Collegebrief inzake Bedrijfsplan Tomingroep 2022-2025 en toezegging T21-73
Tekst van het document
64048 – Intern vertrouwelijk
33
5.5.1 Groei
In deze variant is – evenals in de andere opties – sprake van autonome krimp van het Wsw-volume. Voor doelgroep beschut gaan we uit van drie Wsw-ers eruit, één nieuw beschutter erin. Ervan uitgaand dat de afspraken gelden vanaf 2022, nemen we als vertrekpunt het gerealiseerde aantal in 2021. Ten aanzien van de doelgroep p-banen, hanteren we de formule Twee eruit, één erin. Voor de leerwerktrajecten geld dat we die jaarlijks licht laten oplopen. Jaarlijks is sprake van een (lichte) groei van het bedrijf. Deze ontwikkeling is te prefereren als gekozen wordt voor het meebewegen van het bedrijf met de omvang van de doelgroep. Omdat de doelgroep elk jaar groter wordt, ligt het voor de hand dat Tomingroep elk jaar een grotere rol krijgt bij het aan de slag helpen van mensen met een arbeidsbeperking.
5.5.2 Stabiel De tweede optie is dat het bedrijf in omvang stabiel blijft.
Voor zowel beschut als voor de p-wetters geldt de verhouding drie eruit, één erin. De krimp wordt aangevuld met leerwertrajecten. Het gaat dan om full time werktrajecten, die gemiddeld een jaar duren. Als gekozen wordt voor trajecten van een half jaar, neemt het aantal personen met een factor twee toe. Als ervoor wordt gekozen dat mensen niet full time op een werkplek zitten, maar alleen voor een halve werkweek, wordt het aantal leerwerplekken met twee vermenigvuldigd om het aantal kandidaten te berekenen. Deze ontwikkelrichting past bij de situatie dat de gemeenten de ontwikkeling van Tomin willen blijven volgen en later definitieve keuzes willen maken over de richting. De huidige omvang van het bedrijf wordt in stand gehouden. Er gaan dus geen middelen verloren aan de krimp van het bedrijf. Hoewel het bedrijf zal worden vernieuwd en gemoderniseerd, vinden er geen uitbreidingsinvesteringen plaats.
64048 – Intern vertrouwelijk
34
Deze optie kan eveneens worden overwogen, omdat de toekomst onzeker is. Onbekend is welke keuzes het nieuwe kabinet maakt. De keuzes kunnen gevolgen hebben voor de in te zetten koers met Tomingroep. Een pas op de plaats door de omvang gelijk te houden is dan een goed te legitimeren optie.
5.5.3 Krimp De derde optie betreft krimp van de organisatie.
In deze situatie wordt het bedrijf kleiner. Tomin handhaaft het huidige aantal p-banen. Er komt niets bij en er gaat niets van af. Voor nieuw beschut blijft wel gelden Drie eruit, één er in. De ontwikkeling van het aantal leerwerktrajecten is gelijk aan de ontwikkeling in de andere opties. Deze optie kan worden overwogen als gestreefd wordt naar een kleinere rol van Tomin in de regio, ondanks de groei van de doelgroep. De optie ligt voor de hand als de afdelingen werk en inkomen van de gemeenten er goed zelf in slagen om de mensen met een beperking aan de slag te helpen. De nadruk van het werk van Tomin komt dan meer op beschutte arbeid te liggen.
5.6 Gemeentelijke verhouding 5.6.1 Gelijk De gemeentelijke verhoudingen blijven gelijk. In principe treedt geen verandering op in de huidige structuur. Deze optie past bij scenario 5 dat is meegegeven bij de opdrachtverlening. Het voordeel hiervan is dat geen discussie en kostbare tijd verloren gaat met het kiezen voor een nieuwe variant. Nadeel is de huidige verhoudingen blijven bestaan en daarmee intensieve discussies tussen een relatief groot aantal gemeenten, die – zoals sommigen aangeven – besluitvorming onnodig doet vertragen.
5.6.2 Centrumconstructie In de centrumconstructie komen gemeenten Almere en Hilversum in de eigenaarsrol. Andere gemeenten kunnen inkopen bij het gezamenlijke bedrijf van Almere en Hilversum. Deze optie past bij het scenario 3, dat is meegegeven bij de opdrachtverlening. Het voordeel is dat snellere besluitvorming mogelijk is. Nadeel is dat Almere en Hilversum extra risico gaan dragen. We hebben berekend dat jaarlijks sprake is van een risico van minstens €500.000,- voor Almere en Hilversum gezamenlijk. Het financieel risico doet zich voor, omdat gemeenten kunnen besluiten om af te zien van inkoop bij Tomin. In dat geval nemen de kosten voor Almere en Hilversum toe.
35
64048 – Intern vertrouwelijk
5.6.3 Hybride De hybride optie ligt voor de hand als gekozen wordt voor een verschillende inhoudelijke koers. De verhoudingen moeten dan – afhankelijk van de gekozen optie – opnieuw worden bezien. Voordeel is dat er gekozen wordt voor een koers, die aansluit bij de gemeentelijke wensen en ideeën. Nadeel is dat een dergelijk samenwerkingsverband in de praktijk vaak veel gedoe oplevert. Voor alle gemeenten worden verschillende afspraken gemaakt. Dat is administratief omslachtig.
5.7 Financiële gevolgen De financiële gevolgen van de verschillende ontwikkel-opties zijn hierna in kaart gebracht. We hebben niet de optie van de centrumconstructie in beeld gebracht. In deze optie is er vooral sprake van verschillende financiële risico’s voor Hilversum en Almere (tenminste €500.000,-). We hebben ook niet de hybride-optie in beeld gebracht, omdat de kosten hiervan pas kunnen worden berekend zodra bekend is wat de individuele gemeenten specifiek van Tomingroep afnemen. Kortom, het beeld in het volgende overzicht correspondeert met de kostenraming voor de optie ‘gelijkblijvende governance’. Naast de opties krimp, stabiel en groei, brengen we ook de optie Sterfhuis in beeld. Dit, om te zien wat de kosten zijn als ervoor wordt gekozen om voor de nieuwe doelgroep geen taken meer te beleggen bij Tomingroep. Ontwikkelopties Krimp
Stabiel
Groei
Sterfhuis
Banen nieuwe doelgroep in 2025 (fte)
251
299
323
202
Aantal trajectplaatsen in 2025
51
51
51
0
Gemeentelijke bijdrage p/jr (gemiddeld)
€1,6M
€1,5M
€1,7M
€1,6M
Aandeel in vrij besteedbaar re-integratiebudget
9,6%
9,5%
10,5%
9,9%
De eerste rij laat het aantal kandidaten (fte) zien dat vanuit de gemeenten per 2025 aan de slag is bij Tomingroep. De doelgroep beschut en p-wet hebben we bij elkaar opgeteld. Momenteel is circa 212 fte werkzaam bij Tomingroep, vanuit de nieuwe doelgroep. Het aantal trajectplaatsen neemt in de alle opties toe met 51 plekken. We zien dat de gemeentelijke bijdragen voor de verschillende opties variëren tussen gemiddeld 1,5M per jaar in de situatie waarin het aantal gelijk wordt gehouden tot 1,7M per jaar voor de groei-optie. Ondanks de grote verschillen in aantallen, is het verschil in bedragen relatief beperkt. De verklaring is dat in het sterfhuis en in de krimpsituatie, naast reguliere kosten, sprake is van krimpkosten. Tot slot laten we in het overzicht het aandeel zien dat ten laste van het vrij besteedbare re-integratiebudget wordt gebracht voor de financiering van Tomingroep. We zien dat deze percentages variëren tussen 9,5% (stabiel) en 10,5% (groei). Conclusie is dat het aantal personen dat aan de slag wordt geholpen bij Tomingroep varieert tussen 202 in het sterfhuis en 323 in de groei-optie. We zien dat het verschil in gemeentelijke bijdragen relatief beperkt is, respectievelijk: 1,5M/jr in de stabiel-optie en 1,7M/jr in de groeioptie.
