Bijlage H - PlanMER Omgevingsvisie Hilversum (naslag)
Tekst van het document
Hilversum zal de komende decennia verder verdichten. De druk op de ondergrond neemt hierdoor verder toe. Dit vormt een groot risico voor het kunnen oplossen van toekomstige maatschappelijke opgaven. Er is wel een maatregel opgesteld, maar die betreft nadenken over ordening en is zodoende nog zeer weinig concreet.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.5.1
Beoordeling huidige situatie
Hilversum en de omliggende regio heeft een unieke bodemsamenstelling. Binnen de gemeentegrenzen zijn relatief grote hoogteverschillen aanwezig die terug te leiden zijn tot de bodemsamenstelling. De westkant van de gemeente ligt aanzienlijk lager dan het centrum en de oostzijde. Richting de Loosdrechtse Plassen ligt het maaiveld zelfs onder NAP. Hier beginnen ook de veengronden. Richting het centrum van Hilversum en verder naar het oosten komen we zandgronden tegen. Het gebied rond Hilversum is een van de weinige reliëfrijke gebieden in Noord-Holland én is ook de enige vindplaats in Noord-Holland waar dekzandmorfologie en stuifduinen voorkomen. De fenomenen in het gebied zijn ontstaan in de ijstijd en gedurende de klimaatsopwarming erna. De gevoeligheid voor zetting is groot op de veengronden aan de westzijde. Op de zandgronden is dit nauwelijks aanwezig. De stedelijke gebieden van Hilversum hebben hierdoor nauwelijks te maken met funderingsproblemen of verzakkingen. In het centrum van Hilversum, stijgt de bodem met 1,5-2 mm/jaar. In Hilversum Meent daalt de bodem met 1-1,5 mm/jaar en in het zuiden met 1-2,5 mm/jaar. De grootste daling is in het zuiden maar in dit gebied zijn er vooral wegen, zoals de Utrechtsewg. Schilderskwartier, West-Indiëkwartier, Trompenberg, Havenkwartier en Media Park zullen problemen tegenkomen vanwege bodemdaling.
In een dichtbevolkt laaggelegen gebied, worden bodemdaling processen versneld door verschillende aspecten zoals peilverlaging; onttrekking van water, gas en/of olie; zout winning; en belasting aan de oppervlakte (STOWA, 2020).
Figuur 4-26 Bodemdaling in Nederland (https://www.atlasleefomgeving.nl/en/node/1591)
64
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Het herstelvermogen van de bodem na milieustress (zoals verontreinigingen) rondom Hilversum is lager dan gemiddeld tot gemiddeld. Het is grotendeels lager dan gemiddeld. De koolstofcyclus en dynamiek in de bovenste laag van de bodem is ook van gemiddeld tot lager dan gemiddeld. De west kant van de stad is gemiddeld terwijl de oost kant is lager dan gemiddeld. Door eeuwenlang gebruik van de bodem is deze, in het bijzonder in het centrum van Hilversum, diffuus verontreinigd geraakt met diverse bodemvervuilende stoffen. De diffuse verontreiniging met lood is een actueel thema. De schadelijkheid van lood is al lang bekend en maatregelen in het verleden hebben ervoor gezorgd dat de blootstelling van de mens aan lood in hoge mate is gereduceerd. Niettemin zijn nog resten van lood als diffuus verspreide verontreiniging aanwezig in de toplaag van de Nederlandse bodem. Met name in de oudere wijken van Hilversum bestaat de kans dat in de bovengrond loodgehalten boven 100 mg/kg (P95) worden aangetroffen. Hiermee is dit een aandachtsgebied voor diffuus lood in de bodem. Naast de loodverontreiniging zijn in de bodem diverse andere verontreinigende stoffen aanwezig. Deels zijn dit stoffen waarvan de aanwezigheid en gevolgen al lange tijd in beeld zijn en waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden in de bodem en bij functiewijziging.
Er worden echter ook nog steeds nog niet bekende gevallen van verontreiniging ontdekt. Dit kan met name in de oudere bebouwde gebieden voorkomen. Nitraat aan de rand van de stad is van 40-75 mg/l en verder weg van de stad is het minder dan 25 mg/l (norm - 50 mg/l) (Wageningen Universiteit, 2020). De stikstof depositie in Hilversum is onder de 2500 mol/ha/jaar. De stikstof depositie moet terug naar de kritische depositiewaarde (KDW), maar dit varieert op basis van de type natuur en nabijheid van een Natura2000 gebied. De KDW varieert van 5-25 kg/ha/jaar. Een range van 5-10 kg/ha/jaar is de grens voor gevoelige vennen en duinen terwijl; de meeste variatie ligt tussen 10-20kg/ha/jaar. De landelijke gemiddelde stikstofdepositie is circa 21 kg/ha/jaar (circa 1500 mol). De KDW voor een groot deel van de natuur is circa 14 kg/ha/jaar (circa 1000 mol) (Wageningen Universiteit, 2022). De natuur in ’t Gooi heeft last van de stikstof uit ammoniak. Vermesting, gebruik van gif en kunstmest en monoculturen tasten de vitaliteit van de bodem en het bodemleven van de landbouwgebieden aan. De abundantie (indicator van bodemvruchtbaarheid) en diversiteit van regenwormen is laag in Hilversum (<40 aantal individuen/m2 en 1 taxa). In Hilversum Meent is de bodemvruchtbaarheid hoger (141540 aantal individuen/m2 en 3-4 taxa en in delen ook 8-11 taxa).
In de gemeente Hilversum zijn 12 voormalige stortplaatsen bekend. Deze leveren milieurisico’s en meerkosten op bij ruimtelijke ontwikkelingen. Steeds vaker verhinderen stortplaatsen nieuwe ontwikkelingen, omdat onduidelijk is hoe er juridisch en beleidsmatig mee moet worden omgegaan. In Hilversum speel deze problematiek niet. Er zijn er nog maar enkele stortplaatsen die niet gesaneerd of beheerst zijn, deze zijn over het algemeen eigendom van derden. In stedelijke gebieden is de ruimtevraag ondergrond hoog. De ondergrond is nodig voor veel maatschappelijke opgaven zoals kabels, leidingen. Warmte-koude opslagsystemen, funderingen, civieltechnische infrastructuur en boomwortels. Kansen en beperkingen vanuit de ondergrond worden momenteel bij de verstedelijkingsopgave nog niet meegenomen. Dit kan tot risico’s voor planvorming en uitvoering leiden, boven- en ondergrond. Op dit moment wordt de geschiktheid van de ondergrond niet meegenomen bij de verstedelijkingsopgave (nieuwbouw).
4.5.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
Bodemdaling is een regionale trend in de veenweidegebieden van de Gooi- en Vechtstreek. In Hilversum speelt dit in de laaggelegen gebieden, met name in de Hilversumse Meent en in het zuidwesten van de gemeente. De bodemdaling gaat gepaard met veenoxidatie, klink en diepe ontwatering ten behoeve van de landbouw. Veenoxidatie leidt tot CO2-emissies en verslechterde waterkwaliteit. Bodemdaling en diepe grondwaterstanden leiden tot groter overstromingsrisico en minder droogteresistentie. Het risico van bodemdaling gaat toenemen vanwege drogere en warmere zomers. Daardoor neemt de druk op grondwater en op het oppervlaktewater toe. Hierdoor wordt meer grondwater onttrokken om aan deze extra watervraag te voldoen, waardoor de grondwaterstand verder zakt. Dat leidt tot verdere bodemdaling. Het rijk heeft aangegeven dat water en bodem leidend worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
65
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-27 Verwachte bodemdaling in het veenweidegebied (Geactualiseerde Foto van de Leefomgeving Hilversum (2021))
Op provinciaal niveau is het onderzocht dat er potentiële effecten zijn op de bodemkwaliteit door de uitloging van chemische stoffen in de bodem en verzilting (vanwege zeespiegelstijging). Daarnaast als stikstof en nitraat depositie niet verlaagd zijn, heeft het gevolgen voor de samenstelling van de bodem met een negatieve impact op de natuur en het landschap. Er is geen onderzoek uitgevoerd op bodemkwaliteit op gemeenteniveau. Hilversum gaat in de komende decennia verder verdichten en de druk op de ondergrond gaat toenemen. Bovendien is er steeds meer sprake van ondergronds bouwen van bijvoorbeeld parkeergarages, (fiets)tunnels, kelders van woningen op gehele kavels (dus ook onder de tuin), afvalcontainers. Daarnaast vragen wortels van bomen en stedelijk groen om ruimte. De bodem bevat ook archeologie en aardkundige waarden, soms niet gesprongen explosieven of verontreinigingen waarmee rekening gehouden moet worden. Dit heeft twee belangrijke ontwikkelingen tot gevolg. Enerzijds wordt hierdoor in de ondergrond de ruimte steeds beperkter. Anderzijds leidt het gebruik van de ondergrond tot (nieuwe) effecten en een behoefte aan inzicht over de bovengrondse consequenties van ondergronds aanwezige zaken.
