Chw bestemmingsplan Philipshof_Toelichting (toegevoegd 20 juni 2024)
Tekst van het document
Chw bestemmingsplan Philipshof
Gemeente Hilversum Afdeling Beleidsontw ikkeling, team Advies
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Functie van het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 3 4
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Vigerende bestemmingsplannen
5 5 5
Hoofdstuk 3 Karakteristieken plangebied 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Verkeer 3.3 Groen 3.4 Kabels en leidingen
7 7 8 9 9
Hoofdstuk 4 Relevante beleidskader 4.1 Rijk 4.2 Provincie 4.3 Regio en Waterschap 4.4 Gemeente
11 11 13 14 16
Hoofdstuk 5 Ruimtelijk plan 5.1 Algemeen 5.2 Stedenbouwkundig plan 5.3 Verkeer 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Akoestisch onderzoek 5.6 Natuur 5.7 Cultuurhistorische waarden 5.8 Bodemkwaliteit 5.9 Water 5.10 Externe veiligheid 5.11 M.e.r. - beoordeling
21 21 21 24 27 28 31 32 34 34 35 36
Hoofdstuk 6 Implementatie 6.1 Planmethodiek 6.2 Bestemmingsregeling 6.3 Handhaving 6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37 37 37 44 45 45
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
2
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Philipshof Residences B.V. is voornemens woningen te bouwen op het voormalig terrein van Philips Telecommunicatie aan de Anton Philipsweg in Hilversum-Oost. Het voornemen past niet binnen het vigerend bestemmingsplan op de locatie. Daarom is voorliggend bestemmingsplan opgesteld, waarin de bouw van woningen planologisch juridisch mogelijk gemaakt wordt.
1.2
Doelstelling
Het doel van het bestemmingsplan is het tot stand brengen van een actueel planologische regeling die de beoogde ontwikkeling van minimaal 240 en maximaal 260 woningen (waarvan minimaal 80 in de categorie sociale huur en minimaal 80 in de categorie middeldure huur) mogelijk maakt en regels stelt voor deze ontwikkelingen voor een optimale afstemming met de omgeving. Het bestemmingsplan is een toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling is weergegeven in hoofdstuk 5.
1.3
Functie van het bestemmingsplan
Voorliggend Chw-bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet (Chw) biedt. Hilversum heeft met derde tranche 'Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet' (ru Chw) toestemming gekregen om Chw-plannen vast te stellen. In de ru Chw is bepaald dat artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Bu Chw) ook geldt voor Hilversum. Op grond hiervan kan Hilversum tot 2024 een 'bestemming met verbrede reikwijdte' vaststellen mits het ontwerp ter inzage is gelegd voor inwerkingtreding Omgevingswet (artikel 7g lid 5 Bu Chw). Bij dit plan zal daar in beperkte mate gebruik van worden gemaakt door het deels toepassen van 'open normstellingen'. Chw bestemmingsplan Philipshof regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven, die hebben geleid tot de bestemmingen. Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd.
Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien de inhoud van het langs elektronische weg vastgelegde bestemmingsplan na vaststelling en die van de papieren versie daarvan tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, is de eerstbedoelde inhoud beslissend.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
3
1.4
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk is al ingegaan op de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het plangebied ligt en wat de exacte plangrenzen zijn. In hoofdstuk 2 wordt ook aangegeven welke bestemmingsplannen voor het plangebied gelden tot het verkrijgen van rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het plangebied beschreven. Dit is een beschrijving van de bestaande situatie. Relevante beleidskaders van Rijk, provincie, regio, waterschap en gemeente staan centraal in hoofdstuk 4. De voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen en bijbehorende facetten worden behandeld in hoofdstuk 5. Per planaspect wordt hierbij gemotiveerd aangegeven wat er komt. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de bestemmingsregeling, de (economische) uitvoerbaarheid, de inspraak en het ambtelijk overleg, en op de externe communicatie. Er wordt aangegeven hoe de regels gelet op de toelichting gelezen moeten worden en hoe bij de formulering van de bestemming en de regels rekening wordt gehouden met de handhaafbaarheid daarvan. Deze paragraaf vormt de relatie tussen het juridische plan en de toelichting. De ten behoeve van het bestemmingsplan verrichte onderzoeken en ook de 'watertoets' zijn als bijlage opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
4
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1
Begrenzing plangebied
Het plangebied (zie figuur 2.1) is gelegen aan de oostelijke rand van Hilversum en wordt globaal begrensd door de Anton Philipsweg aan de zuidzijde en de Kamerlingh Onnesweg aan de westzijde. Oostelijk van het plangebied ligt natuurgebied Zuiderheide. De begrenzing van het plangebied is gelijk aan de perceelgrens van het (voormalig) terrein van Philips Telecommunicatie. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de functies wonen (westelijk) en natuur (oostelijk). Het plangebied bevindt zich binnen de Hilversumse wijk 'Oost'. Direct aan het plangebied grenzen drie woonbuurten: Astronomische buurt, Liebergen en Anna's Hoeve. De woonbuurten in 'Oost' hebben zich vanaf het begin van de 20e eeuw ontwikkeld en richting het oosten uitgebreid. Aan oostelijke zijde bevindt zich het natuurgebied Zuiderheide. Het natuurgebied bestaat uit bos en heidegebied en is onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Aan de zuidwestelijke grens van het plangebied is de brandweerkazerne van Hilversum gevestigd. Ten zuidoosten van het plangebied is de rioolwaterzuiveringsinstallatie Anna's Hoeve gevestigd, onderdeel van Waterschap Amstel Gooi en Vecht/Waternet.
Figuur 2.1: Begrenzing plangebied
2.2
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied zijn de volgende vigerende bestemmingsplannen van kracht, te weten: Kamerlingh Onnesweg, vastgesteld op 12 juni 2013 Regeling meervoudige bewoning, vastgesteld op 24 juni 2016 Veegbestemmingsplan 2016, vastgesteld op 14 december 2016
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
5
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
6
Hoofdstuk 3
Karakteristieken plangebied
In dit hoofdstuk komt de huidige situatie aan de orde. Er wordt onder andere aandacht besteedt aan de historie van het plangebied, de huidige bebouwing, wegenstructuur en groenvoorzieningen.
