CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebrief inzake Jaarverslag CWM 2020-2021 en Jaarverslag CWM-CRKM 2022

GEMEENTERAAD 31 januari 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 013.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS

Aan de gemeenteraad cc commissieleden cc pers

DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

13 december 2023 ZAAKNUMM ER 1378448 BEHA NDELD DOOR Jolanda Vroons TELEFOON (035) 629 2931 DATUM

UW KENMERK

2 BETREFT Informeren over de jaarverslagen "CWM 2020-2021" en "CWM/CRK&M 2022"

BIJLAGEN

Geachte raadsleden,

Namens de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) en de Commissie Ruimtelijk Kwaliteit en Monumenten (CRK&M) van de Gemeente Hilversum bieden wij u hierbij de jaarverslagen aan van 2020-2021 en van 2022 aan. In deze jaarverslagen komen aan de orde op welke wijze de commissie uitvoering heeft gegeven aan de door het gemeentebestuur van Hilversum opgedragen adviestaak. U vindt in deze jaarverslagen informatie over de samenstelling en werkwijze van de commissie, een cijfermatig overzicht van de advisering, de trends en ontwikkelingen en een aantal aanbevelingen voor toekomstige gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Ook zijn enkele voorbeelden van plannen waarover adviezen zijn uitgebracht uitgelicht. Zoals u bekend, zijn de CWM en de ARK per 1 juli 2022 opgegaan in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK&M) en is de samenstelling van de commissie veranderd. In het jaarverslag 2022 wordt door de CRK&M een reactie gegeven op de aanbevelingen die zijn gedaan door CWM in het jaarverslag 2020/2021. Tevens doet zij een aantal aanbevelingen voor de toekomst. Onderwerpen die in deze aanbevelingen naar voren komen, zoals de Omgevingsvisie, Gebiedsagenda’s en Omgevingsplan staan in het kader van de invoering van de Omgevingswet reeds op het netvlies van het college.

De komende periode zal bijvoorbeeld verder gewerkt worden de integrale afwegingskaders in het Omgevingsplan en zullen de verkennings- en omgevingstafels formeel ingevoerd worden. De CRK&M is in 2023 een aantal keer betrokken geweest bij de advisering op de Omgevingsvisie en Gebiedsagenda Centrum. Hierdoor is de connectie tussen de commissie en het bestuur reeds versterkt. Het college stelt voor om de nadere kennismaking in ieder geval voort te zetten in een middagprogramma en wil graag met de commissie in gesprek blijven.

Met deze jaarverslagen wordt voldaan aan de verplichting op grond van de Woningwet, waarin is vastgelegd dat over de uitvoering van het welstandsbeleid moet worden gerapporteerd aan de gemeenteraad. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Commissie Welstand en Monumenten Jaarverslag 2020 en 2021

INHOUD INLEIDING

4

BESCHOUWING

6

AANBEVELINGEN, CONSTATERINGEN EN TRENDS

16

Wat is er gedaan met de aanbevelingen uit 2019?

16

Beschermde stadsgezichten

17

Hekwerken en lommerrijke wandelingen

17

Zonnepanelen

18

Zwart/wit gebouwen

18

Monumenten

19

Niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte

19

Stedenbouwers

20

Plannen waar B&W contrair is gegaan

20

Hele kleine woningen

21

Opvallend goede plannen

21

CIJFERS EN PERSONELE BEZETTING OVER 2020 & 2021

2

26

INLEIDING Voor u ligt het jaarverslag van de Commissie voor Welstand en Monumenten van de gemeente Hilversum over de jaren 2020 en 2021. De Commissie is volgens het reglement van orde gehouden om ieder jaar een verslag aan de raad uit te brengen omtrent haar werkzaamheden. Vanwege allerlei Corona vertraging is er door de commissie voor gekozen om één verslag over twee jaar te maken. Ook al omdat dit het laatste verslag van deze commissie in deze samenstelling is. Per 1 juli 2022 is er een nieuwe brede commissie benoemd waarmee de ARK (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit) en de CWM (Commissie voor Welstand en Monumenten) in elkaar zijn opgegaan in een nieuwe adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten. Het leek CWM daarom een goed idee dit jaarverslag te openen met een beschouwing over wat ons de komende jaren te doen staat in de stedenbouw en ruimtelijke ordening in Hilversum en welke mogelijke richtingen daarin wellicht aantrekkelijk zijn. Daarna geven wij een overzicht van de ontwikkelingen en trends die ons de afgelopen jaren zijn opgevallen en waar het college en de raad misschien iets mee zou willen of kunnen. Ook leek het ons goed om een aantal opvallend goede plannen voor het voetlicht te brengen. Tot slot zijn er de cijfers die laten zien wat wij de afgelopen twee jaar aan werk hebben verzet en met welke mensen wij dat gedaan hebben.

Wij hopen hiermee een verslag te hebben gemaakt dat inspiratie kan bieden en waarmee het niveau van de stedenbouw, architectuur en omgevingskwaliteit in Hilversum naar een nog hoger niveau gebracht kan worden.

Hoogte kaart Hilversum 20 juli 1905, Thieme 4

5

BESCHOUWING Ook Hilversum moet zich na twee decennia in de 21e eeuw gaan afvragen hoe zij de grote opgaven van onze tijd gaat aanpakken. Die opgaven zijn al een tijdje helder. Naast de energietransitie van fossiele- naar hernieuwbare - energie en het circulair maken van zo’n beetje alles, maar zeker van de bouwindustrie, is er de noodzaak tot veel meer woningen in de Randstad. En dan vergeten wij nog de stikstof problematiek en de dramatisch dalende biodiversiteit. Het lijkt in eerste instantie vreemd om een verslag van de Commissie voor Welstand en Monumenten te openen met voorgaande zinnen. Immers deze commissie houdt zich bezig met het toetsen van aanvragen voor een omgevingsvergunning en andere plannen, aan de criteria beschreven in de welstandsnota. Dus waarom hier beginnen over de energietransitie, circulariteit en biodiversiteit? De reden is simpel, al deze transities zullen voor een belangrijk deel hun beslag gaan krijgen in het publieke domein, in de openbare ruimte, in andere vormen van stedenbouw, van groen en architectuur. Want architecten en stedenbouwers hebben zich niet onbetuigd gelaten in het veroorzaken van de problemen waar wij nu mee te maken hebben. Als wij naar de mogelijke oplossingen zoeken van die 21e-eeuwse problemen ligt het voor de hand om naar de vorige eeuw te kijken, waarin dus kennelijk, met alle goede bedoelingen, deze problemen zijn ontstaan.

Problemen die wij nu moeten opruimen en herstellen. De architectuurhistoricus Jean Louis Cohen schrijft in de conclusie van zijn boek uit 2012 over de twintigste eeuw, The Future of Architecture since 1889, dat de twintigste eeuw slechts een kort intermezzo was in ’s werelds continue drama. En dat wat architectuur genoemd mag worden, niet meer zal zijn dan een handvol diamanten in een wereld vol rommel. De twintigste eeuw is voorbij en het lijkt er volgens Cohen op dat we weer teruggaan naar normaal. Het back to normal waarin de door Deyan Sudjic gemunte term Edifice Complex vrolijk verder kan woekeren. Het complex waardoor een enkele machthebber met geld, architectuur en steden bouwt terwijl de rest van de mensheid in rommel woont, werkt en recreëert, als ze dat al doen. Die twintigste eeuw die wij zo gewoon vinden, al was het maar omdat het overgrote deel van ons erin is geboren, blijkt, volgens Cohen, een anomalie te zijn. De twintigste eeuw waarin het even leek of goede architectuur en stedenbouw voor iedereen was weggelegd. Waarin wij in het Westen riolen, waterleidingen en badkamers in goed geventileerde huizen maakten, waardoor er, in combinatie met een veel betere gezondheidszorg, allerlei ellende verdween. Hilversum is met Zonnestraal en de sociale woningbouw van o.a. Dudok bijna een staalkaart te noemen van die ontwikkelingen.

Maar hoe komt het dat die 20e eeuw dan zo bijzonder was? Natuurlijk heeft dat van alles te maken met het 18e-eeuwse verlichtingsdenken dat vanaf het eind van de 19e-eeuw zijn praktische uitwerking krijgt. Maar volgens Carola Hein, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de TU Delft, is de belangrijkste reden waarom de 20e eeuw zo anders is, het gebruik van olie of beter fossiele brandstoffen. In haar inaugurele rede aan de TU Delft laat Hein overtuigend zien hoe olie de stedenbouw en architectuur, zo niet de hele samenleving, inclusief de kunst, hebben beïnvloed om niet te zeggen bepaald.