De verschillen zijn beperkt, omdat in het geval van krimp en het sterfhuis, kosten moeten worden gemaakt voor de krimp van het bedrijf. De gemeentelijke bijdragen zijn alle rond de 10% van het beschikbare re-integratiebudget.
36
64048 – Intern vertrouwelijk
De verwachte totale aantallen en verwachte bedragen staan voor de optie waarbij de aantallen over de jaren heen gelijk blijven, meerjarig in het volgende overzicht. Volume Wsw Volume P-wet FT Werkleerplekken Totaal Rijksbijdrage Wsw Loonkostensubsidie P-wet Gemeentelijke bijdrage nieuw Totaal
2022 684 224 12 920
2023 649 247 24 921
2024 611 273 37 921
2025 572 299 51 922
€ 19.244.070 € 2.855.026 € 1.418.283 € 23.517.379
€ 18.582.301 € 3.181.815 € 1.505.007 € 23.269.123
€ 17.838.683 € 3.544.246 € 1.608.547 € 22.991.476
€ 17.139.866 € 3.920.605 € 1.646.439 € 22.706.911
5.8 Financiering •
Voor de financiering van de Wsw bij Tomingroep worden de bestaande afspraken gehanteerd. Tomin ontvangt per Wsw-er de gemiddelde landelijke rijksbijdrage.
•
Voor de financiering van de nieuwe doelgroepen wordt het aandeel berekend in het budget voor de nieuwe doelgroepen. Het aandeel in dat rijksbudget is het aandeel dat gemeenten hebben in het totaal aantal specifieke plaatsen.
•
Gemeenten betalen voor de periode 2022-2025 jaarlijks het via dit rapport afgesproken bedrag. Gemeenten mogen tot aan het afgesproken aantal mensen plaatsen bij Tomingroep. Het aantal is dus geen verplichting. Vergelijk dit met het model van de sportschool: je betaalt een vaste bijdrage en mag vervolgens gebruik maken van de beschikbare voorzieningen.
•
Voor de financiering van de leerwerktrajecten worden de werkelijke kosten in rekening gebracht. We gaan uit van 7.500 euro per leerwerktraject met een doorlooptijd van één jaar. Uitgangspunt is dat betrokkenen aan de slag gaan met behoud van uitkering.
•
Tomin betaalt salarissen aan de doelgroep Wsw en nieuwe doelgroep, conform de gelden arbeidsvoorwaarden. Gemeenten betalen de loonkostensubsidie op basis van de loonwaardebepaling.
•
Tomin zorg tevens voor de financiering van de bedrijfskosten, mede door inzet van de bedrijfsopbrengsten. De bedrijfsopbrengsten worden voor een belangrijk deel gerealiseerd bij de gemeenten, door het verstrekken van opdrachten aan Tomin en door het verbinden van voorwaarden aan uitbesteed werk, waarop mensen in de vorm van detacheringsconstructies worden geplaatst. De uitvoerende partij betaalt dan een inleenvergoeding aan Tomin.
5.9 Randvoorwaardelijke afspraken •
Gemeenten en Tomingroep leggen zich vast op de gemaakte afspraken over financiën en aantallen. In de bijlage staan per gemeente de meerjarige gemeentelijke bijdragen. Jaarlijks worden deze bijdrage verhoogd met het relevante prijsindex cijfer.
•
Gemeenten en Tomingroep maken harde afspraken over:
•
aantallen en financiën.
•
uniformiteit en transparantie.
•
ruimte om te mogen onder- en overrealiseren op de aantallen. Hierbij als belangrijkste argument om aan te sluiten op de behoefte van de doelgroepen.
•
Gemeenten en de Tomingroep zetten gezamenlijk in op een sluitende businesscase, waarbij gemeenten zich committeren aan een (onontkoombare) gemeentelijke bijdrage en Tomin haar bedrijfsresultaat verbetert door haar personeel een ontwikkeling laat doormaken op de werkladder.
•
Tomin en gemeenten werken gezamenlijk toe naar een businesscase die zij structureel haalbaar achten.
•
Gemeenten willen transparantie en uniforme afspraken maken over de vergoedingen, de aantallen en de samenwerking. Deze voorwaarde is nodig, met het oog op een stabiele samenwerking.
64048 – Intern vertrouwelijk
•
37
De afspraken gelden voor de periode 2022-2025. Dat met het oog op de onzekere omgeving. Het is nog onzeker hoe de klantgroepen zich gaan ontwikkelen. Ook is onzeker welke keuzes een nieuw kabinet maken.
•
Er worden afspraken gemaakt over de aantallen. Gemeenten willen flexibel omgaan met de aantallen, in die zin dat kan worden uitgeruild tussen beschut en de p-wetters. Onderrealisatie bij beschut kan worden gecompenseerd met overrealisatie bij de p-wetters.
•
De omzet blijft voor een belangrijk deel gegarandeerd worden door de inkoop (denk aan groen en schoonmaak) van gemeenten bij Tomingroep en door voorwaarden te verbinden aan uitbesteed werk, waardoor mensen vanuit Tomin via een detacheringsconstructie of begeleid werk bij gemeenten aan de slag kunnen. Hier wordt in de planfase (volgend op de strategiefase) gezocht naar oplossingen die zoveel mogelijk aansluiten bij de wensen en behoeften van de betreffende gemeenten. Er zal eveneens worden onderzocht of en zo ja welke afspraken moeten worden gemaakt, zodat er een evenwichtige verhouding is tussen de inkoopkant en het aantal mensen dat vanuit de gemeenten aan de slag moet worden geholpen.
5.10 •
Risico’s
In de berekening is uitgegaan van de rijksbijdrage zoals die nu meerjarig bekend is. Deze kan neerwaarts worden bijgesteld. Het risico is onzes inziens beperkt, omdat er landelijk tot en met 2025 naar verwachting nog steeds sprake is van een tekort. We verwachten in die situatie niet dat de rijksoverheid overgaat tot een korting van het budget.
•
De salarissen voor de doelgroep nemen toe door een hogere CAO. Het risico is onzes inziens beperkt, omdat de hogere salarissen al zijn ingeboekt door Tomingroep.
•
Het maatwerk dat gemeenten verwachten (meer verbinding, werk in de eigen omgeving en dergelijke) leidt tot hogere kosten. De opbrengsten gaan omlaag, doordat mensen met een (potentieel) hogere loonwaarde moeten doorontwikkelen naar buiten. Verslechtering van het financieel beeld is door e.a.a. reëel. De werkelijke financiële gevolgen zijn lastig in te schatten. Door uit te gaan van budgettaire neutraliteit, geldt er voor Tomingroep impliciet een taakstelling (van onbekende omvang, omdat we de meerkosten niet kunnen inschatten).
•
De doelgroep Wsw vergrijst. De verwachting is dat het operationeel resultaat per fte van deze groep daalt. Als er geen voorziening wordt opgenomen, moet Tomingroep maatregelen nemen die het verslechterde operationeel resultaat compenseren.
