GoFlo zonnepark Hilversum v2
Tekst van het document
GoFlo Zonnepark vliegveld Hilversum
Versie 2.3 15 mei 2025
Inhoud 1.
Inleiding ..................................................................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2.
Planbeschrijving ......................................................................................................................... 7 2.1 2.2
3.
HUIDIGE SITUATIE ......................................................................................................................... 7 VOORGENOMEN ONTWIKKELING...................................................................................................... 8
Beleid en regelgeving ............................................................................................................... 13 3.1 3.2 3.3
4.
AANLEIDING ................................................................................................................................ 3 PROJECTGEBIED............................................................................................................................ 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................................... 4 PROCEDURE ................................................................................................................................ 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................. 6
RIJK ......................................................................................................................................... 13 PROVINCIE ................................................................................................................................ 15 GEMEENTE ................................................................................................................................ 17
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ................................................................................. 20 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18
M.E.R.-BEOORDELING .................................................................................................................. 20
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING .................................................................................... 20 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................ 21 GEZONDHEID ............................................................................................................................. 21 VERKEER & PARKEREN................................................................................................................. 22 NATUUR ................................................................................................................................... 22 LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................................ 24 ACTIVITEITEN EN MILIEUZONERING ................................................................................................. 24 GELUID ..................................................................................................................................... 25 GEUR ....................................................................................................................................... 26 OMGEVINGSVEILIGHEID ...............................................................................................................
27 TRILLING ................................................................................................................................... 29 WELSTAND................................................................................................................................ 29 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................. 30 BODEM .................................................................................................................................... 31 WATER..................................................................................................................................... 32 ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN .................................................................................................... 33
5.
Financieel-economische uitvoerbaarheid ................................................................................. 35
6.
Voorbereiding & Participatie .................................................................................................... 36
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
2
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Energiecoöperatie HilverZon en Stichting Vliegveld Hilversum (hierna: 'initiatiefnemer') zijn van plan om samen een kleinschalig zonnepark (circa 1,2 hectare) te realiseren op een strook grond aan de noordwestzijde van vliegveld Hilversum. Het zonnepark krijgt een opgesteld vermogen van circa 500 kWp, wat erop neerkomt dat ongeveer 150 huishoudens door de energiecoöperatie van duurzame stroom kunnen worden voorzien. Een stap in de goede richting voor de gemeente Hilversum, die ernaar streeft om voor 2040 energieneutraal te zijn. Het zonnepark draagt ook bij aan de verduurzaming van het vliegveld zelf. Stichting Vliegveld Hilversum wil onder meer elektrische laadpalen voor fietsen, auto's en vliegtuigen gaan plaatsen. Dit stimuleert het elektrisch vliegen, wat op termijn tot schonere en stillere vluchten kan leiden.
Afbeelding 1.1 Huidige situatie projectgebied (bron: Lindemans Landschapsarchitecten)
Uit onderzoek van de Noord-Hollandse Energie Regio - in het kader van de Regionale Energie Strategie - is gebleken dat vliegvelden potentie hebben voor duurzame energieopwekking ('Luchthavens en energie', april 2020). Vliegvelden worden gekenmerkt door een groot ruimtebeslag. Medegebruik door andere functies is beperkt mogelijk vanwege veiligheidsvoorschriften en milieuhinder. Een combinatie met opstellingen van grondgebonden zonnepanelen is kansrijk. Succesvolle voorbeelden hiervan zijn de zonneparken op de luchthavens Groningen Airport Eelde (20 hectare) en Rotterdam The Hague Airport (7,7 hectare). Dergelijke zonneparken kunnen de ontwikkeling naar all-electric airports en elektrisch vliegen versnellen. Ook omliggende bedrijvigheid kan profiteren van de plaatselijk opgewekte duurzame stroom. Een ander voordeel die het onderzoek benoemt is dat zonnepanelen onkruidvorming en daarmee overlast van vogels kunnen tegengaan. Aandachtspunt is wel dat de zonnepanelen op een veilige afstand van de start- en landingsbanen geplaatst worden. Dit heeft niet te maken met eventuele schittering (die nihil is), maar met de kans op het doorschieten of te vroeg landen van vliegtuigen. Aanbevolen wordt om van een afstand van 150 m uit te gaan. Voor het beoogde zonnepark op vliegveld Hilversum kan aan deze richtlijn worden voldaan (zie paragraaf 2.2).
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
3
1.2 Projectgebied De locatie van het zonnepark bevindt zich, zoals aangegeven, aan de noordwestkant van vliegveld Hilversum. Het gaat om een deel van kadastraal perceel 'gemeente Hilversum, sectie H, nummer 3938' (hierna: 'projectgebied'). In afbeelding 1.2 is de globale ligging en begrenzing van het projectgebied aangegeven. Het gaat om een groenstrook die ook wel bekend is als 'de schaapskooi'. Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de doodlopende weg de Tjalk en door een bosperceel. Aan de oostkant liggen de start- en landingsbanen van het vliegveld. Aan de zuidzijde is een opslagterrein met een gebouw en containers aanwezig. De westzijde van het projectgebied grenst aan de weg de Rading en het gelijknamige bedrijventerrein.