6

Gabriel Voisin in zijn eigen ontwerp aan het stuur

Zonder olie geen kunststof, geen benzine, geen auto’s en dus ook geen snelwegen. Er zijn talloze voorbeelden te noemen hoe olie de vorm van de stad en samenleving heeft bepaald. Zo was bijvoorbeeld de drijvende kracht achter het invloed rijke Plan Voisin, waarin de oude Parijse binnenstad gesloopt werd om plaats te maken voor Le Corbusiers Ville Radieuse, de gelijknamige, autofabrikant Voisin. Een ander voorbeeld is te zien in de documentaire Bikes versus Cars waarin wordt getoond hoe de autolobby c.q. General Motors het prachtige en goed functionerende openbaarvervoersysteem van Los Angeles opkoopt en vervolgens simpelweg opheft ten faveure van meer auto’s. Een uitgebreid netwerk van fietspaden werd ook nog afgebroken om zo L.A. dé autostad van de VS te maken. De haven van Rotterdam is ondenkbaar zonder olie. De komst van de olie-industrie heeft zelfs zijn weerslag op Den Haag, waar de hoofdkantoren van die oliemaatschappijen werden gevestigd, ver weg van de opslagtanks en raffinaderijen. Hein noemt dit Petrolscapes: landschappen die gemaakt zijn door de olie-industrie en alles wat daar mee samenhangt. Bijna onzichtbaar heeft de olie-industrie ons beïnvloed en gemaakt tot wie we zijn.

7

Nog duidelijker is het bij architectuur die rechtstreeks gebaseerd lijkt op de constructies die nodig zijn voor de olie-industrie, zoals raffinaderijen, boorplatformen en kunstmestfabrieken. Bijvoorbeeld Constant Nieuwenhuis’ New Babylon en Peter Cooks Plug in City of gebouwde voorbeelden als het Centre Pompidou in Parijs, de bibliotheek in Rotterdam of het Klinikum in Aachen, een ziekenhuis. Plan Voisin, Paris, France, 1925 door Le Corbusier, rechts boven is de Seine en het Louvre te ontwaren.

Signal Hill’s olieveld, gezien vanaf Reservoir Hill. 21 januari 1930, Los Angeles 8

Het academisch ziekenhuis van Aachen 1971-1985, foto Sacha Faber, Wikipedia Commons

Constant Nieuwenhuys, New Babylon, 1961, litho. Collectie Het Nieuwe Instituut, archief Academie van Bouwkunst. 9

Of wat te denken van alle moeite die de producenten van benzine en banden zich getroosten om de autobezitter maar meer en meer te laten rijden; van gratis wegenkaarten, reisgidsen tot de nog steeds gezaghebbende restaurant beoordelingen uit de Michelin-gids. De drie sterren zijn een dagreis waard, twee sterren een omweg. Zonder olie en oliemaatschappijen geen benzine, geen auto’s, geen lopende banden, geen autobanden, geen snelwegen, geen suburbs en geen Chartre d’Athenes.

La Charte d’Athènes werd tijdens het 4e CIAM congres in 1933, onder voorzitterschap van Van Eesteren, in Athene maar vooral ook op de boot vanaf Marseille er naar toe, opgesteld. En vervolgens pas tien jaar later - door Le Corbusier in bewerkte vorm - in het bezette Parijs gepubliceerd. Hierin wordt onder meer gepleit voor een scheiding van wonen, werken, verkeer en recreatie. Daar valt iets voor te zeggen, zeker in het begin van die 20e eeuw want wees eerlijk, wie wil er nu naast een olieraffinaderij wonen of een hoogoven in de achtertuin hebben staan? Ook lijkt het niet verstandig om een vuurwerkopslag midden in een woonwijk te situeren, of iedere tien minuten een Boeing rakelings over je schoorsteen te hebben vliegen. Er zat dus wel wat in. Maar als we nu tachtig jaar later terugblikken, is er ook een boel verloren gegaan met die brute scheiding van wonen, werken, recreatie en verkeer. 10

We hebben nu monotone industrieterreinen en kantoorparken waar je na zevenen een kanon af kan schieten zonder iemand te raken. Monotone woonwijken waar alle auto’s iedere ochtend en avond aansluiten in de rij van en naar het werk. En stadscentra waar steeds minder winkels zijn. Want spullen kopen we online of in een groot winkelcentrum naast de snelweg. In diezelfde binnensteden zijn vervolgens wel heel veel koffietentjes, barretjes, hotels, restaurants en musea. ‘De binnenstad als Disneyland’, zoals Michael Sorkin al schreef in zijn boek Variations on a Theme Park in 1992. Er wonen en werken nauwelijks meer mensen in de historische binnensteden van bijvoorbeeld Venetië of Amsterdam. Een ander voorbeeld is dat iedere zichzelf respecterende stad in Nederland wel een abrupt afgebroken poging heeft om hele grote autoinfrastructuur de stad in te halen. Ergens in de jaren zeventig hebben allerlei actiegroepen met wisselend succes deze Hausmann-achtige projecten, overigens meestal zonder de ruimtelijke kwaliteit daarvan, vaak halverwege weten te stoppen. Of het nou de Weesperstraat in Amsterdam is, de Sebastiaansbrug in Delft, de Catharijne singel in Utrecht of de chicane rond de oude haven in Rotterdam.

Allemaal plekken die we nu meer beschouwen als een stedenbouwkundig ongeluk waar het fijne bestaande weefsel wreed is verstoord, dan als de opmaat voor de vooruitgang van de moderne, op de auto gebaseerde, stad waar in 1925 van gedroomd werd. Ook in Hilversum is ooit voortvarend begonnen met de door Dudok bedachte Parkway, uit zijn Kernplan van 1946. Zijn plan impliceerde de sloop van de meeste dorpsbebouwing ten oosten van de Groest en ook nog een deel ter rechterzijde daarvan. De Prins Bernhardstraat, de Schapenkamp en de sanering bij het Station zijn de stille getuigen van deze gestrande ambities.

Kernplan, Dudok, 1946, Hilversum 11

Maar er is nog geen echte nieuwe uitweg uit deze gestrande ambities geformuleerd. Maar het is wel noodzakelijk dat die er gaat komen. Dat staat ook dagelijks in de krant en wordt tot vervelens toe herhaald in boeken en boekjes, beleidsvisies en toekomstvisies door allerlei overheden en wordt in steeds abstracter wordende termen geformuleerd: alles gaat veranderen. Het moet duurzamer: de zelfrijdende auto komt eraan, we gaan de Noordzee volzetten met windmolens en op alle daken komen zonnepanelen. The Next Economy zal noodzakelijkerwijs circulair zijn. Van smog maken we diamanten. Smart Grids vervangen de huidige netwerken. The Internet of Things gaat ons regeren. Als het in het weekend lekker waait en de zon schijnt, wordt er in Duitsland zoveel gesubsidieerde duurzame elektriciteit geproduceerd dat de energieprijzen negatief worden. Het gaat niet alleen veranderen, het is al aan het veranderen. En die veranderingen gaan de stad veranderen. Voorgoed. Althans; dat is de claim. In het boek Slimme Steden heeft Maarten Hajer het over een transitie. Maar sommigen schuwen de term paradigmawisseling niet. Maar is daar wel echt sprake van? En wat kan ons vak, ons oude, 5.000 jaar oude architectuur en stedenbouwkundige vak, daar eigenlijk aan bijdragen? De architect Willem Jan Neutelings hield in 2006 een lezing op het congres The Projective Landscape in Delft.

