Bijlage E1. PlanMER Omgevingsvisie Hilversum
Tekst van het document
Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: •
Erfgoed dient integraal onderdeel uit te maken van visie- en planvorming, met als doel om de identiteit van Hilversum en de aanwezige stedenbouwkundige waarden niet verloren te laten gaan. Herontwikkelingen binnen het stedelijk gebied dienen qua karakter en omvang passend bij de omgeving te zijn. Het aanwezige erfgoed dient behouden en beleefbaar te blijven (of te worden), mogelijk door herbestemming. Verduurzaming van gebouwd erfgoed is daarbij een belangrijk aandachtspunt gezien het grote aantal monumenten in de stad. Aardkundig en archeologisch waardevolle locaties dienen zoveel mogelijk ontzien en bewaard te worden bij ruimtelijke ontwikkelingen.
•
•
4.1.3
Beoordeling op doelbereik
In deze beoordeling op doelbereik is aangegeven in hoeverre de opgaven die hierboven zijn genoemd middels maatregelen in de concept Omgevingsvisie worden gerealiseerd. Programma
Doel
Maatregel
Duurzaam
Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad
Visie voor de landgoederen uitwerken: zoveel mogelijk behoud cultuurlandschap, verbeteren bodemkwaliteit, landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal, zorgvuldig omgaan met mogelijkheden voor woningbouw
Het hierboven genoemde programma, doel en maatregel zijn de enige die in de concept Omgevingsvisie betrekking hebben op het beleidsveld Cultureel erfgoed. Het doel is vrij breed en is niet gericht op cultureel erfgoed maar de maatregel gaat over landgoederen. De Visie voor de Landgoederen moet nog worden uitgewerkt. De gemeente stelt in de Omgevingsvisie dat zij bepaalde uitgangspunten wil hanteren in de Visie voor de Landgoederen, zoals zoveel mogelijk cultuurlandschap behouden en zorgvuldig omgaan met mogelijkheden voor woningbouw. Bij de uitwerking van de visie verdient het aanbeveling de maatregelen concreter te beschrijven met specifieke en meetbare parameters. Bijvoorbeeld de wijze van categorisering van historische landschappelijke waarden bepalen en in kaart brengen, en concreet maken hoe zorgvuldig om te gaan met mogelijkheden voor woningbouw. Daarnaast loopt het historisch landschappelijke waarden in Hilversum op basis van de autonome ontwikkeling gevaar door de andere ontwikkelingen met bijbehorend ruimtebeslag. Denk aan de behoefte aan meer woningen, meer (formele en informele) kantoren en meer groengebieden. Ook het landschap van het buitengebied staat onder druk vanwege o.a. klimaatverandering en verdroging. Maar hier zijn geen maatregelen op gericht ten gunste van historische landschappelijke waarden.
Een toetsingskader kan ervoor zorgen dat deze waarden behouden blijven. Al met al is dit neutraal (0) beoordeeld. De intenties voor behoud van historisch landschappelijke waarden zijn goed maar dienen concreet gemaakt te worden en er zijn meer maatregelen nodig. De gemeente wil cultureel erfgoed in Hilversum zichtbaar en beleefbaar maken. In de Omgevingsvisie is identiteit juist een middelpunt en dit wordt voor Hilversum sterkt verbonden met cultureel erfgoed. Cultuurhistorie en identiteit van de stad zijn al (vaak) het vertrekpunt voor gebiedsontwikkelingen, maar erfgoed is nog niet een integraal onderdeel van 33
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
visie- en planvorming. Erfgoed wordt ingezet als omgevingskwaliteit en gerestaureerd, getransformeerd en gebruiksklaar gemaakt, ook met een nieuwe functie. De verduurzaming van de erfgoed gebouwen wordt ook actief opgepakt, bijvoorbeeld worden samen met corporaties woningbouwcomplexen gerenoveerd en verduurzaamd. Voorbeelden zijn Aula Bosdrift en het oude postkantoor aan de Oude Torenstraat. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator ‘Historische stedenbouwkundige en architectonische waarden’ is neutraal (0) gescoord omdat de gemeente al stappen onderneemt om de taken aan te pakken. Ze ontbreken echter nog in de Omgevingsvisie. De gemeente wordt aangeraden dit daadwerkelijk op te nemen. De opgaven voor de aardkundige en archeologische waarden zijn vastgelegd in de Archeologienota (2010). De Archeologienota omvat een archeologische beleidskaart en -zoals wettelijk verplicht- is het vertaald in bestemmingsplannen. Daarin staat wanneer er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden aan de hand van oppervlakte- en dieptematen. In de stad en in het buitengebied liggen beschermde Rijksmonumenten en gebieden met een hoge archeologische waarde. De opgaven voor archeologie en aardkundige waarden worden echter niet behandeld in de Omgevingsvisie.
Vanwege het feit echter dat er wél beleid is onder het regiem van de Archeologienota, is het doelbereik voor de indicatoren ‘Aardkundige waarden’ en ‘Archeologische waarden’ neutraal (0) gescoord. Het wordt aanbevolen dat de gemeente de doelen en maatregelen van de Archeologienota toevoegt aan de Omgevingsvisie.
34
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.2
Natuur en landschap
Voor het beleidsveld ‘Natuur en Landschap’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Landschap en groen erfgoed
Ecologie en biodiversiteit
Natuurgebieden
4.2.1
Beoordeling Huidige situatie
Score +
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Motivering Hilversum heeft veel groene gebieden met een beschermde status in het kader van de Monumentenwet. Landschap en groen zijn kwetsbaar door de toenemende druk op de ruimte (vanwege inbreiding) en externe stressfactoren (klimaatverandering, stikstof). Ook neemt de recreatieve druk verder toe. De gemeente kiest voor inbreiding wat de ruimte vraag in het landschappelijke buitengebied beperkt. Groenontwikkeling is voorgesteld, maar te weinig specifiek gemaakt. De visie voor landgoederen moet nog uitgewerkt worden. Voor de uitgangspunten om bodemkwaliteit te verbeteren, om landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal af te zetten en zorgvuldig met landgoederen om te gaan door enkel beperkte vormen van verblijfsrecreatie toe te laten zijn geen maatregelen opgenomen. Hilversum kent een grote diversiteit aan ecosystemen. De natuurwaarde is vooral in natuurgebieden in het buitengebied behouden gebleven. Er is veel geïnvesteerd in natuurverbindingen en ontsnipperen. Biodiversiteit daalt wereldwijd al decennialang. De Hilversumse zandgebieden zijn zeer gevoelig voor ontwikkelingen als verdroging, verzuring en vermesting en worden niet beschermd als Natura-2000 gebieden. Gemeente noemt de juiste partners die dit kunnen realiseren. Haar eigen handelingsperspectief is beperkt. Delen van twee Natura-2000 gebieden Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen in Hilversum.
Hele buitengebied is NNN-gebied. Natuurgebieden staan onder druk door o.a. vermesting, stikstof, klimaatverandering. Dit geldt des te meer voor de NNN-gebieden die niet wettelijk beschermd zijn. Gemeente wil toe naar kringlooplandbouw. Maar eigen handelingsperspectief is beperkt.