Dit vormt een groot risico in verband met de ruimte vraag voor oplossingen van toekomstige maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van de warmtetransitie of klimaatadaptatie. Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: • •
66
Verduurzaming van het bodemsysteem. Bij de inpassing van ruimtelijke vraagstukken in de ondergrond dient de gemeente integraler af te wegen hoe de beschikbare ruimte efficiënter kan worden gebruikt, er is meer ruimtelijke ordening in de ondergrond nodig.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
•
Verbeteren van de bodemkwaliteit (bodemleven en organisch materiaal) zodat de bodem beter bestand is tegen droogte en beter water opneemt. Bekende bodem- en grondwaterverontreinigingen in de gemeente dienen beheerst te blijven. In de westelijk gelegen delen van de gemeente vormt bodemdaling een groeiend probleem. De gemeente dient hier af te wegen welk type ruimtelijke ontwikkelingen wel en niet geschikt zijn.
• •
4.5.3
Beoordeling op doelbereik
In deze beoordeling op doelbereik is aangegeven in hoeverre de opgaven die hierboven zijn genoemd middels maatregelen in de concept Omgevingsvisie worden gerealiseerd. Programma
Doel
Maatregel
Duurzaam
Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de normen
Terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (ecologisch baggeren)
Duurzaam
Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad
Visie voor de landgoederen uitwerken: zoveel mogelijk behoud cultuurlandschap, verbeteren bodemkwaliteit, landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal, zorgvuldig omgaan met mogelijkheden voor woningbouw
Duurzaam
Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren.
Nadenken over een betere manier om kabels en leidingen te ordenen, zodat er meer ruimte komt voor het planten van bomen of het aanleggen van bijvoorbeeld een warmtenet
Het doel om aan de lucht-, water- en bodemnormen te voldoen in 2040 is onder andere gericht op de stikstofnormen voor Natura 2000-gebieden (2030) met betrekking tot bodem. Op dit moment is de stikstofdepositie in Hilversum onder de 2500 mol/ha/jaar. De stikstofdepositie moet terug naar de kritische depositiewaarde (KDW) wat varieert op basis van type natuur van een Natura 2000-gebied. De maatregel ecologisch baggeren is gericht op water, niet op bodem. De maatregel om een visie op landgoederen te ontwikkelen bevat ook een component bodemkwaliteit verbeteren, maar deze maatregel is nog niet uitgewerkt. Bij uitwerking dient aandacht te zijn voor verschillende aspecten van bodemkwaliteit, zoals bodem- en grondwaterverontreinigingen, bodemleven en organisch materiaal. Om de bodemnormen te kunnen halen, is het aan te bevelen om concrete maatregelen voor bodemkwaliteit toe te voegen aan de Omgevingsvisie, bijvoorbeeld gerichte saneringen uitvoeren. Het doelbereik van de concept Omgevingsvisie voor de indicator ‘bodemkwaliteit’ is negatief (-) gescoord omdat er nog geen uitgewerkt maatregelen zijn. Ruimte in de ondergrond staat onder druk in de huidige situatie en wordt erger in de toekomst met verdere verdichting. De gemeente wil geen oplossingen uitsluiten maar hierdoor is de maatregel om kabels en leidingen te ordenen vrij algemeen.
De maatregel geeft geen indicatie over hoe de kabels en leidingen geordend kunnen worden, de locaties waar er meer ruimte nodig is of een streefdatum. Het doelbereik van de concept Omgevingsvisie voor de indicator ‘ruimtegebruik ondergrond’ is negatief (-) gescoord omdat de maatregel nog verre van concreet is. Er is ook een bodemdalingsproblematiek in de westelijke deel van de gemeente, maar er zijn geen maatregelen hiertegen opgenomen in de Omgevingsvisie. Aangezien het polderbeheer hierbij het meest relevant is en de gemeente daarvoor niet het bevoegde gezag, is te overwegen dit doel te schrappen uit de Omgevingsvisie. Omdat het wel als opgave is gedefinieerd, maar er geen maatregel is, is het doelbereik van de concept Omgevingsvisie voor de indicator ‘bodemdaling’ negatief (-) gescoord.
67
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.6
Klimaatverandering en -adaptatie
Voor het beleidsveld ‘Klimaatverandering- en adaptatie’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Hittestress
Droogtestress
Natuurbranden
4.6.1
Beoordeling Huidige situatie
Score -
Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
-
Huidige situatie
-
Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
-
Huidige situatie Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
--
Motivering Het stedelijke hitte-eiland effect is het sterkst in het centrum van Hilversum, Hilversum Oost en op bedrijventerreinen. Hittestress door warme nachten varieert van 2 tot 6 dagen per jaar. Op hete dagen kan de gevoelstemperatuur in versteende delen van Hilversum oplopen tot 45°C, wat overeenkomst met extreme fysiologische hittestress (LV1). Ten opzichte van de huidige situatie zal in 2050 het aantal warme nachten in Hilversum verdrievoudigden. Hittestress zal daarnaast toenemen door inbreiding en een toenemende druk op de ruimte. De Omgevingsvisie kent diverse maatregelen als klimaatadaptieve gebouwen, meer groen e.d., maar deze zijn nog weinig concreet. Het huidige maximale neerslagtekort is 150-180mm en de zomerneerslag is circa 225-250 mm. De jaarlijkse referentieverdamping is 550-570 mm. In beginsel droogteresistente natuur op de heuvelrug staat in warme, droge zomers onder druk. In Hilversum neemt de droogtestress ten opzichte van de huidige situatie toe. In het meest ongunstige KNMI-scenario neemt het neerslagtekort toe met 30%. De Omgevingsvisie kent diverse maatregelen als waterinfiltratie en hemelwater ontkoppelen, maar deze zijn nog weinig concreet. De natuurbrandgevoeligheid in Hilversum is gemiddeld tot hoog.
Klimaatverandering gaat tot een toename in hoog gevoeligheid voor en risico van natuurbrand leiden vanwege een toename in temperatuur en verdampingsvermogen. Er zijn geen maatregelen geformuleerd in de Omgevingsvisie.
Beoordeling huidige situatie
Het thema klimaatverandering en -adaptatie heeft nauwe raakvlakken met de beleidsvelden groen (landschap) en water. In deze paragraaf wordt ingegaan op hittestress, droogtestress en natuurbranden.
Hittestress Er zijn grote verschillen te zien in gevoeligheid voor hittestress binnen de bebouwde kom van Hilversum. De noordwestelijke wijken, die extensiever bebouwd zijn en waar het aandeel openbaar groen hoger ligt, zijn substantieel minder gevoelig dan de rest van de stad. Met name het centrum en de oudere wijken in het noordoosten van de gemeente zijn sterk verhard en daardoor gevoelig voor hittestress. De relatief slechte isolatie van de woningen in deze wijken draagt daarbij verder bij aan een binnenklimaat dat gevoelig is voor warmte. Ook het Mediapark, het Arenapark, en de bedrijven/retailterreinen in het westen van de gemeente zijn door de hoge mate van verharding zeer gevoelig voor hittestress.
