Collegebrief inzake Zonnepanelen in uitvoering
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM
Aan de gemeenteraad
BEZOEKADRES:
Cc College van B en W
DUDOKPARK 1
RAADHUIS TELEFOONNUMMER: 14 035
Cc Pers
WWW.HILVERSUM.NL
9 december 2021 ZAAKNUMM ER 1079108 BEHA NDELD DOOR M. van Dongen TELEFOON (035) 0610200054 UW KENMERK 1079108 BIJLAGEN 1 BETREFT Zonnepanelen in uitvoering DATUM
Geachte dames en heren, Hilversum werkt aan verveelvoudiging van de hoeveelheid lokaal opgewekte zonne-energie. Daarmee draagt de gemeente bij aan het halen van de doelstelling uit het landelijke Klimaatakkoord. De focus op zonne-energie in onze regio is onderdeel van de Regionale Energie Strategie 1.0 Noord-Holland Zuid. De grootste slagen zullen we de komende jaren gaan maken met zonnepanelen op daken. Dat is een logische eerste stap op de zonneladder. Daarmee verwachten we 90% van de nieuwe zonnepanelen te kunnen realiseren. De overige 10% realiseren we door een optelsom van andere projecten, zoals zonnepanelen boven parkeerplaatsen, een zonneweide bij Vliegveld Hilversum en de ontwikkeling van buurtschap Crailo. Daarmee geven wij invulling aan onze bijdrage aan zonne-energie in 2030 in de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid. We blijven werken aan goede plannen, maar ook de uitvoering begint op stoom te komen. In deze collegebrief geven we u een korte samenvatting van de situatie op dit moment.
Werk in uitvoering op daken Veel particulieren hebben dit jaar besloten om zonnepanelen op hun dak te leggen. Een deel daarvan gestimuleerd door directe acties vanuit de gemeente of via de energiecoöperaties, een ander deel zelfstandig. Ook huurders krijgen op diverse plekken in Hilversum van hun woningcorporatie de kans om hun eigen elektriciteit op te wekken met hun eigen zonnepanelen. De verhoging van de energieprijzen heeft volgens de brancheorganisatie tot meer dan een verdubbeling van aanvragen geleid. Daarnaast zijn een aantal grote plannen in uitvoering genomen, allen gesteund en aangejaagd door de gemeente, onze Green Deal coaches en de energiecoöperaties.
•
•
•
•
Het Media Park is begonnen met het leggen van zonnepanelen op de daken van studio's en hoopt er uiteindelijk 11.000 te plaatsen, ruim 4% van de doelstelling voor heel Hilversum in 2030. Het Media Park start met de aanleg op een gebouw dat 'de spil' wordt genoemd, een klein gebouw waar 150 panelen op kunnen. Daarna komt het serieuzere werk; Studio 22, Studio 24 en het studiocentrum. Van Studio 24 wordt eerst het dak nog vernieuwd en beter geïsoleerd en naar andere gebouwen wordt nog gekeken. Ondernemersvereniging Hilversum Zuid-West (OVHZW) is het project ‘het grootste zonnedak van Hilversum’ aan het uitvoeren. Steeds meer ondernemers haken aan, mede gestimuleerd door een extra provinciale subsidie (HIRB+), gecofinancierd door de gemeente. Het lijkt erop dat meer dan 10 grote daken op het bedrijventerrein Zuid-West binnenkort vol gelegd kunnen gaan worden met zonnepanelen. De gemeente ondersteunt hierbij met onze green deal coach en ook met extra maatwerkadvies voor ondernemers over zonne-energie op hun dak via Zonwinst, vanuit de Regionale Energiestrategie.
Naast ondernemers ondersteunen onze GreenDeal coaches ook sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties bij het onderbouwen van hun plannen, subsidie-aanvragen en uitvoering van het leggen van zonnepanelen op daken en zijn we begonnen met de organisatie van het inzetten van de extra middelen voor zonnepanelen scholen. Bij de recente collectieve inkoop van elektra voor de eigen organisaties door de Gooise gemeenten en Regio Gooi en Vechtstreek is 20% van het volume (aanbestedingsvrij) gegund aan de lokale energiecoöperaties. Het doel is om dit volume additioneel lokaal en duurzaam op te wekken (met een focus op zonne-energie). Hiertoe wordt overlegd met de energiecoöperaties om ook in Hilversum kansrijke locaties te inventariseren. In de loop van 2022 worden deze locaties nader bekeken op haalbaarheid.
Zonnepanelen boven parkeerplaatsen •
•
Met ondersteuning vanuit de provincie is (voor)onderzoek gedaan naar een drietal kansrijke parkeerplaatsen om te overkappen met zonnepanelen. Energiecoöperatie HilverZon heeft in samenwerking met de eigenaar bekeken wat er nodig en mogelijk is op de grote parkeerplaats op het Mediapark, eventuele uitvoering is aan de eigenaar. HilverZon laat nu onderzoek uitvoeren naar overkapping van de parkeerplaats bij de sportvelden aan het Kininelaantje en energiecoöperatie HET heeft dat recent gedaan voor de parkeerplaats bij het winkelcentrum in Kerkelanden. Het vervolg hiervan wordt gezamenlijk opgepakt en in elk geval ook met betrokken bewoners en gebruikers. De gemeente probeert om voor de realisatie van de plannen in Kerkelanden ondersteuning te krijgen uit een EU-subsidiefonds, omdat daar een combinatie wordt gezocht met opslag en management van energie, onder andere met accu’s en elektrische (deel)auto’s.
Verkenning Participatiecoalitie Noord-Holland naar kleinschalige energieopwekking We blijven ook vooruit kijken, op zoek naar volgende stappen om nog meer zonne-energie te kunnen realiseren. Naar manieren waarop zonne-energie bijdraagt aan participatie, lokaal eigendom en ook goed in de omgeving past. Daarom zijn we blij met de verkenning die de Participatiecoalitie NoordHolland heeft uitgevoerd naar kleinschalige energieopwekking in de regio Gooi en Vechtstreek. Deze delen we graag met u, zie de bijlage. Deze verkenning geeft ons voor het eerst een uitgewerkt beeld van enkele nieuwe mogelijkheden om kleinschalige energieopwekking te combineren met verbetering van de biodiversiteit, recreatiemogelijkheden en klimaatadaptatie. Dat sluit aan bij de opgaven voor het unieke buitengebied in onze regio. Het betreft een eerste verkenning, met uitwerking van verschillende casussen in onze regio. In Hilversum is dat een locatie bij De Hilversumse Meent. Dit is een locatie waar kansen zijn voor
verbetering van onder meer de biodiversiteit en ook voor participatie vanuit de naastgelegen wijk. Naast de casussen bevat de verkenning een inventarisatie per gemeente van mogelijk kansrijke locaties. In Hilversum gaat het om diverse locaties aan de rand van de bebouwde kom. De participatiecoalitie is een samenwerking tussen de Vereniging voor Energiecoöperaties en initiatieven in Noord Holland (VEI-NH) en de Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland. VEI-NH gaat binnenkort overigens verder onder de nieuwe naam Energie Samen Noord-Holland, om aan te sluiten bij de landelijke benaming van zulke koepelorganisaties. De verkenning is specifiek opgesteld voor de regio Gooi en Vechtstreek en betaald door de provincie uit de financiële middelen voor de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid. Vanuit Hilversum hebben energiecoöperatie HilverZon en de gemeente eraan meegewerkt. We willen graag verder met de resultaten van deze verkenning, het programma RES NHZ ondersteunt ons daarbij. De volgende stap is om ruimtelijke en financiële aspecten in beeld te brengen, zodat deze ook meewegen in de verkenning. Zo ontstaat een steeds completer beeld van de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor zonnepanelen. Zodra hierover meer bekend is, zullen wij u vanzelfsprekend nader informeren.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
P.I. Broertjes
Bijlage: Rapport verkenning kleinschalige duurzame energie Gooi en Vechtstreek
Hoofdstuk 2: Casussen
KLEINSCHALIGE DUURZAME ENERGIE IN GOOI- EN VECHTSTREEK
Een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
2 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 1: Inleiding 3
INHOUD
Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek Colofon
1
2
Inleiding5 Onze aanpak Ontwerpprincipes voor kleinschalige energieprojecten in de Gooi- en Vechtstreek
Colofon
Sabine Leijgraaf, VEINH Minella Haazelager, MNH Sofie de Groot, MNH Bas Koppers, Groen als Bas Dit rapport is het resultaat van de Participatiecoalitie, samenwerking van de natuur en milieufederatie Noord-Holland en Energie van NoordHolland. Afbeeldingen: Luchtfoto’s: Google Earth Overige afbeeldingen: Bas Koppers, tenzij anders vermeld Contact: mnh@mnh.nl 31 augustus 2021 © MNH
7 9
Casussen11 Hilversumse Meent: kansen voor natuurverbinding ’t Harde: aansluiten bij landschap en recreatiebehoefte Randweg: ontwikkeling van kleine verbindingszone Park Meentweide: energietuin voor recreatie en educatie Advies kleine windturbines in het agrarisch landschap
13 17 21 25 30
Aanbevelingen35 Aanbevelingen voor vervolg Inspiratie: functies combineren met zon:
35 36
Bijlagen39 Bijlage 1: Verantwoording gesprekken met stakeholders Verslaglegging gesprekken met natuurorganisaties Bijlage 2: Gevonden zoeklocaties door de lokale energiecoöperaties Bijlage 3: Reactie SOVON kleine windmolens Bijlage 4: Bronnen
40 43 44 51 53
INLEIDING De Gooi- en Vechtstreek is een regio met bijzondere natuur, kleinschalige landschappen en karakteristieke cultuurhistorische elementen. Grote delen van de regio hebben een beschermde natuurstatus, archeologische waarde of een status als Bijzonder Provinciaal Landschap. Deze beschermingsregimes zijn er met goede reden: om de bijzondere natuur, landschappen en cultuurhistorie te benoemen en te beschermen. Tegelijkertijd vinden er grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen plaats. De landbouwtransitie, de krappe woningmarkt en de energietransitie oefenen druk uit op de ruimte. In de RES 1.0 (juli 2021) wijzen gemeenten, waterschappen en provincie zoekgebieden aan voor grootschalige zon- en windprojecten op land. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstellingen uit het nationale Klimaatakkoord.