3.1
Ruimtelijke structuur
3.1.1
Historie
Het plangebied betreft het voormalige bedrijventerrein van NEC/Philips. Op het terrein staan kantoorgebouwen van de voormalige Philips Telecommunicatie. Het kantorencomplex bestaat uit circa 21.000 m2 brutovloeroppervlak. De kantoorruimten hebben tot 2017 tevens als tijdelijke onderwijslocatie gediend. In 2014 heeft Philips het terrein verkocht aan een ontwikkelaar. Sindsdien hebben er geen bedrijfsactiviteiten op het terrein plaatsgevonden. De panden zijn in de huidige situatie nog aanwezig op het terrein, echter niet in gebruik als kantoor. Er is sprake van leegstandsbeheer.
3.1.2
Stedenbouwkundige structuur
Het huidige Philipsterrein is deels bebouwd met bedrijfspanden uit 1973. Tussen de bebouwing loopt een wegenstructuur. De onbebouwde gronden in het plangebied bestaan hoofdzakelijk uit grasland en beplanting. De situering van de bedrijfspanden creeërt een zogenaamde 'hofstructuur'. Het westelijke deel van het plangebied is een parkeerterrein.
Figuur 3.1: Bovenaanzicht plangebied
3.1.3
Groenstructuur
In het plangebied zijn geen hoofdgroenstructuren aanwezig zijn. Er zijn wel losse groenelementen in het gebied en oostelijk van het plangebied ligt NNN-gebied als onderdeel van de nationale groenstructuur. Er bevindt zich geen oppervlaktewater binnen het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
7
3.1.4
Verkeersstructuur
In het plangebied ligt een minimale verkeersstructuur die ervoor zorgt dat auto's en fietsers vanaf de de Anton Philipsweg het hoofdparkeerterrein en de (parkeervoorzieningen behorende bij de) verschillende panden op het Philipsterrein kunnen bereiken. De overige verkeersstructuur in het gebied bestaat hoofdzakelijk uit voetpaden, waardoor de verschillende panden in het plangebied bereikbaar zijn vanaf het hoofdparkeerterrein.
3.2
Verkeer
3.2.1
Autoverkeer
Ontsluiting In de huidige situatie is het Philipsterrein ontsloten via de Anton Philipsweg. Deze erftoegangsweg met een snelheidsregime van 30 km/uur verbindt onder andere het Philipsterrein, via de Anthony Fokkerweg, met de gebiedsontsluitingsweg Kamerlingh Onnesweg. De westelijk gelegen toegang werd gebruikt als hoofdingang. Binnen het plangebied is uitsluitend infrastructuur ten behoeve van de bereikbaarheid van de bedrijfsgebouwen aanwezig (bestemmingsverkeer). Deze weg heeft derhalve geen doorstroomfunctie. In Figuur 3.2 is de verkeersstructuur van het plangebied en de verbinding met de Kamerlingh Onnesweg weergegeven.
Figuur 3.2: verkeersstructuur plangebied Snelheid In het gehele plangebied binnen de hekken geldt een snelheidsregime van 15km/u. Op de erftoegangsweg en de gebiedsontsluitingsweg mag 30km/u gereden worden. Parkeren Er zijn in het plangebied tientallen parkeerplaatsen aanwezig. Het hoofdparkeerterrein is gelegen aan de westelijke zijde van het plangebied. Daarnaast zijn er bij de verschillende panden kleinschaligere parkeervoorzieningen aanwezig. Alle parkeerplaatsen in het gebied zijn op eigen terrein gelegen en hebben gediend als parkeervoorziening voor de medewerkers en bezoekers van Philips Telecommunicatie. Openbaar vervoer In de huidige situatie is er geen voorziening voor openbaar vervoer in het plangebied.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
8
3.3
Groen
Het groen binnen het bestemmingsplangebied betreft voornamelijk het (openbaar) groen langs de verkeersstructuur in het plangebied. Daarnaast is er bij één bedrijfsgebouw sprake van een groene binnentuin. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn drie rijen loofbomen aangeplant, met als doel een scheiding tussen het woongebied en het bedrijventerrein te creëren. Er is in het plangebied hoofzakelijk sprake van grassen, bossages en loofbomen.
3.4
Kabels en leidingen
De bedrijfspanden zijn aangesloten op het gemeentelijke rioleringssysteem, elektriciteitsnetwerk en gasstelsel. In het plangebied loopt van noord naar zuid een drinkwatertransportleiding . De huidige aansluitingen van de kantoren worden in de toekomstige situatie verwijderd. De drinkwatertransportleiding die in het plangebied aanwezig is zal binnen het plangebied worden verlegd.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
9
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
10
Hoofdstuk 4
Relevante beleidskader
In dit hoofdstuk is het relevante rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke structuur en de functionele structuur opgenomen. Ook is aandacht besteed aan relevant Europees beleid.
4.1
Rijk
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.
Planspecifiek Gezien de aard en omvang van de planontwikkeling is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van woningen.
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (verder: Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (verder: SVIR) en in de navolgende Nationale Omgevingsvisie (verder: NOVI) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld.
Planspecifiek Gezien de aard en omvang van onderhavig plan zijn er geen raakvlakken met het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
11
4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die op 1 juli 2017 is gewijzigd. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven (hieronder de betreffende artikel leden): 2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 3. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel.
4.Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijk e ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Bij het voorliggende initiatief is dan ook sprake van een stedelijke ontwikkeling, doordat er minimaal 240 extra woningen worden toegevoegd.
Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Aangezien het plangebied in een woonwijk ligt met gemengde functies kan geconcludeerd worden dat de planlocatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt.
Behoefte Met het project worden minimaal 240 en maximaal 260 woningen ontwikkeld. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan tegemoetkoming aan de vraag naar woningen. Minimaal 80 woningen worden uitgevoerd in de categorie sociale huur, minimaal 80 en maximaal 100 woningen worden uitgevoerd in de categorie middeldure huur en maximaal 80 woningen worden uitgevoerd in de categorie 'duur'. Hiermee worden diverse doelgroepen in de woningmarkt bediend.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
12
Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
Provincie
4.2.1
Omgevingsvisie NH2050
De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities.
Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeften en trends. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie.
Daarnaast wordt er met de Omgevingsvisie NH2050 geprobeerd om een richting uit te zetten om houvast te bieden naar de onzekere toekomst. Daarvoor wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
13
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector. Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving.
