.

Dit bereiken we door te focussen op de pedagogische basis. In Hilversum hebben we al veel vrijwilligers en behulpzame buren die gezinnen bijstaan. Lokale sportverenigingen organiseren activiteiten om jeugdigen samen te brengen. Ook de gemeente staat klaar om te helpen.

Jeugdigen hebben steeds vaker last van de gevolgen van individualisering en toenemende prestatiedruk. Er is een gebrek aan passende zorg voor kinderen en gezinnen met de meest complexe begeleidingsof behandelvragen en het helpt niet dat er een personeelstekort is in de jeugdhulpverlening.

Soms blijft meer gespecialiseerde jeugdhulp nodig. We willen dan de meest passende zorg bieden op het juiste moment. Dit vraagt om een scherpe analyse aan de voorkant, waarbij we naar het hele gezinssysteem kijken. We werken goed samen met huisartsen om ervoor te zorgen dat onze jeugdigen de juiste ondersteuning ontvangen wanneer dat nodig is.

Het is meer dan ooit het moment om het tij te keren. Daarvoor is veel potentie in Hilversum. Samen met inwoners en maatschappelijke organisaties bundelen we onze krachten voor een zorgzaam en gezond Hilversum, zoals beschreven in de Visie Sociaal Domein ‘Wij zijn Hilversum’. Ieder vanuit zijn eigen inzet en verantwoordelijkheid. We moeten en wíllen het anders doen, door met elkaar op een andere manier te kijken en te denken. We zetten in op de beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Als gemeente Hilversum zijn we vastberaden om de kansen en mogelijkheden voor onze jeugd te vergroten. We willen hen ondersteunen in hun ontwikkeling en bijdragen aan een mooie toekomst met perspectief.

Om snel hulp te kunnen verlenen, voegen we jeugdhulpverleners aan het team Jeugd van de gemeente toe. We werken (regionaal) ook aan een betere instroom, doorstroom en uitstroom van de jeugdhulp. Dit alles doen we met onze inwoners en alle goede bevlogen professionals die zich dagelijks met hart voor de zaak inzetten. Vanuit vertrouwen, betrokkenheid en eenvoud. We doen het samen voor onze jeugd, de jeugd van Hilversum. Gerben van Voorden Wethouder Zorg en Samenleving

3

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

05

2.

HET HILVERSUMSE JEUGDVELD 2.1 Inrichting van het lokale jeugdveld 2.2 Toename gebruik en kosten geïndiceerde jeugdhulp

09 09 11

3.

WETTELIJKE VERPLICHTINGEN EN BELEIDSVRIJHEID 3.1 Gemeentelijke taken en beleidsvrijheid 3.2 Landelijke- en regionale ontwikkelingen

13 13 14

4. OPGAVE, DOELEN EN SPEERPUNTEN 4.1 Hilversummers hebben een sociaal netwerk en vormen een gemeenschap 4.2 Hilversummers hebben passende en toegankelijke voorzieningen (in hun buurt) 4.3 Hilversumse gezinnen krijgen ondersteuning waar dat nodig is

16 17

5. VERBINDING ANDERE DOMEINEN 5.1 Jeugd en onderwijs 5.2 Jeugd en armoede (o.a. participatie en minimabeleid) 5.3 Jeugd en veiligheid 5.4 Jeugd en Sport 5.5 Jeugd en Wmo (overgang van 18- naar 18+) 5.6 Jeugd en volwassen-GGZ/verslavingszorg

26 26 27 28 29 29 30

6. MONITORING

31

7. FINANCIËN

32

19 22

4

I<

1. INLEIDING Met trots en enthousiasme presenteren wij u deze nieuwe Hilversumse beleidsagenda Jeugd 2024-2030. Deze agenda vormt de leidraad voor ons streven naar een bloeiende toekomst voor alle jeugdigen (0-18 jarigen) in onze gemeente. De jeugd van vandaag is de toekomst. Wij willen eraan bijdragen dat onze jeugd de kansen en ondersteuning krijgt die ze verdient om op te groeien tot gezonde en zelfstandige volwassenen. Ouders zijn uiteraard als eerste verantwoordelijk voor hun kinderen. Soms is ondersteuning nodig bij het opgroeien en opvoeden van kinderen. We willen bereiken dat kinderen zoveel mogelijk in het gewone leven of de pedagogische basis (zie definitie pagina 8) worden geholpen. Deze verandering willen we realiseren door de pedagogische basis verder te versterken. Dat doen we deels door als gemeente zelf hulp te verlenen en ons preventieve aanbod uit te breiden.

DE TOENEMENDE ZORGVRAAG We zien grote maatschappelijke ontwikkelingen op ons afkomen: een toenemende (jeugd)zorgvraag, kansenongelijkheid en een groeiende bestaansonzekerheid. De mentale gezondheid van onze jeugd staat onder druk. Aan het begin van deze eeuw maakte 1 op de 27 jeugdigen onder de 18 jaar gebruik van jeugdzorg. Dat steeg al snel naar 1 op de 10 in 2015. Op dit moment is het zelfs 1 op de 7,5 gemiddeld in Nederland (NJI). De oorzaken hiervan zijn divers (zie hoofdstuk 2 voor verdere toelichting). Tegelijkertijd is er een schaarste aan personeel en middelen. Er zijn onaanvaardbare wachttijden voor de meest kwetsbare jeugdigen. 5

I<

We willen bijdragen aan het welbevinden van onze inwoners. Het is van cruciaal belang dat we onze inspanningen meer gaan richten op preventie en vroegtijdige interventie in plaats van op meer geïndiceerde jeugdhulp. Onderdeel hiervan is het versterken van de pedagogische basis, en het verbeteren van de mentale gezondheid en veerkracht van gezinnen en jeugdigen. Met onze inwoners en maatschappelijke partners bespreken we hoe we normaliseren in gaan vullen en waar kansen liggen om algemene voorzieningen en/of collectief aanbod te creëren. Maatschappelijke partners zijn onder anderen huisartsen, onderwijs, jeugdhulpaanbieders en maatschappelijke organisaties.

€

WLZ

ZvW

Zorgen voor/dat

Jeugdwet

Behandelen van

Coach

WMO

Voorkomen van ziekte

Participatiewet

Wpg

Familie & relaties

Opleiding & onderwijs

Inkomen & fnanciën

Veiligheid

Bevorderen van gezondheid

Dagactiviteiten & werk

Gezondheid

Huisvesting & leefomgeving

Zingeving

Wgs

Positieve gezondheid normaliseren

We staan voor de uitdaging om onze jeugdigen in een snel veranderende wereld de best mogelijke zorg en ondersteuning aan te blijven bieden. We richten ons op een verschuiving van denken in ziekte en zorg (problematiseren/medicaliseren) naar het denken in gezondheid en gedrag (mogelijkheden, normaliseren, zie definitie p.5), zoals ook in de visie Sociaal Domein is genoemd. Figuur 1 toont hoe wij deze beweging voor ons zien. Wij realiseren ons dat specifieke vormen van gespecialiseerd jeugdhulp nodig blijven.

VAN ZORG EN ZIEKTE (ZZ) NAAR GEDRAG EN GEZONDHEID (GG)

Ziekte medicaliseren

VAN ZORG EN ZIEKTE (ZZ) NAAR GEZONDHEID EN GEDRAG (GG)

Spelverdeler

Verdedigen (ZZ)

Scoren (GG)

Figuur 1: ZZ naar GG 6

I<

VISIE SOCIAAL DOMEIN De beweging van ZZ naar GG is onder meer terug te zien in de waarden die de Visie Sociaal Domein "Wij zijn Hilversum" bevat: vertrouwen, betrokkenheid en eenvoud. Samen met onze partners en inwoners geven we invulling aan deze kernwaarden. We werken ze uit in zogeheten leidende principes: vuistregels die richting geven aan ons handelen, zodat we weten dat we de goede dingen doen, op de juiste manier. We maken daarbij gebruik van de Handreiking van Movisie over leidende principes in het sociaal domein. De kernwaarden vormen het vertrekpunt voor deze leidende principes, om samen met maatschappelijke partners verder uit te werken. Intern en met onze samenwerkingspartners gaan we aan de slag met de vertaling van de kernwaarden. De invulling daarvan zien we als volgt voor ons:

VERTROUWEN We gaan uit van de oprechtheid van de inwoners en dat zij met een reden ondersteuning vragen. Bij deze ondersteuning nemen we als vertrekpunt dat iedere jeugdige en/of elk gezin specifieke wensen heeft en dat hiervoor maatwerk nodig is. Daarbij houden we oog voor het goed besteden van gemeenschapsgeld. We staan naast ouders en jeugdigen, en opereren in gezamenlijkheid. We faciliteren de samenwerking tussen partners in het jeugdveld, om zo het onderlinge vertrouwen te versterken. Daarnaast vragen we inwoners en onze samenwerkingspartners om met ons na te denken over kansen voor inrichting van algemene en/of collectieve voorzieningen.