Daarin vertelde hij dat hij ook had gelezen en gehoord dat de architectuur en stedenbouw door de komst van o.a. het internet definitief zouden veranderen. Die nieuwe technologie zou de ideeën over de architectonische ruimte op haar grondvesten doen schudden. Hem was dat inderdaad opgevallen in hotelkamers. Hotelkamers zijn overzichtelijke dingen, een bed een stoel en een tafeltje. Aangezien mensen gemiddeld zo’n 1,6 tot 2 meter lang zijn, zijn bedden meestal ook zo’n 2 meter lang en een meter breed. Naast een plek voor die tafel en een stoel in zo’n hotelkamer, was Neutelings een aantal jaar geleden, een belangrijke architectonische innovatie opgevallen. Een gaatje in de muur van 1 x 1 cm, het data stopcontact. Inmiddels waren deze stopcontacten ook weer verdwenen door de opkomst van wifi. En verder zag zo’n hotelkamer er in de basis nog precies zo uit als duizend jaar geleden. Kortom: gaat het stoppen van het gebruik van fossiele brandstoffen en de overgang naar duurzame energie de architectuur en stedenbouw werkelijk veranderen? Heeft de komst van de zelfrijdende auto, het slimme grid, 3D printen, robots en de smart city als geheel nu echt dezelfde invloed als de komst van de auto of de omwenteling van de vroeg 19e-eeuwse maatschappij in die van de laat 20e-eeuwse? We blijven gewoon in een bed slapen, aan een tafel eten en op een stoel zitten.

En wat als Cohen nou gelijk heeft. Dat die twintigste eeuw de anomalie was. Naar welke eeuw gaan we dan terug? Naar de 17e of 18e of toch de vroeg 19e? Naar een stad die Jane Jacobs gewenst zou hebben, waarin in wonen, werken, verkeer en recreatie samen feestvieren in een opgebroken straat. Waar de auto’s zelfrijdend zijn en dus nauwelijks meer aanwezig en groen zorgt voor een prettig klimaat. Of zou misschien de Hilversumse tuinstad een model zijn? In zijn essay in Oase #92, ‘Traditioneel, subtiel innovatief en onontkoombaar modern’ laat Vittorio Magnago Lampugnano, hoogleraar stedenbouw aan de ETH in Zurich, zien dat de verheerlijking van het nieuwe of het nieuwste in zo’n beetje alle kunstvormen, maar vooral de architectuur en stedenbouw, een 18e-eeuwse uitvinding is. Waar voorheen categorieën als harmonie, volledigheid, evenwicht en perfectie belangrijk waren in de vorming van een oordeel over een kunstwerk waren dat toen opeens dissonantie, incompleetheid, verrassing en vooral vernieuwing. Niet langer stond het ambacht van de ontwerper centraal die gestaag voortbouwt op de bewezen kennis en vaardigheden van zijn voorgangers, maar 12

de mate van vernieuwing en vermeende discipline-overschrijdende kwaliteit van het werk. Als we de twintigste eeuw als de eeuw van het modernisme beschouwen en als we dat modernisme beschouwen als de cocktail van drie revoluties - de Franse, de Industriële en de Russische, respectievelijk staand voor de verlichting en wetenschap, het geloof in technologie, vooruitgang en massaproductie en een sociaal Marxistische economische component - dan zijn we wellicht, afgezien van die sociale component, nog lang niet postmodern maar nog volop modern. Maar dat wat wij over het algemeen modern of modernistisch noemen is eigenlijk al lang niet meer nieuw. Het maakt deel uit van de veel grotere historie waar we ons toe moeten verhouden, of we willen of niet. Dus als de twintigste eeuw een anomalie was en als de dwingende krachten van de door oliedollars gevoede entiteiten tot een einde komen, ligt er een kans om met de hoogstnoodzakelijke energietransitie, samen met de allernieuwste technologieën, het meer dan 5.000 jaar oude ambacht dat leert hoe je kwalitatief hoogwaardige stedelijk en architectonische ruimte maakt, weer in te zetten, zo niet leidend te maken. Het is een interessante vraag hoe dat in Hilversum zou kunnen. En misschien ook waar in Hilversum er nog ruimte is voor het bouwen van oplossingen voor bovengenoemde problemen. Merkwaardigerwijs is dat het centrum in Hilversum.

Het centrum waarover de meningen, voor wat de stedenbouw en architectuur betreft, niet bepaald eensgezind positief te noemen zijn. Of in een meer academisch idioom gesteld door Steegh: ‘In Hilversum leidden achtereenvolgens ‘Haufendorf’-verdichting, kerkdorpontwikkeling, textielindustrie, villabouw, tuindorpaanleg en daar bovenop nog eens de vestiging van ons nationale omroepbolwerk tot een uiterst komplex gestructureerde “stad”, waarin – bij goed zoeken – uit elke fase nog wel ruimtelijke relicten te vinden zijn’. Zoals gezegd lijkt het verstandig om voor de oplossingen in de 21e eeuw niet te kijken naar de 20e eeuw, waar die problemen nou net veroorzaakt zijn, maar te kijken naar de stad van de 19e of 18e eeuw. Naar steden van voor de fossiele energie en van voor de industrialisatie en de scheiding van functies. Het interessante is dat Hilversum, in haar wegenpatroon, nog zo’n 18e eeuwse structuur heeft in de binnenstad. Zoals een bewerkte luchtfoto uit het rapport van BBA laat zien.

Het stratenpatroon van 1830 in de huidige binnenstad. (bron: kadastrale minuut en Google Earth uit het rapport van BBA) 13

Het interessante is dat de wegen uit de 18e eeuw wonen, werken, verkeer, recreatie en ook groen combineerden. Groen maakte in de achttiende en negentiende eeuw veel meer deel uit van de doorgaande openbare ruimte dan in de twintigste eeuw. Waar in de modernistische stedenbouw groen het veld is voor het object dat er op staat - zoals Villa Savoye of de omroepgebouwen in Hilversum - is het groen in de achttiende- en negentiende-eeuwse stad deel van de doorgangsruimte of de straat. Of het nou de Heemraadsingel in Rotterdam is of de Lange Voorhout in Den Haag, de Maliebaan in Utrecht. Het centrum van Hilversum heeft een relatief lage dichtheid en een relatief lage bouwhoogte. Ook is er nog relatief veel ruimte beschikbaar. In stedenbouwkundige termen, het centrum heeft een lage FSI (floor space index = totaal gerealiseerd vloeroppervlak in verhouding tot het grondoppervlak) een laag aantal bouwlagen en een lage GSI (ground space index = verhouding tussen de footprint van het gebouwde en het beschikbare terrein).

Villa Savoye, Le Corbusier, 1931, Poissy, Frankrijk

Er lijkt een enorme potentie aanwezig te zijn in het centrum van Hilversum. Waar de combinatie van een 18e-eeuwse structuur, die wat reparatie en onderhoud verdiend, samen met een grote verdichtingsslag, die gebruikt moet worden om de ruimtelijke stedenbouwkundige kwaliteiten van die structuur te articuleren en verbeteren voorzien van ruimhartig structurerend groen. Het zou goed zijn als de gemeente opdracht zou geven om hiervoor door een aantal verschillende deskundige bureaus een aantal scenario’s te laten ontwerpen waaruit duidelijk wordt welke beslissingen tot welke nieuwe stedenbouwkundige structuren en kwaliteiten leiden. Dat gebeurt nu ook wel, maar vaak op een incidentele en te kleine schaal. Het gaat dan enkel en alleen om een te her-ontwikkelen pand of kavel. Maar niet over een idee voor de stad als geheel. Hilversum heeft een aantal fantastische kwaliteiten, maar die liggen vooral in de wijken tussen het centrum en de hei in maar niet in het centrum zelf. Maar met drie treinstations, midden in de Randstad, moet het toch mogelijk zijn om een groene door voetgangers en fietsen gedomineerde, stedelijk ruimte van zeer hoge kwaliteit te maken met een hoge dichtheid waarin het fantastisch, wonen, werken en recreëren is. Daarbij zouden ook de ruimtelijke en groene structuren van de wijken om het centrum heen, veel beter verbonden kunnen worden met dat vernieuwde centrum.

Hilversum is het aan zijn stand verplicht om te stoppen met incidentele verdichting en sloop nieuwbouw, maar al deze krachten zodanig te sturen dat het geheel leidt tot ontworpen stedelijke groene ruimte en geen optelsom aan toevalligheden.