Betekenis voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan sluit aan bij het uitgangspunt van de provincie om woningbouw aansluitend aan stedelijk gebied te plannen. Ook houdt het bestemmingsplan rekening met de risico's voor klimaatverandering als benoemd in artikel 6.62 van de verordening zoals duidelijk wordt uit de watertoets en waterparagraaf. In de regels is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen door te moeten voldoen aan het gemeentelijk watermanagementplan.
4.2.2
Omgevingsverordening NH2020
De provincie Noord-Holland wil met de Omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken (artikel 6.3). Daarnaast moet een ruimtelijk plan rekening houden met de risico's ten aanzien van klimaatverandering (wateroverlast, overstroming, hitte en droogte) (artikel 6.62). Het bestemmingsplan is opgesteld met inachtneming van de instructieregels uit de Omgevingsverordening NH2020. Zo worden de woningen binnenstedelijk gebouwd, afgestemd op de lokale en regionale vraag (zie laddertoets in paragraaf 4.1.3). Ook past het plan binnen de regels aangaande de hoogtebeperkingen van de luchthaven Hilversum (artikel 6.72).
4.3
Regio en Waterschap
4.3.1
Regionale Energie Strategie (RES)
In de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Energieregio Noord-Holland Zuid staan de plannen ten aanzien van grootschalige wind- en zonne-energie die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners hiervoor hebben gemaakt. Daarnaast worden er mogelijkheden verkend om met behulp van duurzame warmtebronnen en -technieken gebouwen te verwarmen in plaats van met aardgas. De ambitie van Gooi en Vechtstreek is een energieneutrale regio. Alle in de regio benodigde energie wordt dan duurzaam opgewekt. Het is de stip op de horizon waarbij de gemeente zich in eerste instantie richt op de gebouwde omgeving. Een enorme en complexe opgave: het betekent dat de gehele gebouwde omgeving, inclusief ondergrond, moet worden getransformeerd. Het gaat hierbij om duizenden woningen per jaar. Het bestemmingsplan draagt bij aan de ambitie van Gooi en Vechtstreek om een energieneutrale regio te zijn.
4.3.2
Regio Gooi en Vechtstreek
Regiokaart 2025
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
14
De regiokaart bevat het overzicht van vastgesteld ruimtelijk beleid van de zeven gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek. De regiokaart uit 2015 geeft de lopende en nieuwe ruimtelijke en stedenbouwkundige projecten in de regio voor de komende 10 jaar weer. De belangrijkste opgaven zijn: Landschap: Behoud en versterken van natuurgebieden, landschappen, agrarische activiteiten en cultuurhistorie. Versterken van de ecologische hoofdstructuur en vermindering van de versnippering door infrastructuur, ook grensoverschrijdend (Heuvelrug, Vechtlandschap, Randmeren en Eemland). Recreatie: Verbeteren van het recreatief medegebruik van het buitengebied door kwaliteitsverbetering van wandelen fietspaden, recreatieve knooppunten en de bereikbaarheid ervan. Bevorderen van dag- en verblijfstoerisme gericht op cultuurhistorie en (natuur-)monumenten ruimte bieden aan hotels in stedelijk en pensions in landelijk gebied. Economie: Nieuwe bedrijfslocaties: Crailo (Hilversums deel) en Monnikenberg (Hilversum). Herstructurering en transformatie van bestaande bedrijfsterreinen; innovatieve en creatieve bedrijvigheid en/of huisvesting doelgroepen. Ruimte voor creatieve en innovatieve bedrijvigheid (waaronder medische zorg), zowel binnenstedelijk als in de ‘groene randen’.
Stop op de uitbreidingsmogelijkheden voor kantoren en winkels; meer concentratie rondom de stedelijke knooppunten van het openbaar vervoer. Wonen: Totale plancapaciteit in de regio ca. 13 duizend woningen. Uitvoering op basis van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2020; betreft 4 duizend woningen. Uitbreidingslocaties, zoals Anna's Hoeve, Monnikenberg met een totale plancapaciteit van ruim 5 duizend woningen. Grotendeels in procedure en deels in uitvoering. Binnenstedelijke woningbouwlocaties: in alle gemeenten met een totale plancapaciteit van ongeveer 6 duizend woningen. Ongeveer de helft hiervan is ‘planologisch hard’ te noemen. Transformatie van voormalige kantoren of bedrijfsgebouwen. Bereikbaarheid: Verbreding A1-west (bij Muiden/Weesp) naar 2 x 6 stroken + dubbele wisselstrook + aquaduct. Verbreding A6 (vanaf Muiden naar Almere) naar 2 x 4 stroken + 2de Hollandse Brug. Verbreding A1-oost (Eemnes – Hoevelaken) naar 2 x 4 stroken. Verbreding A27 (Eemnes – Utrecht) naar 2 x 3 stroken. Aanleg HOV Hilversum – Huizen. Behoud capaciteit doorgaande wegen binnen de regio.
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Regiokaart 2025. Er is sprake van herstructurering van een voormalig bedrijventerrein.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
15
4.3.3
Beleid waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV)
Het plangebied valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waternet zorgt namens het waterschap voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in de sloten en vaarten. Het verzorgingsgebied van AGV omvat de gemeente Amsterdam en een groot gebied in de provincie Utrecht en Noord-Holland. Het waterschap is verantwoordelijk voor de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van stedelijk afvalwater. De zorg voor het watersysteem omvat het beheer van de oppervlaktewateren, waterkeringen en bergingsgebieden, grondwater en ondersteunende waterstaatkundige kunstwerken. Waternet is de organisatie die de taken namens AGV uitvoert. Het beleid van AGV is verwoord in het onder andere het Waterbeheerplan, de Waterschapsverordening (Keur) en in diverse beleidsnota’s. In de Keur staan de regels voor het gebruik van het watersysteem. De Keur heeft als belangrijkste doel om een veilig en gezond watersysteem te waarborgen en het te beschermen tegen risico’s van activiteiten die van invloed kunnen zijn op de goede staat en werking van het watersysteem. Denk aan de waterkwaliteit, het waarborgen van verbeteren, de doorstroming in sloten en het sterk houden van dijkenveilig stellen en de dijken sterk houden. Bij de Keur horen Keurkaarten met informatie over wateren en waterkeringen.