Hoofdstuk 1: Inleiding 7
Onze aanpak Natuurorganisaties hebben aangegeven geen ruimte te zien voor grootschalige opwek in de Gooi en Vechtstreek. Deze wens is ook geland in de RES 1.0.. Op vliegveld Hilversum na, wordt er geen zoekgebied aangewezen voor grote windturbines en zonneparken. In de regio zijn ook zeer betrokken energiecoöperaties aanwezig. Gedreven, enthousiaste burgers zetten zich via zeven coöperaties in voor de verduurzaming van de lokale energievoorziening. Lokale natuurorganisaties en energiecoöperaties hebben hetzelfde doel voor ogen: het maatschappelijk belang van een duurzame toekomst voor de inwoners van deze regio met behoud van de natuurlijke leefomgeving. Doordat wind- en zonneparken in de RES 1.0 voorlopig uitgesloten zijn voor de Gooi en Vechtstreek zullen initiatiefnemers nu verder moeten zoeken naar kleinschalige mogelijkheden om de energievoorziening te verduurzamen. In opdracht van gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek heeft de Participatiecoalitie een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van kleinschalige opwek in de Gooi en Vechtstreek. Hierin is van belang dat de natuurwaarden en landschappelijke kernkwaliteiten behouden blijven. Het doel van deze verkenning is om te onderzoeken op welke manieren kleinschalige energie-opwek binnen de ruimtelijke kaders mogelijk is en welke kwaliteitsverbeteringen daarbij kunnen worden aangebracht in natuur en landschap.
Dit doen we met de lokale energiecoöperaties en natuurorganisaties. De verkenning is ter inspiratie uitgewerkt in een aantal casussen.
Dit onderzoek bouwt voort op verschillende bestaande onderzoeken en adviezen. Met naam te noemen: • De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie NoordHolland uit 2018. • Het rapport Onderzoek energietransitie en cultuurhistorie Gooi en Vechtstreek - Impactanalyse op landschap en cultuurhistorie van Land-ID in opdracht van de regio Gooi en Vechtstreek in 2019 • Het rapport Gooi en Vechtstreek: Landschapsbeeld. Landschappelijke analyse, kwaliteiten en waardering van MTD Landschapsarchitecten in opdracht van de regio Gooi en Vechtstreek in 2018. • Kwaliteitspuls Zonneparken. Inpassing van zonneparken in het Noord-Hollandse landschap. Provincie Noord-Holland uit 2019
De Provincie Noord-Holland stelt in haar Omgevingsregeling het volgende: de locatie voor de opstelling voor zonne-energie is aan minimaal één zijde aansluitend op bestaand stedelijk gebied of een dorpslint (Artikel 2.22 lid 1). Hiervan kan worden afgeweken wanneer een gebied door Gedeputeerde Staten wordt aangewezen als stimuleringsgebied voor zonne-energie (artikel 2.24). De onderbouwing hiervoor bevat dan minimaal “een toelichting op de wijze waarop de opstelling voor zonne-energie een bijdrage levert aan opgaven in de fysieke leefomgeving (Artikel 2.24 lid 3b). Wanneer er sprake is van meervoudig ruimtegebruik (niet zijnde nutsvoorziening), zoals een zonnecarport of zon op geluidsschermen, worden zonopstellingen die niet aansluiten op bebouwd gebied toegestaan en vervalt artikel 2.22 (zie hiervoor artikel 6.30 lid 3 uit de Omgevingsverordening NH2020).
Deze verkenning neemt het gebied als vertrekpunt. In de RES staat het ambitieniveau centraal: er wordt toegewerkt naar een gezamenlijke landelijke doelstelling van 35 TWh energie-opwek. Deze verkenning laat doelstellingen, regels en regimes in eerste instantie los en redeneert juist vanuit het gebied: welke kansen zijn er om de natuur in dit gebied te versterken en hoe kan een energieopstelling daaraan bijdragen? Omdat grootschalige wind- en zonneparken in de Gooi en Vechtstreek voorlopig zijn uitgesloten, worden hier juist de kleinschalige mogelijkheden onderzocht. Kleinschaligheid wordt gecreëerd door minder panelen per oppervlakte en door kleinere projectlocaties. Met deze focus op het gebied staan drie uitgangspunten centraal: • We zoeken naar locaties voor meervoudig ruimtegebruik; • We zoeken gebieden waar een opgave ligt, bijvoorbeeld vanuit klimaatadaptatie, landschap, recreatie, die we met energieprojecten kunnen versterken; • We zoeken naar mogelijkheden van kwaliteitsverbeteringen in het landschap en in de natuur. De mogelijkheden voor kleinschalige energieprojecten in deze regio zijn verkend door uit een lange lijst met zoeklocaties vier casussen te selecteren die verder zijn uitgewerkt. We hebben hierin zoveel mogelijk gekeken naar variatie in de verschillende projectlocaties en verschillende mogelijkheden in de toepassing van zoninstallaties.
Door te werken met concrete voorbeelden in plaats van fictieve locaties geeft de uitwerking zicht op een realistisch vervolg. Daarnaast hebben we een advies over kleine windturbines op agrarische erven uitgebracht. Onze aanpak bestond uit zes centrale processtappen: 1. Inventarisatie mogelijke zoeklocaties voor duurzame opwek in samenspraak met gemeenten en energiecoöperaties; 2. Shortlist casussen opstellen; 3. In gesprek met energiecoöperaties en natuurorganisaties casussen concretiseren;
4. 5. 6.
Schetsontwerp maken per casus; Terugkoppelen van schetsontwerp aan energiecoöperaties, natuurorganisaties en gemeenten; Aanbevelingen en principes formuleren op basis van verkenning.
