Collegebrief inzake Bovenregionale samenwerking Jeugd
Tekst van het document
Uitkomst We spreken af dat gemeenten (budgettair) eigenaar blijven van hun inwoner ook na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Eenduidig beleggen van eigenaarschap door deze taak te beleggen bij de lokale teams. Hier gaan el voorwaarden aan vooraf: het lokale team wordt tijdig betrokken om expertise in te brengen. GI haalt het lokale team erbij vanaf de leeftijd van 16 jaar. Een multidisciplinaire afweging is nodig om te bepalen welke richting de cliënt in perspectief wordt gebracht en wie welke rol hierin neemt.
45
Jeugdhulpaanbieder
Binnen de jeugdhulporganisaties worden interne afwegingen gemaakt waarbij acute situaties als crisis vaak bepalend zijn voor de inzet. Het systemisch bespreken van de cliënt met vervolgstappen schier er vaak bij in. Gevolg is dat er niet tijdig gewerkt wordt aan het perspectief van de jongere en externe partners in het sociaal domein waardoor er niet tijdig ingezet is om na 18 jaar voor een toekomstgerichte aanpak.
Clientperspectief
Er is behoefte aan Iemand die met de jongere meeloopt, expertise heeft, regie heeft en in staat is samen met de aanbieder en aanpalende domein in het sociaal domein op te trekken oer de grenzen heen van de leeftijd van 18 jaar.
Verlengde jeugdhulp
Verlengde jeugdhulp (VJH) wordt verschillend toegepast. Er zijn gemeenten/regio’s waar strikte controle is op de naleving van het VJH-beginsel met een check op een toekomstplan bij jongeren op 16-jarige leeftijd en inzet (zorg) continuïteit. En in andere situaties wordt VJH aangevraagd wanneer er (nog) geen alternatieven georganiseerd zijn en/ of er geen perspectief is. En soms een combinatie van beide situaties of anders.
Overgang naar volwassenheid
Perspectief van de jongere wordt veelal te laat in gang gezet Te grote overgang naar volwassen GGZ en Wmo waarbij een beroep wordt gedaan op autonomie en zelfstandigheid
Positie huisarts blijft intact. Lokaal team werkt nauw samen met huisarts. Opstellen inhoudelijk plan, toekomstgericht ligt bij de Jeugdhulpaanbieder. Uitvoering ligt bij het lokale team. Jeugdhulpaanbieder moet voldoende gefaciliteerd worden om toekomstplan met jongere te bespreken. Expertise is nodig van het sociaal domein om te overzien in wat nodig is en opgenomen moet worden in het toekomstplan. Geen vrijblijvendheid, maar formeel de inzet van een onafhankelijke cliëntondersteuner, jongerenregisseur, inzet van een resourcegroep of JIM om jongvolwassenen verder te helpen in de hersteldoelen. Wanneer is VJH een uitkomst en hoe kunnen we het bovenregionaal zo met elkaar inregelen dat VJH exclusief blijft voor de jongeren die het werkelijk nodig hebben?
-
-
Data gedreven agenderen
String vraag inzicht in structurele cijfers naar de vraag om beschikbare woonvoorzieningen. Er is onvoldoende monitoring en ongelijke verdeeldheid in gemeenten regio’s om aan de vraag te voldoen. Er is geen data voorhanden en zicht op benodigd vervolgaanbod voor woonvoorzieningen.
a.d.h.v. uitdraai data een check doen bij de leeftijd van 16 jaar op de aanwezigheid van een toekomstplan c.q. toekomstgerichte werkwijze en het in werking zetten van de vervolgstappen. Brugfunctie creëren in financiering en samenwerking. Door middelen lost te maken aan de kant van jeugd (Jeugdwet) als aan de kant van de volwassenen (Wmo, Wlz) om een soepele overgang ook financieel haalbaar te maken. -
Monitoren van behoefte en vragen door tijdig en gericht aan het perspectief te werken, geeft inzicht in de vraag voor inkoopbehoefte zorgkantoor, maatschappelijke opvang en woonvoorzieningen.
