CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Ecologische voortoets N417 - definitief (april 2024)

GEMEENTERAAD 10 juli 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Reconstructie N417 (1367431)26.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

44

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

6.2.4

H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)

Effectbeschrijving De kritische depositiewaarde van dit habitattype is 500 mol N/ha/jaar (7 kg N/ha/j) (Wamelink et al., 2023). Op 100% van het oppervlak van het habitattype is in de huidige situatie sprake van een sterke overbelaste situatie, zie Tabel 8. In Figuur 10 in paragraaf 5.5 is de huidige (2021) mate van overbelasting op H7140B ruimtelijk weergegeven. Tabel 8 Totale oppervlakte van het habitattype H7140B in het Natura 2000-gebied Oostelijke vechtplassen en welk deel overbelast is (AERIUS Monitor 2023). Totale oppervlakte (ha) 21,36

Overbelast (ha) 21,36

Niet overbelast (ha) 0

% Overbelast 100

% Niet overbelast 0

Tabel 9 geeft de veranderingen van de stikstofdepositie in de overbelaste delen voor het habitattype H7140B in het Natura 2000-gebied gedurende de realisatiefase van de reconstructie N417. Uit onderstaande tabel blijkt dat in de realisatiefase sprake is van een toename van maximaal 0,01 mol N/ha op 2,45 ha (11%) van het habitattype. Op het hele oppervlak waar plandepositie op valt is sprake van een overbelaste situatie. Tabel 9 Verandering stikstofdepositie op het habitattype H7140B in het Natura 2000-gebied Oostelijke vechtplassen door de realisatiefase reconstructie N417 (AERIUS Calculator 2023). Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van effect [ha] Realisatiefase

2,45

Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van het effect dat overbelast is [ha] 2,45

% van overbelaste delen met planeffect t.o.v. totale oppervlakte

Max depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]

Min depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]

11

0,01

0,01

De depositietoenames op de overbelaste delen in de realisatiefase van de reconstructie N417 zijn op kaart weergegeven in Figuur 21 (en geven de ruimtelijke verdeling van de stikstofdeposities die zijn samengevat in Tabel 9.

45

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Figuur 21 Planeffect in de realisatiefase reconstructie N417 op het overbelaste deel van het habitattype H7140A Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

Knelpunten en stikstof Voor het habitattype H7140B is toevoer van ijzerrijk en basenrijke grondwater gewenst. Natte omstandigheden zijn noodzakelijk voor het habitattype (Ministerie van LNV, 2009b). De successie van trilveen naar veenmosrietland wordt versneld door verzuring. Wanneer eenmaal veenmosrietland is ontstaan, moet verzuring worden beschouw als een natuurlijk proces. Als gevolg van stikstofdepostie kan er extra verzuring optreden, die tot verarming van veenmosrietland kan leiden. De veenmoslaag bij trilveen veenmosrietland fungeert als N-filter. Als gevolg van stikstofdepositie kan er doorslag van nitraat plaats vinden, met als gevolg een versnelde successie van broekbos (H. Van Dobben, Barendregt, et al., 2016). In de Oostelijke Vechtplassen zijn de verminderde invloed van gebufferd kwelwater, de aanwezigheid van exoten en de matige oppervlaktewaterkwaliteit de grootste knelpunten voor H7140B (Provincie Noord Holland, 2022). Stikstofdepositie draagt bij aan de achteruitgang van kwaliteit van het habitattype maar is niet sturend. Het herstel van het kwelwaterinvloed en de waterkwaliteitsverbetering leidt tot kansen voor de verbetering van de kwaliteit en de ontwikkeling van het habitattype.

Effectbeoordeling Uit de concept natuurdoelanalyse van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (2023) geldt voor H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) het eindoordeel ‘Nee, tenzij’, behoud van het habitattype is niet gegarandeerd. De huidige kwaliteit van het habitattype is voor een groot deel goed, maar voor een aantal kwaliteitsaspecten geldt een gebrek aan informatie. Daarnaast is sprake van een negatieve trend voor de kwaliteit. Hierbij zijn de verminderde invloed van gebufferd kwelwater, verdroging, matige oppervlaktewaterkwaliteit en het ontbreken van nieuwvorming door nieuwe verlandingsreeksen belangrijke knelpunten. Deze knelpunten blijven ook een belemmering vormen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstelling, zelfs als de achtergronddepositie onder de kritische depositiewaarde ligt.

46

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Gezien de andere bepalende knelpunten zorgt de tijdelijke en geringe planbijdrage van maximaal 0,01 mol N/ha op 2,45 ha (11% van het habitattype) tijdens de realisatiefase niet voor een meetbare verandering van de vegetaties van het habitattype H7140B Overgangs- en trilvenen (veenrietmoslanden) op stikstofdepositie. Alhoewel de responsecurve van de genormaliseerde presententie van typische soorten niet met zekerheid kan worden vastgesteld voor H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) (Wamelink et al., 2021) kan deze nooit zo steil zijn dat een effect van 0,01 mol leidt tot een zichtbare verandering in de soortensamenstelling. Op het habitattype is alleen sprake van en geringe toename van stikstofdepositie in de realisatiefase. Hoewel stikstofdepositie bijdraagt aan de knelpunten die uitbreiding van het habitattype beperken vormt stikstofdepositie niet het grootste knelpunt. Andere knelpunten zoals de verminderde invloed van gebufferd kwalwater en matige oppervlaktewaterkwaliteit zijn meer sturend voor de ontwikkeling van het habitattype. De eenmalige en geringe bijdrage zorgt niet voor een meetbare verandering van de vegetaties van dit habitattype en levert geen wezenlijke bijdrage aan de knelpunten die spelen bij het behalen van de instandhoudingsdoelstelling noch zal dit het behalen van de instandhoudingsdoelstelling belemmeren.

De kans op significant negatieve effecten als gevolg van de realisatie van de reconstructie N417 zijn op voorhand uit te sluiten.

