Collegebrief inzake Bedrijfsplan Tomingroep 2022-2025 en toezegging T21-73
Tekst van het document
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS
Aan de gemeenteraad cc. college van B en W cc. pers
DUDOKPARK 1 TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
30 november 2021 ZAAKNUMM ER 1075310 BEHA NDELD DOOR Wouter van den Berg TELEFOON (035) 629 2095 DATUM
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
3 Bedrijfsplan Tomingroep 2022-2025 en toezegging T21/73 Geachte raads- en commissieleden, Op 29 juni 2021 hebben wij u, middels een collegebrief (zaaknummer 781816) geïnformeerd over het, op 17 mei 2021 genomen, koersbesluit dat is genomen door het algemeen bestuur (AB) van de Tomingroep inzake de ontwikkeling van een toekomstscenario voor het Werkvoorzieningsschap Tomingroep (hierna: het Schap of Tomin). U heeft in deze collegebrief kunnen lezen dat Tomin zich de komende jaren dient door te ontwikkelen van werkbedrijf tot werkleerbedrijf. Tomin biedt van oudsher werkplekken voor medewerkers met een arbeidsbeperking, maar gaat nu nog nadrukkelijker inzetten op het bieden van ontwikkelperspectief. Inzet is hierbij om de best passende en renderende werkplek te vinden. Voor wie dat kan op de reguliere arbeidsmarkt en anders bij Tomin. In de collegebrief van 29 juni 2021 hebben wij u verder uitgelegd dat de ontwikkeling van het toekomstscenario fasegewijs verloopt. Het koersbesluit wordt opgevolgd door een bedrijfsplan en het bedrijfsplan wordt tenslotte uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Intussen is het bedrijfsplan gereed. Op 27 oktober 2021 heeft het AB van Tomin het bedrijfsplan vastgesteld.
Hoewel de bevoegdheid om het bedrijfsplan vast te stellen bij het algemeen bestuur van de Tomingroep ligt, hecht het algemeen bestuur er tegelijkertijd veel waarde aan om de verschillende gemeenteraden zo goed mogelijk te informeren en hen de gelegenheid te bieden om input en advies mee te geven. Daarom hebben er in aanloop naar het bedrijfsplan, direct na het zomerreces, verschillende raadsinformatiebijeenkomsten plaatsgevonden waaraan u heeft kunnen deelnemen. De bijeenkomsten waren bedoeld om u bij te praten over de laatste ontwikkelingen en om u te betrekken in het verdere proces van de totstandkoming van het toekomstscenario. In de bijlage vindt u de presentatie die gebruikt is tijdens de raadsinformatiebijeenkomsten, alsmede de reactie op de input, het advies en vragen die tijdens de bijeenkomsten aan de orde zijn geweest.
Conform de aankondiging u na de zomer nader te informeren over het bedrijfsplan sturen wij u nu deze collegebrief. In deze collegebrief schetsen wij u de hoofdlijnen aan de hand van de volgende onderdelen in het bedrijfsplan, namelijk: • • • • •
De participatiebanen en de werkleertrajecten Het diagnosetraject De uitstroom en samenwerking met het Werkgeversservicepunt Gooi en Vechtstreek De omvang en diversiteit van het werkaanbod De financiën
Verder gaan wij in deze brief in op de toezegging u te informeren over het onderscheid tussen het werkleerbedrijf zoals dat wordt voorgesteld en het sociaal ontwikkelbedrijf zoals dat elders in Nederland wordt toegepast (toezegging T21/73, raadsvergadering 9 juni 2021). Totstandkoming bedrijfsplan Tomin Het bedrijfsplan van Tomin is tot stand gekomen door actieve samenwerking van medewerkers bij Tomin en gemeenten in werkgroepen op zowel uitvoerend als beleidsniveau. Er zijn in verschillende gesprekken tussen het werkgeverservicepunt Gooi en Vechtstreek, Tomin en gemeenten afspraken gemaakt over arbeidstoeleiding. Verder heeft er in verschillende regionale overlegstructuren (directeurenoverleg uitvoeringsoverleg, portefeuillehoudersoverleg) afstemming plaatsgevonden. Hierbij is het bedrijfsplan voortdurend aangescherpt en is rekening gehouden met alle partijen. Uiteindelijk heeft het er in geresulteerd dat het huidige bedrijfsplan kan rekenen op een breed draagvlak. Participatiebanen en Werkleertrajecten De belangrijkste opgave voor Tomin is eerst en vooral gericht op de omvorming tot een werkleerbedrijf, waarin de ontwikkeling van medewerkers met een arbeidsbeperking centraal komt te staan. Operationele bedrijfsresultaten blijven nog steeds belangrijk, maar zijn niet langer alles bepalend.
Daarbij geldt bovendien dat de ontwikkeling van medewerkers zich uiteindelijk ook gaat vertalen in betere bedrijfsresultaten. Tomin geeft in het bedrijfsplan concreet invulling aan de ontwikkeling van medewerkers middels participatiebanen en werkleertrajecten. Voor de periode 2022 tot en met 2025 gaat het om de volgende aantallen:
Participatiebanen Werkleertrajecten
2022 38 3
2023 42 5
2024 46 8
2025 50 11
De participatiebanen betreffen niet allemaal plekken voor nieuwe medewerkers, maar ook plekken voor inwoners uit Hilversum die nu al actief zijn voor Tomin. Op basis van een schatting is ¾ van 38 fte in 2022 nu reeds in dienst van Tomin en ¼ niet. In het geval van de participatiebanen gaat het om medewerkers met een arbeidsbeperking en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Naast een arbeidsbeperking beschikken deze medewerkers vaak over weinig relevante werkervaring en werknemersvaardigheden. Ook komt het meer dan gemiddeld voor dat zij te kampen hebben met problemen ten aanzien van bijvoorbeeld taal, gezondheid en schulden. Via participatiebanen biedt Tomin medewerkers een dienstverband aan voor, in eerste instantie, maximaal drie jaar. In die periode gaan medewerkers vanuit een werksituatie aan de slag met de bedoeling hun werknemers- en vakvaardigheden te ontwikkelen. Het vertrekpunt is hierbij om uiteindelijk door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt, waardoor er doorstroming ontstaat. Indien tussentijds of na, maximaal, drie jaar blijkt dat een baan op de reguliere arbeidsmarkt niet
haalbaar is, komt een medewerker onder voorwaarden in aanmerking voor een baan voor onbepaalde tijd bij Tomin. Naast de participatiebanen ontwikkelt Tomin ook werkleertrajecten. Het betreft trajecten voor kandidaten waarvan de verwachting is dat zij binnen zes maanden zouden kunnen doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Hun afstand tot de arbeidsmarkt is korter vanwege uiteenlopende oorzaken. Zo kan de arbeidsbeperking minder manifest zijn (of in zijn geheel niet aanwezig), kan er sprake zijn van meer relevante werkervaring en beter ontwikkelde werknemersvaardigheden of er zijn er minder problemen in de persoonlijke levenssfeer. De verwachting is dat de belastbaarheid qua training, scholing, vorming en coaching groter is voor deze groep dan voor de groep die voor participatiebanen in aanmerking komt. Daarom gaat deze groep actief aan de slag met re-integratie met het doel zo snel mogelijk door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Als gedurende het traject blijkt dat er toch meer nodig is, kan er eventueel doorstroom plaatsvinden naar een participatiebaan. Diagnosetraject Het herkennen van een arbeidsbeperking en vervolgens vaststellen welke consequenties dat heeft in een specifieke arbeidssituatie, is niet eenvoudig.
De wijze waarop arbeidsbeperkingen tot uitdrukking komen is sterk afhankelijk van een specifieke werksituatie, waarbij bovendien rekening gehouden moet worden met eventuele problemen die een medewerker ervaart in de persoonlijke levenssfeer (gezondheid, financiën, gezinssituatie). Een goede diagnose kan, in de meeste gevallen, alleen gesteld worden als een (potentiële) medewerker over een wat langere tijd gevolgd wordt in een werksituatie. Daarom heeft Tomin in het bedrijfsplan de ontwikkeling opgenomen van een diagnose-instrument. De diagnosefase duurt maximaal 2 maanden en is on the job en wordt aangevuld met cursussen, workshops, trainingen en persoonlijke begeleiding. De uitgebreide diagnose levert een veelvoud aan informatie op. Zo wordt het niveau van de werknemersvaardigheden bepaald, worden problemen of leefgebieden in kaart gebracht (schulden, gezondheid, taalachterstanden) en de inzetbaarheid op verschillende werksoorten vastgesteld. De diagnosefase leidt tot een concreet plan van aanpak en een persoonlijk ontwikkelingsplan. Uiteindelijk resulteert de diagnosefase in doorstroom in een werkleertraject of een participatiebaan. Uitstroom en samenwerking met het Werkgeversservicepunt Gooi en Vechtstreek De Gooi en Vechtstreek gemeenten en het UWV hebben de arbeidstoeleiding van kwetsbare doelgroepen regionaal georganiseerd binnen het Werkgeverservicepunt (WSP) G&V.
