Collegebrief inzake Toezegging T22-13 en T22-14 (Goois Natuurreservaat)
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad cc college van B en W cc pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
7 juli 2022 ZAAKNUMM ER 1152913 BEHA NDELD DOOR Myrte Mijnders TELEFOON (035) 629 2553 UW KENMERK 1152913 BIJLAGEN 2 BETREFT Toezegging T22/13 en T22/14 DATUM
Geachte raads- en commissieleden, In deze collegebrief gaan we in op toezeggingen T22/13 en T22/14 die gedaan zijn bij de commissie behandeling van de zienswijze van het Goois Natuurreservaat (GNR) op 18 mei 2022. De portefeuille houder Natuur en Groen heeft toegezegd de beschikbare gegevens over de monitoring van het beheer van de natuurgebieden toe te sturen naar de raadsleden; en om de gewijzigde statuten en de educatievisie van het GNR te delen. De monitoring van het beheer wordt op pagina 9 van het jaarverslag 2021 besproken. In de bijlage vindt u de toelichting van Bosgroep Nederland die in 2021 in samenwerking met het GNR het beheer gemonitord heeft. Op de GNR bestuursvergadering van 23 juni lagen de ontwerpstatuten ter definitieve besluitvorming voor. Deze zijn door notaris Steendijk opgesteld (Hengstum&Stolp uit Hilversum) aan de hand van de conceptstatuten waarover op 31 maart jl. in het bestuur een principebesluit is genomen. Na het verlijden van de akte bij de notaris zullen de vastgestelde statuten openbaar worden gemaakt op de website van GNR. De Educatievisie kunt u vinden in de bijlage. Op de webpagina publicaties van het Goois Natuurreservaat kunnen raadsleden alle beleidsdocumenten en andere publicaties terugvinden van het GNR waaronder de huidige statuten.
Met deze brief beschouwen we de toezeggingen T22/13 en T22/14 als afgedaan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat Bosgroep Midden Nederland
Colofon Opdrachtgever:
Stichting Gooisch Natuurreservaat
Titel:
Toelichting SNL monitoring 2021, Goois Natuurreservaat
Status:
Definitief
Datum:
Maart 2022
Auteur(s):
Ing. P. van Wijhe, M. Immerzeel, Bsc. & Ir. T. Termaat
Kaartmateriaal:
Copyright © 2021, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn
Projectnummer:
21.45.10564.01
© Coöperatie Bosgroep Midden Nederland u.a. Postbus 8135 6710 AC Ede t (0318) 67 26 26 www.bosgroepen.nl
Inhoudsopgave 1
2
3
4
Overzicht inventarisatie 2021
4
Gegevens
5
Uitvoering
6
7
8
6
Methode
6
Weersomstandigheden
7
Cluster 1 Naarder Eng
8
Flora
8
Overige soorten
9
Cluster 5 Noordkant Laren Flora
5
4
Gebieden en soortgroepen
Cluster 6 Wester- en Bussumerheide
10 10
12
Vegetatie en flora
12
Vegetatie
12
Flora
15
Overige soorten
16
Cluster 11 Monnikenberg
17
Insecten
188
Cluster 12 De Zuid
19
Insecten
21
Overige soorten
21
Cluster 13 Hoorneboeg
22
Flora
22
Insecten
24
Overige soorten
24
Literatuur en websites
25
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Kaart geïnventariseerde gebieden 2021 Vegetatiekaarten Lokale vegetatietypologie Vegetatietabellen
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
3
1
Overzicht inventarisatie 2021 Gebieden en soortgroepen
In 2021 is monitoring uitgevoerd volgens het meerjarenplan voor de SNL monitoring voor de terreinen van het Goois Natuurreservaat (versie 2019). Voor 2021 betreft dit de terreinen en soortgroepen zoals genoemd in tabel 1. Een overzichtskaart van de in 2021 geïnventariseerde terreinen is opgenomen in bijlage 1.
Structuur
Libellen
sprinkhanen
Vlinders en
Flora
Beheertype
Vegetatie
Rapportagegebied
Broedvogels
Tabel 1. Overzicht van de geïnventariseerde gebieden in 2021.
1 Cluster Naarder Eng Naarder Eng
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Oostdijk
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
3 Cluster Bikbergen Bikbergen
N07.01 Droge heide
x
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Crailoo
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
De Beek
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
N17.03 Park- en Stinzenbos
x
IJzeren Veld
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Kommerrust
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Oud Bussum
N17.03 Park- en Stinzenbos
x
Reigerseiland
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Sijsjesberg
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
5 Cluster Noordkant Laren Bosje van Six
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Laarder Eng
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Mauvezand
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Postiljon
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
Verspreide Laarder Engen
N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos
x
6 Cluster Wester- en Bussumerheide Bussumerheide
N07.01 Droge heide
x
x
x
11 Cluster Monnikenberg N07.01 Droge heide
x
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
x
De Zuid
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
x
Hilversums Wasmeer
N06.04 Vochtige heide
x
12 Cluster de Zuid
N06.06 Zuur ven of hoogveenven Laapersheide
x
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
x
N07.01 Droge heide
x
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
4
Structuur
Libellen
sprinkhanen
Vlinders en
Broedvogels
Flora
Beheertype
Vegetatie
Rapportagegebied
12 Cluster de Zuid (vervolg) Laapersveld
N07.01 Droge heide
x
13 Cluster Hoorneboeg Hoorneboegse Heide
N07.01 Droge heide
x
x
x
Raabos
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
x
x
x
Gegevens Deze toelichting hoort bij de oplevering van onderstaande gegevens: • SNLm2021_GNR_Bosgroepen.gdb: databasebestand met de inventarisatiegegevens van 2021; • Turbovegbestanden met vegetatieopnamen. De soortgegevens zijn tevens opgenomen in de NDFF.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
5
2
Uitvoering Methode
De monitoring is uitgevoerd conform de landelijke afspraken voor SNL monitoring, vastgelegd in het document “Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura2000/PAS (BIJ12, 2018).” Voor de vegetatiekartering is een lokale typologie gemaakt en deze is waar mogelijk vertaald naar de typen volgens de indeling in vegetatietypen van de Vegetatie van Nederland (revisie 2017). De vegetatiekaarten zijn opgenomen in bijlage 2, de typologie in bijlage 3 en de vegetatietabellen in bijlage 4. Bij de florakartering zijn ten minste kwalificerende soorten voor in het gebied aanwezige en verwante SNL-beheertypen en Rode Lijstsoorten met de status “Bedreigd”, “Ernstig
bedreigd” en “Verdwenen uit Nederland” gekarteerd. Een aantal soorten is alleen gekarteerd in de beheertypen waarvoor deze soorten kwalificerend zijn. In andere beheertypen kunnen deze soorten zeer algemeen voorkomen en geven daar geen informatie over de kwaliteit van de vegetatie (tabel 2). De soorten zijn gekarteerd aan de hand van de FLORON-schaal (tabel 3). Tabel 2. Soorten die alleen gekarteerd zijn binnen het beheertype waarvoor ze kwalificerend zijn. Soort
Alleen gekarteerd in beheertype
Echte koekoeksbloem
N12.02
Gewone brunel
N12.02
Gewone dophei
N06.01
Gewone margriet
N12.02
Haagbeuk
N17.01, N17.06
Knoopkruid
N12.02
Kraaihei
N06.01
Moerasstruisgras
N12.02
Rode bosbes
N06.01
Struikhei
N06.01
Winterlinde
N14.03
Zwarte zegge
N12.02
Tabel 3. FLORON-schaal. Klasse
Aantal exemplaren
0
Wel gezocht, niet gevonden
A
1
B
2-5
C
6-25
D
26-50
E
51-500
F
501-5000
G
>5000
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
6
De broedvogelkartering is uitgevoerd door adviesbureau Maasarend volgens de BMP-B broedvogelinventarisatiemethode (Vergeer et al., 2016), in vijf rondes. Gegevens zijn ingevoerd via Avimap. Aan het einde van de inventarisatie is een autoclustering uitgevoerd van de waarnemingen voor het bepalen van de territoria. De resultaten van de uitbestede inventarisatie is opgenomen in een separate rapportage: Broedvogelmonitoring SNL Goois Natuurreservaat 2021 (Maas, 2021). Bij de insectenkartering zijn afhankelijk van het beheertype de dagvlinders, sprinkhanen of libellen gekarteerd. Van de soortgroepen sprinkhanen en libellen zijn minimaal de kwalificerende soorten voor in het gebied aanwezige en verwante SNL-beheertypen en Rode Lijstsoorten met de status “Bedreigd”, “Ernstig bedreigd” en “Verdwenen uit Nederland” gekarteerd. Het gebied is twee tot drie keer bezocht onder goede weersomstandigheden. De structuurkartering van de korte vegetatie is vlakdekkend uitgevoerd en is gecombineerd met de vegetatie- en florakarteringen.