Beoordeling huidige situatie
Het karakter van het groen in Hilversum wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ligging op de overgang van hoge zandgronden en laaggelegen veen(weide)gronden. In de structuur van Hilversum heeft Dudok oude landschappelijke lijnen als ordenend principe opgenomen. 42,4% van gemeente is natuurgebied. De kwaliteit van de natuurgebieden staat onder druk door ontwikkelingen zoals klimaatverandering, de stikstofdepositie en de afname van biodiversiteit. Daarnaast staan de gebieden onder druk door toegenomen recreatie in natuurgebieden, met name tijdens de corona-lockdown. Het noordwesten van de gemeente Hilversum is onderdeel van Natura 2000-gebied Naardermeer. In het uiterste zuidwesten van de gemeente is een klein gebied onderdeel van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Vrijwel het gehele buitengebied is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hilversum kent een grote diversiteit aan ecosystemen door de ligging op de overgang van verschillende landschapstypen en de gemeente heeft de rol om deze te beschermen. De natuurwaarde van deze ecosystemen is vooral in de natuurgebieden in het buitengebied behouden gebleven. Hier zijn vaak zeldzame en beschermde dier- en plantensoorten te vinden, die specifiek zijn voor deze gebieden. Een aantal groene gebieden in Hilversum heeft een beschermde status in het kader van de monumentenwet.
De natuurgebieden worden doorsneden door infrastructuur 35
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
of andere voor flora en fauna onneembare hindernissen. Deze ‘versnippering’ van natuurgebieden zorgt voor verkeersslachtoffers onder dieren, vermindering van genetische uitwisseling en een versterkte kwetsbaarheid voor uitsterven van (meestal kleine) populaties. De afgelopen 20 jaar is veel geïnvesteerd in het maken van natuurverbindingen om de natuur rondom Hilversum te ontsnipperen. Rond Hilversum wordt gestreefd naar het verbinden van alle onderdelen van de Heuvelrug. Ook wordt gewerkt aan het verbinden van de natte gebieden ten westen van Hilversum. Een belangrijk onderdeel van deze ‘Natte as’ is de verbinding Ankeveense plassenNaardermeer, die gedeeltelijk binnen de gemeente Hilversum ligt. Naast de in het oog springende ecoducten zijn er rond Hilversum tientallen kleine faunapassages. Ook binnen het stedelijk gebied zijn natuurwaarden te vinden. De grootste biodiversiteit is te vinden in gebieden met veel groen zoals de villagebieden. Er is geen detailinformatie over de voorkomende soorten beschikbaar voor heel Hilversum. De geschatte soortendiversiteit is het hoogst in de Hilversumse Meent.
Figuur 4-5 Natura 2000 gebieden Hilversum - Oostelijke Vechtplassen (links) en Naardermeer (rechts) (Ministerie van LNV, 2022)
Grote delen van de bos- en heidegebieden rondom Hilversum zijn in eigendom van het Goois Natuurreservaat en Natuurmonumenten. Deze gebieden zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Figuur 4-6 laat de NNNgebieden rondom Hilversum zien. Het hele buitengebied van Hilversum is natuurgebied.
36
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-6 Natuurnetwerk Nederland gebieden rondom Hilversum (Provincie Noord-Holland, 2022)
De natuurgebieden ten westen van Hilversum bestaan hoofdzakelijk uit vochtminnende natuur, terwijl de bossen heidegebieden rondom Hilversum meer droogteresistent zijn. De bos en heidegebieden kennen een groter natuurbrand-risico, terwijl voor de natte natuurgebieden geldt dat verzilting en verdroging een gevaar vormen.
4.2.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
Landschap en groen in het algemeen zijn kwetsbaar voor inbreiding en een toenemende druk op de ruimte, o.a. door recreatie. Hilversum ontwikkelt zich vooral binnen de bestaande stad. Daarom revitaliseert, versterkt, vernieuwt en ontwikkelt Hilversum vooral binnen de bestaande stadsgrenzen. Daarmee wordt niet nog meer druk op het landschap gelegd, Dat landschap is in het verleden bewust zo vormgegeven dat men eindeloos ver kan kijken zonder bebouwing te zien. Dit wordt ook wel het illusielandschap genoemd. Ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bestaande stad zijn alleen mogelijk als ze bijdragen aan een beter of duurzamer gebruik van de ruimte, zoals op landgoederen. Bij ontwikkelingen binnen de stad, wordt voortgebouwd op de Hilversumse traditie om stedenbouw, architectuur en buitenruimte in samenhang te ontwikkelen. Elke ontwikkeling moet kwaliteiten versterken of toevoegen: sociaal, ruimtelijk en/of economisch, Passend bij de diversiteit in Hilversum en het idee van de Tuinstad.
37
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Daarnaast leiden externe stressfactoren als klimaatverandering en stikstof tot een achteruitgang van de kwaliteit van natuur en daarmee landschap. Natura-2000 gebieden zijn wettelijk beschermd. Toch is er de laatste decennia door met name vermesting, stikstof, klimaatverandering, verdroging en recreatieve druk in veel gebieden een achteruitgang van natuurwaarden te zien. De biodiversiteit is wereldwijd al decennialang aan het dalen. De Hilversumse zandgebieden zijn zeer gevoelig voor ontwikkelingen zoals verdroging, verzuring en vermesting. Deze gebieden zijn echter geen Natura-2000 en zijn daarom niet beschermd voor de stikstofdepositie. Het is echter wel te verwachten dat landelijk stikstofbeleid zal leiden tot een daling van stikstofconcentraties in het hele buitengebied. Bij natuurgebieden die geen onderdeel zijn van het Natura-2000 netwerk spelen de bovengenoemde problemen des te meer. Vanwege stikstofproblematiek heeft de provincie in beeld gebracht welke natura-2000 gebieden bedreigd worden. De provincie is van start gegaan met het proces omtrent het nationaal programma landelijk gebied. Voor de twee Natura2000 gebieden zijn gebiedsaanpakken opgesteld. Deze aanpakken worden echter pas na 2030 uitgevoerd. Op 41% van het Natura 2000-gebied Naardermeer daalt er te veel stikstof neer.
Belangrijkste bronnen daarvoor zijn de landbouw (36%) en het buitenland (29%) (Programma Natuurnetwerk 2022). Voor het Naardermeer is in de zomer van 2022 de gebiedsaanpak van start gegaan. De volgende maatregelen zijn door de provincie Noord-Holland voorzien (Provincie Noord-Holland, 2022): • • •
Verlandingsvegetaties behouden en uitbreiden en waterkwaliteit verbeteren; Waterpeilverhoging tegen verdroging aan de kade van het Naardermeer en in de bufferzone rondom het meer; Rietherstel.