Afbeelding 1.2 Het projectgebied (bron: perceelloep.nl)
1.3 Het omgevingsplan Het projectgebied is onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Hilversum (in werking d.d. 13 mei 2024). Onderdeel van dat omgevingsplan is het bestemmingsplan Hilversum Vliegveld (vastgesteld d.d. 5 februari 2014). Hierin is het projectgebied bestemd als 'Verkeer - Luchtverkeer'. Naast luchtvaart zijn hier “aan luchtvaart gerelateerde bedrijfsdoeleinden" en "bijbehorende voorzieningen" toegestaan (artikel 3.1). Aangezien het zonnepark niet uitsluitend ten dienste staat van de luchthaven, is er voor wat betreft het gebruik sprake van strijdigheid met het omgevingsplan. In de bouwregels van het bestemmingplan is bepaald dat 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd mogen worden (artikel 3.2.2a). Voor het projectgebied geldt deels een bouwvlak. Dit heeft betrekking op de plek waar op dit moment containers staan opgesteld. Voor ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ is bepaald dat deze niet hoger mogen zijn dan 2 m. Het oppervlakte is niet gelimiteerd. Uit paragraaf 2.2 blijkt dat het zonnepark binnen deze bouwregels past. De opstelling met zonnepanelen krijgt een maximale bouwhoogte van 0,7 m. Voor de hekwerken gaat het om 1,8 m. Er is dus voor wat betreft het bouwen geen sprake van strijdigheid met het omgevingsplan.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
4
Afbeelding 1.3 Het bestemmingsplan Hilversum Vliegveld (bron: 0402.ropubliceer.nl)
Er gelden binnen het projectgebied beperkingen op grond van twee dubbelbestemmingen en een gebiedsaanduiding. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie Hoorneboegse Heide eo - Middelhoog' bepaalt dat er geen bouwwerken gebouwd mogen worden, mits "de omvang van die bouwwerken kleiner is dan 100 m² en deze ook niet dieper in de grond reiken dan 20 cm" (artikel 6.2). Het zonnepark is groter dan 100 m2. Dit betekent normaliter dat er advies moet worden gevraagd van een "deskundige inzake archeologie" (artikel 6.3a/b). Echter, er is sprake van een opstelling die een grondverzet van minder dan 100 m2 met zich meebrengt. Dat komt omdat het zonnepark op liggers geplaatst wordt (vergelijkbaar met dakconstructies). Daarnaast worden de stroomkabels in kabelgoten onder de panelen gelegd. Hierdoor is minimaal grondverzet nodig (zie paragraaf 4.15). Op dit punt wordt voldaan aan de dubbelbestemming. De dubbelbestemming 'Leiding - Water' heeft betrekking op "de aanleg, de instandhouding en bescherming van (hoofd)transportleidingen" (artikel 5.1a). Hier mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Er geldt een bebouwingsvrije zone van 4 m ter weerszijden van de hartlijn van de waterleiding. Binnen deze zone wordt niet gebouwd. Dit blijkt uit het landschappelijk inpassingsplan (zie paragraaf 2.2).
Tenslotte is ook de gebiedsaanduiding 'geluidzone - luchtvaartverkeer 2' op het projectgebied van toepassing. Dit brengt beperkingen met zich mee voor 'geluidsgevoelige bebouwing'. Het zonnepark kan niet worden aangemerkt als geluidsgevoelige bebouwing. 1.4 Procedure Voor het afwijkend gebruik ten behoeve van het zonnepark is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet (Ow) vereist. De aanvraag van een Bopa vraagt om een ‘goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (een zogeheten ‘GoFlo’). In deze GoFlo wordt
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
5
aangetoond dat sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Daarbij moet in ieder geval voldaan worden aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b t/m 8.0e van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Verder zijn de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 Bkl van belang. In voorliggende GoFlo komen deze beoordelings- en instructieregels aan bod. Hieruit volgt dat bij de realisatie en het gebruik van het zonnepark sprake is van ETFAL. Een Bopa doorloopt de reguliere procedure op grond van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is een procedure van 8 weken, die eenmaal met 6 weken verlengd kan worden. Een uitgebreide procedure op grond van afdeling 3.4 Awb is in dit geval niet aan de orde. Deze procedure geldt voor uitzonderlijke gevallen, waaronder voor activiteiten die aanzienlijke gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving én waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben (artikel 16.65 lid 4 Ow). In deze GoFlo is aangetoond dat het zonnepark geen aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft. De gemeenteraad heeft op 9 maart 2022 een lijst met gevallen voor bindend adviesrecht vastgesteld. Tot die gevallen behoren: “het realiseren van windmolens en/of zonneweiden” en “het bouwen van bouwwerken in en aangrenzend aan natuurgebieden”.
Beide zijn van toepassing op het planvoornemen. Dit betekent dat het college de Bopa slechts kan verlenen bij een positief advies van de gemeenteraad. 1.5 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de huidige situatie en laat zien hoe het projectgebied in de toekomst wordt ingericht. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid en de regelgeving van het Rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en het milieu, onder meer op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, natuur, geluid, omgevingsveiligheid en landschap. De laatste twee hoofdstukken hebben betrekking op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het planvoornemen.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
6
2.
Planbeschrijving
2.1 Huidige situatie Vliegveld Hilversum is in eigendom van de gemeente Hilversum en wordt sinds 1948 verhuurd aan Stichting Vliegveld Hilversum. Het vliegveld heeft een omvang van circa 54 hectare, waarvan het grootste deel in beslag wordt genomen door het grasveld van de start- en landingsbanen. Aan de rand van het vliegveld zijn een restaurant en diverse voorzieningen aanwezig, waaronder hangaars, een vliegschool, een controletoren en parkeerterreinen. Afbeelding 2.1 bevat een recente luchtfoto en geeft een indruk van de huidige situatie binnen het projectgebied. Het vliegveld wordt gebruikt voor lesvluchten, rondvluchten, helikoptervluchten, parachute springen en zweefvliegen. Jaarlijks zijn er circa 40.000-45.000 vliegbewegingen. Meer dan de helft daarvan betreft les- en oefenvluchten. De overige vluchten zijn bedrijfsmatig of recreatief.
Afbeelding 2.1 Huidige situatie vliegveld (bron: perceelloep.nl)
Het projectgebied ligt aan de noordwestelijke rand van het vliegveld. Op dit moment heeft het projectgebied geen directe functie voor de luchthaven. Uitzondering daarop vormt het meest zuidelijke deel waar opslagcontainers geplaatst zijn ten behoeve van het zweefvliegen. Rond het projectgebied is een hek van 1,2 m aanwezig. Het terrein is toegankelijk vanaf de Rading (hoofdtoegang met hek en dam) en aan de noordzijde (twee toegangen). Eén van de noordelijke entrees ontsluit het nutsgebouw en de waterleiding van Vitens. In het projectgebied is veel groen aanwezig. Het deel dat direct grenst aan de start- en landingsbanen bestaat grotendeels uit gras en andere lage beplanting. Langs de Rading is een forse beplantingsstrook aanwezig met bomen en struiken. Evenwijdig aan deze groenstrook ligt een sloot. Rondom de opslagcontainers aan de zuidkant van het projectgebied zijn eveneens enkele grote bomen en struiken aanwezig. Afbeelding 2.2 geeft een indruk van de huidige situatie binnen het projectgebied.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
7
Afbeelding 2.2 Huidige situatie projectgebied (bron: Lindemans Landschapsarchitecten)
2.2 Voorgenomen ontwikkeling Lindemans Landschapsarchitecten heeft aan de hand van de Kwaliteitsimpuls Zonneparken (provincie Noord-Holland, juli 2019) een landschappelijk inpassingsplan voor het zonnepark opgesteld (zie Bijlage 1). De tekst van deze paragraaf is grotendeels aan dit inpassingsplan ontleend. Historie Het vliegveld Hilversum ligt in de Vechtstreek, op de overgang van de veengebieden van Loosdrecht naar de hogere zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug. De loop van de rivier de Vecht heeft bij Loosdrecht geleid tot het ontstaan van een veerveenverkaveling, de 'Ster van Loosdrecht'. Deze verkaveling liep door tot op het vliegveld en is op luchtfoto’s nog herkenbaar in de ondergrond. Op maaiveldniveau is er weinig meer van terug te zien. De oude veerveenverkaveling is nog wel beleefbaar buiten het vliegveld. Aan de westzijde komt het deels terug in de verkaveling van bedrijventerrein Rading. Ten zuiden van het vliegveld is de oude verkaveling het best bewaard gebleven. De agrarische percelen hebben hier hun opstrekkende karakter behouden, al zijn ze door ruilverkaveling op sommige plekken wel vergroot (zie afbeelding 2.3).
