Chw bestemmingsplan Philipshof_Toelichting (toegevoegd 20 juni 2024)
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
30
5.6
Natuur
De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Er is in maart 2019 een natuurtoets uitgevoerd. Eind 2022 is opnieuw een veldonderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek worden onderstaand beschreven. Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 5. Op 26 oktober 2023 is daarnaast een onderzoek opgeleverd naar de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden, dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 4.
Gebiedsbescherming Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator, versie 2023, zijn de mogelijke gevolgen van de beoogde ontwikkeling voor de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in beeld gebracht. Uit de berekening blijkt dat het voornemen tijdens de realisatiefase en gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op omliggende Nederlandse Natura2000-gebieden. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Significante gevolgen voor de habitats in Natura2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat verdere besluitvorming derhalve niet in de weg.
Beschermde soorten Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: Jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, vleermuizen, marterachtigen en reptielen. Voor bepaalde soorten is nog nader onderzoek nodig dat later in het bestemmingsplanproces nog zal worden toegevoegd (zie de tabel hieronder). Voor algemene broedvogels geldt dat gewerkt dient te worden buiten het broedseizoen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
31
Conclusie Voor de aspecten beschermde gebieden en beschermde houtopstanden zijn effecten uitgesloten in het onderzoek. Voor beschermde soorten dient de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming nagekomen te worden. Voor de sloop van de bestaande bebouwing wordt gewerkt met een ecologisch werkprotocol. Er is reeds een ontheffing verleend voor vleermuizen. Uit nader onderzoek zal blijken welke maatregelen bij uitvoering noodzakelijk zijn.
5.7
Cultuurhistorische waarden
5.7.1
Historisch-geografische waarden
In de omgeving van het plangebied is een beschermd stadsgezicht aanwezig (Hilversum Oost). Zoals op Figuur 5.9 zichtbaar is, sluit het plangebied aan op het beschermd stadsgezicht. Op stedenbouwkundig niveau wordt er bij het beschermd stadgezicht aangesloten. De schuine situering van de bouwblokken in het Kamrad lopen door in het plangebied. Tevens sluit de oost-west georiënteerde zichtas aan op de Lorentzvijver, gelegen ten westen van het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
32
Figuur 5.9 Ligging plangebied ten opzichte van beschermd stadsgezicht 5.7.2
(Steden)Bouwkundige waarden
Er is, in de huidige situatie, geen sprake van (steden)bouwkundige waarden (rijks- of gemeentelijke monumenten) waar rekening mee gehouden dient te worden in de toekomstige situatie.
5.7.3
Archeologische waarden
In augustus 2023 heeft Antea Group in opdracht van de gemeente Hilversum een actualisatie/samenvatting van het eerder uitgevoerde archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied (zie Bijlage 6). Aanleiding voor deze actualisatie is het voornemen om de herinrichting van het plangebied die enkele jaren heeft stilgelegen, terug op te starten. Het plangebied is niet gewijzigd. Bij herinrichting van het plangebied kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Naar aanleiding van een eerder booronderzoek is nader onderzoek verricht met behulp van proefsleuven.
Conclusie Bij het proefsleuvenonderzoek werd vastgesteld dat in het westelijk en oostelijke deel van de zone met (deels) intacte begraven podzolbodems geen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. De vindplaats die in het centrale deel van het plangebied werd aangetroffen werd door middel van een archeologische opgraving verder onderzocht en wordt derhalve 'ex situ' bewaard. Bij het onderzoek werd vastgesteld dat de bestaande bebouwing en rioleringswerken e.d. in de omgeving de archeologische resten danig verstoord hadden. De verwachting is dat er onder de bestaande bebouwing geen intacte archeologische resten aanwezig zijn. Hiermee is het einde van de AMZ-cyclus bereikt. Er rest geen archeologische verwachting meer op het plangebied en verder archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In het nieuwe vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
33
bestemmingsplan is het dus ook niet noodzakelijk een dubbelbestemming archeologie op te nemen.
5.8
Bodemkwaliteit
Op grond van de Woningwet/Wabo moet elke aanvraag voor een omgevingsvergunning nagegaan worden of een bodemonderzoek noodzakelijk is. Als een bodemonderzoek noodzakelijk is, dient de aanvraag vergezeld te worden met resultaten van het bodemonderzoek. Onderzoek In 2015 is door Search Ingenieursbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied uitgevoerd waaruit blijkt dat de ondergrond van het voorterrein (zuidoostelijke deel) van de locatie heterogeen verontreinigd is met koper (Bijlage 11). Vervolgens is door AnteaGroup in 2018 een aanvullend historisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 12), waaruit blijkt dat het onderzochte gebied niet zonder meer geschikt is voor het bouwen van woningen met tuinen. Er wordt geadviseerd nader onderzoek te doen om de verontreiniging te begrenzen. Hierna is daarom, ook in 2018, door AnteaGroup een nader bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 13). In dit onderzoek zijn in de ondergrond van het zuidoostelijke terreindeel met zwak tot matige bijmengingen van puin, kooltjes en slakken sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met een omvang van naar schatting 1.500 m3. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het onderzochte deel van de locatie niet zonder meer geschikt is voor ontwikkeling tot woningbouwlocatie met de functie wonen met tuin.
