CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Jaarverslagen CWM 2016-2019

GEMEENTERAAD 21 april 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 015.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

210

36%

104

18%

590

100%

Totaal

* van informele overleggen is niet separaat verslaggelegd ** in tabel zijn bezwaarzaken niet meegenomen, omdat die veelal na eerste behandeling worden aangemeld

2017

positief

negatief

aanhouden en

advies

advies

opmerkingen

totaal

Aanvraag omgevingsvergunning

160

43%

164

44%

47

13%

371

100%

Aanvraag wijzigen monument

40

40%

33

33%

27

27%

100

100%

Aanvraag vooroverleg omgevingsvergunning

42

45%

41

44%

10

11%

93

100%

Aanvraag vooroverleg wijzigen monument

12

44%

11

41%

4

15%

27

100%

Informeel vooroverleg omgevingsvergunning *

0

0%

0

0%

0

0%

0

0%

Informeel vooroverleg wijzigen monument *

0

0%

0

0%

0

0%

0

0%

Handhaving bouwen

0

0%

5

83%

1

17%

6

100%

Handhaving monument

0

0%

1

100%

0

0%

1

100%

Bezwaarzaak monument

1

100%

0

0%

0

0%

1

100%

Totaal

255

43%

255

43%

89

15%

599

100%

2018

positief advies

negatief advies

aanhouden en opmerkingen

totaal

Aanvraag omgevingsvergunning

139

39%

180

49%

36

10%

355

97%

Aanvraag wijzigen monument

39

46%

32

38%

13

15%

84

100%

Aanvraag vooroverleg omgevingsvergunning

38

46%

39

48%

5

6%

82

100%

Aanvraag vooroverleg wijzigen monument

1

7%

12

86%

1

7%

14

100%

Verzoek tot aanwijzing monument

1

25%

2

50%

1

25%

4

100%

Informeel vooroverleg omgevingsvergunning *

0

0%

0

0%

0

0%

0

0%

0

0%

0%

0

0%

0

0%

Handhaving bouwen

0

2

22%

6

67%

1

11%

9

100%

Handhaving monument

1

13%

7

88%

0

0%

8

100%

0

0%

0

0%

0

0%

0

0%

221

40%

278

50%

57

10%

556

100%

Informeel vooroverleg wijzigen monument *

Bezwaarzaak monument

Totaal

61

COLOFON Dit jaarverslag is een productie van de Commissie voor Welstand en Monumenten van de gemeente Hilversum.

© 2020, CWM HILVERSUM

REDACTIE Joke Vos GRAFISCH ONTWERP Joke Vos ism Gemeente Hilversum BEELDEN Beschikbaar gesteld door de betrokken architecten en

opdrachtgevers, aangevuld met beelden uit het archief van de gemeente Hilversum, GoogleMaps en GoogleEarth.

62

63

Commissie Welstand en Monumenten Jaarverslag 2019

SAMENSTELLING COMMISSIE VOOR WELSTAND EN MONUMENTEN Jasper de Haan

voorzitter & architectlid

Richel Lubbers

architectlid

Joris Molenaar

architectlid

Irmgard van Koningsbruggen

architectuur- en cultuurhistoricus

Alenca Mulder

restauratie architect

Hester Gietelink

burgerlid

Ton Leeuwenburg

secretaris

Bas van Steen

adjunct-secretaris

2

INHOUD 02

SAMENSTELLING COMMISSIE CWM 2019

04

INLEIDING

07

WERKWIJZE VAN DE COMMISSIE

08

VIJF TENDENSEN

08 10 13 14

Dakkapellen en dakopbouwen Woningcorporaties en hun bezit Nieuwe monumenten in Oost Grote(re) projecten - ziekenhuis - Philips terrein - Arena Park

20

Omgevingskwaliteit, omgevingswet, nieuwe nota, Davos, ARK, stadbouwmeester, ontwerpend onderzoek

21

FEITEN EN CIJFERS

27

TIEN AANBEVELINGEN

INLEIDING De taak van de CWM is om bouwplannen (waaronder die voor monumenten) te toetsen aan de criteria uit de welstandsnota. Zij doet dat door middel van een advies aan B&W. B&W kan dat advies opvolgen of naast zich neerleggen, (het zogenaamde contrair gaan). Tevens kan de CWM ongevraagd adviezen uitbrengen aangaande alles wat betrekking heeft op de ruimtelijke kwaliteit of omgevingskwaliteit. Daarnaast wordt de commissie steeds meer gevraagd om als klankbord te fungeren in de planvorming van grotere stedebouwkundige ontwikkelingen. De commissie juicht toe dat zij in een steeds vroeger stadium betrokken wordt in de planvorming, omdat zij ervan overtuigd is dat dit de uiteindelijke omgevingskwaliteit ten goede komt.

De commissie doet al dit werk steeds vanuit de notie dat een tragedy of the commons voorkomen dient te worden. De door Garrett Hardin in1968 (opnieuw) gemunte term, The Tragedy of the Commons of in goed Nederlands de Tragedie van de Meent, beschrijft een situatie waar een bepaald aantal boerengezinnen één koe heeft die allemaal samen grazen op een gemeenschappelijke weide. Er zijn precies genoeg koeien (en gezinnen) om de wei maximaal te begrazen. Vervolgens besluit één boer om er een tweede koe bij te nemen. Hiermee verdubbelt die boer bijna zijn opbrengst aan melk. Terwijl alle koeien samen net iets minder gras te eten krijgen en dus ook iets minder melk leveren. Het is goed denkbaar dat de andere boerengezinnen ook besluiten één of meerdere koeien extra te nemen om dit verlies te compenseren. Maar het gemeenschappelijke weiland is ondertussen niet groter geworden. Overbegrazing is het gevolg tot op het punt dat niet één koe nog iets te eten heeft. De tragedie heeft zich voltrokken. Andere voorbeelden hiervan zijn overbevissing of roofbosbouw. Om dit te voorkomen zijn er grofweg twee verschillende methodes.

