CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Effectiviteit woonbeleid Hilversum-def2 (toegevoegd 30 oktober 2023)

GEMEENTERAAD 15 november 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid (1363010)25.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het omgevingsplan biedt daar namelijk veel ruimte om bestaande gebouwen een andere invulling te geven. Waar eigenaren eerst kozen voor transformatie naar kantoren, kiezen ze nu voor transformatie naar woningen. Benutten bestaande voorraad: verordeningen om woningen beschikbaar te houden voor de doelgroep In de woonvisie heeft de gemeente diverse (nieuwe) instrumenten opgenomen die ervoor moeten zorgen dat woningen beschikbaar blijven voor de doelgroep. Het gaat om: -

Updaten toewijzingsregels voor middeldure huurwoningen en de opkoopbescherming in de huisvestingsverordening; (Blijven) inzetten doelgroepenverordening (binnen omgevingsplannen) om woningen duurzaam aan de beoogde doelgroep aan te bieden; Inzet anti-speculatiebeding en kettingbeding voor zelfbewoningsplicht bij nieuwbouwwoningen; Inzet leegstandsverordening om wonen in leegstaande panden te stimuleren; Bij nieuwbouw van huurwoningen in wijken voorrang geven aan doelgroepen uit de wijk, door nadere uitwerking van Lokaal Maatwerk binnen de Huisvestingsverordening; 22

-

Onderzoeken nieuw instrumentarium vanuit de Wet toeristische verhuur om verhuur van bijvoorbeeld Airbnb te reguleren; Waar mogelijk in samenwerking met de woningcorporaties en binnen de kaders van het grondbeleid: behouden van woningen voor een betaalbaar marktsegment door middel van erfpachtconstructies en terugkoopbeding.

Een aantal van deze instrumenten is in Hilversum vastgelegd in de huisvestingsverordening, de doelgroepenverordening, het anti-speculatiebeleid en het splitsingsbeleid. Er is (nog) geen leegstandsverordening. Voor bestaande woningen werkt de gemeente aan opkoopbescherming. Zelfbewoningsplicht geldt bij nieuwbouw. De uitvoering regelen de corporaties zelf. Nog niet alles is uitgevoerd en niet alle instrumenten zijn concreet genoeg om te beoordelen of er uitvoering aan is gegeven.

3.4 Realisatie Woningbouwmonitor biedt overzicht van verwachte oplevering naar segmenten De verwachte nieuwbouw (de programmering) wordt bijgehouden in de openbare Woningbouwmonitor Hilversum. Dit dashboard geeft een overzicht van de woningbouwprojecten waar de komende jaren aan gewerkt gaat worden en in welke fase van ontwikkeling ze zich bevinden. In de woningbouwmonitor staan zogenaamde harde en zachte plannen. De gemeente Hilversum volgt de definities van de statussen die door de Provincie en Metropool Regio Amsterdam worden gebruikt. De genoemde aantallen zijn de verwachte op te leveren woningen.30 Doordat veel plannen nog ‘zacht’ zijn (zie paragraaf 3.2), zijn niet alle kenmerken voor ieder plan bekend of ingevuld. De aantallen tellen daardoor per segment of per type of per periode niet op tot dezelfde totalen. Deze ‘disclaimer’ of toelichting op de definities en de betekenis van de aantallen is niet opgenomen in de woningbouwmonitor. Figuur 3-1 Overzicht woningbouwprogrammering harde en zachte plannen, mei 2023

30

Woningbouwmonitor Hilversum 23

Tot 2024 worden er volgens de woningbouwmonitor in totaal 707 woningen gerealiseerd, in de periode 2025-2029 nog eens 1.330 en dan zijn er 1.319 met onbekende realisatiedatum. De monitor verdeelt de plannen ook onder in status. Er staan nu ongeveer 800 woningen gepland als ‘onherroepelijk’ en 360 als ‘vastgesteld plan/besluit’. Dat zijn de harde plannen (1.160 woningen). Daarnaast zijn er ruim 1.500 woningen waarvoor het omgevingsplan in voorbereiding is, de zogenaamde zachte plannen en 630 woningen zouden gerealiseerd worden op ‘potentiële locaties’. De ontwikkelingen waarvoor geen omgevingsplanwijziging nodig is (bijvoorbeeld splitsing en transformatie in het centrumgebied) zijn niet opgenomen in de monitor. De monitor bevat een verdeling naar segmenten (sociaal, middelduur en duur). De planning sluit aan bij de doelstellingen van de Woonvisie. In totaal tellen zowel de planning als de verschillende statussen op tot méér dan 3.000 woningen (ongeveer 115%). Ambtelijk en bestuurlijk is er vertrouwen in het behalen van de doelstellingen. Geïnterviewde vertegenwoordigers van woningcorporaties en ontwikkelaars geven echter aan dat de gecombineerde doelen in de woonvisie onhaalbaar zijn. Dit komt volgens hen door de focus op inbreiding, wat ontwikkelingen financieel lastig maakt en wat kan leiden tot weerstand bij omwonenden.

Geïnterviewde ontwikkelaars en vertegenwoordigers van de woningcorporaties schetsen het beeld van een groep inwoners die de zachte plannen vertraagt en bemoeilijkt met bezwaren en (raads)vragen. Zeker in de meer welvarende wijken van Hilversum zijn burgers mondig, kritisch en goed in staat hun bezwaren te verwoorden met als doel om het groene en rustige karakter van hun wijk te behouden. Volgens de ontwikkelaars en woningcorporaties is het daarom noodzakelijk om extra locaties aan te wijzen. Er is dan volgens hen ook meer ambtelijke capaciteit nodig om de locaties te kunnen ontwikkelen. Geen meerjarenoverzicht realisatie woningbouwopgave Sinds het vaststellen van de Woonvisie 2021-2030 is de raad eenmalig geïnformeerd over de trend in het realiseren van woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens (‘de Teller van Heller’, een ambitie uit het coalitieakkoord 2018-2022). Dat was in een collegebericht van juni 2022. Het gaat niet om alle woningen die gerealiseerd worden en ook niet om gereedmeldingen. De definitie luidt: ‘nieuwbouw en transformatie minus sloop plus woningbouwplannen waarvan het bestemmingsplan in deze coalitieperiode is aangepast’. Dit overzicht biedt geen inzicht in de realisatie van de doelen van de Woonvisie 2021-2030. Hier wordt overigens wel aan gewerkt door het team Wonen.

24

Figuur 3-2 De Teller van Heller 2018-2022 (eerste kwartaal)

3.5 Monitoring en informatievoorziening raad De raad wordt via de P&C-cyclus beperkt geïnformeerd op de doelen van de Woonvisie 2021-2030 De raad krijgt jaarlijks het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen (MPG). Daarin wordt duidelijk hoe de gemeente er als risicodragende partij voor staat: kan de gemeente het financiële risico van de ontwikkelingen dragen? Het gaat om grootschalige investeringen die relevant zijn voor de grondexploitatie. De raad krijgt ook jaarlijks een overzicht van gerealiseerde doelen uit de programmabegroting. Hierin staat onder andere hoeveel woningen er zijn opgeleverd en hoeveel woningen sociale huurwoningen zijn. Uit de Jaarrekening 2022 blijkt dat het aantal nieuwgebouwde woningen in 2022 per 1.000 woningen met 5,7 onder de streefwaarde van 7 lag. Om hoeveel woningen het precies gaat, wordt niet duidelijk. Het aandeel opgeleverde sociale huur lag in 2022 op 32%, het aandeel koopwoningen in het middensegment op minder dan 10% van het aantal opgeleverde koopwoningen, waar de streefwaarde 50% is. Figuur 3-3 Indicatoren Jaarrekening 2022, programma Mooie stad Indicator

Realisatie 2022

Streefwaarde 2022

Bron

Aandeel sociale huurwoningen

26,7%

Woonmonitor

Aandeel van het per jaar opgeleverde sociale huurwoningen

32,2%

Aandeel van het per jaar opgeleverde (koop)woningen in het middensegment Aantal vanaf 2018 opgeleverde woningen en in plannen gevatte

9,2%

27% van totale woningvoorraad 1/3 van het totaal opgeleverde woningen 1/2 van het totaal opgeleverde (koop)woningen 1.000