Afbeelding 2.3 Topografische kaarten 1900 en 1950 (bron: topotijdreis.nl)
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
8
In 1938 en 1939 is het vliegveld aangelegd. Tijdens de oorlog werd het gebruikt voor de mobilisatie. De Duitsers hebben het vliegveld uitgebreid, maar in beperkte mate gebruikt. Tijdens de oorlog werden er vooral lesvliegtuigen gemonteerd en ingevlogen. Gedurende de bevrijding is het vliegveld gebruikt door lichte vliegtuigen van de geallieerden. Na de oorlog is het vliegveld teruggebracht tot zijn oorspronkelijke omvang en op 10 juni 1948 is het officieel in gebruik genomen. Een overblijfsel uit de oorlogstijd is de bunker tegenover de splitsing van de Rading en Tjalk. Het reliëf op het terrein van het vliegveld is ontstaan als gevolg van erosie door wind en water. De noordoostelijke helft van het vliegveld bestaat uit gordeldekzandwelvingen, die de flank van de stuwwal vormen. De zuidwestelijke helft bestaat uit een vlakte van verspoelde dekzanden. Het veengebied dat tussen de Vecht en de stuwwal ontstaan is, liep in de middeleeuwen tot op de zuidwestelijke punt van het vliegveld. Nu is dat veen afgegraven of geoxideerd en bestaat de ondergrond uit leemarm fijn zand (Laarpodzolgronden). De geologische geschiedenis is nog deels terug te zien in de hoogteverschillen binnen het projectgebied. Van noord naar zuid loopt het terrein af van circa 1,10-1,25 m +N.A.P. tot circa 0,5-0,70 m +N.A.P.
In het noordelijke deel van het projectgebied ligt lokaal een hoger gedeelte (circa 1,55 +N.A.P.), dat mogelijk te maken heeft met de pompvoorzieningen van de daar aanwezige waterleiding. Langs de oostrand van het projectgebied komen plaatselijke verhogingen tot circa 2,0 m +N.A.P. voor.
Afbeelding 2.4 Landschappelijk inpassingsplan (bron: Lindemans Landschapsarchitecten)
Landschappelijk inpassingsplan Afbeelding 2.4 geeft het landschappelijk inpassingsplan weer. Zie Bijlage 1 voor de tekening in groot formaat en de legenda. Het zonnepark komt in het oostelijke deel van het projectgebied te liggen. Er wordt een ruime afstand aangehouden tot de beplantingsstrook en sloot aan de westkant. De belemmeringenstrook van 4 m uit het hart van de waterleiding (zie paragraaf
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
9
1.3), blijft gevrijwaard van bebouwing (zie afbeelding 2.6). De panelen komen te liggen binnen een gebied van circa 220 m lang en 48 m breed. De zuidelijke punt van dit gebied is op dit moment in gebruik voor opslagcontainers. De meest noordelijke containers worden verplaatst naar het zuiden. Het groen rond deze containers blijft behouden, met uitzondering van enkele coniferen die vervangen worden door inheemse heesters. Het sortiment wordt afgestemd met de gemeente. De ontwerpkeuzes voor de inrichting van het projectgebied zijn verantwoord op blz. 20 en 21 van het landschappelijk inpassingsplan. Aanvankelijk was er sprake van een ruimtelijk ontwerp die de oude verkavelingsrichting meer volgde. Daar is later vanaf gestapt omdat er op een specifieke manier gebouwd moet worden, vanwege eventueel aanwezige onontplofbare resten uit de tweede wereldoorlog. In paragraaf 4.18 wordt op deze onontplofbare resten ingegaan. Het inpassingsplan gaat uit van zonnepanelen die noordoost-zuidwest gericht zijn. De zonnepanelen worden op liggers geplaatst. Daaronder wordt worteldoek, grind en (in ieder geval langs de randen) houtsnippers aangebracht. Afbeelding 2.5 geeft een voorbeeld van een dergelijke opstelling. Het is vergelijkbaar met de wijze waarop zonnepanelen op daken worden geplaatst. Het grote voordeel ervan is dat de hoogte beperkt is. In dit geval worden de zonnepanelen 0,7 m hoog.
Een ander voordeel is dat er nauwelijks grondverzet voor nodig is. Dit is van belang omdat het projectgebied een middelhoge archeologische verwachting heeft en, zoals gezegd, mogelijk onontplofbare resten uit de tweede wereldoorlog bevat (zie hoofdstuk 4). Aan de oostzijde van het zonnepark komt een onderhoudsstrook van 2,2 m breed. Halverwege het projectgebied is een dam en toegangshek aanwezig. Deze wordt als ingang voor het zonnepark gebruikt. De toegang krijgt een breedte van 3,5 m. Dit is conform de eisen van de brandweer. In het meest noordelijke deel van het projectgebied liggen de voorzieningen van Vitens. Dit gebied blijft open. Er worden afspraken met Vitens gemaakt over de vereiste toegankelijkheid.