Voor bovenstaande tekst is dankbaar gebruik gemaakt van de volgende twee teksten: • Bouwhistorische inventarisatie Centrum Hilversum, door BBA, auteurs: dr. ing. R. Stenvert en drs. A. Haartsen, in opdracht van de gemeente Hilversum 2014 • Een handvol diamanten in een zee vol met rommel, Denkbeelden voor een slimme energiestad, auteur: Jasper de Haan The Nordic City, in opdracht van de gemeente Groningen, maart 2016 Lange Voorhout Den Haag 14

15

AANBEVELINGEN, CONSTATERINGEN EN TRENDS Wat is er gedaan met de aanbevelingen uit 2019? In het jaarverslag van 2019 deed de commissie tien aanbevelingen. Een aantal van deze aanbevelingen is inmiddels beleid geworden. Aan een aantal andere wordt nog gewerkt. Ook zijn er aanbevelingen waar zover bij de commissie bekend, (nog) niets mee is gedaan. Hieronder een kort overzicht van die aanbevelingen en wat ermee gedaan is. De aanbeveling om het ambtelijk afdoen, onder mandaat van de commissie, van aanvragen voor dakkapellen, dakopbouwen, kleine uitbouwen is inmiddels staande praktijk geworden. Dat is positief omdat hierdoor vergunningstrajecten sneller en efficiënter kunnen worden doorlopen en de commissie meer aandacht kan geven aan grotere plannen en ontwikkelingen. Mede hierdoor was het mogelijk om ondanks de toename van aanvragen van relatief kleine plannen in 2021 toch op tijd te kunnen adviseren. Ook wordt er inmiddels gewerkt aan een wijziging van de nota waarmee het eenvoudiger en duidelijker wordt om dakopbouwen, dakkapellen en zonnepanelen, ook in beschermde gezichten, zo te ontwerpen dat ze voldoen aan de criteria in die nota. Dat zou meer duidelijkheid en zekerheid voor de aanvragers van dit soort relatief kleinere verbouwingen en uitbereidingen moeten scheppen. De commissie is blij dat hier nu werk van gemaakt wordt.

Een andere aanbeveling, het samenvoegen van de ARK, CWM en het omgevingsteam tot één adviserend orgaan voor de omgevingskwaliteit, is gedeeltelijk verwezenlijkt. Per 1 juli 2022 worden de CWM en de ARK samengevoegd tot een nieuwe adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten. Het is jammer dat daar niet ook nog het Omgevingsteam deel van uit maakt. Het omgevingsteam (OT) beoordeelt of plannen die niet voldoen aan het bestemmingsplan alsnog op medewerking van de gemeente kunnen rekenen door middel van een aanpassing of ontheffing van dat bestemmingsplan. De CWM denkt dat het, ook in het kader van de nog in te voeren omgevingswet, goed zou zijn als ook dit soort afwegingen in het openbaar, door een onafhankelijke commissie gemaakt worden. Hiermee zou dan een daadwerkelijk integraal advies aan B&W gegeven kunnen worden waarin alle aspecten van de omgevingskwaliteit integraal worden afgewogen. Dat is nu helaas niet altijd het geval. Het lijkt de CWM wenselijk dat overwegingen om af te wijken van het bestemmingsplan integraal worden afgewogen en niet als aparte onderdelen worden beschouwd waarbij de beeldkwaliteit als laatste aan de orde komt. De CWM pleit hier nogmaals voor een integrale advisering over omgevingskwaliteit. Waarbij ook vrijstellingen die binnen 16

het bestemmingsplan mogelijk zijn door deze samengestelde commissie worden beoordeeld op integrale beeldkwaliteit. Een voorbeeld hiervan is het plan voor de sloop nieuwbouw van St. Carolus aan de Bosdrift 96. Waar de mogelijkheden tot vrijstellingen uiteindelijk leiden tot wel een heel groot volume op dit binnenterrein waarmee uiteindelijk het alleen nog cosmetisch mogelijk was om het volume te verzachten. Dan waren er een aantal aanbevelingen die pleiten voor zaken als” speculatief ontwerpend onderzoek, onderzoek prijsvragen, het ontwikkelen van een samenhangende visie over de ruimtelijke richting die Hilversum in zou moeten slaan en een pleidooi voor een stadsbouwmeester die agendeert en enthousiasmeert. Daar hebben wij helaas de afgelopen twee jaar weinig van gezien. Het lijkt de commissie noodzakelijk dat hier middelen voor vrijgemaakt worden en dat er in een voortdurende dialoog met de raad, inwoners, de regio, deskundigen en alle andere betrokkene gewerkt wordt aan het antwoord op de vraag waar het met Hilversum naar toe moet. Vanzelfsprekend in het licht van de opgaven die hierboven geschetst zijn.

Het zou goed zijn als de gemeente een aantal verschillende bureaus opdracht zou geven om door middel van speculatief ontwerpend onderzoek verschillend scenario’s voor de toekomst van Hilversum te laten uitwerken, zodat in de discussie welke koers te varen, daadwerkelijk gevisualiseerde stedenbouwkundige uitgangspunten die de opgaven van deze eeuw adresseren, voeding kunnen geven in het beargumenteerd maken van die keuze. De commissie kwam te vaak beleidsstukken tegen waarin aantallen of dichtheden genoemd werden, zonder dat er door middel van tekeningen duidelijk gemaakt werd wat de ruimtelijke consequenties van die aantallen en dichtheden zouden zijn. Het lijkt de commissie van groot belang dat er zowel in de gemeenteraad als bestuurlijk inzicht komt wat bepaalde getallen, ambities of dichtheden nou eigenlijk betekenen voor de omgevingskwaliteit, voordat hierover besluiten worden genomen. Speculatief ruimtelijk ontwerpend onderzoek is een fantastisch middel om hier inzicht in te krijgen. De commissie pleit hier dan ook nogmaals om dit onderzoek te starten en hier ruimhartig middelen voor beschikbaar te stellen om op die manier de beste ontwerpers van dit land de kans te geven om ongekende oplossingen en vergezichten voor te stellen, zoals hierboven in de beschouwing ook al is bepleit.

Beschermde stadsgezichten Wij hebben in Hilversum drie rijks beschermde stadsgezichten, te weten: Noordwestelijk Villagebied, Plan Oost en Hilversum Zuid. Daarbij is het merkwaardig dat indertijd besloten is om voor het Noordwestelijk villa gebieden en Hilversum Zuid een beschermd welstandsniveau van toepassing te verklaren en voor Plan Oost een bijzonder en in sommige gevallen slechts een gewoon welstandsniveau. Het zou goed zijn dit te corrigeren.

Hekwerken en lommerrijke wandelingen Een waarneembare trend, in met name het Noordwestelijk villagebied, zijn aanvragen omgevingsvergunning voor het plaatsen van hoge en dichte erfafscheidingen, voorzien van grote afsluitbare poorten met camera’s en verlichting, aan de voorzijde tussen de voor/zij tuinen en de openbare 17

weg. Dit is wellicht te begrijpen uit het oogpunt van privacy en veiligheid van de individuele villabewoner. Maar de reden van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht verzet zich tegen het ontstaan van wegen die enkel begrensd worden door dichte hoge hekwerken al dan niet voorzien van inbraakwerende pinnen en stekels. Één van de grote kwaliteiten van dit gebied is dat de relatief smalle wegen zich tussen ruime voortuinen door slingeren afgegrensd met hooguit een laag (50 cm) hekje. Hiermee ontstaat een soort park waarbij de private voortuinen fungeren als een voor het zicht openbaar gebied. In dit park is dan een lommerrijke wandeling mogelijk. Dat is dan ook de reden dat de commissie in de afgelopen twee jaren herhaaldelijk negatief heeft moeten adviseren over dit soort aanvragen. Bijkomstige moeilijkheid is dat in bestemmingsplannen sprake is van een hogere maximumhoogte van een erfafscheiding aan de voorzijde dan in de welstandsnota wordt voorgeschreven. De commissie adviseert om hier eenduidig beleid en regelgeving voor te ontwikkelen die het open karakter van het beschermde gezicht, ook daadwerkelijk beschermt.

Zonnepanelen Er is, zeker het afgelopen jaar, behoorlijk wat te doen geweest over zonnepanelen en dan met name zonnepanelen in beschermde gezichten. De commissie hecht eraan om hier nogmaals te melden dat de nota in Hilversum al heel veel mogelijk maakt, zeker ten opzichte van beschermde gezichten elders in het land. Als dat ruimer zou moeten dan is dat aan de raad en niet aan de commissie. De commissie is een groot voorstander van het verduurzamen van monumenten en gebouwen in beschermde gezichten. Maar het is de taak van de commissie om ervoor te zorgen dat er geen monumentale waarden worden aangetast door bijvoorbeeld het rommelig plaatsen van zonnepanelen. De commissie heeft er bij het college op aangedrongen om een inventarisatie te maken, in de beschermde gezichten, over waar wat mogelijk is. En om deze in lijn te brengen met de richtlijnen die de RCE daarvoor geeft. Net als de gemeente Amersfoort dat heeft gedaan bij haar beschermde gezichten. Naar wij hebben begrepen is er inderdaad een opdracht gegeven om hier iets mee te doen aan een extern bureau, maar het is de commissie niet duidelijk wat de stand van zaken daarin is.