Voor de Oostelijke Vechtplassen daalt op 34% van het Natura 2000-gebied te veel stikstof neer. Belangrijkste bronnen daarvoor zijn de landbouw (40%), het buitenland (30%), wegverkeer (9%) en overige sectoren (9%) (Programma Natuurnetwerk 2022). De volgende beheersmaatregelen zijn door de provincie Noord-Holland voorzien (Provincie Noord-Holland, 2022): • • • •
Reguliere beheer- en inrichtingsmaatregelen; Het omvormen van gronden naar natuurgronden; Het bestrijden van invasieve exoten; Diverse maatregelen ter bescherming en herstel van specifieke biodiversiteitsoorten;
Op het landschap van Hilversum komen dus grote opgaven af en het huidige landschap zal daarom veranderen. Het is dus niet mogelijk om uit te gaan van landschapsbehoud. Vanwege de stapeling van negatieve gevolgen van de opgaven is het zaak om de opgaven gezamenlijk aan te pakken. Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: •
Voorkomen van verdroging, verzuring stikstofdepositie en vergiftiging van Natura 2000-gebieden en omliggende NNN-gebieden Inzetten van groen als bron van ecosysteemdiensten in het kader van de leefbaarheid, op alle schaalniveaus Natuur in de stad versterken en de biodiversiteit verhogen Recreatieve mogelijkheden in de stad vergroten om de druk op natuurgebieden te verminderen. Behouden van de natuurlijke en recreatieve waarde van de natuurterreinen Toekomstbestendigheid van landschappelijke kwaliteiten borgen
• • • • •
4.2.3
Beoordeling op doelbereik
Programma
Doel
Duurzaam
Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad
38
Maatregel Het landschap om Hilversum kan worden ontlast door meer groene buitenruimte in en aan de randen van de stad te maken, of de toegankelijkheid en kwaliteit te verbeteren In samenwerking met gebiedspartners onderzoeken wat de beste oplossingen zijn tegen klimaatverandering en herstel van kwaliteit van de natuur.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
De natuur aan de westzijde van Hilversum kan worden versterkt door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Door hogere (grond)waterstanden kan schone kwel worden bevorderd. Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand moeten worden uitgesloten In de landbouw willen we de omslag maken naar kringlooplandbouw: een duurzame landbouw, zonder negatieve gevolgen voor de omgeving Visie voor de landgoederen uitwerken: zoveel mogelijk behoud cultuurlandschap, verbeteren bodemkwaliteit, landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal, zorgvuldig omgaan met mogelijkheden voor woningbouw
Voor het beleidsveld natuur en landschap is het doel gesteld tot een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren en het versterken van biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad. Op de natuur en het landschap komen grote opgaven af, zoals vermindering van de stikstofdepositie, klimaatverandering en een toenemende recreatieve druk. De gemeente Hilversum zet voor de woningbouwopgave sterk in op inbreiding. Dit beperkt de druk op het landschap in het buitengebied omdat hier maar beperkt woningbouw zal plaats vinden. De inbreiding verhoogt wel de druk op het stedelijk landschap en de uitloopgebieden van de stad. Het landschap van Hilversum is kwetsbaar voor verandering. In haar Omgevingsvisie ziet de gemeente als maatregel tegen de recreatieve druk om het landschap te ontlasten door meer groene buitenruimte in en aan de randen van de stad te maken, of de toegankelijkheid en kwaliteit te verbeteren. De opgave met betrekking tot landschap houdt dus verband met de opgave met betrekking tot openbaar groen. Deze maatregel is echter niet nader specifiek gedefinieerd en het is dus onduidelijk welke delen van de stad het betreft. Het is onzeker of door de maatregel gedragsverandering plaats zal vinden, waardoor Hilversummers minder zullen recreëren in natuurgebieden.
Er is ook een aantal uitgangspunten opgesteld om het cultuurlandschap zoveel mogelijk te behouden. Er wordt voorgesteld om een visie voor landgoederen uit te werken, om bodemkwaliteit te verbeteren, om landbouwproducten zoveel mogelijk lokaal af te zetten en zorgvuldig met landgoederen om te gaan door enkel beperkte vormen van verblijfsrecreatie toe te staan. Er zijn geen maatregelen opgesteld om deze uitgangspunten te verwezenlijken. De keuze voor inbreiding verlaagt de ruimte vraag voor woningbouw in het buitengebied maar verhoogd onder andere door toename van recreatie ook wer de druk. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator landschap en groen erfgoed is daarom neutraal (-/+) beoordeeld. Klimaatverandering is een tweede grote opgave die de natuur en het landschap en daarmee ecologie en biodiversiteit bedreigt. De provincie en terreinbeheerders zijn echter verantwoordelijk voor het beheer van de natuurgebieden. De maatregel uit de Omgevingsvisie om in samenwerking met gebiedspartners te onderzoeken wat de beste oplossingen zijn tegen klimaatverandering en herstel van kwaliteit van de natuur is daarom passend. Als maatregel wordt ook voorgesteld om de natuur aan de westzijde van Hilversum te versterken door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Door hogere (grond)waterstanden kan schone kwel worden bevorderd.
Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand moeten worden uitgesloten. De gemeente is hiervoor geen bevoegd gezag, maar kan wel invloed uitoefenen op het waterschap als bevoegd gezag. Het is daarom goed om de maatregel met betrekking tot het (grond)watersysteem in de Omgevingsvisie op te nemen. In haar Omgevingsvisie geeft de gemeente ook aan o.a. het waterschap als belangrijke partner te zien. Voor de indicatoren ecologie en biodiversiteit en natuurgebieden heeft de gemeente een maatregel opgesteld met betrekking tot landbouw. Landbouw in de huidige vorm kan schadelijk zijn voor de natuur, bijvoorbeeld door stikstofdepositie, vermesting en bestrijdingsmiddelen. Hilversum heeft een beperkt aantal agrarische bedrijven. Voor deze bedrijven geldt de maatregel dat de gemeente een omslag wil maken naar kringlooplandbouw. Dit is een duurzame vorm van landbouw zonder negatieve gevolgen voor de omgeving. Hierbij is extensivering van de landbouw noodzakelijk. De gemeente kan hier invloed op hebben met bestemmingsplannen en vergunningverlening. Dit is een passende maatregel gezien de invloed van de gemeente, maar ook moet bedacht worden dat er bestaande rechten bestaan en dat in de vergunningverlening de gemeente gehouden is aan de wettelijke (rijks)normstelling.
Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator ecologie en biodiversiteit is neutraal (0) beoordeeld en voor de indicator natuurgebieden ook neutraal (0) beoordeeld. De gemeente Hilversum heeft beperkte invloed, maar agendeert wel de juiste zaken bij andere stakeholders.
39
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.3
Openbaar groen
Voor het beleidsveld ‘Openbaar Groen’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Openbaar groen
4.3.1
Beoordeling Huidige situatie
Score +/-
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Motivering Hilversum scoort gemiddeld voor de hoeveelheid en de gezondheid van openbaar groen in de Groene Stad Challenge, maar openbaar groen is onevenredig verdeeld over de wijken. Openbaar groen is kwetsbaar voor inbreiding, toenemende druk op de ruimte en behoefte door een groeiende bevolking. Daarnaast is het groen kwetsbaar voor ontwikkelingen als klimaatverandering en verdroging. De groennorm kan helpen, maar moet nog hard worden (bv. oppervlaktemaat, percentage). Het afstemmen van kabels en leidingen op locaties van bomen en het mengen van soorten die ook meer bestand zijn tegen warmte en droogte maakt het openbaar groen meer toekomstbestendig.
Beoordeling huidige situatie
In het stedenbouwkundig ontwerp dat stadsarchitect Dudok in de jaren 30 voor Hilversum maakte is gekozen voor een compacte stad met relatief weinig openbaar groen. Toch heeft Hilversum ook binnen het stedelijk gebied een groen karakter. Dit komt doordat het groen vanuit het buitengebied in de stad doordringt, door de vele straat- en laanbomen en het groene karakter van particuliere tuinen. Hilversum heeft als gemeente meegedaan aan de Groene Stad Challenge en is op plek 11 van de 48 terecht gekomen van steden die meededen. De gemeente scoort onder gemiddeld (0,441 op een index van 0 tot 1) voor distributie van stedelijk groen (gemiddelde is 0,565) op een rangschikking van 0,250-1,300. Per hoofd van de bevolking bedraagt de groene ruimte 99 m2, maar daarvan is slechts ongeveer de helft (50,5 m2) publiek groen. De gemiddelde gezondheid van het stedelijk groen is met 0,295 gemiddeld (0,299 is gemiddeld van geanalyseerde plaatsen). De Hilversumse Meent staat op plek 99 van de 355 dorpen en scoort ook onder gemiddeld voor distributie van stedelijk groen (0,386). Er is meer publiek groen in de Hilversumse Meent. Per hoofd is de groene ruimte 97,7 m 2, waarvan 64,2 m2 publiek groen. De gemiddelde gezondheid van stedelijk groen ligt iets boven gemiddeld met 0,317. In deze berekeningen is het buitengebied van Hilversum niet meegenomen.