In de laatste stap worden aanbevelingen geformuleerd en mogelijke vervolgstappen. Deze aanbevelingen kunnen door gemeenten en initiatiefnemers worden gebruikt om nieuwe projectplannen te toetsen op haalbaarheid met betrekking tot vergunningverlening. Om kwaliteitsverbeteringen in een natuurgebied te onderzoeken is het belangrijk om de huidige situatie met betrekking tot natuurwaarden en landschappelijke kwaliteiten te bepalen. De natuurwaarden van een gebied zijn verkend door informatie op te halen bij lokale en regionale natuurorganisaties. Aan de hand van deze informatie zijn kansen en opgaves voor kwaliteitsverbetering per casus geïdentificeerd. Tijdens de selectiefase viel de casus NERA gebouw alsnog af toen er uit gesprekken bleek dat er geen sprake was van kwaliteitsverbetering, maar juist verslechtering. In bijlage 1 is de verantwoording bijgevoegd van de gesprekken, die met de stakeholders in het kader van deze verkenning zijn gehouden. Bijlage 2 bevat het overzicht met mogelijke zoeklocaties van de energiecoöperaties.
8 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 1: Inleiding 9
Ontwerpprincipes voor kleinschalige energieprojecten in de Gooi- en Vechtstreek
Randen goed ‘inpakken’ Zonopstellingen hoeven niet ‘onzichtbaar’ te zijn, wel moeten de randen van deze opstellingen zo worden ingericht dat funderingen, zijkanten, achterkanten, hekwerken, transformatorhuisjes zoveel mogelijk onderdeel worden van het landschap of aan het zicht worden onttrokken.
Respecteer de schaal van het landschap Elk ruimtelijk initiatief, van boerenschuur tot en met zonneweide, moet zo worden ingepast dat het ook daadwerkelijk in de landschappelijke structuur van de Gooi en Vechtstreek past. In gebieden met een open karakter en een grote schaal zoals de Meent in Hilversum kunnen meer panelen worden in gepast dan een kleinschalige uitloper van de stuwwal Voldoende ruimte tussen panelen zoals het ‘t Harde. Zonopstellingen mogen geen blijvende schade aan het bodemleven en de bodemstructuur aanrichten. Voor de instandhouding van het Inpassing aansluitend bij landschapstype Zorg dat de zonnepanelen onderdeel gaan uitmaken van het landschap. bodemleven is licht en watertoetreding tot de bodem vereist. Staan de panelen te dicht op elkaar, dan wordt een duurzaam doel ingewisseld Gebruik daarbij gebiedseigen beplanting en beeldbepalende voor een milieutechnisch probleem. Een richtlijn voor voldoende afstand structuren van beplanting zoals die kenmerkend voor dat landschap is. Bijvoorbeeld geen geschoren beukenhaag in veenweidegebieden. Op de tussen de panelen is minimaal 2 meter, maar hangt ook af van de grootte van de tafels met panelen. zandgronden zou dat wel op zijn plaats kunnen zijn.
OMGEVING NERA GEBOUW
Voorbeeld aanpak: casus terrein NERA gebouw Dit projectidee was aangedragen door Energiecoöperatie Wijdemeren. De locatie betreft het voormalige terrein van de PTT in de Horstermeerpolder. Het terrein rond de gebouwen is nu een Natura2000 gebied. Het is het leefgebied van verschillende op de ‘rode lijst‘ staande vogelsoorten, zoals de nachtegaal. Landschappelijk gezien is dit terrein bijzonder: de ruige en afwisselende beplanting steekt af tegen de geometrische inrichting van de Horstermeer. Uit gesprekken met betrokken partijen bleek al snel dat de natuur geen meerwaarde kan behalen door de aanleg van een zonneweide/ energietuin. De natuurwaarde van het gebied is al hoog en een dergelijke ingreep zou het ecosysteem in het gebied enkel verstoren.
Zoek naar kansen voor kwaliteitsverbeteringen Ga in gesprek met experts en stakeholders en verzamel ideeën voor kwaliteitsverbeteringen. Als er geen kwaliteitsverbeteringen mogelijk zijn, is een projectlocatie mogelijk niet geschikt voor zonopwek. Kwaliteitsverbeteringen kunnen plaats vinden door natuurwaarden te versterken en/of in recreatieve toepassingen, zoals een watertappunt in een hondenlosloopgebied Zorg voor meer biodiversiteit dan voorheen Zonopstellingen moeten door landschappelijke inpassing leiden tot een toename van biodiversiteit, die – zoals bekend - onder grote druk staat. In de planvorming moet al nagedacht worden over de wijze waarop de opstelling zal bijdragen aan toename van biodiversiteit op en rondom de locatie.
Lokaal eigendom als uitgangspunt Neem een energiecoöperatie of buurtinitiatief mee in de zoektocht naar een projectlocatie en betrek hierin ook de lokale natuurorganisaties. Kleinschalige projecten zijn bij uitstek geschikt om vóór en dóór de omgeving te ontwikkelen. Zie voor meer informatie over de mogelijkheden van lokaal eigendom de handreiking Lokaal Eigendom in de Praktijk.
CASUSSEN In deze verkenning zijn vier casussen onderzocht. We hebben hiervoor een quickscan uitgevoerd van de projectideeën, die we ophaalden bij gemeenten, energiecoöperaties (en natuurorganisaties). Zoals hierboven aangegeven, is er gekozen voor een mix van verschillende type opgaven, gevarieerde vormen van zonopstellingen en een bepaalde mate van complexiteit in de geselecteerde casussen. Ook is diversiteit in het landschapstype en locatie meegenomen in de selectie.
12 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 13
Hilversumse Meent: kansen voor natuurverbinding De Hilversumse Meent betreft een casus in de weilanden aan de westkant van de woonwijk de Meent en natuurgebied Bovenmeent in de gemeente Hilversum. In de jaren ’70 is een deel van de Meent omgebouwd tot woonwijk. Omdat er destijds veel discussie was over het verlies van groene ruimte tussen het Gooi en Amsterdam werd als compromis een groene buffer (groengordel) aangelegd langs de wijk. De weilanden liggen in de overgangszone van het stuwwallenlandschap naar de veenpolders van de Vechtstreek. Daarnaast vormt het gebied de overgang van de bebouwde kom naar de Vechtstreek en de landgoederen van ’s Graveland. De wijk Hilversumse Meent is één van de proeftuinen in het kader van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken. Er wordt momenteel onderzocht hoe deze wijk aardgasvrij kan worden gemaakt en op welke termijn. Dit kan mogelijk de energievraag van de wijk sterk verhogen. Een zonneweide aan de rand van de wijk kan voldoen aan deze toenemende energievraag én een educatieve functie hebben: het laat zien hoe de Hilversumse Meent als toekomstbestendige wijk is ingericht en op welke manier energievraag en aanbod bij elkaar worden gebracht. Landschap en natuur De Hilversumse Meent is te kenschetsen als landschapstype ‘veengebied’, een landschapstype in de overgang van de bebouwde kom naar het stuwwallenlandschap.
Het gebied kent echter niet het typische patroon van legakkers en open waterplassen van aangrenzende veengebieden. De Meent heeft het verkavelingspatroon van een droogmakerij: geometrisch ingericht en open. De lijnen van de ’s-Gravelandse Vaart en wegen als de Melkmeent en de Loodijk zijn bepalend voor de structuur van de Hilversumse Meent. De Hilversumse Meent en de aangrenzende Bovenmeent zijn enkele van de weinige open grote zones in deze omgeving. De Hilversumse Meent is deels onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er zijn geen forten, vestingen of andere militaire versterkingen in de nabije omgeving.
Regimes: • Nieuwe Hollandse Waterlinie (UNESCO) • Bijzonder Provinciaal Landschap: Vechtstreek-Noord (Provinciaal) Opbrengst: 12.417 zonnepanelen 2.732 MW (780 huishoudens) Schatting opbrengst op basis van: https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projecten-energie/duurzaam-wonen/ zonnepanelen-op-het-dak/
2.8 Bestaande situatie
Bosje
2.3
Zonneveld
2.1 Parkeren onder zon
Bosje
Bestaande situatie
Hek
1.7
2.9
Kiosk met zonnepanelen
14 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 15
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Bestaande situatie
De Hilversumse Meent wordt omgeven door verschillende natuurgebieden: in het noorden de Bovenmeent en het Naardermeer, in het westen de veenpolders richting de Ankeveense plassen en in het zuiden ’s Graveland. Dit zijn allemaal NNN-gebieden (NatuurNetwerk Nederland). Water- en weidevogels uit deze grensgebieden zoeken hun voedsel in de Hilversumse Meent. Zo wordt hier bijvoorbeeld de bruine kiekendief en de purperreiger gespot. Ook dieren als de vos, de das en de ree komen voor in dit gebied.