1.076

Woonmonitor

Woonmonitor

BAG

25

(koop)woningen voor 1- en 22persoons huishoudens Nieuw gebouwde woningen, aantal per 1.000 bestaande woningen

5,7

7

Gemeente Hilversum

In de Programmabegroting 2022 staan overigens exact dezelfde realisaties, maar dan met realisatiejaar 202031. Omdat in de Programmabegroting 2023 realisaties staan uit 2021 (zie tabel 3.4) lijkt het aannemelijk dat dat er nog geen cijfers uit 2022 gepresenteerd zijn, en dat de monitoringinformatie dus betrekking heeft op de periode vóór vaststelling van de woonvisie. Uit de Programmabegroting 2023 blijkt dat de kwantitatieve doelstelling voor 2023 (350 woningen realiseren) duidelijk hoger is dan de realisatie in 2021 (248 woningen). Tegelijk is de streefwaarde van de nieuw gebouwde woningen per 1.000 bestaande woningen verlaagd van 7 in 2022 naar 6,5 in 2023. Uitgaande van zo’n 43.000 woningen in Hilversum, verlaagt de gemeente daarmee de streefwaarde van ongeveer 300 naar ongeveer 280 nieuw gebouwde woningen. Onduidelijk is of er sprake is van een definitieverschil tussen nieuw opgeleverde woningen en nieuw gebouwde woningen en waarop dit verschil betrekking kan hebben (woningsplitsing? transformatie?). Figuur 3-4 Indicatoren Programmabegroting 2023, programma Mooie stad Indicator

Referentiewaarde Streefwaarde 2023

Bron

Aandeel van het per jaar opgeleverde sociale huurwoningen

58% (174 opgeleverd) (2021) 248 (2021)

1/3 van het totaal opgeleverde woningen 350

Woonmonitor

11.507 (2021)

27% van totale woningvoorraad 6,5

Woonmonitor

Aantal nieuw opgeleverde woningen per jaar Aandeel sociale huurwoningen

BAG

Nieuw gebouwde woningen, aantal 6,0 (2021) Gemeente Hilversum per 1.000 bestaande woningen Al met al krijgt de raad via de P&C-cyclus informatie over wisselende indicatoren en geen complete sturingsinformatie ten aanzien van de woonopgave. Ook lijken indicatoren strijdig met elkaar, loopt de informatie achter en kloppen waardes niet altijd. Er is méér informatie voorhanden dan waar de gemeente gebruik van maakt, bijvoorbeeld op waarstaatjegemeente.nl32.

31 32

Programmabegroting 2022 Gemeente Hilversum (pcportal.nl) Dashboard - Bouwen en wonen - Hilversum (waarstaatjegemeente.nl) 26

Op www.waarstaatjegemeente.nl, een dashboard van VNG Realisatie met per gemeente een veelheid aan openbare cijfers en trends, is wel te vinden hoeveel woningen er jaarlijks in Hilversum zijn toegevoegd (nieuwbouw/transformatie minus sloop). In 2022 is de het aantal woningen in Hilversum in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (de BAG) toegenomen met 222. Dat is minder dan het langjarig gemiddelde en lager dan de streefwaarde voor 2022. In 2021 zijn daarentegen duidelijk meer woningen toegevoegd (419) dan de waarde voor 2021 die is opgenomen in de Programmabegroting 2023 van de gemeente Hilversum (248). Figuur 3-5 Groei woningvoorraad ten opzichte van vorig jaar, gemeente Hilversum Jaar

Totale woningvoorraad per 1 januari

Groei absoluut gedurende het jaar

Groei relatief gedurende het jaar

2013 39.678 989 2,5 2014 40.667 194 0,5 2015 40.861 262 0,6 2016 41.123 515 1,3 2017 41.638 304 0,7 2018 41.942 382 0,9 2019 42.324 352 0,8 2020 42.676 303 0,7 2021 42.979 419 1,0 2022 43.398 222 0,5 2023 43.620 Bron: waarstaatjegemeente.nl, op basis van bewerkingen ABF Research op BAG

Raad heeft geen afspraken gemaakt over periodieke informatie over realisatie Woonvisie 2021-2030 De raad heeft geen concrete afspraken gemaakt over (periodieke) informatievoorziening over de realisatie en voortgang van de uitvoering van de woonvisie. De raad wordt (buiten de P&C-cyclus) wel geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de afspraken in de woonvisie. Jaarlijks ontvangt de raad een raadsbrief met de voortgang in de realisatie van instrumenten die zijn genoemd in de Woonvisie 20212030. Zo is de raad in april 2022 en maart 2023 geïnformeerd over de voortgang ten aanzien van de aanpassing van de huisvestingsverordening en in februari 2023 over het bestaan van de woningbouwmonitor. De woningbouwmonitor is openbaar toegankelijk. De raadsinformatie biedt geen compleet overzicht van alle voorgenomen acties uit de Woonvisie 2021-2030. Er is in tegenstelling tot veel andere strategische beleidsthema’s geen nieuwsbrief over de woonvisie 33. Raad stelt regelmatig vragen De raad stelt regelmatig artikel-41-vragen over de voortgang van de uitvoering van de woonvisie.

De raad wil met name weten of verschillende instrumenten al beschikbaar zijn, zoals de realisatie van flexwoningen, tiny houses of shortstay, de leegstandsnota, de opkoopbescherming en de zelfbewoningsplicht en de raad wil weten hoe het met de prestatieafspraken staat en wat de verklaring is als deze niet worden gehaald. Ook dient de raad moties in om de realisatie te versnellen, bijvoorbeeld via

33

Nieuwsbrieven | Hilversum Mediastad 27

flexwonen. De raad ervaart geen problemen in de beantwoording van de vragen en de moties maar het leidt niet tot het gewenste inzicht in voortgang en mogelijkheden voor (bij)sturen, zo blijkt uit het groepsgesprek met raadsleden. Raad heeft belangrijke rol bij het vaststellen van omgevingsplannen Voor het vaststellen van omgevingsplannen (voor ontwikkelingslocaties) kan de raad vooraf de uitgangspunten vaststellen. Als ontwikkelingen gevoelig zouden kunnen zijn, zoals het toevoegen van een flat tussen twee andere flats (Zeverijn34) dan legt de wethouder het planuitwerkingskader voor aan de raad. In ieder geval is de raad aan zet om het omgevingsplan vast te stellen. Besluiten gaan na het college via een beeldvormende sessie, naar de commissievergadering (oordeelsvorming) en ten slotte naar de besluitvorming in de raad. Participatie is een verplicht onderdeel bij dergelijke ontwikkelingen. De raad oordeelt ook of er voldoende rekening is gehouden met de belangen van belanghebbenden zoals omwonenden. Voor ontwikkelingen die in de omgevingsvisie zijn genoemd als programma, is het college het orgaan dat bevoegd is tot vaststellen. Soms kiest het college er echter voor om de raad input te laten geven of zelfs het plan te laten vaststellen.

Dit is gebeurd bij de gebiedsontwikkeling 1221;formeel was het college aan zet (want een programma), toch is het besproken in de raad en vervolgens ongewijzigd door de raad vastgesteld. Raad heeft geen eenduidig beeld over de doelen Tijdens het groepsgesprek met raadsleden is besproken wat raadsleden nodig hebben om goed te kunnen (bij)sturen en controleren. Eén van de belemmerende factoren hierbij is dat de aanwezigen bij dat gesprek niet hetzelfde beeld hebben welke in de woonvisie genoemde doelen concrete beleidsdoelen zijn en welke meer het karakter van een wens hebben. Over het realiseren van 3.000 woningen tot 2030, waarvan 33% sociaal en 50% middensegment, was tijdens het gesprek overeenstemming dat dat doelen zijn waarover de raad geïnformeerd wil worden. Over andere doelen (die aan de orde komen in de volgende hoofdstukken) was geen overeenstemming. Wat voor de één een doel is, is voor de ander een wens en andersom. Er zijn ook raadsleden die aangeven dat het realiseren van instrumenten om het doel te bereiken, een doel op zichzelf is waarover het college de raad zou moeten informeren. Anderen gaven aan dat doorstroming een doel is waarover zij geïnformeerd zouden moeten worden.