Het meeste groen in de gemeente Hilversum is te vinden in het buitengebied (ruim 2.100 ha). De hoeveelheid groen per buurt loopt uiteen tussen 20-30% van het grondoppervlak in het Bloemenkwartier, centrum, Arenapark-kwartier, Van Riebeeckkwartier en 1221 enerzijds en >50% in de villagebieden anderzijds. Ook in de buitenwijken in het noordoosten en zuidwesten van de gemeente is het aandeel openbaar groen echter laag. Het openbaar groen in Hilversum is dus onevenredig verdeeld over de wijken. De onderstaande kaart laat duidelijke de ongelijke verdeling van het groen in Hilversum zien. In Figuur 4-7 staan de resultaten uit de Groene Stad Challenge per wijk. De wijken zijn onderling vergeleken op basis van 5 KPI’s (verhouding groen en water, stedelijk openbaar groen per inwoner, groen per inwoner, verdeling van stedelijk groen, en indicatie gemiddelde gezondheid groen) en hebben een score gekregen van A (extreem veel groen) tot F (extreem weinig groen).
40
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-7 Score openbaar groen per wijk in Hilversum en voor Hilversume Meent (linsboven) (Groene Stad Challenge Sweco, 2021)
Hilversum is een boomrijke gemeente. In het buitengebied zijn grote bosgebieden te vinden die een aanzienlijk deel van het Hilversumse grondgebied beslaan. Het gaat om loofbossen, gemengde bossen en naaldbossen. Het grootste deel van de bossen heeft een natuurlijk en afwisselend beeld met variatie in boomsoorten en leeftijd, maar op diverse plaatsen zijn ook (restanten van) productiebossen te vinden. De stedelijke openbare ruimte van Hilversum en de Hilversumse Meent bestaan respectievelijk voor 26,3% en 23% uit bomen. Er is geen groennorm voor Hilversum. Wel heeft het Rijk in de Atlas Leefomgeving voor nieuwbouwlocaties aan gemeenten een norm meegegeven van 75 m2 groen per woning. In de huidige situatie is ongeveer 58 m2 per woning beschikbaar (Motie Norm voor Groen van de dhr. Göbbels, dhr. Van Rooden en dhr. Blok, 06-10-2021). Het huidige aantal woningen in Hilversum is circa 43.400. De verwachte nieuwbouw gekeken naar de planvoorraad is geschat op 4.105 woningen (paragraaf 4.8 over de woonopgave). Dit komt neer op de volgende opgave voor openbaar groen om aan de norm te voldoen: • •
Opgave huidige woningen (75 m2 – 58 m2) * 43.400 = 737.800 m2 (circa 74 hectare) Opgave nieuwbouw (75 m2 * 4.105) = 307.875 m2 (circa 31 hectare).
Deze groennorm is echter een gemiddelde voor heel Hilversum. Figuur 4-7 laat echter grote verschillen tussen buurten in Hilversum zien. De gemeente heeft ook streefpercentages per wijk opgesteld in het nog vast te stellen Programma Groen, deze staan in Figuur 4-8. Vergeleken met de scores in de Groene Stad Challenge lijken de streefpercentages realistisch ten opzichte van de scores. Het is onduidelijk waarop de streefpercentages gebaseerd zijn. Een belangrijke noot is dat er een verschil is tussen publiek en privaat groen.
41
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-8 Streefpercentages groen per buurt Hilversum (Programma Groen, 2022)
4.3.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
Landschap en groen staan in toenemende mate onder druk. Openbaar groen is kwetsbaar voor inbreiding en een toenemende druk op de ruimte, terwijl de behoefte aan gebruiksgroen toeneemt naarmate het inwoneraantal van Hilversum groeit. Oorzaken zijn onder andere de ruimtebehoefte van andere functies (zoals wonen, werken en mobiliteit) en het toenemende recreatieve en economische gebruik van het landschap. Daarnaast vormen ontwikkelingen zoals klimaatverandering en verdroging ook bedreigingen voor het openbaar groen. Het gevolg is dat de kwantitatieve en kwalitatieve beschikbaarheid van groen steeds meer onder druk komt te staan, terwijl de behoefte aan groen steeds groter wordt. Hilversum is als tuinstad bij uitstek een samenhangend geheel van stedelijk gebied en groene terreinen. Deze balans is een belangrijke kwaliteit voor de gemeente. Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit thema zijn de volgende opgaven bepaald: • • • •
42
Het aandeel openbaar groen in de slechtst scorende wijken (Bloemenkwartier, centrum, Arenapark-kwartier, Van Riebeeckkwartier en 1221) en de zuidwestelijke en noordoostelijke buitenwijken vergroten Het aandeel openbaar groen in de villawijken op peil houden. Openbaar groen in de hele stad inzetten voor recreatie, biodiversiteit en klimaatadaptatie Bomen worden leidend in de openbare ruimte om optimaal te profiteren van de waarden die een volwassen boom oplevert. Hierbij is een belangrijke opgave om voldoende groeiruimte voor bomen te behouden en creëren in de ondergrond.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
•
Openbaar groen wordt toekomstbestendig en gevarieerder gemaakt tegen o.a. klimaatverandering en grondwaterwinning.
4.3.3
Beoordeling op doelbereik
Programma
Doel
Maatregel
Duurzaam
Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren. Tegengaan van hittestress, droogte en wateroverlast
Inzetten op meervoudig ruimtegebruik
Duurzaam
Inzetten op een groennorm bij ruimtelijke ontwikkelingen Onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn in de ondergrond wat betreft kabels en leidingen in relatie tot planten van bomen Voor het versterken van de groenstructuur in de stad kijken we naar slimme combinaties met hoogwaardige fiets- en wandelroutes Bij aanplant groen inzetten op verschillende soorten die bestand zijn tegen hitte en droogte
Het beleidsveld openbaar groen past binnen het doel om hittestress, droogte en wateroverlast tegen te gaan. Groen helpt namelijk bij hittestress. Hiervoor heeft de gemeente in haar concept Omgevingsvisie vijf maatregelen opgesteld, zoals beschreven in de bovenstaande tabel. Openbaar groen is een belangrijk onderdeel binnen het doel ‘Een betere gebruiks- en verblijfskwaliteit van de openbare ruimte realiseren’, waarbij als maatregel inzetten op meervoudig ruimtegebruik is opgesteld. Op plekken waar ontwikkelingen in de openbare ruimte plaatsvinden, dient openbaar groen meegenomen te worden. Dit lijkt een passende maatregel om openbaar groen in Hilversum te verbeteren en versterken. Zeker aangezien de openbare ruimte van Hilversum de komende jaren aan verandering onderhevig is. In haar concept Omgevingsvisie geeft de gemeente Hilversum aan in te willen zetten op een groennorm. Deze wordt echter niet gedefinieerd, in de vorm van bijvoorbeeld een oppervlaktemaat of percentage voor openbaar groen. Het Rijk heeft in de Atlas Leefomgeving voor nieuwbouwlocaties aan gemeenten een norm meegegeven van 75 m 2 groen per woning. In de huidige situatie is in Hilversum ongeveer 58 m2 per woning beschikbaar. Hilversum heeft een nieuwbouwopgave, die een extra groenvraag met zich meebrengt van circa 31 hectare (zie berekening in de beoordeling van de huidige situatie van dit beleidsveld).