Daarom krijgen zij een cruciale rol in de doorplaatsingen van medewerkers die een participatiebaan hebben. Zodra medewerkers met een participatiebaan klaar zijn voor de arbeidsmarkt, krijgt het WSP de verantwoordelijkheid om hen door te bemiddelen naar een baan bij een reguliere werkgever. Om dit te kunnen realiseren hebben Tomin, gemeenten en het WSP in het bedrijfsplan opgenomen nog actiever te gaan samenwerken. Aangezien reguliere vacatures op de arbeidsmarkt vaak net niet passend zijn, zoeken de partijen samen naar baanopeningen met gerichte acquisitie en instrumenten als werkplekaanpassing, jobcarving, jobcreation, jobcoaching en Social Return on Investment (SROI). Omvang en diversiteit van werkaanbod Om de participatiebanen en werkleertrajecten te garanderen, staat in het bedrijfsplan dat Tomin dient te beschikken over een opdrachtenportefeuille die voldoende gevuld en divers is. Het werk dat resulteert uit de opdrachtenportefeuille dient in de eerste plaats bij te dragen aan de ontwikkeldoelstellingen van individuele medewerkers. De ontwikkeldoelstellingen variëren van medewerker tot medewerker en daarom dient de opdrachtenportefeuille divers te zijn. Sommige medewerkers zijn gebaat bij werk binnen de beschermde omgeving van Tomin, andere
medewerkers kunnen onder begeleiding werken in een externe omgeving en weer anderen zijn in staat via detacheringen te werken bij inleners. Insteek is om medewerkers zodanig door te ontwikkelen dat zij, alvorens door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt, zoveel mogelijk via detacheringen kunnen werken. Diversiteit zit hem ook in het aanbod van verschillende werksoorten. Momenteel voert Tomin veel opdrachten uit het in het groen, verpakken en schoonmaak. Het is de ambitie van het AB om de komende jaren ook te onderzoeken of er andere werksoorten onderdeel kunnen gaan uitmaken van de opdrachtenportefeuille. Tomin gaat hiervoor actief op zoek naar mogelijkheden in de markt en bij gemeenten. Daarnaast is het mogelijk dat Tomin een rol gaat vervullen bij de invulling van de verplichtingen die opdrachtnemers van gemeenten hebben als gevolg van bepalingen over Social Return on Investment (SROI). Zo kan Tomin opdrachtnemers van gemeenten ondersteunen bij de personele invulling om tot uitvoering van de opdracht te komen. Financiën In de collegebrief van 29 juni 2021 hebben wij u reeds laten weten dat de financiële gevolgen voor Hilversum relatief beperkt zijn. In deze brief hebben we aangegeven dat het algemeen bestuur van Tomin de waarde onderkent van de voorzieningen die Tomin biedt.
Om die voorzieningen te borgen heeft er, in de voorbereiding op de koersbepaling, ook een financiële analyse en doorrekening plaatsgevonden om op basis van de behoeften en mogelijkheden vanuit gemeenten te bepalen voor hoeveel inwoners Tomin plek zou moeten bieden. Op basis van deze analyse en doorrekening heeft het algemeen bestuur de directie van Tomin als uitgangspunt mee gegeven dat het totaal aan aantal werkplekken en leerwerktrajecten in de periode 2022 – 2025 gelijk dient te blijven. Aangezien het aantal SW-medewerkers de komende jaren blijft teruglopen (zie voorgaande figuur), betekent dit dat er de komende jaren nieuwe instroom blijft plaatsvinden vanuit de Participatiewet. Krimpkosten worden zo voorkomen en er blijven nieuwe voorzieningen beschikbaar voor gemeenten bij Tomin. Voor Hilversum betekent dit dat er de komende jaren plek is voor rond de 250 fte. Er geldt een minimale stijging van de bijdrage vanuit Hilversum, maar dit kan ondervangen worden binnen de huidige meerjarenbegroting vanuit Rijksubsidie WSW en het participatiebudget. Het bedrijfsplan heeft niet geleid tot wijzigingen in het financiële kader. Hoe verder? Nu het bedrijfsplan is vastgesteld, breekt fase 3, dat wil zeggen de uitvoeringsfase, aan. Fase 3 bestrijkt een langere periode, waarbij 1 januari 2022 een eerste belangrijke mijlpaal is.
Vanaf 1 januari 2022 dient Tomin te kunnen starten met het aanbieden van diagnosetrajecten, participatiebanen en werkleertrajecten. Tomin en gemeenten gebruiken de rest van 2021 om te komen tot invulling van de trajecten en het maken van heldere werkafspraken. De transitie die Tomin doormaakt betreft een langere periode. Niet alles zal op 1 januari 2021 uitgekristalliseerd zijn en daarom wordt de gehele periode van het bedrijfsplan, dat wil zeggen van 2022 t/m 2025, benut voor doorontwikkeling. De directie van Tomin heeft toegezegd om in die periode periodieke raadsinformatiebijeenkomsten te blijven organiseren. Toezegging over de vergelijking van Tomin met een sociaal ontwikkelbedrijf Het college is in de raadsvergadering van 9 juni 2021 verzocht om u te informeren over het onderscheid tussen het leerwerkbedrijf zoals dat wordt voorgesteld en het sociaal ontwikkelbedrijf zoals dat elders in Nederland wordt voorgesteld (toezegging T21/73, raadsvergadering 9 juni 2021). Afgelopen februari zijn er door de tweede kamer verschillende moties aangenomen die verband houden met de wenselijkheid van een sociaal ontwikkelbedrijf, zoals die in een initiatiefnota van SPCDA, is omschreven. In deze initiatiefnota staat de doelstelling van het sociaal ontwikkelbedrijf als volgt beschreven:
“De behoeften en (ontwikkel)mogelijkheden van elk individu vormen het uitgangspunt bij een Sociaal Ontwikkelbedrijf. Iedereen wordt gestimuleerd om zijn of haar talent te ontwikkelen en – indien mogelijk - regulier op de arbeidsmarkt actief te zijn. Daarnaast worden er binnen het Sociaal Ontwikkelbedrijf werkplekken geboden voor de mensen die in een beschermde omgeving het best tot hun recht komen. Het Sociaal Ontwikkelbedrijf biedt een ruim aanbod aan werksoorten voor mensen met een beperking die dit al dan niet kunnen gebruiken als opstap om buiten het Sociaal Ontwikkelbedrijf aan de slag te gaan.” Het toekomstscenario van Tomin dat nu is uitgewerkt in een bedrijfsplan sluit één op één aan bij de doelstelling van het sociaal ontwikkelbedrijf en alle kenmerken waaraan een sociaal ontwikkelbedrijf zou moeten voldoen, zoals dat landelijk wordt voorgesteld. Wel is het zo dat de huidige wettelijke kaders en gekorte budgetten voor inwoners met een arbeidsbeperking de opdracht waarvoor Tomin en gemeenten ernstig bemoeilijken. Met deze collegebrief beschouwen wij toezegging T21/73 als zijnde afgedaan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
P.I. Broertjes
Informatiebijeenkomsten raadsleden Gooi en Vechtstreek, Almere en Eemnes over Tomingroep september 2021
Inhoud • • • • •
Introductie Tomingroep Participatiewet Scenario-ontwikkeling Ontwikkeling Tomingroep Vragen en antwoorden
Wie zijn we en wat doen we Almere: Verpakken / Montage Groen / Stadsreiniging De Kringloper Hilversum: Verpakken / Montage Groen Focus@Work en Detachering De Kringloper Schoonmaak Weesp: De Kringloper Naarden: De Kringloper 3
Huidige personele bezetting Aantal medewerkers (personen) Wet sociale werkvoorziening
(Wsw)
848
Participatiewet; doelgroepreg. en overig (DGR)
164
Participatiewet; Nieuw Beschut
77
Arbeidsmatige dagbesteding
(NB)
5
Regulier (staf, leiding en productie)
317
Stagiairs en vrijwilligers
54
Totaal
1465
Waar staat uw gemeente Algemeen beeld deelnemende gemeenten Tomingroep:
• beter dan landelijk gemiddeld • grote verschillen per gemeente; o.a. door grootte, samenstelling, problematiek (stedelijk of niet), gem. opleidingsniveau, werkgelegenheid, gem. inkomen • Getoonde gegevens 2019 tijdens presentatie geven een indicatie • Voor actuele cijfers zie www.waarstaatjegemeente.nl
Participatiewet • • • • • •
Ingevoerd in 2015 Bundeling bijstandswet, Wsw en Wajong Doel: Inclusie, één regeling aan de onderkant, ombuigen Gemeenten verantwoordelijk Forse bezuinigingen Werkgevers garanderen 125.000 banen voor mensen met arbeidsbeperking (‘de banenafspraak’)
Aanleiding scenario-ontwikkeling • Verliezen in 2019 en 2020 • Vervangen van uitstroom SW door instroom PW is niet zonder meer haalbaar, want subsidie voor PW veel lager dan voor SW • Gemeenten willen Tomingroep graag in stand houden en benutten voor hun burgers die daar behoefte aan hebben • Gemeenten staan voor een grote uitdaging, verantwoordelijk voor een groeiende groep inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt
Volumes Participatiewet
8
Problematiek vanuit vier perspectieven Doelgroep
Bedrijf
• Nieuwe doelgroep komt in de plaats van de Wsw.