Weersomstandigheden Voor insecten is het erg belangrijk dat er onder juiste weersomstandigheden wordt geïnventariseerd. In tabel 4 staan de bezoekdata van 2021 per terrein met bijbehorende weersomstandigheden. Tabel 4. Weersomstandigheden veldbezoeken insecten. In de tabel zijn alle data opgenomen waarop insecten zijn gekarteerd. Datum
Terrein
Temp in ℃
Bewolking
Wind (Bft)
17
Half bewolkt
2
23
Half bewolkt
2
21
Half bewolkt
2
21
Onbewolkt
2
20
Half bewolkt
3
20
Zwaar bewolkt
2
Monnikenberg 28 mei en De Zuid Hoorneboegse 3 jun heide Monnikenberg 9 jul en De Zuid Hoorneboegse 22 jul heide Hoorneboegse 26 aug heide Monnikenberg 14 sep en De Zuid
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
7
3
Cluster 1 Naarder Eng
Cluster 1 bestaat uit de deelgebieden Naarder Eng en Oostdijk. De terreinen liggen tussen Naarden en Huizen in, net ten zuiden van het Gooimeer.
Bosflora Voor de bossen met beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos is een florakartering uitgevoerd. De bossen bestaan voornamelijk uit loofbos. In deze bossen zijn verschillende voorjaarsbloeiers aanwezig, zoals muskuskruid, maarts viooltje, bosanemoon en voorjaarshelmkruid. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt in het zuidwestelijk deel van de Naarder Eng. Er zijn in totaal 16 SNL meetsoorten waargenomen, waarvan 15 soorten vaatplanten en één mossoort (tabel 5). Drie van de waargenomen soorten zijn kwalificerend voor het aangewezen beheertype. Er zijn geen Rode Lijstsoorten aangetroffen. Tabel 5. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Vaatplanten Bosanemoon
N15.01, N15.02, N17.01, N17.06
Daslook
N14.01, N14.03
Gele anemoon
N14.03
Gevlekte aronskelk
N17.01, N17.06
Gewone / brede eikvaren
N07.01
Gewone salomonszegel
N15.02
Hangende zegge
N14.01
Klein vogelpootje
N12.02
Kruisbes
N14.03
Lelietje-van-Dalen
N15.01, N15.02
Lievevrouwebedstro
N14.03
Maarts viooltje
N14.01
Muskuskruid
N14.01, N14.03
Voorjaarshelmkruid
N15.01
Wilde hyacint
N15.01
Mossen Kussentjesmos
N07.01
Behalve de SNL meetsoorten zijn onder andere bosgierstgras en vingerhelmbloem aanwezig. Een aantal van de gekarteerde soorten, zoals lelietje-van-dalen en lievevrouwebedstro, is mogelijk afkomstig uit tuinen van naast de bossen gelegen bebouwing. Dat geldt ook voor een aantal invasieve exoten die zijn aangetroffen in het gebied. Het betreft Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en bonte gele dovenetel. Het verdient aanbeveling deze soorten ten minste onder controle te houden en zo mogelijk geheel te verwijderen.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
8
Figuur 1. Twee bijzondere soorten die in deelgebied Oostdijk zijn aangetroffen zijn gele anemoon (l) en voorjaarshelmkruid (r).
Overige soorten In terrein Oostdijk is een eekhoorn waargenomen.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
9
4
Cluster 5 Noordkant Laren
Cluster 5 bestaat uit de deelgebieden Bosje van Six, Laarder Eng, Mauvezand, Postiljon en Verspreide Laarder Engen. De gebieden liggen ten noorden maar ook ten zuiden van de plaats Laren.
Bosflora Voor de percelen met beheertype N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos is een florakartering uitgevoerd. In totaal zijn er tien SNL-meetsoorten waargenomen, waarvan vier soorten kwalificerend zijn voor het aangewezen beheertype (tabel 6). Tabel 6. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Gevoelig
N07.01
Vaatplanten Borstelgras Bosanemoon
N15.01, N15.02, N17.01, N17.06
Bosbies
N10.02
Buntgras
N07.01, N08.02
Daslook
N14.01, N14.03
Gewone salomonszegel
N15.02
Grote veldbies
N15.02
Lelietje-van-dalen
N15.01, N15.02
Muizenoor
N12.02
Wilde hyacint
N15.01
De bossen van het Mauvezand liggen dicht bij de bebouwing van Laren en kennen mede hierdoor een rijke stinzenflora. Soorten die zoal voorkomen zijn bosanemoon, grote veldbies, overblijvende ossentong, wilde hyacint en vingerhelmbloem. Ook de Verspreide Laarder Engen liggen dicht tegen de bebouwing van Laren, echter is hier het aandeel stinzenflora een stuk lager. Het bosje van Six ligt ten oosten van het Mauvezand. Op een paar locaties is de SNL-meetsoort lelietje-van-dalen aangetroffen. In de bosranden langs het Postiljon zijn meerdere kensoorten van N07.01 Droge heide aangetroffen. Daarnaast komt op meerdere plekken in de bosrand de invasieve exoot mahonie voor. Recent is er ook een deel van het bos gekapt in kader van uitbreiding van de heide. De Laarder Eng ligt ten noorden van Postiljon en is op een paar locaties sterk verruigd door de invasieve exoten reuzenberenklauw, bamboe en Japanse duizendknoop.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
10
Figuur 2. Links: de vrij zeldzame grote veldbies. Rechts: bosanemoon.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
11
5
Cluster 6 Wester- en Bussumerheide
Cluster 6 bestaat uit de deelgebieden Bussumerheide, Natuurbrug Laarderhoogt, Westerheide en Westerveld. Dit jaar is het deelgebied Bussumerheide gekarteerd.
Vegetatie en flora Voor beheertype N07.01 Droge heide is een vegetatie- en florakartering uitgevoerd. De vegetatiekaarten zijn opgenomen in bijlage 2, de lokale vegetatietypologie in bijlage 3 en de vegetatietabellen in bijlage 4. Vegetatie In totaal zijn er 27 vegetatieopnames gemaakt die vertaald zijn naar tien lokale vegetatietypen.
Pioniervegetaties: • Open zand (Po) is op een plek in het noordoosten aangetroffen en betreft een vegetatie met een bedekking beneden de vijf procent. Plaatselijk kunnen er kleine plukjes voorkomen van pijpenstrootje, bochtige smele en gewoon struisgras. Er is geen landelijk vegetatietype te koppelen aan deze vegetatie.
Graslanden: • Droog grasland met gewoon struisgras en heischrale soorten (Gd1.1) komt veelal voor langs de paden. Dit type lijkt op Hd1.2 en heeft vaak een grote overlap in soorten. Bij Gd1.1 bedekken grassen echter meer dan dwergstruiken. De heischrale soorten tandjesgras en/of borstelgras bedekken ten minste tien procent, vaak meer. Andere heischrale soorten die vaak voorkomen zijn liggend walstro, fijn schapengras, gewoon biggenkruid en schapenzuring. De vegetatie laat zich vertalen naar r19Aa01a Associatie van Liggend walstro en Schapengras; typische
subassociatie. • Droog grasland met gewoon struisgras (Gd1.2) komt met name in het noordelijk deel van het gebied voor, buiten het omrasterde deel. De vegetatie is relatief soortenarm, waarbij gewoon struisgras domineert. Schrale kruiden als gewoon biggenkruid en schapenzuring hebben wel een hoge presentie. Gewoon haakmos is vaak in hoge bedekking aanwezig. De vegetatie laat zich vertalen naar r14RG05
Rompgemeenschap Gewoon struisgras en Gewoon biggenkruid. • Droog grasland met gewoon struisgras en hazenpootje (Gd1.3) is alleen in het noorden en noordwestelijk deel van het terrein aangetroffen, buiten het omrasterde deel. Ten opzichte van graslandtype Gd1.1 ontbreken tandjesgras en borstelgras. Hazenpootje is de differentiërende soort ten opzichte van de andere graslandtypen met gewoon struisgras, soms samen met viltganzerik. Gewoon haakmos en smalle weegbree zijn constante soorten (vaak in hoge bedekking). De vegetatie laat zich vertalen naar r14B Struisgras-orde.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
12
Figuur 3. Droog grasland met gewoon struisgras en heischrale soorten (Gd1.1). Op de foto zijn onder andere de kenmerkende grassen tandjesgras en borstelgras te zien.
Figuur 4. Droog grasland met gewoon struisgras (Gd1.2). Sterke dominantie van gewoon struisgras is typisch voor dit vegetatietype.
Figuur 5. Droog grasland met gewoon struisgras (Gd1.2). Detailfoto met tussen het gewoon struisgras de gele bloemen van kleine leeuwentand.
Figuur 6. Droog grasland met gewoon struisgras en hazenpootje (Gd1.3). Kruidenrijke vorm met onder andere veel hazenpootje en duizendblad.