6.2.5

H91D0 Hoogveenbossen

Effectbeschrijving De kritische depositiewaarde van dit habitattype is 1.786 mol N/ha/jaar (25 kg N/ha/j) (Wamelink et al., 2023). Op 9,37% van het oppervlak van het habitattype is in de huidige situatie sprake van een lichte tot matige overbelaste situatie, zie Tabel 10. Figuur 11 in 5.6 is de huidige (2021) mate van overbelasting op H91D0 ruimtelijk weergegeven. Tabel 10 Totale oppervlakte van het habitattype H91D0 Hoogveenbossen in het Natura 2000-gebied Oostelijke vechtplassen en welk deel overbelast is (AERIUS Monitor 2023). Totale oppervlakte (ha) 80,36

Overbelast (ha) 7,53

Niet overbelast (ha) 72,83

% Overbelast 9,37

% Niet overbelast 90,63

Tabel 11 geeft de veranderingen van de stikstofdepositie in de overbelaste delen voor het habitattype H91D0 in het Natura 2000-gebied gedurende de realisatiefase van de reconstructie N417. Uit onderstaande tabel blijkt dat in de realisatiefase sprake is van een toename van maximaal 0,01 mol N/ha op 20,67 ha van het habitattype. Op 6,66 ha (8%) waar plandepositie op valt is sprake van een overbelaste situatie. Tabel 11 Verandering stikstofdepositie op het habitattype H91D0 Hoogveenbossen in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen door de realisatiefase reconstructie N417 (AERIUS Calculator 2023). Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van effect [ha] Realisatiefase

20,67

Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van het effect dat overbelast is [ha] 6,66

% van overbelaste delen met planeffect t.o.v. totale oppervlakte

Max depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]

Min depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [mol N/ha]

8

0,01

0,01

De depositietoenames op de overbelaste delen in de realisatiefase van de reconstructie N417 zijn op kaart weergegeven in Figuur 22 (en geven de ruimtelijke verdeling van de stikstofdeposities die zijn samengevat in Figuur 22.

47

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Figuur 22 Planeffect in de realisatiefase reconstructie N417 op het overbelaste deel van het habitattype H91D0 Hoogveenbossen in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

Knelpunten en stikstof Hoogveenbossen bestaan voornamelijk uit relatief laag blijvende berkenbossen met dominantie van zachte berk (Betula pubescens) in de boomlaag en een ondergroei die vooral bestaat uit veenmossen (Sphagnum soorten). Groeiplaatsen komen met name voor op natte, zure venige bodem met hoge grondwaterstanden. De grondwaterstanden staan in winter en voorjaar rond maaiveld, en zakken in de zomer idealiter niet verder weg dan enkele decimeters. Door de beperkte aanvoer van voedingsstoffen en de geringe afbraak van organisch materiaal is de voedselrijkdom van nature zeer gering (Ministerie van LNV, 2008). In de Oostelijke Vechtplassen zijn er geen grote aangesloten oppervlakten bos met weinig indringing van voedselrijk water aanwezig. Daardoor zijn er geen uitbreide veenmosrijke berkenbossen ontwikkeld. Ook de aanwezigheid van exoten zoals appelbes en Amerikaanse vogelkers beperkt de groei en ontwikkeling van hoogveenbossen (Provincie Noord-Holland, 2022). Hoogveenbossen bevinden zich op zure standplaatscondities. Of stikstofdepositie in bestaande hoogveenbossen verzurende effecten met zich meebrengt is niet bekend. Verhoogde depositie versnelt de nieuwvorming van hoogveenbossen (Heije & Smits, 2012). De zeer voedselarme omstandigheden in de bovengrond van hoogveenbossen zorgt voor een lage groeisnelheid.

Door hoge depositieniveaus wordt de resterende stikstof niet door het veenmospakket opgenomen, maar door andere hogere planten. Soorten als berk en pijpenstrootje profiteren van de beschikbare stikstof, resulterend in een sterke beschaduwing. Dit heeft een negatief effecten op de ondergroei, en resulteert in een afname in kwaliteit van het habitattype (Heije & Smits, 2012). Effectbeoordeling Uit de concept natuurdoelanalyse van Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen (2023) geldt voor H91D0 Hoogveenbossen het eindoordeel ‘Ja, mits’, behoud van het habitattype is dus volgens de NDA gegarandeerd met de getroffen en voorziene maatregelen voor kwaliteitsverbetering. De huidige oppervlakte is voor een groot deel van goede kwaliteit, maar de trend van de kwaliteit is negatief. Stikstofdepositie is op termijn een beperkt knelpunt.

48

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Een te laag waterpeil kan een probleem vormen voor H91D0, maar dit is op te lossen met lokale ingrepen. In de concept natuurdoelanalyse is opgenomen dat met name oprukken van de invasieve exoot appelbes de noodzaak voor aanvullende maatregelen veroorzaakt. Voor dit knelpunt zijn bewezen effectieve maatregelen bekend, maar deze vragen grote inspanning. Figuur 23 geeft de responscurve van de genormaliseerde presententie van typische soorten van H91D0 Hoogveenbossen weer (Wamelink et al., 2021). De toename van biomassa als gevolg van 0,01 mol N/ha/j komt overeen met 0,00014 kg N/ha. De achtergronddepositie voor H91D0 in Oostelijke Vechtplassen betreft gemiddeld 21,1 kg N/ha/j. Figuur 23 laat zien dat kleine deposities, hier 0,00014 kg N/ha, niet zal leiden tot verandering in soortensamenstelling en daarmee ook niet tot veranderingen in vegetatietypen noch verlies in omvang en kwaliteit van het habitattype.

Figuur 23 Responscurve van H91D0 Hoogveenbossen op stikstofdepositie. Figuur overgenomen uit Wamelink et al.(2021)). Op de y-as staat de genormaliseerde presentie en op de x-as de ruwe stikstofdepositie in kg/ha/jr. De lichtgrijze lijnen geven de afzonderlijke curven van de kwalificerende soorten (waaronder typische soorten) weer. De verticale gestippelde lijn geeft de oude KDW (H. F. Van Dobben et al., 2012). De rode lijn geeft de nieuwe KDW van 1786 mol N/ha/j (Wamelink et al., 2023). Het grijze vlak van de empirische kritische depositiewaarde (Bobbink & Hettelingh, 2011). In de kop wordt tussen haken het structuurtype (nat loofbos) gegeven (Wamelink et al., 2021).

Op het habitattype is alleen sprake van een geringe toename van stikstofdepositie in de realisatiefase. Hoewel stikstofdepositie bijdraagt aan de knelpunten die de kwaliteit van het habitattype negatief beïnvloeden leidt een eenmalige en geringe bijdrage niet tot een meetbare verandering van de vegetaties van dit habitattype en zal ook niet leiden tot een meetbare toename in de groei van appelbes noch zal het behalen van de instandhoudingsdoelstelling belemmeren. De kans op significant negatieve effecten als gevolg van de realisatie van de reconstructie N417 zijn op voorhand uit te sluiten.

