Collegebrief inzake Jaarrekening STIP 2020
Tekst van het document
Schoolbesturen kunnen veel leren van een frisse blik van buiten. En het is een krachtig instrument om nog verdere stappen te zetten in de professionalisering van de organisatie. De bestuurlijke visitatie kan een mooi startpunt zijn voor het ontwikkelen van nieuw strategisch beleid en een moment om tussentijds te reflecteren op de uitvoering van het beleid. Een zelfevaluatie vormt de basis van de bestuurlijke visitatie. Deze zelfevaluatie wordt aan de hand van een format van de PO-Raad uitgevoerd. De onderdelen van de zelfevaluatie, waarin de focus ligt op ontwikkelpunten en mogelijkheden voor verdere professionalisering, zijn in verschillende bijeenkomsten tussen oktober 2019 en maart 2020 besproken met collega-bestuurders die ook een bestuurlijke visitatie voorbereiden. De bestuurlijke visitatie, uitgevoerd door andere schoolbestuurders, zou plaatsvinden in 2020. Door de coronacrisis heeft de PO-Raad alle externe contacten stilgelegd. Er zijn nog geen nieuwe afspraken gemaakt.
62
Bijlage 1
Naam school 19LM: O.B.S. De Dubbeldekker
Adres
Naam schooldirecteur
Oude Amersfoortseweg 196 Hilversum
Mevr. J. (Jacqueline) van den Bor
Taalschool voor COBO/ nieuwkomersonderwijs
Oude Amersfoortseweg 198 Hilversum (t/m juli 2020)
Mevr. J. (Jacqueline) van den Bor
Jan Blankenlaan 8 Hilversum (vanaf aug. 2020) 19DI: O.B.S. Elckerlyc
Vondelschool
19CY: Fabritiusschool
De Windkanter
Van Hogendorplaan 1A Hilversum Schuttersweg 36 Hilversum
Mevr. C. (Carolien) Haverkort (t/m juli 2020) Mevr. A. (Annemarie) Velthuis (vanaf aug. 2020) Mevr. A. (Anna) van Hiele
Fabritiuslaan 52 Hilversum Egelantierstraat 115 Hilversum
Dhr. F.A.G.M. (Frank) Higler
Soestdijkerstraatweg 129 Hilversum (t/m juli 2020)
Mevr. K. (Katrijn) de Broey
Oude Amersfoortseweg 198 Hilversum (vanaf aug. 2020) 19MW: De Gooise Daltonschool
Vuurvlindermeent 56 Hilversum
Mevr. S. D. (Sharon) Agenant
19DD: Goudenregenschool (Goudenregenlaan)
Goudenregenlaan 1 Hilversum
Dhr. N.J. (Nils) Bakker
IKC De Wijde Blik (Kerkelanden)
Augustinushof 59 Hilversum
Dhr. N. Homan
19DM: Sterrenschool Hilversum Huygensstraat 35 Hilversum
Dhr. R. (Reinier) van Milligen
63
19DP: Lelyschool
19MR: Lorentzschool (Hoofdlocatie) Lorentzschool (locatie Hoffplein) IKC Villa Vrolik
19NA: Violenschool
International Primary School Hilversum (Violenschool ID) IPS Frans Hals (Violenschool ID) IPS Mondrian (Violenschool ID) 03BA: Jan van Rijckenborghschool
Lopes Diaslaan 85 Hilversum
Dhr. R. (Rob) Weichelt (t/m juli 2020) Mevr. J. (Jeldau) Veenstra (vanaf aug. 2020)
Lorentzweg 135 Hilversum Van het Hoffplein 2 Hilversum
Dhr. J. (Jeroen) Jansen (t/m juli 2020) Mevr. J. (Jacobien) Bückmann (interimdirecteur vanaf aug. 2020)
Harry Banninkstraat 3 Hilversum
Mevr. M.B. (Mayke) Hemmelder
Violenstraat 3 Hilversum
Mevr. J. (Juliska) Blom
Rembrandtlaan 30 Hilversum
Dhr. R.J. (Robert) Westlake
Frans Halslaan 57a Hilversum Minckelersstraat 36 Hilversum
’s-Gravesandelaan 15-17 Hilversum
Dhr. F. (Frans) Baggen
64
Kengetallen en grafieken Kengetallen
Signaleringsgrens PO
Financiële kengetallen Liquiditeit (current ratio) Solvabiliteit 1 Solvabiliteit 2 Rentabiliteit Weerstandsvermogen Publiek eigen vermogen Signaleringswaarde Bovenmatig eigen vermogen Financieringsfunctie Transactiefunctie Financiële buffer Kapitalisatiefactor
< 0,75 < 30% < 30% 3 jaar negatief < 5% >€0 >€0 >€0 > 5% >35%
Benchmark
2016
2017
2,00 51% 68% 3,3% 18% €0 €0 €0
-
1,90 59% 60% 0,3% 13% -
15% 21% 18% 54%
2018
2019
1,70 57% 66% -1,4% 9%
1,60 56% 65% 1,2% 6% €0 €0 €0 17% 15% 9% 41%
18% 15% 12% 45%
16% 16% 11% 41%
2020