De exacte verontreiniging is nog niet in beeld gebracht. Er dient een procedure te worden doorlopen in het kader van de Wet Bodembescherming (eventueel aanvullend onderzoek, opstellen saneringsplan/BUS-melding). De verontreiniging dient te worden gesaneerd voordat wordt gestart met de bouw van de woningen. In 2020 is door BK Ingenieurs een onderzoek naar PFAS uitgevoerd (Bijlage 14). Uit dit onderzoek blijkt dat dat de bovengrond aan het uiterste westen van de locatie op basis van het gehalte aan PFAS (6:2 FTS, toetsing landelijk beleid) voldoet aan de bodemfunctieklasse Niet toepasbaar. Volgens het beleid van de provincie Noord- Holland is de bodem verontreinigd maar is er geen saneringsnoodzaak. Mogelijk houdt het verhoogde gehalte aan 6:2 FTS verband met de aanwezigheid van een brandweerkazerne (blusschuim). Deze grond mag niet worden herplaatst in op het terrein en dient te worden afgevoerd. In de overige monsters in het plangebied zijn geen noemenswaardig verhoogde gehalten aan PFAS gemeten, de grond voldoet indicatief aan de klasse Landbouw/natuur. Ter plaatse van de te graven kelder voldoet de grond ten hoogste aan de klasse Wonen/industrie. Deze grond kan op de locatie worden herschikt. Conclusie Er is sprake van verontreinigde grond en een gehalte aan PFAS in het plangebied.
De verontreiniging dient te worden gesaneerd en de grond met het PFAS-gehalte dient gesloten afgevoerd te worden. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan, mits het nader bodemonderzoek in het kader van de omgevingsvergunning wordt uitgevoerd.
5.9
Water
De watertoets is verzorgd door AnteaGroup in 27 oktober 2023 en is in zijn geheel toegevoegd als Bijlage 7. Randvoorwaarden
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
34
Uitgangspunt van de gemeente Hilversum is dat zorg moet worden gedragen om bij nieuwbouw te sturen op voldoende hemelwateropvang. Hierbij staat een T=100 neerslagsituatie als bergingseis. Basis voor deze regeling komt vanuit het Gemeentelijk Watermanagementplan Hilversum 2021-2026. In het ontwerp moet opvang en infiltratie van regenwater op het 'eigen' perceel / binnen het plangebied plaatsvinden. De voorzieningen voor afvoer en verwerking van hemelwater staan niet in verbinding met het stelsel van de gemeente. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor voldoende capaciteit en onderhoud van de hemelwatervoorziening. Daarnaast ontlast het lokaal infiltreren van hemelwater het rioolstelsel en draagt dit bij aan de bestrijding van verdroging, conform het beleid van het waterschap AGV. De algemene regels over de omgang met water, opgesteld door de gemeente Hilversum en het waterschap AGV, zijn aanvullend te vinden in bijlage 1 van de watertoets.
Huidige situatie Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van Hilversum, tussen een woonwijk en het buitengebied in. Het gebied beslaat een oppervlakte van circa 53.000 m², waarvan het grootse gedeelte is verhard (circa 40.000 m²) en het overige gedeelte in gebruik is als groenvoorziening. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa NAP +4,6 m, met grondwaterstanden fluctuerend rond de NAP +1,0 m. Het hemelwater dat op verharding valt, wordt gescheiden van het vuilwater afgevoerd richting bergingsvijvers, waar het water infiltreert in de bodem.
Toekomstige situatie Philipshof Residences B.V. is voornemens het Philipsterrein in Hilversum te transformeren tot woningenbouwlocatie, waar maximaal 260 woningen en appartementen worden gebouwd. Deze woningen bestaan uit appartementen en twee-onder-een-kapwoningen. Voor de nieuwe situatie is een stedenbouwkundig ontwerp uitgewerkt, met voldoende mogelijkheid voor berging van een T=100 neerslagsituatie.
Vuil- en hemelwaterafvoer Het hemel- en vuilwater moet in de toekomstige situatie gescheiden worden afgevoerd conform het beleid van de gemeente Hilversum. Het vuilwatersysteem is aan te sluiten op het bestaande vuilwatersysteem grenzend aan de nieuwe wijk. In de huidige situatie wordt het hemelwater reeds gescheiden afgevoerd richting stadsvijvers. Mede met het oog op de klimaatverandering in de toekomst zal dit niet standhouden, maar dient al het hemelwater binnen de perceelgrenzen te worden geborgen en geïnfiltreerd/hergebruikt. In de nieuwe situatie wordt binnen de toekomstige kadastrale perceelgrenzen voldoende hemelwaterbergings- en infiltratievoorzieningen voor een bui met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar aangelegd volgens de eisen vanuit het Watermanagementplan van de gemeente. Er vindt geen interactie plaats tussen de bergingsvoorzieningen van verschillende identiteiten en ook niet tussen particuliere en gemeentelijke berging/transportvoorzieningen. Het hemelwater wordt hergebruikt of vanuit de bergingsvoorzieningen in de bodem geïnfiltreerd. Daarnaast mag het hemelwater niet afgewenteld worden op het naastliggende perceel of naastliggende openbare ruimte.
