Collegebrief inzake Ontwikkelagenda Gooicorridor
Tekst van het document
Voor het inzetten van het project/ onderzoeksbudget gelden de volgende twee voorwaarden: •
Ambtelijke capaciteit of specialistische kennis is niet aanwezig binnen de deelnemende partijen
•
Om ervoor te zorgen dat het budget doelmatig wordt besteed - legt de trekker de aanvraag (aan derden) voor aan de financiële dragers/houders van het procesbudget
en uitvoering
van de Gooicorridor als geheel kenbaar maken (incl. concreet financieel voorstel)
Gooicorridor
Capaciteit en financiering De betrokken partijen maken capaciteit vrij voor deelname aan het AO, BO, het leveren van inhoudelijke informatie en in bepaalde gevallen het trekkerschap en/of procesmanagement. Om voortgang te kunnen boeken bepaalt de trekker of hij/zij dit zelf kan initiëren met de betrokken partijen, of dat er extra capaciteit nodig is van de procesmanagers Gooicorridor, of dat er externe capaciteit of expertise ingehuurd moet worden. Voor enkele acties is op voorhand al geconcludeerd dat externe ondersteuning nodig is, zoals voor het opstellen van een uitvoeringsprogramma ketenmobiliteit, onderzoek naar regionale P+R en herkenbaarheid van de corridor.
Lopend Planvorming
A16 Door middel van bijvoorbeeld kaarten, promotie en gezamenlijke producten de recreatieve waarde PNH
revitaliseren van stationsomgevingen in te zetten
CAPACITEIT EN FINANCIERING
Lopend Planvorming
en uitvoering
O1
Regio Amersfoort, regio Gooi en Vechtstreek, PNH en PU nemen deel aan lobby A1 om te komen tot een integraal MIRT onderzoek
O2
Regionale partijen agenderen de Gooicorridor op mobiliteitstafels als Landelijke Spoortafel, TBOV, SBAB (onderwerpen o.a. alternatieven goederenvervoer, avondfrequentie en OV-SAAL)
O3
Regionale partijen agenderen de Gooicorridor op ruimtelijke tafels als Verstedeijkingsstrategie MRA en UNED
De tussenstand van deze acties wordt bij het Bestuurlijk Overleg besproken.
23
Globale planning Hier is een overzicht te zien van alle acties. Een aantal acties lopen al, een aantal acties starten op korte termijn en alle acties bij elkaar worden opgepakt binnen de korte en middel lange termijn.
GLOBALE PLANNING
P1
lopend >2021
S1. Monitoren gebiedsontwikkeling
A1.
P4
A6.
P8
P9
S9. Koppelen van recreatie, natuur en cultuur aan knooppunten
S11. Met inrichtingsprincipes knooppunten onderdeel van leefomgeving
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
A15.
S4. Optimaliseren first-en last mile
A5.
P8
P8
P8
P8
S11. Met inrichtingsprincipes knooppunten onderdeel van leefomgeving
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
A17.
S10. Cultuur en natuur als gezamenlijke waarde presenteren
A18.
A16.
A7.
A20.
A19.
korte termijn P2
P3
P5
S2. Verhogen aantrekkelijkheid rondom de knopen
S3. Verbeteren verbinding werklocaties met OVknooppunten
S4. Optimaliseren first-en last mile
S4. Optimaliseren first-en last mile
A8.
A9.
P6
P7 S7. Stimuleren van een duurzame manier van reizen
A12. A2.
A3.
A4.
P3
middel lange termijn
P7 S7. Stimuleren van een duurzame manier van reizen
A13.
P5 S5. Stimuleren en integreren van deelvervoer in routeplanners
A10.
P6
S6. Ontwikkelen van regio-hubs/P+R t.b.v. autoluwe steden
A11.
S8. Het stimuleren duurzame mobiliteit in gebiedsontwikkelingen
A14.
24
4 BIJLAGEN
BIJLAGE I Procesvoorstellen bij acties uit OGSM model
PROCESVOORSTELLEN
In deze bijlage zijn de acties uitgewerkt in de vorm van procesvoorstellen. Hierin kunnen meerdere acties samengevoegd zijn in één procesvoorstel, zoals hieronder schematisch weergegeven. Deze procesvoorstellen vormen het startpunt voor het vervolg en kunnen periodiek worden aangescherpt en/ of bijgesteld. De procesvoorstellen zijn volgens een vast stramien uitgewerkt: 1. 2. 3.
Wat is het doel van de actie? Wat houdt de actie in? Afspraken: betrokken partijen, trekker, benodigde tijd, budget, monitoring en planning
D3. Duurzame mobiliteitsgroei
D2. Duurzame verstedelijking
PROCESVOORSTEL P1
P2
P3
S1. Monitoren gebiedsontwikkeling
S2. Verhogen aantrekkelijkheid rondom de knopen
S3. S7. Verbeteren Stimuleren van een verbinding duurzame werklocaties met OVmanier van reizen knooppunten
A1.
A2.
A3.
A4.
P4
A13.
P5
S4. Optimaliseren first-en last mile
A5.
A6.
A7.
D4. Toegang natuur, cultuur en recreatie
P6
P7
D5. Duurzame stationsomgevingen
P8
S4. Optimaliseren first-en last mile
S5. Stimuleren en integreren van deelvervoer in routeplanners
S4. Optimaliseren first-en last mile
S6. Ontwikkelen van regio-hubs/P+R t.b.v. autoluwe steden
S7. Stimuleren van een duurzame manier van reizen
S8. Het stimuleren duurzame mobiliteit in gebiedsontwikkelingen
S9. Koppelen van recreatie, natuur en cultuur aan knooppunten
A8.
A10.
A9.
A11.
A12.
A14.
A15.
P9
S11. Met S10. Cultuur en natuur als inrichtingsprincipes knooppunten gezamenlijke waarde onderdeel van presenteren leefomgeving
A16.
A17.
A18.
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
A19.
A20.
26
S1. Monitoren gebiedsontwikkeling
A1.
PROCESVOORSTEL 1 A1. Op basis van woonakkoorden, plancapaciteit etc. het aandeel woningen, kantoren en voorzieningen binnen 1200 meter en 10 minuten fietsen van OVknooppunten op de gehele corridor in kaart brengen en jaarlijks monitoren (vast onderdeel BO). Hiermee inzetten op multifunctionele woon-werkgebieden.
PROCESVOORSTEL 2
S2. Verhogen aantrekkelijkheid rondom de knopen
A2. De opgaven uit de handelingsperspectieven op het gebied van ruimtelijke kwaliteit concretiseren.
A2.
DOEL ACTIE
DOEL ACTIE
Het doel is om verstedelijking geconcentreerd plaats te laten vinden op goed bereikbare locaties, zodat het open landschap tussen de steden behouden kan blijven. Bovendien zorgen we met meer woningen, bedrijven en voorzieningen nabij de OV-knooppunten dat er nabijheid wordt gecreëerd en het openbaarvervoersnetwerk beter wordt benut. Hier zit een link met actie 14: lage parkeernormen. Woondeals sluiten ook aan bij de doelstelling om zo veel mogelijk nabij knooppunten te bouwen. De woonafspraken die betrekking hebben op de Gooicorridor worden gemonitord. Deze monitor zal jaarlijks op de agenda van het BO staan zodat, indien nodig, hierop gestuurd kan worden.
Een concreet plan voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit per knooppunt. De ontwikkeling van OVknooppunten is alleen succesvol als het naast efficiënte overstapmachines, ook aantrekkelijke bestemmingen worden waar mensen graag wonen, werken en verblijven. Het is belangrijk dat het veilige en leefbare omgevingen zijn met een hoge kwaliteit van de openbare ruimte en beschikken over de nodige faciliteiten en voorzieningen. Voor deze strategie zullen we de opgaven uit de handelingsperspectieven op het gebied van ruimtelijke kwaliteit concretiseren.
WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? 1. 2. 3. 4.
In kaart brengen hoe bouwen bij OVK in provinciaal en gemeentelijk beleid (omgevingsvisies, woondeals, bereikbare steden, mobiliteitsplannen etc.) is verankerd. Woningbouwplannen te monitoren via de monitor plancapaciteit. We monitoren binnen twee afstanden vanaf het station: 1200 meter en 10 minuten fietsen (er wordt door Ketens & Knopen onderzocht hoe deze indicatoren landelijk gelijkgetrokken kunnen worden). Monitor functiemenging rondom OVK: verhouding binnen 1200 m weergeven Monitor werklocaties rondom OVK binnen 1200m en 10 minuten fietsen (sterke link met procesvoorstel 3 en 7: beleid van werkgevers en parkeernormen).
AFSPRAKEN • Betrokken partijen Vanuit programma OV-knooppunten van de provincie Noord-Holland vindt de monitoring plaats in samenwerking met O&I. Voor nu heeft de provincie Utrecht een eigen monitor. Alle gemeenten leveren actuele informatie aan. • Trekker Provincie Noord-Holland • Benodigde tijd 1) Jaarlijkse monitoring (lopende actie, geen extra tijd) 2) Overzicht maken hoe bouwen bij OVK is verankerd in lokale beleid en dit jaarlijks te monitoren (totaal 40 uur) • Budget Geen extra budget nodig
WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? 1)
2) 3) 4) 5)
Op basis van de handelingsperspectieven (2020) worden per knooppunt de opgaven op het gebied van ruimtelijke (omgevingskwaliteit) geïnventariseerd. Voor het gedeelte Soesterlijn wordt voor elk station een light versie van het handelingsperspectief doorlopen, zodat het basis informatie niveau voor elk station op de Gooicorridor gelijk is. Bespreken met de betreffende gemeente (kansrijk (ambitie collegeprogramma’s) /prioritering op gemeenteniveau) Bespreken op corridorniveau (kansrijk/prioritering). Plan voor” Quick wins” Optimalisatie naar duurzaamheidaspecten. Naast gebruikskwaliteit en milieuaspecten speelt toekomstbestendigheid (o.a. ruimte voor groei station) een rol. Keus voor opgaven die in het “Uitvoeringsprogramma Gooicorridor” opgenomen dienen te worden opgenomen.
AFSPRAKEN • Monitoren De opgaven op het gebied van ruimtelijke kwaliteit worden opgenomen in het “Uitvoeringsprogramma Gooicorridor”. Dit uitvoeringsprogramma zal door middel van een stoplichtrapportage worden gemonitord. • Scope Knooppunten en de stationsomgeving (‘het stationsdomein’). Hier zullen we de verbinding leggen met doelstelling 5 (strategie 11 en 12) zodat de basis van de ruimtelijke ontwikkeling van de stationsomgeving duurzaam is. Hierbij is van belang dat er voldoende ruimte is voor groei van het station (toekomstwaarde) om een toenemende capaciteitsvraag van het OV mogelijk te maken. • Planning Per knooppunt zal dit verschillen. Ingrepen worden zo veel mogelijk gekoppeld aan andere ontwikkelplannen in de stationsomgeving. Dit komt samen in het “Uitvoeringsprogramma Gooicorridor” dat in BO Gooicorrdor zal worden vastgesteld. Het zal vervolgens ook worden verankerd in Provinciaal beleid, zoals “Uitvoeringsprogramma Multimodale Knooppunten” en de “Uitvoeringsverordening knooppunten” van de Provincie Utrecht. • Betrokken partijen Alle gemeenten, provincies, ProRail en NS. Hierbij houden de provincie en NS het overzicht voor de samenhang tussen de stations. De gemeenten gaan hier over de acties hun eigen station(s)omgeving. • Trekker PNH • Benodigde tijd Om voor alle knooppunten de acties concreet te formuleren moet er worden afgestemd met de gemeenten.
Een concreet plan voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit per knooppunt kan eind Q2 2022 afgerond zijn. • Wat is er financieel nodig? Voor het concreet maken van de acties is er in eerste instantie capaciteit nodig. Dit kan zonodig uit het 27 proces/onderzoeksbudget. Voor de uitvoering is budget nodig wat afhankelijk is van de ingreep.
S3. S7. Verbeteren Stimuleren van een verbinding duurzame werklocaties met OVmanier van reizen knooppunten
A3.
A4.
PROCESVOORSTEL 3
A13.
A3. In gebiedsontwikkelingen rondom de knooppunten op de Gooicorridor inzetten op het vergroten van de economische activiteit door een gevarieerd woon, werk, voorzieningenprogramma, met o.a. ontmoetingsplekken, werkplekken ZZP-ers etc. A4. Aandacht voor ontsluiten van de werklocaties binnen de 10 min fietsen en 1200 m contour van knooppunten. Per cluster werklocaties en bedrijventerreinen het fijnmazig ov en fietsnetwerk in kaart brengen en waar nodig maatregelen formuleren die het netwerk verbeteren om zo te stimuleren dat werknemers vaker met het OV komen (werkgeversonderzoek om OV potentie in beeld te krijgen) A13. Verduurzamen mobiliteit door met vertegenwoordigers van werkgevers en onderwijsinstellingen rondom de Gooicorridor afspraken te maken over verduurzamen mobiliteit alsook het spreiden van reizigers.
DOEL ACTIE In het kader van de gebiedsontwikkeling rondom de knooppunten op de Gooicorridor willen we inzetten op het vergroten van de economische activiteit door een gevarieerd woon, werk, voorzieningenprogramma te realiseren, o.a. met ontmoetingsplekken en werkplekken voor ZZP-ers. Dit is een inhoudelijke uitwerking van de monitoring bij actie 1. Door nabijheid te creëren (plaatswaarde versterken) wordt de reisafstand verkort en zijn de werklocaties goed bereikbaar per openbaar vervoer. Vervolgens moeten de werklocaties die binnen de 10 min fietsen en 1200 m lopen contour van de knooppunten liggen beter per OV bereikbaar maken. Door concrete maatregelen ter verbetering van capaciteit en kwaliteit van het fijnmazige lokale netwerk op te nemen in het “Uitvoeringsprogramma ketenmobiliteit” worden werknemers gestimuleerd om vaker met het OV te komen (actie 4). Parkeernormen rondom de stationsgebieden en het mobiliteitsbeleid van werkgevers spelen hierin een rol. Daarnaast is het van belang om met (vertegenwoordigers) van werkgevers rondom de Gooicorridor afspraken te maken over het verduurzamen van hun mobiliteitsbeleid (woonwerk en dienstreizen). Waarbij ook het spreiden van belang is. Het afvlakken van de spits zorgt voor meer reiscomfort en heeft een positief effect op de concurrentiepositie van het OV t.o.v. de auto.