• Matig voedselrijk grasland met Engels raaigras (Gm1.1) is alleen in het noordwesten nabij de parkeerplaats aangetroffen. In dit vegetatietype zijn de (matig) voedselrijke grassen zoals Engels raaigras, kropaar en gestreepte witbol dominant. Er zijn slechts enkele kruiden aanwezig waaronder rode klaver, vlasbekje en smalle weegbree. De vegetatie laat zich vertalen naar r16RG23 Rompgemeenschap
Gestreepte witbol en Engels raaigras. Droge heides: • Soortenarme droge heide (Hd1.1) beslaat de grootste oppervlakte van het terrein. Naast struikhei en gewone dophei komen vaak alleen algemene soorten voor zoals pilzegge, pijpenstrootje, heideklauwtjesmos en gewoon gaffeltandmos. Plaatselijk kunnen lage aantallen cladonia's (open rendiermos, bruin bekermos) aanwezig zijn. Lokaal, op recent bewerkte delen in de heide, zijn er vrij hoge bedekkingen grijs kronkelsteeltje. Meestal is struikhei de dominante dwergstruik. Op sommige plekken kan het aandeel gewone dophei hoger zijn dan het aandeel struikhei. De vegetatie laat zich vertalen naar r20Aa1b Associatie van Struikhei en Stekelbrem;
typische subassociatie.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
13
• Droge heide met heischrale soorten (Hd1.2) komt plaatselijk in het gebied voor met het zwaartepunt in het westelijk deel. De vegetatie onderscheidt zich van type (Hd1.1) door het voorkomen van heischrale soorten als tandjes- en borstelgras en stekel- en kruipbrem. Ook soorten als pilzegge, liggend walstro en gewoon biggenkruid hebben in dit type een hogere presentie en bedekking dan in Hd1.1. De vegetatie laat zich vertalen naar r20Aa1c Associatie van Struikhei en Stekelbrem;
subassociatie met Tandjesgras. • Rompgemeenschap van pijpenstrootje (Hd9.1) is op één plek in het noordwesten van het terrein aangetroffen. De soort pijpenstrootje domineert in deze vegetatie met een bedekking van minimaal 75%. Verder is de vegetatie relatief soortenarm met af en toe een pol struikhei, gewone dophei en tormentil. De vegetatie laat zich vertalen naar r20RG01 Rompgemeenschap Pijpenstrootje en Bochtige smele.
Figuur 7. Soortenarme droge heide (Hd1.1). Typisch soortenarm beeld van dit type met struikhei, gewone dophei en wat pijpenstrootje.
Figuur 8. Soortenarme droge heide (Hd1.1). Grijs kronkelsteeltje, zoals dat plaatselijk over kleine oppervlaktes een hoge bedekking kan bereiken.
Figuur 9. Soortenarme droge heide (Hd1.1). Plaatselijk kan gewone dophei meer bedekken dan struikhei.
Figuur 10. Droge heide met heischrale soorten (Hd1.2). Op de foto zijn onder andere tandjesgras en de gele bloemen van kruipbrem te zien.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
14
Bossen: • Eiken-dennenbos (Bg1.1) komt alleen langs de randen van het terrein voor. De vegetatie bestaat uit een gemengd bos van zomereik en grove den. Veelal is er een struik- en kruidlaag aanwezig met soorten als beuk, ruwe berk en wilde kamperfoelie. De vegetatie laat zich vertalen naar r45Aa Zomereik-verbond. • Dennenbos (Bn1.1) komt vooral langs de randen en plaatselijk binnen de heide voor. De boomlaag wordt gedomineerd door grove den met hier en daar een enkele zomereik. In een aantal opstanden is een struik- en/of kruidlaag aanwezig met soorten als wilde lijsterbes, braam en bochtige smele. De vegetatie laat zich vertalen naar r44Aa Orde van de naaldbossen. Flora In totaal zijn er 24 SNL-meetsoorten aangetroffen, waarvan negen soorten kwalificerend zijn voor beheertype N07.01 Droge heide (tabel 7). Ten opzichte van de vorige florakartering uit 2017 zijn er geen noemenswaardige verschillen te zien. Tabel 7. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Beemdkroon
Kwetsbaar
N11.01, N12.01, N12.03
Borstelgras
Gevoelig
N07.01
Soort Vaatplanten
Buntgras
N07.01, N08.02
Duits viltkruid
N08.02, N11.01, N12.05
Dwergviltkruid
N07.01, N07.02, N08.04, N11.01, N12.05
Gewone margriet
N12.02
Grasklokje
N07.02, N12.03
Hazenpootje
N08.02
Hengel Jeneverbes
N15.01, N15.02
Gevoelig
Klein tasjeskruid
N07.02, N12.05
Klein vogelpootje Klein warkruid
N12.02
Kwetsbaar
Knoopkruid
N06.01
Kwetsbaar
Muizenoor Stekelbrem
N07.01, N08.04 N12.02
Kraaihei Kruipbrem
N07.01, N07.02
N06.04, N07.01, N08.04, N11.01 N12.02
Gevoelig
N01.02, N06.04, N07.01, N08.04
Tandjesgras
N07.02
Vroege haver
N07.02
Wilde marjolein
N12.01, N12.03, N17.01, N17.06
Zandblauwtje
N07.01, N07.02, N11.01
Zwarte zegge
N12.02
Mossen Kussentjesmos
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
N07.01
15
Op één plek is de invasieve exoot rimpelroos aangetroffen. Van deze soort is bekend dat hij sterk kan gaan domineren en daarmee de lokale typische soorten kan verdringen. Het verdient sterk aanbeveling de planten op de Bussumerheide te verwijderen nu het aantal planten nog laag is.
Figuur 11. Langs de noordrand van het gebied staan wat verrassende kruiden, waaronder deze beemdkroon.
Figuur 12. Groeiplaats van de invasieve exoot rimpelroos in het noorden van het gebied.
Overige soorten Tijdens de inventarisatierondes zijn meerdere heivlinders, blauwvleugelsprinkhanen en reeën gezien. Daarnaast zijn er ook waarnemingen gedaan van bruine winterjuffer en haas.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
16
6
Cluster 11 Monnikenberg
Cluster 11 bestaat uit de deelgebieden Faunatunnel A27 en Landgoed Monnikenberg. Dit jaar is alleen deelgebied Landgoed Monnikenberg gekarteerd. Landgoed Monnikenberg bestaat behalve uit bos uit de beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk kruidenrijk grasland en daarnaast is N07.01 Droge heide aangewezen. Het grasland is van een matig voedselrijk type waarin gewoon struisgras en gestreepte witbol domineren en waarin veel algemene graslandkruiden groeien. In juli was het grasland bloemrijk, met vooral veel biggenkruid en duizendblad. Centraal in het grote grasland ligt een poel met eutrofe moerasvegetatie en wilgenstruweel eromheen.
Figuur 13: Struisgrasland met bloeiend biggenkruid (links); Poel met voedselrijke verlandingsvegetatie en wilgenstruweel (rechts)
Aan de westzijde ligt het perceel dat is aangewezen als beheertype N07.01 Droge heide. Maar dit betreft een ruig grasland dat is ingezaaid met een bijzonder bont mengsel van ‘akkeronkruiden’. Hiervoor is een zaadmengsel gebruikt dat bestaat uit allerlei cultuurvariëteiten van korenbloemen en klaprozen in verschillende (onnatuurlijke) kleuren, boekweit, gele ganzenbloem, cosmea, kaasjeskruid, phacelia, etc. Dit is eigenlijk geen natuur en zeker geen heide.
Figuur 14: Ingezaaid ruig grasland met bloemenmengsel van allerlei cultivars.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
17
Insecten Er zijn in totaal vier SNL-meetsoorten waargenomen (tabel 8). Hiervan zijn bruin zandoogje en kleine vuurvlinder kwalificerend voor het aangewezen beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Binnen beheertype N07.01 Droge heide zijn geen kwalificerende soorten voor dat type waargenomen, wat niet vreemd is gezien de huidige vegetatie. Tabel 8. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Dagvlinders Bruin zandoogje
N12.01, N12.02
Kleine vuurvlinder
N12.01, N12.02
Sprinkhanen Moerassprinkhaan
N06.04, N10.01, N10.02
Libellen Vroege glazenmaker
N05.01, N05.02, N06.05
Bruin zandoogje is vrij algemeen in het grasland. Moerassprinkhaan is in de moerasvegetatie rondom de poel aangetroffen. Vroege glazenmaker plant zich waarschijnlijk voort in de poel.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
18
7
Cluster 12 De Zuid
Cluster 12 bestaat uit de deelgebieden Dassenveld, De Zuid, Hilversums Wasmeer, Huydecopersbos, Laapersbos, Laapersheide, Laapersveld en Natuurbrug Zwaluwenberg. Dit jaar zijn de deelgebieden De Zuid, Hilversums Wasmeer, Laapersheide en Laapersveld gekarteerd, op insecten. Hilversums Wasmeer betreft een groot, zuur heideven (N06.06), met daaromheen de beheertypen N06.04 Vochtige heide en N07.01 Droge heide. Aan de zuidwestkant ligt droog grasland van beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. De oevers van het ven bestaan voornamelijk uit pijpenstootje en pitrus. Ook een groot dele van het als vochtige heide aangegeven deel direct ten noordoosten van het ven bestaat uit pitrusvegetatie. Verder overheersen struik- en dopheide.
Figuur 15: Pitrus en pijpenstrootje op de oever van het Hilversums Wasmeer en vers uitgeslopen mannetje sierlijke witsnuitlibel.