De eerste is om alles te privatiseren, zodat iedereen voor zichzelf kan uitmaken hoeveel koeien er op zijn of haar eigen weiland grazen. Waarmee dat gemeenschappelijke weiland natuurlijk wel verdwenen is. De andere methode is dat er regels komen vanuit een overkoepelende macht, bijvoorbeeld een overheid. Die regels moeten er dan voor zorgen dat er niet te veel koeien grazen op het gemeenschappelijke weiland. In Hilversum is de geschiedenis van gemeenschappelijk grondbezit nog steeds afleesbaar in de stadsplattegrond en de inrichting van de openbare ruimte. Ook de prachtige harde stadsrand die de grens vormt met het Goois Natuurreservaat heeft alles te maken met het gemeenschappelijke bezit van de erfgooiers.

4

Maar behalve de Meent is de openbare ruimte en de kwaliteit daarvan, die gemaakt wordt door gebouwen en de inrichting van die openbare ruimte, ook een common. Wij gebruiken allemaal die openbare ruimte en die is ook van ons allemaal. Gelukkig is de gemiddelde omgevingskwaliteit van die ruimte in Hilversum hoog en in sommige gevallen zelfs zo hoog dat het rijk heeft besloten om deze uitzonderlijke stadsgezichten te beschermen. Het is een voortdurende zorg van de commissie om dat zo te houden en waar mogelijk de omgevingskwaliteit te vergroten en om in nieuwe ontwikkelingen minstens een omgevingskwaliteit te realiseren die niet minder is dan de gemiddelde omgevingskwaliteit in Hilversum. De criteria van de welstandsnota beschermen het openbare belang van de ruimtelijke kwaliteit tegen de belangen van het individu. Vaak stroken individuele belangen niet met het belang van het collectief. Zo kan het voor een individu een goed idee zijn om zijn of haar voortuin af te schermen met een 2,5 meter hoge dichte schutting, zodat daar in alle privacy individueel genoten kan worden van die voortuin. Maar voor de voorbijgangers is dan van een lommerrijke wandeling, zoals die in het beschermde stadsgezicht Noordwestelijk villagebied wordt beschreven, geen sprake meer. Een blokje om door een parkachtige omgeving krijgt dan meer trekken van een reis door een claustrofobische corridor.

Vandaar dat in de nota dan ook glashelder staat dat erfafscheidingen aan de voorzijde niet hoger mogen zijn dan 1 meter en open van aard. Naast bepalingen dat aan- en uitbouwen, serres en dergelijke het open karakter niet mogen aantasten. Een ander voorbeeld is een projectontwikkelaar die zo min mogelijk openbare ruimte wenst op te nemen in zijn plannen voor een nieuwe woonwijk. Openbare ruimte is, naar zijn aard, natuurlijk niet te verkopen of te verhuren, vandaar dat er bij ontwikkelaars meestal weinig enthousiasme te vinden is om deze openbare ruimte genereus en hoogwaardig in te richten. Terwijl het woongenot van toekomstige bewoners juist gebaat is bij grote, ruime, prachtig ingerichte straten, pleinen, plantsoenen, parkeerplaatsen en speelplekken. Zodat hun kinderen er kunnen spelen en die ruimte niet alleen een monofunctioneel parkeerterrein is. Hieronder volgt na een korte uiteenzetting over onze werkwijze een opsomming van aan aantal tendensen die de commissie meent te ontwaren in 2019 in Hilversum en vervolgens een aantal suggesties hoe daar mee om te gaan. Wij hebben ze gerangschikt in vier paragrafen van klein naar groot.

5

De vijfde paragraaf gaat over de gevolgen van de invoering van de omgevingswet (nu waarschijnlijk in 2022) voor de welstands- en monumenten - advisering maar ook voor het proces van plannen maken. In het laatste hoofdstuk vindt u de harde getallen over hetgeen wij het afgelopen jaar gedaan hebben. In totaal hebben wij in 2019 achtendertig (38) keer vergaderd en over maar liefst 588 plannen 852 adviezen uitgebracht. Een stijging van zo’n 6% ten opzichte van 2018. In die vergaderingen mochten wij bij 358 plannen één of meerdere bezoekers verwelkomen. Het aantal toehoorders op de publieke tribune is niet bijgehouden.

Tot slot doen wij een aantal aanbevelingen die u kunt beschouwen als een ongevraagd advies. Er staan ons grote opgaven te wachten. Naast het bouwen van nieuwe woningen in Hilversum, is dat natuurlijk het klimaat neutraal maken van de bestaande voorraad gebouwen en de stad an sich. Wij zouden willen pleiten voor het inzetten van speculatief ontwerpend onderzoek, op basis van het bestaande karakter van Hilversum. Dat denkrichtingen kan openen voor oplossingen die nog niet te voorzien zijn. De verbeelding van ontwerpers is noodzakelijk om de echte gevolgen en vooral ook de kansen die er liggen bij het oppakken van deze omvangrijke opgaven ten volle te benutten. Samenwerking met het, nota bene in hetzelfde gebouw als het bestuur gevestigd, Dudok architectuur centrum, ligt voor de hand. Er zijn voorbeelden te over waar het inschakelen van ontwerpers om speculatief te studeren op de problemen waar een stad voor stond hebben geleid tot zeer overtuigende oplossingen. Ook het uitschrijven van onderzoekende een agenderende prijsvragen is daarvoor een geëigend middel.

Dit alles met het doel de omgevingskwaliteit in het al prachtige Hilversum naar een nog hoger niveau te brengen. En vooral de nieuwe ontwikkelingen in eenzelfde topkwaliteit te bouwen als waar Hilversumse wijken beroemd om zijn.