Zwart/wit gebouwen En ander duidelijk waarneembare trend is sloop-nieuwbouw of complete make-overs van niet monumenten in het beschermde stadsgezicht die allemaal uitgevoerd worden met hele donkere, zo niet zwarte kunststof kozijnen en vaak ook een hele donkergrijze, antracietkleurige gevel of juist een heel erg knallend witte gevel. Deze uiterst contrastrijke kleur en materiaal stellingen passen niet in het beschermde stadsgezicht en ook niet binnen de criteria van de nota.

18

Monumenten Het valt de commissie op dat er steeds vaker zonder vergunning aan monumenten verbouwd wordt. Of in ieder geval dat handhaving steeds vaker een bouwstop in moet stellen vanwege illegale bouwactiviteiten aan een monument, waardoor de commissie achteraf de vraag krijgt voorgelegd of zij kan instemmen met legalisatie van de ontstane situatie. Daarmee zijn vaak monumentale waarden verloren gegaan, die niet of nauwelijks meer terug te krijgen zijn. Vanzelfsprekend betreurt de commissie dat. Maar het is de vraag hoe deze trend te keren is? Goede voorlichting over wat een monument is (niet alleen het buitenaanzicht), welke waarden er in het geding zijn en wat er wel en niet mogelijk is, zou een rol kunnen spelen. Maar als Hilversum haar aanwijzingen tot monument serieus neemt dan zou er ook eens opnieuw gekeken moeten worden naar de sancties die er staan op het zonder vergunning wijzigen van een monument. En dan vooral of die sancties nog wel opwegen tegen de voordelen die te behalen zijn, door calculerende initiatiefnemers, met het zonder vergunning wijzigen van een monument waarbij monumentale woorden worden aangetast.

Niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte De commissie heeft steeds meer moeite met het uitgangspunt dat, als iets niet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, er dan lagere tot helemaal geen criteria voor de beeldkwaliteit worden gesteld. Zo hoeven bijvoorbeeld volgens de nota soms dakkapellen aan achterkanten aan veel minder criteria te voldoen dan die aan voorkanten. Hoewel dit ook landelijk beleid is ziet de commissie dit toch als een zorgelijke ontwikkeling. Dat heeft twee oorzaken. Ten eerste is het nog niet zo eenvoudig om te bepalen of je iets nou wel of niet kan zien vanuit de openbare ruimte. Helemaal niet, of toch een beetje, of alleen vanuit een bepaalde hoek zijn dan vaak discussie waar je in belandt. Nog afgezien van de vraag waar die openbare ruimte dan precies is. Is een terras aan de achterkant van een restaurant niet ook openbaar? Of als je vanuit een school, schoolplein of wandelpad door een wijk op een binnenterrein iets kan zien. Is dat dan openbaar of niet? De tweede vraag is of het nou wel zo’n goed idee is als de mensen op de openbare weg het uitzicht op een wanstaltige op- of uit-bouw bespaart blijft, maar de 25 mensen die in de 10 woningen aan de achterzijde wonen, wel dag in dag uit vanuit hun woonkamers, keukens en slaapkamers naar dit niet aan redelijk eisen van welstand voldoend bouwwerk moeten kijken? Aan de achterkanten zijn ook mensen.

En ook aan achterkanten mag je een minimale ruimtelijke en architectonische kwaliteit verwachten. De commissie pleit er dan ook voor om achterkanten of delen die niet zichtbaar zouden zijn vanuit de openbare ruimte niet welstandsvrij te maken.

19

Stedenbouwers In de loop van 2020 is de afdeling stedenbouw met de komst van twee nieuwe stedenbouwkundigen weer bezet. De commissie is hier verheugd over maar kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de afdeling stedenbouw het nog steeds heel erg druk heeft. De commissie vraagt zich dan ook af of de afdeling stedenbouw niet versterkt zou moeten worden zodat alle plannen, ambities en uitdagingen met voldoende stedenbouwkundige menskracht worden begeleid. Ook denk de commissie dat het goed zou zijn als er een hoofd stedenbouw of stadsbouwmeester benoemd wordt, die de eindverantwoordelijke zou zijn voor de uitvoering van het stedenbouwkundig en ruimtelijk beleid. Zo’n persoon zou voor zowel het college, als de raad, als de commissie ruimtelijke kwaliteit en alle ambtenaren een verbindende factor kunnen zijn. De commissie denkt dat zo’n stedenbouwkundig meewerkend voorman van grote waarde zou kunnen zijn.

Plannen waar B&W contrair is gegaan In 2020 & 2021 is het college 3 keer contrair gegaan. Contrair houdt in dat het college ondanks een negatief advies van de commissie dit terzijde legt en alsnog de gevraagde vergunning verleent. Het betrof een dakkapel aan de voorzijde in de Hazenstraat 8, die niet voldeed aan de criteria, maar waarvan het college vond, dat gezien de aanwezigheid van andere dakkapellen in die straat die ook niet voldeden dat het vanuit het gelijkheidsbeginsel beter was om deze vergunning alsnog te verlenen. Daarnaast was er een aanbouw, berging en houtopslag, aan de zijkant van een gemeentelijk monument op de 1e Nieuwstraat 60. De commissie is van mening dat de monumentale waarden door deze zwarte houten berging die asymmetrisch tegen een symmetrische wit siergestucte zijgevel wordt geplaatst, te veel worden aangetast. Het college dacht daar kennelijk anders over. Over deze twee zaken heeft helaas geen overleg met de commissie of de voorzitter plaatsgevonden, terwijl dat wel de afspraak is en ook zo in het reglement van orde is afgesproken. Over het derde plan waar het college contrair is gegaan heeft gelukkig wel overleg plaatsgevonden. Het betreft de aanleg van de HOV. De commissie heeft begrip voor het feit dat het college hier contrair is gegaan en begrijpt haar argumentatie.

Maar de commissie is wel verbaasd dat er kennelijk dit soort grootschalige infrastructurele projecten in Hilversum plaatsvinden zonder dat daarvoor, zoals in andere gemeenten heel gebruikelijk is, er een beeldkwaliteitsplan met een team en een supervisor voor aangesteld wordt, om ervoor te zorgen dat de architectonische en stedenbouwkundige inpassing een meerwaarde voor de stad oplevert. En er niet, zoals nu het geval is, er op een vrij utilitaire wijze zonder veel aandacht voor de omgevingskwaliteit infrastructuur gemaakt wordt. Dit zijn echt gemiste kansen. De commissie pleit ervoor om bij alle grootschalige projecten, of dat nou een nieuw politiebureau, een HOV-lijn of een nieuw ziekenhuis is, er meer aandacht komt voor de inpassing en de omgevingskwaliteit. Middelen daarvoor zijn beeld kwaliteitsplannen en het aanstellen van supervisoren die, met een mandaat, 20

deze kwaliteit kunnen bewaken. In het verlengde hiervan ligt natuurlijk de aanbeveling uit 2019 om een stadsbouwmeester of hoofd stedenbouw aan te stellen, die de ruimtelijke kwaliteiten dagelijks stimuleert en bewaakt.

Hele kleine woningen De afgelopen twee jaar viel het de commissie op dat er bij veel plannen voor woningbouw, zowel voor herbestemming van gebouwen als bij nieuwbouw er vaak hele kleine appartementen worden ontworpen. Die met veel kunst en vliegwerk maar net aan de regelgeving voldoen. Vaak appartementen die sowieso kleiner zijn dan 50 m2 omdat er dan geen buitenruimte en berging vanuit het bouwbesluit wordt voorgeschreven. Maar heel vaak nog kleiner tot minder dan 30 m2. Ook worden daarmee vaak de eisen aan de daglicht voorziening zodanig opgerekt dat er eigenlijk onwenselijke situaties ontstaan. Er ontstaan dan “woningen” waar eigenlijk niemand in zou willen of moeten wonen. En die door hun aard niet bijdragen aan een goede omgevingskwaliteit en aanleiding zijn tot conflicten tijdens bewoning, met alle ruimtelijke gevolgen, zoals schuttingen, afscheidingen en blinderingen van dien. De commissie ziet in andere gemeenten dat er aanvullende regelgeving wordt gemaakt in verordeningen of bestemmingsplannen om deze hele kleine woningen te voorkomen. Ook ten aanzien van het splitsen van grotere eenheden in kleinere woningen ziet de commissie veel lokale regelgeving in het land die dat tegengaat. De commissie adviseert om hierover beleid te maken.