De Laapersheide en het Laapersveld zijn beide droge heideterreinen met overgangen naar grove dennenbos. Struikheide en bochtige smele domineren in de vegetatie en er zijn ook veel zandige en grazige plekken.
Insecten In totaal zijn 12 SNL-meetsoorten gekarteerd, die evenredig verdeeld zijn over de verschillende soortgroepen (tabel 9). Tabel 9. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Gevoelig
N08.02, N08.04, N11.01, N12.01, N12.02
Dagvlinders Bruin blauwtje Groot dikkopje
N06.04, N12.02
Hooibeestje
N07.01, N11.01, N12.01, N12.02, N12.03
Kleine vuurvlinder
N12.01, N12.02
Sprinkhanen Heidesabelsprinkhaan
N06.04
Moerassprinkhaan
N06.04, N10.01, N10.02
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
19
Schavertje Veldkrekel
N07.01
Kwetsbaar
N07.01
Libellen Bruine winterjuffer
N06.05
Koraaljuffer Sierlijke witsnuitibel
N06.03, N06.05, N06.06*
Verdwenen
N05.01, N05.02, N06.05
uit Nederland Venwitsnuitibel
Kwetsbaar
N06.03, N06.06*
* Koraaljuffer en venwitsnuitlibel zijn direct rondom het ven met beheertype N06.06 waargenomen.
Hilversums Wasmeer Behalve verschillende algemene soorten als gewone pantserjuffer, azuurwaterjuffer, watersnuffel en viervlek, werden ook de veel minder algemene venwitsnuitlibel en koraaljuffer waargenomen. Spectaculair was de vondst van een pas uitgeslopen mannetje sierlijke witsnuitlibel, hangend in de pitrus boven zijn larvenhuidje. Deze voorheen zeer zeldzame soort heeft zich in opnieuw gevestigd in Nederland en breidt zich sterk uit. De soort komt voor in laagveengebieden en gebufferde vennen met een rijke ondergedoken vegetatie. Het Hilversums Wasmeer voldoet niet aan die beschrijving. Daarom moet worden aangenomen dat dit individu een nakomeling is van een zwervend vrouwtje uit bijvoorbeeld het Vechtplassengebied. Rondom het ven is moerassprinkhaan algemeen. In de natte heide aan de noordoostkant van het gebied komt heidesprinkhaan voor. Het droge grasland aan de zuidwestkant is droog en zandig, met veel schapenzuring. Kleine vuurvlinder en hooibeestje zijn hier algemeen en er zit een kleine populatie veldkrekels. Deze resultaten komen voor een groot deel overeen met die van de SNL monitoring in 2016. In 2016 werd opgemerkt dat het opvallend is dat de minder algemene venwitsnuitlibel hier algemeen voorkomt, terwijl de vrij algemene kenmerkende soorten koraaljuffer, noordse witsnuitlibel en tengere pantserjuffer ontbreken. In 2021 is wel koraaljuffer aangetroffen.
Daarnaast is het aantal venwitsnuitlibellen afgenomen, er zijn slecht drie individuen waargenomen. Verder was in 2016 groentje aanwezig, terwijl deze in 2021 niet is aangetroffen. Mogelijk is deze door het vroege voorjaar in 2021 gemist bij de monitoring.
Laapersheide en Laapersveld Op de Laapersheide komen typische insecten van droge heide en droog schraal grasland voor. Meest bijzonder is het voorkomen van schavertje, heidesabelsprinkhaan en er werd één zingende veldkrekel gehoord. Langs het wandelpad dat de heide van oost naar west doorkruist groeit een mooi bremstruweel waar veel foeragerende vlinders, wilde bijen en zweefvliegen op te vinden waren. Het Laapersveld lijkt qua heidefauna veel op de Laapersheide. Kleine vuurvlinder en hooibeestje zijn de voornaamste dagvlinders. Opmerkelijk was de waarneming van een bruin blauwtje. Schavertje is op veel grazige plekken tussen de struikhei aanwezig. Deze resultaten komen overeen met die van de SNL monitoring in 2016.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
20
Overige soorten In de natte heide aan de noordoostkant van het Hilversums Wasmeer groeien klokjesgentianen. Twee soorten reptielen werden waargenomen: levendbarende hagedis op de takkenhopen die in de bosrand zijn gelegd en ringslang in de westelijke oever van het ven. Opvallend waren meerdere exemplaren blauw vliegend hert, hangend in pijpenstrootjepollen. In het pitrusveld was een vos aanwezig. Op het Laapersveld werden levendbarende hagedis en zandhagedis waargenomen. In de bosranden van de Laapersheide groeit plaatselijk vrij veel hengel.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
21
8
Cluster 13 Hoorneboeg
Cluster 13 bestaat uit de deelgebieden Hoogt van ’t Kruis, Hoorneboegse Heide, Natuurbrug Hoorneboeg, Raabos, Zonneheide en Zwarte Berg. In 2021 zijn deelgebieden Hoorneboegse Heide en Raabos gekarteerd. De gebieden liggen onder de rook van Hilversum en ten noordoosten van Nieuw-Loosdrecht.
Flora Voor de percelen met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N07.01 Droge heide is een florakartering uitgevoerd. Er zijn tijdens de kartering in totaal 21 SNLmeetsoorten aangetroffen, waarvan één soort kwalificerend is voor het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en acht soorten voor beheertype N07.01 Droge heide (tabel 10). In vergelijking met de vorige kartering uit 2016 zijn er in 2021 grotere aantallen kruipbrem en stekelbrem aangetroffen. Het aandeel korstmossen lijkt wat te zijn afgenomen. Tabel 10. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
gevoelig
N07.01
Vaatplanten Borstelgras Buntgras
N07.01, N08.02
Duits viltkruid
N08.02, N11.01, N12.05
Dwergviltkruid
N07.01, N07.02, N08.04, N11.01, N12.05
Gele morgenster
N12.01, N12.03
Gewone margriet
N12.02
Grasklokje
N07.02, N12.03
Grondster
kwetsbaar
N06.04, N07.01, N10.01
Hazenpootje
N08.02
Heidespurrie
N07.02
Hengel
N15.01, N15.02
Klein vogelpootje
N12.02
Klein warkruid
kwetsbaar
Knoopkruid Kruipbrem
N12.02
kwetsbaar
Muizenoor Stekelbrem
N07.01, N08.04 N06.04, N07.01, N08.04, N11.01 N12.02
gevoelig
N01.02, N06.04, N07.01, N08.04
Tandjesgras
N07.02
Vroege haver
N07.02
Zandblauwtje
N07.01, N07.02, N11.01
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
22
De graslanden van het Raabos zijn allen nabij bebouwing gelegen en bestaan uit een matig voedselrijke tot schrale graslandvegetatie met soorten als klein vogelpootje, hazenpootje en zandblauwtje. Nabij de ingang van het meest noordelijke grasland is een grote groeiplaats van de invasieve exoot Japanse duizendknoop aangetroffen. Het grootste gedeelte van de Hoorneboegse Heide bestaat uit een droge struikheidevegetatie met plaatselijk kleine eiken- en dennenbosjes en delen met stuifzand. Daarnaast zijn op een aantal locaties de invasieve exoten Japanse duizendknoop, late guldenroede, sneeuwbes en rimpelroos aangetroffen.
Figuur 16. Gewoon kraakloof.
Figuur 137. Bloeiende kruipbrem.
Figuur 18. Zandblauwtje bovenop een van de grafheuvels op de Hoorneboegse Heide.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
23
Insecten Voor de percelen met beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N07.01 Droge heide is dit jaar naast de florakartering ook een insectenkartering uitgevoerd. Dit is een herhaling van de kartering uit 2016. In totaal zijn er acht SNL-meetsoorten waargenomen, waarvan drie soorten kwalificerend zijn voor het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en vier soorten voor N07.01 Droge heide (tabel 11). Opmerkelijk is dat de landelijk kwetsbare veldkrekel in dit gebied zeer algemeen is. In vergelijking met 2016 zijn blauwvleugelsprinkhaan en bruine vuurvlinder nieuw waargenomen soorten. Schavertje is dit keer niet waargenomen, terwijl deze hier in 2016 algemeen voorkwam. Tabel 11. Waargenomen SNL-meetsoorten. SNL-beheertype vet gedrukt betekent dat de soort in het betreffende beheertype is waargenomen. Soort
Rode Lijst
SNL-beheertype waarvoor kwalificerend
Gevoelig
N08.02, N08.04, N11.01, N12.01, N12.02
Dagvlinders Bruin blauwtje Bruin zandoogje Bruine vuurvlinder
N12.01, N12.02
Kwetsbaar
N07.01, N10.01, N10.02, N11.01, N12.01, N12.02
Hooibeestje
N07.01, N11.01, N12.01, N12.02, N12.03
Kleine vuurvlinder
N12.01, N12.02
Sprinkhanen Blauwvleugelsprinkhaan
N07.01, N07.02, N08.02
Heidesabelsprinkhaan Veldkrekel
N06.04
Kwetsbaar
Figuur 19. Blauwvleugelsprinkhaan.
N07.01
Figuur 20. Vrouwtje veldkrekel bij haar holletje.
