GoFlo zonnepark Hilversum v2
Tekst van het document
Geur FM
Geluid 1
Grootste afstand 30 m
Werkelijke afstand 50 m
Tabel 4.1 Activiteiten en milieuzonering (bron: Servicedocument Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet)
4.9 Geluid Beoordelingskader Het onderdeel 'geluid' is geregeld in paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan gemeente Hilversum. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In artikel 22.57 van het omgevingsplan is bepaald waar waarden voor geluid gelden (bijvoorbeeld de gevel van een geluidgevoelig gebouw). Het omgevingsplan maakt voor wat betreft geluid onderscheid in de volgende activiteiten: • Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2); • Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3); • Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4). De instructieregels uit afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidsbronnen met een
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
25
geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt in het Bkl voor een aantal gebouwen specifieke regels. Het gaat om instructieregels voor aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente op grond van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Toetsing De gemeente Hilversum heeft (nog) geen specifiek geluidbeleid vastgesteld. Dat betekent dat er voor het zonnepark getoetst moet worden aan de regels uit het omgevingsplan en aan het Bkl. Activiteiten De plaatsing van het zonnepark valt onder paragraaf 22.3.4.2 uit het omgevingsplan: activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen.
Dit betekent dat het geluid van het zonnepark op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet hoger mag zijn de geluidwaarden die zijn opgenomen in tabel 22.3.1 van het omgevingsplan (hieronder overgenomen in tabel 4.2). Gelet op de analyse in paragraaf 4.8 mag verwacht worden dat deze geluidswaarden niet overschreden worden. Wegverkeerslawaai Binnen het projectgebied worden geen geluidgevoelige gebouwen opgericht. De aanleg van het zonnepark leidt evenmin tot een verhoogde gevelbelasting van geluidgevoelige gebouwen (zie paragraaf 4.8). Een toetsing aan de geluidswaarden van het Bkl op dit punt is niet noodzakelijk.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
07:00-19:00 uur 50 dB(A)
19:00-23:00 uur 45 dB(A)
23:00-07:00 uur 40 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Tabel 4.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw (bron: Omgevingsplan gemeente Hilversum)
Industrielawaai/Luchthavenbesluit Het projectgebied ligt tegenover bedrijventerrein De Rading. Hier zijn bedrijven in de milieu categorieën 1 t/m 3.1 toegestaan. Er is geen sprake van een geluidproductieplafond (of gezoneerd industrieterrein). Aangezien het zonnepark geen geluid- of andere hindergevoelige bebouwing bevat, leveren de omliggende bedrijven geen belemmering op. Onderzoek is niet nodig.
4.10 Geur Beoordelingskader Bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
26
artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. In het Omgevingsplan gemeente Hilversum zijn geurregels opgenomen over: • Het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2); • Het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3); • Andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4); • Het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5). Voor zonneparken zijn geen geurregels opgenomen. In paragraaf 8.5.1 Bkl staan algemene en specifieke beoordelingsregels voor geur. Bij aanvragen voor Bopa’s wordt aan deze regels getoetst. Toetsing Het zonnepark leidt niet tot geuremissies (zie hiervoor ook de beoordeling in Bijlage 4). Daarnaast worden er geen geurgevoelige gebouwen binnen het projectgebied opgericht. Dat betekent dat een toetsing aan het omgevingsplan en het Bkl (of Bal) op dit punt achterwege kan blijven.
4.11 Omgevingsveiligheid Beoordelingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Er zijn regels voor omgevingsveiligheid opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten. In het navolgende wordt het beoordelingskader voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico De grenswaarden en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico met betrekking tot (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. In omgevingsplannen en bij Bopa’s moeten de grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) in acht worden genomen. Dat geldt ook voor de standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden. Dit is opgenomen in bijlage VII Bkl.
Groepsrisico Bij het groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Dit zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het gaat om ongevallen vanwege brand, explosie en een gifwolk. Afhankelijk van het type
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
27
activiteit met gevaarlijke stoffen, gelden voor het aandachtsgebied vaste afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brandof explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, artikel 4.90 t/m 4.96). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang en verzorgingshuizen, geldt altijd een voorschriftengebied. Hierop zijn dus aanvullende bouweisen van toepassing (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan de gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in het omgevingsplan en/of in de omgevingsvergunning.
