Collegebrief inzake Jaarverslagen CWM 2016-2019
Tekst van het document
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
1 april 2021 751192 BEHANDELD DOOR B. van Steen TELEFOON (035) 629 2242 UW KENMERK BIJLAGEN 1 BETREFT Jaarverslagen CWM 2016-2019 DATUM
ZAAKNUMMER
Geachte dames en heren, Met het gecombineerde jaarverslag van de jaren 2016, 2017 en 2018 en het jaarverslag van 2019 informeren wij u over de advisering van de Commissie voor Welstand en Monumenten. Uiteraard betreuren wij het dat er een achterstand is opgelopen de afgelopen jaren. In het vervolg zal de commissie het jaarverslag in het jaar opvolgend aan het te bespreken jaar aanbieden aan de raad. Het college komt later dit jaar met een nadere aanpassing van de welstandsnota, waarin wij onder andere aandacht zullen geven aan duurzaamheid. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Commissie Welstand en Monumenten Jaarverslag 2016 | 2017 | 2018
2
INHOUD 04 VOORWOORD 06 SELECTIE PROJECTEN 2016 | 2017 | 2018 22 VERSCHILLENDE WERKVELDEN 24 De Hilversumse identiteit 32 Kleine plannen 34 Het buitengebied 40 Monnikenberg
50 FEITEN EN CIJFERS 52 Welstandsbeleid en werkwijze 57 Feiten en cijfers
3
VOORWOORD JOKE VOS | voorzitter Commissie voor Welstand en Monumenten Hilversum De gemeente Hilversum vindt het belangrijk om regie te voeren op haar ruimtelijke kwaliteit. Ze heeft daarom in 2004 een eerste welstandsnota vastgesteld. De nota geeft blijk van een stevige ambitie om de karakteristieke kwaliteiten van Hilversum te bewaken en met nieuwe projecten te versterken. Op dit moment is de Welstandsnota Hilversum 2014 het toetsingskader, inclusief de wijziging uit 2017 van de gebiedscriteria voor het centrum. De nota is voorzien van een uitgebreide toelichting en online beschikbaar op de website van de gemeente Hilversum. In de nota worden de uitgangspunten voor het welstandsbeleid per deelgebied uiteengezet en de criteria benoemd, die als basis voor de beoordeling dienen. Aanvragen voor monumentenvergunningen worden getoetst aan de redengevende beschrijvingen van het monument. Ook heeft de gemeente voor een paar bijzondere wijken beschermde stadsgezichten vastgesteld. Bij de beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen laat de gemeente zich adviseren door de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM). Dit is een onafhankelijke adviescommissie. In dit jaarverslag rapporteert de CWM over haar werkzaamheden in 2016, 2017 en 2018. Na een grote terugval in aanvragen als gevolg van de wereldwijde financiële crisis trekt de bouwproductie in deze periode weer aan.
Om een indruk te krijgen van wat er aan grotere
4
beeldbepalende plannen op tafel is gekomen, is een selectie daarvan in een beeldverslag opgenomen. In Hilversum is het advieswerk heel afwisselend. In een aantal artikelen wil de commissie graag een inkijkje geven in wat het feitelijke advieswerk behelst. Zo zijn monumenten niet los te zien van de cultuurhistorische ontwikkeling van Hilversum en kunnen aanvragen over kleine verbouwingen gaan of juist grootschalige nieuwbouw betreffen. En daar tussenin zit nog een heel spectrum. Ook kent Hilversum gebiedsontwikkelingen, waarvoor extra kaders zijn vastgelegd in de vorm van masterplannen of beeldkwaliteitsplannen. Nieuwe bouwactiviteiten dienen ook te voldoen aan de voorwaarden uit die documenten. In het laatste hoofdstuk wordt de werkwijze van de commissie toegelicht. Hoe worden aanvragen voor advies over de verschillende commissiekamers verdeeld, wie waren de leden in de periode van dit jaarverslag en wat was hun taak. Tot slot wordt in tabellen met toelichting een overzicht gegeven van het aantal aanvragen, per jaar en in relatie tot voorgaande jaren.
5
6
SELECTIE PROJECTEN 2016 | 2017 | 2018 08 HET BADHUIS 09 HET POSTKANTOOR 10 MOUT 11 BRINKWEG 22 - 110 E.O. 12 HILVERSUMSE GOLFCLUB 13 STERRENSCHOOL 14 DASSELAARSTRAAT E.O. 15 BOOMBERGLAAN 9 16 DE RUYTER 17 ZUIDERHEIDE | SAPHIRA 18 HOORNEBOEG 20 MONNIKENBERG
HET BADHUIS | Badhuislaan 15 Restauratie voormalige bad- en zweminrichting [1912 E. Verkuyl] en transformatie naar woningbouw [11 appartementen] Ontwerp nieuw Architectenbureau Kwa Opdrachtgever District 1402
8
HET POSTKANTOOR | Kerkbrink 16 | Torenlaan Restauratie voormalig post- en bestelkantoor [1939 Rijksgebouwendienst|F.R. Rontgen] en herontwikkeling naar woningbouw [1 vrijstaande woning, 2 stadsvilla’s, 18 appartementen en een commerciele|maarschappelijke ruimte] Ontwerp Van Hoogevest Architecten Opdrachtgever Ten Brinke Broers Projectontwikkeling B.V.
9
MOUT | Naarderstraat 8 Herbestemming voormalige garage en bioscoop [1912] tot foodhall en bierbrouwerij Ontwerp ZECC architecten Opdrachtgever Teus Kroon
10
BRINKWEG 22 - 110 eo Groot onderhoud [68 appartementen] Ontwerp Atelier Dutch Opdrachtgever Stichting Woningcorporatie Het Gooi en omstreken
11
HILVERSUMSCHE GOLFCLUB | Soestdijkerstraatweg 172 Restauratie bestaand clubhuis [1933 J. Baanders] en nieuwe uitbreidingen Ontwerp bestaand Bastiaan Jongerius Architecten ism Rappange & Partners Architecten Ontwerp nieuwbouw Bastiaan Jongerius Architecten ism Oomen Ontwerpt Opdrachtgever Hilversumsche Golfclub
12
STERRENSCHOOL | Huygensstraat 35 Basisschool 1200 m2 bvo Ontwerp Mies architecten Opdrachtgever Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum
13
DASSELAARSSTRAAT eo Nieuwbouw appartementenblok na sloop [166 appartementen] Ontwerp defesche van den putte Opdrachtgever De Alliantie Ontwikkeling b.v.
14
BOOMBERGLAAN 9 Nieuwbouw [4 vrijstaande villa’s] Ontwerp Roodbeen architectuur b.v. Opdrachtgever Eliza Vastgoed b.v.
15
DE RUYTER | ‘s Gravelandseweg 72 Nieuwbouw woningen langs bestaand pad [14 tweekappers] Ontwerp DENC Netherlands b.v. Opdrachtgever Dennenborgh b.v.