Overige soorten Tijdens een van de inventarisatierondes is op het fietspad langs de Kolhornseweg een doodgereden hazelworm aangetroffen.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
24
Literatuur en websites Aptroot, A., Herk, K. van & L. Sparrius. (2011). Veldgids Korstmossen van duin, heide
en stuifzand. Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV. Bellmann, H., Roetschmann, F., Roesti, C. & A. Hochkirch. (2020). Veldgids
Sprinkhanen en Krekels van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist. BIJ12. (2018). Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerken en Natura
2000/PAS. Bij12, Utrecht. Bos, F., Wasscher, M. & W. Reinboud. (2016). Veldgids Libellen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dort, K. van, Buter, C. & B. Horvers. (2010). Fotogids Mossen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dort, K. van, Buter, C. & P. van Wielink. (1998). Veldgids Mossen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Duistermaat, L. (2020). Heukels’ Fora van Nederland. Noordhoff Uitgevers bv, Groningen/Utrecht. Nationale Database Flora en Fauna. Website. Geraadpleegd via https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul NDFF Verspreidingsatlas. Website. Geraadpleegd via verspreidingsatlas.nl Waarneming.nl. Website. Geraadpleegd via https://waarneming.nl Wynhoff, I., Swaay, C. van, Veling, K. & A. Vliegenthart. (2016). Veldgids Dagvlinders. De Vlinderstichting, KNNV Uitgeverij, Zeist.
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
25
Bijlage 1
Kaart geïnventariseerde gebieden 2021
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
26
Goois Natuurreservaat Bijlage 1: geïnventariseerde gebieden SNL-monitoring 2021 Legenda N06.04 - Vochtige heide N06.06 - Zuur ven of hoogveenven N07.01 - Droge heide N12.02 - Kruiden- & faunarijk grasland
N15.02 - Dennen-, eiken- & beukenbos
N17.03 - Park- & stinzenbos
Datum:
0
0,5
1
2 Kilometers
´
14-1-2022
Auteur:
J. Thielemans
Lidnr.:
10564
Schaal (A4):
1:70.000
Ondergrond: Copyright © 2022, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Bijlage 2
Vegetatiekaarten
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
27
Bussumerheide
Gd1.2
Gd1.2
Hd1.2 Hd1.1 Hd1.2
Gd1.3
Gd1.2 Hd1.1 Gd1.3 Bg1.1 Gd1.2 Bg1.1 Bg1.1 Hd1.1
Hd1.1
Hd1.2 Hd1.1 Hd1.2 Gd1.2/Hd1.2 Hd1.2 Hd1.2 Hd1.2 Hd1.2 Hd1.2 Gd1.1 Gd1.2 Hd1.2 Gd1.1 Hd1.2
SNL-monitoring 2021 Vegetatiekartering Droge heide
Hd1.2 Gd1.1
Legenda
Hd1.2 Bg1.1 Gd1.2 Hd1.2 Gd1.1 Bg1.1
Po
Eiken-dennenbos Dennenbos Droog grasland met gewoon
struisgras en heischrale soorten
Hd1.2 Gd1.1
Bg1.1 Parkeerplaats Gd1.2 Bg1.1 Gm1.1 Hd1.2
Gd1.1
Droog grasland met gewoon struisgras
Hd1.1 Hd1.2/Gd1.1
Hd1.1
struisgras/ Droge heide met
Bn1.1
Hd1.2
heischrale soorten
Hd9.1 Bn1.1
Droog grasland met gewoon
Gd1.1
Hd1.2
Gd1.1
Hd1.2
Hd1.1
Droog grasland met gewoon
Bn1.1
Gd1.1
struisgras en hazenpootje
Hd1.2
Matig voedselrijk grasland met
Hd1.1
Engels raaigras
Gd1.1 Hd1.2
Hd1.2
Soortenarme droge heide
Bg1.1
Bn1.1 Gd1.1 Hd1.2 Hd1.2
Bg1.1
Droge heide met heischrale
Gd1.1
soorten Gd1.1
Hd1.2
Droge heide met heischrale
Hd1.2
soorten/ Droog grasland met gewoon struisgras en
Hd1.2
heischrale soorten
Hd1.2
Rompgemeenschap van pijpenstrootje
Bg1.1
Kapvlakte Hd1.2
Parkeerplaats Open zand
Bg1.1 Gd1.1 Bn1.1 Hd1.1 Kapvlakte Bg1.1
Hd1.2 Eigenaar:
Stichting Goois Natuurreservaat
Lidnummer: 10564
Gd1.2 Bn1.1 0
250
500
1.000 Meters
´
Provincie:
Noord-Holland
Datum:
21-10-2021
Auteur:
J. Thielemans
Schaal (A3):
1:7.500
Ondergrond: Copyright © 2021, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Bussumerheide
r14RG05 r14RG05 r20Aa01b
r14RG05
r20Aa01b r14RG05/r20Aa01c r20Aa01c r20Aa01c r20Aa01c
r20Aa01b
r20Aa01b
r20Aa01c
Droge heide Legenda
Droge heide Eiken- & Beukenbos (voedselarm)
r19Aa01a r20Aa01c
Heischraal grasland r20Aa01c
r19Aa01a r20Aa01c/r19Aa01a r20Aa01b
r14RG05
Vegetatiekartering
r45Aa
r20Aa01c r14RG05 r45Aa r20Aa01c r19Aa01a r45Aa
r19Aa01a
r20Aa01c
r20Aa01b
SNL-monitoring 2021
r20Aa01c r19Aa01a
r20Aa01c
r20Aa01c
r14RG05 r20Aa01c
r20Aa01c
r45Aa
r14B
r20Aa01c
r14RG05 r14B r45Aa
Matig voedselrijk grasland
r19Aa01a
Naaldbossen
r16RG23 r45Aa
Stuifzand & Droog grasland
r20Aa01c
r20Aa01c r20Aa01b
r44Aa
r20Aa01c
r45Aa
r19Aa01a
Overig
r20Aa01b
r20RG01
Gearceerde percelen is een combinatie
r44Aa
r19Aa01a
van meerdere ecotopen
r19Aa01a r20Aa01c r20Aa01b r44Aa
r19Aa01a r20Aa01c
r20Aa01c
r20Aa01c
r19Aa01a
r45Aa
r44Aa r19Aa01a r20Aa01c r20Aa01c r20Aa01c
r19Aa01a r20Aa01c
r45Aa r20Aa01c
r20Aa01c
r45Aa r20Aa01c
r45Aa
r19Aa01a r44Aa
r20Aa01b
r20Aa01c r45Aa Eigenaar:
Stichting Goois Natuurreservaat
Lidnummer: 10564
0
250
500
r14RG05 r44Aa
1.000 Meters
´
Provincie:
Noord-Holland
Datum:
21-10-2021
Auteur:
J. Thielemans
Schaal (A3):
1:7.500
Ondergrond: Copyright © 2021, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn.
Bijlage 3
Lokale vegetatietypologie
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
28
Bussumerheide 2021 Lokaal type code Lokaal type naam Bg Gemengde bossen
Bg1.1 Bn
Bn1.1 Hd
Hd1.1
Hd1.2 Hd9.1 Gd
Gd1.1
Gd1.2
Eiken-dennenbos Naaldbossen
Dennenbos Droge heides
Soortenarme droge heide
VVN code
Omschrijving
Soorten
Gemengd bos met zomereik en grove den. T.o.v. Bn1.1 is grove den niet dominant.
Zomereik, grove den, ruwe berk, Amerikaanse vogelkers, beuk, sporkehout, wilde lijsterbes, Amerikaans krentenboompje, Amerikaanse eik, klimop, hulst, wilde kamperfoelie, taxus, pilzegge, bochtige smele, pijpenstrootje, braam, gewoon dikkopmos, gewoon gaffeltandmos, gesnaveld klauwtjesmos, heideklauwtjesmos, fijn MI007, laddermos, fraai haarmos PvW005
r44Aa
Naaldbos met grove den als dominante boomsoort.