6.2.6

Lg05/zeggekorfslak

Effectbeschrijving op leefgebied van zeggekorfslak Zeggekorfslak komt voor in Lg05 Grote zeggenmoeras een stikstofgevoelig leefgebied binnen de Oostelijke Vechtplassen waar sprake is van plandepositie in een overbelaste situatie. Daarnaast komt de soort voor in moerasbossen binnen de Oostelijke Vechtplassen. Lg05 De kritische depositiewaarde van dit habitattype is 1.714 mol N/ha/jaar (24 kg N/ha/j) (Wamelink et al., 2023). Op 4,62% van het oppervlak van het habitattype is in de huidige situatie sprake van een lichte tot matige overbelaste situatie, zie Tabel 12 en Figuur 24. In Figuur 24 is, binnen de reikwijdte van het planeffect, de huidige (2024) mate van overbelasting ruimtelijk weergegeven. 49

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Tabel 12 Totale oppervlakte van het leefgebied Lg05 in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen en welk deel overbelast is (AERIUS Monitor 2023). Totale oppervlakte (ha)

Overbelast (ha)

Niet overbelast (ha)

% Overbelast

% Niet overbelast

707,84

32,71

675,13

4,62

95,38

Tabel 13 geeft de veranderingen van de stikstofdepositie in de overbelaste delen voor het habitattype in het Natura 2000-gebied gedurende de realisatiefase van reconstructie N417. Hieruit blijkt dat in de realisatiefase sprake is van een toename op 9,55 ha (1,5%) van het habitattype waarvan sprake is van een overbelaste situatie. De depositietoenames op de overbelaste delen in de realisatiefase zijn op kaart weergegeven in Figuur 24 (en geven de ruimtelijke verdeling van de stikstofdeposities die zijn samengevat in Tabel 13). De figuur laat zien dat op 1,5% van het leefgebied sprake is van een tijdelijke toename van maximaal 0,01 mol N/ha in de realisatiefase. Tabel 13 Verandering stikstofdepositie op het leefgebied Lg05 in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen door de realisatiefase reconstructie N417 (AERIUS Calculator 2023).

Realisatiefase

Oppervlakte habitattype binnen reikwijdte van effect [ha]

Oppervlakte habitattype binnen het gebied [ha]

% van overbelaste delen met planeffect t.o.v. totale oppervlakte

Max depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [realisatie mol N/ha]

Min depositie plan op habitattype in overbelaste situatie [realisatie mol N/ha]

9,55

707,84

1,5

0,01

0,01

Figuur 24 Planeffect in de realisatiefase reconstructie N417 op het overbelaste deel van Lg05 Grote-zeggenmoeras in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen.

50

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Knelpunten en stikstof In de herstelstrategie voor Lg05 is opgenomen dat het leefgebied van nature licht voedselrijk is. Het is aannemelijk dat een verhoogde stikstofdepositie een versnelling van de vegetatiegroei en successie tot gevolg heeft waardoor grotezeggenvegetatie wordt vervangen door ruigte. Hierdoor neemt de oppervlakte met grote zeggen af, waardoor de kwaliteit van het leefgebied voor de zeggenkorfslak afneemt of geheel verdwijnt. Daarnaast zorgt verdroging voor een belangrijke bedreiging voor het voorkomen van de Zeggekorfslak. Verdroging leidt tot een afname van de luchtvochtigheid en tot verruiging en opslag van houtige gewassen. Op den duur verdwijnt hierdoor de dominantie van grote zeggen (Bouwman et al., 2016). Het is niet bekend of in de delen van Lg05 waar sprake is van overbelasting een versnelling in de vegetatiegroei en successie optreedt. Wel is bekend dat voor het hele Natura 2000-gebied hydrologische problemen aanwezig zijn. Voor het leefgebied van de zeggekorfslak kan dit betekenen dat de grondwaterstanden te ver uitzaken (Provincie Noord-Holland, 2023; Provincie Utrecht, 2023). Stikstofdepositie kan bijdragen aan dit knelpunt maar is niet de sturende factor. Vooralsnog zijn er, in de natuurdoelanalyse, geen aantoonbare knelpunten benoemd voor de zeggekorfslak in de Oostelijke Vechtplassen. De soort komt wijdverspreid voor in het gebied.

Beoordeling gevolgen voor omvang en kwaliteit leefgebied zeggekorfslak De zeggekorfslak komt verspreid voor in de Oostelijke Vechtplassen. Op een klein deel van het leefgebied van de soort is sprake van overbelasting. Het gaat hierbij om een klein deel van Lg05. Hier is sprake van een eenmalige maximale depositie van 0,01 mol N/ha. Aangezien er geen aantoonbare knelpunten zijn die gerelateerd zijn aan stikstof en er slechts een zeer beperkt deel (1,5%) van het leefgebied van de zeggekorfslak overbelast is vormt stikstof momenteel geen knelpunt voor het leefgebied van de zeggekorfslak. Daarnaast is voor het Zuid-Hollandse deel van het Natura 2000-gebied beoordeeld dat het eindoordeel voor de zeggekorfslak ‘Ja, mits’ is. Effecten door de realisatie en gebruik van de N417 zijn op voorhand uitgesloten.

6.3

Cumulatietoets

Onzekere toekomstige gebeurtenissen kunnen bij de beoordeling van cumulatieve effecten buiten beschouwing blijven. Dat betekent dat met andere projecten waarvoor een Omgevingsvergunning is vereist maar die nog niet is verleend geen rekening hoeft te worden gehouden. Andere projecten waarvoor een Omgevingsvergunning is verleend en die ook reeds zijn uitgevoerd, dan wel bestaande activiteiten waarvoor geen Omgevingsvergunning benodigd is, hoeven evenmin te worden meegenomen. Daarvoor geldt namelijk dat 'de gevolgen van die activiteiten in de meeste gevallen kunnen worden geacht in de omgeving te zijn verdisconteerd en derhalve in beginsel niet meer afzonderlijk in de beoordeling van de cumulatieve effecten hoeven te worden betrokken'. (Ontwerp)omgevingsplannen hoeven niet meegenomen te worden in de cumulatietoets. De reden daarvoor is, zo overwoog de Afdeling bestuursrechtspraak, dat bestemmingsplannen een planologische grondslag kunnen bieden voor projecten waarvoor een Omgevingsvergunning noodzakelijk is, maar dat voor dergelijke projecten zolang geen Nbw-vergunning is verleend nog nadere besluitvorming is vereist.