In de legger van het waterschap worden gegevens vastgelegd over de locatie van wateren, dijken en kunstwerken, aan welke eisen deze moeten voldoen (diepte, hoogte, sterkte etc.) en de onderhoudsverplichtingen. De legger dient als basis voor de vergunningverlening door de waterbeheerder. Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied 10 % daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg. Onder voorwaarden kan het waterschap ook instemmen met de aanleg van alternatieve vormen van waterberging. In het kader van de planontwikkeling is ook de 'watertoets' doorlopen. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in 5.9 Water.
4.4
Gemeente
4.4.1
Structuurvisie Hilversum 2030
Op 15 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Hilversum 2030 vastgesteld. Deze visie schetst het beeld van Hilversum in 2030. Op dit moment werkt de gemeente aan een Omgevingsvisie die de Structuurvisie zal vervangen. De gemeente werkt tevens aan een beleid rondom de 'Sleutelgebieden' zoals het stationsgebied. Hilversum werkt constructief mee aan initiatieven vanuit de samenleving. Tenzij bijvoorbeeld zwaarwegende maatschappelijke belangen en/of te verwachten hinder voor bewoners zich hier tegen verzet. Hilversum wil flexibel zijn en energie steken in oplossingen. Uitgangspunt is ontwikkelend beheren. Dit is een duurzame manier van stedelijke vernieuwing. Hierbij zijn (vaak kleinschalige) ontwikkelingen en beheermaatregelen organisatorisch en financieel in één proces ondergebracht. Deze aanpak maakt het mogelijk op ontwikkelingen in de samenleving te reageren en anticiperen. De gemeente ziet voor zichzelf een regierol. Speerpunten van de visie zijn: goede woongemeente; groen buitengebied; centrumgemeente; mediastad & creatieve sector;
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
16
stedenbouw & architectuur. In 2030 is Hilversum een gewilde en aantrekkelijke plaats om in te wonen. Hilversum heeft voor elk wat wils, van dorps en lommerrijk tot meer groen stedelijk en centrumstedelijk. Ook wat de betaalbaarheid van woningen betreft, valt er in Hilversum veel te kiezen. De meeste voorzieningen liggen op fietsafstand. De ligging van Hilversum in het groen is in 2030 een van de belangrijkste kwaliteiten. Als een groene jas liggen de natuurgebieden rond Hilversum. De kostbare natuur is beschermd. Alle omliggende natuurgebieden zijn overgedragen aan natuurorganisaties. Deze natuurgebieden hebben de status van Nationaal Park (de Gooise Heuvelrug). In 2030 staat Hilversum bekend om zijn hoogwaardige stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke kwaliteiten. De tuinstadgedachte en het beëindigingsplan van Dudok zijn hierbij als vertrekpunt genomen. Sterke punten in de stad zoals prachtige (monumentale) gebouwen, (omroep-)complexen en industrieel erfgoed maar ook groene plekken, parken en vijvers zijn met elkaar verbonden. De harmonieuze groene overgangen tussen stad en omliggende natuurgebieden zijn zichtbaar en voelbaar gemaakt. In de woongebieden zijn de bestaande karakteristieken, woonmilieus en kwaliteiten per wijk behouden. Er is in deze gebieden niet of nauwelijks ruimtelijk verdicht.
Ruimtelijk en historisch gezien zou dit ook niet logisch zijn geweest. Diverse gebouwen hebben een andere functie gekregen, bijvoorbeeld kantoorpanden die zijn omgebouwd naar woningen. Uitbreidingen, verdichtingen en schaalsprongen zijn voornamelijk in de dynamische gebieden gerealiseerd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling speelt in op het speerpunt goede woongemeente, door een aantrekkelijk groen woonmilieu te realiseren op de grens van stad en natuurgebied. Er is sprake van hoogwaardig wonen met architectonische kwaliteit.
4.4.2
Omgevingsvisie Hilversum 2040
De Omgevingsvisie Hilversum 2040 heeft als ontwerp ter visie gelegen van 2 maart 2023 tot en met 16 april 2023. De Omgevingsvisie Hilversum 2040 vervangt na vaststelling door de gemeenteraad de Structuurvisie Hilversum 2030 als richtinggevend kader voor de ontwikkeling van Hilversum op de lange termijn. Keuzes die in de (ontwerp) Omgevingsvisie worden gemaakt zijn: 1. Hilversum zet in op het beste van 2 werelden. Hilversum is dorp en stad tegelijk en wil enerzijds een regionaal centrum zijn met bijbehorende centrumvoorzieningen. Tegelijkertijd wil Hilversum ook aantrekkelijke woonmilieus bieden met menselijke maat en voorzieningen bij de wijken. 2. Een zekere mate van groei is nodig om vitaal te blijven. Gematigde en vooral kwalitatieve groei moet ervoor zorgen dat voldoende woningen gerealiseerd worden en het draagvlak voor voorzieningen in stand en levensvatbaar te houden. 3. Hilversum ontwikkelt zich vooral binnen de bestaande stad. De natuur rondom Hilversum wordt gekoesterd en dient in stand gehouden te worden. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen dus vooral binnnen de bestaande stad plaats te vinden. 4. Meervoudig ruimtegebruik wordt de norm. Dit betekent dat ruimte op daken beter wordt benut, maar ook dat beter moet worden gekeken naar parkeeroplossingen, klimaatadaptatie en wonen en werken op 1 en dezelfde plek. 5.
Versterken en ontwikkelen kan, passend bij de kwaliteiten van de wijken. Er worden gebiedsagenda's opgesteld waarin wordt ingezoomd op de specifieke vraagstukken uit de verschillende wijken en werklocaties. 6. De basis op orde brengen. Een goede water- bodem- geluid- en luchtkwaliteit wordt nagestreefd. Conclusie De ontwikkeling past binnen de beoogde omgevingsvisie. Er wordt een woonwijkje ontwikkeld binnen de
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
17
bestaande stad, met menselijke maat en met meervoudig ruimtegebruik. Een groei tussen de 240 tot 260 woningen zal er toe leiden dat diverse voorzieningen binnen Hilversum levensvatbaar blijven.