Grove den, zomereik, Amerikaanse krentenboompje, wilde lijsterbes, sporkehout, klimop, hulst, Amerikaanse vogelkers, bochtige smele, MI010, gewone dophei, pijpenstrootje, braam, gewoon dikkopmos, gewoon PvW004, gaffeltandmos, heideklauwtjesmos PvW010
r20Aa01b
Negetief gekenmerkt. Vaak, naast struikhei en gewone dophei, alleen algemene soorten als pilzegge, pijpenstrootje, heideklauwtjesmos, gewoon gaffeltandmos, eventueel lage aantallen cladonia's (open rendiermos, bruin Struikhei, gewone dophei, pijpenstrootje, pilzegge, liggend walstro, bekermos). Soms lokaal, op recent bewerkte delen in de tandjesgras, gewoon struisgras, bochtige smele, grove den, heide, vrij hoge bedekkingen grijs kronkelsteeltje. Meestal is zomereik, braam, wilde lijsterbes, heideklauwtjesmos, gewoon struikhei dominant, plaatselijk kan gewone dophei dat zijn, gaffeltandmos, bruin heidestaartje, bruin bekermos, open maar dan ontbreken vochtindicerende soorten. rendiermos, grijs kronkelsteeltje, bronsmos
r45Aa
Droge heide met heischrale soorten r20Aa01c Rompgemeenschap van pijpenstrootje r20RG01 Droge graslanden
Droog grasland met gewoon struisgras en heischrale soorten
Droog grasland met gewoon struisgras
MI001, MI002, MI006, MI009, PvW011
Struikhei, gewone dophei, pijpenstrootje, pilzegge, stekelbrem, kruipbrem, tandjesgras, fijn schapengras, liggend walstro, muizenoor, gewoon biggenkruid, borstelgras, tormentil, schapenzuring, gewoon struisgras, klein vogelpootje, brem, bochtige smele, grove den, Amerikaanse vogelkers, braam, MI003, Als Hd1.1 met ten minste twee soorten occasional, waarvan heideklauwtjesmos, gewoon gaffeltandmos, bruine heidestaartje, MI004, één vetgedrukte, van de volgende soorten: tandjesgras, bruin bekermos, kopjes-bekermos, gevorkt heidestaartje, MI012, borstelgras, kruipbrem, stekelbrem, zandhaarmos, kronkelheidestaartje, grijs kronkelsteeltje, breekblaadje, gewoon PvW001, tormentil, pilzegge, liggend walstro, fijn schapengras, purpersteeltje, gewoon haakmos, gewoon dikkopmos, bronsmos, PvW002, muizenoor, gewoon biggenkruid, schapenzuring zandhaarmos PvW008 Pijpenstrootje bedekt meer dan 75%. Soortenarme rompgemeenschap. Pijpenstrootje, struikhei, gewone dophei, heideklauwtjesmos, tormentil, PvW009 brem
r19Aa01a
Grassen bedekken meer dan dwergstruiken. Tandjesgras en/of borstelgras bedekken ten minste 10%, vaak meer. Andere heischrale soorten zijn vaak aanwezig (liggend walstro, fijn schapengras, gewoon biggenkruid, schapenzuring).
Tandjesgras, borstelgras, fijn schapengras, muizenoor, gewoon biggenkruid, tormentil, schapenzuring, gewoon struisgras, grasklokje, gewone veldbies, smalle weegbree, gewoon duizendblad, klein MI011, vogelpootje, bochtige smele, pijpenstrootje, struikhei, kruipbrem, MI014, heideklauwtjesmos, gewoon gaffeltandmos, grijs kronkelsteeltje, PvW012, breekblaadje, gewoon purpersteeltje, zandhaarmos PvW013
r14RG05
Negatief gekenmerkt t.o.v. andere Gd. Soortenarme vegetatie met gewoon struisgras dominant (>50% bedekking). Schrale kruiden als gewoon biggenkruid en schapenzuring hebben wel een hoge presentie. Gewoon haakmos is vaak in hoge bedekking aanwezig,
Gewoon struisgras, struikhei, pilzegge, fijn schapengras, muizenoor, gewoon biggenkruid, schapenzuring, vroege haver, kleine leeuwentand, gewone veldbies, smalle weegbree, ruige zegge, gewone hoornbloem, brem, bochtige smele, Jakobskruisbruid, MI013, heideklauwtjesmos, gewoon gaffeltandmos, gewoon purpersteeltje, PvW003, gewon haakmos, gewoon dikkopmos, bronsmos PvW007
r14B
T.o.v. Gd1.1 ontbreken tandjesgras en borstelgras. T.o.v. andere Gd-typen is de aanwezigheid van hazenpootje onderscheidend, soms samen met viltganzerik. Gewoon haakmos en smalle weegbree zijn constante soorten (vaak in hoge bedekking).
Hazenpootje, viltganzerik, klein vogelpootje, gewoon struisgras, gewoon biggenkruid, schapenzuring, smalle weegbree, gewoon duizendblad, kropaar, gestreepte witbol, hoornbloem, braam, gewoon purpersteeltje, gewoon haakmos, bleek dikkopmos
MI005, MI008
Engels raaigras, kropaar, gestreepte witbol, straatgras, rode klaver, vlasbekje, braam, grote brandnetel, gewoon struisgras, smalle weegbree
PvW006
Gm
Droog grasland met gewoon struisgras en hazenpootje Matig voedselrijke graslanden
Gm1.1 P
Matig voedselrijk grasland met Engels raaigras Pioniervegetaties
r16RG23
(Matig) voedselrijke grassen zijn dominant. Daarnaast weinig tot geen kruiden.
Po
Open zand
-
<5% vegetatie. Er kunnen plaatselijk kleine plukjes vegetatie aanwezig zijn. Pijpenstrootje, bochtige smele, gewoon struisgras
Gd1.3
Opnames
-
Bijlage 4
Vegetatietabellen
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
29
Vegetatietabel - Bossen Opnamenummer Referentie opname Syntaxoncode Schaminée Syntaxoncode lokaal Wetenschappelijke naam Soorten van Droge bossen op zandgronden Quercus robur Pinus sylvestris Amelanchier lamarckii Betula pendula Prunus serotina Fagus sylvatica Rhamnus frangula Prunus serotina Sorbus aucuparia Amelanchier lamarckii Quercus rubra Sorbus aucuparia Fagus sylvatica Rhamnus frangula Hedera helix Ilex aquifolium Lonicera periclymenum Prunus serotina Quercus robur Taxus baccata Amelanchier lamarckii Quercus rubra Pinus sylvestris Overige soorten Betula pendula/pubescens Brachythecium rutabulum Calluna vulgaris Carex pilulifera Deschampsia flexuosa Dicranum scoparium Erica tetralix Hypnum cupressiforme (excl. H. andoi) Hypnum jutlandicum Kindbergia praelonga Molinia caerulea Polytrichum formosum Rubus species
7 MI007 r45Aa Bg1.1
19 PvW005 r45Aa Bg1.1
10 MI010 r44Aa Bn1.1
18 PvW006 r44Aa Bn1.1
24 PvW010 r44Aa Bn1.1 Nederlandse naam
b1 b1 b1 b1 b1 s1 s1 s1 s1 s1 s1 kl kl kl kl kl kl kl kl kl kl kl kl kl ml kl kl kl ml kl ml ml ml kl ml kl
4 2a
4 2a
2b 4
5 +
5
+
+
+
+
+ r +
2a + + + 2b 2a 2a + 1 + + r 1 + 2b + + 1 +
+
+
+
1 +
1 + 1
+ + 1
r +
1 +
+
+
+
1
2a +
1 1
1 + 1 1
1
1
2a
3
+ 1
+
2a
+
+
Zomereik Grove den Amerikaans krentenboompje Ruwe berk Amerikaanse vogelkers Beuk Sporkehout Amerikaanse vogelkers Wilde lijsterbes Amerikaans krentenboompje Amerikaanse eik Wilde lijsterbes Beuk Sporkehout Klimop Hulst Wilde kamperfoelie Amerikaanse vogelkers Zomereik Taxus Amerikaans krentenboompje Amerikaanse eik Grove den Ruwe/Zachte berk Gewoon dikkopmos Struikhei Pilzegge Bochtige smele Gewoon gaffeltandmos Gewone dophei Gesnaveld klauwtjesmos Heideklauwtjesmos Fijn laddermos Pijpenstrootje Fraai haarmos Braam (G)
Vegetatietabel - Heide en grasland Opnamenummer 23 1 2 6 9 25 Referentie opname PvW009 MI001 MI002 MI006 MI009 PvW011 Syntaxoncode Schaminée r20RG01 r20Aa01b r20Aa01b r20Aa01b r20Aa01b r20Aa01b Syntaxoncode lokaal Hd9.1 Hd1.1 Hd1.1 Hd1.1 Hd1.1 Hd1.1 Wetenschappelijke naam Soorten van Droge heiden (Caluna-ulicetea ) Molinia caerulea kl 5 2a + 3 1 + Calluna vulgaris kl 1 4 3 3 3 2b Erica tetralix kl 2a 2a 2a + 3 2b Carex pilulifera kl 2a + + + 1 Hypnum jutlandicum ml 4 4 5 4 Dicranum scoparium ml 2a + + Cladonia glauca ml + + + Cladonia grayi ml 1 + + Cladonia fimbriata ml Cladonia furcata ml Cladonia subulata ml Cladonia portentosa ml + Campylopus introflexus ml 5 2a 4 Campylopus pyriformis ml Genista anglica kl r Genista pilosa kl Soorten van Droge graslanden (Koelerio-Corynephoretea) en Heischrale graslanden (Nardetea )
3 MI003 r20Aa01c Hd1.2