5.10
Externe veiligheid
Externe veiligheid betreft de beheersing van activiteiten die een risico voor de omgeving op kunnen leveren. AnteaGroup heeft in oktober 2023 een onderzoek geleverd naar de externe veiligheid. Deze is als Bijlage 8 bij deze plantoelichting opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
35
In de omgeving van het plangebied bevinden zich risicovolle inrichtingen, hogedruk aardgastransportleidingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen. In het kader van deze ruimtelijke ontwikkeling is de externe veiligheidssituatie van de omgeving van het plangebied in beeld gebracht. Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich in de huidige situatie geen risicovolle inrichtingen (die onder het Bevi vallen). In de directe omgeving is een rioolwaterzuiveringsinstallatie en een gasdrukmeeten regelstation aanwezig. Deze inrichtingen vormen geen belemmeringen in relatie tot het plangebied. Hogedruk aardgastransportleidingen Ten oosten van het plangebied liggen twee hogedruk aardgasleidingen. Het invloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleidingen reikt niet tot het plangebied. Deze leidingen zijn daarmee geen relevante risicobronnen voor het plangebied. Rijkswegen A1 en A27 en spoorlijn Hilversum - Baarn De verschillende transportroutes gevaarlijke stoffen liggen op meer dan 200 meter van het plangebied. Een nadere beschouwing van het groepsrisico is derhalve niet nodig. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes is een beperkte groepsrisicoverantwoording van toepassing vanwege de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van deze transportroutes.
Verantwoording groepsrisico In het rapport Externe Veiligheid zijn elementen aangedragen ter verantwoording van het groepsirisco van de A1, A27 en de spoorlijn Hilversum - Baarn. In het kader van de groepsrisicoverantwoording wordt advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek.
5.11
M.e.r. - beoordeling
Op 16 mei 2017 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat (ook) voor een vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig plan een apart m.e.r.-beoordelingsbesluit door bevoegd gezag noodzakelijk is en dat de informatie hiervoor in een zogenaamde aanmeldingsnotitie gegeven moet worden. Voor het Philipshof is een aanmeldingsnotitie m.e.r. opgesteld (zie Bijlage 9). In het kader van deze notitie en de onderzoeken in het kader van het bestemmingsplan Philipshof is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r. procedure.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
36
Hoofdstuk 6 6.1
Implementatie
Planmethodiek
Gekozen is voor een methodiek waarin gebruik wordt gemaakt van mogelijkheden van de Crisis en herstelwet. De Crisis en herstelwet is in Hilversum van toepassing op grond van artikel 3.2 lid 1 sub k van de Regeling uitvoering Crisis en herstelwet (RuChw). De Crisis en herstelwet biedt de mogelijkheid om te werken met een 'verbrede reikwijdte'. Dit wil zeggen dat niet langer alleen een 'goede ruimtelijke ordening' hoeft worden nagestreefd in bestemmingsplan, maar ook zijdelingse doelen kunnen worden nagestreefd zoals bijvoorbeeld doelen op het gebied van energie, duurzaamheid en stedenbouwkundige (beeld-)kwaliteit. Een manier om dit te bereiken is door regels op te nemen in het bestemmingsplan waarin voor een nadere duiding van de interpretatie hiervan kan worden verwezen naar beleidsregels. Een bekend voorbeeld hiervan is de verwijzing die wordt gemaakt naar parkeerbeleid zodat de juiste parkeernormen worden toegepast op het moment dat de vergunningaanvraag wordt behandeld. In dit bestemmingsplan zijn (naast koppelingen naar het parkeerbeleid) koppelingen gelegd met de Leidraad Natuurinclusief Bouwen en Beeldkwaliteitplan Philipshof Hilversum.
Naast de koppelingen met beleidsregels is gekozen voor een wijze van bestemmen die meer overeenstemt met een 'ontwikkel-bestemmingsplan'. Dit betekent dat nog niet alles exact vastligt, maar het kader dat rechtszekerheid biedt wel. Zo is er bijvoorbeeld voor gekozen om ruime bouwvlakken op te nemen bij de bestemming Wonen aan de oostzijde, maar is ook sociale huur en middendure huur in het bestemmingsplan vastgelegd. Ook is zoveel mogelijk aansluiting gezocht met veelvoorkomende regels van andere bestemmingsplannen en paraplubestemmingsplannen in Hilversum voor uniformiteit in de plantoetsing bij vergunningverlening.
6.2
Bestemmingsregeling
Een bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een verbeelding. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen.
6.2.1
Toelichting op de verbeelding
Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
37
6.2.2
Toelichting op de regels
De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Niet alle mogelijkheden van de opbouw van een bestemmingsplan onder Crisis en herstelwet worden dus gebruikt.