Een aanbeveling is om in de Omgevingsvisie de norm van 75 m2 groen per woning vast te stellen en om deze niet alleen voor ruimtelijke ontwikkelingen te laten gelden, maar ook voor bestaande bebouwing. Het groen is onevenredig verdeeld over Hilversum. In sommige buurten is het een grotere opgave om aan de groennorm te voldoen. In de concept Omgevingsvisie wordt niet specifiek gemaakt in welke buurten extra groen toegevoegd zal worden. Het Bloemenkwartier, centrum, Arenapark-kwartier, Van Riebeeckkwartier en 1221 scoren bijvoorbeeld het slechtst voor openbaar groen. Deze wijken zouden in de Omgevingsvisie meer prioriteit kunnen krijgen in het verbeteren en versterken van het openbaar groen. Hoewel er geen specifieke buurten benoemd worden waar openbaar groen versterkt dient te worden, wordt het creëren van groene fiets- en wandelroutes waar nu autoradialen zijn wel genoemd. Deze maatregel past bij het verminderen van autogebruik, waarvoor doelen en maatregelen beschreven zijn in paragraaf 4.10. Dit lijkt een goede en passende maatregel te zijn voor het versterken van de groenstructuren in Hilversum. De maatregel om te onderzoeken wat de (on)mogelijkheden zijn in de ondergrond vanwege kabels en leidingen in relatie tot planten van bomen lijkt een goede maatregel te zijn om openbaar groen toekomstbestendig te maken. Daarna is een uitvoeringsprogramma wenselijk.
Ook zouden bomen leidend gemaakt kunnen worden voor ontwikkelingen in de ondergrond. De Omgevingsvisie noemt ook het mengen van soorten en het kiezen van soorten die bestand zijn tegen warmte en droogte. Dergelijke soorten dragen bij aan een bestendiger openbaar groen in Hilversum. Klimaatverandering, ziekten, recreatie en de algemene toenemende druk op de openbare ruimte vormen bedreigingen voor het openbaar groen. De 43
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
concept Omgevingsvisie gaat hier niet op in. De Omgevingsvisie is dé kans om maatregelen te definiëren om deze negatieve ontwikkelingen af te remmen. De aanbeveling is om hier maatregelen voor op te stellen. De maatregelen in de Omgevingsvisie dragen waarschijnlijk bij aan een versterkt en verbeterd openbaar groen in Hilversum, waarbij de belangrijkste kanttekening wel is dat de groennorm nog gedefinieerd dient te worden. Aangezien de huidige situatie en autonome ontwikkeling van openbaar groen wel een negatieve trend laten zien (- gescoord) is het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator openbaar groen nu neutraal (0) gescoord.
44
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.4
Water
Voor het beleidsveld ‘Water’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Geohydrologie
Grondwaterkwaliteit
Oppervlaktewater
Vuil- en hemelwaterafvoer
Wateroverlast
45
Beoordeling Huidige situatie
Score +
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
-
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
+/-
Doelbereik Huidige situatie
0 --
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
0
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
+
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling Doelbereik
+
Motivering Gooi en Vechtstreek heeft een complex grondwatersysteem met kansen voor hoogwaardige kwelnatuur. Er vindt drinkwaterwinning plaats en er zijn drie grondwaterbeschermingsgebieden. In de zomer is er echter te weinig capaciteit om aan de watervraag te voldoen. Door klimaatverandering en bevolkingsgroei zal de drinkwatervraag toenemen met risico’s voor de drinkwatervoorziening en aanwezige kwelnatuur. Maatregelen zijn nog te globaal is om een impact te kunnen hebben, het advies hier verder invulling aan te geven Er wordt drinkwater gewonnen in Hilversum. Het grondwater is in het bebouwd gebied van Hilversum door de verschillende activiteiten in het verleden verontreinigd geraakt. Er wordt een grondwaterstijging verwacht in de regio door zeespiegelstijging maar dit kan leiden tot zoutwater infiltratie en grondwaterkwaliteit problemen. Geen maatregelen bekend Er zijn weinig oppervlaktewateren aanwezig in Hilversum. De waterkwaliteit in het Hilversums kanaal en het Vechtplassen gebied is onvoldoende. Minder dan 5% van het water in de regio voldoet aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Oppervlaktewater in de stad staat onder druk door verdichting. Er is een verwachte toenamen in he opwarmen van oppervlaktewater en de aantal dagen dat het oppervlaktewater opgewarmd is. Dit leidt tot waterkwaliteit problemen o.a. blauwalg. Maatregelen lossen de bron van het probleem niet op.
Daarnaast heeft de gemeente maar beperkte invloed op het oppervlaktewatersysteem. Er zijn vier rioolgebieden die vuilwater afvoeren naar evenzoveel rioolwaterzuiveringen (RWZI). Extreme weersomstandigheden zoals heftige buien zullen vaker voorkomen, met overbelasting van het rioolstelsel als gevolg. De gemeente neemt de maatregelen om toenemende extreme weersomstandigheden het hoofd te bieden, maar kan hier nog concreter in zijn. De overstromingskans in Hilversum is niet significant tot klein. Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. De uitzondering is het buitengebied bij Hilversumse Meent. In de toekomst wordt vaker hevige neerslag verwacht. Er is meer ruimte voor de berging van hemelwater nodig. De gemeente neem de maatregelen om toenemende extreme weersomstandigheden het hoofd te bieden, maar kan hier nog concreter in zijn.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.4.1
Beoordeling huidige situatie
Gooi en Vechtstreek heeft een complex grondwatersysteem. De bodem in het gebied bestaat voornamelijk uit zand tot een diepte van 100 meter. Op zandgronden is er van nature goede infiltratie. Het water infiltreert op hoger gelegen zandgronden en komt in het Vechtdal als grond- en kwelwater van hoog kwaliteit. Dit hoogwaardig water biedt kansen voor natuurontwikkeling, mits de kwel gescheiden kan worden van voedselrijker oppervlaktewater. Het schone grondwater is ook aantrekkelijk voor drinkwaterwinning. Ten noordoosten van Hilversum op de Heuvelrug wordt drinkwater gewonnen, waarvan een winning binnen de gemeentegrens ligt. Een deel van de bebouwde kom ligt in grondwaterbeschermingsgebied. Bij droogte en grote drinkwatervragen zoals in de zomer van 2018, is de huidige capaciteit niet voldoende voor een langdurige periode van droogte met een hoge drinkwatervraag. In de huidige situatie is de gemiddelde laagste grondwaterstand in een groot deel van Hilversum meer dan 2 meter onder maaiveld. In delen aan de zuidwest- en westkant van de gemeente is de grondwaterstand hoger met 0,8-1,5 meter onder maaiveld. In een extreem droge zomer blijft de laagste grondwaterstand grotendeels hetzelfde in de huidige situatie. Maar in de zuidwestzijde van de gemeente is de laagste grondwaterstand hoger (in een droge zomer) (Figuur 4-9).
Figuur 4-9 Gemiddeld laagste grondwaterstand huidige situatie (links) en Laagste grondwaterstand extreem droge zomer huidige situatie (rechts) (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
De grondwaterafhankelijk natuur aan de oostkant van Hilversum is grotendeels weinig gevoelig voor droogte maar Gooise Natuurreservaat Anna’s Hoeve is gevoelig en Anna’s Hoeve zeer gevoelig (Figuur 4-10). Aan de westkant, buiten de grens van de gemeente, is de grondwaterafhankelijk natuur gevoelig tot zeer gevoelig voor droogte.
46
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-10 Droogtegevoeligheid grondwaterafhankelijk natuur – huidige situatie (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
De grondwaterhuishouding van Hilversum betreft een regionaal systeem. Dit betekent dat ingrepen in het systeem op grote afstand invloed kunnen hebben op Hilversum. Via het grondwater heeft de mate waarin in Hilversum infiltratie en drinkwaterwinning plaats vindt impact op het beschikbare water voor natuur en landbouw in lagergelegen gebieden. Het grondwater in het bebouwd gebied van Hilversum is door activiteiten zoals industrie en landbouw in het verleden verontreinigd geraakt. Vanwege de diepe zandgrond infiltreert water makkelijk. Het is moeilijk om het grondwater te reinigen met een individuele aanpak, aangezien Hilversum tot 100 meter geen afscheidende lagen heeft. Dus gebiedsgericht beheer wordt uitgevoerd samen met de regiogemeenten, het waterschap, de drinkwaterbedrijven en de provincie. Hiermee worden de drinkwaterwinningen, natuurgebieden en oppervlaktewateren beschermd. Verder wordt gebruik van het grondwater in het beheergebied erdoor vereenvoudigd, verontreiniging mag meer verspreiden dan strikt onder de Wet bodembescherming mogelijk is.