16
ZUIDERHEIDE | SAPHIRA Woongebouw [28 appartementen] Ontwerp By Bali Opdrachtgever Dudok Wonen
stedenbouwkundig plan Moke Architecten
inrichtingsplan Hosper landschapsarchitectuur en stedenbouw
17
HOORNEBOEG Herontwikkeling oud landgoed naar culturele buitenplaats | restauratie, herbestemming, nieuwbouw Opdrachtgever Stichting Culturele Buitenplaats Hoorneboeg Restauratie Studio Maak Ontwerp nieuwbouw Schoots architecten
Stalheim en schuur | Studio Maak
18
Villa | Studio Maak
Kas | Studio Maak
Villa | Studio Maak
Bedrijfswoningen | Schoots architecten
19
MONNIKENBERG Gebiedsontwikkeling op historisch landgoed, zie ook pagina’s 41 tm 49 Ontwerp masterplan SVP stedenbouw en architectuur ism Bosch Slabbers Ontwerp architectuur Meerdere architectenbureaus Opdrachtgevers Tergooi ziekenhuizen, RAV Gooi en Vechtstreek, Stichting Merem Behandelcentrum, HPG vastgoedontwikkeling, Vorm Ontwikkeling
Tergooi ziekenhuis | Wiegerinck architecten
Merem school- en zorgcampus | MAS architectuur
20
Ambulancepost RAV | Wiegerinck architecten
totaal concept
TWEEKAPPERS - BUITENRAND
Monnikenberg I | HPG | Jan Bloemendal architecten 9
I
Monnikenberg II | HPG | MIX architectuur
HILVERSUM - MONNIKENBERG
T Park | Vorm Ontwikkeling | KOW Concepts Design
Villa Monnikenberg | ... | ARCOM architectuur
21
google beeld, prtscr met hogere resolutie maken
22
VERSCHILLENDE WERKVELDEN
24
DE HILVERSUMSE IDENTITEIT
32
KLEINE PLANNEN
34
HET BUITENGEBIED
40
MONNIKENBERG
23
23
langhuizen aan de Herenstraat 45-47 en de Nieuwe Laanstraat 2 | tot woning verbouwde boerderijen
villa’s in Noordwestelijk Villagebied | ‘s Gravelandseweg 69-71 | beschermd stadsgezicht
24
DE HILVERSUMSE IDENTITEIT | dorp en stad IRMGARD VAN KONINGSBRUGGEN | cultuurhistoricus, lid Monumentenkamer en Gezamenlijke Cie Dat de Hilversumse identiteit zowel dorps is als stads wordt beschreven in de welstandsnota 2014. Behoud en ontwikkeling van deze karakteristiek is uitgangspunt voor verdere ontwikkeling. Dorps is de wegenstructuur van voormalige veedriften naar de omringende natuur, die menige automobilist tot wanhoop brengt. Ook zijn er nog boerderijen die hun agrarische functie al snel verloren en werden verbouwd tot woon- en bedrijfsruimten. Hun langgerekte vorm, waar mens en dier onder één dak verbleven, is al vanaf de prehistorie karakteristiek voor de Gooise zandgronden. Ook de eenvoudige eenlaagse bebouwing met zadeldak verhaalt van het dorpse verleden van Hilversum. Op de toren en het tuinhuisje van de kerk op de Kerkbrink na is overigens niets ouder dan 18e-eeuws, omdat toen fikse branden het dorp (en de archieven) vernietigden. Villaparken en villawijken Stads zijn de villaparken en villawijken uit de late 19e en vroege 20e eeuw. Ze lijken in aanleg wel natuurlijk, door het vele groen en hun wegen- en verkavelingspatronen, maar werden zo vormgegeven, omdat vermogende stedelingen behoefte hadden aan een schilderachtige omgeving, waar landelijke rust in plaats van stadse hectiek heerste, en de lucht nog fris was.
Villaparken en -wijken vormen tezamen het Noordwestelijk Villagebied dat in 2007 door het Rijk tot beschermd gezicht werd aangewezen. De grootste concentratie van rijks-en gemeentemonumenten uit de periode 1850-1940 bevindt zich hier. Voor dit beschermde erfgoed, veelal ontworpen door gerenommeerde Nederlandse architecten, adviseert CWM voorafgaand aan elke wezenlijke ingreep bouwhistorisch onderzoek te laten verrichten, opdat zoveel mogelijk authentieke ontwerp- en materiële waarden behouden kunnen blijven. Het gaat daarbij niet alleen om het exterieur, maar ook om de ruimtelijke indeling, de afwerkingen, kleuren en profielen. Om het karakter van het Noordwestelijk Villagebied te behouden wordt ingezet op behoud of herstel van het zicht op de villa’s met hun historische erfscheidingen en de groene doorzichten vanaf de openbare ruimte. Voor nieuwbouw zijn deze waarden inspiratiebron. Het komt erop aan het historische beeld of het oorspronkelijke karakter overtuigend te interpreteren, zoals bijvoorbeeld ook Piet Elling in de jaren ’20 deed. Hij interpreteerde op eigen wijze de ideeën van de Arts en Crafts beweging uit de late 19e eeuw. 25
woonhuis Liebert | Rossinilaan 11 | architect Piet Elling 1935-1936 | villa in de geest van De Stijl
Tuinwijk Oost | Van ‘ Hoffplein | beschermd stadsgezicht
Hilversum Oost | Visie beschermd gezicht | Pagina 42
Kerkbrink | nieuwbouw in het oude stadshart in de 90-er jaren
26
Deze stroming wilde eigentijdse architectuur, zonder de ‘schijn’ van neostijlen. In de landelijke bouwkunst en inheemse bouwtradities vonden ze inspiratie. Boerderijen waren ‘eerlijk’, omdat ze hun vorm ontleenden aan hun specifieke functie en hun constructie afhing van het plaatselijk beschikbare materiaal. Daardoor pasten ze zo goed bij het landschap waarin ze waren gebouwd. In de laat 19e- en 20e-eeuwse villabouw vind je daarom elementen uit boerderijen, zoals nadrukkelijke daken en rieten kappen, houten luiken, kleine ramen met roedes, vakwerk en baksteen. Met erkers en veranda’s, en tuinen die ‘natuurlijk’ leken, sloten ze aan bij hun omgeving. In Ellings villa’s is die ‘eerlijkheid’ tot het uiterste doorgevoerd. Op het eerste gezicht lijken ze helemaal niet op boerderijen, maar hun vormgeving is eenvoudig, net als bij de landelijke architectuur, en komt voort uit de functie (de plattegrond) èn de constructie. Hun zuiver witte uiterlijk past bij de idee van eeuwige schoonheid van de natuur. Villawijken tonen dus het verlangen van de stedelingen naar een ‘inheemse en zuivere’ omgeving. Dat het Gooise landschap begin 20e eeuw een beschermde status kreeg, heeft eenzelfde achtergrond en is dus ook een stedelijke behoefte. Datzelfde geldt voor de tuinstad. Gesteund door de overheid die goede, gezonde volkshuisvesting van levensbelang vond, kon W.M.
Dudok in Hilversum wijken (laten) bouwen, met (in vereenvoudigde vorm) dezelfde kenmerken als je in de villawijken ziet: schilderachtige afwisseling in het straatbeeld, woningen met nadrukkelijke kappen en kleine vensters met roeden, van baksteen, met hier en daar een houten topgevel. Passend bij het landelijke karakter van de plek, alsof ze eruit waren voortgekomen. Het definitieve uitbreidingsplan voor Hilversum, het Beëindigingsplan van Dudok uit 1933, vormde de letterlijke en figuurlijke voltooiing van het stedelijke verlangen naar wonen in het groen. Van dorp naar stad Wie door Hilversum beweegt, ziet goed waar die landelijke illusie is verstoord: eind 19e eeuw door de komst van het station (en de stoomtram), zowel aan de kant van het centrum als ten oosten van de spoorlijn, waar fabrieken verrezen. Het toenemende autoverkeer maakte ringwegen tussen de oude driften noodzakelijk en door de naoorlogse woningnood kwam er gestapelde, uniformere woningbouw. De 20e-eeuwse opvatting dat het centrum een moderne ‘city’ moest zijn, bracht het grootwinkelbedrijf, ruim baan voor de auto en parkeergarages, later ook voetgangersgebieden. De wijk Kerkelanden en het Mediapark slokten stukken hei op. Het ideaal van veel architecten en ontwikkelaars van na de oorlog was neutrale, functionele architectuur, gedicteerd door de logica van de constructie en de ratio van behoefteberekeningen.
Verwijzingen naar architectuur met een ‘grondgebonden, historisch karakter’ vonden velen lange tijd bedenkelijk. Hans Ruijssenaars’ transformatie van de Kerkbrink en omgeving uit de periode rond de eeuwwisseling toont dat ook die opvatting tijdgebonden was. Stad van jonge monumenten In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kreeg Hilversum bekendheid als stad van ‘jonge monumenten’. Met Dudoks raadhuis als hoogtepunt werden monumentale panden uit de periode 1850-1940 beschermd. Waar mogelijk werd gestreefd naar restauratie. Maar als je dat doet, (restaureren betekent letterlijk terugbrengen van de oorspronkelijke, authentieke staat) verlies je wat in de loop van de tijd is veranderd en toegevoegd. Als je een gebouw (of stad) als archiefbron van zijn bestaan wilt beschermen, zou er vooral geconserveerd moeten worden. Onvermijdelijk kom je bij beide opties tot de vraag: wat is van waarde?