6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten:
Hoofdstuk 1 Inleidende regels begrippen wijze van meten Bestemmingsregels bestemmingen Algemene regels anti-dubbeltelregel algemene bouwregels algemene gebruiksregels algemene afwijkingsregels Overgangs- en slotregels overgangsrecht slotregel 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten: Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
38
a. .. b. .. en tevens voor: c. een ...., ter plaatse van de aanduiding '....', met de daarbij behorende voorzieningen. .... (die dus voor zowel de algemene bestemming als de specifieke aanduiding gelden). De daarbij behorende voorzieningen zijn bewust niet in de bestemmingsomschrijving genoemd. Het gaat hier om voorzieningen die voor het verwezenlijken van de bestemming nodig en wenselijk zijn. Dat kunnen diverse voorzieningen zijn. Een limitatieve opsomming is niet makkelijk te geven. In de toelichting op de regel (hieronder) worden wel enkele voorbeelden gegeven van de bij de bestemming behorende voorzieningen. Behalve bestemmingen en dubbelbestemmingen, kent het bestemmingsplan aanduidingen. Deze aanduidingen bevatten specificaties van (dubbel)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een aanduiding, die juridische betekenis heeft, wordt niet alleen aangegeven op de analoge en digitale verbeelding van een bestemmingsplan, maar ook in de regels. Er zijn in het algemeen zes soorten aanduidingen te onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
gebiedsaanduidingen; functieaanduidingen; bouwvlakken; bouwaanduidingen; maatvoeringsaanduidingen; figuren.
Bouwregels Samen met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen/aanduidingen, bevatten de regels bepalingen over de situering en de maximale afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken binnen de bewuste bestemming. Soms is op de verbeelding door middel van een bouwvlak aangegeven waar het (hoofd)gebouw mag worden voor gebouwd. Buiten het bouwvlak mag weliswaar vaak ook worden gebouwd, maar dan gaat het om bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken of terreinafscheidingen. De bouwregels gaan over bouwwerken en zijn onderverdeeld in bepalingen over: a. (hoofd)gebouwen; b. bijbehorende bouwwerken (indien daarvan sprake is); c. bouwwerken, geen gebouw zijnde. De toetsing hieraan vindt in principe pas plaats indien duidelijk is dat het voorgenomen gebruik van het bouwwerk in overeenstemming is met de bestemmingsomschrijving bij de bestemming. Afwijking van de bouwregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een bouwregel. Het kunnen afwijken van de bouwregels is beslist geen automatisme. Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een bouwregel moet worden gemotiveerd waarom van de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij niet uit de voeten kan met de standaardregel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de bouwregels terecht is.
Specifieke gebruiksregels Indien ten aanzien van een bepaald gebruik speciale regels moeten worden gegeven dan worden deze specifiek aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke specifieke regeling is het gebruik van een gedeelte van de woning en/of bijbehorend bouwwerk als werkruimte voor een aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteit. Afwijking van de gebruiksregels Om het bestemmingsplan flexibel te maken zijn mogelijkheden opgenomen om af te wijken van een gebruiksregel. Het kunnen afwijken van de gebruiksregels is ook hier beslist geen automatisme.Telkens als verzocht wordt om te mogen afwijken van een gebruiksregel moet worden gemotiveerd waarom van
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
39
de standaard wordt afgeweken. De aanvrager moet aangeven waarom hij of zij niet uit de voeten kan met de standaard regel. In sommige gevallen moet de aanvrager zelfs met onafhankelijk advies aantonen dat afwijking van de gebruiksregels terecht is. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden In deze regel staan specifiek voor de bestemming geldende bepalingen over omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunningen).Zo kan bijvoorbeeld via een omgevingsvergunning een bepaalde natuurwaarde worden beschermd. Aanleggen is dan niet mogelijk zonder een omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders.
6.2.2.3 Artikelgewijze toelichting Artikel 1 Begrippen In de regels worden verschillende begrippen gebruikt die voor verschillende uitleg vatbaar zijn. Door het opnemen van de definities van deze begrippen wordt getracht misverstanden over de uitleg van de regels te beperken. In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. De begrippen zijn zoveel mogelijk hetzelfde als elders in Nederland of als elders in Hilversum. Hierbij is ook aangesloten bij paraplubestemmingsplannen waarin op basis van voortschrijdend inzicht andere begrippen zijn opgenomen voor bijvoorbeeld 'huishouden' of 'zelfstandige woning'. Ook hiervoor geldt: zoveel mogelijk uniformiteit.
Artikel 2 Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/percelen gemeten moeten worden.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Deze bestemming regelt het (openbaar) groen met de daarbij behorende voorzieningen, zoals water en waterberging, fiets- en voetpaden, straatmeubilair, speelvoorzieningen en (ondergrondse) afvalinzamelsystemen. Voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter. Ondergrondse afvalinzamelsystemen mogen tot 5 meter onder peil worden geplaatst.