47
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-11 Grondwaterbeschermingskaart rondom bronnen van drinkwater (https://www.atlasleefomgeving.nl/en/node/1591)
Er zijn weinig oppervlaktewateren aanwezig in Hilversum. De enige waterlopen naar boezem- en poldergebieden zijn de Oude Haven/ ’s-Gravelandsevaart naar de ’s-Gravelandsepolder en het Hilversums Kanaal naar de Kortenhoefsepolder, beide ten westen van Hilversum.
48
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-12 KRW waterlichamen in Nederland (PBL Basiskaart Aquatisch: de Watertypen kaart)
Een goede grond- en oppervlakte waterkwaliteit draagt bij aan gezonde ecosystemen, een gezonde leefomgeving en is noodzakelijk voor veilig zwemwater (PlanMER Omgevingsvisie Gooise Meren). Het opwarmen van open water kan leiden waterkwaliteit problemen o.a. blauwalg en de drinkwaterkwaliteit onder meer druk zetten. Het risico van opwarming van oppervlaktewater is gemeten o.b.v. aantal dagen/langste reeks dagen dat oppervlaktewater >20 ˚C is. In de huidige situatie is het oppervlaktewater in Hilversum >20 ˚C voor minder dan 10 dagen tot 10-20 dagen. In het noorden van de gemeente (in het Gooise Natuurreservaat) en aan de westkant, buiten de gemeente (zoals Wijde Blik), is het risico hoger met 20-30 dagen (Figuur 4-13).
49
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-13 Risico opwarming oppervlaktewater huidige situatie (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Voor de aangewezen KRW-waterlichamen wordt het verbeteren van waterkwaliteit wettelijk geregeld in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor oppervlaktewater is de doelstelling de KRW met als ijkpunt 2027. In 2019 was de chemische kwaliteit van alle KRW-waterlichamen onvoldoende en de ecologische toestand was matig. Minder dan 5% van het water in de regio voldoet aan de KRW (PlanMER Omgevingsvisie Gooise Meren). De waterkwaliteit in het Hilversums kanaal en de polder Kortenhoef in het Vechtplassen gebied is niet voldoende. De hoge belasting met nutriënten leidt ook tot hoge algengroei, afname in diversiteit aan organismen en accumulatie van organisch materiaal op de bodem van de plassen (de Kortenhoefse plassen, Het Holen de Wijde Blik). Het relatief schonere water wordt zoveel mogelijk vastgehouden in de waardevolle natuurgebieden of ernaartoe gevoerd. Water van het Hilversums kanaal is ingelaten in het Wijde Blik, een Natura-2000 gebied, om het op peil te houden. De totale hoeveelheid water in de plas bestaat voor ongeveer de helft uit inlaatwater en de helft uit neerslag. Er is een toename in de fosfaatbelasting in de plas. Het Hilversums kanaalwater bevat veel fosfaat met afkomst van verschillende bronnen. Als de fosfor in het inlaatwater blijft stijgen, komt de ecologische toestand van de plas in gevaar.
Het waterschap neemt hier maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Zo wordt bijvoorbeeld suppletiewater op diverse plekken gezuiverd van fosfaat. Door het ontbreken van oppervlaktewater in grote delen van de stad heeft Hilversum bij de groei van de stad in de verschillende uitbreidingswijken opvangbekkens aangelegd. Hemelwater uit de bebouwde kom stroomt in het westen af naar oppervlaktewateren die afwateren naar de polder van Kortenhoef en de ’s Graveland. Voor de hemelwaterafvoer in het oosten van Hilversum is bij de bouw in het begin van de 20e eeuw direct een uniek watersysteem aangelegd van gekoppelde stadsvijvers die het water afvoeren naar vijvers buiten de bebouwde kom, alwaar het infiltreert in de bodem. Om de vijvers op peil te houden zijn de bodems van het stadsvijvers bodemdicht gemaakt. Na de sanering van de vijvers rond 2008 is bij een paar vijvers de waterdichte bodem verdwenen. De vijvers worden op peil gehouden met voorgezuiverd interceptiewater van de drinkwaterwinning Laren. De vijvers Kerkelanden, Lutherhof, Oscar Romero en Mickey Mouse zijn verbonden met het Hilversum Kanaal. Een aandachtspunt is dat afstromend hemelwater uit de stad niet schoon is. Afvoer naar de bodem kan leiden tot bodem en grondwaterbelasting. 50
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-14 Waterscheiding in het rioolstelsel van Hilversum (Omgevingsfoto gemeente Hilversum)
Het rioleringsstelsel (vuil- en hemelwater) in Hilversum is onderverdeeld in Oost, West en Noord/Hilversumse Meent. Het centrum en een deel van Hilversum oost voert via een absoluut, gemengd stelsel af naar de RWZI. Het vuilwater van de wijken in oost voert af naar de RWZI Hilversum en regenwater wordt via de gescheiden stelsels op de verschillende stadsvijvers geloosd. In de westelijke gebieden voeren de rioolstelsels af via het hoofdrioolgemaal naar de RWZI Horstermeer. Het regenwater van de gescheiden stelsels van deelgebied West wordt geloosd (niet via stadsvijvers) op de wateren van het Hilversums kanaal of op de wateren van de ’s-Gravelandsepolder. Het vuilwater van de Hilversumse Meent gaat naar het rioolstelsel van de gemeente Bussum. Een groot deel van de wijken heeft een gescheiden stelsel. De term overstroming wordt gebruikt voor problemen die ontstaan vanwege hoogwater op zee of op rivieren. De overstromingskans in Hilversum is niet significant tot klein. Wateroverlast zorgt voornamelijk voor lokale problemen zoals water op straat vanwege veel regen. Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. In het bebouwde deel van de Hilversumse Meent is deze problematiek overwegend groot.
In Hilversum treden vooral problemen op in het gemengde rioolstelsel in het centrum en bij de Lorentzweg/Kleine Rift in postcodegebied 1221. Ook bij het Havenkwartier, de Laapersveld en zuidwestelijke deel van de gemeente, inclusief Kerkelanden staat flink water op straat. Bij nieuwbouw wordt al het hemelwater op eigen perceel verwerkt. In het Watermanagementplan zijn maatregelen opgenomen om deze overlast te verminderen. Dat water op straat staat is niet te voorkomen bij zulke intensive buien, maar schade aan gebouwen moet worden voorkomen.