27
paviljoen Nimrodpark | Regentesselaan 12 | monument met cultuurhistorische waarde | negatief advies op aanvraag sloop
MOUT | Naarderstraat 1-3 | Zecc architecten | garage getransformeerd naar food court | monument | negatief advies op aanvraag sloop
28
Daarom adviseert CWM bij monumenten altijd om bouwhistorisch onderzoek te laten verrichten om de bouwhistorische waarden vast te leggen en de cultuurhistorische waarden (de sporen van gebruik en gebruikers) te kennen en vandaar uit voort te bouwen. De behoefte aan monumenten komt voort uit de noodzaak om een verleden te hebben als een basis voor de eigen tijd en als fundament voor de toekomst. Wie zonder verleden, zonder geheugen of herinneringen leeft, bestaat alleen in het hier en nu en heeft ook geen toekomstperspectief. De behoefte aan verhalen uit het verleden is groot. Mede daarom zijn er ook in de periode 2016-2019 weer (gemeentelijke) monumenten voorgedragen, ook in het Noordwestelijk Villagebied. Zoals een pand aan de Regentesselaan, dat weliswaar niet meer gaaf is, maar door zijn hoge ouderdom, bijzondere vorm en ligging uitstekend in staat is het verhaal van de oorspronkelijk opzet en lotgevallen van het Nimrodpark te vertellen. Volledige gaafheid werd door CWM minder van waarde geacht. Het gaat om het vermogen van dit herkenbare restant van een uitspanning en verkooppaviljoen uit de begintijd van het Nimrod park om de geschiedenis van dit park beleefbaar te houden. Het voormalige paviljoen is cultuurhistorisch erfgoed bij uitstek. Wat van waarde is, betreft immers ook het immateriële erfgoed. Ook MOUT werd gered voor de sloophamer en als monument bewaard.
Door bouwhistorisch onderzoek kwamen onder de schil van een indifferente bioscoop schatten van verhalen tevoorschijn. De restauratie betekende echter ook verlies, want sporen van latere functies verdwenen, al zijn ze in woord en beeld vastgelegd. Gekozen werd voor het weer beleefbaar maken van de garage met zijn tot de verbeelding sprekende gevelornamenten en ruwe beton. Met de bij het karakter passende functie is dit monument levend erfgoed. In 2017 zijn ruim 60 panden in het stadscentrum aangewezen als gemeentelijk monument. Ze stammen uit dezelfde periode als die monumenten die in de jaren ’90 zijn aangewezen. Maar ze vertellen een aanvullend verhaal, waarbij niet primair de aandacht uitgaat naar gerenommeerde architectennamen, stijlperiodes en oorspronkelijkheid. Want belangrijker dan oorspronkelijkheid is hun levensgeschiedenis, die deel uitmaakt van de cultuurhistorie: hoe boerderijen en kleine dorpswoningen vanaf de late 19e eeuw werden aangepast aan smaak en behoeften van nieuwkomers, dat fabriekjes en bedrijfjes in de buurt van de haven verrezen en hoe in de jaren ’20 en ’30 grotere gebouwen het dorpse centrum transformeerden tot een stedelijker stadscentrum. Door deze monumentenaanwijzing werd ook het historische, rommelig ruimtelijke beeld van het oude Hilversum enigszins behouden, want vroeger waren er nog geen rooilijnen.
Traditiegetrouw stonden boerderijen op zandgronden midden op hun erven. Hoe om te gaan met het verleden Ook reconstructies kunnen verhalen vertellen. In 2018 bracht CWM positief advies uit over de monumentenstatus van een boerderijtje aan de Corverslaan. Het stamde weliswaar uit de 18e eeuw (als onderdeel van Gooilust), maar was grotendeels gereconstrueerd in de jaren ’70. Die reconstructie maakt deel uit van de geschiedenis en is in dit geval even waardevol als de oorspronkelijke onderdelen en de ligging van dit daglonershuisje, naast een rijksmonumentale boerderij die hoorden bij het landgoed van Corvers Hooft toen deze in de 18e eeuw heide van de erfgooiers kocht om te gaan ontginnen als landbouwgrond. Dit boerderijtje is in alle opzichten een krachtige verhalenverteller van de cultuurhistorie op deze plek. 29
daglonershuisje Corverslaan 2 | positief advies op monumentenstatus
GAK kantoor Stationsplein | negatief advies op aanvraag monumentenstatus | inmiddels gesloopt
30
Negatief adviseerde CWM over het GAK-gebouw, volgens de aanvragers het enige voorbeeld van het structuralisme uit de jaren ’70. CWM is geen voorstander van monumentenlijstjes op basis van stijlkenmerken alleen. Onderzoek naar de essentiële waarden van de architectuur uit de post 65-periode is nog in volle gang. Hierop vooruitlopen zou onjuist zijn, tenzij de waarde evident was. Naar de mening van CWM was dat niet het geval. Het gebouw had onderdeel moeten worden van een groot complex van stationsgebouw en kantoorpanden, waarmee de architecten de kloof met het oude Hilversum beoogden te dichten. Als zodanig was het GAK-gebouw slechts een rudiment, dat zijn stedenbouwkundige betekenis nooit meer had kunnen waarmaken, niet in de laatste plaats door het huidige stationsgebouw en de fietstunnel. Bovendien was het pand niet geliefd bij de bevolking. Als rudiment van stationsgebiedsplannen had het enige verhalende betekenis, maar de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van nu was naar oordeel van CWM onvoldoende. Het belang van monumenten en cultuurhistorie Wat van waarde wordt gezien, is tijdgebonden, maar monumenten zijn noodzakelijk als tastbare herinneringen aan het verleden. Zonder geheugen lijdt een stad aan dementie. Monumenten zijn verhalenvertellers en geheugensteunen voor het cultuurhistorisch besef.
Ze leveren bovendien een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van nu.
31
KLEINE PLANNEN | objectcriteria KIM DEKKER | burgerlid | Kamer I en Gezamenlijke Commissie De laatste jaren maakte ik als burgerlid deel uit van de Commissie Welstand en Monumenten (CWM). Toen ik begon, heb ik me eerst verdiept in de welstandsnota: wat staat erin en wat is het doel van de nota? En wat is de taak van de commissie? Bestaande bebouwing is wat de inwoner van Hilversum kent en herkent en als identiteit van Hilversum ervaart. Als er geen criteria zouden zijn dan zou dit beeld ineens kunnen veranderen. De welstandsnota zorgt er dus voor dat het beeld van Hilversum, per gebied of per object, blijft passen bij de omgeving. Dit geldt niet alleen voor (de buitenkant van) nieuwbouwplannen, maar ook voor verbouwingen van bestaande panden en wijzigingen aan monumenten. Bij kleinere plannen gaat het vaak om wijzigingen of uitbreidingen van woningen. Ook deze plannen zijn belangrijk voor het beeld van Hilversum. En ook deze plannen moeten voldoen aan de welstandsnota van het gebied waarin ze liggen. Om de burger tegemoet te komen heeft de gemeente voor een aantal veelvoorkomende situaties aparte welstandscriteria opgesteld. Simpele en meetbare criteria, zodat de aanvrager van tevoren kan zien wat zeker in het welstandsbeleid van de gemeente past of eerst in de CWM besproken moet worden.
Het gaat bij deze ‘objectcriteria’ om aanbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, gevelwijzigingen, erfafscheidingen, installaties, dakramen en panelen, dakopbouwen en reclame. Dakkapel als voorbeeld Veel bewoners vragen bijvoorbeeld een dakkapel aan, omdat ze daarmee eenvoudig meer leefruimte kunnen creëren. Aan de voorzijde zijn de kapellen echter bepalend voor het straatbeeld en aan de achterzijde voor het uitzicht van de buren. Via de objectcriteria kan de aanvrager vooraf zien, waarop getoetst zal worden. Bij dakkapellen zijn die aspecten opgenomen in een tabel. Het gaat dan bijvoorbeeld om de hellingshoek van het dak, de positie van de dakkapel op het dakvlak, de maten, de vormgeving en de detaillering. De eisen zijn zwaarder voor woningen in een bijzonder of beschermd welstandsgebied en lichter in een luw of gewoon gebied. Ook is er verschil tussen een dakkapel aan de voor- of aan de achterzijde 32
objectcriteria dakkapellen | fragment tabel uit de Welstandsnota van de gemeente Hilversum
van de woning. Het straatbeeld wordt belangrijker gevonden dan de achterkant. wDoor deze richtlijnen te volgen worden de dakkapellen op hetzelfde dakvlak op elkaar afgestemd. Dat geeft een rustig straatbeeld en de kwaliteit van de wijk blijft behouden. Inwoner en burgerlid Als inwoner van de gemeente Hilversum leek de CWM me eerst een ‘ver van mijn bed show’, maar na het bijwonen van veel commissievergaderingen, ben ik blij dat Hilversum een welstandsnota heeft en ingediende plannen door een onafhankelijke commissie worden getoetst. De welstandsnota bewaakt de kwaliteit van Hilversum als mooie plek om te wonen en is dus van belang voor iedere Hilversumse burger.