Hogere zandgronden Veen(weide) Verstedelijkt
Ingrepen verbeteren ecologische waarden
Plangebied Verbinding
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Nieuwe situatie
voedselrijke toplaag verwijderen
regenwater afvoeren
6.2
5.3
4
8.3
2.3
Natuurlijke kwel benutten LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE
Bestaande situatie
Zonnetalud
INGREPEN TER VERBETERING ECOLOGISCHE WAARDEN
Doorsnede E-E’ De Meent, Hilversum Bestaande situatie
Doorsnede E-E’ De Meent, Hilversum Nieuwe situatie
pad
kruidenrijk grasland/vochtighooiland met microrelief
sloten voorzien van flauwe oevers
Losse haag
Zonneveld
sloot
Bestaande situatie
Bosje
Boom
Bestaande situatie
De projectzoeklocatie ligt in de kwelzone waar grondwater uit de hogere zandgronden van het Gooi in de lager gelegen Vechtstreek en veengebieden omhoog komt. Dit betekent dat het gebied potentie heeft om bijzondere natte natuur te ontwikkelen. In enkele andere aanpalende gebieden, de Koemeent en het Gijzenveen, zijn in het verleden al maatregelen genomen door natuurorganisaties om het kwelwater de ruimte te geven en natte natuur te ontwikkelen. Kwaliteitsverbeteringen en inrichting Tussen de bestaande lokale natuurstructuren is de zoeklocatie De Meent een ontbrekende schakel die met de nodige maatregelen ontwikkeld kan worden tot verbindingszone. Het gebied dient daarbij flink te worden vernat, gebruikmakend van de aanwezige kwel. In het kader van klimaatadaptatie biedt het veranderen van het gebied van agrarisch naar natuur mogelijkheden om water op te vangen en langer vast te houden. Natuurorganisaties, GNR en Natuurmonumenten hebben aangegeven dat ecologisch ingrijpen in dit gebied tot hogere natuurwaarden kan leiden.
De voorgestelde maatregelen zijn: • Verhogen van het waterpeil; • Afgraven van de voedselrijke bovenlaag (verschraling); • Maken van een systeem waarbij het zure regenwater, dat als lens op de kwel ligt, wordt afgevangen; • Toepassen van gradiënten in de bodem, waardoor er verschillende mate van vernatting ontstaat; • Beheer via extensieve landbouw (begrazing) om het gebied open te kunnen houden.
Met het uitvoeren van deze maatregelen sluit de inrichting aan op het gerealiseerde natuurgebiedje de Koemeent. De groengordel rondom de Meent onttrekt de wijk vanuit de omgeving aan het zicht. De zonneweide kan daardoor goed worden ingepast. De groene zone van beplanting om de zonneweide bestaat uit losse hagen en groepjes heesters. Hiermee wordt een zachte overgang gecreëerd van het waterrijke natuurgebied naar het bos van de groengordel. Door de lage beplanting blijft het open karakter van het gebied behouden. Een idee om een extra wandelroute aan te leggen, zou de bestaande rust in het gebied kunnen verstoren. Dit zou nader met natuurorganisaties besproken moeten worden. Dit plan kan alleen worden uitgevoerd wanneer bovenstaande maatregelen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden en de onderliggende bodemlaag een zanderige grondslag heeft, zodat de rietgroei beperkt is. Hiervoor is aanvullend onderzoek nodig.
16 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 17
’t Harde: aansluiten bij landschap en recreatiebehoefte ’t Harde is een natuurgebied tussen Huizen en Blaricum in de gemeente Blaricum. Het gebied wordt beheerd door het Goois Natuurreservaat (GNR). Het bestaat uit kleine zandverstuivingen, afgewisseld met krentenbomen en grasland. Momenteel is ‘t Harde in gebruik als populair hondenlosloopgebied. Omdat het volledig is afgezet met een hek kunnen de honden er zonder problemen loslopen. Ook vinden er met enige regelmaat evenementen plaats. Landschap en natuur ’t Harde valt onder het landschapstype ‘stuwwallenlandschap’. De aangrenzende voormalige zanderij Groeve Oostermeent is een typisch onderdeel van dit landschap, waar bossen worden afgewisseld met open heidevelden en zanderijen. ’t Harde zelf past niet bij dit beeld: het gebied is niet open maar ook niet zo dicht beplant dat het een bos is. Het gebied dient als groene buffer tussen twee bebouwde kernen, die elk zijn ingepast met groene randen en dus weinig zichtbaar zijn. Het landschap en de natuur in ’t Harde zijn echter niet ongerept, ze staan bloot aan menselijk handelen. Omdat ‘t Harde relatief open is en twee bebouwde kommen met elkaar verbindt, zijn de zichtlijnen langs de randen van het gebied een belangrijke kernkwaliteit. In een groot deel van het gebied zijn deze zichtlijnen vanwege de beplanting echter niet aanwezig.
De ontstaansgeschiedenis van het Gooi is te herkennen aan het beleefbaar reliëf dat nog aanwezig is in het landschap in dit gebied. Het is echter geen open vlakte. De hoger gelegen zandgronden voeden de veengebieden rond de Vecht en de Eem met kwel. ’t Harde ligt in de overgangszone van deze landschapstypen. ’t Harde wordt omringd door de natuurgebieden Warandebergen (in het westen) en Groeve Oostermeent (in het noorden). Groeve Oostermeent wordt door slechts een hek van ’t Harde gescheiden en is een bijzonder natuurgebied. Vanwege de hoge gebruiksdruk en de loslopende honden heeft ‘t Harde een beperkte natuurwaarde. Wel heeft het gebied een
Regimes: • Natuur Netwerk Nederland (Nationaal) • Bijzonder Provinciaal Landschap: Vechtstreek-Noord (Provinciaal) Geschatte opbrengst: 821 zonnepanelen 181 MW (52 huishoudens) Schatting opbrengst op basis van: https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projecten-energie/duurzaam-wonen/ zonnepanelen-op-het-dak/
18 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 19
DoorsnedeB-B’ Aristoteleslaan, Huizen Bestaande situatie
Doorsnede B-B’ Aristoteleslaan, Huizen Nieuwe situatie
NNN status en dient het als buffer voor de omringende gebieden met hogere natuurwaarden. 3.5
2 2
5.7
5
3
18
1
3
6.5
5.7
5.4
2.5
2.9
6.5
3
2.8
2.3
1
Bosje
Bestaande situatie
1 Bestaande situatie
Voetpad Bosje
Zonneveld
Bosje Voetpad
Pluktuin
Voetpad
Zonneveld
Doorsnede C-C’ ’t Harde, Blaricum Bestaande situatie
Kwaliteitsverbeteringen en inrichting Er zijn in het gebied een aantal verbeteringen mogelijk met betrekking tot de inrichting. De parkeerplaats is op dit moment niet juist gesitueerd en tevens is er langs de Burgemeester Le Coultredreef grond in gebruik voor opslag van balen kuilgras door een aantal agrariërs uit de omgeving. Het ontwerp stelt de volgende ingrepen voor die we in overleg met GNR, de terreinbeheerder, hebben opgehaald: • Het verplaatsen van de parkeerplaats richting de woonwijk, nabij het aanwezige sportveld; • Het aanbrengen van een talud langs de Burgemeester Le Coultredreef waardoor de opslag van kuilgras aan het zicht onttrokken wordt. Het aan te leggen talud wordt voorzien van bosjes en zonnepanelen. De bosjes zorgen ervoor dat de panelen een landschappelijk kader krijgen en minder in het zicht liggen. De nieuwe parkeerplaats wordt afgeschermd met bosschages aansluitend op de aanwezige structuur langs de weg. Hierbinnen wordt een zonnecarport geplaatst: de overdekte parkeerplaatsen worden voorzien van zonnepanelen. Op de overige grond kunnen extra zonnepanelen geplaatst worden.