4.4.3
Woonvisie
In de nieuwe woonvisie voor de periode van 2021 tot 2030, zoals vastgesteld in juli 2021, heeft de gemeente Hilversum haar ambities neergelegd voor wat betreft het woonbeleid. In de woonvisie wordt het woonbeleid via vier thema's in beeld gebracht, te weten: 1. 2. 3. 4.
Hilversumse woningmarkt onder druk Ontbrekende schakels in de woningmarkt Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag Duurzame en energiezuinige woningen
ad.1 Vastgesteld is dat de bevolking van Hilversum de komende jaren groeit . Ook de woningbehoefte groeit. Volgens de prognose van de provincie Noord-Holland zijn er zeker 3.000 extra woningen nodig tot en met 2030. Deze prognose is als uitgangspunt voor de woonvisie gehanteerd.
ad.2 De gemeente wil sturen op woningmarktsegmenten die ontbreken. Door ontbrekende segmenten kunnen niet alle mensen naar een passende woning verhuizen. Dit heeft als gevolg dat deze mensen in hun huidige woning blijven, die weer voor andere woningzoekenden uitkomst zou bieden. De doorstroming op de woningmarkt stokt hierdoor. Beschikbaarheid van woningen voor lage en middeninkomens is daarbij een prioriteit. Het bevorderen van doorstroming uit deze woningen moet primair bijdragen aan de beschikbaarheid van woningen. Dat vraagt strategische toevoegingen aan de woningvoorraad.
ad.3 De gemeente Hilversum wil vanuit de woonvisie in alle wijken huisvesting bieden aan mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Doel is een ongedeelde samenleving waar ruimte is voor mensen in een kwetsbare situatie. Hiertoe werkt de gemeente aan een drempelloze woningvoorraad en woonomgeving met in alle wijken toegankelijke woningen en ontmoetingsmogelijkheden.
ad. 4 De gemeente Hilversum zet in op duurzame en energie zuinige woningen. De uitwerking hiervan is beschreven in de Transitievisie Warmte. Deze visie wordt eind 2021 voorgelegd ter besluitvorming. Bij nieuwbouw volg de gemeente de normen van het Bouwbesluit. Eventueel aanvullende inzet rond gebiedsontwikkelingen wordt vastgelegd in de Transitievisie.
Conclusie Met het project worden minimaal 240 en maximaal 260 woningen ontwikkeld. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan tegemoetkoming aan de vraag naar woningen. Minimaal 80 woningen worden uitgevoerd in de categorie sociale huur, minimaal 80 en maximaal 100 woningen worden uitgevoerd in de categorie middeldure huur en maximaal 80 woningen worden uitgevoerd in de categorie 'duur'. Hiermee worden diverse doelgroepen in de woningmarkt bediend.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
18
4.4.4
Programma Groen Hilversum 2040
Op 7 december 2022 heeft de gemeenteraad van Hilversum het Programma Groen vastgesteld. In dit programma wordt ingegaan op welke wijze maatregelen worden genomen om het groen in de stad te stimuleren en waarborgen. In 2040 wonen en werken Hilversummers in een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Een leefomgeving die koel is op hete dagen. Een plek waar groen inwoners stimuleert om te bewegen en elkaar te ontmoeten. De gemeente Hilversum heeft drie doelen: biodiversiteit stimuleren; zorgen dat Hilversum klimaatbestendig wordt; zorgen dat groen beter bijdraagt aan de vitaliteit van Hilversummers. Het Programma Groen laat zien hoe we als gemeente de komende jaren werken aan een gezond en groen Hilversum, de tuinstad van de toekomst. We gaan plekken vergroenen voor koelte op hete dagen, groene plekken met elkaar verbinden zodat mensen en dieren zich beter door de stad kunnen bewegen. Hilversum gaat de komende 4 jaar 25 speelplekken vergroenen. Zodat meer kinderen kunnen spelen en leren in het groen. We vergroenen straten zodat straten prettiger worden om door te wandelen. In buurten met veel steen maken we samen met de bewoners schaduwrijke groene plekken waar je je buurtgenoten kunt ontmoeten. Zo zorgen we er voor dat iedere inwoner binnen 5 minuten lopen op een koele groene plek kan zijn.
Op deze manier draagt een groene omgeving bij aan het welbevinden van de inwoners van Hilversum.
Conclusie het Philipshof bevat een nieuwe verbindingsmogelijkheid van de stad met de omliggende natuur. In het Uitvoeringsprogramma (als bijlage van het Programma Groen), is het verbinden van Stadsranden met de heide 1 van de speerpunten.
4.4.5
Beleid en leidraad natuurinclusief bouwen
De beleidsnotitie is opgebouwd vanuit de constatering dat het slecht gaat met gebouwbewonende diersoorten in Nederland en in Hilversum. De oorzaak ligt in (ver-)bouwwerkzaamheden waarbij veel mogelijke verblijfplaatsen van deze diersoorten verloren gaan. De huidige natuurwetgeving ziet op schadebeperking en niet op het vergroten en verbeteren van de leefomgeving van gebouwbewonende diersoorten. Het Beleid Natuurinclusief bouwen beschrijft het beleid om de leefomgeving van deze dieren in Hilversum verbeteren door enerzijds natuurinclusief bouwen te stimuleren en anderzijds natuurinclusief bouwen als randvoorwaarde te stellen. Daarvoor is de Leidraad Natuurinclusief Bouwen ontwikkeld, welke in dit stuk wordt gepresenteerd. De leidraad biedt een onderbouwing van de juiste natuurinclusieve maatregelen op de juiste plek, voor de juiste soort. Om de effectiviteit van het voorgestelde beleid te controleren wordt een monitoringsvoorstel gedaan. Voorts worden raakvlakken met ander gemeentelijk beleid benoemd en tot slot worden de kosten in beeld gebracht.
De gemeente Hilversum vindt het behoud en verbeteren van de stad als leefgebied voor dieren en planten erg belangrijk. Veel (beschermde) soorten uit de stad hebben het moeilijk. Gebouwen hebben steeds minder gaten en kieren, waardoor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen hier geen schuilplek of broedplaats meer vinden. Om initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen op weg te helpen heeft de gemeente een
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
19
ecopuntensysteem ontwikkelt. Dit ecopuntensysteem helpt een afweging te maken welke fauna- en groenvoorzieningen het beste gerealiseerd kan worden bij het nieuwbouwproject.