Van Beuningenstraat | voorbeelden dakkapellen volgens objectcriteria
33
faunatunnel A27 | Heijmans | Zwarts en Jansma architecten
Gooische Hockeyclub | Bussumse Meerweg 9 | Janssen en Verkuylen architecten/ingenieurs
34
HET BUITENGEBIED | verschillende schaalniveaus Richel Lubbers | architect | lid Kamer I en Gezamenlijke Commissie Hilversum is al jaren niet meer het bos en heidedorp uit het eind van de 18e eeuw. In de afgelopen 120 jaar transformeerde het dorp naar een stad met internationale reputatie. Hoewel bos en heide op veel plekken zijn overgenomen door stadsuitbreidingen, is het landschap in Hilversum nog goed voelbaar, zelfs tot in het centrum. En vanuit die binnenstad fiets je binnen vijftien minuten het buitengebied in, een unieke kwaliteit in de Randstad. Ook in dat buitengebied rondom Hilversum toetst de welstandscommissie aanvragen voor nieuwbouw, verbouw of renovatie. Het buitengebied heeft een gewoon welstandsniveau. Er zijn echter een aantal enclaves in het buitengebied die bijzonder welstandsniveau dragen. Dit zijn recreatieve of sportieve complexen, landgoederen en buitenplaatsen. Deze gebieden hebben cultuurhistorische waarde en verdienen daarom extra bescherming. De onderstaande vijf plannen buiten de bebouwde kom zijn een selectie van aanvragen die de afgelopen jaren voor advies aan de commissie zijn voorgelegd. De omvang van de plannen varieert sterk. Alle ontwerpen laten zien dat ze zich expliciet verhouden tot hun landschappelijke ligging, elk plan op zijn eigen manier.
Verbreding A1 en A27 De rijkswegen A1 en A27 zijn de afgelopen jaren voorzien van nieuwe geluidsschermen, viaducten en een ecoduct, in vakjargon kunstwerken genoemd. Het hele tracé omvat tientallen kilometers en loopt over verschillende gemeentegrenzen. Het welstandsadvies is daarom afgestemd op dat van de naastgelegen gemeentes. Naast het tekenwerk werd voor dit project ook een mock-up bekeken. CWM vraagt zo’n proefopstelling op ware grootte om bij grote projecten ook praktische en esthetische aspecten op detailniveau te kunnen beoordelen, zoals montagewijze en definitieve kleurstellingen. Gooische Hockeyclub Het terrein van de Gooische Hockeyclub aan de Bussumse Meerweg wordt binnenkort heringericht. De procedure is onlangs afgerond, het gebouw zal komende tijd verrijzen. Het verenigingsgebouw wordt 35
Hilversumsche Golfclub | Bastiaan Jongerius architecten | Oomen ontwerpt | Rappange architecten |
villa Utrechtseweg | particuliere opdrachtgever | Engel architecten
36
verplaatst naar het midden van het terrein. In de architectuur is die centrale positie af te lezen: rondom zijn terrassen gedacht, die de bezoeker een breed overzicht geven over de verschillende velden. Het gebouw functioneert daardoor deels als uitkijkpost, maar oogt nog steeds landelijk. Wel verwijzen de nadrukkelijke en flauw hellende dakvormen met een duidelijke knipoog naar de architectuur van Frank Lloyd Wright. De gesprekken met de CWM vormden aanleiding voor ontwerpaanpassingen, waarbij het hoofdvolume en de zijbeuken zich duidelijker van elkaar onderscheiden en de hoofdentree beter tot zijn recht komt. Hilversumsche Golfclub Een ander voorbeeld van een sportcomplex in het buitengebied betreft het onderkomen van de Hilversumsche Golfclub aan de Soestdijkerstraatweg. De hiervoor besproken aanvragen waren nieuwbouwplannen en zijn daarom behandeld in Kamer 1. De verbouw van de Hilversumse Golfclub is een voorbeeld van een plan waarin zowel monumentencommissie als nieuwbouwcommissie zich over het plan heeft gebogen, in de Gezamenlijke Commissie. Aan het ontwerp hebben drie bureaus samengewerkt. Het rietgedekte clubhuis staat met zijn monumentale gevel richting de golfvelden gedraaid. Deze villa is zorgvuldig gerestaureerd. Bij aankomst zie je allereerst de bijgebouwen en aanbouwen, die daarom een representatieve uitstraling dienden te krijgen.
De nieuwe aanbouw is door zijn maat en bijzondere vormgeving duidelijk meer dan een eenvoudige verbouwing, maar stelt zich toch terughoudend op. Dit volume werd met hout omkleed, evenals de nieuwgebouwde vrijstaande tassenloods. CWM had veel waardering voor de zorgvuldige architectuur en detaillering met de ritmiek van de verticale latjes. Ze vroeg wel aandacht voor de details op de overgang tussen de villa en de aanbouw. Dit werd met een glasstrook opgelost. Ook de gevelbekleding kreeg na welstandsopmerkingen enkele aanpassingen. Woonhuis aan de Utrechtseweg Heel anders wordt ingespeeld op het omringende landschap in een plan voor een nieuwbouwvilla aan de Utrechtseweg. Het huis heeft de vorm van een paviljoen, waarbij een groot plat dak uitkraagt over de gevel. Het woonhuis lijkt te willen opgaan in het omringende bos door het vele glas met doorzicht door de hele villa. De constructieve elementen zijn afgedekt met gemetselde vlakken. De gebruikte bakstenen zijn extra lang, waardoor de horizontaliteit van het dak op het woonhuis nog verder benadrukt wordt en de verticale vliegdennen nog hoger lijken. Een nederig maar duidelijk statement: natuur gaat boven stenen. Hoorneboeg Het landgoed De Hoorneboeg ligt in gewoon welstandniveau, maar op het terrein zijn wel drie monumenten te vinden.
In de CWM is het masterplan voor het gehele terrein gepresenteerd, waarin veel aandacht was gegeven aan de cultuurhistorische waarde van de verschillende plekken. De nieuwe eigenaar, Stichting Buitenplaats De Hoorneboeg, wil het landgoed een nieuwe invulling geven als ‘culturele buitenplaats’ met een goede balans tussen rust en levendigheid. Het landgoed wordt opgeknapt, de monumenten gerestaureerd en de vervallen opstallen (een plantenkas, een koetshuis, een oude schuur) gerenoveerd en aangepast voor nieuw gebruik.
37
kas | monument | nieuwe glaskap over oude spanten | Studio Maak
Schuur en Stalheim | verbouwde monumentale schuren | Studio Maak
nieuwbouw aan monument geschakeld | dubbele woning | Schoots architecten
38
Bij de monumenten werden sommige details kritisch beoordeeld, zoals het terugbrengen van roedes in de ramen. De bestaande roedes dienden gehandhaafd te blijven. Plakroedes op de buitenkant van het glas zijn niet toegestaan. De commissie was positief over de architectuur van de twee nieuwbouwwoningen en zag de keuze voor een bouwstructuur uit massief hout als een duurzame oplossing, goed passend in de bosrijke context. Uit deze dwarsdoorsnede van gegeven adviezen blijkt de hoge mate van betrokkenheid van initiatiefnemers voor het maken van zorgvuldige plannen in de natuur van de Hilversumse buitengebieden, ook als het welstandsniveau slechts gewoon is. Het resultaat staat er immers voor decennia en deze plannen geven zo meerwaarde aan de beleving van het buitengebied.
39
Monnikenberg | luchtfoto plangebied
monumentale boerderij | sinds 2014 klooster Casella
40
MONNIKENBERG | complexe gebiedsontwikkeling Joke Vos | architect en voorzitter CWM In het bosrijke gebied aan de oostkant van Hilversum ligt Monnikenberg. In de loop van de tijd is het karakteristieke historische landschap met heide en vennen geleidelijk in cultuur gebracht met landgoederen. Akkers, bos en beukenlanen bepaalden gaandeweg het beeld. Landgoed Monnikenberg dateert uit 1900. Aan de randen van een open veld met daarop een grote vijver zijn een villa en een boerderij gerealiseerd. Sinds 1946 is het landgoed in het bezit van een kloostercongregatie, de zusters Augustinessen van Sint Monica, die in de monumentale villa het klooster De Stad Gods hebben gesticht. In de 50’er jaren hebben de zusters nog een kapel en twee nieuwe woonvleugels toegevoegd. Ziekenhuis Tergooi en revalidatiecentrum Merem aan de west- en zuidkant van het gebied vinden hun oorsprong in initiatieven van de congregatie. Initiatief tot herontwikkeling met behoud en herstel van bos en landgoed In het begin van 21e eeuw ontstonden bij zowel Tergooi als Merem plannen om hun verouderde gebouwen te vervangen door compacte nieuwbouw, waarbij dependances en samenwerkingen elders in de regio opgenomen zouden kunnen worden in een nieuw zorgcluster, een bovenregionaal innovatief gezondheidspark. De zustercongregatie werd steeds kleiner en wilde een nieuwe fase ingaan.