Raad heeft behoefte aan méér sturingsinformatie De raad zou graag méér specifiek geïnformeerd willen worden over de realisatie van nieuwbouw, naar segmenten en typen, inclusief een overzicht over een langere periode (om inzicht te hebben in ‘trends’). Ook zou de raad graag meer inzicht krijgen in de knelpunten die in de praktijk optreden rondom het maken van prestatieafspraken, het opstellen van instrumenten en het sluiten van anterieure overeenkomsten (overkoepelend). Daarbij wil de raad graag scenario’s met mogelijke keuzes die zij kan maken.

34

Hoge nieuwbouw tussen Hilversumse flats? Wens van woningcorporatie is 'kansrijk' - NH Nieuws 28

3.6 Beoordeling De rekenkamer heeft de bevindingen uit dit hoofdstuk getoetst aan het normenkader en komt tot onderstaand oordeel: Toetsingscriteria Integraal beleid De doelen en definities van het beleid zijn SMART beschreven (en dus ook realistisch en acceptabel voor stakeholders). Het beleid is afgestemd met (boven)regionaal of nationaal beleid en regelgeving. Effectieve uitvoering De instrumenten en afspraken zijn passend bij de opgave en de gemeentelijke rol. De beschikbare ambtelijke capaciteit is passend bij de opgave en de gemeentelijke rol. De instrumenten en afspraken worden gedragen door de betrokken externe actoren. Zicht op realisatie De gemeente heeft zicht op de eigen realisatie en die van externe actoren. Het is aannemelijk dat de gemeente haar eigen doelstellingen kan realiseren. Het is aannemelijk dat externe actoren hun doelstellingen kunnen realiseren. Monitoring en bijsturing door de raad De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig, actueel, begrijpelijk en conform de gemaakte afspraken. De gemeenteraad heeft zicht op de output en effecten van het woonbeleid. De gemeenteraad heeft zicht op de invloed die zij kan uitoefenen.

Beoordeling

n.t.b. n.t.b.

: er is geen verbeterpotentieel; : er is verbeterpotentieel; : verbeteringen zijn noodzakelijk; : verbeteringen zijn dringend nodig; N.t.b. : (nog) niet te beoordelen

Toelichting op de beoordeling van de toetsingscriteria Integraal beleid Het lokale en regionale beleid zijn op elkaar afgestemd. De eerste doelstelling om 3.000 woningen toe te voegen in de periode ’21-’30 is specifiek, meetbaar, realistisch en tijdsgebonden. Er zijn wel discussies over de precieze doorlooptijd en over de definitie van ‘toevoegen’. De planvoorraad bestaat voor een belangrijk deel uit zachte plannen (soms is er zelfs nog geen concrete locatie). Dit maakt de doelstelling beperkt realistisch. Ambtelijk en bestuurlijk is er vertrouwen in; externe stakeholders geven aan dat zij verwachten dat de benodigde versnelling niet gerealiseerd wordt. Zij geven aan dat daarvoor méér locaties beschikbaar moeten komen (en dan ook meer ambtelijke capaciteit). Voor betrokken externe actoren is de ambitie bovendien te laag (en dus beperkt acceptabel). Uit het raadsvoorstel en de woonvisie blijkt dat de raad zich er bij de vaststelling bewust van was dat de doelstelling van 3.000 woningen een behoudende keuze is. De segmentering (33% sociaal en 50% middelduur) wordt gedragen door de externe stakeholders.

29

Doelstellingen over het intensiveren van samenwerking met marktpartijen en het benutten van de bestaande woningvoorraad door o.a. splitsing en transformatie zijn beperkt meetbaar. Effectieve uitvoering Alleen begin 2023 was het team Wonen op sterkte. Inmiddels is de woningbouwmonitor gerealiseerd. Doordat veel plannen nog ‘zacht’ zijn, zijn niet alle kenmerken voor ieder plan bekend of ingevuld. De aantallen tellen daardoor per segment of per type of per periode niet op tot dezelfde totalen. Deze ‘disclaimer’ of toelichting op de definities en de betekenis van de aantallen is niet opgenomen in de woningbouwmonitor. Via anterieure overeenkomsten met commerciële partijen heeft de gemeente méér grip dan voorheen op (nieuwe) ontwikkelingen. De kaders uit de woonvisie knellen per project, maar dat speelt ook landelijk. De gemeente stuurt sterk op 33% sociaal en 50% middensegment. Er zijn langere tijd geen prestatieafspraken geweest met de woningcorporaties. In juli 2023 zijn de prestatieafspraken voor 2023-2027 getekend door de betrokken partijen. De andere doelen zijn vooral instrumenteel beschreven (de verordeningen, overleggen en andere instrumenten die de gemeente gaat inzetten) waardoor de beoordeling van de uitvoering en realisatie hiervan lastig is.

Zicht op realisatie De gemeente Hilversum heeft geen compleet (meerjaren-)overzicht van gerealiseerde woningen naar segment zoals gedefinieerd in de Woonvisie 2021-2030 (sociale huur, middensegment, lage middeldure huur en koop tot de NHG-grens). Verbetering van de monitoring is noodzakelijk om te meten of de doelen gerealiseerd worden. Hier wordt overigens wel aan gewerkt door het team Wonen. De woningbouwmonitor laat zien dat de realisatie van de ambities voor 2030 (aantallen en segmenten) binnen bereik zijn, als alle harde en zachte plannen gerealiseerd worden. Omdat er wordt gewerkt met een plancapaciteit van zo’n 115%, kunnen tegenvallers (beperkt) opgevangen worden. De realisatie van de MRA-afspraken (3.200 woningen tot 2030) minder realistisch omdat het ontbreekt aan een buffer. Er zijn bij de ontwikkelaars en corporaties twijfels of alle zachte plannen gerealiseerd kunnen worden. Zij zien mondige burgers die processen vertragen. De stapeling van voorwaarden (inbreidingslocaties, instandhoudingstermijnen sociale huur, minimale oppervlaktes voor middensegment) maken projecten lastiger te realiseren, wat (net als landelijk) leidt tot méér en kleinere wooneenheden om de exploitatie sluitend te maken.

Monitoring en (bij)sturing door de raad De raad wordt via de P&C-cyclus en via raadsinformatiebrieven en collegebrieven geïnformeerd over de realisatie van wisselende indicatoren die geen sturingsinformatie geven over de realisatie van de Woonvisie 2021-2030. Er is geen vast format voor deze informatievoorziening of monitoring. De raad heeft hier ook niet actief om gevraagd. Binnen de raad bestaat geen overeenstemming over welke in de woonvisie genoemde doelen concrete beleidsdoelen zijn en welke meer het karakter van een wens hebben. De raad heeft niet aangegeven over welke doelen zij periodiek geïnformeerd wil worden. De raad heeft behoefte aan meer specifieke en meerjarige periodieke sturingsinformatie die aansluit bij de in de woonvisie geformuleerde doelen en instrumenten. De raad wil graag trendanalyses. Met de jaarlijkse 30

realisatie ten opzichte van (wisselende) streefwaarden (in de P&C-cyclus) kunnen zij niet uit de voeten. Er is méér informatie voorhanden dan wat de raad ontvangt, bijvoorbeeld via waarstaatjegemeente.nl. De raad stelt omgevingsplannen vast die ontwikkelingen mogelijk maken. De raad vraagt actief om informatie over instrumenten (via artikel-41-vragen) en probeert met moties (onder andere over flexwonen) de woningbouwopgave te versnellen. Dit laat zien dat de raad zich zorgen maakt over de realisatie van de doelstellingen. De antwoorden op de artikel-41-vragen zijn op zichzelf goed maar bieden de raad niet het overzicht dat zij nodig hebben om (waar mogelijk) bij te kunnen sturen.

31

4 Ontbrekende schakels in de woningvoorraad 4.1 Inleiding Het tweede thema van de woonvisie is het toevoegen van ontbrekende schakels in de woningvoorraad. Daaronder vallen (naast de toevoeging van sociale huur en middensegment, zoals al aan bod kwam in het vorige hoofdstuk): a. Goede benutting van de bestaande voorraad (door passende doorstroming); b. Huisvesten bijzondere doelgroepen: spoedzoekers, jongeren, arbeidsmigranten en statushouders; c. Realiseren bijzondere woonvormen: woonwagenbewoners (tot 2030 25 extra standplaatsen). Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag hoe doeltreffend de aanpak op het thema ‘Ontbrekende schakels’ is.