• Alleen projecten waarvoor een Omgevingsvergunning is verleend, maar die nog niet of slechts ten dele zijn uitgevoerd, en die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied kunnen hebben moeten worden meegenomen in de cumulatie. Voor de vraag of een project in de beoordeling moet worden betrokken is dus zowel van belang in welke fase van het besluitvormings- en uitvoeringsproces het project zich bevindt (vergunning verleend + niet/ten dele uitgevoerd) als de mogelijke effecten die ervan uitgaan. Wanneer de aangevraagde activiteiten geen effecten veroorzaken op de relevante Natura 2000-gebieden, dan hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar cumulatieve effecten. Voor zover bekent zijn er geen vergunningen verleend die nog niet of slechts ten dele zijn uitgevoerd. Cumulatie is dus niet nodig.

51

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

7

Conclusie

In het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen neemt de depositie van stikstof als gevolg van de realisatiefase van de Reconstructie N417 toe met maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Gedurende de volledige realisatiefase van de reconstructie N417 (minder dan een jaar) is de totale eenmalige dosis stikstof die in het gebied terecht komt maximaal 0,01 mol N/ha. In het Natura 2000-gebied komen vier habitattypen, één zoekgebied en één leefgebied voor waarbij sprake is van een toename in stikstofdepositie op een overbelast deel als gevolg van de realisatiefase van de reconstructie N417. Voor de meeste van deze habitattypen en het leefgebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen niet geborgd met de huidige genomen en geplande maatregelen. Verslechtering is niet uitgesloten. Dit komt door een combinatie van verschillende knelpunten. In het Natura 2000-gebied vormen met name knelpunten omtrent de hydrologie grote belemmeringen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstelling. Voor ZGH3140 Kranswierwateren en H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) is de waterkwaliteit een belangrijk knelpunt. Voor H7140A Overgangsen trilvenen (trilvenen) en H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) is de verminderde invloed van gebufferd kwelwater een groot knelpunt.

Ook voor H6410 Blauwgraslanden vormt de waterhuishouding een belemmering voor het behalen van de instandhoudingsdoelstelling, en hebben verschillende habitattypen te maken met verdroging. Voor H91D0 Hoogveenbossen is de instandhoudingsdoelstelling wel geborgd, mits aanvullende maatregelen worden genomen ten behoeve van exotenbestrijding. Voor al deze habitattypen geldt dus dat stikstofdepositie niet het meest bepalende knelpunt is. De tijdelijke toename van de stikstofdepositie gedurende de realisatiefase van de reconstructie N417 leidt tot een tijdelijke verhoging van de totale depositie op habitattypen in Natura 2000-gebieden (in de ordegrootte van 0,0006% tot maximaal 0,001% van de achtergrondwaarde). De eenmalige en geringe toename van de stikstofdepositie als gevolg van de reconstructie van de N417 is voor alle stikstofgevoelige habitattypen tientallen malen kleiner dan de jaarlijkse autonome daling van de achtergronddepositie op basis van bestaand beleid, zoals die is aangegeven in AERIUS Monitor. De tijdelijke depositie leidt niet tot een aantoonbare afwijking van deze daling. Na afronding van de realisatiewerkzaamheden komt de totale depositie weer terug op het autonome niveau, en wordt de al ingezette trend in de depositieontwikkeling verder gevolgd.

Dit leidt daarom niet tot vermindering van de effectiviteit van stikstof reducerende maatregelen, en vertraging van het moment waarop deze kunnen worden gerealiseerd. Er is daarom geen effect van de tijdelijke toename van de stikstofdepositie op het (kunnen) realiseren van de hiermee verbonden instandhoudingsdoelstellingen voor de betreffende Natura 2000-gebieden, ongeacht welke trend (positief dan wel negatief) zal optreden in de ontwikkeling van de achtergronddeposities. Gezien het bovenstaande is uitgesloten dat de realisatie van de reconstructie van de N417 leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Het project kan aangelegd (en geëxploiteerd) worden in overeenstemming met de Omgevingswet.

52

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

8 • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

•

53

Bronnen AERIUS Calculator 2023.1 AERIUS Monitor 2023 Bernhard, A. (2010). The Nitrogen Cycle: Processes, Players, and Human Impact. (Nature Education Knowledge 3(10):25.). ‘Bobbink R and Hettelingh JP, (eds.) 2011. Review and revision of empirical critical loads and dose-response relationships, Coordination Centre for Effects, National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), www.rivm.nl/cce Boesveld, A. (2008) Verspreiding en Habitat van de Zeggekorfslak Vertigo Moulinsiana in de Vechtstreek. Rapportnr. 2008-1, Stichting Anemoon, Bennebroek. Boesveld, A., A.W. Gmelig Meyling & I. van Lente 2011a. Verspreidingsonderzoek Mollusken van de Europese Habitatrichtlijn. Resultaten van het inventarisatiejaar 2010. Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana. Stichting ANEMOON, Bennebroek. Boesveld, A., A.W. Gmelig Meyling & I. van Lente 2011b. Verspreidingsonderzoek Mollusken van de Europese Habiatrichtlijn. Resultaten van het inventarisatiejaar 2010. Nauwe korfslak Vertigo angustior. Stichting ANEMOON, Bennebroek. Boesveld, A. & Kalkman, V.J. (2014) Nulmonitoring van zeggekorfslak in het Oostelijke Vechtplassengebied. Rapportnr. EIS2014-06, EIS - Nederland, Leiden. Bruyne de, R.H., A.W. Gmelig Meyling & A. Boesveld, 2007. Mollusken. In Kalkman, V.J. De soorten van het leefgebiedenbeleid. EIS-Nederland, Leiden. Buro Bakker, 2014.

Passende beoordeling energiecentrales Tweede herziening Stikstofdeposities. In opdracht van E.on en GDF Suez. Status definitief, d.d. 4 april 2014. H.F. van Dobben, R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2397 2397. 68 blz.; 1 fig.; 3 tab.; 21 ref. Meyling, A.G., 2013. Zeggekorfslak Vertige moulinsiana. https://www.anemoon.org/beheer/bewaar/soorten/id/271/zeggekorfslak Geraadpleegd op 19-2-2024. Ministerie van EZ, 2013. Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Ministerie van EZ, 2015. Wijzigingsbesluit Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Ministerie LNV, z.d. Effectenindicator Natura2000-gebieden. https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Geraadpleegd op 292-2024. Ministerie LNV, 2008a. Veenbossen (H91D0). Versie 1 sept. 2008. Ministerie LNV, 2008b. Profielen Habitatsoorten - Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana) H1016. Versie 1 sept. 2008. Ministerie LNV, 2009a. Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) (H6410). Versie 1 sept. 2008, met erratum 24 maart 2009. Ministerie LNV, 2009b. Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties (H3140). Versie 1 sept.