1,54 52% 61% 0,2% 6% € 5.397.740 € 5.409.620 -€ 11.880 18% 17% 7% 41%
Toelichting Liquiditeit (current ratio): vlottende activa / kortlopende schulden Geeft aan in welke mate de instelling aan haar verplichtingen op korte termijn kan voldoen. Solvabiliteit 1: eigen vermogen / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Solvabiliteit 2: (eigen vermogen + voorzieningen) / totaal passiva Geeft aan op welke wijze de bezittingen, op de actiefzijde van de balans, zijn gefinancierd. Rentabiliteit: resultaat / totale baten Geeft aan welk deel van de totale baten over blijft na aftrek van de lasten. Weerstandsvermogen: (eigen vermogen -/- materiële vaste activa) / Rijksbijdragen OCW Is de verhouding tussen het eigen vermogen minus de materiële vaste activa en de omvang van de Rijksbijdragen. Signaleringswaarde: (0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27) + boekwaarde resterende mva + (omvangafhankelijke rekenfactor x totale baten) De signaleringswaarde berekent het normatieve publieke vermogen van de Stichting. Als het werkelijke publieke eigen vermogen hoger is dan de signaleringsgrens, is dit een signaal dat er mogelijk sprake is van bovenmatig eigen vermogen. Het getal in de tabel laat het verschil zien tussen het normatieve en werkelijke publieke vermogen. Een positief getal betekent dat er sprake is van bovenmatig eigen vermogen.
Financieringsfunctie: (aanschafwaarde activa -/- aanschafwaarde gebouwen en terreinen) / totale baten Middelen die nodig zijn om de materiële vaste activa met uitzondering van de gebouwen en terreinen in stand te houden. Transactiefunctie: kortlopende schulden / totale baten Middelen benodigd voor het betalen van de kortlopende schulden. Financiële buffer: kapitalisatiefactor -/- financieringsfunctie -/- transactiefunctie Middelen die nodig zijn voor het opvangen van onvoorziene risico's. Kapitalisatiefactor:(balans-gebouwen en terreinen)/totale baten Meet het verband tussen het kapitaal dat een bestuur gebruikt voor haar activiteiten en inkomsten Liquiditeit (current ratio) 2,50
Solvabiliteit 1
Solvabiliteit 2
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
2,00 1,50 1,00 0,50 0,00 2016 2017 2018 2019 2020
80% 60% 40% 20% 0% 2016
2017
2018
2019
2020
2016
2017
2018
2019
2020
65
Kengetallen en grafieken vervolg
Weerstandsvermogen
Rentabiliteit 4,0%
20%
3,0%
60% 50%
15%
2,0%
Kapitalisatiefactor
40%
1,0%
10%
0,0%
30% 20%
5%
-1,0%
10%
-2,0%
0% 2016 2017 2018 2019 2020
0% 2016 2017 2018 2019 2020
2016 2017 2018 2019 2020
66
Kengetallen en grafieken vervolg
Kengetallen
Signaleringsgrens PO
Ratio's Personele lasten / Rijksbijdrage Personele lasten / Totale baten Eigen vermogen / Totale baten Personele lasten / Totale lasten
>= 95% >= 90% -
Salarislasten per FTE Personeelslasten per FTE
-
Benchmark 2016
91% 78% 27% 81%
2017
2018
92% 80% 27% 80%
2019
97% 84% 23% 83%
2020
93% 81% 24% 82%
93% 83% 22% 83%
€ 60.105 € 61.090 € 64.440 € 65.346 € 71.589 € 64.380 € 66.100 € 70.501 € 73.238 € 76.513
Toelichting Personele lasten / Rijksbijdrage Geeft aan in hoeverre een instelling de gelden van het Rijk aanwendt voor personele lasten. Personele lasten / Totale baten Geeft aan in hoeverre een instelling de totale inkomsten aanwendt voor personele lasten. Eigen vermogen / Totale baten Deze ratio geeft een indicatie van het risicomanagement bij de instelling. Personele lasten / Totale lasten Geeft aan hoeveel de instelling uitgeeft aan personele lasten. Dit is met name trendmatig een belangrijk signaal. Salarislasten per FTE Geeft aan wat de salarislasten zijn per FTE. Personeelslasten per FTE Geeft aan wat de totale personele lasten per FTE zijn.