68
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-28 Hittestresstest (Omgevingsfoto gemeente Hilversum)
Hittestress door warme nachten varieert van 2 tot 6 dagen per jaar. Op hete dagen kan de gevoelstemperatuur in versteende delen van Hilversum oplopen tot circa 45°C, wat overeenkomst met extreme fysiologische hittestress (LV1).
69
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-29 Hittestress door warme nachten - aantal dagen (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
70
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-30 Hittekaart gevoelstemperatuur (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Het centrum van Hilversum heeft een hogere temperatuur door het stedelijk hitte eiland effect met 1,8-2,0˚C. De temperatuur zakt als je verder weggaat met 1,4-1,6 ˚C in de Staatsliedenkwartier, 1,0-1,2˚C in Kerkelanden, 0,8-1,0˚C in Trompenberg en 0,2-0,6˚C in Nimrodpark.
71
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-31 Stedelijk hitte eiland effect (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Droogtestress Als er meer water verdampt dan dat er bijkomt, ontstaat droogte. De droogte wordt berekend uit de hoeveelheid regen die valt, verminderd met de verdamping. Hoeveel water er potentieel verdampt is op basis van gemeten zonneschijn en temperatuur. Het neerslagtekort (gemiddeld over het land en inclusief de verwachting voor de komende 15 dagen) wordt vergeleken met recordjaar 1976 en de 5% droogste jaren. Elke dag verdampt er ongeveer 5 millimeter water. De gevolgen van droogte kunnen van plaatst tot plaats zeer verschillen, afhankelijk van het type landschap en genomen beheersmaatregelen (KNMI Kennis en Data Centrum). In 2022 is het verwachte neerslagtekort in de groeiperiode 326 mm en de jaar gaat zeer droog zijn (landelijk) (KNMI Klimaatdashboard). In de periode 1991-2020 is het normaal neerslagtekort 160 mm in de groeiperiode. Het huidige maximaal neerslagtekort (gemiddeld) is 150-180mm en de zomer neerslag is circa 225-250 mm. De jaarlijkse referentieverdamping is 550-570mm nu (KNMI Klimaatdashboard). Het onttrekken van grondwater versterkt de verdroging. Het neerslagtekort in Hilversum bedroeg in de groeiperiode (april t/m september) in de referentieperiode (1981-2010) maximaal 144 mm. In 2020 was het neerslagtekort in de groeiperiode 209 mm. In beginsel droogteresistente natuur op de heuvelrug staat in warme, droge zomers onder druk.
Voor de Utrechtse heuvelrug is een Blauwe Agenda opgesteld met beleid dat droogte en wateroverlast tegen dient te gaan.
72
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-32 Potentieel maximaal neerslag te kort (gemiddeld) (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
In het buitengebied van Hilversum zijn er groot delen die een hoog risico van droogtestress hebben (>20% bij gras) (Figuur 4-33).
73
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-33 Risico droogtestress (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Natuurbranden Het risico op natuurbrand in Hilversum hangt af van de droogtestress, het soort begroeiing en menselijke activiteiten in het buitengebied. De volgende factoren hebben invloed op het risico van een natuurbrand (Hollands Midden Veilig, 2022): • • • •
Lang aanhoudende droogte. Het soort begroeiing (heide, duindoorn, naaldbos). Het aantal en type gebruikers (wandelaars, kampeerders). De weersomstandigheden (droogte, wind).
De natuurbrandgevoeligheid in Hilversum is gemiddeld tot hoog. In Hilversum is met name een risico op natuurbranden in het Gooise Natuurreservaat, Spanderswoud, Westerheide, Zuidenheide en de velden in de buurt van vliegveld Hilversum. Maatregelen worden ingezet aan de hand van de fase van natuurbrand risico. Dit zijn met name heidenvelden en bossen. De gebieden met hoog risico zijn ook vaak recreatiegebied. De meeste natuurbranden ontstaan hier door menselijke onvoorzichtigheid. Er zijn daarom veel maatregelen ingezet nu vanwege de droogte en hoog natuurbrandrisico zoals stookverbod, eerder maaien van spoed bermen (en het meteen opruimen), geen 74
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
barbecueën, geen vuurwerkshows, op letten met parkeren in hoog gras (warmte van auto onderkant kan gevaarlijk zijn), en sigaretten en glas opruimen/in prullenbakken gooien. In de droge, warme zomers van de afgelopen jaren loopt het risico op een natuurbrand op tot fase 2. Natuurbeheerders, hulpdiensten en terreineigenaren wordt in deze fase gevraagd extra alert te zijn. In 2019 april was er een natuurbrand in de heidevelden Laapersheide bij Hilversum (NH nieuws, 2019).
Figuur 4-34 Huidige natuurbrandgevoeligheid in Hilversum (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
75
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-35 Plekken met een risico van natuurbranden (risicokaart.nl)
4.6.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
Hittestress Het aantal zomerse en tropische dagen en nachten, met een maximumtemperatuur van ten minste 25°C respectievelijk 30°C, neemt toe. Dit maakt dat het stedelijk gebied van Hilversum op een zomerse dag tot maximaal 7°C warmer kan worden in vergelijking met het gebied buiten de stad. Ten opzichte van de huidige situatie zal in 2050 het aantal warme nachten in Hilversum verdrievoudigden. Hittestress zal daarnaast toenemen door inbreiding en een toenemende druk op de ruimte. Dit levert met name gezondheidsrisico’s op voor kwetsbare inwoners.
76
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-36 Hittestress door warme nachten in 2050 – aantal dagen (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Droogtestress In 2050 neemt het maximaal neerslagtekort (gemiddeld) toe naar circa 180-240 mm. De zomer neerslag gaat ook afnemen naar circa 200-225 mm. De jaarlijkse referentieverdamping gaat toenemen in 2050 (erger scenario) naar 590-610 mm.
77
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-37 Potentieel maximaal neerslag te kort (gemiddeld) in 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
In Hilversum neemt de droogtestress ten opzichte van de huidige situatie toe. In het meest ongunstige KNMI-scenario neemt het tekort toe met 30%. Het risico op onherstelbare schade aan natuur op de heuvelrug en in kwelgebieden neemt hierdoor sterk toe. Daarnaast groeit het risico op natuurbranden. Het grondwatersysteem, met name de gehele waterbalans, heeft een grote rol in het klimaatbestendig maken van het gebied. In 2050, is er nauwelijks verandering in de gemiddelde laagste grondwaterstand in Hilversum behalve in een paar delen van de westzijde van de gemeente waar er een lichte daling (0,1-0,25 meter) is verwacht. In een extreem droge zomer is de verwachting vergelijkbaar. Er is nog te weinig aandacht voor de grondwateronttrekkingen door particulieren, boeren en bedrijven. Dit is een provinciale taak. Als deze geen overzicht heeft, heeft dit gevolgen voor de gemeente Hilversum.
78
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-38 Gemiddeld laagste grondwaterstand 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Figuur 4-39 Laagste grondwaterstand extreem droge zomer 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Natuurbranden De hete, droge omstandigheden waarin natuurbranden vaak ontstaan nemen toe door klimaatverandering. Hierdoor worden natuurgebieden vatbaarder om vaker en heviger in brand te vliegen. Verder gaat het ook tot groter en moeilijk beheersbare natuurbranden leiden. Een positief effect is dat naaldbossen in de gemeente geleidelijk vervangen worden door loofbossen, welke minder gevoelig voor bosbranden zijn (Klimaat voor Hilversum, 2021). De huidige natuurbrandgevoeligheid rondom Hilversum is gemiddeld met bepaalde plekken die hoog gevoelig voor natuurbranden zijn. Deze zijn ook de plekken die natuurbrandrisico hebben zoals in de risicokaart gezien is. In 2050 wordt de natuurbrandgevoeligheid rondom Hilversum hoger, vooral in het zuidwest gebied. Het onderstaand figuur toont dit aan:
79
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-40 Natuurbrandgevoeligheid in Hilversum (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: • • • •
In sterk verharde gebieden dient hittestress zoveel mogelijk voorkomen of gemitigeerd te worden door het creëren van groenblauwe, schaduwrijke plekken. Kwetsbare objecten als verzorgingstehuizen en kinderopvanglocaties dienen buiten de voor hittestress gevoeligste gebieden geplaatst te worden. Droogtestress in de natuur op de heuvelrug is een groeiend probleem. De gemeente dient een visie te ontwikkelen op het behoud van de natuur naarmate droge periodes intensiveren en in frequentie toenemen. Het risico op natuurbranden dient onderkent te worden en er dient een passende strategie ontwikkeld te worden om natuurbranden in de gemeente te bestrijden.