4.2 Beleid en definities Uit het raadsvoorstel Woonvisie 2021-203035 blijkt dat de gemeente Hilversum een bewuste keuze maakt om beperkt woningen toe te voegen. Om toch een stad te kunnen zijn waar iedereen moet kunnen wonen, is in de woonvisie sterk ingezet op randvoorwaarden om doorstroming te bevorderen. Hilversum wil sturen op woningmarktsegmenten die ontbreken, zodat mensen naar een passende woning kunnen verhuizen. Segmenten die ontbreken zijn vooral betaalbare woningen (zie hoofdstuk 3). Ook woningen voor bijzondere doelgroepen ontbreken nu. Het principe is dat elke doelgroep in elke wijk moet kunnen wonen, ook bijzondere doelgroepen. Daaronder vallen volgens de woonvisie spoedzoekers, internationale werknemers, woonwagenbewoners en statushouders. Doorstroming bevorderen Een deel van de bestaande woningen wordt nu niet passend bewoond, doordat mensen onvoldoende kunnen doorstromen. Daarom wil de gemeente drie groepen laten doorstromen: 1. Mensen die nu in een sociale huurwoning wonen, maar liefst willen kopen of een grotere middenhuurwoning willen; 2. Mensen die in een andere levensfase komen en hun gezinswoning in de huur- of koopsector willen verruilen voor een meer toegankelijke woning; 3. Jongeren die nu zijn aangewezen op traditionele gezinswoningen door het ontbreken van ‘betaalbare’ opstapwoningen. De term opstapwoning wordt in de woonvisie niet gedefinieerd.

Meestal wordt in deze context een woning bedoeld die geschikt en betaalbaar is voor een eenpersoonshuishouden of een stel zonder kinderen. De term ‘starterswoning’ is hiervoor meer gangbaar. Om dat te bereiken moet met nieuwbouw worden bijgedragen aan doorstroming in de wijk of naar andere wijken. Het zwaartepunt ligt op woningen in het middensegment in wijken met veel sociale huurwoningen (Zuid, Zuidwest, Zuidoost en Noordoost) en levensloopgeschikte woningen in wijken waar veel ouderen wonen en/of dit aanbod ontbreekt (De Meent, Zuid, Zuidoost, Zuidwest en Noordoost). Ook wil de gemeente ‘doorstroomtreintjes’ ondersteunen via bewustwording. Een doorstroomtreintje houdt in dat er met één verhuizing, meerdere verhuizingen op gang gebracht worden. Als een ouder stel verhuist naar een seniorenbungalow, komt er een gezinswoning vrij voor een jong gezin, dat weer een

35

Document Hilversum - Woonvisie - Raadsvoorstel - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 32

starterswoning/appartement achterlaat voor een jongere of jong stel. Deze definities bevatten geen meetbare indicatoren om het beleid aan te toetsen. Huisvesting bijzondere doelgroepen en woonvormen De gemeente wil meer ruimte bieden aan doelgroepen die door hun bijzondere woonwensen niet op de reguliere woningmarkt aan bod komen. In eerste plaats zijn dat spoedzoekers, die zeer snel een woning nodig hebben en daarvoor vaak bereid zijn concessies te doen. Voor deze groep denkt de gemeente aan flexwoningen, waarvoor ze meer ruimte wil geven. De precieze definitie van flexwonen, of een meetbare indicator wanneer het ‘faciliteren’ als geslaagd beschouwd kan worden, wordt in de woonvisie niet gegeven. Ook moeten er tot 2030 vijfentwintig standplaatsen voor woonwagens bijkomen. Statushouders worden primair gehuisvest door de woningcorporaties. De (door het Rijk opgelegde) taakstelling voor 2021 was 127 statushouders. Bij onverwacht hoge instroom is splitsing van panden of de bouw van studio’s mogelijk, binnen de kaders van het beleid voor meervoudige bewoning.

Meer doen in de huisvesting van aandachtsgroepen? Op 15 maart 2023 tekende de Hilversumse wethouder Wonen de Woondeal MRA, namens het college, voor de gemeente Hilversum. Daarbij werd ook een aanvullende verklaring opgesteld door de gemeente Amsterdam en het ministerie van Binnenlandse BZK. In de aanvullende verklaring verzoekt de gemeente Amsterdam de andere MRA-gemeenten om meer dan haar deel te doen in de huisvesting van aandachtsgroepen. Amsterdam en het ministerie van Binnenlandse Zaken stellen dat Amsterdam meer dan haar deel doet in het huisvesten van aandachtsgroepen en statushouders. De andere gemeenten in de MRA wordt nu gevraagd deze Amsterdamse opgave te onderkennen en de stad te ondersteunen door een deel van haar opgave over te nemen. Tussen de regiogemeenten in Gooi en Vecht en separaat met enkele andere MRA-gemeenten is de aanvullende verklaring inhoudelijk besproken. De problematiek die door Amsterdam wordt geschetst in termen van een grote opgave van het huisvesten van statushouders en andere maatschappelijke doelgroepen wordt breed herkend en erkend. Maar geconcludeerd is dat Amsterdam geen steekhoudende argumenten heeft om van de andere MRA-gemeenten te vragen meer dan hun deel te doen in het huisvesten van aandachtsgroepen en statushouders. Daarom heeft Hilversum deze aanvullende verklaring niet getekend.

Het aantal statushouders dat Hilversum nu moet huisvesten blijft dus afhankelijk van de taakstelling die de gemeente krijgt van het Rijk.

4.3 Uitvoering Doorstroming bevorderen Op regionaal niveau werken de woningcorporaties met seniorenwooncoaches, die ouderen ondersteunen bij het vinden van een passende woning. Het doel is om dit te verbreden naar particuliere woningbezitters. Inzet vanuit de gemeente is om verkoop van woningcorporatiebezit bij te laten dragen aan het bevorderen van doorstroming, door verkoop bij voorkeur plaats te laten vinden aan zittende huurders of huurders die een sociale huurwoning achterlaten in Hilversum. Van de woningcorporaties is Dudok Wonen daar het meest mee bezig. Hun ‘sociale koop-product’ is bestemd voor huurders die wel in staat zijn om een koopwoning te kopen, maar waarvoor er in Hilversum te weinig aanbod is. Dudok Wonen stelt huurders in staat om hun huidige huurwoning te kopen. Dat draagt bij aan een van de doelen van doorstroming: mensen die nu in een sociale huurwoning wonen, maar liefst willen kopen. De wethouder wil dat de 33

verkochte woningen langjarig voor de doelgroep beschikbaar blijven. Dit kan worden afgedwongen via een opkoopbescherming. De gemeente werkt hier nu aan voor bestaande woningen, wat een nieuw instrument moet bieden om de juiste woningen voor de juiste doelgroep beschikbaar te houden. Toevoegen in segmenten onder druk en voor bijzondere woonvormen Prestatieafspraken met woningcorporaties vormen de basis voor het toevoegen van voldoende sociale huurwoningen. Zoals in hoofdstuk 3 al is benoemd, zijn er geen harde afspraken gemaakt over te realiseren woningen door woningcorporaties. Er is wel een tabel opgenomen met het verwacht aantal op te leveren woningen per project en de afspraak dat hierop gemonitord zal worden. De te realiseren standplaatsen voor woonwagens worden ook in prestatieafspraken vastgelegd. In de nieuwe prestatieafspraken is opgenomen dat: de gemeente onderzoekt in 2023/2024 nauwe samenwerking met de corporaties de mogelijkheid voor het uitbreiden van het aantal standplaatsen voor woonwagenbewoners binnen de periode van deze prestatieafspraken (maximaal 25 stuks). Daarnaast worden flexwonen(concepten voor spoedzoekers) ‘gefaciliteerd’ door planologisch medewerking te verlenen.