Personele lasten / Rijksbijdrage
Eigen vermogen / Totale baten
Personele lasten / Totale baten 30%
98%
95%
96%
90%
94%
85%
92%
80%
10%
90%
75%
5%
88%
70% 2016 2017 2018 2019 2020
Personele lasten / Totale lasten
25% 20% 15%
0% 2016
2017
2018
2019
2020
Salarislasten per FTE
2016
€ 80.000
€ 70.000
€ 75.000
82%
€ 65.000
€ 70.000
81%
€ 60.000
€ 65.000
€ 55.000
€ 60.000
83%
80% 79%
€ 50.000
78% 2016 2017 2018 2019 2020
2018
2019
2020
Personeelslasten per FTE
€ 75.000
84%
2017
€ 55.000 2016 2017 2018 2019 2020
2016 2017 2018 2019 2020
67
9. Instellingsgegevens Algemene gegevens Bestuursnummer Naam instelling
: 41493 : Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum
Adres Postcode Plaats Telefoon E-mailadres
: : : : :
Contactpersoon Telefoon E-mailadres
: de heer P. Velseboer : 035-6221370 : interim-bestuurder@stiphilversum.nl
BRIN-nummer 03BA 19CY 19DD 19DI 19DM 19DP 19LM 19MR 19MW 19NA
: : : : : : : : : :
Oude Enghweg 2 1217JC Hilversum 035-6221370 info@stiphilversum.nl
Jan van Rijckenborghschool Fabritiusschool Goudenregenschool Openbare basisschool Elckerlyc Sterrenschool Hilversum Dr. Ir. C. Lelyschool De Dubbeldekker Lorentzschool De Gooise Daltonschool Violenschool
68
Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum Jaarrekening 2020
B Jaarrekening 2020 B1 Grondslagen
Algemeen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving waaronder Richtlijn 660 Onderwijsinstellingen. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover deze op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien deze voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Continuïteit De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting.
Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire bestuursleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum en nauwe verwanten zijn verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
Vergelijkende cijfers De cijfers van 2019 zijn waar nodig, geherrubriceerd teneinde vergelijking met de cijfers van 2020 mogelijk te maken. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Schattingen Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het materieel vast actief. Over terreinen en grond wordt niet afgeschreven. De gehanteerde activeringsgrens bedraagt € 500. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: Categorie Gebouwdelen/verbouwingen Kantoormeubilair Schoolmeubilair Inventaris en apparatuur ICT Leer- en hulpmiddelen Vervoersmiddelen
Termijn 15 of 30 jaar 20 jaar 20 jaar 10 jaar 3,5 of 8 jaar 8 jaar 4 jaar
70
Investeringssubsidies Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben. Bijzondere waardevermindering van vaste activa De stichting beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder waardeverminderingsverlies wordt direct als een last verwerkt in het exploitatieoverzicht. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
Vorderingen De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden. Eventuele rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder de schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden. Algemene Reserve Deze post betreft de niet-gebonden reserve die voortkomt uit de door (semi-)overheidsinstellingen gefinancierde activiteiten.
De algemene reserve vormt een buffer ter waarborging van de continuïteit van de stichting. Deze wordt opgebouwd uit de resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de gerealiseerde baten en de werkelijk gemaakte lasten. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene reserve gebracht. Bestemmingsreserves Hieronder zijn opgenomen de reserves die bedoeld zijn voor specifieke toekomstige uitgaven die uit de huidige beschikbare middelen gedekt moeten worden, waarbij om die reden door het bestuur een beperktere bestedingsmogelijkheid is aangebracht. De gehanteerde bestemmingsreserves zijn achtereenvolgens: De reserve rekening courant interne fondsen/derdengelden bedraagt op balansdatum € 128.610 De reserve eerste waardering ter dekking van de afschrijvingslasten van de schouw van de aanwezige materiële vaste activa voor invoering van de lumpsum per 1 augustus 2006. Deze reserve bedraagt op balansdatum € 89.340 De private reserve IPS bedraagt op balansdatum € 183.250 Het bestuur van de instelling heeft deze beperking aangebracht. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld. In afwijking van hoofdstuk 212 Materiële vaste activa, paragraaf 4, alinea 451, van de richtlijnen voor de jaarverslaglegging is het voor onderwijsinstellingen voor de boekjaren 2019 en 2020 toegestaan de jaarlijkse toevoegingen aan de voorziening groot onderhoud te bepalen op basis
71
van het voorgenomen groot onderhoud gedurende de gehele planperiode van het groot onderhoud op het niveau van het onderwijspand gedeeld door het aantal jaren waaruit deze planperiode bestaat, voor zover deze methode reeds in 2017 werd toegepast en indien is gewaarborgd dat de voorziening groot onderhoud gedurende de planperiode niet op enig moment negatief wordt. Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum maakt van deze overgangsregeling gebruik. Voorziening ambtsjubileum Op basis van Richtlijn 271 van de Raad van de Jaarverslaggeving is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea voor personeelsleden. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen uit hoofde van ambtsjubilea is een voorziening gevormd. De voorziening is bepaald op basis van € 735 per FTE per jaareinde. Betaalde bedragen inzake jubilea worden ten laste van deze voorziening gebracht. Onderhoudsvoorziening Voor uitgaven van groot onderhoud van gebouwen wordt een voorziening gevormd om deze lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. Schulden Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reeële waarde.
Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
Grondslagen voor de bepaling van het exploitatieoverzicht Baten Onder baten wordt verstaan de van overheidswege ontvangen (normatieve) bijdrage OCW, overige OCW subsidies en overige overheidsbijdragen, alsmede de van derden ontvangen overige bijdragen. De baten worden toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
Opbrengsten van diensten worden opgenomen naar rato van de mate waarin de diensten zijn verricht, gebaseerd op de tot balansdatum in het kader van de dienstverlening gemaakte kosten in verhouding tot de geschatte kosten van de totaal te verrichten dienstverlening. Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op onder andere het inhuren van extra personeel, scholingskosten en bedrijfsgezondheidszorg. Pensioenen De onderwijsinstelling heeft haar pensioenregeling ondergebracht bij bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichtingen uit de regeling worden gewaardeerd volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in het exploitatieoverzicht verantwoord. Voor bestaande verplichtingen (anders dan de te betalen premies) jegens de pensioenuitvoerder en/of werknemers wordt een voorziening opgenomen (indien relevant). Ultimo 2020 en 2019 waren er voor de stichting geen pensioenvorderingen en geen verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Ultimo 2019 was de beleidsdekkingsgraad van het ABP 103,8%. De beleidsdekkingsgraad eind 2020 is 87,6%.
De overheid eist een beleidsdekkingsgraad van 104,2% of hoger. Hiermee voldoet de beleidsdekkingsgraad niet aan de minimale vereisten van de toezichthouder. Afschrijvingen Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen. Lasten De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen van waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop deze betrekking hebben.
72
Financiële baten en lasten De financiële baten en lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende ontvangen en betaalde rente-ontvangsten en -uitgaven van uitgegeven en ontvangen leningen en overige kredietfaciliteiten.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en vlottende effecten, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Ontvangen en betaalde interest en ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
73
B2
Balans per 31 december 2020 (na bestemming van het resultaat over 2020)
1
Activa Vaste activa
31-12-2020
31-12-2019
1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2
Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen In uitvoering Materiële vaste activa
419.380 3.265.910 625.250 4.310.540
304.970 3.332.000 609.980 53.920 4.300.870
Totaal vaste activa
4.310.540
4.300.870
Vlottende activa 1.5 1.5.1 1.5.2 1.5.7 1.5.8 1.5
Vorderingen Debiteuren Ministerie OCW Overige vorderingen Overlopende activa Vorderingen
52.990 1.125.020 528.700 571.490 2.278.200
85.420 1.007.720 536.630 708.060 2.337.830
1.7 1.7.1 1.7.2 1.7
Liquide middelen Kassen Banken Liquide middelen
900 4.119.530 4.120.430
1.110 3.307.650 3.308.760
Totaal vlottende activa
6.398.630
5.646.590
Totaal activa
10.709.170
9.947.460
2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1
Passiva Eigen vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserve publiek Bestemmingsreserve privaat Eigen vermogen
31-12-2020
31-12-2019
5.179.790 217.950 183.250 5.580.990
5.144.480 222.620 168.260 5.535.360
2.2 2.2.1 2.2.3 2.2
Voorzieningen Personeelsvoorzieningen Overige voorzieningen Voorzieningen
165.520 811.270 976.790
169.360 717.810 887.170
2.4 2.4.2 2.4.3 2.4.7 2.4.8 2.4.9 2.4.10 2.4
Kortlopende schulden Vooruitontvangen gelden Crediteuren Belastingen en premies soc.verz. Schulden terzake pensioenen Overige kortlopende schulden Overlopende passiva Kortlopende schulden
974.610 454.380 792.850 246.540 425.580 1.257.430 4.151.390
1.021.740 298.820 692.280 231.390 290.760 989.940 3.524.930
10.709.170
9.947.460
Totaal passiva
74
B3
Exploitatieoverzicht 2020
3
Baten
3.1 3.2 3.5
Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen en -subsidies Overige baten Totaal baten
4
Lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
5 5.1 5.5
Realisatie 2020 22.131.100 494.630 2.221.010 24.846.740
Begroting 2020 21.159.990 485.220 2.081.760 23.726.970
Realisatie 2019 20.634.920 599.710 2.296.010 23.530.640
Realisatie 2020 20.524.540 640.670 1.996.520 1.635.180 24.796.910
Begroting 2020 19.654.740 637.360 1.933.000 1.556.040 23.781.140
Realisatie 2019 19.132.820 559.330 1.814.860 1.735.160 23.242.170
Saldo baten en lasten
49.830
54.170-
288.470
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Saldo financiële baten en lasten
3.770 7.970 4.200-
-
7.080 6.100 980
Totaal resultaat
45.630
54.170-
289.450
75
B4 Kasstroomoverzicht over 2020 Kasstroomoverzicht over 2020
Referentie
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutaties voorzieningen Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen (-/-) - Kortlopende schulden Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties - Ontvangen interest - Betaalde interest (-/-)
288.470
4.2 2.2
640.670 89.620
559.330 162.330
1.5 2.4
59.630 626.460 1.466.210
547.140321.310 784.300
5.1 5.5
3.770 7.970 4.200-
7.080 6.100 980
1.462.010
785.280
650.340650.340-
1.317.8801.317.880-
811.670
532.600-
3.308.760 811.670
3.841.360 532.600-
4.120.430
3.308.760
1.2
Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
2019
49.830
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa (-/-) Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
2020
1.7 1.7
76
B5 Toelichting op de balans per 31 december 2020 1.2 1.2
Activa Materiële vaste activa
1.2.1 1.2.2 1.2.2.1 1.2.2.2 1.2.2.3 Gebouwen en Inventaris en KantoorSchool-meubilair Inventaris en ICT terreinen apparatuur meubilair apparatuur
1.2.2.4
1.2.3 1.2.3.1 1.2.3.2 1.2.4 Andere vaste VervoersLeer- en In uitvoering en bedr.middelen middelen hulpmiddelen vooruitbet.