Het gaat dan om de vraag of je als gemeente wel wil dat een substantieel gedeelte van de woningvoorraad gaat bestaan uit niet meer dan een soort hotelkamers en wat daar dan de ruimtelijke en stedenbouwkundige consequenties van zijn. Voor bijvoorbeeld, parkeren van auto’s maar ook fietsen e.d., huisvuil containers en het algemene gebruik van de openbare ruimte.

Opvallend goede plannen De commissie heeft in de afgelopen twee jaar gelukkig ook plannen op tafel gehad die opvielen omdat ze zo goed waren. En waarover de commissie, met de architecten, onmiddellijk een gesprek had op een hoog collegiaal niveau. Dat gesprek ging dan vaak over hoe met welke architectonische middelen de gestelde ambities nog beter of mooier te bereiken zouden zijn. Of over hoe de aansluiting bij de omgeving nog passender of eleganter zou kunnen. Vaak waren dat niet de grote prestigieuze plannen, maar juist de kleine subtiele verbouwingen of slimme ingrepen bij een monument. Of een gesprek om een detail van een dakrand of dakgoot net iets subtieler uit te voeren. Of het ter plaatse gezamenlijk beoordelen of een bepaalde baksteen of kleur nu juist wel of niet het gewenste effect in die omgeving zou hebben. Wij zouden er een heel jaarverslag mee kunnen vullen maar wij hebben besloten dat niet te doen, omdat wij het noodzakelijk vonden om een aantal andere zaken te agenderen. Maar omdat de commissie het natuurlijk toch niet helemaal kan laten om haar enthousiasme over bepaalde plannen te laten zien menen wij hier toch een aantal plannen kort voor het voetlicht te moeten brengen.

De commissie en haar secretariaat hebben hun uiterste best gedaan de makers en eventuele rechthebbenden van het materiaal in hun archieven op te sporen en toestemming te vragen voor gebruik in dit document.

21

Project 1

Project 2

Verduurzaming woningen Asterstraat/Zinniastraat (beschermd stadsgezicht Plan Zuid en gemeentelijk monument)

Restauratie en transformatie van de oude wybertjesfabriek tot kantoor (gemeentelijk monument)

Opdrachtgever: de Alliantie. Architect: van Schagen Architecten

Opdrachtgever: Eliza Vastgoed B.V. Architect: Bergen Kolpa architecten.

Impressie nieuw

Verticaal detail raamkozijn oorspronkelijk 22

Impressie bestaand

Verticaal detail raamkozijn bestaand

Voorzijde Wybertjesfabriek

Verticaal detail raamkozijn nieuw

Zijgevel Wybertjesfabriek

Wybertjesfabriek met sloopnieuwbouw project op naastgelegen terrein (project 1221) 23

Project 3

Project 4

Restauratie en transformatie van een Zout en Zandbunker (rijksmonument) tot 6 appartementen en een kantoor.

Houten schuur/ tuinhuisje op binnenterrein ouderencentrum De Boomberg/ Liv Inn.

Opdrachtgever: Eigenaar Architect: Architectenbureau A. van der Horst.

Geveltekening door de jaren 24

Opdrachtgever: Stichting Habion Architect: Raumkultur.

Exploded view ontwerp tuinhuisje

Eindresultaat tuinhuisje op binnenterrein ouderencentrum 25

CIJFERS EN PERSONELE BEZETTING OVER 2020 & 2021 De jaren 2020 en 2021 waren ook voor de commissie twee jaren die getekend zijn door Corona maatregelen. Vanaf 20 maart 2020 is de commissie onmiddellijk overgeschakeld op online vergaderen met Zoom, zodat de commissievergaderingen doorgang konden vinden. Het is ons gelukt om niet één vergadering over te slaan. Op het eerste kwartaal van 2020 en een korte onderbreking in de zomer van 2020 na, hebben wij deze twee jaren uitsluitend online vergaderd. Vanzelfsprekend heeft dat een zware wissel getrokken op de commissieleden. Minimaal 26 vergaderingen per jaar vergden zo’n 9 uur per vergadering, waarin de commissie in wisselende samenstellingen, maar met één voorzitter en secretaris, zo’n ruime 25 plannen per vergadering behandelde. Het online vergaderen bracht met zich mee dat voor vrijwel ieder plan, hoe klein ook, zich wel een aanvrager, al dan niet met architect, meldde om het plan toe te lichten. Waarmee het gemiddelde aantal plannen per vergadering daalde naar 22. Ook zijn er in 2021 veel meer plannen ambtelijk of in mandaat afgehandeld zonder dat deze in de commissie werden besproken. Die trend was al ingezet in 2019 toen zo’n 110 plannen ambtelijk werden afgedaan, in 2020 was dat gedaald naar 75 plannen, met name vanwege een onderbezet secretariaat, en nam toe tot 350 ambtelijk of gemandateerd afgehandelde adviezen in 2021.

Hiermee waren er eind 2021 nauwelijks meer “kleine” plannen die in welstandskamer II op de agenda stonden. Met als gevolg dat de 723 adviezen die wij in 2021 schreven veel meer over grotere en complexere plannen gingen dan de 852 adviezen (in 2019) en de 813 adviezen (in 2020). Het ambtelijk of in mandaat afhandelen van die kleinere plannen was een aanbeveling van de commissie in het jaarverslag van 2019. Het secretariaat heeft dit in overleg met de commissie goed opgepakt waardoor deze plannen sneller van een advies voorzien konden worden. Ook de grote stijging van 22% kleinere plannen in 2021 kon, met name door mandatering aan Mooi Noord Holland, hiermee opgevangen worden.

26

Deze stijging is een duidelijk corona effect dat te zien is in de cijfers. Waar in 2019 469 adviezen werden gegeven op de “kleinere” plannen in Welstandskamer II, inclusief de ambtelijke adviezen over die kleinere plannen (dit zijn bijvoorbeeld plannen voor dakopbouwen, dakkapellen, aanbouwen en andere kleinere uitbereidingen) zien wij in 2020 eerst een lichte daling tot 427 adviezen, maar in 2021 heeft de commissie maar liefst 558 adviezen (inclusief ambtelijke adviezen) uitgebracht over dit soort relatief kleine verbouwingen. Het heeft er alle schijn van dat de corona-maatregelen ertoe geleid hebben dat er veel meer kleinere verbouwingen zijn geïnitieerd dan daarvoor. In alle overige cijfers zijn geen noemenswaardige trends te ontdekken of het moet zijn dat het aantal aangehouden plannen met zo’n 39% is afgenomen van 66 in 2019 tot 40 in 2021. Plannen worden doorgaans aangehouden als er niet genoeg informatie in de stukken te vinden is om een gedegen advies te geven. De commissie en het secretariaat hebben de afgelopen drie jaar er bij de plantoetsers voortdurend op aangedrongen om in overleg met de aanvragers, ervoor te zorgen dat de dossiers compleet zijn alvorens die te agenderen in de commissie en bij complexe plannen een welstandspresentatie toe te voegen. Dat lijkt nu zijn vruchten af te werpen.