6

WERKWIJZE De CWM komt in de regel tweewekelijks op donderdagen bijeen. Maar door een overvloed aan aanvragen omgevingsvergunning en de achterstand die daardoor ontstond zijn er extra vergaderingen ingelast om die achterstand weg te werken. In totaal kwam de commissie 38 keer bijeen in 2019. De commissie komt op een vergaderdag van 9:00 uur tot 18:00 uur in vier verschillende samenstellingen bij elkaar. Als eerste in welstandskamer II waarin de kleinere plannen worden behandeld, zoals niet vergunningsvrije dakkapellen, dakopbouwen en aan-, uit- en opbouwen. Deze kamer bestaat uit één lid, meestal de voorzitter en de secretaris. Vervolgens in welstandskamer I waar alle grotere nieuwbouwplannen worden behandeld. Deze kamer bestaat uit drie leden waarvan één burgerlid, de secretaris en de voorzitter. Voor de gezamenlijke commissie worden dan twee leden uit de monumentenkamer toegevoegd. In deze commissie worden plannen behandeld waarbij zowel monumenten en/of beschermde stadsgezichten zijn betrokken en ook als er sprake is van omvangrijke nieuwbouw. Ook grotere stedenbouwkundige ontwikkelingen die invloed hebben op de ruimtelijke structuur van Hilversum als geheel worden in deze grote commissie behandeld.

De donderdagen eindigen meestal met de monumentenkamer bestaande uit een architect-lid met ruime ervaring in restauratie en renovatie van monumenten, een lid met een achtergrond in de cultuurhistorie tezamen met de voorzitter, in de monumentenkamer worden plannen die betrekking hebben op monumenten of in beschermde stadsgezichten besproken. In 2019 is ons burgerlid vervroegd gestopt met haar activiteiten vanwege een verhuizing naar het buitenland. Er is een vacature uitgeschreven waarop meer dan 20 reacties binnenkwamen. Met vier kandidaten is een sollicitatiegesprek gevoerd, vervolgens is Hester Gietelink door uw raad als nieuw burgerlid benoemd begin 2020. In 2019 zijn B&W, voor zover wij dat hebben kunnen nagaan, in drie gevallen contrair gegaan op het advies van de CWM. Welke gevallen dat waren is te vinden in bijlage 1 op pagina 26. Bij het plan voor de V&D heeft er vooraf overleg plaatsgevonden tussen de wethouder en de toenmalige voorzitter Joke Vos. In de twee andere gevallen is achteraf een argumentatie naar de commissie gestuurd. Eenmaal betrof deze argumentatie precedenten waardoor een weigering van de vergunning juridisch niet houdbaar leek in het andere geval meende de gemeente inconsequentie in de advisering van de commissie te bespeuren.

Inmiddels is er een hele heldere afspraak tussen de voorzitter en de portefeuillehouder dat bij een voornemen tot contrair gaan er tijdig inhoudelijk overleg plaatsvindt waarbij argumenten worden uitgewisseld.

7

VIJF TENDENSEN Dakkapellen en dakopbouwen In Welstandskamer II worden meestal zo’n twaalf tot twintig plannen behandeld. Vanwege de voortdurend stijgende huizenprijzen wordt er, zo vertellen aanvragers ons, steeds minder verhuisd. Terwijl er wel vaak behoefte is aan meer woonruimte, bijvoorbeeld vanwege gezinsuitbreiding. De behoefte aan extra kamers of meer vierkante meters wordt vaak gezocht in het maken van dakkapellen of dakopbouwen. De nota heeft als uitgangspunt dat er zoveel mogelijk dakvlak zichtbaar moet blijven en dat zoveel mogelijk het bestaande daklandschap intact blijft. Met andere woorden het liefst geen en als wel dan zo klein mogelijke dakkapellen. De criteria in de nota zijn helder en duidelijk en gelden voor heel Hilversum. Toch is de advisering hierover niet altijd eenvoudig en leidt deze soms tot frustratie bij zowel aanvragers als de commissie zelf. De kern daarvan is gelegen in het feit dat de nota kleine, lage, smalle dakkapellen voorschrijft en de aanvragers meestal gebaat zijn bij grote, hoge, brede dakkapellen. Daar komt nog bij dat er in de loop der jaren vaak dakkapellen zonder vergunning zijn gebouwd of voordat de welstandsnota er was. De commissie kijkt altijd naar wat er op de rest van het blok, bij de buren of verderop in de straat, al is gebouwd. En ook of deze bouwwerken vergund zijn.

Soms adviseert zij dan toch positief terwijl de aanvraag niet aan de criteria voldoet. Maar als er geen precedenten of andere gegronde aanleidingen zijn om van de nota af te wijken kan de commissie weinig anders dan de nota volgen, omdat anders willekeur op de loer ligt. Soms is dat wrang voor iemand die toevallig in een straat woont waar nog geen enkele dakkapel is gemaakt aan de voorzijde en waar dat volgens de nota ook niet is toegestaan, bijvoorbeeld vanwege een te flauwe dakhelling. Terwijl in een straat verderop met dezelfde of praktisch dezelfde huizen meer dan de helft van die huizen een dakkapel op de voorzijde heeft staan. Hetzelfde geldt voor dakopbouwen. De commissie kan dan niet van de criteria afwijken omdat daar geen enkele aanleiding voor is.

Om deze reden pleit de commissie er dan ook voor om een onderzoek te laten uitvoeren naar waar, en op welke manieren, dakkapellen in Hilversum mogelijk zijn en tegelijkertijd de bestaande omgevingskwaliteit te bewaren.

Daarnaast is er een trend die al decennia aanhoudt en die vrij uniek is in Nederland: Dit is het optoppen van bestaande lage woningbouw. Optoppen is technisch goed mogelijk in Hilversum vanwege de zandgrond die veel draagkrachtiger is dan elders in Nederland. Er zijn hele straten in bijvoorbeeld gebied 2a: Over ’t Spoor, bijv. Lijsterweg en Gebied 2b: Bloemenbuurt- Noord en Vitusbuurt, bijv. Tulpstraat en Begoniastraat, die ooit eens gebouwd zijn als woningen met één laag met een kap. Smalle dorpse straatjes met bakstenen gevels, rijk geornamenteerde baksteenarchitectuur met vaak een sierlijk gedetailleerde dakgoot met daarboven een simpel zadeldak met pannen waarbij de nok evenwijdig aan de straat loopt. Deze huizen zijn en worden, door de mogelijkheden in het bestemmingsplan, vaak in twee stappen 8