Totaal
Aanschafprijs Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Stand per 1 januari 2020
309.760 4.790
5.934.930 2.602.930
92.350 21.150
2.749.350 1.001.950
885.660 217.860
2.207.570 1.361.970
1.397.510 787.530
10.000 8.330
1.387.510 779.200
53.920 -
7.696.120 3.395.250
304.970
3.332.000
71.200
1.747.400
667.800
845.600
609.980
1.670
608.310
53.920
4.300.870
Mutaties 2020 Investeringen Investeringssubsidies Afschrijvingen Saldo
124.770 10.360 114.410
450.060 (32.880) 483.270 330-
2.980 4.660 1.680-
154.930 (30.490) 134.330 51.090
110.440 (1.390) 94.270 17.560
181.710 (1.000) 250.010 67.300-
168.690 (6.380) 147.040 28.030
1.670 1.670-
168.690 (6.380) 145.370 29.700
(53.920) 53.920-
689.600 (39.260) 640.670 88.190
434.530 15.150
6.384.990 (32.880) 3.086.200
95.330 25.810
2.904.280 (30.490) 1.136.280
996.100 (1.390) 312.130
2.389.280 (1.000) 1.611.980
1.566.200 (6.380) 934.570
10.000 10.000
1.556.200 (6.380) 924.570
-
8.385.720 (39.260) 4.035.920
419.380
3.265.910
69.520
1.737.510
682.580
776.300
625.250
-
625.250
Aanschafprijs Investeringssubsidies Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Stand per 31 december 2020
-
4.310.540
De afschrijvingen zijn per 31 december 2020 als volgt te splitsen: Afschrijvingen schouw* Afschrijvingen nieuw Totaal
17.860 622.810 640.670
* De afschrijvingen schouw zijn de afschrijvingslasten van de aanwezige materiële vaste activa voor invoering van de lumpsum per 1 augustus 2006.
77
1.5
Vorderingen
1.5
Vorderingen
1.5.1
Debiteuren Te vorderen personele bekostiging Te vorderen prestatiebox Te vorderen onderwijsachterstandenbeleid Ministerie van OCW Overige vorderingen Overige vorderingen Overlopende activa Vooruitbetaalde kosten Vooruitbetaalde huisvestingskosten Verstrekte voorschotten Overlopende activa Totaal vorderingen
1.5.2 1.5.7
1.5.8
31-12-2020
52.990 1.082.840 35042.530 1.125.020 528.700 528.700 64.180 23.860 481.090 2.360 571.490 2.278.200
31-12-2019
85.420 989.170 24.69043.240 1.007.720 536.630 536.630 86.840 38.590 580.070 2.560 708.060 2.337.830
De vorderingen hebben per einde 2020 en 2019 een looptijd korter dan een jaar.
1.7
Liquide middelen
1.7
Liquide middelen
1.7.1 1.7.2
Kassen Banken Totaal liquide middelen
31-12-2020
900 4.119.530 4.120.430
31-12-2019
1.110 3.307.650 3.308.760
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de onderwijsinstelling.
78
2.1
Mutaties 2020
Eigen vermogen Saldo 1-1-2020
2.1
Eigen vermogen
2.1.1 2.1.2 2.1.3
Algemene Reserve Bestemmingsreserve (publiek) Bestemmingsreserve (privaat) Totaal eigen vermogen
2.2
Voorzieningen
5.144.480 222.620 168.260 5.535.360
2.2.3
Stand per 31-12-2020
Overige mutaties
35.310 4.67014.990 45.630
-
Dotaties
Onttrekkingen
Stand per 31-12-2020
Subsidie
Personeelsvoorzieningen Voorziening jubilea
169.360
25.000
28.840
-
165.520
Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal voorzieningen
717.810 887.170
600.000 556.070 ################ 625.000 584.910
49.530 49.530
811.270 976.790
Onderverdeling saldo per 31-12-2020 < 1 jaar > 1 jaar 2.2.1 2.2.3
18.780
146.740
165.520
Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal
18.780
811.270 958.010
811.270 976.790
Kortlopende schulden
2.4.2
Vooruitontvangen ouderbijdragen en huisvestingskosten Crediteuren Afdr. / inh. loonheffing Afdr. / inh. Participatiefonds Afdr. / inh. Vervangingsfonds Afdr. / inh. werkn+partnerpr.ANW Belastingen en premies sociale verzekeringen Afdr. / inh. ABP Schulden terzake pensioenen Overige kortlopende schulden Netto salarissen Overige kortlopende schulden Overlopende passiva Te betalen vakantie-uitkering Overige subsidies OCW/geoormerkt Overige subsidies OCW/niet geoormerkt Overlopende passiva Totaal kortlopende schulden
2.4.7 2.4.8
2.4.9
2.4.10
Stand per 31-12-2020
Personeelsvoorzieningen Voorziening jubilea
2.4
2.4.3
5.179.790 217.950 183.250 5.580.990
Mutaties 2020 Stand per 1-1-2020
2.2.1
Bestemming resultaat
31-12-2020
31-12-2019
974.610
1.021.740
454.380 740.980 46.960 1.680 3.230 792.850 246.540 246.540 425.480 100 425.580 173.340 622.350 191.480 270.260 1.257.430 4.151.390
298.820 650.760 39.360 2.160 692.280 231.390 231.390 278.590 12.170 290.760 81.350 563.260 345.330 989.940 3.524.930
De kortlopende schulden hebben per einde 2020 en 2019 een looptijd korter dan een jaar.