Overall kennis in beeld over beïnvloedingsmogelijkheden/ instrumenten voor het verleiden tot ander reisgedrag van reizigers (aanpassen in rapport verkenning). WAT HOUDT DE ACTIE IN? Stap 1 Stimuleren economische activiteiten rondom de OV-Knooppunten 1) In kaart brengen welke economische functies ( werklocaties, ontmoetings-/vergaderruimtes (doelgroep ook ZZP-ers) per knooppunt aanwezig & gewenst zijn (aandachtspunt spanning wonen/werken) 2) Onderlinge afstemming op corridorniveau: bijv. verschillende type functies per stationsomgeving (niet overal vergadercentrum). 3) In kaart brengen van de sturingsinstrumenten (bijv.
borgen functies in bestemmingsplannen, meenemen in ontwikkelplannen en beleid, afspraken private partijen etc.) 4) Locaties met potentie economische functie & kansrijke instrumenten op de gehele Gooicorridor weergeven en presenteren in BO Stap 2 Optimaal bedienen van werklocaties vanaf/naar OV-knooppunten 5) In kaart brengen waar de (toekomstige) arbeidsplaatsen en onderwijsinstellingen zitten (clusters > ….) en de clusters beschrijven aan de hand van: • Type banen/activiteiten/werktijden • Soort werknemers (herkomst/modaliteit etc.): wat is haalbaar op het gebied van tijd/comfort (VF <1,5), welke cluster leent zich voor een modal shift? En welk deel van de werknemers in de regio Gooicorridor komt met de trein of zal met de trein komen? Oftewel welk deel van de reizigers bedienen we met de Gooicorridor en is dat voldoende ‘massa’ om maatregelen te nemen of is het zodanig beperkt en de potentie ook? • Ophalen bij gemeenten waar e.e.a. al bekend is wat die resultaten zijn (niet dingen nieuw gaan doen, wel goed om gelijkwaardig te doen/dingen te kunnen vergelijken). Ook andere bronnen daarbij raadplegen zoals CBS (https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2018/11/woon-en-werklocaties-vanwerknemers-2016#id=undefined).
6) 7) 8)
Ontsluiting (keten) in kaart brengen van OV (o.a. huidige en toekomstige OV-concessie GV en Utrecht en plannen hoogwaardig fietsnetwerk) Bepalen per kansrijk cluster voor modal shift wat de knelpunten zijn. Betere ontsluiting, financieel? Wat is er mogelijk vanuit betere ontsluiting en welke middelen zouden daarvoor nodig zijn? Bespreken op corridorniveau. Formuleren maatregelen en deze uitwerken (en waar nodig prioriteren) in “Uitvoeringsprogramma Ketenmobiliteit”’.
NB 1 Ook faciliteiten zoals laadpalen (onderzoeken of daar behoefte aan is) en veilige (anti-diefstal) stallingsplekken voor elektrische fietsen (meer kluizen of bewaakte fietsenstallingen), deelfietsen (leren van pilot Amsterdam Zuid), shuttlebusjes ondernemersverenigingen/ bedrijvenverenigingen gezamenlijk kunnen doen op een locatie. NB 2 Bekijken waar bedrijventerreinen die hier (net) buiten vallen (>1200 meter/10 min fietsen) binnen deze scope kunnen gaan vallen met ingrepen (bijv. brug, hoogwaardig fietsnetwerk etc. Stap 3: Afspraken werkgevers 1) Wat kan de werkgever hierin betekenen als de ontsluiting op orde is? Aan de hand goede voorbeelden (Amsterdam-Zuidas /Universiteit/etc.) van gemeenten en NS verzamelen en toepasbaarheid Gooicorridor bespreken. 2) Bespreken op corridorniveau welke werkgevers meest kansrijk zijn (prioritering) met welke strategie (duurzaam/spreiding/beleid), dit met de werkgevers bespreken en een samenwerking opzetten om dit vervolgens op te nemen in “actieplan werkgevers” en op te nemen in mobiliteitsplannen. 3) Op basis van 1 werkgever (werkgever met hoge ambitie op dit onderwerp en waarvan meer dan 70 % van de werknemers met OV, te voet of fietsend komt, mogelijk Nike) een voorbeeld uitwerken dat door werkgevers als inspiratie gebruikt kan worden.
AFSPRAKEN • Monitoren 1) Op basis van de nulmeting onder stap 1 (per knooppunt van economische functies nabij knooppunten (de treinstations en de hubs) in een cirkel van 300m, en 1200m en fietscontour) jaarlijks meenemen in de OVKnooppunten monitor PNH/Utrecht 2) Monitor op basis van het “Uitvoeringsprogramma Ketenreis” 3) Jaarlijks afspraken met werkgevers monitoren (aantallen en resultaten) • Planning Op basis van de monitor jaarlijks de bestuurders informeren over voortgang • Betrokken partijen Regio G&V is in samenwerking met regio Amersfoort in de lead. Verder worden gemeenten, regio’s, provincies, NS en private partijen betrokken. De gemeenten zijn aan zet voor de keuzes op de knooppunten in hun eigen gemeente • Trekker Regio GV (monitor PNH) • Financieel Monitoring kan meelopen met OV-Knooppunten PNH/ Utrecht. Geen extra capaciteit nodig. Inventarisatie kan zonodig door extern bureau (proces/onderzoeksbudget) worden uitgevoerd ikv uitvoeringsprogramm Ketenmobilieit.
28
PROCESVOORSTEL 4
S4. Optimaliseren first-en last mile
A5.
A6.
A5. Opgaven uit het handelingsperspectief op het gebied van fiets, lopen, bus en auto concretiseren (uitvoeringsprogramma ketenmobiliteit opstellen), onderscheid tussen first en last mile van belang om de verbinding van de Gooicorridor met wonen, werken en recreatie/natuur te verbeteren A6. Stimuleren actieve mobiliteit als voor- en natransport naar stations door knelpunten in routes naar en in stationsgebieden in kaart te brengen en aan te pakken
A7.
A7. Regionaal doorfietsnetwerk aansluitend op de OV knooppunten vanuit de kernen in de regio (m.n. om de regionale bewoners uit de auto te halen).
DOEL ACTIE
AFSPRAKEN
Voor alle knooppunten van de Gooicorridor is een beknopt handelingsperspectief opgesteld. Voor het deel van de Soesterlijn wordt dit nog gedaan. Met deze methodiek kan worden verkend in hoeverre de ambities voor het knooppunt passen bij de bestaande situatie. Het gaat om verschillende relevante onderdelen van het knooppunt, waaronder ook alle vormen van toeleidende mobiliteit. Uit deze inventarisatie worden de opgaven gefilterd over de verplaatsingen van/naar het station. Niet alleen in de directe stationsomgeving, maar ook de routes in de omgeving naar belangrijke woon,- werk en recreatieve bestemmingen. De opgaven en kansen per knooppunt op het gebied van ketenmobiliteit moeten worden uitgewerkt in een “Uitvoeringsplan Ketenmobiliteit”.
• Monitor Periodiek schouwen van verbeteringen en door middel van GIS-ondersteuning analyseren of het invloedgebied (isochronen van reistijd) van een station/knooppunt is vergroot. • Planning Uitvoeringsplan Ketenmobiliteit voor gehele corridor ontwikkelen in 2022. • Betrokken partijen Alle gemeenten (alle wegbeheerders met loop- en fietsverbindingen naar de stations, voor de continuïteit en karakter van de routes is afstemming tussen betrokken wegbeheerders onontbeerlijk) en NS. Regio Gooi en Vechtstreek en Amersfoort worden betrokken bij onderdelen zoals in kaart brengen van de regionale routes (punt 4) en het bespreken op corridorniveau. • Trekker Provincie Utrecht • Wat is er financieel nodig? Ondersteuning van planontwikkeling, gelijkvormige presentatie uitvoeringsplan Ketenmobiliteit: Voorstel om hier deel onderzoek/procesbudget voor in te zetten. Hier ook een link leggen met de andere procesvoorstellen die input leveren hiervoor.