In de woonvisie staat dat de gemeente daarin aansluit bij trajecten die door het Rijk worden gefaciliteerd: in de eerste plaats het Atelier Rijksbouwmeester met de inzet van flexwonen voor doorstroming, in de tweede plaats de Versnellingskamer Flexwonen. Beide trajecten geven inzicht in de mogelijkheden om flexwonen een vervolg te geven in projecten. Het Atelier Rijksbouwmeester, onderdeel van het College van Rijksadviseurs, adviseert gevraagd en ongevraagd over de architectuur en stedelijke omgeving. In 2021 hebben zij onderzoek gedaan naar flexwonen en hoe dat kan inspelen op lokale woonbehoeften.36 Wat hiervan de invloed is op het huidige beleid van de gemeente Hilversum is onduidelijk, de woonvisie werd opgeleverd voordat dit onderzoek werd afgerond. De Versnellingskamer Flexwonen is onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De Versnellingskamer stelt specifieke kennis en expertise beschikbaar om planvorming te versnellen tussen een gemeente en de (vele) andere partijen.37 In dit rekenkameronderzoek is niet naar voren gekomen dat de gemeente, of andere partijen in Hilversum, hier nu gebruik van maken. Duidelijk is wel dat het Rijk aanbiedt om te faciliteren door kennis en ondersteuning (inhoudelijk én procesmatig) beschikbaar te stellen.

Op geschikte locaties wil de gemeente tijdelijke woonoplossingen faciliteren door mee te werken aan initiatieven daarvoor. Het is een uitdrukkelijke wens van de raad. Het Circusterrein zou hiervoor ruimte kunnen bieden. Flexwonen biedt de kans om op korte termijn woningen te realiseren en flexwoningen kunnen 10 tot 15 jaar blijven staan. In de woonvisie is flexwonen opgenomen als instrument (en niet als doel) om ontbrekende schakels toe te voegen. Geïnterviewden van zowel het ambtelijk apparaat als van ontwikkelaars en woningcorporaties vinden dan ook dat de realisatie van flexwoningen binnen het grotere geheel bekeken dient te worden.38 Om ontbrekende schakels toe te voegen, is afstemming nodig met de projectleiders en de ontwikkelaars van nieuwe gebiedsontwikkelingen. Het is volgens geïnterviewde betrokkenen bij ontwikkelaars en corporaties lastig om lopende processen open te breken en nieuw beleid toe te voegen. Als er eenmaal een anterieure overeenkomst is afgesloten, dan is het lastig die open te breken en aan te passen aan nieuw beleid. Hiertoe is (logischerwijs) geen bereidheid bij ontwikkelaars.

36

Onderzoek naar Flexwonen | Website | College van Rijksadviseurs Flexwonen | Publicatie | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 38 Flexwonen als opstap naar zelfstandig wonen | Publicatie | Platform31 en Expertisecentrum Flexwonen 37

34

Gemengde wijken: Pilotwijken De Meent en Kerkelanden De Meent en Kerkelanden zijn beide naar aanleiding van moties door de raad aangewezen als pilotwijken om de woonvisie te vertalen naar een concrete wijkgerichte uitvoeringsagenda.39 Er wordt nu gestart met De Meent. Deze wijk is gekozen om de volgende redenen: - Vergrijzing, dus een grote doelgroep voor langer zelfstandig wonen en passend wonen; - De Meent is een ‘bloemkoolwijk’ (jaren-’70-wijk met veel grondgebonden woningen – en weinig appartementen/flatgebouwen), en heeft weinig tot geen mogelijkheden voor doorstroming naar passende woningen voor senioren; - Uit woonbehoefteonderzoek blijkt de (oudere) mensen graag in deze wijk willen blijven wonen; - Toevoegen van passende woningen voor senioren in de wijk maakt ruimte voor nieuwe gezinnen in de (vrijkomende) eengezinswoningen, wat de bestaanszekerheid van voorzieningen zoals scholen kan versterken. Dat staat nu onder druk als gevolg van vergrijzing en bijbehorende krimp van het aantal bewoners (en zeker kinderen) per woning; - Actieve wijkstichting die graag de woningvoorraad wil verbreden.

Eind 2021 is er door een extern bureau een verdichtingsscan uitgevoerd naar mogelijkheden om flexwoningen te realiseren in De Meent.40 De verdichtingsstudie geeft volgens de collegebrief daarover op een heel concrete manier een beeld over verdichtingsmogelijkheden en biedt handvatten voor verdere uitwerking en aanknopingspunten om er met inwoners over van gedachten te wisselen. Uit de verdichtingsstudie blijkt dat er in De Meent mogelijkheden zijn om te verdichten. Bepaalde groenstroken en parkeervelden zijn plekken waar kleinschalig woningen kunnen worden toegevoegd. Het noordelijke deel van De Meent biedt kansen, omdat daar veel woningcorporatiebezit aanwezig is. In de studie wordt voorgesteld om te verdichten met kleine woningen. Deze woningen vormen een aanvulling op het bestaande aanbod van eengezinswoningen. Het geeft inwoners van de wijk de mogelijkheid om binnen de eigen wijk te verhuizen naar een meer passende woning. In augustus 2022 is deze studie aangeboden aan de gemeenteraad. Bewoners voelden zich overvallen door deze verdichtingsstudie. Daarnaast gaven bewoners aan dat locaties aan de rand minder geschikt zijn voor ouderen, aangezien deze locaties te ver weg zijn van voorzieningen41. Tijdens de gesprekken over de prestatieafspraken bleek dat er voor De Alliantie en G&O geen belang of noodzaak is om (met voorrang) in deze wijk te investeren.

Ze hebben tevreden huurders en er zijn voor de corporaties andere wijken die meer prioriteit hebben. Geïnterviewde betrokkenen van ontwikkelaars en woningcorporaties geven aan dat er wijken zijn met meer potentiële locaties en/of met een urgentere opgave om de woningvoorraad te vernieuwen. Daar kunnen zij door herontwikkeling van verouderd bezit meerdere doelen tegelijk realiseren (verduurzaming, toevoegen ontbrekende schakels). De geïnterviewde woningcorporaties gaven aan wel interesse te hebben om te bouwen in bijvoorbeeld De Meent, maar daarvoor moeten zij kunnen beschikken over locaties die nu niet van hen zijn (groenstroken, parkeervelden, maatschappelijk vastgoed). Met name locaties waar meer dan 20 woningen kunnen worden gebouwd, zijn interessant, ook in samenwerking met marktpartijen. Een vrees voor de

39

Motie vreemd: aan de slag met wijkgerichte uitvoering Woonvisie | Raadsmotie M22-07 Verdichtingsstudie flexwonen – De Hilversumse Meent | Collegebrief 41 Document Hilversum - Startnotitie Uitvoeringsagenda Wonen de Meent - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 40

35

woningcorporaties is dat de potentiële locaties uit de verdichtingsstudie bij de buurtbewoners op weerstand stuiten. Zij vrezen dat het participatietraject lastig wordt. In mei 2023 is de Startnotitie uitvoeringsagenda wonen de Meent vastgesteld42. De uitvoeringsagenda gaat met name over het verkennen van mogelijkheden in afstemming met alle betrokkenen, waaronder inwoners en De Alliantie en G&O. Ook in de prestatieafspraken 43 hebben de woningcorporaties hun medewerking toegezegd aan de verkenning van de mogelijkheden.

4.4 Realisatie Realisatie nog niet zichtbaar Zoals in het vorige hoofdstuk bleek, is ambtelijk en bestuurlijk de verwachting dat de meer concrete doelen (3.000 woningen toevoegen, 33% sociaal en 50% betaalbaar) gehaald worden. De projectleiders gebiedsontwikkeling sturen hierop. De doelen van de andere thema’s, zoals het toevoegen van ontbrekende schakels, hangen deels samen met de opgaven uit het vorige hoofdstuk en worden op basis van prestatieafspraken deels uitgevoerd door woningcorporaties. In projecten waar al anterieure overeenkomsten zijn gesloten, ligt het niet voor de hand om (bovenop de bestaande afspraken) ontbrekende schakels toe te voegen. Ontwikkelaars zijn daar (logischerwijs) niet toe bereid. De pilotwijk De Meent kent nu een uitvoeringsprogramma, die vooral bestaat uit het verder verkennen van de mogelijkheden, samen met betrokkenen. Al met al is er (nog) geen zicht op de realisatie van de toevoeging van ontbrekende schakels en/of de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Gevraagd om visie op stadsniveau en een integrale wijkaanpak, woonvisie te breed Vanuit de geïnterviewde vertegenwoordigers van woningcorporaties klinkt de behoefte aan een gezamenlijke visie op een integrale wijkaanpak. Volkshuisvesting moet daarin een belangrijke rol krijgen.