4 MI004 r20Aa01c Hd1.2
12 MI012 r20Aa01c Hd1.2
15 PvW001 r20Aa01c Hd1.2
16 PvW002 r20Aa01c Hd1.2
22 PvW008 r20Aa01c Hd1.2
2b 3
+ 2b
+ 2b +
+ 2b 1
4
3 + 1 + + 1
+
2a + +
kl kl kl kl kl ml kl ml ml kl kl kl r kl kl kl kl ml ml kl kl kl kl kl
14 MI014 r19Aa01a Gd1.1
26 PvW012 r19Aa01a Gd1.1
27 PvW013 r19Aa01a Gd1.1
13 MI013 r14RG05 Gd1.2
17 PvW003 r14RG05 Gd1.2
21 PvW007 r14RG05 Gd1.2
5 MI005 r14B Gd1.3
8 MI008 r14B Gd1.3
20 PvW006 r16RG23 Gm1.1 Nederlandse naam
+ 2a
+ 2a
+ 4 2a 1 4 +
2b 1 4 +
3 2b 1 1 4
+ 2a
2a
2a
+
2b +
1
2b
Pijpenstrootje Struikhei Gewone dophei Pilzegge Heideklauwtjesmos Gewoon gaffeltandmos Bruin heidestaartje Bruin bekermos Kopjes-bekermos Gevorkt heidestaartje Kronkelheidestaartje Open rendiermos Grijs kronkelsteeltje Breekblaadje Stekelbrem Kruipbrem
+
3
+ 1 2a
+
+
2b + + +
+ + 2a +
Danthonia decumbens kl + 2a 2a 1 1 1 Festuca filiformis kl + 1 2a 2a 1 1 Galium saxatile kl r r 2a 2b Hieracium pilosella kl Hypochaeris radicata kl r 2a + + Nardus stricta kl 2b Potentilla erecta kl + 1 Rumex acetosella kl 1 + 1 + Agrostis capillaris kl + 2b + 3 Aira praecox kl Campanula rotundifolia kl Ceratodon purpureus ml + Leontodon saxatilis kl Luzula campestris kl Plantago lanceolata kl Achillea millefolium kl Ornithopus perpusillus kl r Potentilla argentea kl Trifolium arvense kl Soorten van Matig voedselrijke graslanden uit de Weegbree-klasse (Plantaginetea majoris ) en de Klasse van matig voedselrijke graslanden (Molinio-Arrhenenatheretea ) Carex hirta Dactylis glomerata Holcus lanatus Lolium perenne Poa annua Rhytidiadelphus squarrosus Trifolium pratense Overige soorten Brachythecium albicans Brachythecium rutabulum Cerastium fontanum s. vulgare Cerastium species Cytisus scoparius Deschampsia flexuosa Jacobaea vulgaris s. vulgaris Linaria vulgaris Pinus sylvestris Pleurozium schreberi Polytrichum juniperinum Prunus serotina Quercus robur Rubus species Sorbus aucuparia Urtica dioica
11 MI011 r19Aa01a Gd1.1
3 2a
3 1
2a + 2a
+ 3
2a
+ 3
1 4
4 1
1
+
2a
1 + 3
+ 5
+ 1
1 4 1
1
2a 4
+
1 5
1 4
1
1 +
2a + 1 2a +
+
2b 1 + 1
+ 1
1
1 + + +
2b 2a
1
2b
1 + + + +
2a
4
3
5
+ 2b 4 1
5 + +
+
1 1
+ 3
1
1 +
2a
+
1
r 1
+
2a
+
2a
2b
2a
2b + 1
+
+
+
+
+ 4
2a 3
1 3 r
r + +
+
+
+
+
+
+ 2a
Tandjesgras Fijn schapengras Liggend walstro Muizenoor Gewoon biggenkruid Borstelgras Tormentil Schapenzuring Gewoon struisgras Vroege haver Grasklokje Gewoon purpersteeltje Kleine leeuwentand Gewone veldbies Smalle weegbree Gewoon duizendblad Klein vogelpootje Viltganzerik Hazenpootje Ruige zegge Kropaar Gestreepte witbol Engels raaigras Straatgras Gewoon haakmos Rode klaver Bleek dikkopmos Gewoon dikkopmos Gewone hoornbloem Hoornbloem (G) Brem Bochtige smele Jakobskruiskruid Vlasbekje Grove den Bronsmos Zandhaarmos Amerikaanse vogelkers Zomereik Braam (G) Wilde lijsterbes Grote brandnetel
www.bosgroepen.nl
Toelichting SNL monitoring 2021 Goois Natuurreservaat
30
Leren in én over het Goois Natuurreservaat Een visie op de uitvoering van natuureducatie, -voorlichting en beleving Vastgesteld op 16 december 2021
Koester ons groene thuis 1
Goois Natuurreservaat
Inhoudsopgave Samenvatting 4
1.
2.
3.
Waarom is een educatievisie nodig? 6 1.1
Aanleiding 6
1.2
Doel van de educatievisie 7
1.3
Context 7
De educatievisie voor het Goois Natuurreservaat
8
2.1
Rol van het Goois Natuurreservaat 8
2.2
Centrale doelstelling 8
2.3
De vijf pijlers van de educatievisie
9
Pijler 1: Het verhaal van het Goois Natuurreservaat vertellen
9
Pijler 2: Aanbod voor jong en oud
10
Pijler 3: Kinderen en jongeren betrekken via onderwijs
11
Pijler 4: Het Goois Natuurreservaat als regisseur
11
Pijler 5: Educatieve infrastructuur
12
Kaders voor het Uitvoeringsprogramma Natuureducatie
13
3.1
Opzet van het uitvoeringsprogramma
13
3.2
Producten 13
3.3
Uitvoeringsprogramma in hoofdlijnen
14
3.4
Benodigde inzet van mensen en middelen
15
3.5
Mogelijke dekking van kosten
16
BIJLAGE: Verkenning naar kansen en mogelijkheden voor educatie
17
1.
Beleidsplan GNR
17
2.
Eerdere publicaties en notities
17
3.
Overzicht bestaande initiatieven
18
2
4.
Kansen en aanbevelingen bij de bestaande initiatieven
21
5.
Intern onderzoek
22
6.
Geraadpleegde bronnen
23
3
Samenvatting Natuureducatie is van belang om mensen kennis te laten maken met natuur en draagt bij aan de bewustwording van de waarde en kwetsbaarheid ervan. De basis hiervoor ligt bij de jeugd omdat de kinderen van nu de natuurbeschermers van de toekomst zijn. Natuurbeschermers en liefhebbers hebben, vrijwel zonder uitzondering, in hun jonge jaren ervaringen opgedaan in de natuur die maakten dat zij zich met hart en ziel sterk maken voor natuurbehoud. Het Goois Natuurreservaat wil daarom naast alle andere doelgroepen vooral ook kinderen welkom heten in haar gebieden om hen de natuur te laten ervaren en beleven. Deze educatievisie beschrijft wat het Goois Natuurreservaat wil bereiken met natuureducatie en wat daarvoor nodig is. Het is een toekomstbeeld waarmee kaders worden gegeven voor de ontwikkeling van educatieve activiteiten. Voorafgaand aan het opstellen van deze visie is een verkenning uitgevoerd naar kansen en mogelijkheden voor educatie binnen het Goois Natuurreservaat, gekoppeld aan werksessies met medewerkers. De resultaten van deze verkenning zijn in de bijlage opgenomen. De educatieve visie is vervolgens uitgewerkt in een ‘Uitvoeringsprogramma Natuureducatie Goois Natuurreservaat’ dat bestaat uit een samenhangend pakket van activiteiten waar we als organisatie mee aan de slag kunnen gaan. Dit uitvoeringsprogramma is als apart document bijgevoegd.
Als centrale doelstelling heeft het Goois Natuurreservaat voor ogen dat alle jeugd in het Gooi tussen 4 en 18 jaar via een educatieprogramma unieke natuurervaringen opdoet in de gebieden van het Goois Natuurreservaat. Daarnaast wil het GNR ook voor volwassen bezoekers een aantal specifieke activiteiten aanbieden, met name in aansluiting op actuele ontwikkelingen. Door deze ervaringen en activiteiten wil het GNR bereiken dat deze doelgroepen het verhaal van de Gooise natuur leren kennen, een band opbouwen met de natuur in hun eigen omgeving en het belang inzien van natuurbescherming. De centrale doelstelling is vertaald naar 5 pijlers die er voor zorgen dat we bewuste keuzes maken en het uitvoeringsprogramma zo organiseren dat het effect maximaal is met een relatief geringe inzet van onze medewerkers. De beschikbare capaciteit van mensen die binnen de organisatie tijd hebben om zich met educatie bezig te houden is namelijk een belangrijke beperkende factor. Dit vraagt om het efficiënt en effectief inzetten van beschikbare mensen en gerichte samenwerking met andere partijen.
4
Pijler 1
Pijler 1 betreft het eigen verhaal van het Goois Natuurreservaat, waarbij we specifieke thema’s onderscheiden die de waarde van het Goois Natuurreservaat benadrukken.
Pijler 2
Pijler 2 legt de nadruk op onze gastheerfunctie door het aanbieden en faciliteren van een evenwichtig aanbod.
Pijler3
Pijler 3 stelt kinderen en jongeren centraal via het onderwijs. In samenwerking met de scholen uit het basis- en voortgezet onderwijs wordt een doorgaande leerlijn opgezet voor de leeftijdsgroepen van 4 tot en met 18 jaar zodat een natuurervaring niet op zich staat, en docenten hiermee verder kunnen gaan in de klas.