Artikel 4 Tuin Deze bestemming regelt voornamelijk het gebruik van de voorzijde (voorerfgebied) en zijkant van een (grondgebonden) woning. Binnen de bestemming 'Tuin' mag weinig worden gebouwd. Wat wel mag worden gebouwd zijn eventuele erkers ten behoeve van de daarachter gelegen woning. Verder geldt dat bouwwerken geen gebouw conform het beeldkwaliteitplan moeten worden gebouwd. Bouwwerken geen gebouw mogen maximaal 1 meter hoog worden gebouwd met uitzondering van pergola's. Die mogen maximaal 3 meter hoog worden gebouwd. Parkeren mag in de bestemming Tuin alleen achter de voorgevellijn en dus niet vóór de woning.
Artikel 5 Verkeer
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
40
De bestemming 'Verkeer' is toegekend aan de gronden met een ontsluitende en verkeersdoorstromende functie. Tevens is de bestemming toegekend aan nutsvoorzieningen parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. In de regels van deze bestemming is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming verkeer. Voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 1 meter, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van verkeersregulatie en verlichting. Deze voorzieningen mogen 6 meter hoog gerealiseerd worden. Nutsvoorzieningen zijn eveneens uitgezonderd van de maximale bouwhoogte van 1 meter en mogen gerealiseerd worden tot 3,5 meter hoogte, met een maximale oppervlakte van 20 vierkante meter. In de bestemming Verkeer zijn ook in- en uitritten mogelijk voor naastgelegen parkeergarages in de bestemmingen Wonen I en Wonen II (aangeduid). Deze parkeergarages liggen deels ondergronds. Hellingbanen mogen tot een diepte van de naastgelegen parkeergarage worden aangelegd en gebouwd.
Artikel 6 Wonen - I In Wonen I zijn gronden bestemd voor woningen, groen, tuinen, afvalvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bergingen, waterberging, en bijbehorende voorzieningen. In totaal mogen binnen deze bestemming maximaal 70 woningen worden gebouwd. Er zijn een paar bouwaanduidingen opgenomen. Zo mogen er ter plaatse van de aanduiding 'twee aaneen' alleen twee-onder-een-kapwoningen of vrijstaande woningen worden gebouwd. Verder geldt bij die aanduiding dat woningen (voor zover niet langs openbaar gebied gelegen) 3 meter afstand houden tot de zijdelingse perceelgrens (tenzij ter plaatse van de perceelsgrens juist aaneen is gebouwd). De maximale bouwhoogtes van hoofdgebouwen zijn weergegeven op de verbeelding. Om een omgevingsvergunning te krijgen voor het bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Leidraad Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021. Als deze leidraad wordt opgevolgd door een nieuwe leidraad, zal aan de nieuwe leidraad moeten worden voldaan. Behalve aan natuurinclusief bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Philipshof Hilversum, Beeldkwaliteitplan.
Artikel 7 Wonen - II In Wonen II zijn de gronden bestemd voor woningen, parkeergarages ter plaatse van de aanduiding parkeergarage, groen, tuinen, afvalvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bergingen, waterberging, en bijbehorende voorzieningen. In totaal mogen binnen deze bestemming 80 woningen worden gebouwd die voor 100% worden gebouwd als sociale huurwoning. Als gevolg van een te hoge geluidbelasting op enkele gevels is een verplichting opgenomen om deze gevels als 'dove gevel' uit te voeren. Dit betekent dat er geen verblijfsruimtes (zoals slaapkamers en woonkamers) met te openen delen (zoals ramen en deuren) mogen grenzen aan deze geluidsbelaste kant. Bij de indeling van de woningen en de gevels zal hier dus rekening mee moeten worden gehouden. De woningen in deze bestemming mogen alleen als gestapelde woningen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'mogen parkeergarages worden gebouwd met een maximale diepte van 5 meter onder peil, en een maximale bouwhoogte van 1,20 m boven peil. Om een omgevingsvergunning te krijgen voor het bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Leidraad Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021. Als deze leidraad wordt opgevolgd door een nieuwe leidraad, zal aan de nieuwe leidraad moeten worden voldaan. Behalve aan natuurinclusief bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Philipshof Hilversum, Beeldkwaliteitplan.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
41
Artikel 8 Wonen - III In Wonen III zijn gronden bestemd voor woningen, parkeergarages ter plaatse van de aanduiding parkeergarage, groen, tuinen, afvalvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bergingen, waterberging, en bijbehorende voorzieningen. In totaal mogen binnen deze bestemming minimaal 80 en maximaal 100 middeldure huurwoningen worden gebouwd. Daarnaast mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Wonen III' ook 10 extra woningen worden gebouwd die niet vallen onder de 'middeldure huur'. Als gevolg van een te hoge geluidbelasting op enkele gevels is een verplichting opgenomen om deze gevels als 'dove gevel' uit te voeren. Dit betekent dat er geen verblijfsruimtes (zoals slaapkamers en woonkamers) met te openen delen (zoals ramen en deuren) mogen grenzen aan deze geluidsbelaste kant. Bij de indeling van de woningen en de gevels zal hier dus rekening mee moeten worden gehouden. Er zijn een paar bouwaanduidingen opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' mogen parkeergarages worden gebouwd met een maximale diepte van 5 meter onder peil, en een maximale bouwhoogte van 1,20 m boven peil. De maximale bouwhoogtes van hoofdgebouwen zijn weergegeven op de verbeelding.