PARTICIPATIE BETROKKENHEID Betrokkenheid leidt tot een gevoel van verbondenheid met anderen, waardoor we iets voor een ander over hebben. We zetten in op grotere betrokkenheid van inwoners onderling. We zetten ook in op ervaringsdeskundigheid. Om deze reden stimuleren we initiatieven van inwoners die iets voor een ander willen betekenen. Hierbij zetten we in op gericht investeren voor gelijke kansen.

EENVOUD Eenvoud gaat in de eerste plaats over de manier waarop we onze inwoners benaderen. We willen transparant zijn. Onze werkwijze is helder en begrijpelijk voor iedereen. Eenvoud gaat in de tweede plaats over de wijze waarop wij omgaan met de ondersteuningsvraag van onze inwoners. We gaan onze gemeentelijke toegang tot jeugdhulp anders inrichten. Dat doen we onder meer door zelf hulp te verlenen, wat ons meer toegankelijk en slagvaardig maakt. Eenvoud gaat ook over de samenwerking met onze partners. De administratieve lasten willen we beperken. De scheidslijn tussen benodigde sturingsinformatie en onnodige administratie is hierbij dun. We gaan hierover op regionaal niveau met jeugdhulpaanbieders in gesprek.

Deze beleidsagenda is tot stand gekomen door gesprekken met en input vanuit jeugdigen en ouders, en onze partners, onder wie zorgaanbieders, samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs, Jeugd en Gezin, Versa Welzijn, huisartsen en de Adviesraad Sociaal Domein.

LEESWIJZER Hoofdstuk 2 geeft een beeld van het Hilversums jeugdveld, de toename van geïndiceerde jeugdhulp en de kosten daarvan. In hoofdstuk 3 staan de wettelijke verplichtingen en de beleidsvrijheid beschreven. Hoofdstuk 4 gaat in op de opgaven, doelen en speerpunten van deze beleidsagenda. In hoofdstuk 5 beschrijven we belangrijke thema’s en verbindingen met andere domeinen. Hoofdstuk 6 gaat in op de monitoring door het doeleninspanningen-netwerk en maatschappelijke- en prestatieindicatoren en hoofdstuk 7 op de financiën.

7

I<

BELANGRIJKE DEFINITIES

JEUGDHULP Bij de definitie van jeugdhulp gaan we uit van de Jeugdwet (artikel 1.1 sub 1). Samengevat vallen hier de volgende vormen van jeugdhulp onder: begeleiding thuis bij problemen in het gezin (ambulante jeugdhulp), pleegzorg (hulp door pleegouders), jeugd-ggz (hulp voor kinderen met psychische problemen), jeugdzorg voor kinderen met een (verstandelijke) beperking, jeugdzorgplus (hulp voor jeugdigen met ernstige problemen in een gesloten setting), hulp in een instelling voor jeugd- en opvoedhulp, ondertoezichtstelling, en voogdij/jeugdbescherming en jeugdreclassering.

NORMALISEREN Normaliseren past in een breed gezondheidsconcept, waarbij problematiseren en/of medicaliseren wordt tegen gegaan. Bepaalde situaties horen bij het gewone leven en hoeven niet altijd met een ‘traject’ te worden opgelost. We kijken naar manieren hoe we inwoners kunnen ondersteunen zonder ‘trajecten’, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een breder sociaal vangnet. Waar dat nodig is, bieden wij de nodige ondersteuning. (amendement Visie Sociaal Domein A23/58)

SOCIALE BASIS De sociale basis bestaat uit alle leefomgevingen, contacten en sociale relaties. In deze beleidsagenda leggen we de focus op de pedagogische basis of het voorveld; kinderwerk, jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg, jeugdcoaches, centra voor Jeugd en Gezin, opvoedcoaches en praktijkondersteuners Jeugd. Randvoorwaarde voor een goede pedagogische basis is ook een sterke binding met de brede sociale basis, waaronder Wmo, armoede, schulden, minima, volwassen-ggz, veiligheid, fysieke leefomgeving.

PREVENTIE Met preventie bedoelen we het voorkomen van problemen, beginnende problemen in goede banen leiden en ervoor zorgen dat problemen zich niet opnieuw aandienen. Universele preventie: richt zich op alle jeugdigen en hun opvoeders. Selectieve preventie: richt zich op groepen jeugdigen en opvoeders met een verhoogd risico op problemen.

TOEGANG TOT JEUGDHULP Toegang tot jeugdhulp betekent dat jeugdigen toegang krijgen tot de hulp die ze nodig hebben. In de wet staat dat gemeenten de toegang tot jeugdhulp moeten organiseren zodat gezinnen weten waar zij terechtkunnen met hun vragen. De jeugdconsulenten zorgen ervoor dat jeugdigen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Gezinnen kunnen daarnaast ook jeugdhulp krijgen via de huisarts, jeugdarts, rechter, gecertificeerde instelling en medisch specialist. Dit zijn rechtsgeldige verwijzers.

TEAM JEUGD Team Jeugd is het (toegangs)team van de gemeente Hilversum dat onderzoek doet, indicaties voor jeugdhulp stelt en regie voert (bij meervoudige problematiek). Dit team werkt op gemeentelijk niveau vanuit het Sociaal Plein.

LOKAAL TEAM EN REGIONAAL VEILIGHEIDSTEAM Het lokaal team is het team dat vanuit het (landelijk) Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming nauw in contact komt te staan met het regionaal veiligheidsteam. In Hilversum bestaat het lokaal team uit alle teams van het Sociaal Plein (jeugd, Wmo, participatie, armoede, schulden en de buurtteams). In het regionaal veiligheidsteam zijn functies van Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming samengebracht. 8

I<

2. HET HILVERSUMSE JEUGDVELD Prognoses geven aan dat Hilversum in 2040 zal uitgroeien tot een gemeente van zo'n 97.000 inwoners (2022: 92.000 inwoners). Hieronder beschrijven we de inrichting van ons jeugdveld en hoe het gebruik is toegenomen. Ook geven we een kort financieel overzicht.

2.1 INRICHTING VAN HET LOKALE JEUGDVELD Het Hilversumse jeugdveld is grofweg onder te verdelen in: de sociale basis, de pedagogische basis en de (toegang tot) geïndiceerde jeugdhulp (zie figuur 2). Er is een wisselwerking tussen deze drie onderdelen. Iedere jeugdige in Hilversum heeft belang bij een zo sterk mogelijke sociale basis. Die kan ervoor zorgen dat een jeugdige geen gebruik hoeft te maken van de pedagogische basis/het voorveld of van geïndiceerde jeugdhulp. Als inzet vanuit de pedagogische basis en/of geïndiceerde jeugdhulp toch nodig is, is het van belang dat we op het juiste moment de juiste ondersteuning bieden. Dit vraagt om een stevig aanbod, zichtbaarheid en goede onderlinge afstemming.

PEDAGOGISCHE BASIS/VOORVELD • Kinderwerk • Jongerenwerk • Opvoedondersteuning • GGD • POH-GGZ

TOEGANG (GEÏNDICEERDE) JEUGDHULP • Toegang jeugdhulp (o.a. Team Jeugd, huisarts, Gecertificeerde Instellingen (GI’s) en rechters) • Specialistische jeugdhulp (zoals ambulante begeleiding en gezinsbegeleiding) • Zeer specialistische jeugdhulp (zoals verblijf)

SOCIALE BASIS • Gezin • Sociaal netwerk • Sportclubs • Onderwijs • Buurt en wijk Figuur 2: het jeugdveld 9

I<

SOORTEN GEÏNDICEERDE JEUGDHULP Er zijn verschillende categorieën van geïndiceerde jeugdhulp: Jeugdhulp zonder verblijf: 87%

• Jeugdhulp zonder verblijf bestaat uit begeleiding, ambulante jeugdhulp en ggz, pleegzorg en behandelingsgerichte dagbesteding. • Jeugdhulp met verblijf bestaat uit pleegzorg, verblijf in jeugdinstelling en gesloten jeugdzorg. • Jeugdbeschermingsmaatregelen bestaan uit ondertoezichtstelling, voogdij en jeugdreclassering.