Afbeelding 2.5 Voorbeeld beoogde paneelopstelling (indicatief)
De transformator wordt aan de noordzijde van het zonnepark geplaatst en is bereikbaar via de Tjalk. Het gaat om een zogeheten ‘compactstation’ met een omvang van circa 2,9 x 2,4 x 1,7 m. De transformator heeft een vermogen van 0,63 MVA en wordt bij voorkeur in donkergrijs uitgevoerd. Rondom het zonnepark komt een hekwerk met een hoogte van maximaal 1,8 m. Aan de westzijde loopt het hekwerk langs de insteek van de sloot. Het hekwerk is demontabel zodat
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
10
onderhoud van de sloot mogelijk blijft. De randzones direct naast de zonnepanelen zijn bedoeld als onderhoudspad (zie boven). De verder weg gelegen gronden, zoals het gebied vanaf de sloot tot en met de belemmeringenstrook van de waterleiding en het open gebied aan de noordzijde, worden als kruidenrijk- en bloemrijkgrasland ingezaaid en ecologievriendelijk beheerd. Afbeelding 2.6 bevat een dwarsdoorsnede van het zonnepark en bijbehorende randzones.
Afbeelding 2.6 Dwarsdoorsnede projectgebied (bron: Lindemans Landschapsarchitecten)
Afbeelding 2.7 Ligging zonnepark t.o.v. start- en landingsbanen (bron: Verordening Luchthavenbesluit Hilversum)
In het in paragraaf 1.1 genoemde onderzoek van de Noord-Hollandse Energie Regio is de aanbeveling opgenomen om zonneparken op een afstand van minimaal 150 m van de start- en landingsbanen te plaatsen. Afbeelding 2.7 bevat een tekening van de start- en landingsbanen op grond van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum. De kortste afstand van het zonnepark tot deze start- en landingsbanen bedraagt minimaal 180 m. Het gaat hier overigens
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
11
uitsluitend om het gemotoriseerde vliegverkeer. Zweefvliegtuigen mogen van andere banen gebruik maken. Voor dit type vliegtuigen levert de komst van het zonnepark geen extra risico's of belemmeringen op. Het zonnepark komt achter het bestaande hekwerk te liggen. Dit hekwerk wordt weliswaar 60 cm opgehoogd, maar de zweefvliegtuigen zitten dan al op grotere hoogte.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
12
3.
Beleid en regelgeving
3.1 Rijk 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangen van het Rijk komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Van de 4 prioriteiten uit de NOVI zijn met name 1, 2 en 4 op het zonnepark van toepassing. Deze prioriteit zijn uitgewerkt in beleidskeuzes. Van de beleidskeuzes onder prioriteit 1 is nr. 1.4 relevant: "We realiseren de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies." Het Rijk gaat uit van een 'voorkeursvolgorde voor zon-PV'. Dat houdt in dat zonnepanelen bij voorkeur op daken en gevels van gebouwen geplaatst worden. Daarna krijgen de onbenutte terrein in bebouwd gebied de voorkeur. Tenslotte komt het landelijk gebied in beeld, waarbij dan vooral gezocht moet worden naar 'slimme functiecombinaties' zoals bermen van spoor- en autowegen. Bij voorkeur worden landbouw- en natuurgebieden ontzien. Het projectgebied maakt deel uit van het landelijk gebied (zie ook paragraaf 3.2.2). Daarmee valt het initiatief in de laatste categorie. Er is sprake van een functiecombinatie omdat het zonnepark onderdeel is van vliegveld Hilversum. Van de beleidskeuzes onder prioriteit 2 is nr. 2.3 relevant. Daarin komt de luchtvaart aan bod. Uiteraard gaat dit vooral over Schiphol en andere grote luchthavens, maar de inzet is breder toepasbaar: "Bij de toekomstige ontwikkeling van de luchtvaart moeten de negatieve effecten op mens, natuur en milieu verminderen.
Binnen deze kaders kan de luchtvaart zich blijven ontwikkelen." Het zonnepark zet een stap naar elektrificatie van het vliegveld. Dat past in deze kaders. Van de beleidskeuzes onder prioriteit 4 is nr. 4.2 relevant: “De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut.” Er wordt een strook van 8 m ingezaaid
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
13
met bloem- en kruidenrijk grasland (zie paragraaf 2.2). Daarmee wordt invulling gegeven aan de ligging van het projectgebied als schakel tussen natuurgebieden en neemt de biodiversiteit toe. Ook de drie algemene afwegingsprincipes uit de NOVI worden met dit planvoornemen in acht genomen. Zo is sprake van functiecombinaties (vliegveld, zonnepark, natuur) en wordt bij de inrichting van het projectgebied rekening gehouden met de karakteristieken van het landschap (zie hoofdstuk 2). Daarnaast wordt afwenteling van het hemelwater voorkomen (zie paragraaf 4.17). 3.1.2 AMvB’s Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In artikel 8.0a lid 2 Bkl is bepaald dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) alleen mag verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De beoordelingsregels voor een Bopa zijn te vinden in artikel 8.0b, 8.0c, 8.0d en 8.0e Bkl. Op grond van artikel 8.0b Bkl moet er getoetst worden aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofstuk 5 Bkl. Dit betekent dat in de GoFlo min of meer dezelfde onderdelen moeten terugkomen als in de motivering van een omgevingsplanwijziging. Dat was onder de voormalige Wro en Wabo in feite ook al het geval (vgl. de bestemmingsplantoelichting met de ruimtelijke onderbouwing).
Verder is relevant voor een Bopa: • de instructieregels van de provincie voor het omgevingsplan (zie paragraaf 3.2); • eventuele instructies van Rijk en provincie (niet aan de orde voor dit planvoornemen); • de voorbeschermingsregels in het omgevingsplan (idem); • de regels die gelden voor het stellen van maatwerkregels, als het gaat om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een maatwerkregel (zie hieronder).1 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Bal bevat rijksregels over milieubelastende activiteiten. Er zijn vooral regels uit het voormalige Activiteitenbesluit in opgenomen. Het Bbl bevat rijksregels over het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken en kan gezien worden als de opvolger van het voormalige Bouwbesluit. Artikel 8.0e Bkl legt de link tussen maatwerkregels en een Bopa. Als de regel uit het omgevingsplan waarvan met de Bopa wordt afgeweken een maatwerkregel is, moet rekening worden gehouden met de regels die gelden voor het stellen van die maatwerkregel. De zinsnede ‘rekening houden met’ betekent dat het bevoegd gezag gemotiveerd mag afwijken van die regels. Toetsing Voorliggende GoFlo voldoet aan de regels uit artikel 8.0a t/m 8.0e en hoofdstuk 5 Bkl. Aangenomen mag worden dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Op grond van het Bbl geldt geen vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit (artikel 2.26). Voor de ruimtelijke bouwactiviteit is een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit nodig (OPA). De uitzonderingen uit artikel 2.29 Bbl en uit artikel 22.27 van het Omgevingsplan gemeente Hilversum zijn namelijk niet van toepassing. Verder geldt
1 Ook de aanvraagvereisten voor de Bopa op grond van artikel 7.207b, onder 2 Omgevingsregeling zijn relevant.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
14
dat in het Bbl geen specifieke bouw- en veiligheidsvoorschriften voor zonneparken zijn opgenomen. Op grond van het Bal is een zonnepark met bijbehorende voorzieningen niet aangemerkt als een milieubelastende activiteit. Dat betekent dat er op rijksniveau geen algemene regels gelden. 3.2 Provincie 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid (vastgesteld d.d. 19 november 2018) is het integrale kader voor de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie Noord-Holland. Er komen grote onderwerpen aan bod, zoals klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling en verminderde biodiversiteit. De provincie kijkt hier in samenhang naar en formuleert ambities voor de toekomst. De leidende ambitie is het creëren van balans tussen economische groei en leefbaarheid: "Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kúnnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van onze mooie provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding." De omgevingsvisie gaat niet specifiek op vliegveld Hilversum in.