4.6.3
Beoordeling op doelbereik
In de beoordeling op doelbereik is gekeken naar in hoeverre de opgaven die hierboven zijn genoemd middels maatregelen in de concept Omgevingsvisie worden gerealiseerd.
80
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Programma
Doel
Duurzaam
Verantwoord en toekomstbestendig (her)gebruik van materialen Tegengaan van hittestress, droogte en wateroverlast
Duurzaam
Maatregel Bij het vernieuwen en ontwikkelen van de stad denken we toekomstgericht en circulair: gebouwen moeten zoveel mogelijk aanpasbaar en klimaat-adaptief zijn Stimuleren van maatregelen zoals 'steenbreek' en zelf opvangen van hemelwater Voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes Bij aanplant groen inzetten op verschillende soorten die bestand zijn tegen hitte en droogte Inzetten op een groennorm bij ruimtelijke ontwikkelingen Onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn in de ondergrond wat betreft kabels en leidingen in relatie tot planten van bomen Zorgen voor een continue grondwatervoorraad
De maatregel om gebouwen aanpasbaar en klimaat adaptief te maken komt niet direct overeen met de hierboven genoemde opgaven. Maar hij kan van nut zijn om schade aan gebouwen door wateroverlast te voorkomen en om hittestress te beperken, en daardoor de opgave om kwetsbare objecten te beschermen te bereiken. Het is echter niet duidelijk of de gemeente dat doel (mede) voor ogen heeft met deze maatregel. In de Omgevingsvisie gaat de gemeente vooral in op het circulaire karakter van gebouwen. Het verdient aanbeveling dat de gemeente de maatregel om gebouwen aanpasbaar en klimaat adaptief te maken nader specificeert door bijvoorbeeld een kaart te maken met de verschillende gevolgen van klimaatverandering en de gebieden waar deze maatregel het meest noodzakelijk is. Ook is een tijdschema nodig, aangezien de klimaatverandering en de gevolgen zich al aandienen. De maatregelen binnen het doel tegengaan van hittestress, droogte en wateroverlast zijn gericht op meer groen in de stad en infiltratie van water verbeteren. Deze maatregelen zijn ook belangrijk voor andere beleidsvelden zoals water, openbaar groen, en bodem en ondergrond. Groengebieden zorgen voor meer infiltratie, CO2-opname, meer schaduw, en koelere temperaturen. Aanbevolen wordt om de maatregelen te specificeren.
Bijvoorbeeld het maken van een kaart met de gebieden waar meer groene routes kunnen worden aangelegd of een procedure om droogte- en hittebestendig te beplanten. De maatregel om verharding te verminderen door het stimuleren van 'steenbreek' en zelf opvangen van hemelwater behandelt de opgave om meer en schaduwrijke blauwgroene ruimten te creëren. Er zijn geen specifieke of meetbare parameters verbonden aan de maatregel, wat de uitvoering ervan bemoeilijkt. Verhoogde infiltratie van water draagt bij aan een continue grondwatervoorraad. In het beleidsveld water (paragraaf 4.4) is aanbevolen om een stappenplan te maken. Het doelbereik van de concept Omgevingsvisie voor de indicatoren ‘droogte’ en ‘hittestress’ zijn negatief (-) gescoord omdat de maatregelen niet concreet genoeg zijn om uit te voeren. Terwijl droogte en hittestress worden aangepakt door de maatregelen, is de opgave voor natuurbranden niet behandeld in de Omgevingsvisie. Daardoor is het doelbereik van de concept Omgevingsvisie voor de indicator natuurbranden negatief gescoord (--). Aangezien natuurbranden, droogte en hittestress ook met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden, en natuurbranden in de toekomst vaker zullen voorkomen (bv. in de zomer van 2022), is het van belang dat hiervoor maatregelen en beleid worden vastgesteld.
81
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.7
Energietransitie
Voor het beleidsveld ‘Energietransitie’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Energiegebruik
Duurzame opwekking
Energiebesparing
4.7.1
Beoordeling Huidige situatie
Score +/-
Autonome ontwikkeling
+/-
Doelbereik
0
Huidige situatie
--
Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
--
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
+/-
Doelbereik
-
Motivering Het energieverbruik per inwoner is voor de gebouwde omgeving met 39 GJ gelijk aan het gemiddelde voor RES regio NoordHolland Zuid. De landelijke trend is een daling van energieverbruik. Echter, gebruik van elektriciteit zal in ieder geval tot 2030 toenemen. Ook door bevolkingsgroei incl. voorzieningen en mogelijk bedrijvigheid zal energieverbruik toenemen. Het is onduidelijk hoe de maatregelen bijdragen aan energiegebruik. In Hilversum wordt duurzame elektriciteit alleen via zonnepanelen op bedrijfs- en particuliere daken opgewekt. Er zijn geen potentiële locaties voor windenergie. Ook zijn investeringen in het elektriciteitsnet en energieopslag nodig. Van het RES bod van 199 GWh/jaar (716 TJ/jaar) aan zonneenergie landt 360 TJ in Hilversum. Er wordt enkel ingezet op zon op grote daken en parkeerplaatsen. De individuele benadering om van het gas af te gaan biedt weinig perspectief om in 2040 aardgasvrij te zijn. De maatregelen die de gemeente voorstelt zijn bij lange na niet genoeg voor het gestelde doel. 34% van de woningen heeft energielabel B of hoger en is daarmee gereed om aardgasvrij te worden. Het gemiddeld gasgebruik van woningen neemt jaarlijks af. De besparingspotentie in Hilversum wordt geschat op 39% van de warmtevraag. Het is echter onzeker of alle vooroorlogse woningen (42% van totaal) genoeg geïsoleerd kunnen worden.
De Omgevingsvisie stelt diverse maatregelen voor, maar de gemeente maakt ze niet concreet.
Beoordeling huidige situatie
Het totaal bekende energieverbruik in Hilversum was in 2020 4.894 TJ, waarvan 2.747 TJ voor warmte, 1.107 TJ voor elektriciteit, en 1.039 TJ voor voertuigbrandstoffen. De vraag komt voor het grootste deel uit de gebouwde omgeving (3.556 TJ), verkeer en vervoer (1.039 TJ), hernieuwbare warmte (161 TJ), industrie, energie, afval en water (132 TJ), en landbouw (4 TJ). Het energieverbruik per inwoner is voor de gebouwde omgeving met 39 GJ gelijk aan het gemiddelde voor RES regio Noord-Holland Zuid.
Stroom Hilversum brengt een ‘all-electric’ aanpak actief naar inwoners met inzet van intermediaire organisaties. In Hilversum wordt duurzame elektriciteit alleen via zonnepanelen op bedrijfs- en particuliere daken opgewekt. Twee-derde van alle daken in Hilversum heeft is geschikt, mogelijk geschikt of heeft al een zonne-installatie. Op basis van informatie uit 2021 was er in Hilversum 7,9% zonnedaken, oftewel bijna 342 TJ. Het percentage ligt het hoogste in de Hilversumse Meent met ca. 13% en het laagste in centrum en zuid met ca. 5%. Ruim de helft van de oppervlakte zonnepanelen op daken ligt op woningen. Bedrijfsdaken vertegenwoordigd ca. 20%. Het aantal zonnedaken is flink toegenomen van 2020 naar 2021.