51
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-15 Stedelijk infiltratie kansen (huidige situatie) in Hilversum (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
52
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-16 Wateroverlast - Waterdiepte bij hevige bui (140 mm| 2 uur) (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
53
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-17 Overstroming kansenkaart (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
4.4.2
Beoordeling autonome ontwikkeling
Door klimaatverandering worden in de toekomst vaker droge zomers en heviger neerslag verwacht. Verder wordt verwacht dat het inwonertal gaat groeien. In een groot deel van Hilversum, is wateraanvoer niet mogelijk. De druk op het grondwatersysteem wordt steeds groter door veranderingen zoals klimaatverandering en bevolkingsgroei en bijbehorende claims (energietransitie, voedselproductie, verstedelijking). Er is een grondwaterstijging verwacht in de regio Gooi en Vechtstreek door zeespiegelstijging maar dit kan leiden tot zoutwater infiltratie en grondwaterkwaliteit problemen. Langdurige perioden van droogte door klimaatverandering en toename van de bevolking gaat leiden tot een hoge (of pieken in) drinkwatervraag. Het risico op perioden met onvoldoende capaciteit voor de drinkwatervoorziening wordt hiermee groter, net als het risico dat er onvoldoende kwel in het Vechtdal aan het maaiveld komt voor de aanwezige kwelnatuur. Er wordt onderzoek gedaan naar andere drinkwater bronnen, inclusief de mogelijkheid om meer te onttrekken uit grondwater. Daardoor neemt de druk op grondwater toe. Schoon water uit de ondergrond van de stuwwal voedt (de natuur in) de Vechtstreek. De toenemende druk op grondwater leidt tot grote schade voor grondwaterafhankelijke natuur in het gebied.
Drinkwaterbedrijven onderzoeken ook mogelijkheden om drinkwater op te slaan in de bodem van Heuvelrug, voor deze droge perioden en de gemeente wil extra waterberging creëren. Een groot deel van bebouwd Hilversum is aangewezen als grondwaterreserve in het kader van de Structuurvisie Ondergrond van het Rijk. Maar hierover moeten nog afspraken worden gemaakt met de gemeenten en provincies en het is nog onduidelijk wat dit in de praktijk gaat betekenen voor het gebruik van de ondergrond.
54
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Hitte en drogere zomers vanwege klimaatverandering gaan ook leiden tot het opwarmen van open water en waterkwaliteit problemen o.a. blauwalg. Hierdoor vraagt drinkwaterkwaliteit in langdurige droge perioden om speciale aandacht. Het risico van opwarming van oppervlaktewater is gemeten o.b.v. aantal dagen/langste reeks dagen dat oppervlaktewater >20 ˚C is. Er is een toename van ongeveer 10 dagen verwacht in 2050 voor de aantal dagen dat het oppervlaktewater in Hilversum boven >20 ˚C is. Voor sommige wateren is het risico een toename van >40 dagen.
Figuur 4-18 Risico opwarming oppervlaktewater in 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Daarnaast, vanwege de fosfaatbelasting in de wateren gaat Waterschap Amstel, Gooi en Vecht externe fosfaatbelasting vanuit Kerkelanden in het Hilversums kanaal verminderen. Dit is deel van de overige immissiemaatregelen voor de KRW en gaat uitgevoerd worden in de periode 2022-2027. Ruimte voor hemelwaterberging bij nieuwbouw, zo mogelijk door het creëren van nieuw oppervlaktewater, is een belangrijke voorwaarde om klimaatadaptatie te bewerkstelligen. Naarmate de druk op de ruimte in Hilversum verder groeit bij verdergaande verdichting, wordt het risico voor onvoldoende ruimte voor waterberging groter. De droogte en warmere zomers zullen ook leiden tot toenemende hittestress in steden en schade aan groen, door te weinig hemelwateraanvoer en daling van grondwaterstanden. Water vast houden en infiltreren of lokaal gebruiken voor het bewateren van groen wordt hierdoor steeds belangrijker. Opvang en hergebruik van hemelwater kan de drinkwatervraag verlagen, een belangrijke toepassing in het kader van klimaatadaptatie. De gemeente kijkt ook naar mogelijkheden voor een nieuw waterbergingsgebied bij Huydecopersweg. In het gemeentelijk rioleringsprogramma 2021-2026 (GRP) zijn zoekgebieden voor ruimte voor water aangeduid. Een uitdaging hierin is nieuwe ontwikkelingen combineren met ruimte voor water en groen.
Naast droogte, blijkt uit alle KNMI’14-klimaatscenario’s dat in de toekomst vaker hevige neerslag verwacht wordt. Schade als gevolg van water op straat is voor de gemeente Hilversum een belangrijk aandachtspunt. 55
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
De jaarlijkse neerslag, de winterneerslag en aantal dagen met veel neerslag nemen toe tussen nu en 2050. Zie de kaarten hieronder. In nieuwe openbare ruimte houdt de gemeente rekening met buien van 70 mm voor het voorkomen van water op straat/wateroverlast. Dit is niet genoeg vanwege de mogelijkheid voor groter of meerdere buien achter elkaar. Verder hebben delen van Hilversum problemen bij buien van 40 mm vanwege de hoogteverschillen en verzameling van water op het laagste punt. Hier is het beleid erop gericht de schade als gevolg hiervan te verminderen. Dit vraagt lokaal om meer ruimte voor berging van hemelwater. Oplossingen hiervoor moeten worden onderzocht, onder andere met behulp van rekenmodellen. Bij elke nieuwe ontwikkeling is toetsing op voldoende waterberging op straat verplicht.
Figuur 4-19 Jaarlijks neerslag 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
56
Figuur 4-20 Winterkwartaal neerslag 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-21 Dagen met >15 mm neerslag 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Figuur 4-22 Dagen met >25 mm neerslag 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Een manier om wateroverlast te voorkomen of tegen te gaan is het infiltreren of wegzaken van water in de bodem. Het infiltreren en vasthouden van water in de bodem kan ook helpen om de impact van droogte te voorkomen. Maar het is niet altijd mogelijk om het water te laten infiltreren in de bodem. Dit kan zijn vanwege o.a. het aanleggen van beton, asfalt en ander niet-infiltreerbaar materiaal. Dit komt vaak naar voren in steden. De kans op stedelijke infiltratie (infiltratie in steden) is grotendeels ‘zeer groot’ in Hilversum, maar er zijn bepaalde locaties die lager infiltratie mogelijkheid hebben, met name de Hilversumse Meent met ‘groot’ en lokaal ‘matig’ (Figuur 4-23)
57
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-23 Stedelijk infiltratie kansen in Hilversum in 2050 (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Er is geen informatie over overstromingsdiepte voor de bebouwde kom van Hilversum behalve Kerkelanden en de zuidwest kant van de gemeente. Kerkelanden en de zuidwestkant van Hilversum zijn gevoelig voor overstroming. De plaatsgebonden overstromingskans in Hilversum heeft is zeer klein in de huidige situatie en in 2050. In Hilversum Meent zijn er beperken schade bij ondiep overstroming (20-50 centimeter).
58
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-24 Overstroming kans middelgroot – 2050 scenario (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
59
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
Figuur 4-25 Plaatsgebonden overstromingskans van >20 centimeter in 2050 (Norm 2050) (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/)
Op basis van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van dit beleidsveld zijn de volgende opgaven bepaald: • • • • • • • •
60
Het watersysteem wordt leidend bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en een beeld hebben van de nieuwe ontwikkelingen. Verduurzaming van het (regionale) watersysteem - de juiste balans vinden tussen de groeiende behoefte aan schoon (drink)water, drinkwaterwinning, natuurontwikkeling en het voorkomen van verdroging. In een zo groot mogelijk deel van het stedelijk gebied dient hemelwater afgekoppeld te worden van het riool en geïnfiltreerd te worden in de bodem. Beschikbaarheid van voldoende grondwater voor drinkwaterwinning. De gemeente dient behoedzaam om te gaan met haar grondwaterreserves. In stedelijk gebied dient de capaciteit voor waterberging vergroot te worden. Bij alle nieuwe inrichtingen moet hemelwater kunnen worden geborgen op straat zonder dat hierdoor schade ontstaat aan gebouwen en andere kwetsbare functies. Hergebruik van hemelwater staat bovenaan de voorkeursvolgorde (GWP) voor de afvoer van hemelwater.