• 1465 medewerkers en omzet van bijna 50 mln/jr.
• Groep wordt steeds groter en complexer
• Krimpende Wsw=> krimpend bedrijf
• Zo regulier mogelijk aan de slag.
• Vrijvallende capaciteit => wat doe je met beschikbare infrastructuur, kennis en kwaliteit?
• Niet iedereen is zichtbaar • Vangnet Wsw is er niet meer. Gemeenten moeten zelf oplossing bieden.
• Welk perspectief bied je medewerkers (doelgroep en regulier)
Financieel
Bestuur
• (Krimpend) Wsw-budget naar Tomin.
• Kiezen noodzakelijk
• Groeiend budget nieuwe doelgroepen niet automatisch naar Tomin
• In een onzekere omgeving
• Maar, voor nieuwe doelgroep 15K pp beschikbaar. Voor Wsw 25K.
• Niet kiezen = kiezen = sterfhuis • Commitment aangaan naar elkaar en naar Tomin
9
Inzet directie Tomingroep vanaf eind 2019 • Inzet op doorontwikkeling van alle medewerkers, te beginnen bij SW • Iedereen op de hoogst haalbare, best passende plek op de werkladder (zo regulier mogelijk) • Versterking van interne deskundigheid op arbeidsontwikkeling, jobcoaching e.d. • Afscheid van (niet-renderende) bedrijfsonderdelen die onvoldoende bijdragen aan ontwikkeling medewerkers (afwegingscriteria) • Stroomlijnen en efficiënter maken organisatie • Versterking van de keten: gemeente -> Tomingroep -> WSP -> reguliere arbeidsmarkt
Opdracht scenario-ontwikkeling (medio 2020) • Wat is de visie van de gemeenten op arbeidsmarkt v.w.b. mensen met een participatie-vraag? • Hoe willen 9 gemeenten daarbij samenwerken? • Wat is de rol daarin van Tomin? • Hoe is de continuïteit van de uitvoering Wsw gewaarborgd? • Doorontwikkeling naar arbeidsontwikkelbedrijf, dagbesteding of andere vormen gewenst? • Welke governance is passend voor Tomingroep?
Overwegingen scenario-studie • Nieuwe doelgroepen in de Participatiewet met grotere afstand tot de arbeidsmarkt moeten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt • Bij Tomingroep kunnen zij werken aan hun arbeidsvaardigheden en zich oriënteren op passende werkzaamheden • Voor inwoners die niet in staat zijn om te participeren op de reguliere arbeidsmarkt, moet er een voorziening blijven waar zij kunnen werken (= Tomingroep) • De werkgelegenheid voor de SW-doelgroep moet behouden blijven • Samenwerking in de keten is cruciaal: Tomingroep is een van de schakels tussen gemeenten, werkgeversdienstverlening, zorg en ondersteuning (bijv. schuldhulp, verslaving) en reguliere arbeidsmarkt
Aanpak scenario-studie • Nieuwe
Projectorganisatie scenario-studie • Opdrachtgever • Toezicht • Bestuurlijk opdrachtg. • Ambtelijk opdrachtg. • Projectleider • Projectgroep • Werkgroepen
: Algemeen bestuur : Stuurgroep (DB, directie W&I en Tomin, RvC) : Voorzitter bestuur : Directeur Tomingroep : Extern, Berenschot : Beleidsadviseurs + Tomingroep : Uitvoerende professionals gemeenten + TG
• Gericht op ketensamenwerking en commitment
Uitkomst scenario-ontwikkeling • Omvang Tomingroep blijft gelijk • Uitstroom SW wordt vervangen door instroom / doorstroom P-wet plus door ontwikkeltrajecten • Tomingroep ontwikkelt zich tot werk-leerbedrijf • Governance Tomingroep blijft vooralsnog ongewijzigd Deze uitkomst past naadloos in de ontwikkeling die Tomingroep sinds eind 2019 reeds had ingezet.
Ontwikkeling aantallen in ‘doelgroepen’ 2021 - 2025 Medewerkers (in fte)
2021
2022
2023
2024
2025
Aantal Wsw-ers
717
684
649
611
572
Aantal Nieuw Beschut
41
52
64
76
90
Aantal DGR/P-wet overig
161
172
184
196
210
Aantal trajectplaatsen
0
12
24
37
51
919
920
921
921
922
Volume totaal
De ‘Werkladder’ van Tomingroep
In-, door- en uitstroom bij Tomingroep • ‘Het goede gesprek’ : Wat wil je, wat kun je, en hoe gaan we daar komen? • In POP/trajectplan afspraken over ontwikkeling en mogelijkheden • Doorstroom in de eigen werksoorten (Tomin-werkladder), terug kan ook • Voor medewerkers Tomin : met vast of tijdelijk dienstverband of traject met behoud van uitkering • Detacheren is voor SW-medewerkers het hoogst haalbare en voor Tomin de beste optie • Uitstroom naar reguliere arbeidsmarkt is voor overige doelgroepmedewerkers het hoogst haalbare • Voor alle werksoorten sterke commerciële inzet noodzakelijk • Groot netwerk van regionale werkgevers • Nauwe samenwerking met afdelingen W&I en werkgeversdienstverlening
Vervolg scenario-ontwikkeling Uitwerking naar bedrijfsplan in vier werkgroepen waarin mensen uit de uitvoering van de gemeenten zijn betrokken: 1. 2. 3. 4.
Werk-leertrajecten Ontwikkelbanen Gemeentelijke opdrachten Financiën en KPI’s (kritische prestatie indicatoren)
• Afstemming met o.a. hoofden Uitvoering, directeuren Werk & Inkomen, WSP/Baangericht • Besluitvorming in AB op 27 oktober, daarna ontwerpfase • Start implementatie per januari 2022
Kortom • Tomingroep is in verandering en ontwikkelt zich als werk-leerbedrijf • Ontwikkeling en doorstroom van medewerkers is leidend principe • Werksoorten moeten voldoen aan specifieke criteria, zo niet: afbouwen • We investeren in de ontwikkeling van onze leidinggevenden • We stroomlijnen de organisatie • Kritische succesfactor is de keten-relatie met gemeenten en samenwerkingspartners
Extra informatie/toelichting n.a.v. gestelde vragen (1/4) T.a.v. huidig personeelsbestand:
• Salariëring en arbeidsvoorwaarden geschieden volgens CAO’s • Vrijwilligers krijgen standaard vrijwilligersvergoeding • Arbeidsmatige dagbesteding (5 personen, vergoeding via WMO) Gaat Tomingroep ook dagbesteding organiseren?
• Is een mogelijkheid, echter er wordt vooral gezocht naar samenwerking met de gespecialiseerde partijen in de gemeenten. • In Almere (verpakken/montage) is 1 afdeling ingericht voor medewerkers van Triade. Is er voldoende instroom en zijn inwoners die op voorziening aangewezen zijn in beeld?
• Voor Tomingroep tot nu toe voldoende instroom. De WSW-regeling is vervallen, maar de doelgroep bestaat natuurlijk nog. In plaats van WSW komen er mensen uit doelgroepen Nieuw Beschut en Doelgroepenregister. Gemeente is nu ook verantwoordelijk voor Wajong (was UWV), Voor gemeenten is het een opgave om iedereen in beeld te krijgen. • Aantallen blijven landelijk achter (nugger’s, < 27 jaar, vraaguitval etc.) Statushouders zijn goed in beeld.
Extra informatie/toelichting n.a.v. gestelde vragen (2/4) Wat is de verwachting t.a.v. plannen nieuw kabinet (motie SP/CDA)
• In de Tweede Kamer lijkt draagvlak te zijn voor het in stand houden van voorzieningen zoals Tomingroep. Nog niet duidelijk is of daar ook extra geld voor gereserveerd gaat worden.