Zonneparken komen slechts zijdelings aan bod. Voorop staat dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen het 'draagvermogen' van het landschap. Dat wil zeggen: "In gebieden met grotere structuren en relatief geringere aanwezigheid van cultuurhistorie zijn meer en grotere ontwikkelingen mogelijk. In gebieden waar de waarden van bijvoorbeeld cultuurhistorie, openheid of ecologie hoog zijn en/of waar de betekenis voor de stad groot is, is alleen ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de instandhouding of versterking van deze kernkwaliteiten", aldus de provincie. In het kader van het thema nieuwe energie zoekt de provincie naar de "regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving [passend] bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen." Vraag en aanbod gebundeld duidt volgens de omgevingsvisie op een "efficiënte benutting van bestaande en nieuwe energie-infrastructuur en van restwarmte". Toetsing De omgevingsvisie gaat, zoals gezegd, niet specifiek in op vliegveld Hilversum of op zonneparken. Aan het algemene uitgangspunt dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen het 'draagvermogen' van het landschap wordt tegemoet gekomen.
Uit het landschappelijk inpassingsplan blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten behouden blijven dan wel versterkt worden (zie paragraaf 2.2). De opgewekte stroom komt ten goede aan plaatselijke huishoudens en (indirect) aan het vliegveld, waarmee vraag en aanbod gebundeld worden. 3.2.2 Omgevingsverordening provincie Noord-Holland De Omgevingsverordening provincie Noord-Holland (versie d.d. 13 maart 2025) geeft aan de hand van regels invulling aan de hoofdambitie van de Omgevingsvisie NH2050 om te komen
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
15
tot een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De regels zijn erop gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en beschermen. "Dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is in het landelijk gebied, maar het vraagt wel om een goede onderbouwing en landschappelijke inpassing", aldus de provincie. Voor gebieden met grotere landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden (i.e. de bijzondere provinciale landschappen), is deze bewijslast logischerwijs zwaarder. Op de kaarten van de omgevingsverordening, is voor het projectgebied het volgende aangegeven: 1. Agrarische bedrijven; 2. Beschermd landschap; 3. Datacenters uitgesloten; 4. Grondbewerkingen voor permanente bollenteelt uitgesloten; 5. Hoogtebeperkingen luchthaven Hilversum; 6. Landelijk gebied 7. Luchthavengebied luchthaven Hilversum; 8. Natura 2000-bufferzone; 9. Ontgrondingen; 10. Peilbesluit; 11. Regionale verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht. In de omgevingsverordening zijn de volgende regels voor zonneparken in het Landelijk gebied opgenomen (artikel 6.39b): 1. "Voor zover het werkingsgebied Landelijk gebied van toepassing is op een omgevingsplan is het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie uitsluitend mogelijk als: a.
een termijnstelling geldt van maximaal 30 jaar, waarbij geldt dat na het verstrijken van deze termijn de opstellingen voor zonne-energie dienen te worden verwijderd en de bestaande toestand wordt hersteld, met uitzondering van gerealiseerde verbeteringen die een aantoonbare meerwaarde hebben voor ecologie of landschap; en; b. voor het gestelde onder a financiële zekerheid wordt gesteld. 2. De termijnstelling als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie op locaties die in gebruik zijn als agrarisch bouwperceel, nutsvoorziening, voor de waterhuishouding, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of infrastructuur voor het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, niet zijnde leidingtracés voor gas, water of elektriciteit. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid maakt een omgevingsplan het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie uitsluitend mogelijk als: a. deze opstellingen landschappelijk zorgvuldig vormgegeven en ingepast worden; en b. is geborgd dat voldoende inspanning wordt gepleegd om te komen tot vijftig procent lokaal eigendom van de lokale omgeving zoals bedoeld in het Klimaatakkoord." Toetsing De kaarten 1, 3 en 4 zijn niet op het projectgebied/zonnepark van toepassing omdat er geen sprake is van een agrarisch bedrijf, datacenter of bloembollenteelt.
Evenmin vinden er ontgrondingsactiviteiten plaats, zodat kaart 9 eveneens buiten beschouwing kan blijven. Dat geldt
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
16
ook voor kaart 10 en 11, die betrekking hebben op de waterhuishouding (zie hiervoor paragraaf 4.17). Op de overige kaarten wordt hierna ingegaan. Beschermd landschap Kaart 2: Binnen het Beschermd landschap zijn in principe geen nieuwe stedelijke functies met een oppervlakte van meer dan 500 m2 toegestaan (artikel 6.59a.1). Uitzondering hierop vormen ontwikkelingen die de voorkomende kernkwaliteiten niet aantasten (artikel 6.59a.2). Op dit punt wordt verwezen naar het landschappelijk inpassingsplan in Bijlage 1, waarin verantwoord is hoe de inrichting van het projectgebied zich verhoudt tot de kernkwaliteiten van Het Gooi. Hoogtebeperkingen luchthaven Hilversum/Luchthavengebied luchthaven Hilversum Kaart 5/7: Voor vliegveld Hilversum gelden diverse risicocontouren, geluidscontouren, veiligheidsgebieden en hoogtebeperkingen. Verder zijn de start- en landingsbanen vastgelegd, evenals de geluidsruimte en regels over het vliegverkeer. In paragraaf 3.2.3 en Hoofdstuk 4 wordt op deze regels ingegaan. Daaruit blijkt dat het planvoornemen geen knelpunten oplevert. Landelijk gebied Kaart 6: Het projectgebied maakt deel uit van het landelijk gebied, waarbinnen in principe geen stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Voor zonneparken is een uitzondering opgenomen in artikel 6.39b (zie boven).