Overige bepalingen Naast bovengenoemde regels, is voor een aantal specifieke situaties nog het volgende van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: paragraaf 5.1.2.3 Bkl; • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: paragraaf 5.1.2.4 Bkl; • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten: paragraaf 5.1.2.5 Bkl; • Veiligheid rond luchthavens: paragraaf 5.1.2.6 Bkl.
Afbeelding 4.1 Omgevingsveiligheid (bron: atlasleefomgeving.nl)
Toetsing Rondom het projectgebied zijn risicovolle activiteiten aanwezig (zie afbeelding 4.1). Het gaat om een bedrijf aan Industrieweg 22 te Loosdrecht. De PR 10-6 contour van de risicovolle activiteit blijft binnen de perceelgrens van het bedrijf. Aan de oostkant van het vliegveld ligt een
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
28
aardgastransportleiding. Het bijbehorende brandaandachtsgebied valt buiten het projectgebied. Voor een deel van het projectgebied geldt de PR 10-6 contour (zie paragraaf 3.2.3). Dit houdt verband met het risico op het doorschieten van zweefvliegtuigen. De Verordening Luchthavenbesluit Hilversum beperkt de risico's door in dit gebied kwetsbare gebouwen uit te sluiten. Het zonnepark is niet te beschouwen als een (beperkt) kwetsbare locatie. Evenmin worden binnen het projectgebied beperkt kwetsbare, kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen toegelaten.
4.13 Trilling Beoordelingskader Het aspect 'trillingen' is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het Omgevingsplan gemeente Hilversum. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegestaan op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. Deze maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen van artikel 22.88 en 5.87a van het omgevingsplan. Toetsing Het zonnepark bestaat niet uit trillinggevoelige gebouwen. Er is evenmin sprake van activiteiten die (substantiële) trillingen veroorzaken. In dit opzicht is het zonnepark voor wat betreft het aspect ‘trillingen’ goed inpasbaar binnen de omgeving. Daarin wordt meegewogen dat het meest nabijgelegen trillinggevoelige gebouw (een woning) op een afstand van ongeveer 50 m ligt. 4.14 Welstand Beoordelingskader Welstand gaat over de inpasbaarheid van een bouwwerk in de omgeving. Het gaat dan om uiterlijke kenmerken zoals vorm, kleur of materiaalgebruik. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de gemeentelijke Welstandsnota.
In het Omgevingsplan gemeente Hilversum zijn regels opgenomen met betrekking tot repressief welstandstoezicht (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling en de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van bouwwerken (artikel 22.29). Artikel 22.29 lid 1 onder b van het omgevingsplan bepaalt dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota. Tijdelijke bouwwerken, niet zijnde seizoensgebonden werken zijn uitgesloten van deze welstandstoets. De excessenregeling ziet erop toe dat de gemeente een eigenaar kan verplichten om aanpassingen aan het bouwwerk te verrichten waarmee de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand wordt opgeheven. Onder de Omgevingswet gebeurt dit middels een maatwerkvoorschrift (artikel 22.4). Toetsing Het projectgebied is in de Welstandsnota gemeente Hilversum Herziening 2022 (vastgesteld d.d. 31 oktober 2023) ingedeeld bij het 'buitengebied'. Over het vliegveld wordt opgemerkt: "Verspreid over het buitengebied liggen verschillende enclaves met bebouwing [zoals] het
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
29
vliegveld met vliegveld gerelateerde bedrijven. [...] Functioneel is het vliegveld bij Egelshoek een uitzondering, maar met de uitgestrekte grasvlakte is ook hier het groen overheersend. De bij het vliegveld behorende gebouwen en bedrijven maar ook de kazerne hebben een vormgeving die terug te voeren is op de functie van het gebouw." Voor het buitengebied is het beleid gericht op het beheer en de bescherming van de aanwezige historische waarden van met name de landgoederen en de buitenplaatsen. De ‘welstandscommissie’ zal bij haar advisering aandacht schenken aan "de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren." De welstandsnota bevat geen specifieke criteria voor het projectgebied dan wel voor zonneparken. Aangegeven is dat voor het buitengebied een 'gewoon' welstandsniveau geldt. Op 6 juli 2023 heeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten aangegeven dat de 'trapeziumvormige opzet' van het zonnepark als een goed uitgangspunt voor een nadere uitwerking wordt gezien. Op 12 september 2024 is nader geadviseerd over het aangepaste ontwerp van het zonnepark. Geadviseerd is om de panelen zo groen mogelijk in te passen in de omgeving en om het hek zo laag mogelijk en zo groen mogelijk te realiseren.