•
Tomingroep moet een omslag maken naar een nieuw soort organisatie. Hiermee gaan kosten gepaard. Deze kosten kunnen tegenvallen. Risico is aanwezig. De kosten kunnen ook meevallen. Het precieze effect kan niet worden ingeschat. Tomin heeft een groot aantal gebouwen, wagenpark etc. Her-oriëntatie op de verschillende bedrijfsonderdelen kan leiden tot frictiekosten..
•
Kiezen is noodzakelijk, vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid en vanuit de noodzaak om een goed en verantwoord aanbod te kunnen blijven doen aan de nieuwe doelgroep, die elk jaar groter wordt. Als de verantwoordelijkheid wordt ontlopen, komt dat neer op een keuze voor het sterfhuis.
•
Om de hiervoor geschetste ontwikkeling mogelijk te maken is in de begroting 2020 en 2021 reeds rekening gehouden met transitiekosten. Transitieprocessen zijn onzeker Afhankelijk van de vorderingen is mogelijk nadere actie nodig en worden de kosten mogelijk hoger dan verwacht.
5.11
Weging van de verschillende opties
Tomin staat voor een enorme veranderopgave. Gemeenten zien het belang in van een gemeenschappelijk organisatie die mensen met een beperking ondersteunt, die (nog) niet regulier aan de slag kunnen. Gemeenten kiezen ervoor dat Tomin zich omvormt naar een werkleerbedrijf. De vraag is vervolgens hoe de ontwikkeling van het werkleerbedrijf eruit ziet. Gezien de groei van de totale doelgroep, waarvoor de gemeenten verantwoordelijk zijn, ligt het op het eerste gezicht voor de hand dat gekozen wordt voor uitbreiding van de capaciteit, waardoor de groeiende doelgroep kan worden opgevangen. Echter, de
64048 – Intern vertrouwelijk
38
gemeentelijke afdelingen van werk en inkomen bouwen zelf een praktijk op waarin mensen met een beperking zoveel mogelijk regulier aan de slag geholpen worden. De Participatiewet bevat en inclusie-doelstelling. Het ligt daarom voor de hand dat Tomin zich vooral richt op de groep met een beperking die regulier (nog) niet aan de slag komt. Gemeentelijke afdelingen voor werk en inkomen plaatsen in principe zelf, al dan niet samen met het WSP, de mensen met een arbeidsbeperking die regulier aan de slag kunnen, al dan niet met een loonkostensubsidie en/of begeleiding. De vraag is hoe groot de doelgroep is, die afhankelijk is van de werkplekken die Tomin realiseert. Naar verwachting is de groep groter dan alleen de doelgroep beschut. Het gaat dan om de groepen die nieuw op de arbeidsmarkt komen. Maar, er is mogelijk ook een grote groep vanuit het zittend bestand bijstand die wel bij een voorziening zoals Tomin, maar niet op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag komt. De gemeenten geven er de voorkeur aan dat de huidige capaciteit van Tomin beschikbaar blijft. Dat omdat het onzeker is hoeveel mensen uit de nieuwe doelgroep en waar mogelijk vanuit het zittend bestand bijstand, ondersteund zullen moeten worden met de voorzieningen van Tomin. Daarnaast treden er met een nieuw kabinet mogelijk allerlei veranderingen op.
Gedacht kan worden aan het landelijke voorstel van CDA en SP, om een verplicht netwerk van sociaal ontwikkelbedrijven op te zetten. Een kamermeerderheid is hiervoor. Het is denkbaar dat de infrastructuur van Tomin zo meteen weer nodig is om in deze ontwikkeling mee te gaan. Gemeenten geven er derhalve de voorkeur aan om de vrijvallende capaciteit volledig in te zetten voor de nieuwe doelgroepen. Daar komt bij dat de hoogte van de kosten om te krimpen, vergelijkbaar is met de hoogte van de kosten om mensen aan de slag te helpen. Gegeven de onzekere omgeving kiezen de gemeenten derhalve voor het continueren van de huidige omvang van het bedrijf in de periode 2022-2025. Op het eind van deze periode worden de plannen geëvalueerd en worden nieuwe besluiten genomen. Gemeenten hebben ook afgewogen of de governance moet worden aangepast. Enerzijds heeft het voordelen als de twee grootste gemeenten een centrumconstructie zouden vormen. De kleinere gemeenten kopen in die situatie in bij het gecentraliseerde samenwerkingsverband. Een dergelijke constructie leidt tot bestuurlijke efficiency-voordelen. Een nadeel is dat de centrumgemeenten extra (financieel) risico gaan dragen. Daar komt bij dat aanpassing van de governance vaak langdurige en ingewikkelde processen zijn.
De gemeenten hebben afgewogen dat – mede omdat unanimiteit bestaat ten aanzien van de gezamenlijk in te zetten koers – het op dit moment de voorkeur geniet om niet de discussie aan te gaan over een nieuwe inrichting van de governance. De omgeving is onzeker. Nu moet alle energie worden ingezet voor het realiseren van de noodzakelijke veranderingen bij Tomin. Dit laat echter onverlet dat, mede gezien de mogelijke veranderingen die een nieuw kabinet doorvoert, het mogelijk toch gewenst is om eerder dan 2025 de discussie op te starten over de governance.
5.12 •
Vervolg
We gaan er op basis van het Ruitmodel van uit dat het bestuur voor de zomer 2021 instemt met het businessplan.
•
De volgende fase betreft het bedrijfsplan. De fase daarna gaat over de uitvoeringsplannen. Om per 1-1-2022 met de nieuwe koers te starten, moeten het bedrijfsplan en de uitvoeringsplannen voor die tijd zijn opgesteld en vastgesteld.
•
Belangrijk is om bij het bedrijfsplan gezamenlijk (gemeenten en Tomingroep) op te trekken. Betrokkenen vanuit gemeenten en Tomingroep krijgen gericht een plekje aan de werktafels in de planfase. In deze planfase moeten nog verschillende zaken, waarvoor in het businessplan de kaders worden gesteld, worden uitgewerkt.
64048 – Intern vertrouwelijk
39
6. Conclusies en advies 6.1 Conclusies •
Door de invoering van de Participatiewet worden gemeenten elk jaar verantwoordelijk voor een steeds grotere groep mensen met een arbeidsbeperking. Er is dus een steeds grotere en complexere groep de ondersteuning van de gemeente behoeft.
•
Het is nog niet helemaal duidelijk welke mogelijkheden er voor deze groep zijn om op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag te gaan en in hoeverre voorzieningen, zoals bij Tomin, nodig zijn. In hoeverre absorbeert de arbeidsmarkt de betrokken groep? Is het in voldoende mate mogelijk om betrokkenen structureel te plaatsen op werkplekken die voldoende veiligheid bieden?
•
Gemeenten zien het samenwerkingsverband Tomin als belangrijk vehikel om de groep mensen te ondersteunen die niet of nog niet regulier op de arbeidsmarkt kunnen participeren.
•
De afdelingen werk en inkomen richten zich op de groepen die wel regulier plaatsbaar zijn, waaronder de mensen met een arbeidsbeperking die met een loonkostensubsidie en/of begeleiding bij een reguliere werkgever aan de slag kunnen.
•
De gemeenten hebben de voorkeur dat Tomin zich gaat omvormen naar een werkleerbedrijf. Dat betekent: -
Tomin blijft ervoor verantwoordelijk om de Wsw goed uit te voeren.