82
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-41 Informatie zonnedaken Hilversum (bron: zonnedakje.nl)
In potentie is er veel meer ruimte voor zonnepanelen. In 2021 was die potentie ruim 4 miljoen m2 dakoppervlakte, oftewel ongeveer 785 TJ. Ook qua potentie is de verhouding 50% woningdaken, 20% bedrijfsdaken. De potentie in oppervlakte op daken is het grootste in zuid/zuidoost, zuid/zuidwest en centrum. Qua geschikt oppervlakte is er 320.606 m2 bedrijfsdaken beschikbaar.
Figuur 4-42 informatie potentie zonnedaken Hilversum (bron: zonnedakje.nl)
83
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Er zijn geen potentiële locaties voor windturbines in Hilversum in de Regionale Energie Strategie (RES) opgenomen. Daarbij zijn investeringen in het elektriciteitsnet en energieopslag nodig. Specifiek voor Hilversum is de kwetsbaarheid en benodigde versterking van het fijnmazige elektriciteitsnet in de stad een belangrijk knelpunt. Voor de warmtetransitie zijn energiebesparing en de opwek van duurzame warmte alternatieve bronnen relevant. De gemeente werkt samen met woningbouwcorporaties en inwoners om de Hilversumse Meent van het gas af te halen.
Warmte De Transitievisie Warmte (TVW)3 beschrijft de aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving van de gemeente Hilversum. De TVW beschrijft een individuele aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving van de gemeente Hilversum. De aanpak bestaat het actief naar inwoners brengen van een all electric aanbod van intermediare organisaties, inzet op ‘zon-op-dak’, onderzoek naar geothermie, collectiviteit/restwarmte in Kerkelanden, Oost (RWZI) en het Mediapark en het ondersteunen particuliere initiatieven voor besparen en opwekken van energie waar mogelijk. Hierbij worden geen duurzame warmtebronnen uitgesloten en wordt energiebesparing als uitgangspunt genomen. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol. Verder is de Hilversumse Meent een proeftuin aardgasvrije wijk. Het doel is om voor 2029 624 woningen van het gas af te halen. Besparing is een belangrijke manier om minder gas te verbruiken. Het gemiddeld gasverbruik van huurwoningen en eigen woningen in Hilversum daalt de afgelopen jaren.
Figuur 4-43 gemiddeld gasverbruik woningen Hilversum per m3 (bron: waarstaatjegemeente.nl)
In 2021 waren er in Hilversum 26.190 energie-labels geregistreerd, dat is 61% van totale woningbestand. Hiervan was 22% A+ of beter, 12% B, 25% C, 14% D, 11% E, 8% F en 8% G.4 Het Planbureau voor de Leefomgeving schat dat de Hilversumse warmtevraag met 39% daalt als alle gebouwen geïsoleerd worden tot het niveau van label B (‘Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte’). Belangrijke kanttekening
3 https://hilversum.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/edc0c243-7bbb-4d99-bfed-003d0cb7d76d?documentId=e2cd0fa4-4067-40a8-9731-
2f134c795879&agendaItemId=cd889832-a3cb-4fdf-820a-87da74995868 4 https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/dashboard/energietransitie
84
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
daarbij is wel dat het voor de vooroorlogse gebouwen onzeker is of dat technisch en economisch haalbaar is. Hilversum heeft relatief veel vooroorlogse bouw en veel monumenten. Dit maakt de opgave complexer.
4.7.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
De verwachting is dat apparaten de komende jaren efficiënter blijven worden en dat het gasverbruik naarmate meer woningen van het gas gehaald worden, zal afnemen. Het totale energieverbruik zou hierdoor kunnen dalen. Doordat de bevolking van Hilversum blijft groeien, neemt het energieverbruik echter toe. Er zijn echter geen prognoses beschikbaar over de toekomstige netto energievraag naar elektriciteit en warmte.
Stroom In de RES wordt ingezet op een groei van 199 GWh/jaar (716 TJ/jaar) aan zonne-energie. De helft hiervan (360 TJ) landt in Hilversum, ongeveer evenveel als het huidige elektriciteitsgebruik in woningen in Hilversum. In de RES wordt ingezet op zon op grote daken en op parkeerplaatsen. Zon op kleine daken is echter geen onderdeel van de RES. Elektriciteitsvraag in 2020 was 1.107 TJ. Op dit moment wekt de regio 30 GWh oftewel 108 TJ zelf hernieuwbaar op. In 2030 wil men 229 GWh oftewel 824.4 TJ zelf hernieuwbaar opwekken. Hiervan is 100 GWh, oftewel 360 TJ, voorzien in zonne-energieopwek in Hilversum. Ervan uitgaande dat er nog steeds 32 TJ hernieuwbare elektriciteit in de gemeente wordt opgewekt, moet er 328 TJ extra opgewekt worden in 2030. Dat komt neer op 98 tot 163 hectare zonneveld of 32.600 woningen met zonnedaken. In de RES gaat zon op dak enkel over 50+ panelen. Particuliere woningen worden dus niet meegenomen. Voor bedrijfsdaken moet onderzocht worden hoeveel hectare beschikbaar is.
Figuur 4-44 rekenfiguur aantallen energietransitie (Posad Maxwan, 2020)
De capaciteit voor invoeding op het elektriciteitsnet is een belangrijke belemmering in de Nederlandse energietransitie. De onderstaande kaart toont aan dat het net in Hilversum nog niet vol zit. 5
5 https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/
85
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-45 Netcapaciteit invoeding (Netbeheer Nederland, 2022)
Er zijn geen prognoses over de toekomstige energievraag in de gemeente Hilversum. Er zijn wel landelijke prognoses: het PBL schat bij het voorgenomen Rijksbeleid dat de daling van het energieverbruik in Nederland en dus ook in de gemeente Hilversum gematigd zal doorzetten en voornamelijk door een daling van het verbruik van warmte in de gebouwde omgeving zal komen. Echter zal het verbruik van elektriciteit toenemen. 6
6 https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl-2021-klimaat-en-energieverkenning-2021-4681.pdf
86
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-46 finaal energieverbruik per gebruikstype 2000-2030 (PBL, 2021)
De PBL-prognose voor elektriciteitsverbruik in Nederland verwacht een stijging van elektriciteitsgebruik in PJ van 389 in 2020 naar 427 in 2030. Dit komt neer op een verwachte procentuele stijging van ca. 10%. Het elektriciteitsverbruik van de gemeente Hilversum in 2020 was 1.107 TJ. Een stijging van 10% betekent een verbruik van 1.218 TJ in 2030. Om dit lokaal op te wekken is dus extra zon-op-daken of zonneweide nodig als er geen alternatieven aan de orde komen. De besparingspotentie in Hilversum wordt geschat op 40% van de warmtevraag. Dit geeft een potentie weer van 900 TJ per jaar. De hoogste investeringen om de besparingspotentie te realiseren zullen moeten worden gedaan in de wijken West-Indiëkwartier, Schilderskwartier, ’t Hoogt van ’t Kruis, Raadhuiskwartier, Villaparken en het landelijk gebied. De laagste investering om de besparingspotentie te realiseren is benodigd in de wijken Van Riebeeckkwartier, Langgewenstbuurt, Centrum, Zeeheldenkwartier, Noord en Kerkelanden.