Jeugdhulp met verblijf: 6,7% Jeugdbescherming: 5,6% Jeugdreclassering: 0,7% Figuur 3: Jeugdigen met jeugdzorg naar soort (percentage)

Om een beeld te schetsen van de lasten per soort geïndiceerde jeugdhulp, staan de begrote bedragen voor 2024 in tabel 1 weergegeven.

CATEGORIE GEÏNDICEERDE JEUGDHULP

BEGROOT 2024

Jeugdhulp zonder verblijf

€ 15.804.000

Jeugdhulp met verblijf

€ 3.907.592

Jeugdbeschermingsmaatregelen

€ 1.672.245

Overig (niet-gecontracteerde zorg, PGB, landelijk transitiearrangementen (LTA)

€ 3.570.000

TOTAAL

€ 24.953.837

Tabel 1 : Begroting 2024 geïndiceerde jeugdhulp

10

I<

2.2 TOENAME GEBRUIK EN KOSTEN GEÏNDICEERDE JEUGDHULP Aan het begin van deze eeuw maakte 1 op de 27 jeugdigen onder de 18 jaar gebruik van jeugdhulp. Dat steeg naar 1 op de 10 in 2015. Op dit moment is dat zelfs 1 op de 7,5 (landelijke cijfers NJI). In Hilversum steeg het percentage jeugdigen met jeugdhulp (zie figuur 4) sterk, evenals de kosten (zie figuur 5). In het eerste kwartaal van 2023 maakten 2.000 unieke jeugdigen gebruik van één of meerdere jeugdhulpvoorzieningen. Dit is 12,8% van de jeugdigen in Hilversum (ten opzichte van 13,2% in Nederland; bron: CBS, peildatum augustus 2023). Door het toenemende jeugdhulpgebruik zien we een stijgende lijn in de jaarlijkse lasten van geïndiceerde jeugdhulp (figuur 4). In de volgende paragraaf schetsen we een uitgebreider beeld van de orde van grootte van de uitgaven.

Hilversum

9,4

11,8

2018

Nederland

10,7 12,3

10,7 11,9

12,3 12,9

2019

2020

2021

Figuur 4: Jeugdigen met jeugdhulp, percentage jeugdigen tot 18 jaar

12,8 13,2 2022

17,0

19,0

21,1

23,7

2019

2020

2021

2022

+2,0 mln

+2,1 mln

+2,6 mln

Figuur 5: Jeugdlasten geïndiceerde jeugdhulp per jaar

Het toenemende gebruik van jeugdhulp heeft diverse maatschappelijke oorzaken (bron: Nederlands Jeugd Instituut, aangevuld met cijfers GGD Jeugdmonitor Hilversum 2021), zoals: • Prestatiedruk: in 2021 gaf 51% van de Hilversumse jongeren aan zich (zeer) vaak gestrest te voelen; • Een hoge geluksnorm; • Social media; • Medicalisering; • Individualisering; • Eenzaamheid: afgelopen jaar gaf 13% van de Hilversumse jongeren aan zich vaak tot altijd eenzaam te voelen; • Complexe scheidingen: in 60-70% van de gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel is sprake van een (complexe) scheiding, waar kinderen de dupe van worden; • Armoede- en schuldenproblematiek van een gezin.

11

I<

VERHOUDING UITGAVEN JEUGDVELD Tabel 2 geeft de verhouding weer tussen de begroting voor het voorveld (2023) en de geïndiceerde jeugdhulp (2023). We schetsen dit beeld om de orde van grootte van de uitgaven van geïndiceerde jeugdhulp en het voorveld inzichtelijk te maken. Het valt op dat de uitgaven aan geïndiceerde jeugdhulp veel hoger zijn dan de uitgaven aan het voorveld (tabel 2). Door extra inzet in het voorveld willen we dat de lasten geïndiceerde jeugdhulp afnemen. Onder het voorveld vallen: • Jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau); • Jeugd en Gezin (biedt laagdrempelig ondersteuning bij groei, ontwikkeling en opvoeding van kinderen); • Praktijkondersteuners jeugd; • Jeugdcoaches; • Kinder- en jongerenwerk; • Onderwijs-jeugdarrangementen en passende BSO (buitenschoolse opvang voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben).

VERHOUDING BEGROOTTE UITGAVEN 2023 Totaal € 33.199.369

Team Jeugd € 2.440.000

Geïndiceerde jeugdhulp € 24.400.000

Voorveld € 6.359.369

Tabel 2: Verhouding uitgaven jeugdveld in 2023 (peildatum 04-09-2023)

12

I<

3. WETTELIJKE VERPLICHTINGEN EN BELEIDSVRIJHEID Uitgangspunt in de Jeugdwet is dat jeugdhulp is bedoeld voor kinderen die worden belemmerd in hun ontwikkeling door (een combinatie van) opvoedings- of gezinsproblematiek, psychische problemen, leerproblemen of een verstandelijke beperking. Gemeenten moeten uitvoering geven aan dit uitgangspunt.

3.1 GEMEENTELIJKE TAKEN EN BELEIDSVRIJHEID In de Jeugdwet staan de taken van gemeenten. Deze taken zijn leidend bij het opstellen van de beleidsagenda. De gemeenten moeten in ieder geval: • Jeugdhulp van goede kwaliteit aanbieden; • Preventie, ondersteuning, hulp en zorg regelen; • Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp treffen (jeugdhulpplicht); • Jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering organiseren; • Maatregelen voor de aanpak van kindermishandeling nemen; • De samenwerking opzoeken met andere sectoren zoals zorg, onderwijs en veiligheid.

13

I<

KENMERKEN JEUGDWET

3.2 LANDELIJKE EN REGIONALE ONTWIKKELINGEN

De volgende twee kenmerken zijn typerend voor de Jeugdwet:

Enkele landelijke- en regionale ontwikkelingen zijn van invloed op deze beleidsagenda Jeugd. Hieronder staan deze ontwikkelingen en hoe deze van invloed zijn.

1. Er zijn meerdere rechtsgeldige verwijzers die geïndiceerde jeugdhulp kunnen inzetten. Naast de jeugdconsulenten van de gemeente zijn dit huisartsen, de (kinder)rechter, medisch specialisten, jeugdartsen en de gecertificeerde instellingen. De gemeente betaalt in alle gevallen voor de ingezette hulp. Het merendeel van het aantal verwijzingen wordt gedaan door andere verwijzers dan de gemeente. De gemeente heeft beperkt invloed op de andere rechtsgeldige verwijzers en dus ook op de kosten van de door hen ingezette geïndiceerde jeugdhulp. 2. De Jeugdwet kent een open einderegeling, dit betekent dat de gemeente de jeugdhulp die nodig is moet inzetten en betalen, ongeacht de begroting. De Jeugdwet kent sinds 2016 geen eigen bijdrage van ouders meer voor jeugdhulp met verblijf. Beleidsvrijheid voor gemeenten ligt in het leggen van accenten in het voorliggende veld (zoals het inrichten van een pedagogische basis en preventie), het inrichten van de toegang tot de jeugdhulp en de wijze waarop samenwerking met andere sectoren en rechtsgeldige verwijzers wordt ingericht. Dit doen we lokaal.

1. HERVORMINGSAGENDA JEUGD De landelijke Hervormingsagenda Jeugd heeft als doel de verbetering van de jeugdhulp en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdstelsel. Onderwerpen hierin zijn: • De reikwijdte van de Jeugdwet wordt afgebakend, meer aandacht voor een domein-overstijgende aanpak* (bijvoorbeeld onderwijs, volwassen-ggz, bestaanszekerheid). • Versterking van de gemeentelijke toegang met stevige lokale teams. • Verbeteren regionale samenwerking en landelijk contracteren specialistische zorg. • Kwaliteitsverbetering en versterking, meer zicht op effectiviteit van zorg. • Jeugdigen zo thuis als mogelijk op laten groeien: afbouw van de residentiële jeugdhulp. • Eenvoudiger uitvoering en inkoop, aanpak negatieve effecten van marktwerking (o.a. meer landelijke uniformiteit in contracten en prijsafspraken). • Verbeteren van het inzicht in het jeugdstelsel met data en monitoring. * Het onderwerp reikwijdte is landelijk nog niet uitgekristalliseerd. Domeinoverstijgende aanpak (punt 1) en de gemeentelijke toegang (punt 2) pakken we op in deze beleidsagenda. Punt 3 t/m 7 pakken we regionaal op.