-
Tomin realiseert werkplekken voor de doelgroep nieuw beschut en voor mensen die om andere redenen (nog) niet op de reguliere arbeidsmarkt aan de slag kunnen. Tomin heeft als taak om telkens te bevorderen dat mensen een stap omhoog zetten op de participatieladder en zo mogelijk uitstromen naar regulier werk.
-
Daarnaast wordt de infrastructuur ingezet voor mensen die het best ondersteund kunnen worden door een combinatie van leren en werken, waarbij een plek op de reguliere arbeidsmarkt niet mogelijk is.
•
Daarnaast bevindt de sector werk en inkomen zich in een onzekere omgeving. Enerzijds is nog onduidelijk welke kant de conjunctuur zich op beweegt als gevolg van Corona. Anderzijds neemt de landelijke overheid mogelijk besluiten die een stevige impact hebben op de lokale en regionale uitvoering.
•
Voor een verantwoorde ontwikkeling van Tomin is het belangrijk dat het bestuur duidelijke keuzes maakt en dat er wordt samengewerkt bij het zoeken, vinden en plaatsen van mensen die graag aan de slag gaan bij Tomin en die daarmee geholpen zijn. Het is tevens belangrijk dat daarvoor door de gemeenten de benodigde middelen beschikbaar worden gesteld.
•
We hebben verschillende varianten uitgewerkt. De gemeenten geven er de voorkeur aan, dat de huidige capaciteit van Tomingroep beschikbaar blijft, mede gezien de onzekere omgeving en mede gezien het belang dat eraan gehecht wordt dat een voorziening zoals van Tomin, in voldoende mate beschikbaar is. Dat komt erop neer dat de komende jaren elke Wsw-er die de Wsw verlaat, wordt vervangen door iemand vanuit de nieuwe doelgroep Participatiewet. De inschatting is dat als hier goed in wordt samengewerkt en naast de nieuwe doelgroepen ook gekeken wordt naar de kansen van mensen in het zittend bestand, er voldoende mensen geïnteresseerd zijn in een baan bij Tomingroep.
•
Gemeenten betalen een extra bijdrage aan Tomin om tot een sluitende exploitatie te komen. De bijdrage wordt verdeeld naar rato van de rijksbudgetten waarover de gemeenten ter zaken beschikken. Gemeenten
64048 – Intern vertrouwelijk
40
spreken aantallen mensen af, die ze – binnen de gemeenschappelijke afspraak -jaarlijks maximaal kunnen doorgeleiden naar Tomin. •
Er is eveneens overwogen om de bestaande governance aan te passen. Door te werken vanuit een centrumconstructie, waarbij de twee grootste gemeenten het centrum vormen, kan meer bestuurlijke doelmatigheid worden gerealiseerd. De kleinere gemeenten zien het als voordeel dat ze meer vrijheid hebben bij het wel of niet verlenen van opdrachten aan Tomingroep. Daar staat tegenover dat dat leidt tot meer risico bij de centrumgemeenten. Zij zijn dan immers met twee gemeenten verantwoordelijk voor de totale organisatie, terwijl daar nu negen gemeenten voor verantwoordelijk zijn. Mede gezien de onzekere omgeving waarin Tomin zich nu bevindt en mede omdat verandering van de governance vaak een langdurig en ingewikkeld traject is, hebben de gemeenten nu de voorkeur om de governance niet aan te passen. Tegelijkertijd zijn ze zich ervan bewust dat onverwachte veranderingen het tij snel kunnen keren, waardoor aanpassing van de governance wel gewenst is.
•
De afspraken gelden voor de periode 2022-2025.
6.2 Advies •
Voer de afspraken uit, zoals hiervoor geformuleerd.
•
Kies voor een gefaseerde aanpak, volgens het Berenschot Ruitmodel.
•
Met het businessplan dat nu voorligt, wordt de koers uitgezet (richten)
•
In de komende planfase worden de afspraken gezamenlijk verder uitgewerkt.
•
De afspraken worden verwerkt in een bedrijfsplan. Het bedrijfsplan bevat duidelijke doelstellingen (SMART) en streefwaarden, KPI’s op basis waarvan de voortgang gevolgd kan worden. Het bedrijfsplan bevat tevens een planning en de afspraken over wie wat doet. Het bedrijfsplan moet in september/oktober worden afgerond.
•
Aansluitend op het bedrijfsplan kunnen de uitwerkingsplannen worden opgesteld. Deze plannen werken specifiek en concreet uit wat er moet gebeuren.
•
Het businessplan biedt het kader en de basis voor het bedrijfsplan. Het bedrijfsplan biedt de basis voor de monitoring en sturing. Het bedrijfsplan biedt tevens de basis voor de evaluatie van de gemaakte afspraken. De evaluatie moet in de loop van 2025 worden uitgevoerd. Daarna worden afspraken gemaakt voor de jaren daarna.
41
64048 – Intern vertrouwelijk
Bijlage: Criteria werksoorten Om te bepalen of een werksoort behouden kan blijven of nieuw ontwikkeld kan worden, heeft de directie een paar criteria vastgesteld. Elke werksoort moet aan minstens twee van deze criteria voldoen. 1.
De werksoort biedt passend werk voor mensen die niet op ander werk inzetbaar zijn.
2.
De werksoort is noodzakelijk om een goed leer-werktraject te kunnen opzetten en is (dus) heel geschikt voor arbeidsontwikkeling.
3.
De werksoort draagt bij aan het financieel rendement van Tomingroep: De gemeenten zijn bereid om te betalen voor deze werksoort, om de werkgelegenheid voor een bepaalde groep in stand te houden of vanwege een andere doelstelling, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, welzijn of omdat ze een vestiging op een locatie in hun eigen gemeente willen hebben.
Werksoort
Wat gebeurt hiermee
Geldende criteria
Verpakken
Verpakken wordt kleiner. Uiteindelijk zullen alleen de SW-medewerkers die echt zijn
1, 4
aangewezen op Verpakken, daar werken. Plus een deel van de medewerkers Nieuw Beschut en uit het doelgroepregister. Ook mensen die aan het begin van hun ontwikkeltraject staan (bijv. statushouders) kunnen bij Verpakken terecht. Metaal
Metaal wordt afgeslankt en getransformeerd naar Assemblage. Dit gaat met
1, 4
Verpakken één afdeling vormen. Assemblage / Montage levert meer werkgelegenheid op die voor onze doelgroepen geschikt is dan Metaal op dit moment doet. Groen
Tomin heeft een Groenbedrijf dat groot en serieus genoeg is om aantrekkelijk werk
1, 2, 3, 4
te bieden en mensen in op te leiden. Maar Tomin doet geen groenwerk meer dat grote financiële risico’s met zich meebrengt. Het liefst verzorgt Tomin de groenvoorziening voor de aangesloten gemeenten op basis van (quasi) inbesteding. Dat betekent dat niet met andere bedrijven geconcurreerd hoeft te worden in aanbestedingstrajecten. Het groenwerk gebeurt dan onder regie van Tomin zelf of onder regie van de gemeente. Vroegere concurrenten zijn partners geworden waar medewerkers worden gedetacheerd. Schoonmaak
Tomin heeft een Schoonmaakbedrijf dat groot en serieus genoeg is om
1, 2, 3, 4
aantrekkelijk werk te bieden en mensen in op te leiden. Net als met het Groenbedrijf werkt Tomin graag voor de eigen gemeenten op basis van (quasi) inbesteding. Daarnaast doet Tomin werkzaamheden voor andere opdrachtgevers in de regio. Kringloopwinkels
Kringloopwinkels bieden passende werkgelegenheid voor de doelgroepen en vormen een goede omgeving voor leerwerktrajecten. De vraag of op termijn alle winkels open kunnen blijven, hangt mede af van ontwikkelingen in het koopgedrag en (gemeentelijke) ambities op het gebied van duurzaamheid en werkgelegenheid voor de diverse doelgroepen.