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.4.3
Beoordeling op doelbereik
In deze beoordeling op doelbereik is aangegeven in hoeverre de opgaven die hierboven zijn genoemd middels maatregelen in de concept Omgevingsvisie worden gerealiseerd. Programma
Doel
Maatregel
Duurzaam
Lucht, water en bodem voldoen in 2040 aan de normen
Terugnemen van milieubelastende stoffen door regelmatig onderhoud aan wateren (ecologisch baggeren)
Duurzaam
Tegen gaan van hittestress, droogte en wateroverlast
Toewerken naar een robuuster watersysteem: afkoppelen van hemelwater en vinden van gebieden voor wateropslag Stimuleren van maatregelen zoals 'steenbreek' en zelf opvangen van hemelwater Zorgen voor een continue grondwatervoorraad
Duurzaam
Versterken biodiversiteit door het verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied en de verbindingen met het groen in de stad
De natuur aan de westzijde van Hilversum kan worden versterkt door optimalisatie van het (grond)watersysteem. Door hogere (grond)waterstanden kan schone kwel worden bevorderd. Locaties waar nu al sprake is van wateroverlast of een ondiepe grondwaterstand moeten worden uitgesloten
De maatregelen om hittestress, droogte en wateroverlast aan te pakken focussen op het ontwikkelen van een robuuster watersysteem. Deze maatregelen hebben betrekking op verschillende opgaven, namelijk riool en hemelwater systemen afkoppelen, infiltratie verbeteren, capaciteit van waterberging/opslag vergroten, borgen van hemelwater zonder schade en zorgen voor genoeg grondwaterreserves. Hoewel deze problemen worden aangepakt, verdient het de aanbeveling de maatregelen concreter te beschrijven met specifieke en meetbare parameters. Het is lastig voor de gemeente om de opgaven voor grondwater aan te pakken, de verantwoordelijkheden liggen bij provincie en waterschap. De gemeente kan wel werken aan het stimuleren van beperkt gebruik van (grond)water en, zoals vermeld in een van de maatregelen, infiltratie van water stimuleren. Daardoor is het aanbevolen om aan te geven hoe de gemeente gaat zorgen dat er een continue grondwatervoorraad beschikbaar is. Een mogelijke maatregel om te zorgen voor grondwatervoorraad is hergebruik van hemelwater, één van de bovengenoemde opgaven. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de indicator ‘geohydrologie’ is negatief (-) gescoord omdat de maatregel ‘Zorgen voor een continue grondwatervoorraad’ nog te globaal is om een impact te kunnen hebben. Het advies hier verder invulling aan te geven.
Het gestarte onderzoek ‘samenwerken aan een toekomstbestendige Heuvelrug’ waar aan waterschap, provincie, MRA, drinkwaterbedrijven en gemeenten (waaronder Hilversum) meewerken kan hiervoor aanknopingspunten bieden. Onder het doel om te voldoen aan de normen van lucht, water en bodem vallen de KRW-normen (2027) en grondwaterkwaliteitsnormen. De maatregel beoogt het terugnemen van milieubelastende stoffen door ecologisch baggeren. Met deze maatregel wordt weliswaar een waterkwaliteitsprobleem aangepakt. Er bestaat echter een risico op toelevering van nieuwe verontreinigingen, die niet met een maatregel wordt tegengegaan. De realiteit van de water gerelateerde opgaven en maatregelen is dat de gemeente in veel gevallen niet het bevoegd gezag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor opgaven zoals verduurzaming van het (regionale) watersysteem en de beschikbaarheid van voldoende grondwater. Daardoor is de daadwerkelijke uitvoering van sommige maatregelen vaak voorbehouden aan anderen. Het ecologisch baggeren is positief, maar de gemeente kan verder hooguit samenwerken met de provincie en het waterschap, zodat de indicatoren ‘grondwaterkwaliteit’ en ‘oppervlaktewater’ neutraal (0) zijn gescoord. Met betrekking tot hemelwaterafvoer en -stelsels, heeft een groot deel van de wijken gescheiden stelsels. Maar het centrum en een deel van Hilversum oost hebben nog een gemengd stelsel.
De maatregel afkoppelen van hemelwater en wateropslag gebieden heeft een positieve impact op overstroming en wateroverlast in Hilversum. Deze maatregel kan specifieker worden gemaakt om de uitvoering te verbeteren. Bijvoorbeeld door het bepalen van de einddatum voor het uitvoeren van de maatregelen, de benodigde capaciteit van wateropslagen en een kaart met de (mogelijk) locaties voor wateropslagen en afgekoppelde hemelwatersystemen. Het doelbereik van de Omgevingsvisie voor de 61
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
indicatoren ‘vuil- en hemelwaterafvoer’ en ‘wateroverlast’ zijn positief (+) gescoord, omdat de maatregelen de opgaven en de problemen aanpakken. Drukte en ruimtevraag zoals meer woningen, kantoren, e.d. dreigt ruimte voor water in de stad negatief te beïnvloeden. Op basis van de huidige situatie en autonome ontwikkeling is een opgave gevonden dat het watersysteem meer leidend moet zijn in de ruimtelijke ordening (bijvoorbeeld ‘water en bodem sturend’). Geen van de maatregelen uit de Omgevingsvisie is hierop gericht. De gemeente kan hierin proactief acteren. Het is aanbevolen om maatregelen hiervoor te ontwikkelen en op te nemen in de Omgevingsvisie.
62
PLANMER VOOR DE ONTWERP OMGEVINGSVISIE HILVERSUM
4.5
Bodem en ondergrond
Voor het beleidsveld ‘Bodem en ondergrond’ van de Foto van de Leefomgeving zijn in deze paragraaf de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beoordeeld. Daarnaast zijn voorgestelde maatregelen in de Omgevingsvisie met betrekking tot dit beleidsveld beoordeeld in de beoordeling op doelbereik. De beoordelingen zijn samengevat in de onderstaande tabel. Indicator Bodemkwaliteit
Bodemdaling
Ruimtegebruik ondergrond
63
Beoordeling Huidige situatie
Score +/-
Autonome ontwikkeling
-
Doelbereik
-
Huidige situatie
+/-
Autonome ontwikkeling
+/-
Doelbereik
-
Huidige situatie
-
Autonome ontwikkeling
--
Doelbereik
-
Motivering Het herstelvermogen van de bodem na milieustress rondom Hilversum is van gemiddeld tot lager dan gemiddeld. In oudere wijken van Hilversum is de bodem meer verontreinigd. Ook de landbouw tast de bodem en het bodemleven aan door vermesting, gif- en meststoffen en monoculturen. Er zijn nog enkele stortplaatsen niet gesaneerd of beheerst. Op provinciaal niveau zijn er potentiële effecten op de bodemkwaliteit door de uitloging van chemische stoffen in de bodem en verzilting. Stikstof heeft gevolgen voor de samenstelling van de bodem met een negatieve impact op de natuur en het landschap. Er zijn geen maatregelen genoemd om bodemkwaliteit te verbeteren. De stedelijke gebieden van Hilversum hebben nauwelijks te maken met funderingsproblemen of verzakkingen. De Hilversumse Meent en het zuidwesten van Hilversum hebben als enige te maken met lichte bodemdaling. Het risico op verdergaande bodemdaling neemt toe naarmate zomers droger en warmer worden en de grondwaterstand verder wegzakt. Hiervoor is geen maatregel opgenomen. Overigens is het polderbeheer hier relevant, waarvoor de gemeente geen bevoegd gezag is. Met name in stedelijke gebieden is de ondergrond nodig voor veel maatschappelijke opgaven. Kansen en beperkingen vanuit de ondergrond worden momenteel bij de verstedelijkingsopgave nog niet meegenomen, wat tot risico’s voor planvorming en uitvoering leidt.