Op dit punt wordt verwezen naar hoofdstuk 2 waarin de landschappelijke inpassing van het zonnepark is verantwoord. 4.15 Archeologie en cultuurhistorie Beoordelingskader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn beginselen geformuleerd ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden (artikel 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid voor archeologie is vastgelegd in de Structuurvisie Archeologie ‘De ondergrondse stad’ (2010) met de bijbehorende archeologische beleidskaart. Voor cultuurhistorie en landschap is met name de Omgevingsvisie Hilversum 2040 van belang. De archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn doorvertaald in verschillende dubbelbestemmingen, die zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Hilversum. Toetsing Voor het projectgebied geldt op grond van de archeologische beleidskaart een middelhoge archeologische verwachting.
Dit is in het Omgevingsplan gemeente Hilversum vertaald naar de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - Hoorneboegse Heide eo - Middelhoog' (zie paragraaf 1.4). Dat betekent dat de gronden mede zijn bestemd "voor bescherming en het behoud van de aanwezige archeologische waarden of de naar verwachting aan te treffen archeologische waarde welke niet beschermd zijn ingevolge de Monumentenwet 1988." De bescherming houdt in dat er een verbod is op grondverzet met een oppervlak van meer dan 100 m 2 en een diepte van meer dan 20 cm. De zonnepanelen worden op liggers geplaatst (zie paragraaf 2.2). De bijbehorende stroomkabels worden onder de panelen in kabelgoten gelegd. Het hekwerk wordt niet in de bodem bevestigd maar in betonnen voetstukken geplaatst, zodat deze vanwege het onderhoud eenvoudig demontabel is. Alleen voor de transformator is grondverzet nodig. Deze heeft een oppervlakte van circa 7,5 m2. Voordat de zonnepanelen
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
30
geplaatst worden, zal het terrein tevens beperkt geëgaliseerd worden. Deze werkzaamheden reiken niet tot 20 cm beneden maaiveld. Daarmee blijft het totale grondverzet binnen het projectgebied ruim binnen de regels van dubbelbestemming. Archeologisch onderzoek is niet nodig. In de Omgevingsvisie Hilversum 2040 zijn voor het projectgebied geen specifieke waarden voor cultuurhistorie en landschap aangegeven. Wel geldt de aanduiding 'RES zoekgebied - zon'. In het Omgevingsplan gemeente Hilversum is geen cultuurhistorische dubbelbestemming voor het projectgebied opgenomen. Ook voor landschap geldt geen specifiek beschermingsregime. Zie verder hoofdstuk 2 waarin de landschappelijke inpassing van het zonnepark verantwoord is. 4.16 Bodem Beoordelingskader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Deze regels zijn te vinden in paragraaf 5.1.4.5. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders die de Omgevingswet voor deze vormen van gebruik stelt, zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.
De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: • het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Artikel 5.89i Bkl bepaalt dat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, opgenomen worden in het (nieuwe deel van het) omgevingsplan. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (artikel 5.89K Bkl). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden uitgevoerd naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Toetsing Het projectgebied is in het verleden in agrarisch gebruik geweest. Daarna is het deel gaan uitmaken van het vliegveld.
Er zijn geen indicaties dat er sprake is van bodem- en/of grondwaterverontreiniging. De kaart van het Bodemloket wijst daar evenmin op. Het projectgebied is niet te beschouwen als een bodemgevoelige locatie. Een zonnepark bestaat evenmin uit bodemgevoelige gebouwen. Van bodemverontreiniging vanwege het zonnepark is geen sprake. Aangezien er maar zeer beperkt grondverzet plaatsvindt (zie paragraaf 4.15) en de vrijkomende grond niet wordt afgevoerd maar binnen het projectgebied wordt toegepast, is het uitvoeren van een onderzoek naar de bodem- en grondwaterkwaliteit niet nodig.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
31
4.17 Water Beoordelingskader Op grond van artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening worden gehouden met de gevolgen van plannen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden de opvattingen betrokken van het bestuursorgaan dat voor dit beheer verantwoordelijk is. Dit gebeurt door onder meer rekening te houden (instructie)regels van de provincie en het waterschap. Verder bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl regels over: • het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; • het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en • het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen in het kader van de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit het Omgevingsplan gemeente Hilversum van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Toetsing De huidige situatie binnen het projectgebied is in paragraaf 2.1 beschreven. Het projectgebied bestaat uit een grotendeels onverhard terrein. Aan de westkant is, evenwijdig aan de beplantingssingel langs de Rading, een watergang aanwezig. Daarnaast ligt een waterleiding van Vitens.