Hoe is de samenwerking met de afdelingen Werk- en Inkomen?
• De scenariokeuze en verdere uitwerking is een gezamenlijk project. Tomingroep is blij met de samenwerking met de verschillende afdelingen, de beleidsadviseurs en de financials. • Gezamenlijke inzet op commitment, samen leren en ontwikkelen en werken aan passende dienstverlening (maatwerk versus harmonisatie/efficiency) staan centraal.
Extra informatie/toelichting n.a.v. gestelde vragen (3/4) T.a.v. werkaanbod en in-, door- en uitstroom Tomingroep:
• Er zijn voldoende werkplekken beschikbaar, beperkte diversiteit in de eigen werksoorten, inzet op doorstroom naar zo regulier mogelijk bij reguliere werkgevers • Werkgeversbenadering gebeurt a.d.h.v. ontwikkeling medewerkers (aanbod- en vraaggericht) • Beperkt aanbod voor hoogopgeleide mensen in eigen stafafdelingen en regioprojecten (zoals A.I. mediapark) • Netwerk van werkgevers nodig; jobcarving en jobcreation, jobcoaching, wegnemen van drempels en risico’s • 4 afwegingscriteria voor werksoorten Tomingroep: gericht op passend en zo regulier mogelijk werk, werkladder met groei (en terugval) mogelijkheid, arbeidsontwikkeling en (financiele) haalbaarheid • Niet renderend betekent niet automatisch sluiten; passend werk bieden is ook onze opdracht • Nieuwe werksoorten ontwikkelen? Wordt niet uitgesloten, is afhankelijk van behoefte vanuit inwoners (gemeenten) en de aansluiting op kansen op arbeidsmarkt/mismatch • Ook bovenregionale samenwerking? Wel t.a.v. regionale/landelijke werkgevers, evt. in samenwerking met collega sociaal ontwikkelbedrijven
Extra informatie/toelichting n.a.v. gestelde vragen (4/4) Wat zijn de gevolgen van de scenario ontwikkeling voor de gemeentebegroting?
• In de scenario ontwikkeling (businesscase zijn berekeningen en afspraken gemaakt over de benodigde financiele bijdrage per gemeente. Hierover zijn met Tomingroep meerjarig afspraken gemaakt (2022-2025). De hoogte van deze jaarlijkse bijdrage verschilt per gemeente. De basisafspraken zijn gelijk, echter verschillen door verwachtingen en taakstelling van aantallen per doelgroep en door het aantal in het verleden geplaatste Wsw medewerkers. • Ook afspraken inzake dienstverlening en sturing (KPI’s). • KPI’s zijn er op verschillende niveaus voor Tomingroep; Algemeen Bestuur, Raad van Commissarissen, Directie • Ook KPI’s t.a.v. ketensamenwerking sociaal domein. Komt er weer een inwerkprogramma voor de nieuwe raadsleden?
• Ja, dat gaan we weer organiseren. Positieve ervaringen en reacties. • Sociale werkvoorziening en Participatiewet zijn belangrijke onderwerpen, thematiek is complex gezien verschillende regelingen
a.
Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep
Businessplan
Onderzoek in opdracht van het bestuur
64048 – Intern vertrouwelijk 6 maart 2021
1
64048 – Intern vertrouwelijk
Regionale samenwerking sociaal domein Tomingroep Onderzoek in opdracht van het bestuur
Martin Heekelaar (Berenschot) Arjan Verweij (Almere) Christine Hoogenkamp (Tomin) Daphne Willems (HBEL) Frank de Groot (Gooise Meren) Ronald van Drogenbroek (Tomin) Wouter van den Berg (Hilversum) 6 maart 2021
64048 – Intern vertrouwelijk
2
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Te beantwoorden vragen
4
1.3
Randvoorwaarden
5
1.4
Uitgangspunten
5
1.5
Gefaseerde aanpak: Berenschot Ruitmodel
5
1.3
Projectorganisatie
6
1.4
Stapsgewijze aanpak in de strategiefase
7
1.6
Leeswijzer
8
De opgave van gemeenten
9
2.2
Uitdaging gemeenten
10
2.3
Hoe doen gemeenten het?
11
2.4
Ontwikkeling bij sw-bedrijven
12
2.5
Financiën
13
2.6
Resultaten Tomingroep
15
2.7
Weesp
15
2.8
Toekomstige ontwikkelingen
16
2.9
Wat heeft vijf jaar Participatiewet ons geleerd?
17
Waarom Tomin?
18
3.1
De mensen
18
3.2
Tomins strategie
21
3.3
Maatschappelijke kosten en baten van werk
22
3.4
Aan de slag met loonkostensubsidie bij reguliere werkgever
23
3.5
Aan de slag met loonkostensubsidie bij Tomin
24
Uitvoeringsscenario’s
26
4.1
Uitgangspunten voor de te ontwikkelen scenario’s
26
4.2
Doelgroepen
26
4.3
Wsw-bedrijf
27
4.4
Bedrijf voor beschutte arbeid
27
4.5
Werkleerbedrijf
28
4.6
Breed participatiebedrijf
28
4.7
Gecombineerd bedrijf voor W&I
28
4.8
Weging van de uitvoeringsscenario’s
28
Uitwerking voorkeursscenario
30
5.1
Inleiding 30
5.2
Taakinhoud
30
5.3
Positionering van Tomingroep
31
5.4
Negen opties
32
5.5
Ontwikkelrichting
32
5.6
Gemeentelijke verhouding
34
5.7
Financiële gevolgen
35
64048 – Intern vertrouwelijk
6.
3
5.8
Financiering
36
5.9
Randvoorwaardelijke afspraken
36
5.10 Risico’s
37
5.11 Weging van de verschillende opties
37
5.12 Vervolg
38
Conclusies en advies
39
6.1
Conclusies
39
6.2
Advies
40
Bijlage: Criteria werksoorten
41
Bijlage: Rijksbudgetten Wsw en Participatiewet
43
Bijlage: Verwachte aantallen en bedragen per gemeente
47
64048 – Intern vertrouwelijk
4
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Tomingroep gaat door een uitdagende fase. Vanaf 2019 is de exploitatie van Tomingroep voor het eerst sinds vele jaren negatief. Geconstateerd is dat de huidige bestuursopdracht financieel gezien niet kostendekkend uitvoerbaar is. In 2020 heeft het bestuur dan ook besloten tot een onderzoek naar en uitwerking van toekomstscenario’s voor de samenwerking in het sociaal domein en de rol van Tomingroep daarin. Aan het eind van zomer 2019 werd duidelijk dat Tomin BV voor het eerst in 25 jaar zou afstevenen op een tekort. Directie, Raad van Commissarissen en Algemeen Bestuur hebben geconstateerd dat de strategie volgens bestuursopdracht 2018-2021 niet tot de gewenste resultaten gaat leiden. Op 6 november 2019 besloot het AB daarom tijdens een heidag om een verkenning uit te laten voeren naar verschillende toekomstscenario’s voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en verschillende onderdelen van de Participatiewet. Vertrekpunt van de verkenning moest zijn hoe de deelnemende gemeenten wensen samen te werken in het sociaal domein, welke verschillende vormen van samenwerking daarbij mogelijk zijn en de rol die de Tomingroep daarin zou kunnen spelen.
Op 9 december 2019 heeft een expertmeeting plaatsgevonden tussen beleidsadviseurs van enkele deelnemende gemeenten, de directeur van Tomin en enkele externe deskundigen (Berenschot, Iroko, Radar Advies) op het gebied van doorontwikkeling van SW-bedrijven. Hierbij werd een vijftal mogelijke toekomstscenario’s in beeld gebracht bij wijze van eerste verkenning. Op 25 juni 2020 zijn deze vijf mogelijke toekomstscenario’s1 voorgelegd aan het AB. Het AB heeft toen besloten om twee scenario’s verder te laten uitwerken in een businesscase waarin zowel financiële als maatschappelijke effecten worden beschreven alsook een impactanalyse van de te nemen stappen daartoe. De op te leveren businesscase is bedoeld om het AB in staat te stellen om in een later stadium strategische (lange-termijn) besluiten te nemen op het gebied van gemeentelijke samenwerking binnen het sociaal domein in het algemeen en de rol die de Tomingroep daarin kan innemen in het bijzonder. Primair uitgangspunt daarbij blijft om zo goed (en betaalbaar) mogelijk uitvoering te geven aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Voor u ligt de nadere uitwerking van deze opdracht, waarin gemeenten en Tomingroep, onder leiding van een externe projectleider hebben toewerkt naar één toekomstvariant waar draagvlak voor bestaat bij de deelnemende gemeenten.