Op deze foto is goed te zien hoe een zo’n Hilversumse straat van links naar rechts door de jaren heen transformeert.

verhoogd. De eerste verhoging bestaat meestal uit het verwijderen van de kap en het maken van een extra laag bovenop de begane grond, afgedekt met een plat dak. Later wordt er dan nog een laag of een mansarde kap toegevoegd. En in sommige gevallen allebei. Hiermee is het straatprofiel van deze straten totaal anders geworden. De gevels zijn tot drie keer zo hoog geworden dan ze oorspronkelijk waren. De commissie vraagt zich af of het wenselijk is dat deze trend zich verder voortzet. Immers, het profiel van de straat gaat door het verhogen van de gevels aan weerszijden steeds smaller aanvoelen, waarbij de bestaande charmante architectuur van de straten verloren dreigt te gaan. Vanzelfsprekend is het moeilijk om dit terug te draaien voor blokken waar dat nu al volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Maar toch lijkt het de commissie raadzaam met een stedenbouwkundige blik naar de wenselijkheid hiervan te kijken. En indien nodig te zoeken naar andere uitbreidingsmogelijkheden voor dit type woningen. De commissie kan zich voorstellen dat deze exercitie tesamen met een studie naar waar welke dakkapellen mogelijk zijn wordt uitgevoerd.

Aanbevelingen: De commissie zou graag drie dingen zien: 1. Dat de aanvragen voor dakkapellen en dakopbouwen ambtelijk onder mandaat van de commissie worden afgedaan. En dat dit geregeld wordt in een aangepast reglement van orde. 2. Dat er voor heel Hilversum (uitgezonderd de beschermde gezichten) hele specifieke glasheldere eenduidige criteria per straat en/of blok komen voor dakkapellen en dakopbouwen. En dat er trendsetters aangewezen of gemaakt worden voor specifieke blokken of straten. Waaronder natuurlijk ook kan worden volstaan door bepaalde straten of blokken welstandsvrij voor dakkapellen en/of dakopbouwen te verklaren. 3. Dat er ontwerpend onderzocht wordt welke straten en straat profielen er in Hilversum geschikt zijn om hogere bebouwing toe te laten en waar dat juist niet wenselijk is.

9

De Woningbouwcorporaties In Hilversum wordt al meer dan 115 jaar (sociale)woningbouw gebouwd door zowel de gemeente zelf als door woningbouwcorporaties. Sommige corporaties doen dat op een fantastische manier waarvan je zou willen dat ze dat allemaal zo zouden doen. Zo kregen wij in 2019 de plannen ter beoordeling in de Bloemenbuurt waar de Alliantie en Dudok Wonen nog steeds zorgdragen voor de door hun (voorgangers) in 1912-1915 gebouwde arbeiderswoningen aan de Erica- en Egelantierstraat ontworpen door de architect E. Verschuyl en ook de rijksmonumenten ontworpen door W.M. Dudok in 1919. Dit waren de eerste complexen die met subsidie op grond van de woningwet werden gebouwd.

10

De renovatie van deze gebouwen mag een voorbeeld genoemd worden hoe corporaties met hun bezit om gaan en hoe zij hun verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid, erfgoed, omgevingskwaliteit en leefbaarheid. De commissie wil dan ook pleiten om dergelijke acties van corporaties te ondersteunen vanuit de gemeente. Waarmee de commissie niet zo zeer geld bedoelt maar veel meer een gezamenlijk optrekken met de diensten. Veelal gebeurt dat ook al, maar eerder overleg en afstemming in een vroeg stadium kan leiden tot nog betere gebouwen en buitenruimten in Hilversum en dat draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit.

Verduurzamen bloemenbuurt, gemeentelijke monumenten, complexen 50 en 100 door van Ancum Hoogendoorn architecten, in opracht van de Alliantie. Foto’s: Jaap Hoogendoorn

11

Maar tegelijkertijd met de uitstekende voorbeelden kregen wij in 2019 nieuwbouw plannen van diezelfde corporaties onder ogen die uitblonken in schraalheid. Zo was er bijvoorbeeld het plan voor laagbouw als sluitstuk van het Lucent terrein waar de commissie met veelvuldig overleg een minimale beeldkwaliteit heeft weten te verkrijgen. Bij een samenwerking tussen Dudok en de Alliantie bij de herontwikkeling van het terrein dat omsloten wordt door de Lieven de Keylaan, de Outshoornlaan en de Pieter Postlaan waar 62 appartementen in twee blokken met daartussen 9 grondgebonden woningen was de commissie vooral erg bezorgd over de kwaliteit van de buitenruimte. Het heeft enkele besprekingen gekost om ook hier een minimaal acceptabele omgevingskwaliteit te kunnen garanderen van met name de ruimte rondom de parkeerterreinen. De commissie is van mening dat de corporaties in Hilversum het aan hun eigen verleden verplicht zijn om enkel en alleen topkwaliteit te maken en helaas is dat niet altijd het geval.

Situatieoverzicht totaal project Dudok & Alliantie.

Nieuwe situatie Welstandsoverleg Lieven de Key, Hilversum

Moke Architecten

Sinds de invoering van de herziene woningwet in 2015 hebben gemeenten de mogelijkheid door middel van een woonvisie prestatieafspraken te maken met corporaties. Ook in Hilversum is dat inmiddels staande praktijk. De commissie wil ervoor pleiten om in de woonvisie ook afspraken te maken over de omgevingskwaliteit. Met de ondertekening, door ook Nederland, van de verklaring van Davos hebben wij ons verplicht om met al ons doen in laten “met elke activiteit met een ruimtelijke impact bij te dragen aan het centrale doel, een hoogwaardige kwaliteit van de gehele gebouwde omgeving, inclusief erfgoed.” Een nog nauwere en betere samenwerking tussen de gemeente en de corporaties kan bijdragen om dit doel te verwezenlijken.