Huisvesting, onvoorwaardelijk wonen: een thuis voor iedereen Naast de vraag om verbeteringen in het proces aan te brengen om tijdig en constructief toe te werken aan het perspectief van de jongere blijft de vraag bestaan naar voldoende woonvoorzieningen voor de doelgroep. 13
13
Handleiding eigen Stek, eigen Toekomst, Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, 2021
46
De woonvraag van de aandachtsgroep is een complexe opgave. De vraag is nooit alleen een woning, maar vaak zijn extra’s nodig zoals begeleiding, een specifieke woonvorm of een prikkelarme omgeving. Dit maakt de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen een integrale opgave: Het gaat niet alleen over de juiste woning maar ook over een lage huurprijs, ondersteuning in de buurt, (mantel)zorg in de nabijheid, bestaanszekerheid en meedoen in de maatschappij.
47
Bijlage 6: Regionale Expertteams en het Bovenregionaal Expertise Netwerk
In het bovenregionale plan een “Thuis voor Noordje” wordt regelmatig gesproken over de Regionale ExpertTeams (RETs) en het Bovenregionale Expertise Netwerk Noord Holland (BEN NH). Hieronder wordt toegelicht wat de opdracht is voor de regionale ontwikkeling van de RET’s en wat de opgave is van het BEN NH. Regionaal Expert Team (RET) De commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs van de VNG heeft op 26 november 2020 over de borging van de functies van de regionale expertteams gesproken. De commissie heeft 4 functies van expertteams vastgesteld.14 De commissie vindt het belangrijk dat in elke jeugdregio de volgende 4 functies van een regionaal expertteam op orde zijn: 1. Consultatie en advies Een regionaal expertteam kan door zowel een professional als een ouder of kind om advies gevraagd worden rondom een complexe zorgvraag. 2. Procesregie Complexe zorgvragen die zijn vastgelopen, worden losgetrokken door het regionaal expertteam. Zij hebben hiervoor de functie procesregie ingericht aan de hand van 4 stappen: aanmelding/triage, overleg over de zorgvraag (gezamenlijke analyse en planvorming), monitoren en afschalen/afsluiten van de gemaakte plannen. 3. Signalering en adviseren Het expertteam maakt periodiek een analyse van de aangedragen en opgepakte complexe zorgvragen. 4. Leren van complexe zorgvragen De opgepakte complexe zorgvragen worden met enige regelmaat geëvalueerd.
Bovenregionaal Expertise Netwerk Noord-Holland15 De Gemeente Amsterdam coördineert het Bovenregionaal Expertisenetwerk jeugdhulp Noord-Holland. Hierin werken 9 jeugdhulpregio’s samen: Amsterdam-Amstelland, Gooi- en Vechtstreek, Haarlemmermeer, Kop van Noord-Holland, Midden Kennemerland, Noord-Kennemerland, WestFriesland, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland Belangrijkste opgave binnen het Expertisenetwerk is het verbinden van professionele en wetenschappelijke kennis en ervaring met vragen rondom meervoudige en complexe casuïstiek, zoals die binnenkomen bij de regionale expertteams, via verwijzers, aanbieders en jongeren en ouders zelf. Vanuit het netwerk kan expertise toegevoegd worden aan het casusoverleg, of aan het team van begeleiders en behandelaren. Het Expertisenetwerk coördineert de maandelijkse afstemming tussen de regionale expertteams in Noord-Holland en biedt een procesversneller aan die de regionale expertteams kan ondersteunen bij het voeren van procesregie om complexe casuïstiek. Uitgangspunt is dat niet het kind of de jongere van ‘plek’ verandert. Maar dat de beschikbare expertise er naar toe gaat.