Pijler 4
Pijler 4 richt zich op het inzetten op de rol van regisseur voor alle activiteiten die in en over onze natuur verzorgd worden door anderen, met name voor de doelgroep volwassenen. Hier liggen kansen om deze activiteiten meer zichtbaar te maken en beter op elkaar aan te laten sluiten.
Pijler 5
Pijler 5 richt zich op de infrastructuur waar het uitvoeringsprogramma gebruik van maakt. We hebben tal van goede educatieve hotspots waarvandaan educatieve programma’s kunnen starten. Voor het opzetten, ontwikkelen en implementeren van het voorgestelde uitvoeringsprogramma wordt een projectbudget vrijgemaakt om tijdelijk extra expertise, materialen en middelen in te kunnen zetten op het gebied van educatie en ontwikkeling voor de duur van 3 jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt vanaf 2022 gefaseerd opgezet zodat we tussendoor kunnen evalueren en bijstellen als dit nodig is. Het streven is om het uitvoeringsprogramma eind 2024 gereed en geïmplementeerd te hebben.
5
1. Waarom is een educatievisie nodig? 1.1 Aanleiding
Natuureducatie is van belang om mensen kennis te laten maken met natuur en zich bewust te worden van de waarde en kwetsbaarheid ervan. Draagvlak voor behoud en bescherming van de natuur in het Gooi kan door educatieve activiteiten worden vergroot. De basis hiervoor ligt bij de jeugd. Helaas blijkt dat kinderen steeds minder buiten komen en zich hierdoor minder interesseren voor natuur (zie bijlage, § 6 ‘Geraadpleegde bronnen’). Dat is een ontwikkeling die ook de toekomstige bescherming van natuur in gevaar kan brengen omdat de kinderen van nu de natuurbeschermers van de toekomst zijn.
Onderzoek toont aan dat indringende natuurervaringen op jonge leeftijd leiden tot een sterkere verbinding met de natuur op latere leeftijd en duurzaam gedrag stimuleren. Kinderen die veel buitenspelen in de natuur zijn gezonder en gelukkiger. Kinderen die zonder toezicht in de natuur spelen, zijn creatiever, zelfstandiger en ze durven meer dan andere leeftijdsgenootjes. Maar de natuur is voor veel kinderen ver weg, letterlijk en figuurlijk. Het Goois Natuurreservaat wil daarom naast alle andere doelgroepen vooral ook kinderen en jongeren welkom heten in haar gebieden zodat zij de natuur dichtbij huis kunnen beleven. Dat is op zichzelf niet nieuw. Het Goois Natuurreservaat heeft al tientallen jaren aandacht voor educatie. Alleen is dit onvoldoende gestructureerd en georganiseerd om alle doelgroepen goed te kunnen bereiken. Er ontbreekt een visie op hoe we de educatie willen vormgeven in een concreet uitvoeringsprogramma waarmee we de educatieve activiteiten ook voor de lange termijn kunnen borgen. Daarbij willen we meer samenhang aanbrengen in de verschillende activiteiten zodat de natuureducatie beter aansluit bij de verschillende doelgroepen, waaronder het veranderende onderwijsveld.
Daarin willen we vernieuwend zijn door een doorgaande leerlijn aan te bieden voor alle leeftijdsgroepen van 4 tot en met 18 jaar zodat de natuuractiviteiten niet op zich staan, maar voortbouwen op eerdere natuurervaringen in het Goois Natuurreservaat. Ook vinden we het van belang dat deelname aan de activiteiten laagdrempelig is.
6
1.2 Doel van de educatievisie
Het doel van de educatievisie is om te beschrijven wat het Goois Natuurreservaat wil bereiken met natuureducatie en wat daarvoor nodig is. Het is een toekomstbeeld waarmee een koers wordt bepaald waarop kan worden teruggegrepen bij de ontwikkeling van educatieve activiteiten. De educatievisie geeft inzicht in de voor het Goois Natuurreservaat relevante onderwerpen, doelgroepen en de wijze waarop educatie wordt ingevuld. De educatievisie schetst de contouren voor een uitvoeringsprogramma waarin alle relevante educatieve activiteiten in en over het Goois Natuurreservaat aan bod komen (zowel door het Goois Natuurreservaat zelf georganiseerd als door andere partijen). Hierbij wordt ook inzichtelijk welke rol het Goois Natuurreservaat wil nemen en waarbij hulp en inzet van derden, waaronder vrijwilligers, noodzakelijk is. Tot slot geeft de educatievisie inzicht in de kosten en benodigde personele inzet om de ontwikkeling en uitvoering van het gehele programma mogelijk te maken.
1.3 Context
Er is door het Goois Natuurreservaat een verkenning gedaan naar kansen en mogelijkheden voor educatie. Daarnaast is ook een vragenlijst afgenomen onder de medewerkers en zijn er een aantal werksessies met hen gehouden. Deze documenten en de werksessies vormen de context voor deze educatievisie. De verkenning van deze documenten en werksessies is als bijlage bij deze visie opgenomen (BIJLAGE: ‘Verkenning naar kansen en mogelijkheden voor educatie’). Het Beleidsplan 2020-2023 beschrijft waarom natuureducatie belangrijk is en benoemt kernthema’s die bij natuurervaringen en buitenactiviteiten centraal zouden moeten staan.In het onderdeel profilering en draagvlak wordt aangegeven: • Door middel van gerichte natuur- en erfgoededucatie willen we de inwoners van het Gooi actiever betrekken bij ons werk en bewuster maken van de schoonheid, waarde en kwetsbaarheid van het Goois Natuurreservaat. • Door middel van educatie willen we interesse voor de natuur aanwakkeren en de bijzondere waarden van onze gebieden op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie over brengen aan jong en oud. Ons beheer is gericht op het samenspel van natuur, landschap met de archeologische en cultuurhistorische elementen die daarin aanwezig zijn. Het GNR wil dit op een goede manier uitvoeren, zichtbaar en ‘beleefbaar’ maken.
Relevante thema’s en inhouden uit het beleidsplan voor natuureducatie zijn: • Behoud en bevordering biodiversiteit • Behoud en ontwikkeling van het karakteristieke Gooise landschap • Ecologische verbindingen • Illusielandschap • Aardkundige waarden • Archeologische en cultuurhistorische elementen en patronen • Het voor bezoekers toegankelijk en aantrekkelijk inrichten van de terreinen De notitie Leren van de Gooise Natuur uit 2014 analyseert de educatieve aanpak van Goois Natuurreservaat. Geadviseerd wordt om het Goois Natuurreservaat vertrekpunt te laten zijn bij alle educatie en om de bestaande locaties zoals de schaapskooi, ’t Laer en de Infoschuur ’t Gooi beter te benutten. Voor de toekomst worden kansen gezien in samenwerking met andere organisaties (bv. op gebied van kunst, erfgoed en media) en allianties met scholen die zich exclusief natuurgericht willen profileren (zie bijlage, § 2 ‘Eerdere publicaties en notities’). Het educatieprogramma De toekomst van de Gooise Natuur gaat vooral in op groepsverblijf ’t Laer als belangrijke basislocatie. De opzet is gebaseerd op behoeftenonderzoek bij scholen in de regio en gesprekken met externe partijen. Centraal staat het beleven van topervaringen in de Gooise natuur, voor kinderen in school- of gezinsverband (zie bijlage, § 2 ‘Eerdere publicaties en notities’).
Bovenstaande rapportages hebben mede vanwege de herbouwplannen van het groepsverblijf nog niet geleid tot een concreet vervolg. Met deze educatievisie en het daarbij behorende ‘Uitvoeringsprogramma Natuureducatie Goois Natuurreservaat’ wordt hieraan invulling gegeven.
7
2. De educatievisie voor het Goois Natuurreservaat 2.1 Rol van het Goois Natuurreservaat
Het Goois Natuurreservaat kan en wil als de natuurbeschermer in ’t Gooi een rol van betekenis spelen bij educatie over de Gooise natuur. De verbondenheid van mensen met natuur, landschap en erfgoed in hun omgeving bepaalt in grote mate de waardering ervoor en de bereidheid om het te behouden, te steunen en te koesteren. Door het verhaal van de Gooise natuur te vertellen, mensen de natuur te laten beleven en te laten zien wat we doen, wil het GNR bijdragen aan de betrokkenheid bij en draagvlak voor het beschermen en beheren van onze kwetsbare natuur. Naast toezicht en handhaving, moet je als natuurbeheerder juist inzetten op educatie omdat je dan “aan de voorkant” mensen bij de natuur betrekt. De basis hiervoor ligt bij de jeugd, als natuurbeschermers van de toekomst. De kracht van het Goois Natuurreservaat ligt in de voor inwoners altijd nabije natuurgebieden en het unieke en gevarieerde landschap met onze educatieve locaties zoals speelbos, schaapskooi, groepsverblijf ‘t Laer en Infoschuur ‘t Gooi. De boswachters, vele vrijwilligers, en samenwerking met groene organisaties en (educatieve) partners maken het Goois Natuurreservaat tot een hoofdrolspeler bij het aanbieden, coördineren en faciliteren van educatieve activiteiten.