In 2014 hebben ze de villa verlaten en zijn ze verhuisd. In de verbouwde boerderij op het landgoed en in bijpassende nieuwbouw bieden ze tegenwoordig als klooster Casella jongeren een plek voor stilte en ontmoeting. Voor het villacomplex zijn de afgelopen jaren verbouwingsplannen ingediend om er woonruimte voor ouderen in onder te brengen. Tergooi, Merem, projectontwikkelaar HPG (die inmiddels de rechten op een deel van de gronden had verworven) en GNR (Stichting Goois Natuurreservaat, sinds 1999 de eigenaar van het landgoed) namen gezamenlijk het initiatief om Monnikenberg integraal aan te pakken. Het streven was om het cultuurhistorische landschap van rond 1900 in ere te herstellen en het leidend te laten zijn bij het inpassen 41
Masterplan Monnikenberg versie 4.0 | 18 september 2017 | SVP architectuur en stedenbouw
42
van nieuwe zorggebouwen en woonbuurten. In een beeldkwaliteitsplan is een hoge ambitie voor die gebiedsontwikkeling vastgelegd en dat was uitgangspunt voor het eerste Masterplan. Masterplan, Ambitiedocument en landschapsontwerp De initiatiefnemers trokken SVP architectuur en stedenbouw aan als stedenbouwkundig bureau en BoschSlabbers voor het landschapsontwerp. Maartje Luisman van SVP werd supervisor. Het eerste Masterplan heeft in 2011 ter inzage gelegen en is naar aanleiding van de reacties vervolgens aangepast. In 2013 heeft de gemeenteraad Masterplan Monnikenberg goedgekeurd, evenals het bijbehorende bestemmingsplan. Essentieel onderdeel van het Masterplan was het Ambitie- en inspiratiedocument, waarin de beoogde landschappelijke identiteit met veel beelden werd toegelicht. Door voortschrijdende inzichten over bijvoorbeeld de noodzaak om gefaseerd te kunnen ontwikkelen en de wens om meer grondgebonden in plaats van gestapeld wonen te realiseren, zijn we inmiddels aan de vierde versie toe (18 september 2017). Bewaken van de nagestreefde kwaliteit In 2013 is ook het Kwaliteitsteam Monnikenberg opgetuigd om vanuit de gemeente de hoge ambitie te kunnen ondersteunen en bewaken.
In dit Kwaliteitsteam werden de verschillende stadia van het Masterplan, het landschapsontwerp en de grote nieuwbouwplannen van Tergooi en Merem in periodieke sessies aan de CWM gepresenteerd, ingeleid met een toelichting en inhoudelijk advies door de supervisor. De commissie kon zo de ontwerpen al tijdens het ontwikkelingstraject in open overleg met de verschillende ontwerpers bespreken en gericht adviseren. Bij een complexe gebiedsontwikkeling als Monnikenberg had deze werkwijze grote voordelen. De plannen werden er beter van en bij de reguliere welstandsbeoordeling, onderdeel van de formele vergunningsverstrekking, waren de ontwerpkaders duidelijk en was een consistente beoordeling van de diverse ontwerpen relatief eenvoudig. Na een aantal jaren is het Kwaliteitsteam afgebouwd en vervangen door een model, waarbij de supervisor de ontwikkelingen in het gebied en de architectuurontwerpen inleidde bij de welstandsoverleggen. Eigenlijk pasten deze besprekingen niet op de agenda van de reguliere commissie, omdat er te weinig tijd ingeruimd kon worden voor toelichting op de ontwikkelingen in het Masterplan en het landschapsontwerp en hoe de architectuur daarin werd ingepast qua setting, volume, uitstraling, materialisatie en detaillering. De stedenbouwkundige dienst van de gemeente nam in de praktijk steeds meer taken over van de supervisor, ook bij de presentaties aan de CWM.
Geleidelijk werd het punt bereikt, dat Maartje Luisman tot de conclusie kwam, dat haar positie niet langer voldoende verankerd was in het gemeentelijke beleid om de integrale kwaliteit van heel Monnikenberg te bewaken. Ze heeft zich daarom in maart 2018 teruggetrokken. De commissie betreurt deze ontwikkeling, omdat voor dit unieke gebied door de grondeigenaren een hoge ambitie was neergelegd voor de integrale ontwikkeling van het heel Monnikenberg. Daarvoor was een zorgvuldig proces opgetuigd, waar de supervisor een essentiële rol in vervulde. Dat zo’n aanpak vruchten afwerpt, is inmiddels af te lezen aan de projecten die op dit moment al gerealiseerd zijn, bijvoorbeeld de
43
totaal concept landschapsontwerp | actualisatie 18 september 2017 | BoschSlabbers
Tergooi ziekenhuis | hoofdentree | Tergooi | Wiegerinck architecten
44
schoolcampus van Merem en de urban villa’s van HPG. Monnikenberg is echter nog niet af en de aandacht lijkt te verslappen. De eerste plannetjes die op een zesje mikken in plaats van een negen, zijn al aan de commissie voorgelegd. De CWM is echter de laatste schakel in het goedkeuringsproces en heeft amper sturingsmogelijkheden. Continu hoge kwaliteit bij de realisatie van een ambitieuze gebiedsontwikkeling moet in elke fase bewaakt worden en het is heel jammer, dat Maartje Luisman niet de kans heeft gekregen haar werk af te maken. Het landschapsontwerp als leidend kader Om een gefaseerde ontwikkeling mogelijk te maken is een robuust, duurzaam raamwerk vastgelegd. De randen van Monnikenberg worden blijvend afgezoomd met een ruime bosstrook van bestaande bomen, deels versterkt met nieuwe aanplant. De noord-zuid lopende cultuurhistorische beukenlanen, die het gebied doorsnijden, worden omgevormd tot prettige (langzaam) verkeersroutes. Met het doortrekken van de bestaande open wig over de locatie van het oude ziekenhuis wordt zowel het historische landschap hersteld als de historische zichtas tussen de Vitustoren en villa Monnikenberg teruggebracht. Entreegebieden, ontmoetingsplekken of behandeltuinen worden uitgespaard in het bos rond Tergooi en Merem, de ‘boskamers’. Bomen blijven zo maximaal behouden en het bos blijft dominant.
Ziekenhuis Tergooi Bij het inpassen van de grote programma’s van Tergooi en Merem koos het Masterplan voor het opknippen in kleinere blokken. Bij een ziekenhuis gaat het dan bij de beddenhuizen nog steeds om forse, functionele volumes. Bij het nieuwe Tergooi zijn architectonische middelen ingezet om de uitstraling van die blokken te verzachten. Zo wordt het metselwerk opgetrokken in een mix van bakstenen in aardetinten. Ook speelt de grafiek van de gevel met de grootte van de openingen als de achterliggende functies dat toelaten. Aluminium stroken in een verschoven raster rond de kozijnen voegen extra verfijning toe. De installatielagen op de bovenste verdiepingen vallen minder op door hun setback en omdat ze niet in baksteen, maar in licht glanzende aluminiumplaat zullen worden uitgevoerd. Brede beglaasde passages schakelen de ziekenhuisvolumes aan elkaar, zodat doorlopende routes ontstaan met uitzicht op het bos. Binnen lopen ze langs patiotuinen in het hart van de blokken, waar de natuur juist ‘te gast’ is. De puien van deze verbindingsgangen nemen het ritme van de grote blokken over, maar niet het metselwerk. De aandacht van CWM was vooral gericht op het verkleinen van de grote schaal van het complex en het toepassen van materialen en kleuren, die goed passen in de bosrijke omgeving.