In het “Uitvoeringsplan ketenmobiliteit” komt extra aandacht voor maatregelen die de nabijheid van de knooppunten versterken op het gebied van lopen en fietsen in de first- en last mile. Hierdoor wordt actieve mobiliteit als voor- en natransport gestimuleerd. Naast de verbindingen binnen de 1200 meter/ 10 minuten fietsen speelt ook het regionale doorfietsnetwerk een rol. Door het doorfietsnetwerk vanuit de kernen in de regio te laten aansluiten op de OV-knooppunten verbetert voor deze bewoners de concurrentiepositie van de fiets ten opzichte van de auto. WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7.
In kaart brengen van de bestaande wandelroutes, capaciteit en kwaliteit, vanuit knooppunten naar belangrijke woon-, werk, en onderwijslocaties en recreatieve voorzieningen (straal van circa 1,5 km). Ontbrekende en te verbeteren verbindingen benoemen In kaart brengen van de bestaande fietsroutes, capaciteit en kwaliteit, vanuit knooppunten naar belangrijke woon-, werk, en onderwijslocaties en recreatieve voorzieningen (straal van circa 4 km). Ontbrekende en te verbeteren verbindingen benoemen In kaart brengen van de ketenvoorzieningen, capaciteit en kwaliteit, op de knooppunten (fietsenstallingen, wachtruimtes etc.). Ontbrekende en te verbeteren voorzieningen benoemen, met het oog voor het verschil tussen voor- en natransport. In kaart brengen van de bestaande regionale doorfietsroutes vanuit knooppunten naar belangrijke woon-, werk, en onderwijslocaties en recreatieve voorzieningen. Het gaat bij voorkeur om zo veel mogelijk gestrekte routes met weinig obstakels en met een herkenbare vormgeving naar CROWrichtlijnen (CROW-publicatie 340 Inspiratieboek snelle fietsroutes). Ontbrekende verbindingen benoemen.
Bespreken en formuleren van mogelijke maatregelen met de betreffende gemeente en wegbeheerder (kansrijk/prioritering van te verbeteren routes en voorzieningen op gemeenteniveau) Bespreken mogelijke maatregelen op corridorniveau (kansrijk/prioritering) De kansrijke maatregelen (routes, voorzieningen, capaciteit en kwaliteit) die de nabijheid van de knooppunten versterken, met name gericht op lopen en fietsen in de first- en last mile, opnemen in het “ Uitvoeringsplan ketenmobiliteit”.
29
S4. Optimaliseren first-en last mile
S5. Stimuleren en integreren van deelvervoer in routeplanners
A8.
A10.
PROCESVOORSTEL 5 A8. Uitrollen deelmobiliteit in de regio A10. Stimuleren gebruik deelmobiliteit door plannen, boeken en betalen in één digtitale omgeving aan OV-reizigers mogelijk te maken. Mogelijkheden verkennen van aansluiting RiVier platform applicatie of ontwikkeling eigen regionaal platform
DOEL ACTIE Het doel van de actie is om de bereikbaarheid in tijd en comfort rondom de Gooicorridor te verbeteren door meer alternatieven aan te bieden in een eenduidiger aanbod voor het voor- en natransport van en naar OV knooppunten. Op steeds meer plekken in Nederland wordt deelmobiliteit geïntroduceerd. Denk aan deelauto’s, deelscooters en (elektrische) deelfietsen. Op termijn komt daar wellicht nog de deel e-step bij (zoals in het buitenland al wel aanwezig is). Deelmobiliteit biedt een alternatieve vervoerswijze en kan ook een alternatief zijn in het voor- en natransport. Op de Gooicorridor wordt al deelmobiliteit aangeboden. Het aanbod is per gemeente verschillend.
3)
Deel 1 van deze actie: Deze actie behelst het met elkaar bepalen op welke plekken er nog behoefte is aan nieuwe deelmobiliteit, en onderzoeken we of we deelmobiliteit op corridorniveau willen organiseren. Vervolgens kan worden gekeken op welke manier invulling kan worden gegeven aan die behoefte (bijv. per gemeente of vanuit de regio of juist vanuit de markt).
AFSPRAKEN
Deel 2 van deze actie: Naast de inventarisatie van deelmobiliteit staat het stimuleren van het gebruik van deelmobiliteit en het maken van een multimodale reis centraal door plannen, boeken en betalen in één digitale omgeving aan OV-reizigers mogelijk te maken. Nu is dat via allerlei losse apps, maar het doel is om deze digitale ontsluiting steeds meer samen te voegen zodat plannen, boeken en betalen ook gemakkelijker wordt voor reizigers. Met regionale partijen verkennen of zij willen aansluiten bij de RiVier Platform applicatie of een eigen regionaal platform willen ontwikkelen. Of dat de Gooicorridor een pilotgebied kan zijn binnen de landelijke omgeving. WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? Deel 1: 1) Wat is het huidige aanbod (aanbieders, modaliteit en aantal) (overheid) 2) Wat is het gewenste aanbod? Maak onderscheid tussen het verschil in voor- en natransport. Dat gaat naast de modaliteiten ook over de ruimte die de regio wil bieden voor verschillende aanbieders van eenzelfde modaliteit (bv. MyWheels en GreenWheels).
(overheid) 3) Bepalen op welk niveau het haalbaar is dit op regionale schaal op te pakken; gaat dat om handvatten voor gemeenten voor uitrol of om een regionale uitvraag? (overheid/aanbieder) 4) Bepalen welke rol financiering speelt als het bijvoorbeeld gaat om ontsluiten van kleinere kernen? (aanbieder) 5) Voorstel om het klantoordeel eenduidig te meten? (aanbieder) Deel 2: MaaS 1) Nadat alle soorten deelmobiliteit binnen het voedingsgebied van de OV knopen in beeld is gebracht bij deel 1, wordt binnen deze groep gekeken welke deelmobiliteitsaanbieders vindbaar zijn in multimodale routeplanners 2) Breng in kaart welke multimodale routeplanners er worden ontwikkeld op verschillende plekken (o.a. RiVier van NS). En wanneer wordt het eindbeeld gehaald?
4) 5)
Is er een platform waar de regionale partijen bij willen aansluiten (bijvoorbeeld landelijk) of willen we een eigen regionaal platform willen ontwikkelen? Hoe is het geregeld met datadelen, eigenaarschap data etc.? Bij welke partij zou dit moeten liggen? Onderzoeken of het mogelijk is om bestemmingen (natuur, cultuur, recreatie) langs de Gooicorridor te koppelen aan de routeplanner. Zodat mensen bediend worden van deur tot deur en ze verleid worden voor het OV te kiezen als ze gaan recreëren.
• Monitor Meten wat er in de huidige situatie aan aanbod (aanbieders, modaliteit en aantal) is en vervolgens hoeveel er na de uitrol wordt aangeboden. Qua gebruik kan worden gemeten via de pilot deelfiets of via de deelaanbieders zelf (o.a. klantoordeel), retour deelmobilieit en aanbod garantie. • Planning +/- 6 maanden Inventarisatie behoefte en eenduidigheid deelmobiliteit + verkennen platforms +/- 1 jaar Bepalen vormgeving uitrol deelmobiliteit en waar nodig regelen financiering +/- 3 maanden Aanbesteding 2023-2025 Implementatie • Betrokken partijen Gemeenten (regelgeving/ financiering/ beheer); ProRail & NS (bij plaatsing rond stations); NS indien OV-fiets; regio en provincies (mogelijke subsidiëring); aanbieders van deelmobiliteit Afstemming gemeente en regio: beleidskaders om ‘ratjetoe’ van aanbieders te voorkomen. Inzet op eenduidigheid en herkenbaarheid. • Trekker Regio Amersfoort • Benodigde tijd Dit vraagt wel capaciteit in de bredere organisaties (bijv. landen in regelgeving) Afhankelijk van de keuze die gemaakt wordt voor het maken van een eigen (regionaal) platform vs. de inzet van een bestaand platform. In het eerste geval is het meer inzet nodig vanuit de regio zelf, in het tweede geval is wellicht minder tijd nodig, maar is o.a. inzet op communicatie van belang.