1, 2, 4
64048 – Intern vertrouwelijk
Overige (staf)
De stafafdelingen zijn zo klein en efficiënt mogelijk. In alle (staf) afdelingen van het
afdelingen
bedrijf, waaronder ook catering, is er ruimte om passend werk, leerwerktrajecten of
42
1, 2
werkervaringsplaatsen te bieden. Detachering
Detachering wil Tomin uitbreiden. Het is de bedoeling dat iedereen die dat kan,
1, 3
zowel SW-medewerkers als medewerkers Nieuw-Beschut, uiteindelijk gedetacheerd gaan werken. Dat gebeurt onder begeleiding van Tomin. Detachering werkt nauw samen met het werkgeversservicepunt in de regio. Focus@Work
Het uitzendbureau van Tomin richt zich op het uitzenden van P-wetters (via
3, 4
gemeenten) en WW-ers (via UWV) met een korte afstand tot de arbeidsmarkt en op het uitzenden van reguliere medewerkers. Ander werk
Tomin is creatief en ondernemend en kan dus ook nieuwe werksoorten creëren als daar behoefte aan is. Dat hangt (mede) af van de vraag vanuit de gemeenten en de markt.
1, 2, 3, 4
43
64048 – Intern vertrouwelijk
Bijlage: Rijksbudgetten Wsw en Participatiewet De tabel hierna laat de budgetten per onderdeel zien die gemeenten vanuit het rijk ontvangen in 2020.
Almere Blaricum Eemnes Gooise Meren Hilversum Huizen Laren Weesp Wijdemeren Totaal
I-deel € 88.501.593 € 1.660.237 € 1.153.861 € 13.232.987 € 31.312.611 € 11.543.517 € 1.695.081 € 5.873.038 € 3.333.677 € 158.306.602
W-deel € 8.531.331 € 41.632 € 53.482 € 869.518 € 2.957.963 € 994.979 € 72.990 € 493.543 € 146.643 € 14.162.082
Uitvoering € 22.103.971 € 516.030 € 413.643 € 4.034.132 € 9.362.161 € 3.273.607 € 593.733 € 1.597.555 € 1.094.600 € 42.989.431
Wsw € 9.164.214 € 127.991 € 289.639 € 1.828.086 € 6.707.408 € 1.732.008 € 290.633 € 655.572 € 659.202 € 21.454.753
Totaal € 128.301.109 € 2.345.890 € 1.910.624 € 19.964.724 € 50.340.144 € 17.544.110 € 2.652.437 € 8.619.708 € 5.234.121 € 236.912.868
Toelichting; •
In het I-deel (inkomensdeel of ook wel BUIG-budget of bijstandsbudget genoemd) ontvangen gemeenten het budget voor het betalen van bijstands(gerelateerde) uitkeringen en loonkostensubsidies.
•
In het W-deel ontvangen gemeenten het klassieke re-integratiebudget en de begeleidingsbudgetten voor de nieuwe doelgroepen. Het klassieke re-integratiebudget zit in de algemene uitkering in het gemeentefonds. De begeleidingsbudgetten voor de nieuwe doelgroepen ontvangen de gemeenten via de integratie-uitkering Participatie.
•
De middelen voor de uitvoering zijn opgenomen in het cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het betreft de uitvoeringsmiddelen voor de Participatiewet.
•
De Wsw-middelen ontvangen gemeenten via het integratiebudget Participatie. We hebben hierboven de reguliere middelen opgenomen. De middelen die in 2020 zijn verstrekt in verband met Corona zijn niet opgenomen.
44
64048 – Intern vertrouwelijk
Bijlage: Financiering Participatiewet Financieringskanalen Gemeenten ontvangen via drie kanalen geld van de Rijksoverheid voor de financiering van de Participatiewet: het bijstandsbudget (ook wel BUIG of inkomensdeel genoemd), de integratie-uitkering Participatie en de algemene uitkering in het gemeentefonds. Tabel. Financiering van de Participatiewet Budget
Bestedingsrichting
Bijstandsbudget
•
Bijstandsuitkeringen
•
Loonkostensubsidies
•
Loonkosten en overige kosten Wsw
•
Plaatsing en begeleiding nieuwe doelgroepen
• •
Klassieke re-integratie Uitvoeringskosten sociale dienst
•
Bijzondere bijstand
Integratie-uitkering participatie
Cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering in het Gemeentefonds
Aan de linkerkant staan de drie verschillende budgetten. Aan de rechterkant staat waar de budgetten voor bedoeld zijn. De middelen zijn vrij besteedbaar. Dat laat onverlet dat aan iedereen die recht heeft, een uitkering moet worden verstrekt. Ook voor de Wsw-middelen geldt dat iedereen die recht heeft op Wsw salaris dient te ontvangen. In de volgende grafiek zien we de bedragen die gemeenten landelijk in 2021 ontvangen (stand septembercirculaire 2020, in mln euro).
Figuur. Bedragen die gemeenten landelijk ontvangen in 2021 (stand septembercirculaire 2020) Hierna gaan we dieper in op de verschillende budgetten.
Bijstandsbudget Gemeenten ontvangen jaarlijks het bijstandsbudget voor het betalen van bijstandsuitkeringen en LKS. Er wordt eerst op basis van de ramingen van het Centraal planbureau (CPB) een macrobudget vastgesteld. Het macrobudget wordt vervolgens verdeeld op basis van zogenoemde objectieve factoren. Objectieve factoren zijn factoren die niet direct gerelateerd zijn aan de totale bijstandsuitgaven en die niet direct door gemeenten te beïnvloeden zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het aantal alleenstaande ouders, het aantal minderheden en het aantal corporatiewoningen in de gemeente. Gemeenten met minder dan 40.000 inwoners ontvangen een aandeel dat geheel of gedeeltelijk verdeeld wordt op basis van de historische bijstandsuitgaven. Het budget voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners staat los van de werkelijke totale uitgaven.
64048 – Intern vertrouwelijk
45
Vanaf 2022 worden de budgetten loonkostensubsidie (LKS) over gemeenten verdeeld op basis van gerealiseerde uitgaven. Dit stimuleert gemeenten om het instrument loonkostensubsidie vaker in te zetten. De betaalde LKS wordt dan (vertraagd) gecompenseerd, terwijl die (voor gemeenten waarvoor het bijstandsbudget op basis van objectieve criteria wordt vastgesteld) nu ten laste gaat van het saldo op het bijstandsbudget.
Participatiemiddelen Naast het bijstandsbudget, ontvangen gemeenten middelen voor de re-integratie en begeleiding. Het gaat om middelen voor het re-integreren van de klassieke doelgroep onder de bijstandswet, het re-integreren en begeleiden van de nieuwe doelgroep en voor de financiering van de Wsw. Het budget voor de Wsw wordt elk jaar lager omdat de instroom in de Wsw is gestopt. Tot en met 2020 wordt een elk jaar grotere efficiency-korting doorgevoerd op het budget. Het budget gaat verder elk jaar omlaag, omdat het aantal Wsw-ers omlaag gaat. Omdat het aantal Wsw-ers daalt tot uiteindelijk nul, gaat ook het budget voor de Wsw omlaag naar nul.