Deze voorkeursvariant en het proces hoe daartoe is gekomen, zijn uitgewerkt en onderbouwd in deze rapportage. De rapportage bevat tevens het plan van aanpak en planning voor het vervolg.
1.2
Te beantwoorden vragen
In de businesscase moeten in ieder geval de volgende vragen worden beantwoord: 1.
Op welke wijze willen de deelnemende gemeenten samenwerken bij de uitvoering van hun arbeidsmarktbeleid voor mensen met een (tijdelijke of blijvende) afstand tot de arbeidsmarkt en welke rol moet de Tomingroep daarin spelen? De continuïteit van uitvoering van de Wsw, die gezien de teruglopende rijkssubsidie onder financiële druk staat, vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt.
2.
Is doorontwikkeling van de huidige sociale werkvoorziening (Tomingroep) richting een arbeidsontwikkelbedrijf dat zowel de SW- als Participatiewettaken uitvoert, gewenst, gezien het antwoord op vraag 1?
64048 – Intern vertrouwelijk
3.
5
In welke vorm (o.a. governance) is samenwerking tussen de deelnemende gemeentes van de huidige Gemeenschappelijke Regeling daarbij het meest passend?
1.3 Randvoorwaarden De businesscase moet voldoen aan de volgende randvoorwaarden: •
De businesscase moet volledig en ter zake kundig zijn. Alle relevante informatie vanuit het bedrijf en de samenwerkingspartners in de GR moet worden ingebracht.
•
De businesscase moet gevalideerd zijn: de cijfers, berekeningen en uitwerkingen van het scenario zijn objectief en verifieerbaar.
•
De businesscase moet realistisch zijn en kunnen worden uitgewerkt tot een model dat na de relevante besluitvorming kan worden geïmplementeerd.
•
Bij het uitwerken en verantwoorden van de businesscase moet elke schijn van belangenverstrengeling of bevooroordeeldheid worden voorkomen.
1.4 Uitgangspunten De volgende uitgangspunten dienen te worden gehanteerd: •
De oplossing voor de Tomingroep is passend bij de uitvoering van de Participatiewet, zoals gewenst door de (individuele) gemeenten in de regio.
•
De gekozen oplossing voldoet aan de eisen van doelmatigheid en effectiviteit.
•
De uitkomst biedt meerjarig waarborgen voor de financiële inpasbaarheid binnen de gemeentelijke begrotingen cq de gemeentelijke bijdragen aan de Tomingroep zijn zoveel mogelijk financierbaar vanuit de gemeentelijke rijksbudgetten.
•
De uitkomst biedt meerjarig een oplossing voor de invulling van taken die door het rijk zijn opgedragen aan gemeenten en/of zijn gewenst door de aan Tomingroep deelnemende gemeenten.
•
De gekozen variant is voldoende flexibel om in te spelen op eventuele toekomstige (landelijke) beleidswijzigingen.
•
Vorm volgt inhoud.
•
Het onderzoek laat voor alle individuele gemeenten – naast de gemeentelijke financiële bijdragen - zien hoe de afbouw van de Wsw georganiseerd wordt en hoe tegelijkertijd de opbouw van de nieuwe doelgroep tot stand wordt gebracht.
•
De eerder door het AB vastgestelde scenario’s zijn het uitgangspunt voor het onderzoek. Deze worden in het onderzoek nader uitgewerkt.
•
Uitgangspunt is niet per se het meerjarig voortbestaan van Tomingroep in de huidige vorm.
1.5 Gefaseerde aanpak: Berenschot Ruitmodel De onderzoeksvraag gaat over de gemeenschappelijke strategische koers van de Tomin-gemeenten op het terrein van de Participatiewet. Het ontwikkelen (richten), implementeren (inrichten) en uitvoeren (verrichten) van de strategische koers vraagt om een gefaseerde aanpak. Een dergelijk gefaseerde aanpak is met name in samenwerkingsorganisaties belangrijk. Op die manier kan stapsgewijs iedereen worden meegenomen, waarbij op bepaalde momenten gezamenlijk besluiten worden genomen. Voor een dergelijke aanpak heeft Berenschot het ruitmodel ontwikkeld.
6
64048 – Intern vertrouwelijk
Resultaat
Haalbaarheid
Doel
Resultaat
Haalbaarheid
Proces
Doel
Resultaat
Haalbaarheid
Implementatiefase
Besluitvormingsmoment Uitwerkingsplannen
Doel
Proces
Ontwerpfase
Besluitvormingsmoment Bedrijfsplan
Proces
Planfase
Besluitvormingsmoment Businessplan
Strategiefase
Proces
Doel
Resultaat
Haalbaarheid
Steeds grotere mate van detail
Berenschot Ruitmodel
Momenteel zitten we in de strategiefase. De strategiefase bepaalt op hoofdlijnen de richting van het bedrijf en de bijbehorende kosten en opbrengsten. De strategiefase mondt uit in het businessplan. Het businessplan wordt vastgesteld door het bestuur, waarmee de koers van de organisatie is vastgesteld. Het gaat hier vooral om de Wat-vraag: Wat gaat het bedrijf doen en welke middelen zijn daarvoor beschikbaar. Na de strategiefase volgt de planfase. In de planfase wordt de koers nader ingevuld. Het gaat om de inhoudelijke doelen die je met elkaar wilt bereiken, binnen de kaders van het businessplan. Het businessplan beschrijft het speelveld waarbinnen de doelen moeten worden gerealiseerd. De planfase wordt afgerond met het bedrijfsplan, dat wordt vastgesteld door het bestuur. Na de planfase volgt de ontwerpfase. In de ontwerpfase wordt het organisatieontwerp gemaakt. De werkprocessen worden ingericht en er wordt concreet gemaakt wie welke taken heeft bij de uitvoering van het bedrijfsplan. De uitwerkingsplannen die in deze fase worden opgesteld beschrijven stap voor stap het implementatie- en uitvoeringsproces. In de implementatiefase worden de uitwerkingsplannen geïmplementeerd, waarna de plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd. De uitvoering wordt gevolgd. Waar nodig vindt bijsturing plaats.
Na een afgesproken termijn vindt evaluatie plaats en wordt nagegaan of de doelstellingen zijn gerealiseerd.
1.3
Projectorganisatie
Voor de uitwerking van de businesscase heeft het AB een structuur opgezet, waarin op verschillende niveaus vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten en Tomingroep zijn vertegenwoordigd. In deze structuur is een bestuurlijke opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever, stuurgroep, projectgroep en externe onafhankelijke projectleider opgenomen. De voorzitter van het AB is de bestuurlijk opdrachtgever. De directeur van de Tomingroep treedt op als ambtelijk opdrachtgever en als contactpersoon voor de projectleider. De stuurgroep De stuurgroep benoemt de projectleider. De projectleider legt verantwoording af aan de stuurgroep en houdt de stuurgroep op de hoogte van de voortgang van het onderzoek. De stuurgroep wordt periodiek geïnformeerd, geeft richting en stuurt zo nodig bij. Als de projectleider gedurende de uitvoering van de businesscase behoefte heeft aan richtinggevende strategische keuzes of als escalatie vereist is, dan wordt dit voorgelegd aan de stuurgroep.
7
64048 – Intern vertrouwelijk
Ambtelijke projectgroep De uitvoering van het project is belegd bij de ambtelijke projectgroep. In de projectgroep zitten verschillende beleidsadviseurs van de gemeenten en Tomingroep. De projectleider is voorzitter van de projectgroep en zet vanuit die rol opdrachten uit binnen de projectgroep. De projectgroep komt regelmatig bij elkaar ter afstemming en om samen zaken uit te werken. De projectgroep beoordeelt de businesscase op volledigheid en kwaliteit. Alle relevante informatie vanuit het bedrijf en de samenwerkingspartners wordt via de projectgroep ingebracht. De projectleider is verantwoordelijk voor de objectiviteit en verifieerbaarheid van de cijfers, berekeningen en uitwerkingen van de scenario’s. De projectgroep valideert de businesscase.
1.4
Stapsgewijze aanpak in de strategiefase
In de strategiefase, waarin is gekomen tot het businessplan, zijn de volgende stappen gezet.
•
Stap 1: vaststellen van de uitgangssituatie en het kader van het onderzoek.
•
Stap 2: uitwerking uitvoeringsvarianten en verkenning voorkeursvariant.
•
Stap 3: verdere uitwerking voorkeursvariant en berekenen financieel beeld.
•
Stap 4: verkenning van de wenselijkheid een nieuwe juridische samenwerkingsvorm.
•
Stap 5: uitkomsten van het onderzoek worden samengebracht in het businessplan.