14

I<

2. TOEKOMSTSCENARIO KIND- EN GEZINSBESCHERMING Het landelijk toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is gericht op een effectievere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (0-100 jaar). In het huidige estafettemodel zijn de gemeente, Veilig Thuis en de gecertificeerde instellingen na elkaar betrokken bij een gezin en niet gelijktijdig. In plaats daarvan gaan we naar structurele gezamenlijke regie tussen de gemeente en veiligheidspartners in gezinnen waar onveiligheid speelt. Het gaat hierbij ook om een integrale domeinoverstijgende aanpak binnen het Sociaal Domein. We ontwikkelen samen met de regiogemeenten een regionale aanpak die aansluit bij de kaders van het toekomstscenario.

3. INTEGRAAL ZORGAKKOORD (IZA) EN GEZOND EN ACTIEF LEVEN AKKOORD (GALA) Het IZA heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden, dit geldt ook voor de jeugdzorg. De nadruk ligt op passende zorg op de juiste plek. Dit akkoord is vooral gericht op de zorgsector zelf. Het GALA heeft een gezonde generatie in 2040 als doel. Er worden zowel lokaal als regionaal plannen gemaakt, die ook in verbinding staan met deze beleidsagenda.

4. REGIONALE SAMENWERKING Een deel van de gemeentelijke taken uit de Jeugdwet voert de regio uit namens alle regiogemeenten. Dit betreft hoofdzakelijk de inkoop en het contractbeheer van jeugdhulp. De jeugdhulp is ingekocht voor de periode van 2021 tot 2029. Ook is er een regionaal programma Jeugd & Onderwijs, waar we samenwerken aan onder meer normaliseren, voorbereiden op de uitwerking van delen van de Hervormingsagenda Jeugd, het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de aanpak van wachttijden. De contractering wordt op landelijke schaal doorontwikkeld en er komt een norm voor opdrachtnemerschap voor zorgaanbieders. Daarnaast wordt – in navolging van de landelijke Hervormingsagenda – gewerkt aan het terugbrengen van administratieve lasten. Dit gebeurt door in te zetten op niet-vrijblijvende standaardisatie van contracten en het contractmanagement. 15

I<

4. OPGAVE, DOELEN EN SPEERPUNTEN Het gebruik van jeugdhulp is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen. Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit en toegankelijkheid steeds meer onder druk komen te staan. Zorg is niet altijd beschikbaar en er zijn wachtlijsten. Daarnaast is er krapte op de arbeidsmarkt, zowel in het jeugdveld als in het onderwijs. Meer dan voorheen moeten we anders gaan kijken naar jeugdhulp. Het is van cruciaal belang dat we onze inspanningen blijven richten op beschermende factoren – we gaan hierbij uit van de tien beschermende factoren van het Nederlands Jeugdinstituut – in plaats van op meer geïndiceerde jeugdhulp. De 10 beschermende factoren worden onderdeel van de subsidie- en inkoopvoorwaarden voor jeugd. We verschuiven onze inzet van ZZ naar GG en hebben hierbij oog voor het mentaal welbevinden van jeugdigen. Om dit te realiseren, staat de pedagogische basis centraal. Jeugdhulp is niet áltijd de oplossing. Soms zijn er (onderliggende) andere problemen zoals armoede, huisvestingsproblemen of ggz-problematiek bij ouders.

Een integrale samenwerking is daarom noodzakelijk, zie hoofdstuk 5. Bovendien zijn er daarnaast – zoals genoemd – bredere maatschappelijke factoren die van invloed kunnen zijn op een kind en/of gezin. Dan is het belangrijk daar iets aan te doen. Het is noodzakelijk niet alleen naar het kind te kijken, maar juist naar de gehele omgeving waar het kind zich in bevindt. Om deze opgave aan te pakken en Hilversumse kinderen en jongeren gezond en veilig op te laten groeien, werken we de volgende doelen uit: • Hilversummers hebben een sociaal netwerk en vormen een gemeenschap (4.1). • Hilversummers hebben passende en toegankelijke voorzieningen in hun buurt (4.2). • Hilversumse gezinnen krijgen ondersteuning waar dat nodig is (4.3).

TOP 10 BESCHERMENDE FACTOREN (NJI) 1. Sociale binding: kinderen hebben ondersteunende relaties in gezin, school, vrienden, wijk. 2. Kansen voor betrokkenheid: de kans om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan bijvoorbeeld familie, school en gemeenschap. 3. Pro-sociale normen: opgroeien met duidelijke normen en waarden voor positief gedrag. 4. Erkenning en waardering voor positief gedrag. 5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving. 6. Constructieve tijdsbesteding, zoals sport, muziek, verenigingen en clubs. 7. Competenties: jeugdigen hebben sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. 8. Cognitieve vaardigheden: logisch en analytisch denken, lees- en rekenvaardigheden. 9. Schoolmotivatie: betrokkenheid en binding met school, wat belangrijk is voor het succes op school. 10. Positieve identiteit: eigenwaarde en positieve verwachtingen over de toekomst.

16

I<

4.1 HILVERSUMMERS HEBBEN EEN SOCIAAL NETWERK EN VORMEN EEN GEMEENSCHAP Ouders en jeugdigen voelen zich gelukkiger als zij – waardevolle – sociale contacten en vrienden hebben. We willen er daarom voor zorgen dat inwoners makkelijk met buurtgenoten en peers in contact kunnen komen. Dit kan door inwoners zelf gefaciliteerd worden of met behulp van professionele ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan de kinderwerker die een activiteit voor ouders en kinderen organiseert. We investeren in het versterken van initiatieven waarbinnen Hilversummers elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen. Ook faciliteren we de samenwerking tussen onze maatschappelijke partners. Zij kunnen meer dan nu het geval is van elkaars expertise gebruikmaken of naar elkaar open afschalen. We zetten bij dit doel in op de volgende speerpunten: a. Versterken van contacten en ondersteuning tussen ouders onderling en jeugdigen onderling; b. Versterken samenwerking en vindbaarheid van ondersteuningsmogelijkheden.

SPEERPUNT A: VERSTERKEN VAN CONTACTEN EN ONDERSTEUNING TUSSEN OUDERS ONDERLING EN JEUGDIGEN ONDERLING We willen bijdragen aan het versterken van het sociaal netwerk en de gemeenschap voor jeugdigen en ouders. Idealiter bestaan de netwerken van jeugdigen/gezinnen uit verschillende typen contacten, zoals ouders, leeftijdgenoten, vrienden van ouders, buurtgenoten, (sport)coaches en contacten via school. Zij kunnen verschillende typen steun bieden. Activiteiten bij speerpunt a: • We faciliteren meer laagdrempelige ontmoeting in de buurt tussen ouders en jeugdigen om ervaringen uit te wisselen zoals bijvoorbeeld kinder- en jongerenwerk of een mama-café. • We faciliteren vraag en aanbod waarin ouders en/of jeugdigen elkaar kunnen ondersteunen rondom opgroeien, zoals bijvoorbeeld steunouders. • Opstellen nieuw vrijwilligersbeleid (Hilversum breed) in 2024, met ook aandacht voor jeugd. • Ruimte bieden voor initiatieven uit de gemeenschap die bijdragen aan gezond en veilig opgroeien, denk aan lotgenotencontact.

17

I<

SPEERPUNT B: VERBETEREN SAMENWERKING EN VINDBAARHEID VAN ONDERSTEUNINGSMOGELIJKHEDEN We hebben als gemeente Hilversum een actieve verbindende rol als het gaat om de samenwerking tussen onze organisatie, maatschappelijke partners (onderling) en andere belangrijke partijen. Ouders en jeugdigen zien hier ook meerwaarde in. We faciliteren ontmoetingen tussen verschillende partners met als doel de samenwerking te verbeteren en waar mogelijk een (professionele) gemeenschap te vormen. Een voorbeeld hiervan is het gesprek dat we initiëren tussen het kinder- en jongerenwerk en jeugdconsulenten van de gemeente Hilversum. Hierin gaat het over op- en afschalen van jeugdhulp en de inzet van andere ondersteuning, bijvoorbeeld via kinder- of jongerenwerk. Activiteiten bij speerpunt b: • Structurele gesprekken met jeugdigen en ouders. • Verbinding en informatie-uitwisseling tussen jeugdprofessionals met als thema’s onder meer vindbaarheid van elkaars activiteiten, normaliseren, instroom en uitstroom (bijvoorbeeld door opzetten jeugdnetwerk). • Lokale coalitie Kansrijke Start, valt ook onder de Hilversumse Educatieve Agenda. • Verbeteren van de overgang 18-/18+ voor jongeren in een kwetsbare positie – bijvoorbeeld van Jeugdwet naar Wmo – in samenwerking met maatschappelijke partners.