Warmte In de Transitievisie Warmte wordt beschreven dat de gemeente in de Hilversumse Meent werk aan het aardgas vrij maken van de wijk. Er zijn nog geen andere wijken aangewezen. Wel ondersteunt de gemeente inwoners actief bij het verduurzamen van hun woningen. Dit samen biedt echter te weinig concreet perspectief op het behalen van de doelstelling om in 2040 aardgasvrij te zijn. Om te voorzien in warmte na afkoppeling van het gas, bieden warmtenetten potentie. Een warmtenet gebruikt warmtebronnen, zoals geothermie of restwarmte, om een gehele wijk van warmte te voorzien. Om te voorzien in restwarmte zijn de in Hilversum aanwezige datacentra de meest kansrijke bron. Wanneer er een hoge warmtevraag en een hoge dichtheid in de bebouwde omgeving is kan geothermie een goede oplossing zijn. Zo zullen de investeringen voor het aanleggen van een warmtenet zich sneller terugwinnen. De gemeente doet hier onderzoek naar. Dit moet echter altijd gebeuren in combinatie met besparende maatregelen. WKO is een andere potentiële vorm van duurzame verwarming. Er is geen gemeentelijk beleid met betrekking tot WKO-systemen in Hilversum, omdat de provincie hier toezicht op houdt. Er zijn geen specifieke onderzoeken gedaan naar de potentie van WKO-systemen, maar de gezien de bodem is WKO kansrijk.
Figuur 4-47 laat zien dat er in Hilversum diverse open en gesloten bodemenergiesystemen zijn, verspreid over de gemeente. Echter, in de TVW geeft de gemeente aan geen collectieve aanpak te organiseren en waar een aanpak met WKO, geothermie of restwarmte om vraagt.
87
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-47 WKO-bodemenergie in Hilversum (bron: WKO-bodemenergietool)
Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: • De gemeente dient het RES-bod van 360 TJ aan zonnedaken op bedrijfspanden en parkeerplaatsen te verzilveren. • Het fijnmazige elektriciteitsnet in de stad is kwetsbaar en dient versterkt te worden om de groei van binnen de stad opgewerkte duurzame elektriciteit te kunnen faciliteren. • De energietransitie heeft grote gevolgen voor het gebruik van de openbare ruimte, zowel ondergronds als bovengronds. • De gemeente dient binnen haar mogelijkheden verder te werken aan verduurzaming van woningen, zowel op gebied van warmte als elektriciteit. • In de Transitievisie Warmte zet de gemeente in de periode tot 2030 in op het verduurzamen van woningen door initiatieven van inwoners te ondersteunen. Daarnaast zet de gemeente in de periode tot 2030 in op het verduurzamen van woningen middels een all electric aanpak, met inzet van intermediaire organisaties en er worden onderzoeken gedaan naar meer collectieve vormen. Er zullen substantieel meer beleid en inspanningen nodig zijn om perspectief te houden op een aardgasvrije gemeente in 2040.
4.7.3
Beoordeling op doelbereik
Programma
Doel
Maatregel
Meedoen
Verkleinen sociaaleconomische en gezondheidsverschillen
De omslag maken van een vooral individuele benadering van de energietransitie naar meer collectieve vormen en hierbij actief inwoners ondersteunen bij de uit te voeren maatregelen
Duurzaam
Overgang naar een voor iedereen
Energie-efficiëntie door isolatie
88
Duurzame stroom opwekken
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
toegankelijk duurzaam energiesysteem versnellen en intensiveren
Warmtetransitie naar aardgasvrij Regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond
In de concept Omgevingsvisie noemt de gemeente Hilversum twee doelen met betrekking tot de energietransitie. Ten eerste om de sociaaleconomische en gezondheidsverschillen te verkleinen en ten tweede om een overgang naar een voor iedereen toegankelijk duurzaam energiesysteem te versnellen en te intensiveren. Om het eerste doel te bereiken zijn de individuele benadering en collectieve vormen allebei nodig. De gemeente ondersteunt inwoners actief bij uit te voeren maatregelen, zodat ook meer kwetsbare groepen aan de energietransitie kunnen meedoen. Daarnaast zullen de energielasten lager worden met deze maatregel. In een volgende versie van de Transitievisie Warmte zal meer nadruk op collectieve vormen van energietransitie zijn. Die actualisatie maakt Hilversum in 2026. Lopende onderzoeken naar collectieve vormen (restwarmte) en de Proeftuin Aardgasvrije Meent kunnen maatregelen mogelijk versnellen. De gemeente ziet in de TVW voor zichzelf een faciliterende rol. Met betrekking tot duurzame opwek van stroom maakt deze maatregel echter niet concreet waarin de gemeente haar inwoners zal ondersteunen en op welke type collectieve vormen de gemeente na 2026 wil inzetten. Daarvoor zijn wel de volgende andere maatregelen opgesteld, deze worden hieronder besproken.
Om het tweede doel te bereiken is een viertal maatregelen geformuleerd, waarbij twee maatregelen ingaan op de warmtetransitie (energie-efficiëntie door isolatie en de warmtetransitie naar aardgasvrij), een maatregel die zich op duurzame stroomopwekking richt. De laatste maatregel is de regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond. Dit is een overkoepelende maatregel. Deze maatregelen zijn echter allen nog weinig concreet. Ze zijn niet meetbaar en er is geen tijdspad bepaald. Met betrekking tot warmte bestaat nog geen gemeente brede collectieve aanpak, wel zijn er piotes en onderzoeken. De gemeente geeft aan haar inwoners en ondernemers te ondersteunen met de isolatie van woningen en panden, maar hoe wordt niet concreet gemaakt. De gemeente voert de maatregel van energie-efficiëntie door isolatie al wel uit. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator energiebesparing is negatief (-) beoordeeld vanwege het ontbreken van concreetheid in de maatregelen. De warmtetransitie naar aardgasvrij als maatregel wordt wel concreter gemaakt in de concept Omgevingsvisie. Hilversum zal de komende jaren lokale energie-initiatieven rondom aquathermie en thermische energie uit afvalwater bij de RWZI Anna’s Hoeve stimuleren. Ook loopt de proeftuin Aardgasvrije Meent waarin praktijkkennis opgedaan wordt.
Verder worden WKO-systemen genoemd als mogelijkheid, specifiek voor kantoren, en lopen er onderzoeken naar de haalbaarheid van geothermie. Het is echter niet duidelijk of de gemeente een collectieve aanpak met betrekking tot deze opties voorziet. Wel zijn er dus diverse mogelijkheden om de warmtetransitie naar aardgasvrij te bewerkstelligen. Hierbij is het belangrijk om ook de maatregel ‘regie op de energie-infrastructuur, ook in de ondergrond’ mee te nemen. Met betrekking tot duurzame opwek dient Hilversum vanuit de Regionale Energiestrategie (RES) een bod van 360 TJ te verzilveren. Ervan uitgaande dat er nu 32 TJ hernieuwbare elektriciteit in de gemeente wordt opgewekt, moet er 328 TJ extra opgewekt worden in 2030. De gemeente wil geen windenergie, dus komt in theorie neer op 98 tot 163 hectare zonneveld of zon op bedrijfsdaken. Qua geschikt oppervlakte is er circa 32 hectare op bedrijfsdaken beschikbaar. De gemeente streeft in haar concept Omgevingsvisie naar zonnepanelen op alle daken en zal de eigenaren ondersteunen. Hoe en binnen wel tijdspad is niet duidelijk. Kleine systemen, zoals zon op woningdaken (< 50 m2) tellen niet mee in het RES-bod. Daarnaast is het geschikt dakoppervlak op bedrijfsdaken niet voldoende om aan de 326 TJ te komen. De gemeente zal haar doel met betrekking tot duurzame opwek op deze manier niet bereiken.