Aangezien het zonnepark wordt opgericht ter plaatse van 'infrastructuur voor het luchtverkeer' en de aanwezige waterleiding onbebouwd blijft (zie paragraaf 4.17), geldt lid 2 van artikel 6.39b, en is geen termijnstelling van maximaal 30 jaar van toepassing. Wel geldt de verplichting om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing en om te borgen dat er voldoende inspanning wordt gepleegd om te komen tot vijftig procent lokaal eigendom van de lokale omgeving zoals bedoeld in het Klimaatakkoord (artikel 6.39c). De landschappelijke inpassing is in hoofdstuk 2 verantwoord. Het zonnepark komt in eigendom Energiecoöperatie HilverZon en Stichting Vliegveld Hilversum (zie paragraaf 1.1). Daarmee is het gewenste lokaal eigendom geborgd. Natura 2000-bufferzone Kaart 8: Dit artikel heeft betrekking op de aanwijzing van gevallen waarvoor geen omgevingsvergunning voor een Natura-2000 activiteit is vereist. Het zonnepark behoort niet tot deze gevallen. 3.3 Gemeente 3.3.1 Omgevingsvisie Hilversum 2040 De Omgevingsvisie Hilversum 2040 (vastgesteld d.d. 1 januari 2024) is een integrale visie op de fysieke leefomgeving. Het is een visie op hoofdlijnen. Er wordt ingezet op drie grote opgaven. De gemeente wil ten eerste stappen zetten op het gebied van duurzaamheid. Het gaat dan om energie, het hergebruik van grondstoffen en inspelen op de gevolgen van klimaatverandering.
Maar het gaat ook over de natuurgebieden rond de stad. Ten tweede wordt werk gemaakt van een robuuste, wendbare economie. Vitale wijken en werklocaties zijn nodig om met de demografische ontwikkelingen om te gaan: toename van het aantal ouderen en afname van het aantal werkenden. De derde opgave gaat over ‘meedoen’. “Met welvaart die zo goed mogelijk is verdeeld en een stevige sociale cohesie: Hilversummers die vitaal, gezond en
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
17
veilig aan de samenleving kunnen meedoen.” Deze drie opgaven lopen als rode draden door de omgevingsvisie. Naast de drie grote opgaven, gaat de omgevingsvisie uit van negen leidende principes: iedereen kan meedoen; gezonde leefomgeving; water- en bodemkwaliteit op orde; de natuur in en om Hilversum beschermen en versterken; nieuwe prioriteiten in de openbare ruimte; de mobiliteitstransitie doorzetten; functiemenging in diverse gebieden; ruimte voor werk en economische ontwikkeling; snelheid in de energietransitie. Deze leidende principes geven richting aan de hoofdkeuzes die de gemeente tot 2040 wil maken en aan de daarbij te nemen maatregelen. In het zesde hoofdstuk van de omgevingsvisie zijn voor de drie grote opgaven uiteenlopende doelen geformuleerd. Van de doelen voor de opgave ‘Duurzaamheid’ zijn voor het planvoornemen van belang: ‘Verbeteren van de diversiteit van planten en dieren in het buitengebied en verbindingen met het groen in de stad’, ‘De overgang naar een voor iedereen toegankelijk systeem van duurzame energie versnellen en intensiveren’ en ‘Stapsgewijs overgaan naar duurzamere vormen van mobiliteit’. Op de Structuurkaart Energietransitie is het projectgebied aangeduid als ‘RES zoekgebieden - zon’. Van de doelen van de opgave ‘Actief’ is er een raakvlak met: ‘Meer innovatie en een sterke relatie tussen bedrijven en onderwijs’.
Afbeelding 3.1 Structuurkaart Energietransitie (bron: Omgevingsvisie Hilversum 2040)
Toetsing Het planvoornemen kan gezien worden als concretisering van de duurzaamheidsopgave uit de omgevingsvisie. Het projectgebied is daarin immers aangewezen RES zoekgebied voor een zonnepark. Van de negen leidende principes zijn met name van belang: iedereen kan meedoen, gezonde leefomgeving, water- en bodemkwaliteit op orde, de natuur in en om Hilversum beschermen en versterken, functiemenging in diverse gebieden en snelheid in de energietransitie. Zo is er een participatietraject doorlopen, waarin belanghebbenden konden meedoen (zie hoofdstuk 6). De thema’s gezondheid, water, bodem en natuur zijn afgewogen in hoofdstuk 4. Daaruit
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
18
blijkt dat het zonnepark geen negatieve invloed heeft op de gezondheid en de bodem- en waterkwaliteit, en dat de biodiversiteit versterkt wordt. Verder is sprake van functiemening (vliegveld, zonnepark, natuur). Daarnaast zorgt het zonnepark voor versnelling van de energietransitie. Tenslotte zijn er, zoals gezegd, raakvlakken tussen het planvoornemen en de doelen uit de omgevingsvisie voor de opgaven ‘Duurzaam’ en ‘Actief’. Het gaat dan om de bijdrage die het zonnepark levert aan het realiseren van een ecologische verbinding (zie paragraaf 4.6), de versnelling en intensivering van de energietransitie en het innovatieve karakter van de ontwikkeling. 3.3.2 Programma Groen Hilversum 2040 Het Programma Groen Hilversum 2040 (vastgesteld d.d. 7 december 2022) heeft drie doelen: biodiversiteit stimuleren; zorgen dat Hilversum klimaatbestendig wordt; zorgen dat groen beter bijdraagt aan de vitaliteit van Hilversummers. Dit is uitgewerkt in negen inspanningen, waaronder ‘Groengebieden binnen Hilversum met elkaar en met het buitengebied verbinden’ en ‘Zorgen voor toekomstbestendige natuurgebieden en landschappen’. Bij laatstgenoemde inspanning benadrukt het programma dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan vergroting van de biodiversiteit en ruimte voor ecologische verbindingen.
Toetsing Langs de noordzijde van het zonnepark komt een brede strook met bloem- en kruidenrijk grasland. Daarmee wordt de biodiversiteit vergroot. De strook staat tevens in verbinding met aangrenzende natuurgebieden. Zo wordt invulling gegeven aan het Programma Groen Hilversum 2040.