Conclusie Op grond van het ecopuntensysteem kan geconcludeerd worden dat voor het project Philipshof een ecoloog moet adviseren over natuurinclusief bouwen. Het plangebied valt qua stadslandschap onder het gebied 'Buitenrand Noord en Oost'. De Buitenrand Noord en Oost bestaat grotendeels uit na-oorlogse wijken. Plaatselijk zijn wijken en/of gebouwen van na 1991 aanwezig. Het Philipshof valt hier onder. Ecologische bijzonderheden Hoge dichtheid huismussen Schrale, droge graslanden in het Kamrad Doelsoort het groentje is waargenomen Specifieke ecologische kansen Ontwikkeling kruidenrijke schrale graslanden en heide met open zand. Verbinden van het Kamrad met oostelijke heidegebieden. Verbetering leefgebied van de laatvlieger.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
20
Hoofdstuk 5
Ruimtelijk plan
In dit hoofdstuk komt de toekomstige situatie van het plangebied, na herontwikkeling van het gebied, aan de orde.
5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan maakt de realisatie van de nieuwe woonwijk op het Philipsterrein, bestaande uit maximaal 260 woningen, mogelijk. Het huidige plangebied, dat nu bestemd is als bedrijventerrein, wordt middels voorliggend bestemmingsplan bestemd tot woongebied (inclusief groen en verkeer). Het plan maakt een woonwijk mogelijk met een open en toegankelijk gebied, dat deel uitmaakt van een doorlopend Hilversums netwerk van groene verbindingszones en zichtassen. Het ruimtelijk plan voor het Philipsterrein dient te voldoen aan de eisen die hiervoor gesteld zijn door de gemeenteraad van Hilversum en moet passen binnen voorliggend bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling van Philipshof is een Masterplan opgesteld, dat voldoet aan deze eisen. De gemeenteraad van Hilversum heeft op 27 maart 2019 ingestemd met dit masterplan. Het Masterplan is verder uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan is vervolgens voorgelegd aan de Commise Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten. Deze kon instemmen met de uiteindelijke versie die ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan.
5.2
Stedenbouwkundig plan
5.2.1
Uitgangspunten
Ruimtelijke landschappelijke kwaliteit is het leidend principe voor het Philipshof, met hierin de volgende stedenbouwkundige dragers: De Lorentzvijver en de ruimtelijke as in het verlengde daarvan; De aansluiting op het natuurgebied Zuiderheide (GNR); Relatie met de omgeving (Anna’s Hoeve en groene strip A. Fokkerweg); Een heldere interne ontsluitingsstructuur; De Lorentzweg Vanuit de Lorentzweg wordt een zichtlijn op het buitengebied gecreëerd. De as zal een directe, fysieke verbinding maken tussen stad en natuur. Daarnaast borgt deze structuur een zichtlijn naar de natuur. Het uitgangspunt past bij de ambitie van het totale plan om de stad met de natuur te verbinden.
Herstellen van het Kamrad Landschap In het noordelijke deel van het Philipshof worden voorstellen gedaan waarmee oorspronkelijk beoogde kwaliteit wordt hersteld. De ruimte tussen het bestaande Kamrad en de nieuwe planontwikkeling sluit naadloos op elkaar aan, waarbij het landschap als één van de bedoelde groene vingers van Dudok tot aan de stad rijkt. Het laagbouwcomplex van Philips, gelegen achter Den Ool, verdwijnt volledig. Dit deel van de locatie blijft vrij van bebouwing.
Groene connectie Anna's Hoeve - Zuiderheide Het park dat langs Anna’s Hoeve loopt wordt doorgetrokken naar het noorden; door het Philipshof heen.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
21
Deze groene connectie verbindt de Anna’s Hoeve met de Zuiderheide, en vormt een belangrijke groene drager binnen het Philipshof.
Heldere ontsluitingsstructuur Om de verschillende (groen)structuren en de woningen met elkaar één gezamenlijk plan te laten vormen is een heldere ontsluitingsstructuur nodig. Deze volgt de ruimtelijke hoofdstructuren in het plan en ontstaat in de vorm van de verlengde Lorentzweg met aantakkingen, en een aansluiting in het zuiden op de Anton Philipsweg voor het oostelijke deel van het plan. Deze tweedeling maakt het mogelijk om de groene noord-zuid connectie sterk te maken.
5.2.2
Visie
De visie voor het Philipshof is gebaseerd op het laten samenkomen van de verschillende structuren uit de directe omgeving, in een eigentijdse en toekomstbestendige vorm. Dit maakt van het eerst gesloten terrein een open en toegankelijk gebied dat een poort vormt van de stad naar de natuur. Het Philipshof is gestructureerd rond 3 hoofdlijnen: De groene zone die Anna’s Hoeve verbindt met het gebied achter het Kamrad van Dudok; De groene zicht-as die de Lorentzvijver verbindt met het bos in het oosten en een langzaamverkeer-route begeleidt; De groene vinger tussen het Kamrad van Dudok en het Philipshof, die het omringende landschap verbindt met de stad. De bebouwing in het westelijke deel van het plangebied is met de losse positionering van de bebouwing (op het veld) een referentie naar het kamrad van Dudok. De schuine positionering zorgt voor een groot aantal zichtlijnen vanuit het plan naar het landschap ten noorden van het Philipshof, maar sluit ook aan op de richting van de groenstrook langs de Anthony Fokkerweg aan de zuidkant. Kenmerkend voor het Philipshof is de overgang van woongebouwen in het groen (west) naar bouwblokken met een kleinere maat en schaal, aan de bosrand. Deze laatste sluiten aan bij de bebouwingsstructuur van Anna's Hoeve.