Doorsnede C-C’ ’t Harde, Blaricum Nieuwe situatie
10.9
5.4 2.8
Bestaande situatie
Bosje
Zonneveld
5
6
5
6.5
9.3
32.5
3.7
2.3
2.1 Parkeren onder zon
Bosje
Bestaande situatie
Hek
1.7
2.9
Kiosk met zonnepanelen
Door het plaatsen van extra bosjes aan de randen van het gebied kan er iets meer bescherming voor kleine zoogdieren en vogels worden gecreëerd. Door de veelvuldige aanwezigheid van honden is er echter ecologisch niet veel te ontwikkelen. Door het afscheidingshek te verplaatsen kan een strook met bosjes worden geplant die -aangevuld met de bosjes op het talud en rondom de parkeerplaats- tot een wat rustiger gebied voor vogels en kleine zoogdieren kan dienen. Op termijn zal er minder gebruik gemaakt worden van de kuilvoerplaatsen en kan daar natuurontwikkeling plaatsvinden.
Aanvullende kwaliteitsverbeteringen zijn: • Door de aanwezigheid van zonnepanelen kunnen elektrische auto’s op de parkeerplaats hun accu opladen. Tevens staan de auto’s beschut tegen zon; • Het plaatsen van een kiosk die bescherming biedt tegen zon en regen, maar ook een functie kan krijgen als watertappunt voor mens en dier; • Eventueel uitbreiding kiosk met koffie-uitgifte; • Verbetering/uitbreiding van de speelvoorzieningen voor de jeugd; • Plaatsen van een informatiebord.
OPSLAG BALEN KUILGRAS
20 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 21
Randweg: ontwikkeling van kleine verbindingszone Deze casus betreft een talud aan de Randweg in Huizen, in de overgangszone tussen bebouwde kom en natuur. Deze locatie is eigendom van de Gemeente Huizen en ligt naast het gronddepot bij kalkzandfabriek Rijsbergen. Het talud ligt in het zicht van de Huizense wijk Stad en Lande en wordt van de wijk gescheiden door de Randweg en een parkje. Ten westen van het talud ligt natuurgebied Warandebergen, in beheer van de gemeente Huizen, en ten zuiden Groeve Oostermeent van GNR. Landschap en natuur Deze locatie aan de Randweg valt binnen het landschapstype ‘stuwwallenlandschap’. Het bosgebied van Warandebergen en het aangrenzende Warandepark (ook bekend als de Blaricummer Engh) passen bij de typische landschappelijke structuren van bos en heide. De locatie van het talud zelf verhoudt zich echter niet tot deze kernkwaliteiten. De bebouwing aan de rand van Huizen en het gronddepot is ingepast in een groene strook en daarom weinig zichtbaar. Het landschap rond het talud is echter verre van ongerept. Er zijn enkele open vlaktes in de omgeving van dit gebied die beleefbaar reliëf laten zien, bijvoorbeeld langs de Randweg en bij Groeve Oostermeent. De Randweg en de bomenrij langs deze weg vormen samen een ruimtelijke drager in dit deel van het landschap. Het talud ligt in NNN gebied, in het verlengde van Warandebergen.
Het talud zelf is bedekt met gras, waar achter een klein depot ligt. Het heeft daarom geen hoge natuurwaarde. Het aangrenzende Warandebergen is een bosgebied met veel onverharde wandelpaden. Een deel van dit gebied bestaat uit een halfopen terrein in de vorm van een veld met daarop groepjes struiken/heesters en enkele heesters en kleine bosjes.
Regimes: • Natuur Netwerk Nederland (Nationaal) • Bijzonder Provinciaal Landschap: Vechtstreek-Noord (Provinciaal) Geschatte opbrengst: 1296 zonnepanelen 285 MW (81 huishoudens) Schatting opbrengst op basis van: https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projecten-energie/duurzaam-wonen/ zonnepanelen-op-het-dak/
22 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 23
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Bestaande situatie
Kwaliteitsverbeteringen en inrichting Het talud kan dienen als verbindingszone in de groene stroken langs de randweg en richting Warandebergen. Een hogere natuurwaarde wordt bereikt door het aanbrengen van meer variatie in de beplanting. Bosjes zorgen voor verblijf-, nestel- en voedselplaatsen voor vogels en creëren luwte voor insecten. Dieren kunnen de zone als verbinding gebruiken, doordat er dekking wordt geboden door de beplanting. Daarnaast wordt de beplanting onderdeel van de landschappelijke structuur langs de Randweg en wordt hiermee de ruimtelijke drager hersteld. Het groene karakter van de weg wordt versterkt en het beeld vanaf de weg wordt uniformer en rustiger.
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Bestaande situatie
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Nieuwe situatie
Aan de zuidzijde van het talud en bovenop het talud worden zonnepanelen geplaatst en deze zijn daardoor vanaf de weg (noordkant) niet of nauwelijks zichtbaar. Afhankelijk van het gebruik van de gemeentewerf kunnen er wellicht ook zonnepanelen op de werf zelf geplaatst worden, of ze kunnen op hoogte geplaatst worden zodat opslag van materialen eronder mogelijk blijft.
Doorsnede D-D’ Talud Randweg Huizen Nieuwe situatie
6.2
5.3
4
8.3
2.3
Bestaande situatie
Zonnetalud
6.2
Bosje
5.3
Boom
4
Bestaande situatie
Verbinden van groenzones
8.3
2.3
Bestaande situatie
Zonnetalud
Bosje
Boom
Bestaande situatie
TALUD EN WEGBERM
24 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 25
Park Meentweide: energietuin voor recreatie en educatie Deze casus bevindt zich in het park Meentweide aan de Aristoteleslaan in Huizen. Dit park ligt midden in Huizen naast de honkbalverenging De Zuidvogels en basisschool De Ark. Een deel van het park is lager gelegen en wordt tijdens strenge winters ingericht als ijsbaan. Het park bestaat uit twee grote open velden, de ijsbanen, omsloten door populieren. Daaraan grenst een klein beplant gedeelte en een fietspad. Aan de oostkant van het park ligt een sloot die in noordelijke richting doorloopt en uitmondt in het Gooimeer. Landschap en natuur De casus park Meentweide ligt in de bebouwde kom van Huizen. Er zijn daarom geen landschappelijke kwaliteiten, waaraan deze casus getoetst hoeft te worden. Het park grenst niet aan een natuurgebied en heeft ook geen natuurstatus. De beplanting is weinig divers en de velden worden intensief gemaaid. Het beplante gedeelte aan de noordwestelijke kant van het park heeft verschillende slootjes en meer structuur in de beplanting. Het park als geheel heeft een lage natuurwaarde. Kwaliteitsverbeteringen en inrichting Het kleinste veld voor de ijsbaan grenst aan een klein parkje, hiernaast bevindt zich een basisschool. Dit kleine veld is uitermate geschikt als uitbreiding van het park in de vorm van een energietuin.
Er kan kleinschalige opwek plaatsvinden en het kan een educatieve functie op het gebied van energie en natuur krijgen. Door er een pluktuin aan toe te voegen, wordt het met name in de zomermaanden een ontmoetingsplek voor de buurt.
Regimes: • geen Geschatte opbrengst: 828 zonnepanelen 182 MW (52 huishoudens) Schatting opbrengst op basis van: https://www.natuurenmilieu.nl/themas/energie/projecten-energie/duurzaam-wonen/ zonnepanelen-op-het-dak/
26 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Verbeterpunten landschappelijk/recreatief: Uitbreiding van parkfunctie door structuur van een deel van het bestaande park over te nemen; • Extra paden voor toegankelijkheid en extra wandelmogelijkheden; • Aanleg van pluktuin; • Didactische functie door het plaatsen van informatiepanelen in nabijheid van school. Door de zonnepanelen achter de bestaande bomenhaag van Italiaanse populieren te plaatsen, is er geen direct zicht vanuit de buurt/ Aristotelslaan op de panelen. Nieuw aan te planten bosschages en rietkragen zorgen ervoor dat de wandelaars af en toe een glimp opvangen van de panelen, maar dat deze niet continu in het zicht zijn. STRUCTUUR OVERNEMEN
Verbeterpunten natuurwaarde: • Meer variatie in beplanting betekent een meer gevarieerd leefgebied voor dieren, kleine zoogdieren, vogels, insecten en amfibieën. • Nieuw aan te planten bosschages van gebiedseigen beplanting zorgt voor leef-, fourageer- en nestelplaatsen voor vogels, kleine zoogdieren en insecten. Ecologisch beheer van het grasland zorgt voor een toenemende diversiteit aan fauna en flora, waar allerlei insecten weer van kunnen profiteren. Nieuwe watergangen met plasdraszones en riet zorgen voor uitbreiding van het leefgebied van amfibieën en van andere watergebonden planten en dieren. Daarnaast zorgen de nieuwe watergangen voor extra waterberging. Door het plaatsen van insectenhotels krijgen insecten extra broed- en schuilgelegenheid. Tevens heeft een insectenhotel een educatieve functie.