• Versterking van de samenwerking met onderwijs, onder meer door onderwijsjeugdarrangementen (OJA’s) en jeugdcoaches (zie Hilversumse Educatieve Agenda ambitie 2 en speerpunt c hieronder). • Communicatie rondom mogelijke hulp voor kinderen in armoede. • Bijdragen aan het nog te ontwikkelen beleid gericht op gezondheid, waaronder obesitas en middelengebruik.

18

I<

4.2 HILVERSUMMERS HEBBEN PASSENDE EN TOEGANKELIJKE VOORZIENINGEN (IN HUN BUURT) We zetten in op het versterken van het gewone leven, zodat zoveel mogelijk kinderen kansrijk, gezond en veilig kunnen opgroeien. Dit betekent dat we gaan voor een stimulerende opvoed- en opgroei-omgeving in Hilversum. Als ouders en jeugdigen er met ondersteuning van hun netwerk (familie, vrienden, school of buren) niet uitkomen kunnen ze gebruikmaken van laagdrempelige voorzieningen in de buurt. Hieronder vallen kinder- en jongerenwerk, opvoedcoaches, praktijkondersteuners jeugd, wijkregisseurs en maatschappelijk werkers. Belangrijk voor een stevige pedagogische basis is ook een sterke verbinding met andere domeinen, zoals Wmo, armoede, schulden, minima, volwassen-ggz, veiligheid en fysieke leefomgeving.

SPEERPUNT A: VERSTEVIGEN LAAGDREMPELIGE VOORZIENINGEN Om te ondersteunen bij opvoed- en opgroeivragen willen we een passend aanbod in onze sociale- en pedagogische basis hebben. We willen vroegtijdig ondersteuning bieden aan jeugdigen en hun gezin om inzet van geïndiceerde jeugdhulp te voorkomen. Activiteiten bij speerpunt a: • Gericht aanbod kinder- en jongerenwerk passend bij de behoefte van de inwoners in een wijk (zie figuur 6; in 2024 krijgt de multifunctionele accommodatie de Nieuwe Lelie ook een nieuw jongerencentrum). • Ervoor zorgen dat elke huisarts gebruik kan maken van een praktijkondersteuner jeugd (zie kader). • Dekkend aanbod van jongerencentra, passend bij de behoefte van de wijk. • Inzet van gezins- en opvoedcoaches.

Deze verbinding beschrijven we per domein in hoofdstuk 5. We willen ouders steun bieden, het (mentaal) welbevinden in gezinnen en bij kinderen vergroten, en ondersteuningsvragen van inwoners tijdig en preventief oppakken om (psychische) problemen zoveel als mogelijk te voorkomen.

POH GGZ JEUGD ACHTERGROND Bij dit doel zetten we in op de volgende speerpunten: a. Verstevigen laagdrempelige voorzieningen; b. Inzet op collectief waar het kan en individueel waar het moet; c. Bevorderen van mentaal welbevinden van onze jeugdigen.

De Praktijkondersteuners Jeugd GGZ (in vervolg praktijkondersteuners) verlenen laagdrempelige hulp. Door de inzet van praktijkondersteuners bij de huisarts beogen we meer passende hulp voor jeugdigen en ouders te bieden, te normaliseren en daarnaast duurdere specialistische zorg te voorkomen. We willen graag meer grip krijgen op het aantal verwijzingen door huisartsen naar gecontracteerde zorgaanbieders. We bedienen circa tweederde van de huisartsenpraktijken in Hilversum, maar zetten in op volledige dekking. De praktijkondersteuners bieden zelf kortdurende behandeling, zijn op de hoogte van de mogelijkheden in het voorliggende veld en werken samen met de jeugdconsulenten van het Sociaal Plein. Ook verwijzen de praktijkondersteuners door naar gespecialiseerde hulp indien nodig. 19

I<

SPEERPUNT B: INZET OP COLLECTIEF WAAR HET KAN EN INDIVIDUEEL WAAR HET MOET Individueel begeleiden/behandelen van ondersteuningsvragen is lang niet altijd de beste oplossing. Sommige ondersteuningsvragen vanuit de maatschappij vragen om een algemene voorziening of een collectief aanbod. We kijken naar mogelijkheden om het collectief aanbod en de algemene voorzieningen uit te breiden en te versterken. Activiteiten bij speerpunt b: • We investeren in een collectief en laagdrempelig aanbod. Daarbij valt te denken aan cursussen over thema’s waar veel vraag naar is zoals opvoeden, scheiden, mentaal welbevinden of de digitale wereld (waaronder social media); • We gaan door met inzet van jeugdcoaches op drie scholen voor voortgezet onderwijs. • Onderwijs-jeugdhulparrangementen (OJA’s) behouden en doorontwikkelen. Op dit moment is er één lokale OJA en zijn er twee regionale OJA’s. Is belegd in de Hilversumse Educatieve Agenda.

JONGERENCENTRA HILVERSUM

Lopes Diaz

‘t Web

De Mix De Keet

De Nieuwe Lelie

(toekomst)

Figuur 6: Overzicht huidige jongerencentra in Hilversum 20

I<

SPEERPUNT C: BEVORDEREN VAN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN ONZE JEUGDIGEN We zien dat steeds meer jeugdigen kampen met hun mentale gezondheid. Het mentaal welbevinden van onze kinderen en jongeren draait niet alleen om het behandelen van problemen. Het gaat juist ook om het bevorderen van veerkracht, zelfbewustzijn en het ontwikkelen van een gezonde manier om met problemen om te gaan. We willen ons hier meer op richten zodat jeugdigen en hun ouders handvatten krijgen die hen helpen met uitdagingen die bij het leven horen. Praktijkondersteuners Jeugd kunnen jeugdigen specifiek helpen met vragen rondom mentaal welbevinden. Ook dragen we middels kinder- en jongerenwerk, steunouders, jeugdcoaches, gezins- en opvoedcoaches en buurtsportcoaches bij aan het mentaal welbevinden van jeugdigen. Zie tabel 3 voor een overzicht.

Voorlichting en educatie/ deskundigheidsbevordering

Alle doelgroepen 0-100 jr

Kinderen/ jongeren

(Jonge) ouders

Deskundigheidsbevordering professionals (trainingen en e-learnings, bv. Mental Health First Aid)

• Campagnes mentale

• Ouderavonden (bv.

• Gezonde School thema welbevinden > advies over lesprogramma’s (bv. Je brein de baas)

(universele preventie)

• Jouwggd.nl

over stress, faalangst, de druk van social media)

• Vraag van de maand, nieuwsbrief, website

• Mama-café

(informatieve pagina’s)

Signalering, advies & ondersteuning

• Schuldhulpverlening • Jellinek preventief

(selectieve preventie)

• Anonieme landelijke

adviesgesprek (gokken, gamen, middelen) hulplijnen (bv. chatten op jouwggd.nl, Luisterlijn)

• Gezondheidsmonitor GGD

• Meldpunt discriminatie

Op dit moment zijn de aangeboden mogelijkheden en activiteiten niet voor iedereen duidelijk. Hierdoor wordt het aanbod niet altijd optimaal benut. Activiteiten bij speerpunt c: • We brengen de bestaande (preventieve) activiteiten door belangrijke partners meer onder de aandacht. Het gaat hier bijvoorbeeld om het onderwijs en maatschappelijke partners, welzijnswerk en uitvoeringsdiensten van het Sociaal Plein. Het aanbod gericht op mentaal welbevinden is hier onderdeel van. • We breiden ons aanbod voor mentaal welbevinden uit (zie 4.2 speerpunt b).

gezondheid (bv. OPEN en Hey, het is oké)

• POH Jeugd ggz • Jeugdcoaches • Kinder- en jongerenwerk • Steunouders/ samen oplopen