79
Model G. Verantwoording subsidies G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt Omschrijving
Toewijzing Kenmerk Datum
30-10-2019 Subsidie Regionale aanpak lerarentekort RAL19059 16-7-2020 Subsidie Regionale aanpak lerarentekort RAP20062 17-10-2019 Doorstroomprogramma po-vo DPOVO19064 Lerarenbeurs voor scholing en zij-instromers 2009- DL/B/110284 28-8-2020 2017 Lerarenbeurs voor scholing en zij-instromers 2009- DL/B/110284 13-8-2019 2017 Subsidie zij-instroom Subsidie zij-instroom Subsidie vervolgpilot tpo 1005587 Subsidie vervolgpilot tpo 1002272 7-8-2020 Subsidie vervolgpilot tpo PO/5330988 7-8-2020 Subsidie vervolgpilot tpo PO/5330988 IOP-41493-PO 16-10-20 Subsidie Inhaal- en ondersteuning
De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond J N N N J N N J J N N N
80
B6 Niet in de balans opgenomen verplichtingen (passief)/niet uit de balans blijkende rechten (actief)
Contractpartij
Betreft
De Rolf Groep
Huur-/serviceovereenkomst Huur-/serviceovereenkomst Huur-/serviceovereenkomst Huurovereenkomst
CSU Konica Minolta Cascade Real Estate
Periode van t/m
Looptijd in maanden
Bedrag per maand
< 1 jaar
1-1-2018 tm 31-12-2021
24
€2.640 (excl btw)
€
Bedrag per tijdvak >=1 en < 5 jaar 38.330
1-7-2020 tm 1-7-2021
12
€ 30.100 (incl btw)
€
210.700
1-3-2017 tm 28-2-2022
48
€ 3.720 (incl btw)
€
44.600 €
1-6-2016 tm 30-6-2021
60
€ 4.880 (incl btw)
€
58.200 €
Lasten 2020
> = 5 jaar €
48.670
€
440.780
52.040
€
44.600
232.800 €
- €
58.200
In de CAO PO zijn afspraken gemaakt over het opnemen van verlof voor duurzame inzetbaarheid.Medewerkers hebben recht op een basisbudget van 40 uur. Daarnaast is vanaf 57 jaar het sparen van ouderenverlof mogelijk.Uit inventarisatie blijkt dat er geen medewerkers gebruik gaan maken van sparen met betrekking tot duurzame inzetbaarheid. Aangezien er over het kalenderjaar 2020 niet wordt gespaard, kan er per ultimo 2020 geen voorziening worden gevormd.
81
B7
Toelichting op de exploitatierekening over 2020
3
Baten
3.1
Rijksbijdragen OCW
3.1.1 3.1.2 3.1.4
Rijksbijdragen OCW Overige subsidies OCW Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdragen SWV Totaal Specificatie
3.1.1
3.1.2
Rijksbijdragen OCW Rijksbijdragen personeel OCW Rijksbijdragen materieel OCW Totaal Overige subsidies OCW Geoormerkte subsidies Niet-geoormerkte subsidies Totaal
3.2 3.2.1
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
3.5
Overige baten
3.5.1 3.5.5 3.5.6
Verhuur Ouderbijdragen Overige Totaal
Gemeentelijke bijdragen Totaal
Realisatie 2020
Begroting 2020
Realisatie 2019
20.380.570 1.144.000 606.530 22.131.100
19.613.080 926.310 620.600 21.159.990
18.892.740 1.171.160 571.020 20.634.920
-
-
17.767.770 2.612.800 20.380.570 -
17.021.480 2.591.600 19.613.080 -
16.411.050 2.481.690 18.892.740 -
24.430 1.119.570 1.144.000 -
926.310 926.310 -
1.171.160 1.171.160 -
494.630 494.630
485.220 485.220
599.710 599.710
223.010 1.825.300 172.700 2.221.010
150.000 1.845.000 86.760 2.081.760
171.660 1.922.100 202.250 2.296.010
82
Realisatie 2020
Begroting 2020
Realisatie 2019
19.203.880 1.506.840 186.18020.524.540
18.034.550 1.620.190 19.654.740
17.070.920 2.208.590 146.69019.132.820
-
-
-
Lonen en salarissen Brutolonen en salarissen Sociale lasten Pensioenpremies Totaal
14.519.140 2.525.280 2.159.460 19.203.880
13.452.730 2.494.760 2.087.060 18.034.550
12.719.110 2.294.650 2.057.160 17.070.920
Overige personele lasten Reiskosten (woon- werkverkeer) Dienstreizen Gratificaties Verhuiskosten Personeel niet in loondienst Dotatie personele voorzieningen Scholing Personeels- en arbeidsmarktbeleid Arbo-dienstverlening Overige Totaal
66.340 16.470 23.030 615.580 25.000 216.500 478.000 82.020 16.1001.506.840
56.760 15.750 467.510 25.000 284.550 418.120 72.500 280.000 1.620.190
63.670 24.210 21.810 7.360 1.331.570 25.950 231.750 443.280 60.520 1.5302.208.590