Voor alle overige cijfers verwijzen wij graag naar de hieronder opgenomen tabellen. Naast het online vergaderen dat het werk er van de commissie niet eenvoudiger op maakte hebben wij in 2020 tot onze spijt afscheid moeten nemen van onze zeer gewaarde secretaris, Ton Leeuwenburg, die zich eind 2020 ziek moest melden en in 2021 helaas ontslag heeft genomen. Wij missen zijn kennis, ervaring, nauwgezetheid en humor nog steeds. Dat heeft tot gevolg gehad dat de commissie met een aantal inval secretarissen heeft moeten werken totdat op 1 september 2021 Jolanda Vroons het secretariaat kwam versterken. Samen met Bas van Steen en Yvonne Salomons is het secretariaat daarmee weer volledig bemenst. Naast het secretariaat heeft de commissie en dan met name de monumentenkamer, ook de afgelopen twee jaar, veel gehad aan de ondersteuning vanuit de afdeling erfgoed in de persoon van Friederike Hensch. Met name haar voortdurende inzet, vinger aan de pols en samenwerking met de architecten bij de renovatie en restauratie van corporatie woningen met een monumenten status is van grote waarde voor het behoud van deze monumenten geweest. Samenstelling commissie 2020 en 2021 Vakgebied Voorzitter / Architect Architect

Naam Jasper de Haan Richel Lubbers

Architect Burgerlid Restauratie architect Architectuur / Cultuurhistoricus

Joris Molenaar Hester Gietelink Alenca Mulder Irmgard van Koningsbruggen

27

Aantal adviezen per welstandsniveau 2019, 2020, 2021

Ambtelijke ondersteuning Vakgebied Secretariaat CWM Secretariaat CWM

Naam Ton Leeuwenburgh (2020) Bas van Steen (2020- 2021)

Secretariaat CWM Secretariaat CWM Secretariaat CWM Cultureel Erfgoed Cultureel Erfgoed Cultureel Erfgoed Cultureel Erfgoed Stedenbouwkundig Stedenbouwkundig Stedenbouwkundig

Jolie Kalmijn (1e helft 2021) Jolanda Vroons (2e helft 2021) Yvonne Salomons (2020- 2021) Friederike Hensch Annette Koenders Lotte Portier Safaa Atallah Erik van Schaijk Djacco van den Bosch Joost van den Tillaart

Luw Gewoon Bijzonder Beschermd Masterplan Anna’s Hoeve Ambitiedocument Monnikenberg Welstandsniveau onbekend Diverse welstandsniveau’s Totaal

2019 105 253

2020 90 252

2021 111 288

373 197 9

335 184 6

421 236 6

20

12

8

3

8

3

2

1

0

962

888

1073

Aantal aanvragen bouwen en monumenten 2019, 2020 en 2021 Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling 2019 Aanvraag bouwen Aanvraag monumenten

2019 483 130

2020 417 115

2021 459 113

Totaal

613

532

572

Aantal adviezen per welstandskamer 2019, 2020, 2021

Welstandskamer 1 Welstandskamer 2

2019 140 359

2020 125 352

2021 117 208

Gezamenlijke commissie Monumentenkamer Ambtelijk afgehandeld Totaal

181 172 110 962

126 210 75 888

135 263 350 1073

28

Aanvraag bouwen Aanvraag monumenten Vooroverleg bouwen Vooroverleg monument Verzoek aanwijzing monument Informeel overleg bouwen Informeel overleg monument Handhaving bouwen Handhaving monument Bezwaar bouwen Bezwaar monument Totaal

Positief advies 160 47

Negatief advies 204 44

Aanhouden 35 14

Totaal 399 105

20

51

5

76

6

13

5

24

1

0

7

8

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

1

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

234

313

66

613 29

Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling 2021

Adviezen per type aanvraag bij eerste behandeling 2020

Aanvraag bouwen Aanvraag monumenten Vooroverleg bouwen Vooroverleg monument Verzoek aanwijzing monument Informeel overleg bouwen Informeel overleg monument Handhaving bouwen Handhaving monument Bezwaar bouwen Bezwaar monument Totaal

30

Positief advies 105 33

Negatief advies 201 47

Aanhouden 39 8

Totaal 345 88

20

36

7

63

5

14

1

20

1

1

0

2

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

0

4

0

8

0

8

0 0

1 1

0 0

1 1

164

313

55

532

Aanvraag bouwen Aanvraag monumenten Vooroverleg bouwen Vooroverleg monument Verzoek aanwijzing monument Informeel overleg bouwen Informeel overleg monument Handhaving bouwen Handhaving monument Bezwaar bouwen Bezwaar monument Totaal

Positief advies 126 40

Negatief advies 229 51

Aanhouden 23 11

Totaal 378 102

18

47

1

66

3

4

1

8

1

0

1

2

0

0

0

0

0

0

0

0

2

5

1

8

0

0

1

1

0 3

0 3

0 1

0 7

193

339

40

572

31

Commissie Welstand en Monumenten Jaarverslag 2022

INHOUD

INLEIDING

INLEIDING

3

Geachte leden van de gemeenteraad,

COMMISSIE, WERKWIJZE EN BEOORDELINGSKADER

4

DE ADVIEZEN: CIJFERS, STATISTIEKEN, TRENDS EN ONTWIKKELINGEN

8

Namens de Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) en de Commissie Ruimtelijk Kwaliteit en Monumenten (CRK&M) van de Gemeente Hilversum bied ik u hierbij graag ons jaarverslag van 2022 aan.

REACTIE OP DE AANBEVELINGEN VAN DE CWM IN JAARVERSLAG 2020 EN 2021

12

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN VOOR DE TOEKOMST

14

EEN SELECTIE VAN PLANNEN EN ADVIEZEN

18

De commissie bestaat uit door uw gemeenteraad benoemde onafhankelijke deskundigen. Met dit jaarverslag wordt voldaan aan de verplichting op grond van de Woningwet, waarin is vastgelegd dat over de uitvoering van het welstandsbeleid moet worden gerapporteerd aan de gemeenteraad. De commissie is daarnaast een direct aanspreekbaar klankbord voor het college van B&W voor alle ontwikkelingen die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. In dit jaarverslag komt aan de orde op welke wijze de commissie uitvoering heeft gegeven aan de door het gemeentebestuur van Hilversum opgedragen adviestaak. U vindt in dit jaarverslag informatie over: • de samenstelling en werkwijze van de commissie; • een cijfermatig overzicht van de advisering, trends en ontwikkelingen; • een reactie op de aanbevelingen gedaan door CWM in het jaarverslag 2020/2021; • een aantal aanbevelingen voor toekomstige gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid; • enkele voorbeelden van plannen waarover adviezen zijn uitgebracht; De commissie wil met haar advisering bijdragen aan een aantrekkelijke en waardevolle leefomgeving, maar ook aan een breed maatschappelijk en politiek draagvlak voor ruimtelijke kwaliteit.

De commissie kan daar volgens haar een positieve bijdrage leveren door niet alleen advies te geven aan het college van B&W voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen, maar het liefst ook aan de gebruiker zelf op een zo vroeg mogelijk moment in het planproces. De commissie heeft met plezier een bijdrage geleverd aan een zorgvuldige en kwalitatieve inrichting van de waardevolle omgeving van de gemeente Hilversum. Ze hoopt dat de aanbevelingen inspiratie kunnen bieden om de ruimtelijke kwaliteit van Hilversum te borgen en te versterken.

3

COMMISSIE, WERKWIJZE EN BEOORDELINGSKADER Samenstelling Op 2 februari 2022 heeft de gemeenteraad ingestemd met de samenvoeging van de bestaande Commissie Welstand en Monumenten (CWM) en Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) tot een nieuwe adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRK&M) vanaf 1 juli 2022. Dit heeft geleid tot een bredere samenstelling van disciplines en een andere werkwijze. De leden van de commissie zijn in principe benoemd voor een periode van 3 jaar, met de mogelijkheid van een eenmalige herbenoeming voor de leden die niet zijn meegekomen vanuit de bestaande commissies. Zowel de CWM als de CRK&M adviseerde onafhankelijk ten opzichte van de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur. Beide commissies zijn ondersteund door het secretariaat en door verschillende ambtelijke adviseurs. Hieronder een overzicht van de samenstelling van de CWM, de CRK&M en de ambtelijke ondersteuning. Samenstelling CWM tot 1 juli 2022 Vakgebied Voorzitter / Architect Architect

Naam Jasper de Haan (tot 17 april) Rowin Petersma (vanaf 17 april) Richel Lubbers

Architect Burgerlid Restauratie architect Architectuur / Cultuurhistoricus

Joris Molenaar Hester Gietelink Alenca Mulder Irmgard van Koningsbruggen

4

Samenstelling CRK&M vanaf 1 juli 2022 Vakgebied Voorzitter / Architect Architect

Naam Rowin Petersma Joris Molenaar

Architect Architect Burgerlid Restauratie architect Restauratie architect Architectuur- / Cultuurhistoricus Stedenbouwer