Figuur. Budgetten Participatiewet (mln euro)9 Binnen de Participatiewet is een budget Wsw vastgesteld en een budget voor de nieuwe doelgroep. In bovenstaande grafiek is dat het grijze respectievelijk oranje deel. Elk jaar ontvangt de gemeente een budget voor de nieuwe doelgroep. Het budget voor de nieuwe doelgroep (nieuw beschut, begeleiding regulier en voormalig Wajong) wordt elk jaar groter. Tot slot ontvangt de gemeente in het Participatiebudget ook het klassieke re-integratiebudget voor de Wet werk en bijstand. Gemeenten ontvangen het participatiebudget via de zogenoemde integratie-uitkering sociaal domein. De middelen voor klassiek WWB zijn in 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering in het gemeentefonds
Cluster inkomen en participatie in de algemene uitkering in het gemeentefonds In de algemene uitkering in het gemeentefonds ontvangen gemeenten het cluster inkomen en participatie. Het cluster inkomen en participatie is bedoeld voor het betalen van de uitvoeringskosten van de Participatiewet en het minimabeleid (met name bijzondere bijstand en schuldhulpverlening). In totaal zit er circa €2,6 mld in het cluster I&P (stand septembercirculaire 2020).
De uitschieter in 2020 wordt verklaard door extra geld dat de rijksoverheid beschikbaar stelde ter compensatie van tekorten die veroorzaakt worden door de Corona-pandemie. 9
64048 – Intern vertrouwelijk
46
De middelen worden verdeeld op basis van verschillende factoren, zoals het aantal inwoners, het aantal mensen met een laag inkomen en het aantal bijstandsgerechtigden. Het gemeentelijk aandeel in de verdeling beweegt dus (in tegenstelling tot het bijstandsbudget) mee met het werkelijk aantal bijstandsgerechtigden,. Daarnaast beweegt het budget mee met de rijksuitgaven via de zogenaamde trap-op-trap-af systematiek. Dat betekent dat als de rijksuitgaven omhoog gaan, het gemeentefonds automatisch mee omhoog beweegt. Daarmee gaat het cluster I&P ook automatisch omhoog.
Herijking gemeentefonds De financiering gaat naar verwachting per 2023 veranderen. De participatiemiddelen voor de doelgroep begeleiding regulier gaan naar de algemene uitkering in het gemeentefonds (cluster I&P). De verdeling van het cluster I&P wordt herijkt. Dat leidt tot herverdeeleffecten. Het macrobudget verandert in principe niet, maar golft via de trap op, trap af systematiek wel mee met de rijksuitgaven. De middelen voor nieuw beschut en voor de Wsw komen in een zogenoemde decentralisatie-uitkering. Het bijstandsbudget blijft bestaan, zoals het nu is. Hier worden geen (grote) veranderingen verwacht.
Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling
n
e
g
a
r
d
j
i
b
e
k
j
i
l
e
t
n
e
e
m
e
g
t
h
c
i
z
r
e
v
O
:
e
g
a
l
j
B
i
Totaal
2022
2023
2024
2025
684
649
611
572
1.125.508
1.375.309
1.642.682
1.993.710
52
64
76
90
-542.634
-661.883
-794.139
-931.477
172
184
196
210
-1.911.157
-2.038.433
-2.179.590
-2.326.173
12
24
37
51
-90.000
-180.000
-277.500
-382.500
920
921
921
922
-1.418.283
-1.505.007
-1.608.547
-1.646.439
33% EV TG jaar 1 en 2
-472.288
-501.167
TG eff
TG eff
66% gemeente
-945.995
-1.003.840
-1.072.901
-1.098.175
Bijdrage trajecten Volume totaal Financieel saldo totaal Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC)
Risicoreserve vanuit EV TG voor jaar 3 en 4: 1.700.000 (ca. 50% van saldo totaal, 80% van saldo 66%) Almere
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 292 480.751 32 -335.281 106 -1.172.045 7 -53.961 437 -1.080.535
2023 277 587.452 39 -408.963 113 -1.250.375 14 -107.922 444 -1.179.808
2024 261 701.658 47 -490.680 120 -1.337.169 22 -166.379 451 -1.292.571
2025 244 851.596 55 -575.538 129 -1.427.381 31 -229.334 459 -1.380.656
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-359.818 -720.717
-392.876 -786.932
TG eff -862.145
TG eff -920.898
2022 4
2023 4
2024 4
2025 3
6.714
8.205
9.800
11.894
Gemeentelijke bijdrage nieuw
0 -2.425 1 -8.528 0 -226 5 -4.464
0 -2.958 1 -9.096 0 -451 5 -4.301
0 -3.549 1 -9.727 0 -695 5 -4.172
0 -4.163 1 -10.381 0 -958 5 -3.609
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-1.487 -2.978
-1.432 -2.869
TG eff -2.782
TG eff -2.407
Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Blaricum Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Eemnes
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 9 15.194 0 -4.850 2 -21.039 0 -200 12 -10.895
2023 9 18.567 1 -5.916 2 -22.316 0 -400 11 -10.066
2024 8 22.176 1 -7.098 2 -23.768 0 -617 11 -9.307
2025 8 26.915 1 -8.326 2 -25.239 0 -850 11 -7.500
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-3.628 -7.267
-3.352 -6.714
TG eff -6.208
TG eff -5.002
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 58 95.901 3 -33.953 12 -133.334 1 -5.395 74 -76.781
2023 55 117.185 4 -41.414 13 -141.782 1 -10.790 74 -76.801
2024 52 139.967 5 -49.689 14 -151.275 2 -16.635 73 -77.632
2025 49 169.877 6 -58.282 15 -161.005 3 -22.930 72 -72.340
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-25.568 -51.213
-25.575 -51.226
TG eff -51.780
TG eff -48.251
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 214 351.868 9 -94.582 29 -320.649 3 -19.628 254 -82.990
2023 203 429.963 11 -115.367 31 -342.394 5 -39.256 250 -67.054
2024 191 513.552 13 -138.420 33 -366.399 8 -60.519 245 -51.786
2025 179 623.294 16 -162.358 35 -391.442 11 -83.419 241 -13.924
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-27.636 -55.355
-22.329 -44.725
TG eff -34.541
TG eff -9.287
Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Gooise Meren Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Hilversum Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Huizen
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 55 90.860 4 -38.803 11 -124.502 1 -6.391 71 -78.835
2023 52 111.027 5 -47.330 12 -133.175 2 -12.782 71 -82.260
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-26.252 -52.583
-27.393 TG eff TG eff -54.867 -57.739 -57.023
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 9 15.247 0 -4.850 2 -21.039 0 -353 12 -10.996
2023 9 18.630 1 -5.916 2 -22.316 0 -706 11 -10.308
2024 8 22.252 1 -7.098 2 -23.768 0 -1.089 11 -9.703
2025 8 27.007 1 -8.326 2 -25.239 0 -1.501 11 -8.058
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-3.662 -7.334
-3.433 -6.876
TG eff -6.472
TG eff -5.375
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 21 34.391 1 -12.732 4 -49.751 0 -3.340 27 -31.433
2023 20 42.024 1 -15.530 5 -52.911 1 -6.680 27 -33.097
2024 19 50.194 2 -18.633 5 -56.458 1 -10.299 27 -35.197
2025 17 60.920 2 -21.856 5 -60.097 2 -14.195 27 -35.229
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-10.467 -20.966
-11.021 -22.076
TG eff -23.476
TG eff -23.498
Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Laren Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
Weesp Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
2024 49 132.611 5 -56.788 13 -142.684 3 -19.705 70 -86.566
2025 46 160.949 6 -66.608 14 -152.672 4 -27.161 70 -85.492
Wijdemeren
Gemeentelijke bijdrage nieuw
2022 21 34.581 1 -15.157 5 -60.271 0 -506 28 -41.353
2023 20 42.257 2 -18.488 6 -64.069 0 -1.013 28 -41.313
2024 19 50.472 2 -22.183 6 -68.342 0 -1.561 27 -41.614
2025 18 61.257 3 -26.019 7 -72.717 0 -2.152 27 -39.630
Voorstel AB 17-05 (G&V en RvC) 33% EV TG jaar 1 en 2 66% gemeente
-13.771 -27.583
-13.757 -27.556
TG eff -27.757
TG eff -26.433
Aantal Wsw-ers Bijdrage Wsw Aantal beschut Bijdrage Beschut Aantal regulier Bijdrage Regulier Aantal ontwikkeling Bijdrage trajecten Volume totaal
50
64048 – Intern vertrouwelijk
Berenschot is een onafhankelijk organisatieadviesbureau met 350 medewerkers wereldwijd. Al 80 jaar verrassen wij onze opdrachtgevers in de publieke sector en het bedrijfsleven met slimme en nieuwe inzichten. We verwerven ze en maken ze toepasbaar. Dit door innovatie te koppelen aan creativiteit. Steeds opnieuw. Klanten kiezen voor Berenschot omdat onze adviezen hen op een voorsprong zetten. Ons bureau zit vol inspirerende en eigenwijze individuen die allen dezelfde passie delen: organiseren. Ingewikkelde vraagstukken omzetten in werkbare constructies. Door ons brede werkterrein en onze brede expertise kunnen opdrachtgevers ons inschakelen voor uiteenlopende opdrachten. En zijn we in staat om met multidisciplinaire teams alle aspecten van een vraagstuk aan te pakken.
Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot
G EMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES:
Aan de gemeenteraad Cc College van B&W Cc Pers
RAADHUIS DUDOKPARK 1 TELE FOONNUMMER: 14 0 35 WWW.HILVERSUM.NL
1 juli 2021 781816 BEHANDELD DOOR W.K.J. van den Berg TELEFOON (035) 629 2456 BIJLAGEN 1 BETREFT Koers Tomingroep 2022 - 2025 DATUM
ZAAKNUMMER
Geachte raads- en commissieleden, Op 2 juni 2021 hebben wij u, middels een collegebrief (zaaknummer 764569) kort geïnformeerd over de laatste stand van zaken inzake de ontwikkeling van een toekomstscenario voor het Werkvoorzieningsschap Tomingroep (hierna: het Schap of Tomin). U heeft in deze collegebrief kunnen lezen dat het algemeen bestuur (AB) van Tomin op 17 mei 2021 een koersbesluit heeft genomen voor de periode 2022-2025. De gekozen koers houdt in dat Tomin zich in die periode gaat doorontwikkelen tot werkleerbedrijf. Er geldt een minimale stijging van de financiële bijdrage vanuit Hilversum, maar dit past binnen de huidige financiële kaders van de raad. Het AB besluit heeft dan ook geen gevolgen voor de begroting en de zienswijze van de raad op de jaarstukken van Tomin over 2020. Wij hebben u in dezelfde brief laten weten u zo spoedig mogelijk uitgebreider te informeren. Middels deze aanvullende collegebrief gaan we dieper in op het genomen koersbesluit, wat daaraan voorafging en hoe we nu verder gaan. Het ontwikkelen van een toekomstscenario in fases In de loop van de zomer van 2019 bleek dat de BV voor het eerst in 25 jaar zou afstevenen op een financieel nadeel van ongeveer € 2,5 mln. Een analyse wees uit dat er aan het financiële nadeel zowel incidentele als structurele oorzaken ten grondslag lagen.
Voorbeelden van incidentele oorzaken waren hoge kostenposten zoals de inhuur van uitzendkrachten en een hoog ziekteverzuim. Een belangrijke structurele oorzaak bleek gelegen in het feit dat het in dienst nemen van medewerkers vanuit de bijstand met loonkostensubsidie voor Tomin verliesgevend is. Het algemeen bestuur (AB) van Tomin wil de werkplekken voor huidige en toekomstige medewerkers met een arbeidsbeperking veiligstellen. Daarom heeft het AB naar aanleiding van de financiële tekorten in de zomer van 2020 opdracht gegeven om een toekomstscenario te ontwikkelen voor Tomin en de uitvoering van de Participatiewet door de deelnemende gemeenten. Het AB heeft hiertoe een stuur- en projectgroep ingericht. De projectgroep kreeg de opdracht om fasegewijs een toekomstscenario te ontwikkelen. De ontwikkeling van het toekomstscenario bestaat uit drie fases, namelijk: 1. Koersbepaling voor de Tomin in de periode 2022 – 2025. 1
2. Opstellen bedrijfsplan 2022 – 2025. 3. Vertaling van het bedrijfsplan in uitvoeringsplannen. Nu fase 1 op 17 mei 2021 is afgerond, start fase 2. De verwachting is dat fase 2, dat wil zeggen het opstellen van een bedrijfsplan, in het najaar kan worden afgerond. De laatste maanden van 2021 zullen vervolgens worden gebruikt om het bedrijfsplan nader uit te werken in uitvoeringsplannen. Het algemeen bestuur beoogt de uitvoeringsplannen en daarmee fase 3 voor 1-1-2022 klaar te hebben, zodat Tomin in 2022 van start kan gaan als werkleerbedrijf. Noodzaak tot heroriëntatie Om de koers voor Tomin te kunnen bepalen heeft de projectgroep allereerst een analyse uitgevoerd om de oorzaken van de huidige tekorten vast te kunnen stellen. De analyse wees het volgende uit: 1. De uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en Participatiewet is structureel verliesgevend voor Tomin. 2. Het structurele verlies blijkt niet goed gemaakt te kunnen worden door vrijblijvende afspraken over instroom van medewerkers uit de Participatiewet en het organiseren van re-integratieopdrachten. 3. Bij een ongewijzigde koers van Tomin is er sprake van permanente krimp, permanent verlies (bedrijfsresultaat, frictiekosten) en daardoor permanente onrust voor de kwetsbare doelgroepen. 4.
Hoewel de Sociale Werkvoorziening als zodanig uit gefaseerd wordt, wordt de groep inwoners met een arbeidsbeperking steeds groter. Uiteindelijk twee keer zo groot. De behoefte aan een duurzame toekomstbestendige werk-/ontwikkelvoorziening wordt daarmee ook groter. Het is de bedoeling deze groep zo regulier mogelijk te plaatsen, maar een voorziening zoals Tomin die biedt blijft nodig. 5. Gemeenten moeten meer doen met minder. Gemeenten ontvangen voor een inwoner met WSWindicatie ongeveer 25.000 euro vanuit het Rijk. Sinds 1 januari 2015 vallen inwoners met een arbeidsbeperking die op dat moment al onder de WSW vielen onder de werkingssfeer van de Participatiewet. Voor hen ontvangen gemeenten slechts 15.000 euro. Bovenstaande vaststellingen heeft het algemeen bestuur doen concluderen dat het noodzakelijk is om te komen tot een heroriëntatie en een te formuleren toekomstscenario. Opdracht aan Tomin: doorontwikkeling tot een werkleerbedrijf Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het algemeen bestuur bij het uitwerken van een toekomstscenario was het borgen van kwalitatief goede werkplekken voor SW-medewerkers en andere medewerkers met een arbeidsbeperking. Sinds 1 januari 2015 vallen de (meeste) inwoners met een arbeidsbeperking niet langer meer onder de WSW of Wajong, maar onder de Participatiewet.