• Financieel Afhankelijk van de vorm die gekozen wordt of een deelmobiliteit-aanbieder met een sluitende businesscase aan de gang kan, of dat ervoor wordt gekozen dat ook minder dichtbevolkte plekken worden ontsloten via deelmobiliteit, is mogelijk extra financiering nodig. Voor de ontwikkeling van een platform of app kan gekozen worden voor een externe partij. Daar zal dan extra financiering buiten proces/onderzoeksbudget voor gezocht moeten worden.
30
S4. Optimaliseren first-en last mile
S6. Ontwikkelen van regio-hubs/P+R t.b.v. autoluwe steden
A9.
A11.
PROCESVOORSTEL 6 A9. Park + Bike locaties benoemen en realiseren op strategische plekken vanaf Gooicorridor en HOV haltes t.o.v. regionale kernen (ofwel de gehele regio). A11. Verdiepend onderzoek naar mogelijke locaties en potentie van hubs/ uitbreiding P+R, ook als input richting andere studies en andere regio’s om op die manier daadkrachtig te kunnen reageren op het autoluwe beleid van Utrecht en Amsterdam.
DOEL ACTIE Door het ontwikkelen van regio-hubs, voor zowel voor reizigers uit de regio’s zelf als voor het opvangen van autoverkeer t.b.v. de autoluwe steden Utrecht, Amsterdam en Amersfoort, wordt gekeken naar de mogelijkheden van de knooppunten op de A27 en de A1 corridor om autoverkeer af te vangen. Het gaat hier naast deze knooppunten ook om inventarisatie van alternatieve locaties zoals opvanglocaties reizigers richting het Mediapark vanaf de A1 Muiderberg en/of USP Noord. Niet alleen de overstap op OV maar ook de overstap op de fiets is hierbij van belang (actie 9). Verdiepend onderzoek geeft ons inzicht en op die manier kunnen we daadkrachtig reageren op het autoluwe beleid van Utrecht en Amsterdam en geeft bouwstenen voor een eigen strategie (actie 11). WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? 1)
Bekijken omgevingsvisies (en andere beleidsstukken) gemeenten (en Regio en Provincie) wensen en opvattingen over P+R en hub/P+B. 2) Bekijken welke (boven)regionale trajecten er lopen rondom P+R (mede ook i.r.t. kansen op financiering) en waar P+R locaties uit de regio GV en Amersfoort/Utrecht ook al in beeld zijn/ genoemd worden. 3) In kaart brengen van het functioneren van P+R’s bij stations en busknopen, herkomst/bestemming van de gebruikers, hoe gaan ze verder vanaf de P+R, in relatie tot de kenmerken van de P+R (betaald/ bezetting etc.). 4) Inventarisatie van potentiële locaties voor regio-hubs/uitbreiding P+R/ P+B door in kaart brengen waar uitbreiding/aanpassing huidige locaties gewenst (en mogelijk) is (verwachting aantal reizigers) en waar nieuwe locaties (strategische plekken) nodig en gewenst zijn. • Gaat hierbij locaties nabij A1 en A27 (en N-wegen) zonder veel verkeersoverlast en de mate waarin deze locaties goed met OV ontsloten zijn. • Onderscheid in locaties met alleen P+R functie of breder (bijv.
P+B, deelfietsen) • Zijn de huidige P+R-locaties wel geschikt voor grootschalige uitbreiding of moet worden gezocht naar alternatieve locaties dichter bij snelweg-aansluitingen in combinatie met een alternatief OV-concept (schaarste aan ruimte op binnenstedelijke locaties)? • In kaart brengen wat de plekken zijn waar verkeerstromen vandaan komen (zoals snelweg en N-wegen) en de ontwikkeling hiervan en waar autoverkeer gewenst is te verminderen (zoals richting stadsharten of vanaf A1 naar het Mediapark etc.) • In kaart brengen van de huidige opvanglocaties van regionale reizigers die verder reizen met de auto naar Amsterdam, Utrecht of Amersfoort. Daarvan in kaart brengen waar uitbreiding mogelijk is en waar uitbreiding dan wel nieuwe locatie wenselijk is. 5) Een haalbaarheidsonderzoek naar de technische en ruimtelijke inpassingsmogelijkheden en financiële haalbaarheid van de potentiële locaties: • Kansenkaart opstellen: welke locaties zijn kansrijk en welke minder? Hoe is er een netwerk te ontwikkelen, hiervoor is afstemming tussen gemeenten, regio’s, provincies nodig • Inrichtingsprincipes bepalen • Uitvoeren haalbaarheidsonderzoek incl.
ramingen, eerst op basis van kengetallen, later SSK-ramingen • Opstellen exploitatieplan (parkeren + eventueel aanvullend OV) • Opstellen communicatieplan • Opstellen participatieplan • Opstellen bekostigingsplan voor integrale regionale businesscase
6) 7) 8)
In kaart brengen in hoeverre en via welke instrumenten invloed uit te oefenen valt op het goed kunnen (blijven) afvangen van regionale reizigers bij de P+R locaties zonder dat deze verdrukt worden door bovenregionale reizigers (bijv. (gezamenlijk) parkeerbeleid) Bestuurlijk vaststellen van de visie en principebesluit financiële middelen, o.a. een haalbare regionale businesscase. Uitvoeringsplan (waar mogelijk aanhaken in bestaande bovenregionale trajecten (zoals SBaB) voor uitvoering (o.a. financiering) en het “Uitvoeringsplan Ketenmobiliteit Gooicorridor”.
N.B. Provincie Utrecht, U Ned en de MRA werken aan integrale P+R-strategie. Dit onderzoek vormt input voor de vervolgonderzoeken die zullen worden gestart naar de concretisering van de opgave in diverse deelregio’s. N.B. Afvang regionale reizigers mag niet worden ondergesneeuwd door bijdrage afvang bovenregionale reizigers (en vise versa), de mobiliteitstoename op routes naar de P+R-voorzieningen moet kunnen worden opgevangen op het regionale en lokale wegennet en de verschillende modaliteiten mogen elkaar niet in de weg zitten. In aanvulling hierop wil je ook de P+R voorzieningen efficiënt/doelmatig inzetten. Dat het gebruikt wordt waar het voor wordt bedoeld, doorreizen en niet als eindbestemmingsparkeerplaats. Waar wel over nagedacht zou kunnen worden is deelgebruik van parkeerplekken. Overdag voor de doorreiziger, ’s nachts voor een bewoner bijvoorbeeld. Goed om ook te benoemen. AFSPRAKEN • Monitoren Opstellen uitvoeringsplan en deze jaarlijks monitoren • Tijdsgebonden planning - Inhuur bureau voor uitwerking van een haalbare regionale P+R strategie: uitvoering dec 2021- juli 2022. - Uitkomsten in de bestuurlijke gremia bespreken: Q3 2022 - Uitkomsten bespreken in BO: incl. bovenregionale trajecten, fasering en investeringsstrategie.