De landelijke trend is wel een daling van energieverbruik. Echter, gebruik van elektriciteit zal in ieder geval tot 2030 toenemen. Ook door bevolkingsgroei zal energieverbruik toenemen. Het RES-bod richt zich op 2030, maar voor het richtjaar van de Omgevingsvisie zal tot 2040 gekeken moeten worden. Er zal dus nog meer duurzame stroomopwekking nodig zijn. Ook hier zal regie op de energie-infrastructuur een belangrijke maatregel zijn. De elektrificatie vraagt om een verzwaring van het net. Er zullen substantieel meer beleid en meer inspanningen van de gemeente nodig zijn om perspectief te houden op een aardgasvrije gemeente in 2040. In de Foto van de Leefomgeving heeft de gemeente al aangegeven dat warmtenetten, geothermie en WKO-systemen mogelijke oplossingsrichtingen zijn voor een collectieve warmteaanpak. Voor warmtenetten zijn datacentra een kansrijke bron, geothermie is kansrijk wanneer er een hoge warmtevraag en 89
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
een hoge dichtheid in de bebouwde omgeving is, de ondergrond van Hilversum is kansrijk voor WKO-systemen. De provincie ziet hier echter op toe. Meer specifiek beleid en maatregelen zouden kunnen bestaan uit een (combinatie) van deze mogelijkheden. Met betrekking tot duurzame opwek zal de gemeente niet aan haar RES-bod voldoen met enkel zon op bedrijfsdaken. Het is onduidelijk hoeveel hectare aan overdekte parkeerplaatsen er is waar zonnepanelen eventueel geplaatst kunnen worden, maar dat lijkt ook niet voldoende. De gemeente zal dus of het bod moeten aanpassen of zon op land moeten toestaan. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator duurzame opwek is daarom zeer negatief (--) beoordeeld. De landelijke trend is een afname van energieverbruik. Het is echter onduidelijk hoe de maatregelen in de Omgevingsvisie aan dit proces zullen bijdragen. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator energieverbruik is daarop neutraal (0) beoordeeld.
90
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.8
Wonen
Voor het beleidsveld ‘Wonen’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Woningbehoefte (kwantitatief)
Doorstroming (kwalitatief)
Differentiatie per wijk
4.8.1
Beoordeling Huidige situatie
Score +/-
Autonome ontwikkeling Doelbereik
+/-
Huidige situatie
-
Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
0
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
-
0
Motivering De druk op de woningmarkt in Hilversum is hoog en de gemeente kan slechts in een deel van de behoefte aan woonruimte voorzien. Wel wordt voor het grootste deel aan de lokale behoefte voorzien. De bevolking van Hilversum blijft de komende decennia te groeien en de druk op Hilversum zal aanhouden. Gemeente wil woningen toevoegen aan werklocaties, maar is tevens afhankelijk van anderen. Er is een structureel tekort aan sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomens. De krapte op de huizenmarkt zal de komende jaren naar verwachting niet opgelost worden. De gemeente kan hier onvoldoende op sturen. Ook zal de behoefte naar levensloopbestendige woningen toenemen door vergrijzing. De maatregelen lijken passend, maar zijn niet specifiek genoeg en de gemeente kan moeilijk sturen op de bouw van woningen. Ook neemt de kwalitatieve woonopgave steeds meer toe, met name vanwege vergrijzing. Er zijn sterke verschillen in het aandeel koop-, sociale huur- en particuliere huurwoningen, qua bevolkingsopbouw en in de gemiddelde woningwaarde in Hilversum. Ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Dit belemmert doorstroming. Dit fenomeen zal meer spelen in wijken met hogere gemiddelde leeftijd, zoals zuidwest en de Hilversumse Meent. Alle doelen en maatregelen zijn integraal opgesteld voor de gehele gemeente.
Beoordeling huidige situatie
In april 2022 kende Hilversum 92.355 inwoners en 43.400 huishoudens. Figuur 4-48 toont de aantallen inwoners per wijk. Hilversum bestaat uit de volgende wijken: 1: Hilversumse Meent, 2: Noordoost, 3: Noordwest, 4: Oost, 5: Centrum, 6: Landelijk Gebied, 7: Zuidwest, 8: Zuid, 9: Zuidoost. De druk op de woningmarkt in Hilversum is hoog en de gemeente kan slechts in een deel van de behoefte aan woonruimte voorzien. Wel wordt voor het grootste deel aan de lokale behoefte voorzien. Hilversum droeg in de periode 2010-2020 per jaar circa 250 woningen bij aan de regionale nieuwbouwopgave van 750 woningen. Daarnaast was sprake van de transformatie van enkele tientallen woningen per jaar, waarmee de gemeente aan de doelen voldeed.
91
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-48 Aantal inwoners Hilversum op kaart (bron: allecijfers.nl)
Net als in andere stedelijke gebieden is in Hilversum sprake van een hoge druk op de woningmarkt. De groei van de Hilversumse bevolking lijkt hoofdzakelijk te komen vanuit instroom, zowel vanuit de Metropoolregio Amsterdam en Utrecht, als vanuit internationale migratie. Er is in de regio Gooi en Vechtstreek een groot tekort aan sociale huurwoningen, dat verder vergroot wordt door de verkoop van sociale huurwoningen door corporaties. Gemiddeld komen jaarlijks 1.400 tot 1.500 sociale huurwoningen vrij, tegenover meer dan 34.000 geregistreerde woningzoekenden. Ruim 11.000 daarvan zijn actief woningzoekenden. In Hilversum komt bijna 40% van de huishoudens op basis van het inkomen in aanmerking voor een sociale huurwoningen. 34% van de woningvoorraad is sociale huur (waarvan het grootste deel in het bezit van corporaties). Een fors deel (29%) van de huishoudens met een laag inkomen wonen in een koopwoning. De gemeente heeft als doelstelling om een derde van de nieuwbouw in het betaalbare segment te realiseren. Doordat dit doel niet ieder jaar behaald wordt, en de huizenprijzen de laatste jaren sterk gestegen zijn, is er een oplopend tekort aan betaalbare woningen. Naast het gebrek aan sociale huurwoningen is in Hilversum een structureel tekort aan woningen voor de middeninkomens. Door dit tekort komt de doorstroming binnen Hilversum onder druk te staan.
Ook door veranderingen in de samenstelling van huishoudens is de woningbehoefte groot. Zo lag in 2016 de gemiddelde huishoudensgrootte in Noord-Holland op 2,09. Dit getal daalt al decennia en blijf in alle prognoses ook in de toekomst dalen, tot naar verwachting tussen 2 en 2,07. In Hilversum bleef de gemiddelde huishoudensgrootte het afgelopen decennium nagenoeg gelijk (van 2,11 in 2010 naar 2,13 in 2020). Alle wijken en buurten in Hilversum zijn relatief gewild. Er zijn wel wat verschillen. Zo is er meer aanbod dan vraag in de naoorlogse woonwijken (periode ’50 tot en met ’80) (d.d. 2021). Er zijn sterke verschillen in het aandeel koop-, sociale huur- en particuliere huurwoningen en in de gemiddelde woningwaarde in Hilversum. Er zijn buurten waar een concentratie is van lagere inkomens: de naoorlogse wijken en de vooroorlogse wijken ten oosten van het spoor. Verschillende delen van Hilversum zijn beschermd stadsgezicht, waardoor grootschalig bouwen wordt beperkt: Plan Oost, Hilversum-Zuid en het Noordwestelijk Villagebied. Ook qua bevolkingsopbouw verschillen de Hilversumse
92
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
wijken. Het centrum heeft relatief veel bewoners van middelbare leeftijd. In de wijken zuidwest en Hilversumse Meent wonen relatief veel senioren. In oost en zuidoost zijn relatief veel jongeren te vinden.
4.8.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
De bevolking van Hilversum blijft de komende decennia groeien en de druk op Hilversum zal aanhouden. De prognoses verschillen echter. Volgens het Primos prognosemodel voor bevolking, zullen er in Hilversum in 2040 96.870 inwoners zijn7, oftewel een groei van 4.515 inwoners in de komende 18 jaar. Volgens de prognose van de provincie Noord-Holland (2021) is de verwachte groei 91.200 inwoners in 2021 naar 100.500 inwoners in 2040: een stijging van 9.300 inwoners van 2021 naar 2040. Gerekend met het inwonersaantal uit de huidige situatie (april 2022) van 92.355 is dit een stijging van 8.145 inwoners. Afgerond is de bandbreedte van inwonersgroei tot 2040 ca. 4500 – 8.200. Volgens het Primos model zal de ontwikkeling van het aantal huishoudens procentueel gelijk opgaan met de ontwikkeling van de bevolking en zal stijgen van 43.400 in 2022 tot 45.830 in 2040, een stijging van 2.430 huishoudens.8 Echter, de prognose van de provincie Noord-Holland in 2021 is een stijging van het aantal huishoudens van 42.900 in 2021 naar 47.800 in 2040. Een stijging van 4.900.9. Gerekend met de cijfers uit de huidige situatie (april 2022) van 43.400 is dit een stijging van 4.400. Dit houdt een bandbreedte van de schatting van een stijging van 2.430 – 4.400 huishoudens in. Tezamen met een trend richting huishoudensverdunning leidt dit tot een structurele vraag naar meer woonruimte.