Dit betekent dat de groep van ongeveer 300 SW-medewerkers niet meer groter wordt. Alleen maar kleiner. Tegelijkertijd groeit de groep met een arbeidsbeperking in de Participatiewet. Per saldo, zoals blijkt uit onderstaande figuur, zal de groep waar de gemeente, sinds de invoering van de Participatiewet, verantwoordelijk voor is geworden, groter worden. De gemeente is namelijk niet alleen verantwoordelijk voor de groep die voorheen de SW instroomde, maar ook voor de groep die voorheen onder de Wajong en de uitvoeringsverantwoordelijkheid van het UWV viel.
2
Het Rijk gaat ervan uit dat gemeenten zich zoveel mogelijk inzetten om inwoners met een arbeidsbeperking te ondersteunen bij het vinden van werk bij reguliere werkgevers. Gemeenten en hun SW-organisaties kunnen hierbij gebruik maken van instrumenten, zoals loonkostensubsidie (LKS) en jobcoaching. Voor een deel lukt het gemeenten om inwoners met een arbeidsbeperking te plaatsen bij reguliere werkgevers binnen markt en overheid. De verplichting die geldt vanuit de zogenaamde Banenafspraak helpt hierbij. Werkgevers met meer dan 25 medewerkers zijn vanuit de Banenafspraak verplicht om naar rato een aantal medewerkers met een arbeidsbeperking in dienst te hebben. Een ander deel van de inwoners blijft (tijdelijk) aangewezen op een werkplek, zoals Tomin die organiseert. Dit heeft onder andere te maken met de extra begeleiding die Tomin kan bieden en de aard van de werkzaamheden die Tomin biedt. Het algemeen bestuur vraagt Tomin nu om door te groeien tot een werkleerbedrijf waarbinnen medewerkers zich zo goed mogelijk doorontwikkelen zodat zij op de best passende en best renderende werkplek terecht komen. Voor wie dat kan, is dat een plek op de reguliere arbeidsmarkt. Voor wie dat niet, nog niet of niet meer kan, is dat een plek onder leiding van Tomin, waarbij nog steeds geldt dat de best passende en best renderende plek wordt gezocht.
De doorontwikkeling van medewerkers kan gefaseerd plaatsvinden, waarbij medewerkers zich vanuit een veilige werkplek binnen de muren van Tomin kunnen door ontwikkelen tot medewerkers die gedetacheerd kunnen worden bij reguliere werkgevers en uiteindelijk de overstap kunnen maken naar een reguliere werkgever. Tomin is daarmee niet langer alleen een aanbieder van werkplekken op werksoorten zoals het verpakken van producten of het uitvoeren van groen werkzaamheden, maar tevens een werkleerbedrijf. De nieuwe opdracht aan Tomin beperkt zich niet alleen tot het organiseren van tijdelijke werkplekken. Tomin krijgt namelijk ook opdracht om specifieke werkleertrajecten te ontwikkelen voor bijstandsgerechtigden om hen ‘bemiddelbaar’ te maken. Inwoners zijn ‘bemiddelbaar’ zodra zij beschikken over basale werknemersvaardigheden en geen – of beheersbare – problemen hebben op bepaalde leefgebieden (gezondheid, financiën, huisvesting). Bij ‘werknemersvaardigheden’ kan gedacht worden aan werkmotivatie, zelfstandigheid, flexibiliteit, resultaatgerichtheid, zorgvuldigheid, plannen en organiseren, punctualiteit, opvolgen van instructies en procedures, samenwerken en overleggen, sociale vaardigheden, klantgerichtheid, communicatie in het Nederlands en initiatief. Andere scenario’s De projectgroep heeft ook andere scenario’s onderzocht.
Zo is een variant onderzocht waarin gemeenten geen nieuwe inwoners met een arbeidsbeperking plaatsen bij Tomin. Tomin zou dan langzaam afgebouwd worden. Het AB is tot de conclusie gekomen dat dit onwenselijk is, omdat er wel behoefte is aan arbeids(ontwikkel)plekken, zoals Tomin die organiseert. Bovendien zou er een situatie ontstaan, waarin er voortdurend sprake is van krimpkosten. Kosten die niet ten goede komen van inwoners met een arbeidsbeperking.
3
Verder is er een scenario onderzocht, waarbij gemeenten zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking plaatsen bij Tomin. Het AB heeft besloten om ook niet voor deze variant te kiezen, omdat niet iedere inwoner met een arbeidsbeperking gebaat is bij een door Tomin georganiseerde werkplek. Hoewel niet iedereen, kunnen inwoners met arbeidsbeperking vaak ook terecht op de reguliere arbeidsmarkt. In de bijlage vindt u het eindrapport van de studie naar de verschillende scenario’s en kunt u meer lezen over de afwegingen die zijn gemaakt. Minimale financiële consequenties Het algemeen bestuur van Tomin onderkent de waarde van de voorzieningen die Tomin biedt. Om die voorzieningen te borgen heeft er ook een financiële analyse en doorrekening plaatsgevonden om op basis van de behoeften en mogelijkheden vanuit gemeenten te bepalen voor hoeveel inwoners Tomin plek zou moeten bieden. Op basis van deze analyse en doorrekening heeft het algemeen bestuur de directie van Tomin als uitgangspunt mee gegeven dat het totaal aan aantal werkplekken en leerwerktrajecten in de periode 2022 – 2025 gelijk dient te blijven. Aangezien het aantal SW-medewerkers de komende jaren blijft teruglopen (zie voorgaande figuur), betekent dit dat er de komende jaren nieuwe instroom blijft plaatsvinden vanuit de Participatiewet.
Krimpkosten worden zo voorkomen en er blijven nieuwe voorzieningen beschikbaar voor gemeenten bij Tomin. Voor Hilversum betekent dit dat er de komende jaren plek is voor rond de 250 fte1. Er geldt een minimale stijging van de bijdrage vanuit Hilversum, maar dit kan ondervangen worden binnen de huidige meerjarenbegroting vanuit Rijksubsidie WSW en het participatiebudget. Hoe verder? De projectgroep gaat, nog steeds onder projectleiding van Berenschot, fase 2 in en stelt een bedrijfsplan op. In dit bedrijfsplan worden vraagstukken over inhoud van de dienstverlening en bedrijfsvoering van Tomin verder uitgewerkt. De planning is dat het bedrijfsplan in het najaar wordt vastgesteld door het algemeen bestuur van Tomin. Na de zomer verwachten we u te kunnen informeren over de contouren van het bedrijfsplan. Hiertoe sturen wij u een nieuwe collegebrief en zullen in afstemming met Tomin en de overige GR leden informatiebijeenkomsten organiseren voor raadsleden. We nodigen u uit om, tijdens de informatiebijeenkomsten uw wensen, en bedenkingen mee te geven ten aanzien van de wijze waarop we het koersdocument hebben laten terugkomen in de contouren van het bedrijfsplan. De opbrengsten van deze informatiebijeenkomsten zullen worden verzameld en aan u teruggekoppeld worden. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
Ch. B. Aptroot, wnd
1
Eerder genoemde figuur laat hogere aantallen zien, omdat er uit gegaan wordt van unieke personen en niet fte.
4