2008, met erratum 24 maart 2009. Ministerie LNV, 2009c. Overgangs- en trilveen (H7140). Versie 1 sept. 2008, met erratum 24 maart 2009. Nijssen, M.E., H.M. Beije, J.H. Bouwman, D. Groenendijk, D. Bal & N.A.C. Smits, 2012. Herstelstrategie Grotezeggenmoeras (leefgebied 5). Herstelstrategieën voor leefgebieden van soorten (aanvullend op habitattypen), Deel II – versie november 2012. Provincie Noord-Holland, 2022. Natura 2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen Planperiode 2022-2028. Oktober 2022. Provincie Noord-Holland, 2023. Natuurdoelanalyse Oostelijke Vechtplassen. CONCEPT 30 maart 2023. Provincie Utrecht, 2023. Natuurdoelanalyse natura 2000 – Noorderpark; Oostelijke Vechtplassen [95]. 31-03-2023. Provincie Noord-Holland, 2017. 95 Oostelijke Vechtplassen Gebiedsanalyse. 26-05-2017 RIVM, 2007. De uitspoeling van het stikstofoverschot naar grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven. Schoumans, O.F., P. Groenendijk, L. Renaud & F.J.E. van der Bolt, 2008. Nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater Vergelijking tussen landbouw- en natuurgebieden. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1700. Smits, N.A.C., D. Bal, R. Bobbink, H.F. van Dobben, J.H.J. Schaminée, A.J.M. Jansen & D. Brunt. 2014. 1 Algemene inleiding uit: Herstelstrategieën stikstofgevoelige habitats Ecologische onderbouwing van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

Alterra Wageningen UR & Programmadirectie Natura 2000 van het Ministerie van Economische Zaken. Speight, M.C.D., E.A. Moorkens & G. Falkner (eds) 2003. Proceedings of the workshop on conservation biology of European Vertigo species. Heldia, Sonderheft 7, 183 pp.

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

• •

• • •

54

Tolkamp, G. W., van den Berg, C. A., Nabuurs, G. J., & Olsthoorn, A. F., 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen (1380). Alterra. Guus J.M. Velders, David W. Fahey, John S. Daniel, Stephen O. Andersen, Mack McFarland, 2015. Future atmospheric abundances and climate forcings from scenarios of global and regional hydrofluorocarbon (HFC) emissions, Atmospheric Environment, Volume 123, Part A, pp. 200-209, ISSN 1352-2310, https://doi.org/10.1016/j.atmosenv.2015.10.071. Verspreidingsatlas, z.d.a. Carex hostiana – Blonde zegge. https://www.verspreidingsatlas.nl/0236#. Laatst geraadpleegd 8 maart 2024. Verspreidingsatlas, z.d.b. Valeriana dioica – Kleine valeriaan. https://www.verspreidingsatlas.nl/1332. Laatst geraadpleegd 8 maart 2024. Wamelink W., Dobben H. van, Zee F. van der, Hinsberg A. van, Bobbink R., 2023. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000; Herziening 2023. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3272. 62 blz.; 1 fig.; 4 tab.; 29 ref.

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Bijlage A AERIUS-Calculatie Rapport, Aveco de Bondt

55

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

AERIUS-calculatie

Combiproject N417, Utrechtseweg

datum projectnummer

5 december 2023 232599013

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein

AERIUS-calculatie

Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

AERIUS-calculatie project projectnummer

opdrachtgever contactpersoon

status versie auteur gecontroleerd

Combiproject C N417, Utrechtseweg 232599013 Volkerwessels Infrastructuur Bart Luyten Definitief 2.0 Roëlle Trentelman Huub Kuipers

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Inleiding Aanleiding Voorgenomen plan

1 1 1

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Realisatiefase Uitgangspunten mobiele werktuigen Uitgangspunten wegverkeer Omleidingsroute Stikstofemissie realisatiefase

2 2 3 3 4

3

Resultaten berekening

5

Bijlagen Bijlage 1 Realisatiefase - invoer en resultaat AERIUS-calculator

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de reconstructie van de Utrechtseweg (N417) in Hilversum is een AERIUS-berekening uitgevoerd (AERIUSCalculator versie 2023.0.1). Door middel van deze berekening is voor de realisatiefase inzichtelijk gemaakt of het plan zorgt voor een toename van stikstofdepositie in (nabijgelegen) stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Er is geen belemmering voor de planontwikkeling als er geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/j. 1.2 Voorgenomen plan De verwachting is dat de reconstructie plaatsvindt in 2024. De werkzaamheden bestaan uit opbreken verharding, aanbrengen zand, aanbrengen fundering en asfalt in fietspad en rijbaan, verleggen kabels en leidingen, aanleggen riolering en straatwerk. In figuur 1 is het plangebied weergegeven ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is “Oostelijke Vechtplassen” op circa 2,5 km afstand van het plangebied.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (label) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 1/6

2

Realisatiefase

De realisatiefase vindt plaats in 2024. Daarom is in de berekening gerekend met het rekenjaar 2024. De doorlooptijd van de werkzaamheden is circa 6 maanden. De periode van 12 aaneengesloten maanden waar de meeste stikstofemissie gaat plaatsvinden is maatgevend. 2.1 Uitgangspunten mobiele werktuigen De gegevens met betrekking tot type materieel, stageklasse, motorvermogen, brandstofverbruik, AdBlue verbruik en het aantal draaiuren zijn aangeleverd door de opdrachtgever 1. In tabel 2.1 zijn de verkregen gegevens van mobiele werktuigen weergegeven op basis waarvan de emissie van NOx en NH3 in kg per jaar is bepaald. Mobiele werktuigen worden ingedeeld in verschillende stageklassen (I tot en met V), afhankelijk van het bouwjaar. Op basis van Europese richtlijnen gelden per stageklasse emissie-eisen voor het mobiele werktuig, onder andere voor NOx. De emissiefactoren voor mobiele werktuigen voor de berekeningen in de AERIUSCalculator (zowel NOx als NH3) zijn bepaald door onderzoeksinstituut TNO (rapport TNO 2021 R12305), waarbij een indeling in categorieën is gemaakt op basis van het motorvermogen (in kW) en stageklasse. Met deze emissiefactoren kan de emissie van NOx en NH3 ten gevolge van een project bepaald worden. Tabel 2.1: Realisatiefase - Inzet en stikstofemissie mobiele werktuigen Stageklasse