12

Nieuwe monumenten in Oost. In het voorjaar van 2019 adviseerde de monumentencommissie positief op het voorstel om een vijftal industriële gebouwcomplexen in de wijk ‘over het spoor’ als gemeentelijk monument aan te wijzen. Om de voorgedragen gebouwen beter te leren kennen verdiepten de leden zich niet alleen inhoudelijk op hetgeen was voorgedragen, maar brachten zij ook een bezoek aan de locaties die alle in de nabijheid van het spoor tot ontwikkeling zijn gekomen en volledig ingebed zijn in de ruimtelijke structuur die door de lange geschiedenis van Hilversum als agrarische nederzetting op schrale zandgrond is bepaald. Het was een verrassingstocht, want een aantal complexen toont zich niet onomwonden vanaf de openbare weg en geeft zijn kwaliteiten niet direct prijs. Maar wat een cultuurhistorische waarden, architectonischtypologische betekenissen en unieke sfeer ontdekten we in het langgerekte remisecomplex (19021950) achter het monumentale Jugendstil tramstationsgebouw (1901) op de kop van Larenseweg en het Oosterspoorplein van waar ooit de ‘Gooise Moordenaar’ vertrok, de gebouwen van de Koninklijke Drukinktenfabriek van Son aan de Kleine Drift, als het ware ingepakt door woningen voor hun arbeiders, ontworpen door het Hilversumse architectenbureau B.H. en C.H.

Bakker (jaren ’20) en het meer naar het oosten gelegen industriële complex aan de Mussenstraat van direct na de Tweede Wereldoorlog van de Hilversumse architect Weerkamp. Het magazijn en expeditiegebouw van de ‘Wybertjesfabriek’ (Nic. Andriessen, 1950) draagt niet alleen bij aan het industriële karakter van de Larenseweg en maakt een functioneel-ruimtelijke relatie met werknemerswoningen aan de Geuzenweg inzichtelijk, maar is ook vanwege de kwaliteit van het gebouw en zijn interieur het behouden waard. Met het fabrieksgebouwtje aan de Lijsterweg dat een eenzame herinnering biedt aan de Hilversumse sigarenfabricage zijn al deze gebouwen onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de economische en ruimtelijke ontwikkelingen van Hilversum en het Gooi die vanaf de opening van de spoorweg in 1874 inzette. In hun vormgeving en materialisatie getuigen ze van de bouwtechnische innovaties uit de eerste helft van de twintigste eeuw die licht en lucht toelieten op de werkvloer, zoals sheddaken, gewapend betonnen draagconstructies en schokbetonnen cassetteplafonds. Nadrukkelijk adviseerde CWM om het niet bij deze gemeentelijke monumentenaanwijzing te laten, maar deze monumenten als ankerpunten voor het geheugen op te vatten.

Ze zijn dragers van het unieke meerzijdige karakter van Hilversum Oost, waar de wegenstructuur, bepaald door geologische ondergrond en agrarisch gebruik een herkenbare structuurdrager bleef toen het gebied een industriewijk met arbeiderswoningen kreeg. Als zodanig is Oost volledig verbonden met de cultuurhistorische en ruimtelijke ontwikkeling van Hilversum aan de andere kant van het spoor. Het is voor het behoud van het unieke karakter absoluut noodzakelijk om een toetsbaar kader voor dit gebied in zijn geheel te ontwikkelen voordat transformaties van afzonderlijke locaties aan de orde zijn. Gebieden met een eigen karakter waar het verleden doorklinkt, worden door bewoners en gebruikers hooggewaardeerd, schreven wij in ons advies. Het verleden vormt geen dictaat, geeft inspiratie en meerwaarde bij integrale ontwikkeling. Daarom zou de gemeente een totaalvisie op de toekomst van dit gebied moeten ontwikkelen, waarden van groot naar klein laten vastleggen in een cultuurhistorische waardenkaart en vervolgens uitwerken in een gebiedspaspoort per locatie. Dat geeft kaders voor ontwikkelaars en vertrouwen bij iedereen dat ruimtelijke ontwikkeling met cultureel erfgoed in samenhang tot meer ruimtelijke kwaliteit van wijk, gebouwen en gebiedsinrichting met toekomstperspectief zal leiden.

Ook is de commissie van mening dat de nieuw te ontwikkelen gebieden uit het plan 1221 veel meer in samenhang met elkaar en met deze nieuwe monumenten ontworpen moeten worden.

13

Grote(re) projecten Er zijn en aantal grotere projecten in Hilversum, die zich laten kenmerken door een looptijd van vele jaren. Ook in 2019 werden onderdelen van deze grotere ontwikkelingen besproken in de Welstands commissie. Voorbeelden daarvan zijn: •

het ziekenhuisterrein en omgeving,

•

Philips terrein

•

Arena Park

•

stationsgebied

3D rendering van de Struikheide laan van het oorspronkelijke ontwerp

14

Het ziekenhuis, Tergooi in Monnikenberg Er stonden in 2019 twee onderwerpen binnen deze grotere ontwikkeling op de agenda. Het eerste plan waren de woningen aan Struikheidelaan op de HPG locatie, waarover in het jaarverslag van 2018 door de CWM werd opgemerkt dat door het “ kubisch ontwerp, waarbij de derde verdieping nooit geheel bebouwd wordt, de grondgebonden woningen veel plastiek hebben gekregen.” Helaas kreeg de commissie al voor dat de woningen gebouwd waren aanvragen voor wijzigingen van de omgevingsvergunning voorgelegd, waarbij die derde verdieping juist wel volgebouwd werd. Of in ieder geval voller. Wat helaas ten kostte ging van de juist zo aantrekkelijk geachte plasticiteit. Het bleek dat die slechts voor 50% volgebouwde derde verdieping niet als zodanig was opgenomen in het bestemmingsplan. Waardoor aanvragers deze conform bestemmingsplan geheel vol kunnen bouwen. Hetgeen de ruimtelijke kwaliteit geen goed doet. De commissie doet een dringend beroep op de gemeente om er in voorkomende gevallen voor te zorgen dat kwaliteit bepalende stedenbouwkundige ontwerp onderdelen in bestemmingsplannen worden opgenomen en op die manier gewaarborgd. De commissie heeft overigens goede hoop dat met de komst van de omgevingswet dit soort omissies minder voor zullen gaan komen.