De pilot in De Meent levert volgens de woningcorporaties niet die integrale wijkaanpak op, de pilot richt zich te veel op hoe instrumentarium ingezet kan worden om een meer gedifferentieerd woningaanbod te verkrijgen. Er wordt niet gewerkt aan een alomvattende visie voor de richting waarin de wijk moet bewegen – iets wat door geïnterviewde vertegenwoordigers van zowel corporaties als ontwikkelaars wel wordt aanbevolen. Bovendien is het niet de wijk waar de grootste problematiek speelt, voor woningcorporaties is er weinig urgentie om juist daar te gaan vernieuwen. Volgens geïnterviewde vertegenwoordigers van ontwikkelaars, woningcorporaties en huurdersorganisaties ontbreekt het aan een visie op de ontwikkeling van de stad Hilversum als geheel. Wil Hilversum het dorpse karakter handhaven of meer ruimte bieden aan stedelijke accenten, waarbij de toenemende woningvraag opgevangen kan worden? De woonvisie geeft daarvoor volgens hen ook te weinig richting, juist omdat er zo veel doelen in zijn opgenomen. Geïnterviewde betrokkenen van woningcorporaties signaleren dat in de woonvisie vooral alle dingen staan die de gemeente wil gaan doen (en waar je bijna niet tegen kunt zijn), maar dat het daardoor een document is dat te weinig richting geeft en waarin geen keuzes worden gemaakt.

42 43

Document Hilversum - Startnotitie Uitvoeringsagenda Wonen de Meent - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) Document Hilversum - Prestatieafspraken 2023 tot en met 2027 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 36

4.5 Monitoring en informatievoorziening raad Raad vraagt om versnelling via moties De raad ontvangt jaarlijks een raadsbrief44 met informatie over de voortgang van het uitbreiden van het instrumentarium om de invloed op de woningmarkt te vergroten. De raad vraagt via moties om een versnelling van uitvoering van het beleid. Bijvoorbeeld met de motie over het realiseren van flexwonen op het Circusterrein 45 en voor het opstarten van een pilot in De Meent en Kerkelanden.46 Op 1 december 2022 is de raad geïnformeerd over de projectopdracht Flexwonen (herontwikkeling Circusterrein)47. Ook in de prestatieafspraken met de woningcorporaties heeft de gemeente hierover afspraken gemaakt. Op 19 juli 2023 is de raad geïnformeerd over de intentieverklaring versnelling woningbouw Circusterrein, wat de gemeente samen met de woningcorporaties oppakt 48. Informatie over het aantal toegevoegde flexwoningen, seniorenwoningen en woonwagenplaatsen wordt niet periodiek gegeven. Belangrijk om hierbij op te merken is dat de woonvisie zo veel doelen bevat, dat het lastig te zeggen is waarover de raad daadwerkelijk geïnformeerd moet worden. In het raadsgesprek gaven raadsleden aan dat sommige doelen eerder wensen zijn.

Ook klinkt vanuit geïnterviewde betrokkenen van woningcorporaties en ontwikkelaars dat het risico nu al groot is dat er te veel wordt gestuurd op het behalen van bepaalde aantallen of ontwikkelen van bepaalde concepten, zonder dat er daarbij gekeken wordt naar het ‘grote’ doel. Zijn bijvoorbeeld flexwoningen of samenwerking met de markt daadwerkelijk doelstellingen, of zijn het middelen die ingezet kunnen worden om de problemen op de Hilversumse woningmarkt op te lossen? Vanuit geïnterviewde externe actoren klinkt de oproep aan de raad om vooral te monitoren op de algemene koers. Ook volgens betrokken ambtenaren is het belangrijk om langjarig vast te houden aan de uitgangspunten van het woonbeleid en van daaruit te kijken welke investeringen en projecten daar echt aan bijdragen.

4.6 Beoordeling De rekenkamer heeft de bevindingen uit dit hoofdstuk getoetst aan het normenkader en komt tot onderstaand oordeel: Toetsingscriteria Integraal beleid De doelen en definities van het beleid zijn SMART beschreven (en dus ook realistisch en acceptabel voor stakeholders). Het beleid is afgestemd met (boven)regionaal of nationaal beleid en regelgeving. Effectieve uitvoering De instrumenten en afspraken zijn passend bij de opgave en de gemeentelijke rol.

Beoordeling

n.t.b.

44

Raadsbrief 21 april 2022 Voortgang Woonvisie, nieuwe instrumenten Tijdelijk wonen op het circusterrein? Ja echt het kan | Raadsmotie M22-06 46 Motie vreemd: aan de slag met wijkgerichte uitvoering Woonvisie | Raadsmotie M22-07 47 Document Hilversum - Raadsinformatiebrief 2022-71 inzake Projectopdracht Herontwikkeling Circusterrein (1228988) - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 48 Document Hilversum - Raadsinformatiebrief 2023-63 inzake Intentieovereenkomst versnelling woningbouw (flexwonen Circusterrein) (1336668) iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) 45

37

De beschikbare ambtelijke capaciteit is passend bij de opgave en de gemeentelijke rol. De instrumenten en afspraken worden gedragen door de betrokken externe actoren. Zicht op realisatie De gemeente heeft zicht op de eigen realisatie en die van externe actoren. Het is aannemelijk dat de gemeente haar eigen doelstellingen kan realiseren. Het is aannemelijk dat externe actoren hun doelstellingen kunnen realiseren. Monitoring en bijsturing door de raad De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig, actueel, begrijpelijk en conform de gemaakte afspraken. De gemeenteraad heeft zicht op de output en effecten van het woonbeleid. De gemeenteraad heeft zicht op de invloed die zij kan uitoefenen.

n.t.b. n.t.b.

: er is geen verbeterpotentieel; : er is verbeterpotentieel; : verbeteringen zijn noodzakelijk; : verbeteringen zijn dringend nodig; N.t.b. : (nog) niet te beoordelen

Toelichting op de beoordeling van de toetsingscriteria Integraal beleid De woonvisie bevat heel veel doelen. Veel ervan zijn instrumenteel. De doelen op het gebied van doorstroming, toevoeging van bijzondere woonvormen of voor de huisvesting van speciale doelgroepen en voor gemengde wijken zijn niet voorzien van indicatoren. Of de doelen gehaald worden, is onduidelijk. Concreet is wel de doelstelling van 25 extra standplaatsen voor woonwagens, waarover niet aan de raad is gerapporteerd. De woonvisie geeft volgens externe betrokkenen te weinig richting, juist omdat er zo veel doelen in zijn opgenomen. Effectieve uitvoering Alleen begin 2023 was team Wonen op sterkte. Het is daarom verklaarbaar dat nog niet alle onderdelen van het woonbeleid in uitvoering zijn. Momenteel wordt een pilot De Meent opgestart, die inzicht moet geven in hoe je de instrumenten kunt inzetten om te komen tot een wijk waar je ontbrekende schakels toevoegt, om zo doorstroming te bevorderen. Deze pilotwijk was één van de oorzaken dat het lastig was om te komen tot prestatieafspraken: voor de woningcorporaties was dit niet de meest logische wijk om in te investeren. En zo vertraagt de ene wens de andere wens. Daarnaast is het niet eenvoudig om in lopende gebiedsontwikkelingen nieuwe doelen (ontbrekende schakels) toe te voegen.

Naar aanleiding van een motie werkt de gemeente aan het toevoegen van flexwoningen op het Circusterrein. Het is nog te vroeg om te beoordelen of de instrumenten passend zijn bij de opgave en de gemeentelijke rol. Het is de vraag of er voldoende beschikbare ambtelijke capaciteit is om aan de uitvoering van de woonvisie en de prestatieafspraken te werken. De ingezette instrumenten worden deels gedragen door externe actoren. Dit is in mindere mate het geval als het gaat om het realiseren van flexwoningen en het aanwijzen van De Meent als ‘pilotwijk’. Externe actoren signaleren dat er te weinig gekeken wordt naar de bijdrage hiervan aan de grote problemen op de Hilversumse woningmarkt. Ze vragen zich af of de gemeenteraad dit ziet als instrumenten die kunnen bijdragen, of als doelen op zich. 38

Zicht op realisatie Er is (nog) geen zicht op de realisatie van de doelstellingen om ontbrekende schakels toe te voegen en doorstroming te bevorderen. Dat is mede het gevolg van niet-meetbare ambities, die vrijwel volledig instrumenteel zijn. Er wordt ook niet aan de raad gerapporteerd over het huisvesten van de bijzondere doelgroepen statushouders, spoedzoekers, internationale arbeidskrachten en woonwagenbewoners. Daarom is de norm dat zowel de gemeente zelf als externe actoren hun doelstellingen kunnen behalen, als niet te beoordelen aangemerkt. Monitoring en (bij)sturing door de raad De raad wordt niet geïnformeerd over de voortgang en effecten op dit thema van de woonvisie. De raad heeft daar ook niet om gevraagd. De raad stuurt via moties en artikel-41-vragen op versnelling van het vaststellen van instrumenten. Het college is aan de slag gegaan met de moties en heeft de raad daarover geïnformeerd.