Het oostelijke deel van het projectgebied bestaat met name uit grasland. Op dit deel van het projectgebied wordt het zonnepark aangelegd (zie paragraaf 2.2). Het westelijke deel met de beplantingssingel, sloot en waterleiding (inclusief belemmeringenstrook) blijven onbebouwd.2 In de Omgevingsverordening Provincie Noord-Holland is aangegeven dat het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor het projectgebied een waterpeil vaststelt. Uit de Legger van het waterschap blijkt dat dit peil 0,7 -NAP is. Verder blijkt uit de Legger dat de sloot binnen het projectgebied geen primaire of secundaire watergang is. In de omgevingsverordening is verder aangegeven dat de 'Regionale Verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht' gehanteerd wordt. Dit houdt in dat bij een onmiddellijk of dreigend watertekort er een bepaalde prioritering wordt toegepast. Voor de aanleg van een zonnepark binnen het projectgebied heeft dit geen gevolgen. Op grond van de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht (1 januari 2024) is de sloot binnen het projectgebied aangeduid als 'oppervlaktewaterlichaam'. Hiervoor geldt een specifieke zorgplicht.
Deze houdt in dat alle passende maatregelen worden getroffen om: • aantasting van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam naar afmeting, vorm en constructie te voorkomen; • waterstandverhoging en afname van het bergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken; • nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk te voorkomen; en • belemmeringen in het oppervlaktewaterlichaam voor het uitvoeren van onderhoud te voorkomen. De sloot binnen het projectgebied wordt, zoals gezegd, ongemoeid gelaten. Vanwege het onderhoud aan deze sloten wordt het hekwerk in betonnen voetstukken geplaatst en dus niet in de bodem bevestigd. Daardoor is het hek demontabel met het oog op de 2 Een en ander is afgestemd met Vitens o.b.v. een KLIC-melding.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
32
onderhoudswerkzaamheden. Zodoende worden geen belemmeringen opgeworpen om de zorgplicht te kunnen vervullen. De sloot wordt onderhouden vanuit de 4,2 m brede belemmeringenstrook van de hoofdwaterleiding. Deze strook is breed genoeg voor een kraan en die kan ook eenvoudig over het (demontabele) hekwerk heen grijpen. De sloot wordt jaarlijks tussen eind augustus en begin oktober onderhouden. Er worden geen gesloten oppervlakten binnen het projectgebied gecreëerd. Het hemelwater kan tussen de panelen door in de bodem blijven infiltreren. Overtollig hemelwater wordt, net als nu, afgevoerd op de aanwezige sloot. Alleen de plaatsing van de transformator leidt tot een toename in verhard oppervlak. Dit is dermate gering (7,5 m2) dat er geen sprake is van een verhoogde afvoer uit het projectgebied. Compenserende maatregelen zijn daarmee niet aan de orde. 4.18 Ontplofbare oorlogsresten Beoordelingskader In opdracht van de gemeente Hilversum heeft Saricon een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten (OO) uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was om op beredeneerde wijze te komen tot een waarschijnlijkheidsuitspraak over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen de gemeente. Geconcludeerd is dat er voldoende indicaties zijn om te spreken van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.
Op basis van diverse oorlogshandelingen en militaire aanwezigheid gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn binnen de gemeente gebieden als verdacht aangemerkt. Deze zijn aangegeven op de 'bodembelastingkaart'.