15

Situatie nieuwe parkeergarage bij het ziekenhuis

Het tweede bouwplan uit deze ontwikkeling betreft de parkeergarage van het ziekenhuis. Deze stond als een compact cilindervormig volume op de plankaarten getekend ten zuiden van het nieuwe grote orthogonale ziekenhuisgebouw. Dit gebied tussen het Ziekenhuisgebouw zelf en de Soestdijkerstraatweg is gedacht als een bos waarin waar losse speelse volumes in het bos gestrooid zijn. In het plan dat wij voorgelegd kregen was dit uitgangspunt losgelaten. De parkeergarage bestond uit een groot rechthoekig volume dat de orthogonaliteit van het hoofdgebouw volgde. De commissie adviseerde om juist de oorspronkelijke heldere uitgangspunten vast te blijven houden en de garage te zien, hoe groot ook, als een los object in het bos. Ook vond de commissie dat de slagbomen en in- en uitrij-stroken niet buiten in het bos gemaakt moesten worden maar dat deze functies in het gebouw een plek moesten krijgen om zo zoveel mogelijk bos in takt te laten met zo min mogelijk asfalt. De ontwerpers hebben deze kritiek goed opgepakt een het ontwerp aangepast hoewel het niet gelukt is om de slagbomen en in en uit rij stroken geheel in het gebouw te plaatsen, wel is er een glooiing in het terrein gemaakt om de in en uitrijstroken aan het zicht te onttrekken.

16

In het concept-jaarverslag van 2018 betreurde de commissie al dat Monnikenberg het inmiddels al enige tijd zonder supervisor moet stellen. Ook in dit jaarverslag ontkomt de commissie niet aan de indruk dat wat hierboven beschreven is voorkomen had kunnen worden als een supervisor of stadsbouwmeester de uitgangspunten, de samenhang en de algemene omgevingskwaliteit vanuit de gemeente gedurende dit lange meerjarige proces, bewaakt en er zo voor zorgt dat de oorspronkelijke hoge ambities waarmee voortvarend was begonnen ook daadwerkelijk gebouwd worden.

Impressie van de parkeergarage in de omgeving

17

Plankaart van het Philips terrein

Het Philips terrein De herontwikkeling van het Philips terrein heeft al een lange geschiedenis. In 2019 heeft de commissie helaas negatief moeten adviseren op het voorgestelde beeldkwaliteitsplan. De commissie heeft grote twijfels of op basis van het door uw raad vastgestelde masterplan met randvoorwaarden het wel mogelijk is om met een beeldkwaliteitsplan met een minimaal acceptabele omgevingskwaliteit te waarborgen. Zonder daar hier diep op in te gaan is de grootste uitdaging van dat masterplan dat er een dichtheid van 58 woningen per hectare wordt gepland met enkel laagbouw en parkeren op het maaiveld. De commissie kent geen voorbeeld van een plan met een gelijke dichtheid in laagbouw met parkeren op het maaiveld dat een minimaal acceptabele beeldkwaliteit heeft. Het zal dan ook een hele toer worden om die minimale beeldkwaliteit binnen de randvoorwaarden van het masterplan vast te leggen in een Beeld Kwaliteits Plan. De commissie heeft tot op heden helaas dan ook geen positief advies kunnen geven op het ook inmiddels in 2020 meerdere malen voorgelegde BKP. De commissie vindt dit zorgelijk. 18

Arena Park In 2019 kreeg de commissie een aantal kleinere plannen op tafel voor het Arena Park. Waaronder enkele kleine sportvelden met een kooi eromheen. Op zich was de behandeling van deze plannen, op wat detail opmerkingen ten aanzien van de uitvoering na, in het geheel niet problematisch. Maar het bewoog de commissie wel om navraag te doen bij het team ruimtelijke kwaliteit over de samenhang van deze, op zich sympathieke, kleine plannen. Met andere woorden wat wil Hilversum nu precies met het Arena park? De commissie heeft daar een aantal zorgen over. Ten eerste is er natuurlijk een grote private partij in het gebied met grote belangen, te weten Nike. Het is natuurlijk fantastisch dat zo’n bedrijf op die plek met de nadruk op sport en bewegen midden in Hilversum al zijn activiteiten ontplooit. Maar aan de andere kant vraagt de commissie zich af welk karakter de buitenruimte in het Arena Park nu precies gaat hebben.

Is dit daadwerkelijk openbare ruimte waarin iedereen kan voetballen of basketballen of zijn die specifieke gebieden enkel met een personeelspas van Nike toegankelijk? En waar gaat die fysieke scheiding nou precies liggen en hoe wordt die gemaakt? En willen wij die fysieke scheiding eigenlijk wel? De commissie realiseert zich dat dit vragen zijn die lijken voorbij te gaan aan het specifieke mandaat van de commissie, maar meent hier toch aandacht voor te moeten vragen, omdat uiteindelijk deze scheiding tussen publiek en privé of misschien beter openbaar en corporate een fysiek gebouwde vorm gaat krijgen. De commissie is van mening dat heldere en duidelijke afspraken tussen de gemeente en de bedrijven in het Arena Park over hoe openbaar de ruimte tussen de gebouwen en wellicht ook in de gebouwen essentieel zijn om een goede omgevingskwaliteit in het Arena Park te krijgen. Daarnaast mist de commissie tot op heden een duidelijk stedenbouwkundig concept voor dit gebied. Er zijn structuren, er is al veel gebouwd maar wat dit gebied nu precies wil zijn is niet helder. Daarmee ligt het gevaar op de loer dat het gebied simpelweg wordt volgebouwd zonder een onderliggend idee. Inmiddels is het de commissie duidelijk geworden dat er nu een samenhangend plan wordt ontworpen. De commissie kijkt daar naar uit. Plankaart Arena Park Hilversum

19

Omgevingskwaliteit, omgevingswet, nieuwe nota, Davos, ARK, stadsbouwmeester, ontwerpend onderzoek, De invoering van de omgevingswet is vooralsnog uitgesteld tot 2022. Met de invoering van die wet zal het Hilversumse “stelsel” voor de omgevingskwaliteit, waar de CWM maar ook de ARK (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit) en het omgevingsteam deel van uit maken, moeten worden herzien of op z’n minst in een nieuwe constellatie moeten worden herbevestigd door uw raad. Voor de rijksmonumenten is dat al door het rijk bepaald. Maar voor de gemeentelijke monumenten zal ook iets geregeld moeten worden. De federatie ruimtelijke kwaliteit heeft samen met de VNG een handreiking doen uitkomen waarin verschillende keuzemogelijkheden binnen de nieuwe wet worden aangedragen. Het voert te ver om die hier uitputtend te gaan bespreken.