4
Lasten
4.1
Personeelslasten
4.1.1 4.1.2 4.1.3
Lonen en salarissen Overige personele lasten Af: uitkeringen Totaal Uitsplitsing
4.1.1
4.1.2
Er heeft bezoldiging plaatsgevonden conform artikel 383 lid 1 BW. Voor een specificatie van het bedrag zie bijlage B11. Gemiddeld aantal FTE's - Directie - Onderwijzend Personeel - Onderwijs Ondersteunend Personeel
2020 15,92 209,66 42,67 268,25
2019 14,24 209,60 37,40 261,24
2018
83
4
Lasten
4.2
Afschrijvingen
4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5
Gebouwen Inventaris en apparatuur Overige materiële vaste activa Leermiddelen Totaal
4.3
Huisvestingslasten
4.3.1 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7 4.3.8
Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Dotatie onderhoudsvoorzieningen Overige huisvestingslasten Totaal
4.4
Overige lasten
4.4.1 4.4.2 4.4.4
Administratie en beheerslasten Inventaris en apparatuur Overige Totaal
Realisatie 2020
Begroting 2020
Realisatie 2019
10.360 483.270 1.670 145.370 640.670
1.180 478.140 1.660 156.380 637.360
480 426.870 2.500 129.480 559.330
115.550 155.860 403.790 566.970 17.420 600.000 136.930 1.996.520 -
190.000 90.000 417.750 513.500 29.000 600.000 92.750 1.933.000 -
131.140 114.650 374.620 469.700 14.510 530.000 180.240 1.814.860 -
463.880 412.010 759.290 1.635.180
446.140 322.700 787.200 1.556.040
463.540 362.590 909.030 1.735.160
Administratie en beheerslasten Administratie- en advieskosten Accountantskosten Kantoorbenodigdheden Telefoonkosten Portokosten Overige beheerslasten Totaal
259.100 12.960 830 50.080 2.770 138.140 463.880
243.000 12.000 2.200 52.400 3.530 133.010 446.140
239.300 11.900 1.370 49.400 3.570 158.000 463.540
Inventaris en apparatuur Inventaris en apparatuur ICT-verbruikskosten ICT-licenties Totaal
17.910 126.360 267.740 412.010
6.750 91.950 224.000 322.700
14.960 113.520 234.110 362.590
Uitsplitsing 4.4.1
4.4.2
84
4
Lasten
4.4.4
Overige Wervingskosten Representatiekosten Schoolse activiteiten Buitenschoolse activiteiten PR/Schoolkrant Bijdragen aan/vanuit best./bmt. Verzekeringen Abonnementen Medezeggenschapsraad GMR Verbruiksmateriaal onderwijs Kopieerkosten Totaal
5.1
Realisatie 2020
Begroting 2020
Realisatie 2019
30.610 1.220 45.930 27.620 57.280 4.100 11.090 100.860 4.170 5.710 368.340 102.360 759.290
20.000 2.500 73.800 43.900 71.850 7.500 13.000 104.300 11.300 15.000 332.000 92.050 787.200
16.400 1.740 63.490 98.420 68.340 120.750 11.070 95.880 1.220 2.380 346.600 82.740 909.030
470.700
424.050
429.340
3.770 3.770
-
7.080 7.080
-
6.100 6.100
Financiële baten Rentebaten Totaal
De rentebaten zijn de renten van de spaarrekening en rekeningcourant.
5.5
Financiële lasten Rente- en bankkosten Totaal
7.970 7.970
De rente- en bankkosten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten van het aanhouden van een spaarrekening en rekening-courant.
85
B8 (Voorstel) bestemming van het exploitatiesaldo Het exploitatieresultaat over het jaar 2020 bedraagt € 45.630 positief. Het bestuur heeft besloten het exploitatieresultaat als volgt te verdelen en te onttrekken danwel toe te voegen aan de volgende reserves:
Algemene Reserve Bestemmingsreserve (publiek) Bestemmingsreserve (privaat)
Bestemmingsreserve (publiek) Rekening courant Interne fondsen/derdengelden Reserve eerste waardering Totaal Bestemmingsreserves publiek
Stand 1-1-2020
Bestemming resultaat
Overige mutaties
Stand 31-12-2020
5.144.480 222.620 168.260
35.310 4.67014.990
-
5.179.790 217.950 183.250
5.535.360
45.630
-
5.580.990
Stand 1-1-2020
Bestemming resultaat
Overige mutaties
Stand 31-12-2020
115.420 107.200 222.620
13.190 17.8604.670-
-
128.610 89.340 217.950
86
B9 Gebeurtenissen na balansdatum Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die aanleiding geven hier te worden vermeld.