Figuur 4-49 ABF Primos verwachte ontwikkeling bevolking 2000-2050 (Hilversum in cijfers, 2022)
7 https://hilversum.incijfers.nl/dashboard/bevolking-3 8 https://primos.abfresearch.nl/jive?presel_code=hh_abs 9 https://www.noord-
holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Demografie#:~:text=Volgens%20de%20meest%20recente%20provinciale,de%20275.000%20extra% 20woningen%20nodig.
93
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-50 ABF Primos huishoudensgroei Hilversum 2022-2050 (Hilversum in cijfers, 2022)
Ook de kwalitatieve woonbehoefte verandert. Gegevens van Hilversum in Cijfers (2022) laten zien dat in 2040 het aantal kinderen licht zal toenemen, maar het aantal jongeren en werkenden zal afnemen. Het aantal 65-74-jarigen zal ook toenemen, maar de stijging is het grootst bij 75+’ers. Een specifiek aandachtspunt betreft daarom levensloopbestendige woningen voor ouderen. Ouderen willen langer zelfstandig blijven wonen (extramuralisering). In de periode tot 2025 voorziet de gemeente geen problemen. Primos prognoses laten zien dat het aantal 75-plussers in de periode tot 2040 in Hilversum toeneemt met ruim 3.300.10 Een groot deel van deze inwoners zal waarschijnlijk geschikte woonruimte in de vorm van gelijkvloerse woningen zoeken. Het is echter niet duidelijk in hoeverre er een gat bestaat tussen vraag en aanbod van dit type woningen. Tegelijkertijd zorgt langer thuis blijven wonen ervoor dat woningen minder snel beschikbaar komen. Omdat het daarbij vaak om gezinswoningen gaat, belemmert dit de doorstroming. De krapte op de huizenmarkt zal de komende jaren naar verwachting niet opgelost worden. Huishoudens met lage en middeninkomens zullen moeite blijven hebben om in steden als Hilversum geschikte woonruimte te vinden, zowel wat betreft huur als koopwoningen.
Dit probleem wordt verergerd door de grote hoeveelheid kleine inbreidingslocaties op gronden die geen bezit van de gemeente zijn en waar de gemeente dus moeilijk kan sturen op het realiseren van voldoende betaalbare woningen. Om tegemoet te komen aan de kwantitatieve en kwalitatieve woonopgave zal er dus gebouwd moeten worden in Hilversum. Volgens de provinciale monitor plancapaciteit gegevens van mei 2022 is de totale plancapaciteit van de gemeente Hilversum 5.337 woningen. Daarvan zullen er in de periode 2022-2024 al 1.473 opgeleverd worden en 1.274 in de periode 2025-2029. Voor de overige 2.590 woningen is dit onbekend. Waarvan bekend zal het merendeel (2.320) uit appartementen bestaan. 283 zijn grondgebonden woningen en 2.734 zijn onbekend. Qua planstatus is het veelal nog onzeker of de woningen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Slechts 30 woningen zijn met zekerheid onherroepelijk. 1.359 woningen zitten in de voorbereiding van een bestemmingsplanprocedure en 2.142 zijn potentiële woningen. De planstatus is voor 1.806 woningen onbekend. De gemeente heeft tevens veel vooroorlogse woningen. Het is echter onbekend hoeveel daarvan de komende jaren gesloopt of getransformeerd zal worden en welke invloed dit heeft op de kwantitatieve en kwalitatieve woonopgave.
Met betrekking tot de kwalitatieve woonopgave zijn geen gegevens bekend, anders dan dat het merendeel van de nieuwe woningen uit appartementen bestaat. De onderstaande tabel op basis van de plancapaciteit monitor toont alle plancapaciteit van 50+ woningen per juni 202211. Het totaal van alle woningbouwplannen van 50 of meer woningen komt neer op 4.883 woningen.
10 https://hilversum.incijfers.nl/dashboard/prognoses 11 https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/10/Concept-50-lijst-woningbouwplannen-2022.pdf
94
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Tabel 4-1 concept lijst woningbouwplannen >50 woningen Hilversum 202212
Projectnaam
Totaal
Arenapark
1000
Afgerond totaal 1000
Projectnaam
Totaal 80
550 350 350 300 300 250 250 250 150 150
Bruisend Hart / Oosterspoorplein Grote Sigarenfabriek Zuiderweg / Lijsterweg Koornstraat / KPN Wybertjesfabriek Werf35 Kapelplaats Locatie niet openbaar Locatie niet openbaar Locatie niet openbaar Locatie niet openbaar
Afgerond totaal 80
Circusterrein Monnikenberg Stationsgebied Hunkemöller Korte Noorderweg Anna’s Hoeve Crailo Voorm. Philipslocatie Van Son Schapenkamp 2 / Silverpoint P-garage Noordse bosje
550 350 325 295 278 274 270 240 174 145
77 69 59 54 51 50 196 96 87 61
80 70 60 50 50 50 200 100 90 60
102
100
Totaal
4.883
4.890
Het is onrealistisch dat alle woningen in de planvoorraad gerealiseerd worden. Er wordt in dit planMER aangenomen dat de planvoorraad gelijk is aan de landelijk afspraak tussen het Rijk en provincies om een plancapaciteit van 130% aan te houden. Ervan uitgaande dat van de plancapaciteit van 5.337 woningen 100% (van de 130%) gerealiseerd zal worden13, worden er 4.105 woningen bijgebouwd tot 2040. Om de ruimtevraag van deze nieuwbouw te berekenen wordt de Amsterdamse referentienorm voorzieningen rekentool gebruikt. Met deze referentienorm wordt uitgerekend hoeveel extra vierkante meters van welke voorzieningen er nodig zijn bij realisatie van x-aantal nieuwe woningen. In dit geval dus 4.105. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende woonmilieus en wordt er onderscheid gemaakt tussen voorzieningen die in elke buurt aanwezig moeten zijn (zie Tabel 4-2) en waar aanvullend bovenwijks behoefte aan is (zie Tabel 4-3) (Gemeente Amsterdam, 2018). Daaruit volgt een bij elkaar opgetelde ruimtevraag voor: • • •
Centrum stedelijke woningen à 60 woningen/hectare met 3 lagen incl. voorzieningen = 82 hectare Gemengd stedelijke woningen à 35 woningen/hectare met 2,5 lagen incl. voorzieningen = 156 hectare Groen-blauwe woningen à 20 woningen/hectare met 2 lagen incl. voorzieningen = 274 hectare
Hilversum heeft een dichtheid van 2.700 huizen per km2, dus een dichtheid van 27 per hectare. Daarmee zit de gemeente gemiddeld tussen de categorieën groen-blauw en gemengd stedelijk van het Amsterdams Referentiemodel in. Ter referentie, het totale landoppervlak van de gemeente is 4.556 ha. Een ruimtevraag van 156,19 hectare (gemengd stedelijk) tot 274,49 hectare (groen blauw) is 3,4 tot 6% van het totale landoppervlak van de gemeente. Gekeken naar de extra benodigde voorzieningen bij 100% uitvoering van de plancapaciteit ontstaat de volgende benodigde ruimtevraag tot 2040 in de gemeente. Tabel 4-2 Ruimtevraag in 2022 en extra ruimte in 2040