De gevolgde tijdlijn van het project ziet er als volgt uit. Juni 2020
Algemeen Bestuur besluit tot uitwerking van scenario 2 en 5b
Juli 2020
Algemeen Bestuur stelt procesvoorstel vast en Selectie projectleider door stuurgroep
September 2020
Startbijeenkomst projectgroep en vaststellen vergaderrooster (1 dagdeel per week) Start met inventarisatieronde gemeenten en Tomingroep Start periodieke stuurgroepbijeenkomsten
November 2020
Presentatie eerste uitkomsten projectgroep Stuurgroep meldt prioriteit te geven aan de uitwerking van de variant leer-werkbedrijf.
December 2020
Meedenksessie uitvoering (o.a. klantmanagers); Besluit voor extra heidag AB en RvC en extra inventarisatieronde gemeenten en Tomingroep
Januari 2021
Extra ronde langs gemeenten en Tomingroep Bespreking uitwerking en achtergronden met financials van gemeenten en Tomingroep
Februari 2021
Heidag AB en RvC, bespreking voorkeursvariant per gemeente
5 maart 2021
Oplevering concept eindrapportage en advies van Projectgroep aan Stuurgroep
8 maart 2021
Bespreking eindrapportage in Stuurgroep
8
64048 – Intern vertrouwelijk
25 maart 2021
Presentatie definitieve businesscase aan AB en bestuurlijke besluitvorming in het AB.
1.6 Leeswijzer Hierna gaan we eerst in op de opgave die gemeenten hebben en wat vijf jaar Participatiewet ons heeft geleerd. Vervolgens gaan we in op de meerwaarde van Tomin voor de ondersteuning van de doelgroep. In hoofdstuk vier beschrijven we een viertal uitvoeringsscenario’s en onderbouwen we het voorkeursscenario. In hoofdstuk 5 werken we het voorkeursscenario uit. In hoofdstuk 6 presenteren wij onze conclusies en aanbevelingen.
64048 – Intern vertrouwelijk
9
2. De opgave van gemeenten 2.1 Participatiewet In 2015 is de Participatiewet ingevoerd. De Participatiewet impliceert dat de instroom in de Wsw is gestopt en dat tegelijkertijd daar een steeds grotere, nieuwe doelgroep voor in de plaats komt. De bedoeling van de wetgever is dat de groep mensen met een arbeidsbeperking vaker dan onder de Wsw het geval was regulier – al dan niet met loonkostensubsidie en eventueel begeleiding aan de slag gaat. De Participatiewet leidt op termijn tot een besparing voor de rijksoverheid van €1,6 mld. Daarvan word €0,9 mld gerealiseerd door een lager volume Wajong. De middelen die voor de nieuwe doelgroep vanuit de rijksoverheid beschikbaar zijn, zijn een stuk lager dan voorheen onder de Wsw. Voor een Wsw-er ontvangt de gemeente circa €25.000,- per persoon, terwijl de gemeente voor de nieuwe doelgroep (met arbeidsbeperking) gemiddeld €15.000,- per persoon ontvangt. Daarnaast is het klassieke re-integratiebudget van gemeenten in de periode 2010-2018 (macro) verlaagd van €1,4 mld naar €0,5 mld per jaar. De ontwikkeling van de verschillende doelgroepen, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, is weergegeven in de volgende grafiek. Deze aantallen zijn ontleend aan de memorie van toelichting bij de Participatiewet en bewerkt door Berenschot. Op de verticale as staan de aantallen personen in de verschillende doelgroepen (maal 1.000).
Op de horizontale as staan de jaren.
We lichten de kleuren in de figuur als volgt nader toe: •
Groen: Gemeenten blijven onveranderd verantwoordelijk voor de uitvoering van de bijstand. Uiteraard kent de omvang van het bestand fluctuaties van jaar op jaar, mede als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen. Zo ging kort na 2015 de bijstandsafhankelijkheid omhoog door de toestroom van statushouders. Vanaf dit jaar kunnen we een forse stijging van het volume verwachten door de Corona-crisis. Voor de leesbaarheid van de figuur en voor het specifiek in beeld brengen van de gevolgen van de Participatiewet houden we echter het bijstandsniveau in dit plaatje constant.
•
Oranje: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wsw. Het aantal Wsw-ers neemt geleidelijk af, omdat de toegang tot de Wsw per 1-1-2015 is gestaakt. Op 1 januari 2015 waren er ruim 103.000 Wsw-ers (90.000 arbeidsjaren). Het zittend bestand houdt de oude rechten. Uiteindelijk zal iedereen uit de Wsw zijn gestroomd. Vandaar de afname tot 0 in de figuur.
•
Blauw: Het Ministerie van SZW gaat ervan uit dat gemeenten gemiddeld voor drie Wsw-ers die uitstromen één beschutte arbeidsplek creëren. Inwoners kunnen een indicatie aanvragen bij het UWV. Het gaat dan om de plaatsing van mensen met arbeidsvermogen, die niet bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen. Deze categorie wordt ook wel ‘Nieuw beschut’ genoemd. Gemeenten moeten, zodra een inwoner met een indicatie
64048 – Intern vertrouwelijk
10
een beroep doet op de gemeenten voor ondersteuning, plekken te realiseren tot aan de aantallen die zijn opgenomen in een ministeriële regeling (de taakstelling). •
Geel: Het ministerie gaat er eveneens vanuit dat mensen met een beperking die wél bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, ten minste tot op het niveau van de oude Wsw aan de slag worden geholpen. Dit betreft de mensen die via een loonkostensubsidie (LKS) aan de slag worden geholpen bij werkgevers. Het totaal aantal mensen dat met ondersteuning van de gemeenten aan de slag gaat, blijft dan op het niveau van de oude Wsw. Het gaat dan om de kleuren blauw en geel in de figuur; dit is qua omvang vanaf 2050 uiteindelijk gelijk aan het oranje vlak in 2015. Dit betreft een grote wijziging ten opzichte van de voormalige Wsw. Een belangrijke doelstelling is inclusie, waardoor mensen met een arbeidsbeperking die voorheen intern binnen het sw-bedrijf aan de slag gingen, nu zoveel mogelijk worden geplaatst en begeleid bij reguliere werkgevers. Landelijk hebben werkgevers zich gecommitteerd aan de zogenoemde banenafspraak, waarbij zij hebben toegezegd om op landelijk niveau voor 125.000 mensen met een arbeidsbeperking een werkplek te realiseren.
Rood: De omvang van deze groep neemt echter toe. Gemeenten worden namelijk ook verantwoordelijk voor de groep mensen die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en die voorheen in de Wajong zou zijn terecht gekomen (en niet in de Wsw). Deze groep wordt steeds groter. De verwachting van het ministerie is dat uiteindelijk ten opzichte van de oorspronkelijke aantallen (landelijk 375.000 mensen in de bijstand, 90.000 mensen in de Wsw) 135.000 mensen extra gebruik zullen maken van ondersteuning vanuit de Participatiewet. Ook voor deze groep is het doel om ze zoveel mogelijk regulier aan de slag te helpen en waar nodig een loonkostensubsidie en/of begeleiding in te zetten.
2.2 Uitdaging gemeenten Gemeenten hebben onder de Participatiewet derhalve de uitdaging om elk jaar meer mensen aan de slag te krijgen. Het gaat om een groep met arbeidsbeperkingen, die zonder ondersteuning niet in staat is om aan de slag te komen en te blijven. Enerzijds wordt de groep steeds groter door het grotendeels afsluiten van de Wajong, die door het UWV wordt uitgevoerd. Anderzijds gaat het om het aan de slag krijgen van mensen die voorheen een plek kregen in het kader van de Wsw. Het nieuwe instrumentarium bestaat vooral uit de loonkostensubsidie en beschutte arbeid. Belangrijk is dus dat het gemeentelijk beleid rekening houdt met een groep die elk jaar groter wordt en dat de uitvoering daarop wordt afgestemd. Tegelijkertijd zijn en worden de beschikbare middelen vanuit de rijksoverheid ingeperkt. Van 2010 tot 2018 zijn de klassieke re-integratiemiddelen met 2/3e omlaag gebracht. Voor de doelgroep met beperkte loonwaarde die geleidelijk aan in de plaats komt van de Wsw is per persoon gemiddeld €15.000,- beschikbaar1, terwijl per Wsw-er gemiddeld €25.000,- beschikbaar is. Om dezelfde aantallen te kunnen blijven ondersteunen, zijn gemeenten feitelijk gedwongen om op zoek te gaan naar steeds efficiëntere manieren om mensen aan de slag te helpen en te houden. Bovendien is sprake van een complexe financieringssystematiek.