B10 Overzicht verbonden partijen Er is géén sprake van verbonden partijen.
87
WNT-verantwoording 2020 Stip De WNT is van toepassing op Stip. Het voor Stip toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 143.000 (bezoldigingsmaximum voor het onderwijs, klasse C). Met een totaal aan complexiteitspunten van 8, nader gespecificeerde als volgt: - Baten 4 - Leerlingen 3 - Onderwijssoorten 1 Totaal 8
1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling bedragen x € 1
G. Looijschelder
G. Looijschelder
C. van Veen
Functiegegevens
Bestuurder
gewezen topfunctionaris
plv bestuurder
1-1 31-10
Aanvang en einde functievervulling in 2020
1-11 31-12 1,00
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
ja
1-11 31-12 1,00
ja
1,00 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€
94.509,64
€
79.128,59
€
Beloningen betaalbaar op termijn
€
17.079,10
€
3.415,82
€
2.330,56
Subtotaal
€
111.588,74
€
82.544,41
€
18.432,60
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
122.500,00
€
20.500,00
€
20.500,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
nvt
Totale bezoldiging
€
nvt 111.588,74
€
16.102,04
nvt 82.544,41
€
18.432,60
ontslagvergoeding
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Gegevens 2019
bedragen x € 1
G. Looijschelder
Functiegegevens
Bestuurder 01-01 31-12
Aanvang en einde functievervulling in 2020
1,0000
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€
Beloningen betaalbaar op termijn
€
118.111,07 19.604,76
Subtotaal
€
137.715,83
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
138.000,00
Totale bezoldiging
€
137.715,83
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen bedragen x € 1 Functiegegevens
R.P.J. van Breemen Voorzitter
Aanvang en einde functievervulling in 2020
C.E.P.M. Herben Lid
01-01 31-12
J. de Bruin Lid
A.C.A.M. Vermeulen Lid
01-01 31-12
01-01 31-12
P. Buisman Lid
01-01 31-12
01-01 31-12
Bezoldiging Totale bezoldiging
€
9.913,00
€
6.465,00
€
6.696,42
€
6.465,00
€
6.465,00
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
21.450,00
€
14.300,00
€
14.300,00
€
14.300,00
€
14.300,00
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
&Gegevens 2019 bedragen x € 1
R.P.J. van Breemen
C.E.P.M. Herben
J. de Bruin
A.C.A.M. Vermeulen
P. Buisman
Functiegegevens
Voorzitter
Lid
Lid
Lid
Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019
01-01 31-12
01-01 31-12
01-01 31-12
01-01 31-12
01-01 31-12
Bezoldiging Totale bezoldiging Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 4.500,00
€ 3.000,00
€ 3.000,00
€ 3.000,00
€ 3.000,00
€ 20.700,00
€ 13.800,00
€ 13.800,00
€ 13.800,00
€ 13.800,00
88
Bestuursbesluit Vergadering Raad van Toezicht d.d. 23 juni 2021
Geachte Raad, Hierbij stel ik u voor de jaarrekening 2020 vast te stellen met een positief saldo van€ 45.630 en akkoord te gaan met de verwerking van voornoemd saldo in de reserves conform het voorstel resultaatbestemming.
bestuurder
Besluit Raad van Toezicht De Raad van Toezicht keurt de jaarrekening 2020 goed met een positief saldo van€ 45.630 en gaat akkoord met de verwerking van voornoemd saldo aan de reserves conform het voorstel resultaatbestemming.
89
C Overige gegevens C1
Controleverklaring
90
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
Aan: de Raad van Toezicht van Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum te Hilversum gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen Stichting openbaar basisonderwijs Hilversum op 31 december 2020 en van het resultaat over 2020 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de bepalingen van en krachtens de Wet normering topinkomens (hierna WNT); • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting in met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals openomen in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. de exploitatieoverzicht over 2020; en 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Stichting Openbaar Basisonderwijs Hilversum zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.
Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekking als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: • bestuursverslag; • de overige gegevens. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; • alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en paragraaf 2.2.2. Bestuursverslag van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 is vereist. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, paragraaf ‘2.2.2. Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2020 en de Nederlandse standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en de overige OCW weten regelgeving.
Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het bestuur en het toezichthoudend orgaan voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de bepalingen van en krachtens de wet WNT. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten en fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de organisatie te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.
Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de organisatie.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben de accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol 2020, het Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. • Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.
Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven; • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; • en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Wij communiceren met de Raad van Toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing . Almelo, 24 juni 2021 Eshuis Registeraccountants B.V.
drs. J.W.F. Löwik RA