Hoofdstuk 2: Casussen 27
Wat is een energietuin? ‘’Een voor een ieder toegankelijk terrein waar op duurzame wijze hernieuwbare energie wordt opgewekt, natuur is of wordt ontwikkeld en ruimte is voor recreatie en beleving. Deze elementen worden gecombineerd in een grensverleggend integraal ontwerp voor een landschap met oog voor ruimtelijke kwaliteit. Op de locatie vindt ook educatie/voorlichting plaats over duurzame hernieuwbare energie en natuur. Bij de ontwikkeling van een energietuin wordt de omgeving nauw betrokken, opdat de lokale gemeenschap kan meedenken, meedoen en mede-eigenaar zijn.’’ Website Energietuinen.nl Energietuinen is een concept dat door de natuur- en milieufederaties is ontwikkeld. Het doel is om te laten zien dat duurzame energie mooi kan zijn én dat het prima samen kan gaan met natuur en recreatie. Park de Meentweide is een kansrijke locatie voor een energietuin, omdat hier zowel behoefte is aan energie-opwek als aan meer recreatiemogelijkheden. De nabijheid van de school kan de educatieve functie van het park versterken.
WELKOMSTBORD
Eén van de voorwaarden voor een energietuin is dat er een participatief ontwerpproces plaatsvindt. De omgeving denkt mee over de inrichting en functies van het park, zodat het zo goed mogelijk kan aansluiten bij hun behoeften en lokale kennis wordt benut. Het voorstel voor een energietuin in de Meentweide is daarom ook enkel dat: niet meer dan een voorstel ter inspiratie. Voor een echte verkenning van de mogelijkheden voor een energietuin moet een intensief participatieproces worden gestart. De omgeving moet de kans krijgen om mee te denken en eventueel zelfs een rol te spelen bij de realisatie en het beheer. Lokaal eigendom is daarbij ook een belangrijke voorwaarde voor het laten slagen van een energietuin. MEERDERE FUNCTIES, HIER WATERBERGING
ZICHT OP HET TERREIN VANAF SALLAND
28 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 29
Doorsnede A-A Aristoteleslaan, Huizen Bestaande situatie
DoorsnedeB-B’ Aristoteleslaan, Huizen Bestaande situatie
Doorsnede A-A’ Aristoteleslaan, Huizen Nieuwe situatie Doorsnede B-B’ Aristoteleslaan, Huizen Nieuwe situatie
3 2
3.5
5.7
5
3
18
3
6.5
5.7
5.4
6.5
3.4
4.3
6
6.4
4.5
2.9
2
3
3.1
5.3
6.1
4.4
3.8
6.4
5.7
3.2
2.9
3 2.5
2
1
2.5
2.9
2.8
2.3
1
Bosje
Bestaande situatie
2.9
1 Bestaande situatie
Voetpad Bosje
Zonneveld
Bosje Voetpad
Pluktuin
Voetpad
Zonneveld
Bestaande situatie
Voetpad
Riet
Zonneveld
Watergang
Zonneveld
Watergang
Zonneveld
Watergang Riet
Bestaande situatie
30 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 31
Basisprincipe 1: Tiphoogte versus omliggende objecten Basisprincipe 1: Tiphoogte versus omliggende objecten
Basisprincipe 2. Breedte ensemble versus hoogte mast 2x hoogte t.o.v
tiphoogte maximaal 2x de hoogte van het hoogste object BASISPRINCIPE 1: TIPHOOGTE VERSUS OMLIGGENDE OBJECTEN
omliggende objecten
Basisprincipe 2. Breedte ensemble versus hoogte mast
2x hoogte t.o.v hoogste object
e hoogte van het hoogste object
ensemble
des te breder het ensemble des te hoger de turbine kan zijn (maatwerk)
BASISPRINCIPE 2. BREEDTE ENSEMBLE VERSUS HOOGTE MAST
Er zijn in de Gooi en Vechtstreek, en met name in Wijdemeren, initiatiefnemers die reeds interesse hebben getoond in kleine windturbines. De gemeente kan zich scharen achter het idee van deze agrarische ondernemers. In hetensemble kader van deze verkenning naar kleinschalige energievoorzieningen is de vraag gesteld hoe om te gaan met dit soort aanvragen. Hoe kan kleinschalige windenergie toch mogelijk tiphoogte maximaal 2x de hoogte van het hoogste object gemaakt worden in Wijdemeren? En hoe kan dit landschappelijk worden ingepast? des te breder het ensemble des te hoger
Basisprincipe 3. Afstand tussen windturbine en ensemble
Basisprincipe 3. Afstand tussen windturbine en ensemble
Advies kleine windturbines in het agrarisch landschap hoogste object 2x hoogte t.o.v hoogste object
Basisprincipe 2. Breedte ensemble versus hoogte mast
Impact op vogels en vleermuizen Windturbines vormen een risico voor vogels door mogelijke aanvaringen ermee en ze kunnen een verstoring zijn van hun leefgebied. Op de ensemble risicokaart van de Vogelbescherming (opgesteld door SOVON) is te zien dat de west- en noordkant van de Gooi en Vechtstreek een hoog risicogebied vormt voor vogels in relatie tot windturbines. Deze ensemble risicoprofielen zijn opgesteld voor grote vogelsoorten zoals roofvogels, afstand = max ganzen en zwanen. SOVON verwacht niet dat de risico’s anders uitpakken 1x tiphoogte desgaat te breder het ensemble des te hoger voor vogels als het om kleinere windturbines. Met de risicokaarten de turbine kangedaan zijn (maatwerk) kunnen géén uitspraken worden over het specifieke effect van voorkeur: plaatsing op ensemble één of meerdere windturbines op een bepaalde plek, ongeacht het type maximale tiphoogte van ensemble enófde grootteafstand ervanvan (zie1xreactie SOVON, bijlage 2). “Daarvoor zal, zeker voor het geval het een enkele kleine windturbine betreft, moeten worden gekeken naar de aanwezigheid van vleermuizen en vogels in de directe omgeving van de windturbine”.
ensemble afstand = max 1x tiphoogte voorkeur: plaatsing op ensemble óf maximale afstand van 1x tiphoogte van ensemble BASISPRINCIPE 3. AFSTAND TUSSEN WINDTURBINE EN ENSEMBLE
turbine kan zijn (maatwerk) Kleine windturbines in hetdeagrarisch landschap Het grootste deel van de grond in Wijdemeren heeft een NNN-status. De kern van de Horstermeer, de weilanden ten noorden van Kortenhoef en de weilanden ten noordwesten van Nieuw-Loosdrecht zijn de voornaamste Maatreferentie gebieden zonder NNN-regime. Daarnaast vallen alle onbebouwde delen Basisprincipe 1: Tiphoogte versus omliggende objecten Basisprincipe 2. Breedte ensemble versus hoogte mast EAZ 12 Kleine windturbines op agrarische erven vormen een risico voor van deze gemeente in Bijzonder Provinciaal Landschap Vechtstreek-Zuid. ashoogte 15 m akkervogels15en kW vleermuizen. Dit blijkt uit onderzoek van Sweco in Maatreferentie Zowel kernkwaliteiten van het landschapstype ‘vechtstreek’ Basisprincipe 3. Afstand tussen windturbine en ensemble als van het opdracht van de provincie Groningen. Ganzen hebben veelal een landschapstype ‘veengebied’ komen in deze gemeente voor. Voor beide gemiddelde landschappen zijn openheid en zichtlijnen belangrijke kernkwaliteiten. 2x hoogte t.o.vkwetsbaarheid. “Het zijn weliswaar grote vogels die in groepen leven, maar ze houden afstand tot de boerenerven en zullen hoogste object niet frequent nabij de kleine turbines vliegen” (Sweco, 2019).