• Gezonde School thema welbevinden

• Jeugdverpleegkundige > individueel onderzoek

• Opvoedcursussen JGZ • Consultatiebureau • Gezins- en opvoed ondersteuning

• Prenatale huisbezoeken

• Lokale coalitie Kansrijke Start en activiteiten

• Jongerenteam Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL)

• Kinderen met Ouders met Psychische Problemen (KOPP)/Kinderen van Ouders met Verslavingsproblemen (KOV) Fysieke & sociale omgeving (universele preventie)

• Ontmoetingsplekken, buurtcentra

• Sportverenigingen en culturele activiteiten

• Veilig Thuis • Groene omgeving

Tabel 3: Overzicht activiteiten (niet uitputtend) in Hilversum gericht op mentaal welbevinden 21

I<

4.3 HILVERSUMSE GEZINNEN KRIJGEN ONDERSTEUNING WAAR DAT NODIG IS Veel gezinnen redden zich prima met hun vrienden, familie en netwerk. Soms is er ondersteuning nodig. Als dat meer is dan het sociale netwerk kan bieden, kan informele en formele ondersteuning een (tijdelijke) uitkomst zijn. We kijken daarbij naar de gehele gezinssituatie en bieden een gezin, net als voorheen, de mogelijkheid om een familiegroepsplan in te vullen. Ouders en jeugdigen geven aan: ‘’Een succesfactor is een hulpverlener die naast je staat, naar je luistert en iemand die aandacht heeft voor het hele gezin.’’ We werken aan een sterkere thuisbasis. We willen niet dat mensen langer dan nodig in zorgtrajecten zitten. We zetten in op uitstroom uit de specialistische jeugdhulp door bijvoorbeeld de overstap naar het voorveld gemakkelijker te maken. Als binnen de pedagogische basis geen antwoord wordt gevonden – en ondersteuning nodig is – zetten we geïndiceerde jeugdhulp in. De toeleiding naar geïndiceerde jeugdhulp kan via de gemeente en andere rechtsgeldige verwijzers zoals de huisarts en de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). We willen de juiste hulp op het juiste moment inzetten. We hebben de onderstaande speerpunten geformuleerd: a. Versterken gemeentelijke toegang b. Dekkend zorglandschap c. Zo thuis mogelijk opgroeien

SPEERPUNT A: VERSTERKEN GEMEENTELIJKE TOEGANG Als ouders of kinderen zorg of ondersteuning nodig hebben die het eigen netwerk of voorveld niet kunnen bieden, is het team Jeugd het eerste aanspreekpunt. In het eerste contact, de triage, wordt samen met ouders/ jeugdigen gekeken naar de ondersteuningsvraag en wat daar passende hulp is. Daarbij kijken ze of er nog passend aanbod is in het voorveld, of laagdrempelig kortdurende hulp kan starten, of dat geïndiceerde jeugdhulp nodig is.

22

I<

Door het toevoegen van hulpverleners aan team Jeugd is het mogelijk om lichte ondersteuningsvragen van ouders/jeugdigen snel, kortdurend en zonder indicatie op te pakken. Als deze kortdurende hulp voor ouders niet passend is, onderzoekt een jeugdconsulent of en welke geïndiceerde hulp passend is. Als er sprake is van complexe problematiek en/of onveiligheid in een gezin, kan in het vrijwillig kader een gezinsondersteuner begeleiding bieden. Een gezinsondersteuner is het vaste gezicht voor het gezin, staat naast het gezin en coördineert de ondersteuningsvragen en hulp die wordt ingezet. Activiteiten bij speerpunt a: • We gaan het triageteam structureel vormgeven. Denk aan triagecriteria opstellen, opleiden en trainen triageprofessionals. • We voegen vanaf 2024 hulpverleners en gezinsondersteuner(s) toe aan het gemeentelijk team. Hiermee ondersteunen we onze inwoners sneller en efficiënter bij lichte ondersteuningsvragen. • Een brede uitvraag bij iedere nieuwe vraag, zodat we beter passende hulpverlening voor inwoners inzetten. Is er bijvoorbeeld sprake van armoede, dan pakken we dit (ook) op. • Onze inzet is dat elke huisarts gebruik kan maken van een praktijkondersteuner jeugd (zie hoofdstuk 4.2 speerpunt A).

23

I<

GEMEENTELIJKE TOEGANG Voor gezinnen die zich voor het eerst melden zijn de triagemedewerkers het eerste aanspreekpunt. Zij kijken samen met de ouders/jeugdigen wat het meest passend is. Ze hebben een uitgebreidere kennis van het voorveld, kunnen kortdurende ondersteuning door hulpverleners inzetten of schakelen door naar hun collega-jeugdconsulenten als geïndiceerde jeugdhulp nodig is. Als er sprake is van complexe problematiek of onveiligheid is het mogelijk ook een gezinsondersteuner in te zetten.

Wij hebben ook regisseurs* die regie voeren bij casussen waarbij er op meerdere levensgebieden problemen spelen. De regisseurs richten zich op procesregie en zorgen dat alle inhoudelijke experts – zoals Wmo-consulenten, schuldhulpverleners en andere professionals – betrokken zijn. Regisseurs zijn primair verantwoordelijk voor het proces en voeren regie op afstand. Regisseurs zijn bijvoorbeeld betrokken als er sprake is van buurtoverlast of verslavingsproblematiek.

We voegen hulpverleners toe aan het team Jeugd, die bij lichte en kortdurende ondersteunings- begeleidingsvragen zelf begeleiding bieden.

Als op basis van de triage blijkt dat geïndiceerde jeugdhulp nodig is, hebben gezinnen een gesprek met de jeugdconsulent. De jeugdconsulent van het team Jeugd voert onderzoek uit in een gezin om te bepalen of en welke geïndiceerde jeugdhulp nodig is. Geïndiceerde jeugdhulp is onder meer in te zetten bij (ernstige) opvoedingsproblemen, psychische problemen, gedragsproblemen of een licht verstandelijke beperking.

In het team Jeugd starten we ook met het bieden van gezinsondersteuning. Als er sprake is van complexe problematiek en/of onveiligheid kan een gezin begeleiding krijgen van een gezinsondersteuner*. De rol van een gezinsondersteuner in het vrijwillig kader is gericht op langdurig naast een gezin te staan – en bij een gezin thuis te komen – om de ingezette ondersteuning te coördineren. De coördinatie bestaat uit het creëren van een overzicht op alle levensdomeinen in het gezin en het samen met het gezin bepalen welke ondersteuningsvragen de meeste prioriteit hebben, zoals bijvoorbeeld armoede, volwassen-ggz en jeugdhulp.

* Het onderscheid tussen een gezinsondersteuner en een regisseur, is dat de gezinsondersteuner in het gezin achter de voordeur werkt en de regisseur op afstand regisseert zodat alle relevante gemeentelijke consulenten/experts betrokken zijn.

Het doel is naast het gezin te staan, hen te versterken, hun zelfredzaamheid te vergroten en hen in staat te stellen positieve veranderingen aan te brengen in hun leefsituatie. De gezinsondersteuner heeft een lange adem en blijft zo lang als nodig betrokken. De inzet van een gezinsondersteuner sluit aan bij het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

24

I<

SPEERPUNT B: DEKKEND ZORGLANDSCHAP

SPEERPUNT C: ZO THUIS MOGELIJK OPGROEIEN

Eerder beschreven we het voorveld, maar soms is geïndiceerde jeugdhulp nodig. We vinden het van belang dat er een dekkend zorglandschap is met voldoende aanbod voor verschillende ondersteuningsvragen. Uit gesprekken met ouders en jeugdigen blijkt dat het aanbod bij hen of bij professionals niet altijd bekend is. We monitoren signalen van belangrijke stakeholders om in te spelen op ontwikkelingen die van invloed zijn op het zorglandschap.

In Noord-Holland werken gemeenten/jeugdhulpregio’s, samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs, gecertificeerde instellingen en jeugdhulpaanbieders gezamenlijk aan het bovenregionale plan een ‘Een Thuis voor Noordje’. Het doel van dit plan is het mogelijk te maken dat alle jeugdigen in Noord-Holland zo thuis mogelijk kunnen opgroeien. In principe groeien kinderen op bij de eigen ouders, waar ze zich veilig kunnen ontwikkelen. Wanneer dit ondanks de inzet van ambulante hulp niet lukt, dan is het de bedoeling dat kinderen ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien in een pleeggezin of gezinshuis.