De middelen komen vanuit de rijksoverheid bij de gemeente binnen via drie kanalen (zie bijlage): (1) het bijstandsbudget (BUIG), (2) de integratie-uitkering sociaal domein (re-integratiemiddelen) en (3) de algemene uitkering in het gemeentefonds (cluster inkomen en participatie ten behoeve van de uitvoeringskosten Participatiewet, het minimabeleid en sinds 2019 het klassieke re-integratiebudget). Voor een deel kan de hoogte van de beschikbare middelen goed worden ingeschat. Voor een ander deel is dat lastig, met name voor het bijstandsbudget (ruim de helft van het totale budget). Dat leidt tot onzekerheid bij de beleidsvorming en het inschatten van de kosten en de opbrengsten van het beleid. Belangrijk is dat gemeenten zich daar goed van bewust zijn. Feitelijk is de Participatiewet een groot experiment. Keuzes Deze middelen ontvangen de gemeenten via het BUIG-budget (loonkostensubsidie), het participatiebudget (begeleidingsvergoeding) en de algemene uitkering in het gemeentefonds (uitvoeringskosten) 1
64048 – Intern vertrouwelijk
11
worden gemaakt in onzekerheid. De uitkomst is onzeker. Het is daarom belangrijk dat goede en duidelijke keuzes worden gemaakt, dat de uitkomsten worden gemonitord en dat waar nodig het beleid en uitvoering worden bijgesteld. Kortom, gemeenten staan voor de uitdaging om beleid te ontwikkelen voor een steeds grotere groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, dat wordt verbonden met het beleid voor de klassieke doelgroep. Ook zal de uitvoering hierin mee moeten bewegen: welke rol krijgen het klassieke sw-bedrijf? Welke rol krijgen de sociale dienst en het werkgeversservicepunt? Wat doe je jaarlijks met de vrijvallende capaciteit door het krimpen van de klassieke Wsw?
2.3 Hoe doen gemeenten het? De Participatiewet is in 2019 in opdracht van het ministerie van SZW geëvalueerd. We merken op dat we feitelijk nog maar aan het begin van de invoering van de Participatiewet staan. Omdat sprake is van een geleidelijk proces gaan er decennia overheen, voordat de Participatiewet volledig is ingevoerd. Het SCP voerde een belangrijk deel van de evaluatie uit. SCP was kritisch op de resultaten van de Participatiewet. De conclusie was dat de invoering van de Participatiewet nauwelijks heeft geleid tot verhoging van de baankansen, zoals beoogd met de wet. Voor de grootste groep, de klassieke bijstandsgerechtigden, is er amper een verschil. Voor mensen die het recht op toegang tot de sociale werkvoorziening verloren, daalde de kans op werk. Voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen stegen de baankansen. Hun inkomenspositie verslechterde echter en het gaat vaker om tijdelijk werk. Berenschot constateert dat het totaal aantal mensen met een beperking dat door gemeenten aan de slag wordt geholpen gelijk is, terwijl de doelgroep waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, groter is dan het oorspronkelijk aantal Wsw-ers. Er zijn echter grote verschillen tussen gemeenten. In sommige gemeenten zijn veel mensen met een loonkostensubsidies aan de slag geholpen, terwijl in andere gemeenten het aantal nog beperkt is.
Specifiek voor de doelgroep ‘nieuw beschut’ blijkt dat de aantallen die aan de slag geholpen worden flink lager zijn dan door het ministerie van SZW geraamd. In totaal zijn circa 4.000 plekken gerealiseerd. De raming voor ultimo 2020 is 7.600 Maar ook hier zien we grote verschillen tussen gemeenten. In sommige gemeenten zijn relatief veel mensen met de indicatie beschut aan het werk, terwijl de aantallen in andere gemeenten achter blijven. Een specifieke groep is de groep jonggehandicapten die geen uitkering ontvangt, terwijl zij voorheen, onder de Wajong vaak wel een uitkering zouden hebben ontvangen. Het gaat om de nieuwe groep nuggers. De helft van deze groep is bekend met de mogelijkheid om hulp te krijgen vanuit de gemeente, en de helft van de groep die behoefte heeft aan hulp, slaagt er niet in om daadwerkelijk hulp te krijgen. Zo’n 20% van de jonggehandicapte nuggers heeft hulp ontvangen. Zij zijn meestal tevreden over deze hulp (Inspectie SZW, 2019).
In de bovenstaande grafieken laten we de door het ministerie van SZW geraamde aantallen zien en de realisatie van het aantal mensen zien dat met een loonkostensubsidie aan de slag is geholpen. Links tonen we de totale
64048 – Intern vertrouwelijk
12
ontwikkeling voor alle gemeenten die meedoen in de GR Tomin. Rechts tonen we de ontwikkeling in Gooi en Vechtstreek. De lijn-grafiek laat het totaal zien van het aantal Wsw-ers en het aantal mensen dat met een LKS aan de slag is geholpen. Het totaal aantal mensen met een beperking dat landelijk via de gemeente aan de slag is, ligt ongeveer op hetzelfde niveau als het aantal Wsw-ers in 2015, bij de start van de Participatiewet. In de regio Gooi en Vecht en Almere, is het aantal mensen met een loonkostensubsidie sterker gestegen dan landelijk. We zien dat de realisatie van LKS in Tomin-totaal sneller toeneemt dan alleen bij Gooi en Vecht. De verklaring is dat het aantal toegekende LKS in Almere sneller groeit dan in de andere gemeenten. Dat is conform verwachting en hangt ermee samen dat Almere een relatief jonge gemeente is, met relatief weinig mensen in een arbeidsongeschiktheidsregeling. De verwachting is dat dat percentage elk jaar (iets) toeneemt en meer in lijn komt met landelijke gemiddelden. Aandachtspunt is dat het doel van de Participatiewet is dat mensen zo regulier mogelijk aan de slag worden geholpen. Het blijkt dat landelijk van de 25.100 personen die aan de slag zijn met een loonkostensubsidie, circa de helft een dienstbetrekking heeft bij het vroegere sw-bedrijf.
We zien in de regio dat het aantal mensen met LKS gelijk is aan dat bij Tomin circa 644 mensen aan de slag zijn geholpen met LKS. Daarvan zijn er circa 290 aan de slag bij Tomingroep. Het lijkt erop dat in de Tomin-regio iets minder mensen met LKS in het voormalig sw-bedrijf aan de slag zijn dan elders (45%). De ambitie dat ruim 2/3e regulier aan de slag zou gaan is zowel landelijk als in de Tomin-regio (vooralsnog) niet waargemaakt. Conclusie is dat het (voormalig) sw-bedrijf, naast de doelgroep beschut, een belangrijke voorziening is gebleven voor de mensen in de Participatiewet. In de regio worden in vergelijking met het landelijk gemiddelde, relatief veel mensen vanuit de Participatiewet aan de slag geholpen. De aantallen zijn echter lager dan het totaal aantal mensen dat volgens de ramingen van het ministerie van SZW behoort tot de doelgroep van de Participatiewet.
2.4 Ontwikkeling bij sw-bedrijven Doordat het aantal Wsw-ers en de bijbehorende budgetten omlaag gaan, komen de oorspronkelijke sw-bedrijven, zonder specifieke maatregelen, in een krimpsituatie terecht. Het gaat dan om een grote veranderopgave. De meeste sw-bedrijven beschikken over een grote voorraad vaste productiemiddelen. Het oorspronkelijke rijksbudget Wsw was €2,3 mld. Dat gaat jaarlijks, evenals het aantal Wsw-ers, met circa 5% omlaag. Met het krimpen van de sw-infrastructuur verdwijnt ook de specifieke kennis en ervaring van het bedrijf. Elders (bijvoorbeeld in de sociale dienst) moet die weer worden opgebouwd, omdat gemeenten verantwoordelijk blijven voor het aan de slag helpen van mensen met een beperking. De groep neemt zelfs sterker toe, dan het aantal Wsw-ers afneemt. Verschillende partijen maken zich zorgen over de afbouw van de bedrijven. De SER (Sociale infrasructuur kwetsbare groepen binnen de Participatiewet, 2016) maakt zich zorgen over het achterblijven van de groei van het aantal mensen op een beschutte werkplek en het verdwijnen van de sw-infrastructuur. Ook gaf de staatssecretaris bij de evaluatie van de Participatiewet (2019) aan dat de voormalige sw-bedrijven een goede rol kunnen vervullen bij de arbeidstoeleiding van kwetsbare groepen.