Om een omgevingsvergunning te krijgen voor het bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Leidraad Natuurinclusief Bouwen Hilversum 2021. Als deze leidraad wordt opgevolgd door een nieuwe leidraad, zal aan de nieuwe leidraad moeten worden voldaan. Behalve aan natuurinclusief bouwen moet ook worden voldaan aan de beleidsregel Philipshof Hilversum, Beeldkwaliteitplan.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Deze regel strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw een tweede keer zou kunnen worden gebruik gemaakt. Aangesloten is bij de standaard antidubbeltelregel die in het Bro is opgenomen.
Artikel 10 Algemene bouwregels In deze regel zijn bouwregels opgenomen die voor het gehele plangebied gelden. Er is geregeld dat bij de maten zoals opgenomen in de bouwregels van de enkelbestemmingen ondergeschikte bouwdelen zoals ventilatiekanalen, plinten en gevelversieringen buiten beschouwing gelaten kunnen worden. Hetzelfde geldt voor dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties, waarvoor een maximale overschrijding van 3,5 meter geldt. Voor de appartementencomplexen geldt dat balkons tot een overschrijding van maximaal 3 meter uit de gevel, buiten het bouwvlak, mogelijk zijn. Naast ondergeschikte bouwdelen zijn ook bepalingen opgenomen met betrekking tot voldoende waterberging conform het gemeentelijk Waterbergingsplan 2021-2026, of als deze wordt gewijzigd, de opvolgers daarvan. Tot slot is een bepaling opgenomen dat woningsplitsing en/of verkamering niet zijn toegestaan.
Artikel 11 Algemene gebruiksregels Bij de algemene gebruiksregels is een opsomming gegeven van soorten gebruik die in ieder geval wordt beschouwd als zijnde strijdig met de bestemming. Bij een gebouw moet ten behoeve van het parkeren en het stallen van auto's in de juiste mate ruimte
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
42
zijn aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij moet worden voldaan aan de Nota Parkeernormen 2023 van de gemeente Hilversum, of diens opvolgers. Seksinrichtingen en vuurwerk zijn uitgesloten in het plangebied. Woningsplitsing en verkamering zijn niet toegestaan, inwoning en mantelzorg wel.
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Het artikel heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Via een door burgemeester en wethouders te verlenen vrijstelling kunnen onder meer geringe wijzigingen in de maatvoering voor bouwwerken worden aangebracht en (openbare) nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Hoofdgebouwen zijn uitgesloten met betrekking tot afwijking van hoogtematen.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken, die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst.
Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan van het overgangsrecht, is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan.
Artikel 14 Slotregel In de regels van het bestemmingsplan wordt in de Slotregel aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
Bijlage 1 Locatie dove gevels De kaart die is opgenomen onder bijlage 1 verduidelijkt de verbeelding met betrekking tot dove gevels. Bepaalde gevels moeten geheel als dove gevel worden uitgevoerd, sommige gevels alleen vanaf een bepaalde verdieping. In de regels met betrekking tot Wonen wordt hiernaar verwezen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
43
6.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen en voor de overheid zelf. Het afdwingen van het naleven van het bestemmingsplan is, met behoud van ieders verantwoordelijkheid, in eerste instantie een taak van de gemeentelijke overheid. Er is veel aandacht besteed aan voorlichting met betrekking tot de consequenties die een gevolg zijn van het vaststellen van dit bestemmingsplan. Daarnaast is er veel aandacht voor een effectieve en doelgerichte controle op zaken die in het bestemmingsplan zijn geregeld. Voor de controle en handhaving van het bestemmingsplan is samenwerking in brede zin een noodzaak. Het zich niet houden aan de regels doet afbreuk aan de kwaliteit van het plangebied; daadwerkelijke handhaving heeft voor de samenleving een belangrijke waarde. Tegen illegale situaties zal worden opgetreden. 6.3.1
Preventief en repressief toezicht
Handhaving van het bestemmingsplan gebeurt bij de beoordelingen van aanvragen om een omgevingsvergunning (preventieve handhaving) en vervolgens bij controle van de verleende omgevingsvergunning, maar ook aan de hand van geconstateerde illegale situaties, klachten e.d. (repressieve handhaving). 6.3.2
De instrumenten
Een overtreder riskeert: a. dat publiekrechtelijke sancties plaatsvinden (dwangsom of bestuursdwang). Een last onder dwangsom is een veel toegepast middel om te zorgen, dat de overtreder door middel van het verbeuren van een bepaald bedrag ertoe moet weerhouden de overtreding voort te zetten. Mocht een dwangsom niet het gewenste effect hebben dan kan de gemeente bestuursdwang toepassen hetgeen er op neer komt dat de gemeente datgene doet wat de overtreder behoort te doen of verhindert dat hij/zij doet wat niet mag. Een en ander op kosten van de overtreder; b. dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Overtreding van bepaalde bestemmingsplanregels zijn strafbare feiten. De bevoegdheid tot het instellen van vervolging op grond van het strafrecht berust bij het Openbaar Ministerie. Daartoe wordt een proces-verbaal tegen de overtreder opgemaakt en vindt vervolgens strafrechtelijke vervolging plaats. Strafrechtelijke vervolging kan plaatshebben in combinatie met de onder 1 genoemde bestuursrechtelijke dwangmiddelen. Bijzonderheid hierbij is dat de Wet Economische Delicten op overtredingen van het bestemmingsplan van toepassing is, wat inhoudt dat de strafmaat aanzienlijk is; c. de bestuurlijke boete. Door de uitbreiding van de bestuurlijke handhaving met de bestuurlijke boete kan de handhaving verder worden geïntensiveerd.