Afbeelding 4.2 Bodembelastingkaart (bron: gemeente Hilversum)
Toetsing Het vliegveld Hilversum is op de Bodembelastingkaart onontplofbare resten aangeduid als 'verdacht op landmijnen' (zie afbeelding 4.2). De status als verdachte locatie betekent dat bij grondverzet een ‘Vooronderzoek na-conflictperiode’ moet worden verricht. Zoals aangegeven in paragraaf 4.15 is zeer beperkt grondverzet voor de aanleg van het zonnepark nodig. Het gaat
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
33
dan met name om de bouw van de transformator (7,5 m2). Deze wordt op een fundering geplaatst. Tevens wordt het terrein deels geëgaliseerd. Voorafgaand aan deze werkzaamheden wordt een ‘Vooronderzoek na-conflictperiode’ uitgevoerd.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
34
5. Financieel-economische uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid In deze GoFlo is onderbouwd dat met de realisatie van het zonnepark een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt. Er is op voorhand geen reden om aan te nemen dat het zonnepark vanwege financiële redenen niet gerealiseerd kan worden. Energiecoöperatie HilverZon en Stichting Vliegveld Hilversum hebben de kosten en baten (inclusief subsidiemogelijkheden) doorgerekend en daarover schriftelijke afspraken met elkaar gemaakt. De businesscase blijkt positief. Daarmee is er sprake van een economisch uitvoerbaar planvoornemen. Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om ‘kostenverhaalsplichtige activiteiten’ als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob) ofwel 'een aangewezen bouwactiviteit’. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Ob maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Ob.
Een zonnepark valt niet onder de kostenverhaalsplichtige activiteiten uit artikel 8.13 Ob. Er kan daarmee worden afgezien van kostenverhaal. Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV Ob aangewezen als ‘verhaalbare kostensoorten’. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding door rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die een persoon onevenredig zwaar treft. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. Directe schade ontstaat omdat bestaande rechten worden ingeperkt. Indirecte schade heeft betrekking op toegevoegde activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Voor de gemeente is dit uitgewerkt in de Verordening nadeelcompensatie Hilversum 2022. Aangezien de grond in eigendom is van de gemeente en het planvoornemen waarschijnlijk niet leidt tot schade voor derden, wordt er geen nadeelcompensatie overeenkomst afgesloten.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
35
6. Voorbereiding & Participatie Verkennen initiatief (vooroverleg) Aan het participatietraject is een uitgebreide verkenning van de initiatiefnemer met de gemeente Hilversum, Stichting Vliegveld Hilversum en betrokken adviseurs voorafgegaan. Daarbij ging het om aspecten als: veiligheid voor het vliegverkeer, landschappelijke en ecologische inpassing, toetsing aan provinciaal beleid, welstand, ontplofbare oorlogsresten en financiële haalbaarheid. Tijdens deze fase is het ontwerp voor het zonnepark aangepast vanwege de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (zie paragraaf 4.12). Aanvankelijk was het de bedoeling om het zonnepark op palen te plaatsen. Vanwege het bijbehorende grondverzet zou er een terreindekkend onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten nodig zijn geweest. Gelet op de hoge kosten van een dergelijk onderzoek, zou de financiële haarbaarheid in gevaar (kunnen) komen. Mede daarom is besloten het zonnepark boven de grond op liggers te plaatsen. Participatie Er is een participatietraject doorlopen aan de hand van de gemeentelijke Handleiding 'betrek de buurt'. Op 2 december 2023 heeft een inloopbijeenkomst plaatsgevonden in Restaurant Vliegveld Hilversum. De bijeenkomst was bedoeld voor alle inwoners van de gemeente. Belangstellenden konden de plannen inzien.
Vertegenwoordigers van energiecoöperatie HilverZon, Stichting Vliegveld Hilversum en de gemeente waren aanwezig om vragen te beantwoorden. Het participatieverslag is toegevoegd als Bijlage 5. Tijdens het participatietraject is door omwonenden de wens uitgesproken om de paneelhoogte te verlagen, zodat het zonnepark minder zichtbaar is vanaf de Rading. Hieraan is tegemoet gekomen met het aangepaste landschappelijk inpassingsplan. De maximale bouwhoogte is hiermee verlaagd van 1,5 m naar 0,7 m.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
36
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Landschappelijk inpassingsplan Ecologische inventarisatie Addendum ecologische inventarisatie Inschatting inpasbaarheid activiteiten Participatieverslag
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
37
COLOFON Opdrachtgever Energiecoöperatie HilverZon Rapportage Gorissen Ruimtelijk Advies info@gorissenadvies.nl
Datum 15 mei 2025 Status DEFINITIEF
Copyright @2025 Gorissen Ruimtelijk Advies. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.