- 2022-2030: uitvoeringsfase • Betrokken partijen Gemeenten Gooicorridor + Gemeente Amsterdam, Regio GV en Amersfoort, provincies, vervoerder, MRA, RWS, U10, inwoners, private partijen (o.a. ontwikkelaars). N.B. De gemeenten zijn in de lead voor de keuzes op de knooppunten in hun eigen gemeente en het lokale parkeerbeleid. • Trekker Regio Gooi en Vechtstreek • Bedodigde tijd - Onderzoeksfase: circa 6-9 maanden bij inhuur bureau. - Implementatie en uitvoeringsfase: tot 2030. • Wat is er financieel nodig? Is er bijvoorbeeld een extern bureau nodig? Ja, inhuur bureau.
31
S7. Stimuleren van een duurzame manier van reizen
S8. Het stimuleren duurzame mobiliteit in gebiedsontwikkelingen
A12.
A14.
PROCESVOORSTEL 7
PROCESVOORSTEL 8 (1/2)
A12. Duurzame mobiliteit stimuleren door in Omgevingsvisie en -verordening OV, actieve mobiliteit en deelmobiliteit maximaal te faciliteren
A15. Opstellen van een bestemmingenkaart waar per knooppunt de aanwezige recreatie en cultuur in kaart wordt gebracht (incl. buitenpoorten)
A14. Duurzame mobiliteit stimuleren door bij gebiedsontwikkelingen groter dan 50 woningen een mobiliteitsprogramma van eisen te formuleren, o.a. lagere parkeernormen
A16. Door middel van bijvoorbeeld kaarten, promotie en gezamenlijke producten de recreatieve waarde van de Gooicorridor als geheel kenbaar maken (incl. concreet financieel voorstel)
S9. Koppelen van recreatie, natuur en cultuur aan knooppunten
A15.
S11. Met S10. Cultuur en natuur als inrichtingsprincipes knooppunten gezamenlijke waarde onderdeel van presenteren leefomgeving
A16.
A17.
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
A18.
A19.
A17. Vanuit de bestemmingenkaart toewerken naar concrete inrichtingsprincipes om bij realisatie en /of revitaliseren van stationsomgevingen in te zetten DOEL ACTIE Om dit te bereiken moet het gesprek worden aangegaan met de (regionale) overheden om het stimuleren van duurzame mobiliteit op te nemen in Omgevingsvisies en –verordeningen zodat OV, actieve mobiliteit en deelmobiliteit zo maximaal mogelijk wordt gefaciliteerd. Onder andere door bij gebiedsontwikkeling groter dan 50 woningen/(bestaande) werklocaties een duurzaam mobiliteitsprogramma van eisen te formuleren, bestaande uit lagere parkeernormen, laadvoorzieningen etc. Hier zit een samenhang met procesvoorstel 1 en 3.
A18. De inrichtingsprincipes voor één knooppunt uitwerken zodat dit als voorbeeld kan dienen op de Gooicorridor A19. Bij realisatie en/of revitaliseren van stationsomgevingen bij het ontwerp en de realisatie, naast ruimtelijke kwaliteit, ook duurzaamheidsaspecten als toekomstwaarde, circulair, energietransitie en klimaatadaptief opnemen
WAT HOUDT DEZE ACTIE IN?
DOEL ACTIE
1)
Langs de Gooicorridor liggen veel natuur- en recreatiegebieden met actieve en culturele recreatieve bestemmingen. Deze recreatiemogelijkheid maakt verdere verstedelijking langs de corridor mogelijk en verlaagt daarnaast de druk op recreatie in steden als Utrecht en Amsterdam. Door het in samenhang presenteren van bestemmingen langs de corridor ontstaan er interessante combinaties voor diverse doelgroepen. En daarmee wordt het reizen per OV naar het recreatieve en culturele aanbod langs de corridor aantrekkelijker. Als de bestemmingen in kaart zijn gebracht, wordt toegewerkt naar concrete inrichtingsprincipes om deze op een duurzame manier in te zetten bij het realiseren of revitaliseren van stationsomgevingen. Om zo ook naast duurzame verstedelijking en mobiliteit ons ook te richten op een duurzame inrichting van de stationsomgevingen. Door inrichtingsprincipes te formuleren voor het spoordomein (beleving vanuit de trein) en het omgevingsdomein (beleving op de bestemming) wordt bij de aanpak van de spoorbermen of stationsgebieden de identiteit van de omgeving en de duurzaamheidsdoelstellingen van de Gooicorridor meegenomen in het ontwerp. Daarbij zo veel mogelijk aansluiten bij herinrichtingsplannen die al op de rol staan, zodat met slimme ingrepen meerdere doelen gehaald kunnen worden. Bv toegankelijkheid van een perron koppelen aan vergroening.
Op een eenduidige manier die voor alle stations vergelijkbaar is. Spoorbouwmeester heeft hier verschillende relevante beleidsstukken voor. Door de inrichtingsprincipes die op papier staan in te zetten in de praktijk kan dit als voorbeeld dienen voor andere stationsomgevingen. Hiermee wordt zichtbaar hoe de duurzame inrichtingsprincipes toepasbaar zijn en kunnen worden ingezet om de stationsomgeving (integraal) te verduurzamen. Doel van een gezamenlijk promotie is om de recreatieve waarde van de Gooicorridor als geheel kenbaar maken. Daarin moet de Gooicorridor als geheel gepresenteerd worden, met het aanbod op het gebied van natuur, cultuur en recreatie. Elk station onderscheidt zich in omgeving, sfeer en bestemmingen van de rest. Door dit zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door kaarten op stations, QR-codes etc. kan men een goede keus maken.
2)
3) 4)
In kaart brengen van de sturingsinstrumenten (in hoeverre is duurzame mobiliteit opgenomen in Omgevingsvisies van PNH en PU en de gemeenten, in bestemmingsplannen en verordeningen?) Wat zijn goede methoden (goede voorbeelden) om duurzame mobiliteit te bevorderen? Langzame verkeersverbindingen, deelmobiliteit, lagere parkeernormen etc. En hoe veranker je dat in beleid? Wat is een goed voorbeeld van een Mobiliteitsprogramma van Eisen (MvP)? Aan welke eisen zou een (duurzaam) mobiliteitsprogramma moeten voldoen (basis)? Maak hierbij gebruik van bestaande methoden en beleid, die hoogstwaarschijnlijk al door gemeenten in het land ontwikkeld zijn. In kaart brengen bij welke (toekomstige) gebiedsontwikkelingen er rondom de Gooicorridor een MvP wordt opgesteld. Gemeentelijke mobiliteit en RO adviseurs betrekken bij het opstellen van MvP
AFSPRAKEN • Monitoren De inventarisatie van MvP bij gebiedsontwikkelingen jaarlijks monitoren • Planning 2022 • Betrokken partijen Gemeenten, regio & Provincies • Trekker Gemeente Utrecht • Financieel Monitoring kan meelopen met OV-Knooppunten PNH/ Utrecht. Geen extra inzet Inventarisatie kan intern of zonodig extern bureau (proces/onderzoeksbudget)
32
PROCESVOORSTEL 8 (2/2)
S9. Koppelen van recreatie, natuur en cultuur aan knooppunten
WAT HOUDT DEZE ACTIE IN? 1. 1.1. 1.2. 1.3.
1.4.
Stap 1: opstellen bestemmingenkaart De gemeenten en regio’s hebben een eerste inventarisatie naar recreatieve en culturele bestemmingen gedaan die vanuit een OVK bereikt kan worden. Hieruit is een bestemmingenkaart voort gekomen waar per knooppunt de aanwezige recreatie en cultuur in kaart is gebracht. Deze bestemmingenkaarten zijn besproken op corridorniveau en er is een onderscheid gemaakt in natuurstations (actieve recreatie wandel en fiets) en combistations (combinatie van cultuur en natuur). De eerste inventarisatie moet verder worden aangescherpt: wat is de top 5 bestemmingen die voor dat specifieke station moet worden gehighlight? De aanscherping van de selectie bestemmingen moet ook worden afgestemd met de betreffende locaties (natuurorganisaties of musea etc). Houd er rekening mee dat niet elke locatie extra bezoekers wil trekken (denk aan natuurorganisaties ihkv drukte en spreiden bezoekers). De volgende stap: het vormen van pakketten/combinaties van recreatieve bestemmingen en routes. We willen geen nieuwe routes en bestemmingen toevoegen, maar koppelen van bestaande routes en bestemmingen aan elkaar.