Uitgebreide De nieuwe Omgevingsverordening NH2020 (november 2020) staat slachtoffertellingen in Duitsland geven het beeld dat vooral soorten, die kleine windturbines op agrarische erven toe. Kleine windturbines ensemble leven op erven, zoals kauw, mus, spreeuw en duif, slachtoffer worden. Dat tasten niet de openheid van het landschap aan en zijn goed in te is ook logisch, omdat ze immers op boerenerven het meeste voorkomen passen binnen de bestaande agrarische bebouwing. Agrarische erven ensemble en de omgeving van de windmolens niet lijken te mijden. Het gemiddeld vallen buiten het NNN-gebied. STOWA (het kenniscentrum van de afstandwaterbeheerders) = max geschatte totaal aantal vogelslachtoffers is volgens Sovon minder dan één regionale beschrijft in haar rapport drie basisprincipes tiphoogte vogel per windturbine per jaar is en dat is aanmerkelijk lager dan bij grote voor1xde landschappelijke inpassing van kleine windturbines op tiphoogte maximaal 2x de hoogte van het hoogste object des te breder het ensemble des te hoger windturbines (zie ook bijlage 3). terreinen van waterschappen. Het uitgangspunt daarbij is dat er een de turbine kan zijn (maatwerk) landschappelijk ensemblevoorkeur: ontstaat.plaatsing Zo’n ruimtelijke samenhang van op ensemble Vleermuizen lijken de omgeving van windturbines te mijden.
Dit onder meer gebouwen kan worden versterkt door van de aanwezigheid óf maximale afstand van 1x tiphoogte ensemble komt doordat deze vaak in open gebied staan met veel wind. Echter, van landschappelijke groenelementen. De drie basisprincipes zijn in het vaststellen van slachtoffers onder vleermuizen is erg lastig. De de afbeeldingen op deze spread weergegeven. Vanuit landschappelijk verwachting is dat in gebieden met grotere aantallen vleermuizen en/ oogpunt wordt geadviseerd om maximaal één windturbine per ensemble of gerichte foerageerbewegingen van vele vleermuizen in de buurt van toe te staan. kleine windturbines mogelijk talrijke slachtoffers kunnen vallen. EAZ 12 Maatreferentie
ashoogte 15 m 15 kW
EAZ 12 ashoogte 15 m 15 kW
Basisprincipe 3. Afstand tussen windturbine en ensemble
ensemble afstand = max 1x tiphoogte voorkeur: plaatsing op ensemble óf maximale afstand van 1x tiphoogte van ensemble
Maatreferentie
EAZ 12 ashoogte 15 m 15 kW
32 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Hoofdstuk 2: Casussen 33
Advies: Onderzoek locatie-specifieke risico’s Een ecologische quickscan moet uitsluitsel geven over de aanwezigheid van beschermde diersoorten op agrarische erven. Wanneer er mogelijke schadelijke effecten worden geconstateerd onder deze soorten dan wordt er vervolgonderzoek gedaan in het veld. Wanneer er negatieve effecten kunnen optreden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Het bevoegd gezag bepaalt of de ontheffing wel of niet wordt verleend.
BOERENZWALUW
Afb. commons.wikipedia.org
AGRARISCH ERF MET KLEINE WINDTURBINE
Afb. E.A.Z. Wind Informatiebrochure
Er zijn maatregelen te treffen om het risico op slachtoffers met name onder vleermuizen te verkleinen, zoals: • De turbine uitzetten wanneer het nauwelijks waait. Vleermuizen vliegen dan vaker dan bij harde wind • Een windturbine ver genoeg van groenstructuren neerzetten • En turbine niet laten draaien tussen zonsondergang en zonsopkomst in de periode van 1 april tot 1 oktober (hier kan met maatwerk naar gekeken worden). Reactie van lokale energiecoöperaties en natuurorganisaties Het financiële aspect van kleine windturbines is tijdens overleggen met de energiecoöperaties uitgebreid ter sprake gekomen. Een kleine windturbine kan economisch niet of nauwelijks uit en wordt voornamelijk toegepast voor eigen gebruik door de agrariër en dus niet voor collectieve kleinschalige opwek. Energiecoöperaties zijn wel voorstander van kleine windturbines, maar zouden in plaats van meerdere kleine turbines liever één grote windturbine willen in het landschap. Een vertegenwoordiger van de Vogelwerkgroep Gooi e.o. kan niet zeggen dat de vogelwerkgroep voor of tegen kleine windturbines is. “Dat moet je per geval bekijken. Een windturbine heeft per vogelsoort en per gebied (vliegroutes van vogels) een ander effect”.
HUISMUS
Foto: Ger Tik
GROOTOORVLEERMUIS
Foto: Gerard Bos
AANBEVELINGEN De focus van deze verkenning ligt op zoeklocaties die mogelijkheden bieden voor meervoudig ruimtegebruik en een kwaliteitsverbetering voor landschap en/of natuur opleveren. We hebben bij de uitwerking van de casussen een aantal ontwerpprincipes gehanteerd. Deze zijn gebaseerd op de principes zoals omschreven in de Kwaliteitsimpuls van de provincie Noord-Holland.
Aanbevelingen voor vervolg De casussen laten zien op welke manieren kleinschalige zon ingepast kan worden in het landschap in de Gooi en Vechtstreek. Het zijn eerste schetsen en ideeën die in een vervolgstap geconcretiseerd kunnen worden. Ook kunnen andere locaties die zijn opgehaald bij de energiecoöperaties en gemeenten, in bijlage 2, worden uitgewerkt aan de hand van de genoemde ontwerpprincipes.
Uitwerken energietuin Het voorgestelde ontwerp voor een energietuin in deze verkenning is slechts ter inspiratie, omdat er geen participatief ontwerpproces heeft plaatsgevonden. Doordat deze locatie binnen de bebouwde kom ligt en daardoor niet onder beschermingsregimes van de provincie valt, zou dit een reële mogelijkheid zijn om verder te onderzoeken en uit te werken met lokale stakeholders.
Betrekken van de netbeheerder Voor alle energieprojecten, ook voor kleinschalige, is het belangrijk om in een vroeg stadium de netbeheerder te betrekken. Kleinschalige initiatieven kunnen vaak wel aangesloten worden op het net. Het kan een behoorlijke tijd in beslag nemen voordat een groter energieproject kan worden aangesloten op het net. Betrekken van omwonenden en andere organisaties Betrek omwonenden en lokale stakeholders in een vroeg stadium. Deze De netbeheerder kan dan aan voorkant van het proces verkenning laat zien dat het vinden en invullen van projectideeën aan de aangeven wat de mogelijkheden zijn. Ook kan de netbeheerder meedenken over het eventueel koppelen hand van gesprekken met lokale organisaties een meerwaarde kunnen van verschillende initiatieven bij het vormgeven van de hebben voor het eindresultaat. Benut lokale kennis: soms moeten aansluiting. plannen worden aangepast of worden verworpen door lokale inbreng. Ga dan samen met de omgeving en lokale stakeholders op zoek naar een alternatief. De getoonde schetsontwerpen bieden een kapstok om met de stakeholders verdere mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen.
36 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Inspiratie: functies combineren met zon:
ZONNEPANELEN OP RIJDENDE CONSTRUCTIE
Hoofdstuk 3: Aanbevelingen 37
DIVERSE VOORBEELDEN VAN PARKEREN ONDER ZON
Op deze pagina’s een kort overzicht van innovatief gebruik van zonnepanelen. Al deze innovatie maken het eenvoudiger om meervoudig grondgebruik toe te passen. Huidige of nieuwe functies in combinatie met zonopwek: • Zon gecombineerd met gewassen • Beweegbare panelen • Opvouwbare panelen • Verticale panelen • Diverse voorbeelden van parkeren onder zon • Fietsparkeren met oplaadpunten • Voorbeeld van een eenvoudige kiosk
FIETSPARKEREN MET FIETSOPLAADPUNTEN
VERTICALE ZONNEPANELEN
ZONNEPANELEN BEWEEGBAAR EN OPVOUWBAAR
VOORBEELD VAN EENVOUDIGE KIOSK
BIJLAGEN
40 Kleinschalige duurzame energie in Gooi- en Vechtstreek, een verkenning van ontwerpmogelijkheden voor lokale opwek
Bijlage 1: Verantwoording gesprekken met stakeholders Hoe hebben we de casussen opgehaald en gekozen? Een toelichting op de werkwijze Er zijn in de Gooi&Vechtstreek acht energiecoöperaties, die op verschillende vlakken met elkaar samenwerken en met elkaar kennis uitwisselen. Het gaat om de gemeenten Gooise Meren, Huizen, Hilversum, Laren/Blaricum, Eemnes, Wijdemeren en Weesp. Zij zijn verenigd in een overkoepelend orgaan, waarin de samenwerking en de belangenbehartiging voor de verschillende coöperaties tot uiting komt. Dat orgaan is Energie Verbonden (EV). Om de medewerking te zoeken van de desbetreffende energiecoöperaties in G&V is in een overleg van EV ruimte ingelast om dit project Landschap, natuur en energie te introduceren. Eemnes Energie viel qua deelname helaas af omdat Eemnes in de provincie Utrecht ligt. Ook HET (Hilversumse Energie Transitie), de tweede energiecoöperatie in Hilversum, viel af. HET bedankte voor de medewerking. HilverZon was aan boord als vertegenwoordiging van Hilversum. Er werd ook afgesproken dat Weesp Duurzaam op de hoogte zou worden gehouden van de ontwikkelingen. De Spoordriehoek zagen zij als interessant. In een eerder stadium was deze als zoeklocatie voor de concept RES afgevallen.