Materieel

Mobiele kraan 1000 l Rupskraan 1000 l Shovel 1200 l Veeg-zuigauto Freesmachine 500mm Freesmachine 1000mm Freesmachine 1500mm Asfaltset groot Wals Grond trilplaat Thermoplast lengte H33 Thermoplast figuratie Thermoplast unit 'lengte' 2 stookketels en 2 branders Thermoplast unit 'figuratie' 1 brander Totaal

IV IV IV MUT V V V V IV IV V Elektrisch Gas Gas

Vermoge n [kW]

Draai uren

Brandstof -verbruik [l/j]

AdBlueverbrui k [l/j]

129 90 56 62 105 160 298 129 85 4 86

1.550 210 350 280 8 8 8 75 14 96 16 16 16 8

29.743 2.811 2.900 2.582 125 190 355 1.439 177 51 96 0 160 10

1.785 169 0 0 7 11 21 86 11 0 6 0 0 0

NOx [kg/j]

NH3 emissi e [kg/j]

168,2 16,1 59,8 33,6 0,9 1,3 2,1 8,3 0,9 1,5 0,5 0,0 0,1 0,1 293,3

7,100 0,700 0,022 0,200 0,030 0,046 0,085 0,300 0,043 0,000 0,023 0,000 0,000 0,000 8,55

1 Indien gegevens niet zijn aangeleverd door de opdrachtgever is een reële inschatting gemaakt van materieel op basis van

bedrijfsexpertise en/of brandstof- en AdBlue-verbruik bepaald op basis van het rapport ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’ (BIJ12, meest actuele versie oktober 2023)

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 2/6

2.2 Uitgangspunten wegverkeer Uitgangspunt is dat wanneer het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld dat de stikstofeffecten niet meer zijn toe te rekenen aan het plan. Verkeer gaat op in het heersend verkeersbeeld op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij kan ook het aandeel verkeer op de weg worden meegewogen. Het verkeer gaat via de Utrechtseweg naar de Diependaalselaan. Het uitgangspunt is dat het verkeer ter hoogte van de Diependaalselaan is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De beschouwde verkeersaantrekkende werking bestaat uit de aanvoer van materieel en bouwmaterialen per vrachtwagen en vervoer van personeel dat gebruik maakt van licht verkeer (personen- of bestelwagen). Voor de samenstelling van het wagenpark is uitgegaan van het gemiddelde wagenpark in Nederland. De gehanteerde emissiefactoren behoren bij de categorie ‘buitenweg’. De emissie als gevolg van wegverkeer is bepaald middels de AERIUS-Calculator. In tabel 2.2 zijn de gehanteerde uitgangspunten van de verkeersaantrekkende werking in de realisatiefase samengevat. De verkeersaantrekkende werking gedurende realisatie leidt tot 4,6 kg NOx/j en 0,25 kg NH3/j. Tabel 2.2: Verkeersaantrekkende werking in de realisatiefase. Omschrijving

Verkeersgeneratie [/jaar]

Afstand per beweging [m]

Stagnatie [%]

Licht verkeer

656

1.103

0%

Middelzwaar verkeer

40

1.103

0%

Zwaar verkeer

1300

1.103

0%

2.3 Omleidingsroute Gedurende de aanlegfase is een omleidingsroute ingesteld over de A27 (zie figuur 1.1 in rood). De omleiding is gedurende de volledige 6 maanden in werking. In tabel 2.3 zijn de vervoerbewegingen weergegeven.2 De totale verkeersintensiteit per etmaal op de A27 bedraagt 84.500 bewegingen3. Gedurende werkzaamheden zal het verkeer dat normaliter over de N417 rijdt hier bovenop komen. Per etmaal bedraagt het verkeer dat een omleidingsroute neemt 5660. Uitgangspunt daarbij is dat 75% daarvan de omleidingsroute over de A27 neemt. Daarmee bedraagt de toename 5660𝑥75%: 84500 = 5.0% . Dit leidt niet tot een significante toename van verkeer, en daarmee niet meer emissies veroorzaakt dan in de bestaande situatie. Tabel 2.3: Vervoersbewegingen N417 Omschrijving

Voortuigen [/etmaal]

Aantal dagen

Verkeersgeneratie [/jaar]

Licht verkeer

5357

183

980.331

Middelzwaar verkeer

234

183

42.822

Zwaar verkeer

35

183

6.405

Bus

34

183

6.222

2 Bron: Kaart | CIMLK 3 Bron: INWEVA (rijkswaterstaat.nl)

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 3/6

2.4 Stikstofemissie realisatiefase De uitgangspunten zijn ingevoerd in de AERIUS-Calculator. De berekening is in bijlage 1 toegevoegd. De totale stikstofemissie voor de realisatiefase bedraagt 298,0 kg NOx/j en 8,8 kg NH3/j.

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 4/6

3

Resultaten berekening

AERIUS-Calculator is het wettelijk voorgeschreven rekeninstrument om de stikstofdepositie van projecten in Natura 2000-gebieden te berekenen. De hiervoor beschreven uitgangspunten zijn ingevoerd in de AERIUSCalculator (versie 2023.0.1). Berekeningen hebben plaatsgevonden voor hexagonen in natuurgebieden in de AERIUS Calculator. De betreffende berekening is opgenomen in bijlage 1. De totale stikstofemissie tijdens de realisatiefase leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (0,01 mol/ha/jaar). Aangezien het een tijdelijke depositie gedurende realisatiefase betreft wordt geadviseerd om een ecologische voortoets uit te (laten) voeren, om te beoordelen in hoeverre de planontwikkeling wel/ geen significant negatieve gevolgen heeft voor natuurgebied Oostelijke Vechtplassen. Algemeen geldt dat de stikstofemissie tijdens werkzaamheden wordt bepaald door: • Het aantal uren dat materieel en machines worden ingezet; • Het vermogen van het in te zetten materieel en machines; • Het aantal voertuigbewegingen en het afgelegde aantal kilometers. Wanneer de feitelijke inzet in uren, vermogen van materieel, brandstofverbruik en het aantal vervoersbewegingen (significant) hoger zijn dan in deze berekening, is het resultaat van de berekening niet meer toereikend. Een nieuwe calculatie is dan noodzakelijk om de toename van stikstofemissie te bepalen.

Aveco de Bondt is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de gehanteerde uitgangspunten en naleving hiervan.