Stap 1 is de start/basis van stap 2 (promotie) en stap 3 (inrichtingsprincipes) 2. 2.1
2.2 2.3 2.4 3. 3.1
3.2 3.3 3.4 3.5 4. 4.1 4.2 4.3 4.4
Stap 2: gezamenlijke aanpak om de corridor als geheel te promoten (op basis van stap 1) Doelgroep(en) definiëren (ook geografisch) en daar de promotie op richten. Per eigen doelgroep een eigen doel: a) Reizigers attent maken op combinatiemogelijkheden op de corridor: activiteiten combineren tot bv een dagje uit. b) Nieuwe recreanten trekken naar Gooicorridor: landschappelijke en culturele kwaliteiten promoten (‘ontdek het Gooi per trein’). c) Bezoekers die het gebied al kennen per auto, verleiden om per ov naar en door het Gooi te reizen Bepalen op welk moment je welke doelgroep wilt bereiken: per doelgroep een eigen strategie, bv: informatievoorziening in stationsomgeving, promotie in de stad, online platform, gezamenlijke producten, etc. Bepalen welke middelen geschikt zijn voor het promoten van de Gooicorridor als geheel. Hierbij worden de bestemmingenkaarten als basis gebruikt van wat je per knooppunt wilt highlighten. In concept vormgeven van die middelen (plaatsing, vorm, benodigde afspraken) en opdracht formuleren voor het uitwerken ervan. Stap 3: concrete inrichtingsprincipes ontwikkelen (op basis van stap 1) om bij realisatie en/of revitaliseren van stationsomgevingen in te zetten. In de ‘Concept Verkenning Gooicorridor’ zijn inrichtingsprincipes geïnventariseerd.
Maak hierin een onderscheid tussen de duurzaamheidsmaatregelen/inrichtingsprincipes voor op het station en de inrichtingsprincipes die gelden rondom de stations (omgevingsdomein). Dit staat beschreven bij actie 19. Inventariseren welke stations aanpassingen behoeven om te voldoen aan de inrichtingsprincipes. Overzicht maken van plannen voor (her) inrichting van stationsomgevingen en spoorbermen. Neem hierbij de plannen voor/met de bestemmingenkaarten mee. Plannen koppelen aan inrichtingsprincipes Overzicht up-to-date houden van duurzaamheids- en kwaliteitsniveau van stations Stap 4: Inrichtingsprincipes voor één knooppunt uitwerken zodat dit als voorbeeld kan dienen op de Gooicorridor Voor station Bussum-Zuid loopt op dit moment een traject voor de ontwikkeling voor een Buitenpoort. Deze ontwikkeling kan als voorbeeld dienen voor de rest van de corridor. Gebruik het Handboek Buitenpoorten om te kijken welke inrichtingsprincipes gebruikt worden en hoe dit aansluit op de inrichtingsprincipes voor duurzaamheid (stap 2.1) Benoem welke afspraken er bij Bussum-Zuid zijn gemaakt over het minimale duurzaamheidsniveau en kwaliteitsniveau voor de inrichting. Beschrijf hoe stap 1, 2, 3 en 4 bij Bussum-Zuid zijn toegepast zodat dit voor een ander station als voorbeeld kan dienen.
A15.
4.5.
4.6 4.7 4.8
S11. Met S10. Cultuur en natuur als inrichtingsprincipes knooppunten gezamenlijke waarde onderdeel van presenteren leefomgeving
A16.
A17.
A18.
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
A19.
Station Hilversum staat aan de start van een herontwikkeling van het station waarbij duurzaamheid/ klimaatadaptatie een belangrijk thema is. Dit station kan naast Bussum-Zuid een goed voorbeeld zijn voor het verduurzamen van de stationsomgeving. Er is in het AO Gooicorridor ook besproken dat station Hollandse Rading een goede testcase zou zijn. De eerst volgende stap is om met de gemeenten, NS, ProRail en provincies afspraken te maken over het minimale duurzaamheidsniveau en kwaliteitsniveau voor de inrichting. Vervolgens kunnen de ideeën uit de verkenning verder onderzocht worden, gespecificeerd worden en verder uitgewerkt worden in de vorm van een schetsontwerp, voorlopig ontwerp en een definitief ontwerp + uitvoeringsplan. Elke tussenfase wordt teruggekoppeld aan het AO en voordat plannen richting uitvoering gaan worden deze voorgelegd aan het BO.
AFSPRAKEN • Monitor Door combi-tickets aan te bieden (bv treinticket + museumentree). Bezoekers van musea en horeca te vragen welk vervoersmiddel ze gebruikt hebben om er te komen. Op stations enquêtes houden over reismotieven. Hetzelfde op de parkeerterreinen: waarom pak je de auto en niet het ov? NB Nul-situatie ook meten als referentie • Acceptabel: - Inventarisatie van bestemmingen binnen 10 min fietsen isochroon rondom knooppunt. - Inventarisatie van routes van max 1,5 uur lopen of fietsen. - Combi-pakketten voor dagjesmensen van 2 bestemmingen en 1 route. - Op basis van doelgroepenanalyse voor verschillende bestemmingen een ontwerp en promotiestrategie opzetten • Planning: - Inventarisatie bestemmingen d.m.v. ronde langs de regio’s/gemeenten: ca 4 weken - In kaart brengen van alle bestemmingen: ca 2 weken - Pakketten samenstellen: ca 4 weken - Doelgroep analyse + strategie per doelgroep + ontwerp + communicatieplan: totaal ca 4 maanden doorlooptijd - Inrichtingsprincipes altijd koppelen aan andere aanleiding/opgave in het gebied. Dus belangrijk dat we een overzicht hebben van wanneer welke station aangepakt wordt! • Betrokken partijen Alle partijen voor stap 1, 2 en 3. Ook VVV betrekken. Stap 4: Gemeente Gooise Meren, gemeente de Bilt, provincie Utrecht, gemeente Hilversum, provincie NoordHolland, NS en ProRail.
• Trekker Provincie Noord-Holland Voor het voorbeeld Buitenpoort Bussum-Zuid: PNH Voor het voorbeeld Hilversum: gemeente Hilversum •Benodigde tijd Totaal 4 maanden. Het voortzetten van de verkenning kan meteen starten. Opstellen inrichtingsprincipes: 1 maand (opzet al gemaakt, m.n. afstemmen met ProRail en NS) De uitwerking van de plannen hangt af van de complexiteit van de opgave en het afgesproken ambitieniveau. • Wat is er financieel nodig? Is er bijvoorbeeld een extern bureau nodig? • Stap 1: Evt. voor verbeelding, afhankelijk of de bestemmingenkaart ook in marketing gebruikt gaat worden. • Stap 2: Als één opdracht uitzetten bij communicatie/promotiebureau die ervaring heeft met gebiedsbranding Daaruit volgt een voorstel voor uitvoering van de plannen, incl. financiële consequenties. • Stap 3: Inrichtingsprincipes geen extern bureau nodig, inventarisatie van projecten/plannen kan intern. Uitvoeringskosten: per stations verschilt het ontwerp en dus de kosten. • Stap 4: In de planfase gaat het om capaciteit van de betrokken partijen. Voor de uitwerking wordt mogelijk een ontwerp bureau ingehuurd. Voor de uitvoering moeten kosten worden gerekend voor aanpassingen 33 in de openbare ruimte (geschatte kosten uitgewerkt in de planfase).