Activiteiten bij speerpunt b: • Regionale aanpak meer grip en sturing op wachttijden. • Regionale aanpak toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, waaronder aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. • Regionaal regulier overleg over het jeugdveld op basis van signalen van stakeholders zoals het onderwijs. • Een sociale kaart lanceren van ons pedagogische basis voor zowel professionals als inwoners. • Inkoop geïndiceerde jeugdhulp per 2028 (afloop contracten) herijken.

Het aantal uithuisplaatsingen willen we verminderen. Daar waar een residentiële plaatsing – waaronder in de gesloten jeugdhulp – toch nodig is, wordt deze getransformeerd naar kleinschalige woonvoorzieningen. Regionale activiteiten bij speerpunt c: • Huidige activiteiten doorzetten, zoals Regionaal Expertteam (RET) en de tussenvoorziening. • Realiseren van kleinschalige woonvormen; groepen ter vervanging van gesloten residentiële groepen. • Realiseren ambulant team ter voorkoming van gesloten verblijf.

AANPAK WACHTTIJDEN We willen meer grip en sturing krijgen op wachttijden in de jeugdhulp. De aanpak van wachttijden is complex en vraagt om een duurzaam meerjarig plan, hier gaan we regionaal met onze partners mee aan de slag. Daarbij analyseren hoe we de instroom, doorstroom en uitstroom van jeugdigen in jeugdhulp kunnen beïnvloeden. Andere projecten die bijdragen aan het verminderen van de wachttijden zijn bijvoorbeeld de POH-jeugd, het toevoegen van hulpverleners aan het team Jeugd en de ZZ naar GG beweging. Meer indirect is het verstevigen van het preventief aanbod en de pedagogische basis er ook op gericht om de instroom in geïndiceerde jeugdhulp te verminderen. 25

I<

5. VERBINDING MET ANDERE DOMEINEN We hebben belangrijke thema’s geïdentificeerd, waarbinnen samenwerking met interne en externe partners nodig is. We lichten per thema toe waar de verbinding uit bestaat en hoe de samenwerking vorm krijgt.

5.1 JEUGD EN ONDERWIJS Jeugd- en onderwijsbeleid raken elkaar wanneer jeugdzorg nodig is om Hilversumse kinderen in staat te stellen deel te laten nemen aan onderwijs. Beide beleidsterreinen versterken elkaar in hun gemeenschappelijke doelstellingen, namelijk: de ontwikkeling en welzijn van jeugdigen, het bevorderen van gelijke kansen en het verminderen van schooluitval. Inclusief onderwijs is erop gericht dat jeugdigen – ongeacht hun talenten, belemmeringen, mogelijkheden of sociaal-economische achtergrond – toegang hebben tot kwalitatief onderwijs in een omgeving waarin diversiteit wordt omarmd. Dit gaat ook over jeugdigen met specifieke ondersteuningsbehoeften. Hierin zijn wij bereid ongelijk te investeren voor gelijkere kansen. Het doel is om belemmeringen weg te nemen die de toegang tot onderwijs beperken en ervoor te zorgen dat jeugdigen kunnen profiteren van onderwijs dat is afgestemd op hun talenten en ontwikkelingsbehoeften. De ondersteuningsbehoefte van jeugdigen staat de leerprestaties soms in de weg. In deze gevallen is de inzet van jeugdhulp soms nodig, om de leerprestaties en het welzijn van een jeugdige te verbeteren.

26

I<

We onderzoeken samen met het onderwijs naar mogelijkheden om jeugdigen te ondersteunen binnen het wettelijk kader van jeugdhulp en passend onderwijs. Hieronder vallen onder meer de volgende activiteiten, die in de Hilversumse Educatieve Agenda zijn belegd: • Activiteiten voor gezinnen met jonge kinderen en aanstaande ouders. • Onderwijs-jeugdarrangementen behouden en doorontwikkelen. • Verbinding van jeugdconsulenten aan scholen voor primair- en voortgezet onderwijs. • School Maatschappelijk Werk in het primair onderwijs. • Inzet van een jeugdarts op het MBO College Hilversum. • De lokale coalitie Kansrijke Start, waarin we samenwerken met partners tijdens de eerste duizend dagen van een kind. • De passende buitenschoolse opvang (BSO), voor kinderen die niet op een reguliere BSO terechtkunnen, omdat zij een extra ondersteuningsbehoefte hebben.

5.2 JEUGD EN ARMOEDE (O.A. PARTICIPATIE EN MINIMABELEID) Hoe langer een gezin geldgebrek heeft, des te groter de kans op nadelige gevolgen voor het welbevinden van kinderen.

Langdurig geldgebrek kan leiden tot: • Sociale uitsluiting: in (langdurig) arme gezinnen is vaak minder geld voor kleding, eten, internet, uitstapjes of vakantie. Lid zijn van een sportof muziekvereniging, een verjaardag vieren of het meedoen aan schoolexcursies is niet vanzelfsprekend. • Chronische stress: als er meerdere problemen zijn zoals werkloosheid, ziekte of slechte huisvesting ervaren ouders vaak veel stress. Ouders zijn minder goed in staat om keuzes te maken in het belang van de lange termijn. • Slechter mentaal welbevinden bij ouders en kind. Stress en armoede kunnen leiden tot een weinig ondersteunende en stimulerende ouderkind interactie. (NJi, Opvoeden en opgroeien in armoede). Concreet willen we sociale uitsluiting tegengaan en ervoor zorgen dat stress afneemt en de mentale gezondheid verbetert. Sociale uitsluiting Het Hilversumse minimabeleid heeft als doel om te zorgen dat alle inwoners kunnen deelnemen aan de maatschappij. Voor jeugdigen doen we dit door het mogelijk maken van deelname aan sport, (school)activiteiten en het kunnen vieren van een verjaardag. Er zijn verschillende regelingen zoals het Kindpakket, een fietsregeling, een regeling voor zwemlessen, langdurige structurele cultuureducatie.

Ook zijn er meerdere fondsen, waaronder Stichting Leergeld, Sam& voor alle kinderen, Nationaal Fonds Kinderhulp, Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Jeugdeducatiefonds). Stress en mentaal welbevinden Wij verwijzen ouders en kinderen actief door naar hulpverlening en financiële regelingen. We ondersteunen gezinnen met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm. Dit gaat in Hilversum om ongeveer 1.800 kinderen. Op dit moment bereiken we ongeveer 75% van deze groep met onze activiteiten. De wens is om dit bereik te verhogen, we zien hier een gezamenlijke uitdaging. We beogen dat het mentaal welbevinden op deze manier ook toeneemt. Er is veel aanbod, maar de bekendheid en vindbaarheid van het aanbod is een speerpunt in het nieuwe minimabeleid. Onder anderen de scholen hebben een belangrijke signalerende rol. Daarom is het van belang dat zij weten waar ze naartoe kunnen doorverwijzen. Hieronder valt de volgende activiteit: • Het aanbod voor kinderen en gezinnen binnen het minimabeleid bekender en zichtbaarder maken voor jeugd- en onderwijsprofessionals.

27

I<

5.3 JEUGD EN VEILIGHEID Veiligheid kent een belangrijke verbinding met het sociaal domein. Niet voor alle jeugdigen in Hilversum is het vanzelfsprekend dat ze veilig opgroeien en zich positief ontwikkelen. Als gevolg hiervan kunnen verschillende problemen ontstaan; van lichte zorgen over de eigen ontwikkeling en (vrije)tijdsbesteding tot meervoudige (sociale) problematiek.

Enkele voorbeelden hiervan zijn het ontwikkelen van een aanpak gericht op schoolveiligheid, het opleiden van professionals in het begrijpen van de hybride leefwereld waarin jongeren zich bevinden, het ontwikkelen van aanbod voor alternatieve vormen van dagbesteding voor jongeren die niet meer naar school mogen en een project gericht op het voorkomen van ‘jonge aanwas’.

Dit kan leiden tot uitval op school, overlast op straat of afglijden naar de criminaliteit. Het risico op dat laatste is groter wanneer een (sociale) basis en steunend netwerk ontbreekt, of wanneer kwetsbare jongeren het gevoel hebben nergens bij te horen en zich aansluiten bij een overlastgevende of criminele jeugdgroep. Jeugdigen kunnen zowel slachtoffer als dader zijn. In 2022/2023 zagen we dat door jongeren in de PersoonsGerichte Aanpak (PGA) vaker zwaardere delicten op een jongere leeftijd werden gepleegd. Om te voorkomen dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen, is een integrale samenwerking tussen jeugd(zorg) en veiligheidsdiensten van belang.