Aan de oostelijke rand is de overgang van onbebouwd naar bebouwd zacht, waardoor een subtiele overgang naar het bos ontstaat en de bosrand tussen de bouwblokken door het gebied binnen dringt.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
22
5.2.3
Ruimtelijk raamwerk
Het ruimtelijk raamwerk vormt de basis van het plan. het Philipshof heeft als basis een sterke landschappelijke onderlegger, waar drie lange lijnen uit voort komen. Deze lijnen vormen de bebouwde omgeving, en verdelen het Philipshof in drie deelgebieden. De Parkstrook vormt de centrale groene ruimte, welke wordt ingericht voor natuur, biodiversiteit en recreatie. Voor fietsers en voetgangers is dit gebied zeer doorwaadbaar, gemotoriseerd verkeer moet duidelijk de openbare ruimte delen. Ten westen van de parkstrook liggen rijwoningen en appartementen, die in stedenbouwkundige vorm voortborduren op het Kamrad van Dudok, in een moderne interpretatie hiervan. De verlengde Lorentzweg vormt de centrale (zicht)as hiervan; een brede, groene open ruimte die tevens de (auto)ontsluiting vormt. Ten oosten van de parkstrook liggen tweekappers en vrijstaande woningen. Deze wijken af van de structuur van Dudok en sluiten meer aan op het bosrijke gebied in het oosten. De straten tussen en rond deze woningen worden op een speelse en groene manier ingericht; passend bij de ligging direct aan de natuur.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
23
5.3
Verkeer
De verkeerseffecten en parkeereffecten van het plan zijn in kaart gebracht door AnteaGroup. Het volledige onderzoek d.d. september 2023 is als Bijlage 1 te raadplegen bij deze toelichting.
5.3.1
Parkeren
De parkeerbehoefte van deelgebied 1 bedraagt 126 parkeerplaatsen. Hiervan worden tenminste 70 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. De woningmix in deelgebied 2 zorgt voor een parkeerbehoefte van 59 parkeerplaatsen. Er worden 66 parkeerplaatsen gerealiseerd waarvan tenminste 27 in een halfverdiepte parkeergarage. De parkeerbehoefte van deelgebied 3 is 105 parkeerplaatsen. Er worden 127 parkeerplaatsen (waarvan tenminste 85 in een halfverdiepte parkeergarage) gerealiseerd.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
24
5.3.2
Autoverkeer
Verkeersgeneratie Gezamenlijk genereren alle deelgebieden maximaal 1.596 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Door een knip (tussen deelgebied 1 en deelgebieden 2 en 3) ontsluit enkel deelgebied 1 rechtstreeks op de Anton Philipsweg. Daarmee neemt het aantal motorvoertuigbewegingen over de Anton Philipsweg toe met 637 per etmaal. Voor de Kamerling Onnesweg geldt een maximale toename van 1.596 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Op basis van het verkeersmodel prognosejaar 2040 kan op de Kamerling Onnesweg in de spitsuren mogelijk beperkte congestie ontstaan, echter zijn er geen significante knelpunten op het gebied van doorstroming te verwachten. Langzaam verkeer kan bij de ontsluiting gebruik maken van de Anton Philipsweg en de vrijliggende fietspaden langs de Kamerling Onnesweg.
Ontsluiting Het plangebied is gesitueerd in Hilversum-Oost. Het gemotoriseerde verkeer komend vanaf de ontwikkellocatie heeft een ontsluiting op de Kamerlingh Onnesweg in het westen en op de Anton Philipsweg in het zuiden. De Anton Philipsweg in het plangebied is uitsluitend bedoeld voor bestemmingsverkeer en takt direct aan op de Kamerlingh Onnesweg. De Kamerlingh Onnesweg geldt als ontsluitingsroute naar de Rijkswegen A1 (noorden) en de A27 (zuiden). Het plangebied is voorzien van een knip voor gemotoriseerd verkeer tussen deelgebied 1 en de deelgebieden 2 en 3. Dit houdt in dat gemotoriseerd verkeer van deelgebied 1 niet rechtstreeks naar deelgebied 2 of 3 kan rijden en andersom. Deelgebied 1 wordt ontsloten op de Anton Philipsweg. Deelgebieden 2 en 3 ontsluiten beide op de Kamerlingh Onnesweg. Hiermee wordt de verkeersgeneratie
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
25
van de ontwikkeling verspreid afgewikkeld. De Anton Philipsweg ontsluit echter direct op de Kamerlingh Onnesweg, waardoor het grootste gedeelte van al het verkeer uiteindelijk ontsluit via de Kamerlingh Onnesweg.
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
26
5.3.3
Langzaam verkeer
De woonbuurt is ontworpen als verkeersluwe omgeving, waar voetgangers en fietsers de hoofdgebruikers zijn; de wegen zijn ingericht op een maximale snelheid van 30 km/h. De voorgestelde infrastructuur houdt daarbij rekening met bestemmingsverkeer en hulpdiensten. De positie van de ontsluitingswegen en de stratenstructuur maken dit op een natuurlijke wijze zichtbaar.
5.4
Luchtkwaliteit
Ten behoeve van het bestemmingsplan heeft AnteaGroup een beoordeling geschreven van de effecten op de luchtkwaliteit. Dit document is opgenomen als Bijlage 2. Beleid De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10);
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
27
d. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 n iet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m3. Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
Conclusie Op basis van de in dit onderzoek gevonden resultaten voldoet het plan aan de grenswaarden. Omdat kan worden voldaan aan deze grenswaarden vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de ruimtelijke procedure en is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
5.5
Akoestisch onderzoek
Ten behoeve van het bestemmingsplan voor het Philipshof heeft AnteaGroup onderzoek gedaan naar de akoestische effecten op het plan en als gevolg van het plan. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting in Bijlage 3.
5.5.1
Wegverkeerslawaai
Uit de berekeningsresultaten blijkt dat op de randen van de bouwvlakken, de geluidbelasting ten gevolge van de Kamerlingh Onnesweg ten hoogste 53 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hiermee met 5 dB overschreden, echter blijft de geluidbelasting ruim onder de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB. De geluidbelasting vanwege de niet-gezoneerde Anthony Fokkerweg/Anton Philipsweg bedraagt ten hoogste 52 dB (inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) op de rand van het bouwvlak. De geluidbelasting blijft daarmee onder de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 63 dB. In het kader van een goede ruimtelijke ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan de geluidbelasting daarmee als aanvaardbaar worden beschouwd en lijkt er voldoende borging te zijn van een goed woonen leefklimaat.