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 5/6

Bijlage 1 Realisatiefase - invoer en resultaat AERIUS-calculator

datum referentie

5 december 2023 232599013_AdB_RAP_0001_v2.0

P 6/6

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Volkerwessels infrastructuur N417/Utrechtseweg, 1213TR Hilversum N417/Utrechtseweg Realisatiefase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RvxKD95Y6zfX 05 december 2023, 08:43 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

2024

0,01 mol/ha/j 44,92 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

8,8 kg/j

4807892

298,0 kg/j

Oostelijke Vechtplassen

2/7

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwlocatie 3 Anders... | Anders... | Gasverbruik thermoplast units Verkeersnetwerk

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

8,7 kg/j 293,0 kg/j 0,1 kg/j 0,2 kg/j 4,9 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal Per gebied

Oostelijke Vechtplassen (95)

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

44,92 Berekend (ha gekarteerd)

44,92

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

1.995,36

1.995,36

44,92

44,92

0,01

0,01

0,00

0,00

0,00

0,00

5/7

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Bouwlocatie X:140686,08 Y:467115,9 8,20 ha

Mobiele kraan 1000 l

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 29743 l/j SCR: ja

Naam

293,0 kg/j 8,7 kg/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Rupskraan 1000 l Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 2811 l/j SCR: ja

210 u/j 169 l/j

Shovel 1200 l

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

350 u/j

Veeg-zuigauto

Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel

280 u/j

Freesmachine 500mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 125 l/j ja

8 u/j

7 l/j

168,2 kg/j NH₃ 7,1 kg/j NOₓ 16,1 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 59,8 kg/j NH₃ 21,8 g/j NOₓ 33,6 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 0,9 kg/j

Freesmachine 1000mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 190 l/j ja

8 u/j

11 l/j

NH₃ 30,0 g/j NOₓ 1,3 kg/j

Freesmachine 1500mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 355 l/j ja

8 u/j

21 l/j

NH₃ 45,6 g/j NOₓ 2,1 kg/j

Asfaltset groot

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 1439 l/j ja

75 u/j

86 l/j

NH₃ 85,2 g/j NOₓ 8,3 kg/j

Wals

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 177 l/j SCR: ja

14 u/j

11 l/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 0,9 kg/j

Grond trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

51 l/j

96 u/j

Thermoplast lengte H33

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 96 l/j ja

16 u/j

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

Stageklasse

NOₓ NH₃

2900 l/j

1550 u/j 1785 l/j

Stof Emissie

NOₓ

NH₃ 42,5 g/j NOₓ 1,5 kg/j 6 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 0,5 kg/j NH₃ 23,0 g/j

6/7

Projectberekening

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Anders... | Anders...

Bouwverkeer X:140894,11 Y:468642,43 1.136,51 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam Gasverbruik Uittreedhoogte thermoplast units Warmteinhoud Locatie X:140686,08 Spreiding Y:467115,9 Oppervlakte 8,20 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

4,0 m 0,000 MW 4m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

4,9 kg/j 1,5 kg/j 0,2 kg/j

In file

656,0 /jaar 40,0 /jaar 1.300,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ

0,1 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

7/7

VOORTOETS

Bijlage B AERIUS-berekening realisatiefase reconstructie N417

56

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Volkerwessels infrastructuur N417/Utrechtseweg, 1213TR Hilversum N417/Utrechtseweg Realisatiefase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RvxKD95Y6zfX 05 december 2023, 08:43 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

2024

0,01 mol/ha/j 44,92 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j

8,8 kg/j

4807892

298,0 kg/j

Oostelijke Vechtplassen

2/7

Projectberekening

Realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bouwlocatie 3 Anders... | Anders... | Gasverbruik thermoplast units Verkeersnetwerk

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

8,7 kg/j 293,0 kg/j 0,1 kg/j 0,2 kg/j 4,9 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

1000 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal Per gebied

Oostelijke Vechtplassen (95)

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

44,92 Berekend (ha gekarteerd)

44,92

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

1.995,36

1.995,36

44,92

44,92

0,01

0,01

0,00

0,00

0,00

0,00

5/7

Projectberekening

Realisatiefase, Rekenjaar 2024 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Bouwlocatie X:140686,08 Y:467115,9 8,20 ha

Mobiele kraan 1000 l

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 29743 l/j SCR: ja

Naam

293,0 kg/j 8,7 kg/j

Brandstof­verbruik

Draaiuren AdBlue verbruik

Rupskraan 1000 l Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 2811 l/j SCR: ja

210 u/j 169 l/j

Shovel 1200 l

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

350 u/j

Veeg-zuigauto

Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot 6L cilinderinhoud) op diesel

280 u/j

Freesmachine 500mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 125 l/j ja

8 u/j

7 l/j

168,2 kg/j NH₃ 7,1 kg/j NOₓ 16,1 kg/j NH₃ 0,7 kg/j NOₓ 59,8 kg/j NH₃ 21,8 g/j NOₓ 33,6 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 0,9 kg/j

Freesmachine 1000mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 190 l/j ja

8 u/j

11 l/j

NH₃ 30,0 g/j NOₓ 1,3 kg/j

Freesmachine 1500mm

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 355 l/j ja

8 u/j

21 l/j

NH₃ 45,6 g/j NOₓ 2,1 kg/j

Asfaltset groot

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 1439 l/j ja

75 u/j

86 l/j

NH₃ 85,2 g/j NOₓ 8,3 kg/j

Wals

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 177 l/j SCR: ja

14 u/j

11 l/j

NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 0,9 kg/j

Grond trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

51 l/j

96 u/j

Thermoplast lengte H33

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 96 l/j ja

16 u/j

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

Stageklasse

NOₓ NH₃

2900 l/j

1550 u/j 1785 l/j

Stof Emissie

NOₓ

NH₃ 42,5 g/j NOₓ 1,5 kg/j 6 l/j

NH₃ 0,0 kg/j NOₓ 0,5 kg/j NH₃ 23,0 g/j

6/7

Projectberekening

2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Anders... | Anders...