Activiteiten die hieronder vallen zijn: • Versterken collectief aanbod voor pubers – en hun ouders – over thema’s als mentaal welbevinden, de online wereld en straatcultuur. • Inzet van jeugdcoaches op drie scholen voor voortgezet onderwijs. • Bewustwording en weerbaarheid van jeugdigen vergroten door op scholen voorlichting te geven over groepsdruk en drugscriminaliteit. Dit valt onder de aanpak jonge aanwas en ondermijnende criminaliteit. • Het ondersteunen van het onderwijs om de schoolveiligheid te verbeteren en de veiligheidsgevoelens te verhogen. • Integrale monitoring op jeugdgroepen door middel van Jeugdgroepenaanpak. • Versterken integrale samenwerking jeugd, veiligheid en onderwijs. • Faciliteren ontmoeting en samenwerking, onder meer door middel van jaarlijkse conferentie Jeugd en Veiligheid. • Jeugdigen die met hun gedrag overlast veroorzaken en/of criminaliteit plegen en de openbare orde en veiligheid in de gemeente verstoren, kunnen worden opgenomen in de persoonsgerichte aanpak (PGA).

Door in te zetten op beschermende factoren en het wegnemen van risicofactoren, werken Jeugd, Onderwijs en Veiligheid gezamenlijk aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Het is belangrijk om deze jeugdigen zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen, zodat er in de preventieve sfeer hulp kan worden geboden. Hierbij moeten we ook oog hebben voor de hybride leefwereld (online en offline) van jongeren. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat “We gaan daarom nog meer investeren in preventie, waarbij we het zorg- en veiligheidsdomein meer met elkaar verbinden”. Om hier handen en voeten aan te geven, wordt het Programma Zorg en Veiligheid ontwikkeld. Doel van dit programma is verbinding te leggen tussen de repressieve kant (veiligheid) en de preventieve kant (sociaal domein, waaronder jeugd). Dit gebeurt aan de hand van een aantal inhoudelijke thema’s, onder andere gericht op de jeugd.

28

I<

5.4 JEUGD EN SPORT Jeugd- en sportbeleid hebben een gemeenschappelijk doel. Beide zijn gericht op een goede lichamelijke en mentale gezondheid van kinderen. Sporten draagt bij aan ontspanning, het ervaren van succes en zorgt voor sociale interactie. Sportende kinderen hebben later als tiener minder last van angst en somberheid dan leeftijdgenoten die niet hebben gesport. Dit blijkt onder meer uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum. Daarbij richten we ons in Hilversum ook op het inclusief sporten. We sporen verenigingen ertoe aan om alle kinderen, ongeacht (on)mogelijkheden of achtergrond, te kunnen laten sporten. Daarom werken we in Hilversum op de beleidsterreinen Jeugd en Sport samen. Dit doen we op basis van Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Sportakkoord II. Dit heeft een gezonde generatie in 2040 als doel. Met weerbare, gezonde inwoners die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving. Een belangrijke pilaar hiervan is een sterke sociale basis. Dit is uitgewerkt binnen de Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026, ook wel ‘de Brede SPUK’ genoemd. Hieronder vallen de volgende activiteiten (zie ook de Hilversumse Sportnota): • Zorgen dat alle kinderen kunnen sporten, onder meer door inzet van buurtsportcoaches.

• Zorgen dat er voor kinderen van wie de ouders het niet kunnen financieren, geen drempels zijn om te kunnen sporten. • Een ’zwemvangnet’ creëren, zodat alle kinderen in de groepen 6, 7 en 8 zwemles kunnen krijgen. • Bekendheid voor gezond opgroeien in Hilversum, onder meer door het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) Hilversum. • Inzet op het verbeteren van mentaal welbevinden bij jongeren door middel van sportactiviteiten. • Kennis en ervaring van sportverenigingen benutten om informelere vormen van sport in de wijken en buurten beter vorm te geven. We houden rekening met beperkingen, bijvoorbeeld bij de aanleg van speeltuinen en het organiseren sportevenementen (inclusiviteit). 29

I<

5.5 JEUGD EN WMO (OVERGANG VAN 18- NAAR 18+)

5.6 JEUGD EN VOLWASSEN-GGZ/VERSLAVINGSZORG

In Nederland krijgt iedereen vanaf zijn achttiende verjaardag meer verantwoordelijkheden. Bij de meeste jongeren gaat dat – met steun uit hun omgeving – prima, met zo nu en dan hobbels. Als een jongere jeugdhulp heeft gekregen, kan hij of zij als er nog een ondersteuningsvraag is vanaf 18 jaar hulp krijgen vanuit de Wmo. Dit doen we middels een warme overdracht. Zo kijken we welke jeugdigen er na hun achttiende nog ondersteuning nodig hebben.

Een deel van de problematiek in de jeugdzorg is niet zozeer het gevolg van problemen bij de jeugdige zelf, maar komt door systeemfactoren. Een belangrijke factor is één of meerdere ondersteuningsvr(a)agen van (een van) de ouders, bijvoorbeeld bij een verslaving en/of (ernstige) psychiatrische problematiek. Ouders zijn dan niet altijd in staat om hun kind(eren) goed en veilig op te voeden.

Is dit het geval, dan treffen we een half jaar voor de achttiende verjaardag voorbereidingen voor de overdracht naar de Wmo. Voor de groep 18-23 jaar kijken we of geïndiceerde ondersteuning vanuit de Wmo passend is.

Geïndiceerde jeugdhulp is nog te vaak kindgericht in plaats van systeem- of gezinsgericht. In het geval van ggz- of verslavingsvraagstukken bij ouder(s) is een meer integrale aanpak nodig om de situatie te verbeteren. Wat dit lastig maakt is dat er nog sprake is van gescheiden werelden tussen de jeugd- en volwassenenzorg én tussen de medische zorg en het sociaal domein. Met verschillende financieringsstromen, wettelijke kaders, opleidingskaders, culturen, benaderingswijzen en visies.

Om de overgang zo goed als mogelijk te laten verlopen zetten we in op: • Kwartaaloverleg met uitvoering Jeugd en Wmo over verbeteren samenwerking. • Informatieve 18-/18+-kaart meesturen met beschikkingen en als jongeren 18 jaar worden. • Bij jongeren die rond hun zestiende of zeventiende voor het eerst hulp krijgen, selecteren we in principe een zorgaanbieder die zowel jeugdals Wmo-ondersteuning biedt, zoals begeleiding of dagbesteding. • Jeugdconsulent die de zorgaanbieder verzoekt een Toekomstperspectiefplan op te stellen bij 16,5 jaar.

Daarnaast wordt privacywetgeving vaak als belemmering gezien om samen te werken en af te stemmen. We willen de samenwerking actiever opzoeken en problemen bij de kern aanpakken, als inzet voor een van de ouders nodig is, gaan we hierop sturen. Hieronder vallen de volgende activiteiten: • Uitwerking in regionaal Plan van aanpak Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. • Ondersteuning voor gezinnen waarbij ouders psychiatrische of verslavingsproblematiek hebben. • Inzet van een gezinsondersteuner in team Jeugd die systemisch/ domeinoverstijgend kijkt naar de ondersteuningsvragen van een gezin. Waar nodig wordt gestuurd op inzet van volwassenzorg voor de ouders.

30

I<

6. MONITORING Wat willen we bereiken over 6 jaar en hoe gaan we dat meten? De effecten van versterking van de pedagogische samenleving en preventie zijn op korte termijn moeilijk te meten. Zijn kinderen in Hilversum door onze inspanningen meer gelukkig en gezond? Voorkomen we door preventie en vroegtijdige ondersteuning op termijn de noodzaak voor jeugdhulp? Monitoring in het bredere sociaal domein en ook op het gebied jeugd is complex, doordat er vele partijen zijn die op verschillende manieren met elkaar verbonden zijn. Er zijn veel verschillende andere factoren van invloed, en daarmee zijn causale verbanden moeilijk te leggen. We monitoren daarom op een kwalitatieve en kwantitatieve manier. Om een goed beeld te krijgen, vernieuwen we onder meer het jaarlijks regionale cliënt-ervaringsonderzoek (CEO) vanaf 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=ac15af9a-ea38-4c7c-8b8c-3eddcb993d8e