Het gaat hier bij uitstek om complexiteit waarbij ook sprake is van co-morbiditeit, meerdere aandoeningen, diagnostische beelden bij een jeugdige die vaak niet gezien of niet in samenhang met elkaar gezien worden, waardoor uitingsvormen van gedrag verergeren en ook eenzaamheid toeneemt. Het gaat bij deze jeugdigen om meervoudige problematiek waar verschillende expertises voor nodig zijn waaronder forensisch en op gebied van verslaving, zoals eetstoornissen en trauma, zoals autisme en gedragsproblemen, zoals suïcideneigingen met depressie en angst, maar ook kennis over een mogelijk
14 15
https://vng.nl/nieuws/commissie-zjo-spreekt-zich-uit-over-functies-expertteams https://vng.nl/artikelen/bovenregionaal-expertisenetwerk-noord-holland-ben-nh
48
verstandelijk beperking of een ander minder vaak voorkomend intelligentieprofiel. Meestal is er sprake van chroniciteit. In deze casuïstiek mee helpen ordenen, samen met de hulpverlening en samen met jeugdige en ouders, en er ook samen in leren, is waar het bovenregionaal expertisenetwerk voor staat. Naast het mee helpen duiden van de casus, kan het Expertisenetwerk ook ondersteunen, waar nodig budgettair, bij het realiseren van passend aanbod, of projectkosten voor een zorginnovatie financieren. Het Bovenregionaal Expertisenetwerk NH is partner van 'Een Thuis voor Noordje', een ambitieus NoordHollands plan om jeugdigen niet meer gesloten te plaatsen, niet meer buiten de provinciegrens, maar zo thuis en zo school mogelijk. Voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen, is de ambitie onvoorwaardelijk wonen te realiseren met de intensiteit van begeleiding die nodig is, in de buurt van hun eigen netwerk en school en bij voorkeur in een pleeggezin of gezinshuis. BEN-NH is ook partner van het Expertisenetwerk K-EET NH, complexe eetproblematiek, en vanaf 2022 gaan de twee netwerken samen op lopen.
49
Bijlage 7: Overzicht besluiten en conclusies In deze bijlage zijn van ieder hoofdstuk de te nemen besluiten opgenomen in een overzicht. Om het gehele proces van toeleiding en de inzet van zorg en onderwijs te verbeteren, heeft het plan een “Thuis voor Noordje” commitment nodig van de bestuurders. We vragen een akkoord op het “wat” een verdere vertaling van het “hoe” moet in de verschillende regio’s worden gemaakt. We vragen commitment op het invullen en vormgeven van deze (of onderstaande) concrete randvoorwaarden: 1. Netwerkgesprek Pas op de plaats •
We vertragen en verdragen, werken in principe niet met een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp.
Verklarende analyse • •
In te stemmen om voor een brede en verdiepende probleemanalyse bij complexe casuïstiek altijd een ‘verklarende analyse’ te maken. In te stemmen dat de verklarende analyse, met mogelijk risicovolle maar passende oplossingen, een bindend advies is. Dit regelen in de inkoopcontracten (of afwegingskaders voor toegang tot jeugdhulp)
Toekomstperspectief •
In te stemmen met de regierol en uitvoeringsrol van het lokale team bij het opstellen van een toekomstperspectief vanaf 16 jaar.
•
Het benutten van het nieuwe woonplaatsbeginsel om te komen tot eenduidig eigenaarschap van jeugdigen > 16 jaar, die momenteel in residentiële en gesloten voorzieningen verblijven.
•
Het faciliteren en het ondersteunen van het komen tot goede clientondersteuning en de ruimte bieden aan deze ondersteuning in de opzet en uitvoering van het toekomstperspectief.
2. Triage en instroom We vragen in het kader van een goede toeleiding, triage en plaatsing de volgende besluiten. • •
•
RETs worden verantwoordelijk voor de triage en plaatsing binnen kleinschalige woonvoorzieningen. RETs onderling verbinden in de 3 sub(regionale) eenheden om de triage en de plaatsing te begeleiden van jeugdigen die in aanmerking komen voor een plaats in de kleinschalige woonvoorziening. De juiste regio-indeling zal volgend jaar worden gemaakt. Het opdracht geven tot het inrichten van een systeem voor bovenregionale monitoring van plaatsen in het kader van kleinschalig wonen.