nog wat mogelijk?”, vroeg men zich bij Huizen Duurzaam hardop af. Na afloop van hun meeting werd gezegd dat de mogelijke zoeklocaties ook bedoeld waren om discussie en ‘out of the box-denken’ te stimuleren. “Uiteraard zijn er ook altijd honderdenéén argumenten te bedenken om deze af te schieten. Maar waar een wil is, is een weg; waar geen weg is, zoekt de wil een weg; waar geen wil is, is de weg ook weg”. Meedenkers vanuit WattNU, een andere energiecoöperatie wilden de ‘juiste volgorde der dingen’ benadrukken. “Zolang er nog genoeg (kleine) daken en parkeerplaatsen zijn om te overkappen, pleiten we ervoor om ons daarop toe te leggen. Daarna kunnen we kijken naar de natuur”. Verder ondersteunden zij het principe dat opbrengst van de opwek en gebruik ervan dicht bij elkaar horen te liggen. Ze ondersteunden ook het ontwerp-principe, waarbij de biodiversiteit wordt vergroot/geactiveerd en monocultuur van het landschap wordt doorbroken. De voorgestelde zoeklocaties bestonden voornamelijk uit zonnecarports. Ze zagen daar veel mogelijkheden toe.
Tijdens de meeting met EC Wijdemeren werd naar voren gebracht dat de gemeente en de energiecoöperatie samen optrekken in het vinden van locaties voor zon en wind. De onderlinge relatie is goed en respectvol. EC Wijdemeren pleitte ervoor dat de rol van de ParticipatieCoalitie vooral moet bestaan uit het samenbrengen van partijen én het gesprek tussen die Met Huizen Duurzaam, Hut van Mie (Laren/Blaricum), WattNU (Gooise verschillende belangengroepen (energiecoöperaties en natuurorganisaties) Meren), HilverZon en EC Wijdemeren zijn vijf aparte online meetings een stap verder brengen in plaats van informatie ophalen bij individuele georganiseerd. De inzet van de bijeenkomsten was iedere keer: “Waar partijen. Dit voorstel vonden we een goed punt en hebben we als extra denk je dat kleinschalige energie-opwek mogelijk zou kunnen zijn, wat kun je aan zoeklocaties binnen je gemeente aandragen?” Probeer daarbij processtap opgenomen bij de totstandkoming van dit project. Verder benadrukten de meedenkers vanuit Wijdemeren dat het steeds ook te kijken of het landschappelijk in te passen zou kunnen zijn, en of meer gaat om een gebiedsbenadering. Het ontwerpprincipe ‘verborgen de natuur misschien versterkt kan worden. opstellen van zonnepanelen’ spreekt aan.
Opgehaalde zoeklocaties bij de energiecoöperaties Tijdens de vijf verschillende online meetings met de energiecoöperaties De meedenkers vanuit HilverZon waren het meest vooruitstrevend in werd verschillend gereageerd op deze oproep om creatief en met elkaar hun denken en in de ideeën die ze naar voren brachten op het vlak van landschap, natuur en energie-opwek. Ze hadden een uitgebreid plan hardop denkend en zoekend tot ideeën voor locaties te komen. De ene voor een soort energietuin voor een weiland naast de wijk De Meent. energiecoöperatie vond het gemakkelijker om met ideeën te komen dan de andere. “Als we er nu eens anders tegenaan kijken, is er dan toch De wijk staat bekend als een PAW-wijk en is aangemerkt als wijk, die
Bijlagen
‘all electric’ gaat worden. Een paar actieve inwoners van De Meent hadden al contact opgenomen met de boeren, die weilanden rondom de wijk bezitten. De boeren hebben problemen met de grond, die bijvoorbeeld te nat is waardoor de economische opbrengst voor de boer onvoldoende is. De boeren zoeken naar een goede oplossing. Het plaatsen van een zonnepark kan een mogelijke oplossingsrichting zijn voor de boeren én voor de wijk. Door bij het ontwerp en beheer van het zonnepark aandacht te geven aan biodiversiteit, kan het zonnepark de biodiversiteit verhogen. Dit idee verdient natuurlijk samen met de bewoners van de wijk De Meent verdere uitwerking. Een volgende meeting met EC’s en natuurorganisaties zou het best per EC gehouden kunnen worden, is het advies vanuit HilverZon. HilverZon wil graag samen met de natuurorganisaties nadenken over de ideeën voor zoeklocaties in de gemeente Hilversum. Een theoretische benadering (losgekoppeld van specifieke locaties) heeft volgens hen minder toegevoegde waarde. Voor het geval er in dit project ook gesproken wordt met LTO wil HilverZon het volgende meegeven. LTO is mogelijk tegen het plaatsen van zonneparken op weilanden. Hun principe is ‘landbouwgrond moet landbouwgrond blijven’.
Het is bekend dat een deel van de boeren in Nederland het niet eens is met deze opstelling van LTO en meer maatwerk wil dat bij de lokale context en de mogelijke kansen past. Vervolg op de meetings met de Energiecooperaties De meetings met de energiecooperaties waren vlot verlopen. We hebben de opgehaalde zoeklocaties gerubriceerd en gescoord op een aantal items. Er is gekeken naar de landschappelijke inpassing, de meerwaarde voor natuur en milieu. Het idee dat we op voorhand hadden om alle energiecooperaties nog een keer op een gezamenlijk moment te spreken, hebben we laten vallen. Dat zou geen meerwaarde opleveren. In plaats daarvan kozen we naar aanleiding van de tips en adviezen vanuit de EC’s ervoor om voor een paar casussen de energiecooperaties en de natuurorganisaties bij elkaar te zetten in een meeting.
Participatieproces met energiecoöperaties en lokale natuurorganisaties De lokale natuurorganisaties waren nu aan de beurt om hun visie te geven op de door ons gekozen casussen. Het bleek nog niet mee te vallen om de natuurorganisaties rond de tafel te krijgen. Ze zijn uitgenodigd door Milieudefensie, waar de natuurorganisaties ook bij aangesloten zijn. Helaas was op de eerste meeting (eind mei) alleen iemand van de vogelwerkgroep aanwezig. We hebben begin juni een meeting gehad waarbij we input kregen vanuit de vogelwerkgroep ’t Gooi, de Vechtplassencommissie en de archeologische werkgroep Geopark Gooi en Vecht. Carel de Vink van de vogelwerkgroep was bereid om mee te werken aan de meeting met de energiecoöperaties HilverZon en EC Wijdemeren. Overleg/tussentijdse terugkoppeling met de gemeentes Vanuit Wijdemeren was een duidelijk verzoek om wind als optie mee te nemen in het rapport. Ze hebben daar ideeën over en tot nu toe stuitten zij op regels, opgesteld door de provincie, waardoor kleinschalige windopwek op boerenerven niet mogelijk zou zijn. Dit punt was ook eerder ingebracht door EC Wijdemeren. We besloten om kleinschalige windopwek in het project op te nemen. Het gaat hierbij weliswaar niet om meervoudig ruimtegebruik of kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor een hogere opbrengst van duurzame energie in deze regio telt het wel mee.