Bouwverkeer X:140894,11 Y:468642,43 1.136,51 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam Gasverbruik Uittreedhoogte thermoplast units Warmteinhoud Locatie X:140686,08 Spreiding Y:467115,9 Oppervlakte 8,20 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie

4,0 m 0,000 MW 4m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

4,9 kg/j 1,5 kg/j 0,2 kg/j

In file

656,0 /jaar 40,0 /jaar 1.300,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ

0,1 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvxKD95Y6zfX (05 december 2023)

7/7

VOORTOETS

Bijlage C AERIUS-berekening gebruiksfase reconstructie N417

57

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Volkerwessels infrastructuur N417/Utrechtseweg, 1213TR Hilversum N417/Utrechtseweg Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RgoF2WN8aetn 07 december 2023, 13:04 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase 2026 - Beoogd

0,04 mol/ha/j -

4804834

Situatie in 2023 - Referentie Gebruiksfase 2026 - Beoogd Situatie in 2023 - Referentie Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

2023 2026

0,04 mol/ha/j

76,6 kg/j 75,0 kg/j 4804834

1.278,2 kg/j 1.036,5 kg/j Oostelijke Vechtplassen Oostelijke Vechtplassen

2/8

Projectberekening

Situatie in 2023 (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

76,6 kg/j

1.278,2 kg/j

3/8

Projectberekening

Gebruiksfase 2026 (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen Verkeersnetwerk

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

75,0 kg/j

1.036,5 kg/j

4/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

5/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase 2026" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Naardermeer Oostelijke Vechtplassen

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

6/8

Projectberekening

Situatie in 2023, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

Wegverkeer X:140695,38 Y:467118,02 1.993,02 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

4.297,0 /etmaal 280,0 /etmaal 93,0 /etmaal 0,0 /etmaal

1.278,2 kg/j 264,7 kg/j 76,6 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

Gebruiksfase 2026, Rekenjaar 2026 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Wegverkeer X:140695,38 Y:467118,02 1.993,02 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

4.428,0 /etmaal 289,0 /etmaal 96,0 /etmaal 0,0 /etmaal

1.036,5 kg/j 246,2 kg/j 75,0 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RgoF2WN8aetn (07 december 2023)

8/8

VOORTOETS

Bijlage D Algemene effecten stikstof

Inleiding In dit hoofdstuk wordt eerst een algemene beschrijving van de stikstofdepositie gegeven, vervolgens wordt per Natura 2000-gebied in detail ingegaan op de stikstofdepositie en daar waar relevant ook op de overige effecten als gevolg van realisatie N417.

Rol van stikstof in het systeem Stikstofkringloop Stikstof is op aarde in aanzienlijke hoeveelheden aanwezig en is noodzakelijk voor alle levende organismen omdat stikstof aanwezig is in eiwitten, DNA en chlorofyl. Stikstof is in verschillende vormen aanwezig maar niet alle vormen zijn beschikbaar voor organismen. De stikstofcyclus is weergegeven in Figuur 25. De gereduceerde vorm van stikstof is niet belang voor de habitattypen en leefgebieden omdat deze vorm niet beschikbaar is voor organismen. De transformatie van stikstof naar verschillende geoxideerde vormen is wel van belang omdat deze vormen door verschillende organismen opgenomen kunnen worden (Bernhard, 2010). De geoxideerde vormen zijn namelijk in water oplosbaar en kunnen in opgeloste vorm door planten worden opgenomen. Stikstof hecht niet aan bodemdeeltjes (zand of klei) en wordt niet gebonden door andere stoffen als calcium. Het blijft opgelost in regen– of bodemwater. Van alle stikstof die in de vorm van atmosferische depositie de bodem bereikt, wordt slechts een deel opgenomen door plantenwortels (alleen in het groeiseizoen) en verdwijnt de rest met in de bodem infiltrerend regenwater naar het grondwater. Dit betekent dus dat stikstof ook uitspoelt en niet alleen ten behoeve van de planten wordt opgenomen (Buro Bakker, 2014).

Figuur 25 Schematische weergave van de stikstofkringloop. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Stikstofkringloop.

58

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Problematiek Hoewel stikstofdepositie een rol speelt in het systeem, is het niet de enige factor die een rol heeft bij de ontwikkeling van habitattypen en leefgebieden. In Natura 2000-gebieden spelen bij het behalen van instandhoudingsdoelstellingen verschillende knelpunten een rol. Voorbeelden van knelpunten zijn inadequaat en/of onvoldoende beheer, verdroging, ongewenste soortensamenstelling door bijvoorbeeld aanwezigheid van invasieve exoten en een hoge recreatiedruk. Als in de vorige paragraaf beschreven is stikstofdepositie noodzakelijk voor de groei van planten en is het met name de overmaat van stikstof in het systeem die een probleem vormt, maar andere knelpunten spelen ook mee. In deze beoordeling wordt nader ingegaan op verschillende knelpunten en in hoeverre stikstofdepositie een bepalend knelpunt vormt. In de herstelstrategieën die opgesteld zijn in het kader van het voormalige Programma Aanpak Stikstof is een uitgebreide wetenschappelijke ecologische onderbouwing gegeven van de rol van stikstof in het ecosysteem (Smits et al., 2014). De volgende tekst is hieruit overgenomen (met N wordt stikstof bedoeld): “De beschikbaarheid van plantenvoedingsstoffen is een factor die erg belangrijk is voor de samenstelling van de vegetatie.

Stikstofverbindingen zijn in veel halfnatuurlijke en natuurlijke ecosystemen in de gematigde en boreale zone van Europa beperkend voor de plantengroei. Nogal wat plantensoorten zijn aangepast aan nutriëntenarme omstandigheden en kunnen alleen succesvol voortbestaan op bodems met lage N-niveaus. De effecten van een excessieve toevoer van stikstofverbindingen op ecosystemen zijn veelzijdig en complex (zie Figuur 26). De gevolgen die kunnen optreden betreffen 1) Directe toxiciteit van hoge concentraties van gassen op individuele plantensoorten; 2) Eutrofiëring door geleidelijke toename van de N-beschikbaarheid; 3) Verzuring van bodem en water; 4) Negatieve effecten van de verhoogde beschikbaarheid van gereduceerd N (ammonium); 5) Toegenomen gevoeligheid voor secundaire stressfactoren, zoals schimmelinfecties en insectenplagen en vorst- of droogteschade; en tenslotte 6) Verschuivingen in de chemische samenstelling (bijv. aminozuursamenstelling) van planten onder invloed van een grotere N-beschikbaarheid. Daardoor verandert de kwaliteit van de planten als voedsel voor herbivoren met allerlei gevolgen hoger in de voedselketen.”

Figuur 26 Schema met een overzicht van de ecologische gevolgen van stikstofdepositie (Bron: Figuur 1.1 uit Smits et al., 2014).

59

Onze referentie: 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 - Datum: 11 april 2024 - Public

VOORTOETS

Colofon VOORTOETS RECONSTRUCTIE N417 KLANT Provincie Noord-Holland AUTEUR Arcadis Nederland B.V. PROJECTNUMMER 30133134 ONZE REFERENTIE 32US4SVKXJFW-369966094-765:1.0 DATUM 11 april 2024 STATUS Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=6d9fecd5-8468-4ca4-a634-1942bd150151