De gemeente krijgt daardoor extra mogelijkheden om daadkrachtig en snel op te treden tegen overtredingen. Aan de hand van recente luchtfoto's kan achterhaald worden wat er aan bebouwing aanwezig is op alle percelen in het plangebied. Eventuele bebouwing die illegaal (zonder omgevingsvergunning) gebouwd is, en waartegen wordt, of alsnog kan worden opgetreden, wordt niet automatisch gelegaliseerd met het nieuwe bestemmingsplan. Dit geldt ook voor een eventueel gewijzigd gebruik van opstallen waarvoor geen toestemming is gevraagd cq. verleend. Van geval tot geval zal bezien moeten worden of sprake is van een situatie die alsnog voor legalisatie in aanmerking komt of niet. 6.3.3
Prioriteiten in de handhaving
Voor de handhaving van illegale situaties op het gebied van omgevingsrecht zijn beleidsregels vastgesteld. Het college moet jaarlijks haar beleidsvoornemens in het kader van handhaving van de bouwregelgeving bekend maken. Ook moet jaarlijks verslag worden gedaan over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid vormt het kader voor een jaarlijks vast te stellen handhavingsprogramma. In de beleidsregels zijn prioriteiten gesteld (hoog, middelhoog en laag). De hoogste prioriteit richt zich tot onveilige situaties in zijn algemeenheid en tot veranderingen van percelen en gebouwen zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Tegen overtredingen met een hoge prioriteit zal onmiddellijk handhavend
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
44
worden opgetreden. Overtredingen uit de categorie met een middelhoge prioriteit, zoals erfafscheidingen, bijgebouwen en uitbreidingen aan de achterzijde zullen op de gebruikelijk wijze binnen de werkvoorraad worden afgehandeld. Bovenstaande wil niet zeggen dat tegen geconstateerde illegale situaties met een lage prioriteit bijvoorbeeld aan de achterzijde niet zal worden opgetreden. Te denken valt om jaarlijks thematisch overtredingen met een lage prioriteit in het handhavingsprogramma op te nemen. 6.3.4
Planinformatie
Het bestemmingsplan komt niet zomaar tot stand, maar is met veel publiciteit omgeven. Het bestemmingsplan is altijd in te zien. Daarnaast zijn er ook folders over de bouwregelgeving verkrijgbaar. De gemeentelijke organisatie is er bovendien op ingesteld nadere uitleg te geven. Velen maken daarvan gebruik. Niemand hoeft dus het risico te lopen om als gevolg van een gebrek aan kennis verkeerde beslissingen te nemen.
6.4
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Er is een anterieure overeenkomst van kracht waarin geregeld is dat de initiatiefnemer de kosten vergoedt voor de door de gemeente Hilversum te verrichten werkzaamheden, verband houdend met de bestemmingsplanwijziging en het project. Ten aanzien van dit bestemmingsplan Voor dit bestemmingsplan is afgezien van een exploitatieplan aangezien het kostenverhaal anderzins is verzekerd. De kosten zijn via anterieure overeenkomsten verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding. Planschade In 2019 is er een risicoanalyse planschade uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling op het Philipsterrein. Er is een vergelijking tussen de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestaande planologische regime en het toekomstige planologische regime gemaakt. Wanneer uit de planologische vergelijking volgt dat er planologisch nadeel zou kunnen ontstaan, moet worden bezien in hoeverre dit nadeel zich zou kunnen vertalen in planschade. Verwacht wordt dat voor de om het plangebied gelegen objecten, gelet op de afstand en oriëntatie tot het gebied, geen planologisch nadeel zal optreden dat tot een waardedaling van deze objecten zal leiden, dan wel dat deze binnen het forfait van 2% zal blijven.
Hoewel een aantal omliggende woningen onderhevig zijn aan hinderfactoren zoals een verdere aantasting van de privacy in woning en tuin, wegen deze niet op tegen de planologische voordelen van de transformatie van het bedrijventerrein naar een woongebied.