Omdat het oude ziekenhuis moet blijven functioneren tot het nieuwe in gebruik kan worden genomen, heeft de commissie ook adviezen gegeven op kleine verbouwingen zoals het opknappen van de hoofdentree. Bij het nieuwe ziekenhuis horen ook een ambulancepost, een parkeergarage en een nevengebouw voor administratieve functies. Waar het hoofdgebouw door zijn maat en schaal het bos onvermijdelijk domineert, staan deze gebouwen als vrijstaande, sculpturale objecten midden tussen de bomen. En waar bij het ziekenhuis baksteen wordt toegepast, is hier voor natuurlijke materialen gekozen.
45
Ambulancepost | RAV Gooi- en Vechtstreek | Van Riebeeckweg 212 | Wiegerinck architectuur en stedenbouw
(College) De Kleine Prins | Merem schoolcampus | hoofdentree | Stichting De Kleine Prins | MAS architectuur
‘boswonen’ in ‘T Park | Vorm Ontwikkeling B.V. | KOW Concepts Design Development B.V.
46
De ambulancepost is in 2019 in gebruik genomen. Het gebouw is ontworpen als een villa met extra grote garage. De gevels zijn van leisteen en donker hout en de grote glasvlakken weerspiegelen de omringende bomen, zodat het gebouw lijkt op te gaan in de omgeving. De nog te bouwen parkeergarage zal straks de entree van het hele gebied markeren en ook gebruikt worden voor Merem. Het moet een iconisch gebouw worden, wat in het Masterplan is vertaald naar groene gevels op een ronde vorm. Het gebouw is nog niet voor advies voorgelegd aan de CWM. Dat geldt ook voor het nevengebouw. Merem zorg De bestaande gebouwen op de locatie van Merem worden vervangen door een schoolcampus met zorgvoorzieningen, een revalidatiecampus en een nieuw woonbuurtje met als thema ‘boswonen’. Het gedifferentieerde volume van het schoolgebouw heeft een warme, natuurlijke uitstraling gekregen door het vele vergrijzende hout. De kleur van het prefabbetonnen raster sluit daarop aan. Omdat het glas in de gevel van plafond tot vloer loopt en er veel deuren zijn gemaakt, hebben de lokalen een sterke relatie met buiten. Behalve klas- en praktijklokalen voor kinderen en jongeren met een lichamelijke of meervoudige beperkingen, zijn ook semi-openbare ruimtes als een winkel en een restaurant aan het programma toegevoegd. Via de transparante glazen entreepuien wordt de buitenwereld juist naar binnen getrokken.
Een klein monumentje op het terrein, de voormalige tuinmanwoning, is verplaatst en uitgebreid met praktijklokaal en moestuin, zodat deze stageplek nu als De Theeberg te bezoeken is. Ook de gebouwen op de revalidatiecampus worden losjes gegroepeerd rond een boskamer. Het sportgebouw met restaurant is al gerealiseerd. Ook hier veel hout en glas en prefabbetonnen rasters. Het behandelcentrum is in aanbouw. In de loop van de tijd kunnen aan de campus meer paviljoens worden toegevoegd. ‘Boswonen’ in ’T Park Op de Merem locatie is ook nog plek voor een kleinschalig villapark. Gelegen in een grote boskamer heeft de buurt ‘boswonen’ als thema gekregen. De setting is informeel en waar mogelijk zijn de oude bomen gespaard. De villa’s staan losjes op eigen kavels langs gebogen straten. Erfscheidingen zijn hagen. Ook de grens met het landgoed is natuurlijk vormgegeven door de onderbeplanting te verdichten en een kunstmatige heuvel aan de oostkant te formeren, die tevens het geluid van de A27 afschermt. De architectuur is traditioneel met samengestelde kappen en bakstenen gevels in verschillende kleuren. Door de vele kopersopties als erkers, dakkapellen en luifels is elke villa net even anders. ‘Landschappelijk wonen’ op de HPG locatie Ook hier staan de woningen niet in het gelid, maar gedraaid ten opzichte van elkaar.
Met een mix van woningtypen wordt de schaalsprong tussen Tergooi en het landgoed in stapjes vormgegeven. Aan de westkant staan drie appartementengebouwen aan één van de oude beukenlanen. Het heideveld van de 47
‘landschappelijk wonen’ | Soestdijkerstraatweg | HPG | Jan Bloemendal architecten
‘landschappelijk wonen’ | Struikheidelaan | HPG | MIX architecten
villa Monnikenberg | vh klooster De Stad Gods | restauratie en nieuwbouw | ARCOM architectuur
48
centrale wig wordt ernaast het gebied ingetrokken over de half verdiepte parkeergarage heen. In het dak zijn grote gaten gemaakt, zodat bomen in de volle grond kunnen wortelen. Het heidelandschap glooit door rond de geschakelde parkwoningen, die daarom gebouwde terrassen hebben gekregen. Nog verder naar het oosten, aan de andere kant van de meanderende toegangsweg, schuiven vrijstaande woningen en tweekappers in het bestaande bos. De erfscheidingen rond deze kavels zijn landschappelijk van aard, bijvoorbeeld gemaakt met houten stammetjes. Bij het gebied zijn twee verschillende architectenbureaus betrokken. In de ingetogen architectuur zijn de plannen verwant: genuanceerde bakstenen in aardkleuren, veel glas tot aan de grond, zorgvuldig gedetailleerd, bijzondere aandacht voor de plastiek van de volumes en de grafiek van de gevelopeningen. Bij de appartementen komt dat tot uiting in de balkonplaten, die versprongen aan de gevel zijn gehangen en deel uitmaken van de horizontale belijning tussen de bakstenen vlakken. Die losheid draagt bij het verkleinen van de schaal van de urban villa’s, net als de ‘uitgehakte’ bovenste verdieping. CWM heeft zich in haar adviezen vooral gericht op de schaal en op de alzijdigheid van de gevels naar alle windstreken, waarbij ook de noordgevels niet kunnen achterblijven.
Met een kubistisch ontwerp, waarbij de derde verdieping nooit geheel bebouwd wordt, hebben de grondgebonden woningen veel plastiek gekregen. De variatie in het beeld is groot en wordt nog versterkt door de kleur van de bakstenen: grijswit op de open heide, donkerder aan de bosrand. Villa Monnikenberg | vh klooster De Stad Gods Met zowel restauratie als nieuwbouw na sloop zal het complex geleidelijk transformeren naar zorgwonen voor verschillende doelgroepen. Over deze ingewikkelde opgave hebben CWM en de architect veel overlegd. Samengevat ging het vooral over de vraag hoe je met hedendaagse nieuwbouw de cultuurhistorische waarde van het klooster kunt bewaren. De HOV-lijn over het landgoed De laatste belangrijke ontwikkeling is het inpassen van een nieuwe HOV-lijn aan de noordkant van landgoed Monnikenberg. Daarvan is een allereerste verkenning aan de commissie gepresenteerd, waarin het bestaande groen werd gerespecteerd en het realiseren van de beoogde ambities uit het masterplan vertaald waren naar onder andere de materialisatie van het wegdek en de landschappelijke erfscheidingen.
49
50
FEITEN EN CIJFERS
52 57
WELSTANDSBELEID EN WERKWIJZE FEITEN EN CIJFERS
51
WELSTANDSBELEID EN WERKWIJZE Het welstandsbeleid Welstandseisen betreffen de architectuur van gebouwen en hoe ze in hun omgeving staan, de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsbeleid van Hilversum is gericht op het realiseren en beheren van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Door het opstellen van een welstandsnota heeft de gemeente cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een rol gegeven bij de ontwikkeling en beoordeling van het welstandsniveau van bouwplannen. Voor de beoordeling van de welstand is een onafhankelijke commissie in het leven geroepen. Deze Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) toetst de aanvragen voor omgevingsvergunningen aan de Welstandsnota en brengt daarover advies uit aan Burgemeester en Wethouders. Monumenten vormen een aparte categorie. Bij elk monument hoort een redengevende omschrijving, die de waarden van het monument benoemt en de basis vormt voor de beoordelingen.