39

5 Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag 5.1 Inleiding Het derde thema uit de woonvisie is mensen met een zorgvraag langer en weer langer zelfstandig thuis laten wonen. Daaronder valt: a. Voor ouderen meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen te bieden, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving; b. Voor andere zorgvragers voldoende aanbod verspreid over de stad te bieden, zodat mensen prettig kunnen wonen en buurten ook mensen kunnen opvangen. Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag hoe doeltreffend de aanpak op het thema ‘Mensen met een zorgvraag langer zelfstandig thuis laten wonen’ is.

5.2 Beleid en definities Een doelstelling in de woonvisie is om in alle wijken huisvesting te bieden aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Voor ouderen wil de gemeente meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen bieden, met aandacht voor zorg en ontmoeting in de omgeving. Voor andere zorgvragers wil de gemeente voldoende aanbod verspreid over de stad aanbieden, zodat buurten ook mensen kunnen opvangen. Een levensloopgeschikte woning wordt in de woonvisie gedefinieerd als een woning die voor alle levensfasen geschikt is. Ouderen kunnen hier blijven wonen als zij te maken krijgen met lichamelijke beperkingen (zonder traplopen door alle primaire vertrekken op één woonlaag, of met een lift bereikbaar), maar een dergelijke woning is ook voor andere (jongere) leeftijdsgroepen aantrekkelijk. Onder ‘geclusterd wonen’ worden woonvormen verstaan waar mensen zelfstandig wonen, maar waar een hoge mate van samenleven is. Het gaat bijvoorbeeld om seniorenwoningen, aanleunwoningen, hofjeswoningen. Een woning valt binnen deze categorie als: het complex bestaat uit meerdere woningen (minimaal 10), het mogelijk is om hier te komen wonen zonder Wlz-indicatie49, een wezenlijk deel van de bewoners van het complex (bijvoorbeeld 50%) 65 jaar of ouder is, en/of het complex door de gemeente is gelabeld voor senioren (bijvoorbeeld 55+ label).

Meer levensloopgeschikte en geclusterde woonvormen voor ouderen: geen harde doelen Om meer levensloopgeschikte woningen toe te voegen aan de woningvoorraad, werkt de gemeente via twee sporen: het aanpassen van bestaande woningen en het toevoegen van toegankelijke/gelijkvloerse woningen. In de prestatieafspraken is opgenomen dat de gemeente Hilversum in verband met de urgentie de regie neemt om te komen tot een actieplan “Ouder worden in Hilversum”. In wijken worden accenten geplaatst naar type toe te voegen woningen, met aandacht voor sociale huur, middensegment en levensloopgeschikte woningen. Er is een Taskforce Betaalbare Woningbouw die het woningbouwprogramma op basis van beschikbare locaties verder invult. Dat is een groep met ontwikkelaars en projectmanagers van de gemeente en de woningcorporaties. Zij komen bij elkaar om te kijken op welke locaties er (versneld) nieuwbouw kan plaatsvinden.

49

Wet langdurige zorg. Mensen met een Wlz-indicatie kunnen terecht in een verpleeghuis, een instelling voor mensen met een handicap of een ggzinstelling. 40

De gemeente wil op locaties bij maatschappelijke voorzieningen voorrang geven aan levensloopgeschikte woningen, door dat vast te leggen in anterieure overeenkomsten. Ook wil de gemeente ruimte bieden aan wooninitiatieven van ouderen, zoals een hofjesconcept. Met verhuispremies, korting op de grondprijs en huurgewenning hebben woningcorporaties en de gemeente nog meer verhuisstimuli in handen, aldus de Woonvisie 2021-2030. Wonen met zorg voor andere doelgroepen In de woonvisie staat dat alle mensen met een zorgvraag (een beperking of psychosociale problematiek) zelfstandig moeten kunnen wonen, tenzij de zorgvraag zo groot is dat dit niet haalbaar is. Om zelfstandig wonen mogelijk te maken is in het Beleidsplan Bescherming en Opvang Echte betrokkenheid, wederzijdse afhankelijkheid regionaal afgesproken in te zetten op netwerken in de buurt, waardoor hulpbehoevenden gemakkelijker hun weg vinden. In dit beleidsplan wordt een indeling gemaakt voor mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen (oftewel de doelgroep van dit beleid). Mensen worden ingedeeld in zogenoemde ‘vignetten’, waarbij het gaat om de zwaarte van de zorg die mensen ontvangen en de mate waarin iemand zelfstandig kan worden. Vignetten 6 t/m 9 (van de 9 in totaal) zijn niet in staat tot zelfstandig thuis wonen. Er zijn dus definities om te bepalen of zelfstandig wonen haalbaar is.

Het beleidsplan bevat ook het gezamenlijke beleid van de gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en de programma’s die daaronder vallen. 50 Dit zijn de volgende programma’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Echte betrokkenheid; Preventie & vroegsignalering; Veilig & beschermd thuis wonen Gebundelde & hoogwaardige crisiszorg; Beschermde woon- & opvangplekken.

Per programma zijn de acties van gemeenten, samenwerkingen met andere partijen en de financiën per maatregel opgenomen. Meetbare doelstellingen zijn er echter nauwelijks in opgenomen. Wat het concreet voor Hilversum betekent, en wanneer het beleid als geslaagd kan worden beschouwd, wordt uit het beleidsplan niet duidelijk. Bovendien was de looptijd van 2017 t/m 2020, dus is het inmiddels aan vernieuwing toe, en was zelfs al verlopen toen de woonvisie werd vastgesteld. De woonvisie geeft onvoldoende verdere invulling aan het regionale beleidsplan. Dit is hiervoor ook niet per se het aangewezen beleidsstuk, dat is eerder de woonzorgvisie. Die is nu in ontwikkeling. Visie op Wonen en Zorg in de maak Voor een goede afstemming van het aanbod van wonen en zorg werkt de gemeente samen met woon- en zorgpartners aan een nieuwe Woonzorgvisie. In deze Woonzorgvisie, met tevens aandacht voor de verpleeghuisopgave, brengt de gemeente de behoeften en mogelijkheden op het gebied van wonen met zorg concreet in beeld, en werkt zij met haar partners (corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties) deze uit. Hierbij wordt ook de regionale inkoop van zorgdiensten betrokken. Met de woningcorporaties en huurdersorganisaties krijgt deze Woonzorgvisie vervolgens een concrete vertaling in prestatieafspraken, mogelijk met uitbreiding van afspraken met zorgpartners en cliënten.

De gemeente blijft als regisseur betrokken bij de realisatie van de opgaven.

50

Echte betrokkenheid, wederzijdse afhankelijkheid | Beleidsplan Bescherming & Opvang 2017-2020 | Regio Gooi en Vechtstreek 41

Zonder Woonzorgvisie met concrete vertalingen naar acties, is er op het gebied van wonen met een zorgvraag geen concreet beleid met meetbare indicatoren. In de woonvisie en het Beleidsplan Bescherming en Opvang staat een veelheid aan doelstellingen, waarvan het onmogelijk is om ertegen te zijn.