Claudia Schmidt Jan Willem Baijense Hester Gietelink Alenca Mulder Hugo van Velzen Ingrid Oosterheerd Rocco Reukema

Ambtelijke ondersteuning Vakgebied Secretaris CWM en CRK&M Secretaris CWM en CRK&M

Naam Bas van Steen Jolanda Vroons

Secretariaat CWM Secretariaat CRK&M Adviseur Cultureel Erfgoed Adviseur Cultureel Erfgoed Adviseur Cultureel Erfgoed Adviseur Cultureel Erfgoed Adviseur Stedenbouw Adviseur Stedenbouw Adviseur Stedenbouw Adviseur Stedenbouw

Yvonne Salomons (tot 1 juli 2022) Nicole van Heerikhuize (vanaf 1 oktober 2022) Friederike Hensch Annette Koenders Lotte Portier Safaa Atallah Erik van Schaijk Djacco van den Bosch Joost van den Tillaart Jasper Brus

Organisatie CWM De Commissie Welstand en Monumenten vergaderde in zogenaamde kamers: Welstandkamer 1, Welstandkamer 2, Monumentenkamer en de Gezamenlijke commissie. In de welstandkamers 1 en 2 werden plannen behandeld die geen directe relatie hadden met cultureel erfgoed. De complexere plannen werden beoordeeld in Welstandskamer 1 en de objectgerichte plannen (zoals aan- en opbouwen of gevelwijzigingen) werden beoordeeld in Welstandskamer 2. De minder complexe plannen aan of bij monumenten en/of binnen beschermde stadsgezichten werden beoordeeld door de Monumentenkamer. Zeer grote of complexe plannen zijn beoordeeld door de Gemeenschappelijke commissie, waarin alle leden van de commissie vertegenwoordigd waren.

5

Enkelvoudige objectgerichte plannen zoals dakkapellen, aan- en opbouwen, erfafscheidingen, gevelwijzigingen en reclame binnen luw, gewoon en bijzonder welstandsniveau werden door de secretarissen ambtelijk getoetst. Bij twijfel in de beoordeling werd het plan alsnog aan de commissie voorgelegd. De werkwijze van ambtelijk toetsen is vastgelegd in het protocol ‘ambtelijke welstandstoets’ 2021.

Organisatie CRK&M De eerdergenoemde zogenaamde kamers hebben plaatsgemaakt voor subcommissies. Bij de agendering van een plan wordt zowel gekeken naar de grootte of complexiteit van een plan als naar de fase waarin een plan zich bevindt: opgave-, ontwerp- of beoordelingsfase. Ook binnen de structuur van de CRK&M zijn enkelvoudige objectgerichte plannen binnen luw, gewoon en bijzonder welstandsniveau door de secretarissen ambtelijk getoetst op basis van het protocol ‘ambtelijke welstandstoets’ 2021. Eenvoudige plannen binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed (monumenten en beschermd welstandsniveau) worden beoordeeld door de Subcommissie Kleine Plannen. Een uitzondering sinds 27 oktober 2022 is de beoordeling van zonnepanelen op panden binnen de beschermde stadsgezichten. Deze worden ook ambtelijk getoetst door de secretarissen. Wanneer een plan groter of complexer van aard is, wordt er gekeken in welke fase in het ruimtelijke ontwikkelingsproces het plan zich bevindt. Is de adviesvraag opgavegericht (ruimtelijke plannen, programma’s, beleid en visies met een ruimtelijke impact), dan wordt het plan besproken in Subcommissie 3. Dit is in grote lijnen de vervanging van de voormalige Advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) (geen onderdeel van jaarverslagen CWM).

Ook adviezen over gemeentelijk beleid met impact op de ruimtelijke kwaliteit worden door Subcommissie 3 gegeven. Wanneer een ontwikkeling of plan zich in de ontwerpfase bevindt, vaak voorgelegd als een vooronderzoek, dan wordt hierover geadviseerd door Subcommissie 2. In deze subcommissie zijn alle disciplines vertegenwoordigd. Tot slot worden plannen die ingediend worden als aanvraag omgevingsvergunning beoordeeld door Subcommissie 1. Hier worden de verder uitgewerkte plannen voornamelijk beoordeeld op volledigheid, detaillering en kleur- en materiaalgebruik.

Advisering en openbaarheid De vergaderingen die betrekking hebben op reguliere aanvragen voor een omgevingsvergunning en vooronderzoeken zijn altijd openbaar. De openbaarheid geldt voor de beraadslagingen, de beoordeling en de adviezen. Het tijdstip van de vergadering van de commissie wordt minimaal twee dagen voorafgaand aan de vergadering bekend gemaakt op de gemeentelijke website. Indien de aanvrager bij het indienen van de aanvraag om vergunning dit heeft gevraagd (men kan dit aanvinken op het aanmeldingsformulier), dan wordt diegene uitgenodigd om een toelichting te geven op het bouwplan. Bij de grote plannen worden, gezien de complexiteit en omvang, de betrokkenen altijd uitgenodigd om een toelichting te geven. Eventueel belanghebbende kunnen spreekrecht krijgen in de vergaderingen. Wanneer men gebruik wil maken van zijn of haar spreekrecht, wordt dat vooraf bij de secretaris aangevraagd. 6

De procedure per behandeling is als volgt. Wanneer een gemachtigde of aanvrager aanwezig is geeft diegene een korte toelichting op het plan, waarna de leden van de commissie om de beurt hun reacties geven. Een onderling dialoog vindt plaats waarbij toetsingskaders worden afgewogen. Daarna volgt een samenvatting van het advies door de voorzitter en wordt gevraagd of de leden kunnen instemmen met het advies. De adviezen worden door de secretaris schriftelijk verwerkt en naar de betreffende plantoetsers of projectleiders gestuurd. De gegeven adviezen op aanvragen voor een omgevingsvergunning en vooronderzoeken zijn openbaar. Deze kunnen worden opgevraagd bij het secretariaat. De commissie kan de advisering over een aanvraag omgevingsvergunning mandateren aan één of meerdere daartoe aangewezen deskundige leden of de secretaris van de commissie. Bijvoorbeeld in het geval van de laatste beoordeling van bemonsterde materialen of van de laatste (kleine) aanpassingen aan het plan. In geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan alsnog voor aan de commissie. De commissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen 14 dagen uit. Ook bij de advisering en de verslagen met betrekking tot de overige plannen en projecten wordt er naar gestreefd om deze binnen 14 dagen te verwerken.

Beoordelingskader Het beoordelingskader van de CWM en de CRK&M was de Welstandsnota Gemeente Hilversum 2014 en is per 4 april 2022 de Welstandsnota Gemeente Hilversum Herziening 2022. Eveneens zijn op 4 april 2022 de objectcriteria voor dakopbouwen en op 26 oktober 2022 de objectcriteria voor dakramen en zonnepanelen binnen beschermde stadsgezichten herzien. In de Welstandsnota zijn criteria beschreven die ten grondslag liggen aan de welstandsbeoordeling bij de indiening van bouwplannen en vooronderzoeken. De welstandscriteria bestaan uit objectcriteria voor veel voorkomende (kleine) bouwwerken en gebiedsgerichte welstandscriteria. Daarnaast zijn er aanvullende uitgangspunten voor de beoordeling van cultureel erfgoed. Ook zijn er criteria en uitgangspunten opgenomen voor afwijkende plannen, zoals de algemene welstandscriteria, criteria voor aanwijzing van excessen en de te volgen procedure voor grote bouwplannen op (her)ontwikkellocaties. In een enkel geval zal het voorkomen dat de gebiedsgerichte welstandscriteria ontoereikend of te beperkend zijn. Daarom zijn in de nota ook algemene criteria opgenomen waarmee een bouwplan op specifiek architectonisch vakmanschap kan worden beoordeeld. Het moet gaan om uitzonderlijke bouwwerken die op zichzelf een positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

Ondanks een set van uitgebreide kaders en criteria is de welstandtoets niet altijd het eenvoudig afvinken van een “checklijstje” en blijft de interpretatie van de criteria door onafhankelijke deskundigen uit het werkveld noodzakelijk. Welstandscriteria moeten stimulerend zijn en de commissie ziet het ook als haar rol om een bijdrage te leveren aan de discussie over stedenbouw en architectuur in het algemeen en voor Hilversum in het bijzonder. 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=b96e34c7-af0e-4618-9802-fe8c3f05e802