50
3. Ambulant intensieve begeleiding We vragen van de bestuurders binnen het plan “Thuis voor Noordje” het besluit dat zij akkoord zijn met de vormgeving de ambulante teams. Dit vraagt concreet dat: • •
•
•
•
Bereidheid tot het leveren van zorgverleners voor de geschetste ambulante teams. De kosten van deze teams worden aangevraagd bij het BEN NH zodat ze in aanvang bekostigd worden vanuit de middelen van het bovenregionaal expertisenetwerk. Zodat geleerd kan worden op welke wijze dit team effectief ingezet kan worden en of inzet van dit team ook daadwerkelijk bijdraagt aan minder doorplaatsingen van jeugdigen uit kleinschalige woonvoorzieningen. Bij daadwerkelijk gebleken succes (daling van doorplaatsingen) wordt de bekostiging in de toekomst op basis van beschikbaarheid en niet op bais van gebruik gezamenlijk gefinancierd door de jeugdhulpregio’s. In 2022 allereerst te starten met een team die de huidige kleinschalige voorzieningen kan ondersteunen. En bij uitbreiding van deze voorzieningen te werken naar meerdere teams voor de verschillende jeugdregio’s. Bij de ontwikkeling van deze teams is het goed om verbinding te leggen met de crisisteams.
4. Kleinschalige woonvoorzieningen (onvoorwaardelijk wonen) Wij vragen met betrekking tot de vormgeving zowel commitment als besluitvorming aan de bestuurders en wel op de volgende onderdelen: •
•
•
•
•
•
•
Leegstand in de kleinschalige woonvoorzieningen moet kunnen plaatsvinden, zodat er altijd een plek beschikbaar is en de jeugdigen een keuze hebben. Leegstand moet wel gefinancierd worden, dit kan mogelijk door een opslagpercentage op het tarief. Appartementen en studio’s om zelfstandig te leren wonen koppelen aan de kleinschalige woonvoorziening, zodat er een doorgaande lijn is in de hulpverleners en doorstroming in de kleinschalige woonvoorziening. Gemeenten faciliteren bij huisvestingsvraagstuk en alloceren voldoende woningen voor deze doelgroep. Financiële mogelijkheden bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Als een jeugdige 18 jaar wordt kan de financiering wijzigingen naar WLZ of WMO. Dit mag geen reden zijn voor een verplaatsing van de jeugdige. Aanbieders moeten dus de mogelijkheid hebben om de financiering van de jeugdige aan te passen. Hiermee komen we tegemoet aan een groot knelpunt (zie hoofdstuk 1: toekomstperspectief > 18 jaar) in kader van wonen voor complexe jeugdigen na 18 jaar. Hiervoor zijn afspraken met VWS, zorgkantoren van belang. Uitgaan van een bekostigingsmodel voor kleinschalige woonvoorzieningen opgebouwd vanuit een minimale dagprijs per jeugdige, aangevuld met individuele ondersteuningsbehoefte. Dit om de omslag naar WLZ of Wmo financiering haalbaar te maken.
Vastgoed is van de woningbouw of projectontwikkelaars/investeerders, zodat aanbieders financieel niet gebonden zijn aan het vastgoed en het mogelijk is om kamers om te klappen naar zelfstandig wonen zonder te hoeven verhuizen. Het is helpend om deze vastgoedopdracht te vertalen in een convenant met woningcorporaties, aanbieders van verhuur, zorgaanbieders en gemeenten. Gemeenten/jeugdhulpregio’s moeten bereid zijn om plaatsingen vanuit andere jeugdregio’s (binnen Noord-Holland) toe te staan. Dicht bij het netwerk is niet altijd binnen de regiogrenzen. Daarnaast is misschien een plek in een andere regio passender dan binnen de eigen regio gezien de samenstelling van de groep. Commitment van de individuele jeugdregio om kleinschalige woonvoorzieningen te ontwikkelen. In het hoofdstuk conclusies is het aantal benodigde woonvoorzieningen verder uitgewerkt per jeugdregio en voor de 8 jeugdregio’s gezamenlijk. 51
•
• •
Het gezamenlijk organiseren van een extra ondersteunende voorziening voor de 8 jeugdhulp regio’s met plaats voor 12 jeugdigen per ingang van 1-1-2023 conform de uitgangspunten zoals verwoord. Het gezamenlijk organiseren van kleinschalige voorzieningen voor homogene groepen op basis van beschikbaarheid voor de jeugdigen met loverboy problematiek. Het gezamenlijk organiseren van een meest passend aanbod voor jeugdigen met ernstige verslavingsproblematiek, is een vervolgopdracht om verder te concretiseren.
52