Hogere waarden Gelet op de overschrijding van de (voorkeurs)grenswaarde dient te worden onderzocht of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. Uit het maatregelenonderzoek zoals beschreven in paragraaf 5.1 van het onderzoek volgt dat maatregelen om de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied terug
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
28
te brengen niet mogelijk en/of doelmatig zijn. Het bevoegd gezag dient daarom hogere waarden vast te stellen voor de randen van het bouwvlak waar de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Daarbij dienen de hoogste waarden, zoals vermeld in bijlage 3 van het onderzoek, te worden aangevraagd, zie tevens hiernavolgende tabel. Gelet op de beschreven maatregelen is een dergelijke aanvraag gerechtvaardigd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening op grond van de Wet ruimtelijke ordening kan de geluidbelasting daarmee als aanvaardbaar worden beschouwd en lijkt er voldoende borging te zijn van een goed woon- en leefklimaat.
Voor alle randen van de bouwvlakken waarvoor het bevoegd gezag een hogere waarde vaststelt, dient met behulp van een gevelgeluidweringsonderzoek te worden onderzocht of de beoogde woningen binnen deze bouwvlakken aan de wettelijke geluidgrenswaarde voor het binnenniveau kunnen voldoen. De wettelijke grondslag hiervoor is terug te vinden in het Bouwbesluit.
5.5.2
Industrielawaai (aanwezigheid brandweer)
Langtijdgemiddeld geluidniveau Een deel van het plangebied ondervindt vanwege de brandweerkazerne een grotere geluidbelasting dan 50 dB(A) in de dag, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht. In scenario 1 (excl. gebruik vulpunt) betreffen de maatgevende bronnen het terugkeren van de eerstelijns en tweedelijns brandweerwagens, enkele van de luchtbehandelingskasten op het dak van de kazerne en de activiteiten ter hoogte van de wasplaats.
Maximaal geluidniveau Op basis van de rekenresultaten blijkt dat, als gevolg van het buiten beschouwing laten van het
vastgesteld bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Philipshof team Advies
29
piekgeluid vanwege uitruk, nog slechts een klein deel van het plangebied vanwege de brandweerkazerne een grotere piekbelasting ondervindt dan 70 dB(A) in de dag (zie vetgedrukte waarde in tabel 4.6). De hoogste piekbelasting bedraagt 76,0 dB(A) in de dagperiode en wordt veroorzaakt door het terugkeren van de brandweerwagens (buiten uitrukken) naar de kazerne. Dit betekent dat ter hoogte van de geprojecteerde bouwvlakken, zoals weergegeven in tabel 4.6 van het onderzoek, niet aan het toetsingskader van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) kan worden voldaan. Om aan de geluidnormen te kunnen voldoen, wordt onderzocht of het toepassen van maatregelen mogelijk zijn. Binnen het plangebied is op enkele bouwvlakken sprake een grotere piekbelasting dan 70 dB(A) in de dagperiode als gevolg van de brandweerkazerne. De maatgevende bron betreft het terugkeren van de brandweerwagens (buiten uitrukken) naar de kazerne. Conform Artikel 2.22, lid 1 Barim, blijven de calamiteuze piekgeluiden (uitruk van brandweer) bij de toetsing buiten beschouwing. Dit betekent echter niet dat een aanvaardbaar woon-en leefklimaat gegarandeerd is. Als gevolg van de calamiteuze piekgeluiden ondervindt een groot deel van het plan een hogere geluidbelasting dan de daarvoor geldende grenswaarden.
Dit hoge piekgeluid treedt ten hoogste enkele keren per dag op, bij de uitruk en terugkeer van de brandweerwagens. Uitruk vindt niet elke dag en niet binnen iedere periode van de dag plaats, maar (op basis van de rittenstaat van een brandweerkazerne elders) gemiddeld 0,7 keer in de dag, 0,2 keer in de avond en 0,8 keer in de nacht. De frequentie van voorkomen van de overschrijding is beperkt. Op basis van bovenstaande motivering kan worden beoordeeld, dat ten gevolge van het afwijkende hogere geluidniveaus van de brandweerkazerne, bij de geprojecteerde woningbouwvlakken sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen, wordt geadviseerd om bij planvoorschrift te zekeren dat de geluidwering van de gevels zodanig moet zijn dat het geluidniveau binnen de woningen niet hoger is dan LAr,LT 35/30/25 dB(A) en LA,max 55/50/45 dB(A), voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Conclusie en aanbeveling Vanwege de korte afstand tot aan de brandweerkazerne treden binnen het plangebied hoge geluidbelastingen op, op met name de hogere gevels. Een aantal gevels zal een geluidbelasting ondervinden die hoger is dan de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde geluidniveau en dan de grenswaarde van 70 dB(A) voor het maximaal geluidniveau.
Het belangrijkste knelpunt ontstaat bij het terugkeren van de brandweervoertuigen, wat voornamelijk zijn effect heeft op de noordwest- en zuidwestzijden van de bouwvlakken, aangrenzend aan het brandweerterrein. Om binnen het plangebied woningbouw mogelijk te maken, dienen er geluidwerende en/of geluidreducerende maatregelen te worden getroffen op het terrein van de brandweer. Enkel bron- en overdrachtsmaatregelen, zoals beschreven in paragraaf 5.2 van het onderzoek, nemen de overschrijding van de grenswaarden niet weg. Daarnaast is het verschuiven van het appartementencomplex niet passend binnen het ontwerp en vanuit financieel en stedenbouwkundig opzicht niet wenselijk. Omdat er geen technische en organisatorische maatregelen plaatsvinden, dienen er binnenplanse maatregelen te worden getroffen om aan het wettelijk kader te kunnen voldoen. Indien de gevels met een te hoge geluidbelasting, zoals opgenomen in paragraaf 4.2.1.1 en 4.2.2.1 van het onderzoek en zoals weergegeven in paragraaf 5.2.2 (afbeeldingen 5.3 t/m 5.5 ) van het onderzoek, doof worden uitgevoerd, wordt voldaan aan de in dit onderzoek gestelde wettelijke kaders. Als er woningen worden gerealiseerd in het gebied waar de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde en maximale geluidniveau niet worden overschreden kan worden gesteld dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Indien er woningen worden gerealiseerd binnen de geluidcontouren met een geluidbelasting boven de grenswaarde (> 50 dB(A)), dienen er maatregelen te worden getroffen. Deze maatregelen kunnen met behulp van een aanvullend onderzoek worden vastgesteld. In de bijlage van het onderzoek (figuur 4) is per beoordelingshoogte de geluidbelasting aan de hand van geluidcontouren weergegeven. Een verplichting tot dove gevel is opgenomen in de regels van de betreffende bouwblokken.