S12. Koppelen van duurzaamheidsmaatregelen
PROCESVOORSTEL 9 A20. Energiebesparing en CO2-reductie stationsgebouwen en – processen
A20.
DUURZAAMHEIDSPROGRAMMA PRORAIL Generiek geldt dat alle stations in 2050 klimaatneutraal moeten zijn. In 2030 willen we energieneutraal zijn (opwek = groter of gelijk aan verbruik) realiseren projecten een MKI-reductie van 50% (t.o.v. 2015), en is 50% van de materialen die projecten toepassen secundair leiden alle werkzaamheden (beheer en projecten) tot behoud of toename van biodiversiteit In ieder ontwikkeling en intern ProRail project is duurzaamheid onderdeel van de opgave, daarbij hanteren we de onderstaande product-portfolio uit onze lopende duurzaamheidsprogramma’s. Energie Programma verlichting; vervangen TL-verlichting voor Ledverlichting Efficiëntie maatregelen liften en roltrappen Pilot retrofit bewegwijzering; vervangen TL-verlichting voor Ledverlichting Programma zonnepanelen Projecten met zonnepanelen in hun scope Pilot zonnetulp; onbewaakte fietsenstalling met zonnecellen Verbeteren contractmanagement, dashboards en monitoring energie Ontwikkeling nieuw Energie efficiëntie plan (met nog te nemen maatregelen) Materialen ProRail Perron Programma; toepassing gerecyclede perrontegels (76% gerecycled beton) en keerwanden met een lagere milieu-impact Stationsoutillage; ontwikkeling duurzame poefjes en groene eilanden, gebruik regionaal hout, toepassing Ledverlichting etc.
Opslaan en refurbishen van vrijgekomen meubilair bij Railpro Duurzaam materiaalgebruik in projecten; bijv. hergebruik van materialen of aanbesteden met een lagere milieu-impact (MKI score) Programma afval op stations; afvalscheiding in de transfer en nascheiden van restafval Pilots met circulaire ontwerpen uit het What If Lab: mosselgranulaat, mosbeton, het natuurlijke station en expeditie circulair Pilot biobased borden fietsparkeren Natuur Ontwikkeling klimaatadaptatieplan Stations Verbeteren biodiversiteit in groenbeheer op stations AFSPRAKEN • Planning Lopend • Trekker ProRail in samenwerking met NS • Tijd/financiering Vraagt geen capaciteit of extra financiering vanuit andere partijen.
34
Diemen
Veiligheid sociaal
Weesp
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Klanttevredenheid
Veiligheid sociaal Klanttevredenheid
Ligging in de omgeving
3
2 Type reizigers
Omgevingskwaliteit
1
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Trein
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Veiligheid knoop (transfer)
BTM Trein
Veiligheid sociaal Klanttevredenheid
Ligging in de omgeving
3
Type reizigers
Omgevingskwaliteit
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt) BTM Trein
Huidig beeld
Veiligheid knoop (transfer)
Trein
Type reizigers
Klanttevredenheid
Type reizigers
Omgevingskwaliteit
Veiligheid sociaal
Ligging in de omgeving
Klanttevredenheid
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt) BTM
Veiligheid knoop (transfer)
Klanttevredenheid
3
2 1
Omgevingskwaliteit
0 Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Duurzaamheidseisen BTM Trein
Veiligheid knoop (transfer)
Veiligheid knoop (transfer)
1
Huidig beeld
0
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Veiligheid knoop (transfer)
1
Toekomstig beeld Huidig beeld
Huizen busstation
Veiligheid sociaal
Ligging in de omgeving
Omgevingskwaliteit
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Duurzaamheidseisen BTM Trein
Veiligheid knoop (transfer) Trein
0 Auto
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen BTM
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4 3
Type reizigers
Omgevingskwaliteit
Veiligheid knoop (transfer) Trein
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Klanttevredenheid
Veiligheid knoop (transfer)
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4 3
2
Duurzaamheidseisen BTM
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Duurzaamheidseisen
Klanttevredenheid
Toekomstig bee
0
Huidig beeld
Trein
Ligging in de omgeving
Omgevingskwaliteit
1
Toekomstig beeld Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Veiligheid sociaal
Ligging in de omgeving
3
Type reizigers
P+R Muiden
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Klanttevredenheid
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
2
BTM
2 Type reizigers Toekomstig beeld
Veiligheid sociaal
Omgevingskwaliteit
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en Veiligheid sociaal functiemenging 4
Ligging in de omgeving
Amersfoort Vathorst
Ligging in de omgeving
Auto
Hollandsche Rading
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Veiligheid knoop (transfer) Trein
0
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen
Trein
Station Hilversum Sportpark
3
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
BTM
BTM
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
1
Toekomstig beeld
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Trein
Type reizigers
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen
2 Omgevingskwaliteit
Auto
Duurzaamheidseisen
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Veiligheid knoop (transfer)
3
Toekomstig bee
0 Auto
Duurzaamheidseisen BTM
Omgevingskwaliteit
1
Huidig beeld
Amersfoort Schothorst
0
Huidig beeld
Type reizigers Toekomstig beeld
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Ligging in de omgeving
3
Trein
1
Toekomstig beeld
0
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
2
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
2
1
Klanttevredenheid
Omgevingskwaliteit
1
Auto
Veiligheid knoop (transfer)
3
2
Veiligheid sociaal
Ligging in de omgeving
0
Hilversum
Veiligheid sociaal
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4 3
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen BTM
Ligging in de omgeving
3
Toekomstig beeld
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Baarn
2
Omgevingskwaliteit
Auto
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Type reizigers
Klanttevredenheid
Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Hilversum Media Park
Klanttevredenheid
Veiligheid sociaal
Ligging in de omgeving
0
Duurzaamheidseisen
Veiligheid sociaal
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
1
Toekomstig beeld
0
Type reizigers
Utrecht Overvecht
2
1
Klanttevredenheid
Veiligheid knoop (transfer)
3
2
Veiligheid sociaal
HANDELINGSPERSPECTIEVEN
Bussum Zuid
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Type reizigers
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen
Naarden-Bussum
Klanttevredenheid
Toekomstig beeld
0
Huidig beeld
Duurzaamheidseisen BTM
Omgevingskwaliteit
1
Toekomstig beeld
0
Veiligheid sociaal
BIJLAGE II
Ligging in de omgeving
3
2 Type reizigers
Positie in het netwerk 5 Bereikbaarheid en functiemenging 4
Ligging in de omgeving
2 Type reizigers Toekomstig beeld
1
Huidig beeld
0
Omgevingskwaliteit
Toekomstig bee Knooppuntdomeinen en hun positie en oriëntatie
Auto
Fiets (bewaakt en onbewaakt)
Duurzaamheidseisen BTM Trein
Veiligheid knoop (transfer)
Huidig beeld
35
BIJLAGE III VOORZIENINGEN PER STATION Diemen
1x
Weesp
Naarden Bussum
Bussum Zuid
3x
47x
4x
44x
4x
1x
Hilversum mediapark
4x
Hilversum
Hilversum Sportpark
Baarn
Amersfoort
Amersfoort Schothorst
Amersfoort Vathorst
300x
24x
3x
26x
1x
400x 316x
7x
12x
4x
2x
Hollandsche Rading
Utrecht Overvecht
4x
36
20x
12x
18x