5.3 Uitvoering Gemeente kan weinig bijsturen, eigenaren aan zet Om meer bestaande woningen levensloopgeschikt te maken, zijn gemeentelijke sturingsmogelijkheden beperkt. Over het aanpassen van sociale huurwoningen kan de gemeente met de woningcorporaties en huurdersorganisaties prestatieafspraken maken. Er zijn op dit punt echter geen concrete afspraken gemaakt. Voor de particuliere voorraad zijn woningeigenaren aan zet. De gemeente neemt hierbij een stimulerende rol, door informatievoorziening (campagnes) en de meerwaarde van Verzilver-/en Blijversleningen te onderzoeken – zo staat in de woonvisie. Met deze leningen kunnen woningeigenaren aanpassingen aan hun eigen woning financieren vanuit bijvoorbeeld de overwaarde van hun huis. Uiteraard levert de gemeente ook via Wmo-woningaanpassingen een bijdrage aan de toegankelijkheid van bestaande woningen (maatwerkvoorzieningen). Inmiddels biedt de gemeente Hilversum de mogelijkheid van een Verzilverlening. Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting geeft deze uit, mensen kunnen alleen een aanvraag doen als ze een toewijzingsbrief van de gemeente hebben ontvangen. Er kan een bedrag tussen de €2.500 en €50.000 geleend worden door woningeigenaren met ruim voldoende overwaarde op de woning. 51 Hoeveel mensen hiervan gebruikmaken is in dit onderzoek niet aan de orde gekomen.

Dit soort regelingen werkt alleen voor mensen met een eigen woning en voldoende vermogen om de lening aan te kunnen gaan. Doelgroepen met minder eigen vermogen, of in een huurwoning, zullen op andere manieren geholpen moeten worden. Een Verzilverlening kan voor een kleine doelgroep een uitkomst zijn, maar levert niet op grote schaal levensloopgeschikte woningen op. Samenwerking in de regio wordt nu uitgewerkt in bouwopgave per gemeente Als een van de uitwerkingen van de regionale Woondeal is afgesproken dat de regio Gooi en Vechtstreek (op basis van landelijk onderzoek naar de behoefte en de beste aanpak) het thema langer zelfstandig thuis wonen oppakt en uitwerkt in Woonzorgvisies voor de hele regio, dus ook voor Hilversum. In de MRA wordt in 2023 in het kader van het programma huisvesting aandachtsgroepen een regionale analyse gemaakt van de woonzorgbehoefte en worden afspraken gemaakt over het aandeel dat elke gemeente bijdraagt. De lokale en/of regionale woonzorgvisies binnen de MRA vormen dus een invulling van de regionale afspraken. Als op basis van de woonzorgvisies afspraken over sociale woningbouw wijzigen, worden deze vervolgens aangepast in de Woondeal MRA. Voor de invulling van de bouwopgave die voortvloeit uit de woonbehoefte van ouderen met een Wlz-indicatie worden het Zorgkantoor en de zorgaanbieders betrokken.

De provincies krijgen een coördinerende rol in het afstemmingsproces om erop toe te zien dat de woonzorgvisies van de gemeenten congruent zijn met de regionale afspraken over huisvesting aandachtsgroepen en de afspraken gemaakt in deze Woondeal. 52 Dit betekent ook dat de raad hier geen besluiten over kan/mag nemen. De gemeente Hilversum is, net als de andere gemeenten in de regio, bezig met het onderzoeken van de behoeften en het maken van een visie voor wonen met zorg. Uiteindelijk zullen de gemeenten in overleg met de provincie tot een taakstelling moeten komen, zodat het totale woonzorg-aanbod in de regio groot genoeg wordt. Daarmee

51 52

SVn Verzilverlening Hilversum | Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Woondeal MRA 42

wordt het beleid uit de woonvisie geconcretiseerd, pas dan wordt echt duidelijk waar de gemeente Hilversum aan gaat werken. Volgens de betrokken wethouder is er een ambtelijk en bestuurlijk overleg voor zowel Wonen als Sociaal Domein. De voortgang en afspraken in het kader van langer zelfstandig thuis wonen worden besproken in beide overleggroepen. Het overleg in de regio verloopt goed, mede door de ambtelijke inzet vanuit de regio. Er zijn korte lijnen, zowel ambtelijk als bestuurlijk. De indruk van raadsleden, zo blijkt uit het gesprek met de raad, is dat de regionale afstemming moeilijk verloopt door de gelijke stemverhouding van iedere gemeente. Een evenredige stemverhouding naar inwoneraantal en daarmee naar de opgave, zou volgens de aanwezige raadsleden meer recht doen aan de rol van de gemeente Hilversum als centrumgemeente, en zou de gemeente Hilversum meer invloed geven op de verdeling van sociale huurwoningen en woningen voor speciale doelgroepen in de regio.

5.4 Realisatie In de woningbouwmonitor van de gemeente zijn ‘seniorenwoningen’ of nultredenwoningen niet apart opgenomen. In het algemeen wordt met beide termen een woning verstaan waarin de keuken, de wc, de badkamer en ten minste één slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn, en dat de voordeur van de woning van buiten ook zonder traplopen te bereiken is. Er is dus geen zicht op realisatie. Pilot De Meent: van toevoegen seniorenwoningen naar passender wonen voor meer huishoudens De pilot in De Meent, al besproken in hoofdstuk 4, heeft ook als doelstelling om meer seniorenwoningen te realiseren in de wijk. De vrijkomende (gezins)woningen komen dan vrij voor gezinnen. Zoals al benoemd bevindt de pilot zich in de opstartfase en is De Meent niet de wijk met de meeste prioriteit voor de woningcorporaties. Volgens de geïnterviewde betrokkene namens de Regio Gooi en Vechtstreek is het goed dat woningcorporaties de mogelijkheid krijgen om woningen toe te voegen die geschikt zijn voor ouderen. Dat is de eerste stap voor meer seniorengeschikte woningen. Vervolgens beslissen de senioren zelf wat zij willen. Zij zijn kansrijk op de woningmarkt: ze hebben vaak vermogen of staan bovenaan de wachtlijst bij een woningcorporatie. Volgens de geïnterviewde is uit onderzoek gebleken dat alle relevante instrumenten voor doorstroming al worden ingezet.

Om echt het verschil te maken moet er volgens dit onderzoek méér worden gebouwd. Niet per se (eerst) in een specifieke wijk maar overal in Hilversum. Realisatie verder uitgewerkt in Woonzorgvisie Van de doelstellingen is (nog) niet te zeggen hoe de realisatie verloopt. Daarvoor moet het beleid eerst verder uitgewerkt worden in de regionale woonzorgvisie die nu in de maak is. De woonvisie bevat onvoldoende concrete doelen om richting te geven aan de acties van de gemeente.

5.5 Monitoring en informatievoorziening raad De raad wordt niet specifiek geïnformeerd over de realisatie van het aantal levensloopgeschikte woningen, of over het aantal woningen dat levensloopgeschikt is gemaakt. In de indicatoren in de jaarrekening is het aantal seniorenwoningen niet opgenomen. Omdat er nu regionaal beleid ontwikkeld wordt, dat vervolgens zal worden doorvertaald in prestatieafspraken met woningcorporaties, zijn er minder sturingsmogelijkheden voor de raad. Een regionale aanpak kan bij een complexe problematiek als langer thuis wonen met een zorgvraag wel effectiever zijn. 43

5.6 Beoordeling De rekenkamer heeft de bevindingen uit dit hoofdstuk getoetst aan het normenkader en komt tot onderstaand oordeel: Toetsingscriteria Integraal beleid De doelen en definities van het beleid zijn SMART beschreven (en dus ook realistisch en acceptabel voor stakeholders). Het beleid is afgestemd met (boven)regionaal of nationaal beleid en regelgeving. Effectieve uitvoering De instrumenten en afspraken zijn passend bij de opgave en de gemeentelijke rol. De beschikbare ambtelijke capaciteit is passend bij de opgave en de gemeentelijke rol. De instrumenten en afspraken worden gedragen door de betrokken externe actoren. Zicht op realisatie De gemeente heeft zicht op de eigen realisatie en die van externe actoren. Het is aannemelijk dat de gemeente haar eigen doelstellingen kan realiseren. Het is aannemelijk dat externe actoren hun doelstellingen kunnen realiseren. Monitoring en bijsturing door de raad De informatievoorziening aan de gemeenteraad is tijdig, actueel, begrijpelijk en conform de gemaakte afspraken. De gemeenteraad heeft zicht op de output en effecten van het woonbeleid. De gemeenteraad heeft zicht op de invloed die zij kan uitoefenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3f00b315-8693-4890-905f-e0bafe13d731