Nu al kan geconstateerd worden dat in veel gemeenten en regio’s de sw-infrastructuur wordt ingezet voor de nieuwe doelgroepen. Veel sw-bedrijven ontwikkelen zich reeds tot een vorm van sociaal ontwikkelbedrijf. Het overgrote deel van gemeenten zet de voormalige sw-bedrijven in voor de nieuwe en brede doelgroep van de Participatiewet. In totaal waren er landelijk 90 sw-bedrijven. Voor de doelgroep nieuw beschut, die volgens de indicatie niet redelijkerwijs bij reguliere werkgevers aan de slag kan, ligt dit voor de hand. Het grootste deel van de bedrijven biedt nu ook banen aan voor de doelgroep nieuw beschut (95%). Daarnaast heeft een groot deel van de gemeente besloten om de vrijvallende (voormalige) sw-infrastructuur naast beschutte arbeid ook in te zetten voor de bredere doelgroep met (potentieel) toelating tot het doelgroepregister (70%). Vaak heeft het (voormalige) sw-bedrijf dan ook een ontwikkelopdracht: de bedoeling is dat mensen tijdelijk op een baan zitten bij het sw-bedrijf, maar dat ze zodra dat mogelijk is, doorstromen naar een reguliere baan. Een groot deel van deze bedrijven beschikt over een detacheringsfaciliteit. In dat geval zijn de mensen in dienst bij het sociaal
64048 – Intern vertrouwelijk
13
werkbedrijf, maar werken ze op detacheringsbasis bij een reguliere werkgever. De helft van de (voormalige) swbedrijven heeft een brede opdracht, waarbij naast werk, ook klassieke re-integratie- en ontwikkeltrajecten worden uitgevoerd. Vaak is in die gevallen de oorspronkelijke afdeling werk en soms ook inkomen, van de gemeente(n) gefuseerd met het voormalige sw-bedrijf. Van het totaal aantal medewerkers dat vanuit een regeling werkzaam is in de oorspronkelijke sw-infrastructuur, heeft 84% nog steeds een Wsw-indicatie. De overige 16% behoort tot een andere doelgroep. Daarvan behoort 12% tot de nieuwe doelgroep in de Participatiewet. Grofweg zijn landelijk de volgende keuzes gemaakt. Tussen haakjes noemen we voorbeelden uit de regio. . •
Samenvoeging sw-bedrijf met sociale dienst(en) (zie bijvoorbeeld Weener XL, Werkzaak Rivierenland, Laborijn)
•
Sw-bedrijf en re-integratie is samengevoegd in één participatiebedrijf, naast het uitkeringsbedrijf (Ergon). De vrijvallende capaciteit van het voormalig sw-bedrijf wordt deels ingezet voor de nieuwe doelgroepen en deels omgevormd, zodat aan de nieuwe eisen in de Participatiewet (uitgangspunt is dat mensen regulier aan de slag gaan) kan worden voldaan.
•
Sw-bedrijf als sociaal ontwikkelbedrijf; sociale dienst doet overige taken in het kader van de Participatiewet (AM Match, Scalabor. Rijk van Nijmegen). Het bedrijf blijft klassieke taken uitvoeren en zet de infrastructuur tevens in voor nieuwe taken. Naast beschutte arbeid worden (tijdelijke) werkplekken aangeboden aan mensen die nog niet regulier aan de slag kunnen. De werkplekken fungeren dan vaak ook als leerwerkplekken.
•
Sw-bedrijf als bedrijf voor beschutte arbeid. Sociale dienst doet overige taken in het kader van de Participatiewet. In deze variant wordt de vrijvallende capaciteit van het voormalige sw-bedrijf deels ingezet voor nieuwe doelgroepen. De overige capaciteit wordt afgebouwd.
•
Sw-bedrijf blijft alleen verantwoordelijk voor de Wsw en bouwt geleidelijk af naar uiteindelijk nul. Meestal is niet sprake van een bedrijf dat zuiver toegroeit naar een bedrijf voor alleen beschutte arbeid of volledige afbouw naar nul. Meestal doen (vml) sw-bedrijven wel (deels) nieuw beschut (De Betho)
•
Sw-bedrijf wordt geliquideerd (Hameland)
2.5 Financiën Gemeenten ontvangen via verschillende kanalen middelen voor de uitvoering van de Participatiewet. Voor een beschrijving van de financieringssystematiek verwijzen wij naar de bijlage. De volgende grafiek toont de middelen die gemeenten ontvangen via de Participatiebudgetten.
14
64048 – Intern vertrouwelijk
Deze grafiek laat goed zien dat enerzijds, met het krimpen van het aantal Wsw-ers, het Wsw-budget elk jaar kleiner wordt. Maar, tegelijkertijd neem het budget dat gemeenten ontvangen voor de nieuwe doelgroep elk jaar toe. In de structurele situatie, als de Wsw gelijk is aan nul, bevindt het budget voor de nieuwe doelgroep zich op het structurele niveau. Hier laten we het effect zien in het participatiebudget. Een vergelijkbaar effect doet zich voor in het bijstandsbudget, dat elk jaar in omvang toeneemt doordat het bedrag dat beschikbaar is voor loonkostensubsidies voor de nieuwe doelgroep, met het groeien van de nieuwe doelgroep, elk jaar groter wordt. Het bedrag in de algemene uitkering in het gemeentefonds dat (deels) beschikbaar is voor de uitvoering neemt eveneens elk jaar toe, met het groeien van het aantal mensen in de nieuwe doelgroep. Desalniettemin is sprake van bezuinigingen. Gemeenten krijgen in totaal minder middelen voor de uitvoering van het beleid voor de nieuwe doelgroepen dan het geld dat vrijvalt bij de Wajong (met het krimpen van de Wajong) en het geld dat vrijvalt door het krimpen van de Wsw. De volgende tabel laat de middelen zien die de Tomin-gemeenten ontvingen in 2020 voor de Participatiewet. Tevens tonen wij het aantal cliënten die onder de Wsw en de Participatiewet vallen.
Aantallen Aandeel Rijksbudget (mln) Aandeel Wsw Bijstand Totaal Wsw Bijstand Wsw Bijstand Totaal Wsw Bijstand Almere 405 5.793 6.198 7% 93% € 9,2 € 119 € 128 7% 93% Blaricum 7 110 116 6% 94% € 0,1 € 2,2 € 2,3 5% 95% Eemnes 12 116 128 10% 90% € 0,3 € 1,6 € 1,9 15% 85% Gooise Meren 78 912 990 8% 92% € 1,8 € 18 € 20 9% 91% Hilversum 296 2.174 2.470 12% 88% € 6,7 € 44 € 50 13% 87% Huizen 76 874 950 8% 92% € 1,7 € 16 € 18 10% 90% Laren 12 184 196 6% 94% € 0,3 € 2,4 € 2,7 11% 89% Weesp 29 423 452 6% 94% € 0,7 € 8,0 € 8,6 8% 92% Wijdemeren 29 232 261 11% 89% € 0,7 € 4,6 € 5,2 13% 87% Totaal 944 10.817 11.761 8% 92% € 21 € 215 € 237 9% 91%
Bedrag pp (x1000) Wsw Bijstand Totaal € 22,6 € 20,6 € 20,7 € 19,3 € 20,2 € 20,2 € 23,5 € 14,0 € 14,9 € 23,5 € 19,9 € 20,2 € 22,7 € 20,1 € 20,4 € 22,9 € 18,1 € 18,5 € 23,5 € 12,9 € 13,5 € 22,6 € 18,8 € 19,1 € 22,6 € 19,7 € 20,0 € 22,7 € 19,9 € 20,1
De aantallen Wsw betreft het aantal personen in 2020 dat werkzaam was bij Tomingroep. De aantallen bijstand betreft het aantal personen in een bijstandsgerelateerde regeling. Het gaat om personen die een uitkering krijgen op grond van de IOAW, IOAZ, Participatiewet en dergelijke. Ook zijn in deze aantallen de mensen opgenomen met een loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet. De kolommen aandeel (5e en 6e kolom) betreffende volumeaandelen van bijstand en Wsw in het totale volume. De kolommen 7 en 8 tonen de rijksbudgetten Wsw en de budgetten die gemeenten ontvangen voor een bijstandsgerelateerde regeling. In de bijlage hebben we de samenstellende delen van deze budgetten opgenomen. De twee kolommen daarna tonen de aandelen van de budgetten Wsw en Bijstand in het totale budget. Tot slot laten we voor de Bijstand en voor de Wsw de bedragen zien die gemeenten ontvangen per persoon. Uit deze tabel leiden we af dat de totale bedragen die per persoon worden verstrekt voor mensen in de bijstand iets lager zijn dan voor mensen in de Wsw. De belangrijkste verklaring is dat het budget voor de Wsw wordt gebruikt om salarissen mee te betalen. De salarissen liggen boven het minimumloon (op grond van de CAO Wsw). De kosten die voor Wsw-ers worden gemaakt (de bedrijfskosten van Tomin) worden door de Wsw-ers terugverdiend via de omzet van Tomin (de bedrijfsopbrengsten).