Maar de commissie heeft over haar mogelijk functioneren na 2022 vanzelfsprekend ook zelf ideeën. Zo kan zij zich goed voorstellen dat de ARK en CWM opgaan in een nieuwe commissie voor omgevingskwaliteit. De verklaring van Davos geeft aanleiding voor zo’n integrale advisering. Daarnaast denkt de commissie dat het goed zou zijn als er een onafhankelijke supervisor of stadsbouwmeester zich binnen de afdeling stedenbouw en ruimtelijke ordening bezighoudt met het bevorderen en bewaken van de zo gewenste omgevingskwaliteit en vooral ook de samenhang tussen alle initiatieven en ontwikkelingen. Deze zelfde stadsbouwmeester zou ook aanjager kunnen zijn van ontwerpend speculatief onderzoek voor opgaven waar de stad voor staat. Waarmee nieuwe integrale oplossingen gevonden kunnen worden.

Daarnaast zal de inhoud van de welstandsnota in een nieuwe vorm in het omgevingsplan terecht moeten komen, als uw raad daar tenminste ook zo over denkt. Het ligt voor de hand om dat moment aan te grijpen om de bestaande nota eens goed tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen. Naast criteria voor nieuw te ontwikkelen of te her ontwikkelen gebieden vragen wij ook aandacht voor de hele kleine plannen. Hierboven hebben wij al gepleit om te kijken wat er mogelijk kan zijn op het gebied dakkapellen en dakopbouwen. Wij denken dat er veel kan, maar dat dat dan wel heel zorgvuldig en precies moet gebeuren. Om bestaande kwaliteiten te behouden en het individu zoveel mogelijk vrijheid te geven.

Inmiddels is de commissie in een open gesprek met de Wethouder over de vraag wat het beste zou werken in Hilversum.

20

FEITEN EN CIJFERS Samenstelling commissie Vakgebied Voorzitter / architect Voorzitter / architect Burgerlid Burgerlid Architect Architect Architect Restauratie architect Architectuur | Cultuurhistoricus

1 januari 2019 Joke Vos Jasper de Haan Kim Dekker Hester Gietelink Michel Tombal Joris Molenaar Richèl Lubbers Alenca Mulder Irmgard van Koningsbruggen

Periode tot 10 april 2019 vanaf 10 april 2019 tot 5 december 2019 vanaf 30 januari 2020 tot 10 april 2019 vanaf 10 april 2019 vanaf 2017 vanaf 2018 vanaf 2017

Ambtelijke ondersteuning 2019 Vakgebied Welstandssecretaris Adjunct secretaris Stedenbouwkundig Stedenbouwkundig Cultureel Erfgoed

1 januari 2019 Ton Leeuwenburgh Bas van Steen Erik van Schaijk Monique Müller Friederike Hensch

Aantal adviezen t.b.v. omgevingsvergunningen verdeeld over bouwactiviteiten en monumenten 2019

Aanvraag bouwen Aanvraag voor het wijzigen van een monument Totaal

2018 2018 % Aantal 81% 449

2019 % 78%

2019 Aantal 458

19% 107

22%

130

100% 556

100%

588

In 2019 is het aantal aanvragen toegenomen ten opzichte van 2018. De toename betreft 32 aanvragen, bijna 6%. De grootste toename is te zien bij de aanvragen, die betrekking hebben op het wijzigen van gebouwen met een monumentenstatus. 21

Aantal adviezen per welstandskamer 2019 2018

2019

Welstandskamer 1

108

140

Welstandskamer 2 Gezamenlijke Commissie Monumentenkamer Ambtelijk afgehandeld

419 155 156 55

359 181 172 110

Totaal

893

962

In 2019 zien we een toename van het totaalaantal uitgebrachte adviezen ten opzichte van 2018. Het aantal uitgebrachte adviezen nam toe van 893 in 2018 naar 962 adviezen in 2019, ofwel een toename van 69 adviezen (toename circa 8%).

Ook zagen we een toename van het aantal ambtelijk afgehandelde plannen van 55 plannen in 2018 naar 110 plannen in 2019 (een verdubbeling).

Verder is er een toename te zien van het aantal behandelde plannen in Welstandskamer I. In deze kamer worden de grote(re) nieuwbouw- en verbouwplannen behandeld, die geen betrekking op het verbouwen van monumenten en/of het bouwen of verbouwen binnen een beschermd stadsgezicht. Het aantal behandelde plannen in deze kamer is toegenomen van 108 stuks in 2018 naar 140 stuks in 2019. Dit is een toename van 32 plannen, ofwel circa 30%.

22

Aantal adviezen per welstandsniveau 2019 Welstandsniveau

2018 %

2018 Aantal

2019 %

2019 Aantal

Luw welstandsniveau

11%

59

10%

59

Gewoon welstandsniveau Bijzonder welstandsniveau Beschermd welstandsniveau Masterplan Anna’s Hoeve

25%

137

28%

164

39% 22% 2%

216 120 12

36% 22% 1%

211 128 8

Ambitiedocument Monnikenberg (2013)

1%

7

2%

13

Welstandsniveau welstandsnota onbekend

1%

4

1%

4

0% 100,0%

1 556

0% 100,0%

1 588

Diverse welstandsniveaus Totaal

In de welstandsnota is Hilversum opgedeeld in gebieden met eigen gebiedscriteria. Daarbinnen worden vier verschillende welstandsniveaus onderscheiden, te weten: luw, gewoon, bijzonder en beschermd. “Luw” is het laagste niveau en “beschermd” het hoogste. Ook kunnen in masterplannen voor een specifiek gebied aanvullende welstandsregels zijn opgenomen, bijvoorbeeld in bijbehorende beeldkwaliteitsplannen of ambitiedocumenten.