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
19
4.
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
4.1 m.e.r.-beoordeling Beoordelingskader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob). Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 Ob. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project. In de vierde kolom staan de besluiten genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning (Bopa). Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van de tweede kolom, geldt een m.e.r.-plicht. Anders is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in de derde kolom voorwaarden staan.
Toetsing Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019; ECLI:NL:RVS:2019:2770) volgt dat zonneparken niet onder de volgende categorieën vallen: • C1: Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water; • J11: Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen; • J12: landinrichtingsprojecten. Andere categorieën uit bijlage V Ob zijn evenmin van toepassing. Daarmee is voor de realisatie en ingebruikname van het zonnepark geen sprake van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. 4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Beoordelingskader De ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: ‘ladder’) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat het toepassen van de ladder bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist is. Een stedelijke ontwikkeling is door het Bkl gedefinieerd als: "de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is." Als een besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met: a.
de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen in die behoefte te voorzien. Toetsing In een overzichtsuitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
20
aangegeven dat de realisatie van zonneparken niet beschouwd moet worden als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 23 januari 2019; ECLI:NL:RVS:2019:178). Dit neemt niet weg dat de behoefte en locatie wel afgewogen moeten worden. Dit is gebeurd in Hoofdstuk 1-3. Duidelijk is gemaakt dat het zonnepark van belang is voor de elektrificatie van de luchthaven en voor de realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Verder is gebleken dat het projectgebied een geschikte locatie is omdat het onderdeel is van het vliegveld en daarmee in feite reeds een ‘stedelijke invulling’ heeft. Het toevoegen van het zonnepark op deze plek leidt niet tot een nieuwe aanspraak op het buitengebied, maar dubbelgebruik. 4.3 Duurzaamheid Beoordelingskader In bijlage 1 van de Omgevingswet (Ow) is het begrip duurzame ontwikkeling gedefinieerd. Het gaat om "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen." Artikel 1.3 en 2.1 Ow borgen het belang van duurzaamheid. In artikel 1.3 zijn de maatschappelijke doelen van de wet verwoord, waaronder “duurzame ontwikkeling”. Dit artikel geeft ook richting aan de voor burgers en bedrijven opgenomen zorgplicht in artikel 1.6 Ow.
Artikel 2.1 geeft aan dat een bestuursorgaan zijn taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefent met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld. Duurzaamheid is daarmee een vast onderdeel van het afwegingskader van het bestuur. Toetsing De aanleg van het zonnepark draagt indirect bij aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Dit is nodig om klimaatverandering tegen te gegaan en de aarde bewoonbaar te houden voor toekomstige generaties. Op basis van het landschappelijk inpassingsplan (zie paragraaf 2.2) wordt het zonnepark zodanig aangelegd dat er een meerwaarde ontstaat voor natuur en landschap. Zo krijgt een gebied die veel gebruiksbeperkingen heeft, een hoogwaardige en op de toekomst gerichte invulling. Geconcludeerd kan worden dat aanleg van het zonnepark past binnen de duurzaamheidsdoelstellingen van de Omgevingswet. 4.4 Gezondheid Beoordelingskader Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (Ow) is een gezonde fysieke leefomgeving (artikel 1:3 Ow). In artikel 2.1 lid 4 Ow is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het belang van gezondheidsbevordering worden meegewogen.
Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid, bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. De gemeente vertaalt deze regels in het omgevingsplan en houdt er rekening mee bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Toetsing Het zonnepark zet een stap in de elektrificatie van het vliegveld (zie paragraaf 1.1). Elektrische vliegtuigen produceren minder geluid dan traditionele vliegtuigen met verbrandingsmotoren. Dit betekent dat de geluidsoverlast in de toekomst vermindert. Daarnaast is een verbetering
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
21
van de luchtkwaliteit te verwachten. Elektrische vliegtuigen stoten geen schadelijke stoffen uit zoals stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2), fijnstof (PM) en koolstofdioxide (CO2). Beide ontwikkelingen hebben dus een positief effect op de gezondheid van omwonenden. Het zonnepark zelf heeft geen direct effect op deze gezondheid. Geconcludeerd kan worden dat de aanleg van het zonnepark niet in strijd is met de gezondheidsdoelstellingen van de Omgevingswet. 4.5 Verkeer & Parkeren Beoordelingskader Bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 2.1 Omgevingswet). Bij een voorgenomen ontwikkeling moet daarom onder meer beoordeeld worden wat de effecten zijn op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid binnen en rond het projectgebied. Het kader voor die beoordeling staat in de Mobiliteitsvisie 2040 en de Nota parkeernormen 2023 Hilversum. Toetsing In de Mobiliteitsvisie 2040 zijn maatregelen opgenomen om de grootste verkeersknelpunten aan te pakken, de doorstroming te bevorderen en de verkeersveiligheid te verbeteren. Er is geen directe relatie te leggen tussen de mobiliteitsvisie en het zonnepark binnen het projectgebied. De Nota parkeernormen 2023 Hilversum geeft aan hoeveel parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden aangelegd.
Voor zonneparken zijn geen kencijfers vermeld. Het projectgebied is ontsloten via het bestaande toegangshek aan de Rading. Daarnaast is aan de noordzijde een toegang aanwezig naar de voorzieningen van Vitens. Dit zijn bestaande ontsluitingen die gehandhaafd blijven. Voor het onderhouden van het zonnepark zijn circa 50 verkeersbewegingen per jaar nodig. Een dergelijke hoeveelheid verkeersbewegingen kan goed door de Rading worden opgevangen. Het is dan ook niet noodzakelijk om maatregelen te treffen vanwege de verkeersafwikkeling en/of -veiligheid. In het geval van onderhoudswerkzaamheden kan er op de dam bij het toegangshek geparkeerd worden. Daarmee wordt de parkeerbehoefte van het zonnepark volledig op eigen terrein opgevangen. Geconcludeerd kan worden dat het zonnepark geen (negatieve) effecten heeft op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid binnen en rond het projectgebied. 4.6 Natuur Beoordelingskader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn diverse regels ter bescherming van de natuur opgenomen. Het gaat hierbij vooral om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van plant- en diersoorten en regels voor de bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit met name voort uit de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
In het navolgende wordt het beoordelingskader voor gebieds- en soortenbescherming verder uitgewerkt. Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
22
artikel 2.44 Omgevingswet (Ow) legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op de effecten voor soorten en habitats. Een ruimtelijke ontwikkeling die significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vergund als uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan alleen worden vastgesteld/vergund op basis van drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Het toetsingskader voor zogeheten ‘Natura 2000-activiteiten’ is opgenomen in afdeling 8.6.1 Bkl.