De welstandsnota In de welstandsnota worden de kaders voor het beleid vastgelegd. De actuele versie is van 2014 met hierin opgenomen de wijziging van de gebiedscriteria voor het centrumgebied (3 augustus 2017). De nota is online in te zien. In de nota wordt de nadruk gelegd op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. De voorkant is daarom belangrijker dan de achterkant. Om de beoordelingskaders vast te kunnen stellen is de gemeente verdeeld in gebieden, die een eigen identiteit hebben. Per gebied wordt het ruimtelijk en architectonisch beeld omschreven, wat daarvan als waardevol wordt ervaren en welke veranderingen in de toekomst in het gebied verwacht worden. De beoordelingscriteria zijn afgeleid van de gebiedsbeschrijvingen. De CWM beoordeelt aanvragen aan de hand van de criteria. Bij twijfel kan de commissie terugvallen op de beschrijving. De nota onderscheidt daarnaast nog verschillende welstandsniveaus: regulier (luw of gewoon), bijzonder en beschermd. 52
Samenstelling van de commissie De commissie bestaat uit zes leden: vier architecten, waarvan er één ook voorzitter is en één restauratiearchitect, een cultuurhistoricus en een burgerlid. De commissieleden worden door de gemeenteraad benoemd voor een termijn van drie jaar. Met uitzondering van het burgerlid kunnen de commissieleden worden herbenoemd voor de duur van maximaal drie jaar.
Vakgebied
1 januari 2016
1 januari 2017
1 januari 2018
Voorzitter/Architect
Joke Vos
Joke Vos
Joke Vos
Burgerlid
Veronique Jansen
Veronique Jansen 2*
Kim Dekker
Burgerlid
Kim Dekker 3*
Architect
Michel Tombal
Michel Tombal
Michel Tombal
Architect
Richèl Lubbers
Richèl Lubbers
Richèl Lubbers
Restauratie architect
Cor Bouwstra
Cor Bouwstra
Cor Bouwstra
Architectuur|Cultuurhistoricus
Irmgard van Koningsbruggen 1* Irmgard van Koningsbruggen 1* vanaf 24 mei 2016
Irmgard van Koningsbruggen
2* tot 6 januari 2017 3* vanaf 1 februari 2017
Ambtelijke ondersteuning De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door ambtenaren van het Welstandssecretariaat en de afdeling Cultureel Erfgoed. Vakgebied
1 januari 2016
1 januari 2017
1 januari 2018
Welstandssecretaris
Han van Nes 4*
Ton Leeuwenburgh
Ton Leeuwenburgh
Welstandssecretaris
Ton Leeuwenburgh 5*
Adjunct secretaris
Alexandra Ranga 5*
Rens Wisselo
Rens Wisselo
Adjunct secretaris
Bas van Steen 10*
Stedenbouwkundig
Fons Gennisse
Fons Gennisse 9*
Fons Gennisse
Stedenbouwkundig
Monique Müller 6*
Monique Müller
Monique Müller
Stedenbouwkundig
Erik van Schaijk
Erik van Schaijk
Erik van Schaijk
Cultureel Erfgoed
Jolie Kalmijn 7*
Friederike Hensch
Friederike Hensch
Cultureel Erfgoed
Friederike Hensch 8* 9* tot 6 januari 2017
10* vanaf 13 september 2018
4* tot 4 maart 2016 5* vanaf 3 maart 2016 6* vanaf 21 juli 2016 7* tot 24 juni 2016 8* vanaf 18 augustus 2016
53
Vergaderingen De welstands- en de monumentencommissie vergaderen zowel apart als gezamenlijk. Ingrijpende plannen en plannen die het werkveld van beide commissies raken, worden in de gezamenlijke vergadering besproken. De voorzitter zit de afzonderlijke commissies en de gezamenlijke vergadering voor, en vormt daarmee de verbindende schakel. De CWM vergadert in de regel elke twee weken op de donderdagen. Commissievergaderingen zijn openbaar. Ze vinden plaats in een vergaderkamer van het Raadhuis van Hilversum, meestal de Omroepkamer of de Dudokkamer. Eenieder die belangstelling heeft kan de vergadering bijwonen vanaf de publieke tribune. Plannen voor welstandskamer II, waarbij geen bezoek aanwezig is, worden in toenemende mate digitaal beoordeeld. In verband met de grote diversiteit aan plannen is de vergadering gesplitst in verschillende ‘kamers’, waarbij de samenstelling van de commissieleden wisselt: Welstandskamer I: In deze kamer beoordelen de architectleden van de commissie en het burgerlid de grote(re) nieuwbouw- en verbouwplannen. De te behandelen plannen hebben geen betrekking op het verbouwen van monumenten en/of het bouwen of verbouwen binnen een beschermd stadsgezicht. Welstandskamer II: In dit deel van de vergadering worden kleine plannen, bijv verbouwingen en reclame, beoordeeld door een gemandateerd lid van de commissie.
De plannen hebben geen betrekking op monumenten en/of op locaties met een in de welstandsnota aangegeven beschermd welstandsniveau. Gezamenlijke commissie: Alle commissieleden zijn aanwezig bij de beoordeling van verbouwplannen voor monumenten met een nieuwbouwcomponent en nieuwbouwplannen binnen een beschermd stadsgezicht. Monumentenkamer: Kleine verbouwplannen zonder nieuwbouwaspect voor monumenten en/of op locaties met een beschermd welstandsniveau (als bedoeld in de welstandsnota) worden behandeld in de monumentenkamer. Deze plannen worden beoordeeld door de restauratiearchitect en de cultuurhistoricus. De aanvrager en/of diens gemachtigde kan de aanvraag persoonlijk toelichten tijdens de vergadering. Ook voor omwonenden en overige belanghebbenden is er een mogelijkheid om inspreektijd aan te vragen, zodat zij tijdens de vergadering hun visie kunnen geven over de welstands- en/of historische aspecten van het plan.
De adviezen Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt op meerdere aspecten beoordeeld. Eén daarvan is de welstandstoets aan de criteria uit de welstandsnota. Gaat het om het wijzigen van een monument dan vindt de advisering plaats aan de hand van de vraag of de wijziging de waarden schaadt die zijn aangeduid in de redengevende omschrijving van het monument.
54
Welstandsadviezen betreffen bouwactiviteiten, waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Dat kan nieuwbouw zijn of verbouw. Reclame-objecten worden beoordeeld, als er een bouwvergunning voor dient te worden aangevraagd. In het kader van handhaving worden ze ook door de commissie getoetst aan de regels. De Welstandsnota van de gemeente Hilversum is uitgangspunt bij de beoordeling, soms aangevuld met Beeldkwaliteitsplannen of Masterplannen. Monumentenadviezen hebben betrekking op het verbouwen, restaureren, herbestemmen en aanwijzen van beschermde monumenten. Ze zijn gebaseerd op de waarden die zijn omschreven in de redengevende beschrijving van het monument. De behandeling in de CWM kan tot de volgende conclusies leiden: Positief advies: De CWM beoordeelt de aanvraag als voldoende. Een positief advies wordt in beginsel niet gemotiveerd, tenzij burgemeester en wethouders daarom verzoeken. Een positief advies wordt wel schriftelijk gemotiveerd als er sprake is van een bijzondere situatie, waarbij de commissie adviseert om een plan goed te keuren dat afwijkt van de letterlijke formulering van de van toepassing zijnde objectgerichte c.q. gebiedsgerichte welstandscriteria, maar wel goed past binnen de gebiedsbeschrijving. Negatief advies: De CWM beoordeelt de aanvraag als niet voldoende.
De commissie geeft hierbij aan met welke criteria uit de welstandsnota het plan in strijd is. Bij (verbouw)plannen voor monumenten geeft de commissie een nadere motivatie op basis van de inhoud van de redengevende beschrijving van het monument. Negatief advies, tenzij: Het plan voldoet volgens de CWM nog niet aan redelijke eisen van welstand, tenzij het op ondergeschikte punten wordt aangepast. Deze punten worden genotuleerd of op de tekening aangegeven. Aanhouden: De beoordeling van een plan kan in de volgende gevallen worden aangehouden: • De commissie kan zich op basis van de aangeleverde informatie geen goed oordeel vormen en vraagt de aanvrager en/of de gemeente om meer informatie aan te leveren. • De commissie vraagt aan de aanvrager of diens gemachtigde om het plan toe te komen lichten. • Binnen de vooraf bepaalde behandeltijd kan de aanvraag niet volledig worden beoordeeld. Bij de verslaglegging wordt altijd expliciet het van toepassing zijnde deel van de welstandsnota genoemd.
Aanvraag vooronderzoek Om te voorkomen dat er veel tijd, geld en energie wordt geïnvesteerd in de uitwerking tot een definitieve aanvraag voor omgevingsvergunning, biedt de gemeente Hilversum de mogelijkheid om eerst een aanvraag vooronderzoek in te dienen om zo de haalbaarheid te toetsen. Dit plan hoeft in tegenstelling tot een definitief plan nog niet te voldoen aan alle wettelijke indieningsvereisten, maar moet wel een goed beeld geven van het gewenste bouwinitiatief. Ook van deze beoordeling wordt een advies opgesteld, waarbij de commissie aangeeft of zij al dan niet instemt met de ingeslagen weg, zo nodig aangevuld met inhoudelijke opmerkingen en suggesties. Bij een definitieve indiening wordt het vooronderzoeksplan bij de beoordeling betrokken.