6.5
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.5.1
Inspraak
Participatie 2019 Op 24 januari 2019 is door de ontwikkelaar een inloopavond georganiseerd voor alle belanghebbenden en geïnteresseerden in Wijkcentrum St. Joseph te Hilversum. Er zijn circa 920 uitnodigingen verstuurd naar de omwonenden in aangrenzende straten van het Philipsterrein. Er zijn circa 225 genodigden naar de inloopavond gekomen. De aanwezigen konden langs verschillende panelen en tafels lopen waar het concept masterplan en landschappelijk plan tentoongesteld en toegelicht werden. Gedurende de inloopavond hebben de aanwezigen de mogelijkheid gehad opmerkingen en/of suggesties te doen middels een formulier. In totaal zijn er 88 formulieren ingeleverd. Er is een reactienota opgesteld waarin een reactie is gegeven op de opmerkingen en suggesties. Het verslag hiervan is toegevoegd als Bijlage 10 bij deze toelichting. Er zijn drie hoofdpunten naar voren gekomen, namelijk:
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
45
Positieve stemming omtrent het plan; Meer koopwoningen (in het middensegment); Zorgen voor een goede verkeersafwikkeling. In Hilversum is, naast sociale huurwoningen, ook veel behoefte aan middeldure huurwoningen. Daarom wordt er waarde aan gehecht een groot deel van de woningen als huurwoning aan te bieden. Om een beter inzicht te krijgen in de verkeersgeneratie en veilige afwikkeling is er een onderzoek naar verkeer in de toekomstige situatie uitgevoerd. In paragraaf 5.3 zijn de resultaten uit dit onderzoek beschreven.
Participatie 2023 Door de gewijzigde planvorming sinds de vorige inloopavond in 2019 en doordat dit alweer enige tijd geleden is, is nog een inloopavond gehouden op 14 september 2023. Het verslag hiervan is eveneens opgenomen in Bijlage 10. Er zijn circa 2500 uitnodigingen verstuurd naar de omwonenden in de directe omgeving van het Philipsterrein. Daarnaast is er een nieuwsbrief verzonden met uitnodiging en is de inloopavond aangekondigd in een artikel in de lokale krant Gooi en Eembode. Er zijn ruim 200 genodigden naar de inloopavond gekomen. Tijdens de inloopavond zijn de plannen van de initiatiefnemer voor de herontwikkeling van het gebied tot een nieuwe woonwijk gepresenteerd. Hiervoor hebben de stedenbouwkundige, de landschapsadviseur, de architecten en de ontwikkelaar plattegronden en posters gemaakt met impressies van de 3 verschillende deelgebieden van het terrein. Naast de gesprekken die tijdens de inloopavond zijn gevoerd konden de bezoekers ook hun mening geven door een enquête in te vullen. De resultaten hiervan zijn per deelgebied verwerkt. Hierop volgend geeft de ontwikkelaar kort een reactie. Over het algemeen is er een positieve indruk van deelgebied 1. Wel zijn er opmerkingen over relatief kleine tuinen en het feit dat er behoefte is aan woningen in het middeldure koopsegment.
De ontwikkelaar geeft aan dat de ligging nabij het Goois Natuurreservaat en de ruime groenstroken gelegenheid kunnen bieden voor recreeren en ontspannen. De opmerkingen op deelgebied 2 en 3 zijn gevarieerd. De ene groep vindt dat er teveel hoogbouw is, de andere groep vindt dat de hoogbouw wel wat hoger kan zodat het woningaanbod kan worden vergroot. Verder wordt opgemerkt dat de oppervlakte van de sociale huurappartementen (50 m²) te klein is. Ook bij deze deelgebieden wordt opgemerkt dat er meer koopwoningen in het middensegment beschikbaar moeten komen. Postieif punt is de hoeveelheid groen. De ontwikkelaar geeft aan dat een goede balans is gevonden met betrekking tot de hoogte aangezien de ene groep juist minder hoog wil en de andere groep juist hoger. De ontwikkelaar waardeert de belangstelling voor middeldure koopwoningen, maar geeft aan dat er voorlopig alleen uitgegaan wordt van middeldure huur. Met betrrekking tot het groen ten noorden van de woningbouwontwikkeling wordt aangegeven dat men graag een park ziet en boomaanplant en een speeltuin. De ontwikkelaar geeft aan dat dit nog in later instantie wordt bezien en ook op welke wijze hier omwonenden bij kunnen worden betrokken.
6.5.2
Vooroverleg
Op 27 oktober 2023 is vooroverlegpartners gevraagd indien zij hier aanleiding toe zien te reageren binnen 4 weken op het concept bestemmingsplan dat hen is toegezonden. Grondstoffen en Afvalstoffendienst (GAD) van Regio Gooi en Vechtstreek, Brandweer Gooi en Vecht, Rijkswaterstaat en de Provincie Noord-Holland hebben een reactie gegeven. De reactie van de provincie Noord-Holland heeft geleid tot een nadere uiteenzetting in de plantoelichting met betrekking tot beleid van de Regio op het gebied van stedelijke ontwikkeling en beleid van de provincie met betrekking tot
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
46
aanpassing aan klimaatverandering. De GAD leverde met name inrichtingsprincipes aan met betrekking tot gemeenschappelijke containers via een brochure. Deze brochure wordt ter harte genomen bij de uiteindelijke uitwerking.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
47