Soortenbescherming Onder de Ow zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, en op soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland. Dit kan vorm krijgen in wet- en regelgeving, maar ook in fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub g Ow zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hiervoor actief beleid voeren, bijvoorbeeld door het vaststellen van een programma voor soortenbescherming. Door een strikte formulering van ‘floraen fauna-activiteiten’ moet bij vrijwel alle ingrepen in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • er soorten aanwezig zijn; en • welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving staat wanneer een vergunning nodig is. Toetsing Er heeft een ecologische inventarisatie binnen het projectgebied plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het rapport 'Quick scan ecologie Vliegveld Hilversum' (Els & Linde B.V., 21 maart 2022) en het addendum 'Toevoeging Quickscan vliegveld Hilversum' (Els & Linde, 6 december 2023), die als Bijlage 2 en Bijlage 3 zijn opgenomen.
Geconcludeerd wordt dat de aanleg van het zonnepark geen effect heeft op Natura 2000-gebieden en op het nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland. Het uitvoeren van een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht. Voor wat betreft soortenbescherming is geconcludeerd dat binnen de beplantingsstrook langs de Rading de aanwezigheid van vleermuizen en huismus niet is uit te sluiten. Aangezien deze beplantingsstrook behouden blijft, kan nader onderzoek op dit punt achterwege blijven. Voor de bomen en struiken die buiten deze strook gerooid worden, geldt dat er gewerkt moet worden buiten het broedseizoen van vogels. Wordt er binnen het broedseizoen gewerkt, dan is opnieuw onderzoek nodig. Voor de details van de ecologische inventarisatie
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
23
wordt verwezen naar de bijlagen. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen uitvoerbaar is. 4.7 Luchtkwaliteit Beoordelingskader In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. Deze regels zijn gesteld ter bescherming van de gezondheid. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl.
Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen, dan is het mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Soms kan de zogeheten NIBM-tool gebruikt worden, eventueel aangevuld met detailberekeningen. In artikel 5.51 lid 2 Bkl zijn ‘aandachtsgebieden’ aangewezen. Dit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De gemeente Hilversum is niet aangewezen als een concentratiegebied. Tenslotte kan nog gewezen worden op paragraaf 8.5.1.2 Bkl. Hierin zijn de beoordelingsregels voor een omgevingsvergunning ‘milieubelastende activiteit’ opgenomen. Met name de artikelen 8.17, 8.21 en 8.24 Bkl bevatten regels voor de luchtkwaliteit. Toetsing De aanleg van een zonnepark is niet opgenomen in de lijst met 'standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit' uit artikel 5.54 Bkl. Het is wel aannemelijk dat dit binnen de grenzen van deze standaardgevallen valt (ad. 1), aangezien het hier bijvoorbeeld gaat om de bouw van 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg. Voor het zonnepark zijn alleen de verkeersbewegingen relevant voor de luchtkwaliteit.
Het beheer ervan leidt, zoals gezegd in paragraaf 4.5, tot circa 50 verkeersbewegingen per jaar. Een dergelijk laag aantal draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het uitvoeren van onderzoek is niet nodig. 4.8 Activiteiten en milieuzonering Beoordelingskader Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het ‘inrichtingen’-begrip komen te vervallen. In de plaats daarvan wordt het kernbegrip ‘milieubelastende activiteit’ gebruikt. Een milieubelastende activiteit is in bijlage 1 bij de Omgevingswet gedefinieerd als ‘een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken’. Op rijksniveau zijn milieubelastende activiteiten aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het vereiste dat
GoFlo zonnepark vliegveld Hilversum
24
een activiteit een bedrijfsmatige omvang moet hebben, is hierbij losgelaten. Een zonnepark (inclusief gebruik en ingebruikname) is in het Bal niet aangewezen als een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure Activiteiten en milieuzonering (oktober 2024) is aangegeven hoe met de inpasbaarheid van nieuwe milieubelastende activiteiten kan worden omgegaan. Hoewel het zonnepark op grond van het Bal dus geen milieubelastende activiteit is, moet er vanuit het oogpunt van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ wel rekening gehouden met de hinderaspecten ervan. Toetsing Er is een inschatting gemaakt van de inpasbaarheid van het zonnepark aan de hand van de criteria uit de VNG-brochure. Dit is opgenomen in Bijlage 4. De conclusie luidt dat het zonnepark voor de aspecten 'geluid' en 'geur' inpasbaar is binnen gemengd gebied of zone 1. Aanvullend is gebruik gemaakt van de getransponeerde VNG-tabel. In deze tabel is geen zonnepark opgenomen. Van zonnepanelen is ook geen hinder te verwachten. Wel van de omvormers en transformatoren, die geluid produceren. Gelet op het piekvermogen van het zonnepark (circa 0,63 MVA), kan voor genoemde voorzieningen worden aangesloten bij 'elektriciteitsdistributiebedrijven <10 MVA' (worst case benadering). Daarvoor geldt zone 1 voor het aspect 'geluid'.
Deze zone heeft een breedte van 30 m binnen gebiedstype 'rustige woonwijk' en een breedte van 10 m binnen gebiedstype 'gemengd gebied'. Aangezien bedrijfsactiviteiten rondom het projectgebied oververtegenwoordigd zijn, kan uitgegaan worden van gemengd gebied met een zonebreedte van 10 m. Binnen deze zone liggen geen geluidgevoelige (en geurgevoelige) gebouwen. Het dichtstbijzijnde hindergevoelige gebouw betreft een woning aan de Rading op een afstand van circa 50 m. Dit levert geen knelpunten voor de inpassing op. Er moet ook gekeken worden naar de verkeersaantrekkende werking. Voor het zonnepark gaat het om circa 50 verkeersbewegingen per jaar (zie paragraaf 4.5). Een dergelijk laag aantal heeft een verwaarloosbaar effect op de gevelbelasting van omliggende geluidgevoelige gebouwen. Ook in dit opzicht is het zonnepark op een verantwoorde manier inpasbaar binnen de omgeving. Activiteit Elektriciteitsdistributiebedrijven <10 MVA