23

Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling 2018 Positief advies

%

Negatief advies

%

Aanhouden Opmerkingen

Totaal aantal

%

Aanvraag bouwen (formele aanvraag)

139

39%

180

51%

36

10%

355

Aanvraag voor het wijzigen van een monument

39

46%

32

38%

13

15%

84

Aanvraag vooroverleg bouwen

38

46%

39

48%

5

6%

82

Aanvraag vooroverleg voor het wijzigen van een monument

1

7%

12

86%

1

7%

14

Verzoek tot aanwijzing monument

1

25%

2

50%

1

25%

4

Informeel vooroverleg (niet geregistreerd) bouwen

0

0

0

0

0

0

0

0

Informeel vooroverleg (niet geregistreerd) voor het wijzigen van een monument Handhaving Bouwen

2

22%

6

67%

1

11%

9

Handhaving Monument

1

13%

7

88%

0

0%

8

Bezwaarzaak Monument

0

Totaal

24

221 39,7%

0 278

0 50,0%

57

0 10,3%

556

Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling 2019 Positief advies

%

Negatief advies

%

Aanhouden Opmerkingen

%

Totaal aantal

Aanvraag bouwen (formele aanvraag)

135

36%

204

55%

35

9%

374

Aanvraag voor het wijzigen van een monument

47

45%

44

42%

14

13%

105

20

26%

51

67%

5

7%

76

Aanvraag vooroverleg voor het wijzigen van een monument

6

25%

13

54%

5

21%

24

Verzoek tot aanwijzing monument

1

13%

0

0%

7

88%

8

Informeel vooroverleg (niet geregistreerd) bouwen

0

0

0

0

0

0

0

0

Aanvraag vooroverleg bouwen

Informeel vooroverleg (niet geregistreerd) voor het wijzigen van een monument Handhaving Bouwen Handhaving Monument Bezwaarzaak Monument Totaal

0

0%

1

100%

0

0%

1

0

0

0

0

0

0

0

0

209

313

53,2%

66

11,2%

588

De CWM krijgt plannen onder ogen in verschillende fasen van het ontwerpproces. Per jaar zijn de cijfers in een aparte tabel opgenomen, zodat ze niet alleen absoluut maar ook relatief te vergelijken zijn. Bij de eerste behandeling van alle aanvragen blijft het aantal negatieve adviezen rond de 50% schommelen. De grootste stijging doet zich voor bij de bij de vooronderzoeksplannen voor de activiteit “Bouwen”. Verder valt het op dat de verzoeken tot aanwijzing als monument vaak niet konden worden voorzien van een advies, maar telkens werden aangehouden. Redenen om een plan aan te houden is als de informatie (net) niet volledig is of als de commissie meer tijd nodig heeft om stukken te bestuderen.

25

Bijlage 1:

Contrair besluiten op in 2019 behandelde plannen

Voor de volgende drie plannen is het negatieve advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten in 2019 niet opgevolgd. Besloten is om contrair te gaan en de vergunning al dan niet onder voorwaarde of met kleine aanpassingen toch te verlenen.

J. van Galenstraat 39

Bouwen van een dakopbouw in combinatie met een dakkapel aan de voorzijde (zaaknummer 556596). Het plan is behandeld in de vergaderingen van: 18-7-2019, 29-8-2019 en 26-9-2019.

Bilderdijklaan 23

Bouwen van een uitbouw aan de straatzijde (zaaknummer 460487). Het plan is behandeld in de vergaderingen van: 21-6-2018, 19-7-2018, 16-8-2018 en 29-8-2019.

Kerkstraat 47-51

Renoveren van de gevels van het pand (voormalig pand van V&D, zaaknummer 519037). Het plan is behandeld in de vergaderingen van: 14-2-2019 en 28-2-2019.

26

10 AANBEVELINGEN 1. Dat de aanvragen voor dakkapellen en dakopbouwen ambtelijk onder mandaat van de commissie worden afgedaan. En dat dit geregeld wordt in een aangepast reglement van orde. 2. Dat er voor heel Hilversum (uitgezonderd de beschermde gezichten) hele specifieke glasheldere eenduidige criteria per straat en/of blok komen voor dakkapellen en dakopbouwen. En dat er trendsetters aangewezen of gemaakt worden voor specifieke blokken of straten. Waaronder natuurlijk ook kan worden volstaan door bepaalde straten of blokken welstandsvrij voor dakkapellen en/of dakopbouwen te verklaren. 3. Dat er in combinatie met de vorige aanbeveling ontwerpend onderzocht wordt welke straten en straat profielen er in Hilversum geschikt zijn om hogere bebouwing toe te laten en waar dat juist niet wenselijk is en hoe dat met behoud van bestaande kwaliteiten gedaan kan worden. 4. Een nog nauwere en betere samenwerking tussen de gemeente en de corporaties waarbij de woonvisie ook ingezet wordt als middel om een betere omgevingskwaliteit te realiseren. 5. Ervoor zorgen dat ambities ten aanzien van de omgevingskwaliteit die in andere documenten dan het bestemmingsplan worden geformuleerd uiteindelijk ook integraal in de regels van het bestemmingsplan terecht komen. 6.

Oost/over het spoor ontwikkelen in samenhang als geheel inclusief de nieuwe monumenten en niet als een reeks van losse incidenten. 7. Bij grotere projecten een supervisor of stadsbouwmeester benoemen om de omgevingskwaliteit te bevorderen en te bewaken. 8. Speculatief ontwerpend onderzoek in te zetten 9. Onderzoeksprijsvragen uitschrijven voor specifieke problematieken 10. De ARK, CWM en het omgevingsteam samenvoegen tot één adviserend orgaan over de omgevingskwaliteit

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=e90f14a9-135a-4a18-b742-ffaff4ee19bc