55
Ambtelijke afdoening welstandsbeoordeling Bij bepaalde categorieën aanvragen kan de welstandsbeoordeling worden gedaan door medewerkers van het commissiesecretariaat. Voor een ambtelijke welstandstoets komen de volgende aanvragen in aanmerking: De in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (vervallen per 1 oktober 2010) bedoelde licht bouwvergunningplichtige bouwwerken, die voldoen aan de objectcriteria van de welstandsnota. Het betreft hier de kleinere bouwwerken, zoals aan- en uitbouwen, dakkapellen, zonnepanelen, erfafscheidingen etc., voor zover deze niet worden gebouwd op, aan of bij een beschermd monument en/of in een gebied met een beschermd welstandsniveau. De door de CWM voor bepaalde (delen van) straten aangewezen standaardplannen, in de welstandsnota 2014 aangeduid als herhalingsplannen of trendsetters. Bouwplannen waarvan de mening van de commissie als bekend kan worden verondersteld, bijvoorbeeld doordat in een commissieadvies concrete aanwijzingen voor kleine aanpassingen zijn gegeven waaraan is voldaan.
Agenda en verslag De agenda wordt door het welstandssecretariaat vastgesteld op de maandag voor de vergaderdag. Indien aanvragers of hun gemachtigde te kennen hebben gegeven dat zij hun plan tijdens de vergadering willen toelichten, dan worden zij hiertoe uitgenodigd door het secretariaat. De agenda en het verslag worden gepubliceerd op de gemeentelijke website.
56
FEITEN EN CIJFERS TON LEEUWENBURGH | welstandssecretaris In dit hoofdstuk wordt een kwantitatief overzicht gegeven van de welstandsadviezen over de jaren 2016, 2017 en 2018. In korte analyses worden de jaarcijfers vergeleken en besproken.
Aantal adviezen tbv omgevingsvergunningen verdeeld over bouwactiviteiten en monumenten Voor veel bouwactiviteiten moet een vergunning aangevraagd worden, de omgevingsvergunning. Voor monumenten geldt een aparte regeling, de aanvraag voor het wijzigen van een monument. Het aantal aanvragen is in de jaren 2016 t/m 2018 licht afgenomen. Gemiddeld 20% van de aanvragen bleek in deze periode betrekking te hebben op panden met monumentenstatus. Dit percentage weerspiegelt het grote aantal monumenten, dat Hilversum rijk is.
Type vergunning Aanvraag omgevingsvergunning
2018 449
81%
Aanvraag wijzigen monument
107
Totaal
556
2017 471
79%
19%
128
100%
599
2016 470
80%
21%
120
20%
100%
590
100%
57
Aantal adviezen per welstandskamer De welstandscommissie beoordeelt naast vergunningsaanvragen ook vooroverlegplannen. In onderstaande tabel wordt het totaal van de gegeven adviezen per welstandskamer vergeleken met de periode voor 2016. In die voorgaande jaren zijn de cijfers helaas niet volledig uitgesplitst, maar er zijn wel een paar trends te zien. Totaal adviezen: Nadat door de financiële crisis het aantal te beoordelen plannen vanaf 2008 drastisch was afgenomen, laten de cijfers vanaf 2013 een geleidelijke toename zien. In 2018 lijkt een keerpunt te zijn bereikt. Minder ambtelijke afhandeling: Per oktober 2015 is het aantal beschikbare uren van de secretariaatsmedewerkers behoorlijk afgenomen, waardoor er minder plannen ambtelijk konden worden behandeld of afgehandeld. Beschermde Gezichten Zuid en Oost: Medio 2015 zijn ook de bestemmingsplannen Beschermde Gezichten Zuid en Oost in werking getreden. De daarin opgenomen afwijkingsregels verplichten de gemeente om eerst advies in te winnen bij de Monumentenkamer van de CWM betreffende de cultuurhistorisch en ruimtelijke waarden van het beschermd gezicht. Bouwactiviteiten, die voorheen op grond van het Besluit Omgevingsrecht vergunningsvrij waren, worden nu wel voor advies aan de commissie voorgelegd en uitgebreider getoetst. Plannen waarvoor voorheen alleen een welstandsadvies was vereist, worden nu uitgebreider behandeld.
Ten opzichte van voorgaande jaren neemt het aantal gegeven adviezen toe door economische groei, het inwerking treden van bestemmingsplannen beschermde gezichten, de doorgaande ontwikkelingen van deelgebieden Anna’s Hoeve en Monnikenberg en meer incomplete plannen.
Beoordeeld door Welstandskamer I
2018 2017 2016 108
115
117
Welstandskamer II
419
378
519
Gezamenlijke Commissie
155
109
137
Monumentenkamer
156
261
95
Ambtelijk afgehandeld
55
71
34
Totaal
893
934
902
58
2015 2014 2013 563
718
575
15
7
124
105
82
72
31
800
774
718
Aantal adviezen per welstandsniveau In de welstandsnota is Hilversum opgedeeld in gebieden met eigen gebiedscriteria. Daarbinnen worden verschillende welstandsniveaus onderscheiden. De laagste niveaus zijn luw en gewoon, die voor 2016 beide onder regulier welstandsniveau vielen. Bijzonder en beschermd zijn de hoogste welstandsniveaus. Ook kunnen in masterplannen voor een specifiek gebied aanvullende welstandsregels zijn opgenomen, bijvoorbeeld in bijbehorende beeldkwaliteitsplannen of ambitiedocumenten. In de jaren 2016 t/m 2018 is de verdeling van de aanvragen voor advies redelijk stabiel gebleven voor wat betreft de verschillende welstandsniveaus. De percentages komen ook overeen met voorafgaande jaren.
Welstandsniveau
2018
Luw welstandsniveau
59
11%
Gewoon welstandsniveau
137
Bijzonder welstandsniveau Beschermd welstandsniveau Masterplan Anna's Hoeve
42
7%
25%
145
216
39%
120
22%
12
10%
24%
135
23%
235
39%
236
40%
158
26%
144
24%
2%
9
2%
12
2%
7
7
1%
Meerdere welstandsniveaus
1
0%
Totaal
2016
61
Masterplan Monnikenberg Welstandsniveau onbekend
2017
1%
1
0%
0%
1
0%
590
100%
4
1%
3
1%
556
100%
599
100%
59
Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling De CWM krijgt plannen onder ogen in verschillende fasen van het ontwerpproces. Per jaar zijn de cijfers in een aparte tabel opgenomen, zodat ze niet alleen absoluut maar ook relatief via percentages te vergelijken zijn. Wat opvalt is, dat bij de eerste behandeling van alle aanvragen het aantal negatieve adviezen relatief hoog is, zowel bij vooroverleggen als bij definitieve aanvragen. Die trend heeft zich in elk geval tot in 2018 doorgezet, toen zelfs meer dan de helft van de voorgelegde plannen negatief beoordeeld werden. Dit is deels het gevolg van het feit, dat steeds minder plannen werden aangehouden, maar gelijk een negatief advies werd afgegeven. Redenen om aan te houden ziet de commissie in aanvragen, waarbij de informatie net niet volledig is. Daarbij speelt ook de toegenomen complexiteit van aanvragen en de ingewikkeldheid van de welstandnota speelt een rol. Het aantal positieve adviezen daalde minder sterk: van 47% in 2016 via 43% in 2017 naar 40% in 2018.
60
2016
positief
negatief
aanhouden en
advies
advies
opmerkingen
totaal
Aanvraag omgevingsvergunning
187
50%
133
35%
56
15%
376
100%
Aanvraag wijzigen monument
29
33%
29
33%
29
33%
87
100%
Aanvraag vooroverleg omgevingsvergunning
41
48%
35
41%
9
11%
85
100%
Aanvraag vooroverleg wijzigen monument
9
36%
10
40%
6
24%
25
100%
Informeel vooroverleg omgevingsvergunning *
7
78%
0
0%
2
22%
9
100%
Informeel vooroverleg wijzigen monument *
3
43%
2
29%
2
29%
7
100%
Handhaving monument
0
0%
1
100%
0
0%
1
100%
276
47%